IPE84571IB - Fornuis AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IPE84571IB AEG in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IPE84571IB - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IPE84571IB van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING IPE84571IB AEG
Bedankt dat je voor dit AEG-product hebt gekozen. We hebben het gecreëerd omjarenlang onberispelijke prestaties te leveren, met innovatieve technologieën die hetleven eenvoudiger maken – functies die je wellicht niet op gewone apparaten aantreft.Neem een paar minuten de tijd om het beste uit het apparaat te halen.Ga naar onze website voor:Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www.aeg.com/supportRegistreer je product voor een betere service:www.registeraeg.comKoop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor je apparaat:www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE EN SERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.Als u contact opneemt met onze erkende servicedienst, zorg er dan voor dat u devolgende gegevens tot uw beschikking hebt: Model, PNC, serienummer.De informatie vindt u op het typeplaatje. Waarschuwingen en veiligheidsinformatie Algemene informatie en tips Milieu-informatieWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit NEDERLANDS 47uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de 48 NEDERLANDS(gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
- WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.
- Rook is een indicatie van oververhitting. Gebruik nooit water om het kookvuur te blussen. Schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met bijv. een branddeken of deksel.
- WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals een tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld.
- OPGELET: Tijdens het kookproces moet u in de buurt blijven Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken.
- Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
- Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem altijd contact op met de erkende servicedienst. NEDERLANDS 49• Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende service of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren. WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam wordt geopend.
- Elk apparaat heeft koelventilatoren op de bodem.
- Als het apparaat gemonteerd wordt boven een lade: – Leg geen kleine dingen of papier dewelke kunnen binnengezogen worden, omdat ze de koelventilatoren kunnen beschadigen of het koelsysteem kunnen belemmeren. – Houd een minimumafstand van 2 cm tussen de bodem van het apparaat en de voorwerpen die u in de lade opbergt.
- Verwijder de afscheidingspanelen die in de kast onder het apparaat zijn geïnstalleerd.
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien.
- , moet het apparaat geaard worden.
- Verzeker jezelf ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat je welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. Losse en onjuiste 50 NEDERLANDSstroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ertoe leiden dat de contactklem te heet wordt.
- Gebruik het juiste netsnoer.
- Zorg dat de stroomkabel niet verstrikt raakt.
- Controleer of er een aardlekschakelaar is geïnstalleerd.
- Gebruik de trekontlastingsklem op de kabel.
- Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het hete apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als je het apparaat op een nabijgelegen contactdoos aansluit.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg ervoor dat je de stekker (indien van toepassing) of het netsnoer niet beschadigt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum of een elektricien om een beschadigde stroomkabel te vervangen.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Verwijder voor het eerste gebruik alle verpakkingsmaterialen, etiketten en beschermfolie (indien van toepassing).
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik.
- Plaats geen bestek of deksels van steelpannen op de kookzones. Ze kunnen heet worden.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Als het oppervlak van het apparaat gebarsten is, koppel het apparaat dan onmiddellijk los van de stroomtoevoer. Dit dient om een elektrische schok te voorkomen.
- Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm aanhouden tot de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
- Als u voedsel in hete olie plaatst, kan het spatten.
- Gebruik geen aluminiumfolie of andere materialen tussen het kookoppervlak en het kookgerei, tenzij anders aangegeven door de fabrikant van dit apparaat.
- Gebruik alleen accessoires die door de fabrikant voor dit apparaat worden aanbevolen. WAARSCHUWING! Risico op brand en explosie.
- Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd open vuur of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vetten en oliën wanneer u ermee kookt.
- De dampen die boven erg hete olie ontstaan kunnen spontaan ontbranden. NEDERLANDS 51• Gebruikte olie, die voedselresten kan bevatten, kan ontbranden bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING! Risico op schade aan het apparaat.
- Laat geen heet kookgerei op het bedieningspaneel staan.
- Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
- Laat kookgerei niet droogkoken.
- Zorg ervoor dat je geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat laat vallen. Het oppervlak kan beschadigd raken.
- Schakel de kookzones niet terwijl er leeg kookgerei of geen kookgerei op geplaatst is.
- Kookgerei gemaakt van gietijzer of met een beschadigde bodem kan krassen op het glas/glaskeramiek veroorzaken. Til deze voorwerpen altijd op als je ze op de kookplaat moet verplaatsen.
2.4 Onderhoud en reiniging
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schurende producten, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen, tenzij anders aangegeven.
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat. Serienummer ...........................
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.
- De kookplaat wordt geleverd met een aansluitkabel. 52 NEDERLANDS• Gebruik als vervanging van het beschadigde netsnoer het volgende snoertype: H05V2V2-F dat bestand is tegen een temperatuur van 90 °C of hoger. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Het aansluitsnoer mag alleen worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien.
Als je de kookplaat onder een kap installeert, raadpleeg je de installatie-instructies van de afzuigkap voor de minimumafstand tussen de apparaten. min. 50mm min. 500mm Als het apparaat boven een lade wordt geïnstalleerd, kan de ventilatie van de kookplaat de artikelen die zich in de lade bevinden tijdens het bereidingsproces opwarmen. min. 28 mm Zoek de videotutorial "Hoe installeert u uw AEG inductiekookplaat - inbouwinstallatie" door de volledige naam die in de onderstaande afbeelding staat in te typen. www.youtube.com/electroluxwww.youtube.com/aeg How to install your AEG induction hob flush installation
Flexibele inductiekookzone die bestaat uit vier secties
Om het bedieningspaneel en de zoneposities te zien, activeert u het apparaat met Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt. Tip‐ toets Functie Opmerking
AAN / UIT De kookplaat in- en uitschakelen. Hob²Hood De handmatige modus van functie in- en uitschakelen. Pauze De functie in- en uitschakelen.
- De tijd verlengen of verkorten. - Timerfunctie instellen. - Timerdisplay De tijd in minuten weergeven. FlexiBridge (Flexible Bridge) Om over te schakelen tussen drie modi van de functie. 54 NEDERLANDSTip‐ toets Functie Opmerking
PowerSlide De functie in- en uitschakelen.
- Bedieningsstrip Het instellen van de kookstand.
PowerBoost Het inschakelen van de functie.
Blokkering / Kinderbeveiligingsin‐ richting Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.
4.3 OptiHeat Control (3-staps
restwarmte-indicator) WAARSCHUWING! / / Zolang het indicatielampje brandt, bestaat er een risico op brandwonden door restwarmte. De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte rechtstreeks in de bodem van het kookgerei. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van het kookgerei. De indicatielampjes / / verschijnen als een kookzone heet is. De aanduidingen tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die je momenteel gebruikt. Het indicatielampje kan ook verschijnen:
- voor de aangrenzende kookzones, zelfs als je ze niet gebruikt,
- als er heet kookgerei op de koude kookzone wordt geplaatst,
- als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de kookzone nog heet is. Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone is afgekoeld.
5. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 In- of uitschakelen
Raak 1 seconde aan om de kookplaat in– of uit te schakelen. Het bedieningspaneel gaat aan als u de kookplaat aanzet en gaat uit als u de kookplaat uitschakelt. Als de kookplaat is uitgeschakeld kunt u alleen zien.
5.2 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- u gedurende 50 seconden geen kookgerei op de kookplaats zet,
- u binnen 50 seconden na het plaatsen van het kookgerei geen warmtestand instelt,
- u iets hebt gemorst of langer dan 10 seconden iets op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek). Als het geluidssignaal klinkt, schakelt de kookplaat uit. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
- de kookplaat te heet wordt (b.v. als een pan droogkookt). De kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken.
- u een kookzone niet uitschakelt of de kookstand verandert. Na een tijdje gaat de kookplaat uit. De verhouding tussen kookstand en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt: NEDERLANDS 55Warmte-instelling De kookplaat wordt uitgeschakeld na
5.3 Het gebruik van de kookzones
LET OP! Plaats geen heet kookgerei op het bedieningspaneel. Er bestaat een risico dat de elektronische onderdelen beschadigen. Plaats het kookgerei in het midden van de gekozen kookzone. Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmeting van het kookgerei aan. Wanneer de pan is gedetecteerd, gaat de kookstand 0 aan.
op de regelbalk. U kunt uw vinger ook langs de regelbalk bewegen om de warmte-instelling voor een kookzone in te stellen of te wijzigen.
2. Druk op 0 om een kookzone uit te
schakelen. Als u eenmaal een pan op de kookzone zet en de kookstand instelt, blijft deze gedurende 50 seconden gelijk nadat u de pan heeft verwijderd. De regelbalk knippert voor de tweede helft van die tijd. Als u de pan binnen deze tijd weer op de kookzone plaatst reactiveert de kookstand. Zo niet wordt de kookzone uitgeschakeld.
Deze functie activeert meer vermogen voor de geschikte inductiekookzone, afhankelijk van de grootte van het kookgerei. De functie kan maar voor een beperkte periode worden geactiveerd. Druk op om de functie voor de kookzone te activeren. De functie wordt automatisch uitgeschakeld. Raadpleeg voor maximale tijdsduur 'Technische gegevens'.
Timer met aftelfunctie Gebruik deze functie om aan te geven hoelang een kookzone moet werken tijdens een enkele kooksessie. Stel eerst de warmte-instelling in en dan de functie.
aan om de functie in te schakelen of de tijd te wijzigen. De timercijfers en de indicatoren en verschijnen op het scherm. Als de timer niet wordt ingesteld, verdwijnen en na 3 seconden.
2. Raak of aan om de tijd in te stellen
(00 - 99 minuten). Na 3 seconden gaat de timer automatisch aftellen. De indicatoren , en verdwijnen. 56 NEDERLANDSAls de tijd verstreken is, klinkt er een signaal en knippert . Om het signaal te stoppen, raakt u aan. Voor het uitschakelen van de functie raakt u aan. De indicatielampjes en gaan branden. Gebruik of om op het display in te stellen. U kunt ook het warmte- niveau instellen op 0. Als gevolg daarvan hoort u een geluid en wordt de timer geannuleerd. Kookwekker U kunt deze functie gebruiken terwijl de kookplaat is ingeschakeld maar de kookzones niet werken. Plaats een pan op een kookzone om het symbool te zien.
om de functie te activeren.
2. Tik op of om de tijd in te stellen.
De functie wordt automatisch na 4 seconden gestart. Als u de functie instelt, kunt u de pan verwijderen. Als de tijd verstreken is, klinkt er een signaal en knippert . Tik op om het signaal uit te schakelen. Voor het uitschakelen van de functie raakt u aan. De aanduidingen en gaan branden. Gebruik of om op het display in te stellen. De functie heeft geen invloed op de werking van eender welke kookzone.
Deze functie stelt alle kookzones in die op de laagste warmte-instelling werken. Wanneer de functie actief is, kunnen de symbolen , of worden gebruikt. Druk op om de functie te activeren. De warmte-instelling wordt verlaagd naar 1. Om de functie uit te schakelen: druk op . De vorige kookstand gaat aan.
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookplaat in werking is. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd. Stel eerst de kookstand in. Tik op om de functie in te schakelen. Als u de functie wilt deactiveren, houdt u ingedrukt. Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
5.9 Kinderbeveiligingsinrichting
Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt. Schakel eerst de kookplaat in, maar stel geen kookstand in. Raak aan totdat u het geluid hoort en de indicator oplicht om de functie te activeren. De regelbalken verdwijnen. Schakel de kookplaat uit. Als u de kookplaat uitschakelt, is de functie nog steeds actief. Om de functie gedurende één kooksessie te deactiveren: Schakel de kookplaat in met . gaat branden. Raak aan totdat u het geluid hoort en de indicator uit gaat. De regelbalk verschijnt. Stel de warmte in binnen 50 seconden.U kunt de kookplaat bedienen. Als u de kookplaat uitschakelt met is de functie nog steeds actief. Om de functie permanent te deactiveren: activeer de kookplaat en stel geen kookstand in. Raak totdat u een geluid hoort en de indicator uit gaat. De regelbalken verschijnen. Schakel de kookplaat uit.
5.10 OffSound Control (De geluiden
in- en uitschakelen) Schakel eerst de kookplaat uit. NEDERLANDS 571. Raak 3 seconden aan om de functie in te schakelen. Het display gaat aan en uit.
2. Raak 3 seconden aan.
3. Raak van de timer aan om één van
het volgende te kiezen:
- - de signalen zijn uit
- - de signalen zijn aan
4. Om uw keuze te bevestigen moet u
wachten tot de kookplaat automatisch uitschakelt. Als de functie op staat, kunt u de geluiden alleen horen als:
- Kookwekker naar beneden komt
- Timer met aftelfunctie naar beneden komt
- u iets op het bedieningspaneel plaatst.
5.11 Stroommanagement
Als er meerdere zones actief zijn en het verbruikte vermogen de limiet van de stroomtoevoer overschrijdt, verdeelt deze functie het beschikbare vermogen tussen alle kookzones. De kookplaat regelt de warmte- instellingen om de zekeringen van de installatie in het huis te beschermen.
- Kookzones zijn gegroepeerd volgens de locatie en het aantal fasen van de kookplaat. Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading van 3680 W. Als de kookplaat binnen één fase de limiet van het maximaal beschikbare vermogen bereikt, wordt het vermogen van de kookzones automatisch verlaagd.
- Voor kookzones met verminderd vermogen toont het bedieningspaneel de maximaal mogelijke warmte-instellingen.
- Als er geen hogere warmte-instelling beschikbaar is verlaag dit dan eerst voor de andere kookzones.
- De activering van de functie is afhankelijk van het aantal en de grootte van de pannen. Zie de afbeelding voor mogelijke combinaties waarin vermogen over de kookzones kan worden verdeeld.
Hob²Hood Het is een geavanceerde automatische functie die de kookplaat op een speciale afzuigkap aansluit. Zowel de kookplaat als de afzuigkap heeft een infraroodontvanger. De snelheid van de ventilator wordt automatisch bepaald op basis van de modusinstelling en de temperatuur van de heetste pan op de kookplaat. U kunt de ventilator van de kookplaat handmatig bedienen. Voor de meeste afzuigkappen wordt het afstandsbedieniningssysteem uitgeschakeld. Inschakelen voordat u de functie gebruikt. Zie voor meer informatie de gebruikershandleiding van de afzuigkap. De functie automatisch bedienen Stel de automatische modus in op H1 - H6 om de functie automatisch te bedienen. De kookplaat is oorspronkelijk ingesteld op H5. De afzuigkap reageert als u de kookplaat bedient. De kookplaat herkent de temperatuur van de pannen automatisch en stelt de snelheid van de ventilator erop af. De verlichting activeren U kunt de kookplaat instellen om de verlichting automatisch te activeren als u de kookplaat aan zet. Zet daarvoor de automatische modus op H1 - H6. De verlichting van de afzuigkap gaat uit 2 minuten nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld. 58 NEDERLANDSAutomatische modi Auto‐ mati‐ sche ver‐ lich‐ ting Koken
Modus H0 Uit Uit Uit Modus H1 Aan Uit Uit Modus H2
Aan Ventilator‐ snelheid 1 Ventilator‐ snelheid 1 Modus H3 Aan Uit Ventilator‐ snelheid 1 Modus H4 Aan Ventilator‐ snelheid 1 Ventilator‐ snelheid 1 Modus H5 Aan Ventilator‐ snelheid 1 Ventilator‐ snelheid 2 Modus H6 Aan Ventilator‐ snelheid 2 Ventilator‐ snelheid 3
De kookplaat detecteert het kookproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
De kookplaat detecteert het bakproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
Deze modus activeert de ventilator en de verlichting en reageert niet op de temperatuur. De automatische modus veranderen
1. Schakel het apparaat uit.
2. Raak 3 seconden aan.
Het display gaat aan en uit.
3. Raak 3 seconden aan.
4. Raak een paar keer aan tot aan
5. Raak van de timer aan om een
automatische modus te selecteren. Als u stopt met koken en de kookplaat uitschakelt, kan de ventilator nog even blijven werken. Daarna schakelt het systeem de ventilator automatisch uit en wordt voorkomen dat u de ventilator per ongeluk de komende 30 seconden activeert. Schakel de automatische modus van de functie uit om de kookplaat direct te bedienen op het kookplaatpaneel. De ventilatorsnelheid handmatig bedienen U kunt de ventilator van de kookplaat handmatig bedienen. Raak aan als de kookplaat actief is. Dit schakelt de automatische bediening van de functie uit zodat u de ventilatorsnelheid handmatig kunt veranderen. Als u op drukt, wordt de ventilatorsnelheid met één verhoogd. Als u een intensief niveau bereikt en weer op drukt, stelt u de ventilatorsnelheid in op 0 waardoor de afzuigkapventilator uitschakelt. Om de ventilator weer te starten met ventilatorsnelheid 1, raakt u aan. Schakel de kookplaat uit en weer aan om de automatische bediening van de functie te activeren.
6. FLEXIBELE INDUCTIEKOOKZONE
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 FlexiBridge -functie
De flexibele inductiekookzone bestaat uit vier gedeelten. De gedeelten kunnen worden gecombineerd in twee kookzones met verschillende maten, of in één grote kookzone. De zijkanten van de zones die samenwerken, gaan branden en ze worden aan elkaar verbonden met een kortere brandende lijnen.U kiest de combinatie van de zones door de modus te kiezen die van toepassing is op het formaat van het NEDERLANDS 59kookgerei dat u wilt gebruiken. Er bestaan drie modi: Standaard (automatisch geactiveerd als u de kookplaat aanzet), Big Bridge (grote overbrugging) en Max Bridge (maximale overbrugging). Gebruik de twee regelbalken aan de linkerkant om de kookstand in te stellen. Schakelen tussen de modi Gebruik de tiptoets om tussen de modi te schakelen: . Als u tussen de modi schakelt dan wordt de warmte-instelling teruggezet op 0. Diameter en positie van het kookgerei Kies de modus die aansluit op de afmeting en de vorm van het kookgerei. Het kookgerei moet de geselecteerde zone zoveel mogelijk bedekken. Plaats het kookgerei in het midden van de geselecteerde zone! Plaats kookgerei met een bodemdiameter die kleiner is dan 160 mm op het midden van een enkel gedeelte. 100-160mm Plaats het kookgerei met een bodemdiameter die groter is dan 160 mm in het midden van twee gedeelten. > 160 mm
6.2 FlexiBridge Standaardmodus
Deze modus wordt geactiveerd als u de kookplaat aanzet. Het brengt de gedeelten samen in twee afzonderlijke kookzones. De zijkanten van de zones die in deze modus samenwerken gaan branden en ze worden verbonden met kortere brandende lijnen.U kunt de warmte-instelling voor iedere zone apart instellen. Gebruik de twee regelbalken aan de linkerkant. Juiste positie voor kookgerei: Onjuiste positie kookgerei: 60 NEDERLANDS6.3 FlexiBridge Big Bridge-modus (grote overbrugging) Om de modus te activeren, drukt u op totdat u het lampje van de juiste modus ziet. Deze modus brengt drie achterste gedeelten samen in één kookzone. Het voorste gedeelte is niet verbonden en blijft werken als afzonderlijke kookzone. U kunt de warmte-instelling voor elke zone afzonderlijk instellen. Gebruik twee regelbalken aan de linker zijkant. Juiste positie voor kookgerei: Om deze modus te gebruiken moet u het kookgerei op de drie samengebrachte gedeelten plaatsen. Als u kookgerei gebruikt dat kleiner is dan twee gedeelten, knippert de regelbalk en schakelt de zone na 2 minuten uit. Onjuiste positie kookgerei:
6.4 FlexiBridge Max Bridge mode
(Maximale overbrugging) Om de modus te activeren, drukt u op totdat u het lampje van de juiste modus ziet. Deze modus brengt alle gedeelten samen in één kookzone. Gebruik een van de twee regelbalken links om de warmte- instelling te bedienen. Juiste positie voor kookgerei: Om deze modus te gebruiken moet u het kookgerei op de vier samengebrachte gedeelten plaatsen. Als u kookgerei gebruikt dat kleiner is dan drie gedeelten, knippert de regelbalk en schakelt de zone na 2 minuten uit. NEDERLANDS 61Onjuiste positie kookgerei:
Deze functie maakt het u mogelijk de temperatuur aan te passen door het kookgerei naar een andere positie op de inductiekookzone te bewegen. De functie verdeelt de inductiekookzone in drie zones met verschillende warmte- instellingen. De kookplaat neemt de positie van het kookgerei weer en past de warmte- instelling aan op de positie. U kunt het kookgerei in de voorste, de middelste of de achterste positie zetten. Als u het kookgerei in de voorste positie plaatst, krijgt u de hoogste kookstand. Om het te verminderen, verplaatst u het kookgerei naar de middelste of achterste positie. Gebruik maar één pot als u met deze functie werkt. Als u de warmte-instelling wilt wijzigen, tilt u de pan op en zet u hem op een andere zone. Als u he kookgerei verschuift, kunnen er krassen en een verkleuring van het oppervlak ontstaan.
- de minimale bodemdiameter van het kookgerei moet voor deze functie 160 mm zijn.
- Als u de pan in de voorste positie plaatst, licht op het bedieningspaneel op. De regelbalk toont de standaard warmte- instelling .
- Als u de pan in de middelste positie plaatst, licht op het bedieningspaneel op. De bedieningsbalk toont de standaard warmte-instelling .
- Als u de pan in de achterste positie plaatst, licht op het bedieningspaneel op. De bedieningsbalk toont de standaard warmte-instelling .
- Gebruik de bedieningsstrip linksvoor om de standaard warmte-instelling te wijzigen. U kunt de standaard warmte-instelling 62 NEDERLANDSalleen veranderen als de functie actief is. U kunt de warmte-instelling voor elke positie afzonderlijk wijzigen. De kookplaat zal uw instellingen onthouden voor de volgende keer dat u de functie activeert. Tik op om de functie in te schakelen. De indicator gaat branden en de regelbalk geeft de standaard warmte-instelling weer. Voor het uitschakelen van de functie raakt u aan.
7. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel. Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
- De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
- Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet.
- Schuif of wrijf de pan niet over het keramische glas, om krassen te voorkomen. Panmaterialen
- goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein. Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
- een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt. Afmetingen van pannen
- Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.
- De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
- Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet dicht bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren. Raadpleeg de technische gegevens.
7.2 Lawaai tijdens gebruik
- kraakgeluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich- constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich- constructie).
- zoemend geluid: als u hoge kookstanden gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissend, brommend: de ventilator werkt. Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken.
7.3 Öko Timer (Eco-timer)
Om energie te besparen schakelt het verwarmingselement van de kookzone eerder uit dan het signaal van de timer met aftelfunctie klinkt. Het verschil in werkingstijd NEDERLANDS 63hangt af van het niveau van de kookstand en de tijd dat u kookt.
kooktoepassingen De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt. De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn. Warmte-instel‐ ling Gebruik om het volgende te doen: Tijd (min) Aanwijzingen 1 Houd gekookt voedsel warm. indien no‐ dig Doe een deksel op het kookgerei.
5 - 25 Van tijd tot tijd mengen.
10 - 40 Kook met een deksel erop.
2 - 3 Zachtjes aan de kook brengen van rijst
en gerechten op melkbasis, reeds be‐ reide gerechten opwarmen.
25 - 50 Voeg minimaal twee keer zo veel
vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door.
3 - 4 Stoom groenten, vis, vlees. 20 - 45 Voeg een paar eetlepels vocht toe.
4 - 5 Stoom aardappelen. 20 - 60 Gebruik max. ¼ l water voor 750 g
4 - 5 Bereid grotere hoeveelheden voedsel,
stoofschotels en soepen.
60 - 150 Tot 3 liter vloeistof plus ingrediënten.
6 - 7 Zachtjes bakken: escalope, kalfsvlees
cordon bleu, cutlets, rissoles, worstjes, lever, roux, eieren, pannenkoeken, do‐ nuts. indien no‐ dig Halverwege de bereidingstijd omdraai‐ en.
5 - 15 Halverwege de bereidingstijd omdraai‐
en. 9 Kook water, kook pasta, braadvlees (goulash, stoofvlees), frietjes bakken. Grote hoeveelheden water koken. PowerBoost is ingeschakeld.
7.5 Praktische tips voor Hob²Hood
Wanneer je de kookplaat gebruikt met de functie:
- Bescherm het paneel van de afzuigkap tegen direct zonlicht.
- Plaats geen halogeenlicht op het paneel van de afzuigkap.
- Dek het bedieningspaneel van de afzuigkap niet af.
- Onderbreek het signaal tussen de kookplaat en de afzuigkap niet (bijvoorbeeld met een hand, een handgreep van een pan of een grote pan). Zie de afbeelding. De afzuigkap in de afbeelding is slechts een voorbeeld. 64 NEDERLANDSAndere op afstand bediende apparaten kunnen het signaal hinderen. Gebruik dergelijke apparaten niet in de buurt van de kookplaat terwijl Hob²Hood ingeschakeld is. Afzuigkappen met de Hob²Hood-functie Voor het volledige assortiment afzuigkappen dat met deze functie werkt, raadpleeg je onze website van de consument. De AEG- afzuigkappen die met deze functie werken moeten het symbool hebben .
8. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik een speciale schraper voor het glas. De afdruk op de flexibele inductiekookzone kan vies worden of van kleur veranderen door het schuiven van kookgerei. Je kunt het gebied op een standaardmanier reinigen.
8.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten kunststof, plastic folie, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
- Verkleuring glanzende metalen verwijderen: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
9. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. NEDERLANDS 659.1 Wat moet je doen als ... Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Je kunt de kookplaat niet inscha‐ kelen of bedienen. De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïn‐ stalleerd. Controleer of de kookplaat goed aan‐ gesloten is op het lichtnet. De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zeke‐ ringen keer op keer doorslaan, neem je contact op met een erkende installa‐ teur. Stel gedurende 50 seconden geen kookstand in. Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 50 seconden in. Je hebt 2 of meer sensorvelden te‐ gelijkertijd aangeraakt. Raak slechts één sensorveld aan. Pauze is in werking. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. Water of vetvlekken op het bedie‐ ningspaneel. Reinig het bedieningspaneel. Je kunt de maximale warmte‐ stand niet instellen voor één van de kookzones. Je kunt een van de kookzones niet inschakelen. De andere zones verbruiken het maximaal beschikbare vermogen. Je kookplaat werkt correct. Verlaag de warmtestand van de ande‐ re kookzones die op dezelfde fase zijn aangesloten. Zie 'Stroommanage‐ ment'. Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitge‐ schakeld, klinkt er een geluids‐ signaal. Je hebt iets op een of meer sensor‐ velden geplaatst. Verwijder het voorwerp van de sensor‐ velden. De kookplaat wordt uitgescha‐ keld. Je hebt iets op het sensorveld ge‐ plaatst . Verwijder het voorwerp van het sen‐ sorveld. De restwarmte-indicator gaat niet aan. De zone is niet heet omdat deze slechts kortstondig is gebruikt, of de sensor is beschadigd. Als de zone voldoende lang gebruikt is om heet te zijn, neem je contact op met een erkende servicedienst. Hob²Hood werkt niet. Je hebt het bedieningspaneel afge‐ dekt. Verwijder het voorwerp van het bedie‐ ningspaneel. Je maakt gebruik van een hele hoge pan die het signaal blokkeert. Gebruik een kleinere pan, verander van kookzone of bedien de afzuigkap handmatig. De sensorvelden worden heet. De pan is te groot of je plaatst deze te dicht bij de bedieningsknoppen. Plaats grotere pannen indien mogelijk op de achterste kookzones. Er klinkt geen geluidsignaal wan‐ neer je de tiptoetsen van het be‐ dieningspaneel aanraakt. De signalen zijn uit. Schakel de geluiden in. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. 66 NEDERLANDSProbleem Mogelijke oorzaak Oplossing De flexibele inductiekookzone verwarmt de pan niet. De pan staat op een verkeerde plek op de flexibele inductiekookzone. Plaats de pan op de juiste plek op de flexibele inductiekookzone. De plaats van de pan is afhankelijk van de inge‐ schakelde functie of modus. Zie ‘Flexi‐ bele inductiekookruimte’. De diameter van de panbodem is verkeerd voor de ingeschakelde functie of functiemodus. Gebruik alleen pannen met een diame‐ ter die geschikt is voor de ingeschakel‐ de functie of functiemodus. Zie ‘Flexi‐ bele inductiekookruimte’. gaat aan. Kinderbeveiligingsinrichting of Blok‐ kering werkt. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. De bedieningsbalk knippert. Er staat geen pan op de zone, of de zone is niet volledig bedekt. Zet een pan op de zone, zodat de pan de zone volledig bedekt. De pan is niet geschikt. Gebruik geschikte pannen. Zie 'Aan‐ wijzingen en tips'. De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de zone. Gebruik pannen met de juiste afmetin‐ gen. Raadpleeg de technische gege‐ vens. FlexiBridge (Flexible Bridge) werkt. Eén of meerdere delen van de wer‐ kende functiemodus niet afgedekt door de pan. Plaats de pan op het juiste aantal ge‐ deelten van de functiemodus die in werking is of wijzig de functiemodus. Zie ‘Flexibele inductiekookruimte’. gaat aan. PowerSlide werkt. Er zijn twee pan‐ nen op de flexibele inductiekookzo‐ ne geplaatst. Gebruik slechts één pan. Zie ‘Flexibele inductiekookruimte’. en een getal gaan branden. Er is een fout opgetreden in de kookplaat. Schakel de kookplaat uit en schakel deze na 30 seconden weer in. Wan‐ neer weer verschijnt, trek je de stekker van de kookplaat uit het stop‐ contact. Steek de stekker van de kook‐ plaat er na 30 seconden weer in. Als het probleem zich blijft voordoen, neem je contact op met een erkende servicedienst. Je kunt een constant piepgeluid horen. De elektrische aansluiting is ver‐ keerd. Trek de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Laat de installatie controleren door een erkende elektri‐ cien.
9.2 Als je geen oplossing kunt
vinden... Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. Geef de gegevens op het typeplaatje. Zorg ervoor dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit niet het geval is, is het onderhoud van een servicemonteur of dealer niet gratis, ook tijdens de garantieperiode. De informatie over garantieperiode en geautoriseerde servicecentra vind je in het garantieboekje.
10.2 Specificatie kookzones
Kookzone Nominaal ver‐ mogen (max warmte-instel‐ ling) [W] PowerBoost [W] PowerBoost maximale duur [min] Diameter van het kookgerei [mm] Midden achter 2300 3200 10 125 - 210 Rechtsvoor 1800 2800 10 145 - 180 Flexibele inductie‐ kookzone 2300 3200 10 minimum 100 Het vermogen van de kookzones kan enigszins afwijken van de gegevens in de tabel. Het verandert met het materiaal en de afmetingen van het kookgerei. Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter niet groter dan vermeld in de tabel.
11. ENERGIEZUINIGHEID
11.1 Productinformatie
Modelnummer IPE84571IB Type kookplaat Inbouwkookplaat Aantal kookzones 2 Aantal kookgebieden 1 Verwarmingstechnologie Inductie Diameter van ronde kookzones (Ø) Midden achter Rechtsvoor 21,0 cm 18,0 cm Lengte (L) en breedte (W) van het kookgebied Links L 41,8 cm W 24,8 cm Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) Midden achter Rechtsvoor 190,8 Wh/kg 194,2 Wh/kg 68 NEDERLANDSEnergieverbruik van het kookgebied (EC electric cooking) Links 187,0 Wh/kg Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) 189,2 Wh/kg
- Voor Europese Unie volgens EU 66/2014. Voor Belarus volgens STB 2477-2017, Annex A. Voor Oekraïne vol‐ gens 742/2019. EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties
11.2 Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.
- Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft.
- Doe indien mogelijk altijd een deksel op de pan.
- Zet uw kookgerei op de kookzone voordat u deze activeert.
- Zet kleiner kookgerei op kleinere kookzones.
- Plaats het kookgerei precies in het midden van de kookzone.
- Gebruik de restwarmte om het eten warm te houden of te smelten.
12. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
På Fläkthastig‐ het 1 Fläkthastig‐ het 1 Läge H3 På Av Fläkthastig‐ het 1 Läge H4 På Fläkthastig‐ het 1 Fläkthastig‐ het 1 Läge H5 På Fläkthastig‐ het 1 Fläkthastig‐ het 2 Läge H6 På Fläkthastig‐ het 2 Fläkthastig‐ het 3
Notice-Facile