Star 200 - Scooter LML - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Star 200 LML in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Star 200 LML
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Star 200 - LML en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Star 200 van het merk LML.
GEBRUIKSAANWIJZING Star 200 LML
ONDERHOUDS- EN GEBRUIKSAANWIJZINGEN

CONOSCETELAVOSTRA STARDELUXE 4T
COME AZIONARE LA VOSTRA STAR DELUXE 4T
CURA E MANTENIMENTO DELLA V OS TRA STAR DELUXE 4T

Datum van inschrijving:
Nummerplaat:
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
We danken u voor uw keuze voor de STAR 4-TAKT als uw nieuwe scooter.
De scooter STAR is een product van LML Limited, de Indische producent die de markt van de motorvoertuigen snel aan het veroveren is. Het bedrijf zet zich in om, in de ganse wereld, het concept van een dynamisch dagelijks leven te herdefiniieren om de verwachtingen van de klanten te overschrijden.
De behoeften van de klant werden jarenlang geanalyseerd, en leidden tot de creatie van STAR 4-TAKT, de scooter die een weergaloze rijervaring belooft.
Het voertuig is uitgerust met een krachtige 200 cc viertakt motor, en is in staat om een uitzonderlijk vermogen te produceren.
STAR biodtuitstekende prestaties en een optimaal rijcomfort, en heeft een adembenemend design en originele kleuren die alleszins Niet onopgemerkt zullen blijven.
Deze handleiding voor het gebruik en het onderhoud werd specifiek opgemaaakt om uw scooter better te leren kennen. Om de prestaties van STAR volledig te benutten, moet de handleiding volledig doorgelezen worden. Bovendien zullen alleoodzakelijkke aanwijzingen gegeven worden om het voertuig in optimale staat te honden.
Nadat u de handleiding heeft doorgelezen,kest u met STAR gaan rijden en ten volle van zijnuitmuntende en internationale klasse genieten.
INHOUDSOPGAVE
| BESCHRIJVING | PAGINA | BESCHRIJVING | PAGINA |
| Om de Beste prestaties | Het gebruik van het voertuig 26 | ||
| van LML STAR 4 tebekomen 3 | Aanwijzingen voor het inrijden 29 | ||
| Identificatie van het voertuig 6 | Zorg en Onderhoud | 30 | |
| Onderdelen en specifieken 7 | Stroomlijnkuip | 30 | |
| Algemene specifieken 9 | Vervangting van de banden | 31 | |
| Motorolie | 33 | ||
| Specifieken Automatische ontsteking 13 | Reinigung van de bougie | 34 | |
| Diagram circuit Automatische ontsteking 14 | Batterij | 34 | |
| Technische specifieken 15 | Depurator | 37 | |
| Controlefuncties 18 | Reinigung en oppoetsen | 38 | |
| Onderhoudijdens de stalling | 38 | ||
| Blokkeersysteme 18 | Aanbevolen smeermiddelen | 39 | |
| Schakelaars 21 | Onderhoud bij een erkend LML technisch assistentlecentrum | 40 | |
| Koppeling 22 | |||
| Versnellingen 23 | Controle van de uitstoot van het uitlaatgas | 45 | |
| Remmen 24 | Diagram circuits elektrische bedrading | 46 | |
| Brandstoffevoer 24 | Toevoersysteme secundaire lustch | 47 | |
| Schilfrem vooraan | 48 |
2
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Het verbeteren van de prestaties van STAR 4T
OM DE PRESTATIES VAN STAR 4-TAKT TE VERBETEREN
Vervolgens wordt belangrijke informatatie over de scooter gegeven en nuttig advies om de Beste prestaties tebekomen.
1 Motor LML, beperkt brandstofverbruik:
Deze motor garandeert een minimum brandstofverbruik aan een snelheid van 35 - 45km / h na een inrijperiode van 1000~km
De aangeduide afstanden kuren wel variieren op basis van de condities van de weg, van de intensiteit van het verkeer, van de rijgewoonte en de rijcondities, en van het al of Niet respecteren van het periodieke onderhoud.
Advies om het brandstofverbruik te beperken.
1.1 Schakel naar een andere versnelling in functie van de slelheid. Probeer om de slelheid van 35 - 45km / h aan te honden om het verbruik te optimaliseren.
1.2 Gebruik de koppeling, de remmen en het gascommando enkel wanneer moodzakelijk.
1.3 Behoud de spanning van de voorband op 1,7 bar en de spanning van dechterband op 2,1 bar wonneer enkel de bestuorder aanwezig is, of op 2,5 bar als ook een passagier aanwezig is.
2. Veiligheidssystemen van STAR 4-TAKT:
Dankzij de veiligheidssystemen van de scooter worden eender welke ongerustheid tijdens het rijden vermeden. Het betreft een perfect gebalanceerde scooter, die voorzien is van een uiterst moderne reminstallatie waardoor het voertuig bij elke rijsnelheid onmiddelijk tot stilstand kan gebracht worden, zonder te slippen.
Een krachtige claxon CC en de indicatoren met 'buzzer' zorgen er voor dat ook in geval van chaotisch en lawaierig verkeer zonder problemen kan gereden worden. Bovendien behoudt de koplamp zich intensiteit ook aan lage snelheden, zatat ook's nachts erg veilig kan gereden worden.
Advies om nog veiligere terijden.
2.1. Draag steeds een helm tijdens het rijden.
2.2. Leer de verkeerstekens en de verkeersregels.
2.3. Rijd aan snelheden die een totale controle van de scooter toelaten.
2.4. Rijd nooit wanseer de versnelling in de vrijloop staat, en vooral Niet tijdens dalingen of op natte en gladde ondergronden.
2.5. Gebruik de claxon en de indicatoren wanneroodzakelijk.
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
- Het gevoel van het vermogen van de motor van STAR 4-TAKT: Het vermogen dat wordt geproduerd door de motor van deze scooter is een van de grootste van de categorie, en kan vergeleken worden met de bekendste voertuigen die bezelfde cylinderinhoud hebben. Een uitstekende acceleratie vanuit stilstand, en perfecte hanteerbaarheid tijdens druk verkeer.
Advies om het vermogen van de scooter te 'temmen'
3.1. Geef enkel gas wanneer de scooter volledig onder controle kan gehonden worden.
3.2. Maak enkel gebruik van het maximale vermogen wanner dit noodzakelijk is.
Het verbeteren van de prestaties van STAR 4T
- Aangenaam rijden, dat enkel STAR 4-TAKT kan aanbieden: De scooter werden zodanig ontworpen dat een correcte positie kan behouden worden en belastingen worden vermeden. Het ruime en comfortsabele zadel, de ophangingen met dubbele actie en de krachtige schokdempers absorberen in optimale omstandigheden de onregelmatigheden van het wegdek, zatat een specifiek rijgedrag worden verkreten.
Advies om het rijgedrag aangenamer te make.
4.1. Behoud een correcte houding.
4.2. Ga op een natururlijke en ontspannende manier zitten, zonder te verstarren.
4.3. Beperk de snelheid wonneer de weg onregelmatig of hobbelig is.
Identificatie van het voertuig
IDENTIFICATIE VAN HET VOERTUIG
Elk voertuig worden geidentificiered met een nummer op het chassis en een ander nummer op de motor.
Het identificatienummer van het chassis worden aangeduid in de bergruimte op het boven chassis, zoals worden getoond in (Afb. 1).
Het motomummer bevindt zich op het onderstel (Afb. 2).
Elke STAR 4-TAKT worden geleverd met een set reservesleutels. Het identificatienummer worden aangeduid op het metalenplaatje dat bij de sleutels worden geleverd (Afb. 3).
Bewaar de sleutels samen met het metalen plaatje.

Afb. 1

Afb. 2

Afb. 3
6
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Onderdelen en specifieken

Afb. 4

Afb. 5
- Achteruitkijspiegel
- Centrale standard
- Zadel
- Stroomlijnkuip rechts
- Lasthaak
-
Richtingaanwijzer
achteraan (rechts) -
Uitlaat
- Startpedaal
- Pedaal achterrem
- Richtigingaarwijzer
vooraan (rechts) - Claxon
-
Wiennaaf met 5 spaken
-
Bergruimte
- Hendel benzinekraan
- Luchtknop
- Stroomlijnkuip links
- Richtingaanwijzer vooraan (links)
- Reservewiel
19.Voetensteun bestuurdern
20. Richtingaanwijzer
achteraan (links)
21. Spatbord achteraan
22. Achterlicht
7
Onderdelen en specifieken

Afb. 6

Afb. 7
- Koplamp
- Sierrand beschemkap
- Plaatje STAR
- Richtingaanwijzer vooraan
- Spatbord vooraan
- Logo LML
-
Vorkbescherming
-
Plaatje LML
- Grill
- Kap
- Centrale standard
- Achteruitkijspiegel
-
Koppelingshendel
14.Slot bergruimte -
Stuurslot en ontsteking
- Instrumentenbord
- Gascommando
- Bediening Voorrem
- Bediening versnellingsbak
- Schakelaar aanwijzers
- Schakelaar Iichen - startknop en claxon
8
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Onderdelen en specifieken
ALGEMENE SPECIFIEKEN
1. MOTOR
1.1 Motor: Monocilinder horizontal, 4-takt
1.2 Ontsteking: Via een elektronisch ontstekingssystem (CDI) die stroom voorziet maar de HS spel oedat de vonk worden geproduerd.
1.3 Smering: Vochtige carter, straal onder geforceerde druk in de oliecarter via een pomp.
1.4 Koppeling: Multischijf, in oliebad. De unit worden in werkung gesteld via een kabel die is verbonden op de hendel aan de linker Kant van het stuur, en kan geregeld worden.
1.5 Versnellingsbak: Vier versnellingen, met rondsel steeds gekoppeld, in oliebad, die worden ingeschakeld via de draaibare handgreep aan de linker kant van het stuur, die samen met de koppelingshendel werkt.
1.6 Koeling: Geforceerde luchtkoeling door middel van een centrifugaal ventilator.
1.7 Mechanische start: Via het startpedaal aan de rechtter kant van de scooter. Met knop enkel voor de modellen met automatisch ontstekingssystem.
1.8 Elektrische start: Door de koppelingshendel in te trekken en op de startknop te drukken.
9
Onderdelen en specifieken
2. BRANDSTOF
2.1 Brandstoffevoer: De toevoer worden voorzien vanaf de brandstoffank dankzij de zwaartekracht. De carburator is een system met zijdelingsse trek met een gasklep die zich verticaal beweegt.
2.2 Indicator brandstofpeil: Geintegreerd in de snelheidsmeter, duict de hoeveelheid brandstof aan die aanwezig is in de tank dankzij een vlotter in de tank zich.
2.3 Gascommando: Via de draaibare handgreep aan de rechtter kant van het stuur.
3. CHASSIS
3.1 Chassis: Gedrukte staalplaat en bestendige buisstructuur. De structuur van gedrukte staalplaat bedekt de buisstructuur.
3.2 Stuur: Lichte legering geintegreerd met de koplamp, het instrumentenbord en de verlichte individuten. Alle transmissiekabels bevinden zich in het stuur.
3.3 Stuuras en ophangingen: De stuuras draait op de Oscillerende naaf van het voorwiel. De voorste en achechterste ophangingen zijn voorzien van een spiraalveer en hydraulische schokdempers.
3.4 Achteruitkijkspiegel: Elegante
achteruitkijkspiegels, op beiden kanten
van het stuur.
3.5 Veiligheidsslot: Behvintz ich op de stuuras en wordt geopend/gesloten met een sleutel.
3.6 Bergruimte: Ruime en elegante bergruimte, worden geopend/gesloten met een sleutel.
3.7 Zadel: Kantelbaar zadel, met veiligheidsslot.
10
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Onderdelen en specifieken
4. WIELEN
4.1 Wielen: Verwisselhaar, van staalplaat met banden van 3,50 × 10 .
4.2 Achterrem: Trommelrem met versuschuibare remblokken, wordt ingeschakeld met een pedaal aan de rechter kant van de voetensteun.
4.3 Voorrem: Schijfrem, worden ingeschakeld met een manuele hendel die zich aan de rechter kant van het stuur bevindt.
5. GEREEDSCHAPSKIT
Gereedschapskit in koker, met:
Moersleutel
Dubbele schroevendraaier
2 Dubbele sleutels

Afb. 8
Onderdelen en specifieken
- MOTOROLIE: Er is 1200 ml motorolie aanwezig in het onderstel. Ze dient voor de smering en de koeling van de motor.
Controleer of het oliepeil zich steeds:tussen de twee tekens op de indicator/peilstaaf van de olie bevindt zoals worden aangeduid op de afbeelding. Zie pag. 33 vooreer details over de controle.
Opmerking: Controller of het peil van de motorolie zich steeds:tussen de twee tekens op de indicator/peilstaaf van de olie bevindt.Indien de motor in werking wordt gesteld wonneer onvoldoende olie aanwezig is, kan de motor zelf ernstig beschadigd worden.


STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
SPECIFIEKEN - AUTOMATISCHE ONTSTEKING
STAR 4-TAKT heeft een knop voor de automatische ontsteking die zich onder de schakelaar van de lichten bevindt, op de rechtter kant van het stuur (Afb. 11), en kan ook ingeschakeld worden met het startpdaal. Voor de elektrische start moet de knop START ingedrukt gezchoolden worden (nooit langer dan 10 seconden) tot de motor regelmatig worden gestart. Het automatische ontstekingscircuit worden gevoed door een batterij van 12 volt -9 Ah.
Er is een relais PRD (systeem terpreventie van de herstart) geinstalleerd zodate het gebruik van het automatische startsysteme wordt vermeden wonneer de motor is ingeschakeld.
Er is een ontkoppelschakelaar geinstalleerd zodate de start van de scooter worden vermeden wonneer de koppeling is ingeschakeld.
Er is een zekering van 8 Ampere (op de houder van het reservewiel, Afb.12 & 13) geinstalleerd zoat schade worden vermeden die kan voroorzaakt worden door een kortsluiting van het automatische ontstekingssystem.
Een krachtige magneet van 12 Volt-96 watt laadt de batterij op via een regelaar met ingebouwde lader.
Onderdelen en specifieken



Onderdelen en specifieken
DIAGRAM CIRCUIT AUTOMATISCHE ONTSTEKING
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Technische specifieken
Maximum afstand van het wegdek 160 mm
Hoogte zadel 820 mm
Gewichten
Leeg gewicht voertuig (met tank 90%) 122 kg
Toegestane maximum belasting 270kg
Motor
1245
mm
Cylinderinhoud 200 cc
Boring
Slag
monocylinder, 4-takt, geforceerde luchtkoeling.
Enkele bovenliggende nok, 2 kleppen.
Secundair luchtystem
Compressieverholding
Systeem oliefiltratie
KoelInstallatie
Luchtfilter
9:1
bij 6250 t/min
14,3 Nm bij 4500 t/min
Ontsteking met capacitieve ontlading (CDI).
Trochoidaal
Met patronfilter
Geforceerde luchtkoeling
Met elementen van polyurethaan
Technische specifieken
Inhoud tank 5,5 liter (inclusief 1 liter reserve)
Benzinekraan
Carburator
Bougie
Afstand van de elektroden van de bougie
Start Met pedaal voor automatische start
Multischijf koppeling in oliebad.
Versnellingsbak
Transmissieverholding
Eersteversnelling 16,47:1
Tweede versnelling 10,30:1
Derdeversnelling7,32:1
Vierdeversnelling 5,42:1
Chassis Semi monocoque structuur met gedrukte staalplaat vooraan en
buisstructeur achteraan. Bekleed met bedekking van metaalplaat.
Sturas en ophangingen
Voorste en achechterste ophangingen Voorste en achechterste ophangingen met spiraalveer en
Voorrem Trommelrem, van het mechanische type met rekbare remblokken.
Schijfrem (optioneel)
Achterrem Trommelrem, van het mechanische type met rekbare remblokken.
Banden
Banden voor en acheer
89x251 mm (3,50x10), vierlagig, verwisselbaar
16
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Technische specifieken
Bandenspanning
Voorwiel 1,8 kg/cm2 (25 psi)
Achterwiel 2,5 kg/cm2 (35 psi) met passagier
Bedieningen
Stuur
Gascommando
Versnellingsbak
Koppeling Met hendel aan de linker kant van het stuur
Voorrem
Achterrem Met pedaal rechts op de voetensteun
Lamprichtingaanwijzer
Lamp controllamp
Claxon
Batterij
Zekering
Maximum snelheid
Stuur
Met draaibare handgreep aan de rechter kant van het voertuig
Manueel aan de linker kant van het stuur
van het stuur
Methendelaanderechtertankvan het stuur
nsteun
12 Volt 96 Watt
12 Volt 35/35 Watt - halogeneamp
12 Volt 5 Watt
12 Volt 5 Watt
12 Volt 21 Watt
12 Volt 1,2 Watt x 2
12 Volt 10 Watt
12 Volt 1,2 Watt x 6
CC Claxon 12 Volt
12 Volt 9 Ah (voor het model met automatische ontsteking)
8 Amp (voor het model met automatische ontsteking)
100 km/h
Controlefuncties
CONTROLEFUNCTIES
1. BLOKKEERSYSTEEM
De scooter STAR 4-TAKT heeft een sleutel voor het stuurslot, de bergruimte en het zadel, en voor de ontsteking.
1.1 Stuurslot met ontstekingsschakelaar.
Het stuur blokkeren: Draai het stuur eerst—helemaalaar links, en draai de sleutel linksom om het in positie te blokkeren. Verwijder de sleutel nadat het stuur is geblokkeerd (Afb. 14).
Het stuur deblokkeren: Stop de sleutel in de ontstekingsschakelaar, en draai hem rechtsom om het stuur te deblokkeren. Om de scooter in te schakelen, moet de sleutel nogmaals rechtsom gedraaid worden in positie "ON" (Afb. 15).

Afb. 14

Afb.15
18
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Controlefuncties
1.2 De bergruimte sluiten: Om de ruimte te openen,要去 sleutel in het slot gestopt worden en要去 hij helemaal linksom gedraaid worden. Druk het slot daarna omlaag. Om de ruimte te sluiten,要去 op de bedekking gedrukt worden,要去 de sleutel rechtsom gedraaid worden en要去 de sleutel verwijderd worden (Afb. 16 en 17).
1.3 Zadelslot (dubbel zadel): Plaats de sleutel, draai hem—helemaal rechtsom en verwijder hem.
Duw met uw duim op het slot (Afb. 18) en trek het zadel achteraan omhoog (Afb. 19). Positioneer het zadel in de normale positie, en duw het omlaag. Om het zadel te sluiten,要去e erder beschreiben procedure in de omgekeerde zin uitgevoerd worden.


Afb.17Afb.16

Afb. 18

Afb. 19
Controlefuncties
INSTRUMENTENBORD
Het instrumentenbord, met modieus design, bevat het volgende:
1 Indicator brandstofpeil:
2. Wijzer brandstofpeil
3. Indicator koplamp grootlicht
4 Richtingaanwijzer links
5. Snelheidswijzer
6. Kilometerteller
7. Richtingaanwijzer rechts
8. Indicator koplamp dimlicht
9. Indicator remllicht
10. Aanwijzer met lampje neutrale stand

20
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Controlefuncties
- BEDIENINGSSCHAKELAARS: De bedieningsschakelaars bevinden zich op de linker en rechter kant van het stuur.
2.1 Rechter kant van het stuur (Afb. 21).
2.1.1 Koplamp
- Druk op het bovenste deel van de knop (1) om de koplamp in te schakelen en op het onderste deel om de positelijksten in te schakelen.
Druk op het bovenste deel van de knop (2) voor het grootlicht en op het onderste deel (2) voor het dimlicht. De posities van het grootlicht en het dimlicht zijn zichtaar op het instrumentenbord.
2.1.2 Lichten instrumentenbord en achechterlichten.
Om in te schaken, moet op het bovenste of onderste deel van de knop (1) gedrukt worden.
2.1.3 Remlicht - Wordt ingeschakeld wonneer het rempedaal of de manuele hendel wordt geactiveerd.
2.1.4 Claxon-Druk op de knop (3)
2.1.5 Enkel voor het model met automatische ontsteking: Druk enkel op de knop (4) voor de automatische start nadat de koppelingshendel werden ingetrokken en ward losgekoppeld.

Afb. 21
Controlefuncties
2.2 Linker kant van het stuur (Afb. 22).
2.2.1 Schakelaar richtingaanwijzers: Druk op het linker deel van de schakelaar wanneraar links wordt gedraaid en op het rechter deel wanneraar rechts wordt gedraaid.
De linker en rechter richtingaanwijzers..., zijn zichtaar op het instrumentenbord.
3. BEDIENING VERSNELLINGEN EN KOPPELING:
De bedieren gen bevinden zich op de linker kant van het stuur, en bestaanuit een hendel om de koppeling in te schakelen enuit een draaibare handgreep om te schakelen.
3.1 Koppelingshendel: Trek de hendel in om de koppeleling los te koppelen. (Afb. 23).

Afb.22

Afb.23
22
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Controlefuncties
3.2 Draaibare handgreep om te schakelen: Er zich 5 posities, één voor de vrijloop positie en de andere vier voor de verschillende rijsnelheden, zoals verrolgens worden uitgelegd:
Versnelling Snelheid, zoals nervolgens wordt aangeduid
1 Tot 10 km/h
0 vrijloop
2 10-20 km/h
3 20-35 km/h
4 35km / h eneer
Om te schakelen, moet de koppelingshendel ingetrokken worden en moet de handgreep in de correcte positie (Afb. 24) gedraid worden.
- Gascommando: op de rechtter kant van het stuur. Het betreft een draaibare handgreep. Om te accelereren, moet u de handgreep maar uzelf draaien. Draai de handgreep in de andererichting om snugheid te minderen (Afb. 25).

Afb.24

Afb.25
Controlefuncties
- REMMEN: Er zijn twee remmen: een rempedaal (activeren met de rechtter voet) en een manuele remhendel. Beide remmen要去en gliktijdig gebruikt worden om de remactie doeltreffender te make.
5.1 Rempedaal: Werkt in op het achterwiel. Druk het rempedaal in om de rem in te schakelen. De afstand die de scooter nodig heeft om te stoppen, za afhangen van de snelheid van de scooter en van de rijgewoonte van de bestuurdor. (Afb. 26).
5.2 Manuele rem: Werkt in op het voorwiel. Trek de hendel in maar de draaibare handgreep toe (Afb. 27).
6. BRANDSTOFTOEVOER
6.1 De brandstoffank befindt zich onder het zadel (Afb. 28), en kan enkel bereikt worden wanner het zadel geopend en opgeheven is. Om brandstof te tanken,要去 de dop losgedraaid worden. Sluit de dop daarna wee.

Afb.26

Afb.27

Afb.28
24
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Controlefuncties
6.2 Controle van de brandstofstroom (Afb. 29): De kraan voor de regeling van de brandstof bevindt zich onder het zadel, en heeft drie posities: (ON) om de brandstofstroom van de tank maar de motor te regelen, (OFF) om de brandstoffevoer van de tank maar de motor te onderbreken en (RES) die moet geactiveerd worden wanner de reserve worden bereikt.
Als het voertuig stopt als gevolg van gebrek aan brandstof, moet de hendel van de kraan in positie "RESERVE" (RES) gedraaid worden. Er is een liter brandstofreserve aanwezig, voor eender werk nooodgeval.
De indicator van het brandstofpeil, op het instrumentenbord, duidt de hoeveelheid brandstof in de tank aan.
6.3 Greep van de lucht (Afb. 30): Deze greep bevindt zich onder de brandstoffkraan. Hij moet gebruikt worden voor de start met koude motor. Trek de greep van de lucht uit om hem te gebruiken. Trek aan de greep van de lucht om hem te gebruiken. Deze moet waar ingedrukt worden wanner de motor normala begint te draaien.
Aandacht: Als de greed van de lucht aan de buitenzijde blift, stroomt er teveel brandstof in de carburator en dat zou onregelmatig rijden en een hoger brandstofverbuik hunenveroorzaken.

A1b.29

Afb.30
- Knop luchttoevoer,
- Hendel benzinekraan, 3. Lasthaak
- LASTHAAK: De lasthaak bevindt zich onder het zadel.
HET GEBRUK VAN HET VOERTUIG
Aandacht: Voordat de scooter worden gebruikt,要去en alle bedieningen en de relatieve functies gekend zijn.
1 VOORDAT DE MOTOR WORDT GESTART:
1.1 Controller of bandenspanning correct is.
1.2 Controller of spelimg van de koppelingshendel correct is (Afb. 23) en of de hendel correct functioneert.
1.3 Controller of spelving van het rempedaal correct is.
1.4 Controller of het gascommando correct functioneert en of de speling normala is.

Afb.31
A - Open de benzinekraan
B-Draai de ontsteking op "ON"
C - Stel de versnelling in de vrijloop
D - Trek de knop van de luchttoevoeruit (met koude motor)
E-Zet de gashendel in de minimumstand.
F - Ontkoppelen
G-Startpedaal
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Het gebruik van het voertuig
2. DE MOTOR STARTEN (Afb. 31).
2.1 Stel de hendel van de benzinekraan in positie "ON".
2.2 Draai de ontstekingsschakelaar op "ON".
2.3 Positioneer de versnelling in de vrijloop.
2.4 Trek de knop van de luchttoevoer enkeluit wanneer de motor koud staat.
2.5 Stel het gascommando op het minimum.
2.6 Als de motor voor de eerste keer van dedag wordt gestart, moet dekoppelingshendel ingetrokken worden enmoet tegelijkertijd de starthendel enkelemalen ingedrukt worden met de voet.
2.7 Gebruik het startpedaal met de voet om de motor te starten. Om de motor te starten met de elektrische starter,要去 koppelingshendel ingetrokken worden en要去 op de knop van de startschakelaar gedrukt worden.
2.8 Wanneer de motor normalaal draait, moet de knop van de luchttoevoer in de normale positie gesteld worden.
Aandacht:
i. Gebruik de motor voor de elektrische start Niet langer dan 5 seconden per poging.Laat de startschakelaar ongeveer 10 seconden los voordat hij weeart wordt ingedrukt. Als de motora neerdere pogingeniet worst gestart,要去 het gas 1/8-1/4 open gelaten worden en要去 de startschakelaar ingedrukt worden.
ii. Voordat de motor voor de elektrische start worden gebruikt, moet de koppelingshendel ingedrukt worden.
3.MET DE SCOOTER RIJDEN:
3.1 Haal de scooter van de standard door hem vooruit te duwen.
3.2 Ga op de scooter zitten, houd uw voeten op de grond en uw handen op het stuur.
3.3 Trek de koppelingshendel met de linker hand, wanneer de motor aan het minimum toerental draait, en draai de draaibare handgreep van de versnellingen in de 1ste positie.
3.4 Stel de scooter in beweging door de koppeling geleidelijk aan los te lately en het gascommando gewiktijdig maar uzelf te draaien.
Het gebruk van het voertuig
3.5 Om te schakelen, moet gascommando gelost worden, moet de koppelingshendel ingetrokken worden en moet de handgreep van de versnellingen maar een hogere of lagere versnelling gedraaid worden.
3.6 Gebruik de knop van de richtingaanwijzers wanner gedraaid wordt, en gebruik de claxon wanneroodzakelijk.
4.1 Stel het gascommando in de vertrekpositione.
4.2 Trek de koppelingshendel in en stel de versnelling in de vrijloop.
4.3 Voor eenmeerdoeltreffende remming要去en het rempedaal en de manuelemem gelijktijdig gebruikt worden.
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Aanwijzingen voor het inrijden
HET INRIJDEN VAN DE MOTOR
Gebruik: De eerste 1000km is de belangrijksteperiode voor de bedrijfsduur van de scooter. De motor is/Newu, en de tolerancies van defunctionering van de verschillende beweegbare delen in de motor zelf moeten geregold worden. Ditzal zorgen voor een langere bedrijfsduur van de motor.Het is dusoodzakelijk om enkelevoorzorgsmaatregelen te treffen zodat de motorniet worden overbelast.
1 Respecteer de volgende snelheidsgrenzen
Eerste versnelling : Tot 10 km/h
Tweede versnelling : 10 - 20 km/h
Derdeversnelling:20-35km/h
Vierde versnelling : 35 km/h en meer
- Rijd Niet te lang aan 'vol gas' met de scooter.
Wijzigregelmatigde snelheid.
- Rijd Niet wonneer de koppeling gedeeltelijk is ingeschakeld. Dit za nitien enkel de koppeling beschadigen, maar ook zorgen voor een oververhitting van de motor.
- Voorzie een afkoeling van 5-10 minutes na elk uur rijden.
- Controller of het oliepeil in de motor correct is, met behulp van de peilstaaf.
Zorg en Onderhoud
ZORG EN ONDERHOUD
1 VERWIJDERING EN HERPOSITIONERING VAN DE STROOMLIJNKUIPEN:
De stroomlijnkuip aan de rechtter kant要去 verwijderd worden om het oliepeil en de bougie te kunnen controleren. De stroomlijnkuip aan de linker kant要去 verwijderd worden om het reservewiel te kunnen nemen of het wee ter kunnen plaatsen.
De hendels om de stroomlijnkuipen te konnen openen, bevinden zich onder het zadel. Om de stroomlijnkuipen te verwijderen:
1.1 Stel het zadel hoog zoals wordt aangeduid op pagina 19.
1.2 Draai de hendels om de stroomlijnkuipen te openen maar buiten toe (Afb. 32).
1.3 Houd de stroomlijkuip vast met beiden handen en verwijder het uiteinde van de stroomlijkuip door ze� boven te duwen en� buiten te draaien (Afb. 33 en 34).
1.4 Verwijder de stroomlijkkuip door het中断ste deel vrij te makeen. (Afb. 35).
1.5 Positioneer de stroomlijnkuip waar door de erder beschreiben procedure in de omgekeerde zin uit te voeren.

Afb, 32


Afb.33 Afb.34

Afb. 35
30
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Zorg en Onderhoud
2. VERVANGING VAN DE BANDEN:
2.1 Verwijdering en herpositionering van het reservewiel
2.1.1 Verwijder de stroomlijnkuip aan de linker kant zoals hierboven ward beschreiben.
2.1.2 Het wiel is bevestigd met drie moeren. Draai de moeren los met behulp van de moersleutel van de gereedschapshit, verwijder de drie elastische rondellen en verwijder het wiel (Afb.36).
2.1.3 Om het reservewiel te bevestigen, moet de eerder beschreiben procedure in de omgekeerde zin uitgevoerd worden.

Alb. 36
2.2 Vervanging van het voorwiel
2.2.1 Plaats de scooter op de centrale standard.
2.2.2 Verwijder de vijf moeren die het wil op de naaf bevestigen, door gebruik te maken van de moersleutel van de gereedschapskit (Afb. 37). Houd het wil vast met de andere hand wanner de moeren worden losgedraaid.
2.2.3 Verwijder de elastische rondellen, en verwijder het wieit de remtrommel.
2.2.4 Om het wiei weer te monteren, moet de eerder beschreven procedure in de omgekeerde zin uitgevoerd worden.
2.3 Vervanging van het Achterwiel:
2.3.1 Plaats de scooter op de centrale standard.
2.3.2 Verwijder de stroomlijnkuip zoals worden beschreiben op pagina 30.
2.3.3 Verwijder de batterij. Volg de aanwijzingen van pagina 35 om de batterij te installereren en te verwijdenen.
Zorg en Onderhoud
2.3.4 Verplaats de knop van de brandstof in de positie "close".
Start de motor zodate brandstof worden verbruikt die aanwezig is in de carburator en in de toevoerleiding. De motor za automatisch stoppen met werken wanner de brandstof op is.
2.3.5 Verwijder het reservewiel zoals worden beschreiben op pagina 31.

Afb. 37 Afb. 38

2.3.6 Leg de scooter voorzichtig op de rechtter kant, en zodanig dat de mof van het stuur met een rechte hoek de grond raakt.
2.3.7 Schakel de eerste versnelling in, en houd het wiel vast met uw hand. Verwijder de vijf moeren die het wiel op de trommel van de rem bevestigen, door gebruik te make n van de moersleutel (Afb. 38).
2.3.8 Verwijder de elastische rondellen, en verwijder het wieit de remtrommel.
2.3.9 Om het wiei weer te monteren, moet de eerder beschreven procedure in de omgekeerde zin uitgevoerd worden.
Voorzorgsmaatregel:
-
Draai alle bevestigingsmoeren van het wie afwisselend en geleidelijk aan vast. Controller nogmaals of alle moeren correct zijn vastgedraaid.
-
Controller of de bandenspanning correct is (bij het dichtst bijzijnde tankstation).
32
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
2.4 Rotatie van de banden:
De drie wielen van de scooter STAR 4-TAKT zijn verwisselbaar. De luchtdruk in de banden hangt alleszins af van het feit of de band vooraan of achteraan gemonteerd is. Om een uniforme slijtage van het rijvlakte verzekeren,要去en de banden elke 6000km gewisseld worden en moet de rotatiezin van de band gewijzigd worden (afhankelijk van de welvelg). Volg de sequentie voor de rotatie van de banden zoals worden aangeduid op pagina 39.

Afb. 39
Zorg en Onderhoud
3. CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE EN REINIGING VAN DE BOUGIE
3.1 Parkeer het voertuig op een vlakke ondergrond.
3.1.1 Verwijder de stroomlijnkuip aan de rechtter kant zoals worden aangeduid op pagina 30.
3.2 Controle van het oliepeil:
3.2.1 Om het oliepeil te controleren, moet de peilstaaf losgedraaid worden zoals worden aangeduid op Afb. 40.
3.2.2 Reinig de staaf met behulp van een droge doek.
3.2.3 Plaats de staaf weer zonder hem vast te draaien.

Afb. 40
33
Zorg en Onderhoud
3.2.4 Verwijder de staaf en controller het oliepeil zoals worden aangeduid op Afb. 9. Het oliepeil要去 zich:tussen de twee merktekens bevinden.
3.2.5 Indien het peel onvoldoende is, moet motorolie toegevoegt worden tot het correcte peel worden verkreten.
3.2.6 Bevestig de peilstaaf weer.
3.2.7 Verwijder de olie die eventueel werk gemorst.
3.2.8 Monteer de stroomlijnkuip weeR
3.3 Reiniging van de bougie:
3.3.1 Verwijder de rechter stroomlijnkuip.
3.3.2 Koppel de HS kabel los (Afb. 42).
3.3.3 Droog en reinig de zone rondon de bougie.
3.3.4 Draai de bougie los met behulp van de moersleutel (Afb. 43).
3.3.5 Verwijder alle koolstofafzettergen.
3.3.6 Plaats de bougie wee in de zitting.
3.3.7 Monteer de stroomlijnkuip wee. Als u over een diktemeter beschikt, kunt u de afstand van de elektroden in de bougie controeren. De afstand moet 0,7-0,8 mm bedragen (Afb. 41). Om de opening weer te regelen, worden aanbevolen om zich te wenden tot een erkend LML assistentiecentrum.

Afb. 41

Afb.42

Afb.43
4. CONTROLLE VAN DE BATTERIJ
De batterij moet regelmatig en zorgvuldig onderhoden worden zoals cervolgens worden aanbevolen:
4.1.1 Het elektrolyteil moet zich steeds binnen het interval bevinden dat worden aangeduid op de batterij zelf. Normaal gezien blijf het peil ongeveer 2 maanden of ongeveer 2000 km (Afb. 44) lang binnen het gespecifieerde interval.
34
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Zorg en Onderhoud
4.1.2 Het elektrolyteil moet maandelijks gecontroleerd worden. In geval van een normale afname (0,5 cm)要去 enkel gedestilleerd water toegevoegd worden om het bovenste peel te bereiken dat wordt aangeduid op de batterij. In geval van een aanzienlijke afname (1 cm ofeer)要去 de batterij gecontroleerd worden door het personeel van een ergend LML assistentiecentrum.
Aandacht:
- De batterij moet verwijderd worden wanneer het voertuig op de zijkant worden gelegd om het te reinigen.
- Gebruik enkel een zekering van 8 Ampere om ernstige schade aan de bedrading en de batterijzfeltevermijden.De ontstekingsschakelaar moet in positie "off"staan wonneer de zekering wordenervangen.

Afb. 44
4.2 Verwijdering en hermontage van de batterij
4.2.1 Plaats de ontstekingsstreutel in positie "off".
4.2.2 Verwijder de stroomlijnkuip aan de linker kant zoals worden aangeduid op pagina 30.
4.2.3 Verwijder de schroef die aardingsdraad (zwart) op de negatieklem (-) van de batterij bevestigt, met behulp van de schroevendraier van de gereedschapskit. (Afb. 45).
4.2.4 Volg de procedure op analoge wijze om de rode kabel te verwijderen die is aangesloten op de positieve klem (+) van de batterij.
4.2.5 Verwijder de batterij en de afvoerleiding van het zuur.
4.2.6 Koppel de bevestigingsriem los en verwijder de batterij.
Voorzorgsmaatregel:
Houd de batterij en de afvoerleiding uit de buurt van het voertuig om eender welke schade aan het gelakte oppervlak van de scooter te vermijden, als gevolg van lekken of het uitsstromen van elektrolyt uit de batterij.
4.3 Installatie:
4.3.1 Reinig de batterijkist.
35
Zorg en Onderhoud
4.3.2 Reinig zorgvuldig de buitenkant van de batterij.
4.3.3 Stop de batterij wee in de kist.
4.3.4 Verbind de bevestigingsriem eerst met de onderste haak, houd de batterij stevig vast met uw hand, trek de riem aan, en bevestig hem aan de bovenste haak. Controleer nogmaals of de batterij correct is bevestigd (Afb. 46).
4.3.5 Bevestig de afvoerleiding wee, en调控er of ze correct in de klem is geplaatst.
4.3.6 Bevestig eerst de klem "Positief" (+) en daarna de klem "Negatief" (-) .
4.3.7 Controleer,ijdens de herpositionering, of de kabel van de batterij het metalen oppervlak Niet raakt.

Afb.45 Afb.46
4.3.8 Breng vet aan rond de klemmen om corrosie te voorkomen.
4.3.9 Controller of de beschermdop die bij de uitrusting van de batterij worden geleverd correct is bevestigd op de positieve klem (+) van de batterij.
Aandacht:
Controleer steeds of de afvoerleiding nicht verstopt of gebogen is. De leiding要去 voldoende lang zich. Vervang de afvoerleiding indien ze Niet voldoende lang is of wanner ze verstopt of gebogen is.

36
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Zorg en Onderhoud
4.4 Stalling van de batterij
4.4.1 Zorg er voor dat de batterij helemaal is opgeladen.
4.4.2 Zorg er voor dat het elektrolyteil de aanuiding "MAX"/"UPPER LEVEL" bereikt.
4.4.3 Verwijder de batterij uit het voertuig en berg het op in een droge en koeleplaats waar de temperatuur constant is.
4.4.4 Stel de batterij Niet bloot aan regen, dauw, vochtigheid en direct zonlicht.
4.4.5 Wanner het voertuig Niet worden gebruikt, moet de batterij maandelijks opgeladen worden.
- Contacteer steeds een erkend LML assistentiecentrum voor het onderhoud / het opladen van de batterij.
- De accu dient een beginlading van tenminste 7 uren te hebben.
5. DEPURATOR:
De depurator is onder de brandstoftank gemonteerd, en moet gereinigd worden wonneer het periodieke onderhoud (Afb. 47 en 48) worden uitgevoerd. Voer de reingering eerder uit als het voertuig in stoffige zones worden gebruikt.

Afb. 47
Reinig het filterende element (PUF) in kerosine en knijp het daarna uit (niet draaien of uitwringen). Dompel het daarna onder in 20W40 motorolie, en knijp het uit voordat het in de behuizing van de luchtfilter worden gestopt. Gebruik geen perslucht.

Afb.48
Zorg en Onderhoud
6. REINIGING EN OPPOETSEN:
Een regelmatige en zorgvuldige reiniging van de scooter zar het uitzicht bevorderen en de bedrijfsduur verlengen.
6.1 De scooter zou要去en gereinigd worden aan de omgevingstemperatuur, en Niet net na het gebruik of na blootstelling aan dezon.
6.2 Gebruik water onder lage druk om het voertuig te reinigen.
6.3 Reinig en droog het met behulp van een zachte doeck.
6.4 Gebruik geen reinigingsmiddelen of poeders die het oppervlak können krassen.
6.5 Om het voertuig op te poetsen, moet een normalaal poetsmiddel voor wagens en een zachte doek gebruikt worden.
7. ZORG VAN HET VOERTUIG Tijdens DE STALLING
Indien het voertuig langer dan tweet maanden Niet worden gebruikt, moet het correct gestald worden door de volgende aanwijzingen te volgen.
7.1 Laat de brandstof met behulp van een leiding uit de tank stromen.
7.2 Start de motor zodayat de nog aanwezig brandstof worden verbruikt.
7.3 Verwijder de bougie zoals wordt beschreiben op pagina 34, en breng enkele druppels motorolie aan in de holte van de bougie. Druk de starthendel enkele malen in. Positioneer de bougie weeer.
7.4 Reinig het voertuig zorgvuldig, en breng roestwerend vet aan op alle Niet-gelakte delen.
7.5 Plaats de wielen van de grond door houten blokken te voorzien, en LAST de banden leeglopen zodate de grond Niet raken.
7.6 Bedek de scooter.
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Aanbevolen smeermiddelen

TABLELA LUBRIFICANTI - TABLE OF LUBRICANTS - TABLEAU DES LUBRIFIANTS - SCHMIERMITTELABELLE - TABLEA LUBRICANTES
| APPLICAZIONI APPLICATIONS APPLICATIONS ANWENDUNGEN USOS | CONSIGLIATO RECOMMENDES RECOMMANDE ENPFOHLEN RECOMENDADO |
| OLIO MOTORE MOTOR OIL HUILE MOTEUR MOTOROL ACEITE MOTOR | 10-40 |
| LIQUIDO FRENI BRAKE FLUIDS CIRCUIT FREIDS BREMSBEDIENUNG SISTEMA DE MANDO FRENOS | DOT 4 |
Onderhoud bij een erkend technisch assistentiecentrum
PERIODIEK ONDERHOUD BIJ EEN ERKEND LML TECHNISCH ASSISTENTIECENTRUM
Preventief onderhoud:
Om de Beste prestaties van STAR 4-TAKT te garanderen,要去 een periodiek onderhoud van het voertuig uitgevoerd worden. De volgende tabel bevat de handeling die要去 uitgevoerd worden en de periodicitye waarme de handeling要去 uitgevoerd worden, voor de verschillende onderdelen.
De code van de aanbevolen handeling is:
| Nr. | Onderdeel | Controle of onderhoudshandeling | 0 Km voorievering | 500 Km | 3000 Km | 6000 Km | 9000 Km | 12000 Km | 15000 Km | 18000 Km | 21000 Km | 24000 Km | 27000 Km | 30000 Km |
| 1. | Motorolie | Vulling R | ||||||||||||
| Vervangig | S | Contrroleer het peil van de motorolie elke 1000 Km, en vul indlenoodzakelijk bij.Ververs de motorolie elk 3000 Km of elk jaar. | ||||||||||||
| 2. | MotorolieFilter | Vervangig | S | Ververs de motorolie elke 3000 Km of elk jaar. | ||||||||||
| 3. | MotorolieFilter | Reiniging | P | P | P | P | P | P | P | P | P | P | P | |
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Onderhoud bij een erkend technisch assistentiecentrum
| Nr. | Onderdeel | Controle of onderhoudshandeling | 0 Km voorievering | 500 Km | 3000 Km | 6000 Km | 9000 Km | 12000 Km | 15000 Km | 18000 Km | 21000 Km | 24000 Km | 27000 Km | 30000 Km |
| 4 | Bougie | Controle / Vervangig | C | C | C | C | S | C | C | C | S | C | C | |
| 5 | Luchtfilter en onderdelen | Reinigung / Smering | P | P | P | S | P | P | P | S | P | P | ||
| 6 | Leidingen brandstafcircuit | Controle / Vervangig | C | C | C | C | C | S | C | C | C | S | C | C |
| 7 | Brandstofffilter | Controle / Vervangig | C | C | S | C | S | C | S | C | S | C | S | |
| 8 | Controle uitstaat | Controle / Regeling | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | |
| 9 | Kleppenspeling | Controle / Regeling | C | C | C | C | C | C | ||||||
| 10 | Bavestijingsmoeren / Cilderkop | Controle / Sluiting | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
Onderhoud bij een erkend technisch assistentiecentrum
| Nr. | Onderdeel | Controle of onderhoudshandeling | 0 Km voorlevering | 500 Km | 3000 Km | 6000 Km | 9000 Km | 12000 Km | 15000 Km | 18000 Km | 21000 Km | 24000 Km | 27000 Km | 30000 Km |
| 11 | Ketting en Kettingspanner | Controle / Vervangting | C | C | S | C | C | |||||||
| 12 | Kettinggeber | Controle / Vervangting | C | C | C | C | C | |||||||
| 13 | Elektrische installment | Controle | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 14 | Batterij | Controle | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 15 | Installatie voorlem | Controle / Vervangting | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| Ververs de olie elka 12000 Km olie 2aar | ||||||||||||||
| 16 | Installatie achtlerem | Controle / Regelung / Vervangting | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 17 | Speling koppelingshandel | Controleren /Afstellen | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Onderhoud bij een erkend technisch assistentiecentrum
| Nr. | Onderdeel | Controle of onderhoudshandelling | 0 Km voorlevering | 500 Km | 3000 Km | 6000 Km | 9000 Km | 12000 Km | 15000 Km | 18000 Km | 21000 Km | 24000 Km | 27000 Km | 30000 Km |
| 18 | Gascommando | Controle / Regeling | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 19 | Moeren Stuuras | Controle / Regeling | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 20 | Aanhaalsspanning verligheidsbouten | Controle / Sluiting | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 21 | Cantrale standaard | Controle | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 22 | Functionering olepomp | Controle | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 23 | Reinigung carter Omluchtingsbus | Controle / Reinigung | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
Onderhoud bij een erkend technisch assistentiecentrum
| Nr. | Onderdeel | Controle of onderhoudshandeling | 0 Km voorlevering | 500 Km | 3000 Km | 6000 Km | 9000 Km | 12000 Km | 15000 Km | 18000 Km | 21000 Km | 24000 Km | 27000 Km | 30000 Km |
| 24 | Schockemper vooran /chteraan | Controle | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| 25 | Valgen / Banden | Controle / Vervang | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C | C |
| Keer de banden elke 6000 Km om | ||||||||||||||
C: Controle / Regeling
P: Reiniging / Smering
S: Vervanging
R:Vulling
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Controle van de uitsoot van het uitlaatgas
CONTROLE VAN DE UITSTOOT VAN HET UITLAATGAS
Het gamma scooters van LML voldoet volgens de normen van de Centrale Dienst Motorvoertuigen aan de standardaards inzake de uitstoot van de uitlaatgassen voordat het voertuig de fabriek verlaat.
Een eenvoudige regeling van de carburator zal helpen om het CO-niveau in de uitlaatgassen te controeren. Het is alleszinsoodzakelijk om het niveau van koolestofmonoxide (CO) in de uitlaatgassen te controeren.
Hieronder worden advies gegeven om de CO-niveau in de uitlaatgassen te controleren:
1 Gebruik enkel de aanbevolen bougie.
2. Reinig de luchtfilter, en verrang hem indien moodzakelijk.
- Reinig de carburator, en regel hem correct. Regel de schroef voor het luchtmengsel van 1 / 2 tot 112 vanaf helemaal gesloten (draai linksom), en regel de schroef van het minimum toerental 1000 op 1300 t/min.
- Controller of de compressiedruk zich binnen de limieten befindt. Controller de ontstekingstijd, en regel hem zoals worden aanbevolen.
- Controleer en regel de ruimte van de bougie.
ELEKTRISCH SCHEMA AUTOMATISCHE START

STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
Zorg en Onderhoud
TOEVOERSYSTEEM SECUNDAIRE LUCHT
Toevoersysteme secundaire lucht
Verwijdering / Installatie
(A) Verwijder de zeskantschroeven (Afb. 49) van de installmentie van de secundaire lucht.
(B) Koppel de aansluitleiding van de depurator (X), de aanzuigcollector (Y) los door de elastische klemringen te verwijdenen.
(C) Koppel de aansluitleiding (Z) van de cilinderkop los door de klemringen te verwijderen.
(D) Voor de reiniging要去lucht via de leidingen X.Y.Z. geblazen worden.
(E) Controller eventuele lekken in de leidingen, en verrang ze eventueel.

Atb. 49

Afb. 50
Zorg en Onderhoud
Schijfrem vooraan
De scooters STAR Deluxe worden ook met een schijfrem op het voorwiel geprodueerd (Afb. 51).
De schijfrem is gebaseerd op een hydraulische installment. Zorg er voor dat het peil van de remvloeistof in het hoofdzakelijkke reservoir correct worden gezchoolden, wat van fondamenteel belang is voor de correcte functioning van de remmen.
Controleer het peil van de remvloeistof in het hoofdzakelijkke reservoir dat zich op de rechtter kant van het stuur bevindt (Fig. 52), en dat nooit onder de "MIN" referentie mag dalen die aanwezig is op de transparante peilindicator op het hoofdzakelijkke reservoir.
Als het peil van de remvloeistof laag is, moet u zich wenden tot een erkend assistentiecentrum om het reservoir te lately bijvullen.
In normale weersomstandigheden worden aanbevolen om de remvloeistof elke 20.000 Km of elke 2aar teverversen.
Voorzorgsmaatregelen:
Het peil van de remvloeistof in het hoofdzakelijkere reservoir mag nooit onder de MIN"referentie calen.
Gebruik de aanbevolen remvloeistof (Fiat Tutela DOT 3 of DOT 4 / Mobil Super Heavy Duty brake fluid). De remvloeistof is erg corrosief. Zorg er voor dat ze Niet in aanraking kan komen met corrosieve delen.

Afb. 51

Afb.52
STAR DLX NEDERLANDS 12-5-2010
De beschrijving en de afbeeldingen die worden aangeduid in deze handleiding mogen nicht als bindend voor de fabrikant beschouwd worden. LML Limited behoudt zich hetrecht voor om op eender welk ogenblik, en zonder verplichting om deze handleiding bij te werken, wijzigingen uit te voeren aan het voertuig, de onderdelen en de accessoires van het voertuig, zonder wijziging van de essentièle kenmerken van het model dat worden beschreiben in这家伙 handleiding, die het bedriif nuttig vindt om het voertuig zich te verbeteren, voor de fabricage of voor commerciele doeleinden.
