LT 81380 - Telefoon LIFETEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LT 81380 LIFETEC in PDF-formaat.
| Producttype | DECT-telefoon met antwoordapparaat |
| Merk | Lifetec |
| Model | LT 81380 |
| Aantal handsets | 2 |
| Frequentieband | DECT (1880-1900 MHz) |
| Bereik | Ca. 300 meter (buiten) |
| Standaard | DECT/GAP |
| Stroomvoorziening basisstation | 230 V~, 50 Hz, 60 mA; uitgang: 6 V=, 600 mA |
| Stroomvoorziening oplader | 230 V~, 50 Hz, 45 mA; uitgang: 6 V=, 200 mA |
| Type batterij handset | 2x Ni-MH 1,2 V 750 mAh (AAA) |
| Oplaadtijd | Ca. 16 uur |
| Gesprekstijd | Ca. 12 uur |
| Standby-tijd | Ca. 120 uur |
| Telefoonboek | Maximaal 100 namen/nummers |
| Nummerherhaling | Laatste 20 nummers |
| Bellijst | Ja (CLIP) |
| Handsfree bellen | Ja |
| Antwoordapparaat | Ja, met externe toegang |
| Directe oproep | Ja (alleen één nummer bellen) |
| Spelletjes | Snake (slangenspel) |
| Display | Verlicht LCD-scherm |
| Afmetingen handset (ca.) | 170 x 50 x 30 mm (L x B x D) |
| Gewicht handset (ca.) | 150 g (incl. batterijen) |
| Kleur | Zwart |
Veelgestelde vragen - LT 81380 LIFETEC
Gebruikersvragen over LT 81380 LIFETEC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Telefoon in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LT 81380 - LIFETEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LT 81380 van het merk LIFETEC.
GEBRUIKSAANWIJZING LT 81380 LIFETEC
Veiligheidsadviezen 4
Wat is DECT? 8
Inhoud verpakking 11
Voorbereiding 12
Telefoneren 19
De weergaven op het display 19
Basisfuncties 21
Overige functies 24
Telefoon instellen via menu 32
Navigeren in menu. 32
Instellingen voor handset uitvoeren 34
Instellingen voor basisstation uitvoeren 40
Tijd, datum en weekdag instellen ..... 45
Directe oproep 49
Registratie 50
Spelletjes 52
Telefoonboek 53
Abonneenummer selecteren in telefoonboek ..... 53
Beschikbare opties voor een vermelding 53
Schrijven met de cijfertoetsen 61
Antwoordapparaat 64
Uit- en inschakelen 64
Aanpassen 65
Weergaven op het basisstation 69
Berichten afluisteren 70
Berichten wissen 75
Meeluisteren 77
Een notitie opnemen 78
In geval van storingen 79
Overige gegevens 83
Niet-gebruik 86
Schoonmaken 86
Verwijdering als afval 87
1










Over deze handleiding
Lees de veiligheidsadviezen grondig door voordat u het toestel in gebruik neemt. Houd u aan de waarschuwingen op het apparaat en in de handleiding.
Bewaar de handleiding zo dat u hem altijd bij de hand hebt. Geef deze handleiding en het garantiebewijs erbij als u het apparaat aan iemand anders overdoet.
Houd elektrische apparaten buiten bereik van kinderen
Kinderen zijn zich niet bewust van de gevaren die kunnen ontstaan bij het gebruik van elektrische apparaten. Laat kinderen daarom nooit zonder toezicht elektrische apparatuur gebruiken.
Batterijen kunnen bij inslikken levensgevaarlijk zijn. Bewaar de handset en de batterijen daarom buiten bereik van kleine kinderen. Als een batterij is ingeslikt moet direct medische hulp worden ingeroepen.
Zorg ook dat kinderen niet bij plastic verpakkingen kunnen komen. Verstikkingsgevaar!
Gebieden waar explosiegevaar heerst
Gebruik de handset nooit op een plek waar explosiegevaar heerst, zoals in een lakstraat of bij een gaslek in de omgeving.
4









Zorg voor een deugdelijke opstelling van de installatie
Plaats het basisstation en de externe oplader op een stevige, vlakke ondergrond.
Stel de apparatuur zodanig op dat deze niet naar beneden kan vallen.
De apparatuur mag niet worden blootgesteld aan directe warmtebronnen (bijvoorbeeld een verwarming).
De apparatuur moet worden beschermd tegen direct zonlicht.
Voorkom dat de apparatuur in contact komt met vocht, water of spatwater;
De apparatuur is niet geschikt voor gebruik in ruimtes met een hoge luchtvochtigheid (bijvoorbeeld badkamers).
Plaats de apparatuur niet in de buurt van andere elektrische apparaten (bijvoorbeeld een televisie of magnetron).
Plaats de apparatuur niet in de buurt van open vlammen (bijvoorbeeld brandende kaarsen).






5




Zorg ervoor dat de netaansluiting bereikbaar blijft
Sluit het basisstation en de externe oplader alleen aan op een goed bereikbare contactdoos (230 V \~ 50 Hz) vlakbij de plaats van de installatie. Zorg ervoor dat de contactdoos vrij toegankelijk is zodat de stekker zonder problemen kan worden verwijderd.
Trek het netsnoer steeds via de stekker uit de contactdoos, trek niet aan het snoer.
Knik of beschadig het netsnoer niet.
Plaats de handset nooit met geopend batterijvakje in de oplader of het basisstation.
Onweer/niet-gebruik
Trek bij langere afwezigheid of onweer de netadapter en de telefoonkabel uit het basisstation en de externe oplader.
Nooit zelf repareren
Trek bij beschadiging van de netadapter, de aansluitsnoeren, het basisstation of de externe oplader onmiddellijk de netadapter uit de contactdoos.

Probeer in geen geval zelf de installatie te openen en/of te repareren. Er is dan kans op elektrische schokken. Neem bij storingen contact op met het Medion Service Center of een ander deskundig reparatiebedrijf.
Als de aansluitkabel van dit apparaat beschadigd is geraakt moet deze, om gevaar te voorkomen, worden vervangen door de

6








klantenservice van de fabrikant of een ander deskundig persoon.
Op de juiste wijze omgaan met batterijen
Controleer, voordat u de batterij plaatst, of de contacten in het apparaat en op de batterij schoon zijn en reinig deze indien nodig.
Probeer nooit normale batterijen op te laden. Gevaar voor explosie!
Sluit de batterij niet kort.
Gooi batterijen niet in het vuur.
Verwijder de batterijen als u de telefoon lange-re tijd niet wilt gebruiken.
Maak de contacten schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst. Anders kunnen de zuren in de batterij het apparaat beschadigen!






7





DECT (Digital European Cordless Telecommunication) is de standaard voor draadloze digitale telefoons en draadloze telecommunicatieinstallaties, die door de Europese standaardiseringinstantie ETSI is gedefinieerd. Tegenwoordig wordt DECT hoofdzakelijk gebruikt voor draadloze telefoons in de particuliere sector, hoewel met DECT veel meer mogelijk is.
Geschiedenis
In het jaar 1988 stond het nieuw opgerichte European Telecommunications Standards Institute (ETSI) voor de taak om een Europese norm voor digitale draadloze telefoons te definiëren. Er bestond weliswaar een Britse (CT2) en een Zweedse norm (CT3), maar de ETSI besloot om een compleet nieuwe norm te definiëren, die veel verder zou moeten gaan. Dit was het begin van DECT.
In juni 1991 gingen de belangrijkste onderde- len van de norm de fase van de openbare be- commentariëring in en al in 1992 kwamen de eerste DECT-apparaten in de handel.
In 1994 kreeg DECT een extra impuls door de definitie van het Generic Access Protocol (GAP), dat het mogelijk maakte apparaten van verschillende fabrikanten met elkaar te combineren. Tegenwoordig zijn alle DECT-apparaten grotendeels GAP-compatibel.


8








De ontwikkeling van DECT gaat ondertussen gewoon door. Er worden continu nieuwe uitbreidingen bij de ETSI gedefinieerd.
DECT beschrijft een mobiel zendsysteem waarvan het vaste deel (FP = Fixed Part) uit een of meer basisstations RFP = Radio Fixed Part) bestaat. Het tegenovergestelde hiervan is het mobiele station (PP = Portable Part). Het is mogelijk meerdere mobiele stations te gebruiken en dus bijvoorbeeld meerdere draadloze telefoons binnen een woning of kantoor.
Het is tevens mogelijk meerdere basisstations in een vast mobiel zendsysteem te gebruiken, zodat een groter oppervlak (gebouwencomplex) kan worden bestreken of meerdere gesprekken tegelijk kunnen worden gevoerd. De basisstations worden dan door een interne besturingsmodule (Fixed Part Controller) gestuurd.

Uitbreiding
DECT werd gedefinieerd als Europese norm voor draadloze telefoons.
Intussen is de wereld veranderd: Behalve spraak worden momenteel ook in toenemende mate gegevens overgedragen, zowel in een zakelijke als in particuliere omgeving.
Tegelijkertijd begon DECT echter met zijn zegetocht rond de wereld: Niet alleen in Europa, maar ook in andere werelddelen is DECT geaccepteerd vanweg zijn universele toepassingsmogelijkheden. De reguleringsinstanties in Australië, Hongkong, China en de Verenig-





9





Controleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd.
- Een basisstation (1)
- Twee handsets (2)
- Twee riemclips (3)
- Een externe oplader (4)
- Een netadapter (5)
- Een telefoonkabel (6)
• Vier oplaadbare Ni-MH-batterijen (7)





11




- Plaats het basisstation en de externe oplader op een vlakke, stevige ondergrond.
- Bepaalde agressieve soorten meubellak kunnen de rubber voetjes van het basisstation of de externe oplader aantasten. Leg zo nodig iets onder de apparatuur.
- Stel de apparatuur zodanig op dat deze niet naar beneden kan vallen.
- Plaats de apparatuur in de buurt van een contactdoos en een telefoonaansluiting.
- Zorg ervoor dat de apparatuur niet in contact komt met vocht of vloeistof.
- Plaats de apparatuur niet in de buurt van andere elektrische apparaten (bijvoorbeeld televisies).
Batterijen plaatsen in de handset
Per handset worden twee nikkelmetaal-hydri-debatterijen (type AAA) meegeleverd.

LET OP!
Gebruik in de handsets alleen nikkelmetaalhydridebatterijen van het meegeleverde type. De garantie op het apparaat komt te vervallen als u andere batterijen plaatst. De handsets zouden beschadigd kunnen raken.
12








- Verwijder het klepje van het batterijvak aan de achterkant van de handset door dit in de richting van de pijl te schuiven en op te tillen.

- Plaats de batterijen op de juiste manier in het batterijvak. Let daarbij op de polen. De minpool van de batterij moet tegen de veer rusten.
- Plaats het klepje van het batterijvak terug en schuif het klepje dicht.

13









De meegeleverde batterijen mogen niet worden beschadigd, in het vuur gegooid of kortgesloten
Batterijen kunnen bij inslikken levensgevaarlijk zijn.
Bewaar batterijen en handsets daarom buiten bereik van kleine kinderen.
Roep meteen medische hulp in na het inslikken van een batterij.
Batterijen van de handset in het basisstation plaatsen


Tijdens het opladen van de batterijen kunt u met de handset nog niet bellen.
Sluit het basisstation daarom pas aan op het telefoonnet nadat de handset volledig is opgeladen.
- Verbind de netadapter met de linkeraansluiting (1) van het basisstation.

- Steek de netadapter van het basisstation in een contactdoos.
- Plaats de handset op de oplader van het basisstation.

Sluit het basisstation pas aan nadat de handset volledig is opgeladen.
Plaats de handset nooit zonder klepje in het basisstation.
Onderbreek het laadproces niet omdat anders de prestaties van de batterijen kunnen verminderen.





15





Batterijen van de handset in de externe oplader plaatsen
- Sluit de netadapter aan op een contactdoos
- Plaats de batterijen op de hierboven beschreven wijze in de tweede handset
- Plaats de handset in de oplader.

U hoort een waarschuwingsgeluid en de batterijen worden nu opgeladen. De batterijweergave in het display geeft het laadproces aan door middel van een voortgangsbalk.
Laat de batterijen minimaal 16 uur ononderbroken opladen.

AANWUZING:
Plaats de handset nooit zonder klepje op het batterijvak in het basisstation.
De batterijen bereiken pas na meerdere op- laadcycli hun volledige prestatievermogen.
16








De prestatie van de batterijen is voldoende voor 12 uur bellen of 120 uur op stand-by. Vervolgens moeten de batterijen opnieuw worden opgeladen.
Apparatuur aansluiten op het telefoonnet
Steek de Western-stekker van uw telefoonkabel in de aansluiting (2) aan de achterkant van het basisstation.


Steek de andere stekker van de telefoonkabel in de telefoonaansluiting in de muur.




17





De weergaven op het display
Standaardweergaven

Symbolen
Naam en
identificatienummer van
Datum en tijd of speciale
weergaven
Huidige functie van
functietoetsen 1 en 2
Displaytaal
U kunt de taal van de weergaven in het display instellen. De fabrieksinstelling is Nederlands.
Als de displayweergave niet in het Nederlands is, past u de taal aan, zoals beschreven op pagina 40.
Symbolen in het display
Bereikaanduiding:
Wordt weergegeven als de handset zich binnen het bereik van het basisstation bevindt. Knippert als de handset zich niet binnen het bereik bevindt.
Alarmaanduiding:
Wordt weergegeven als de alarmfunctie is ingeschakeld.








19





Wordt weergegeven als de handsfree-functie is ingeschakeld.

Gespreksaanduiding:
Wordt weergegeven als de hoorn van de haak is.

Aanduiding "Oproepsignaal uit":
Wordt weergegeven als het oproepsignaal is uitgeschakeld.

Aanduiding voor toetsblokkering:
Wordt weergegeven als de toetsblokkering is ingeschakeld.

Aanduiding batterijstatus:
Wordt weergegeven als de batterij volledig is opgeladen. Hoe voller de batterij, hoe meer balken worden weergegeven. Tijdens het opladen van de batterij neemt het aantal weergegeven balken toe.

Als de batterij leeg is, worden geen balken meer weergegeven.
In de standby-stand worden datum en tijd weergegeven. Tijdens handelingen worden echter de volgende symbolen in de derde kolom van het display weergegeven:

Gemiste gesprekken
Wordt weergegeven als gesprekken niet zijn aangenomen. Deze aanduiding kan alleen worden weergegeven als het antwoordappa-

20








raat niet actief is.
Berichten op het antwoordapparaat
Wordt weergegeven als op het antwoordapparaat een nieuw bericht is ontvangen.

Basisfuncties
De handset in- en uitschakelen
- U kunt de handset uitschakelen door de hoortoets 3 seconden lang ingedrukt te houden.
De weergave op het display verdwijnt en de handset wordt uitgeschakeld.

- U kunt de handset inschakelen door de spreektoets 3 seconden lang ingedrukt te houden.
De handset wordt ingeschakeld. Op het display wordt kort "—" weergegeven en vervolgens de tekst "Buiten bereik". Na korte tijd wordt de standaardaanduiding op het display weergegeven. U kunt de handset nu gebruiken.

Gesprek aannemen
Als een gesprek binnenkomt, hoort u de beltoon. Op het display wordt het abonneenummer van de beller of het identificatienummer van de handset weergegeven.
Deze nummerweergave kan afwijken of is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de netwerkprovider en het type telefoonaansluiting.
U kunt als volgt een gesprek aannemen als de handset in de oplader staat:





21




- Til de handset uit de oplader of druk tweemaal na elkaar op de gesprekstoets om de telefoon in de handsfree-modus te zetten.

- U kunt een gesprek aannemen als de handset niet in de oplader staat door op de gesprekstoets te drukken.

AANWUZING:
U kunt de handset zodanig instellen dat voor het aannemen van een gesprek altijd op de gesprekstoets moet worden gedrukt (zie pagina 38).
Volume wijzigen


- U kunt tijdens een gesprek het volume verhogen door de selectietoets omhoog te drukken of

- het volume verlagen door de selectietoets omlaag te drukken.
Op het display wordt "Vol. oortelefoon" weergegeven. U kunt het geluidsvolume instellen op een waarde tussen 1 en 5. De ingestelde waarde wordt gemarkeerd weergegeven.

- Selecteer de gewenste stand met de selectietoets.
Als het display overschakelt naar de normale weergave, wordt het ingestelde volume opgeslagen.

22








- U kunt een gesprek beeindigen door op de hoortoets te drukken of de handset in de oplader te plaatsen.

Nadat u hebt neergelegd, wordt de duur van het laatste gesprek weergegeven. Na korte tijdverschijnt de normale weergave op het display.
Intern gesprek voeren
U kunt via uw handset met alle andere handsets van hetzelfde basisstation bellen zonder dat daarvoor kosten in rekening worden gebracht.
- Druk op de "Int"-toets.



Op het display worden alle andere handsets weergegeven die zijn geregistreerd bij het basisstation.
- Selecteer de gewenste handset met de selectietoets en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

De gewenste handset wordt nu opgeroepen.

- U kunt het gesprek beeindigen door op de hoortoets te drukken.
Extern gesprek voeren
• Druk op de gesprekstoets.
U hoort nu de kiestoon.





23




- Voer nu met de cijfertoetsen het gewenste abonneenummer in.
U kunt ook eerst het gewenste abonneenummer invoeren en daarna op de gesprekstoets drukken. Zo kunt u het ingevoerde abonneenummer controleren op het display en eventueel wijzigen.
Als u het gewenste abonneenummer al in het telefoonboek hebt opgeslagen, gaat u te werk zoals beschreven vanaf pagina 53 in het hoofdstuk "Telefoonboek".

Overige functies
Handsfree-modus (handsfree bellen)
In de handsfree-modus kunt u bellen zonder de handset in de hand te hoeven houden.


- Druk daarvoor tweemaal op de gesprekstoets tot het handsfree-symbol wordt weergegeven op het display.

U kunt nu via de luidspreker telefoneren met de handset.

- U kunt het volume aanpassen door in de handsfree-modus op de selectietoets te drukken.

- Druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
Het ingestelde volume is nu opgeslagen.
24








- U kunt weer overschakelen naar de normale telefoonmodus door opnieuw op de gesprekstoets te drukken.
Het handsfree-symbol verdwijnt en de luidspreker wordt uitgeschakeld.
Toetsblokkering
U kunt voorkomen dat u per ongeluk een nummer kiest als u de handset bij u draagt door de toetsblokkering in te schakelen.
- Houd de hekje-toets ingedrukt totdat „Toet-senblok vergrendeld“ wordt weergegeven op het display.

Na korte tijd wordt de standaardweergave weer actief en wordt het symbool "Toetsenblok vergrendeld" weergegeven.

Als de toetsblokkering is ingeschakeld, kunt u bepaalde alarmnummers, zoals 110 en 112, nog steeds gebruiken.

- U kunt de toetsblokkering weer uitschakelen door kort op de functietoets 1 "Toetsblokke-ring uit" te drukken.

Op het display wordt „Deblokkeer toetsen opheffen met #” weergegeven.
• Druk kort op de hekje-toets.
De toetsblokkering is uitgeschakeld en het symbool "Toetsenblok vergrendeld" wordt gewist.











Geluid van telefoon uitschakelen

- U kunt het geluid van de telefoon uitschakelen door tijdens een gesprek op de linker stuurtoets "Dempen" te drukken.
Op het display wordt "Microfoon uit" weergegeven. De gesprekspartner kan u nu niet meer horen.

- U kunt het geluid opnieuw inschakelen door op de linker stuurtoets "UIT" te drukken.
Nummerweergave
U kunt op het display het abonneenummer van een beller zien als u over een telefoonaansluiting beschikt die dit ondersteunt en als de beller de nummerweergave niet heeft uitgeschakeld.
Bellijst

- Druk de selectietoets naar beneden.
Op het display wordt de lijst met de laatste gesprekken weergegeven.
Als er geen gesprekken zijn opgeslagen, wordt op het display "Gesprekkenlijst leeg" weergegeven.

- Selecteer het gewenste abonneenummer met de selectietoets.
- U kunt dit abonneenummer kiezen door op de gesprekstoets te drukken.
26








- U kunt het abonneenummer in het telefoonboek opslaan of wissen door op de rechter stuurtoets "Optie" te drukken.

Er worden nu de volgende opties weergegeven:
- "Gegeven wissen": de geselecteerde vermelding wordt uit de bellijst gewist.
- "Nummer opslaan": het abonneenummer wordt onder een naam in het telefoonboek opgeslagen.
- "Alles wissen": alle abonneenummers in de bellijst worden gewist.
- Selecteer de gewenste optie met de selectietoets en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

Nummerherhaling
In de lijst voor nummerherhaling zijn de laatste 20 abonneenummers opgeslagen die u hebt gekozen.
- Druk de selectietoets naar boven.

Op het display wordt het laatstgekozen abonneenummer weergegeven. Als er geen abonneenummers zijn opgeslagen, wordt op het display "Lijst voor nummerherhaling leeg" weergegeven.
- Selecteer het gewenste abonneenummer met de selectietoets.





27




- U kunt dit abonneenummer kiezen door op de gesprekstoets te drukken.
- U kunt het abonneenummer in het telefoonboek opslaan of wissen door op de rechter stuurtoets "Optie" te drukken.

Er worden nu de volgende opties weergegeven:
- "Gegeven wissen": de geselecteerde vermelding wordt uit de lijst voor nummerherhaling gewist.
- "Nummer opslaan": het abonneenummer wordt onder een naam in het telefoonboek opgeslagen.
- "Alles wissen": alle abonneenummers in de lijst voor nummerherhaling worden gewist.
- Selecteer de gewenste optie en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".


De volgende functies zijn alleen beschikbaar als minimaal één extra handset die GAP ondersteunt is aangemeld bij het basisstation.
Telefoonconferentie houden
U kunt met de functie voor telefoonconferenties een derde persoon laten deelnemen aan een telefoongesprek. De handset van deze persoon moet zijn aangemeld bij hetzelfde basisstation als uw eigen handset.


- Druk tijdens het gesprek op de "Int"-toets.
28








Op het display worden "Handset bellen" en de nummers van de bij het basisstation aangemelde handsets weergegeven.
- Selecteer de gewenste handset en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
Op de gebelde handset klinkt nu de beltoon.

Als degene met de andere handset het gesprek aanneemt, kunt u met deze persoon een intern gesprek voeren. Hierbij hebt u de beschikking over de volgende opties:
- U kunt overschakelen tussen de verbinding met de better en die met de gebruiker van de andere handset door op de linker stuurtoets "Pendelen" te drukken.
- U kunt de gebelde laten deelnemen aan de telefoonconferentie door op de rechter stuurtoets "Confe." te drukken.
Elke afzonderlijke gespreksdeelnemer kan de telefoonconferentie verlaten door het gesprek te beeindigen.
De andere gespreksdeelnemers kunnen dan doorgaan met de telefoonconferentie.
- U kunt het gesprek beeindigen nadat u de telefoonconferentie bent gestart door op de hoortoets te drukken.
De verbinding met alle partners wordt dan verbroken.








29




- Als u alle handsets vanaf het basisstation wilt oproepen of een handset wilt zoeken, drukt u op de oproeptoets op het basisstation.
Er klinkt dan een oproepsignaal vanaf de handset.
Netafhankelijke prestatiekenmerken
Telefoongesprekken doorschakelen (pendelen)
U kunt een gesprek aannemen en dit daarna doorschakelen naar een andere handset die GAP ondersteunt op hetzelfde basisstation.


- Druk tijdens het gesprek op de "Int"-toets. Op het display worden "Mobilt. anrufen" (Handset bellen) en de nummers van de bij het basisstation aangemelde handsets weergegeven.

- Selecteer de gewenste handset en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK". Op de gebelde handset klinkt nu de beltoon.
Als degene met de andere handset het gesprek aanneemt, kunt u met deze persoon een intern gesprek voeren.

- U kunt het gesprek doorschakelen door op de hoortoets te drukken of de handset in de oplader te plaatsen.
De better is nu verbonden met de gebruiker van de andere handset.
30









U kunt tijdens een gesprek via een geluidssignaal op de hoogte worden gesteld van het feit dat er nog een gesprek binnenkomt op uw lijn.
U kunt dit gesprek dan aannemen of weigeren.
Als u het gesprek aanneemt, wordt de andere deelnemer automatisch in de wacht geplaatst.
Aangezien de verschillende netwerkproviders andere procedures voor het aannemen en weigeren van gesprekken hanteren, raadpleegt u dan uw eigen netwerkprovider voor meer informatie over de exacte procedure die u moet volgen.






31




U kunt in het menu verschillende functies van de telefoon activeren alsmede instellingen uitvoeren. Met beide stuurtoetsen kunt u verschillende functies oproepen. De weergave op het display via de desbetreffende stuurtoets geeft telkens de mogelijke functie aan.
Menu weergeven
U kunt alleen het menu activeren als op het display boven de linker stuurtoets "Menu" wordt weergegeven.
Als niet "Menu" wordt weergegeven, drukt u zo vaak op de linker stuurtoets totdat deze aanduiding verschijnt.
- Druk op de linker stuurtoets "Menu" om in het menu te komen.
U kunt kiezen uit de volgende menuopties:
- Antwoordapparaat (zie pagina 64)
- Instellingen handset (zie pagina 34)
♦ Basisinstellingen (zie pagina 40) - Instellingen voor tijd en datum (zie p. 45)
- Directe oproep (zie pagina 49)
♦ Registratie (zie pagina 50) - Spelletjes (zie pagina 52)
32








- U kunt de gewenste menuoptie selecteren door op de selectietoets te drukken totdat deze menuoptie gemarkeerd wordt weergegeven op het display.
- U kunt de gemarkeerde menuoptie oproepen door op de rechter stuurtoets "OK" te drukken.
Het eerste submenu van de geselecteerde menuoptie wordt gemarkeerd weergegeven op het display.

- U kunt het gewenste submenu selecteren door meerdere keren op de selectietoets te drukken.
- Druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK" om het gemarkeerde submenu op te roepen.
Afhankelijk van het submenu kunt u nu verschillende waarden of opties selecteren.

De ingestelde waarde of optie wordt gemarkeerd weergegeven.
- Druk op de selectietoets tot de gewenste waarde of optie gemarkeerd wordt weer gegeven.
- Druk vervolgens op de rechter stuurtoets.
De geselecteerde optie wordt opgeslagen en de submenu's worden weergegeven.












Naar het volgende, hogere niveau overschakelen

- U kunt naar het volgende, hogere menu teruggaan door op de linker stuurtoets "Terug" te drukken.
Overschakelen naar de telefoonmodus

- U kunt direct teruggaan naar de normale telefoonmodus door op de hoortoets te drukken.
Instellingen voor handset uitvoeren

- Druk op de linker stuurtoets "Menu".

- Selecteer het menu "Instellingen handset". - Druk op de rechter stuurtoets "OK".
U kunt de volgende instellingen uitvoeren voor de desbetreffende handset:
♦ "Belmelodie" (zie pagina 35)
"Volume beltoon" (zie pagina 35)
♦ „(Naam handset" (zie pagina 36)
♦ "Belgroepen" (zie pagina 37)
♦ "Toetstonen aan/uit" (zie pagina 37)
♦ "Automatisch beantwoorden aan/uit" (zie pagina 38)
♦ „Displaycontrast“(zie pagina 39)
◆ "Displayverlichting aan/uit" (zie p. 39)
34








♦ "Basisselectie" (zie p. 39)
♦ "Taal" (zie p. 40)
- Selecteer de gewenste instelling en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

Belmelodie
U kunt de belmelodie vastleggen die bij externe of interne oproepen klinkt. Zo kunt u al aan het belsignaal herkennen of het gesprek van buiten komt of dat de better is aangemeld bij hetzelfde basisstation.
- Maak uw keuze uit de opties "Extern" of "Intern".
U kunt telkens kiezen uit vijf beltonen ("Melodie 1-5") en zes polyfone geluiden ("Poly 1-6").
- Selecteer het oproepsignaal met de selectietoets.
U hoort telkens het oproepsignaal dat op het display is gemarkeerd.
- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan".
Het gekozen oproepsignaal is nu opgeslagen.

Volume beltoon
U kunt de beltoon uitschakelen of deze instellen op vijf verschillende volumes. Niveau 1 is het laagste volume en niveau 5 het hoogste.
- Selecteer het gewenste niveau en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".


35








U kunt met de cijfertoetsen een eigen naam voor de handset invoeren, bijvoorbeeld "Slaapkamer". Deze naam mag maximaal 15 tekens lang zijn.
Voer de naam in door op de cijfertoetsen te drukken, zoals in het hoofdstuk "Schrijven met de cijfertoetsen" op pagina 61 wordt beschreven.

- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan". De ingevoerde naam wordt nu opgeslagen en in het display weergegeven.

36







U kunt voor belgroepen specifieke beltonen vastleggen zodat u bij het aannemen van het gesprek al weet wie er belt. U kunt maximaal drie belgroepen vastleggen.
Met dit submenu kunt u aan elke belgroep een specifiek oproepsignaal toewijzen of de naam van de belgroep wijzigen.
- Selecteer het submenu "Gespreksgroepen" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
- Selecteer de gewenste belgroep en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
- Selecteer de gewenste optie en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
• Voer de gewenste instellingen uit.
Als u aan een bepaalde groep een abonneenummer wilt toewijzen gaat u te werk op de wijze zoals beschreven in het hoofdstuk "Gegeven toewijzen aan een Gespreksgroep" (zie pagina 56).

Toetstonen aan/uit
Met deze functie kunt u de signaaltonen bij elke toetsdruk uitschakelen of opnieuw inschakelen.
- Selecteer de gewenste optie en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".







37




Automatisch beantwoorden aan/uit
U kunt een gesprek aannemen door de handset uit het basisstation te nemen door de optie "Automatisch beantwoorden aan" te selecteren.
Als u gesprekken alleen wilt aannemen door op de spreektoets van de handset te drukken, selecteert u de optie "Automatisch beantwoorden uit".

- Selecteer de gewenste optie en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

38







De contrast op het display bepaalt hoe goed de weergaven te herkennen zijn. Stel het contrast in op het gewenste niveau.
Niveau 1 is het laagste contrast en niveau 8 het hoogste.
- Selecteer het gewenste niveau en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".

Displayverlichting aan/uit
Het display wordt verlicht, zodat u het ook in het donker goed kunt zien. Door de displayverlichting raken de batterijen van de handset echter sneller leeg.
In de instelling "Aan" wordt de displayverlichting bij elke toetsdruk gedurende ongeveer 10 seconden ingeschakeld.
- Selecteer de gewenste instelling en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".

Basisselectie
U kunt het ontvangstbereik van de handset uitbreiden door deze aan te melden bij verschillende basisstations. Zo bouwt u een "raatstructuur" van basisstations binnen uw ontvangstbereik op.
- Selecteer het gewenste basisstation en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

39








U kunt kiezen uit de volgende talen voor displayweergaven:
♦ Nederlands
Engels
Duits
- Selecteer de gewenste instelling en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

Instellingen voor basisstation uitvoeren
- U kunt naar het instellingsmenu voor het basisstation gaan door het menu "Basisinstellingen" te selecteren.
• Druk op de rechter stuurtoets "OK".
U kunt nu de volgende instellingen uitvoeren voor het basisstation:
♦ "Belmelodie"
"Volume beltoon"
♦ "Prioriteit handset"
♦ "Selectieproces"
♦ "PIN systeem wijzigen"
"Flash-tijd"
- Selecteer de gewenste instelling en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".



40








Met deze functie selecteert u het oproepsignaal op het basisstation. U kunt kiezen uit vijf oproepsignalen.
- Selecteer het oproepsignaal met de selectietoets.

U hoort telkens het signaal dat op het display is gemarkeerd.
- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan".
Het gekozen oproepsignaal is nu opgeslagen.
Volume beltoon
U kunt de beltoon uitschakelen of deze instellen op vijf verschillende volumes. Niveau 1 is het laagste volume en niveau 5 het hoogste.
- Selecteer het gewenste niveau en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

Het ingestelde volume van de oproeptoon is nu opgeslagen.
Prioriteit handset
Met deze functie kunt u bepalen of op een bepaalde handset een oproepsignaal wordt weergegeven voordat dit oproepsignaal op extra aangesloten handsets klinkt.
- Selecteer het submenu "Prioriteit handset" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

- Selecteer de optie "Handset selecteren" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
41








- Selecteer het identificatienummer van de gewenste handset en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

Op het display wordt "Oproepvertraging" en "2468" weergegven het aantal oproepsignalen op de handset met prioriteit aan. Pas nadat dit aantal oproepsignalen heeft geklonken op de handset met prioriteit, klinkt er op de andere handsets een signaal bij een binnenkomend gesprek.
even. Dezecijf

- Selecteer de gewenste waarde en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
Op het display wordt "Opgeslagen" weergegeven. Op de handset met prioriteit klinkt nu als eerste een beltoon. Pas nadat het ingestelde aantal beltonen heeft geklonken, wordt een binnenkomend gesprek aangekondigd op de andere handsets.


- Als u wilt dat op alle handsets tegelijkertijd een beltoon te horen is, selecteert u "Alle handsets" en drukt u op de rechter stuurtoets "OK".
Op het display wordt "Alle handsets worden opgeroepen" weergegeven.
Selectieproces
Met deze functie kunt u uw telefoon aanpassen aan de voorinstellingen van uw netwerkprovider. U kunt kiezen tussen toon- en pulskiezen. De fabrieksinstelling is "Toonkiezen". Dat is tegenwoordig het meest gebruikelijke kiesproces.
42








Vraag uw netwerkprovider welk kiesproces is vereist op uw aansluiting.
- Als u het kiesproces wilt wijzigen, selecteert u het submenu "Kiesproces" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

PIN systeem wijzigen
Bepaalde instellingen kunnen alleen worden gewijzigd nadat u de PIN (persoonlijke code) hebt ingevoerd. In de fabriek is de PIN ingesteld op "0000". Met dit submenu kunt u zelf een willekeurige PIN opgeven.
- Selecteer in het menu "Basisinstellingen" het submenu "PIN systeem wijzigen" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".


Op het display wordt "Voer oude PIN in:" weergegeven.
- Voer nu met de cijfertoetsen de huidige PIN in.





43




- Druk op de rechter stuurtoets "OK". Op het display wordt "Voer nieuwe PIN in:" weergegeven.
Als u een verkeerde PIN hebt ingevoerd, wordt op het Display "PIN systeem onjuist" weergegeven.
- Voer in dat geval de huidige PIN opnieuw in en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".
Als u de juiste PIN hebt ingevoerd, wordt op het Display "Voer nieuwe PIN in:" weergegeven.
- Voer de nieuwe PIN in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".
Op het display wordt "Nieuwe PIN herhalen:" weergegeven.
- Voer de nieuwe PIN nogmaals in en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".
Op het display wordt "PIN systeem gewijzigd" weergegeven.
Als de tweede keer een andere PIN wordt ingevoerd dan de eerste keer, wordt "PIN onjuist" weergegeven.
Herhaal in dat geval de stappen voor het invoeren van de nieuwe PIN.
44








Met deze functie kunt u uw telefoon aanpassen aan de voorinstellingen van uw netwerkprovider of van uw nevenaansluiting. U kunt de Flash-tijd instellen op de volgende waarden: 80 ms–100 ms–120 ms–180 ms–250 ms–300 ms–600ms.
Vraag uw netwerkprovider of lees in de bedieningshandleiding van uw telefooninstallatie welke instelling is vereist op uw aansluiting.
- Selecteer het submenu "Flash-tijd" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
De huidige instelling wordt in het menu weergegeven.
- Selecteer de gewenste instelling en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
Tijd, datum en weekdag instellen
Datum, tijd en weekdag moeten opnieuw worden ingevoerd als de stroom op het basisstation uitgeschakeld is geweest.
- Selecteer het submenu "Instellingen voor tijd en datum".
U beschikt over de volgende instellingsmogelijkheden:
♦ "Datum en tijd instellen"
♦ "Dag selecteren"
"Alarm"
- Selecteer het gewenste submenu en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".



45










Datum, tijd en weekdag instellen

Voer met de cijfertoetsen de datum in. Gebruik hiervoor de notatie dag/maand.

- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan".
Op het display wordt automatisch overgeschakeld naar de tijdinvoer.
- Geef de tijd op in de notatie uur/minuut en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".


Op het display wordt nu overgeschakeld naar het submenu "Datum en tijd instellen". De gegevens zijn nu opgeslagen.
- Ga nu naar het submenu "Dag selecteren".
Dag selecteren

Hier kunt u de weekdag invoeren.
- Selecteer het submenu "Dag selecteren" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
46








- Druk op de selectietoets totdat de huidige weekdag is gemarkeerd.
- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan".
AANWIJZING:
De weekdag moet worden ingesteld omdat anders op het basisstation de aanduiding "CL" blijft knipperen.

Alarm
U kunt een alarmtoon activeren op de handset.
- Schakel over naar het submenu "Alarm" en selecteer de optie "Alarm aan".
- Voer met de cijfertoetsen de tijd van het alarm in.


- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan".
In het display wordt "Alarm actief" weergegeven. De alarmtijd is nu ingesteld en na korte tijd wordt in het display het alarmsymbool weergegeven.

U kunt ook het alarmsignaal kiezen. Hierbij hebt u de keuze uit vijf normale beltonen, zes polyfone beltonen en een signaaltoon.
- Selecteer het submenu "Melodie selecteren" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
- Selecteer daarna het gewenste alarm.

47











Met de functie Directe oproep kunt u de handset zo instellen dat alleen een door u ingesteld abonneenummer kan worden gebeld.
- Selecteer de menuoptie "Directe oproep".

- Voer uw PIN-code in. Deze is vier cijfers lang. In de fabriek is de PIN ingesteld op "0000".
- Selecteer "Directe oproep aan" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".


U kunt nu het gewenste abonneenummer voor de directe oproep invoeren. Als u al een abonneenummer hebt ingevoerd, kunt u dit nu wijzigen.
- Voer met de cijfertoetsen het gewenste abonneenummer in.

- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan".
De handset bevindt zich nu in de modus voor directe oproepen.





49




Op het display wordt in plaats van de naam van de handset de aanduiding "Direkte op-roep" weergegeven. Als u op een willekeurige toets, met uitzondering van de linker stuurtoets "Menu" drukt, wordt automatisch het ingestelde abonneenummer gekozen.

- U kunt de modus voor directe oproepen verlaten door op de linker stuurtoets te drukken.

- Selecteer de optie "Directe oproep uit" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
De modus voor directe oproepen is uitgeschakeld en u kunt de handset weer normaal gebruiken.
Registratie
Met de registratiefunctie meldt u een handset aan of af bij een basisstation. Daardoor kunt u extra handsets toevoegen aan uw basisstation of uw handset gebruiken bij andere basisstations. U kunt de handset aanmelden bij maximaal vier basisstations.

- Als u een extra handset wilt aanmelden bij het basisstation, selecteert u de optie "Aanmelden".
• Druk op de rechter stuurtoets "OK".
Op het display worden "Basis selecteren" en de nummers voor het basisstation weergegeven. De reeds bezette nummers zijn gemarkeerd met een sterretje.
50








- Selecteer een vrij nummer voor het basisstation en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
- Voer de PIN-code in druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
- Houd daarna de oproeptoets op het basisstation ongeveer 15 seconden lang ingedrukt, totdat er twee signaaltonen klinken op het basisstation.
De handset is nu aangemeld bij het geselecteerde basisstation.
- Als u de handset wilt afmelden van een basisstation, selecteert u de optie "Afmelden".
- Voer de PIN-code in druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
- Selecteer de handset die u wilt afmelden.
- Druk op de rechter stuurtoets "OK".
Op het display wordt "Handset afmelden?" weergegeven.
- U kunt de handset afmelden door op de rechter stuurtoets "OK" te drukken.
De handset is nu afgemeld. Op het display wordt "Niet aangemeld" weergegeven.
- Als u de handset niet wilt afmelden, drukt u op de linker stuurtoets "Terug".






51








U kunt de telefoon gebruiken om "Snake" (Slangenspel) te spelen. Bij dit spel moet u met de slang voerbrokken raken. Hoe meer voer de slang krijgt, hoe langer zij wordt. U kunt bij een nieuw spel kiezen uit de moeilijkheidsgraden 1 (gemakkelijk) t/m 4 (moeilijk).

- Bestuur de slang hierbij met de toetsen 2, 4, 6 en 8:
| Toets Functie | |
| 2 Beweging omhoog | |
| 4 Beweging naar links | |
| 6 Beweging naar rechts | |
| 8 | B e w e g |

i n g o

- U kunt het spel onderbreken door op de linker stuurtoets te drukken.

- Selecteer "Terug" om het spel volledig te beëindigen of "OK" om terug te gaan naar de optie "Snake" (Slangenspel).
52








Abonneenummer selecteren in telefoonboek
In het telefoonboek kunt u tot 100 abonneenummers opslaan.
- U kunt de functie Telefoonboek oproepen door op de rechter stuurtoets "Map" te drukken.

De beschikbare vermeldingen worden weergegeven op het display.
- Selecteer de gewenste vermelding met de selectietoets.


- U kunt de verbinding met geselecteerde abonneenummers tot stand brengen door op de gesprekstoets te drukken.
- U kunt de opties voor deze vermelding oproepen door op de rechter stuurtoets "Optie" te drukken.
Als het telefoonboek nog geen vermeldingen bevat, is alleen de optie "Nieuwe gegeven" beschikbaar.

Beschikbare opties voor een gegeven
Nieuwe gegeven toevoegen
- Druk op de rechter stuurtoets "Map" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".





53




- Selecteer "Nieuw gegeven" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK". Op het display wordt "Naam invoeren" weer gegeven. Daaronder knippert de cursor.

- Voer nu de gewenste naam in met de cijfertoetsen, zoals wordt beschreven in het hoofdstuk "Schrijven met de cijfertoetsen" op pagina 61.

• Druk op de rechter stuurtoets.
Op het display wordt "Nummer invoeren" weergegeven.

- Voer het gewenste abonneenummer in met de cijfertoetsen.

- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan" om de vermeldingen op te slaan.

Als het telefoonboek te veel vermeldingen bevat, wordt op het display "Lijst vol" weergegeven.
U maakt ruimte voor nieuwe vermeldingen door vermeldingen te wissen die u niet meer nodig hebt.
54








Abonneenummer van geselecteerde vermelding weergeven
- Selecteer "Nummer weergeven" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

Op het display wordt de opgeslagen naam en het abonneenummer van de better weergegeven.
Gegeven bewerken
Met deze optie kunt u een naam of abonneenummer in het telefoonboek wijzigen.
- Selecteer "Gegeven bewerken" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

Op het display wordt "Naam bewerken" weergegeven. U kunt nu de naam wijzigen.
Ga hierbij te werk zoals beschreven in het hoofdstuk "Nieuw gegeven toevoegen" op pagina 53.





55




- Selecteer "Gegeven wissen" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
Op het display wordt "Gegeven wissen?" weergegeven.

- U kunt de vermelding in het telefoonboek opslaan door op de linker stuurtoets "Opslaan" te drukken en
- op de rechter stuurtoets "Wissen" drukken om de vermelding te wissen.
Op het display wordt "Gegeven gewist" weer-gegeven.
Vermelding toewijzen aan een Gespreksgroep
Met deze optie kunt u de vermelding toewijzen aan een belgroep. Daardoor wordt u via een specifiek oproepsignaal geattendeerd op een gesprek (zie het hoofdstuk "Gespreksgroep" op pagina 37).

- Selecteer het abonneenummer dat u wilt toevoegen aan een belgroep.

- Selecteer de optie "Gespr.groep inst" en druk op de rechter stuurtoets "OK".
- Selecteer de gewenste groep met de selectietoets en druk op de rechter stuurtoets "OK".
Op het display wordt "naam belgroep" weer-
56








gegeven. Voor de vermelding in het telefoonboek wordt nu het nummer van de belgroep weergegeven.
„Gegeven kopieren“
Met deze optie kunt u afzonderlijke vermeldingen uit het telefoonboek kopieren naar een andere handset die GAP ondersteunt.
Deze functie is alleen mogelijk bij handsets die zijn aangemeld bij hetzelfde basisstation.
- Selecteer de optie "Gegeven kopieren".

Op het display worden "Kopieren naar handset" en de nummers van de aangemelde handsets weergegeven.

- Selecteer het identificatienummer van de handset waarnaar u de vermelding wilt kopieren en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".

Op het display knippert "Kopiëren naar handset X", waarbij X voor het identificatienummer van de geselecteerde doelhandset staat.
Op het display van de doelhandset wordt "Gegeven ontvangen?" weergegeven.
- Als u de vermelding niet wilt ontvangen, drukt u op de linker stuurtoets "Nee".
- Als u de vermelding wel wilt ontvangen, drukt u op de rechter stuurtoets "Ja".
Als u "Ja" hebt geselecteerd, knippert "Kopiëren van handset Y" op het display van de zendende handset en "Kopiëren naar handset X"

57










Als met de doelhandset wordt gesproken, wordt "Niet beschikbaar" weergegeven.
Wacht in dat geval enkele ogenblikken en probeer vervolgens de vermeldingen opnieuw over te brengen.
"Lijst kopieren"
Met deze optie kunt u alle vermeldingen uit het telefoonboek kopieren naar een andere handset en het telefoonboek van deze handset overschrijven.
Deze functie is alleen mogelijk bij handsets die zijn aangemeld bij hetzelfde basisstation.


- Selecteer de optie "Lijst kopieren".
Op het display worden "Kopieren naar handset" en de identificatienummers van de aangemelde handsets weergegeven.
- Selecteer het identificatienummer van de handset waarnaar u het telefoonboek wilt overbrengen en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".


Op het display knippert "Kopiëren naar handset X", waarbij X voor het identificatienummer van de geselecteerde doelhandset staat.
Op het display van de doelhandset wordt "Lijst ontvangen?" weergegeven.
Het telefoonboek op de doelhandset wordt volledig gewist en vervangen door het overgebrachte telefoonboek.






59




- Als u het bestaande telefoonboek wilt behouden, drukt u op de linker stuurtoets "Nee". Als u het telefoonboek wilt overnemen, drukt u op de rechter stuurtoets "Ja".
Als u "Ja" hebt geselecteerd, knippert "Kopiëren van handset Y" op het display van de zendende handset en "Kopiëren naar handset X" op het display van de ontvangende handset. ("X" en "Y" staan hier voor de identificatie-nummers van de handsets die bij het basisstation zijn aangemeld.)
Na korte tijd verschijnt de normale weergave op het display. Het telefoonboek is nu overgebracht.
Als u "Nee" selecteert, wordt "Niet beschikbaar" weergegeven op het display van de zendende handset en "Lijst kopieren mislukt" op het display van de ontvangende handset.
Als met de doelhandset een gesprek wordt gevoerd, wordt "Niet beschikbaar" weergegeven op het display van uw handset.
Wacht in dat geval enkele ogenblikken tot het gesprek is afgelopen en probeer vervolgens de lijst opnieuw over te dragen.
De overdracht wordt onderbroken door een binnenkomend gesprek. Alleen de al overgedragen vermeldingen zijn opgeslagen in de doelhandset.
Herhaal in dat geval de overdracht nadat het gesprek is afgelopen.

60







Met deze optie wist u alle vermeldingen in het telefoonboek.
Selecteer de functie "Alles wissen".

Op het display wordt "Lijst wissen?" weergegeven.
- Als u de vermeldingen wilt behouden, drukt u op de linker stuurtoets "Opslaan".
- Als u alle vermeldingen wilt wissen, drukt u op de rechter stuurtoets "Wissen".

Op het display wordt "Alle gegeven gewist"weergegeven. Na korte tijd verschijnt de normale weergave op het display. Het telefoonboek is nu leeg.
Schrijven met de cijfertoetsen
- Schrijf de letters met behulp van de cijfertoetsen.
Met elke cijfertoets kunnen meerdere letters worden ingevoerd.







61




Onder aan het display worden de tekens weergegeven die beschikbaar zijn via de ingedrukte toets.
- U kunt overschakelen tussen de verschillende letters door meerdere keren op de toets te drukken.
- Als de gewenste letter is gemarkeerd, drukt u op de volgende toets of wacht u korte tijd.
Na ongeveer twee seconden verdwijnt de weergave van de letter.
- U kunt de volgende letter schrijven door de volgende toets in te drukken.
-
Als u tweemaal na elkaar op dezelfde toets moet drukken (bijvoorbeeld bij "vrienden" de cijfertoets "3" voor "d" en "e"), gaat u als volgt te werk:
-
Voer de eerste letter in.
- Wacht totdat de weergave van de letter onder aan het display verdwijnt.
- Druk vervolgens nogmaals op de desbetreffende toets.
De volgende letter wordt nu aan de tekst toegevoegd.


- U kunt weer overschakelen tussen hoofdletters en kleine letters door eenmaal op de sterretjestoets te drukken.

- U kunt de letter links van de invoegmarketing wissen door op de linker stuurtoets "Wissen" te drukken.
62








- U kunt de volledige tekst wissen door de linker stuurtoets "Wissen" ingedrukt te houden totdat de tekst is verdwenen van het display.
- Als u naar een andere positie in de tekst wilt gaan, drukt u op de selectietoets.
- Als u een spatie wilt invoeren, drukt u op de toets "0" of op de hekje-toets.

Niet alle tekens die u kunt invoeren worden weergegeven op het toetsenblok. Onder aan het display ziet u welke speciale tekens beschikbaar zijn bij elke toetsdruk.





63




Met het antwoordapparaat kunt u tijdens uw afwezigheid binnenkomende gesprekken registreren of voor de better een bericht achterlaten.
Het antwoordapparaat voegt aan elk bericht automatisch de datum en tijd toe. Daarom moet u datum en tijd instellen als u het antwoordapparaat goed wilt kunnen gebruiken. Als u datum en tijd niet hebt ingesteld, knippert op het basisstation de aanduiding "CL". De datum en tijd die bij berichten worden vermeld zijn in dat geval onjuist.
Ga bij het instellen van datum en tijd te werk zoals beschreven in het hoofdstuk "Tijd, datum en weekdag instellen" vanaf pagina 45.
Uit- en inschakelen
Bij het aansluiten van de telefoon wordt het antwoordapparaat automatisch ingeschakeld.

- U kunt het antwoordapparaat uitschakelen door op de aan/uit-toets op het basisstation te drukken.

Als u het antwoordapparaat wilt uitschakelen via de handset, gaat u als volgt te werk:
- Selecteer het menu "Antwoordapparaat".
- Selecteer het submenu "Antwoordapparaat aan/uit".
64








- U kunt het antwoordapparaat uitschakelen door de optie "Antwoorden uit" te selecteren en vervolgens op de rechter stuurtoets "OK" te drukken.

Het antwoordapparaat is nu uitgeschakeld.
- U kunt het antwoordapparaat opnieuw inschakelen door de optie "Antwoorden aan" te selecteren en vervolgens op de rechter stuartoets "OK" te drukken.

Aanpassen
U kunt het antwoordapparaat aanpassen aan uw wensen. U beschikt hierbij over de volgende opties:

- "Antwoordmodus"
♦ "Uitgaand bericht"
♦ "Aantal beltonen vóór beantwoording" - "Alarm bij nieuwe berichten"
"PIN voor extern toegang wijzigen"
- Selecteer in het menu "Antwoordapparaat" het submenu "Instellingen antwoordapparaat".

- Selecteer de gewenste optie en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".





65




U kunt het antwoordapparaat zodanig instellen dat het
- oproepen beantwoordt en berichten registreert ("Antw.®.") of
- alleen oproepen beantwoordt zonder berichten te registreren ("Alleen antwoorden").
- Selecteer de gewenste instelling en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".

„Uitgaand bericht“
U kunt voor elke antwoordmodus een melding vastleggen. Deze meldingen kunnen maximaal twee minuten lang zijn. Met deze functie kunt u de melding registreren of afluisteren.
- Selecteer de optie "Uitgaand bericht" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
- U kunt een nieuwe melding inspreken door "Uitgaand bericht opnamen" selecteren en vervolgens op de rechter stuurtoets "OK" te drukken.
- Selecteer de gewenste antwoordmodus en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
- Spreek na de signaaltoon uw melding in.

66








- U kunt de opname beëindigen en de melding opslaan door op de rechter stuurtoets "Opslaan" te drukken.
- U kunt een beschikbare melding afluisteren door de optie "Bericht weergeven" te selecteren.
- Ga hierbij te werk op de wijze zoals hierboven beschreven.
Aantal beltonen vóór beantwoording
U kunt het aantal oproepsignalen instellen waarna het antwoordapparaat wordt ingeschakeld. U kunt kiezen uit 2, 4, 6 en 8 oproepsignalen en de "Spaarmodus".
- Selecteer het gewenste aantal oproepsignalen en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".
In de "Spaarmodus" kunt u van buitenaf controleren of nieuwe berichten zijn binnengekomen. Hiervoor worden geen verbindingskosten in rekening gebracht.
- Selecteer de optie "Spaarmodus" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "Opslaan".




Het antwoordapparaat wordt nu na het zesde oproepsignaal ingeschakeld, als geen nieuwe berichten zijn vastgelegd.
U kunt als volgt controleren of er nieuwe berichten zijn:
- Bel uw nummer van buitenaf op.
67








- Als er nieuwe berichten zijn ontvangen, wordt het antwoordapparaat na het tweede oproepsignaal ingeschakeld.
- Als u het derde oproepsignaal hoort, betekent dit dat er geen nieuwe berichten zijn ontvangen.
- Leg in dat geval meteen neer.
Alarm bij nieuwe berichten
U kunt ervoor kiezen om elke tien seconden een alarmtoon te laten klinken als er nieuwe berichten zijn ontvangen.
- Selecteer de gewenste instelling en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".



68








PIN voor extern afluisteren wijzigen
De PIN is een code waarmee wordt voorkomen dat vreemden de berichten op uw antwoordapparaat kunnen beluisteren op afstand. In de fabriek is de PIN ingesteld op "0000". Deze PIN is niet gelijk aan de systeem-PIN (zie pagina 43).
- U kunt de PIN-code wijzigen door de optie "PIN voor extern afluisteren wijzigen" te selecteren en vervolgens op de rechter stuurtoets "OK" te drukken.

Ga vervolgens te werk zoals beschreven in het hoofdstuk "PIN systeem wijzigen" op pagina 43.
Weergaven op het basisstation
Op het display van het basisstation worden belangrijke gegevens over de status van uw antwoordapparaat weergegeven.
| Aanduiding Betekenis | |
| Leeg Het basisstation is niet goed op het voedingsnet aangesloten. | |
| -- Het antwoordapparaat is uitgeschakeld. | |
| 00-XX Het antwoordapparaat is ingeschakeld."XX": Aantal opgeslagen berichten. |



69








| Aanduiding Betekenis | |
| 01-XX (knipperend) | Antwoordapparaat is ingeschakeld en er is minimaal één nieuw bericht beschikbaar. |
| 01-XX/Ao Het antwoordapparaat is ingeschakeld en de antwoordmodus is ingesteld op "Nur Antworten" (Alleen antwoorden). | |
| rA (knipperend) Antwoordapparaat wordt door handset of externe telefoon bediend. | |
| E (knipperend) Algemene foutmelding | |
| F (knipperend) Het geheugen is vol; | |
| CL (knipperend) Tijd, datum en weekdag zijn niet ingesteld. Stel in de menu's "Datum en tijd instellen" en "Dag selecteren" de datum, tijd en weekdag in. | |


Berichten afluisteren
Het antwoordapparaat maakt onderscheid tussen reeds beluisterde ("oude") berichten en berichten die nog niet zijn beluisterd ("nieuwe berichten"). Als op het antwoordapparaat nieuwe berichten zijn binnengekomen, wordt op het display van de handset het bijbehoren- de symbool weergegeven.
Bij het afluisteren van berichten worden altijd eerst de nieuwe berichten weergegeven.

70








Berichten afluisteren vanaf het basisstation
- U kunt berichten afluisteren door op de weergavetoets van het basisstation te drukken.

De opgenomen berichten worden nu weergegeven.
- U kunt de weergave van een bericht beeindigen door op de stoptoets te drukken.

De weergave wordt beeindigd.
- U kunt een bericht overslaan door op de toets "Volgend bericht" te drukken.

- U kunt een bericht opnieuw beluisteren of het vorige bericht afluisteren door op de toets "Vorige bericht" te drukken.

- U kunt het volume wijzigen tijdens de weergave door op de toetsen + of — te drukken op het basisstation.
Berichten afluisteren vanaf de handset
- Druk op de linker stuurtoets "Menu" op de handset.

71








- Selecteer het menu "Antwoordapparaat" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
Als op het display van uw handset "Niet beschikbaar" wordt weergegeven, wordt het antwoordapparaat op dat moment juist door iemand anders gebruikt.
- Selecteer de optie "Berichten afluisteren" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
De op het antwoordapparaat opgeslagen nieuwe berichten worden weergegeven.


- U kunt een bericht overslaan door op de cijfertoets 6 te drukken. - U kunt ook op de rechter stuurtoets "Volgende" drukken. - U kunt een bericht opnieuw beluisteren door op de cijfertoets 4 te drukken.
- U kunt het vorige bericht beluisteren door tweemaal kort na elkaar op de cijfertoets 4 te drukken.
- U kunt een bericht wissen door op de cijfertoets 5 te drukken.
- U kunt de weergave beeindigen door op de rechter stuurtoets "Einde" te drukken.

72








Berichten afluisteren vanaf een andere telefoonaansluiting
U kunt de berichten op uw antwoordapparaat ook afluisteren vanaf een andere aansluiting, zoals een mobiele telefoon, of vanuit een telefooncel.
Dit doet u als volgt:
- Selecteer het abonneenummer van uw aansluiting.
- Als uw antwoordapparaat wordt ingeschakeld, drukt u op de sterretjestoets op de telefoon.
U hoort nu de melding "Voer uw PIN-code in".
- Voer nu met de cijfertoetsen van de telefoon de PIN-code voor het extern afluisteren van berichten in.
Als er nieuwe berichten zijn, hoort u de melding "U hebt X nieuwe berichten". "X" staat hierbij voor het aantal berichten. Als er geen nieuwe berichten zijn, hoort u de melding "U hebt geen nieuwe berichten".








73




U kunt het antwoordapparaat bedienen met de cijfertoetsen van de telefoon.
| Toets Functie | |
| 1 Hoofdmenu oproepen | |
| 2 Alle berichten weergeven | |
| 3 Alleen nieuwe berichten | weergeven |
| 4 eenmaal indrukken: Bericht herhalen | |
| 4 tweemaal kort na elkaar indrukken | Vorig bericht weergeven |
| 5 Huidig bericht wissen | |
| 6 Bericht overslaan en volgendbericht weergeven | |
| 7 Antwoordmodus instellen op"Alleen antwoorden" | |
| 8 Melding weergeven | |
| 9 Melding vastleggen | |
| 0 Antwoordapparaat uit | |
Als er 15 seconden lang geen invoer plaatsvindt, wordt de verbinding automatisch verbroken.
74








U kunt zich de kosten van het opvragen van berichten besparen door het antwoordapparaat in de spaarmodus te zetten (zie het hoofdstuk "Aantal beltonen vóór beantwoording" op pagina 67).

U kunt het antwoordapparaat ook inschakelen vanaf een externe telefoonaansluiting.
• Kies uw abonneenummer.
- Wacht tot het twintigste oproepsignaal.
Na het twintigste oproepsignaal wordt het ant- woordapparaat ingeschakeld.
Berichten wissen
U kunt alleen berichten wissen die u al afge- luisterd hebt ("oude berichten").


Berichten wissen vanaf het basisstation
U kunt een bericht wissen door tijdens de weergave op de toets "Wissen" te drukken op het basisstation.
U kunt als volgt alle berichten tegelijk wissen:
U kunt de weergave beeindigen door op de stoptoets te drukken.


Druk op de toets "Wissen" op het basisstation.
U hoort de melding "Druk op de toets Wissen om alle berichten te wissen".

75








- Druk nu nogmaals op de toets "Wissen".
U hoort nu de melding "Alle oude berichten zijn gewist". Op het display wordt het aantal nieuwe berichten weergegeven.
Berichten wissen vanaf de handset

- Druk op de linker stuurtoets "Menu" op de handset.

- Selecteer het menu "Antwoordapparaat" en druk vervolgens op de rechter stuurtoets "OK".
Als op het display van uw handset "Niet beschikbaar" wordt weergegeven, wordt het antwoordapparaat op dat moment juist door iemand anders gebruikt.

- U kunt een bericht wissen vanaf de handset of een extern telefoontoestel door op de cijfertoets 5 te drukken.
U hoort nu de melding "Bericht is gewist". Het volgende bericht wordt weergegeven. Op het display wordt het nummer van het volgende bericht weergegeven.
76








U kunt als volgt alle berichten tegelijk wissen:
- U kunt de weergave beeindigen door op de rechter stuurtoets te drukken.
- Selecteer in het menu "Antwoordapparaat" het submenu "Alle berichten wissen".
Op het display wordt "Alle berichten wissen?" weergegeven.
- U kunt alle oude berichten wissen door op de rechter stuurtoets "Wissen" te drukken.
- Als u de oude berichten niet wilt wissen, drukt u op de linker stuurtoets "Opslaan".
Meeluisteren
Met de functie "Meeluisteren" kunt u meeluisteren met een telefoongesprek zonder de registratie van het bericht op het antwoordapparaat te onderbreken. Deze functie is bijvoorbeeld handig als u eerst wilt horen wie de beller is. U kunt ook een gesprek aannemen als het antwoordapparaat al is ingeschakeld.
Meeluisteren vanaf het basisstation
U kunt meeluisteren met een gesprek door op de toets + of - te drukken totdat u de better kunt horen.







77




Meeluisteren vanaf de handset

- U kunt meeluisteren met een gesprek door op de rechter stuurtoets "MEELUISTEREN" te drukken.
Gesprek na meeluisteren aannemen

- U kunt het gesprek aannemen door op de gesprekstoets op de handset te drukken. U kunt nu met de better praten en het antwoordapparaat wordt uitgeschakeld.
Een notitie opnemen
Met de notitiefunctie kunt u zelf korte berichtjes opnemen en deze als een bericht afluisteren. Daardoor kunt u uw telefoon als "notitieblok" gebruiken.

- Selecteer in het menu "Antwoordapparaat" het submenu "Memo opnemen".
- Spreek na de signaaltoon uw bericht in.
- Druk op de rechter stuurtoets "Opslaan".
Uw notitie wordt door het antwoordapparaat nu opgeslagen als een nieuw bericht.





78







Controleer bij storingen eerst of u het probleem zelf kunt oplossen met behulp van het volgende overzicht.
Probeer in geen geval zelf de installatie te repareren. Als reparatie nodig is, neemt u contact op met ons Service Center of met een ander deskundig bedrijf.

Bij alle problemen Controleer of het netsnoer en de
telefoonkabel correct zijn ingesto- ken (zie pagina 12 en pagina 17).
Controleer eerst of de telefoon werkt met behulp van een andere telefoonaansluiting.
Controleer aan de hand van de batterijweergaven of de batterijen zijn opgeladen.
Controleer of de handset op de juiste wijze is aangemeld (zie pagina 50).
Controleer of de handset zich binnen het bereik van het basisstation bevindt.
Geen weergave op het dis- play van de handset
Controleer of de handset is ingeschakeld (zie pagina 21).
Controleer of de batterijen zijn opgeladen en correct zijn geplaatst (zie pagina 13).




79





In geval van storingen

Geen kiestoon Controleer of het basisstation cor-
rect is aangesloten (zie pagina 12 en pagina 17).
Controleer of de handset is ingeschakeld, opgeladen en correct aangemeld en of deze zich binnen het bereik van het basisstation bevindt.
Op het display van de handset wordt "Buiten bereik" weergegeven.
Controleer of het basisstation correct is aangesloten (zie pagina 12 en pagina 17).
Controleer of de handset zich binnen het bereik van het basisstation bevindt.
Controleer of de handset is aangemeld bij het gewenste basisstation (zie pagina 50).
Controleer of de batterijen zijn opgeladen en correct zijn geplaatst (zie pagina 13).


80








In geval van storingen
Geen beltoon op handset of basisstation
Controleer of het basisstation correct is aangesloten (zie pagina 12 en pagina 17).
Controleer of het volume van de beltoon niet is uitgeschakeld (zie pagina 35).
Controleer of de handset zich binnen het bereik van het basisstation bevindt.
Controleer of de batterijen zijn opgeladen en correct zijn geplaatst (zie pagina 13).
Op het display van het basisstation knipperen beurtelings "CL" en " _ "
Stel de datum, weekdag en tijd in (zie pagina 45).
Uw gesprekspartner kan u niet verstaan
Controleer of de microfoon is ingeschakeld en de functie voor geluid uitschakelen uit staat. (zie pagina 26).
U kunt niet worden gebeld
Controleer of u op de gesprekstoets hebt gedrukt, of het hoornsymbool op het display wordt weergegeven en of u bij het oppakken van de handset een kiestoon hoort.
Controleer of een andere telefoon wel werkt op de telefoonaansluiting en of uw telefoon werkt bij een andere telefoonaansluiting (zie pagina 12 en pagina 17).

81










| Instelling Opties Fabrieksinstelling | ||
| Beltonen 5 normale belto-nen,6 polyfone belto-nen | Melodie 1 | |
| Extern Melodie 1 | ||
| Intern Melodie 2 | ||
| Beltoon op hand-set | Volume met 5 niveaus, Uit | Volumeniveau 5 |
| Luidspreker op handset | Volume met 5 niveaus | Volumeniveau 3 |
| Automatisch be-antwoorden | Aan/Uit Aan | |
| Displaycontrast 8 niveaus Niveau 5 | ||
| Verlichting Aan/Uit | Aan | |
| Toetstonen Aan/Uit | Aan | |






83




Fabrieksinstellingen op het basisstation
| Instelling Opties | Fabrieksinstelling | |
| Beltonen 5 normale beltonen Melodie 1 | ||
| Volume 5 niveaus en Uit Niveau 5 | ||
| Selectieproces Pulskiezen of toon-kiezen | Toonkiezen | |
| PIN-code systeem | -0000 | |
| Prioriteit handset | Alle/een handset(s) | Alle |
Overige fabrieksinstellingen
| Instelling Opties | Fabrieksinstelling | |
| Alarmmelodie | 5 normale belto-nen,6 polyfone belto-nen, signaaltoon | Pieptoon |
| Alarm bij nieuwe berichten op antwoord-apparaat | Aan/Uit Uit | |
| Aantal belto-nen voordat antwoordap-paraat wordt ingeschakeld. | 2 / 4 / 6 / 8 belto-nen of spaarmodus | 6 beltonen |
84











Beschikbare tekens per cijfertoets
| 1 . , '? ! " 1 - ( ) @ / : ; |
| 2 A B C 2 À Á Ä Ä Ä Ä E Ç C |
| 3 D E F 3 È É Ê Ė |
| 4 G H I 4 ? I l í í í |
| 5 J K L 5 |
| 6 M N O 6 Ñ Ó Ó Ó Ó Ó CE |
| 7 P Q R S 7 β |
| 8 T U V 8 Ù Ú Û Ü |
| 9 W X Y Z 9 Ý Ý p Ž |
| 0 Spatie 0 + & _ $ £ € ¥ < > = # * |






85





Als u de DECT-telefoon langere tijd niet wilt gebruiken, verwijdert u de batterijen uit de handset om te voorkomen dat de batterijen gaan lekken.

LET OP!
De vloeistof die uit batterijen weglekt, kan huiduitslag veroorzaken. De handset kan beschadigd raken door lekkende batterijen.
SCHOONMAKEN
Trek voor het reinigen de netadapter uit de contactdoos. Gebruik voor het reinigen een droog zacht doekje. Vermijd het gebruik van chemische oplos- en schoonmaakmiddelen omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen.


86









Gebruiksvoorwaarden Temperatuur: +5 °C tot 40 °C, Rel. luchtvochtigheid: <80%
Batterijen voor handset 2 x Ni-Mh 1,2 V 750 mAh Type LR03/AAA
Standaard DECT/GAP
ca. 300 m bereik
Netstekker van basisstation Ingang: 230 V \~ 50 Hz, 60 mA
Uitgang: 6 V = 600 mA, 3,6 VA
Model: G060060D31
Oplaadtijd ca. 16 uur bij volledige ontlading
Stand-by ca. 120 uur
Gespreksduur ca. 12 uur
Netstekker van oplader Ingang: 230 V \~ 50 Hz, 45 mA
Uitgang: 6 V = 200 mA, 1,2 VA
Model: G060020D22
Technische wijzigingen voorbehouden.
88









Conformiteitsgegevens
Hiermee verklaart MEDION AG dat de DECT-telefoon voldoet aan de basisvoorwaarden en andere relevante voorschriften van richtlijn R&TTE 1999/5/EG.
Desgewenst kunt u aanvullende informatie over de conformiteitsverklaring opvragen bij ons Service Center.
C€0700



89







Extra optie van de netwerkprovider. Met wisselgesprek is het mogelijk tijdens een gesprek via een geluidssignaal aan te geven dat er nog een ander gesprek wacht. Dit gesprek kan worden aangenomen of geweigerd.
Bellijst
Comfortabele telefoons en abonneenummerbox 1 maken het mogelijk gemiste oproepen bij afwezigheid op te slaan. Hiervoor is wel de weergave van het nummer van de better vereist (nummerweergave - CLIP).
CLIP
Afkorting voor Calling Line Identification Presentation, oftewel nummerweergave. Dit is de weergave van het nummer van de beller.
DECT
Afkorting voor Digital European Cordless Telecommunication. Europese norm voor draadlozen digitale telefoons en draadloze telecommunicatie-installaties. Tussen meerdere handsets kunnen gratis interne gesprekken worden gevoerd. Een ander voordeel is de verbeterde beveiliging tegen afluisteren.
Handsfree bellen
Hiermee is telefoneren zonder gebruik te maken van de handen mogelijk bij telefoons met ingebouwde microfoon en luidspreker.
90









Verklarende woordenlijst
GAP
Afkorting voor Generic Access Profile (alge- meen toegangsprofiel). Radioprotocol waarmee draadloze telefoons in DECT-systemen contact houden met het basisstation. Handapparaten met GAP-technologie van verschillende fabrikanten kunnen worden bediend via alle vaste stations met GAP-interface. De gegevensoverdrachtsnelheid bedraagt 9.600 bps.
Hook-Flash
Zie R-toets.
Volume handset
Functietoets voor de regeling van het volume in de telefoonhoorn.
Interne gesprekken
Gratis verbinding tussen randapparaten in een telecommunicatie-installatie.
Interne beltoon
Bijzonder signaal in telecommunicatie-installaties waarmee onderscheid kan worden gemaakt tussen interne en externe gesprekken.
Comfortopties
Premium opties van de netwerkprovider, zoals nummerweergave, terugbellen bij bezet, doorschakelen, aanpasbare aansluitingsblokkering, aanpasbare nummerblokkering, snelkiezen en weergave van kostengegevens. De beschikbaarheid van deze functies is afhankelijk van de aangesloten randapparaten.


91








Verklarende woordenlijst
Ruggespraak
Extra optie in het telefoonnet. Via ruggespraak is het mogelijk heen en weer te schakelen tussen twee externe of interne gesprekspartners zonder dat de wachtende deelnemer kan meeluisteren.
MFV
Afkorting voor "Mehrfrequenzwahlverfahren" (Kiesproces voor meerdere frequenties). Hierbij worden de kiessignalen als combinatie van tonen overgedragen (toonkiezen). Met MFV kan ook informatie naar bijvoorbeeld Cityruf worden overgebracht of het antwoordapparaat op afstand worden afgeluisterd. Voor gebruik van de Premium opties van de netwerkprovider is tevens de R-toets met Hook-Flash vereist.
Microfoonuitschakeling
Toets voor het uitschakelen van de microfoon. De gesprekspartner aan de telefoon kan dan de ruggespraak die in de kamer wordt gehouden niet volgen.
MultiLink-functie
Op een basisstation kunnen meerdere draadloze handsets op verschillende locaties binnen de actieradius worden gebruikt.
Paging
Bij draadloze telefoons wordt een geluidssignaal vanuit het basisstation naar de handset gezonden. Binnen het bereik van de telefoons kan bijvoorbeeld worden gezocht naar toestel-
92









Verklarende woordenlijst
len die kwijt zijn geraakt.
PIN
Afkorting voor persoonlijk identificatienummer. Dient ter beveiliging tegen onbevoegd gebruik.
R-toets
Telefoons die zijn uitgerust met de R-toets (ruggespraaktoets), zijn tevens geschikt voor aansluiting aan telecommunicatie-installaties. Bij moderne telefoons wordt met de R-toets de Hook-Flash-functie geactiveerd. Deze is vereist voor het gebruik van Premium opties van de netwerkprovider zoals ruggespraak houden en conferentiegesprekken.

Nummerweergave
Zie CLIP.
Toonkiezen
Zie MFV.
Western-stekker RJ11
Oorspronkelijk in de VS gebruikt aansluitingsformaat dat tegenwoordig ook in Europa is uitgegroeid tot norm voor telefoonaansluitingen.
Toegangscode
Zie PIN.




93


