TS 114 - Tractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 114 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 114 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 114 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 114 HUSQVARNA
- Huskvarna 30.01.2023 Claes Losdal, Directeur du développement/Articles de jardinage, Husqvarna AB Responsable de la documentation technique 1825 - 003 - 08.02.2023 87Inhoud Inleiding p. 88
- Veiligheid p. 93
- Montage p. 99
- Werking p. 101
- Onderhoud p. 105
- Probleemoplossing p. 118
- Vervoer, opslag en verwerking p. 123
- Technische gegevens p. 125
- Service p. 127
- Verklaring van overeenstemming Inleiding Afleveringsinspectie en productnummers Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument. Contactinformatie servicewerk- plaats: Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: p. 128
Motor: Transmissie: Productbeschrijving Dit is een zitmaaier waarbij het maaidek is aangebracht tussen de voor- en achteras. Hij is uitgerust met een viertaktbenzinemotor. Gebruik Deze machine mag alleen worden gebruikt voor het maaien van gras in privétuinen en op privéhellingen van maximaal 10°. De machine mag niet worden gebruikt in openbare parken, op sportvelden, in de landbouw of in de bosbouw. Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Gebruik het product uitsluitend met accessoires die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats voor meer informatie. Ieder ander gebruik van de machine is onjuist gebruik. Hierdoor komt uw garantie te vervallen en is de fabrikant niet verantwoordelijk voor schade aan de gebruiker of derden. Zie de plaatselijke richtlijnen voor het gebruik van gazonmaaiers. Verzeker uw product Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af 88 1825 - 003 - 08.02.2023te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid. Productoverzicht Productoverzicht (TS 112)
2. Pedaal voor vooruitrijden
3. Pedaal voor achteruitrijden
12. Hendel voor het in- en uitschakelen van de
aandrijving 1825 - 003 - 08.02.2023 89Productoverzicht (TS 114)
1. Lichtschakelaar2. Pedaal voor vooruitrijden3. Pedaal voor achteruitrijden4. Ontstekingsvergrendeling5. PTO-knop6. Parkeerremvergrendeling7. Uitworp8. Maaihoogtehendel9. Urenteller10. Parkeerrempedaal11. Gashendel12. Hendel voor het in- en uitschakelen van deaandrijving Husqvarna Connect De bedieningshandleiding en meer informatie over hetproduct zijn beschikbaar in de Husqvarna Connect-app.Husqvarna Connect is een gratis app voor uw mobieleapparaat. Zie Husqvarna Connect gebruiken op pagina
Dodemansregeling (OPC) De dodemansregeling wordt ingeschakeld wanneer degebruiker opstaat van de stoel. De motor en deaandrijving van de messen stoppen als de messen zijningeschakeld of de parkeerrem niet is geactiveerd. Zie Bedrijfsomstandigheden op pagina 96
Werklampen Het product heeft een werklamp. Druk op de schakelaarom de werklamp in (A) of uit (B) te schakelen.
90 1825 - 003 - 08.02.2023Symbolen op het product WAARSCHUWING: Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken. Snel Langzaam Schakel het aandrijfsysteem in. Schakel het aandrijfsysteem uit. Motor uit Motor aan Motor starten Parkeerrempedaal Maaihoogte Reverse Operation System (ROS) Achteruit Vooruit Werklampen aan/uit Brandstof Max. ethanol 10% Motorolie Gehoorbescherming wordt aanbevolen. De messen zijn uitgeschakeld. De messen zijn ingeschakeld. Houd lichaamsdelen uit de buurt van draaiende delen. 1825 - 003 - 08.02.2023 91Houd lichaamsdelen uit de buurt van draaiende bladen. Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Maai geen gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Kantelgevaar Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden. Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting. Houd omstanders uit de buurt. Geen opstapje Koppel de bougiekap los voordat u onderhoud aan het product uitvoert. MAX. XXXN / (XXkg) Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak wordt gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 125
op het label. MAX. XXXN / (XXkg) Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak wordt gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 125
op het label. Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 125 en op het label. Scanbare code Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende VK- regelgeving. De parkeerrem inschake- len en uitschakelen. Let op: Andere symbolen/plaatjes op het product hebben betrekking op marktspecifieke wettelijke vereisten. Label op het product GEVAAR - Houd handen en voeten uit de buurt. Urenteller De urenteller toont hoeveel uur de motor in bedrijf is geweest. Raadpleeg Productoverzicht op pagina 89 voor de locatie van de urenteller.
1825 - 003 - 08.02.2023Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert. WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk. WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Verwijder gemorste brandstof of olie op het product voordat u het product gebruikt en voordat u het product opbergt.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van draaiende delen.
- Plaats uw handen of voeten niet onder het product.
- Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
- Zorg ervoor dat het afgevoerde materiaal geen andere personen of dieren raakt. 1825 - 003 - 08.02.2023 93• Zorg ervoor dat het afgevoerde materiaal geen muren of andere harde oppervlakken raakt. Afgevoerde materialen kunnen afketsen.
- Stop de bladen altijd wanneer u het product op grindoppervlakken gebruikt.
- Gebruik het maaidek niet als de uitworptrechter of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn.
- Stop de bladen altijd wanneer u niet maait.
- Zorg ervoor dat gras of andere ongewenste materialen niet in aanraking kunnen komen met de hete uitlaat of hete delen van de motor.
- Gebruik het maaidek niet voor het maaien van bladeren of ander ongewenst materiaal dat ophoping kan veroorzaken.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.
- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.
- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Wees voorzichtig wanneer u het product op een aanhanger of vrachtwagen plaatst en wanneer u het product van een aanhanger of vrachtwagen verwijdert.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld.
- Zet de motor uit en controleer of alle onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u het product reinigt of er onderhoud aan uitvoert.
- Stop de motor en controleer of alle onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de grasopvangbak verwijdert of de verstopping in de uitworptrechter verwijdert.
- Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst. Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen.
1825 - 003 - 08.02.2023Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat. Persoonlijke beschermingsmiddelen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Draag altijd veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product niet met blote voeten.
- Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO/doos en brandblusser binnen handbereik. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn. Het contactslot controleren
- Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van het contactslot. Raadpleeg De motor starten op pagina 102
Motor uitschakelen op pagina 105
1825 - 003 - 08.02.2023 95• Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar de startstand draait.
- Verifieer of de motor onmiddellijk wordt uitgeschakeld wanneer u de contactsleutel naar de stopstand (O) draait. Het Reverse Operating System (ROS) controleren Als het Reverse Operation System (ROS) niet goed werkt, moet u contact opnemen met een erkende servicewerkplaats.
1. Start het product. Raadpleeg
2. Schakel het maaidek in. Raadpleeg
Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina
Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
3. Druk met de contactsleutel in de ingeschakelde
stand (A) het pedaal voor achteruitrijden naar beneden. De motor moet stoppen wanneer u het pedaal voor achteruitrijden indrukt. A B
4. Start het product en schakel het maaidek opnieuw
5. Draai de contactschakelaar met ROS geactiveerd
6. Druk met de contactsleutel in de ingeschakelde
ROS-stand het pedaal voor achteruitrijden naar beneden. De motor mag niet stoppen wanneer u het pedaal voor achteruitrijden indrukt. Bedrijfsomstandigheden Er moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan om de motor te starten:
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
- Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden staan in de neutrale stand. De motor moet worden uitgeschakeld in de volgende situaties:
- De parkeerrem is niet geactiveerd en de bestuurder staat op van de stoel.
- Het maaidek is ingeschakeld en de bestuurder staat op van de stoel.
- Het maaidek is ingeschakeld en het pedaal voor achteruitrijden wordt ingedrukt, maar de ROS is uitgeschakeld. De aandrijving van de messen moet in deze situaties stoppen:
- De parkeerrem is ingeschakeld en de bestuurder staat op van de stoel.
- De bladinschakelingsregeling is in de uitgeschakelde stand gezet (alleen van toepassing op het TS 112- model).
- De PTO-knop is ingedrukt (alleen van toepassing op het TS 114-model). Probeer de motor te starten terwijl niet is voldaan aan een van deze voorwaarden. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw. Voer deze controle dagelijks uit. Het pedaal voor vooruit rijden en het pedaal voor achteruit rijden controleren
1. Start het product. Raadpleeg
2. Zorg dat de pedaal voor vooruit rijden en de pedaal
voor achteruit rijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
3. Druk het pedaal voor vooruitrijden langzaam in om
4. Laat het pedaal voor vooruit rijden los om de
machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat. Let op: Het product heeft een automatische rem die wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat.
5. Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor
6. Controleer of het product niet gaat rijden als de
1825 - 003 - 08.02.2023Parkeerrem WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig. Zie De parkeerrem controleren op pagina 109
Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Geluiddemper controleren
- Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. Beschermkappen Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen. Gras maaien op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°. >10°
- Start of stop niet op een helling.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.
- Maai op een helling geen nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
- Volg de aanbevelingen van de fabrikant voor wielverzwaarders of contragewichten. De machine veilig als trekker gebruiken
- Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
- Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen. 1825 - 003 - 08.02.2023 97• Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane trekgewicht. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 125
- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
- Wees voorzichtig wanneer u apparatuur op hellingen of over ruig terrein trekt.
- Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
- Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
- Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur. Transportveiligheid
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Het product veilig vastzetten voor transport op pagina 123
Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoeren op pagina
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd. 98 1825 - 003 - 08.02.2023• De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen. WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 105
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
- Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 125 voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. Montage Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert. Montageoverzicht Het stuurwiel monteren Raadpleeg Montageoverzicht op pagina 99 voor de juiste bevestigingen voor deze taak. 1825 - 003 - 08.02.2023 991. Breng de stuurkolomafdekking aan. Destuurkolomafdekking is met klikvergrendelingenbevestigd. Druk de stuurkolomafdekking omlaag totdeze op zijn plaats vastklikt.2. Zet het stuurwiel (A) op de stuurkolom. De pennenop de stuurkolom moeten in de sleuven in hetstuurwiel vallen.
3. Monteer de sluitring (B) en de bout (A). Draai debout vast met 24 Nm.4. Monteer de middenkap (I) op het stuurwiel. Demiddenkap wordt bevestigd met klikvergrendelingen. De knop op de gashendel monteren Raadpleeg Montageoverzicht op pagina 99 voor dejuiste bevestigingen voor deze taak.1. Plaats de knop (A) op de gashendel.
De stoel installeren Raadpleeg Montageoverzicht op pagina 99 voor dejuiste bevestigingen voor deze taak.1. Houd de stoel op zijn plaats en monteer de 2schroeven (A) en de 2 moeren (B).
2. Controleer de dodemanshandgreep. Raadpleeg
Bedrijfsomstandigheden op pagina 96
WAARSCHUWING: Gebruik hetproduct niet als de dodemanshandgreepdefect is. De stoel afstellen
1. Klap de stoel naar voren.
1825 - 003 - 08.02.20232. Draai de 2 snelknoppen los.
3. Verplaats de stoel totdat deze in een positie staat
waarin u de pedalen helemaal kunt intrappen.
4. Draai de 2 snelknoppen volledig vast.
De trekhaak monteren Raadpleeg Montageoverzicht op pagina 99 voor de juiste bevestigingen voor deze taak.
- Monteer de trekhaak met de 2 schroeven. De accu aansluiten WAARSCHUWING: Risico van elektrische schok. Controleer of de contactschakelaar in de stand OFF staat en dat de contactsleutel is verwijderd. De accu bevindt zich onder de stoel.
1. Klap de stoel naar voren.
2. Zorg ervoor dat de rode kabel is aangesloten op de
4. Sluit de zwarte kabel aan op de minpool (-) van de
accu en breng de moer en de schroef aan.
5. Monteer de poolafdekking op de minpool (-) van de
accu. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het product gebruikt. Husqvarna Connect gebruiken
3. Volg de instructies in de Husqvarna Connect-app
om verbinding te maken met het product en dit te registreren. Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij, zie Brandstofveiligheid op pagina 98
WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning. OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade. De motor gebruikt benzine met een minimum octaangetal van RON 91 (87 AKI), niet vermengd met olie. Wij adviseren biologisch afbreekbare 1825 - 003 - 08.02.2023 101alkylaatbenzine te gebruiken. Gebruik geen benzine die meer dan 10% ethanol bevat.
- Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
- Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 2,5 cm ruimte overblijft. Voordat u het product inschakelt WAARSCHUWING: Voordat u het product gebruikt, moet u de veiligheids- en bedieningsinstructies zorgvuldig lezen en begrijpen.
1. Controleer het motoroliepeil. Raadpleeg
Het motoroliepeil controleren op pagina 116
2. Vul de brandstoftank met brandstof. Raadpleeg
Brandstof bijvullen op pagina 101
De brandstofafsluitklep is open wanneer het lipje in de richting van de brandstofslang staat.
4. Zorg dat het aandrijfsysteem ingeschakeld
is. Raadpleeg In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina 103
5. Zet het maaidek in de hoogste stand. Raadpleeg
Maaihoogte afstellen (TS 112) op pagina 104
Maaihoogte afstellen (TS 114) op pagina 104
1. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Raadpleeg
Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
2. Zet de stoel in de werkstand.
3. Schakel de parkeerrem in. Raadpleeg
parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina
4. Duw de gashendel naar de stand voor halfgas (A).
5. Draai de contactsleutel naar de startstand. Laat de
contactsleutel onmiddellijk los wanneer de motor start. De contactsleutel gaat automatisch terug naar de stand ON (I) wanneer u deze loslaat. OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
6. Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas
voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.
7. Duw de gashendel naar de stand voor volgas (B).
A B OPGELET: Het inschakelen van het maaidek terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Schakel het maaidek in 102 1825 - 003 - 08.02.2023voordat u de gashendel in de stand voor volgas zet. In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor dient u het aandrijfsysteem uit te schakelen. OPGELET: Zorg ervoor dat u de hendel helemaal uittrekt of induwt. Gebruik geen tussenliggende standen. De hendel voor het in- of uitschakelen van het aandrijfsysteem bevindt zich achter het rechter achterwiel.
- Duw de hendel helemaal in om het aandrijfsysteem in te schakelen.
- Trek de hendel helemaal uit om het aandrijfsysteem uit te schakelen. De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
- Voer de volgende stappen uit om de parkeerrem in te schakelen. a) Druk het parkeerrempedaal (A) volledig in en trek de parkeerremvergrendeling (B) omhoog.
b) Laat het parkeerremhendelpedaal los.
- Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het parkeerrempedaal in en laat u het los. Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen WAARSCHUWING: Gebruik het maaidek alleen als er een deflector op de grasuitworp is gemonteerd.
- Zet de bladinschakelingsregeling in de ingeschakelde stand (A) om het maaidek in te schakelen. A B
- Zet de bladinschakelingsregeling in de uitgeschakelde stand (B) om het maaidek uit te schakelen. Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen WAARSCHUWING: Gebruik het maaidek alleen als er een deflector op de grasuitworp is gemonteerd.
- Trek de PTO-knop uit om het maaidek in te schakelen.
- Druk de PTO-knop in om het maaidek uit te schakelen. 1825 - 003 - 08.02.2023 103Maaihoogte afstellen (TS 112)
- Trek de maaihoogtehendel in de richting van de stoel en plaats deze in 1 van de inkepingen voor de juiste maaihoogte. Maaihoogte afstellen (TS 114)
- Trek de maaihoogtehendel in de richting van de stoel en plaats deze in 1 van de inkepingen voor de juiste maaihoogte. Het product gebruiken
1. Start de motor. Raadpleeg
2. Ontgrendel de parkeerrem. Raadpleeg
parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina
3. Trap voorzichtig het pedaal voor vooruitrijden (A) of
het pedaal voor achteruitrijden (B) in. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt.
Let op: De pedalen voor vooruit- en achteruitrijden keren terug naar de neutrale positie wanneer ze worden losgelaten.
4. Laat de pedalen los om te remmen.
5. Selecteer de juiste maaihoogte. Raadpleeg
Maaihoogte afstellen (TS 112) op pagina 104
Maaihoogte afstellen (TS 114) op pagina 104
6. Schakel het maaidek in. Raadpleeg
Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina
Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
Het achteruitrijsysteem (ROS) gebruiken Let op: Als u probeert achteruit te rijden met het product terwijl het maaidek is ingeschakeld, stopt de motor onmiddellijk. Schakel het ROS in om achteruit te rijden met het product wanneer het maaidek is ingeschakeld. WAARSCHUWING: Kijk voordat en terwijl u met het product achteruit rijdt naar beneden en achter het product voor de veiligheid van anderen. 104 1825 - 003 - 08.02.20231. Draai de contactsleutel linksom naar de stand ROS om het ROS in te schakelen.
2. Trap het pedaal voor achteruitrijden langzaam in om
te beginnen met rijden.
3. Draai de contactsleutel rechtsom naar de stand
motor ON (I) om het ROS uit te schakelen. Motor uitschakelen
1. Ontkoppel het maaidek. Raadpleeg
112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
2. Draai de contactsleutel naar de stand OFF (O).
3. Schakel de parkeerrem in zodra het product
stopt. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 103
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 105
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
- Gebruik geen bandkettingen wanneer u het maaidek aan het product bevestigt.
- Zorg ervoor dat het maaidek waterpas is. Zie
uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 114
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk als het gras hoog is.
- Rijd het product met lage snelheid vooruit als het gras hoog en dik is.
- Gebruik volgas bij het grasmaaien.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Gebruik de linkerkant van het maaidek wanneer u in de buurt van bomen, struiken of paden maait. Het blad snijdt ongeveer 15 mm naar de binnenzijde vanaf de zijkant van het maaidek.
- Wanneer u grote gebieden maait, verplaatst u het product naar rechts tijdens 1 of 2 rondes om het werkgebied. Hierdoor houdt u het uitgeworpen gras uit de buurt van struiken, hekken en opritten. Maai na ongeveer 2 omwentelingen rond het werkgebied in de tegenovergestelde richting.
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Onderhoudsschema X = De instructies zijn opgenomen in deze gebruikershandleiding. O = De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. Laat onderhoud aan de machine uitvoeren door een erkende servicewerkplaats. 1825 - 003 - 08.02.2023 105Onderhoudsschema Voor elk ge- bruik/wekelijks Om de 50 uur of jaarlijks Algemeen Reinig de accu en de klemmen. O Controleer het accuniveau. Laad de accu indien no- dig op.
Controleer alle riemen en poelies op slijtage en be- schadiging. Vervang versleten of beschadigde on- derdelen.
Reinig de motor en de transmissie. X X Controleer alle draden op beschadiging. O Smeer het product. Zie het smeeroverzicht. X Controleer of alle bevestigingen correct aangehaald zijn.
Zorg voor de juiste bandenspanning in alle banden. X X Motor Controleer de brandstofslang op slijtage en bescha- diging. Vervang de brandstofleiding indien nodig.
Vervang het brandstoffilter. X Maak het luchtfilter schoon. X Vervang het luchtfilter. X Controleer de geluiddemper en het hitteschild. X X Controleer het motoroliepeil. Vul indien nodig mo- torolie bij.
Ververs de motorolie. X Vervang het motoroliefilter. X Vervang de bougie. X Controleer het motortoerental. Stel zo nodig het motortoerental af.
106 1825 - 003 - 08.02.2023Onderhoudsschema Voor elk ge- bruik/wekelijks Om de 50 uur of jaarlijks Transmissie, be- dieningselementen en aandrijfsysteem Controleer de koelventilator van de transmissie. X X Verwijder de wielen en smeer de assen. O Controleer of het product niet gaat rijden als de pedalen in de neutrale positie staan.
Controleer vooruit- en achteruitrijden op verschillen- de snelheden.
Controleer de schakelaar voor de bladinschakel- ingsregeling.
Controleer de schakelaar voor de maaihoogtehen- del.
Controleer de schakelaars voor het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden.
Controleer de parkeerrem. X Controleer de dodemansregeling (OPC). X Snijuitrusting Reinig het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maaidek.
Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. Stel het maaidek zo nodig af.
Controleer de riem van het maaidek op slijtage en beschadiging.
Controleer de bladremmen (indien uitgerust). O Controleer de grasopvangbak en de schakelaars voor de grasopvangbak (alleen TC-modellen).
A. Algemene smering. Smeer de spilaansluiting en de tanden van het sectortandwiel en de stuurkolom. B. Motorsmering. Raadpleeg Het motoroliepeil controleren op pagina 116
Product reinigen OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden. Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
- Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van 1825 - 003 - 08.02.2023 107en rondom de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
- Reinig de bovenkant van het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maaidek. Het maaidek reinigen, zie Het maaidek reinigen op pagina 108
- Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
- Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
- Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen. De motor en de uitlaatdemper reinigen Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel. Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is. Het maaidek reinigen WAARSCHUWING: Gebruik het product niet als de reinigingspoort van het dek defect is of ontbreekt. Er bestaat gevaar voor wegslingerende objecten. Vervang een defecte of ontbrekende reinigingspoort van het dek onmiddellijk.
1. Parkeer het product in een schoon gebied op uw
gazon dat zich in de buurt van een waterpunt met een tuinslang bevindt. OPGELET: Positioneer de uitworp of het product niet in de richting van gebouwen of voertuigen.
2. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Raadpleeg
Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
3. Stop de motor. Raadpleeg
Motor uitschakelen op pagina 105
4. Schakel de parkeerrem in. Raadpleeg
parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina
5. Sluit een tuinslang (A) aan op de reinigingspoort (B)
van het dek en start de watertoevoer.
6. Ga op de stoel zitten en start de motor. Raadpleeg
OPGELET: Controleer het gebied opnieuw om er zeker van te zijn dat het vrij is voordat u de motor start.
7. Schakel het maaidek in en laat het werken op
volgas totdat het maaidek schoon is. Raadpleeg Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
8. Schakel het maaidek uit en zet de motor uit. Zie
Het maaidek (TS 112) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
Het maaidek (TS 114) inschakelen en ontkoppelen op pagina 103
Motor uitschakelen op pagina 105
9. Stop de watertoevoer en koppel de tuinslang los van
de reinigingspoort van het dek.
10. Zet de machine op een droog gedeelte.
11. Ga op de stoel zitten en start de motor. Raadpleeg
12. Schakel het maaidek in en laat het werken totdat het
maaidek droog is. Luchtinlaat van motor reinigen WAARSCHUWING: Stop de motor. De luchtinlaat heeft draaiende onderdelen die letsel aan uw vingers kunnen veroorzaken. 108 1825 - 003 - 08.02.2023• Open de motorkap. Controleer of de luchtinlaat op de motor niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een borstel. De koelventilator op de transmissie reinigen WAARSCHUWING: Stop de motor. De koelventilaltor draait en kan letsel aan uw vingers veroorzaken.
1. Reinig de koelventilator met perslucht door de
opening in het chassis boven het linker achterwiel. De motorkap verwijderen en aanbrengen
om deze van het product te verwijderen.
4. Monteer de motorkap in omgekeerde volgorde van
verwijderen. Het lampje van de koplamp vervangen
1. Open de motorkap.
2. Draai de lamphouder iets naar links en trek deze uit
5. Draai de lamphouder iets naar rechts om hem te
1. Parkeer het product op een harde ondergrond die
afloopt. Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
2. Schakel de parkeerrem in. Raadpleeg
parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina
3. Als het product begint te bewegen, moet u de
parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.
4. Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de
parkeerrem uit te schakelen. Het brandstoffilter vervangen
1. Open de motorkap om bij het brandstoffilter te
lekkage te voorkomen.
4. Gebruik een platte tang om de slangklemmen van
het brandstoffilter te verwijderen. 1825 - 003 - 08.02.2023 1095. Trek aan de slangeinden om het brandstoffilter te verwijderen. Er kan een kleine hoeveelheid brandstof weglekken.
6. Druk het nieuwe brandstoffilter in de uiteinden van
de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstoffilter om de aansluiting te vergemakkelijken.
7. Duw de slangklemmen tegen het brandstoffilter.
Het luchtfilter reinigen en vervangen
1. Open de motorkap.
2. Maak de knoppen los waarmee het luchtfilterdeksel
vastzit en verwijder het deksel.
3. Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.
4. Voer de volgende stappen uit om het
schuimluchtfilter te reinigen. a) Verwijder het schuimluchtfilter van het luchtfilterpatroon. b) Reinig het schuimlucht met een zwak reinigingsmiddel. c) Laat het schuimluchtfilter volledig drogen. d) Breng het schuimluchtfilter aan om het luchtfilterpatroon.
5. Voer de volgende stappen uit om het papieren
luchtfilter te reinigen. a) Tik het papieren luchtfilter tegen een hard oppervlak. b) Blaas met perslucht vanaf de binnenkant van het papieren luchtfilter. OPGELET: Als het papieren luchtfilter niet schoon wordt, moet het papieren luchtfilter worden vervangen.
6. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Een bougie controleren en vervangen
3. Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
4. Controleer de bougie. Vervang de bougie als
de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.
1825 - 003 - 08.02.20235. Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze correct is. Zie Technische gegevens op pagina 125
6. Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te
7. Plaats de bougie terug en draai deze met de hand
totdat deze tegen de zitting aan zit.
8. Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de
ring wordt samengedrukt.
9. Draai een gebruikte bougie nogmaals ⅛ slag vast,
een nieuwe bougie nog ¼ slag extra. OPGELET: Onjuist vastgedraaide bougies kunnen leiden tot motorschade.
10. Bevestig de bougiedop.
OPGELET: Probeer de motor niet te starten als de bougie of de ontstekingskabel is verwijderd. Hoofdzekering vervangen De hoofdzekering bevindt zich in de zekeringhouder op het startrelais onder de stoel.
1. Klap de stoel naar voren.
2. Verwijder de connector uit de zekeringhouder.
3. Trek de hoofdzekering uit de zekeringhouder.
4. Vervang de doorgebrande zekering door een nieuwe
zekering van hetzelfde type. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 125
Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. De accu opladen
- Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
- Gebruik een standaard acculader. OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.
- Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten. Noodstart van motor uitvoeren Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt- systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben. Startkabels aansluiten WAARSCHUWING: Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit de negatieve aansluitklem van de opgeladen accu niet aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu. OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.
1. Sluit het ene uiteinde van de rode accukabel aan
2. Sluit het andere uiteinde van de rode accukabel
aan op de POSITIEVE (+) accupool (B) van de opgeladen accu. 1825 - 003 - 08.02.2023 111WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode accukabel het chassis niet raken. Dit leidt tot kortsluiting.
3. Sluit het ene uiteinde van de zwarte accukabel
aan op de NEGATIEVE (-) accupool (C) van de opgeladen accu.
4. Sluit het andere uiteinde van de zwarte accukabel
aan op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu. Startkabels verwijderen Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.
1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
Accu vervangen WAARSCHUWING: Risico op elektrische schok en brandwonden. Draag geen metalen polsbandjes of andere metalen accessoires. Wanneer metalen voorwerpen de accupolen raken, kan dit brandwonden, elektrische schokken en kortsluiting van de accu veroorzaken.
1. Stop het product.
2. Klap de stoel naar voren.
3. Verwijder de poolafdekking op de zwarte accukabel.
4. Verwijder de schroef, de moer en de zwarte
accukabel van de minpool (-) van de accu. WAARSCHUWING: Risico op elektrische schok en brandwonden. De zwarte accukabel moet worden losgekoppeld voordat u de rode accukabel losmaakt.
7. Verwijder de accu voorzichtig uit de machine.
8. Plaats een nieuwe accu.
9. Sluit de rode accukabel aan op de pluspool (+) van
de accu en breng de moer en de schroef aan. WAARSCHUWING: Risico op elektrische schok en brandwonden. De rode accukabel moet aangesloten zijn op de pluspool (+) voordat de zwarte accukabel wordt aangesloten op de minpool (-).
10. Sluit de zwarte kabel aan op de minpool (-) van de
accu en breng de moer en de schroef aan.
11. Breng de beschermkappen op de polen aan.
Bandenspanning Zorg ervoor dat alle 4 de banden de juiste bandenspanning hebben. Zie Technische gegevens op pagina 125
Maaidek Het maaidek verwijderen en monteren
1. Schakel het maaidek uit en zet de motor uit.
1825 - 003 - 08.02.20235. Beweeg de aandrijfriem van de linker riempoelie om de spanning van de aandrijfriem te verlagen.
6. Verwijder de aandrijfriem van de motorpoelie.
7. Voer de volgende stappen uit om de voorste stang
b) Koppel de voorste stang (C) los van de houder (D) op het maaidek.
8. Voer de volgende stappen uit om de 2 achterste
stangen los te koppelen. Er bevindt zich een achterste stang aan de linkerkant en een achterste stang aan de rechterkant van het product. WAARSCHUWING: Het maaidek is zwaar. Gebruik een koevoet of een soortgelijk gereedschap onder het maaidek om het gewicht van het maaidek te houden wanneer u de 2 achterste stangen loskoppelt. a) Verwijder de klem (E), de sluitring (F) en de pen (G) aan de linker- en rechterzijde.
b) Zet de maaihoogtehendel in de hoogste stand.
9. Voer voor het TS 112-model de volgende stappen uit
b) Verwijder de klem (J) en trek de koppelingskabelhouder (K) uit de houder op het maaidek.
10. Verwijder het maaidek van het product.
11. Bevestig het maaidek in omgekeerde volgorde.
OPGELET: Zorg ervoor dat de aandrijfriem correct is aangebracht en niet wordt samengedrukt wanneer u het maaidek monteert. a) Zorg ervoor dat de houders in de juiste positie staan wanneer u het maaidek monteert. De houder aan de rechterkant (A) moet zich aan de binnenkant van de stang rechtsachter bevinden. De houder aan de linkerkant (B) moet zich aan de buitenkant van de stang linksachter bevinden.
1825 - 003 - 08.02.2023 113De uitlijning van het maaidek afstellen Maaidek afstellen in de breedteAls de maaihoogte aan de linker- en rechterkant nietgelijk is, kan de maaihoogte worden afgesteld.1. Zorg voor de juiste bandenspanning in alle 4banden. Raadpleeg Bandenspanning op pagina 112
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Zet het maaidek in de hoogste stand.4. Meet de afstand (X) vanaf de onderste rand van hetmaaidek tot de grond aan de linker- en rechterkant.De afstand moet aan beide kanten hetzelfde zijn.
WAARSCHUWING: De bladen op het maaidek zijn scherp enkunnen letsel veroorzaken. Draagveiligheidshandschoenen.5. Draai de borgmoeren op de maaihoogte-afstellingen los. Let op: De maaihoogte-afstellingen zitten achter het maaidek, vóór de achterwielen.6. Stel de moeren op de maaihoogte-afstellingen af tothet maaidek aan de linker- en rechterkant dezelfdemaaihoogte heeft.a) Draai de moeren linksom om het maaidek teverlagen.b) Draai de moeren rechtsom om het maaidek teverhogen.7. Meet de afstand opnieuw. Stel af totdat de 2 zijdengelijk zijn.8. Haal de borgmoeren aan wanneer de afstelling in debreedte is voltooid.9. Maai wat gras en controleer resultaat. Stel af indiennodig.Het maaidek in de lengte afstellenHet maaidek moet in de breedte recht zijn geplaatstvoordat u het in de lengte afstelt. Raadpleeg Maaidek afstellen in de breedte op pagina 114
1. Zorg voor de juiste bandenspanning in alle 4banden. Raadpleeg
Bandenspanning op pagina 112
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Zet het maaidek in de hoogste stand.4. Meet de afstand vanaf de onderrand van hetmaaidek tot de grond aan de achterkant (A) envoorkant (B). De afstand aan de voorkant moet 5-10mm lager zijn dan aan de achterkant.
WAARSCHUWING: De bladen op het maaidek zijn scherp enkunnen letsel veroorzaken. Draagveiligheidshandschoenen.5. Als het nodig is een afstelling aan de voorkant uit tevoeren, draait u de borgmoer los en draait u de moerop de voorste stang. Let op: De voorste stang bevindt zich aan devoorkant van het product, achter de geluiddemper.a) Draai de moer linksom om de voorkant van hetmaaidek te verlagen.b) Draai de moer rechtsom om het maaidek teverhogen.c) Haal de borgmoer aan wanneer de afstelling aande voorkant is voltooid. 1825 - 003 - 08.02.2023De messen inspecteren OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schadeaan het product veroorzaken. Vervangbeschadigde messen. Laat botte messenslijpen en balanceren door een erkendeservicewerkplaats.1. Verwijder het maaidek. Raadpleeg Het maaidek verwijderen en monteren op pagina 112
2. Controleer de messen visueel op beschadigingen enof het nodig is om ze te slijpen.
1. Zet het mes vast met een houten blok.
2. Verwijder de moer (A), de sluitring (B) en het blad
3. Installeer de nieuwe bladen. Let erop dat degebogen uiteinden van de bladen naar boven wijzen.
WAARSCHUWING: Het gebruikvan een onjuist type mes kan ertoeleiden dat objecten uit het maaidekgeworpen worden en ernstig letselveroorzaken. Gebruik alleen bladendie worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 125
4. Haal de moer aan met 200 Nm.
De riem van het maaidek vervangen
1. Verwijder het maaidek. Raadpleeg
Het maaidek verwijderen en monteren op pagina 112
2. Verwijder het vuil en gras rondom delagerbehuizingen, bladpoelies en de bovenkant vanhet maaidek.3. Verwijder de bout (A), de sluitring (B) en degeleidepoelie (C).
4. Verwijder de riem van het maaidek (D) van debladpoelies op het maaidek.5. Breng een nieuwe aandrijfriem aan in deomgekeerde volgorde van verwijderen.a) Zorg ervoor dat de riem van het maaidek zich inde juiste positie in alle riempoelies bevindt. OPGELET: Zorg ervoor dat de riem van het maaidek correct is gemonteerden niet verdraaid is. Zie het plaatje methet riemtraject op het maaidek. De anti-scalp-wielen afstellen De anti-scalp-wielen zorgen dat het maaidek in de juistepositie op de grond blijft en dat scalperen op de meestesoorten terrein wordt voorkomen. De anti-scalp-wielenzijn goed afgesteld als ze iets van de grond staanwanneer het maaidek op de gewenste maaihoogtestaat.1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond enschakel de motor uit.2. Zet het maaidek op de noodzakelijke maaihoogte.Raadpleeg Maaihoogte afstellen (TS 112) op pagina
Maaihoogte afstellen (TS 114) op pagina 104
4. Breng het anti-scalp-wiel, de bus, de bout, de
sluitring en de moer in 1 van de 3 openingen aan.
5. Stel alle anti-scalp-wielen af volgens dezelfde
procedure. Het motoroliepeil controleren
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en
schakel de motor uit.
6. Maak de peilstok los, trek hem eruit en lees het
7. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de
langzaam olie bij. Let op: Zie Technische gegevens op pagina
voor de soorten motorolie die door ons worden aanbevolen. Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.
9. Zet de peilstok goed vast voordat u de motor
start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals. De motorolie verversen Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1– 2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze sneller af te tappen. WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1–2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt. WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep. 116 1825 - 003 - 08.02.20231. Verwijder de olieafvoerslang (A) uit de houder (B) en steek de olieafvoerslang door de opening (C).
2. Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
3. Verwijder de peilstok.
4. Verwijder de einddop op de olieaftapkraan op de
olieaftapslang en laat de motorolie in de opvangbak lopen.
5. Wanneer alle olie is afgetapt, brengt u de einddop
aan op de olieaftapkraan.
6. Als de motor is voorzien van een oliefilter, vervangt u
het oliefilter. Raadpleeg Het oliefilter vervangen (TS
7. Vul langzaam olie bij via de opening voor de
peilstok. Gebruik een olieviscositeit die geschikt is voor de temperatuurbereiken in de afbeelding. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 125
9. Voer de gebruikte motorolie af.
Het oliefilter vervangen (TS 114) WAARSCHUWING: Draag veiligheidshandschoenen. Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
1. Tap de motorolie af. Raadpleeg
De motorolie verversen op pagina 116
2. Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.
3. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter
in met een beetje verse motorolie.
4. Draai het oliefilter met de hand rechtsom tot de
rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
5. Vul de motor met verse motorolie. Raadpleeg
6. Start de motor en laat deze gedurende drie minuten
7. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op
8. Vul motorolie bij om de hoeveelheid die het nieuwe
oliefilter opneemt te compenseren. 1825 - 003 - 08.02.2023 117Probleemoplossing Probleem Oorzaak Actie De motor start niet. Geen brandstof in de brandstoftank. Vul de brandstoftank. De gashendel staat niet in de juiste stand. Raadpleeg de startinstructies. De bougie is defect. Vervang de bougie. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. Het brandstoffilter is verstopt. Vervang het brandstoffilter. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstoffilter. De draden zitten los of zijn bescha- digd. Controleer alle draden. De motorkleppen zijn niet correct af- gesteld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De motor is 'verzopen'. Wacht 2-3 minuten voordat u de mo- tor opnieuw probeert te starten. Er zit verkeerde brandstof in de brandstoftank. Vervang de brandstof in de brand- stoftank. De startmotor laat de motor niet aan- slaan. De accu is te zwak. Laad de accu op. De bladinschakelingsregeling is inge- schakeld. Schakel de bladinschakelingsrege- ling uit. Het rempedaal is niet volledig inge- trapt. Trap het rempedaal volledig in wan- neer u de motor start. Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. Controleer de accu-aansluitingen. De hoofdzekering is defect. Vervang de hoofdzekering. Het contactslot is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De veiligheidsconnector voor het rempedaal is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De startmotor of de solenoïde is de- fect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De dodemansregeling (OPC) is de- fect. Controleer alle draden, schakelaars en aansluitingen. Indien dit niet cor- rect is, neemt u contact op met een erkende servicewerkplaats. Gebruik het product niet als de dodemansre- geling defect is. 118 1825 - 003 - 08.02.2023Probleem Oorzaak Actie De motor loopt niet gelijkmatig. De bougie is defect. Vervang de bougie. De carburateur is niet correct afge- steld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. De terugslagklep op de brandstof- tankdop is defect. Vervang de tankdop. De brandstoftank is bijna leeg. Vul de brandstoftank met brandstof. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstoffilter. De gashendel staat in de chokestand en de motor is warm. Zet de gashendel in de stand voor volgas of stationaire stand. Het brandstofmengsel of het brand- stoftype is onjuist. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met het juiste brand- stofmengsel of brandstoftype. Het brandstoffilter is verstopt Vervang het brandstoffilter. De bougie is defect. Vervang de bougie. Vuil in de carburateur of brandstoflei- ding. Reinig de carburateur en brandstof- leidingen. De motor wordt te heet. De motor is overbelast. Verlaag de werklast. De luchtinlaat of de koelribben op de motor zijn geblokkeerd. Reinig de luchtinlaat en de koelrib- ben van de motor. De koelventilator is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil. Vul in- dien nodig motorolie bij. Het contactslot is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De bougie is defect. Vervang de bougie. 1825 - 003 - 08.02.2023 119Probleem Oorzaak Actie De machine verliest vermogen. Het product wordt gebruikt met een te hoog toerental vooruit of achteruit bij het maaien van gras. Gebruik een lager toerental. De gashendel staat in de choke- stand. Duw de gashendel naar de stand voor volgas. Er is ophoping van gras, bladeren of ongewenst materiaal onder het maai- dek. Reinig het maaidek. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil. Vul in- dien nodig motorolie bij. De motorolie is vervuild. Ververs de motorolie. De bougie is defect. Vervang de bougie. Het brandstoffilter is vervuild. Vervang het brandstoffilter. Er zit verkeerde brandstof in de brandstoftank. Vervang de brandstof in de brand- stoftank. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brandstof en vervang het brandstoffilter. De bougiekap zit los. Sluit de bougiekap aan en zet hem vast. De luchtinlaat of de koelribben op de motor zijn geblokkeerd. Reinig de luchtinlaat en de koelrib- ben van de motor. De demper is verstopt of beschadigd. Reinig of vervang de demper. Er is sprake van losse of beschadig- de draden. Controleer alle draden. De motorkleppen zijn niet correct af- gesteld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het product trilt. De messen zitten los. Haal de bouten op de bladen aan. Eén of meer bladen zijn beschadigd of niet goed uitgebalanceerd. Balanceer de bladen of vervang de bladen. De motor zit los. Draai de motorbouten vast. De accu laadt niet. De hoofdzekering is defect. Vervang de hoofdzekering. De accu is defect. Vervang de accu. De laadkabel is losgekoppeld. Sluit de laadkabel aan. Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. Controleer de accu-aansluitingen. 120 1825 - 003 - 08.02.2023Probleem Oorzaak Actie De motor werkt wanneer de gebrui- ker opstaat van de stoel en het maai- dek is ingeschakeld. De dodemansregeling (OPC) is de- fect. Controleer alle draden, schakelaars en aansluitingen. Indien dit niet cor- rect is, neemt u contact op met een erkende servicewerkplaats. Gebruik het product niet als de dodemansre- geling defect is. De bladen kunnen niet ronddraaien. Het koppelingsmechanisme is ge- blokkeerd. Verwijder de blokkade. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. Een geleidepoelie draait niet. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Een bladpoelie draait niet. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Defecte grasuitworp. Het motortoerental is te laag. Duw de gashendel naar de stand voor volgas. Het product wordt bediend met een te hoog toerental voor voor- of ach- teruit. Gebruik een lager toerental. Het gras is nat. Zorg ervoor dat het gras droog is voordat u gaat maaien. Het maaidek is niet parallel. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Raadpleeg De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 114
De bandenspanning is onjuist. Controleer de bandenspanning. Pas de bandenspanning indien nodig aan. De bladen zijn versleten, beschadigd of zitten los. Vervang de bladen of draai de bou- ten op de bladen vast. Ophoping van gras of vuil onder het maaidek. Reinig het maaidek. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. De bladen zijn onjuist gemonteerd. Monteer de bladen met de scherpe rand naar beneden. Verkeerde bladen gebruikt. Vervang de bladen door de juiste bla- den volgens de onderdelenlijst. Verstopte luchtgaten in het maaidek door ophoping van gras of vuil rond de bladpoelies. Reinig rondom de bladpoelies om de luchtopeningen vrij te maken. 1825 - 003 - 08.02.2023 121Probleem Oorzaak Actie De koplamp werkt niet. De koplampschakelaar staat in de stand Off. Zet de koplampschakelaar in de stand On. De lamp is defect. Vervang de lamp. De aan/uit-schakelaar voor de kop- lamp is defect. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De kabel naar de koplamp is niet aangesloten. Controleer de draden en aansluitin- gen. Er is kortsluiting in de koplampkabel. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het product beweegt langzaam, on- regelmatig of helemaal niet. Het aandrijfsysteem is uitgeschakeld. Schakel het aandrijfsysteem in. Raadpleeg In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina 103
De parkeerrem is ingeschakeld. Ontgrendel de parkeerrem. De aandrijfriem zit los of is bescha- digd. Vervang de aandrijfriem. Er zit ongewenst materiaal op de stuurplaat (indien de stuurplaat is aangebracht). Reinig het product. Het maairesultaat is onvoldoende. De bladen zijn bot of beschadigd. Slijp of vervang de bladen. Het maaidek is niet parallel. Stel de parallelliteit van het maaidek af. Raadpleeg De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 114
Het gras is nat. Zorg ervoor dat het gras droog is voordat u gaat maaien. Het gras is lang. Begin met een hogere maaihoogte en verlaag die geleidelijk. De bandenspanning is onjuist. Controleer de bandenspanning. Pas de bandenspanning indien nodig aan. Het product wordt bediend met een te hoog toerental voor voor- of ach- teruit. Gebruik een lager toerental. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. De motor knalt wanneer de motor stopt. De gashendel staat niet in de statio- naire stand. Zet de gashendel in de stationaire stand. De motor stopt wanneer u probeert achteruit te rijden. Het achteruitrijsysteem (ROS) is niet ingeschakeld. Schakel het achteruitrijsysteem (ROS) in. Raadpleeg Het achteruitrij- systeem (ROS) gebruiken op pagina
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg.
- Zet het maaidek in de hoogste stand om het gemakkelijker te maken het product op een aanhanger te laden. Het product veilig vastzetten voor transport WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Raadpleeg Veiligheid op pagina
WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte. Uitrusting: 2 goedgekeurde banden en 4 wielblokken.
1. Plaats het product in het midden van de laadruimte.
OPGELET: Laat bij transport in transportvoertuigen met een kap het product afkoelen voordat u het product onder de kap plaatst.
2. Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product
boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de verticale kracht op de trekhaak correct is.
3. Schakel de parkeerrem in.
4. Verwijder alle losse voorwerpen.
5. Bevestig de eerste sjorband aan de trekhaak.
6. Maak de sjorband naar achteren vast om het product
vast te zetten op het laadruimte.
7. Bevestig de tweede sjorband rond de vooras.
8. Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
9. Haal de sjorband aan in de richting van de voorkant
van de laadruimte om het product vast te zetten op de laadruimte. 1825 - 003 - 08.02.2023 12310. Plaats de blokken vóór en achter de achterwielen. Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt. WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen. WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina
. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
- Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is. OPGELET: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
- Sluit de brandstofafsluitklep.
- Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte, en dek het product af met een hoes voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer. Afvoeren
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
Het aangegeven nominale vermogen van de motor heeft betrekking op het gemiddelde nettovermogen (bij het opgegeven toerental) van een typische productiemotor voor het betreffende motormodel, gemeten volgens de SAE-norm J1349/ISO1585. In massa geproduceerde motoren kunnen een afwijkende waarde geven. Het werkelijk geleverde vermogen van de geïnstalleerde motor in het product hangt af van de bedrijfssnelheid, de omgevingscondities en andere waarden. 1825 - 003 - 08.02.2023 125TS 112 TS 114 Olie Klasse SF, SH or SJ SAE40, SAE30,
Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 96 98 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) 100 100 Geluidsniveaus
Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) 84 86 Trillingsniveau
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
Geluidsdrukniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 3,0 dB (A).
Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 m/s
(stuurwiel) en 1,5 m/s
(stoel). 126 1825 - 003 - 08.02.2023WAARSCHUWING: Gebruik alleen de maaidekken die in deze handleiding gespecificeerd zijn. Het gebruik van maaidekken die niet goedgekeurd zijn voor gebruik in combinatie met dit product kan wegslingeren van objecten veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Controlepunten Uitlijning van maaidek met maaihoogte in stand 1 5–10 mm / 0,197–0,394 inch Controle van maaihoogte in stand 1 25 ± 2 mm / 0,98 ± 0,079 inch Service Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. 1825 - 003 - 08.02.2023 127Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, tel. +46 36 146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Zitmaaier Merk Husqvarna Type / model TS 112, TS 114 Identificatie Serienummer vanaf 2023 en verder voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektri- sche en elektronische apparatuur" en dat de volgende normen en/of technische specificaties zijn toegepast; EN ISO 5395-1:2013/ A1:2018, EN ISO 5395-3:2013/A1:2017/A2:2018, EN ISO 14982:2009, EN IEC 63000:2018. Aangemelde instantie: 0197, TÜV Rheinland LGA Products GmbH, Tillystraße 2, 90431 Nürnberg, Deutschland is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI. Voor meer informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 125
Notice-Facile