TS 114 - Tuintractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 114 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TS 114 HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tuintractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 114 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 114 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 114 HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 88-128
SL Navodila za uporabo 129-168
Inhalt
| Inleiding | 88 |
| Veiligheid | 93 |
| Montage | 99 |
| Werking | 101 |
| Onderhoud | 105 |
| Probleemoplossing | 118 |
| Vervoer, opslag en verwerking | 123 |
| Technische gegevens | 125 |
| Service | 127 |
| Verklaring van overeenstemming | 128 |
Inleiding
Afleveringsinspectie en productnummers
Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument.
| Contactinformatie servicewerkplaats: | |
| Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: | |
| / | |
| Motor: | |
| Transmissie: | |
Productbeschrijving
Dit is een zitmaaier waarbij het maaidek is aangebracht tussen de voor- en achteras. Hij is uitgerust met een viertaktbenzinemotor.
Gebruik
Deze machine mag alleen worden gebruikt voor het maaien van gras in privétuinen en op privéhellingen van maximaal 10°. De machine mag niet worden gebruikt in openbare parken, op sportvelden, in de landbouw of in de bosbouw. Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Gebruik het product uitsluitend met accessoires die door
de fabrikant zijn goedgekeurd. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats voor meer informatie.
leder ander gebruik van de machine is onjuist gebruik. Hierdoor komt uw garantie te vervallen en is de fabrikant niet verantwoordelijk voor schade aan de gebruiker of derden.
Zie de plaatselijke richtlijnen voor het gebruik van gazonmaaiers.
Verzeker uw product
Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af
Productoverzicht (TS 112)

- Lichtschakelaar
- Pedaal voor vooruitrijden
- Pedaal voor achteruitrijden
- Ontstekingsvergrendeling
- Parkeerremvergrendeling
- Uitworp
-
Bladinschakelingsregeling
-
Maaihoogtehendel
- Urenteller (onder de motorkap)
- Parkeerrempedaal
- Gashendel
- Hendel voor het in- en uitschakelen van de aandrijving

- Lichtschakelaar
- Pedaal voor vooruitrijden
- Pedaal voor achteruitrijden
- Ontstekingsvergrendeling
- PTO-knop
- Parkeerremvergrendeling
- Uitworp
- Maaihoogtehendel
- Urenteller
- Parkeerrempedaal
- Gashendel
- Hendel voor het in- en uitschakelen van de aandrijving
Husqvarna Connect
De bedieningshandleiding en meer informatie over het product zijn beschikbaar in de Husqvarna Connect-app. Husqvarna Connect is een gratis app voor uw mobiele apparaat. Zie Husqvarna Connect gebruiken op pagina 101.
Dodemansregeling (OPC)
De dodemansregeling wordt ingeschakeld wanneer de gebruiker opstaat van de stoel. De motor en de aandrijving van de messen stoppen als de messen zijn ingeschakeld of de parkeerrem niet is geactiveerd. Zie Bedrijfsomstandigheden op pagina 96.
Werklampen
Het product heeft een werklamp. Druk op de schakelaar om de werklamp in (A) of uit (B) te schakelen.

text_image
A BSymbolen op het product

WAARSCHUWING: Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier.

Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken.

Snel

Langzaam

Schakel het aandrijfsysteem in.

Schakel het aandrijfsysteem uit.

Motor uit

Motor aan

Motor starten


Parkeerrempedaal

Maaihoogte

Gehoorbescherming wordt aanbevolen.

De messen zijn uitgeschakeld.

De messen zijn ingeschakeld.

Houd lichaamsdelen uit de buurt van draaiende delen.

Houd lichaamsdelen uit de buurt van draaiende bladen.

Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Maai geen gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°.

Kantelgevaar

Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden.

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting.

Houd omstanders uit de buurt.

Geen opstapje

Koppel de bougiekap los voordat u onderhoud aan het product uitvoert.

Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak wordt gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 125 en op het label.

Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak wordt gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 125 en op het label.

Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 125en op het label.

Scanbare code

Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen.

Dit product voldoet aan de geldende VK- regelgeving.

De parkeerrem inschakelen en uitschakelen.
Let op: Andere symbolen/plaatjes op het product hebben betrekking op marktspecifieke wettelijke vereisten.
Label op het product

text_image
DANGERGEVAAR - Houd handen en voeten uit de buurt.
Urenteller
De urenteller toont hoeveel uur de motor in bedrijf is geweest. Raadpleeg Productoverzicht op pagina 89 voor de locatie van de urenteller.
Productaansprakelijkheid
Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Euro V-emissies

WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert.

WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk.

WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van
actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Verwijder gemorste brandstof of olie op het product voordat u het product gebruikt en voordat u het product opbergt.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van draaiende delen.
- Plaats uw handen of voeten niet onder het product.
- Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
-
Zorg ervoor dat het afgevoerde materiaal geen andere personen of dieren raakt.
-
Zorg ervoor dat het afgevoerde materiaal geen muren of andere harde oppervlakken raakt. Afgevoerde materialen kunnen afketsen.
- Stop de bladen altijd wanneer u het product op grindoppervlakken gebruikt.
- Gebruik het maaidek niet als de uitworptrechter of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn.
- Stop de bladen altijd wanneer u niet maait.
- Zorg ervoor dat gras of andere ongewenste materialen niet in aanraking kunnen komen met de hete uitlaat of hete delen van de motor.
- Gebruik het maaidek niet voor het maaien van bladeren of ander ongewenst materiaal dat ophoping kan veroorzaken.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.

- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.

- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Wees voorzichtig wanneer u het product op een aanhanger of vrachtwagen plaatst en wanneer u het product van een aanhanger of vrachtwagen verwijdert.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld.
- Zet de motor uit en controleer of alle onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u het product reinigt of er onderhoud aan uitvoert.
- Stop de motor en controleer of alle onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de grasopvangbak verwijdert of de verstopping in de uitworptrechter verwijdert.
- Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen.

Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat.
Persoonlijke beschermingsmiddelen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen.
Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen niet alle risico's uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Draag altijd veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product niet met blote voeten.

- Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO/doos en brandblusser binnen handbereik.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn.
Het contactslot controleren
- Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van het contactslot. Raadpleeg De motor starten op pagina 102 en Motor uitschakelen op pagina 105.
- Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar de startstand draait.

- Verifieer of de motor onmiddellijk wordt uitgeschakeld wanneer u de contactsleutel naar de stopstand (O) draait.
Het Reverse Operating System (ROS) controlleren
Als het Reverse Operation System (ROS) niet goed werkt, moet u contact opnemen met een erkende servicewerkplaats.
- Start het product. Raadpleeg De motor starten op pagina 102.
- Schakel het maaidek in. Raadpleeg Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103 of Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103.
- Druk met de contactsleutel in de ingeschakelde stand (A) het pedaal voor achteruitrijden naar beneden. De motor moet stoppen wanneer u het pedaal voor achteruitrijden indrukt.

text_image
A B-
Start het product en schakel het maaidek opnieuw in.
-
Draai de contactschakelaar met ROS geactiveerd naar stand (B).
-
Druk met de contactsleutel in de ingeschakelde ROS-stand het pedaal voor achteruitrijden naar beneden. De motor mag niet stoppen wanneer u het pedaal voor achteruitrijden indrukt.
Bedrijfsomstandigheden
Er moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan om de motor te starten:
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
- Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden staan in de neutrale stand.
De motor moet worden uitgeschakeld in de volgende situaties:
- De parkeerrem is niet geactiveerd en de bestuurder staat op van de stoel.
- Het maaidek is ingeschakeld en de bestuurder staat op van de stoel.
- Het maaidek is ingeschakeld en het pedaal voor achteruitrijden wordt ingedrukt, maar de ROS is uitgeschakeld.
De aandrijving van de messen moet in deze situaties stoppen:
- De parkeerrem is ingeschakeld en de bestuurder staat op van de stoel.
- De bladinschakelingsregeling is in de uitgeschakelde stand gezet (alleen van toepassing op het TS 112-model).
- De PTO-knop is ingedrukt (alleen van toepassing op het TS 114-model).
Probeer de motor te starten terwijl niet is voldaan aan een van deze voorwaarden. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw. Voer deze controle dagelijks uit.
Het pedaal voor vooruit rijden en het pedaal voor achteruit rijden controleren
- Start het product. Raadpleeg De motor starten op pagina 102.
- Zorg dat de pedaal voor vooruit rijden en de pedaal voor achteruit rijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
- Druk het pedaal voor vooruitrijden langzaam in om vooruit te rijden.
- Laat het pedaal voor vooruit rijden los om de machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.
Let op: Het product heeft een automatische rem die wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat.
- Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor achteruit rijden.
- Controleer of het product niet gaat rijden als de pedalen in de neutrale positie staan.
Parkeerrem

WAARSCHUWING: Als de
parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig.
Zie De parkeerrem controleren op pagina 109.
Geluiddemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe.

WAARSCHUWING: De
uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Geluidemper controleren
- Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is.
Beschermkappen
Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen.
Gras maaien op hellingen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.

- Start of stop niet op een helling.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.

- Maai op een helling geen nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
- Volg de aanbevelingen van de fabrikant voor wielverzwaarders of contragewichten.
De machine veilig als trekker gebruiken
- Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
- Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
- Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane trekgewicht. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 125.

text_image
KG- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
- Wees voorzichtig wanneer u apparatuur op hellingen of over ruig terrein trekt.
- Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt.
Brandstofveiligheid

WAARSCHUWING: Wees
voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen.

volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
-
Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
-
Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
- Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur.
Transportveiligheid
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Het product veilig vastzetten voor transport op pagina 123.
Veiligheid bij accu's

WAARSCHUWING: Een
beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu's af. Zie Afvoeren op pagina 124.
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Het product
is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De motor is uitgeschakeld.
-
Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
-
De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen.

WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 105.
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
-
Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
-
Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 125 voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant.
Montage
Inleiding

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert.
Montageoverzicht

Het stuurwiel monteren
Raadpleeg Montageoverzicht op pagina 99 voor de juiste bevestigingen voor deze taak.
- Breng de stuurkolomafdekking aan. De stuurkolomafdekking is met klikvergrendelingen bevestigd. Druk de stuurkolomafdekking omlaag tot deze op zijn plaats vastklikt.

- Zet het stuurwiel (A) op de stuurkolom. De pennen op de stuurkolom moeten in de sleuven in het stuurwiel vallen.

- Monteer de sluitring (B) en de bout (A). Draai de bout vast met 24 Nm.
- Monteer de middenkap (I) op het stuurwiel. De middenkap wordt bevestigd met klikvergrendelingen.
De knop op de gashendel monteren
Raadpleeg Montageoverzicht op pagina 99 voor de juiste bevestigingen voor deze taak.
- Plaats de knop (A) op de gashendel.

- Monteer de moer (B) en de schroef (C).
De stoel installeren
Raadpleeg Montageoverzicht op pagina 99 voor de juiste bevestigingen voor deze taak.
- Houd de stoel op zijn plaats en monteer de 2 schroeven (A) en de 2 moeren (B).

- Controleer de dodemanshandgreep. Raadpleeg Bedrijfsomstandigheden op pagina 96.

WAARSCHUWING: Gebruik het product niet als de dodemanshandgreep defect is.
De stoel afstellen
-
Klap de stoel naar voren.
-
Draai de 2 snelknoppen los.

- Verplaats de stoel totdat deze in een positie staat waarin u de pedalen helemaal kunt intrappen.
- Draai de 2 snelknoppen volledig vast.
De trekhaak monteren
Raadpleeg Montageoverzicht op pagina 99 voor de juiste bevestigingen voor deze taak.
- Monteer de trekhaak met de 2 schroeven.

WAARSCHUWING: Risico van elektrische schok. Controleer of de contactschakelaar in de stand OFF staat en dat de contactsleutel is verwijderd.
De accu bevindt zich onder de stoel.
- Klap de stoel naar voren.
- Zorg ervoor dat de rode kabel is aangesloten op de pluspool (+) van de accu.
-
Verwijder de schroef en de moer op de minpool (-) van de accu.
-
Sluit de zwarte kabel aan op de minpool (-) van de accu en breng de moer en de schroef aan.

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het product gebruikt.
Husqvarna Connect gebruiken
- Download de Husqvarna Connect-app op uw mobiele apparaat.
- Registreer in de Husqvarna Connect-app.
- Volg de instructies in de Husqvarna Connect-app om verbinding te maken met het product en dit te registreren.
Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij, zie Brandstofveiligheid op pagina 98.

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning.

OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade.
De motor gebruikt benzine met een minimum octaangetal van RON 91 (87 AKI), niet vermengd met olie. Wij adviseren biologisch afbreekbare
alkylaatbenzine te gebruiken. Gebruik geen benzine die meer dan 10% ethanol bevat.
- Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
- Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 2,5 cm ruimte overblijft.
Voordat u het product inschakelt

WAARSCHUWING: Voordat u het product gebruikt, moet u de veiligheids- en bedieningsinstructies zorgvuldig lezen en begrijpen.
- Controleer het motoroliepeil. Raadpleeg Het motoroliepeil controleren op pagina 116.
- Vul de brandstoftank met brandstof. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagina 101.
- Zorg ervoor dat de brandstofafsluitklep open staat. De brandstofafsluitklep is open wanneer het lipje in de richting van de brandstofslang staat.

- Zorg dat het aandrijfsysteem ingeschakeld is. Raadpleeg In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina 103.
- Zet het maaidek in de hoogste stand. Raadpleeg Maaihoogte afstellen (TS 112) op pagina 104 of Maaihoogte afstellen (TS 114) op pagina 104.
De motor starten
- Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Raadpleeg Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103 of Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103.
- Zet de stoel in de werkstand.
-
Schakel de parkeerrem in. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 103.
-
Duw de gashendel naar de stand voor halfgas (A).

text_image
A B- Draai de contactsleutel naar de startstand. Laat de contactsleutel onmiddellijk los wanneer de motor start. De contactsleutel gaat automatisch terug naar de stand ON (I) wanneer u deze loslaat.

text_image
H I
OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
- Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.
- Duw de gashendel naar de stand voor volgas (B).

OPGELET: Het inschakelen van het maaidek terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Schakel het maaidek in
voordat u de gashendel in de stand voor volgas zet.
In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem
Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor dient u het aandrijfsysteem uit te schakelen.

OPGELET: Zorg ervoor dat u de hendel helemaal uittrekt of induwt. Gebruik geen tussenliggende standen.
De hendel voor het in- of uitschakelen van het aandrijfsysteem bevindt zich achter het rechter achterwiel.

- Duw de hendel helemaal in om het aandrijfsysteem in te schakelen.
- Trek de hendel helemaal uit om het aandrijfsysteem uit te schakelen.
De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
- Voer de volgende stappen uit om de parkeerrem in te schakelen.
a) Druk het parkeerrempedaal (A) volledig in en trek de parkeerremvergrendeling (B) omhoog.

b) Laat het parkeerremhendelpedaal los.
- Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het parkeerrempedaal in en laat u het los.
Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen

WAARSCHUWING: Gebruik het maaidek alleen als er een deflector op de grasuitworp is gemonteerd.
- Zet de bladinschakelingsregeling in de ingeschakelde stand (A) om het maaidek in te schakelen.

- Zet de bladinschakelingsregeling in de uitgeschakelde stand (B) om het maaidek uit te schakelen.
Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen

WAARSCHUWING: Gebruik het maaidek alleen als er een deflector op de grasuitworp is gemonteerd.
- Trek de PTO-knop uit om het maaidek in te schakelen.

- Druk de PTO-knop in om het maaidek uit te schakelen.
Maaihoogte afstellen (TS 112)
- Trek de maaihoogtehendel in de richting van de stoel en plaats deze in 1 van de inkepingen voor de juiste maaihoogte.

Maaihoogte afstellen (TS 114)
- Trek de maaihoogtehendel in de richting van de stoel en plaats deze in 1 van de inkepingen voor de juiste maaihoogte.

text_image
臂Het product gebruiken
- Start de motor. Raadpleeg De motor starten op pagina 102.
-
Ontgrendel de parkeerrem. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 103.
-
Trap voorzichtig het pedaal voor vooruitrijden (A) of het pedaal voor achteruitrijden (B) in. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt.

Let op: De pedalen voor vooruit- en achteruitrijden keren terug naar de neutrale positie wanneer ze worden losgelaten.
- Laat de pedalen los om te remmen.
- Selecteer de juiste maaihoogte. Raadpleeg Maaihoogte afstellen (TS 112) op pagina 104 of Maaihoogte afstellen (TS 114) op pagina 104.
- Schakel het maaidek in. Raadpleeg Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103 of Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103.
Het achteruitrijsysteem (ROS) gebruiken
Let op: Als u probeert achteruit te rijden met het product terwijl het maaidek is ingeschakeld, stopt de motor onmiddellijk. Schakel het ROS in om achteruit te rijden met het product wanneer het maaidek is ingeschakeld.

WAARSCHUWING: Kijk voordat en terwijl u met het product achteruit rijdt naar beneden en achter het product voor de veiligheid van anderen.
- Draai de contactsleutel linksom naar de stand ROS om het ROS in te schakelen.

- Trap het pedaal voor achteruitrijden langzaam in om te beginnen met rijden.
- Draai de contactsleutel rechtsom naar de stand motor ON (I) om het ROS uit te schakelen.
Motor uitschakelen
- Ontkoppel het maaidek. Raadpleeg Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103 of Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103.
- Draai de contactsleutel naar de stand OFF (O).

text_image
O I 1- Schakel de parkeerrem in zodra het product stopt. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 103.
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 105.
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
- Gebruik geen bandkettingen wanneer u het maaidek aan het product bevestigt.
- Zorg ervoor dat het maaidek waterpas is. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 114.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk als het gras hoog is.
- Rijd het product met lage snelheid vooruit als het gras hoog en dik is.
- Gebruik volgas bij het grasmaaien.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Gebruik de linkerkant van het maaidek wanneer u in de buurt van bomen, struiken of paden maait. Het blad snijdt ongeveer 15 mm naar de binnenzijde vanaf de zijkant van het maaidek.
- Wanneer u grote gebieden maait, verplaatst u het product naar rechts tijdens 1 of 2 rondes om het werkgebied. Hierdoor houdt u het uitgeworpen gras uit de buurt van struiken, hekken en opritten. Maai na ongeveer 2 omwentelingen rond het werkgebied in de tegenovergestelde richting.

flowchart
graph TD
A["Car"] --> B["Route 1"]
A --> C["Route 2"]
A --> D["Route 3"]
A --> E["Route 4"]
A --> F["Route 5"]
B --> G["Path 1"]
C --> H["Path 2"]
D --> I["Path 3"]
E --> J["Path 4"]
F --> K["Path 5"]
G --> L["End"]
H --> L
I --> L
J --> L
K --> L
L --> M["End"]
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig.
Onderhoud
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.
Onderhoudsschema
X = De instructies zijn opgenomen in deze gebruikershandleiding.
O = De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. Laat onderhoud aan de machine uitvoeren door een erkende servicewerkplaats.
| Onderhoudsschema Voor elk ge- | bruik/wekelijks | Om de 50 uur of jaarlijks | |
| Algemeen Reinig de | accu en de klemmen. O | ||
| Controleer het accuniveau. Laad de accu indien no-dig op. | X | ||
| Controleer alle riemen en poelies op slijtage en be-schadiging. Vervang versleten of beschadigde on-derdelen. | O | ||
| Reinig de motor en de transmissie. X X | |||
| Controleer alle draden op beschadiging. O | |||
| Smeer het product. Zie het smeoverzicht. X | |||
| Controleer of alle bevestigingen correct aangehaald zijn. | O | ||
| Zorg voor de juiste bandenspanning in alle banden. X X | |||
| Motor Controleer de | brandstofslang op slijtage en beschadiging. Vervang de brandstofleiding indien nodig. | O | |
| Vervang het brandstofffilter. X | |||
| Maak het luchtfilter schoon. X | |||
| Vervang het luchtfilter. X | |||
| Controleer de geluiddemper en het hitteschild. X X | |||
| Controleer het motoroliepeil. Vul indien nodig motorolie bij. | X | ||
| Ververs de motorolie. X | |||
| Vervang het motoroliefilter. X | |||
| Vervang de bougie. X | |||
| Controleer het motortoerental. Stel zo nodig het motortoerental af. | O | ||
| Transmissie, bedieningselementen en aandrijfsysteem | Controleer de koelventilator van de transmissie. X X | ||
| Verwijder de wielen en smeer de assen. O | |||
| Controleer of het product niet gaat rijden als de pedalen in de neutrale positie staan. | X | ||
| Controleer vooruit- en achteruitrijden op verschillende snelheden. | O | ||
| Controleer de schakelaar voor de bladinschakelingsregeling. | X | ||
| Controleer de schakelaar voor de maaihoogtehen-del. | X | ||
| Controleer de schakelaars voor het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden. | X | ||
| Controleer de parkeerrem. X | |||
| Controleer de dodemansregeling (OPC). X | |||
| Snijuitrusting Reinig | het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maaidek. | X | |
| Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. Stel het maaidek zo nodig af. | X | ||
| Controleer de riem van het maaidek op slijtage en beschadiging. | O | ||
| Controleer de bladen op slijtage en beschadiging. Slijp of vervang de bladen indien nodig. | X | ||
| Controleer de bladremmen (indien uitgerust). O | |||
| Controleer de grasopvangbak en de schakelaars voor de grasopvangbak (alleen TC-modellen). | X | ||
Smeerschema

A. Algemene smering. Smeer de spilaansluiting en de tanden van het sectortandwiel en de stuurkolom.
B. Motorsmering. Raadpleeg Het motoroliepeil controleren op pagina 116.
Product reinigen

OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden.
Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
- Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van
en rondom de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
- Reinig de bovenkant van het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maaidek. Het maaidek reinigen, zie Het maaidek reinigen op pagina 108.
- Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
- Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
- Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen.
De motor en de uitlaatdemper reinigen
Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel.
Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is.
Het maaidek reinigen

WAARSCHUWING: Gebruik het product niet als de reinigingspoort van het dek defect is of ontbreekt. Er bestaat gevaar voor wegslingerende objecten. Vervang een defecte of ontbrekende reinigingspoort van het dek onmiddellijk.
- Parkeer het product in een schoon gebied op uw gazon dat zich in de buurt van een waterpunt met een tuinslang bevindt.

OPGELET: Positioneer de uitworp of het product niet in de richting van gebouwen of voertuigen.
- Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Raadpleeg Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103 of Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103.
- Stop de motor. Raadpleeg Motor uitschakelen op pagina 105.
-
Schakel de parkeerrem in. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 103.
-
Sluit een tuinslang (A) aan op de reinigingspoort (B) van het dek en start de watertoevoer.

- Ga op de stoel zitten en start de motor. Raadpleeg De motor starten op pagina 102.

OPGELET: Controleer het gebied opnieuw om er zeker van te zijn dat het vrij is voordat u de motor start.
- Schakel het maaidek in en laat het werken op volgas totdat het maaidek schoon is. Raadpleeg Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103 of Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103.
- Schakel het maaidek uit en zet de motor uit. Zie Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103 of Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103 en Motor uitschakelen op pagina 105.
- Stop de watertoevoer en koppel de tuinslang los van de reinigingspoort van het dek.
- Zet de machine op een droog gedeelte.
- Ga op de stoel zitten en start de motor. Raadpleeg De motor starten op pagina 102.
- Schakel het maaidek in en laat het werken totdat het maaidek droog is.
Luchtinlaat van motor reinigen

De luchtinlaat heeft draaiende onderdelen die letsel aan uw vingers kunnen veroorzaken.
- Open de motorkap. Controleer of de luchtinlaat op de motor niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een borstel.

De koelventilator op de transmissie reinigen

WAARSCHUWING: Stop de motor. De koelventilaltor draait en kan letsel aan uw vingers veroorzaken.
- Reinig de koelventilator met perslucht door de opening in het chassis boven het linker achterwiel.

De motorkap verwijderen en aanbrengen

- Open de motorkap.
- Koppel de bedradingsstekker (A) van de koplamp los.
- Kantel de motorkap naar voren en til de motorkap op om deze van het product te verwijderen.
- Monteer de motorkap in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Het lampje van de koplamp vervangen
- Open de motorkap.
- Draai de lamphouder iets naar links en trek deze uit de reflector.
- Vervang de lamp in de lamphouder.
- Druk de lamphouder in de reflector.
- Draai de lamphouder iets naar rechts om hem te monteren.
- Sluit de motorkap.
De parkeerrem controleren
- Parkeer het product op een harde ondergrond die afloopt.
Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
- Schakel de parkeerrem in. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina
- Als het product begint te bewegen, moet u de parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.
- Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de parkeerrem uit te schakelen.
Het brandstofffilter vervangen
- Open de motorkap om bij het brandstofffilter te kunnen.
- Sluit de brandstofafsluitklep.
- Knijp de slang van de brandstoftank dicht om lekkage te voorkomen.
-
Gebruik een platte tang om de slangklemmen van het brandstofffilter te verwijderen.
-
Trek aan de slangeinden om het brandstofffilter te verwijderen. Er kan een kleine hoeveelheid brandstof weglekken.

-
Druk het nieuwe brandstofffilter in de uiteinden van de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstofffilter om de aansluiting te vergemakkelijken.
-
Duw de slangklemmen tegen het brandstofffilter.

Het luchtfilter reinigen en vervangen
-
Open de motorkap.
-
Maak de knoppen los waarmee het luchtfilterdeksel vastzit en verwijder het deksel.

- Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

- Voer de volgende stappen uit om het schuimluchtfilter te reinigen.
a) Verwijder het schuimluchtfilter van het luchtfilterpatroon.
b) Reinig het schuimlucht met een zwak reinigingsmiddel.
c) Laat het schuimluchtfilter volledig drogen.
d) Breng het schuimluchtfilter aan om het luchtfilterpatroon.
- Voer de volgende stappen uit om het papieren luchtfilter te reinigen.
a) Tik het papieren luchtfilter tegen een hard oppervlak.
b) Blaas met perslucht vanaf de binnenkant van het papieren luchtfilter.

OPGELET: Als het papieren luchtfilter niet schoon wordt, moet het papieren luchtfilter worden vervangen.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Een bougie controleren en vervangen
-
Open de motorkap.
-
Verwijder de bougiekap en reinig rond de bougie.
-
Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
-
Controleer de bougie. Vervang de bougie als de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.
-
Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze correct is. Zie Technische gegevens op pagina 125.

- Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te passen.
- Plaats de bougie terug en draai deze met de hand totdat deze tegen de zitting aan zit.
- Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de ring wordt samengedrukt.
- Draai een gebruikte bougie nogmaals 1/8 slag vast, een nieuwe bougie nog 1/4 slag extra.

OPGELET: Onjuist vastgedraaide bougies kunnen leiden tot motorschade.
- Bevestig de bougiedop.

OPGELET: Probeer de motor niet te starten als de bougie of de ontstekingskabel is verwijderd.
Hoofdzekering vervangen
De hoofdzekering bevindt zich in de zekeringhouder op het startrelais onder de stoel.
- Klap de stoel naar voren.
- Verwijder de connector uit de zekeringhouder.
- Trek de hoofdzekering uit de zekeringhouder.

- Vervang de doorgebrande zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 125
Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt.
De accu opladen
- Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
- Gebruik een standaard acculader.

OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.
- Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten.
Noodstart van motor uitvoeren
Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt-systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben.
Startkabels aansluiten

WAARSCHUWING:
Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit de negatieve aansluitklem van de opgeladen accu niet aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu.

OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.
- Sluit het ene uiteinde van de rode accukabel aan op de POSITIEVE (+) accupool (A) van de zwakke accu.

- Sluit het andere uiteinde van de rode accukabel aan op de POSITIEVE (+) accupool (B) van de opgeladen accu.

WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode accukabel het chassis niet raken. Dit leidt tot kortsluiting.
- Sluit het ene uiteinde van de zwarte accukabel aan op de NEGATIEVE (-) accupool (C) van de opgeladen accu.
- Sluit het andere uiteinde van de zwarte accukabel aan op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.
Startkabels verwijderen
Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.
- Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
- Verwijder de ZWARTE kabel van de volledig opgeladen accu.
- Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's.
Accu vervangen

WAARSCHUWING: Risico op elektrische schok en brandwonden. Draag geen metalen polsbandjes of andere metalen accessoires. Wanneer metalen voorwerpen de accupolen raken, kan dit brandwonden, elektrische schokken en kortsluiting van de accu veroorzaken.
- Stop het product.
- Klap de stoel naar voren.
- Verwijder de poolafdekking op de zwarte accukabel.
- Verwijder de schroef, de moer en de zwarte accukabel van de minpool (-) van de accu.

WAARSCHUWING: Risico op elektrische schok en brandwonden. De zwarte accukabel moet worden losgekoppeld voordat u de rode accukabel losmaakt.
-
Verwijder de poolafdekking op de rode accukabel.
-
Verwijder de schroef, de moer en de rode accukabel van de pluspool (+) van de accu.
- Verwijder de accu voorzichtig uit de machine.
- Plaats een nieuwe accu.
- Sluit de rode accukabel aan op de pluspool (+) van de accu en breng de moer en de schroef aan.

WAARSCHUWING: Risico op elektrische schok en brandwonden. De rode accukabel moet aangesloten zijn op de pluspool (+) voordat de zwarte accukabel wordt aangesloten op de minpool (-).
- Sluit de zwarte kabel aan op de minpool (-) van de accu en breng de moer en de schroef aan.
- Breng de beschermkappen op de polen aan.
Bandenspanning
Zorg ervoor dat alle 4 de banden de juiste bandenspanning hebben. Zie Technische gegevens op pagina 125.
Maaidek
Het maaidek verwijderen en monteren
- Schakel het maaidek uit en zet de motor uit.
- Zet het maaidek in de laagste stand.
- Verwijder de 2 schroeven en de linker riemkap.

- Verwijder de 2 schroeven en de rechter riemkap.

-
Beweeg de aandrijfriem van de linker riempoelie om de spanning van de aandrijfriem te verlagen.
-
Verwijder de aandrijfriem van de motorpoelie.
-
Voer de volgende stappen uit om de voorste stang los te koppelen.
a) Verwijder de klem (A) en de sluitring (B).

b) Koppel de voorste stang (C) los van de houder (D) op het maaidek.
- Voer de volgende stappen uit om de 2 achterste stangen los te koppelen. Er bevindt zich een achterste stang aan de linkerkant en een achterste stang aan de rechterkant van het product.

WAARSCHUWING: Het
maaidek is zwaar. Gebruik een koevoet of een soortgelijk gereedschap onder het maaidek om het gewicht van het maaidek te houden wanneer u de 2 achterste stangen loskoppelt.
a) Verwijder de klem (E), de sluitring (F) en de pen (G) aan de linker- en rechterzijde.

b) Zet de maaihoogtehendel in de hoogste stand.
- Voer voor het TS 112-model de volgende stappen uit om de koppelingskabel los te koppelen.
a) Koppel de koppelingskabel (H) los van de veer (I) op de riemspanner.

b) Verwijder de klem (J) en trek de koppelingskabelhouder (K) uit de houder op het maaidek.

-
Verwijder het maaidek van het product.
-
Bevestig het maaidek in omgekeerde volgorde.

OPGELET: Zorg ervoor dat de aandrijfriem correct is aangebracht en niet wordt samengedrukt wanneer u het maaidek monteert.
a) Zorg ervoor dat de houders in de juiste positie staan wanneer u het maaidek monteert. De houder aan de rechterkant (A) moet zich aan de binnenkant van de stang rechtsachter bevinden. De houder aan de linkerkant (B) moet zich aan de buitenkant van de stang linksachter bevinden.

De uitlijning van het maaidek afstellen
Maaidek afstellen in de breedte
Als de maaihoogte aan de linker- en rechterkant niet gelijk is, kan de maaihoogte worden afgesteld.
- Zorg voor de juiste bandenspanning in alle 4 banden. Raadpleeg Bandenspanning op pagina 112.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek in de hoogste stand.
- Meet de afstand (X) vanaf de onderste rand van het maaidek tot de grond aan de linker- en rechterkant. De afstand moet aan beide kanten hetzelfde zijn.

WAARSCHUWING: De bladen op het maaidek zijn scherp en kunnen letsel veroorzaken. Draag veiligheidshandschoenen.
- Draai de borgmoeren op de maaihoogte-afstellingen los.

Let op: De maaihoogte-afstellingen zitten achter het maaidek, vóór de achterwielen.
- Stel de moeren op de maaihoogte-afstellingen af tot het maaidek aan de linker- en rechterkant dezelfde maaihoogte heeft.
a) Draai de moeren linksom om het maaidek te verlagen.
b) Draai de moeren rechtsom om het maaidek te verhogen.
-
Meet de afstand opnieuw. Stel af totdat de 2 zijden gelijk zijn.
-
Haal de borgmoeren aan wanneer de afstelling in de breedte is voltooid.
-
Maai wat gras en controleer resultaat. Stel af indien nodig.
Het maaidek in de lengte afstellen
Het maaidek moet in de breedte recht zijn geplaatst voordat u het in de lengte afstelt. Raadpleeg Maaidek afstellen in de breedte op pagina 114.
- Zorg voor de juiste bandenspanning in alle 4 banden. Raadpleeg Bandenspanning op pagina 112.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek in de hoogste stand.
- Meet de afstand vanaf de onderrand van het maaidek tot de grond aan de achterkant (A) en voorkant (B). De afstand aan de voorkant moet 5-10 mm lager zijn dan aan de achterkant.

WAARSCHUWING: De bladen op het maaidek zijn scherp en kunnen letsel veroorzaken. Draag veiligheidshandschoenen.
- Als het nodig is een afstelling aan de voorkant uit te voeren, draait u de borgmoer los en draait u de moer op de voorste stang.

Let op: De voorste stang bevindt zich aan de voorkant van het product, achter de geluiddemper.
a) Draai de moer linksom om de voorkant van het maaidek te verlagen.
b) Draai de moer rechtsom om het maaidek te verhogen.
c) Haal de borgmoer aan wanneer de afstelling aan de voorkant is voltooid.
De messen inspecteren

OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.
- Verwijder het maaidek. Raadpleeg Het maaidek verwijderen en monteren op pagina 112.
- Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

- Zet het mes vast met een houten blok.

- Verwijder de moer (A), de sluitring (B) en het blad (C).
- Installeer de nieuwe bladen. Let erop dat de gebogen uiteinden van de bladen naar boven wijzen.

WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen bladen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 125.
- Haal de moer aan met 200 Nm.
De riem van het maaidek vervangen
-
Verwijder het maaidek. Raadpleeg Het maaidek verwijderen en monteren op pagina 112.
-
Verwijder het vuil en gras rondom de lagerbehuizingen, bladpoelies en de bovenkant van het maaidek.
- Verwijder de bout (A), de sluitring (B) en de geleidepoelie (C).

- Verwijder de riem van het maaidek (D) van de bladpoelies op het maaidek.
- Breng een nieuwe aandrijfriem aan in de omgekeerde volgorde van verwijderen. a) Zorg ervoor dat de riem van het maaidek zich in de juiste positie in alle riempoelies bevindt.

OPGELET: Zorg ervoor dat de riem van het maaidek correct is gemonteerd en niet verdraaid is. Zie het plaatje met het riemtraject op het maaidek.
De anti-scalp-wielen afstellen
De anti-scalp-wielen zorgen dat het maaidek in de juiste positie op de grond blijft en dat scalperen op de meeste soorten terrein wordt voorkomen. De anti-scalp-wielen zijn goed afgesteld als ze iets van de grond staan wanneer het maaidek op de gewenste maaihoogte staat.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de motor uit.
-
Zet het maaidek op de noodzakelijke maaihoogte. Raadpleeg Maaihoogte afstellen (TS 112) op pagina 104 of Maaihoogte afstellen (TS 114) op pagina 104.
-
Verwijder de moer (A), de bout (B), de sluitring (C), het anti-scalp-wiel (D) en de bus (E).

- Breng het anti-scalp-wiel, de bus, de bout, de sluitring en de moer in 1 van de 3 openingen aan.
- Stel alle anti-scalp-wielen af volgens dezelfde procedure.
Het motoroliepeil controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de motor uit.
- Open de motorkap.
- Maak de peilstok los en trek hem eruit.

- Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok weer helemaal terug en maak hem vast.
-
Maak de peilstok los, trek hem eruit en lees het oliepeil af.
-
Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan. Als het peil bijna bij de markering 'ADD' staat, moet u olie bijvullen tot de markering 'FULL'.

text_image
ADD FULL- Vul olie bij via de opening waarin de peilstok zit. Vul langzaam olie bij.
Let op: Zie Technische gegevens op pagina 125 voor de soorten motorolie die door ons worden aanbevolen. Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.
- Zet de peilstok goed vast voordat u de motor start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals.
De motorolie verversen
Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze sneller af te tappen.

WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1–2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt.

WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
- Verwijder de olieafvoerslang (A) uit de houder (B) en steek de olieafvoerslang door de opening (C).

- Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
- Verwijder de peilstok.
- Verwijder de einddop op de olieaftapkraan op de olieaftapslang en laat de motorolie in de opvangbak lopen.

- Wanneer alle olie is afgetapt, brengt u de einddop aan op de olieaftapkraan.
- Als de motor is voorzien van een oliefilter, vervangt u het oliefilter. Raadpleeg Het oliefilter vervangen (TS 114) op pagina 117.
- Vul langzaam olie bij via de opening voor de peilstok. Gebruik een olieviscositeit die geschikt is voor de temperatuurbereiken in de afbeelding. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 125.

text_image
-20°C -10°C 20°C10°C 30°C 40°C0°C SAE40 SAE30 SAE10W-40 SAE10W-30 SAE5W-20 -4°F -14°F 68°F50°F 86°F 104°F32°F
OPGELET: Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.
- Breng de peilstok aan.
- Voer de gebruikte motorolie af.
Het oliefilter vervangen (TS 114)

WAARSCHUWING: Draag veiligheidshandschoenen. Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
- Tap de motorolie af. Raadpleeg De motorolie verversen op pagina 116.
- Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.
- Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter in met een beetje verse motorolie.
- Draai het oliefilter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
- Vul de motor met verse motorolie. Raadpleeg De motorolie verversen op pagina 116.
- Start de motor en laat deze gedurende drie minuten stationair draaien.
- Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op lekkage.
- Vul motorolie bij om de hoeveelheid die het nieuwe oliefilter opneemt te compenseren.
Probleemoplossing
| Probleem Oorzaak Actie | ||
| De motor start niet. Geen brandstof in | de brandstoftank. Vul de brandstoftank. | |
| De gashendel staat niet in de juiste stand. | Raadpleeg de startinstructies. | |
| De bougie is defect. Vervang de bougie. | ||
| Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang | het luchtfilter. | |
| Het brandstofffilter is verstopt. Vervang | het brandstofffilter. | |
| Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof-tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstofffilter. | ||
| De draden zitten los of zijn beschadigd. | Controleer alle draden. | |
| De motorkleppen zijn niet correct af-gesteld. | Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | |
| De motor is 'verzopen'. Wacht 2-3 minuten voordat u de motor opnieuw probeert te starten. | ||
| Er zit verkeerde brandstof in de brandstoftank. | Vervang de brandstof in de brand-stoftank. | |
| De startmotor laat de motor niet aan-slaan. | De accu is te zwak. Laad de accu op. | |
| De bladinschakelingsregeling is ingeschakeld. | Schakel de bladinschakelingsregeling uit. | |
| Het rempedaal is niet volledig inge-trapt. | Trap het rempedaal volledig in wan-neer u de motor start. | |
| Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. | Controleer de accu-aansluitingen. | |
| De hoofdzekering is defect. Vervang de hoofdzekering. | ||
| Het contactslot is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | ||
| De veiligheidsconnector voor het rempedaal is defect. | Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | |
| De startmotor of de solenoïde is defect. | Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | |
| De dodemansregeling (OPC) is defect. | Controleer alle draden, schakelaars en aansluitingen. Indien dit niet cor-rect is, neemt u contact op met een erkende servicewerkplaats. Gebruik het product niet als de dodemansregeling defect is. | |
| De motor loopt niet gelijkmatig. De bougie is defect. Vervang de bougie. | ||
| De carburateur is niet correct afge-steld. | ||
| Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. | ||
| De terugslagklep op de brandstof-tankdop is defect. | ||
| De brandstoftank is bijna leeg. Vul de brandstoftank met brandstof. | ||
| Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof-tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstoffilter. | ||
| De gashendel staat in de chokestand en de motor is warm. | ||
| Het brandstofmengsel of het brand-stoftype is onjuist. | ||
| Het brandstofffilter is verstopt Vervang het brandstofffilter. | ||
| De bougie is defect. Vervang de bougie. | ||
| Vuil in de carburateur of brandstoflei-ding. | ||
| De motor wordt te heet. De motor is overbelast. Verlaag de werklast. | ||
| De luchtinlaat of de koelribben op de motor zijn geblokkeerd. | ||
| De koelventilator is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | ||
| Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil. Vul indien nodig motorolie bij. | ||
| Het contactslot is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | ||
| De bougie is defect. Vervang de bougie. | ||
| Probleem Oorzaak Actie | |||
| De machine verliest vermogen. Het product wordt gebruikt met een te hoog toerental vooruit of achteruit bij het maaien van gras. | Gebruik een lager toerental. | ||
| De gashendel staat in de choke-stand. | Duw de gashendel naar de stand voor volgas. | ||
| Er is ophoping van gras, bladeren of ongewenst materiaal onder het maai-dek. | Reinig het maaidek. | ||
| Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang | het luchtfilter. | ||
| Het motoroliepeil is te laag. Controleer | het motoroliepeil. Vul in-dien nodig motorolie bij. | ||
| De motorolie is vervuild. Ververs de motorolie. | motorolie. | ||
| De bougie is defect. Vervang de bougie. | het brandstofffilter. | ||
| Het brandstofffilter is vervuild. Vervang | het brandstofffilter. | ||
| Er zit verkeerde brandstof in de brandstoftank. | Vervang de brandstof in de brand-stoftank. | ||
| Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof-tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstofffilter. | |||
| De bougiekap zit los. Sluit de bougiekap aan en zet hem vast. | |||
| De luchtinlaat of de koelribben op de motor zijn geblokkeerd. | Reinig de luchtinlaat en de koelrib-ben van de motor. | ||
| De demper is verstopt of beschadigd. | Reinig of vervang de demper. | ||
| Er is sprake van losse of beschadig-de draden. | Controleer alle draden. | ||
| De motorkleppen zijn niet correct af-gesteld. | Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | ||
| Het product trilt. De messen zitten los. | Haal de bouten op de bladen aan. | ||
| Eén of meer bladen zijn beschadigd of niet goed uitgebalanceerd. | Balanceer de bladen of vervang de bladen. | ||
| De motor zit los. Draai de motorbouten vast. | |||
| De accu laadt niet. De hoofdzekering is defect. Vervang de hoofdzekering. | |||
| De accu is defect. | Vervang de accu. | ||
| De laadkabel is losgekoppeld. | Sluit de laadkabel aan. | ||
| Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. | Controleer de accu-aansluitingen. | ||
| De motor werkt wanneer de gebruiker opstaat van de stoel en het maai-dek is ingeschakeld. De dodemansregeling (OPC) is defect. | Controleer alle draden, schakelaars en aansluitingen. Indien dit niet correct is, neemt u contact op met een erkende servicewerkplaats. Gebruik het product niet als de dodemansregeling defect is. | ||
| De bladen kunnen niet ronddraaien. Het koppelingsmechanisme is ge-blokkeerd. | Verwijder de blokkade. | ||
| De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. | |||
| Een geleidepoelie draait niet. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | |||
| Een bladpoelie draait niet. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | |||
| Defecte grasuitworp. Het motortoerental is te laag. Duw de gashendel naar de stand voor volgas. | |||
| Het product wordt bediend met een te hoog toerental voor voor- of achteruit. | |||
| Het gras is nat. Zorg ervoor dat het gras droog is voordat u gaat maaien. | |||
| Het maaidek is niet parallel. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Raadpleeg De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 114. | |||
| De bandenspanning is onjuist. Controleer de bandenspanning. Pas de bandenspanning indien nodig aan. | |||
| De bladen zijn versleten, beschadigd of zitten los. | |||
| Ophoping van gras of vuil onder het maaidek. | |||
| De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. | |||
| De bladen zijn onjuist gemonteerd. Monteer de bladen met de scherpe rand naar beneden. | |||
| Verkeerde bladen gebruikt. Vervang de bladen door de juiste bla-den volgens de onderdelenlijst. | |||
| Verstopte luchtgaten in het maaidek door ophoping van gras of vuil rond de bladpoelies. | |||
| De koplamp werkt niet. De koplampschakelaar staat in de stand Off. | Zet de koplampschakelaar in de stand On. | ||
| Het product beweegt langzaam, on-regelmatig of helemaal niet. | Het aandrijfsysteem is uitgeschakeld. | Schakel het aandrijfsysteem in.Raadpleeg In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina 103. | |
| De parkeerrem is ingeschakeld. Ontgrendel de parkeerrem. | |||
| De aandrijfriem zit los of is beschadigd. | Vervang de aandrijfriem. | ||
| Er zit ongewenst materiaal op de stuurplaat (indien de stuurplaat is aangebracht). | Reinig het product. | ||
| Het maairesultaat is onvoldoende. De bladen zijn bot of beschadigd. Slijp of vervang de bladen. | |||
Vervoer, opslag en verwerking
Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg.
- Zet het maaidek in de hoogste stand om het gemakkelijker te maken het product op een aanhanger te laden.
Het product veilig vastzetten voor transport

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Raadpleeg Veiligheid op pagina 93.

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte.
Uitrusting: 2 goedgekeurde banden en 4 wielblokken.
- Plaats het product in het midden van de laadruimte.

OPGELET: Laat bij transport in transportvoertuigen met een kap het product afkoelen voordat u het product onder de kap plaatst.
- Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de verticale kracht op de trekhaak correct is.

- Schakel de parkeerrem in.
- Verwijder alle losse voorwerpen.
- Bevestig de eerste sjorband aan de trekhaak.

- Maak de sjorband naar achteren vast om het product vast te zetten op het laadruimte.
- Bevestig de tweede sjorband rond de vooras.

- Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
-
Haal de sjorband aan in de richting van de voorkant van de laadruimte om het product vast te zetten op de laadruimte.
-
Plaats de blokken vóór en achter de achterwielen.

Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor.
Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt.

WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen.

WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 107. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
OPGELET: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
- Sluit de brandstofafsluitklep.
- Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte, en dek het product af met een hoes voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer.
Afvoeren
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
Technische gegevens
Technische gegevens
| TS 112 TS 114 | ||
| Afmetingen | ||
| Breedte, excl. maaidek, mm 916 916 | ||
| Breedte, incl. maaidek, mm 1185 1185 | ||
| Hoogte, mm 1100 1100 | ||
| Lengte, mm 1680 1680 | ||
| Gewicht, incl. maaidek, met lege tank, kg 182 184 | ||
| Wielbasis, mm 1152 1152 | ||
| Spoorbreedte, voor, mm 730 730 | ||
| Spoorbreedte, achter, mm 700 700 | ||
| Bandenspanning, voor, kPa/bar/PSI 150/1.5/21,76 150/1.5/21,76 | ||
| Bandenspanning, achter, kPa/bar/PSI 100/1/14,5 100/1/14,5 | ||
| Voorbanden 15x6-6 15x6-6 | ||
| Achterbanden | 18x8.5-8 | 18x8.5-8 |
| Max. helling, graden ° | 10 | 10 |
| Max. ongeremde apparatuur gewicht, bij 10° graden, kg | 100 100 | |
| Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak, N/kg | 250/25 250/25 | |
| Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak, N/kg | 250/25 250/25 | |
| Motor | ||
| Merk / model | Husqvarna / HS 413AE | Husqvarna / HS 452AE |
| Nominaal motorvermogen, kW9 | 8,0 | 9,0 |
| Cilinderinhoud, cm3 | 413 452 | |
| Max. motortoerental, omw/min | 2800 2800 | |
| Max. snelheid vooruit, km/h | 9 | 9 |
| Max. snelheid achteruit, km/h | 5 | 5 |
| Brandstof, loodvrij, maximaal ethanol-/minimaal octaan-getal | E10/92 | E10/92 |
| Inhoud brandstoftank, liter | 6 | 6 |
| Olie Klasse SF, SH or | SJ SAE40, SAE30, SAE10W-30, SAE10W-40 of SAE5W-20 | Klasse SF, SH or SJ SAE40, SAE30, SAE10W-30, SAE10W-40 of SAE5W-20 |
| Olievolume incl. oliefilter, liter N.v.t. 1,2 | ||
| Olievolume incl. oliefilter, liter 1,15 1,15 | ||
| Startmotor Elektrische start, 12 V Elektrische start, 12 V | ||
| Transmissie | ||
| Merk / model Hydro-Gear, T2 Hydro-Gear, T2 | ||
| Inhoud olietank, liters 2 2 | ||
| Elektrisch systeem | ||
| Type 12V, negatief geaard 12V, negatief geaard | ||
| Accu 12 V, 20 Ah 12 V, 20 Ah | ||
| Bougie HQT-9 HQT-9 | ||
| Elektrodenafstand, mm/inch | 0,6–0,8/0,024–0,032 | 0,6–0,8/0,024–0,032 |
| Lamptype | 12 V, 18 W | 12 V, 18 W |
| Maaidek | ||
| Maaibreedte, mm | 950 | 950 |
| Maaihoogte, 6 standen, mm | 25–100 | 25–100 |
| Geluidsemissies 10 | ||
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) | 96 | 98 |
| Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) | 100 | 100 |
| Geluidsniveaus 11 | ||
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) | 84 | 86 |
| Trillingsniveau 12 | ||
| Trillingsniveau in stuurwiel, m/s2 | 4,9 | 5,6 |
| Trillingsniveau in stoel, m/s2 | 1,6 | 2,0 |
| Bladen | ||
| Bladlengte, mm | 483 | 483 |
| Artikelnummer | 537 67 44-10 | 537 67 44-10 |
| Controlepunten | |
| Uitlijning van maaidek met maaihoogte in stand 1 5–10 mm / 0,197–0,394 inch | |
| Controle van maaihoogte in stand 1 25 ± 2 mm / 0,98 ± 0,079 inch |
Service
Service
Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen.
Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer.
Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, tel. +46 36 146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Zitmaaier | |
| Merk Husqvarna | |
| Type / model TS 112, TS 114 | |
| Identificatie Serienummer vanaf 2023 en verder | |
voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlijn/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "betreffende machines" | |
| 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" | |
| 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" | |
| 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur" |
en dat de volgende normen en/of technische specificaties zijn toegepast; EN ISO 5395-1:2013/A1:2018, EN ISO 5395-3:2013/A1:2017/A2:2018, EN ISO 14982:2009, EN IEC 63000:2018.
Aangemelde instantie: 0197, TÜV Rheinland LGA Products GmbH, Tillystraße 2, 90431 Nürnberg, Deutschland is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI.
Voor meer informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 125. Huskvarna, 30.01.2023
$$ \Delta \cdot J _ {m} $$
Verantwoordelijk voor technische documentatie

VSEBINA
Originele instructies
Izvirna navodila