MD 16600 - Naaimachine LIFETEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 16600 LIFETEC in PDF-formaat.
| Producttype | Overlockmachine (naai- en overlockmachine) |
| Merk | Lifetec |
| Model | MD 16600 |
| Aantal draden | 4 (of 3 optioneel) |
| Aantal naalden | 2 (of 1) |
| Naaisnelheid | Tot 1300 steken per minuut |
| Steeklengte | 1,0 tot 5 mm |
| Steekbreedte | 7 mm (4 draden) / 7 of 4 mm (3 draden) |
| Hoogte van de persvoet | 4,5 mm |
| Naaldtype | 130/705H nr. 75-100 |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz, 105 W |
| Verlichting | Lamp 15 W (E14) |
| Pedaal | Type KD 2902 |
| Gewicht | Ongeveer 9 kg |
| Afmetingen (L x H x D) | 320 x 280 x 320 mm |
| Differentieel transport | Ja, instelbaar van 0,7 tot 2,0 |
| Gerolde zoomfunctie | Ja (met vinger voor gerolde zoom) |
| Omzetting 2 draden | Ja (met omzetter) |
| Geïntegreerde draadafsnijder | Ja |
| Afvalbakje | Ja, verwijderbaar |
| Veiligheid | Veiligheidsschakelaar op voorkap |
| Reiniging | Inclusief pluisborstel |
| Garantie | 24 maanden |
Veelgestelde vragen - MD 16600 LIFETEC
Gebruikersvragen over MD 16600 LIFETEC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 16600 - LIFETEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 16600 van het merk LIFETEC.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 16600 LIFETEC
1) Draadspanningskiezer voor de linker naald
2) Draadspanningskiezer voor de rechter naald
3) Draadspanningskiezer voor de bovenste grijper
4) Draadspanningskiezer voor de onderste grijper
5) Telescoopdradenboom
6) Spoelennaald
7) Steeklengtheregelaar
8) Instelling differentieel transport
9) Handwiel
10) Stekkerblok voor voetstarter
11) Netschakelaar
12) Frontklep
13) Vrije arm
14) Instelling snijbreedte (aan de linkerkant van de machine)
15) Hendel voor het openen van de vrije arm
16) LinialaI
17) Draadgeleiding voor de inlegdraad
18) Draadgeleiding voor de rijgdraad
19) Draadgeleiding
20) Instelling van de druk van de naaldvoet (aan dechterkant van de machine)
Inhoudsopgave
1. Hoofdcomponenten 109
2. Over deze handleiding 113
2.1. In denen handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -symbolen 113
2.2. Gebruik voor het beoogde doel 114
2.3.Verklaring van conformiteit 114
3. Veiligheidsinstructies 115
3.1. Elektrische apparaten zich geen spelelgoed 115
3.2. Netsnoer en netaansluiting 115
3.3.Repareer de machine nooit zelf 116
3.4. Basisinstructures 116
3.5. Veilige omgang met de machine 117
3.6. Reinigen en opbergen 118
4. Voor het gebruik 119
4.1. Accessoires 119
4.2. Niet afegebeelde accessoires 119
4.3. Instellen van de telescopische draadboom 120
4.4. Spoelholders 120
4.5. Spoelkappen 120
4.6.Netje voor de garenspoel 120
4.7. Voetstarter aansluiten 121
4.8. Instellen van de naaisnelheid 121
4.9. Veiligheidsschakelaar 121
4.10. Bevestigen van het afvalreservoir 122
5. Bediening 123
5.1. Handwiel 123
5.2. Frontklep 123
5.3. Liniall 123
5.4. Draadsnijder 124
5.5. Vrije arm 124
6. Draad in de grijpers inrijgen 125
6.1. Algemene aanwijzingen voor het inrijgen 125
6.2. Onderste grijperdraad inrijgen 126
6.3. Bovenste grijperdraad inrijgen 128
7. Draad in de naalden rijgen 129
8. Proefdraien 131
9. Instellen van de draadspanning 132
9.1. Instellen van de draadspanning voor de naalddraden 133
9.2. Instellen van de draadspanning voor de vrijperdraden 133
10. Overzicht van de machine-instellen 134
- Draad wisselen 136
- Draaggreep 136
- Instellen van de steeklengthe 137
136
136
13.1. Instelling van de steeklength 137
- Instelling van de snijbreedte 137
14.1. De juiste snijbreedte 138
14.2. Geringere snijbreedte instellen 138
14.3.Grotere snijbreedte instellen 138
- Naalden verwangen 139
- Gloeilamp vernieuwen 140
- Mesjes verwangen 141
17.1.Uitnemen van het bovenste mesje 142
- Omstellen voor tweedraad gebruik 143
- Eng- en wijdmazig met drie draden afhechten 144
19.1.Rolzoomoet 145
- Ajourzoom, smalle randen of picotranden. 146
- Differentieel transport 147
21.1. Werkwijze 147
21.2. Positief differentieel transport 148
21.3.Negatif differentieel transport 148
21.4. Instellen van het differentieel transport. 149
- Druk van de naaldvoet instellen 150
- Naaien met een inlegdraad 150
- Storingen 152
- Reinigen en smeren 153
- Afvoer 154
- Technische specificaties 155
- Algemene garantievoorwaarden 156
- Dienst Adres 159
- Naaimechaniek 160
DE
NL
2. Over deze handleiding

Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de machine voor het eerst in gebruik neemt en neem vooral de veiligheidsinstructies in acht! Alle werkzaamheden aan en met deze machine zijnuitsluitend toegestaan zoals in deze handleiding beschreiben.
Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
Geef.Deze handleiding mee als u de machine aan iemand anders doorgegt.
2.1. Inheiten handleiding gebrukte waarschuwingspictogrammen en -symbolen
| ! | GEVAAR! Waarschuwing voor acuut levensgevaar! |
| ! | WAARSCHUWING! Waarschuwing voor maybek levensgevaar en/of ernstig onomkeerbaar letsel! |
| ! | VOORZICHTIG! Waarschuwing voor maybek middelzwaar of ge- ring letsel! |
| i | OPMERKING! Neem de aanwijzingen in acht om materiële scha- de te voorkomen! Overige informatie voor het gebruik van het ap- paraaat! |
| i | OPMERKING! Aanwijzingen in de gebruikershandleiding opvol- gen! |
2.2. Gebruik voor het beoogde doel
Deze machine bildet uitgebrende gebruiksmogelijkheden:
De overlock-naaimachine kan worden gezruikt voor het aan elkaar naaien en afwerken van de naden in Licht tot middelzwaar naaigoed.
Het naigoed kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.
- Deze machine is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is Niet geschikt voor industrielle/zakelijktoepasseningen.
Denk er aan dat hetrecht op garantie bij onjuist gebruik komt te verrallen:
- breng geen wijzigingen aan zonder once toestemming en gebruik geen accessoires die nicht door ons zijn goedgekeurd of geleverd,
- gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde (reserve)onderdelen en accessoires,
- neem alle informatatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke andere toepassing worden beschouwd als onjuist gebruik en kan leiden tot letsel of materièle schade.
- Gebruik deze machine nicht onder extreme omgevingsomstandigheden.
2.3. Verklaring van conformiteit
Hierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese eisen:
EMV-richtlijn 2004/108/EG
Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG
Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG
RoHS-richtlijn 2011/65/EU.
3. Veiligheidsinstructies
3.1. Elektrische apparaten়n geen spelgoed
- Berg het apparaat en de accessoires buiten bereik van kinderen op.
- Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8年龄段 en door Personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijkke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze Personen onder toezicht staan of+zijn geinstrueerd in het gebruik van het apparaat zodate bij de daarmee samenhangende bevaren begrijpen. Kinderenogeniet met het apparaat spelen. Reiniging en door gebruikers uit te voeren onderhoudogen Niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze ouder dan 8aar zijk en onder toezicht staan.
- Kinderen diejonger+zijn dan 8aar moeten uit de omgeving van het apparatusat en het netsnoer worden gehouden.

GEVAAR!
Gevaar voor verstikking!
Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor verstikking!
Houd het verpakkingsmaterial, zoals folie of plastic zakken,uit de buurt van kinderen.
3.2. Netsnoer en netaansluiting
- Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (220-240V~ / 50Hz) in de directe omgeving van deplaats van opstelling. Om de machine indien nodig snel spanningsvrij te kunnen make,要去 het stopcontact.altijd goed toegankelijk+zijn.
- Wanneer u de stekker uit het stopcontact verwijdert trekt u al-tijd aan de stekker zich en Niet aan de kabel.
- Wikkel de kabel tijdens gebruik volledig af.
-
De kabel mag nicht in contactkommen met hete oppervlakken.
-
Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaimachine uit en trekt u de netstekker uit het stop-contact: draad insteken, naald verwisselen, naaivoet instellen, gloeilamp verrangen, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden, alsmede aan het einde van naaiwerkzaamheden en wanner de werkzaamheden worden onderbroken.
3.3. Repareer de machine nooit zich
- Trek bij beschadigingen van de machine of het aansluitsnoer direct de stekker uit het stopcontact.
- Om risico's te voorkomen mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen van de machine of het snoer Niet worden gezruikt.

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schok!
Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor een elektrische schok!
Probeer in geen geval het apparaat te openen of zich te repareren!
Neem bij storingen of als het aansluitsnoer beschadigd is, contact op met het Servicecentrum of een andere geschikte reparatiedienst.
3.4. Basisinstructures
- De naaimachine mag nicht nat worden - gevaar voor elektrische schokken!
- Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezichter.
- Gebruik de machine nooit in de open lucht.
- De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type KD 2902.
3.5. Veilige omgang met de machine
- De naaimachine is uitgerust met zuignappen voor een veiligeplaatsing. U dient er desondanks op te letten dat de machine op een vlakke, stabiele ondergrond worden geplaatst en dat alle vier de voetjes contact hebben met het werkvlak.
- Tijdens gebruik要去 de ventilatieopengingen vrij blijven: let erop dat er geen voorwerpen (bv. stof, restjes garen etc.) in de openingskenuren binnendringen.
- Plaats nooitiets op het pedaal.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen. Naalden en gloeilampen zich in de vakhandel verkrijgbaar.
- Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistoffen.
- Let er tijdens het naaien op dat u Niet met uw vingers onder de naaldklemschroef kommt.
- Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naalden en het mes. Er bestaat ook gevaar voor letsel wonneer de machine Niet op hetlicht-net is aangesloten!
- Gebruik ook geen verbogen of stompe naalden.
- Houd de stofijdens het naaien Niet vast en trek Niet aan de stof. De naalden können hierdoor breken.
- Zet de naalden na beeindiging van de naaiwerkzaamheden.altijd in de hoogste stand.
- Schakel algijd de machine uit na de werkzaamheden, voor onderhoudswerkzaamheden of bij het verwangen van lampen en trek de netstekker uit het stopcontact.
3.6. Reinigen en opbergen
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen. Reinig de machine met een droge, zachte doek. Vermijd gebruik van chemische oplos- en schoonmaakmiddelen omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van de machine+kennen aantasten.
- Gebruik voor het opbergen van de naaimachine algijd de meegeleverde kap zodate machine beschermd is gegen stof.
4. Vóor het gebruik
4.1. Accessoires*
Controleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:

35 Tweedraad converter 43 Oliekannnetje
36 Rolzoomoet 44 Pincet
37 Set naalden 45 Spoelhouser
38 Koordgeleider 46 Plaatje voor de spoelhouser
39 Schroevendraaier (klein) 47 Accessoiretasje
40 Schroevendraaier (groot) 48 Afdekkap
41 Ring-/steeksleutel 49 Vezelkwastje*
42 Reserve bovenmes 50 Netje voor de garenspoel
4.2. Niet afgebeelde accessoires
- Spoelkap
- Afvalreservoir/afneembare naaitafel
Voetstarter




4.3. Instellen van de telescopische draadboom
Trek de telescopische draadboom voor het insteken van de draad helemaal maar buiten.
Draai de telescopische draadboom zodat de draadgeleidingen zich precies boven de spoelnaalden bevinden.
4.4. Spoelholders
Bij deze machine kan gebruik worden gemaatkt van zowel industrielle spoelen als spoelen voor huishoudelijk.
Bij industrielle spoelen met grote diameter plaats u de spoelhouser met het brede uiteinde maar boven, voor spoelen met eenkleine diameterplaatst u de houser met het smalle uiteinde maar boven.
Plaats in elk geval hetplaatje onder de spoel om te garanderen dat de spoel veilig staat.
4.5. Spoelkappen
Bij gebruik van Niet-industrièle garenspoelen verwijdert u de spoelhouser en zet u de meegeleverde spoelkappen op de garenspoelen.
Plaats in elk geval hetplaatje onder de spoel om te garanderen dat de spoel veilig staat.
4.6. Netje voor de garenspoel
Polyester- resp. grover nylongaren kan tijdens het afwikkelen loskomen van de spoel. Maak waarom bij dergelijk garen gebruik van het meegeleverde netje om ervoor te zorgen dat het garen gelijkmatig worden aangevoerd.
Trek het netje van boven af over de spoel.
Trek het netje tot het einde over de spoel en sla het overstaande deel maar boven om.
4.7. Voetstarter aansluiten
Steek de aansluitstekker van de meegeleverde voetstarter in de aansluiting op de machine en stekervolgens de netstekker in het stopcontact.
De hoofdschakelaar schakelt zowel de machine als de naaiverlichting in.
Gebruik uitsluitend de meegeleverde voetstarter. Schakel.altijd de machine uit en trek de stekker uithet stopcontact wonneer u的一面u bent of tijdens onderhoud en reiniging.

4.8. Instellen van de naaisnelheid
De naaisnelheid worden geregeld met behulp van de voetstarter. De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op de voetstarteruit te oefenen.
4.9. Veiligheidsschakelaar
De machine is voorzien van een micro-veiligheidsschakelaar. De machine worden automatisch van hetlichtnet losgekoppeld wanner de frontklep worden geopend.
Sluit zowel de frontklep als de vrije arm voordat u begint met naaien.

4.10. Bevestigen van het afvalreservoir
Het afvalreservoir vangtijdens het naaien de snij-resten op, zodat uw werkplek schoon blijft.
Voer nokje A in de bovenste van de beiden openings D, haak verwolgens nokje B in de gleuf C.
Wanner u klaar bent met naaien, kurz u het afvalreservoir verwijderen door eerst nokje Buit de gleuf C te tillen en verrolgens het volledige afvalreservoir waar rechts weg te nemen.
Om het afvalreservoir ruimtebesparend op te bergen,kest u het reservoir aan de machine bevestigen door het nokje A in de onderste van de twee openingsen D te steken en verrolgens nokje E in degleuf F te haken.

5. Bediening
5.1. Handwiel
Draai het handwiel.altijd alleen maar u toe.
5.2. Frontklep
Om de frontklep te openen, schuift u de uitsparing zo ver möglichk maar rechts en trekt u verrolgens de frontklep maar u toe.

5.3. Linial
Bij gebruik van de linial wordt de stof op gelijkblijvende afstand van de rand gesneden en genaaid.
De breedte kan worden ingesteld door de liniaaluit te trekken of in te schuiven.

5.4. Draadsnijder
De draadsnijder is in de stekplaat geintegreerd.
Druk de hendel van de draadsnijder aan de binnenkant van de machine omlaag.
Voer de draad onder de draadsnijder door en LAST de hendel los.

5.5. Vrije arm
De vrije arm要去 voor het inrijgen worden geopend.
Open erst de frontklep.
Druk nu de ontgrendelingshendel omlaag en draai de vrije arm maar links.

6. Draad in de grijpers inrijgen
6.1. Algemene aanwijzingen voor het inrijgen
Het inrijgen gebeurt in deze volgorde:
- EERSTE STAP onderste grijper paars
- TWEEDE STAP bovenste grijper blauw
- DERDE STAP rechter naald rood
- VIERDE STAP linker naald groen
Goed inrijgen is belangrijk, zodat de steken nicht onregelmatig worden en de draad Niet afbreekt.
Aan de binnenkant van de frontklep bevindt zich een praktische handleiding voor het inrijgen.
Daarnaast hebben de draadgeleiders een verschil-lende kleur.
In de box met accessoires bevindt zich een pincet,
waarmee het inrijgen eenvoudiger gaat.
OPMERKING!
Wanner het toch nodig maar zich om een van de grijperdraden achteraf opnieuw in de rijgen (bv. na een breuk),要去 u eerst de dradenuit de naalden verwijderen om te voorkomen dat de draden verstrikt raken

6.2. Onderste grijperdraad inrijgen
Open de frontklep en de vrije arm
Draai het handwiel maar u toe totdat de grijper zich in de gunstigste stand bevindt om in te rijgen.

Voer de draad door het oogje aan de draad-boom.
Voer de draad nu eerst door de draadgeleiding.
Leg nu de draad:tussen de beide schijfjes van de draadgeleiding.
Belangrijk: De draad要去 correct tussen de beiden schijfjes van de draadspanner liggen.
Leg nu de draad in de onderste draadgeleiding. Volg vanaf dit punt het schema voor de draadgeleiding in de machine. Rijg de draad door het achterste oogje (9) van de grijper door zolang aan het handwiel te draaien tot het achters- te deel van de grijper aan de linkerkant van het mechanisme tevoorschijn komt.
Trek het draadeinde ongeveer 10 cm uit de oogjes van de grijper.
6.3. Bovenste grijperdraad inrijgen

Voer de draad door het oogje aan de draad-boom en in de betreffende draadgeleiding.
Leg nu de draad in de betreffende draadgeleiding.
Leg nu de draad in de onderste draadgeleiding. Volg vanaf dit punt het schema voor de draadgeleiding in de machine.
Trek het draadeinde ongeveer 10 cm uit de oogjes van de grijper.
7. Draad in de naalden rijgen

Draai het handwiel maar u toe tot de naalden helemaal boven staan.
Voer de draad door het oogje aan de draad-boom.
Voer de draad nu eerst door de draadgeleiding.
Leg nu de draad:tussen de beide schijfjes van de draadgeleiding.
Belangrijk: De draad要去 correct tussen de beiden schijfjes van de draadspanner liggen.
Voer de draden door de draadgeleidingen met kleurcodering.
Voer het garen blijde draadgeleiding van de naaldhouserlans, zoals afgebeeld, en verwolgens van voren maar achteren door het oog van de naald.
Trek het draadeinde ongeveer 10cm uit de oogjes van de naalden.
- Til de naivoet omhoog en schuif de draden eronder. Laat de naivoet cervolgens weezaken.
Sluit na het inrijgen de vrije arm en de front-klep.
8. Proefdraien
Wonneer er voor de eerste keer garen worden ingeregen of wonneer het garen na het breken van de draadijdens het naaien opnieuw worden ingeregen, gaat u als volgt te werk.
Houd de draadeinden:tussen uw vingertoppen van de linker hand,draai het handwiei langzaam twee- of driemaalaar u toe en probeer, of de draad kan worden doorgetrokken.
Naai nu voorzichtig enkele steken zonder stof toe te voeren om de geleiding van de draden te controleren.
Leg de stof voor proefdraien onder de naivoet,That de naaivoet zakken en begin langzaam te naaien. De stof wordt automatisch toegevoerd, geleid de stof nu voorzichtig verder.
Na beeindiging van het werk naait u verder, tot zich een ongeveer 5 - 6 cm lange draadketen aan het einde van de stof hebft gezormd. Knip de draden door met een schaar of de draadsnijder.



9. Instellen van de draadspanning
Draadspanning verhogen

De benodigde draadspanning moet afhankelijk van de soort en dikte van draad en stof worden ingesteld.
Controller de naden en stelt de draadspanning aan de hand waarvan in.
Draadspanning:
Draai de instelling op een lager cijfer: De spanning wordt minder
Draai de spanning op een hoger cijfer: De spanning worden hoger.
Juiste draadspanning

9.1. Instellen van de draadspanning voor de naalddraden
De draadspanning voor de linker naald is te laag.
De draadspanning voor de rechter naald is te laag.


Span de linker draad bij. Span de rechter draad bij.
9.2. Instellen van de draadspanning voor de griiperdraden
De onderste grijperdraad zit te strak en/of de bovenste grijperdraad zit te los.
De bovenste vrijperdraad zit te strak en/of de onderste vrijperdraad zit te los.

Verminder de spanning van de onderste vrijperdraad en/of span de bovenste vrijperdrader bij.

Verminder de spanning van de bovenste grijperdraad en/of span de onderste grijperdrader bij.
10. Overzicht van de machine-instelingen
De Beste instelling van de draadspanning kan per stof verschillen.
De vereiste draadspanning hangt af van de stevigheid en dikte van de stof en tevens van soort en dikte van de draad.
De volgende babel kan u helpen om de juiste draadspanning te bepalen:
| Stoffen Garen Naalden Steenklength | Draad-spanning | |||
| licht katoen & linnen:organdy;batist;gingham | KatoenNr. 100 | voor algemene naaiwerkzaam-heden:Type:130/705 HNr. 90 | 2,0 - 3,5 mmstandaard: 2,5mm | A: 2 - 4B: 2 - 4C: 2 - 4D: 2 - 4 |
| zwaar katoen& linnen:Oxford, jeans,katoen-gabardine | KatoenNr. 60PolyesterNr. 50 - 60 | 2,5 - 4,0 mmstandaard: 3,0mm | A: 5 - 7B: 5 - 7C: 3 - 5D: 3 - 5 | |
| lichte wol:kamgaren, wol,poplin | KatoenNr. 60polyesterNr. 80 | 2,0 - 3,5 mmstandaard: 2,5mm | A: 2 - 4B: 2 - 4C: 2 - 4D: 2 - 4 | |
| serge, flanel,gabardine | katoenNr. 60polyesterNr. 60 - 80 | voor lichte stoffen:Type:130/705 HNr. 75 | 2,0 - 3,5 mmstandaard: 2,5mm | A: 3 - 5B: 3 - 5C: 3 - 5D: 3 - 5 |
| zware wol:velours,kameelhaarastrakan | katoenNr. 60polyesterNr. 50 - 60 | 2,5 - 4,0 mmstandaard: 3,0mm | A: 5 - 7B: 5 - 7C: 3 - 5D: 3 - 5 | |
| lichte syntheti-sche stoffencrèpe de Chine georgette,satijn | katoenNr. 80 - 120polyesterNr. 80 - 100 | 2,0 - 3,5 mmstandaard: 2,5mm | A: 2 - 4B: 2 - 4C: 2 - 4D: 2 - 4 | |
| zware syntheti-sche stoffen: taft, twill, jeans | katoen Nr. 60 polyester Nr. 60 | voor algemene naaiwerkzaam- heden: | 2,5 - 4,0 mm standaard: 3,0 mm | A: 5 - 7 B: 5 - 7 C: 3 - 5 D: 3 - 5 |
| tricotstof | katoen Nr. 60 - 80 polyester Nr. 60 - 80 | 2,0 - 3,5 mm standaard: 2,5 mm | A: 3 - 5 B: 3 - 5 C: 3 - 5 D: 3 - 5 | |
| Jersey | katoen Nr. 60 polyester Nr. 50 - 60 | voor lichte stoffen: | 2,0 - 3,5 mm standaard: 2,5 mm | A: 3 - 5 B: 3 - 5 C: 3 - 5 D: 3 - 5 |
| wol | bulkgaren polyester Nr. 50 - 60 | 130/705 H Nr. 75 | 2,0 - 3,5 mm standaard: 2,5 mm | A: 3 - 5 B: 3 - 5 C: 3 - 5 D: 3 - 5 |



11. Draad wisselen
Op de volgende manier is het wisselen van draad heel eenvoudig, u bespaart zich daardoor het compleet opnieuw inrijgen:
Knip het garen boven de spindel af en knoop de einden van de oude en neue draad met een zeemansknoop aan elkaar.
Tilde naivoet op.
Breng de naaldboom in de laagste positie door het handwiel van u af te draaien. Trek voorzichtig aan het uiteinde van het garen totdat de verbinderingsknoop het oog van de naald en de oogjes van de grijpers is gesasseerd.
12. Draaggreep
Met de draaggreep(Int) u uw machine gemakkelijk vervoeren.
13. Instellen van de steeklengthe
Draai het steeklengtewiel totdat de gewenste lengte worden aangegeven. Hoe hoger het getal, hoe langer de steek
De steeklengte kan over een bereik van 1 tot 5mm worden ingesteld.
Bijna alle overlock-werkzaamheden worden uitgevoerd met een steeklengthe van 2,5 tot 3,5 mm.
13.1. Instselling van de steeklength
| Steken Steeklengthe' | |
| Normale naden | 2,0 - 4,5 mm Standaardinstelling: 3,0 mm |
| Smalle boorden 1,0 - 2,0 | mm |
| Ajourzomen 1,0 - 2,0 mm | |
| Kantnaaien 3,0 - 4,0 mm | |
14. Instelling van desnijbreedte
De geschikte snijbreedte verschilt per stof. Controler de respons.{naden en stel de snijbreedte als volgt in:
Draai het handwiel maar u toe, tot de naalden zich in de onderste stand bevinden.
Open de frontklep en klap de vrije arm omlaag.
Draai hiervoor de instelknop voor de snijbreedteaar links,tot de grijperdraden gegen derand van de stof liggen.


Wanner de rand van de stof bij het naaien rimpelt kiest u een Kleinere snijbreedte.
Draai waarvoorde instelknop voor de snijbreedteaarrechtst.

14.3. Grotere snijbreedte instellen
Kies een grotere snijbreedte als het garen over derand van de stof heb ven worden genaaid.
Draai waarvoorde instelknop voor de snijbreedteaar links.

15. Naalden verrangen
Blj deze machine worden gebruik gemaakt van naalden van het type 130/701H (voor huishoudelijk machines).
LET OP
Gevaar voor schade!
Verbogen of stompe naalden kunnenschade aan de machine en het naaigoed toebrengen.
Schakel de machineuit.
Vervang de defecte naald.
Draai het handwiel maar u toe, tot de naalden zich in de bovenste stand bevinden.
Maak de klemschroeven met behulp van de meegeleverdekleine schroevendraaieruit de box met accessoires los van de naalden en verwijder de naalden: bovenste schroef voor de linker naald en onderste schroef voor de rechter naald.
Schuif de neue naalden met de vlakke kant waar achteren in de naaldhouser. Let er hierbij op, dat de naalden zo ver möglichk ingeschoven worden.
Draai de klemschroef van de naalden weer vast.
Als de naalden er goed zichin ingezet, staat de linker naald iota's hoger dan de rechtter. Als de naalden er nicht goed zichin ingezet, vallen er bij het nauien nu en dan steken weg.



16. Gloeilamp vernieuwen
VOORZICHTIG!
De gloeilamp wordenijdens gebruik zeer heet. Bij verranging van de gloeilampijdens gebruik bestaat gevaar voor brandwonden.
Schakel de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact voordatu de gloeilamp verrangt.
Laat zo nodig de gloeilamp voor het verwangen afkoelen.
Draaj de schroef er helemaaluit
Trek de afdekking van de lamp maar de zichkant weg.
Buiq de aluminiumafdekking voorzichtig opzij.
Schroef de gloeilamp los.
Vervang de gloeilamp.
Buig de aluminiumafdekking weeer voorzichtig terug achefter de schroefbevestiging.
Steek de lampafdekking aan de zijkant weer terug en schroef de afdekking vast.


BELANGRIJK
Gebruik een 15-watt lampen of als alternatif een 5-watt LED-lamp.
17. Mesjes verrangen
Schakel de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u de mesjes verrangt.
Het onderste mesje bestaat uit speciala materialien hoeft nicht verrangen te worden.
U verwangt als volgt het bovenste mesje als het bot is:
- Open de frontklep en draai het handwiel maar u toe totdat het bovenste mesje zich in de laags-te stand bevindt.
Maak met behulp van de ring-/steeksleuteluit de box met accessoires de schroef aan de bovenste messenhouser los en verwijder het bovenste mesje.
Zet er een neuebovenste mesje in en draai des schroef van de houder jets aan.
Stel het bovenste mesje zo in, dat de snijkant 0.5 - 1,0mm boven de snijkant van het onderste mesje uitsteekt (zie afbeelding).
Draai nu de schroef van de houder van het bovenste mesje stevig aan en sluit de frontklep.


17.1. Uitmelen van het bovenstemesje
Wanner u wilt naaien zonder tegelijkertijd de randen af te snijden, kunt u het bovenste mesje verwijderen.
LET OP Gevaar voor schade!
Bij een te grote stofrand kuren de bovenste grijper en de naald beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de stofrand nicht breder is dan de ingestelde naadbrendte.
Schakel de machine uit en trek de stekker uithet stopcontact.
Open de frontklep en de vrije arm.
Houd de vrije arm met een hand vast en druk de draaiknop van de meshouderaar links.
Draai nu de meshouder zover waar voren dat het mesje 180^ wordt gedraaid. (zie afbeelding).

18. Omstellen voor tweedraad gebruik
U kunt deze machine ook gebruiken als tweedraadsmachine. Maak hiervoor gebruik van de tweedraad converter en gebruikuitsluitend de linkernaald.
Schakel de machine uit en trek de stekker uithet stopcontact.
Open de frontklep en de vrije arm.
Verwijder nu de rechtter naald en de draden voor deze naald en de bovenste grijper (zie ook „15. Naalden verrangen" op pagina 139).
Neem de tweedraad converter uit het accessoirevakje anschter de frontklep.
- Plaats de converter in de bovenste grijper. (zie afbeelding 1)
Voer waarvoor het nokje aan de achterkant van de converter in de gleuf van de bovenste griper. (Zie afbeelding punt A).
Voer nu het nokje aan de voorkant van de converter in het oog van de bovenste grijper. (Zie afbeelding punt B).
De converter moet dicht gegen de bovenste grijper liggen. (zie afbeelding 2)



19. Eng- en wijdmazig met drie draden afhechten
Deze machine kan bij het afhechten worden omgezet van vier op drie draden.
Verwijder of de rechtter of linker naald en de bijbehorende draad (zie ook, 15. Naalden verrangen" op pagina 139).
Nu is de machine gereed voor het afhechten met drie draden.
Bij uitsluitend gebruik van de rechtter naald bedraagt de steeklengthe 4mm

Bij uitsluitend gebruik van de linker naald bedraagt de steeklengthe 6 mm.

19.1. Rolzoomvoet
Bij het naaien van lichte stoffen met drie draden kuren er lussen in de naden ontstaan. Vervang in dit geval de rolzoomoet.
Schakel de machine uit en trek de stekker uithet stopcontact.
Open de frontklep en de vrije arm.
Draai de rolzoomoet A los met behulp van de meegeleverde schroevendraaier en verwijder de voet.
Neem de tweede rolzoomoet Buit de accessoirebox anschter de frontklep.
Schuif de rolzoomoet tot de aanslag in.

20. Ajourzoom, smalle randen of picotranden.
Om bij dunne stoffen, zoals crêpe de Chine, georgette of zijde, eigenhollen Ajourzomen, smalle randen of picotranden een nette naad te make.
Vanwege de fijnne aard van dit type zoom is dit nicht geschikt voor stevige resp. zware stoffen.
Ga als volgt te werk om de machine in te stellen:
Tilde naivoet op.
Open de frontklep en de vrije arm
Verwijder de rolzoomvoet (zie „19.1. Rolzoomvoet" op pagina 145).
- Verwijder de linker naald en de bijbehorende draad.
Stel de machine in volgens de tabel.
BELANGRIJK:
Stel indien nodig de steeklengthe en snijbreedte in.
| Rand Draads spanning Steenklength Steekbreedte | |||
| Ajourzoom | Naald: 4 bovenste grijper: 4 onderste grijper: 4 | R 4 - 6 | |
| smalle rand | Naald: 4 bovenste grijper: 4 onderste grijper: 0 | 2 - 2,5 4 | |
| Picotrand | Naald: 4 bovenste grijper: 4 onderste grijper: 4 | P 4 - 6 | |
21. Diff erentieel transport
Door het differentieel stoftransport worden golvende naden in gebreide stoffen en het verschuiven van stoflagen voorkomen. Ook ontstaan er bij naden in zeer lichte stoffen geen plooien.
21.1.Werkwijze
De machine heeft twee setjes schuiven om de stof door te voeren, een vooraan (A) en een achteraan (B). Deze beiden sets bewegen onafhankelijk van elkaar. Voor het aanvoeren van de stof konnen de beiden stofschuivers met verschillende snugheden bewegen.
Instelbereik voor het aanvoeren van de stof: 0,7 (negatief transport) tot 2,0 (positief transport).

Bij een positief differentieel transport voert het voorste transport (A) een grotere beweging uit dan hetijkenste transport (B). Hierdoor wordt de stof onder voet "opgehoopt" waardoor het golven worden tegengegaan.

Bij een negatief differentieel transport voert het voorste transport (A) eenkleinere beweging uit dan het achechterste transport (B). Hierdoor wordt de stof onder de voet gerekt waardoor ongewenst plooien van de stof worden tegeengegaan.

21.4. Instellen van het diff erentieel transport.
Het differentieel transport worden ingesteld door draaien van de bijbehorende regelaar. Het aanvoeren van de stof kan ookijdens het naaien worden ingesteld.

Kies een instelling aan de hand van de onderstaande tabel:
| Toepassing | Soort trans-port | Instelling |
| Niet golvende zo-men, gewenst kro-ezen | positief differentieel transport | 1 - 2 |
| geen differentieel transport | Neutraal transport | 1 |
| kroesvrijèzomen | negatief differentieel transport | 0,7 - 1 |
22. Druk van de naaldvoet instellen
De druk van de naaldvoet is voor alle gebruikelijkke naiwerkzaamheden correct ingesteld en hoeft Niet gezusteerd te worden.
Wanner het tochoodzakelijk zouh zijn om de druk van de naaldvoet aan te passen, kunt u dit doen met behulp van de regelaar op de achterkant van de frontafdekking.
Draai de regelaar waar een hoger nummer om de druk te verhogen of op een lagere waarde om de druk te verlagen.

23. Naaien met een inlegdraad
Naden met inlegdraad worden gebruikt om schouder-, mouw en+zijnaden te versterken bij het aaneennaaien van gebreide stoffen.
Het is ook zeer decoratief om gebruik te makes van een garen met een contrasterende kleur om het afgewerkte kledingstuk te verfraaien.
De machine is voorzien van een voet waarmee het koord of de inlegdraad links resp. rechts van de veiligheidssteek kan worden toegevoerd.
Ga waarvoor als volgt te werk:
Schuif de afneembare koordgeleiding uit de accessoireset op de standard van de draadgeleiding.
Leg het "vulkoord" zoals bv. haakgaren, bordu-urdraad, wol, breigaren of kroesband achter de pennen van de garenspoel.
Trek de inlegdraad door de koordgeleiding en nervolgens door de draadgeleiding van de linker naald.
Voer de inlegdraad door de voorste resp. dechterste opening van de naivoet (afhankelijk van de naaimethode) en leg de draad maar achter in de naivoet.
- Plaats de stof op de gebruikelijke manier. Begin langzaam met naaien en controllerer of de inlegdraad op de juiste manier worden toegevoerd. Verhoog dan de naaisnelheid.
Bij het aaneennaaien van de schoulders of aannaaien van mouwen, voert u de inlegdraad door de voorste opening.
Let er waar bij op dat de draad bij de doorgang door de voorste opening, tussen rechter en de linker rijdgraad worden gefixeerd.
Voor het sluiten van zijnaden, voert u de inlegdraad door dechterste opening. Zorg er hierbij voor dat de draad rechts van de rijgdraad verloopt.
Voor een decoractief effect kunt u gebruikmaken van een garen met een contrasterende kleur dat u door de voorste of deijkenste opening voert.

24. Storingen
Lees hier na of u alle aanwijzingen in acheft heeft genomen. Neem pas contact op met once klantenservice als geen van de genoemde oplossingen afdoende is.
| Probleem Oorzaak Oplossing | Pagi-na | ||
| Naalden breken | Naaldenijken verbogen, stomp of de punt is be-schadigd | Plaats een neue naald | 39 |
| Naaldenijken er Niet goed ingezet | Zet de naalden goed in de houder | 139 | |
| U heeft te heftig aan de stof getrokken | Geleid de stof behoed-zaam met beiden handen | ||
| Draad breekt af | Garen is Niet goed inge-regen | Rijg het garen goed in 125 | |
| Draadspanning te hoop | Stel de draadspanning bij | 132 | |
| Naaldenijken er Niet goed ingezet | Zet de naalden goed in de houder | 139 | |
| Steken vallen uit | Naaldenijken verbogen, stomp of de punt is be-schadigd | Plaats een neue naald | 39 |
| Naaldenijken er Niet goed ingezet | Zet de naalden goed in de houder | 139 | |
| Steken vallen uit | Garen is Niet goed inge-regen | Rijg het garen opni-euw in | 125 |
| Verkeerde naalden ingezet | Gebruik de juiste naal-den (type 130/701H) | 139 | |
| Stekenijken onre-gelmatig | Draadspanning is Niet juist | Stel de draadspanning bij | 132 |
| Draad zit vast | Controler het verloop van de afzonderlijke draden | 125 | |
| Naden werpen plooien | Draadspanning is te hoop | Stel de draadspanning bij | 132 |
| Garen is Niet goed inge-regen | Rijg het garen goed in 125 | ||
| Garen zit vast | Controler het verloop van de afzonderlijke draden | 125 | |
| Stofransport nicht inge-steld | Stel het stofransport in op 0,7 | 149 | |
| Probleem Oorzaak Oplossing | Pagi-na | |
| Stof worden nicht net-jes afgesneden | Bovenste mesje is bot of is verkeerd ingezet | Vervang het mesje ofzet het er goed in |
| Stofrand rimpelt Teveel stof op een steek Verand | er de snijbreedte 137 |
25. Reinigen en smeren
Om uw machine probleemloos te latent werken,要去 u het mechanismisme af en toe reinigen met het kwastje uit de accessoireset en met het oliekannetje smeren op de aangegeven posities.
Gebruik voor het reinigen van de buitenkant een droge, zachte doek. Vermijd het gebruik van chemische oplos- en schoonmaakmiddelen,ondat deze het oppervlaken/of de opschriften van de machine konnen aantasten.
Deze machine heeft maar heel weinig olie nodig, waar de hoofdcomponenten bestaan uit een speciaal materiaal.
Neem de stekker uit het stopcontact voordat u de machine opent.
Open de frontafdekking en de werktafel en schroef alle afdekkingen los met de meegeleverde schroevendraier. Verwijder opgehoopt stof en verzels met de penseeluit de meegeleverde accessoireset.
Breng een paar druppels olie aan op de aangegeven posities. Maak hiervoortuitsluitend gebruik van hoogwaardige naaimachineolie.
Schroef alle afdekkingen weeer vast en sluit de vrije arm en de frontafdekking.
Naai nu ter controle op een proeflapje om te controleren of alles maar behoren werk. Eventueel overvloedige olie worden hierbij verwijderd zodate dat uw echte naaigoed nicht worden beschadigd.


26. Afvoer
VERPAKKING
Uw overlock-naaimachine is ter bescherming te-gen transportschade stevig verpakt. Verpakkingen,zijn grondstoffen en+kunnen worden hergebruikt of terug worden gebracht in de grondstoffenkringloop.

MACHINE
Gooi de machine aan het einde van de levensduur in geen geval bij het gewone huisvuil. Informeer u over de möglichkheden voor milieuvriendelijk afvoer.
27. Technische specifi caties
Spanning: AC 220 - 240 V~ / 50 Hz
Opgenomen vermogen: Totale vermogen: 105 W
Motor:
Lamp:
(E14 schroefdraad, max. 15 Watt)
90
15
Voetstarter: Type: KD 2902
Nominale spanning: 220 - 240V /50 / 60Hz
Aantal draden: 4 of 3
Aantal naalden: 2 of 1
Naaisnelheid: tot 1300 RPM
Steerkbreedte: 7 mm bij 4 draden
7 mm of 4 mm bij 3 draden
Steeklength:
1,0-5mm
Hoogte naaivoet:
4,5 mm
Naald:
130/705H Nr. 75 - 100
Afmetingen:
ca. 320mm× 280mm× 320mm (B× H× L)
Gewicht:
ca. 9 kg

Technische wijzigingen voorbehonden.
28. Algemene garantievoorwaarden
28.1.Algemeen
De looptijd van de garantie bedraagt 24 maanden en gaat in op de dag van aankoop van het product. De garantie heeft betrekking op materiaal- en fabricagefouten van allerlei aard die bij normala gebruik konnen optreden.
Bewaar waar het originele aankoopbewijs goed. De garantieverlener behoudt zich hetrecht voor, een reparatie onder garantie of bevestiging van garantie te weigeren wanner hetrecht op garantie Niet kan worden aangetoond.
Zorg ervoor dat het apparaat op de juiste manier en veilig is verpakt wanner het moet worden ingezonden. Indien niets anders is aangegeven, draagt de eindgebruiker de kosten en het risico voor de verzending. Voor aanvullend ingezonden materiaal dat geen deeluitmaakt van de oorspronkelijk levering van het product, aanvaard de garantieverlener geen aansprakelijkheid.
Stuur met het ingezonden apparaat een zo gedetailleerd möglichke beschrijving van de storing mee. Om aanssprak te makeen op uwrecht op garantie of voordat u het apparaat instuurt, dient u contact op te nemen met de hotline van de garantieverlener of met de Service Portal. Hier ontvangt u informatatie over de verdere stappen.
Deze garantie heeft geen invloed op uw wettelijkrecht op garantie en is onderworpen aan het geldendrecht in het land waarin het apparaat in eerste instantie door een eindgebruiker is aangeschaft.
28.1.1. Omvang
In geval van een door deze garantie gedekt defect aan uw product garandeert de garantieverlener met deze garantie de reparatie of verranging van het product. De garantieverlener behoudt zich hetrecht voor te beslissen over reparatie of verranging. Deze kan waarom maar eigeninzicht beslissen, het ter garantie ingezonden apparaat te verrangen door een gelijkwaardig, volledig gereviserd apparaat van dezelfde kwaliteit.
Er worden geen garantie gegeven op batterijen of accu's en op verbruiksmaterialen, d.w.z. onderdelen dieijdens gebruik van het apparaat regelmatig要去en worden verrangen zoals de projectielamp in een beamer.
Een pixelfout (permanent gekleurde, lichte of donkere beeldpunt) is nicht zondermeer aan te merken als gebrek. Het exacte aantal toegestane defecte pixels worden beschreiben in de handleiding bij het product.
Voor ingebrande beelden op plasma- of lcd-schemen die+zijn ontstaan door onjuist gebruik van het apparaat, is de garantieverlener Niet aansprakelijk. De exacte handelswijze voor correct gebruik van een plasma- of een lcd-schem wordt beschreven in de handleiding bij dit product.
De garantie geldt nicht voor fouten bij de weergave vanaf gevevensdragers met een Niet-compatible modulo of die zichn gemaakt met ongeschikte software.
Wanner tijdens de reparatie wordt vastgesteld dat er spreke is van een fouf of sto
ring die nicht door de garantie worden gedekt, behoudt de garantieverlener zich hetrecht voor, na offerte aan de eindgebruiker, de reparatiekosten (material en arbeidsloon) in rekening te brengen, vermeerderd met een vast bedrag voor verworkstkosten. Hierover wordt u als klant vooraf geinformeerd. De keus om hiermee al dan nicht akkoord te gaan ligt bij u.
28.1.2. Uitsluitingen
Voor gebreken en schade die ontstaan door inwerking van buitenaf, onopzettelijke beschadiging, onjuist gebruik, aan het product aangebrachte veranderingen, ombouw, uitbreidingen, gebruik van vremeinde onderdelen, verwaarlozing, virussen of softwarefouten, onjuist transport, ongeschikte verpakking of verlies bij retourzending van het product kan de garantieverlener Niet aansprakelijk worden gesteld. Hetrecht op garantie verralt wanner de storing aan het apparaat is ontstaan door onderhoud of reparatie die is uitgevoerd door iemand anders dan een door de garantieverlener geauthoriseerde servicepartner. De garantie verralt ook wanner stickers of serialummers van het apparaat of onderdelen van het apparaat worden gewijzigd of onherkenbaar worden gemaakt.
28.1.3. Service Hotline
Vóorinzending van het apparaat aan de garantieverlener, moet u via de Service Hotline of de Service Portal contact met ons opnemen. U ontvangt dan verdere informatie over de juiste manier om aanspraak te make np ow garantie.
Voor het gebruik van de Hotline worden möglichk kosten in rekening gebracht. De Service Hotline vomt geen verrangng voor de scholing van de gebruiker op het gebied van soft- en hardware, het raadplegen van de handleiding of gebruik van producten van derden.
28.2. Bijzondere garantiebepalingen voor pc's, notebooks, pocket-pc's (PDA's), apparatuur met navigatiefunctie (PNA), telefoontoestellen, mobiele telefoons en apparaten met opslagfunctie
Wanner een van de meegeleverde opties (zoals geheugenkaarten etc.) een defect vertoont, heeft u ook hiervoordrecht op reparatie of verranging. De garantie dekt de materiaalkosten en het arbeidsloon voor het herstel van de correcte werkig van het betreffende product.
Bij gezebruik van hardware die Niet door de garantieverlener is gefabricieerd of op de markt gebracht, kan hetrecht op garantie komen te vervallen wanner de schade aan het product zelf of een van de meegeleverde opties daardoor is ontstaan.
Voor de meegeleverde software geldt een beperkte garantie. Dit geldt voor zowel het vooraf geinstalleerde besturingsystem als de meegeleverde programma's. Met betrekking tot de door de garantieverlener meegeleverde software worden voor de geveensdragers en cd-rom's waarop deze software worden geleverd, gegarde
erd dat deze vrij় van materiaal- en fabricagefouten gedurende eenperiode van 90 dagena de aanschaf. Bij levering van een defecte gevevensdrager za de garantieverlener de defecte gevevensdrager kosteloos verrangen. Verdergaande aanspraken worden op voorhand uitgesloten. Met uitzondering van de garantie op de gevevensdragers, wordt alle software zonder garantie op gebreken geleverd. Tevens worden nicht gegardeerd dat deze software ononderbroken of zonder storingen functioneert of aan uw verwachtingen voldoet. Voor het meegeleverde kaartmaterial bij navigatieapparatuur worden geen garantie geveven op volledigheid.
Bij reparatie van het product kan hetoodzakelijk zijn om alle gegevens van het apparaat te wissen. Zorg dat u van alle gegevens op het apparaat een back-up of een kopie maakt voordat u het apparaat inzendt. Er worden nadrukkelijk op gewezen dat bij reparatie de oorspronkelijke leveringstoestand worden hersteld. De garantieverlener kan Niet aansprakelijk worden gesteld voor de kosten van gegevensherstel, dering van inkomsten, verlies van gegevens of software, of overige gevolgschade.
28.3. Bijzondere garantievoorwaarden voor reparatie of verranging op locatie
Indien er eenrecht op reparatie of verranging op locatie bestaat, gelden voor uw product de bijzondere garantievoorwaarden voor reparatie of verranging op locatie.
Voor uitvoering van de reparatie of verwang ing op locatie moet u zorgen voor het onderstaande:
- Aan medewerkers van de garantieverlener die zich hiertoe bij u melden, dient onbeperkte, veilige en onmiddelijkte toegang tot de apparaten te worden verstrekt.
Telecommunicationevoorzieningen die voor deze medewerkersijdensuitvoering van de opdracht, voor test- en diagnosedoeleinden en voor het herstellen van storingen benodigd zich,要去en op uw kosten beschikbaar worden gesteld. - U bent zich verantwoordelijk voor het herstellen van de eigener gebruikerssoftware na uitvoering van de Dienstverlening door de garantieverlener.
- U bent zich verantwoordelijk voor de configuratie en verbinding van eventuele bestaande externe apparatuur na uitvoering van de Dienstverlening door de garantieverlener.
- Afspraken voor reparatie of verranging op locatie{kunnen tot maximaal 48 uur voor de afspraak kosteloos worden gewijzigd of afgezegd. Daarna worden de Kosten voor een latere of Niet uitgevoerde Dienstverlening in rekening gebracht.
29. Dienst Adres
29.1. Nederland
0900-2352534 0900-3292534
0900-4357835(SIM-PC)
0900-5433832(OYO)
(€ 1 per gesprek/fax)
Ma - Vr: 07:00 - 23:00
Za-Zo:10:00-18:00
Feestdagen: 10:00 - 17:00
Premium Hotline:
0900-5433833(0,70€/minuut)
Ma - Vr: 08:30 - 17:00
www.medion.nl
@ Maak gebruik van het contactformulier onder: www.medion.com/contact
30. Naaimechaniek
21) Hendel voor het optillen van de naivoet
22) Naalden
23) Naaivoet
24) Hendel van de draadsnijder
25) Bovenste grijper
26) Draadgeleiding
27) Accessoirevakje
(28) Onderste grijper
29) Steekplaat
30) Meshoulder
31) Onderste mes
32) Bovenste mes
33) Liniaal
34) Draadsnijder