WHIRLPOOL SMP 9010 CNEIXL - Fornuis

SMP 9010 CNEIXL - Fornuis WHIRLPOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SMP 9010 CNEIXL WHIRLPOOL in PDF-formaat.

📄 160 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice WHIRLPOOL SMP 9010 CNEIXL - page 25
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WHIRLPOOL

Model : SMP 9010 CNEIXL

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SMP 9010 CNEIXL - WHIRLPOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SMP 9010 CNEIXL van het merk WHIRLPOOL.

GEBRUIKSAANWIJZING SMP 9010 CNEIXL WHIRLPOOL

400011717120Gebruikershandleiding

Lees de instructies aandachtig voordat u het apparaat gebruikt. PRODUCTBESCHRIJVING

2. Controlelampje - kookplaat ingeschakeld

4. Controlelampje - toetsvergrendeling actief

6. Display van keuze van kookzone

7. Toets voor uitschakeling kookzone

Gebruik alleen potten en pannen van ferromagnetisch materiaal die geschikt zijn voor gebruik op inductiekookplaten. Controleer op de aanwezigheid van het symbool (dat meestal op de onderkant gedrukt is) om te bepalen of de pan geschikt is. Er kan een magneet worden gebruikt om te bepalen of de pannen magnetisch zijn. De kwaliteit en de structuur van de panbodem kunnen de bereidingsprestaties veranderen. Sommige aanduidingen van de diameter van de bodem komen niet overeen met de reële diameter van het ferromagnetische oppervlak. LEGE PANNEN OF PANNEN MET EEN DUNNE BODEM Gebruik geen lege pannen op een ingeschakelde kookplaat. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem dat constant de temperatuur controleert en dat de ‘automatische uitschakelfunctie’ activeert als er hoge temperaturen worden gemeten. Als de kookplaat wordt gebruik met lege pannen of pannen met een dunne bodem, kan de temperatuur snel toenemen waardoor mogelijk de ‘automatische uitschakelfunctie’ met een NEEOK lichte vertraging wordt ingeschakeld, met schade voor de pannen tot gevolg. Raak niets aan als dit gebeurt en wacht tot alle onderdelen zijn afgekoeld. Neem contact op met het servicecentrum als er een foutbericht verschijnt. MINIMALE DIAMETER VAN DE ONDERKANT VAN DE PAN VOOR DE VERSCHILLENDE KOOKZONES Om de kookplaat goed te doen werken moet de kookpot een of meer van de referentiepunten, aangegeven op het oppervlak van de kookplaat, bedekken en een gepaste minimumdiameter hebben.

EERSTE GEBRUIK De instellingen van de kookplaat kunnen op elk willekeurig moment worden veranderd. Om de instellingen te veranderen klikt u op het symbool dat op het display van het functiebeheer wordt weergegeven. Op het menu van de instellingen kan u:

  • de helderheid afstellen;
  • de geluidssterkte van de alarmsignalen afstellen;
  • de toetstonen afstellen;
  • het vermogen van de kookplaat afstellen;
  • de fabrieksinstellingen van de kookplaat herstellen;
  • de versie van de geïnstalleerde software controleren. Als er zich een storing voordoet in de stroomtoevoer, blijven de instellingen behouden.

HET VERMOGEN VAN DE KOOKPLAAT AFSTELLEN

Het maximale vermogensniveau van de kookplaat kan ingesteld worden op het menu van de instellingen in overeenstemming met de vereisten, of met de kookwekkerduur. De beschikbare vermogens zijn: 4.0kW – 6.0kW – 7.4kW– 11.0kW. DAGELIJKS GEBRUIK DE KOOKPLAAT IN-UITSCHAKELEN (AAN/UIT) Om de kookplaat in te schakelen houdt u de inschakeltoets circa 1seconde ingedrukt, tot de displays oplichten. De kookplaat wordt na 30 seconden automatisch uitgeschakeld als u binnen die tijdspanne geen functie selecteert. Het kookelement wordt uitgeschakeld als u langer dan 10 seconden op eender welke toets drukt. Om de kookplaat uit te schakelen, drukt u op dezelfde knop tot de displays uitgaan. Alle kookzones worden uitgeschakeld. Als de kookplaat eerder gebruikt werd wanneer u hem uitschakelt, worden alle kookzones uitgeschakeld en de restwarmte-indicator “H“ blijft actief tot de kookzones zijn afgekoeld. BEREIDINGSZONE SELECTEREN De gewenste bereidingszone wordt geselecteerd op het linkerdisplay door op het betreende paneel te drukken. De geselecteerde zones worden opgelicht.

DE FLEXIBELE ZONE KIEZEN

De exibele zone is de zone waar verschillende bereidingszones elkaar overlappen en kunnen worden gebruikt als een enkele bereidingszone. Om een exibele zone te creëren: Selecteer verschillende panelen tegelijkertijd of verschuif ze met uw vinger, om de panelen samen te voegen. Om een exibele zone te scheiden: Druk op het paneel van de zone die u wilt scheiden en blijf 3 seconden lang drukken. Of druk anders op de toets voor “zonescheiding“ dat op het display van het functiebeheer wordt weergegeven. Wanneer de bereidingszone verdeeld is, wordt hetzelfde vermogensniveau ingesteld voor elke afzonderlijke zone. Als alle geselecteerde bereidingszones niet binnen 30 seconden met een kookpot worden bedekt, verschijnt een dikke streep op het linkerdisplay. Die zone kan opnieuw geactiveerd worden met het commando “Pot toevoegen“ op het rechterdisplay.Gebruikershandleiding

1. Schakel de kookplaat in. Als een recipiënt al op zijn plaats staat, detecteert

het kookelement het automatisch. Selecteer de aangeduide zone en kies het vermogen.

2. Zet de kookpot in de gekozen bereidingszone en ga na of het één of

meerdere referentietekens op het oppervlak van de kookplaat bedekt.

  • Als u deze positie gebruikt, verzekert u dat het voordeel van de maximale vermogenoutput. Let op: Bedek het display of de schuifbediening niet met accessoires. Als er gereedschap op een van de displays ligt, werkt het kookelement mogelijk niet goed. Op het rechterdisplay wordt de melding “CONTROLEER AANRAAKZONE, verwijder het voorwerp binnen de minuut“ weergegeven. Verwijder het voorwerp en wacht tot de melding verdwijnt. Als het probleem aanhoudt, koppelt u de kookplaat los van het stroomnet en sluit u het vervolgens terug aan. In de kookzones in de buurt van het bedieningspaneel is het raadzaam om pannen binnen de markeringen te houden. Dit geldt zowel voor de bodem als voor de bovenrand van de pannen, die vaak breder is. Hierdoor wordt oververhitting van het touchpad voorkomen. Voor grillen of frituren gebruikt u zo mogelijk de achterste kookzones.

3. Selecteer de bereidingszone of exibele zone op het linkerdisplay.

4. Stel het gewenste vermogensniveau in door met uw vinger te drukken op

of horizontaal te schuiven over de schuifbediening. Het ingestelde vermogensniveau wordt weergegeven op het paneel van de geselecteerde bereidingszone. Elke kookzone heeft verschillende verwarmingsinstellingen, die gaan van “1“ (minimaal vermogen) tot “18“ (maximaal vermogen). Met de schuifbediening kan ook de snelopwarmfunctie worden gekozen, die met de letter “P“ wordt aangegeven op het display. Let op: Het paneel van de bereidingszone begint te knipperen als de pan niet geschikt is voor een inductiekookplaat, als hij niet correct is geplaatst of geen geschikte afmetingen heeft. Als er binnen 30seconden na de selectie geen pan wordt geregistreerd, dan wordt de kookzone uitgeschakeld. De kookzones uitschakelen: Selecteer de bereidingszone op het linkerdisplay en druk op de “OFF” (UIT)- toets bovenaan de schuifbediening. Als de kookzone nog warm is, verschijnt de restwarmte-indicator “H“ op het betreende paneel.

POT TOEVOEGEN Wanneer een bereidingszone wordt gebruikt die uit verschillende zones bestaat, kan de kookpot op eender welk punt van de actieve zone geplaatst worden. De kookplaat herkent automatisch de positie van de kookpot. Als u nog een kookpot op de geactiveerde bereidingszone wenst toe te voegen, gebruikt u het commando “Pot toevoegen“ zodat de kookplaat de nieuwe pot detecteert. VERGRENDELING Om te voorkomen dat de kookplaat onbedoeld wordt ingeschakeld tijdens het reinigen of dat de bedieningselementen onbedoeld veranderd worden, drukt u 3 seconden op de toets “Toetsvergrendeling“ : een geluidssignaal en een waarschuwingslampje geven aan dat de functie is ingeschakeld. Het bedieningspaneel wordt vergrendeld, met uitzondering van de uitschakeltoets. Om de bedieningselementen opnieuw te activeren drukt u opnieuw 3 seconden op de toets “Toetsvergrendeling“ . Het waarschuwingslampje gaat uit en de kookplaat is weer actief. KOOKWEKKER Wanneer de kookplaat uitgeschakeld is, kan de rechterdisplay gebruikt worden als kookwekker. De kookwekker inschakelen:

1. Schakel de kookplaat in.

2. Druk op het pictogram van de zandloper dat op het display van het

functiebeheer wordt weergegeven.

3. Gebruik de “+“/“–“ toetsen om de tijd in te stellen.

4. Als de ingestelde tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal.

De kookwekker wijzigen of uitschakelen:

1. Druk op het pictogram van de zandloper dat op het display van het

functiebeheer wordt weergegeven.

2. Gebruik de “+“ en “–“ toetsen om de gewenste tijd opnieuw in te stellen of

druk op de “STOP“-toets om de kookwekker uit te zetten.

DE BEREIDINGSDUUR INSTELLEN

De kookzones kunnen geprogrammeerd worden om automatisch te worden uitgeschakeld. De bereidingstijd instellen:

1. Selecteer de bereidingszone en stel het vereiste vermogensniveau in.

2. Druk op het pictogram van de stopwatch at op het display van het

functiebeheer wordt weergegeven.

3. Gebruik de “+“/“–“ toetsen om de tijd in te stellen.

4. Wanneer de ingestelde tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal en

wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. De kookwekker wijzigen of uitschakelen:

1. Selecteer de actieve bereidingszone.

2. Druk op het pictogram van de stopwatch dat op het display van het

functiebeheer wordt weergegeven.

3. Gebruik de “+“ en “–“ toetsen om de gewenste tijd opnieuw in te stellen

of druk op de “STOP“-toets om de ingestelde bereidingstijd te wissen. Er kan een bereidingstijd ingesteld worden voor elke zone of exibele zone met dezelfde procedure.SPECIALE FUNCTIES

Sense“-toets dient om toegang te krijgen tot speciale functies:

  • FlexiFull Het rechterdisplay van het functiebeheer dient om te navigeren tussen de speciale functies en de gewenste optie te selecteren. Met de pijltjes verschuift u de beschikbare opties. Gebruik de toets

om uw keuze te bevestigen en de dubbele pijl om naar het vorige menu terug te gaan. KOOKHULP Deze functie dient om een van vooraf ingestelde functies te selecteren die u helpen om verschillende types voedingsmiddelen zo goed mogelijk te bereiden. De kookplaat staat de gebruiker bij door de ideale condities voor verwarmen en voorbereiden van de kookpot te leveren. Hij geeft ook richtlijnen voor de verschillende bereidingsfasen zodat optimale resultaten worden bereikt. De Kookhulp inschakelen:

2. Selecteer “Kookhulp“ op het functiebeheerdisplay en bevestig.

6TH SENSE MENUGeassisteerd koken

6. Plaats de pan op de juiste plaats en zorg ervoor dat hij tenminste twee van

de referentiepunten op het oppervlak van de kookplaat bedekt. Alleen de “Moka“-bereidingswijze heeft een enkel referentiepunt dat moet worden bedekt. Wat volgt is een voorbeeld van de positionering van een aantal accessoires.

7. Selecteer de gewenste bereidingszone op het linkerdisplay. Er verschijnt

een “A“ in de geselecteerde zone. De beschikbare zones die worden aanbevolen voor de positionering van het keukengerei worden op het display weergegeven.

8. Op het rechterdisplay verschijnen instructies die u moet volgen (bijv.“Olie

toevoegen“ of “Voedsel toevoegen“). Na elke fase moet de gebruiker bevestigen om verder te gaan met de bereiding.

9. Het vooraf ingestelde vermogensniveau kan zo nodig op elk ogenblik

veranderd worden met de “+“ en “–“ toetsen.

10. Wanneer de bereiding klaar is, drukt u op de “STOP“-toets om de

bereidingszone uit te schakelen. Als er verschillende zones werden gebruikt voor de bereiding, moet u eerst de bereidingszone selecteren die u wilt uitschakelen. Pasta Koken Let op: De functie “Kookhulp“ kan ook geactiveerd worden wanneer een of meer bereidingszone al actief zijn. De Kookhulpfunctie inschakelen voor meer dan een bereidingszone: Na de inschakeling van de functie “Kookhulp“ voor de eerste bereidingszone, drukt u opnieuw op de “6

Sense“-toets en herhaalt u de inschakelprocedure voor een nieuwe bereidingszone. Zones die al actief zijn kunnen niet geselecteerd worden. Let op: U kan tot 6 zones gebruiken met de functie “Kookhulp“, mits de geselecteerde instelling van het vermogensniveau dat toelaat. De zones kunnen niet gecombineerd worden om een grotere zone te vormen. Traditioneel bereiden wanneer de Kookhulpfunctie ingeschakeld is: Wanneer de functie “Kookhulp“ is ingeschakeld, kan u de bereidingszone, die u wilt inschakelen, selecteren op het linkerdisplay, en het vermogensniveau voor deze zone instellen alvorens deze op normale wijze te gebruiken. Extra functies VOEDINGSGROEP BEREIDINGSMETHODE Vlees Grillen, Braden, Koken Vis Grillen, Braden, Koken Groenten Grillen, Braden, Koken Sauzen en soepen Sauzen (Tomatensaus, Béchamel) Soep (Aanbraden, Sudderen, Roomsoep) Desserts Vanillesaus, Panna cotta, Gesmolten chocolade, Pannekoek, Rijstepap Eieren Gebakken eieren/Spiegelei, Omelet, Koken (Gekookte eieren, Zachtgekookte eieren), Frittata, Roerei Kaas Grillen, Braden, Fondue Pasta Koken, Braden, Risotto, Rijstepap Dranken Melk, Water, Koe Aangepaste modus Koken, Grillen, Braden, Sudderen, Smelten BELANGRIJKSTE BEREIDINGSMETHODES (Elke methode kan bijkomende opties hebben) SMELTEN Om het voedsel op de ideale smelttemperatuur te brengen en de toestand van het voedsel te handhaven zonder het risico dat het aanbrandt. Deze methode tast delicate voedingsmiddelen zoals chocolade niet aan en voorkomt dat ze aan de pan blijven plakken. De mate van bereiding kan op elk ogenblik worden aangepast met de “+“ en “–“ toetsen op het rechterdisplay. SUDDEREN Voor langere bereidingen en langzaam verdampende vloeistoen, en om de toestand van het voedsel te handhaven zonder het risico dat het aanbrandt.Gebruikershandleiding

Deze methode tast het voedsel niet aan en voorkomt dat het aan de pan blijft plakken. De kwaliteit en het type van de gebruikte potten en pannen kan van invloed zijn op de prestatie en de kookresultaten. De mate van bereiding kan op elk ogenblik worden aangepast met de “+“ en “–“ toetsen op het rechterdisplay. KOKEN* Om eciënt water te verwarmen en de gebruiker te waarschuwen wanneer het begint te koken, met een hoorbaar en zichtbaar signaal. Terwijl hij wacht op de bevestiging van de gebruiker, laat het systeem het water gecontroleerd sudderen om spatten en energieverspilling te voorkomen. Wanneer deze functie ingeschakeld is, laat een hoorbaar alarm de gebruiker weten dat de kookpot leeg is (geen water) of drooggekookt is. Voeg eerst zout toe nadat het kookalarm is afgegaan. BRADEN* Om een lege kookpot of braadpan op te warmen of klaar te maken. Een hoorbaar en zichtbaar signaal geeft aan dat de ideale temperatuur is bereikt om voedsel in de kookpot of braadpan te doen. Terwijl hij wacht op de bevestiging van de gebruiker, houdt het systeem de temperatuur van het accessoire onder controle om schadelijke temperaturen voor de braadpan en energieverspilling te voorkomen. Gebruik voor optimale condities deze functie met potten en pannen en kruiden aan kamertemperatuur. Voor deze functie moeten speciale accessoires worden gebruikt. Gebruik geen deksel - om te beschermen tegen spatten wordt een antispatzeef aanbevolen. Het valt aan te raden om olie te gebruiken die geschikt is voor bakken wanneer u deze functie gebruikt, zoals verschillende soorten zaadolie. Wanneer u verschillende olies gebruikt, let dan heel goed op en houd toezicht tijdens het eerste gebruik. GRILLEN* Deze functie dient voor het optimaal grillen van een variëteit aan voedsel, op basis van hun dikte. Wanneer de ideale temperatuur is bereikt om voedsel toe te voegen, laat de kookplaat een biep horen. De kookplaat stabiliseert de temperatuur tijdens het koken en houdt hem constant. Zodra de gebruiker bevestigt dat voedsel werd toegevoegd, begint het bereiden. Het valt aan te raden het voedsel voor te bereiden tijdens het opwarmen zodat u het onmiddellijk kan toevoegen zodra u de biep hoort. Gebruik voor optimale condities deze functie met potten en pannen en kruiden aan kamertemperatuur. Als u het draadrek, dat voor dit doel is ontworpen, niet gebruikt, let dan heel goed wanneer u de grillfunctie de eerste maal gebruikt, aangezien de kwaliteit van de bodem de verwarmingstijd kan beïnvloeden. Accessoires met een zeer dunne bodem kunnen op korte tijd zeer hoge temperaturen bereiken. MOKA* Deze functie dient om de “mokka“-koepotten voor fornuizen automatisch te verwarmen. De verwarmingscyclus wordt ingeschakeld door de functie in het menu te selecteren en er gaat een biep af wanneer de koe klaar is. De functie is geprogrammeerd om automatisch te worden uitgeschakeld om spatten te voorkomen. Controleer altijd of de beschreven voorwaarden in acht worden genomen wanneer u hem de eerste maal gebruikt. Gebruik voor optimale condities deze functie met koepotten en water aan kamertemperatuur.

  • Voor deze functies is het gebruik van speciale accessoires aanbevolen:
  • voor koken: WMF SKU: 07.7524.6380
  • voor braden: WMF SKU: 05.7528.4021
  • grillen: WMF SKU: 05.7650.4291
  • voor Moka-koepot, Bialetti: MOKA INDUZIONE 3TZ ANTRACITE Let op: Verplaats de potten en pannen nooit tijdens de eerste minuut van het verwarmen zodat de kookplaat optimaal kan functioneren. CHEF CONTROL Deze functie verdeelt de kookplaat in vier bereidingszones, die tegelijkertijd worden ingeschakeld aan een vooraf ingesteld vermogensniveau. Dit maakt het mogelijk om potten en pannen van de ene naar de andere zone te verplaatsen, zodat u kunt koken met verschillende temperaturen. De functie Chef Control inschakelen:

1. Plaats de pan op de juiste plaats.

2. Druk op de “6th Sense“-toets.

3. Selecteer “Chef Control“ op het functiebeheerdisplay en bevestig.

4. De vier bereidingszonepanelen worden weergegeven op het linkerdisplay,

met het overeenkomende vermogensniveau (laag, gemiddeld, hoog).

5. Als u pannen wilt toevoegen, gebruikt u het “Pot toevoegen“-commando

6. Om de functie af te sluiten, drukt u op “STOP“.

CHEF CONTROLPlaats een pan Het vermogen van een bereidingszone veranderen:

1. Selecteer de bereidingszone.

2. Selecteer het gewenste vermogensniveau door met uw vingers over de

schuifbediening te gaan, die 1 seconde lang zichtbaar blijft.

3. Het woord dat het geselecteerde vermogensniveau aangeeft (laag,

gemiddeld, hoog) wordt opnieuw weergegeven. Let op: De veranderde instellingen worden opgeslagen totdat u ze opnieuw verandert of reset. FLEXIFULL Dat zorgt ervoor dat de vier zones kunnen worden gecombineerd om gebruikt te worden als een enkele bereidingszone. De functie Flexifull inschakelen:

1. Plaats de pan op de juiste plaats.

2. Druk op de “6th Sense“-toets.

3. Selecteer “Flexifull“ op het functiebeheerdisplay en bevestig.

4. Stel het gewenste vermogensniveau in op de schuifbediening. Het

ingestelde vermogensniveau wordt op het linkerdisplay weergegeven.

5. Als u pannen wilt toevoegen, gebruikt u het “

Pot toevoegen “- commando

6. Om deze functie af te sluiten, drukt u op “STOP“.

FLEXIFULLPlaats een panINDICATOREN RESTWARMTEWanneer de letter “H“ wordt weergegeven op een van de panelen van het selectiedisplay van de bereidingszone, betekent dit dat de bereidingszone nog heet is. Wanneer de bereidingszone is afgekoeld, verdwijnt de “H“. VERMOGENSNIVEAU BEREIDINGSTYPE AANBEVOLEN GEBRUIK Met aanduiding van kookervaring en -gewoonten Max. warmte- instelling P Snel verwarmen Ideaal om gauw de temperatuur te verhogen om snel water aan de kook te brengen of om snel vocht te verwarmen.

Bakken, koken Ideaal om aan te braden, een bereiding te starten, diepvriesproducten te bakken, water snel aan de kook te brengen. Braden, fruiten, koken, grillen Ideaal om te fruiten, vocht zachtjes aan de kook te houden, koken en grillen.

Braden, koken, stomen, fruiten, grillen Ideaal om te fruiten, vocht zachtjes aan de kook te houden, koken en grillen, en accessoires voor te verwarmen. Koken, stoven, fruiten, grillen, koken tot het smeuïg is Ideaal om te stoven, vocht zachtjes aan de kook te houden, koken en grillen (gedurende lange tijd).

Koken, sudderen, inkoken, smeuïg maken Ideaal voor langere bereidingen (rijst, sauzen, braadstukken, vis) met bijbehorend vocht (bijv. water, wijn, bouillon, melk) en pasta smeuïg maken. Ideaal voor langere bereidingen (hoeveelheden kleiner dan een liter: rijst, saus, braadstukken, vis) met vloeistoen (bijv. water, wijn, bouillon, melk).

Smelten, ontdooien Ideaal om boter zacht te maken, voorzichtig chocolade te smelten, producten van kleine afmetingen te ontdooien. Warmhouden, risotto smeuïg maken IIdeaal om kleine hoeveelheden voedsel warm te houden die net bereid zijn of om dekschalen op temperatuur te houden en risotto's smeuïg te maken. Geen vermogen

Kookplaat in stand-by of uitgeschakeld (mogelijke aanwezigheid van restwarmte na aoop van de bereiding, aangegeven door H).

WAARSCHUWING• Gebruik geen stoomreinigers.

  • Controleer voor het reinigen of de kookzones uitgeschakeld zijn en dat de restwarmte-indicatie (‘H’) niet wordt weergegeven. Belangrijk:• Gebruik geen schuursponsjes of schuurmatjes, omdat hiermee het glas wordt beschadigd.• Reinig de kookplaat na elk gebruik (wanneer deze is afgekoeld) om aanslag en vlekken door voedselresten te verwijderen.• Suiker of voedsel met een hoog suikergehalte kan tot beschadiging van de kookplaat leiden en moet direct verwijderd worden.• Door zout, suiker en zand kan het glasoppervlak bekrast raken.• Gebruik een zachte doek, absorberend keukenpapier of een speciale kookplaatreiniger (volg de instructies van de fabrikant).• Gemorste vloeistoffen in de kookzones kunnen ervoor zorgen dat de pannen bewegen of trillen.• Droog de kookplaat grondig nadat deze gereinigd is.Als het iXelium™ -logo op het glas verschijnt, dan is de kookplaat behandeld met de iXelium™ -technologie, een exclusieve afwerking van Whirlpool die perfecte reinigingsresultaten garandeert en het oppervlak van de kookplaat langer glanzend houdt.Volg onderstaande tips om iXelium™ -kookplaten te reinigen:• Gebruik een zachte doek (microvezel is het beste) die is bevochtigd met water of met dagelijks schoonmaakmiddel voor glas.• Laat voor de beste resultaten een paar minuten een natte doek op het glazen oppervlak van de kookplaat liggen.Gebruikershandleiding
  • Controleer of er geen stroomuitval is.• Als u er niet in slaagt de kookplaat na gebruik uit te schakelen, de stekker uit het stopcontact trekken.• Als bij de inschakeling van de kookplaat op het display alfanumerieke codes worden weergegeven, dient u volgens onderstaande tabel te handelen. Let op: De aanwezigheid van water, gemorste vloeistoen uit pannen of eventuele objecten op de toetsen van de kookplaat kunnen leiden tot het per abuis activeren of deactiveren van de toetsenblokkeringsfunctie. Foutcode Beschrijving Mogelijke oorzaken Zorg C81, C82 Het bedieningspaneel wordt uitgeschakeld door te hoge temperaturen.De interne temperatuur van de elektronische onderdelen is te hoog. Wacht tot de kookplaat is afgekoeld voordat u hem weer gebruikt. F02, F04 Het aansluitvoltage is niet goed. De sensor detecteert een verschil tussen het voltage van het apparaat en het voltage van de netvoeding. Koppel de kookplaat los van het elektriciteitsnet en controleer de aansluiting. F01, F06, F12, F13, F25, F34, F35, F36, F37, F41, F47, F58, F61, F76 Koppel de kookplaat los van de netvoeding. Wacht een aantal seconden en sluit de kookplaat weer op de netvoeding aan. Neem contact op met het servicecentrum als het probleem zich blijft voordoen en vermeld de foutcode die op het display verschijnt. GELUIDEN DIE TIJDENS DE WERKING WORDEN GEPRODUCEERD Een inductiekookplaat kan sissen of kraken tijdens de normale werking. Deze geluiden zijn afkomstig van het kookgerei en houden verband met de kenmerken van de panbodems (bijvoorbeeld als de bodem uit verschillende lagen bestaat of onregelmatig is).Deze geluiden kunnen variëren afhankelijk van het type gebruikt kookgerei en van de hoeveelheid voedsel dat het bevat en zijn geen symptoom van een gebrek. GECONTROLEERD KOKEN Onderstaande tabel is speciaal opgesteld om het voor inspectiediensten mogelijk te maken om onze producten te gebruiken. Warmteverdeling, 'Pannenkoekentest' volgens EN 60350-2 §7.3 Warmteprestatie, 'Fritestest' volgens EN 60350-2 §7.4 Smelten en warmhouden, 'chocolade'Sudderen, 'Rijstebrij' ECO-DESIGN: De test is uitgevoerd in overeenstemming met de reglementen door alle kookzones van de kookplaat te selecteren en één zone te vormen of door de Flexifull-functie te gebruiken. Gecontroleerde bereidingen Gecontroleerde bereidingspositiesCONSUMENTENSERVICE Voor verdere assistentie kunt u het apparaat registeren op www . whirlpool . eu / register. VOORDAT U CONTACT OPNEEMT MET DE KLANTENSERVICE:

1. Kijk of u het probleem zelf kunt oplossen met behulp van de aanwijzingen

in het hoofdstuk PROBLEEMOPLOSSING.

2. Zet het apparaat aan en uit om te controleren of het probleem is

opgelost. ALS NA HET UITVOEREN VAN DEZE CONTROLES DE STORING NOG STEEDS AANWEZIG IS, NEEMT U CONTACT OP MET DE DICHTSTBIJZIJNDE KLANTENSERVICE. Om assistentie te vragen, bel het nummer aangegeven in het garantieboekje of volg de instructies op de website www . whirlpool . eu. Wanneer u contact opneemt met onze Klantendienst, vermeld altijd:

  • een korte beschrijving van de storing;
  • het type en het exacte model van het apparaat; XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXMade in X Type: XXXMod.: XXX
  • het serienummer (nummer na het woord SN op het typeplaatje aan de onderkant van het apparaat). Het serienummer is ook vermeld in de documentatie; Mod. Ind.C. SN: Prod.N. xxxx xxxx xxxx xxxx xxxx xxxx xxxx xxxx xxxx xxx xxx PRODUCT INFORMATION
  • uw telefoonnummer. Wend u tot een erkende Whirlpool Consumenten Service indien reparatie noodzakelijk is (alleen dan heeft u zekerheid dat originele vervangingsonderdelen worden gebruikt en de reparatie correct wordt uitgevoerd). Bel bij een verzonken inbouwinstrument de Klantenservice en vraag om een set montageschroeven 4801 211 00112. Beleid, standaarddocumentatie en aanvullende productinformatie vindt u:
  • Met de QR-code van uw apparaat;
  • Op onze website docs . whirlpool .eu;
  • Anders, contacteer onze Klantenservice (Het telefoonnummer staat in het garantieboekje). Wanneer u contact opneemt met de Klantenservice, gelieve de codes te vermelden die op het identicatieplaatje van het apparaat staan.

4. Atlasiet gatavošanas metodi un apstipriniet.