FS 311 - Grasmaaier STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FS 311 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FS 311 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FS 311 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FS 311 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING FS 311 STIHL
76 - 114 Handleiding
1 Met betrekking tot deze handleiding...... 77
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.77
3 Vrijgegeven combinaties van snijgarnituur, beschermkap, aanslag en draagstel...... 88
4 Dubbele handgreep monteren.... 89
5 Gaskabel afstellen.... 91
6 Beschermkappen monteren....91
7 Snijgarnituur monteren....92
8 Brandstof....98
9 Tanken.... 98
10 Dubbele schouderriem omdoen....99
1 Met betrekking tot deze handleiding Nederlands
11 Apparaat uitbalanceren....99
12 Motor starten/afzetten.... 100
13 Apparaat vervoeren.... 102
14 Gebruiksvoorschriften.... 104
15 Luchtfilter vervangen....105
16 Carburateur afstellen.... 105
17 Bougie....105
18 Apparaat opslaan....106
19 Metalen snijgarnituren slijpen.... 106
20 Onderhoud maaikop.... 107
21 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften. 108
22 Slijtage minimaliseren en schade voorko-
men.... 110
23 Belangrijke componenten.... 111
24 Technische gegevens.... 112
25 Reparatierichtlijnen.... 113
26 Milieuverantwoord afvoeren....113
27 EU-conformiteitsverklaring....113
Geachte cliënt(e),
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma STIHL.
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebreide kwaliteitscontroles gefabriceerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleemloos mee kunt werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vriendelijke groet,
N.a. 8:11
Dr. Nikolas Stihl
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kunnen de volgende symbolen op het apparaat zijn aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Decompressieklep bedienen

Geleiding aanzuiglucht: zomerstand
Geleiding aanzuiglucht: winterstand
Handgreepverwarming
1.2 Codering van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons daarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Speciale veiligheidsmaatregelen zijn nodig bij het werken met dit motorapparaat, omdat er met een zeer hoog toerental van het snijgarnituur wordt gewerkt.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situaties leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het motorapparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan werken – of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen niet met het motorapparaat werken – behalve jongeren boven de 16 jaar, die onder toezicht leren met het apparaat te werken.
Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het motorapparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – altijd de gebruiksaanwijzing meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het werken met een motorapparaat mogelijk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beïnvloeding van enkele typen pacemakers kan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat – afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur – alleen gebruiken voor het maaien van gras of het knippen van wildgroei, struiken, struikgewas, bosschages, kleine bomen of dergelijke.
Voor andere doeleinden mag het motorapparaat niet worden gebruikt – kans op ongelukken!
Alleen die snijgarnituren of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat.
STIHL adviseert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aanbouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk.
Voor het reinigen van het apparaat geen hoge- drukreiniger gebruiken. Door de harde waters- traal kunnen onderdelen van het apparaat wor- den beschadigd.
De beschermkap van het motorapparaat kan de gebruiker niet tegen alle voorwerpen (stenen, glas, draad enz.) beschermen die door het snijgarnituur worden weggeslingerd. Deze voorwerpen kunnen ergens afketsen en vervolgens de gebruiker treffen.
2.1 Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding – combipak, geen stofjas

Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewe- gende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.

Veiligheidslaarzen met een stroeve, slipvrije zool en stalen neus dragen.
Alleen bij gebruik van maaikoppen zijn als alternatief stevige schoenen met stroeve, slipvrije zool toegestaan.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduceren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
Een gelaatsbeschermer dragen en erop letten dat deze goed zit. Een gelaatsbeschermer alleen biedt onvoldoende bescherming voor de ogen.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen.
Veiligheidshelm dragen bij het opschonen, in hoog struikgewas en bij gevaar door vallende takken.

Robuuste werkhandschoenen van slijtvast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting.
2.2 Motorapparaat vervoeren

text_image
002BA079 KNAltijd de motor afzetten.
Het motorapparaat hangend aan het draagstel of uitgebalanceerd aan de steel/maaiboom dragen.
Metalen snijgarnituren met behulp van een transportbeschermkap tegen onbedoeld contact beveiligen, ook bij het vervoer over korte afstanden – zie ook "Apparaat vervoeren".

Hete machineonderdelen en de aan- drijfkop/het aandrijfmechanisme niet aanraken – kans op brandwonden!
In auto's: het motorapparaat tegen omvallen, beschadiging en tegen het weglekken van benzine beveiligen.
2.3 Tanken

Benzine is bijzonder licht ontvlambaar – uit de buurt blijven van open vuur – geen benzine morsen – niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is – de benzine kan overstromen – brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine werd gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken – de kleding niet in aanraking laten komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

Na het tanken de tankdop zo vast mogelijk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank-dop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.
Op lekkages letten – als er benzine naar buiten stroomt, de motor niet starten –levensgevaar door verbranding!
2.4 Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat controleren – het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzing in acht nemen:
- Het brandstofsysteem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine-pomp (alleen bij motorapparaten met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor niet starten – brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer laten repareren
- De combinatie van snijgarnituur, beschermkap, handgreep en draagstel/draagriem moet zijn goedgekeurd, alle onderdelen correct gemonteerd
- De stopschakelaar moet gemakkelijk kunnen worden ingedrukt
- De chokeknop, de gashendelblokkering en de gashendel moeten goed gangbaar zijn - de gashendel moet automatisch in de stationaire stand terugveren. Vanuit de standen en van de chokeknop moet deze bij het gelijktijdig indrukken van de gashendelblokkering en de gashendel terugveren in de werkstandI
Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
- Bougiesteker op vastzitten controleren – bij een loszittende steker kunnen vonken ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzineluchtmengsel ontbranden – brandgevaar!
- Snijgarnituur of aanbouwgereedschap: correcte montage: staat en vastzitten
- Veiligheidsinrichtingen (bijv. beschermkap voor snijgarnituur, draaischotel) op beschadigingen, resp. slijtage controleren. Beschadigde onderdelen vervangen. Het apparaat niet met een beschadigde beschermkap of een versleten draaischotel (als het opschrift en de pijlen niet meer duidelijk zichtbaar zijn) gebruiken
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- De handgrepen moeten schoon en droog, vrij van olie en vuil zijn - belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- De draagriem en de handgreep(-grepen) overeenkomstig de lichaamslengte instellen. Zie hoofdstuk "Draagriem omdoen" - "Apparaat uitbalanceren"
Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken!
Voor noodgevallen bij gebruik van draagriemen: het snel loskoppelen en neerzetten van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
2.5 Motor starten
Minstens op 3 m van de plek waar werd getankt – niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorapparaat goed vasthouden – het snijgarnituur mag geen voorwerpen en ook de grond niet raken, omdat dit tijdens het starten kan meedraaien.
Het motorapparaat wordt slechts door één persoon bediend – geen andere personen binnen een straal van 15 m dulden – ook niet tijdens het starten – kans op letsel – door weggeslingerde voorwerpen!

Contact met het snijgarnituur voorkomen – kans op letsel!

De motor niet 'los uit de hand' starten – starten zoals in de handleiding staat beschreven. Het snijgarnituur draait nog even door nadat de gashendel wordt losgelaten – naloopeffect!
Stationair toerental controleren: het snijgarnituur moet bij stationair toerental – bij losgelaten gas-hendel – stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine) uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemper houden – brandgevaar!
2.6 Apparaat vasthouden en bedie- nen
Het motorapparaat altijd met beide handen op de handgrepen vasthouden.
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.

Rechterhand op de bedieningshandgreep, linker-hand op de handgreep op de steel.
2.7 Tijdens de werkzaamheden
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood direct de motor afzetten – stopschakelaar indrukken.

Binnen een brede straal van de plek waar wordt gewerkt, bestaat door de weggeslingerde voorwerpen kans op ongevallen, daarom mogen er zich binnen een straal van 15 m geen andere personen ophouden. Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materiële schade! Ook op een afstand van meer dan 15 m kan gevaar niet geheel worden uitgesloten.
Op een correct stationair toerental letten, zodat het snijgarnituur na het loslaten van de gashendel niet meer draait.
Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. Als het snijgarnituur bij stationair toerental toch meedraait,
het stationair toerental door een geautoriseerde dealer laten repareren. STIHL adviseert de STIHL dealer.
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, op hellingen, in oneffen terrein enz. – kans op uitglijden!
Op obstakels letten: boomstronken, wortels – struikelgevaar!
Alleen staand op de grond werken, nooit op onstabiele plaatsen, nooit op een ladder of vanaf een hoogwerker.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken – alleen bij voldoende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen.

Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos en onzichtbaar zijn en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes met het motorapparaat werken – ook niet met apparaten voorzien van katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of op plaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergiftiging!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken – deze symptomen kunnen onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten draaien, alleen gas geven tijdens het werk.
Niet roken tijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat – brandgevaar! Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, dampen en rook kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling ademhalingsbescherming dragen.
Als het motorapparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controleren of dit in goede staat verkeert – zie ook "Voor het starten".
Vooral op lekkage van het brandstofsysteem en de goede werking van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die niet meer bedrijfszeker zijn, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
Niet in de startgasstand werken – het motortoe- rental is bij deze stand van de gashendel niet regelbaar.

Nooit zonder de op het apparaat en het snijgarnituur afgestemde beschermkap werken – kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen!

Terrein controleren: vaste voorwerpen – stenen, metalen delen of iets dergelijks kunnen worden weggeslingerd – ook meer dan 15 m – kans op letsel! – En deze kunnen het snijgar-nituur alsmede objecten (zoals bijv. geparkeerde auto's, ruiten) beschadigen (materiële schade).

Bijzonder voorzichtig werken in onoverzichtelijk, dichtbegroeid terrein.
Tijdens het maaien in hoog struikgewas, onder bosjes en heggen: werkhoogte met het snijgarnituur minimaal 15 cm – dieren niet in gevaar brengen.
Voor het achterlaten van het apparaat – motor afzetten.
Het snijgarnituur regelmatig, met korte tussenpozen en bij merkbare wijzigingen direct controle- ren:
- Motor uitschakelen, apparaat stevig vasthouden, snijgarnituur tot stilstand laten komen
- Op goede staat en vastzitten controleren, op scheurvorming letten
– Scherpte controleren - Beschadigde of botte snijgarnituren direct vervangen, ook bij zeer kleine haarscheurtjes
Snijgarnituuropname regelmatig ontdoen van gras en struikgewas – verstoppingen in het gedeelte van het snijgarnituur of de beschermkap verwijderen.
Voor het vervangen van het snijgarnituur de motor afzetten – kans op letsel!

De aandrijfkop/het aandrijfmechanisme wordt tijdens het gebruik heet. De aandrijfkop niet aanraken – kans op verbranding!
Wanneer een roterend metalen snijgarnituur een steen of ander hard voorwerp raakt, kan er vonkvorming ontstaan die onder bepaalde omstandigheden licht ontvlambare stoffen tot ontbranding kan brengen. Ook droge planten en struikgewas zijn licht ontvlambaar, met name tijdens hete, droge weersomstandigheden. Wanneer er brandgevaar bestaat, metalen snijgarnituur niet gebruiken in de buurt van licht ontvlambare stoffen, droge planten of struiken. Absoluut bij de verantwoordelijke bosbeheerinstantie informeren of er brandgevaar bestaat.
2.8 Gebruik van maaikoppen
Beschermkap voor snijgarnituur uitbreiden met de aanbouwdelen die in de gebruiksaanwijzing staan vermeld.
Alleen beschermkap met correct gemonteerd mes gebruiken, zodat de maaidraad beperkt blijft tot de toegestane lengte.
Voor het nastellen van de maaidraad bij met de hand nastelbare maaikoppen beslist de motor afzetten – kans op letsel!
Verkeerd gebruik met te lange maaidraden verlaagt het werktoerental van de motor. Dit leidt, door het constant slippen van de koppeling, tot oververhitting en tot beschadiging van belangrijke delen (bijv. koppeling, en delen van de kunststof behuizing) – bijv. door het bij stationair toerental meedraaiende snijgarnituur – kans op letsel!
2.9 Gebruik van metalen snijgarnituren
STIHL adviseert originele STIHL metalen snijgar-nituren te gebruiken. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Metalen snijgarnituren draaien zeer snel. Hierbij ontstaan krachten die op het apparaat, het snijgarnituur zelf en op het maaigoed werken.
Metalen snijgarnituren moeten regelmatig volgens voorschrift geslepen worden.
Ongelijkmatig geslepen metalen snijgarnituren veroorzaken een onbalans die voor extreme belasting van het apparaat kunnen zorgen – kans op breuk!
Botte of verkeerd geslepen snijkanten kunnen leiden tot een hogere belasting van het metalen snijgarnituur – kans op letsel door gescheurde of gebroken delen!
Metalen snijgarnituur na elk contact met harde voorwerpen (bijv. stenen, rotsblokken, metalen delen) controleren (bijv. op scheurtjes en vervormingen). Bramen en andere zichtbare materiaalopeenhopingen moeten worden verwijderd, omdat zij bij verder gebruik op elk moment los zouden kunnen laten en worden weggeslingerd – kans op letsel!
Beschadigd of ingescheurd snijgarnituur niet meer gebruiken en niet repareren - hetzij door lassen of richten - vormverandering (onbalans).
Deeltjes of brokstukken kunnen loskomen en met hoge snelheid de gebruiker of derden treffen – ernstig letsel!
Om de genoemde gevaren die optreden tijdens het gebruik van een metalen snijgarnituur, te verkleinen, mag het gebruikte metalen snijgarnituur in geen geval een te grote diameter hebben. Het mag niet te zwaar zijn. Het moet gemaakt zijn van materialen van toereikende kwaliteit en een geschikte geometrie (vorm, dikte) hebben.
Een niet door STIHL geproduceerd metalen snijgarnituur mag niet zwaarder, niet dikker zijn, geen andere vorm hebben en qua diameter niet groter zijn dan het grootste, voor dit motorapparaat vrijgegeven metalen STIHL snijgarnituur – kans op letsel!
2.10 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme handschoenen)
- Rustpauzes
De gebruiksduur wordt verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
– Lage buitentemperaturen
- De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beïnvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.
2.11 Onderhoud en reparaties
Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatig deel aan scholingen en ontvangen Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Bij reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd de motor afzetten en de bougiesteker lostrekken – kans op letsel door het onbedoeld starten van de motor! – Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie niet met behulp van het startmechanisme worden getornd – brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!
Het motorapparaat niet in de nabijheid van open vuur onderhouden en opslaan – brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkage controleren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgegeven bougies – zie "Technische gegevens" – monteren.
Bougiekabel controleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controleer of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdemper werken – brandgevaar! – Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaar voor brandwonden!
De staat van de antivibratie-elementen beïnvloedt het trillingsgedrag – de antivibratie-elementen regelmatig controleren.
2.12 Symbolen op de beschermkappen
Een pijl op de beschermkap voor het snijgarnituur geeft de draairichting van het snijgarnituur aan.
Enkele van de volgende symbolen zijn aangebracht op de buitenzijde van de beschermkap en verwijzen naar de vrijgegeven combinatie snijgarnituur/beschermkap.

De beschermkap mag samen met maaikoppen worden gebruikt.

De beschermkap mag samen met grassnijbladen worden gebruikt.

De beschermkap mag samen met slagmessen worden gebruikt.

De beschermkap mag samen met hakselmessen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met maaikoppen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met grassnijbladen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met slagmessen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met hakselmessen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met cirkelzaagbladen worden gebruikt.
2.13 Draagstel
Het draagstel behoort tot de leveringsomvang of is als speciaal toebehoren leverbaar.

▶ Draagstel gebruiken
- Het motorapparaat met draaiende motor aan de draagriem vasthaken
Grassnijbladen, slagmessen en hakselmessen moeten in combinatie met een draagstel (dubbel draagstel) worden gebruikt!
Cirkelzaagbladen moeten in combinatie met een dubbel draagstel met snelsluiting worden gebruikt!
2.14 Maaikop met maaidraad

Voor soepel 'maaigedrag' – voor nauwkeurig maaien, zelfs van onregelmatige grasranden rondom bomen, heiningpalen etc. – geringe beschadiging van de boomschors.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een bijlage. De maaikop alleen volgens de gegevens in de bijlage uitrusten met maaidraden.

De maaidraden niet vervangen door metaaldraad of andere soorten draden – kans op letsel!
2.15 STIHL DuroCut
Op de slijtagemarkeringen letten!

text_image
681BA209 KNAls een op de beschermkap van de DuroCut als uitroepteken gevormde slijtagemarkering zichtbaar wordt, de DuroCut niet meer gebruiken, anders is de kans aanwezig dat de maaikop wordt beschadigd.
De versleten beschermkap vervangen door een nieuwe beschermkap.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoren de bijlagen. De maaikop alleen volgens de gegevens in de bijlagen uitrusten met maaidra-den.

In plaats van de maaidraad geen metaaldraad of ander draad gebruiken – kans op letsel!
2.16 Maaikop met kunststof messen - STIHL PolyCut
Voor het maaien van niet-afgezette grasvelden (zonder palen, omheiningen, bomen en vergelijkbare obstakels).
Op de slijtage-indicatoren letten!

Als van de maaikop PolyCut een van de markeringen aan de onderzijde is doorgebroken (pijl): de maaikop niet meer gebruiken en vervangen door een nieuwe! Kans op letsel door contact met de weggeslingerde gereedschapdelen!
Beslist de onderhoudsvoorschriften voor de maaikop PolyCut in acht nemen!
In plaats van met kunststof messen kan de maai-kop PolyCut ook worden uitgerust met maaidra-den.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoren de bijlagen. De maaikop alleen volgens de gegevens in de bijlagen uitrusten met kunststof messen of maaidraden.

WAARSCHUWING
In plaats van de maaidraad geen metaaldraad of ander draad gebruiken – kans op letsel!
2.17 Kans op terugslag bij metalen snijgarnituren

WAARSCHUWING

Bij gebruik van metalen snijgarnituren bestaat de kans op terugslag als het snijgarnituur een vast obstakel (boomstam, tak, boomstronk, steen of iets dergelijks) raakt. Het apparaat wordt hierbij teruggeslingerd – tegen de draairichting van het snijgarnituur in.

text_image
002BA135 KNEr is een hogere kans op terugslag als het snijgarnituur in de zwarte sector een obstakel raakt.
2.18 Grassnijblad

text_image
000BA020 KNAlleen voor gras en onkruid – met het apparaat net als met een zeis werken.

WAARSCHUWING
Bij onjuist gebruik kan het grassnijblad worden beschadigd – kans op letsel door weggeslingerde onderdelen!
Het grassnijblad, als het merkbaar bot is geworden volgens voorschrift slijpen.
2.19 Slagmessen
Voor het maaien van vervilt gras, het snoeien van wildgroei en struikgewas en het opschonen van jonge aanplant met een maximale stamdia-
Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
meter van 2 cm – geen dikkere stammen zagen – kans op ongevallen!

text_image
002BA355 KNBij het maaien van gras en het opschonen van jonge aanplant met het apparaat net als met een zeis, vlak boven de grond, werken.

Voor het snoeien van wildgroei en struikgewas het slagmes van bovenaf in de plant 'steken' – het snijgoed wordt verhakseld – hierbij het snijgarnituur niet boven heuphoogte houden.
Bij deze werktechniek moet uiterst voorzichtig te werk worden gegaan. Hoe groter de afstand van het snijgarnituur ten opzichte van de grond, des te groter is het risico dat er materiaal opzij wordt geslingerd – kans op letsel!
Attentie! Bij onjuist gebruik kan het slagmes worden beschadigd – kans op letsel door weggeslingerde delen!
Om de kans op ongelukken te reduceren, het volgende beslist in acht nemen:
- Contact met stenen, metalen voorwerpen en dergelijke voorkomen
- Geen hout of struikgewas met een diameter van meer dan 2 cm doorsnijden (zagen) – voor grotere diameters gebruikmaken van een cirkelzaagblad
- Het slagmes regelmatig op beschadigingen controleren – een beschadigd slagmes niet verder gebruiken
- Het slagmes regelmatig en als het merkbaar bot is geworden volgens voorschrift slijpen en
- indien nodig - balanceren (STIHL adviseert dit door de STIHL dealer te laten uitvoeren)
2.20 Hakselmes
Voor het uitdunnen en verhakselen van taai, vervilt gras, wildgroei en struikgewas.

text_image
002BA210 KNVoor het snoeien en versnipperen van wildgroei en struikgewas het hakselmes van bovenaf in de plant 'steken' – het snijgoed wordt verhakseld – hierbij het snijgarnituur niet boven heuphoogte houden.
Bij deze werktechniek moet uiterst voorzichtig te werk worden gegaan. Hoe groter de afstand van het snijgarnituur ten opzichte van de grond, des te groter is het risico dat er materiaal opzij wordt geslingerd – kans op letsel!
Attentie! Bij misbruik kan het hakselmes worden beschadigd – kans op letsel door weggeslingerde onderdelen!
Om de kans op ongelukken te reduceren, het volgende beslist in acht nemen:
- Contact met stenen, metalen voorwerpen en dergelijke voorkomen
- Geen hout of struikgewas met een diameter van meer dan 2 cm doorsnijden (zagen) – voor grotere diameters gebruikmaken van een cirkelzaagblad
- Het hakselmes regelmatig op beschadigingen controleren – een beschadigd hakselmes niet verder gebruiken
- Het hakselmes regelmatig en bij merkbaar bot worden volgens voorschrift slijpen en - indien nodig - balanceren (STIHL adviseert dit door de STIHL dealer te laten uitvoeren)
2.21 Cirkelzaagblad
Voor het zagen van struiken en bomen:
Tot een stamdiameter van 4 cm in combinatie met motorzeisen
Tot een stamdiameter van 7 cm in combinatie met bosmaaiers.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
Het beste zaagresultaat wordt bereikt met vol gas en een gelijkmatige aanzetdruk.
Cirkelzaagbladen alleen met een bij de diameter van het snijgarnituur passende aanslag gebruiken.

WAARSCHUWING
Contact van het cirkelzaagblad met stenen en de grond beslist voorkomen – kans op scheurvorming. Het cirkelzaagblad bijtijds en volgens voorschrift slijpen – botte tanden kunnen leiden tot scheurvorming en hierdoor tot breuk van het zaagblad – kans op ongelukken!
Bij het kappen ten minste twee boomlengtes afstand tot aan de volgende werkplek aanhouden.
2.21.1 Kans op terugslag

text_image
002BA068 KNDe kans op terugslag is in de zwarte sector zeer groot: in deze sector het cirkelzaagblad niet gebruiken om te zagen.
In de grijze sector is er ook kans op terugslag: deze sector mag alleen door ervaren en speciaal geschoolde personen worden gebruikt, met gebruik van speciale werktechnieken.
In de witte sector kan praktisch zonder terugslag en gemakkelijk worden gewerkt. Het cirkelzaagblad altijd in deze sector tegen de te zagen stam plaatsen.
3 Vrijgegeven combinaties van snijgarnituur, beschermkap, aan- slag en draagstel
Snijgarnituur Beschermkap, aanslag Draagriem
3.1 Toegestane combinaties
Afhankelijk van het snijgarnituur de juiste combinatie uit de tabel kiezen!

WAARSCHUWING
Uit veiligheidsoverwegingen mogen alleen de snijgarnituren en beschermkappen resp. aanslagen met elkaar worden gebruikt, die in dezelfde tabelregel staan. Andere combinaties zijn niet toegestaan – kans op ongelukken!
3.2 Snijgarnituren
3.2.1 Maaikoppen
4 Dubbele handgreep monteren Nederlands
14 Slagmes 300-3
(∅ 300 mm)
15 Hakselmes 270-2
(∅ 270 mm)
16 Cirkelzaagblad 200-22 beitelbetanding (4119), cirkelzaagblad 200-22 HP beitelbetanding (4000)

WAARSCHUWING
Grassnijbladen, slagmessen, hakselmessen en cirkelzaagbladen van andere materialen dan metaal zijn niet toegestaan.
3.3 Beschermkappen, aanslag
17 Beschermkap voor maaikoppen
18 Beschermkap voor grassnijbladen en slag-messen
19 Beschermkap voor hakselmes
20 Aanslag voor cirkelzaagbladen
3.4 Draagriemen
21 De dubbele schouderriem moet worden gebruikt
22 De dubbele schouderriem "Komfort" moet worden gebruikt
4 Dubbele handgreep monte- ren
4.1 Dubbele handgreep monteren

text_image
3 6 2 1 4 5 0000-GXX-2034-A0- De onderste klembeugel (1) en de bovenste klembeugel (2) vasthouden
- Klembout (3) losdraaien – na het losdraaien van de klembout zitten de onderdelen los en worden door de beide veren (4, 5) uit elkaar gedrukt!
- Klembout lostrekken – de ring (6) blijft op de klembout
- Klembeugels lostrekken – de veren (4, 5) blijven achter in de onderste klembeugel

text_image
A 4 1 0000-GXX-0524-A0▶ Draagbeugel (4) zo in de onderste klembeugel (1) aanbrengen dat de afstand (A) niet meer dan 15 cm (6 inch) bedraagt
▶ Bovenste klembeugel (2) aanbrengen en naar beneden drukken
▶ Klembout (3) aanbrengen
- Draagbeugel (4) dwars ten opzichte van de steel/maaiboom uitlijnen
▶ Klembout (3) vastdraaien

text_image
6 7 5 8 7 9 4 9 0000-GXX-0525-A0▶ Bout (5) losdraaien – de moer (6) blijft hierbij achter in de bedieningshandgreep (7)
- De bedieningshandgreep met de gashendel (8) naar de aandrijfkop gericht op het uiteinde van de draagbeugel (4) schuiven tot de boringen (9) in lijn liggen
▶ Bout aanbrengen en vastdraaien
▶ Verder bij "Gaskabel afstellen"
5 Gaskabel afstellen Nederlands
Draagbeugel in de transportstand kantelen

text_image
90° 3 7 0000-GXX-0513-A0- Knevelbout (3) losdraaien en zover uit de schroefdraad draaien tot de draagbeugel (7) kan worden gedraaid
- De draagbeugel 90° linksom verdraaien en aansluitend naar beneden kantelen
▶ Knevelbout (3) vastdraaien
Draagbeugel in de werkstand kantelen
- De draagbeugel in omgekeerde volgorde dan zoals hierboven staat beschreven en rechtsom draaien, resp. kantelen
Na de montage van het apparaat of na een langere gebruiksduur kan het nodig zijn de gaskabelafstelling te corrigeren.
De gaskabel alleen afstellen bij een compleet gemonteerd apparaat.

▶ Gashendel in de volgasstand plaatsen
- De bout in de gashendel tot aan de eerste weerstand in de richting van de pijl draaien. Daarna nogmaals een halve slag verder indraaien
6 Beschermkappen monte- ren
6.1 De juiste beschermkap monteren

text_image
1 002BA401 KN
WAARSCHUWING
De beschermkap (1) is alleen vrijgegeven voor maaikoppen, daarom moet voor de montage van een maaikop de beschermkap (1) worden gemonteerd.

text_image
2 002BA402 KN
WAARSCHUWING
De beschermkap (2) is alleen vrijgegeven voor grassnijbladen en slagmessen, daarom moet voor de montage van een grassnijblad of een slagmes de beschermkap/aanslag (2) worden gemonteerd.

text_image
3 002BA403 KN
WAARSCHUWING
De beschermkap (3) is alleen vrijgegeven voor het hakselmes, daarom moet voor de montage van een hakselmes de beschermkap (3) worden gemonteerd.

text_image
4 5 002BA404 KN
WAARSCHUWING
De als beschermkap dienende aanslag (4) is alleen vrijgegeven voor cirkelzaagbladen, daarom moet voor de montage van een cirkelzaagblad de aanslag (4) worden gemonteerd en de beschermring (5) worden vervangen, zie "Snijgarnituur monteren"/"Cirkelzaagbladen monteren".
De beschermkappen (1 tot 4) worden op dezelfde wijze op de aandrijfkop bevestigd.

text_image
7 6 002BA405 KN- Vuil in de aansluitnaden van de aandrijfkop en de beschermkap verwijderen – zorgen dat er geen vuil in de schroefdraadboringen van de aandrijfkop terecht kan komen
▶ Beschermkap op de aandrijfkop (6) plaatsen,
▶ Bouten (7) aanbrengen en vastdraaien
7 Snijgarnituur monteren
7.1 Motorapparaat neerleggen

▶ Motor afzetten
- Het motorapparaat zo neerleggen dat de koppeling voor het snijgarnituur naar boven is gericht
7.2 Juiste beschermring monteren
Het motorapparaat is af fabriek al voorzien van een beschermring.
De beschermring is ook leverbaar als speciaal toebehoren.
De beschermring in verband met de zorgvuldige bevestiging door de geautoriseerde dealer laten monteren. STIHL adviseert de STIHL dealer.
7 Snijgarnituur monteren Nederlands
Beschermring voor maaiwerkzaamheden

text_image
1 2 3 002BA490 KNDe beschermring (1) voor de optimale wikkelbeveiliging bij gebruik van
- maaikoppen
- grassnijbladen
- slagmessen
- hakselmessen
monteren.
Beschermring voor zaagwerkzaamheden

text_image
2 4 5 002BA491 KNDe beschermring (4) alleen monteren bij de montage van cirkelzaagbladen.
7.3 Drukschotel en beschermplaat monteren

text_image
2 1 3 4 002BA407 KNDrukschotel (1) en de beschermplaat (2) op de as (3) schuiven
LET OP
Voor de bevestiging van alle snijgarnituren is de drukschotel (1) op de aandrijfkop nodig.
LET OP
Voor de bevestiging van
- maaikoppen
- grassnijbladen
- slagmessen
- hakselmessen
is de beschermplaat (2) op de aandrijfkop nodig. Voor de bevestiging van de cirkelzaagbladen is de beschermplaat niet nodig.
7.4 Drukschotel controleren

text_image
2 1 2 1 681BA196 KNDe drukschotel bestaat uit het drukschotellichaam (1) en de hierop onvervreemdbaar gemonteerde beschermplaat (2).

WAARSCHUWING
Nooit de drukschotel zonder beschermplaat gebruiken. Drukschotels zonder beschermplaat moeten direct worden vervangen.
7.5 Delen van de aandrijfkop van het snijgarnituur reinigen

text_image
2 1 3 4 002BA407 KNLET OP
De omgeving en de binnenzijde van de beschermring (4) regelmatig, resp. bij het verwisselen van het snijgarnituur op vervuiling controle- ren en zo nodig reinigen, daarvoor:
▶ Beschermplaat (1) en drukschotel (2) van de as (3) trekken
▶ Beschermring, as, drukschotel en beschermplaat grondig reinigen, de beschermring hiervoor niet demonteren
7.6 As blokkeren

text_image
1 2 3 2 0812BA021 KNVoor het monteren en demonteren van snijgarnituren moet de as (1) met behulp van de blokkeerpen (2) worden geblokkeerd. De blokkeerpen maakt deel uit van de leveringsomvang of is als speciaal toebehoren leverbaar.
- Blokkeerpen (2) tot aan de aanslag in de boring (3) in de aandrijfkop schuiven – iets aandrukken
As, moer of snijgarnituur verdraaien tot de blokkeerpen in de boring valt en de as wordt geblokkeerd
7.7 Snijgarnituur monteren

WAARSCHUWING
De bij het snijgarnituur passende beschermkap monteren – zie "Beschermkappen monteren".
7.8 Maaikop met schroefdraadaansluiting monteren
De bijlage voor de maaikop goed bewaren.

text_image
1 002BA385 KN▶ Drukschotel aanbrengen
▶ De maaikop linksom tot aan de aanslag op de as (1) schroeven
▶ As blokkeren
▶ Maaikop vastdraaien
LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
7.9 Maaikop verwijderen
▶ As blokkeren
▶ De maaikop rechtsom draaien
7.10 Metalen snijgarnituur verwijderen en aanbrengen
Het bijlageblad en de verpakking voor het metalen snijgarnituur goed bewaren.

WAARSCHUWING
Veiligheidshandschoenen aantrekken – kans op letsel door de scherpe snijkanten.
Altijd slechts één metalen snijgarnituur monteren!
7 Snijgarnituur monteren Nederlands
7.11 Grassnijbladen, slagmessen monteren
Aanwijzing voor apparaten die als nieuw apparaat slechts met één maaikop werden geleverd: voor het monteren van een grassnijblad en een slagmes is telkens een "ombouwset metalen maaigarnituren" nodig, deze zijn leverbaar via de STIHL dealer.
Snijgarnituur op de juiste wijze aanbrengen

text_image
1 2 3 4 5 681BA133 KNDe snijgarnituren (1, 4, 5) kunnen in een willekeurige richting wijzen – deze snijgarnituren regelmatig omkeren om eenzijdige slijtage te voorkomen.
De snijkanten van de snijgarnituren (2, 3) moeten naar rechts zijn gericht.
▶ Beschermring voor maaigarnituren monteren

text_image
4 3 2 1 b a 002BA409 KN▶ Snijgarnituur (1) aanbrengen

Kraag (a) moet in de boring (b) van het snijgarnituur vallen!
Snijgarnituur bevestigen
- Drukring (2) aanbrengen – bolle zijde naar boven gericht
▶ Draaischotel (3) aanbrengen
▶ As blokkeren
▶ Moer (4) linksom op de as draaien en vast-draaien

Een te gemakkelijk draaiende moer vervangen.
LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
7.11.1 Snijgarnituur verwijderen
▶ As blokkeren
▶ De moer rechtsom losdraaien
- Het snijgarnituur en de bevestigingsonderdelen hiervan van de aandrijfkop trekken
Nederlands 7 Snijgarnituur monteren
7.12 Hakselmes 270-2 monteren
Aanwijzing voor apparaten die als nieuw apparaat slechts met één maaikop werden geleverd: voor het monteren van een hakselmes is naast de "aanbouwset hakselmes" een "ombouwset hakselmes" nodig, deze is leverbaar via de STIHL dealer.
▶ Beschermring voor maaigarnituren monteren

text_image
4 3 2 1 b a 002BA410 KN- Hakselmes (1) aanbrengen – de snijkanten moeten naar boven zijn gericht

WAARSCHUWING
Kraag (a) moet in de boring (b) van het snijgarnituur vallen!
Snijgarnituur bevestigen
- Drukring (2) aanbrengen – bolle zijde naar boven gericht
- Beschermring (3) voor hakselmessen aanbrengen – met de opening naar boven
▶ As blokkeren
▶ Moer (4) linksom op de as draaien en vast-draaien

WAARSCHUWING
Een te gemakkelijk draaiende moer vervangen.
LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
7.12.1 Snijgarnituur verwijderen
▶ As blokkeren
▶ De moer rechtsom losdraaien
- Het snijgarnituur en de bevestigingsonderdelen hiervan van de aandrijfkop trekken
7.13 Cirkelzaagbladen monteren
Voor het monteren van cirkelzaagbladen is als speciaal toebehoren een aanslagset leverbaar, waartoe een aanslag en een beschermring voor de cirkelzaagbladen behoren.
Aanwijzing voor apparaten die als nieuw apparaat slechts met één maaikop werden geleverd: voor de montage van een cirkelzaagblad zijn meerdere bevestigingsdelen nodig, deze zijn leverbaar via de STIHL dealer.
Beschermring vervangen
Wij adviseren, de beschermring in verband met de zorgvuldige bevestiging door de geautoriseerde dealer te laten monteren. STIHL adviseert de STIHL dealer.

text_image
1 2 3 002BA490 KN▶ Beschermplaat (1) en drukschotel (2) wegne-
men
▶ Beschermring (3) voor maigarnituren demonteren
- Beschermplaat en beschermring voor later gebruik bewaren

text_image
2 4 5 002BA491 KN▶ Beschermring (4) voor cirkelzaagbladen monteren
▶ Drukschotel (2) op de as schuiven
▶ Aanslag (5) voor cirkelzaagbladen monteren
LET OP
Beschermplaat (1) niet voor cirkelzaagbladen gebruiken.
Snijgarnituur op de juiste wijze aanbrengen

Bij cirkelzaagbladen moeten de snijkanten naar rechts zijn gericht.

text_image
4 3 2 1 b a 002BA423 KN▶ Snijgarnituur (1) aanbrengen

Kraag (a) moet in de boring (b) van het snijgarnituur vallen.
Snijgarnituur bevestigen
- Drukring (2) aanbrengen – bolle zijde naar boven gericht
▶ Draaischotel (3) aanbrengen
Als speciaal toebehoren is een draaischotel (3) voor gebruik als zaag leverbaar waarbij de gehele zaagdiepte van het cirkelzaagblad kan worden gebruikt.
▶ As blokkeren
▶ Moer (4) linksom op de as draaien en vast-draaien

Een te gemakkelijk draaiende moer vervangen.
LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
7.13.1 Snijgarnituur verwijderen
▶ As blokkeren
▶ De moer rechtsom losdraaien
Nederlands 8 Brandstof
- Het snijgarnituur en de bevestigingsonderdelen hiervan van de aandrijfkop trekken
8 Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

WAARSCHUWING
Direct huidcontact met brandstof en het inade- men van brandstofdampen voorkomen.
8.1 STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst mogelijke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar.
8.2 Brandstof mengen
LET OP
Brandstoffen die niet geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding, kunnen leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschadigen.
8.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken – loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateurs storingen veroorzaken, daarom mag deze benzine voor deze motoren niet worden gebruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
8.2.2 Motorolie
Als brandstof zelf wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te kunnen waarborgen.
8.2.3 Mengverhouding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50;
1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine
8.2.4 Voorbeelden
Hoeveelheid ben- STIHL tweetakt- zine olie 1:50
Liter Liter (ml)
1 0,02 (20)
5 0,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en vervolgens benzine en goed mengen
8.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijge- geven jerrycans op een veilige, droge en koele plaats, beschermd tegen licht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken mengen. Het brandstofmengsel niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan echter tot 5 jaar probleem-loos worden bewaard.
- De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dop voorzichtig losdraaien.
- De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieu-bewust opslaan en afvoeren!
9 Tanken

10 Dubbele schouderriem omdoen Nederlands
9.1 Apparaat voorbereiden

- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodat er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop naar boven is gericht
9.2 Tankdop opendraaien

▶ Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
▶ Tankdop wegnemen
9.3 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen.
STIHL adviseert het STIHL vulsysteem voor brandstof (speciaal toebehoren).
▶ Tanken
9.4 Tankdop dichtdraaien

- Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast mogelijk aandraaien
10 Dubbele schouderriem omdoen

text_image
1 2 3 002BA240 KN▶ Dubbel draagstel (1) omdoen
▶ De riemlengte zo afstellen dat de karabijn-haak (2) ongeveer een handbreedte onder de rechterheup ligt. Na het afstellen kunnen te lange riemuiteinden worden ingekort
▶ De karabijnhaak in de gatenstrip (3) van het apparaat vasthaken
Vervolgens het juiste bevestigingspunt voor het gemonteerde snijgarnituur bepalen – zie hoofdstuk "Apparaat uitbalanceren".
11 Apparaat uitbalanceren
Afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur, wordt het apparaat op verschillende manieren uitgebalanceerd.
- Het aan het draagstel hangende motorapparaat laten uitpendelen – ophangpunt indien nodig wijzigen
11.1 Maaigarnituren

text_image
256BA016 KNMaaikoppen, grassnijbladen, slagmessen en hakselmessen moeten net de grond raken
11.2 Cirkelzaagbladen

text_image
256BA017 KNCirkelzaagbladen moeten ca. 20 cm boven de grond "zweven"
12 Motor starten/afzetten
12.1 Bedieningselementen

text_image
0000-GXX-0494-A0 1 2 31 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar – met de werkstand en stopstand. Voor het uitschakelen van het contact moet de stopschakelaar (STOP) worden ingedrukt – zie "Werking van de stopschakelaar en het contact"
12.1.1 Werking van de stopschakelaar en het contact
Zodra de stopschakelaar wordt ingedrukt, wordt het contact uitgeschakeld en de motor afgezet. Na het loslaten veert de stopschakelaar automatisch weer in de werk-stand terug: Nadat de motor stilstaat wordt in de werkstand het contact automatisch weer ingeschakeld – de motor is startklaar en kan worden gestart.
12.2 Motor starten

text_image
9 8 0000-GXX-0478-A0- Balg (9) van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
- Chokeknop (8) indrukken en afhankelijk van de motortemperatuur in de betreffende stand draaien:
bij koude motor bij warme motor – ook als de motor reeds heeft gedraaid, maar nog koud is
De chokeknop moet vastklikken.
12.2.1 Starten

text_image
0000-GXX-0526-A0
- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het niet kan omvallen: de steun op de motor en de beschermkap voor het snijgarnituur vormen de ondersteuning - Indien gemonteerd: de transportbeschermkap op het snijgarnituur verwijderen
Het snijgarnituur mag noch de grond noch enig ander voorwerp raken – kans op ongevallen!
▶ Een veilige houding aannemen – mogelijkheden: staand, gebukt of knielend
- Het apparaat met de linkerhand stevig op de grond drukken – hierbij noch de gashendel, noch de gashendelblokkering aanraken – de duim zit onder het ventilatorhuis
LET OP
De voet of de knie niet op de steel/maaiboom plaatsen!

text_image
0000-GXX-0528-A0- Met de rechterhand de starchandgreep vastpakken - De starchandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en vervolgens snel en krachtig doortrekken
LET OP
Het koord niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken – kans op breuk!
- De starchandgreep niet terug laten schieten – maar laten vieren zodat het startkoord correct kan worden opgerold
Nederlands 13 Apparaat vervoeren
▶ Verder starten tot de motor draait
12.2.2 Zodra de motor draait

text_image
0000-GXX-1557-A0- De gashendelblokkering indrukken en gas geven – de chokeknop springt in de werkstand I – na een koude start de motor door enkele keren gas geven warmdraaien

WAARSCHUWING
Kans op letsel door het draaiende snijgarnituur bij stationair toerental. De carburateur zo afstellen dat het snijgarnituur bij stationair toerental niet meedraait – zie "Carburateur afstellen".
Het apparaat is klaar voor gebruik.
12.3 Motor afzetten
- De stopschakelaar indrukken – de motor stopt – de stopschakelaar loslaten – de stopschakelaar veert terug
12.4 Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand 1 of bij het accelereren af.
- De chokeknop in stand plaatsen – verder starten tot de motor draait
De motor start niet in de warmestartstand
- De chokeknop in stand plaatsen – verder starten tot de motor draait
De motor slaat niet aan
▶ Controleren of alle bedieningselementen correct zijn afgesteld
▶ Controleren of de tank met benzine is gevuld, zo nodig tanken
▶ Controleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
▶ Startprocedure herhalen
- De chokeknop in stand I plaatsen – verder starten tot de motor draait
Alle benzine werd verbruikt
- Na het tanken de balg van de hand-benzine-pomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
▶ Motor opnieuw starten
13 Apparaat vervoeren
13.1 Transportbeschermkap gebruiken
Het type transportbeschermkap is afhankelijk van het type metalen snijgarnituur dat behoort tot de leveringsomvang van het motorapparaat. Transportbeschermkappen zijn ook als speciaal toebehoren leverbaar.
13.2 Grassnijbladen 230 mm

13 Apparaat vervoeren Nederlands

13.3 Grassnijbladen tot 260 mm

- Spanbeugel op de transportbeschermkap los-haken
▶ Spanbeugel naar buiten zwenken

- Transportbeschermkap vanaf de onderzijde op het snijgarnituur plaatsen

text_image
1. 2. 681BA281 KN▶ Spanbeugel op de transportbeschermkap vasthaken
▶ Spanbeugel naar binnen zwenken
13.4 Cirkelzaagbladen

▶ Spanbeugel naar buiten zwenken
- Transportbeschermkap vanaf de onderzijde op het snijgarnituur plaatsen, er hierbij op letten dat de aanslag gecentreerd in de uitsparing ligt

text_image
1. 2. 681BA277 KN▶ Spanbeugel naar binnen zwenken
- Spanbeugel op de transportbeschermkap vasthaken
13.5 Universele transportbescherm-kap

- De spanbeugel op de transportbeschermkap loshaken en naar buiten zwenken

text_image
1. 2. 681BA295 KN▶ Transportbeschermkap vanaf de onderzijde op het snijgarnituur, zoals afgebeeld, plaatsen
▶ De spanbeugel vasthaken aan de haken van de transportbeschermkap
14 Gebruiksvoorschriften
14.1 Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het nieuwe apparaat tot aan de derde tankvulling niet onbelast met hoge toerentallen laten draaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase moeten de bewegende delen op
15 Luchtfilter vervangen Nederlands
elkaar inlopen – in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert zijn maximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
14.2 Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair laten draaien als hij voordien lange tijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssysteem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
14.3 Na het werk
Als het werk even wordt onderbroken: de motor laten afkoelen. Het apparaat met lege benzine-tank op een droge plaats, niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weer wordt gebruikt. Bij langdurige stilstand – zie "Apparaat opslaan".
15 Luchtfilter vervangen
De levensduur van het filter bedraagt gemiddeld meer dan een jaar. Het filterdeksel niet demonteren en het luchtfilter niet vervangen zolang er geen merkbaar vermogensverlies optreedt.
15.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

text_image
0000-GXX-0482-A0 1 2 3 4▶ Chokeknop in stand ✉ draaien
▶ Bouten (1) losdraaien
▶ Filterdeksel (2) wegnemen
- Het grove vuil rondom het filter verwijderen
▶ Filter (3) wegnemen
▶ Een vervuild of beschadigd filter (3) vervangen
▶ Beschadigde onderdelen vervangen
15.2 Filter aanbrengen
- Het nieuwe filter (3) in het filterhuis plaatsen en het filterdeksel aanbrengen
▶ Bouten (1) aanbrengen en vastdraaien
De carburateur van het apparaat is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden wordt voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
16.1 stationair toerental instellen

text_image
H L + LA 0000-GXX-0495-A0Motor slaat bij stationair toerental af
▶ Motor ca. 3 min. warm laten draaien
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien, tot de motor gelijkmatig draait – het snijgarnituur mag niet meebewegen
Het snijgarnituur beweegt bij stationair toerental mee
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam linksom draaien, tot het snijgarnituur stil blijft staan, vervolgens 1/2 tot 3/4 slag in dezelfde richting verder draaien

WAARSCHUWING
Als het snijgarnituur na de uitgevoerde afstelling bij stationair toerental niet stil blijft staan, het motorapparaat door een geautoriseerde dealer laten repareren.
17 Bougie
- Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
- Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie vervangen – bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder – alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken – zie "Technische gegevens"
17.1 Bougie uitbouwen

text_image
1 2 3 0000-GXX 0537-A0▶ Afdekkap (1) losschroeven
▶ Bougiesteker (2) lostrekken
▶ Bougie (3) losdraaien
17.2 Bougie controleren

text_image
000BA039 KN A▶ Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodig afstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie "Technische gegevens"
▶ Oorzaken van de vervuiling van de bougie opheffen
Mogelijke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
- Ongunstige bedrijfsomstandigheden

text_image
000BA045 KN 1
WAARSCHUWING
Bij een niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd. Als in een licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kunnen brand of explosions ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplopen of er kan materiële schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
17.3 Bougie monteren
▶ Bougie (3) vastdraaien
▶ Bougie (3) met behulp van de combisleutel vastdraaien
▶ Bougiesteker (2) vast op de bougie drukken
- Afdekkap (1) plaatsen en vastschroeven
18 Apparaat opslaan
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen
- De brandstoftank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
- De brandstof volgens de voorschriften en milieuwetgeving afvoeren
▶ Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indrukken, voordat de motor wordt gestart
▶ De motor en deze net zo lang stationair laten draaien tot de motor afslaat
▶ Snijgarnituur demonteren, schoonmaken en controleren. Metalen snijgarnituren insmeren met conserveringsolie. - Het apparaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter!
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opbergen – tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) beschermen
19 Metalen snijgarnituren slijpen
- Snijgarnituren bij een geringe slijtage met een aanscherpvijl (speciaal toebehoren) – bij sterke slijtage en groeven, met behulp van een slijpapparaat slijpen of dit door een geautoriseerde dealer laten uitvoeren – STIHL adviseert de STIHL dealer
▶ Regelmatig slijpen, weinig materiaal wegne- men: voor het gebruikelijke aanscherpen zijn meestal twee tot drie vijlstreken voldoende

text_image
1 1 2 2 1 1 2 002BA083 KN- Mesvleugel (1) gelijkmatig slijpen – de omtrek van het hart (2) niet wijzigen
Meer aanwijzingen met betrekking tot het slijpen staan op de verpakking van het snijgarnituur. Daarom de verpakking bewaren.
19.1 Uitbalanceren
- Ca. 5-maal aanscherpen, hierna het snijgarnituur met behulp van het STIHL balanceerapparaat (speciaal toebehoren) op onbalans controleren en uitbalanceren of dit door een geautoriseerde dealer laten uitvoeren – STIHL adviseert de STIHL dealer
20 Onderhoud maaikop
20.1 Motorapparaat neerleggen

- Motor afzetten - Het motorapparaat zo neerleggen dat de koppeling voor het snijgarnituur naar boven is gericht
20.2 Maaidraad vervangen
Voor het vervangen van de maaidraad de maai-kop beslist op slijtage controleren.

WAARSCHUWING
Als er sterke slijtagesporen zichtbaar zijn, moet de maaikop compleet worden vervangen.
De maaidraden worden in het vervolg kortweg "draden" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een handleiding met afbeeldingen die laat zien hoe de draden worden vervangen. Daarom de handleiding voor de maaikop goed bewaren.
- Indien nodig de maaikop uitbouwen
20.3 Maaidraad bijstellen
STIHL SuperCut
De draad wordt automatisch op de juiste lengte afgesteld als de draad minimaal 6 cm (2 1/2 inch) lang is – door het mes op de beschermkap worden te lange draden op de optimale lengte afgesneden.
STIHL AutoCut
- Het apparaat met draaiende motor boven een grasveld houden – de maaikop moet hierbij draaien - De maaikop op de grond tippen – de draden worden bijgesteld en door het mes op de beschermkap op de optimale lengte afgesne- den
Steeds nadat met de maaikop op de grond wordt getipt wordt de draad bijgesteld. Daarom tijdens de werkzaamheden de maaiprestaties van de maaikop observeren. Als met de maaikop te vaak op de grond wordt getipt, worden ongebruikte stukken van de maaidraad door het mes afgesneden.
De draadlengte wordt alleen bijgesteld als de beide draaduiteinden ten minste nog 2,5 cm (1 inch) lang zijn.
STIHL TrimCut

WAARSCHUWING
Voor het met de hand bijstellen van de draad de motor beslist afzetten – anders is er kans op let-sell!
- Het spoelhuis omhoog trekken – linksom draaien – ca. 1/6 slag – tot aan de arrêteerstand – en weer terug laten veren
Nederlands 21 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
▶ De draaduiteinden naar buiten trekken
De procedure indien nodig herhalen tot de beide draaduiteinden het mes in de beschermkap bereiken.
Een draaibeweging van aanslag tot aanslag vergroot de draadlengte met ca. 4 cm (1 1/2 inch).
20.4 Maaidraden vervangen
STIHL PolyCut
In de maaikop PolyCut kunnen in plaats van messen ook afgekorte draden worden gehaakt.
Voordat de maaikop met de hand wordt voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten – anders is er kans op letsel!
- De maaikop aan de hand van de meegeleverde handleiding voorzien van de op maat afgekorte draad
20.5 Mes vervangen
20.5.1 STIHL PolyCut
Voor het vervangen van de messen de maaikop beslist op slijtage controleren.

WAARSCHUWING
Als er sterke slijtagesporen zichtbaar zijn, moet de maaikop compleet worden vervangen.
De snijmessen worden in het vervolg kortweg "messen" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een handleiding met afbeeldingen die laat zien hoe de messen worden vervangen. Daarom de handleiding voor de maaikop goed bewaren.

WAARSCHUWING
Voordat de maaikop met de hand wordt voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten – anders is er kans op letsel!
▶ Maaikop verwijderen
▶ De messen op die wijze vervangen als afgebeeld in de handleiding
▶ De maaikop weer monteren
21 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere dagelijkse werktijden dienen de gegeven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine visuele | controle (staat, lekkage) | X | X | |||||||
| reinigen X | ||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | X | |||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | X | X | Bij storingen | |||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | ||||||||||||||||||||||
| X | Bij beschadiging | |||||||||||||||||||||
| X | Indien nodig | |||||||||||||||||||||
| X | X | |||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | |||||||||||||||||||||
| X | Bij beschadiging | |||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | |||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | |||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | |||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | |||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | |||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | ||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | ||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | ||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | ||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | ||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | ||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | ||||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | Bij storingen | |||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | Bij storingen | |||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | Bij storingen | |||||||||||||||||||
| X | Bij storingen | Bij storingen | Bij storingen | |||||||||||||||||||
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere dagelijkse werktijden dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |||||||||||||
| laten afstellen door geautoriseerde dealer1) | ||||||||||||||||||||||
| Verbrandingsruimte elke 1) | 50 bedrijfsuren laten reinigen door geautoriseerde dealer1) | X | ||||||||||||||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalve stelschroeven) | natrekken X | |||||||||||||||||||||
| Antivibratie-elementen con | troleren X X X | |||||||||||||||||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer1) | X | |||||||||||||||||||||
| Snijgarnituren visuele con | role X X | |||||||||||||||||||||
| vervangen X | ||||||||||||||||||||||
| op vastzitten controleren | X X | |||||||||||||||||||||
| Metalen snijgarnituren slijpen/aanscherpen X X | ||||||||||||||||||||||
| Veiligheidssticker vervangen X | ||||||||||||||||||||||
| 1)STIHL adviseert de STIHL dealer2)Alleen als het motorvermogen merkbaar afneemt | ||||||||||||||||||||||
22 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwij-
zingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
- Het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
23 Belangrijke componenten Nederlands
22.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
- Schade aan de motor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
- Corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
- Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
22.2 Aan slijtage blootstaande onderdelen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig worden vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
– Snijgarnituren (alle typen)
- Bevestigingsdelen voor snijgarnituren (draai-schotels, moeren, enz.)
- Beschermkap snijgarnituur
- Koppeling
– Filter (voor lucht, benzine)
- Startmechanisme
- Bougie
- Antivibratie-elementen
23 Belangrijke componenten

Nederlands 24 Technische gegevens
2 Beschermkap (alleen voor maaikoppen)
3 Mes

text_image
4 5 002BA417 KN4 Metalen maaigarnituur
5 Beschermkap (alleen voor metalen maaigarnituren)

text_image
6 7 002BA413 KN6 Hakselmes
7 Hakselmesbeschermer (alleen voor het hak- selen met hakselmessen)

text_image
8 9 002BA414 KN8 Cirkelzaagblad
9 Aanslag (alleen voor cirkelzaagbladen)
STIHL eencilinder-viertaktmotor met mengsmering
Cilinderinhoud: 36,3 cm³
Boring: 43 mm
Slag: 25 mm
Vermogen vol- 1,4 kW
gens ISO 8893: (1,9 pk)
bij 8500 1/min
Stationair toeren- 2800 1/min
tal:
Afregeltoerental 10.200 1/min
(nominale
waarde):
Max.toerental 7360 1/min
van de uitgaande
as (koppeling
snijgarnituur):
Klepspeling
Inlaatklep: 0,10 mm
Uitlaatklep: 0,10 mm
24.2 Ontstekingssysteem
Elektrodeafstand:0,5 mm
24.3 Brandstofsysteem
Onafhankelijk van de stand werkende membraancarburateur met geïntegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 710 cm ^3 (0,71 l)
24.4 Gewicht
Zonder benzine, zonder snijgarni- 7,2 kg tuur en beschermkap:
24.5 Totale lengte
Zonder snijgarnituur: 1800 mm
24.6 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillings-waarden wegen stationair toerental en nominaal maximumtoerental even zwaar.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib
24.6.1 Geluiddrukniveau L poq volgens ISO 22868
Met maaikop: 99 dB(A)
Met metalen snijgarnituur: 98 dB(A)
24.6.2 Geluidvermogensniveau L w volgens ISO 22868
Met maaikop: 110 dB(A)
Met metalen snijgarnituur: 110 dB(A)
24.6.3 Trillingswaarde a hv,eq volgens ISO 22867
| Handgreep | links | Hand-greeprechts |
| Met maaikop: | 2,2 m/s ^2 | 2,8 m/s ^2 |
| Met metalen snijgar-nituur: | 2,9 m/s ^2 | 2,9 m/s ^2 |
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermogensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s ^2 .
24.7 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemicaliën.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach
24.8 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure geme- ten CO _2 -waarde staat weergegeven bij de voor het product specifieke technische gegevens bij www.stihl.com/co2.
De gemeten CO _2 -waarde werd op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring.
25 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHL ^ en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo G_ (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
26 Milieuverantwoord afvoeren
Bij het milieuvriendelijk verwerken moeten de nationale voorschriften met betrekking tot afvalstoffen in acht worden genomen.

text_image
000BA073 KNSTIHL producten behoren niet bij het huisvuil. STIHL producten, accu's, toebehoren en verpakking moeten worden ingeleverd voor een milieu-vriendelijke recycling.
Actuele informatie betreffende het milieuvriendelijk verwerken van accu's is verkrijgbaar bij de STIHL dealer.
27 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: bosmaaier
Merk: STIHL
Type: FS 311
Serie-identificatie: 4180
Cilinderinhoud: 36,3 cm ^4
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU
italiano
en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN ISO 11806-1, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gega-randeerde geluidsvermogenniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 10884 gehandeld.
Gemeten geluidsvermogenniveau 110 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau 112 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 3-2-2020
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving
