MPP14CRN7 - Airconditioning MIDEA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MPP14CRN7 MIDEA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MPP14CRN7 - MIDEA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MPP14CRN7 van het merk MIDEA.
GEBRUIKSAANWIJZING MPP14CRN7 MIDEA
- mabile all’interno del lubrificante. Il processo di svuotamento deve essere eseguito prima di restituire il compressore ai forni- tori. L’unico modo per accelerare questo processo è scaldando elettricamente il corpo del compressore. Il drenaggio dell’olio dal sistema deve essere eseguito in sicurezza. │Ulteriori consigli ITDraagbare airconditioner (Lokale airconditioner) Handleiding Bedankt voor het kopen van onze draagbare airconditioner Lees deze handleiding aandachtig door voordat u uw airconditioner gebruikt en bewaar hem voor toekomstige referentie. LEES EN BEWAAR DEZE INSTRUCTIES! NL│Inhoud Voorbereiding p. 2
- Veiligheidsmaatregelen p. 4
- Voorzorgen p. 6
- Waarschuwing p. 7
- Installatie p. 8
- Werking p. 12
- Onderhoud p. 19
- Foutdiagnose p. 21
- Ontwerp- en conformiteit-aantekeningen p. 22
- Sociale Opmerking p. 23
- Andere tips NL2 │Voorbereiding Bedieningspaneel Handvat (beide zijden) Horizontaal jaloezieblad (schommelt automatisch) Bovenste luchtlter (achter het rooster) Bovenste luchtinlaat Afvoer uitlaat luchtuitlaat Onderste luchtlter Onderste luchtinlaat stopcontact Afvoeruitlaat (alleen voor pomp verwarmingsmodus) Afvoer uitlaat Netsnoer uitlaat Onderste lade Afstandsbedie- ning signaalont- vanger Paneel zwenkwiel achterkantvoorkant NL3 │Voorbereiding OPMERKING: Het door jou aangekocht apparaat, kan er als volgt uitzien: NL4 │Veiligheidsmaatregelen Dit symbool geeft aan dat als de instructies genegeerd worden dit de dood of ernstig letsel kan veroorzaken. WAARSCHUWING: Om dood of letsel bij de gebruiker of andere personen en materiële schade te vermijden, moeten de volgende instructies in acht genomen worden. Foute bediening vanwege het negeren van instructies kan de dood, letsel of schade tot gevolg hebben. - De installatie moet worden uitgevoerd volgens de installa p. 24
tie-instructies. Foutieve installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken of brand. - Gebruik alleen de meegeleverde accessoires en onderdelen en specieke gereedschappen voor de installatie. Het ge- bruiken van niet-standaard onderdelen kan leiden tot water- lekkage, elektrische schokken, brand en letsel of schade aan eigendommen. - Verzeker je ervan dat het stopcontact dat u gebruikt, geaard is en de juiste spanning heeft. Het netsnoer is uitgerust met een driepolige aardingstekker om u te beschermen tegen schok- ken. Informatie over de spanning vindt u terug aan de zijkant van het apparaat, achter het rooster. - Installeer het apparaat op een vlak, stevig oppervlak. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot schade of overmatig lawaai en trillingen. - Het apparaat mag niet belemmerd worden om een goede werking te garanderen en de veiligheidsrisico's te beperken. - Wijzig de lengte van het netsnoer NIET of gebruik geen verlengsnoer om het apparaat van stroom te voorzien. Ge- bruik NOOIT een stopcontact samen met andere elektrische apparaten. Een foute stroomvoorziening kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. - Schakel het product uit wanneer het niet in gebruik is. - Plaats uw airconditioner NIET in een natte ruimte zoals - een badkamer of een wasruimte. - Te veel blootstelling aan water kan ervoor zorgen dat de elektrische componenten kortsluiten. - Plaats het apparaat NIET op een locatie die kan worden bloot- gesteld aan brandbaar gas, omwille van het brandgevaar. - Het apparaat beschikt over wielen om het verplaatsen te vergemakkelijken. Zorg ervoor dat u de wielen niet op een dik tapijt gebruikt of over voorwerpen rolt, omdat dit het apparaat kan laten omvallen. NL5 - Bedien een apparaat NIET als het viel of beschadigd is. - Het apparaat met elektrische verwarming moet minstens 1 meter ruimte hebben ten opzichte van ontvlambare materia- len. - Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen of op blote voeten. - Sta NIET toe dat kinderen met de airconditioner spelen. Kinderen moeten steeds onder toezicht staan in de buurt van het apparaat - Als de luchtontvochtiger tijdens het gebruik omviel, moet je het apparaat uitschakelen en onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken. Inspecteer het apparaat op zicht om er zeker van te zijn dat er geen schade is. Als je vermoedt dat het apparaat beschadigd is, neem dan contact op met een monteur of de klantenservice voor bijstand. - Tijdens een onweer moet de stroom worden afgesloten om schade aan het apparaat ten gevolge van bliksem te voorko- men. NL6 │Voorzorgen Voorzorgen - Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het ap
paraat op een veilige manier en de betrokken gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebrui- kersonderhoud mag niet door kinderen worden gedaan als ze niet onder toezicht staan (van toepassing voor Europese landen) - Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale capacitei
ten of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het - gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. (van toepassing voor alle landen behalve Europese landen) - Kinderen moeten onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat niet met het apparaat spelen. - Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsvertegenwoordiger of personen met vergelijkbare kwalicaties - om gevaar te voorkomen. - Voor het reinigen of ander onderhoud, moet het apparaat losgekoppeld worden van de stroomvoorziening. - Verwijder geen vaste deksels. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt of als het viel of beschadigd is. - Leg het snoer niet onder een tapijt. Bedek het snoer niet met vloerkleden, -lopers of gelijkaardige vloerbekleding. Leid het snoer niet onder meubels of apparaten. Leg het snoer uit de buurt van het verkeersgebied en waar men er niet kan over struikelen. - Gebruik het apparaat niet als het een beschadigd snoer, stekker, zekering of stroomonderbreker heeft. Voer het apparaat af of retour
neer het naar een erkend servicepunt voor nazicht en/of herstelling. - Om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen mag je deze ventilator niet gebruiken met een snelheidsstuurtoestel in vaste toestand. - Het apparaat moet geïnstalleerd worden volgens de nationale bedradingsvoorschriften. - Voor onderhoud of herstelling van dit apparaat neem je contact op met de bevoegde servicemonteur. - Contacteer de geautoriseerde installateur voor installatie van dit apparaat. - Bedek of blokkeer de inlaat- of uitlaatroosters niet. - Gebruik dit product niet voor andere functies dan degenen die in deze handleiding worden beschreven. - Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat je het apparaat gaat reinigen. - Ontkoppel de stroom als er vreemde geluiden, geuren of rook uit komen. NL7 │Waarschuwing - Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of om schoon te maken, anders dan degenen die aanbevolen zijn door de fabri- kant. - Je moet het apparaat opbergen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming). - Niet doorboren of verbranden. - Weet dat de koelmiddelen mogelijk geurloos zijn. - Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeborgen in een ruimte met een vloeroppervlak dat groter is dan 14 m2. - Het naleven van de nationale gasvoorschriften moet worden verzekerd. - Belemmer ventilatieopeningen niet - Het apparaat moet zo worden opgeslagen dat mechanische schade vermeden wordt. - Een waarschuwing dat het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan de grootte overeenkomt met de ruimte die is gespeciceerd voor gebruik. - Iedereen die betrokken is bij het werken aan of openen in een koudemiddelcircuit, moet in het bezit zijn van een geldig certicaat van een door de industrie geaccrediteerde beoordelingsautoriteit, die hun bevoegdheid om koelmiddelen veilig te behandelen in overeenstemming met een door de branche erkende beoordelingsspecicatie autoriseert. - Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarvoor de assistentie van ander bekwaam personeel vereist is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen. NL8 │Installatie De juiste plaats kiezen Je installatieplaats moet aan de volgende vereisten voldoen: - Zorg ervoor dat je het apparaat op een vlak oppervlak instal- leert om lawaai en trillingen tot een minimum te herleiden - Het apparaat moet geïnstalleerd worden in de nabijheid van een geaarde stekker en de opvangbak afvoer (aan de achter- kant van het apparaat) moet toegankelijk zijn. - Het apparaat moet zich op minstens 30 cm (12") van de dichtstbijzijnde muur bevinden om een goede airconditioning te verzekeren. - Dek de aansluitingen, uitgangen of afstandsbediening sig
naalontvanger van het apparaat NIET af, omdat dit schade aan het apparaat kan veroorzaken. Opmerking over geuoreerde gassen - Geuoreerde broeikasgassen worden bewaard in hermetisch afgesloten apparatuur. Voor specieke informatie over de soort, de hoeveelheid en het CO2-equivalent in tonnen van het geuoreerde broeikasgas (bij sommige modellen), raad- pleeg je best het relevante etiket op het apparaat zelf. - Installatie, service, onderhoud en reparatie van dit apparaat moet worden uitgevoerd door een gecerticeerde monteur. - Het verwijderen en recyclen van het product moet worden uitgevoerd door een gecerticeerde monteur. OPMERKING: Alle illustraties in de handleiding zijn uitsluitend bedoeld als referentie Je apparaat kan enigszins verschillen. De werkelijke vorm heeft voorrang. Het apparaat kan worden bediend via enkel het bedie
ningspaneel van het apparaat of met de afstandsbediening. Deze handleiding bevat geen Afstandsbediening Werking, zie de <<Afstandsbediening illustratie>> die bij het apparaat werd bijgesloten voor meer informatie. NL9 │Installatie Benodigd gereedschap - Middelgrote kruiskopschroevendraaier; - Meetlint of liniaal; -Mes of schaar; -Zaag (optioneel, om de raamadapter in te korten voor smalle ramen). Accessoires Je raaminstallatiekit is geschikt voor ramen van 67,5-123 cm (26,5-48 ") en kan worden ingekort voor kleinere ramen. Onderdeel Beschrijving Aantal Apparaat adapter 1 st Uitlaatslang 1 st Raam schuifregelaar adapter 1 st Muur uitlaat adapter A (enkel voor wandinstallatie) 1 st Muur uitlaat adapter B (met dop) (enkel voor wandinstallatie) 1 st Bout 1 st Raam schuifregelaar A (met gat), Raam schuifregelaar B 1 setjes Schroef en anker (enkel voor wandin- stallatie) 4 setjes Schuimstof dichting A (Klevend) 2 st Schuimstof dichting B (Klevend) 2 st Schuimstof dichting C (Niet- Klevend) 1 st Beveiligingsbeugel en 2 schroeven 1 setjes Afvoerslang 1 st Afvoerslang adapter (alleen voor pomp verwarmingsmodus) 1 st Afstandsbediening en batterij (alleen voor modellen met afstandsbedie- ning) 1 setjes Items met * zijn optioneel. Het ontwerp kan lichtjes variëren. Raaminstallatiekit (optioneel) Stap Een: Voorbereiding het uitlaatslang samenstel Druk de uitlaatslang in de raam schuifregelaar adapter (in de muur raam schuifregelaar adapter voor wandinstallatie) en apparaat adapter, klemt automatisch door de elastische gespen van de adapters. Apparaat adapterRaam schuifre-gelaar adapter AUitlaatslangUitlaatslang Type raam installatie Type wand raam installatie NL10 Stap Twee: Installeer het uitlaatslang samenstel op de eenheid. Plaats de adapter van het uitlaatslang samenstel in de onderste groef van de luchtuitlaat van het apparaat terwijl de haak van de adapter in lijn ligt met de opening van de luchtuitlaat en schuif het uitlaatslang samenstel naar beneden in de richting van de pijl voor installatie. Haak Gatzitting adapter Onderste groef Zorg ervoor dat de adapter in de onderste groef van de luchtuitlaat geplaatst werd. Stap Drie: De verstelbare raam schuifregelaar voorbereiden Afhankelijk van de grootte van je raam, pas je de raam schuifre- gelaar aan. Als er twee raam schuifregelaars vereist zijn omwille de lengte van het raam, gebruik je de bout om de raam schuifregelaars vast te maken nadat ze op de juiste lengte werden ingesteld. Opmerking: Nadat het uitlaatslang samenstel en de verstelbare raam schuifregelaar voorbereid zijn, kun je kiezen uit een van de volgende drie installatiemethodes. Type 1: Uitzetraam installatie (optioneel) Schuimstof dichting B (Klevend type-korter)Schuimstof dichting A (Klevend type)Raam schuifre-gelaar ARaam schuifre-gelaar B(indien nodig)
1. Snij de klevende schuimstof dichting
A en B-strips op de juiste lengte en bevestig ze op de raamlijst en het frame zoals afgebeeld.
2. Plaats het raam schuifregelaar
samenstel in de raamopening Schuimstof dichting C(Niet-klevend type)Beveiligingsbeugel2 schroe- ven Snij de niet-klevende schuimstof dichting C-strip op de breedte van het venster Plaats de dichting tussen het glas en het raamkozijn om te voorkomen dat er lucht en insecten in de kamer kunnen komen. Indien gewenst kun je de beveiligings- beugel installeren met 2 schroeven, zoals afgebeeld NL11 │Installatie Type 2: Schuifraam installatie (optioneel) Schuimstof dichting B (Klevend type-korter)Schuimstof dichting A(Klevend type)Raam schuifregelaar B (indien nodig)Raam schuifregelaar A Snij de klevende schuimstof dichting A en B-strips op de juiste lengte en bevestig ze op de raam- lijst en het frame zoals afgebeeld. Plaats het raam schuifregelaar samenstel in de raamopening Type 3: Wandinstallatie (optioneel) - Maak een gat van 125mm (4,9 inch) in de wand voor de muur uitlaat adapter B - Bevestig de muur uitlaat adapter B aan de muur met behulp van de vier ankers en schroeven die meegeleverd werden in de kit. - Sluit het uitlaatslang samenstel (met muur uitlaat adapter A) aan op de muur uitlaat adapter B.
Uitbreiding anker positie Muur uitlaat adapter B Adapter dop Opmerking: Sluit het gat af met de adapter dop als het niet gebruikt wordt. max 120cm of 47 inch min 30cm of 12 inch Opmerking: Om een goede werking te verzekeren mag de slang NIET worden overstrekt of gebogen Zorg ervoor dat er zich geen obstakel rond de luchtuitlaat van de uitlaatslang bevindt (in het bereik van 500 mm) zodat het uitlaatsysteem naar behoren kan werken. Alle illustraties in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld ter referentie Je airconditio- ner kan enigszins verschillen. De werkelijke vorm heeft voorrang. Schuimstof dichting C (Niet- Klevend type) Beveiligings- beugel 2 schroeven Snij de niet-klevende schuimstof dichting C-strip op de hoogte van het raam Plaats de dichting tussen het glas en het raamkozijn om te voorkomen dat er lucht en insecten in de kamer kunnen komen. Indien gewenst kun je de bevei- ligingsbeugel installeren met 2 schroeven, zoals afgebeeld Plaats de raam schuifregelaar adapter in het gat van de raam schuifregelaar. NL12 │Werking SWING Swing-toets Gebruikt om de Auto swing functie te starten. Wanneer de werking AAN staat, drukt u op de SWING-toets om de jaloezie in de gewenste hoek te laten stoppen. TIMER Timer-toets Gebruikt om de AUTO AAN starttijd en de AUTO UIT stoptijd programma te starten, samen met de + & - toetsen. Het timer aan/uit-indicatielichtje licht op onder de timer aan/uit-instellingen. MODE Mode-toets Selecteert de geschikte bedieningsmodus. Elke keer dat u op de toets drukt, wordt een modus geselecteerd in een reeks die loopt van AUTO, COOL, DRY, FAN en HEAT (koelen alleen mo- dellen zonder). Het modusindicatielichtje licht op onder de verschillende modusinstellingen. Omhoog (+) en Omlaag (-) toetsen Gebruikt om de temperatuurinstellingen aan te pas- sen (verhogen/verlagen) in stappen van 1°C/1°F (of 2°F) van 17°C/62°F tot 30°C/86°F (of 88°F of de TIMER-instelling van 0-24u.). OPMERKING: De besturing kan de temperatuur weergeven in Fahrenheit of Celsius. Als je van de ene naar de andere wilt overgaan, hou je de omhoog en omlaag toetsen tegelijkertijd ingedrukt gedurende 3 seconden. ON/OFF Aan/Uit-knop Stroomschakelaar aan/uit. FAN ION(Press 3s) Fan/Ion-toets (Ion is optioneel) Beheer de ventilatorsnelheid. Druk erop om de ventilatorsnelheid te selecteren in vier stappen: LAAG, MED, HOOG en AUTO. Het indicatielicht- je voor de ventilatorsnelheid licht op onder de verschillende ventilatorinstellingen, behalve bij AUTO-snelheid. Als u de AUTO-ventilatorsnelheid selecteert, gaan alle ventilator indicatielichtjes uit. OPMERKING: Druk gedurende 3 seconden op deze toets om de ION-functie te starten. De ionen- generator wordt geactiveerd en helpt u om pollen en onzuiverheden uit de lucht te verwijderen en vangt deze op in de lter. Druk gedurende 3 secon- den op deze toets om de ION-functie te stoppen. SLEEP SLEEP/ECO-toets Gebruikt om de SLEEP/ECO-werking te starten. SWING TIMER MODE
ION(Press 3s) NL13 LED-display Geeft de ingestelde temperatuur in °C of °F ("°F" geen weergave) en de Auto-timer instellingen weer. In de DRY en FAN-modi toont het de kamertempe
ratuur. Toont de Fout- en beveiligingscodes: E1- kamertemperatuursensor fout E2- Verdamper temperatuursensor fout. E3-Condensator temperatuursensor fout (op sommi
ge modellen). E4- Displaypaneel communicatiefout P1-Opvangbak is vol-- Sluit de afvoerslang aan en laat het opgevangen water weglopen. Als de beveili
ging zich blijft voordoen, bel dan voor service. Opmerking: Als er zich een van de bovenstaande storingen voordoet, schakel je het apparaat uit en controleer je op eventuele belemmeringen Herstart het apparaat, als de storing nog steeds aanwezig is, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Contacteer de fabrikant of zijn service vertegenwoordigers of een soortgelijk gekwaliceerd persoon voor onderhoud. Bedieningsinstructies COOL-werking - Druk op de "MODE"-toets tot het "COOL" indicatielichtje oplicht. - Druk op de ADJUST-toetsen "+" of "-" om je gewenste kamertemperatuur te kiezen. De temperatuur kan ingesteld worden tussen 17°C~30°C/62°F~86°F (of 88°F). - Druk op de “FAN SPEED”-toets om de ventilatorsnelheid te kiezen.
HEAT-werking (koeling alleen op modellen zonder) - Druk op de "MODE"-toets tot het "HEAT"-indicatielichtje oplicht. temperatuur. De temperatuur kan ingesteld worden tussen 17°C~30°C/62°F~86°F (of 88°F). - Druk op de "FAN SPEED"-toets om de ventilatorsnelheid te selecteren. Bij sommige modellen kan men de ventilatorsnel
heid niet aanpassen in de HEAT-modus. - DRY-werking - Druk op de "MODE"-toets tot het "DRY" indicatielichtje gaat branden. - In deze modus kunt u de ventilatorsnelheid niet selecteren en ook de temperatuur niet aanpassen. De ventilatormotor werkt op laag snelheid. │Werking NL14 - Hou ramen en deuren gesloten voor het beste ontvochtiging- seffect. - Plaats de leiding niet in het raam. AUTO-werking - Als u de airconditioner in de AUTO-modus instelt, zal hij automatisch koelen, verwarmen selecteren (koelen alleen modellen zonder) of alleen de ventilator werking, afhankelijk van de door u geselecteerde temperatuur en de kamertem- peratuur. - De airconditioner zal de kamertemperatuur automatisch regelen rond het door u ingestelde temperatuurpunt. - In de AUTO-modus kunt u de ventilatorsnelheid niet selecte- ren. OPMERKING: In de AUTO-modus lichten zowel de AU- TO-modus als de indicatielichtjes van de actuele werkings- modus op. NL15 │Werking FAN-werking - Druk op de "MODE"-toets tot het "FAN" indicatielichtje gaat branden. - Druk op de "FAN SPEED"-toets om de ventilatorsnelheid te selecteren. De temperatuur kan niet worden aangepast. - Plaats de leiding niet in het raam. TIMER-werking - Als het apparaat aanstaat, drukt u op de knop Timer om het programma Auto-uit stop te starten, het indicatielichtje TIMER UIT licht op. Druk op de Omhoog of Omlaag-toets om de gewenste tijd te selecteren Druk binnen de 5 seconden opnieuw op de TIMER-toets en het Auto-aan programma wordt gestart. En het TIMER AAN indicatielichtje licht op Druk op de Omhoog of Omlaag-toets om de gewenste Au- to-aan starttijd te selecteren - Als het apparaat uitstaat, drukt u op de Timer-toets om het programma Auto-aan starten te starten en druk er binnen de vijf seconden nogmaals op om het programma Auto-uit stop te starten. - Druk op de OMHOOG of OMLAAG-toets of hou deze inge- drukt om de auto tijd in stappen van 0,5 uur te veranderen, tot 10 uur en vervolgens in stappen van 1 uur tot 24 uur. De besturing telt de resterende tijd tot de start af. - Indien er gedurende 5 seconden geen werking plaatsvindt zal het systeem automatisch terugkeren naar de vorige temperatuurinstelling. - Als u het apparaat AAN of UIT zet of de timerinstelling op 0,0 instelt, wordt het Auto Start/Stop timer programma geannu- leerd. - Als er een storing optreedt SLEEP/ECO-werking - Als op deze knop drukt, zal de geselecteerde temperatuur stijgen (koelen) of dalen (verwarming) met 1°C/1° F (of 2°F) na 30 minuten. De temperatuur zal dan toenemen (koelen) of afnemen (verwarmen) met nog eens 1°C /1°F (of 2°F) na nog eens 30 minuten. Deze nieuwe temperatuur wordt 7 uur aangehouden voordat hij terugkeert naar de oorspronkelijk geselecteerde temperatuur. Hiermee wordt de Sleep/Eco modus beëindigd en blijft het apparaat werken zoals het oorspronkelijk geprogrammeerd werd. NL16 │Werking - OPMERKING: Deze functie kan niet worden gebruikt in de FAN of DRY-modi. Andere functies FOLLOW ME/TEMP SENSING functie (optioneel) OPMERKING: Deze functie kan ALLEEN worden geactiveerd via de afstandsbediening. De afstandsbediening werkt als een thermostaat op afstand en zorgt voor een precieze temperatuur- regeling op zijn locatie Follow Me/Temp Sensing-functie te acti- veren, richt je de afstandsbediening naar het apparaat en druk je op de Follow Me/Temp Sensing-toets. De temperatuur op het display van de afstandsbediening is de actuele temperatuur op zijn locatie. De afstandsbediening zendt dit signaal om de 3 minuten naar de airconditioner totdat u nogmaals op de Follow Me/Temp Sensing-toets drukt. Als het apparaat geen Follow Me/ Temp Sensing-signaal ontvangt tijdens een interval van 7 minu- ten, sluit het apparaat de Follow Me/Temp Sensing-modus af. OPMERKING: Deze functie kan niet worden gebruikt in de FAN of DRY-modi. AUTO-HERSTART Als het apparaat onverwachts stopt omwille van een stroomon- derbreking, wordt het automatisch herstart met de vorige functie-instelling als er opnieuw stroom is. WACHT 3 MINUTEN VOOR HET HERVATTEN VAN DE WER- KING Nadat het apparaat gestopt is, kan het de eerste 3 minuten niet opnieuw worden gebruikt. Dit dient om het apparaat te bescher- men. De werking start automatisch na 3 minuten.
LUCHTSTROOM RICHTING AANPASSING
De jaloezie kan automatisch worden aangepast. Pas de lucht- stroom richting automatisch aan. - Als de stroom aanstaat gaat de jaloezie volledig open. - Druk op de SWING-toets op het paneel of op de afstands- bediening om de functie Auto Swing in te schakelen. De jaloezie zal automatisch omhoog en omlaag schommelen. - Gelieve de jaloezie niet handmatig aan te passen. ENERGIEBESPARINGSVOORZIENING Als de omgevingstemperatuur gedurende een bepaalde tijd lager (Koelmodus) of hoger (Verwarmingsmodus) dan is de ingestelde temperatuur, zal het apparaat automatisch de energiebesparingsvoorziening gebruiken. De compressor en ventilatormotor stoppen en het indicatielichtje voor de energie- besparingsvoorziening licht op. Als de omgevingstemperatuur hoger (Koelmodus) of lager (Verwarmingsmodus) is dan de ingestelde temperatuur, sluit het apparaat automatisch de NL17 energiebesparingsvoorziening af. Het indicatielichtje voor de energiebesparingsvoorziening gaat uit en de compressor en(of) de ventilatormotor draaien. Afvoer van water - Verwijder tijdens ontvochtigen de aftapplug aan de achter- kant van het apparaat, installeer de afvoer aansluiting (5/8 "universele vrouwelijke afsluitklem) met 3/4" slang (lokaal aan te kopen). Voor de modellen zonder afvoeraansluiting, beves- tig je gewoon de afvoerslang op het gat. Plaats het open uiteinde van de slang recht boven het afvoergebied in je kelder. - OPMERKING: Herplaats tijdens het koelen de boven- ste aftapplug stevig op het apparaat om de maximale prestaties te bereiken en lekkage te vermijden. - Verwijder in de pomp verwarmingsmodus de onderste aftap- plug aan de achterkant van het apparaat, installeer de afvoer aansluiting (5/8 "universele vrouwelijke afsluitklem) met 3/4" slang (lokaal aan te kopen). Voor de modellen zonder afvoeraansluiting, bevestig je gewoon de afvoerslang op het gat. Plaats het open uiteinde van de slang recht boven het afvoergebied in je kelder. OP- MERKING: Zorg ervoor dat de slang veilig ligt, zodat er geen lekken zijn.
Verwijder de bovenste aftapplugDoorlopende afvoerslangVerwijder de onderste aftapplugDoorlopende afvoerslangafvoerslang adapter
NL18 │Werking Leid de slang in de richting van de afvoer en zorg ervoor dat er geen knikken zijn waardoor het water stopt met vloeien. Plaats het uiteinde van de slang in de afvoer en zorg ervoor dat het uiteinde van de slang naar beneden gericht is zodat het water makkelijk kan stromen (Zie Fig. met . Laat nooit omhoog. (Zie Fig. met )). Als de doorlopende afvoerslang niet wordt gebruikt, moet je ervoor zorgen dat de aftapplug en de knop stevig geïnstalleerd zijn om lekkage te voorko- men.
bezorglift ≤1,8 mafvoerslang adapterafvoerslang adapter - Als het waterniveau van de opvang- bak een vooraf bepaald niveau be- reikt, piept het apparaat 8 keer, het digitale display toont "P1". Op dit moment stopt het airconditioning/ontvochtigen proces onmiddellijk. De ventilatormotor blijft echter werken (dit is normaal). Verplaats het apparaat voorzichtig naar een afvoer- locatie, verwijder de onderste aftapplug en laat het water weglopen. Plaats de onderste aftapplug terug en herstart het apparaat totdat het "P1" - symbool verdwijnt - Als de fout zich blijft voordoen, bel je voor service. OPMERKING: Zorg ervoor dat je de onderste aftap- plug opnieuw installeert voordat je het apparaat ge- bruikt om lekkage te voorkomen. Indicatorlichtjes: Timer aan licht; Timer uit licht; Dry-modus licht; Auto-modus licht; Fan-modus licht; Cool-modus licht Heat-modus licht; Follow Me licht; Graden Celsius; Energiebesparingsvoorziening licht (op sommige modellen); Graden Fahrenheit (op sommige modellen) Hoge ventilator licht; Med ventilator licht; laag ventilator licht; Ion licht; Sleep-modus licht; NL19 │Onderhoud WAARSCHUWING: - Trek de stekker altijd uit het stopcontact voor het reinigen of onderhoud. - Gebruik GEEN ontvlambare vloeistoffen of chemicaliën om het apparaat te reinigen. - Was het apparaat NIET onder stromend water. Dit zorgt voor elektrische gevaren - Gebruik de machine NIET als het netsnoer tijdens het reinigen beschadigd werd. Een beschadigd netsnoer moet worden vervangen door een nieuw snoer van de fabrikant. Reinig de luchtlter Bovenste l- ter (uithalen) Gebruik het apparaat NIET zonder lter, omdat vuil en pluisjes het apparaat zullen verstoppen en de presta- ties verminderen Onderste lter A (Druk het rooster ietsjes naar bene- den en trek gelijktijdig de onderste lter A eruit) Onderste lter B (uithalen) LET OP Verwijder de luchtlter NL20 Onderhoudstips -Zorg ervoor dat je de luchtlter elke 2 weken reinigt voor opti- male prestaties. -De water opvangbak moet onmiddellijk worden leeggemaakt nadat de P1-fout zich voordeed en vóór het opbergen om schim- mel te voorkomen. -In huishoudens met dieren moet je het rooster periodiek afvegen om een verstopte luchtstroming door dierlijk haar te voorkomen. Het apparaat reinigen Reinig het apparaat met een vochtige, pluisvrije doek en een mild reinigingsmiddel. Droog het apparaat met een droge, pluisvrije doek. Berg het apparaat op als het niet gebruikt wordt -Laat de water opvangbak van het apparaat leeglopen volgens de instructies in de volgende sectie. -Laat het apparaat gedurende 12 uur draaien in een warme kamer in de FAN-modus om schimmel te voorkomen. -Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. -Reinig de luchtlter volgens de instructies in de vorige sectie. Installeer de schone, droge lter opnieuw voordat je het opbergt. -Haal de batterijen uit de afstandsbediening. Berg het apparaat op, op een koele, donkere plaats. Blootstelling aan direct zonlicht of extreme hitte kan de levensduur van het apparaat verkorten. NL21 │Foutdiagnose Controleer de machine aan de hand van de onderstaande tabel voordat je om onderhoud vraagt: Probleem Mogelijke Oorzaak Probleemoplossing Het apparaat gaat niet aan wanneer op de AAN/UIT-toets gedrukt wordt P1 Foutcode De water opvangbak is vol. Schakel het apparaat uit, laat het water uit de water opvangbak wegvloeien en herstart het apparaat. In de COOL-modus: de kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur Stel de temperatuur opnieuw in Het apparaat koelt niet goed De luchtlter is verstopt met stof of dierenhaar Schakel het apparaat uit en reinig de lter volgens de instructies De uitlaatslang is niet aangesloten of is verstopt Schakel het apparaat uit, ontkoppel de slang, controleer op verstopping en sluit de slang opnieuw aan Het apparaat heeft een tekort aan koelmiddel Bel een servicemonteur om het apparaat te inspecteren en koelmiddel bij te vullen De temperatuurinstelling is te hoog Verlaag de ingestelde temperatuur De ramen en deuren in de kamer staan open Zorg ervoor dat alle ramen en deuren dicht zijn De kamer is te groot Controleer het koelgebied nogmaals Er zijn warmtebronnen in de kamer Verwijder de warmtebronnen indien mogelijk Het apparaat maakt veel lawaai en trilt te veel De grond is niet vlak Plaats het apparaat op een vlak, waterpas oppervlak De luchtlter is verstopt met stof of dierenhaar Schakel het apparaat uit en reinig de lter volgens de instructies Het apparaat maakt een gorgelend geluid Dit geluid wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel in het apparaat Dit is normaal NL22 │Ontwerp- en conformiteit-aantekeningen Ontwerp Aantekening Om de beste prestaties van onze producten te kunnen ga- randeren, is het mogelijk dat de ontwerpspecicaties van het apparaat en de afstandsbediening gewijzigd worden zonder voorafgaande kennisgeving. Energieclassicatie Informatie De energieclassicatie voor dit apparaat is gebaseerd op een installatie met een niet-verlengde afvoerleiding zonder raam schuifregelaar adapter of muur uitlaat adapter A (zoals weerge- geven in de sectie Installatie van deze handleiding). Apparaat Temperatuurbereik Modus Temperatuurbereik Cool 17-35°C (62-95°F) Dry 13-35°C (55-95°F) Heat (pomp verwarmingsmodus) 5-30°C (41-86°F) Heat (elektrische verwarmingsmodus) ≤30°C (86°F) Uitlaatslang installatie: De uitlaatslang en adapter moeten worden geïnstalleerd of verwijderd volgens de gebruiksmodus. Voor COOL, HEAT (warmtepomp type) of AUTO-modus moet de uitlaatslang geïnstalleerd worden. Voor de FAN, DEHUMIDIIFY of HEAT (type elektrische verwar- ming) modus moet de uitlaatslang verwijderd worden. Opmerking: het model MPPB-14CRN7-QB6 mag alleen worden aangesloten op een voeding met de relevante systeemimpe- dantie van niet meer dan 0,316 ohm. Er kunnen beperkingen op de verbinding worden opgelegd door de leverancier voor het gebruik van apparatuur als de feitelijk relevante systeemimpe- dantie op het interfacepunt op de locatie van de gebruiker 0, 316 ohm overschrijdt. NL23 │Sociale Opmerking Als u deze luchtontvochtiger gebruikt in Europese landen, moet de volgende informatie opgevolgd worden: VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd stedelijk afval. Het afzonderlijk inzamelen van dit soort afval voor speciale behandeling is noodzakelijk. Het is verboden om dit toestel weg te gooien met het huishoudelijk afval. Er zijn verschillende mogelijkheden voor het verwijderen ervan: A) De stad heeft inzamelsystemen ingesteld waar elektronisch afval gratis door de gebruiker kan worden afgevoerd. B) Als u een nieuw product koopt zal de winkelier het oude product gratis terugnemen. C) De fabrikant zal het oude toestel gratis terugnemen voor verwijdering ervan. D) Aangezien oude producten waardevolle grondstoffen bevatten kunnen ze verkocht worden aan schroothandelaars. Het zomaar weggooien van afval in bossen en Velden brengt uw gezondheid in gevaar omdat gevaarlijke stoffen in het grondwater kunnen lekken en zo hun weg naar de voedselketen vinden.
Zie transportvoorschriften
2. Het markeren van apparatuur met behulp van borden
Zie lokale voorschriften.
3. Afvoer van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen gebruikt.
Zie nationale voorschriften.
4. Opslag van apparatuur/apparaten
De apparatuur moet opgeslagen worden in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.
5. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur
De opslagpakket beveiliging moet zodanig vervaardigt zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lekkage van de koelmiddelvulling veroorzaakt. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgesla- gen, wordt bepaald door lokale voorschriften.
6. Informatie over onderhoud
1) Controles van het gebied
Alvorens met werkzaamheden aan systemen met brandbare koel- middelen te beginnen, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot een minimum wordt beperkt. Voor herstellingen aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen alvorens werk- zaamheden aan het systeem te starten.
De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico op aanwezigheid van een ontvlambaar gas of damp terwijl het werk wordt uitgevoerd tot een minimum te herleiden.
3) Algemeen werkgebied
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werk- zaam zijn, moeten worden geïnstrueerd over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Werken in besloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte zal worden afgesloten. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn door het beheren van ontvlambaar materiaal.
4) Controleren op aanwezigheid van koelmiddel
Het gebied moet vóór en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, om te verzekeren dat de NL25 │Andere tips monteur op de hoogte is van potentieel ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen, d.w.z. niet-vonkend, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
5) Aanwezigheid van een brandblusser
Als er warm werk moet worden uitgevoerd op de koelapparatuur of daarmee samenhangende onderdelen, moet een geschikt brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg voor een droog poe- der of CO2 brandblusser naast het laadgebied.
6) Geen ontstekingsbronnen
Iemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsysteem waarbij pijpwerk dat brandbaar koelmiddel bevat of bevatte wordt blootgesteld, moet alle ontstekingsbronnen op een zodanige manier gebruiken dat dit niet kan leiden tot het risico op een brand of ontplofng. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten op voldoende afstand gehouden worden van de plaats van installatie, herstelling, verwij
dering en afvoer, gedurende dewelke mogelijk ontvlambaar koel- middel kan worden vrijgegeven in de omliggende ruimte. Voordat het werk uitgevoerd wordt, moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen gevaar op ontvlamming of ontstekingsrisico's zijn. Er worden ook Niet Roken borden geplaatst.
7) Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat het gebied buiten is of dat het voldoende ge- ventileerd wordt voordat het systeem wordt geopend of wanneer er sprake is van warm werk. Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er ventilatie zijn. De ventilatie moet veilig elk vrijgekomen koelmiddel verspreiden en bij voorkeur het uitwendig in de atmosfeer uitstoten.
8) Controles van de koelapparatuur
Als er elektrische onderdelen worden gewijzigd, moeten deze geschikt zijn voor het doel en de juiste specicatie hebben. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten steeds worden gevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles moeten worden uit
gevoerd op installaties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken: Dat de laadgrootte is in overeenstemming met de grootte van de NL26 │Andere tips ruimte waarin de koelmiddel bevattende onderdelen geïnstalleerd zijn; Dat de ventilatieapparatuur en -uitlaten adequaat werken en niet belemmerd worden; Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; De markering op de apparatuur is zichtbaar en leesbaar. Marke- ringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; Koelleidingen of -onderdelen worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een stof die koelmiddel bevattende componenten kan aantasten, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of die op geschikte wijze beschermd zijn tegen het zodanig gecorrodeerd worden.
9) Controles van elektrische apparaten
Herstelling en onderhoud van elektrische componenten omvat initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor onderde
len. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangeslo
ten totdat het naar tevredenheid afgehandeld werd. Als de fout niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar het noodzakelijk is om door te gaan, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit zal worden gemeld aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen hierover geadviseerd zijn. Initiële veiligheidscontroles omvatten: Dat condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen; Dat er geen elektrische componenten en bedrading waar span- ning op zit worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of zuiveren van het systeem; Dat er continuïteit van aarding is.
7. Herstellingen aan verzegelde onderdelen
1) Tijdens herstellingen aan verzegelde onderdelen moeten alle
elektrische voorzieningen losgekoppeld worden van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voordat de verzegelde bedekkingen, enz. verwijderd worden. Als het absoluut nodig is om een elektrische voeding te hebben tijdens onderhoudswerkzaamheden, dan NL27 │Andere tips moet er zich een permanent werkende vorm van lekdetectie op het meest kritieke punt bevinden om te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie.
2) In het bijzonder moet er aandacht worden besteed aan het
volgende om ervoor te zorgen dat door te werken aan elektrische onderdelen, de behuizing niet op zo'n manier wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau hierdoor beïnvloed wordt. Dit is inclusief schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, terminals die niet werden gemaakt volgens de oorspronkelijke specicatie, schade aan afdichtingen, foutieve aansluiting van wartels, enz. Zorg ervoor dat het apparaat veilig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig verslechterd zijn dat ze het binnendringen van ontvlambare at- mosferen niet meer kunnen verhinderen. Vervangingsonderdelen moeten overeenstemmen met de specicaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconen kit kan de doeltreffend- heid van sommige soorten lekkagedetectie apparatuur belemme- ren. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan gewerkt wordt.
8. Herstellingen aan intrinsiek veilige onderdelen
Breng geen permanente inductieve of lastcapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waaraan gewerkt kan worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ont- vlambare atmosfeer. Het testapparaat moet de correcte notering hebben. Vervang onderdelen enkel met onderdelen die door de fabrikant gespeciceerd zijn Andere onderdelen kunnen ertoe leiden dat koelmiddel lekt en in de atmosfeer ontbrandt. 9.Cabling Ga na of de bekabeling niet onderhevig was aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten. Bij het controleren moet men ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen
Er mogen in geen enkel geval potentiële ontstekingsbronnen NL28 gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddel- lekkages. Een halogenide fakkel (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt.
11. Lekkage detectiemethodes
De volgende lekkage detectiemethodes worden aanvaard voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekkagedetectoren worden gebruikt voor het detecteren van ontvlambare koelmiddelen, maar mogelijk is de gevoeligheid niet toereikend of moet het opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieap- paratuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte.) Verzeker je ervan dat de detector geen potentiële ontstekingsbron en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekkage detectieap- paratuur zal worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en gekalibreerd worden volgens het gebruikte koel- middel en het juiste percentage aan gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekkage detectievloeistoffen zijn geschikt om gebruikt te worden met de meeste koelmiddelen, het gebruik van chloor- houdende reinigingsmiddelen dient echter te worden vermeden omdat chloor kan reageren met het koelmiddel en dit het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is, wordt alle open vuur verwijderd/gedoofd. Als er lekkage van koelmiddel wordt vastgesteld waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem verwijderd of geïsoleerd worden (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het sol- deerproces moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld.
12. Verwijdering en evacuatie
Bij het openen van het koelcircuit om herstellingen uit te voeren of voor welk doel dan ook, moeten conventionele procedures worden gebruikt. Het is echter belangrijk dat de beste werkwijze wordt ge- volgd, aangezien ontvlambaarheid steeds in overweging genomen moet worden. De volgende procedure moet worden nageleefd: Verwijder het koelmiddel; Zuiver het circuit met inert gas; Evacueer; Zuiver opnieuw met inert gas; Open het circuit door te snijden of te lassen. │Andere tips NL29 De koelmiddelvulling moet worden gerecupereerd in de correcte recuperatie cilinders. Het systeem wordt gespoeld met OFN om het apparaat veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meer- dere keren moet worden herhaald. Voor deze taak mag men geen gebruik maken van perslucht of zuurstof. Het spoelen moet worden bereikt door het vacuüm in het systeem te doorbreken met OFN en te blijven vullen tot men de werkdruk bereikt, vervolgens moet er in de atmosfeer worden ontlucht en tenslotte vacuümtrekken. Men moet dit proces blijven herhalen totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Als de laatste OFN-lading wordt gebruikt, wordt het systeem ontlucht tot de at- mosferische druk om het werk mogelijk te maken. Deze bewerking is van vitaal belang als er aan het leidingwerk soldeer activiteiten moeten plaatsvinden. Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventilatie beschik- baar is. 13.Laadprocedures Naast de normale laadprocedures moet men ook de volgende vereisten volgen. Verzeker je ervan dat er geen verontreiniging met verschillende koelmiddelen plaatsvindt als je laadapparatuur gebruikt. Slangen of leidingen dienen zo kort mogelijk te zijn om de hoeveelheid koelmiddel die zich erin bevindt tot een minimum te herleiden. De uiterste zorgvuldigheid is geboden om ervoor te zorgen dat het koelsysteem niet overvult wordt. Het systeem moet onder druk getest worden met OFN voordat het opnieuw wordt opgeladen. Na het voltooien van het opladen maar vóór de inbedrijfstelling moet het systeem worden getest op lekkage. Voor het verlaten van de site zal er nog een lektest uitgevoerd. 14.Decommissioning Voordat men deze procedure uitvoert, is het essentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en de details ervan. Het is de aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig te recupereren. Voorafgaand aan de uit te voeren taak moet men een monster van de olie en het koelmiddel nemen voor het geval er een analyse nodig is voor het teruggewonnen koelmiddel opnieuw kan worden gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische │Andere tips NL30 │Andere tips stroom beschikbaar is voordat de taak wordt gestart. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en zijn werking. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker je hiervan voordat je de procedure probeert: Er is, indien nodig, uitrusting voor mechanische behandeling beschikbaar voor het hanteren van koelmiddelcilinders; Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn beschikbaar en worden correct gebruikt; Het herstelproces wordt te allen tijde gecontroleerd door een bevoegd persoon; Recuperatie apparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. d) Draineer het koelmiddelsysteem indien mogelijk. e) Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat je het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kunt verwijderen. f) Verzeker je ervan dat de cilinder zich op de schalen bevindt voordat het herstel plaatsvindt. g) Start de herstel machine en werk in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. h) Doe de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% volume vloei- bare lading).
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet
tijdelijk. j) Als de cilinders correct gevuld werden en het proces voltooid is, moet je ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur onmiddel- lijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur afgesloten zijn. k) Gerecupereerd koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij dit gereinigd en gecontroleerd is. 15.Labelling De apparatuur moet een etiket krijgen met de vermelding dat het buitengebruik gesteld is en het koelmiddel geleegd werd. Het eti- ket moet worden gedateerd en ondertekend. Verzeker je ervan dat er op de apparatuur etiketten aanwezig zijn met de melding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat. 16.Recovery Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buitengebruikstelling, is de aanbevolen goede werk
NL31 │Andere tips wijze het veilig verwijderen van alle koelmiddelen. Bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders moet men ervoor zorgen dat er alleen geschikte koelmiddel recuperatiecilinders worden gebruikt. Zorg ervoor er voldoende cilinders beschikbaar zijn voor het houden van de totale systeemvulling. Alle cilinders die gebruikt gaan worden zijn bestemd voor het gerecupereerde koelmiddel en geëtiketteerd voor dat koelmiddel (d.w.z. specia- le cilinders voor het recupereren van koelmiddel). De cilinders moeten compleet en in goede staat zijn met een overdrukventiel en bijbehorende afsluitkleppen. Lege recuperatiecilinders worden geëvacueerd en, indien moge- lijk, gekoeld voordat het recupereren plaatsvindt. De recuperatieapparatuur moet in goede staat zijn met een instructies aangaande de voorhanden zijnde apparatuur en moet geschikt zijn voor het recupereren van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moeten er gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn die in goede staat verkeren. De slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppelingskoppelingen en in goede staat verkeren. Voordat je de recuperatie machine gebruikt moet je controleren of deze in goede staat, goed onderhouden is en dat alle bijbehoren- de elektrische onderdelen afgedicht werden om ontvlamming te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant als je twijfelt. Het gerecupereerde koelmiddel wordt geretourneerd naar de leve- rancier van het koelmiddel in de correcte recuperatiecilinder en de relevante afvaltransportnota wordt geregeld. Meng geen koel- middelen in recuperatie eenheden en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën verwijderd dienen te worden, moet je jezelf ervan verzekeren dat ze geëvacueerd zijn tot een aanvaardbaar niveau om ervoor te zorgen dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor geretourneerd wordt naar de leveranciers. Er mag alleen elektrische verwarming gebruikt worden op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit op een veilige manier gebeuren. NL6.70A 13307Btu/h 1500W R290/0.28kg 8.60A 1890W MODEL 220-240V~ 50Hz, 1Ph COOLING CAPACITY HEATING CAPACITY EXCESSIVE OPERATING PRESSURE POWER SOURCE CURRENT INPUT STANDARD RATING CONDITIONS DISCHARGE 1.0MPa 2.6MPa SUCTION COOLING HEATING CURRENT INPUT IPX0
Notice-Facile