Mecablitz 52 AF1 Olympus digital - Flits METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Mecablitz 52 AF1 Olympus digital METZ in PDF-formaat.
| Technische kenmerken | Gidsnummer: 52, Aantal flitsen: 100-200, Oplaadtijd: 0,1 tot 5 s, Voeding: 4 AA-batterijen |
|---|---|
| Gebruik | Compatibel met Olympus digitale camera's, Flitsmodi: automatisch, handmatig, stroboscopisch, mogelijkheid om de lichtintensiteit aan te passen. |
| Onderhoud en reparatie | Reinig regelmatig de batterijcontacten, gebruik een zachte doek voor de buitenkant, vermijd blootstelling aan vocht. |
| Veiligheid | Niet gebruiken met niet-geschikte oplaadbare batterijen, vermijd mechanische schokken, niet demonteren van de flitser. |
| Algemene informatie | Gewicht: 400 g, Afmetingen: 10 x 7 x 15 cm, Garantie: 2 jaar, Inclusief accessoires: diffuser, draagtas. |
Veelgestelde vragen - Mecablitz 52 AF1 Olympus digital METZ
Gebruikersvragen over Mecablitz 52 AF1 Olympus digital METZ
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Flits in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Mecablitz 52 AF1 Olympus digital - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Mecablitz 52 AF1 Olympus digital van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING Mecablitz 52 AF1 Olympus digital METZ
(BestelInr.000058235)
1 Veiligheidsinstructies 90
2 Dedicated flitsfuncties 91
3 Flitser gereedmaken 92
3.1 Het aanbrengen van de flitser 92
3.2 Voeding 93
3.3 In- en uitschakelen van de flitser 94
3.4 Het keuzemenu 94
3.5 INFO 95
3.6 Automatische uitschakeling / Auto - OFF 96
4 LED-aanduidingen op de flitser 97
4.1 Flitsparatheids aanduiding 97
4.2 Belichtingscontrole 97
5 Aanduidingen in het display 98
5.1 Aanduiding van de flitsfunctie 98
5.2 Aanduiding van de reikwijdte 98
6 Aanduidingen in de zoeker van de camerar 100
7 Flitsfuncties 100
7.1 TTL flitsfungtie 100
7.2 Automatische TTL invulflits 101
7.3 Manual flitsfungtie 102
7.4 Automatische synchronisatie bijkorte belichtingstijden (FP) 103
8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting 104
9 Bijzondere functies 105
9.1 Motorische zoominstelling van de reflector (,Zoom^ ) .105
10 Flitsen met bediening op afstand 108
10.1 Remote master-functie 108
10.1.1 Remote-masterfungtie instellen 108
10.1.2 Remote-kanaal instellen 108
10.2 Remote-slaafflitsfunctie 109
10.2.1 Slaafkanaal instellen 109
10.2.2 Slaafgroep instellen 110
10.2.3 Slaafkanaal instellen 110
10.3 He testen van de remote flitsfungtie 111
10.4 SERVO-functie 111
10.4.1 SERVO-flitsfungtie instellen 111
10.4.2 Onderdrukking van de flits vooraf, c.q. het instellen van de synchronisatie 112
10.4.3 Deelvermogen in de SERVO-functie 112
10.4.4 Leerfunctie 113
10.4.5 Het uitschakelen van de SERVO-flitsfunctie 114
11 OPTION-Menu 114
11.1 Instellicht 114
11.2 Zoom functie 115
11.2.1 Extended-zoomfunctie 115
11.2.2 SPOT-zoomfungtie 115
11.2.3 Standard-zoomfunctie 116
11.2.4 Aanpassing aan het opname-formaat (Zoom-Size) ...117
11.3 AF-BEAM (AF-hulplicht) 117
11.4 Vergrendeling / ontgrendeling 118
11.5 Reikwijdte aanduidden in m of ft 118
12 Flitstechnieken 119
12.1 Indirect flitsen 119
12.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart 119
13 Flitssynchronisatie 120
13.1 Automatische sturing waar de flitssynchronisatietijd . . .120
13.2 Normale synchronisatie 120
13.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW) 120
13.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) ..121
14 Touch-display installingen 122
14.1 Contrasten 122
14.2 Brightness (Helderheid) 122
14.3 Rotation (Rotatie) 123
15 Onderhoud en verzorging 124
15.1 Update van de firmware 124
15.2 Het formeren van de flitsconden-sator 124
15.3 Reset 124
16 Troubleshooting 125
17 Technische gegevens 128
18 Bijzondere toebehoren 129
Voorwoord
Wij bedanken u voor uw beslissing een Metz-product aan te schaffen.
Wij verheugen ons u als klant te konnen begroeten.
Natuurlijk sunt u nauwelijks wachten, uw flitser in gebruik te nemen.
Het is darüber lonend om de gebruiksaan-wijzing te lezen want alleen dan kutu leren, zonder problemen met het apparaat om te gaan.
Deze flitser is geschikt voor:
- Digitale Olympus camera's met TTL-flitsregeling en systememflitsschoen, alsmede de daarmee overeenkomende camera's van Panasonic en Leica.
Voor camera's van andere fabrikanten isDEXE flitser nicht geschickt!
Sla s.v.p. ook de flap aan het einde van de gebruiksaanwijzing open.
Toelichting


Vingerwijzing, aanwijzing
Opgelet - extreme belangrijke veiligheidsaanwijzing!
1 Veiligheidsinstructies
In de omgeving van ontvambare gassen of vloei stoffen (benzine, oplosmiddelen enz.) mag de flitser in geen geval worden ontstoken. GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
Flits nooit vanaf korte afstand rechts-treeks in de ogen! Rechtstreeks in de ogen van Personen of dieren flitsen kan leiden tot beschadiging aan het netvlies en daardoor ernstige zichstoringenveroorzaken - tot blindheid toe!
Fotografeer nooit berijders van auto, bus of mo torfiets, fietsers treinbestuurders tijdens de rit met een flitser. Door de verblinding kan de berijder een ongeluk krijgen dan wel veroorzaken!
Indien het huis zo zeer beschadigd is, dat het interieur open ligt, mag de flitser nicht更是 worden gezruikt. Neem dan de batterijen er uit! Raak de binnenliggende onderden Niet aan. HOOGSPANNING!
Raak na meervoudig flitsen de voorzetschijf Niet aan. Gevaar voor brandwonden!
Demonteer de flitser nicht!
HOOGSPANNING!
Reparaties können uitsluitend door een geauthoriseerde service worden uit-gevoerd.
- De flitser is alleen bedoeld en toegelaten voor gebruik in de fotografie!
- Gebruik uitsluitend de in de handleiding aangegeven en toegelaten stroombronnen!
- Batterijen Niet openen of kortsluiten!
- Stel de batterijen nooit bloot aan hoge temperaten zoals intensieve zonnestraling, vuur of dergelijkke!
- Verbruike batterijen / accus Niet in open vuur gooien!
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!
Haal lege batterijen onmiddelijk uit het apparaat! Uit verbruike batterijen hunnen chemicaliienlekken (het zogenaamde uitlopen) die tot beschadiging van het apparaat leiden. - Batterijen mogen nicht worden opgeladen.
- Stel het apparaat Niet bloot aan drup- of spatwater!
- Bescherm uw flitser gegen große但它 en hoge luchtvochtigheid! Bewaar hem bijvoorbeeld Niet in het handschoenenvakje van uw auto!
Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser voor gebruik acclimatiseren!
Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geenlicht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuil+zijn. Als u hierop nicht let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector kannen verbranden.
Bij flitsseries met vol vermogen en korte flitsvolgtijden moet u er op letten, dat u na telkens 20 flitsopnamen een pauze van minstens 3 minutes inlast!
Bij serieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden worden de groothoek-diffusor bij zoomstanden van 35mm en minder, flink heet.
- De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
2 Dedicated flitsfuncties
Dedicated flitsfungties zijn special op het camerasysteme ingestelde flitsfungties. Afhankelijk van het type camera worden waar bij verschillende flitsfungties ondersteund.
Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera.
- Automatische omschakelingaar deflitsssynchronisatietijd.
- TTL-flitsfungtie.
- Compatible met het FourThirds-/ Micro-FourThirds-system.
- Automatische invulflitsstiring.
- Met de hand in te stellen correctie op deflitsbelichting bij TTL.
- Synchronisatie bij het open- of dichtgaan va de sluiter (SLOW2).
FP-synchronisatie bij TTL en M.
- Automatische sturing van de motorische zoomreflector.
- Extended-zoomfunctie.
- Spot zoomfunctie.
- Sturing van de AF-meetflits.
- Automatische aanduiding van de flitsreikwijdte.
- Automatisch geprogrammeerd flitsen.
- DraadlozTTL-Remote-flitsfungtie.
Servo-flitsfunctie.

- Functie van flits vooraf ter vermindering van het 'rode ogeneffect'.
- Wake-Up-functie voor de flitser.
- Het updaten van de firmware.
In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het Niet möglichk, alle cameramodellen met hun individuèle flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie waarvoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijkke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zich moeten worden ingesteld!
Bij het gebruik van objectieven zonder CPU (bijv. objectieven zonder autofocus) treden ten dele beperkingen op!

3 Flitser gereedmaken
3.1 Het aanbrengen van de flitser
Flitser op de camera monteren
Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer (2) tot de aanslag gegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in hetuis van de flitser verzonden.
- Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
- De gekartelde moer ② tot de aanslag gegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zodat het oppervlak van de camera zich wordt beschadigd.
Flitser van de camera afnemen
Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer (2) tot de aanslag gegen het huis van de flitser draaien.
- Flitser uit de accessoireschoen schuiven.
3.2 Voeding
Batterij, c.q. accukeuze
De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:
4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capacitieit dan de NiCd-accu en zich minder bezwaarlijk voor het milieu waarDat ze geen cadmium bevatten.
4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
- 4 Lithiumbatterijen
1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrijevoeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.
Gebruik alleen de hierboven aangegeven stroombronnen. Bij het gebruik van andere stroombronnen ontstaat het gevaar dat de flitser beschadigd raakt.
Als u denkt, de flitser gedurende een langere..., i\djdt Niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p.uit.


Het verwangen van de batterijen
De accu's batterijen zich leeg, c.q. verbruikt, als de flitsvolgtijd (=ijd tussen het ontsteken van een flits met volle energia, bijv. bij M, tot het hernieuwd oplichten van de paraatheidsaanduiding) longer duurt dan 60 seconden. Bovendien verschijnt in het aanraakschem de aanduiding „LOW".
- Schakel de flitser uit, druk waaroor zolang op de toets tot alle aanduidingen verdwenen zich.
- Neem de flitser van de camera en schuif het deksel van het batterijvak ⑩ aar beneden.
Leg de batterijen in en schuif het deksel van het batterijvak 10 weer terug maar boven.
Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen kuren het apparaat verielen! Vervang.altijd alle batterijen tegelijk en door bezelfde batterijen van een type fabrikant, met gelijke capacititeit! Verbruekte batterijen horen Niet in hetuisvuil! Lever uw bijdrage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de waarvoord bestemde verzamelplaatsen!

3.3 In- en uitschakelen van de flitser
- Schakel de flitser via de starttoets ① in. Het opstartschem verschijnt.
De flitser schakelt daarna.altijd in met de het)[-staeste gebruikte functie (bijv.flitsen met handinstelling M).
In de standby-functie knippert de toets ⑦ rood. Om dit uit te schakelen moet u zo lang op de toets ① ② drukken tot alle aanduidingen zich verdwenen.
Als u denkt, dat u de flitser gedurende langere tijd Niet gaat gebruiken, bevelen wij aan om de flitser met de toets ① auit te schaeken en de stroombronnen eruit te nemen.
3.4 Het keuzemenu
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
Het keuzemenu is in 4 sensortoetsen onderverdeeld:
Na drukken op de toets MODE de volgende functies worden ingesteld.
TTL, zie 7.1
TTL FP, zie 7.4
M, zie 7.3
MFP, zie 7.4
SLAVE, zie 10.2
SERVO, zie 10.4
Na drukken op de toets PARA h de flitsparameters worden ingesteld.
EV (correctie op de flitsbelichting), zie 8
Zoom(reflectorstand),zie 9.1
F (diafragma)
ISO (lichtgevoeligkeit),
P (deelenergie),
zie 7.3 en 10.4.3
CHANNEL3) (Kanal), zie 10.1.2, 10.2.2
GROUP3(slaafgroep), zie 10.2.3.
3) alleen in de functie als slaat
Na drukken op de toets SERVICEt aan
raakschem worden geconfigureerd, of kan de flitser in zijn toestand als bij de aflevering worden teruggezet (gereset).
CONTRAST (contrast), zie 14.1
BRIGHTNESS (helderheid), zie 14.2
ROTATION (beeldschermweergave zwenken),
zie 14.3
RESET, zie 15.3
Nadat u op de toets OPTION drukt\ kunnen de opties worden ingesteld.
ZOOM SIZE (aanpassing aan het opnameformat), zie 11.2.4
ZOOM MODE (verlichtingshoek),
zie 11.2
STANDBY (aut. uitschakeling van het apparaat), zie 3.6
MOD.LIGHT (instellicht), zie 11.1
AF BEAM (AF-hulplicht), zie 11.3
m / ft (meter / voet), zie 11.5
In het aangegeven menu op de flitser zijn alle in een zwart vlokje staande velden als sensortoetsen uitgevoerd, waarop要去en worden gedrukt voor het instellen van de beschreven functie.
In de afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn steeds de sensortoetsen, waarop要去en worden gedrukt voor het instellen van de beschreven functie, met zich gemarkeerd.
0,3-3,9m

TTL



F 8,0
A.Zoom 35mm
ISO 100
EV +1 2/3
3.5 INFO
De actuele instellungen van de flitser konnen tijdens het gebruik aangegeven worden.
- Druk op het aanraakschem op de sensortoets INFO. De infotabel 1 verschijnt.
- Spot-zoomfunctie (SP) is ingesteld (zie 11.2.2).
Aanpassing aan het opname
formula (ZOOMSIZE), (zie 11.2.4). - AF-BEAM (AF hulplicht) is uitgeschakeld (zie 11.3).
-Instellicht (MOD.LIGHT) is ingesteld (zie 11.1). - De automatische uitschakeling van het apparaat is ingesteld op 10 minutes, (zie 3.6).
- De aanduiding van de temperatuur stijgt bij intensief gebruik van het aapparaat.
Druk, verwijl de infotabel 1 worden aangegeven, nogmaals op het aanraakschem.
Infotabel 2 worden dan aangegeven.


3.6 Automatische uitschakeling / Auto-OFF
- na het inschakelen,
- na het ontsteken van een flits,
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera,
- na het uitschakelen van het belichtings-meetsysteme van de camera. . .
... in de standby-functie schakelt (AUTO OFF) in om energia te besparen en de stroombronnen gegen onbedoeld ontladen te beschermen. De geactiveerde automatische uitschakeling worden in het INFO-display aangegeven. De flitsparaatheidsaanduiding 6 en de aanduidingen op het LC-display doven.
In de standby-functie knipper de toets rood.
De het LAST ingestelde flitsfunctie blijt na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddelijk waar ter beschikking.

De flitser wordt door te drukken op de toets 日 c.q. door het aantippen van de ontspanknop op de camera (=Wake-upfunctie) weer ingeschakeld.
In de Slaaf-/SERVO functie is de automatische uitschakeling van de flitser Niet actief.
Als u de flitser langereijd Niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altijd via..., hoofdschakelaar 念 uit!
Indien noozakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minuut plaatsvinden of worden gedeactiveerd.
De flitser schakelt zich ong. 1 uur na het的那一alste gebruik geheel UIT.












Off
1min
10 min
Het instellen van de automatische uitschakeling
- Schakel de flitser via de toets (1) in.
Het opstartscherm verschijnt.
De flitser schakelt daarna aktijd in met de het LAST gebruekte flitsfunctie (bijv. flitsen met handinstelling M).
-
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
-
Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
Druk in het aanraakschem op de toetsen


en kies „STANDBY"uit.
-
Druk in het aanraakschem op de sensortoets STANDBY.
-
Druk in het aanraakschem op de sensorteets voor de gewensteijd. Deinstelling treedt onmiddelijk in werkig. Na ontg.
10 seconden worden waar de bedrijfsfunctie
omgeschakeld, of druk zo vaak op de toets
7 ,dat bedrijfsfungtie verschijnt.
In de Standby-functie knippert det toets rood.


4 LED-aanduidingen op de flitser
4.1 Flitsparaatheids aanduiding
Zodra de flitscondensator is opgeladenlicht op de flitser de toets ⑥ coop op en geeft daarmee aan dat de flitser gereed is om te flitsen (flitsparaatheid).
Dat betekent dat voor de eerstvolgende opname flitslicht kan worden gebruikt. De flitsparaatheid worden ook maar de camera overgebracht en zorgt in de Zoeker waarvan voor de betreffende aanduiding.
Wordt een opname gemaakt voordat de flitsparaatheidsaanduiding is verschenen, wordt geen flits ontstoken. De opname kan dan fout worden belicht als de camera wel waar de flitsssynchronisatietijd is omgeschakeld (zie 13.1).
4.2 Belichtingscontrole
Bij een correcte belichting Licht de toets
⑦ gedurende ong.3 seconden rood op als de opname in de flitsfuncties TTL of TTL FP (zie 7.1) correct werd belicht!
Volgt deze aanduiding van de belichtings-controle na de opname Niet, dan werd de opname onderbelicht. U moet dan:
-
het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen (bijv. inplaats van diafragma 11, diafragma 8) of
-
de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterend vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen of
-
de camera een hogere ISO-waarde instellen. Let in het display van het flitsapparaat op de aanuiding van de reikwijdte van de flits (zie 5.2).
5 Aanduidingen in het display
De Olympus camera's goven de waarden van ISO, brandpuntsafstand van het objectief (mm) en diafragma door maar de flitser. Deze past zich vereiste instellingen automatisch.daaraan aan.Hij berekent uit die waarden en zich richtgetal de maximale reikwijdtex van het flitslicht.
Flitsfungtie, reikwijdtpe, werkdiafragma en de zoomstand van de reflector worden in het display van de flitser aangegeven.
Als de flitser worden gebrukt zonder dat hij gegevens van de camera heeft ontvangen, worden de op de flitser ingestelde waarden aangegeven.
Displayverlichting
Nadat u op de flitser op de toets 念 hebgtedrukt of na het aantippen op het aanraakschem wordt voor ong. 10 sec.de verlichting van het display geactiveerd.


5.1 Aanduiding van de flitsfunctie
In het display worden ingestelde flitsfungtie aangegeven. Daar bij়, afhankelijk van het type camera verschillende voor de telkens ondersteund TTL-flitsfungtie (bijv. TTL, TTL FP, die 7.1) en de manual flitsfungtie M möglich (zie 7.3).
5.2 Aanduiding van de reikwijdte
Van het objectief en de diafragmawaarde waar de flitser overbrengen worden in het display een aanduiding van de reikwijdtvean het flitslicht aangegeven..Hiervoor moet een uitwisseling van geevensussen camera en flitserplaats hebben gezonden, bijvoorbeeld door het aantippen van de ontspankop op de camera. De reikwijdtce kan zowel in meters (m) of in feet (ft) worden aangegeven (zie 11.6).
Erverschijntgeenaanduidingvan de reikwijdte...
- als er geen gevevens door de camera werden overgebracht.
- als de kop van de reflector uit+zijn normale positie (aar boven of zichwaarts) is gezwenkt.
- als de flitser in de SLAVE- of de SERVO flits-functie werkt.

Reikwijdte in TTL-/TTL FP-flitsfungtie
In de TTL-flitsfuncties (TTL, TTL FP; zie 7.1) wird in het display de waarde voor de minimale en de maximale reikwijdtve van het flitslicht aangegeven.
De aangegeven waarde geldt voor een reflectiegraad van het onderwerp van 25% ,wat voor de meeste opnamesituaties een correcte waarde is.
Grote afwijkingen van deze reflectiegraad, bij zeer sterk of juist zeer zwak reflecterende onderwerpen+kennen de reikwijdte van het flitslicht beinvloeden.
Het onderwerp moet zich in een bereik van ongeveer 40% tot 70% van de aangegeven waarde bevinden. De elektronica heeft dan voldoende spelruimte voor een goede belichting.
Om overbelichting te vermijden moet minstens de minimumafstand tot het onderwerp worden bewaard
Het aanpassen aan de betreffende opname-situatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmaopening van het objctief worden bereikt.


Aanduiding van de reikwijdtde in de functie van met de hand in te stellen flitser M
In de functie van de met de hand in te stellen (manual) flitser M wordt in het display de afstandswaarde aangegeven die voor het correct belachten van het onderwerp aangehouden moet worden. Het aanpassen aan de heersende opnameomstandigheden kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde op het objectief of door het kiezen van een met de hand in te stellen deelvermogen (zie 7.3) worden bereikt.
Overschrijding van het bereik van de aanuidingen
In het display kuren reikwijden tot maximaal 99m c.q. 99 ft worden aangegeven.
Bij hoge ISO-waarden en große diafragmaopeningen kan het bereik van de aandui-dingen worden overschreden.
Dit worden door een pijl, c.q. driehoekje ache ter de afstandswaarde aangegeven.
6 Aanduidingen in de zoeker van de camerar
Voorbeelden voor de aanduidingen in de display van de camera:
Flitssymbol knippert:
Gebruik de flitser, c.q. schakel hem in (bij sommige camera's).
Flitssymboollichtop:
De flitser is maar om te flitsen (bij sommige camera's).
Lees in de gebruiksaanwijzing van uw camera na welke aanwijzingen voor uw type camera geldend+zijn!
7 Flitsfuncties
De volgende functies staan ter beschikking:
- TNL
-TTLFP
-M
-MFP - REMOTE-SLAVE
-M-SERVO
Het instellen van de flitsfuncties vindtplaats via het aanraakschem.
7.1 TTL flitsfungtie
In deze flitsfuncties krijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsopnamen. Hierbij worden de meting van de flitsbelichting uitgevoerd door een sensor in de camera. Deze meet het door het onderwerp gereflecteerdelicht door het objektief heen (TTL = through the lens). Na een correct belichte opname Licht de aanuidig van de belichtingscontrole gedurende ong. 3 sec op (zie 4.2).
Let op, of er voor wat uw eigen camera betreft, beperkingen zich ten aanzien van de ISO-waarde voor de TTL-flitsfunctie (bijv. ISO 64 tot ISO 1000; zie de gebruiks-aanwijzing van uw camera)!
Bij de opname worden voorafgaand aan de eigenerlijke belichting een nauwelijks zichbare meetflits door de flitser ontstoken.

52AF-1
OLY
Het instellen van de flitsfunctie
- Schakel de flitser met de toets in. Het opstartschem verschijnt.
De flitser schakelt aktijd in met de het staat gebruekte flitsfungtie (bjv. M-flitsfungtie). - Druk in het aanraakschem zo vaak op de aangegeven flitsfunctie, tot de aanduiding voor het kiezen verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen e gewenste functie.
- Druk op de in een zwart vlakje staande functie. Deinstalling treedt onmiddelijk in werkung.
- Stel op de camera een overeenkomende functie in, bijv. P, Tv, Av, M, enz.
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gegevensussen camera en flitserplaats kan vinden.

7.2 Automatische TTL invulflits
Bij de meeste cameramodellen worden in de functies van automatisch geprogrammeerd P en de vari-, c.q. onderwerpsprogramma's de automatische TTL invulflitsregeling geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Met de involflits=kunt u velerende schaduwen wegwerken en bij tegenlichtopnamen eenuitgebalanceerde verlichting:tussen onderwerp en acheergrund bewerkstelligen. Een computergestuurd meetsysteme van de camera zorgt voor een geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen.
Let er wel op, dat de bron ven het gegenlicht nichtrechtstreeks in het objectief schijnt. Het TTL-meetsystem van de camera zou waar verkeerd op+kunnen reageren!
Bij de regeling van de automatische invulflits hoeft u niets in te stellen en er worden niets aangegeven.

7.3 Manual flitsfunctie
In de manual flitsfungtie M worden door de flitser alkijd het volle vermogen afgeveen, als er geen deelvermogen is ingesteld. Het aanpassen aan de opnamesituatie kan bijv. door de instelling van het diafragma op de camera of door het kiezen van een geschikt, met de hand in te stellen deelvermogen plaatsvinden.
Het instelbereik strekt zich uit van P 1/1 tot P 1/128 in de MMuih het display worden de afstand aangegeven waar bij het onderwerp correct worden belicht (zie 5.2).
Hetinstallen van de flitsfunctie
- Schakel de flitser met de toets in. Het opstartschem verschijnt. De flitser schakelt algid in met de het LAST gezruikte flitsfunctie (bijv. ETL-flits-functie).
-
Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoetsen van de aangegeven flits-functie, tot de aanduiding voor het kiezen van de functie verschijnt.
-
Druk in het aanraakschem op de sensor-toetsen en kies
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets M.



uit.
- Stel op de camera een overeenkomende functie in, bijv. M.
Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gevevens tussen camera en flitser ontstaat.
Sommige camera's ondersteunen de handinstelling van de flitser alleen in de camera-functie M (manuell). In andere camera's verschijnt er een foultmelding in het display en worden het ontspannen geblokkeerd.
Met de hand in te stellen deelvermogens
In de met de hand uit te voeren instelling van de flitsfunctie M een deel van het flitsvermogen worden ingesteld.
Het instellen
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets voor het deelvermogen, dat het keuzemenu voor het deelvermogen verschijnt.
Stel in het aanraakschem met de sensortoetsen g nste deelvermogen 1/1, 1/2, 1/8, c.q. 1/128 in.
1/16
1/16 1/3
1/16 2/3


- Druk in het aanraakschem op de sensortoets voor het uitgekozen deelvermogen.
Deinstallingtreedtonmiddelijkwerking en wordtautomatisch opgeslagen.
De aanduiding van de afstand van de reikwijdte worden automatisch aan het deelvermogen (zie 5.2) aangepast.
7.4 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP)
Verschillende camera's ondersteunen de automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met deze flitsfunctie is het mogelijk, ook bij kortere tijden dan de flitsssynchronisatietijd een flitser te gebruiken.
Deze functie is interessant bij bijv. portretten in een heldere omgeving, als door een ver geopend diafragma (bijv. F 2,0) de scherptediepte begrensd要去en! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de functies TTL en M.
Natuurkundig bepaald worden door deze synchronisatie bij korte belichtingstijden hetrichtgetal en daarmee tevens de reikwijdte van de flitser behoorlijk ingeperkt!
Let waarom op de aanduiding van de reikwijdtde in het display van de flitser! De synchronisatie bij korte belichtingstijden worden automatisch uitgevoerd als op de camera
TTL
0.7-7,9m
ZOOM 35 m F4.0
INFO
TTL
TTL FP
M


met de hand, of automatisch door het belich-tingsprogramma, een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd is ingesteld.
Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de synchronisatie bij korte belichtingstijden mede afhangt van de gekozen belichtingstijd:
hoe korter de belichtingstijd, des te lager het richtgetal!
Het instellen van de functie
- Schakel de flitser met de toets in. Het opstartschem verschijnt.
De flitser schakelt alkijd in met de het staat gebruekte flitsfungtie (bijv. TTL-flitsfungtie). - Tip de onontspanknop van de camera even aan, zatat er een uitwisseling van gevevens+tussen camera en flitserplaats kan vinden.
- Druk in het aanraakschem zo vaak op sensortoets van de aangegeven flitsfunctie, dat het keuzemenu van de functies verschijnt.
- Druk in het aanraakschem de sensortoet
sen △en
TTLFPies
NL
8 Met de hand in te stellen cor-rectie op de flitsbelichting
De automatiek van de flitsbelichting is in de meeste camera's gebaseerd op een reflectiegraad van 25% gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen).
Een donkere ache tergrond die veel Licht absorbeert of een lichte ache tergrond die sterk reflecteert (bijv. tegenlichtopnamen), kunnen leiden tot te ruim, c.q. te krap belichte onderwerpen.
Om het bovengenoemde effect te compenseren kan de flitsbelichting via een met de hand in te stellen correctiewaarde worden aangepast aan de opnamesituatie.
De hoogte van die correctiewaarde hangt af van het contrast:tussen onderwerp en achtergrond!
Op de flitser+kunnen in TTL-flitsfuncties met de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van -3 tot +3 stops (EV) in stappen van 1/3 stop worden ingesteld.
Tip:
Donker onderwerp gegen een lichte ache tergrond: positieve correctiewaarde.
Licht onderwerp gegen donkere darübergrond: negatieve correctiewaarde.
Een belichtingscorrectie door veranderen van de diafragmaopening van het objectief is Niet möglich, maar de belichtingsautomatiek
TTL
0.7-7,9m
ZOOM 35 m F4.0
INFO

-1 1/3
-1
-2/3


TTL
0,7-7,9 m
ZOOM 35 m F4,0
INFO

van de camera het veranderde diafragma\ weer als werkdiafragma ziet. Bij het instellen\ van een correctiewaarde kan de aanduiding\ van de reikwijde in het display veranderen\ aan de correctiewaarde worden aangepast (hangt af van het type camera)!
Het instellen
Druk zo vaak op de sensortoets EV at het keuzemenu voor een correctiewaar de verschijnt.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen en correctiewaarde in.
- Druk in het aanraakschem op de uitgekozen correctiewaarde, bijv 1
Deinstallingtreedtonmiddelijk in werking. Een met de hand in te stellen correctiewaarde voor de flitsbelichting in TTL-flits-functions kan alleen dan worden uitgevoerd als de camera deinstilling van een correctiewaarde op de flitser ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
Wanner de camera deze functie Niet ondersteunt werkt de op de flitser ingestelde correctie Niet.
Bij sommige cameramodellen moet de correctiewaarde op de flitsbelichting op de camera zichl worden ingesteld. In het display van de flitser worden dan geen correctiewaarde aangegeven.

Vergeet vooral Niet, de correctiewaarde na de opname weeer op de camera terug te zetten!
Opgelet: Sterk reflecterende onderwerpen in het onderwerp kannen de belichtingsautomatiek van de camera storen. De opname wordt dan onderbelicht. Verwijder sterk reflecterende objecten uit het onderwerp of stel een positieve correctiewaarde in.
9 Bijzondere functies
Afhankelijk van het type camera staan verzillende, bijzondere functies ter beschikking.
Voor het oproepen en instellen van de bijzondere functies moet er.daarom eerst een uittwisseling van gegevens+tussen camera en flitserplaats hebben gezonden, bijv. door het aantippen van de ontspankop op de camera.
Het instellen要去onmiddelijk na het oproepen van de bijzondere functieplaatsvinden, waar de flitser anders na enige seconden automatisch weeer maar de normale flits-functie omschakelt!
9.1 Motorische zoominstelling van de reflector (.,Zoom")
De motorische zoom van de reflector van de flitser kan de beeldhoek van objectieven met een brandpuntsafstanden vanaf 24mm (kleinbeeldformaat) uitrichten. Door het gebruik van de ingebouwde groothoekdiffusor ⑨ vergroot de verlichtingshoek zich tot die van een 12mm objectief.
Autozoom
Als de flitser gebruikt worden op een camera die de gegevens van de brandpuntsafstand van het objectief doorgeeft past de zoomstand van de reflector zich automatisch daaraan aan. Na het inschakenen van de flitser
wordt in het display „Zoom" en de actuèle zoomstand van de reflector aangegeven.
De automatische aanpassing geschiedt voor objectieven met een brandpuntsaftstand van 24mm ofeer.
De automatische aanpassing vindt nicht plaats als de reflector gezwenkt is, als de grothoekdiffusor ⑨ auitgetrokken of een Mecabounce (accessoire) aangebrachte is.
Naar wens kan de stand van de reflector met de hand worden versteld om bepaalde verlichtingseffecten te bereiken (bijv. een spotlight-effect enz.).
Manual zoomfunctie
Bij camera's die geen gevevens van de brandpuntsafstand van het objektiefdoorgeven moet de zoomstand van de reflector met de hand aan de brandpuntsafstand van het objektief worden aangepast.
Na het inschakelen van de flitser worden in het display „Zoom" en de actuèle stand van de reflector aangegeven.


MODE

PARA
EV

ZOOM

50
85


Het instellen
- Druk zo vaak op de toets ⑦, dat het keuzemenu verschijnt.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets PARA
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen l Zoom"uit.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen Zoom
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ki e gewenste zoomwaarde UIT.
Na ong. 10 sec. worden naar de functieaanduiding omgeschakeld of druk zo vaak op de toets tot de functieaanduiding verschijnt.De volgende zoomstanden voor de reflector zichen möglichk:24-28-35-50-70- 85-105 mm (kleinbeeldformaat).
Tip:
Als u Niet altejd de volle energia en reikwijdte van de flitser nodig heeft, kutu de reflector ook latent staan in de in de stand van de aanvangsbrandpuntsafstand.
Daardoor is gegarandeerd dat het gehele onderwerp in het beeld altijd volledig uitgelicht worden. U bespaart zich dan het steeds moeten aanpassen aan de brandpuntsafstand van het objectief.

EV

ZOOM


A.Zoom
24

Voorbeeld:
U gezruikt een zoomobjectief met een bereik aan brandpuntsafstanden van 35 tot 105 mm. In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector van de flitser in op 35mm
Terugzettenaarautozoom
- Tip de onontspanknop op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gegevensussen camera en flitserplaats kan vinden.
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets PArA
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen Zoom"uit.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets Zoom
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen 4. kies de gewenste zoomwaarde AZoomuit.
Na ong. 10 sec. worden naar de functieaanduiding omgeschakeld of druk zo vaak op de toets tot de functieaanduiding verschijnt.


Groothoekdiffusor
Met de ingebouwde groothoekdiffusor ⑨ kan de verlichtingshoek aan objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 12mm worden aangepast (kleinbeeldformaat).
Trek de groothoekdiffusor ⑨ uit de reflector tot de aanslag maar voren en LAST hem los.
De groothoekdifusor 9 klapt dan vanzelf naar beneden. De reflector wordt zodanig automatisch in de vereiste stand gezet
In het display worden de afstandsaandui-dingen en de zoomwaardeaar 12 mm gecorrigeerd.
De gemotoriseerde reflector worden bij het gebruik van de groothoekdiffusor ⑨ nicht automatisch aangepast.
Voor het terugzetten de groothoekdiffusor ⑨ 90^ maar boven klappen en hem geheel inschuiven.
mecabounce Diffuser MBM-02
Als op de reflector van de flitser een Mecabounce (accessoire;zie 18) is gemonteerd, wordt de reflector automatisch maar de vereiste stand gestuurd. De aanduidingen van de afstand en de zoomstand worden op 16mm gecorrigeerd.
De gemotoriseerde reflector worden bij het gebruik van een Mecabounce Niet automatisch aangepast.
Het tegelijkkertijd gebruiken van de grootthoekdiffusor en een Mecabounce is nicht möglich.
10 Flitsen met bediening op afstand
De flitser is als slaafflitser compatibel met het draadloze Olympus RC-flitssystem (RC=Remote-Control, c.q. remote-functie).
Dit remote-systeem bestaat uit een master-flitser op de camera en een of meer slaaffl-ters. De slaaffliser, c.q slaafflters worden door een Lichtimpuls uit de reflector van de master-flitser draadloos op afstand bediend en gestuurd.
De slaaflitser worden aan een van drie maybe sleaflitsers bestaan.
Het hele remote-systeem kan met de functie TTL of M worden uitgevoerd.
Opdat meerderere remote-systemen in eenzelfde ruimte elkaar Niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen ter beschikking. Master- en slaafflters die tot hetzelfderekote-systeme behoren要去en op hetzelfderekote-kanaal worden ingesteld.
De slaafflters die tot hetzelfde remotesystem behoren, moeten met de geintegreerde sensor voor de remote-functie het Licht van de master-flitser kan denontvangen.
In de remote-flitsfunctie vindt er geen aanduiding van de reikwijdte van de flits in hetdisplay van de flitserplaats.
REMOTE MASTER
ZOOM 35 mm
INFO
10.1 Remote master-functie
De remote-functie (RC-Modus) moet in principe op de camera worden ingesteld.
Bij een uitgeschakelde master-flitser heeft de flits van de master-flitser alleen nog slechts een sturende functie en draagt hij Niet bij aan de belichting van de opname!
10.1.1 Remote-masterfungtie instellen
-
Schakel de flitser in met de toets ② Het startmenu verschijnt.
-
Op de camera de remote-function (RC-modus) instellen.
In het beeld worden de functie van remotemaster getoond.
10.1.2 Remote-kanaal instellen
Opdat meerere remote-systemen in bezelfde ruimte elkaar Niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalerten beschikking. Master- en slaafflitsers die bij eenzelfde remote-systeem horen要去 op hetzelfde remote-kanaal worden ingesteld.
Het remote-kanaal moet op de camera worden ingesteld en wordt na een proefflits maar de betreffende flitsers overgebracht.
10.2 Remote-slaaflitsfunctie
De flitser ondersteunt het draadloze Olympus-E TTL-Remote system in de functie van slaaffltser. Hierbij hunen een of meer-dere slaaffltcers door een master op de camera (bijv. de mecablitz 52 AF-10 digital) draadloos op afstand worden aangestuurd. Een slaaffltser kan aan een van drie mogelijke slaafgroepen (groep A, B of C) worden toegewezen. De masterfltser kan al deze slaafgroepen tegelijkertijd sturen enaarbij de individuelle instellungen van elk der slaafgroepen acheft nemen.
Opdat meerderere remote-systemen in bezelfde ruimte elkaar Niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen (CH1, 2, 3 of 4) ter beschikking.
Masterflitsers die tot eenzelfde remote-system behoren,要去en alle op hetzelfde kanaal ingesteld worden.
De slaafflitsers moeten met de ingebouwdesensor voor de remote-functie het Licht vande masterflitser kannen ontvangen.
Afhankelijk van het type camera kan ook een in de camera ingebouwde flitser als masterflitser werken.



INFO
10.2.1 Slaafkanaal instellen
- Schakel de flitser in met de toets (2) Het opstartschem verschijnt. De flitser schakelt dan.altijd in met de het LAST gebruekte functie (bijv.M-functie).
-
Druk in het aanraakschem zo vaak op de aangegeven flitsfunctie, dat de keuze van de functies verschijnt.
-
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen SLAVE".
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets SLAVE
De remote slaaffunctie worden ingesteld. Bovendien worden de gekozen slaafgroep (bijv. A) en het remote-kanaal (bijv. CH 1) aangegeven.

10.2.2 Slaafgroep instellen
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets voor de kanaalgroep (bijv A I CH1 De keuze voor kanaal en groep worden ingevoegd.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen voor het kanaal „CH".
- Druk in het aanraakschem op e sensortoetsen 電 et gewenste kanaal UIT.
- Druk in het aanraakschem op het gekozen kanaal.
Deinstallingtreedtonmiddelijkwerking.




INFO
10.2.3 Slaafkanaal instellen
Druk in het aanraakschem op de sensortoets boor de kanaalgroep (bjv A ICH2 De keuze voor kanaal en groep verschijnt.
- Druk in het aanraakscherp op de sensortoets voor de groep „GROUP".
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen voor de gewenste groep „A", „B", of „C".
Deinstallingtreedtonmiddelijkwerking.
10.3 He testen van de remote flitsfunctie
Zet de slaafflitser zo neer als voor de latere opname gewenst is. Gebruik voor de slaafflitser het flitservoetje.
- Wacht tot de slaafflitser en de ingebouwdeflitser beiden flitsparaat因其. Als de contrclter gereed voor opnemen is, knippertzijn AF-meetflits.
Maak een proefopname en controllerer of de slaafflitter, c.q. bij meerdere slaafflitters alle flitser flitsen.
- Als de slaafflitser geen flits afgeeft moet u de stand van de slaafflitser corrigeren, zodat deze het Licht van de controllerflitser kan ontvangen, c.q. u verkort de afstand tussen controller-en slaafflitser.
- Nadat de testflitsfunctie met succes is beëindigd,kestu met de opnamen beginnen.
TTL
0.7-7,9 m
ZOOM 35 m F4.0
INFO
SLAVE
SERVO


M-SERVO
ZOOM 24 mm
INFO

10.4 SERVO-functie
De SERVO-functie is een eenvoudige slaaffunctie zonder, c.q. met onderdrukking van een flits vooraf, waar bij de slaafflitser algijd een flits ontsteekt zodia deze een lichtimpuls van de flitser op de camera ontvangt. In de SERVO-functie is in het algemeen allelen flitsen met handinstelling maybel. Deze flitsfungtie, waar bij de instellenen met de hand要去en worden gedaan, wordt na het instellen van de SERVO-functie automatisch ingesteld.
10.4.1 SERVO-flitsfungtie instellen
- Stel op de camera een TTL functie in.
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets voor de aangegeven functie, dat de aanduiding van het keuzenuverschijnt.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ke functie SERVO".
Druk in het aanraakschem op de sensortoets SERVO
De functie worden uitgevoerd.
Indien gewenst,kest u een deelvermogen instellen,zie 10.4.3.

10.4.2 Onderdrukking van de flits vooraf, c.q. het instellen van de synchronisatie
- Stel op de camera een TTL functie in.
-
Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets SYNC het keuzemenu voor de synchronisatie verschijnt.
-
Druk in het aanraakschem op de sensortoets:
synchronisatie zonder flits vooraf, synchronisatie met flits vooraf. De instelling worden uitgevoerd.
Als de zo ingestelde synchronisatie nicht correct werkt, ga dan te werk als onder 10.4.4 worden beschreiben.
M-SERVO
ZOOM 24 mm
INFO

1/1
1/1 1/3



1/8 -²/3
1/16

1/16 -1/3


M-SEDRV
ZOOM 35 mm
INFO

10.4.3 Deelvermogen in de SERVO-functie
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets P or het deelvermogen, dat het keuzemenu voor deelvermogens verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen hewenste deelvermogen 1/1, 1/2, 1/8, c.q. 1/128 in te stellen.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets van het uitgekozen deelvermogen 1/16 (bijv. 1/16).
Het deelvermogen worden overgenomen.
Als bij de slaafflitser(s) de flitsparaatheid is bereikt, knippert het/hun AF-hulplicht.
Slaafgroepen en remote-kanalen können in de SERVO-functie Niet worden ingesteld. De flitser op de camera mag Niet in de remote-functie werken.

10.4.4 Leerfunctie
De „leerfunctie“ maakt het möglichk, de individuèle, automatische aanpassing van de slaafflitser op de flitstechniek van de cameraflitser aan te passen.
Hierbij hunen een ofmeermeetflitsen,bijv. die voor vermindering van het ,rode ogen-effect" van de cameraflitser in acheft worden genomen.Het ontsteken van de slaafflitservindt danplaats op het moment van de hoofdflits die de opname belicht.
Als de cameraflitser voor het automatisch scherpstellen AF-meetflitsen ontsteekt, maar het systeme de leerfunctie Niet toe. Gebruik dan, indien möglichk, een andere camerafunctie of schakel om waar met de hand scherpstellen.
M-SERVO

ZOOM 24 mm



SYNC
Het instellen van de leerfunctie
De AF-meetflits vooraf van de camera要去 worden uitgeschakeld.
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets SYNC et keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets Learn.
- De „Learning modus" (leerfunctie) is nu gereed om te leren.
- Druk op de camera op de ontspanknop zodate waar eigen flitser een flits ontsteekt. Als de SERVO-flitser een Lichtimpuls heeft ontvangen verschijnt in het display "LEARN OK" als bevestiging.
De mecablitz 52 AF-1 digital heeft het flitslicht van de cameraflitser geleerd.
10.4.5 Het uitschakelen van de SERVO-flits-functie
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de aangegeven functie, dat het keuzemnu voor de flitsfuncties verschijnt.
Druk In het aanraakschem op de sensortoetsen e gewenste flits-functie, bijv. - Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor de flitsfunctie, bijv.
De uitgekozen functie worden onmiddelijk overgenomen.



STANI
MOD.LIGHT
AF BEAM


MOD.LIGHT
Off


Bij het instellicht (ML = Modelling Light) gaat het om stroboscopisch flitslicht met een hoge freiuentie. Bij een duur van ont. 3 seconden ontstaat de indruk van een quasi continulicht. Met het instellicht kuren de lichtverdeling en schaduworming reeds voor de opname worden beoordeeld.
Het instellicht worden met de ontspanknop voor handbediening ⑥ ontstoken.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen MOD. LIGHT"uit.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets Mob.LIGHT - Druk in het aanraakschem op de sensortoets ON en stellt schakelt in, c.q.uit. De instelling treedt onmiddelijk in werkig.
Na activeren van het instellicht worden in het INFO-menu „MOD. LIGHT" aangegeven.
11.2 Zoom functie
11.2.1 Extended-zoomfunctie
Bij de extended-zoomfunctie worden de zoomstand van de reflector een stap lager ingesteld dan de brandpuntsafstand van het objectief. De waaruit resulterende, verbrede, grotere verlichtingshoek zorgt in ruimten voor extra strooolicht (reflecties) en daardoor voor een zachter flitslicht.
Voorbeeld:
De brandpuntsafstand van het objectief op de camera bedraagt 50~mm In de extendedzoomfunctie stuart de flitser de reflector aan de zoomstand van 35~mm In het display wordt verder wel 50~mm aangegeven.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets 一 _ 一 , dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ZOOM MODE"uit.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets ZOOM MODE.

Druk in het aanraakschem op de sensortoets EXTENDED.
De instelling worden onmiddelijk overgenomen.
Na activering van de extended-zoomfunctie worden in het INFO-menu „EXT" aangegeven. Bepaald door het systeme worden de extended-zoomfunctie voor objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 28mm (kleinbeeld formaat) ondersteund. De camera moet met een CPU-objectief় uitgerust en de geveens van het objectief doorgenen maar de flitser.
11.2.2 SPOT-zoomfunctie
Bij de spot-zoomfunctie worden de zoomstand van de reflector ten opzichte van de brandpuntsafstand van het op de camera gebruikte objectief een stap verlengd. De daardoor ontstane smallere Lichtbundel zorgt voor een het midden van het beeld benadrukkende verlichting, c.q. een vignetterende randverlichting.
Voorbeeld :
De brandpuntsafstand van het objctief op de camera is 50~mm In de spot-zoomfunctie komt de flitser de reflector in de 70~mm stand. In het display blijft beschter wel 50~mm aangegeven staan.


ZOOM SIZE
ZOOM MODE
STANDBY


ZOOM SIZE
ZOOM MODE
STANDBY

ZOOM MODE
EXTENDED
STANDARD
SPOT

Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ZOOM MODE"uit.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ZOOM MODE
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets SPOT
Deinstalling wordt onmiddelijk overgenomen.
Na het activeren van de spot-zoomfunctie wordt in het INFO-menu „SP" aangegeven.
Bepaald door het systeme worden de extended-zoomfunctie voor objectieven met een brandpuntsafstand waar 85mm (kleinbeeld-formaat) ondersteund.
De camera要去en CPU-objectief zich uitgerust en de gevevens van het objectief doorgveen maar de flitser.






ZOOM SIZE
ZOOM MODE
STANDBY


ZOOM MODE
EXTENDED
STANDARD
SPOT
11.2.3 Standaard-zoomfunctie
In de standard-zoomfunctie worden de zoomstand van de reflector aangepast aan de brandpuntsafstand van het objectief op de camera.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ZOOM MODE"uit.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets ZOOM MODE
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets STANDARD
Deinstalling wordt onmiddelijk overgenomen.

11.2.4 Aanpassing aan het opname-formaat (Zoom-Size)
Bij sommige typen digitale camera's kan de aanuiding voor de stand van de reflector worden aangepast aan het formaat van de opnamechip (de afmetingen van het opname-element) met de functie zoommaat.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ZOOM SIZE". - Druk in het aanraakschem op de sensortoets ZOOM SIZE
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ON instelling treedt onmiddelijk in werkung.
Na het activeren van de zoom size-functie wordt in het INFO-menu „ZOOM SIZE" aangegeven.
Bij camera's die de aanpassing aan het opnameformaat Niet ondersteunen kan de functie van instelling van de zoommaat Niet worden ingesteld!
11.3 AF-BEAM (AF-hulplicht)
Wanner het AF-meetsystem van een digita- le AF-spiegelreflexcamera vanwege te lage omgevingshelderheid Niet kan scherpstellen, wordt door de camera het in de flitser ingebouwde AF-hulplicht ③ geactiveerd. Dit projecteert een streeppatroon op het onderwerp, waarop de camera dan kan scherpstellen.
Met de functie „AF-BEAM" kan het AF-hulplicht in- of uitgeschakeld worden.
De reikwijdte bedraagt ong. 6 m ...9m (bij standaardobjectief F/1,7, f=50mm). Vanwege de parallaxussen objectief en AF-hulplicht in de flits, ligt de dichtbigrgens met AF-hulplicht op ong. 0,7 tot 1 m.
Om het AF-hulplicht op de camera te activieren, moet op de camera AF-functie op "Single-AF (S)" staan ingesteld en op de flitser要去 de flitsparaatheid zich aangegeven.
Sommige cameramodellen ondersteunen alleen het in de camera ingebouwde AF-hulplicht. Het AF-hulplicht van de flitser wordt dan Niet geactiveerd (bijv. bij compact-camera's; zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
Lichtzwakke zoomobjectieven beperken de reikwijdtve van het AF-hulplicht soms behoorlijk!
Lichtzwakke zoomobjectieven beperken der reikwijdte van het AF-hulplicht soms

behoorlijk. Wordt een decentrale AF-sensor uitgekozen, dan worden het AF-hulplicht ⑬ in de flitser Niet geactiveerd!
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen AF BEAM".
Druk in het aanraakschem op de sensortoets AFBEAM.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets on c.q.
Deinstalling treedt onmiddelijk in werking.
11.4 Vergrendeling / ontgrendeling
De installingen op de flitser können tege onbedoeld verstellen worden vergrendel.
Druk voor het vergrendelen, c.q. het ontgren-delen 3 seconden lang op de toets

11.5 Reikwijdte aanduidden in m of ft
De aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht in het display kan in meter (M) of in voet (ft) worden aangegeven.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets ⑦, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets m/ft"uit. - Druk in het aanraakschem op de sensortoets m/ft
Druk in het aanraakschem op de sensortoets m. fit
Deinstallingtreedtonmiddelijk inwerking.
12 Flitstechnieken
Door indirect te flitsen worden het onderwerp zachter verlicht en een anders nadrukkelijke schaduw gemilderd. Bovendien worden naturukundig bepaalde lichtafal van voor-haarachtergrund verminderd.
Om indirect te konnen flitsen kan de reflector van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt.
Terevoorkoming vankleurzwemeninde opnamenoet het reflecterendevlakneutral vankleur,c.q.wit+zijn.
Let er bij het zwenken van de reflector op dat hij voldoende veruitgezwenkt worden zodat er geen rechtstreeks flitslicht uit de reflectormeer op het onderwerp kan vallen. Zwenkdaarom minstens tot de 60^ klikstand.Bij gezwenkte reflector vindt er in het displaygeen aanduiding voor de reikwijdtdeeerplaats! Als de kop van de reflector gezwenktwordt, wordt deze maar een stand van 70~mm gestuurd, zodat er geenrechtstreeks strooilicht op het onderwerp kan vallen.
Daar bij vindt er ook geen aanduiding van de flitsreikwijde en de zoomstand van de reflector plaats.
12.2 Indirect flitsen met een reflectie-kaart
Door indirect te flitsen met de ingebouwdereflectiekaart ⑧ hunnen bij personen spitslichtjes in de ogen worden verkreten:
Zwenk de reflectorkop 90^ maar boven.
Trek de reflectiekaart 8 samen met de groothoekdifusor 9 boven uit de reflectorkop maar voren.
Houd de reflectiekaart ⑧ vast en schuif de groothoekdiffusor ⑨ terug in de reflectorkop.
13 Flitssynchronisatie
13.1 Automatische sturing maar de flitssynchronisatietijd
Afhankelijk van de camera en deaarop ingestelde camerafunctie worden, zodra de flitser opgeladen is de belichtingstijd omgeschakeld aan de flitssynchronisatietijd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Kortereijden dan de flitssynchronisatietijd kannen Niet worden ingesteld, c.q. worden maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Sommige camera's hebben een synchronisatiebereik van bijv. 1/60s. tot 1/250s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke synchronisatietijd de camera dan instelt hangt af van der op ingestelde functie, van de helderheid van de omgeving en van de brandpuntsafstand van het gebruekte objectief.
Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd können, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen flitssynchronisatie wel worden gebruikt.
Bij camera's met een centraalsluiter is er geen flitssynchronisatietijd en bij de synchronisatie op korte belichtingstijden (zie 7.4) worden nicht automatisch maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. In die gevallen kan met alle belichtingstijden worden geflibst. Als u de volle energia van de flitser nodig heeft kunt u better geen kortere tijd dan 1/125s. kiezen.
13.2 Normale synchronisatie
Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichtingstijd ontstoken (=) synchronisatie bij het opengaan van de sluiter. Deze normale synchronisatie is de standardfunctie en worden door alle camera's uitgevoerd. Hij is geschikt voor de meeste flitsopnamen. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde camerafunctie de ingestelde belichtingstijd waar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld.
Gebruikelijk zijn:tijden tussen 1/30 sek.en 1/125 sek.(zie de gebruiksaanwijzing van de camera).Op de flitserverschijnt er voor deze functie geen aanduiding.
13.3 Synchronisatie bij lange belich- tingstijden (SLOW)
Bij de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW komt de beeldachtergrond bij een lage omgevingshelderheid betteruit. Dit worden bereikt door belichtingstijden die aan de omgevingshelderheid zijn aangepast. Daar bij worden door de camera automatisch belichtingstijden ingesteld die langer dan de flitssynchronisatietijd zijn (bijv. belichtingstijden tot aan 30 seconden). Bij enkele cameramodellen worden de synchronisatie bij mange belichtingstijden in bepaalde onderwerpsprogramma's (bijv. het nachtopname-programma enz.) automatisch geactiveerd, c.q. kan op de camera worden ingesteld
(zie de gelebruiksaanwijzing van de camera).
Op de flitser hoeft niets te worden ingesteld en er verschijnt ook gaan aanduiding voor deze functie.
Het instellen voor de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW moet op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om onscherpte door bewegen van de camera te voorkomen!
13.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)
Sommige camera's bieden de mogelijkheid tot synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR).
Daar bij worden de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken.
Dit is vooral geschikt bij belichtingen met een langere belichtingstijden (>1 / 30s.) en bewegende onderwerpen die een eigene lichtbron voeren, waar dat die bewegende onderwerpen dan een Lichtstaart acheer zich trekken inplaats van -zoals bij synchronisatie bij het opengaan van de sluiter -voor zich opbouwen. Zo worden bij bewegende lichtbronnen een naturelijkweergave van de opnamesituatie verkreten!
Afhankelijk van de er op ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden in dan de flitssynchronisatietijd.
De REAR-functie moet op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Op de flitser worden de REAR-functie nicht aangegeven.

CONTRAST
BRIGHTNESS

CONTRAST
High
Middle
Low
14 Touch-display installingen
14.1 Contrasten
Het contrast in het aanraakschem kan in drie stappen worden ingesteld.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets Service.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toetsen CONTRAST"uit.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets CONTRAST - Druk in het aanraakschem op de sensortoets:
High voor hoog contrast.
Middle voor gemiddeld contrast of op.
Low voor laag contrast.
De instelling treedt onmiddelijk in werking




SERVICE OPTION
BRIGHTNESS
ROTATION


CONTRAST
High
Middle
Low
Dehelderheid van het aanraakschemkan indrie stappen worden ingesteld.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets SERVICE.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen BRIGHTNESS"uit.
- Druk in het aanraakschem op de toets BRIGHTNESS
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets:
High voor maximale helderheid.
Middie voor gemiddeldehelderheid of op.
Low voor lage helderheid.
Deinstalling treedt onmiddelijk in werking

14.3 Rotation (Rotatie)
Bij het zwenken van de flitskop in horizontalerichting kan de beeldschermweergave eveneens gezwenkt worden.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets SERVICE.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ROTATION"uit.
- Druk in het aanraakschem op de toets ROTATION.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ON.
Deinstalling treedt onmiddelijk in werking.

15 Onderhoud en verzorging
Verwijder vuil en stof met een zachte, droge of met siliconen behandelde doeck.
Gebruik geen schoonmaakmiddel - de kunststofonderdelen zouden beschadigd können worden.
15.1 Update van de firmware
De firmwareversie (in het voorbeeld V1.0) van de flitser wordt na het inschakelen in het startschem getoond.
USB-aansluiting ⑪ worden geactualiseerd en binnen het technische kader aan de functies van toekomstige camera"s worden aange-past.
Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage www.metz.de
15.2 Het formeren van de flitscondensator
De in de flitser ingebouwde flitscondensator is onderhevig aan een naturukundige verandering, als het apparaat gedurende een langerearend Niet wordt ingeschakeld. Het is daarromoodzakelijk, het apparaat eens perkwartaal gedurende ong. 10 minuten in te schaken. De voeding moet waar bij zoveel energia leveren, dat de flitser zeker binnen 1 minuut na het inschaken paraat is.


15.3 Reset
De flitser kan maar de fabrieksinstelleningen worden teruggezet.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets SERVICE.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen l RESET"uit.
- Druk in het aanraakschem op de toets RESET.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ON.
De instelling treedt onmiddelijk in werkinge en de flitser worden teruggezet in de stand als bij aflevering.
Firmware-updates van de flitser gelden hier bij nicht!
16 Troubleshooting
Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitser onzninnige aanduidingen versusijnen of dat de flitser Niet functioeert zoals hij op grond van zichin instellenen zou behoren te doen, schakel de flitser dan gedurende ont. 10 seconden met de hoofdschakelaar ② uit. Controller of hij cor- rect in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellen.
Vervang de batterijen, c.q. de accu's gegen neuewe, c.q. vers opgeladen accu's!
De flitser zou nu na het inschakelen wee "normaal" moeten functioneren. Als dit nicht het geval is, ga er dan mee maar uw fotohandelaar.
Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen können optreden. Onder elk punt zijn möglichke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.
In het display verschijnt de reikwijdte Niet.
- Er heeft geen uitwisseling van gevevensCUSSEN camera en flitser plaatsgevondenTip de ontspanknop op de camera even aan.
- De reflector staat nicht in de normale stand.
De AF-meetflits van de flitser worden nicht geactiveerd.
- De flitser is nicht paraat.
- De camera staat nicht in de functie „Single-AF (S".
- De camera ondersteunt alleen de eigien, interne AF-meetflits.
- Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor worden gekozen, worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd!
Activeer de centrale AF-sensor!
- De functie „AF-BEAM" is uitgeschakeld. Voor het instellen van „AF-BEAM", zie 11.4.
De stand van de zoomreflector worden nicht automatisch aangepast aan de actuèle zoomstand van het objectief.
- De camera geeft geen gegevens door maar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU.
-
De flitser werk in de manual zoominstellung „MZoom". Schakel om maar autozoom (zie 11.2.3).
-
De reflector isuit+zijnstandaard positie gezwenkt.
- De groothoekdifusor is voor de reflector geklapt.
- Voor de reflector is een Mecabounce aangebracht.
De diafragma-instelling op de flitser worden nicht automatisch aan die van het objectief aangepast.
- De camera geeft geen gevevens door maar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gevevens tussen camera en flitserplaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU.
In het display knippert de aanuiding voor de zoomstand van de reflector.
- Waarschuwing voor schaduwvorming aan de randen van het beeld: De op de camera ingestelde brandpuntsafstand van het objectief (omgerekendaar het 35mm Kleinbeeldformaat 24× 36 iskleiner dan de ingestelde zoomstand van de reflector.
Deinstalling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-flitsbelichting werkt Niet.
- De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser Niet.
De automatische omschakeling maar de flitssynchronisatietijd vindt Niet plaats.
- De camera werkkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera's). Er hooft waar bij geen omschakeling maar een flits-synchronisatietijdplaats te vinden.
- De camera werkkt met synchronisatie bij korte belichtingstijden FP (cameraintelling). Er vindt geen omschakeling maar de flitssynchronisatietijdplaats.
- De camera werkkt met een langere belich-tingstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie worden waar bij Nietaar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
De opname zich te donker.
- Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits.
Let op: bij indirect flitsen vermindert de reikwijdtve van de flits. - Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor worden het meetsysteme van de camera, c.q. van de flitser bevindloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.
De opnamen zich te Licht.
Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand moet worden aangehouden om overbelichting te vermijden.
De minimumafstand tot het onderwerp moet minstens 10% bedragen van de maxi-male reikwijdte van het flitslicht.
De diafragmawaarde F zich op de flitser Niet te verstellen.
- Tussen camera en flitser vindt een digitaleuitwisseling van gegevens laats. Het verstellen van diafragmawaarde is alleen nicht mogelijk!
Richtgetallen bij ISO 100 / 21^ ,Zoom 105 mm:
in het metersystem: 52
in het feetsystem: 170
Flitsfuncties :
TTL, Manuell M, Automatische synchronisatie bij korte belichtings-tijden TTL FP, M FP, Remote-slaaflitsfunctie, Servo-flitsfunctie.
Met de hand instelbare deelvermogens:
P1/1... P1/ 128 in stappen van een derde
P1/1... P1/64 in synchronisatie bij korte belichtingstijden (FP)
Flitsduur zie Tabel 2 (S. 256)

Kleurtemperatuur: ong. 5600 K
Lichtgevoeligkeit : ISO 6 tot ISO 51200
Synchronisatie:
Laagspannings-IGBT-ontsteking
Aantallen flitsen, zie Tabel 3 (S. 257)
Flitsvolgtijd, zie Tabel 3 (S 257)
Verlichtingshoek :
Reflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 × 36 ).
Met groothoekdiffusor vanaf 12 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36).
Zwenkbereiken en klikstanden van de reflectoren:
Naar boven: 45^60^75^90^
Tegen de wijzers van de klok in:
60^90^120^150^180^
Richting wijzers van de klok:
60^90^120^
Flitser zonder stroobronnen: ong. 346 g
De levering omvat:
Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing,
Voetie voor flitsers S60, Belt zakje T58.
18 Bijzondere toebehoren
Voor foute werkung van en schades aan de mecablitz,veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten,zijn wij Niet aansprakelijk!
- mecabounce Diffuser MBM-02
(Bestelnr. 000001908)
Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting.
De werkking is verbluffend, bzw. de Foto's een zicht effect krijgen. De gelaatskleur van personen worden natuurlijker weergegeven.
De flitsreikwijdte worden ongeveer de helft korter.
- Reflexschirm 58-23
(Bestelnr. 000058235)
Verzacht door+zijn zacht,gerichte licht,harde slagschaduwen.
Voetie voor flitsers S60
(Bestelnr.000000607)
Voetje om flitsers als slaaf in op te stellen.
Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!

Afvoeren van de batterijen
Batterijen horen nicht bij het huisvuil.
S.v.p. de batterijen bij een waarvoor bestem in Zamelpunt afgeven.
S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.
Batterijen / accu's就是在de regel ontladen wonneer het waarvoor gebruikte apparaat - de batterijen na langer gebruik Niet meer goed functioneren.
Om kortsluiting te voorkomen,要去 de batterijpolen met plankband worden afgeplakt.
Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materiaalen en componenten die gerecycled hun worden en dus geschikt zich voor hergebruik.
Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zich levensduur gescheiden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd.
Breng dit apparaat waar een van deplaatselijke verzamelpunten of waar een kringloopwinkel.
Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen
Introduction 131
Tabel 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1/1)
Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled hunnen worden en dus geschikt zichoor hergebruik.

Dit symbolism betektent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zich levensduur geschienen van het huisvuil apart moet worden ingeleverd.
Breng dit apparaat waar een van deplaatselijke verzamelpunten of waar een kringloopwinkel.
Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.

In het kader de CE-markering werk bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.
SCA Contacten nicht aanraken! In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden.










Avertenza:

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!