GEBRUIKSAANWIJZING W 500 WallSprayer WAGNER
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
HARTELIJK DANK VOOR UW VERTROUWEN
Wij feliciteren u met de aankoop van dit merkproduct van Wagner en+zijn ervan overtuigd, dat u er veel plezier van zult hebben.
Lees voor inbedrijfname de bedieningshandleiding aandachtig door en neem de veiligheidsaanwijzingen in ache. Bewaar de bedieningshandleiding zorgvuldig en houd deze bij het product, als u ditiens zou doorgeven.
Voor vragen, suggesties en wensen staan wij graag voor u klaar via de website www.wagner-group.com/service.
Inhoudsopgave
1.Uitleg van de gebruike symbolen. 52
2. Algemene veiligheidsaanwijzingen. 52
3. Veiligheidsaanwijzingen voor spuitpistolen 55
4. Beschrijving/ Leveringsomvang 56
5.Toepassingsbereik 56
6.Verwerkbare materialen. 57
7. Niet-verwerkbare materialen 57
8. De volgende materialen können alleen met optioneel toebehoren worden verwerkt. 57
9.Voorbereiding van de werkplek 57
10.Voorbereiden van het materialiaal 58
11. Inbedrijftelling 58
12.Installingen op de AAN/UIT-schakelaar 59
13. Instelling van de gewenste spuitstraalvorm (Afb. 6) 59
14. Instelling van de materiaalhoeveelheid (Afb. 8) 59
15.Sputtechniek. 60
16.Werkonderbreking 60
17. Buiten bedrijf stellen en reinigen 61
18. Onderhoud 62
19. Reserveonderdelenlijst 62
20. Accessoires 63
21.Milieu. 63
22. Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid! 63
23.Verhelpen van storingen. 64
24. Technische gegevens 65
3+1jaargarantie. 66
1. Uitleg van de gebruikte symbolen
| Dit symbol duidt op een potentieel gevaar voor u, resp. het apparaat. Onder dit symbol vindt u belangrijke informatatie over het vermijden van letsel en schade op het apparaat. |
| Gevaar voor een elektrische schok |
| Duidt toepassingstips en andere bijzonder nuttige aanwijzingen aan. |
| Met dit symbol aangeduide apparaten en accessoires+zijn geschikt voor de verwerking van dikvloeibare materialen zoals bijvoorbeeld binnenwandverf (dispersies en latexverf). Als het materiaal dit logo heeft is het bijzonder goed geschikt voor het bebruik met het overeenkomstige apparaat. |
2. Algemene veiligheidsaanwijzingen
Let op!

Lees alle aanwijzingen goed door. Fouten bij het opvolgen van hieronder vermelde aanwijzingen konnen leiden tot elektrische schokken, brand en/ of ernstig letsel. Bewaar de bedieningshandleiding zorgvuldig en houd deze bij het product, als u dit.ecs zou doorgeven. Met het hieronder gebruike begrip "elektrisch gereedschap"wordt zowel elektrisch gereedschap op netvoeding (met netkabel) bedoeld als oplaadbaar elektrisch gereedschap (zonder netkabel).
1. Veiligkeit op de werkplek
a) Houd de werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde en nicht verlichte werkplekken können tot ongevallen leiden.
b) Gebruik het apparaat Niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die stof of dampen können ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personenijdens het gebruik van elektrisch gereedschap op afstand. Wonneer u worden afgeleid,kest u de controle over het apparaat verliezen.
a) De netstekker van het apparaat moet passen in de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen stekkeradapter voor geaarde apparaten. Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
b) Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wonneer uw lichaam is geaard.
c) Houd het apparaat uit de regen en breng het Niet in contact met water. In een elektrisch apparaat binnendringend water verhoogd het risico van elektrische schokken.
d) Gebruik de netkabel Niet voor andere doeleinden, b.v. om het apparaat aan te dragen, op te hangen of om de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen van apparaten. Beschadigde kabels en kabels die in de war+zijn verhogen het risico van elektrische schokken.
e) Als u met elektrisch gereedschap buiten werkt, gebruik dan uitsluitend verlengsnoeren die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van voor buitengebruik geschikte verlangkabels verminder het risico van elektrische schokken.
f) Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving nicht valt te vermijden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico van een elektrische schok.
a) Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat Niet wanner u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onachtzaamheidijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
b) Gebruik persoonlijke beschemingsmiddelen en draag alkijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschemingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, verminder het risico van letsel.
c) Voorkom onbedoeld starten van het gereedschap. Verzeker u ervan dat de schakelaar in de stand "UIT" staat, voordat u de netstekker in de wandcontactdoos steekt. Wanner u tijdens het dragen van het apparaat een vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de netvoeding aansluit, kan dit leiden tot ongevallen.
d) Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt. Gereedschap of een moersleutel die zich in een draaiend deel van het apparaat bevindt, kan leiden tot letsel.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Dan(Int u het apparaat in onverwachtesituatuies beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren können door bewegende delen worden gegrepen.
4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrisch gereedschap
a) Zorg dat u het apparaat Niet overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het waarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u better en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat Niet meer kan worden in- ofuitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Verwijder de stekkeruit de wandcontactdoos voordat u afstellingen aan het apparaatuitvoert, accessoires verrangt of het apparaataand de kant legt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het apparaat onbedoeld worden gestart.
d) Bewaar elektrisch gereedschap, wonneer het Niet worden gebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werkden die waar Niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen Niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wonneer dit door onervaren Personen worden gebruikt.
e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer dat bewegende delen correct functioneren en nicht klemmen en dat er geen onderdelen zich gebroken of zodanig beschadigd dat de werking van het apparaat nudelig worden beinvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhoudenelektrisch gereedschap.
f) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulpmiddelen enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen en zoals voor dit specifieke type apparaat is voorgeschreven. Houd waar bij reckening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situatuies.
5. Service
a) Laat het apparaat uitsluitend repareren door gekwalificeerd technisch personeel en uitsluitend met originele onderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd.
b) Wanner het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet dit door de fabrikant, zich klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon worden verrangen om bevaren te voorkomen.
3. Veiligheidsaanwijzingen voor spuitpistolen
- Let op! Draag adembescherming: verfnevel en oplosmiddeldampen zichn schadelijk voor de gezondheid. Werk uitsluitend in ruimten met goede natuurlijke ventilatie of gebruik geforceerde ventilatie. Het dragen van werkkleding, veiligheidsbril, gehoorbescherming en handschoenen worden aanbevolen.

LET OP! GEVAAR VOOR LETSEL!
Richt de spuitstraal nooit op Personen of dieren!

- De spuitpistolen Mogen nicht worden gebruikt voor het verspuien van brandbare stoffen.
- De spuitpistolen miegen nicht worden gereinigd met brandbare oplosmiddelen.
- Houd rekening met gezaren die het gevolg können zijn van het verspoten materiaal en neem tevens de aanwijzingen op de verpakking of van de fabrikant van het materiaal inRCT.
- Verspuit geen materialen waarvan u de eventuele bevaren nicht kent.
- De spuitpistolen mogen nicht worden gebruikt op arbeidsplaatsen, die vallen onder de wetgeving voorplaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.
- Om explosiegevaarijdens spuitwerkzaamheden te voorkomen,要去 worden gezorgd voor goede naturuurlijke of geforceerde ventilatie.
- Tijdens het spuiten mogen zich in de omgeving geen ontstekingsbronnen bevinden, zoals open vuur, brandende sigaretten, vonken, gloeidraden en hete oppervlakken.
- Let erop, dat er geen oplosmiddeldampen door het apparaat worden aangezogen. Spuit Niet over het apparaat!
- Het spuitpistol is geen speelgoed. Laat nooit kinderen met het spuitpistol werken of ermee spelen.
-
Verwijder voor alle werkzaamheden aan het spuitpistol de netstekker uit de wandcontactdoos.
-
Dek de oppervlakken die nied moeten worden gespoten af. Houd er tijdens de werkzaamheden rekening mee dat verfnevel b.v door de wind over große afstanden kan worden verplaats en daardoor schade kan verroorzaken.
-
Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met goede werkend ventiel. Stop het gebruik van het apparaat wonneer er verf in de ventilatieslang (Afb. 1, 18) omhoog komt! Demonteer en reinig de ventilatieslang, het ventiel en het membraan; verwang zonodig het membraan.
Leg het spuitpistol nicht neer.
- Het apparaat is voorzien van een thermische beveiliging die het apparaat bij oververhitting uitschakelt. Schakel in dat geval het apparaatuit, verwijder de netstekker en LAST het apparaat tenminste 1 / 2 uur afkoelen.Verhelp de oorzaak van de oververhitting,b.v. een geknekte slang, een verruild luchtfilter of een afgedekte sleuf voor het aanzuigen van lust.
Met originele WAGNER accessoires en reserveonderdelen heeft u de garantie dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan.
4. Beschrijving/ Leveringsomvang
| Beschrijving (Afb. 1) |
| 1 Luchtkap 2 Spuitkop | |
| 3 Instelring spuitstraal 4 Wartel | |
| 5 Wall Extra I-Spray spuitopzet 6 Trekker | |
| 7 Stelschroef materiaalhoeveelheid 8 Pistoolgreep | |
| 9 Gecombineerde AAN/UIT- en snelheidsschakelaar | 10 Luchtslang |
| 11 Draagriem 12 Luchtfilter | |
| 13 Luchtrooster 14 Netkabel | |
| 15 Pistoolhouser 16 Reservoir | |
| 17 Ventiel 18 Ventilatieslang | |
| 19 Vultrechter 20 Roerstaaf | |
| 21 Oefeningsposter 22 Smeervet (zonder afbeelding)* |
- Bevindt zich in het reservoir, a.u.b. voor inbedrijfname verwijdersen!
5. Toepassingsbereik
W 500 verwerd speciaal voor het aanbrengen van binnenwandverven ontwikkeld. Voor het verwerken van dunvloeibare materialen zoals lakken, lazuurverven enz. zijn speciale spuitopzetstukken nodig. Deze vindt u onder het punt "Accessoires".
6. Verwerkbare materialen
Binnenwandverf (dispersies en latexverf)
7. Niet-verwerkbare materialen
Materialen die sterk schurende bestanddelen bevatten, façadeverf, logen en zuurhoudende coatingmaterialen.
Brandbare coatingmaterialen.
8. De volgende materialen können alleen met optioneel toebehoren worden verwerkt.
Oplosmiddelhoudende en waterverdunbare lakken, beitsen, grondverven, 2-componentlakken, blanke lakken, autolakken en houtveredelingsmiddelen.
9. Voorbereiding van de werkplek

Stopcontacten en schakelaars beslist aflplakken. Gevaar voor een elektrische schok door binnendringend spuitmaterialiaal!
Dek alle oppervlakken en objecten af, die nicht gespoten要去en worden of verwijder.Deze uit het werkbereik.Wagner stelt zich nicht aansprakelijk voor schade die ontstaat door verfnevel (overspray).
Silicaatverf tast bij contact glas- en keramiekvlakken aan! Alle overeenkomstige oppervlaken要去enkaarom beslist compleet worden afgedekt.

Let op de kwaliteit van het gebruekte aflplakband.
Gebruik op behang en geverfde ondergronden Niet een te sterk hechtend plankband om beschadigingen bij het verwijderen te vermijden. Verwijder de plankbanden langzaam en gelijkmatig; in geen geval schoksgewijs. Laat de oppervlakken alleen zo lang als nodig is afgeplakt, om möglichke resten bij het verwijderen te minimaliseren.
Let ook op de instructies van de plankbandfabrikant.
10. Voorbereiden van het materiaal

Spuitmaterialiaal minimaal op kamertemperatuur (bijv. met warm water verdund) leidt tot een beter spuitresultaat.
Pas op! Spuitmaterialienietverwarmenboven 40^
Met het bijgesloten spuitopzet konnen binnenwandverven onverdund of Licht verdund verspoten worden. Gedetailleerde informatie vindt u in het technische datablad van de fabrikant ( downloaden via internet).
- Roer het materiaal grondig op en verdun het in het gebinte conform de verdunningsaanbeveling (voor het omroeren worden een roermachine aanbevolen).
| Verdunningsadvies |
| Teverspuien materiaal | |
| Binnenwandverf (dispersies en latexverf) 0-10 % verdunnen | |
- Als de transporthoeveelheid ook bij maximale hoeveelheidsinstelling te gering is, stap voor stap 5 - 10% verdunnen tot de transporthoeveelheid voldoet aan uw eisen.
11. Inbedrijfstelling
Controleer voor aansluiting op het Lichtnet dat de netspanning overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje.
- Bevestig de draagriem aan het apparaat. (Afb. 2)
- Schroef het reservoir los van het spuitpistool.
- Positioneer de stijgbuis. (Afb. 3)
Bij een juiste stand van de stijgbuis kan de inhoud van het reservoir nagenoeg zonder awhileblijvende restanten worden verspoten.
Bij spuitwerkzaamheden op ligngende voorwerpen: stijgbuis maar voren draaien. (Afb. 3 A)
Bij spuitwerkzaamheden boven het hoofd: stijgbuis maar achteren draaien. (Afb. 3 B)

Wij adviseren om de stijgbuis maarachten uit te lijnen, zodat wanden en plafonds optimaal gecoat hunnen worden.
- Reservoir op papieren onderlaag zetten en geprepareerd coatingmaterialaal m.b.v. de meegeleverde vultrechter (afb. 1, 19) vullen. Draai het reservoir stevig aan het spuitpistol vast.
Koppel voor- en achterstuk van het pistool aan elkaar. (Afb. 5)
- Monteer de luchtslang (Afb. 4, a + b). Steek de luchtslang stevig in de aansluiting op het apparaat en op de pistoolgreep. De stand van de slang kan waar bij willekeurig worden gekozen.
- Plaats het apparaat uitsluitend op een schone, vlakke ondergrond zodat het geen stof kan aanzuigen.
- Hang het apparaat met de draagriem om.
- Neem het spuitpistool uit de pistoolhouser en richt deze op het spuitobject.
Bedien de AAN/UIT-schakelaar op het apparatus.
12. Installingen op de AAN/UIT-schakelaar
De W 500 beschikt over een Meertraps Aan/Uit-schakelaar. Daardoor kan het vermogen van het apparaat aan het gebruikte materiaal worden aangepast om het spuitpatroon te optimaliseren en de spuitnevel te reduceren.
Schakelaar in stand "0" Apparaatuitgeschakeld
Schakelaar in stand "1" Apparaat met snugelheidstrap 1 ingeschakeld
(veor de verwerking van zeer dunvloeibare materialen)
Schakelaar in stand "2" → Apparaat met snugelheidstrap 2 ingeschakeld
(veor de verwerking van tamelijk dikvloeibare materialen)

Bij dunvloeibare materialen kan door maar snelheidstrap 1 om te schakelen de spuitnevel gereduceerd en energia bespaard worden.
13. Instelling van de gewenste spuitstraalvorm (Afb. 6)

WAARSCHUWING! Gevaar voor verwonding! Nooitijdens het instellen van de luchtkap aan de handbeugel trekken.
Door draaien aan de instelring (afb. 6, 1) können 2 verschillende spuitstraalvormen ingesteld worden.
Afb. 7 A = verticale vlakke straal → voor het horizontaal opbrengen van verf
Afb. 7 B = horizontale vlakke straal voor het verticaal opbrengen van verf
Met de rode instelhendel kan aanvullend:tussen een brede () en een smalle () spuitstraal omgeschakeld worden.

14. Instelling van de materiaalhoeveelheid (Afb. 8)
Bepaal de materiaalhoeveelhid door de stelschroef op de trekker van het pistool te verdraaien.
mindermaterialial
+aar rechts draaien
meermaterialial

Bij de meeste muurverven geeft een gemiddelde hoeveelheidsinstelling het Beste resultaat.
15. Spuittechniek
- Dek oppervlakken die nicht moeten worden gespoten af.
- Een spuitproof op karton of iets dergelijks is aan te bevelen om de juiste instelling voor het spuitpistool te bepalen.
Belangrijk: Op de rand van het spuitvlak beginnen. Eerst met de spuitbeweging beginnen en dan de handbeugel indrukken. Onderbrekingen binnen het spuitvlak vermijden.
- De spuitbeweging要去 met de Pols worden uitgevoerd, maar met de arm. Zo blijftijdens het spuiten de afstand tussen het spuitmistol en het oppervlak.altijd gezelig. Kies een afstand van 20 - 30cm , affankelijk van de gewenste straalbreedte.
Afb. 9 a: GOED gelijkmatige afstand tot het object.
Afb. 9 b: FOUT ongelijke afstand heeft een ongelijke verfaanbrenging als resultaat.
- Beweeg het spuitpistolgelijkmatigBeen en weer of op en neer, afhankelijk van de instelling van de spuitstraalvorm.
- Gelijkmatige bewegingen met het spuitpistool geben een uniforme oppervlaktekwaliteit.
- Reinig spuitkop en luchtkap met water resp. oplosmiddel wanner zich waarop materiaaal heeft opgebouwd.

Spuit bij slecht dekkende verf of sterk zuigende ondergrund in "kruisgang" (afb. 10).

Binnenwandverf in krachtige tinten minstens tweemaal aanbrengen (eerste verflaag eerst latent drogen). Daardoor word een dekkende aanbrenging bereikt.
Schakel het apparaatuit.
- Bij langere pauzes reservoir door kort opendraaien en verrolgens weeer afluien ontluchten.
- Na de werkonderbreking mondstukopeningen reinigen.
17. Buiten bedrijf stellen en reinigen
Deskundige reiniging is een voorwaarde voor een storingsvrij gebruik van het verfopbrengapparaat. Bij Niet of ondeskundig uitgevoerde reiniging vervalt elke aanspraak op garantie.
1) Schakel het apparaat UIT.
2) Demonteer het pistool. Druk de haak (Afb. 5 "klik") ie ts omlaag. Verdraai het voorstuk van het pistool en de pistoolgreep ten opzichte van elkaar.
3) Draai het reservoir los en maak het leeg. Verwijder de stijgbuis met reservoir-afdichting.
4) Maak reservoir en stijgbuis met een kwast zo ver möglichk schoon. Reinig de ontluchtingsboring (Afb. 11, 1).

Voor de reiniging van het reservoir adviseren wij het gebruik van een normale afwasborstel.
5) Vul het reservoir met water resp. oplosmiddel. Draai het reservoir waar vast. Gebruik voor het schoonmaken geen brandbare materialen.
6) Zet het pistool wee in elkaar. (Afb. 5)
7) Schakel het apparaat in en spuit het water resp. het oplosmiddel in een reservoir of op een doek.
8) Herhaal dit proces tot er helder oplosmiddel resp. water uit de spuitkop komt.
9) Schakel het apparaat uit en demonteer het pistool.
10) Draai het reservoir los en kaak het leeg. Verwijder de stijgbuis met reservoirafdichting. LET OP! Reinig nooit affdichtingen, membraan en spuit- of luchtopeningen van het spuitpistol met spitse metalen voorwerpen. Luchttoeoverslang en membraan zichs slechts beperkt oplosmiddelbestendig. Niet in oplosmiddel leggen, maar alleen afvegen.
11) Trek de ventilationslang (Afb. 12, 1) boven van het pistoollichaam af. Draai het ventieldeksel (2) los. Verwijder het membraan (3). Reinig alle delen zorgvuldig.
12) Instelring (afb. 13, 1) voorzichtig van de wartelmoer (2) trekken.
13) Wartelmoer losschroeven (afb. 13, 2), luchtkap (3), luchtklep (4) en spuitkop (5) verwijderen. Reinig luchtkap, luchtklep en spuitkop met kwast en oplosmiddel resp. water.
14) Maak de buitenzijde van spuitpistol en reservoir met een in oplosmiddel resp. water gedrenkte doeck.
15) Zet alle delen wee in elkaar (zie "Montage").
Montage
Het apparaat mag uitsluitend met onbeschadigd membraan (afb. 12, 3) worden gezbruikt.
1) Plaats het membraan (afb. 12, 3) met de stift maar boven op het onderste deel van het ventiel. Zie waaroor ook de markings op het pistoollicham.
2) Breng voorzichtig het ventieldeksel (afb. 12, 2) aan en draai het vast.
3) Steek de ventilatieslang (afb. 12,1) op het ventieldeksel en op de nippel op het pistoollicham.
4) Spuitkopafdichting (afb. 14, 6) in het spuitkop controleren.
5) Spuitkop (afb. 15, 5) met de uitsparing maar beneden op het pistoollicham stekken.
6) Luchtklep (afb. 16, 4) in de luchtkap (3)plaatsen. Beide op het mondstuk (5) zetten en met wartelmoeren (2) vasttrekken.
7) Instelring (afb. 17, 1) zo uitlijnen, dat deze in de beiden "hoorns" op de luchtkap grijpt en de rode instelhendel op de pen zit.
8) Steek de reservoirafdichting van onder af op de stijgbuis en schuif deze door tot over de kraag. Draai de reservoirafdichting waar bij Licht heb en weer.
9) Steek de stijgbuis met reservoirafdichting in het pistoollicham.
18. Onderhoud
Belangrijk! Gebruik het apparaat nooit zonder luchtfilter omdat eventuele aangezogen vuil de werkking van het apparaat kan beinvloeden. Voor het wisselen stekker eruit trekken.
- Vervang afhankelijk van de mate van verruiling het luchtfilter.
-Verwijder de afdekking van het luchtfilter. (Afb. 18, a)
- Plaats een新模式 luchtfilter in het compartment.
- Klik de afdekking waar vast in het apparatus.
Om het pistool gemakkelijker te konnen monteren,(Int u na het reinigen een ruime hoeveelheid smeervet (bijgeleverd) aanbrengen op de O-ring van het voorstuk van het pistool (Afb. 19, 7).
19. Reserveonderdelenlijst
| Reserveonderdelenlijst (Afb. 19) |
| Pos. Ber | aming Bestelnr. | |
| 1 Wall | Extra I-Spray spuitopzet incl. reservoir 1800 ml 2361 749 | |
| 2 Inste | ring spuitstraal 2363 258 | |
| 3 Wartel | 2328 903 | |
| 4 Luchtkap | 2362 885 | |
| 5 Luchtklep | 2362 886 | |
| 6 Spuitkop | 2367 899 | |
| 7 O-ring | 2362 875 | |
| 8 Ventillateslang, ventieldeksel, membraan | 2304 027 | |
| 9 Reservofirafdichting | 2328 919 | |
| 10 Stijgbuis | 2328 922 | |
| 11 Rese | rvoir (1800 ml) met deksel (alleen voor Wall Extra l-Spray spuitopzet) | 2304 025 |
| 12 Pistol | olgreep 0414 911 | |
| 13 Luch | tslang 2362 880 | |
| 14 Draa | griem 2322 299 | |
| 15 Luch | tfilter 2364 990 | |
| 16 Afdek | kking 2362 881 | |
| 17 Vultre | rechter (3 stuks) 2304 028 | |
| 18 Roer | staaf 2304 419 | |
| Smeervet 2315 539 | |
20. Accessoires
Het CLICK&Paint System biedt met het juist opzetstuk en diverse toebehoren voor elke klus het juiste gereedschap.
Meer informatatie over de productenreeks van WAGNER voor renovatiewerkzaamheden onder www.wagner-group.com
21. Milieu

Het toestel met toebehoren en verpakking moet milieuvriendelijk gerecycled worden. Deponeer het apparaat Niet bij het huisvuil. Bescherm het milieu en lever het apparaat in bij een lokaal inzamelpunt of informeer bij de winkel. Verfresten en oplosmiddelen mogen Niet in de riolering, het afvoersysteme of het huisvuil worden gestort. Deze dieren als special afval apart te worden afgevoerd. Neem waarvoord de aanwijzingen op de productverpakkingen in acheit.
22. Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid!
Op grond van een EU-verordening is de fabrikant alleen volledig aansprakelijk voor zijn product bij productfouten, als alle onderdelen van de fabrikant komen of door de fabrikant zich vrijgegeven en als de toestellen vakkundig gemonteerd en gebruikt worden. Bij het gebruik van vreemde toebehoren en reserveonderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of gedeelrijk verrallen, als het gebruik van de vreemde toebehoren of vreemde reserveonderdelen tot een productfout leidt.
- Verhelpen van storingen
| Storing Oorzaak | Oplossing | |
| Er kommt geen materiaaaluit de spuitkop | • Spuitkop verstopt
• Stelschroef materiaalhoeveelheid te ver maar rechts gedraaid (-)
• Geen drukopbouw in het reservoir
• Reservoir leeg
• Stijgbuis los
• Stijgbuis verstopt
• Ontluchtingsboring (Afb. 11, 1) verstopt | →Reinigen
→Naar links draaien (+)
→Reservoir vastdraaien
→Bijvullen
→Insteken
→Reinigen
→Reinigen |
| Materialaal druppelt na uit de spuitkop | • Ophoping van materiaal op luchtkap, spuitkop of naald
• Spuitkop los
• Spuitkopafdichting versleten
• Spuitkop versleten | →Reinigen
→Wartel vastdraaien
→Vervangen
→Vervangen |
| Te grove verstuving | • Materialaalhoeveelheid te hoog
• Stelschroef materiaalhoeveelheid te ver�aal links gedraaid (+)
• Spuitkop vuil
• Materialaal te dikvloeibaar
• Te lage drukopbouw in het reservoir
• Luchtfilter sterk verruild | →Stelschroef materiaalhoeveelheid waar rechts draaien (-)
→Reinigen
→Verder verdunnen of stel stand “2” in →Reservoir vastdraaien
→Vervangen |
| Spuitstraal pulseert | • Materialaal in het reservoir is bijna op
• Spuitkopafdichting versleten
• Luchtfilter sterk verruild | →Bijvullen
→Vervangen
→Vervangen |
| Materialaal vomt tot uitlopers | • Teveel materiaal opgebracht
• Materialaal te dunvloeibaar | →Stelschroef materiaalhoeveelheid waar rechts draaien (-)
→Verdun minder |
| Teveel materiaalnevel (overspray) | • Afstand tot het spuitobject te groot
• Materialaalhoeveelheid te hoog
• Materialaalzer kunvloeibaar | →Spuitafstand verkleinen
→Stelschroef materiaalhoeveelheid waar rechts draaien (-)
→Verdun minder of stel stand “1” in |
| De verfstraal-breedte is nicht in te stellen | •Instelring Niet met pen op de luchtkap verbonden
•Luchtklep vastgeplakt | →Instelring en pen verbonden
→Spuitkop demonteren en reinigen |
| Het apparaat werkt nicht | •Het apparaat is oververhit →Verwijder de netstekker, LAST het apparaat ca. 30 minutes afkoelen, slang Niet knikken, luchtfilter controlleder, aanzuigsleuven nicht afdekken |
| Verf in de ventilationslang | •Membraan vuil
•Membraan defect | →Membraan reinigen
→Membraan verrangen |
| Slechte dekkeracht aan de wand | •Spuitmaterialiaal te koud
•Sterk zuigende ondergrond of verf met slechte dekkercht
•Afstand te groot | →Spuitmaterialiaal要去 eerst op kamertemperatuur়
→In kruisgang spuiten (afb. 10)→Dichter bij het object |
| Technische gegevens |
| Max. viscositeit: 3300 mPas | |
| Spanning: 230 V | ~, 50 Hz |
| Opgenomen vermogen: 370 W | |
| Verstuivingsvermogen: 120 W | |
| Max. opbrengst 375 ml/min | |
| Dubbel geïsoleerd: | ☐ |
| Geluidsdrukniveau*: 80 dB (A); Onzekerheid K = 4 dB (A) | |
| Geluidsdrukvermogen*: 93 dB (A); Onzekerheid K = 4 dB (A) | |
| Trillingsniveau*: | < 2,5 m/s²; Onzekerheid K = 1,5 m/s² |
| Lengte luchtslang: 3,5 m | |
| Gewicht: | ca. 3,1 kg |
- Gemeten volgens EN 60745-1
Het aangegeven trillingsniveau is volgens een genormaliseerde testprocedure gemeten en kan ter vergelijkking van elektrisch gereedschap worden gezruikt.
Het trillingsniveau dient ook voor een inleidende inschatting van de trillingsbelasting.
Pas op! De trillingsemissiewaarde kan tijdens het feitelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde afwijken, afhankelijk van de wijze waarop het elektrische gereedschap worden gebruikt. Het isoodzakelijk omveiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bedienende persoon vast te leggen, die op een schatting van de bloatstelling tijdens de feitelijke gebruiksvoorwaarden berusten (hierbij dieren alle delen van de bedrijfscylus in acht genomen te worden, bijvoorbeeld tijden, waarin het elektrische gereedschap isuitgeschakeld, en zulke, waarin het weliswaar is ingeschakeld maar+zonderbelastingdraait).
3+1 jaargarantie
De garantie bedraagt 3aar, gerekend vanaf de dag van verkoop (kassabon). De garantie wordt met nogiens 12 maanden verlangd, als het apparaat binnen 4 weken na de aankoop op internet op www.wagner-group.com/3plus1 geregistreerd worden. Een registratie is alleen maybeijk, als de koper toestemming verleent voor het opslaan van de gegevens die hij waar moet invoeren. De garantie omvat en is beperkt tot het Gratis verhelpen van eventuele gebreken, die aantoonbaar te wijten+zijn aan het gebruik van Niet onberispelijk materiaal bij de fabricage of montagefouten of tot het koselooos verrangen van de defecte onderdelen. De garantie geldt nicht in geval van beschadigingen te wijten aan ondeskundig gebruik of ondeskundige inbedrijfname. Degarantie vervalt bij zichstandig uitgevoerde montages of reparaties, die nicht in once bedieningshandleiding+zijn vermeld. De aan normale slijtage onderhevige onderdelen zijn eveneens uitgesloten van garantie. Industrièle toepassingen+zijn van aansprakelijkheid uitgesloten. Wij behouden ons hetrecht op garantieclaimuitdrukkelijk voor. De garantie vervalt indien het apparaat door andere personen dan het Wagner-personeel worden geopend. Transportschade, onderhoudswerkzaam heden evenals schade en storingen door ondeskundige onderhoudswerkzaamheden,zijn uitgesloten van garantie. De garantie geldt alleen als het aankoopbewijs en de volledig ingevulde garantiekaart hunnen worden voorgelegd. Tenzij de Wet anders oordeelt, zijn garantieclaims uitgesloten voor alle persoonlijke ongelukken, materiele schade of verdere schade voortvloeiend uit een schadegeval, in het bijzonder indien het apparaat voor een andere toepassing dan in de bedieningshandleiding beschreiben werd gebruikt, Niet volgens once bedieningshandleiding in bedrijf werden genomen of onderhoven, of indien reparaties selfstandig door nicht deskundigen werden uitgevoerd. Wij behouden ons alle reparaties en reparaties in once werkplaats voor, die buiten het aangegeven bestek van deze handleiding vallen.
Indien het een garantie of reparatie betreft, richt u zich tot de desbetreffende dealer.
Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen:
2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU
En normatieve dokumenten:
EN 60745-1, EN 50580, EN 62233, EN 55014-1, EN 55014-2, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3
De EU-conformiteitsverklaring worden met het product meegeleverd.
Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2362404 worden nabesteld.

J. WAGNER GMBH