Mecablitz 64 AF1 digital - Flits METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Mecablitz 64 AF1 digital METZ in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Gidsgetal: 64 (ISO 100, m), Zoom: 24-105 mm, Oplaadtijd: 0,1 tot 5 s |
|---|---|
| Gebruik | Compatibel met digitale spiegelreflex- en systeemcamera's, automatische en handmatige flitsmodi, functie voor hoge-snelheidssynchronisatie. |
| Onderhoud en reparatie | Reinig regelmatig de flitskop, gebruik een zachte doek, controleer firmware-updates. |
| Veiligheid | Niet blootstellen aan vocht, vermijd extreme temperaturen, gebruik aanbevolen batterijen. |
| Algemene informatie | Gewicht: 400 g, Afmetingen: 90 x 75 x 200 mm, Garantie: 2 jaar. |
Veelgestelde vragen - Mecablitz 64 AF1 digital METZ
Download de handleiding voor uw Flits in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Mecablitz 64 AF1 digital - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Mecablitz 64 AF1 digital van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING Mecablitz 64 AF1 digital METZ
3.1 Het aanbrengen van de flitser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102
5.1 Aanduiding van de flitsfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
5.2 Aanduiding van de reikwijdte. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
7.4 Automatische synchronisatie bijkorte belichtingstijden (FP) 112
8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting . . . . . 116 9 Bijzondere functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
9.1 Motorische zoominstelling van de reflector („Zoom“) . . . . . . 117
10 Flitsen met bediening op afstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
10.4.2 Onderdrukking van de flits vooraf, c.q. het instellen
10.4.5 Het uitschakelen van de SERVO-flitsfunctie . . . . . . . . . . . 125
11.5 Aanpassing aan het opname-formaat (ZOOM SIZE) . . . . . . . 129
xVoorwoord Wij bedanken u voor uw beslissing een Metz-mecatech product aan te schaffen. Wij verheugen ons u als klant te kunnen begroeten. Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten, uw flitser in gebruik te nemen. Het is echter lonend om de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dan kunt u leren, zonder problemen met het apparaat om te gaan. Deze flitser is geschikt voor:
- Digitale Olympus camera's met Micro FourThirds/FourThirds TTL- flitsregeling en systeemflitsschoen, alsmede de daarmee overeen- komende camera's van Panasonic en Leica. Voor camera’s van andere fabrikanten is deze flitser niet geschikt! Sla s.v.p. ook de flap aan het einde van de gebruiksaanwijzing open. Toelichting Vingerwijzing, aanwijzing Opgelet – extreme belangrijke veiligheidsaanwijzing Gebruiksdoel Deze flitser is uitsluitend bedoeld voor het verlichten van onderwer- pen in het fotografisch bereik. Hij mag alleen met de in deze gebruiksaanwijzing beschreven toebehoren, c.q. de door Metz aan- gegeven accessoires worden gebruikt. De flitser mag voor geen andere doeleinden dan de hierboven ver- melde worden gebruikt.
13.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
14.1 Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd. . . . . . 136
14.2 Normale synchronisatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
14.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW). . . . . . . . 136
14.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) . . . . 137
x1 Veiligheidsinstructies In de omgeving van ontvlambare gassen of vloei stoffen (benzine, oplosmiddelen enz.) mag de flitser in geen geval worden ontstoken. GEVAAR VOOR EXPLOSIE! ! Flits nooit vanaf korte afstand rechts- treeks in de ogen! Rechtstreeks in de ogen van personen of dieren flitsen kan leiden tot beschadiging aan het netvlies en daardoor ernstige zichtstoringen veroorzaken - tot blindheid toe! Fotografeer nooit berijders van auto, bus of mo torfiets, fietsers of treinbestuur- ders tijdens de rit met een flitser. Door de verblinding kan de berijder een onge- luk krijgen dan wel veroorzaken! Indien het huis zo zeer beschadigd is, dat het interieur open ligt, mag de flitser niet meer worden gebruikt. Neem dan de batterijen er uit! Raak de binnenliggende onderdelen niet aan. HOOGSPANNING! Raak na meervoudig flitsen de voorzet- schijf niet aan. Gevaar voor brandwon- den! Demonteer de flitser niet! HOOGSPANNING! Reparaties kunnen uitsluitend door een geautoriseerde service worden uitgevo- erd
- De flitser is alleen bedoeld en toegelaten voor gebruik in de fotografie.
- Gebruik uitsluitend de in de handleiding aangegeven en toegelaten stroombronnen.
- Batterijen niet openen of kortsluiten!
- Stel de batterijen nooit bloot aan hoge temperaturen zoals intensieve zonnestra- ling, vuur of dergelijke!!
- Verbruikte batterijen / accu's niet in open vuur gooien.
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu’s!
- Haal lege batterijen onmiddellijk uit het apparaat! Uit verbruikte batterijen kunnen chemicaliën lekken (het zogenaamde uitlo- pen) die tot beschadiging van het apparaat leiden!
- Batterijen mogen niet worden opgeladen!
- Stel het apparaat niet bloot aan drup- of spatwater!
- Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar hem bijvoorbeeld niet in het handschoenenvak- je van uw auto.
- Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser vóór gebruik acclimatiseren!
- Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geen licht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag niet vuil zijn. Als u hierop niet let zou, door de hoge energie van de het
xflitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector kunnen verbranden.
- Bij flitsseries met vol vermogen en korte flitsvolgtijden moet u er op letten, dat u na telkens 20 flitsopnamen een pauze van minstens 3 minuten inlast!
- Bij serieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden wordt de groothoekdif- fusor bij zoomstanden van 35 mm en min- der, flink heet.!
- De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden! 2 Dedicated flitsfuncties Dedicated flitsfuncties zijn speciaal op het camerasysteem ingestelde flitsfuncties. Afhankelijk van het type camera worden daarbij verschillende flitsfuncties onder- steund.
- Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker/monitor van de camera.
- Automatische sturing van de flitssynchroni- satietijd.
- Automatische omschakeling naar de flits- synchronisatietijd.
- Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting bij TTL.
- Compatible met het FourThirds/ Micro-FourThirds-system
- Synchronisatie bij het open- of dichtgaan va de sluiter (SLOW2). (camera-instelling)
- Automatische FP-synchronisatie bij TTL en M.
- Automatische sturing van de motorische zoomreflector.
- Extended-zoomfunctie.
- Sturing van de AF-meetflits.
- Automatische aanduiding van de flitsreik- wijdte.
- Automatisch geprogrammeerd flitsen.
- Functie van flits vooraf ter vermindering van het ‘rode ogeneffect’
x• Draadloze TTL-Remote-flitsfunctie.
- Wake-Up-functie voor de flitser. In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het niet mogelijk, alle cameramodellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie daarvoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zelf moeten worden ingesteld! Bij het gebruik van objectieven zonder CPU (bijv. objectieven zonder autofocus) treden ten dele beperkingen op! 3 Flitser gereedmaken
3.1 Het aanbrengen van de flitser
Flitser op de camera monteren Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer tot de aanslag tegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in het huis van de flitser verzon- ken.
- Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
- De gekartelde moer tot de aanslag tegen het camerahuis draaien en de flitser vast- klemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zodat het oppervlak van de camera niet wordt beschadigd Flitser van de camera afnemen Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen !
- De gekartelde moer tot de aanslag tegen het huis van de flitser draaien.
- Flitser uit de accessoireschoen schuiven.
x3.2 Voeding Batterij-, c.q. accukeuze De flitser kan naar keuze worden gevoed uit:
- 4 Nikkel-metaal-hydride accu’s 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capaciteit dan de NiCd- accu en zijn minder bezwaarlijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
- 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de pre- statie.
- 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrijevoeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.
- Power Pack with connection cable (special accessory). Gebruik alleen de hierboven aangegeven stroombronnen. Bij het gebruik van andere stroombronnen ontstaat het gevaar dat de flitser beschadigd raakt. Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. uit. Het vervangen van de batterijen De accu's batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt, als de flitsvolgtijd (= tijd tussen het ontste- ken van een flits met volle energie, bijv. bij M, tot het hernieuwd oplichten van de paraatheidsaanduiding) langer duurt dan 60 seconden. Bovendien verschijnt in het aan- raakscherm de aanduiding Batterij-indicator.
- Schakel de flitser uit, druk daarvoor zolang op de toets tot alle aanduidingen verdwenen zijn.
- Schuif het deksel van het batterijvak naar beneden en klap het open.
- Zet de batterijen in de lengte en overeenko- mend met de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel van het batterijvak . Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu’s op de juiste polariteit, overeenkom- stig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen kunnen het apparaat ver- nielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door dezelfde batterijen van één type fabrikant, met gelijke capaciteit! Verbruikte batterijen horen niet in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de daarvoor bestemde verza- melplaatsen!
x3.3 In- en uitschakelen van de flitser
in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt daarna altijd in met de het laatste gebruikte functie (bijv. flitsen met handinstelling M). In de standby-functie knippert de toets rood. Om dit uit te schakelen moet u zo lang op de toets
drukken tot alle aandui- dingen zijn verdwenen. Als u denkt, dat u de flitser gedurende lange- re tijd niet gaat gebruiken, bevelen wij aan om de flitser met de toets auit te scha- kelen en de stroombronnen eruit te nemen.
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt. Het keuzemenu is in 6 sensortoetsen onder- verdeeld: Na drukken op de toets kunnen de volgende functies worden ingesteld. TTL, zie 7.1 TTL FP*, zie 7.4 A, zie 7.5 M, zie 7.3 M FP*, zie 7.4 STROBO, zie 7.6 REMOTE SLAVE, zie 10.2 SERVO, zie 10.4 *) alleen na uitwisseling van gegevens met een camera
MODE Na drukken op de toets kunnen de flitsparameters worden ingesteld. P (deelenergie), zie 7.3 en 10.4.3 EV (correctie op de flitsbelichting), zie 8 ZOOM (reflectorstand), zie 9.1 N (Aantal flitsen), Kap. 7.6 f (Flitsfrequentie), Kap. 7.6 F (diafragma) ISO (lichtgevoeligheid), CHANNEL (Kanal), zie 10.2.2 GROUP (slaafgroep), zie 10.2.3 . De weergave van de flitsparameters is afhan- kelijk van de gekozen flitsfunctie. Na drukken op de toets kan het aan- raakscherm worden geconfigureerd, of kan de flitser in zijn toestand als bij de aflevering worden teruggezet (gereset). BRIGHTNESS (helderheid), zie 15.1 ROTATION (beeldschermweergave zwenken), zie 15.2 RESET, zie 16.3 SERVICE PARAMETER
BRIGHTNESS RESET ROTATION xNadat u op de toets hebt gedrukt kunnen de opties worden ingesteld. RAPID (korte flitsvolgtijden), hoofdstuk 11.1 SUB-REFL. (hulpreflector), hoofdstuk 11.2 ZOOM SIZE (aanpassing aan het opnamefor- maat), zie 11.5 ZOOM MODE (verlichtingshoek), zie 11.4 STANDBY (aut. uitschakeling van het appa- raat), zie 3.6 MOD.LIGHT (instellicht), zie 11.3 BEEP (akoestisch signaal), hoofdstuk 11.9 m / ft (meter / voet), zie 11.7 POWERPACK
(extern powerpack), hoofd-stuk
hoofdstuk 11.8 De weergave van de flitsparameters is afhan- kelijk van de gekozen flitsfunctie. In het aangegeven menu op de flitser zijn alle in een zwart vlakje staande velden als sen- sortoetsen uitgevoerd, waarop moeten wor- den gedrukt voor het instellen van de beschreven functie. In de afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn steeds de sensortoetsen, waarop moeten worden gedrukt voor het instellen van de beschreven functie, met zwart gemarkeerd. OPTION
De actuele instellingen van de flitser kunnen tijdens het gebruik aangegeven worden.
- Druk op het aanraakscherm op de sensor- toets
De info verschijnt. - EXT (Extended-zoomfunctie) is ingesteld, (zie11.4.1). - AF OFF (AF hulplicht) is uitgeschakeld (zie 11.6), - (MOD.LIGHT) is ingesteld (zie 11.3), - (Beep-functie) is ingesteld, (zie 11.9) - (Kanal) verschijnt, (zie 10.1.2, 10.2.2)
de automatische uitschakeling van het appa- raat is ingesteld op 10 minuten, (zie 3.6), - de aanduiding van de temperatuur stijgt bij intensief gebruik van het aapparaat,
3.6 Automatische uitschakeling /
Auto – OFF In de fabriek wordt de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 minuten -
- na het ontsteken van een flits,
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera,
- na het uitschakelen van het belichtings- meetsysteem van de camera . . . . . . in de standby-functie schakelt (AUTO OFF)
200+ in om energie te besparen en de stroombron-nen tegen onbedoeld ontladen te bescher-men. De geactiveerde automatische uitscha-keling wordt in het INFO-display aangegeven.De flitsparaatheidsaanduiding en de aan-duidingen op het LC-display doven. In de standby-functie knipper de toets rood. De het laatst ingestelde flitsfunctie blijft nahet automatisch uitschakelen behouden enstaat na het inschakelen onmiddellijk weerter beschikking. De flitser wordt door te drukken op detoets , c.q. door het aantippen van deontspanknop op de camera (=Wake-upfunctie) weer ingeschakeld.In de Slaaf-/SERVO functie is de automati-sche uitschakeling van de flitser niet actief.Als u de flitser langere tijd niet gaat gebrui-ken, schakel hem dan in principe altijd viazijn hoofdschakelaar uit!Indien noodzakelijk kan de automatische uit-schakeling reeds na 1 minuut plaatsvindenof worden gedeactiveerd.De flitser schakelt zich ong. 1 uur na het laatste gebruik geheel uit. In alle functies wordt na ongeveer 10 sec. hetbeeldscherm op de helft van zijn helderheidingesteld om energie te besparen. Met elkedruk op een toets wordt het beeldschermweer naar zijn normale helderheid terugge-schakeld.
Het instellen van de automatische uitschakeling • Schakel de flitser via de toets
in. Het opstartscherm verschijnt.De flitser schakelt daarna altijd in met dehet laatst gebruikte flitsfunctie (bijv. flitsenmet handinstelling M).• Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensortoets • Druk in het aanraakscherm op de toetsenen kies uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensortoets . • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de gewenste tijd. De instellingtreedt onmiddellijk in werking. In de Standby-functie knippert de toets rood. OPTIONSTANDBYSTANDBY
4.1 Flitsparaatheids aanduiding
Zodra de flitscondensator is opgeladen licht op de flitser de toets groep op en geeft daarmee aan dat de flitser gereed is om te flitsen (flitsparaatheid). Dat betekent dat voor de eerstvolgende opname flitslicht kan worden gebruikt. De flitsparaatheid wordt ook naar de camera overgebracht en zorgt in de zoeker daarvan voor de betreffende aanduiding. Als u een opname maakt voordat in de zoe- ker van de camera de signaal dat de flitser is opgeladen, ontsteekt de flitser geen flits. De opname kan dan mogelijk foutief worden belicht wanneer de camera al naar de flits- synchronisatietijd is omgeschakeld (zie 14.1).
4.2 Belichtingscontrole
Na een correcte belichting licht de toets
gedurende ong. 3 seconden rood op als de opname in de flitsfunctie TTL ( ) en TTL FP ( ); zie 7.1) alsook in de automatisch flitsenfunctie correct werd belicht! Volgt deze aanduiding van de belichtings- controle na de opname niet, dan werd de opname onderbelicht. U moet dan: - het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen (bijv. in plaats van diafragma 8, diafragma 11), of
- de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterend vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen of - de camera een hogere ISO-waarde instellen. Let in het display van het flitsapparaat op de aan- duiding van de reikwijdte van de flits (zie 5.2). 5 Aanduidingen in het display De camera’s geven de waarden van ISO, brandpuntsafstand van het objectief (mm) en diafragma door naar de flitser. Deze past zijn vereiste instellingen automa- tisch daaraan aan. Hij berekent uit die waar- den en zijn richtgetal de maximale reikwijdte van het flitslicht. Flitsfunctie, reikwijdte en de zoomstand van de reflector worden in het display van de flit- ser aangegeven. Als de flitser wordt gebruikt zonder dat hij gegevens van de camera heeft ontvangen, worden de op de flitser ingestelde waarden aangegeven. Displayverlichting Na drukken op de toets van de flitser of tippen op het aanraakscherm wordt geduren- de ongeveer 10 seconden de displayverlich- ting op zijn maximale helderheid ingesteld.
5.1 Aanduiding van de flitsfunctie
In het display wordt ingestelde flitsfunctie aangegeven. Daarbij zijn, afhankelijk van het type camera verschillende voor de telkens ondersteunde TTL-flitsfunctie (bijv. en ) en de manual flitsfunctie M mogelijk (zie 7.3).
5.2 Aanduiding van de reikwijdte
Als de camera is voorzien van een objectief met CPU, verschijnt in het display een aan- duiding van de reikwijdte Hiervoor moet een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats hebben gevonden, bijvoorbeeld door het aantippen van de ontspanknop op de camera. De reik- wijdte kan zowel in meters (m) of in feet (ft) worden aangegeven (zie 11.7). Er verschijnt geen aanduiding van de reik- wijdte. . . - als er geen gegevens door de camera werden overgebracht, - als de kop van de reflector uit zijn normale positie (naar boven of zijwaarts) is gezwenkt, - Wanneer de flitser in de REMOTE MASTER; REMOTE SLAVE of SERVO-flitsfunctie werkt. TTL TTL FP Aanduidingen van de reikwijdte in de TTL-/ TTLFP flitsfuncties In de TTL-flitsfuncties ( en ; zie 7) wordt in het display de waarde voor de mini- male en de maximale reikwijdte van het flits- licht aangegeven. De aangegeven waarde geldt voor een reflec- tiegraad van het onderwerp van 25%, wat voor de meeste opnamesituaties een correc- te waarde is. Grote afwijkingen van deze reflectiegraad, bij zeer sterk of juist zeer zwak reflecterende onderwerpen kunnen de reikwijdte van het flitslicht beïnvloeden. Het onderwerp moet zich in een bereik van onge- veer 40% tot 70% van de aangegeven waarde bevinden. De elektronica heeft dan voldoende speelruimte voor een goede belichting. Om overbelichting te vermijden moet u min- stens de afstand die in het display als mini- mum staat aangegeven, aanhouden. Het aanpassen aan de betreffende opnamesitua- tie kan bijv. door het veranderen van de diafrag- maopening van het objectief worden bereikt. TTL FPTTL
xAanduiding van de reikwijdte in de functie van met de hand in te stellen flitser In de functie van de met de hand in te stellen (manual) flitser M wordt in het display de afstandswaarde aangegeven die voor het cor- rect belichten van het onderwerp aangehou- den moet worden. Het aanpassen aan de heersende opnameomstandigheden kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde op het objectief of door het kiezen van een met de hand in te stellen deelvermogen (zie 7.3) worden bereikt. Overschrijding van het bereik van de aanduidingen In het display kunnen reikwijdten tot maxi- maal 99 m, c.q. 99 ft worden aangegeven. Bij hoge ISO-waarden en grote diafragmao- peningen kan het bereik van de aanduidin- gen worden overschreden. Dit wordt door een pijl, c.q. driehoekje achter de afstandswaarde aangegeven.
6 Aanduidingen in de zoeker van de camerar Voorbeelden van aanduidingen in de zoeker van de camera: Flitssymbool knippert Dringend verzoek de flitser te gebruiken, c.q. in te schakelen. Flitssymbool verschijnt De flitser is gereed. Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt. Basiscorrectie bij een foute belichting:
- Bij te ruime belichting: niet flitsen!
- Bij te krappe belichting: schakel de flitser in of gebruik een statief en een langere belichtingstijd. In de verschillende belichtings- en automati- sche programma's kunnen er verschillende redenen zijn voor het optreden van een foute belichting. Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt.
x7 Flitsfuncties Afhankelijk van het type camera staan u de volgende flitsfuncties ter beschikking:
- TTL-flitsfunctie ( ), chap. 7.1
- Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP), chap. 7.4
- Automatisch flitsenfunctie ( ), chap. 7.5
- Manual flitsfunctie ( ), chap. 7.3
functie (instelbaar alleen op camera)
- functie, chap. 10.4. Het instellen van de flitsfuncties vindt plaats via het aanraakscherm. Voor het instellen van de flitsfuncties en moet er eerst een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser hebben plaatsgevonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop van de camera.
7.1 TTL-flitsfunctie ( )
In deze flitsfuncties krijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsopnamen. Hierbij wordt de meting van de flitsbelichting uitgevoerd door een sensor in de camera. Deze meet het door het onderwerp gereflecteerde licht door het objectief heen (TTL = through the lens). Na een correct belichte opname licht de aan- duiding van de belichtingscontrole geduren- de ong. 3 sec op (zie 4.2). TTL
M FP TTL Bij de opname wordt voorafgaand aan de eigenlijke belichting een nauwelijks zichtba- re meetflits door de flitser ontstoken. Het instellen van de flitsfunctie
- Schakel de flitser met de toets in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt altijd in met de het laatst gebruikte flitsfunctie (bijv. M-flitsfunctie).
- Druk in het aanraakscherm zo vaak op de aangegeven flitsfunctie, tot de aanduiding voor het kiezen verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk op de in een geel overzicht vlakje staande functie. De instelling treedt onmid- dellijk in werking.
- Stel op de camera een overeenkomende functie in, bijv. P, S, A enz.
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gege- vens tussen camera en flitser plaats kan vinden. TTL
x7.2 Automatische TTL invulflits Bij de meeste cameramodellen wordt in defuncties van automatisch geprogrammeerd Pen de vari-, c.q. onderwerpsprogramma's deautomatische TTL invulflitsregeling geacti-veerd (zie de gebruiksaanwijzing van decamera).Met de invulflits kunt u vervelende schadu-wen wegwerken en bij tegenlichtopnameneen uitgebalanceerde verlichting tussenonderwerp en achtergrond bewerkstelligen.Een computergestuurd meetsysteem van decamera zorgt voor een geschikte combinatievan belichtingstijd, werkdiafragma en flits-vermogen.Let er wel op, dat de bron ven het tegenlichtniet rechtstreeks in het objectief schijnt. HetTTL-meetsysteem van de camera zou daarverkeerd op kunnen reageren!Bij de regeling van de automatische invulflitshoeft u niets in te stellen en er wordt nietsaangegeven.
7.3 Manual flitsfunctie
In de manual flitsfunctie M wordt door de flit-ser altijd het volle vermogen afgegeven, alser geen deelvermogen is ingesteld. Het aan-passen aan de opnamesituatie kan bijv. doorde instelling van het diafragma op de cameraof door het kiezen van een geschikt, met dehand in te stellen deelvermogen plaatsvin- den. Het instelbereik strekt zich uit van P 1/1 totP1/256 in de functie, P 1/1 tot 1/64 inde functie. In het display wordt de afstand aangegevenwaarbij het onderwerp correct wordt belicht(zie 5.2).Het instellen van de flitsfunctie • Schakel de flitser met de toets in. Het opstartscherm verschijnt.De flitser schakelt altijd in met de het laatstgebruikte flitsfunctie. • Druk in het aanraakscherm zo vaak op desensortoetsen van de aangegeven flits-functie, tot de aanduiding voor het kiezenvan de functie verschijnt. • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets . • Stel op de camera een overeenkomendefunctie in, bijv. enz. • Tip de ontspanknop op de camera evenaan, zodat er een uitwisseling van gege-vens tussen camera en flitser ontstaat.Sommige camera's ondersteunen de handin-stelling van de flitser alleen in de camera-functie M (manuell). In andere camera's ver-schijnt er een foutmelding in het display enwordt het ontspannen geblokkeerd.
STROBO xMet de hand in te stellen deelvermogens In de met de hand uit te voeren instelling van de flitsfunctie kan een deel van het flits- vermogen worden ingesteld. Het instellen
- Druk in het aanraakscherm zo vaak op de sensortoets voor het deelvermogen, dat het keuzemenu voor het deelvermogen ver- schijnt.
- Stel in het aanraakscherm met de sensorto- etsen het gewenste deelvermo- gen 1/1, 1/2, 1/8 . . . 1/256 in.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets voor het uitgekozen deelvermogen. De instelling treedt onmiddellijk in werking en wordt automatisch opgeslagen. De aanduiding van de afstand van de reik- wijdte wordt automatisch aan het deelvermo- gen (zie 5.2) aangepast.
7.4 Automatische synchronisatie bij
korte belichtingstijden (FP) Verschillende camera’s ondersteunen de automatische synchronisatie bij korte belich- tingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met deze flitsfunctie is het moge- lijk, ook bij kortere tijden dan de flitssynchro- nisatietijd een flitser te gebruiken. Deze functie is interessant bij bijv. portretten in een heldere omgeving, als door een ver geopend diafragma (bijv. F 2,0) de scherpte- diepte begrensd moet worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de functies en . Natuurkundig bepaald wordt door deze syn- chronisatie bij korte belichtingstijden het richtgetal en daarmee tevens de reikwijdte van de flitser behoorlijk ingeperkt! Let daarom op de aanduiding van de reik- wijdte in het display van de flitser! De syn- chronisatie bij korte belichtingstijden wordt automatisch uitgevoerd als op de camera met de hand, of automatisch door het belich- tingsprogramma, een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd is ingesteld. Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de synchronisatie bij korte belichtingstijden mede afhangt van de gekozen belichting- stijd: MTTL
1/4 - 2/3 1/8 1/8 - 1/3hoe korter de belichtingstijd, des te lager het richtgetal! De instelling voor de automatische synchro- nisatie bij korte belichtingstijden vindt plaats op de camera (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! In het display van de flitser wordt dan bovendien ( ) aangegeven.
7.5 Automatisch flitsenfunctie
In de automatisch-flitsenfunctie , meet de fotosensor
van de flitser het door het onderwerp gereflecteerde licht. De fotosen- sor
heeft een meethoek van ong. 25° en meet alleen tijdens de eigen lichtafgifte. Als de flitser voldoende licht heeft gegeven, schakelt de belichtingsautomaat van de flit- ser hem onmiddellijk uit. De fotosensor
moet op het onderwerp gericht zijn. TTL FP
Het instellen van de flitsfunctie
- Schakel de flitser met de toets in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt altijd in met de het laatst gebruikte flitsfunctie.
- Druk in het aanraakscherm zo vaak op de sensortoetsen van de aangegeven flits- functie, tot de aanduiding voor het kiezen van de functie verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Stel op de camera een overeenkomende functie in, bijv. enz.
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gege- vens tussen camera en flitser ontstaat.
x7.6 Stroboscopisch flitsen De functie stroboscopisch flitsen is een flits-functie met handinstelling (manual). Hierbijkunnen meerdere flitsbelichtingen op éénenkel beeld gemaakt worden. Dat is bijzon-der interessant bij bewegingsstudies eneffectopnamen. In de stroboscopisch flitsen-functie geeft de flitser meerdere flitsen meteen bepaalde flitsfrequentie af. De functie isdaarom alleen met een deelvermogen vanmax. 1/8 of minder te realiseren.Voor een stroboscoop-opname moet de flits-frequentie (aantal flitsen per seconde) en hetaantal flitsen worden ingesteld. Aantal flitsen (N) bij stroboscopisch flitsenIn deze functie kan het aantal flitsen (N) peropname worden ingesteld. Het aantal flitsen kan worden ingesteld 2-90,afhankelijk van de ingestelde gedeeltelijkelichtopbrengst.Het maximaal mogelijke aantal flitsen (N)hangt af van het ingestelde deelvermogen (P). Flitsfrequentie (f) bij stroboscopisch flitsenIn deze functie kan de flitsfrequentie (f) wor-den ingesteld. De flitsfrequentie geeft hetaantal flitsen per seconde aan. De flitsfrequentie kan tussen 1 en 100 staps-gewijs worden ingesteld. Het maximaalmogelijke aantal flitsen wordt automatischaangepast.Om de kortst mogelijke flitsduur te bereikenkunt u het deelvermogen op de minimalewaarde van 1/256 instellen.De max. mogelijke flitsfrequentie (f) hangt afvan het ingestelde deelvermogen (P).Het instellen van de flitsfunctie • Schakel de flitser met de toets in. Het opstartscherm verschijnt.De flitser schakelt altijd in met de het laatstgebruikte flitsfunctie. • Druk in het aanraakscherm zo vaak op desensortoetsen van de aangegeven flits-functie, tot de aanduiding voor het kiezenvan de functie verschijnt. • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets . • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets, bijv. . • Tip de ontspanknop op de camera evenaan, zodat er een uitwisseling van gege-vens tussen camera en flitser ontstaat.STROBOSTROBO
1/8 f(Hz) 5N 5115 Aantal flitsen (N) instellen • Druk in het aanraakscherm op de sensorto-ets voor het aantal flitsen .• Druk in het aanraakscherm op de sensorto-etsen en kies het gewenste aan-tal flitsen.Het max. mogelijke aantal flitsen (N) hangtaf van het ingestelde deelvermogen (P).• Druk in het aanraakscherm op de sensorto-ets voor het gewenste aantal flitsen, in hetvoorbeeld . De instelling treedt onmiddellijk in werking.
Flitsfrequentie (f(Hz)) instellen • Druk in het aanraakscherm op de sensorto-ets voor de flitsfrequentie .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets en kies de gewenste flitsfre-quentie.De max. mogelijke flitsfrequentie (f) hangt afvan het ingestelde deelvermogen (P).• Druk in het aanraakscherm op de sensorto-ets voor de gewenste flitsfrequentie, in hetvoorbeeld . De instelling treedt onmiddellijk in werking.In het display wordt de voor de ingesteldeparameters geldende afstand aangegeven.Door verandering van de diafragmawaarde ofhet deelvermogen kan de aangegevenafstandswaarde aan de werkelijke afstandtot het onderwerp worden aangepast.In de stroboscoop flitsfunctie worden geendiafragma- en ISO-waarden in het displayaangegeven!De hulpreflector wordt niet ondersteund instroboscopisch flitsen.f (Hz)
8 Met de hand in te stellen cor- rectie op de flitsbelichting De automatiek van de flitsbelichting is in demeeste camera’s gebaseerd op een reflectie-graad van 25% (gemiddelde reflectiegraadvan flitsonderwerpen). Een donkere achtergrond die veel licht absor-beert of een lichte achtergrond die sterkreflecteert (bijv. tegenlichtopnamen), kunnenleiden tot te ruim, c.q. te krap belichte onder-werpen.Om het bovengenoemde effect te compense-ren kan de flitsbelichting via een met dehand in te stellen correctiewaarde wordenaangepast aan de opnamesituatie. De hoog-te van die correctiewaarde hangt af van hetcontrast tussen onderwerp en achtergrond!Op de flitser kunnen in de TTL-flitsfunctiesmet de hand correctiewaarden voor de flits-belichting van -3 tot +3 stops (EV) in stappenvan 1/3 stop worden ingesteld. Tip: Donker onderwerp tegen een lichte achter-grond: positieve correctiewaarde.Licht onderwerp tegen donkere achtergrond:negatieve correctiewaarde.Een belichtingscorrectie door veranderen vande diafragmaopening van het objectief is nietmogelijk, omdat de belichtingsautomatiekvan de camera het veranderde diafragmaweer als werkdiafragma ziet. Bij het instellenvan een correctiewaarde kan de aanduidingvan de reikwijdte in het display veranderenen aan de correctiewaarde worden aange-past (hangt af van het type camera)!Het instellen• Druk zo vaak op de sensortoets , dathet keuzemenu voor een correctiewaardeverschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensorto-etsen en stel een correctiewaarde in.
- Druk in het aanraakscherm op de uitgeko-zen correctiewaarde, bijv. . De instelling treedt onmiddellijk in werking.Een met de hand in te stellen correctiewaar-de voor de flitsbelichting in de TTL-flits-functies kan alleen dan worden uitgevoerdals de camera de instelling van een correctie-waarde op de flitser ondersteunt (zie degebruiksaanwijzing van uw camera)! Wanneer de camera deze functie niet onder-steunt werkt de op de flitser ingestelde cor-rectie niet. Bij sommige cameramodellen moet de cor-rectiewaarde op de flitsbelichting op decamera zelf worden ingesteld, In het displayvan de flitser wordt dan geen correctiewaar-de aangegeven. Vergeet niet de met de hand ingestelde cor-rectie op de flitsbelichting na de opname opde camera uit te schakelen!
Opgelet: Sterk reflecterende onderwerpen in het onderwerp kunnen de belichtingsauto- matiek van de camera storen. De opname wordt dan onderbelicht. Verwijder sterk reflecterende objecten uit het onderwerp of stel een positieve correctiewaarde in. 9 Bijzondere functies Afhankelijk van het type camera c.q. groep camera’s staan verschillende, bijzondere functies ter beschikking. Voor het oproepen en instellen van de bijzon- dere functies moet er daarom eerst een uit- wisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats hebben gevonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop op de camera. Het instellen moet onmiddellijk na het oproe- pen van de bijzondere functie plaatsvinden, daar de flitser anders na enige seconden automatisch weer naar de normale flits- functie omschakelt!
9.1 Motorische zoominstelling van de
reflector („Zoom“) De motorische zoom van de reflector van de flitser kan de beeldhoek van objectieven met een brandpuntsafstanden vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat) uitlichten. Door het gebruik van de ingebouwde groot- hoekdiffusor vergroot de verlichtingshoek zich tot die van een 12 mm objectief. Autozoom Als de flitser gebruikt wordt op een camera die de gegevens van de brandpuntsafstand van het objectief doorgeeft past de zoom- stand van de reflector zich automatisch daa- raan aan. Na het inschakelen van de flitser wordt in het display 'Zoom' en de actuele zoomstand van de reflector aangegeven. De automatische aanpassing geschiedt voor objectieven met een brandpuntsafstand van 24 mm of meer. De automatische aanpassing vindt niet plaats als de reflector gezwenkt is, als de groothoekdiffusor auitgetrokken of een Mecabounce (accessoire) aangebracht is. Naar wens kan de stand van de reflector met de hand worden versteld om bepaalde ver- lichtingseffecten te bereiken (bijv. een spot- light-effect enz.). Manual zoomfunctie Bij camera's die geen gegevens van de brandpuntsafstand van het objectiefdoorge- ven moet de zoomstand van de reflector met de hand aan de brandpuntsafstand van het objectief worden aangepast. De autozoomfunctie is in die gevallen niet mogelijk! Na het inschakelen van de flitser wordt in het display ‘Zoom’ en de actuele stand van de reflector aangegeven.
x118 Voorbeeld: U gebruikt een zoomobjectief met een bereik aan brandpuntsafstanden van 35 tot 105 mm. In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector van de flitser in op 35 mm. Terugzetten naar autozoom
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gege- vens tussen camera en flitser plaats kan vinden.
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies de gewenste zoom- waarde uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen . Na ong. 10 sec. wordt naar de functieaandui- ding omgeschakeld of druk zo vaak op de toets tot de functieaanduiding ver- schijnt.
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies de gewenste zoomwaarde uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensorto- ets voor de gewenste zoomwaarde. De instelling treedt onmiddellijk in werking. De volgende zoomstanden voor de reflector zijn mogelijk: 24 - 28 - 35 - 50 - 70 - 85 - 105- 135-180-200 mm (kleinbeeldformaat). Tip: Als u niet altijd de volle energie en reikwijdte van de flitser nodig heeft, kunt u de reflector ook laten staan in de in de stand van de aan- vangsbrandpuntsafstand. Daardoor is gegarandeerd dat het gehele onderwerp in het beeld altijd volledig uitge- licht wordt. U bespaart zich dan het steeds moeten aanpassen aan de brandpuntsaf- stand van het objectief.
OGroothoekdiffusor Met de ingebouwde groothoekdiffusor kan de verlichtingshoek aan objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 12 mm worden aangepast (kleinbeeldformaat). Trek de groothoekdiffusor uit de reflector tot de aanslag naar voren en laat hem los. De groothoekdiffusor klapt dan vanzelf naar beneden. De reflector wordt zodanig automatisch in de vereiste stand gezet. In het display worden de afstandsaanduidin- gen en de zoomwaarde naar 12 mm gecorri- geerd. De gemotoriseerde reflector wordt bij het gebruik van de groothoekdiffusor niet automatisch aangepast. Voor het terugzetten de groothoekdiffusor 90° naar boven klappen en hem geheel inschuiven. mecabounce Diffuser MBM-03 Als op de reflector van de flitser een Mecabounce (accessoire; zie 19) is gemon- teerd, wordt de reflector automatisch naar de vereiste stand gestuurd. De aanduidingen van de afstand en de zoomstand worden op 16 mm gecorrigeerd. De gemotoriseerde reflector wordt bij het gebruik van een mecabounce niet automa- tisch aangepast. Het tegelijkertijd gebruiken van de groot- hoekdiffusor en een mecabounce is niet mogelijk. 10 Flitsen met bediening op afstand De flitser is als slaafflitser compatibel met het draadloze Olympus RC-flitssysteem (RC=Remote-Control, c.q. remote-functie). Dit remote-systeem bestaat uit een master- flitser op de camera en een of meer slaafflit- sers. De slaafflitser, c.q slaafflitsers worden door een lichtimpuls uit de reflector van de master-flitser draadloos op afstand bediend en gestuurd. De slaafflitser wordt aan één van drie moge- lijke groepen (A, B of C) toegewezen. Daarbij kan elke groep ook weer uit een of meer slaafflitsers bestaan. Het hele remote-systeem kan met de functie -of worden uitgevoerd. Een verandering van de flitsfunctie moet op de master-flitser worden uitgevoerd. Opdat meerdere remote-systemen in eenzelf- de ruimte elkaar niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen ter beschik- king. Master- en slaafflitsers die tot hetzelfde remote-systeem behoren moeten op hetzelf- de remote-kanaal worden ingesteld. De slaafflitsers die tot hetzelfde remotesys- teem behoren, moeten met de sensor voor draadloze afstandbediening voor de remote-functie het licht van de master-flitser kunnen ontvangen. De remote-flitsfunctie ondersteunt ook de synchronisatie bij het dichtgaan van de slui- ter. In de remote-flitsfunctie vindt er geen MTTL
xaanduiding van de reikwijdte van de flits in het display van de flitser plaats.
10.1 Remote master-functie
De remote-functie (RC-Modus) moet in princi- pe op de camera worden ingesteld. Bij een uitgeschakelde master-flitser heeft de flits van de master-flitser alleen nog slechts een sturende functie en draagt hij niet bij aan de belichting van de opname!
10.1.1 Remote-masterfunctie instellen
- Schakel de flitser in met de toets . Het startmenu verschijnt.
- Op de camera de remote-functie (RC- modus) instellen. In het beeld wordt de functie van remote- master getoond.
10.1.2 Remote-kanaal instellen
Opdat meerdere remote-systemen in dezelf- de ruimte elkaar niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen ter beschik- king. Master- en slaafflitsers die bij eenzelf- de remote-systeem horen moeten op hetzelfde remote-kanaal worden ingesteld. Het remote-kanaal moet op de camera wor- den ingesteld en wordt na een proefflits naar de betreffende flitsers overgebracht.
10.2 Remote-slaafflitsfunctie
De flitser ondersteunt het draadloze Olympus-E TTL-Remote systeem in de functie van slaafflitser. Hierbij kunnen een of meer- dere slaafflitsers door een master op de camera (bijv. de mecablitz 52 AF-1O digital) draadloos op afstand worden aangestuurd. Een slaafflitser kan aan één van drie moge- lijke slaafgroepen (groep A, B of C) worden toegewezen. De masterflitser kan al deze slaafgroepen tegelijkertijd sturen en daarbij de individuele instellingen van elk der slaaf- groepen acht nemen. Opdat meerdere remote-systemen in dezelf- de ruimte elkaar niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen (CH1, 2, 3 of
Masterflitsers die tot eenzelfde remote-sys- teem behoren, moeten alle op hetzelfde kanaal ingesteld worden. De slaafflitsers moeten met de ingebouwde sensor voor de remote-functie het licht van de masterflitser kunnen ontvangen. Afhankelijk van het type camera kan ook een in de camera ingebouwde flitser als master- flitser werken.
m10.2.1 Slaafkanaal instellen• Schakel de flitser in met de toets .Het opstartscherm verschijnt.De flitser schakelt dan altijd in met de hetlaatst gebruikte functie (bijv. TTL-functie).• Druk in het aanraakscherm zo vaak op deaangegeven flitsfunctie, dat de keuze vande functies verschijnt. • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets . De remote slaaffunctie wordt ingesteld.Bovendien wordt de gekozen slaafgroep(bijv. A) en het remote-kanaal (bijv. CH 1)aangegeven.REMOTE SLAVEREMOTE SLAVE10.2.2 Slaafgroep instellen• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de kanaalgroep (bijv ).De keuze voor kanaal en groep wordt in-gevoegd.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen voor het kanaal .• Druk in het aanraakscherm op e sensor-toetsen en kies het gewenstekanaal uit. • Druk in het aanraakscherm op het gekozenkanaal. De instelling treedt onmiddellijk in werking.In het display wordt 'CH2' aangegeven.Gr A I Ch1CHANNEL
x10.2.3 Slaafkanaal instellen • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets boor de kanaalgroep (bijv ).De keuze voor kanaal en groep verschijnt.• Druk in het aanraakscherp op de sensor-toets voor de groep . • Druk in het aanraakscherm op de sensorto-etsen en kies de gewenste groep'A', 'B' of 'C'.• Druk in het aanraakscherm op de sensorto-ets voor de gekozen groep, bijv .De instelling treedt onmiddellijk in werking.In het display wordt dan 'B' aangegeven.Gr A I Ch2GROUPGROUP B
10.3 He testen van de remote flits-
- Zet de slaafflitsers net zo neer als u ze voorde latere opname wilt gebruiken. Gebruikvoor het opstellen van de slaafflitsers eenflitservoetje S60 (accessoire).• Wacht de flitsparaatheid van alle deelne-mende flitsers af. Zijn de slaafflitsersparaat, dan knippert de AF-hulplicht .• maak een proefopname en controleer of deslaafflitser, c.q. bij meerdere slaafflitsersalle flitser flitsen;• als de slaafflitser geen flits afgeeft moet ude stand van de slaafflitser corrigeren,zodat deze het licht van de controllerflitserkan ontvangen, c.q. u verkort de afstandtussen controller- en slaafflitser;• nadat de testflitsfunctie met succes isbeëindigd, kunt u met de opnamen begin- nen.
m10.4 SERVO-functie De SERVO-functie is een eenvoudige slaaf- functie zonder, c.q. met onderdrukking van een flits vooraf, waarbij de slaafflitser altijd een flits ontsteekt zodra deze een lichtim- puls van de flitser op de camera ontvangt. In de SERVO-functie is in het algemeen alleen flitsen met handinstelling mogelijk. Deze flitsfunctie, waarbij de instellingen met de hand moeten worden gedaan, wordt na het instellen van de SERVO-functie automatisch ingesteld.
10.4.1 SERVO-flitsfunctie instellen
- Druk in het aanraakscherm zo vaak op de sensortoets voor de aangegeven functie, dat de aanduiding van het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies de functie
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets . De functie wordt uitgevoerd. Indien gewenst, kunt u een deelvermogen instellen, zie 10.4.3. SERVOSERVO
10.4.2 Onderdrukking van de flits vooraf,
c.q. het instellen van de synchronisa- tie
- Druk in het aanraakscherm zo vaak op de sensortoets , dat het keuzemenu voor de synchronisatie verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets: synchronisatie zonder flits vooraf, synchronisatie met flits vooraf. De synchronisatie wordt uitgevoerd. Als de zo ingestelde synchronisatie niet correct werkt, ga dan te werk als onder
10.4.4 wordt beschreven.
x10.4.3 Deelvermogen in de SERVO-functie
- Druk in het aanraakscherm zo vaak op de sensortoets voor het deelvermogen, dat het keuzemenu voor deelvermogens ver- schijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen om het gewenste deel- vermogen 1/1, 1/2, 1/8, naar 1/256 in te stellen.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets van het uitgekozen deelvermogen (bijv. 1/16). Het deelvermogen wordt overgenomen. Als bij de slaafflitser(s) de flitsparaatheid is bereikt, knippert het/hun AF-hulplicht. Slaafgroepen en remote-kanalen kunnen in de SERVO-functie niet worden ingesteld. De flitser op de camera mag niet in de remote-functie werken.
10.4.4 Leerfunctie (LEARN)
De „leerfunctie“ maakt het mogelijk, de indi- viduele, automatische aanpassing van de slaafflitser op de flitstechniek van de came- raflitser aan te passen. Hierbij kunnen een of meer meetflitsen, bijv. die voor vermindering van het „rode ogen- effect“ van de cameraflitser in acht worden genomen. Het ontsteken van de slaafflitser vindt dan plaats op het moment van de hoofdflits die de opname belicht. Als de cameraflitser voor het automatisch scherpstellen AF-meetflitsen ontsteekt, laat het systeem de leerfunctie niet toe. Gebruik dan, indien mogelijk, een andere camerafunctie of schakel om naar met de hand scherpstellen.
1/8 - 2/3 1/16 1/16 - 1/3Het instellen van de leerfunctie De AF-meetflits vooraf van de camera moet worden uitgeschakeld.
- Druk in het aanraakscherm zo vaak op de sensortoets tot het keuzemenu ver- schijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- De 'Learning modus' (leerfunctie) is nu gereed om te leren.
- Druk op de camera op de ontspanknop zodat zijn eigen flitser een flits ontsteekt. Als de SERVO-flitser een lichtimpuls heeft ontvangen verschijnt in het display 'LEARN OK' als bevestiging. De mecablitz digital heeft het flitslicht van de cameraflitser geleerd. SYNC LEARN
10.4.5 Het uitschakelen van de SERVO-flits-
- Druk in het aanraakscherm zo vaak op de aangegeven functie, dat het keuzemenu voor de flitsfuncties verschijnt.
- Druk In het aanraakscherm op d e sensorto- etsen en kies de gewenste flits- functie, bijv. .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets voor de flitsfunctie, bijv. . De uitgekozen functie wordt onmiddellijk overgenomen. TTL TTL
In de flitsfuncties A en TTL hangen de flits- volgtijden af van hoeveel licht er voor de opna- me nodig is. Is de flitsvolgtijd te lang, dan kan in de A- en de TTL flitsfunctie de RAPID-functie worden ingeschakeld. De RAPID-functie wordt in het bijzonder aanbevolen voor situaties waarbij het meer op korte flitsvolgtijden en minder op het maximale flitsvermogen aan- komt, bijvoorbeeld in naar verhouding kleine ruimten. Het richtgetal wordt hierbij echter wel met 1 stop gereduceerd, d.w.z. van richtgetal 36 (bij ISO 100- zoom 35) naar richtgetal 25 (bij ISO 100- zoom 35). Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets , c.q en het RAPID functie schakelt in, c.q. uit. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na het activeren van de RAPID-functie wordt in het display ' ' aangegeven.
OPTIONRAPIDRAPIDOFFON
De hulpreflector dient voor het frontaal ophelderen bij indirect flitsen, als de hoof- dreflector naar de zijkant gedraaid of naar boven gericht is. Als de hoeveelheid licht uit de hulpreflector te groot is, kan deze tot de helft worden gereduceerd. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de , de ofwel op de toets om de hulpre- flector in- of uit te schakelen. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na het activeren van de hulpreflector ver- schijnt in het display . In het INFO-menu wordt ' 1/1' c.q.. ' 1/2' aangegeven. 1/1 staat voor het volle vermogen, 1/2 staat voor het halve vermogen.
RAPID SUB-REFL. ZOOM SIZE11.3 Instellicht (MOD. LIGHT) Bij het instellicht (Modelling Light) gaat het om stroboscopisch flitslicht met een hoge frequentie. Bij een duur van ong. 3 seconden ontstaat de indruk van een quasi continu- licht. Met het instellicht kunnen de lichtver- deling en schaduwvorming reeds vóór de opname worden beoordeeld. Het instellicht wordt met de ontspanknop voor handbediening ontstoken. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets , c.q en het instellicht schakelt in, c.q. uit. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na activeren van het instellicht wordt in het INFO-menu ' ' aangegeven.
11.4 Zoom functie (ZOOM MODE)
11.4.1 Extended-zoomfunctie
Bij de extended-zoomfunctie wordt de zoom- stand van de reflector een stap lager inge- steld dan de brandpuntsafstand van het objectief. De daaruit resulterende, verbrede, grotere verlichtingshoek zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachter flitslicht. Voorbeeld: De brandpuntsafstand van het objectief op de camera bedraagt 50 mm. In de extended- zoomfunctie stuurt de flitser de reflector naar de zoomstand van 35 mm. In het display wordt verder wel 50 mm aangegeven. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets . De instelling wordt onmiddellijk overgeno- men. Na activering van de extended-zoomfunctie wordt in het INFO-menu 'EXT' aangegeven.
ZOOM SIZE ZOOM MODE STANDBY RAPID SUB-REFL. STANDBY xBepaald door het systeem wordt de exten- ded-zoomfunctie voor objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 28 mm (kleinbeeld- formaat) ondersteund. De camera moet met een CPU-objectief zijn uitgerust en de gege- vens van het objectief doorgeven naar de flit- ser.
11.4.2 SPOT-zoomfunctie
Bij de spot-zoomfunctie wordt de zoomstand van de reflector ten opzichte van de brand- puntsafstand van het op de camera gebruikte objectief een stap verlengd. De daardoor ont- stane smallere lichtbundel zorgt voor een het midden van het beeld benadrukkende ver- lichting, c.q. een vignetterende randverlich- ting. Voorbeeld: De brandpuntsafstand van het objectief op de camera is 50 mm. In de spot-zoomfunctie komt de flitser de reflector in de 70 mm stand. In het display blijft echter wel 50 mm aangegeven staan. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets . De instelling wordt onmiddellijk over- genomen. Na het activeren van de spot-zoomfunctie wordt in het INFO-menu 'SP' aangegeven. Bepaald door het systeem wordt de exten- ded-zoomfunctie voor objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 24 mm - 180mm (kleinbeeldformaat) ondersteund. De camera moet met een CPU-objectief zijn uitgerust en de gegevens van het objectief doorgeven naar de flitser.
ZOOM SIZE ZOOM MODE STANDBY11.4.3 Standaard-zoomfunctie In de standaard-zoomfunctie wordt de zoom- stand van de reflector aangepast aan de brandpuntsafstand van het objectief op de camera. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets . De instelling wordt onmiddellijk over- genomen.
OPTIONZOOM MODEZOOM MODESTANDARD
11.5 Aanpassing aan het opname-
formaat (ZOOM SIZE) Bij sommige typen digitale camera's kan de aanduiding voor de stand van de reflector worden aangepast aan het formaat van de opnamechip (de afmetingen van het opna- me-element) met de functie zoommaat. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na het activeren van de zoom size-functie wordt in het INFO-menu ' ' aangegeven. Na het deactiveren van de functie van de zoommaat dooft de aanduiding in het INFO- menu ' '. Bij camera's die de aanpassing aan het opnameformaat niet ondersteunen kan de functie van instelling van de zoommaat niet worden ingesteld!
EXTENDED STANDARD SPOT11.6 AF-hulplicht (AF-BEAM) Wanneer het AF-meetsysteem van een digita- le AF-spiegelreflexcamera vanwege te lage omgevingshelderheid niet kan scherpstellen, wordt door de camera het in de flitser inge- bouwde AF-hulplicht geactiveerd. Dit projecteert een streeppatroon op het onderwerp, waarop de camera dan kan scherpstellen. Met de functie 'AF-BEAM' kan het AF-hul- plicht in- of uitgeschakeld worden. De reikwijdte bedraagt ong. 6 m …9m (bij standaardobjectief F/1,7, f=50mm). Vanwege de parallax tussen objectief en AF-hulplicht in de flits, ligt de dichtbijgrens met AF-hulplicht op ong. 0,7 tot 1 m. Om het AF-hulplicht op de camera te acti- veren, moet op de camera AF-functie op 'Single-AF (S-AF)' staan ingesteld en op de flitser moet de flitsparaatheid zijn aangege- ven. Sommige cameramodellen ondersteunen alleen het in de camera ingebouwde AF-hul- plicht. Het AF-hulplicht van de flitser wordt dan niet geactiveerd (bijv. bij compactcame- ra's; zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Lichtzwakke zoomobjectieven beperken de reikwijdte van het AF-hulplicht soms behoorlijk! Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets c.q. . De instelling treedt onmiddellijk in werking. OPTIONAF BEAMAF BEAMOffOn
OFF ON11.7 Reikwijdte aanduidden in m of ft. De aanduiding van de reikwijdte van het flits-licht in het display kan in meter (m) of in voet(ft) worden aangegeven. Het instellen• Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets en kies uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets of . De instelling treedt onmiddellijk in werking.11.8 Flitsbelichtingstrapje (FLASH BRACK.)In de flitsfuncties TTL en automatisch kaneen flitsbelichtingstrapje (Flash-BracketingFB) worden uitgevoerd. Een flitsbelichting-strapje bestaat uit drie opeenvolgende flit-sopnamen met elk een andere correctiewaar- de. Bij het instellen van een flitsbelichtingstrapjeworden in het display FB en de correctiewaar-de aangegeven. De correctiewaarden reikenvan 1/3 tot 3 in derden van een diafragma-waarde. OPTION m/ft m/ft ftm Het instellen• Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies uit .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets . • Druk in het aanraakscherm op de sensorto-etsen en kies een waarde voorde correctie uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensorto-ets voor de gekozen waarde van de correc-tie, bijv. . De instelling treedt onmiddellijk in werking.• De eerste opname wordt zonder correctieuitgevoerd. In het display verschijnt boven-dien ‘FB I’.• De tweede opname volgt met een minus-correctie . In het display wordt bovendien‘FB II’ aangegeven en daarbij tevens deminus-correctiewaarde (EV).• De derde opname wordt met een plus-cor-rectie uitgevoerd. In het display wordtbovendien ‘FB III’ aangegeven en daarbijtevens de plus-correctiewaarde (EV).• Na de derde opname wordt de functie flits-belichtingstrapje automatisch gedeacti-veerd. De aanduiding ‘FB’ in het displaydooft.OPTIONFLASH BRACK.FLASH BRACK.
AF BEAMFLASH BRACK. xBij het instellen van het flitsbelichtingstrapje wordt de correctiewaarde altijd positief aan- gegeven! Flitsbelichtingstrapje in de TTL-flitsfunctie Een flitsbelichtingstrapje in de TTL-flits- functie kan alleen worden uitgevoerd als de camera het met de hand instellen van een correctie op de flitsbelichting op de flitser ondersteunt. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Als dat niet het geval is, worden de drie opnamen zonder correctiewaarde uit- gevoerd! Flitsbelichtingstrapje in de automatisch-flit- senfunctie A Voor het maken van een flitsbelichtingstrapje in de automatisch-flitsenfunctie A is het type camera van geen betekenis.
11.9 Beep-Funktion (BEEP)
Met de Beep-functie kan de gebruiker zich verschillende functies van het apparaat akoestisch laten melden. Daardoor kan de fotograaf zich geheel op zijn onderwerp en de opnamen concentreren en hoeft hij niet te letten op optische statusaanduidingen! De Beep-functie zorgt voor een akoestisch signaal bij het bereiken van de flitsparaat- heid of een bediening op afstand. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na het activeren van de BEEP-functie wordt in het INFO-menu ' ' aangegeven. Akoestische melding na het inschakelen van de flitser:
- Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piepje na het inschakelen geeft de flitsparaatheid aan. Set Beep-signalen bij de instellingen in de automatisch-flitsenfunctie:
- Een korte piep als alarm treedt op, wanneer bij de automatisch-flitsenfunctie de dia- fragma- en ISO-instellingen tot het over- schrijden van het regelbereik van het flits- licht zou leiden. Het automatiekdiafragma wordt dan automatisch in de dichtstbij lig- gende, toelaatbare waarde veranderd..
MOD. LIGHT BEEP m/ft11.10 Vergrendeling / ontgrendeling De instellingen op de flitser kunnen tegen onbedoeld verstellen worden vergrendeld. Druk voor het vergrendelen, c.q. het ontgren- delen 3 seconden lang op de toets . In het display worden alle sensortoetsen in een witte kleur uitgevoerd en zijn dan niet meer te bedienen Alleen op de INFO-sensortoets kan dan wor- den gedrukt.
11.11 Powerpack aansluiten
(accessoire) Op de flitser kan in de aansluitbus een Powerpack (accessoire) worden aangesloten. Voor het aansluiten van het Powerpack heft u de verbindingskabel V54-50 nodig. Het Powerpack verlengt de bedrijfsduur van de flitser en zorgt voor kortere flitspauzes.
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toetsen en kies uit.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op e sensorto- ets voor de kortste flitsvolgtijden, op voor korte flitsvolgtijden. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
m/ft POWERPACK AF BEAM x12 Favoriete programma Bij flitsfotografie zijn er steeds terugkerende standaardsituaties (b.v. een verjaardag vie- ren in een woonkamer). De mecablitz biedt de mogelijkheid de instellingen voor derge- lijke standaardsituaties als favoriete pro- gramma op te slaan. Zo kunnen eenmaal opgeslagen flitser-parameters weer snel ingesteld worden. De flitser heeft 4 opslagplaatsen voor het vei- lig bewaren van de op de flitser ingestelde instellingen. Instellen van het opslaan van een favoriet programma
- Stel de flitsparameters in.
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets . . . .. De instellingen worden in de gekozen opslag- plaats bewaard.
SAVE F4F1 Het instellen voor het laden van een favoriet programma
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets . . . .. De instellingen worden vanuit de gekozen opslagplaats ingeladen.
Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en een anders nadrukkelijke schaduw gemilderd. Bovendien wordt natu- urkundig bepaalde lichtafval van voor- naar achtergrond verminderd. Om indirect te kunnen flitsen kan de reflector van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt. Reflector zwenken
- Druk op de ontgrendelknop en maak de reflector los en draai hem tegelijkertijd naar de gewenste positie. De reflector is alleen in zijn normale positie vergrendeld. Ter voorkoming van kleurzwemen in de opna- men moet het reflecterende vlak neutraal van kleur, c.q. wit zijn. Let er bij het zwenken van de reflector op dat hij voldoende veruitgezwenkt wordt zodat er geen rechtstreeks flitslicht uit de reflector meer op het onderwerp kan vallen. Zwenk daarom minstens tot de 60° klikstand. Bij gezwenkte kop van de reflector wordt deze in de zoomstand van 70 mm gestuurd, opdat er geen rechtstreeks strooilicht op het onderwerp kan vallen Daarbij vindt er ook geen aanduiding van de flitsreikwijdte en de zoomstand van de reflec- tor plaats.
13.2 Indirect flitsen met een reflectie-
kaart Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectiekaart kunnen bij personen spits- lichtjes in de ogen worden verkregen:
- Zwenk de reflectorkop 90° naar boven.
- Trek de reflectiekaart samen met de groot- hoekdiffusor boven uit de reflectorkop naar voren.
- Houd de reflectiekaart vast en schuif de groothoekdiffusor terug in de reflector- kop.
13.3 Dichtbijopnamen / macro-opnamen
In het dichtbijbereik en bij macro-opnamen kan door de parallaxfout tussen flitser en objectief aan de onderrand van het beeld het onderwerp afgeschaduwd worden. Om dit te vermijden kan de hoofdreflector met een hoek van -9° naar beneden worden gezwenkt. Druk daarvoor op de ontgrendel- knop van de reflector en zwenk hem naar beneden. Is de hoofdreflector naar beneden gezwenkt dan wordt dat in het display aangegeven met „ “ . De hulpreflector wordt hierbij niet ondersteund en flitst niet mee. Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand aangehouden moet worden om overbelich- ting te vermijden.
14.1 Automatische sturing naar de flits-
synchronisatietijd Afhankelijk van de camera en de daarop ingestelde camerafunctie wordt, zodra de flit- ser opgeladen is de belichtingstijd omge- schakeld naar de flitssynchronisatietijd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen niet worden ingesteld, c.q. worden naar de flitssynchronisatietijd omgescha- keld. Sommige camera’s hebben een syn- chronisatiebereik van bijv. 1/60 s. tot 1/250 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke synchronisatietijd de camera dan instelt hangt af van de er op ingestelde functie, van de helderheid van de omgeving en van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief. Langere belichtingstijden dan de flitssyn- chronisatietijd kunnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen flitssynchronisatie wel worden gebruikt. Bij camera’s met een centraalsluiter is er geen flitssynchronisatietijd en bij de syn- chronisatie op korte belichtingstijden (zie 7.4) wordt niet automatisch naar de flitssyn- chronisatietijd omgeschakeld. In die gevallen kan met alle belichtingstijden worden geflitst. Als u de volle energie van de flitser nodig heeft kunt u beter geen kortere tijd dan 1/125 s. kiezen.
14.2 Normale synchronisatie
Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichtingstijd ontsto- ken (= synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). Deze normale synchronisatie is de standaardfunctie en wordt door alle came- ra’s uitgevoerd. Hij is geschikt voor de mee- ste flitsopnamen. De camera wordt, afhanke- lijk van de er op ingestelde camerafunctie de ingestelde belichtingstijd naar de flitssyn- chronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijden tussen 1/30 sek. en 1/125 sek. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser verschijnt er voor deze functie geen aanduiding.
14.3 Synchronisatie bij lange belich-
tingstijden (SLOW) Bij de synchronisatie bij lange belichting- stijden SLOW komt de beeldachtergrond bij een lage omgevingshelderheid beter uit. Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aan de omgevingshelderheid zijn aangepast. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden ingesteld die langer dan de flitssynchronisatietijd zijn (bijv. belichting- stijden tot aan 30 seconden). Bij enkele cameramodellen wordt de synchronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde onder- werpsprogramma’s (bijv. het nachtopname- programma enz.) automatisch geactiveerd, c.q. kan op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op
xde flitser hoeft niets te worden ingesteld en er verschijnt ook gaan aanduiding voor deze functie. Het instellen voor de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW moet op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Gebruik bij lange belichting- stijden een statief om onscherpte door bewe- gen van de camera te voorkomen!
14.4 Synchronisatie bij het dichtgaan
van de sluiter (REAR) Sommige camera’s bieden de mogelijkheid tot synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR). Daarbij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken. Dit is vooral geschikt bij belichtingen met een langere belichtingstijden (> 1/30 s.) en bewegende onderwerpen die een eigen licht- bron voeren, omdat die bewegende onder- werpen dan een lichtstaart achter zich trek- ken in plaats van - zoals bij synchronisatie bij het opengaan van de sluiter - voor zich opbouwen. Zo wordt bij bewegende licht- bronnen een ‘natuurlijker’ weergave van de opnamesituatie verkregen! Afhankelijk van de er op ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden in dan de flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera’s is in bepaalde functies (bijv. bepaalde vari-, c.q. onderwerpspro- gramma’s of bij een functie met flits vooraf tegen het ‘rode ogen-effect’ de REAR-functie niet mogelijk. De REAR-functie kan dan niet worden gekozen, c.q. wordt automatisch uit- geschakeld of niet uitgevoerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De REAR-functie moet op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
14.5 Sync-aansluiting
De flitser kan worden geactiveerd via de sync-aansluiting in de automatisch flits- functie , manual flitsfunctie en de stroboscopisch flitsen. Een oude flitser met high-voltage ontste- kingssysteem mag niet worden aangesloten op de sync-aansluiting.
De helderheid van het aanraakscherm kan in vijf stappen worden ingesteld. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensorto- etsen en kies de gewenste hel- derheid uit. .
- Druk in het aanraakscherm op de sensorto- ets van de gekozen helderheid, bijv. . De instelling treedt onmiddellijk in werking.
Bij het zwenken van de flitskop in horizontale richting kan de beeldschermweergave eve- neens gezwenkt worden. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets . De instelling treedt onmiddellijk in werking. SERVICEROTATION
x16 Onderhoud en verzorging
- Het schoonmaken van het oppervlak van het beeldscherm moet met een droog, zacht schoonmaakdoekje (bijv. microvezel- doekje) worden gedaan.
- Zouden er echter sterkere verontreinigingen zijn ontstaan, dan kan het schoonmaken van het oppervlak van het beeldscherm met een slechts licht bevochtigd, zacht doekje plaats moeten vinden. Spuit nooit schoonmaakvloeistoffen op het beeldschermoppervlak ! Wanneer schoonmaakvloeistoffen in de lijst van het beeldscherm dringen, worden de zich daar bevindende onderdelen onher- stelbaar beschadigd.
16.1 Update van de firmware
De firmwareversie (in het voorbeeld V1.0) van de flitser wordt na het inschakelen in het startscherm getoond. USB-aansluiting worden geactualiseerd en binnen het technische kader aan de functies van toekomstige camera“s worden aange- past. Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz–homepage www.metz-mecatech.de
16.2 Het formeren van de flitsconden-
sator De in de flitser ingebouwde flitscondensator is onderhevig aan een natuurkundige veran- dering, als het apparaat gedurende een lan- gere tijd niet wordt ingeschakeld. Het is daa- rom noodzakelijk, het apparaat eens per kwartaal gedurende ong. 10 minuten in te schakelen. De voeding moet daarbij zoveel energie leveren, dat de flitser zeker binnen 1 minuut na het inschakelen paraat is.
16.3 Fabrieksinstellingen (RESET)
De flitser kan naar de fabrieksinstellingen worden teruggezet. Het instellen
- Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets .
- Druk in het aanraakscherm op de sensor- toets . De instelling treedt onmiddellijk in werking en de flitser wordt teruggezet in de stand als bij aflevering. Firmware-updates van de flitser gelden hier- bij niet!
x140 17 Troubleshooting Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitser onzin- nige aanduidingen verschijnen of dat de flitser niet functioneert zoals hij op grond van zijn instellingen zou behoren te doen, scha- kel de flitser dan gedurende ong. 10 seconden met de hoofdschake- laar uit. Controleer of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellingen. Vervang de batterijen, c.q. de accu’s tegen nieuwe, c.q. vers opgela- den accu’s! De flitser zou nu na het inschakelen weer 'normaal' moeten functio- neren. Als dit niet het geval is, ga er dan mee naar uw fotohande- laar. Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen kunnen optreden. Onder elk punt zijn mogelijke oorza- ken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven. In het display verschijnt de reikwijdte niet.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaatsgevonden. Tip de ontspanknop op de camera even aan.
- De reflector staat niet in de normale stand.
- Op de flitser staat de remote-functie ingesteld. De AF-meetflits van de flitser wordt niet geactiveerd.
- De flitser is niet paraat.
- De camera staat niet in de functie 'Single-AF (S-AF)'.
- De camera ondersteunt alleen de eigen, interne AF-meetflits.
- Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF- sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gede- centraliseerde AF-sensor wordt gekozen, wordt de AF-meetflits in de flitser niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor!
- De functie 'AF-BEAM' is uitgeschakeld. Voor het instellen van 'AF-BEAM', zie 11.6. De stand van de zoomreflector wordt niet automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objectief.
- De camera geeft geen gegevens door naar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU.
- De flitser werkt in de manual zoominstelling 'MZoom'. Schakel om naar autozoom (zie 11.4.3).
- De reflector is uit zijn standaard positie gezwenkt.
- De groothoekdiffusor is voor de reflector geklapt.
- Voor de reflector is een Mecabounce aangebracht. De diafragma-instelling op de flitser wordt niet automatisch aan die van het objectief aangepast
- De camera geeft geen gegevens door naar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU. De automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd vindt niet plaats.
- De camera werkt met een centraalsluiter (de meeste compactca- mera’s). Er hoeft daarbij geen omschakeling naar een flitssynchro- nisatietijd plaats te vinden.
- De camera werkt met synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS (camerainstelling). Er vindt geen omschakeling naar de flits- synchronisatietijd plaats.
- De camera werkt met een langere belichtingstijd dan de flitssyn- chronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie wordt daarbij niet naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruik- saanwijzing van de camera). x141 De opname zijn te donker.
- Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indi- rect flitsen vermindert de reikwijdte van de flits.
- Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor wordt het meetsysteem van de camera, c.q. van de flit- ser beïnvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flits- belichting van bijv. +1 EV in. De opnamen zijn te licht .
- Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand moet worden aangehouden om over- belichting te vermijden. De diafragmawaarde F zijn op de flitser niet te verstellen.
- Tussen camera en flitser vindt een digitale uitwisseling van gege- vens laats. Het verstellen van diafragmawaarde is alleen niet mogelijk. x18 Technische gegevens Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 200 mm: in het metersysteem: 64 in het feetsysteem:: 210 Flitsfuncties: TTL-, TTL FP-flitsfunctie, met de hand in te stellen flitsfunctie, M FP, automatisch flitsenfunctie A, stroboscopisch flitsen, Remote-slaaf- flitsfunctie, Servo-functie. Automatische instelling van het diafragma bij 100/21°: F 1,4 tot F 64 inclusief tussenliggende waarden Met de hand instelbare deelvermogens: P1/1 . . . P1/ 256 in stappen van een derde P1/1 . . . P1/256 in synchronisatie bij korte belichtingstijden (HSS) Flitsduur zie Tabel 2 (S. 291) Kleurtemperatuur: ong. 5600 K Lichtgevoeligheid : ISO 6 tot ISO 51200 Synchronisatie: Laagspannings-IGBT-ontsteking Aantal flitsen
- 290 met lithiumbatterijen(1,5V)
- 360 met Metz Power Pack P76 Flitsvolgtijden in Sek. (min./max.)
- 0,1/4,4 met alkalimangaan-batterijen (1,5V)
- 0,1/1,8 met NiMH-accu’s (1,2V / 2100 mAh)
- 0,1/4,2 met lithiumbatterijen (1,5V)
- 0,1/1,6 met Metz Power Pack P76 Verlichtingshoek: Reflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36). met groothoekdiffusor vanaf 12 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36). Zwenkbereiken en klikstanden van de reflectoren: Naar boven: 45° 60° 75° 90° Tegen de wijzers van de klok in: 60° 90° 120° 150° 180° Richting wijzers van de klok: 60° 90° 120° Afmetingen ong. in mm (B x H x D): Ca. 78 x 148 x 112 Gewicht : Flitser zonder stroombronnen: ong. 422 g De levering omvat: Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, Voetie voor flitsers S60, Belt zakje T64, gebruiksaanwijzing,
x19 Bijzondere toebehoren Voor foute werking van en schades aan de mecablitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zijn wij niet aansprakelijk !
- mecabounce Diffuser MBM-03 (Bestelnr. 000003902) Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werking is verbluffend, omdat de foto’s een zacht effect krijgen. De gelaatskleur van personen wordt natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijdte wordt ongeveer de helft korter.
- Reflexschirm 58-23 (Bestelnr. 000058235) Verzacht door zijn zachte, gerichte licht, harde slagschaduwen.
- Voetie voor flitsers S60 (Bestelnr. 000000607) Voetje om flitsers als slaaf in op te stellen.
- Easy Softbox ESB 60-60 (Bestelnr. 009016076) Afmetingen: 60 × 60 cm Inclusief voor- en achtergrond diffusor, draagtas en met Bowens compatibele adapter voor het aansluiten aan Metz-studioflitsers TL of BL
- Easy Softbox ESB 40-40 (Bestelnr. 009014047) Afmetingen: 40 × 40 cm Inclusief voor- en achtergronddiffusor, draagtas en met Bowens compatibele adapter voor het aansluiten aan Metz-studioflitsers TL of BL
- Flitserhouder FGH 40-60 (Bestelnr. 009094065) Adapter tussen compacte flitsersen Easy Softboxen Hoogte van de flitsschoen verstelbaar Opsteekbaar op Metz-lampstatieven LS-247 en LS-200
- Spot-reflectiescherm SD 30-26 W (Bestelnr. 009043021) Kleur: wit voor neutraal licht / afmetingen: 30 × 26 cm
- Spot-reflectiescherm SD 30-26 S (Bestelnr. 00904303A) Kleur: zilver voor koel licht / afmetingen: 30 × 26 cm
- Spot-reflectiescherm SD 30-26 G (Bestelnr. 009043048) Kleur: goud voor warm licht / afmetingen: 30 × 26 cm
- TTL-verbindingskabel voor Olympus TCC-30 (Bestelnr. 000305134) Met de 1,8 meter lange TTL-verbindingskabel voor compacte flitsers is volledige TTL-belichtingscontrole mogelijk. Uitgerust met statief- schroefdraad. Afvoeren van de batterijen Batterijen horen niet bij het huisvuil. S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven. S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu’s afgeven. Batterijen / accu’s zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat – de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren. Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plak- band worden afgeplakt. Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled kunnen worden en dus geschikt zijn voor hergebruik. Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd. Breng dit apparaat naar een van de plaatselijke verzamel- punten of naar een kringloopwinkel. Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.
Opmerking: In het kader de CE-markering werd bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald. SCA Contacten niet aanraken ! In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden.
Synchronbuchse Prise synchro Aansluitbus voor flitskabel Sync socket Presa sincro Clavija sincrona
Notice-Facile