Mecablitz M400 - Flits METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Mecablitz M400 METZ in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Gidsgetal: 40 (ISO 100, 105 mm) |
|---|---|
| Type flitser | Elektronische flitser |
| Oplaadtijd | Ongeveer 0,5 tot 5 seconden |
| Bedieningsmodi | Automatisch, handmatig, multi-flits |
| Compatibiliteit | Digitale spiegelreflex- en systeemcamera's |
| Gebruik | Ideaal voor portret-, trouw- en evenementfotografie |
| Onderhoud | Reinig regelmatig de contacten en het oppervlak van de flitser |
| Reparatie | Reparatie aanbevolen door een erkende professional |
| Veiligheid | Niet blootstellen aan vocht of extreme temperaturen |
| Algemene informatie | Gewicht: 300 g, Afmetingen: 10 x 7 x 12 cm |
Veelgestelde vragen - Mecablitz M400 METZ
Gebruikersvragen over Mecablitz M400 METZ
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Flits in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Mecablitz M400 - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Mecablitz M400 van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING Mecablitz M400 METZ
Bedienungsanleitung, Mode d'emploi, Gebruiksaanwijzing,
1 Veiligheidsinstructies....92
2 Dedicated flitsfuncties ..... 94
3 Flitser gereedmaken....95
3.1 Voeding....95
3.2 Het aanbrengen van de flitser 96
3.3 In- en uitschakelen van de flitser....96
3.4 Het keuzemenu 96
3.5 Het menu OPTIES....97
3.6 INFO 97
3.7 Automatische uitschakeling / Auto - OFF ..... 97
4 OLED-aanduidingen op de flitser 98
4.1 Flitsparaatheids aanduiding....98
4.2 Belichtingscontrole....98
5 Aanduidingen in het display 99
5.1 Aanduiding van de flitsfunctie 99
5.2 Aanduiding van de reikwijdte....99
5.2.1 Reikwijdte in TTL-/TTL HSS-flitsfunctie .....99
5.2.2 Aanduiding van de reikwijdte in de functie van met de hand in te stellen flitser .... 100
5.2.3 Overschrijding van het bereik van de aanduidingen.....100
6 anduidingen in de zoeker van de camerar....100
7 Flitsfuncties .... 101
7.1 De AUTO-flitsmodus....101
7.2 TTL met flits vooraf en ADI-meting 101
7.3 Manual flitsfunctie....102
7.4 Automatische synchronisatie bijkorte belichtingstijden (HSS). . 103
7.5 LED-videolicht 104
7.6 Favoriete programma....105
8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting ..... 106
9 Bijzondere functies .... 107
9.1 Motorische zoominstelling van de reflector („Zoom“) ..... 107
9.1.1 Autozoom....107
9.1.2 Manual zoomfunctie....107
9.2 Groothoekdiffusor....109
9.3 mecabounce Diffuser MBM-04....109
10 Flitsen met bediening op afstand ..... 110
10.1 Remote master-functie ..... 110
10.1.1 Kanaal instellen.... 111
10.1.2 Flitsfunctie van de Master instellen ..... 112
10.1.3 Verhoudingsregeling (RATIO) 113
10.2 Remote-slaafflitsfunctie ..... 115
10.2.1 Slaafkanaal instellen.... 115
10.2.2 Slaafgroep instellen .... 116
10.2.3 Slaaffunctie instellen .... 116
10.2.4 Slaaf- deelvermogen instellen 117
10.2.5 Slaaf- deelvermogen / belichtings-correctie instellen ... 117
10.3 SERVO-functie 118
10.3.1 SERVO-flitsfunctie instellen 118
10.3.2 Onderdrukking van de flits vooraf, c.q. het instellen van de synchronisatie 119
10.3.3 Deelvermogen in de SERVO-functie ..... 119
10.3.4 Leerfunctie 119
11 OPTION-Menu.... 120
11.1 Automatische zoom-regeling (A-ZOOM) ..... 120
11.2 Handmatige zoom-regeling ..... 120
11.3 AF-hulplicht (AF-BEAM)....121
12 Flitstechnieken....122
12.1 Indirect flitsen....122
12.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart ..... 122
13 Flitssynchronisatie....123
13.1 Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd.....123
13.2 Normale synchronisatie....123
13.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW)....123
13.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2) 124
14 Display instellingen 125
14.1 Helderheid 125
14.2 Reikwijdte aanduidden in m of ft (UNIT) 125
15 Onderhoud en verzorging .... 126
15.1 Update van de firmware 126
15.2 Het formeren van de flitscondensator....126
15.3 Fabrieksinstellingen (RESET) 126
16 Troubleshooting....127
17 Technische gegevens....129
18 Bijzondere toebehoren 130
Tabel 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1/1)....266
Tabel 2: Flitsduur en deelvermogensstappen ..... 267
Tabel 3: Max. Richtgetallen bij de HSS/FP functie....267
Tabel 4: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes....268
Voorwoord
Wij bedanken u voor uw beslissing een Metz-product aan te schaffen.
Wij verheugen ons u als klant te kunnen begroeten.
Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten, uw flitser in gebruik te nemen.
Het is echter lonend om de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dan kunt u leren, zonder problemen met het apparaat om te gaan.
Deze flitser is geschikt voor:
- Digitale Sony camera's met TTL-flits vooraf en ADI-meting.
Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser niet geschikt!
Sla s.v.p. ook de flap aan het einde van de gebruiksaanwijzing open.
Toelichting
Vingerwijzing, aanwijzing
Opgelet – extreme belangrijke veiligheidsaanwijzing
Gebruiksdoel
Deze flitser is uitsluitend bedoeld voor het verlichten van onder-werpen in het fotografisch bereik. Hij mag alleen met de in deze gebruiksaanwijzing beschreven toebehoren, c.q. de door Metz aangegeven accessoires worden gebruikt.
De flitser mag voor geen andere doeleinden dan de hierboven vermelde worden gebruikt.
1 Veiligheidsinstructies
In de omgeving van ontvlambare gassen of vloei stoffen (benzine, oplosmiddelen enz.) mag de flitser in geen geval worden ontstoken. GEVAAR VOOR EXPLOSIE!!
Flits nooit vanaf korte afstand rechtstreeks in de ogen! Rechtstreeks in de ogen van personen of dieren flitsen kan leiden tot beschadiging aan het netvlies en daardoor ernstige zichtstoringen veroorzaken - tot blindheid toe!
⚠ Fotografeer nooit berijders van auto, bus of mo torfiets, fietsers of treinbestuurders tijdens de rit met een flitser. Door de verblinding kan de berijder een ongeluk krijgen dan wel veroorzaken!
Indien het huis zo zeer beschadigd is, dat het interieur open ligt, mag de flitser niet meer worden gebruikt. Neem dan de batterijen er uit! Raak de binnenliggende onderdelen niet aan. HOOGSPANNING!
⚠️ Raak na meervoudig flitsen de voorzetschijf niet aan. Gevaar voor brandwonden!
⚠ Demonteer de flitser niet!
HOOGSPANNING!
Reparaties kunnen uitsluitend door een geautoriseerde service worden
uitgevoerd
- De flitser is alleen bedoeld en toegelaten voor gebruik in de fotografie.
- Gebruik uitsluitend de in de handleiding aangegeven en toegelaten stroombronnen.
- Batterijen niet openen of kortsluiten!
- Stel de batterijen nooit bloot aan hoge temperaturen zoals intensieve zonnestraling, vuur of dergelijke!!
- Verbruikte batterijen / accu's niet in open vuur gooien.
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!
- Haal lege batterijen onmiddellijk uit het apparaat! Uit verbruikte batterijen kunnen chemicaliën lekken (het zogenaamde uitlopen) die tot beschadiging van het apparaat leiden!
- Batterijen mogen niet worden opgeladen!
- Stel het apparaat niet bloot aan drup- of spatwater!
- Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar hem bijvoorbeeld niet in het handschoenenvakje van uw auto.
- Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser vóór gebruik acclimatiseren!
-
Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geen licht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag niet vuil zijn. Als u hierop niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector kunnen verbranden.
-
Bij flitsseries met vol vermogen en korte flitsvolgtijden moet u er op letten, dat u na telkens 20 flitsopnamen een pauze van minstens 3 minuten inlast!
- Bij serieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden wordt de groothoek-diffusor bij zoomstanden van 35 mm en minder, flink heet!
- De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
2 Dedicated flitsfuncties
Dedicated flitsfuncties zijn speciaal op het camera-systeem ingestelde flitsfuncties. Afhankelijk van het type camera worden daarbij verschillende flitsfuncties ondersteund.
- Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker/monitor van de camera
- Automatische sturing van de flitssynchronisatie- tijd
- ADI-meting en TTL met flits vooraf
- Manual-flitsfunctie
- Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
- Synchronisatie bij het open- of dichtgaan va de sluiter (REAR)
• Automatische HSS-synchronisatie bij TTL en M - Automatische sturing van de motorische zoomreflector
- Sturing van de AF-meetflits
- Automatische aanduiding van de flitsreikwijdte
- Draadloze afstandssturing voor flitsen
- Servo-flitsfunctie
- Wake-Up-functie voor de flitser
• Automatisch geprogrammeerd flitsen

In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het niet mogelijk, alle cameramodellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie daarvoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zelf moeten worden ingesteld!
Bij het gebruik van objectieven zonder CPU (bijv. objectieven zonder autofocus) treden ten dele beperkingen op!
3 Flitser gereedmaken
3.1 Voeding
De flitser kan naar keuze worden gevoed uit:
- 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capaciteit dan de NiCd-accu en zijn minder bezwaarlijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
- 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
- 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrijevoeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.


Gebruik alleen de hierboven aangegeven stroombronnen. Bij het gebruik van andere stroombronnen ontstaat het gevaar dat de flitser beschadigd raakt.
Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. uit.
Het vervangen van de batterijen
De accu's batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt, als de flitsvolgtijd (= tijd tussen het ontsteken van een flits met volle energie, bijv. bij M, tot het hernieuwd oplichten van de paraatheidsaanduiding) langer duurt dan
60 seconden. Bovendien verschijnt in het aanraakscherm de aanduiding Batterij-indicator.
- Schakel de flitser uit, druk daarvoor zolang op de toets ⏻⑦ tot alle aanduidingen verdwenen zijn.
- Haal de flitser van de camera en schuif de klep van het batterijvak naar beneden om het open te klappen.
- Plaats de batterijen in de lengterichting volgens de aangegeven batterijsymbolen in het batterijvak.
- Sluit de klep van het batterijvak en schuif deze naar boven.
Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen kunnen het apparaat vernielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door dezelfde batterijen van één type fabrikant, met gelijke capaciteit!
Verbruikte batterijen horen niet in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de daarvoor bestemde verzamel- plaatsen!


3.2 Het aanbrengen van de flitser
Flitser op de camera monteren
Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- Verwijder het beschermkapje van de unit basis.
- De gekartelde moer ⑪ tot de aanslag tegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in het huis van de flitser verzonken.
- Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
- De gekartelde moer ⑪ tot de aanslag tegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zodat het oppervlak van de camera niet wordt beschadigd.
Flitser van de camera afnemen
Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen!
- De gekartelde moer ⑪ tot de aanslag tegen het huis van de flitser draaien.
- Flitser uit de accessoireschoen schuiven.




3.3 In- en uitschakelen van de flitser
- Schakel de flitser via de starttoets ⑦ in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt daarna altijd in met de het laatste gebruikte functie.
In de standby-functie knippert de toets Ⓤ⑦ rood. Om dit uit te schakelen moet u zo lang op de toets Ⓤ⑦ drukken tot alle aanduidingen zijn verdwenen.
Als u denkt, dat u de flitser gedurende langere tijd niet gaat gebruiken, bevelen wij aan om de flitser met de toets ⏻ ⑦ auit te schakelen en de stroombronnen eruit te nemen.
3.4 Het keuzemenu
- Toets ⑧indrukken, het keuzemenu verschijnt.
Met de toetsen 78 kunt u de gewenste modus selecteren.
AUTO, zie 7.1
TTL, zie 7.2
TTL HSS, zie 7.4
M, zie 7.3
M HSS, zie 7.4
LED, zie 7.5
REMOTE MASTER, zie 10.1
REMOTE SLAVE, zie 10.2
SERVO, zie 10.3
F1 / F2, zie 7.6
3.5 Het menu OPTIES
- Toets >indrukken, het menu ve OPT. schijnt.
Met de toetsen ⑧ kunt u, afhankelijk van de modus, de opties selecteren.
ZOOM (reflectorstand), zie 9.1
STANDBY (aut. uitschakeling van het apparaat), zie 3.7
AF BEAM (AF-hulplicht), zie 11.3
DISPLAY (helderheid), zie 14.1
UNIT (meter / voet), zie 14.2
RESET, zie 15.3
GROUP ^3) (slaafgroep), zie 10.2.3.
SYNC ^4) , zie 10.4.2
2) alleen in de functie als master
3) alleen in de functie als slaaf
4) alleen bij SERVO-functie.
De weergave van de flitsparameters is afhankelijk van de gekozen flitsfunctie.
3.6 INFO
De actuele instellingen van de flitser kunnen tijdens het gebruik aangegeven worden.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en ingedrukt houden. Het veldrijnt.
De weergave is afhankelijk van de gekozen modus en opties.
3.7 Automatische uitschakeling / Auto - OFF
In de fabriek wordt de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 3 minuten -
• na het inschakelen,
- na het ontsteken van een flits,
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera,
- na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera ...
... in de standby-functie schakelt (AUTO OFF) in om energie te besparen en de stroombronnen tegen onbedoeld ontladen te beschermen. De geactiveer-de automatische uitschakeling wordt in het INFO-display aangegeven. De flitsparaatheidsaanduiding ⑦ en de aanduidingen op het LC-display doven.
In de standby-functie knipper de toets ⏻⑦ rood.
De het laatst ingestelde flitsfunctie blijft na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddellijk weer ter beschikking. De flitser wordt door te drukken op de toets ◇ ⑨, c.q. door het aantippen van de ontspanknop op de camera (=Wake-upfunctie) weer ingeschakeld.
In de SLAVE/SERVO functie is de automatische uitschakeling van de flitser niet actief.
Als u de flitser langere tijd niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altijd via zijn hoofdschakelaar ⏻⑦ uit!
De flitser schakelt zich ong. 1 uur na het laatste gebruik geheel uit.




flowchart
graph TD
A["+"] --> B["OPT."]
B --> C["ZOOM / STANDBY / AF-BEAM"]
C --> D["◇"]
D --> E["STANDBY"]
E --> F["OFF / ON"]
F --> G["◇"]
Het instellen van de automatische uitschakeling
- Schakel de flitser via de toets ⑦ in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt daarna altijd in met de het laatst gebruikte flitsfunctie.
- Toets >indrukken, het menu verschijnt.
- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.


- Toets ◇ ⑨ indrukken en het menu openen.
- Met toets ⑧ de menuregel s ON en.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
In de Standby-functie knippert de toets ⏻⑦ rood.

4 OLED-aanduidingen op de flitser
4.1 Flitsparaatheids aanduiding
Zodra de flitscondensator is opgeladen licht op de flitser de toets ⏻ ⑦ groep op en geeft daarmee aan dat de flitser gereed is om te flitsen (flitsparaatheid).
Dat betekent dat voor de eerstvolgende opname flitslicht kan worden gebruikt. De flitsparaatheid wordt ook naar de camera overgebracht en zorgt in de zoeker daarvan voor de betreffende aanduiding. Als u een opname maakt voordat in de zoeker van de camera de signaal dat de flitser is opgeladen, ontsteekt de flitser geen flits. De opname kan dan mogelijk foutief worden belicht wanneer de camera al naar de flitssynchronisatietijd is omgeschakeld (zie 13.1).
4.2 Belichtingscontrole
In het display licht het OK-symbol circa 3 seconden op als de opname in de flitsmodi TTL voorflits-TTL en ADI-meting, en in de automatische modus (zie 7.1) correct is belicht!
Volgt deze aanduiding van de belichtingscontrole na de opname niet, dan werd de opname onderbelicht.
U moet dan:
- het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen (bijv. in plaats van diafragma 8, diafragma 11), of
- de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterend vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen of
- de camera een hogere ISO-waarde instellen.

Let in het display van het flitsapparaat op de aanduiding van de reikwijdte van de flits (zie 5.2).
5 Aanduidingen in het display
De camera's geven de waarden van ISO, brandpunt-safstand van het objectief (mm) en diafragma door naar de flitser.
Deze past zijn vereiste instellingen automatisch daaraan aan. Hij berekent uit die waarden en zijn richtgetal de maximale reikwijdte van het flitslicht.
De flitsmodus en het bereik worden weergeven in het display van de flitser.
Als de flitser wordt gebruikt zonder dat hij gegevens van de camera heeft ontvangen, worden de op de flitser ingestelde waarden aangegeven.
5.1 Aanduiding van de flitsfunctie
In het display wordt ingestelde flitsfunctie aangegeven. Daarbij zijn, afhankelijk van het type camera verschillende voor de telkens ondersteunde TTL-flitsfunctie (bijv en ) en de TTLTTL HSS manual flitsfunctie mogelijk (zie 7.4).
5.2 Aanduiding van de reikwijdte
Als de camera is voorzien van een objectief met CPU, verschijnt in het display een aanduiding van de reikwijdte
Hiervoor moet een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats hebben gevonden, bijvoorbeeld door het aantippen van de ontspanknop op de camera. De reikwijdte kan zowel in meters (m) of in feet (ft) worden aangegeven (zie 14.2).

Er verschijnt geen aanduiding van de reikwijdte...
- als de kop van de reflector uit zijn normale positie (naar boven of zijwaarts) is gezwenkt,
- Wanneer de flitser in de REMOTE MASTER; REMOTE SLAVE, SERVO, of AUTO-flitsfunctie werkt.
5.2.1 Reikwijdte in TTL-/TTL HSS-flitsfunctie
In de TTL-flitsfuncties (en ; TTLTTL HSS
zie 7.2) wordt in het display de waarde voor de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven.
De aangegeven waarde geldt voor een reflectiegraad van het onderwerp van 25%, wat voor de meeste opnamesituaties een correcte waarde is.
Grote afwijkingen van deze reflectiegraad, bij zeer sterk of juist zeer zwak reflecterende onderwerpen kunnen de reikwijdte van het flitslicht beïnvloeden. Het onderwerp moet zich in een bereik van ongeveer 40% tot 70% van de aangegeven waarde bevinden. De elektronica heeft dan voldoende speelruimte voor een goede belichting.
Om overbelichting te voorkomen mag de afstand tot het onderwerp niet kleiner zijn dan 10% van het maximale bereik.
Het aanpassen aan de betreffende opname-situatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmao-pening van het objectief worden bereikt.
5.2.2 Aanduiding van de reikwijdte in de functie van met de hand in te stellen flitser
In de functie van de met de hand in te stellen (manual) flitser M wordt in het display de afstandswaarde aangegeven die voor het correct belichten van het onderwerp aangehouden moet worden. Het aanpassen aan de heersende opnameomstandigheden kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde op het objectief of door het kiezen van een met de hand in te stellen deelvermogen (zie 7.3) worden bereikt.
5.2.3 Overschrijding van het bereik van de aanduidingen
In het display kunnen reikwijdten tot maximaal 99 m, c.q. 99 ft worden aangegeven.
Bij hoge ISO-waarden en grote diafragmaopeningen kan het bereik van de aanduidingen worden overschreden.
Dit wordt door een pijl, c.q. driehoekje achter de afstandswaarde aangegeven.
6 Aanduidingen in de zoeker van de camerar
Voorbeelden van aanduidingen in de zoeker van de camera:
Flitssymbool licht op:
De flitser is klaar om te flitsen (bij sommige camera's).
Flitssymbool knippert langzaam:
Scakel de flitser in.
Basiscorrectie bij een foute belichting:
- Bij te ruime belichting: niet flitsen!
- Bij te krappe belichting: schakel de flitser in of gebruik een statief en een langere belichtingstijd. In de verschillende belichtings- en automatische programma's kunnen er verschillende redenen zijn voor het optreden van een foute belichting.
Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt.
7 Flitsfuncties
Afhankelijk van het type camera staan u de volgen- de flitsfuncties ter beschikking:
- Automatisch flitsenfunctie ( ), AUTop. 7.1
• TTL-met flits vooraf ( ), dTfap. 7.2 - Manual flitsfunctie ( ), cMap.7.3
- Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (HSS), chap. 7.4
- fMASTER , chap. 10.1
- fSLAVE, chap. 10.2
- fuSERVO, chap. 10.4.
Voor het instellen van de flitsfuncties TTL HSS en moMt er HSS een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser hebben plaatsgevonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop van de camera
7.1 De AUTO-flitsmodus
Met de AUTO-flitsmodus is de flitser eenvoudig te gebruiken bij het maken van een opname. Aparte fnstellingen op de flitser zijn hierbij niet nodig. De AUTO-flitsmodus is bedoeld voor een vereen voudigd gebruik van de flitser voor digitale camera's zonder instellingen, resp. de cameramodus "Programma P" en het volautomatische programma.
7.2 TTL met flits vooraf en ADI-meting
De TTL met flits vooraf en de ADI-meting zijn digitale TTL-flitsfuncties en nieuwe ontwikkelingen van de TTL-flitsfuncties van analoge camera's. Bij de opname wordt dan, voor de eigenlijke belichting, een nagenoeg onzichtbare meetflits door de flitser afgegeven. Het door het onderwerp gereflecteerde licht wordt door de camera geëvalueerd. Overeenkomstig deze evaluatie wordt de eerstvolgende flitsbelichting door de camera aan de opnamesituatie aangepast (zie voor details de gebruiksaanwijzing van uw camera). Bij de ADI-meting worden bovendien gegevens betreffende de afstandsinstelling van het objectief bij het flitsen meegerekend. De keuze, c.q. instelling van de flitsfuncties TTL met flits vooraf of ADI-meting moet op de camera zelf plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Op de flitser moet de flitsfunctie enTTL AUTO worden ingesteld.

text_image
MODE AUTO TTL TTL HSS TTL 7,9m EVHet instellen van de flitsfunctie
- Schakel de flitser met de toets ⑦ in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt altijd in met de het laatst gebruikte flitsfunctie.
- Toets ⑧ indrukken, het keuzemenu verschijnt.
- Met de toetsen ⑧ de modus selecteren.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen modus bevestigen.
- Stel op de camera een overeenkomende functie in, bijv. P, S, A, enz.
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden.
7.3 Manual flitsfunctie
In de manual flitsfunctie M wordt door de flitser altijd het volle vermogen afgegeven, als er geen deelvermogen is ingesteld. Het aanpassen aan de opnamesituatie kan bijv. door de instelling van het diafragma op de camera of door het kiezen van een geschikt, met de hand in te stellen deelvermogen plaatsvinden.
Het instelbereik strekt zich uit van P 1/1 tot P1/256 in de funMtie, P 1/1 tot P1/32 in de MHSS functie.
In het display wordt de afstand aangegeven waarbij het onderwerp correct wordt belicht (zie 5.2).
Het instellen van de flitsfunctie
- Schakel de flitser met de toets in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt altijd in met de het laatst gebruikte flitsfunctie.
- Toets ⑧indrukken, het keuzemenu verschijnt.
-
Met de toetsen ⑧ de modus selecteren.
-
Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen modus bevestigen.
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser ontstaat.


Sommige camera's ondersteunen de handinstelling van de flitser alleen in de camerafunctie M (manu-ell). In andere camera's verschijnt er een foutmelding in het display en wordt het ontspannen geblokkeerd.
Met de hand in te stellen deelvermogens
In de met de hand uit te voeren instelling van de flitsfunctie kan een deel van het flitsvermogen worden ingesteld.
Het instellen
- Met de toetsen 18 het gewenste flitsvermogen (P) instellen. De afstandsindicatie wordt aangepast aan het ingestelde flitsvermogen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking en wordt automatisch opgeslagen.
De aanduiding van de afstand van de reikwijdte wordt automatisch aan het deelver-mogen (zie 5.2) aangepast.
7.4 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (HSS)
Verschillende camera's ondersteunen de automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met deze flitsfunctie is het mogelijk, ook bij kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd een flitser te gebruiken.
Deze functie is interessant bij bijv. portretten in een heldere omgeving, als door een ver geopend diafragma (bijv. F 2,0) de scherptediepte begrensd moet worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de functie TTL M en .
Natuurkundig bepaald wordt door deze synchronisatie bij korte belichtingstijden het richtgetal en daarmee tevens de reikwijdte van de flitser behoorlijk ingeperkt!
Let daarom op de aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser!
De synchronisatie bij korte belichtingstijden wordt automatisch uitgevoerd als op de camera met de hand, of automatisch door het belichtingsprogramma, een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd is ingesteld.
Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de synchronisatie bij korte belichtingstijden mede afhangt van de gekozen belichtingstijd:
hoe korter de belichtingstijd, des te lager het richtgetaal! De synchronisatie bij korte belichtingstijden wordt automatisch uitgevoerd als op de camera met de hand, of automatisch door het belichtingsprogramma, een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd is ingesteld.

Het instellen van de functie
- Schakel de flitser met de toets ⏻ ⑦in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt altijd in met de het la gebruikte flitsfunctie.
- Tip de ontspanknop van de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden.
- Toets ⑧ indrukken, het keuzemenu verschijnt.
- Met de toetsen Ⓤ de modus d TTL HSS M HSS selecteren.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen modus bevestigen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.
Als op de flitser de synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS is geactiveerd, wordt synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) automatisch gedeactiveerd!

flowchart
graph TD
A["MODE"] --> B["MHSS"]
B --> C["LED"]
C --> D["MASTER"]
D --> E["◇"]
E --> F["LED"]
F --> G["E"]
7.5 LED-videolicht
Met de modus LED, resp. videolicht, kunt u de video-opname van dichtbij verlichten.
Het instellen van de functie
- Schakel de flitser met de toets ⑦in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt altijd in met de het laatst gebruikte flitsfunctie.
- Toets ⚫ indrukken, het keuzemenu verschijnt.
-
Met de toetsen ⑧ de modus LED selecteren.
-
Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen modus bevestigen.
- Met de toetsen ⑧ de gewenste helderheid instellen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.

flowchart
graph TD
A["≡"] --> B["MODE"]
B --> C["SERVO"]
C --> D["F1"]
C --> E["F2"]
D --> F["◇"]
E --> G["◇"]
F --> H["F1"]
G --> I["LOAD"]
G --> J["SAVE"]
H --> K["◇"]
Bij flitsfotografie zijn er steeds terugkerende standaardsituaties (b.v. een verjaardag vieren in een woonkamer). De mecablitz biedt de mogelijkheid de instellingen voor dergelijke standaardsituaties als favoriete programma op te slaan. Zo kunnen eenmaal opgeslagen flitser-parameters weer snel ingesteld worden.
De flitser heeft 2 opslagplaatsen voor het veilig bewaren van de op de flitser ingestelde instellingen.
Instellen van het opslaan van een favoriet programma
- Parameters voor flitsers naar wens instellen Selecteer een willekeurige modus. Selecteer opties voor de verschillende modi.
- Toets ⑧indrukken, het keuzemenu verschijnt.
- Met de toetsen ⑧ de opslaglocatie d F1 F2 selecteren.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen opslaglocatie bevestigen.
- Met de toetsen ⑧ SAVE en.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen opslaglocatie bevestigen.
- De o.k verschijnt op het display.

flowchart
graph TD
A["≡"] --> B["MODE"]
B --> C["SERVO"]
C --> D["F1"]
D --> E["F2"]
E --> F["◇"]
F --> G["◇"]
G --> H["F1"]
H --> I["LOAD"]
I --> J["SAVE"]
J --> K["▽"]
K --> L["◇"]
Het instellen voor het laden van een favoriet pro- gramma
- Toets 18 indrukken, het keuzemenu verschijnt.
- Met de toetsen ⑱ de opslaglocatie selecteren.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen opslagloca NL tie bevestigen.
- Met de toetsen ⑧ s LOAD en.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en het starten van het favoriete programma bevestigen.
- De o.k verschijnt op het display.

8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
De automatiek van de flitsbelichting is in de meeste camera's gebaseerd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen). Een donkere achtergrond die veel licht absorbeert of een lichte achtergrond die sterk reflecteert (bijv. tegenlichtopnamen), kunnen leiden tot te ruim, c.q. te krap belichte onderwerpen.
Om het bovengenoemde effect te compenseren kan de flitsbelichting via een met de hand in te stellen correctiewaarde worden aangepast aan de opname-situatie. De hoogte van die correctiewaarde hangt af van het contrast tussen onderwerp en achter-grond!
Op de flitser kunnen in de TTL-flitsfuncties met de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van -3 tot +3 stops (EV) in stappen van 1/3 stop worden ingesteld.
Tip:
Donker onderwerp tegen een lichte achtergrond: positieve correctiewaarde.
Licht onderwerp tegen donkere achtergrond: negatieve correctiewaarde.
Een belichtingscorrectie door veranderen van de diafragmaopening van het objectief is niet mogelijk, omdat de belichtingsautomatiek van de camera het veranderde diafragma weer als werkdiafragma ziet. Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijdte in het display veranderen en aan de correctiewaarde worden aangepast (hangt af van het type camera)!





Het instellen
- De toetsen ⑱ herhaald indrukken en de gecorrigeerde waarde (EV) instellen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.
Een met de hand in te stellen correctiewaarde voor de flitsbelichting in de TTL-flitsfuncties kan alleen dan worden uitgevoerd als de camera de instelling van een correctiewaarde op de flitser ondersteunt (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
Wanneer de camera deze functie niet ondersteunt werkt de op de flitser ingestelde correctie niet.
Bij sommige cameramodellen moet de correctiewaarde op de flitsbelichting op de camera zelf worden ingesteld, In het display van de flitser wordt dan geen correctiewaarde aangegeven.
Vergeet niet de met de hand ingestelde correctie op de flitsbelichting na de opname op de camera uit te schakelen!
Opgelet: Sterk reflecterende onderwerpen in het onderwerp kunnen de belichtingsautomatiek van de camera storen. De opname wordt dan onderbelicht. Verwijder sterk reflecterende objecten uit het onderwerp of stel een positieve correctiewaarde in.
9 Bijzondere functies
Afhankelijk van het type camera c.q. groep camera's staan verschillende, bijzondere functies ter beschikking.
Voor het oproepen en instellen van de bijzondere functies moet er daarom eerst een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats hebben gevonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop op de camera.
Het instellen moet onmiddellijk na het oproepen van de bijzondere functie plaatsvinden, daar de flitser anders na enige seconden automatisch weer naar de normale flitsfunctie omschakelt!
De motorische zoom van de reflector van de flitser kan de beeldhoek van objectieven met een brand-puntsafstanden vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat) uitlichten. Door het gebruik van de ingebouwde groothoekdiffusor ⑨ vergroot de verlichtingshoek zich tot die van een 12 mm objectief.
9.1.1 Autozoom
Als de flitser gebruikt wordt op een camera die de gegevens van de brandpuntsafstand van het objectief doorgeeft past de zoomstand van de reflector zich automatisch daaraan aan.
De automatische aanpassing geschiedt voor objectieven met een brandpuntsafstand van 24 mm of meer. De automatische aanpassing vindt niet plaats als de reflector gezwenkt is, als de groothoekdiffusor ② auitgetrokken of een Mecabounce (accessoire) aangebracht is.

flowchart
graph TD
A["Directional Icon"] --> B["> Gear Icon"]
B --> C["OPT."]
C --> D["ZOOM STANDBY"]
D --> E["◇"]
E --> F["ZOOM"]
F --> G["28mm"]
F --> H["35mm"]
F --> I["50mm"]
I --> J["◇"]
Naar wens kan de stand van de reflector met de hand worden versteld om bepaalde verlichtingseffecten te bereiken (bijv. een spotlight-effect enz.).
9.1.2 Manual zoomfunctie
Bij camera's die geen gegevens van de brandpuntsafstand van het objectiefdoorgeven moet de zoomstand van de reflector met de hand aan de brandpuntsafstand van het objectief worden aangepast.
De autozoomfunctie is in die gevallen niet mogelijk! Het instellen
- Toets ⚫indrukken, het menu verschijnt.

- Met de toetsen ◆ de menuregel s ZOOM ren.
- Toets ◇ indrukken en het menu openen.
- Met de toetsen ⑧ de zoomwaarde selecteren.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.
De volgende zoomstanden voor de reflector zijn mogelijk: 24-28-35-50-70-85-105 mm (kleinbeeld-formaat).
Tip:
Als u niet altijd de volle energie en reikwijdte van de flitser nodig heeft, kunt u de reflector ook laten staan in de in de stand van de aanvangsbrandpunt-safstand.
Daardoor is gegarandeerd dat het gehele onderwerp in het beeld altijd volledig uitgelicht wordt. U bespaart zich dan het steeds moeten aanpassen aan de brandpuntsafstand van het objectief.
Voorbeeld:
U gebruikt een zoomobjectief met een bereik aan brandpuntsafstanden van 35 tot 105 mm. In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector van de flitser in op 35 mm.

flowchart
graph TD
A["> ♣"] --> B["OPT. ⚙️"]
B --> C["ZOOM AF-BEAM"]
C --> D{♦}
D --> E["ZOOM"]
E --> F["A-ZOOM 24 mm"]
F --> G{♦}
Terugzetten naar autozoom
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden.
- Toets 📊indrukken, het menu verschijnt.
- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.


- Toets ◇ indrukken en het menu openen.
- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren. A-Zoom
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.


9.2 Groothoekdiffusor
Met de ingebouwde groothoekdiffusor ② kan de verlichtingshoek aan objectieven met een brand-puntsafstand vanaf 12 mm worden aangepast (kleinbeeldformaat).
Trek de groothoekdiffusor ② uit de reflector tot de aanslag naar voren en laat hem los.
De groothoekdiffusor ② klapt dan vanzelf naar beneden. De reflector wordt zodanig automatisch in de vereiste stand gezet.
De gemotoriseerde reflector wordt bij het gebruik van de groothoekdiffusor ② niet automatisch aangepast.
Voor het terugzetten de groothoekdiffusor ② 90° naar boven klappen en hem geheel inschuiven.
9.3 mecabounce Diffuser MBM-04
Als op de reflector van de flitser een Mecabounce (accessoire; zie 18) is gemonteerd, wordt de reflector automatisch naar de vereiste stand gestuurd. De aanduidingen van de afstand en de zoomstand worden op 16 mm gecorrigeerd.
De gemotoriseerde reflector wordt bij het gebruik van een mecabounce niet automatisch aangepast.
Het tegelijkertijd gebruiken van de groot-hoekdiffusor en een mecabounce is niet mogelijk.
10 Flitsen met bediening op afstand
De flitser ondersteunt het draadloze Sony-Remote-System "CTRL+".
Dit remote-systeem bestaat uit een master-flitser op de camera en een of meer slaafflitsers. De slaafflitser, c.q slaafflitsers worden door een lichtimpuls uit de reflector van de master-flitser draadloos op afstand bediend en gestuurd.
Opdat meerdere remote-systemen in eenzelfde ruimte elkaar niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen ter beschikking. Master- en slaafflitsers die tot hetzelfde remote-systeem behoren moeten op hetzelfde remote-kanaal worden ingesteld.
De slaafflitsers die tot hetzelfde remotesysteem behoren, moeten met de geïntegreerde sensor voor de remote-functie ⑫ het licht van de master-flitser kunnen ontvangen.
In de remote-flitsfunctie vindt er geen aanduiding van de reikwijdte van de flits in het display van de flitser plaats.
10.1 Remote master-functie
De functie remote-Master wordt op de camera ingesteld. Daarvoor de M400 flitsschoen van de camera monteren en op de camera de draadloze flitsregeling WL (WIRELESS = draadloos) instellen.
Op de M400 wordt vervolgens automatisch de Masterfunctie CTRL+ geactiveerd.
De functie Remote-Master kan alleen gebruikt, resp. alleen ingesteld worden, als de camera deze functie ondersteunt.

Als de camera de functie Remote-Master niet ondersteunt, kan hij niet ingesteld worden resp. wordt deze automatisch verwijderd.

Bij gebruik met camera's die de functie Remote-Master niet ondersteunen, wordt op de M400 automatisch de functie Remote Slave geactiveerd. Daarbij wordt automatisch het Remote-kanaal tussen camera en flitsapparaat vergeleken.
In de functie Remote-Master CTRL+ kunnen van de Master CTRL twee gescheiden Slave-groepen RMT en RMT2 worden geactiveerd en draadloos in het lichtvermogen worden geregeld. De functies volautomatisch geregelde draadloze TTL-flitsfunctie en de handmatige flitsfunctie M met 25 ongeregelde handmatige deelvermogens zijn beschikbaar.

De flitsfunctie voor de Master- en de Slave-flitsapparaten moet op het betreffende flitsapparaat zelf worden gekozen resp. ingesteld.
Zowel in de draadloze TTL-flitsfunctie als in de draadloze handmatige flitsfunctie M kunnen de Master CTRL en de Slave-groepen RMT en RMT2 met of zonder verhoudingsregeling (RATIO OFF) worden gebruikt.

flowchart
graph TD
A["> サーキ"] --> B["OPT. MODE CHANNEL ZOOM"]
B --> C["◇"]
C --> D["◇"]
D --> E["CHANNEL 2 3 4 ◇"]
10.1.1 Kanaal instellen
- Op de camera de draadloze flitsfunctie WL (WIRELESS = draadloos) instellen
- Toets indrukken, het menu verschijnt.
-
Toets ⑧ indrukken, het menu verschijnt.
-
Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen.
- Met de toetsen ⑧ het gewenste kanaal instellen
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
In het voorbeeld werd het remote-kanaal CHANNEL 3 gekozen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.

text_image
INFO OFF CH. 3 A-ZOOMDe Master CTRL en de Slave-groepen RMT en RMT2 moeten allemaal op hetzelfde Remote-kanaal zijn ingesteld!
De kanaalinstelling, in het voorb. CHANNEL 3 (CH. 3), kan door drukken op de infotoets ◇ ⑨ gecontroleerd worden.

flowchart
graph TD
A["> gear"] --> B["◇"]
B --> C["OPT."]
C --> D["RATIO"]
D --> E["MODE"]
E --> F["CHANNEL"]
F --> G["◇"]
G --> H["← pointing hand"]
I["NL"] --> J["← pointing hand"]
10.1.2 Flitsfunctie van de Master instellen
De flitsfunctie voor de Master CTRL wordt als volgt ingesteld:
- Toets >indrukken, het menu verschijnt.

- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De flitsfunctie voor de Slave-flitsapparaten moet op het betreffende Slave-flitsapparaat zelf worden gekozen resp. ingesteld.

flowchart
graph TD
A["MODE"] --> B["TTL"]
B --> C["M"]
C --> D["•"]
D --> E["CTRL+"]
E --> F["TTL"]
F --> G["RATIO OFF"]
G --> H["EV"]
H --> I["•"]
I --> J["CTRL+"]
J --> K["TTL"]
K --> L["RATIO OFF"]
L --> M["EV"]
M --> N["-1 2/3"]
10.1.2.1 Flitsfunctie remote TTL instellen
- Met de toetsen ⑧ de functie selecteren TTL
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De Remote flitsfunctie is gesteld.
In het voorbeeld is de verhoudingsregeling gedeactiveerd (RATIO OFF).
Naar wens kan een verhoudingsregeling RATIO worden geactiveerd.
Zie daarvoor paragraaf 10.1.3 Verhoudingsregeling
Naar behoefte kan in de TTL-flitsfunctie met de toetsen ⑱ een handmatige flitsbelichtingscorrectie (EV) tussen -3 en +3 diafragmagetallen in stappen van 1/3 worden ingesteld. De gekozen instelling is direct effectief en wordt automatisch opgeslagen.
In het voorbeeld wordt een handmatige correctiewaarde van -1 2/3 EV getoond.

flowchart
graph TD
A["MODE"] --> B["TTL"]
B --> C["M"]
C --> D["CTRL+"]
D --> E["M"]
E --> F["CTRL 1"]
E --> G["RMT 1"]
E --> H["RMT2 1"]
E --> I["P 1/1"]
J["CTRL+"] --> K["M"]
K --> L["CTRL 1"]
K --> M["RMT 1"]
K --> N["RMT2 1"]
K --> O["P 1/4"]
10.1.2.2 Flitsfunctie remote M instellen
- Met de toetsen ⑧ de functie selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De remote flitsfunctie is ingesteld.
In het voorbeeld is de verhoudingsregeling geactiveerd. Naar wens kan de verhoudingsregeling gedeactiveerd worden.
Zie daarvoor de paragraaf 10.1.3.
Naar behoefte kan in de handmatige flitsfunctie met de toetsen 18 een handmatig flitsvermogen P tussen P 1/1 (maximaal flitsvermogen) en P 1/256 (minimaal lichtvermogen) in stappen van 1/3 worden ingesteld.
De gekozen instelling is direct effectief en wordt automatisch opgeslagen.
In het voorbeeld wordt een handmatig flitsvermo-gen P 1/4 getoond.

flowchart
graph TD
A["> サーフェーション"] --> B["OPT."]
B --> C["RATIO MODE"]
C --> D["◇"]
D --> E["RATIO"]
E --> F["OFF CTRL"]
E --> G["↓"]
10.1.3 Verhoudingsregeling (RATIO)
Naar behoefte kan een verhoudingsregeling RATIO worden ingesteld. Daarmee kan dan aan de Master CTRL en de Slave-groepen RMT en RMT2 een verschillende weging bij de belichting worden toegewezen.
Verhoudingsregeling activeren / deactiveren
- Toets vindrukken, het menu verschijnt.

- Met de toetsen ⑧ de menuregel teren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
In de positie OFF is de verhoudingsregeling gedeactiveerd.

flowchart
graph TD
A["> Symbol"] --> B["◇"]
B --> C["OPT. ⚙️"]
C --> D["RATIO MODE"]
D --> E{◇}
E --> F{◇}
F --> G["RATIO ⚠️ OFF CTRL RMT"]
G --> H{◇}
H --> I{◇}
I --> J["RATIO ⚠️ 1 2"]
Verhoudingsregeling activeren
- Toets indrukken, het menu verschijnt.
- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.


- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
- Met de toetsen ⑧ de Master o Slave-groep RMT RMAve-groep selecteren

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
- Met de toetsen ⑧ het belichtingsaandeel selecteren.
Daarbij zijn de instellingen - / 1 / 2 / 4 / 8 /16 voor de belichtingsaandelen mogelijk.
In de instelling „ – “ neemt het betreffende apparaat niet deel aan de flitsbelichting.

In het voorbeeld werd het belichtingsaandeel 1 voor de eerder gekozen Master CTRL geselecteerd.
Daarna volgen de instellingen voor de Slave-groepen RMT en RMT2 evenals in dit voorbeeld voor de Master CTRL.
In het hiernaast staande voorbeeld werd voor de Master CTRL en de beide Slave-groepen RMT en RMT2 het belichtingsaandeel telkens op 1 ingesteld. Zo nemen alle apparaten met dezelfde wegging deel aan de flitsbelichting.

In dit voorbeeld neemt de Master CTRL niet deel aan de flitsbelichting.
De Slave-groep RMT neemt met 2 aandelen van in totaal 6 aandelen (2 + 4 = 6) deel aan de flitsbelichting.
De Slave-groep RMT2 neemt met 4 aandelen van in totaal 6 aandelen deel aan de flitsbelichting.

In dit voorbeeld neemt de Master CTRL met 2 aan- delen van in totaal 26 aandelen (2 + 8 + 16 = 26) deel aan de flitsbelichting.
De Slave-groep RMT neemt met 8 aandelen van in totaal 26 aandelen deel aan de flitsbelichting.
De Slave-groep RMT2 neemt met 16 aandelen van in totaal 26 aandelen deel aan de flitsbelichting.
10.2 Remote-slaafflitsfunctie
De flitser ondersteunt het draadloze Remote-systeem in de slaafflitsfunctie en is compatibel met het Sony-systeem.
Hierbij kunnen een of meerdere slaafflitsers door een master op de camera (bijv. de mecablitz M400) draadloos op afstand worden aangestuurd.
Een slaafflitser kan aan één van twee mogelijke slaafgroepen (RMT, RMT2) worden toegewezen. De masterflitser kan al deze slaafgroepen tegelijkertijd sturen en daarbij de individuele instellingen van elk der slaafgroepen acht nemen.
Opdat meerdere remote-systemen in dezelfde ruimte elkaar niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen (CH1, 2, 3 of 4) ter beschikking.
Masterflitsers die tot eenzelfde remote-systeem behoren, moeten alle op hetzelfde kanaal ingesteld worden.
De slaafflitsers moeten met de ingebouwde sensor ⑫ voor de remote-functie het licht van de master-flitser kunnen ontvangen.
Afhankelijk van het type camera kan ook een in de camera ingebouwde flitser als masterflitser werken.
In slave-modus, is er geen indicatie van bereik en geen automatische aanpassing van de zoomstand.

flowchart
graph TD
A["MODE"] --> B["MASTER"]
B --> C["SLAVE"]
C --> D["SERVO"]
D --> E["SLAVE"]
E --> F["RMT"]
F --> G["CH. 3"]
G --> H["EV"]
10.2.1 Slaafkanaal instellen
- Schakel de flitser in met de toets ⑦. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt dan altijd in met de het laatst gebruikte functie.
- Toets 8 indrukken, het keuzemenu verschijnt.
- Met de toetsen ⑧ de modus selecteren.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen modus bevestigen.
De remote slaaffunctie wordt ingesteld.
Bovendien wordt de gekozen slaafgroep (bijv. RMT) en het remote-kanaal (bijv. CH. 3) aangegeven.

flowchart
graph TD
A["10.2.2 Slaafgroep instellen"] --> B["OPT."]
B --> C["MODE CHANNEL ZOOM"]
C --> D["CHANNEL 2"]
D --> E["3"]
E --> F["4"]
F --> G["Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen."]
F --> H["Met de toetsen ◎ ⑧ het gewenste kanaal instellen."]
G --> I["Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen. De instelling treedt onmiddellijk in werking."]
J["10.2.3 Slaaffunctie instellen"] --> K["OPT."]
K --> L["MODE CHANNEL GROUP MODE"]
L --> M["GROUP RMT RMT2"]
M --> N["Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen."]
M --> O["Met de toetsen ◎ ⑧ de gewenste groep resp. RMT"]
O --> P["Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen. De instelling treedt onmiddellijk in werking."]

flowchart
graph TD
A["> gear icon"] --> B["◇"]
B --> C["OPT. ⚙️"]
C --> D["GROUP"]
D --> E["MODE"]
E --> F["ZOOM"]
F --> G["◇"]
G --> H["◇"]
H --> I["MODE"]
I --> J["TTL"]
J --> K["M"]
K --> L["◇"]
L --> M["SLAVE"]
M --> N["RMT2"]
M --> O["CH. 3"]
M --> P["EV"]
10.2.4 Slaaf- deelvermogen instellen
- Toets 📊indrukken, het menu verschijnt.
- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.


- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen modus bevestigen.
- Met de toetsen Ⓤ8 de modus of TTL M instellen.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.

text_image
SLAVE RMT2 CH. 3 EV +1 1/310.2.5 Slaaf- deelvermogen / belichtings-correctie instellen
- De toetsen 18 herhaald indrukken en een belichtingscorrectie (EV), resp. het gewenste flitsvermogen (P) instellen.
Het ingestelde flitsvermogen resp. de belichtings-correctie wordt overgenomen.
Als bij de slaafflitser(s) de flitsparaatheid is bereikt, knippert het/hun AF-hulplicht.

text_image
NL10.3 SERVO-functie
De SERVO-functie is een eenvoudige slaaffunctie zonder, c.q. met onderdrukking van een flits vooraf, waarbij de slaafflitser altijd een flits ontsteekt zodra deze een lichtimpuls van de flitser op de camera ontvangt.
In de SERVO-functie is in het algemeen alleen flitsen met handinstelling mogelijk. Deze flitsfunctie, waarbij de instellingen met de hand moeten worden gedaan, wordt na het instellen van de SERVO-functie automatisch ingesteld.
Wanneer de flitser van de camera AF-verlichting zendt de autofocus servo-operatie is niet mogelijk. Eventueel kan de meetbundel AF-functie op de camera uitschakelen.
Gebruik een andere AF-modus van de camera of schakel op handmatige scherpstelling.

flowchart
graph TD
A["MODE"] --> B["AUTO"]
B --> C["TTL"]
C --> D{ }
D --> E["MODE"]
E --> F["SLAVE"]
F --> G["SERVO"]
G --> H["F1"]
H --> I{ }
I --> J["SERVO"]
J --> K["P 1/1"]
10.3.1 SERVO-flitsfunctie instellen
- Toets ⑧indrukken, het keuzemenu verschijnt.
- Met de toetsen ⑱ de modus selecteren..
SERVO
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen modus bevestigen. De functie wordt uitgevoerd. Indien gewenst, kunt u een deelvermogen instellen, zie 10.3.3.

flowchart
graph TD
A["> サーフェー"] --> B["OPT."]
B --> C["SYNC ZOOM"]
C --> D["◇"]
D --> E["SYNC"]
E --> F["LEARN"]
F --> G["◇"]
G --> H["SERVO"]
H --> I["P 1/1"]
10.3.2 Onderdrukking van de flits vooraf, c.q. het instellen van de synchronisatie
- Toets × indrukken, het menu ve OPT. 📍 schijnt.
-
Met de toetsen de menuregel s SYNC ren.
-
Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen.
- Met de toetsen 28 de gewenste synchronisatie instellen.
Synchronisatie zonder voorflits
Synchronisatie met voorflits
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De instelling wordt uitgevoerd.
Als de zo ingestelde synchronisatie niet correct werkt, ga dan te werk als onder 10.3.4 wordt beschreven.

text_image
SERVO P 1/110.3.3 Deelvermogen in de SERVO-functie
- Met de toetsen ⑧ het gewenste flitsvermogen (P) instellen.
Het deelvermogen wordt overgenomen.
Als bij de slaafflitser(s) de flitsparaatheid is bereikt, knippert het/hun AF-hulplicht.
Remote-kanalen kunnen in de SERVO-functie niet worden ingesteld.
De flitser op de camera mag niet in de remote-functie werken.
10.3.4 Leerfunctie
De „leerfunctie“ maakt het mogelijk, de individuele, automatische aanpassing van de slaafflitser op de flitstechniek van de cameraflitser aan te passen.
Hierbij kunnen een of meer meetflitsen, bijv. die voor vermindering van het „rode ogen-effect“ van de cameraflitser in acht worden genomen. Het ontsteken van de slaafflitser vindt dan plaats op het moment van de hoofdflits die de opname belicht.
Als de cameraflitser voor het automatisch scherpstellen AF-meetflitsen ontsteekt, laat het systeem de leerfunctie niet toe.
Gebruik dan, indien mogelijk, een andere camera-functie of schakel om naar met de hand scherpstellen.

flowchart
graph TD
A["> √"] --> B["OPT."]
B --> C["SYNC ZOOM"]
C --> D{ }
D --> E{ }
E --> F["SYNC"]
F --> G["LEARN"]
G --> H{ }
H --> I["LEARN"]
Het instellen van de leerfunctie
De AF-meetflits vooraf van de camera moet worden uitgeschakeld.
- Toets indrukken, het menu verschijnt.

- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen.
- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
- De 'Learn modus' (leerfunctie) is nu gereed om te leren.
- Druk op de camera op de ontspanknop zodat zijn eigen flitser een flits ontsteekt.
Als de SERVO-flitser een lichtimpuls heeft ontvangen verschijnt in het display 'LEARN OK' als bevestiging.
De mecablitz heeft het flitslicht van de cameraflitser geleerd.

flowchart
graph TD
A["> サーディー"] --> B["OPT."]
B --> C["ZOOM STANDBY"]
C --> D["◇"]
D --> E["ZOOM"]
E --> F["28mm"]
E --> G["35mm"]
E --> H["50mm"]
E --> I["◇"]
11 OPTION-Menu
11.1 Automatische zoom-regeling (A-ZOOM)
Bij de A-Zoom-regeling wordt de zoompositie van de reflector automatisch aangepast aan de brand-puntsafstand van de camera.
11.2 Handmatige zoom-regeling
Bij de handmatige zoom-regeling moet de zoompositie van de reflector handmatig worden aangepast aan de brandpuntsafstand van de camera.
Het instellen
- Toets Indrukken, het menu verschijnt.

- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen.
- Met de toetsen ⑧ de zoomwaarde, bijv. 35mm selecteren.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
Wanneer het AF-meetsysteem van een digitale AF- spiegelreflexcamera vanwege te lage omgevings- helderheid niet kan scherpstellen, wordt door de camera het in de flitser ingebouwde AF-hulplicht ⑭ geactiveerd.
Met de functie 'AF-BEAM' kan het AF-hulplicht in- of uitgeschakeld worden.
Vanwege de parallax tussen objectief en AF-hulplicht in de flits, ligt de dichtbijgrens met AF-hulplicht op ong. 0,7 tot 1 m.
Om het AF-hulplicht ⑭ op de camera te activeren, moet op de camera AF-functie op 'Single-AF (S-AF)' staan ingesteld en op de flitser moet de flitsparaatheid zijn aangegeven.
Sommige cameramodellen ondersteunen alleen het in de camera ingebouwde AF-hulplicht. Het AF-hulplicht van de flitser wordt dan niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera's; zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
Lichtzwakke zoomobjectieven beperken de reikwijdte van het AF-hulplicht soms behoorlijk!

flowchart
graph TD
A["> サーフェーション"] --> B["OPT."]
B --> C["STANDBY /AF-BEAM DISPLAY"]
C --> D["✓"]
D --> E["AF-BEAM"]
E --> F["OFF ON"]
F --> G["✓"]
Het instellen
- Toets >indrukken, het menu verschijnt.
- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.


- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen.
- Met de toetsen Ⓤ8 de menuregel d ON OFF selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.
12 Flitstechnieken
Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en een anders nadrukkelijke schaduw gemilderd. Bovendien wordt natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- naar achtergrond verminderd.
Om indirect te kunnen flitsen kan de reflector van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt.
Ter voorkoming van kleurzwemen in de opnamen moet het reflecterende vlak neutraal van kleur, c.q. wit zijn.
Let er bij het zwenken van de reflector op dat hij voldoende veruitgezwenkt wordt zodat er geen rechtstreeks flitslicht uit de reflector meer op het onderwerp kan vallen. Zwenk daarom minstens tot de 60° klikstand.
Bij gezwenkte kop van de reflector wordt deze in de zoomstand van 70 mm gestuurd, opdat er geen rechtstreeks strooilicht op het onderwerp kan val- len.
Wanneer de kop van de reflector wordt gegeven, is er geen indicatie van bereik en geen automatische aanpassing van de reflector positie.
12.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart
Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectiekaart ① kunnen bij personen spitslichtjes in de ogen worden verkregen:
- Zwenk de reflectorkop 90° naar boven.
- Trek de reflectiekaart samen met de groothoekdiffusor ② boven uit de reflectorkop naar voren.
- Houd de reflectiekaart ① vast en schuif de groothoekdiffusor ② terug in de reflectorkop.
13 Flitssynchronisatie
13.1 Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd
Afhankelijk van de camera en de daarop ingestelde camerafunctie wordt, zodra de flitser opgeladen is de belichtingstijd omgeschakeld naar de flitssynchronisatietijd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen niet worden ingesteld, c.q. worden naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld.
Sommige camera's hebben een synchronisatiebereik van bijv. 1/60 s. tot 1/250 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Welke synchronisatietijd de camera dan instelt hangt af van de er op ingestelde functie, van de helderheid van de omgeving en van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief.
Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen flitssynchronisatie wel worden gebruikt.
Bij camera's met een centraalsluiter is er geen flits-synchronisatietijd en bij de synchronisatie op korte belichtingstijden (zie 7.4) wordt niet automatisch naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld.
In die gevallen kan met alle belichtingstijden worden geflitst.
13.2 Normale synchronisatie
Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichtingstijd ontstoken (= synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). Deze normale synchronisatie is de standaardfunctie en wordt door alle camera's uitgevoerd. Hij is geschikt voor de meeste flitsopnamen. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde camerafunctie de ingestelde belichtingstijd naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld.
Gebruikelijk zijn tijden tussen 1/30 sek. en 1/125 sek. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Op de flitser verschijnt er voor deze functie geen aanduiding.
13.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW)
Bij de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW komt de beeldachtergrond bij een lage omgevingshelderheid beter uit.
Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aan de omgevingshelderheid zijn aangepast.
Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden ingesteld die langer dan de flitssynchronisatietijd zijn (bijv. belichtingstijden tot aan 30 seconden).
Bij enkele cameramodellen wordt de synchronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde onderwerpsprogramma's (bijv. het nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd, c.q. kan op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser hoeft niets te worden ingesteld en er verschijnt ook gaan aanduiding voor deze functie.
Het instellen voor de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW moet op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Gebruik bij lange belichtingstijden een statief om onscherpte door bewegen van de camera te voorkomen!
13.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2)
Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flits te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2).
Daarbij wordt de flits pas aan het einde van de belichting ontstoken. Daarbij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken, onmiddel- lijk vóór de sluiter begint dicht te gaan. Dit is vooral een voordeel bij opnamen met langere belichting- stijden (langer dan bijv. 1/30 seconde) en bewe- gende onderwerpen met een eigen lichtbron, omdat dan de bewegende lichtbronnen een lichtstaart achter zich laten, in plaats van dat deze zich vóór het onderwerp opbouwt. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter krijgt u bij bewegende lichtbronnen een 'natuurlijker' van de opnamesituatie! Afhankelijk van de erop ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan zijn flits- synchronisatietijd in.
De synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter moet op de camera zelf worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen!

flowchart
graph TD
A["> サーフ"] --> B["OPT."]
B --> C["AF-BEAM DISPLAY UNIT"]
C --> D["◇"]
D --> E["▼"]
E --> F["DISPLAY"]
F --> G["LOW HIGH"]
G --> H["◇"]
14 Display instellingen
14.1 Helderheid
De helderheid van het aanraakscherm kan in 2 stappen worden ingesteld.
Het instellen
• Toets indrukken, het menu verschijnt.

- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen.
- Met de toetsen 78 de instelling HIGH selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.

flowchart
graph TD
A["> ♣"] --> B["OPT. ⚙️"]
B --> C["DISPLAY UNIT RESET"]
C --> D["◇"]
D --> E["UNIT"]
E --> F["m ft"]
F --> G["◇"]
14.2 Reikwijdte aanduidden in m of ft (UNIT).
De aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht in het display kan in meter (M) of in voet (ft) worden aangegeven.
Het instellen
- Toets vindrukken, het menu verschijnt.

- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.

• Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen.
- Met de toetsen Ⓧ de instelling o m ft selecteren.
- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.
15 Onderhoud en verzorging
- Het schoonmaken van het oppervlak van het beeldscherm moet met een droog, zacht schoonmaakdoekje (bijv. microvezeldoekje) worden gedaan.
- Zouden er echter sterkere verontreinigingen zijn ontstaan, dan kan het schoonmaken van het oppervlak van het beeldscherm met een slechts licht bevochtigd, zacht doekje plaats moeten vinden.
Spuit nooit schoonmaakvloeistoffen op het beeldschermoppervlak! Wanneer schoonmaakvloeistoffen in de lijst van het beeldscherm dringen, worden de zich daar bevinden-de onderdelen onherstelbaar beschadigd.
15.1 Update van de firmware
De firmwareversie van de flitser wordt na het inschakelen in het startscherm getoond.
USB-aansluiting ⑪ worden geactualiseerd en binnen het technische kader aan de functies van toekomstige camera"s worden aangepast.
Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage www.metz-mecatech.dev
15.2 Het formeren van de flitscondensator
De in de flitser ingebouwde flitscondensator is onderhevig aan een natuurkundige verandering, als het apparaat gedurende een langere tijd niet wordt ingeschakeld. Het is daarom noodzakelijk, het apparaat eens per kwartaal gedurende ong. 10 minuten in te schakelen. De voeding moet daarbij zoveel energie leveren, dat de flitser zeker binnen 1 minuut na het inschakelen paraat is.

flowchart
graph TD
A["> サーキ"] --> B["OPT."]
B --> C["UNIT"]
C --> D["RESET"]
D --> E["MANUAL"]
E --> F["◇"]
F --> G["↓"]
G --> H["RESET"]
H --> I["NO"]
I --> J["YES"]
J --> K["◇"]
15.3 Fabrieksinstellingen (RESET)
De flitser kan naar de fabrieksinstellingen worden teruggezet.
Het instellen
• Toets ⚫indrukken, het menu verschijnt.

- Met de toetsen ⑧ de menuregel selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen menuregel openen.
- Met de toetsen ⑧ de instelling selecteren.

- Toets ◇ ⑨ indrukken en de gekozen instelling bevestigen.
De instelling treedt onmiddellijk in werking en de flitser wordt teruggezet in de stand als bij aflevering.
Firmware-updates van de flitser gelden hierbij niet!
16 Troubleshooting
Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitser onzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser niet functioneert zoals hij op grond van zijn instellingen zou behoren te doen, schakel de flitser dan gedurende ong. 10 seconden met de hoofdschakelaar ⑦ uit. Controleer of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellingen.
Vervang de batterijen, c.q. de accu's tegen nieuwe, c.q. vers opgeladen accu's!
De flitser zou nu na het inschakelen weer 'normaal' moeten functioneren. Als dit niet het geval is, ga er dan mee naar uw fotohandelaar. Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen kunnen optreden. Onder elk punt zijn mogelijke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.
In het display verschijnt de reikwijdte niet.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaatsgevonden. Tip de ontspanknop op de camera even aan.
- De reflector staat niet in de normale stand.
- Op de flitser staat de remote-functie ingesteld.
- De flitser werkt in AUTO-flitsen.
De AF-meetflits van de flitser wordt niet geactiveerd.
- De flitser is niet paraat.
- De camera staat niet in de functie 'AF-S'.
- De camera ondersteunt alleen de eigen, interne AF-meetflits.
- De functie 'AF-BEAM' is uitgeschakeld. Voor het instellen van 'AF-BEAM', zie 11.3.
De stand van de zoomreflector wordt niet automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objectief.
- De camera geeft geen gegevens door naar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU.
- De reflector is uit zijn standaard positie gezwenkt.
- De groothoekdiffusor is voor de reflector geklapt.
- Voor de reflector is een Mecabounce aangebracht.
- Op de flitser staat de remote-functie ingesteld.
De TTL-flitsfunctie laat zich niet instellen.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaatsgevonden. Tip de ontspanknop op de camera aan.
- De camera ondersteunt de TTL flitsfunctie niet.
De automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd vindt niet plaats.
- De camera werkt met een centraalsluiter (de meeste compact-camera's). Er hoeft daarbij geen omschakeling naar een flits-synchronisatietijd plaats te vinden.
- De camera werkt met synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS (camerainstelling). Er vindt geen omschakeling naar de flits-synchronisatietijd plaats.
- De camera werkt met een langere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie wordt daarbij niet naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
De opname zijn te donker.
- Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen vermindert de reikwijdte van de flits.
- Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor wordt het meetsysteem van de camera, c.q. van de flitser beïnvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.
De opnamen zijn te licht.
- Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand moet worden aangehouden om overbelichting te vermijden.
- De afstand is minder dan de toegestane 10% van het maximale bereik.
- Het onderwerp bevat zeer donker of weinig reflectie delen van het beeld.
Door deze omstandigheid, is het meetsysteem van de camera of flitser misleid.
Stel een negatief handmatige flitsbelichting, bijvoorbeeld, -1 EV.
De instelling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-flitsbelichting werkt niet.
- De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser niet.
Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:
in het metersysteem: 40
in het feetsysteem:: 131
Flitsfuncties:
AUTO, TTL met flits vooraf, LED-videolicht, ADI-meting, manual M, Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS, Remote master, Remote-slaaf, Remote-servo.
Met de hand instelbare deelvermogens:
P1/1 ... P1/ 256 in stappen van een derde
P1/1 ... P1/256 in synchronisatie bij korte belichtingstijden (HSS)
Flitsduur zie Tabel 2 (S. 267)
Kleurtemperatuur: ong. 5600 K
Lichtgevoeligheid : ISO 6 tot ISO 51200
Synchronisatie:
Laagspannings-IGBT-ontsteking
Aantallen flitsen, zie Tabel 4 (S 268)
Flitsvolgtijd, zie Tabel 4 (S. 268)
Verlichtingshoek:
Reflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36).
met groothoekdiffusor vanaf 12 mm
(kleinbeeldformaat 24 x 36).
Zwenkbereiken en klikstanden van de reflectoren:
Naar boven: -9° 45° 60° 75° 90°
Tegen de wijzers van de klok in:
60^ 90^ 120^ 150^ 180^
Richting wijzers van de klok:
60^ 90^ 120^ 150^ 180^
Videolamp:
- Verlichtingssterkte:
100 lx @ 1 m afstand
- Kleurtemperatuur: min. 5000 K
- Uitlichting:
54°, komt overeen met 35 mm brandpuntsafstand op kleinbeeldformaat 24 x 36
- Belichtingsduur:
Ca. 4 uur, met NiMH-accu's (2100 mAh) en volledig lichtvermogen
Flitser zonder stroombronnen: ong. 220 g
De levering omvat:
Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, Voetie voor flitsers, Belt zakje, gebruiksaanwijzing,
18 Bijzondere toebehoren
Voor foute werking van en schades aan de mecablitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zijn wij niet aansprakelijk!
• mecabounce Diffuser MBM-04
Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting.
De werking is verbluffend, omdat de foto's een zacht effect krijgen. De gelaatskleur van personen wordt natuurlijker weergegeven.
De flitsreikwijdte wordt ongeveer de helft korter.
• Voetie voor flitsers S60
(Bestelnr. 000000607)
Voetje om flitsers als slaaf in op te stellen.
- Easy Softbox ESB 60-60
(Bestelnr. 009016076)
Afmetingen: 60 × 60 cm
Inclusief voor- en achtergrond diffusor, draagtas en met Bowens compatibele adapter voor het aansluiten aan Metz-studioflitsers TL of BL
Inclusief voor- en achtergronddiffusor, draagtas en met Bowens compatibele adapter voor het aansluiten aan Metz-studioflitsers TL of BL
• Flitserhouder FGH 40-60
(Bestelnr. 009094065)
Adapter tussen compacte flitsersen Easy Softboxen
Hoogte van de flitsschoen verstelbaar
Opsteekbaar op Metz-lampstatieven LS-247 en LS-200
Afvoeren van de batterijen
Batterijen horen niet bij het huisvuil.
S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven.
S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.
Batterijen / accu's zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat
- de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren.
Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.
Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled kunnen worden en dus geschikt zijn voor hergebruik.
Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd.

Breng dit apparaat naar een van de plaatselijke verzamelpunten of naar een kringloopwinkel.
Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.
Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!


① Reflectiekaart (verzonken)
② Groothoekdiffusor (verzonken)
③ Led videolicht
④ AF-hulplicht
⑤ Batterijvak (4x AA – zie veiligheidsinstructies)
⑥ USB-aansluiting (micro)
⑦ ON- / OFF-toets
brandt groen bij het bereiken van de flitsparaatheid
licht rood op in stand-by
⑧ Cursorknoppen:
◇ Keuzemenu en aanpassing waarden
≡< Gebruikswijzen flitsern
◇ Optiemenu
⑨ Bevestigings-/Infoknop
⑩ OLED-display
⑪ Gekartelde moer
⑫ Ingebouwde sensor voor de remote-functie
Introduction....136
Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled kunnen worden en dus geschikt zijn voor hergebruik.
NL
Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd.
Breng dit apparaat naar een van de plaatselijke verzamelpun- ten of naar een kringloopwinkel.
Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.

In het kader de CE-markering werd bij de EMV-test de correcte belichting bepaald.
⚠ SCA Contacten niet aanraken! In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden.
CE Note:
GB