PARKSIDE PGI 1200 A1 - Generator

PGI 1200 A1 - Generator PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PGI 1200 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 48 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice PARKSIDE PGI 1200 A1 - page 25
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PGI 1200 A1

Categorie : Generator

Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PGI 1200 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PGI 1200 A1 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PGI 1200 A1 PARKSIDE

INVERTER-STROOMGENERATOR Bedienings- en veiligheidsinstructies Vertaling van de originele handleiding

Lees de gebruikshandleiding. Voordat u het apparaat gebruikt, dient u het desbetreffende gedeelte in de gebruikshandleiding te raadplegen.

Belangrijk. Warme onderdelen. Houd afstand.

Belangrijk. Schakel eerst de motor uit voordat de brandstof wordt bijge- vuld. Vul niet bij als de motor stationair draait.

Belangrijk. De uitlaatgassen zijn giftig, gebruik de motor daarom niet in niet-geventileerde bereiken.

Draag gehoorbescherming. Draag veiligheidshandschoenen.

Wees uiterst voorzichtig bij de omgang met brandstoffen en smeermidde- len!

Verwijder de ontstekingskabels voordat u onderhoudswerkzaamheden uit- voert en lees eerst de aanwijzingen door.

Stel het apparaat niet bloot aan regen.

Bij het starten van de motor kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen ontste- ken in de nabijheid van brandbare gassen.

Open vuur of roken in de nabijheid van het apparaat is streng verboden!

Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het apparaat.21NL/BE

FABRIKANT: scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen BESTE KLANT, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe machine. OPMERKING: De fabrikant van dit apparaat is conform de geldende wet in- zake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade, die aan of door dit apparaat ontstaat bij:

  • Ondeskundig gebruik,
  • Niet-naleving van de gebruiksaanwijzing,
  • Reparaties door derden, door onbevoegde personen,
  • Inbouw en vervanging van niet originele reserveonderdelen,
  • Niet-reglementair gebruik, Wij adviseren u het volgende: Lees voor de montage en ingebruikneming aandachtig de vol- ledige gebruiksaanwijzing. Dankzij deze gebruiksaanwijzing leert u uw machine en de reglementaire gebruiksmogelijkheden ervan kennen. U vindt hier belangrijke instructies over hoe u de machine veilig, vakkundig en rendabel gebruikt, over hoe u risico‘s vermijdt, re- paratiekosten voorkomt, de stilstandtijd beperkt en de betrouw- baarheid en levensduur van de machine verhoogt. Bovenop de veiligheidsvoorschriften van deze gebruiksaanwij- zing moet u in elk geval ook de nationale bepalingen inzake het gebruik van deze machine respecteren. Bewaar de gebruiksaanwijzing in de buurt van de machine in een plastiek omhulsel als bescherming tegen vuil en vocht. Elke gebruiker moet deze handleiding voor het begin van de werk- zaamheden lezen en zorgvuldig naleven. Enkel personen, die over het gebruik van de machine en de daarmee verbonden gevaren zijn geïnstrueerd, mogen de ma- chine bedienen. Respecteer de vereiste minimumleeftijd. Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handlei- ding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.

2. Beschrijving van het toestel (afb. 1-12)

6. Aan-/uit-schakelaar

14. Oliewaarschuwingslampje

  • Schroevendraaier (C) (1 stuk)

De generator is geschikt voor apparaten die zijn voorzien voor het gebruik van een 230 V∼ wisselspanningsbron. Bij huishoudapparaten en elektronische apparatuur dient u de geschiktheid volgens de desbetreffende gegevens van de fa- brikant te controleren. De machine mag enkel na diens toestemming worden gebruikt. Elk verdergaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsels, van welke aard dan ook, is de gebruiker/bediener aansprakelijk en niet de fabrikant. Het naleven van de veiligheidsinstructies, van de montage-in- structies en de aanwijzingen aangaande de werking, vermeld in deze gebruiksaanwijzing, maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd zijn en van de mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften inzake ongeval- lenpreventie strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van arbeidsgeneeskun- de en veiligheid moeten in acht genomen worden. Veranderingen aan de machine stellen de fabrikant volledig vrij van aansprakelijkheid voor daaruit voortvloeiende schade. Houd er rekening mee dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik ontworpen zijn. Wij zijn niet aansprakelijk als de ma- chine in industriële of ambachtelijke bedrijven of in soortgelijke activiteiten wordt gebruikt.22 NL/BE

5. Veiligheidswaarschuwingen

1. Er mogen geen veranderingen op de elektriciteitsgenera-

tor worden uitgevoerd.

2. Het door de fabrikant vooraf ingestelde toerenta mag niet

worden veranderd. Anders zouden de elektriciteitsgene- rator of aangesloten toestellen kunnen worden bescha- digd.

3. Vergiftigingsgevaar! Rookgassen, brandstoffen en

smeerstoffen zijn giftig, rookgassen mogen niet worden ingeademd.

4. Let op! Benzine en benzinedampen zijn licht ontvlam-

5. Uitlaatgassen zijn giftig. De stroomgenerator mag niet

worden gebruikt in gesloten ongeventileerde ruimten. Indien de stroomgenerator in goed geventileerde ruim- ten wordt gebruikt, moeten de uitlaatgassen direct naar buiten worden geleid en dient er aan extra veiligheids- eisen te worden voldaan ter voorkoming van brand en explosies. Let op! Er kunnen giftige uitlaatgassen ontsnap- pen ook al is een uitlaatgasslang aangesloten. Wegens brandrisico mag de uitlaatgasslang nooit op brandbaar materiaal worden gericht.

6. De elektriciteitsgenerator nooit in ruimten gebruiken waar-

in er zich licht ontvlambare materialen bevinden.

7. Let op! Gevaar voor brandwonden, uitlaatgasinstallatie

en aandrijfaggregaat niet raken. Neem de waarschuwin- gen op de generator in acht.

8. Kom niet aan mechanisch bewogen of warme onderde-

len. Verwijder geen beschermende afdekkingen.

9. Let op! Gebruik een gepaste gehoorbeschermer als

uzich in de buurt van het apparaat bevindt.

10. Voor onderhoud en accessoires uitsluitend originele stuk-

11. De installatie, reparatie- en nstelwerkzaamheden mogen

alleen door geautoriseerd vakkundig personeel worden uitgevoerd.

12. Bescherm u tegen elektrische gevaren.

13. Generator nooit met natte handen vastpakken.

14. Gebruik in open lucht enkel verlengkabels (H07RN.), die

daarvoor goedgekeurd en overeenkomstig gekenmerkt zijn.

15. Bij gebruik van verlengkabels mag de totale lengte 50 m

voor 1,5 mm², of 100 m voor 2,5 mm² niet overschrijden.

16. Generator nooit bij regen of sneeuwval gebruiken.

17. De generator op een veilige effen plaats opstellen. Draai-

en en kantelen of verwisselen van standplaats tijdens het bedrijf is verboden.

18. Brandstof is brandbaar en licht ontvlambaar. Niet tijdens

het bedrijf bijvullen. Niet bijvullen als er wordt gerookt, of in de buurt van een open vuur. Mors geen brandstof.

19. De tank niet in de buurt van open licht, vuur of vonkenre-

gen vullen of leegmaken. Niet roken!

20. De generator op een veilige effen plaats opstellen. Draai-

en en kantelen of verwisselen van standplaats tijdens het bedrijf is verboden.

21. De generator minstens op 1 m afstand van gebouwen of

aangesloten toestellen opstellen.

22. Bescherm kinderen door ze op een veilige afstand te hou-

den van het stroomaggregaat.

23. Bepaalde delen van de zuigermotor zijn heet en kunnen

bij aanraking voor verbrandingen zorgen. Let op de waar- schuwingen die op de stroomgenerator zijn aangebracht.

24. De waarden vermeld bij de technische gegevens onder

) en geluidsdrukniveau (L

) stellen emissiewaarden voor en zijn niet noodzakelijk werkni- veau’s. Aangezien er geen verband bestaat tussen emis- sieen immissiepeilen kunnen deze waarden niet beslist worden gebruikt om eventueel noodzakelijke aanvullen- de voorzorgsmaatregelen te bepalen. Bij de factoren, die van invloed zijn op het momentele immissiepeil van de werkkracht, zijn de eigenschappen van de werkruimte, andere geluidsbronnen etc. alsmede b.v. het aantal ma- chines en andere naburige processen en de periode die een bedienaar aan het lawaai is blootgesteld inbegre- pen. Ook kan het toelaatbare immissiepeil van land tot land verschillen. Toch zal deze informatie aan de gebrui- ker van de machine de mogelijkheid geven de risico’s en gevaren beter te beoordelen. In enkele gevallen moeten akoestische metingen na de installatie worden uitgevoerd, om het geluidsdrukniveau te bepalen.

25. Waarschuwing! Volg de voorschriften omtrent elektrische

veiligheid op, die op de plaats gelden waar de stroomag- gregaten worden gebruikt.

26. Waarschuwing! Houd rekening met de vereisten en voor-

zorgsmaatregelen voor het geval een installatie opnieuw door middel stroomaggregaten van elektriciteit moet wor- den voorzien, en hoe deze zich verhouden tot de veilig- heidsmaatregelen voor deze installatie en tot de toepas- selijke richtlijnen.

27. De generatorgroepen kunnen alleen tot hun nominale

vermogen onder normale omgevingscondities worden geladen. Als de generatorgroep onder condities wordt toegepast die niet overeenkomen met de referentiecondi- ties conform ISO 8528-8:2016, 7.1, en de koeling van de motor of van de draaistroomgenerator onvoldoende is (bijv. door ongeoorloofd gebruik), moet het vermogen gereduceerd worden. LET OP: gebruik uitsluitend loodvrije normale auto- benzine als motorbrandstof.

6. Technische gegevens

Generator Inverter Bescherming type IP23M Continu Vermogen P nominaal (S1) 1000 W Vermogen P max (S2/5min) 1100 W Vermogen P max (S2/5s) 1200 W Nominale spanning U nominaal 230 V∼ Nominale stroom I nominaal 4,35 A Frequentie F nominaal 50 Hz Type aandrijfmotor viertakt luchtgekoeldt Cilinderinhoud 54 cm³23NL/BE Max. vermogen (motor) 2,1 kW/2,85 PS Brandstof Benzine, loodvrij Dit apparaat mag niet worden gebruikt met E10 benzine Tankinhoud 4,2 l Motorolie 0,25 l (15W-40) Verbruik bij ⅔ belasting ca.0,88 l/h Gewicht 12,8 kg Geluidsdrukniveau L

95 dB(A) Onzekerheid K 1,07 dB (A) Vermogensfactor cos ϕ 1 Vermogensklasse G1 Kwaliteitsklasse B Bougie MS A7RTC Werkmodus S1 (continubedrijf) De machine kan continu met het opgegeven vermogen worden gebruikt. Werkmodus S2 (korte-tijdbedrijf) De machine mag kortstondig (5 sek.) met het opgegeven ver- mogen worden gebruikt. Toegestane omgevingstemperaturen -10° tot +40° C hoogte: 1000 m boven zeespiegel, rel. luchtvochtigheid: 90 % (niet condenserend)

7. Vóór ingebruikneming

  • Open de verpakking en haal de machine er voor - zich- tig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal, evenals de beschermin- gen bij de verpakking en voor het transport (indien voor- handen).
  • Controleer of de leveringsomvang volledig is.
  • Controleer de machine en de bijbehorende onderdelen op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het einde van de garantieperiode. OPGELET De machine en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folie en kleine onderdelen spelen! Gevaar voor inslikken en verstikking! Montage (afb. 1/2) Voor de montage van de handgreep (1), verwijdert u beide, reeds ingeschroefde kruiskopschroeven M6x35 mm. Plaats de handgreep (1) en schroef deze vast. Monteer alle onderdelen voordat u brandstof en olie toevoegt om het weglekken van vloeistoffen te vermijden. Elektrische veiligheid Voor het gebruik dienen het stroomaggregaat en de bijbeho- rende elektrische uitrusting (inclusief de leidingen en stekkerver- bindingen) op defecten geïnspecteerd te worden. Verbind de stroomgenerator nooit met de stroomvoorziening (contactdoos). De leidinglengtes naar de verbruiker moeten zo kort mogelijk worden gehouden. Aarding (afb. 1) Voor het afleiden van statische oplading is een aarding van de behuizing vereist. Te dien einde een kabel aan de ene kant met de aardklem (7) van de generator en aan de andere kant met een externe massa verbinden. LET OP! Bij de eerste ingebruikname moet motorolie (15W-40, ca. 0,25 l) en brandstof (benzine, normaal, loodvrij) worden bijgevuld. Brandstofpeil en motorolie controleren, eventueel bijvullen. Voor voldoende ventilatie van het apparaat zorgen. Controleer of de ontstekingskabel aan de bougie is bevestigd. Eventueel aangesloten elektrisch apparaat loskoppelen van de stroomgenerator. Olie bijvullen (afb. 5) Plaats de generator met de voorste zijde omlaag en schroef de olievulschroef (13) erop. Vul 0,25l motorolie (15W-40) bij. Sluit de olievulschroef (13) en zet de generator weer rechtop. Brandstof bijvullen (afb. 1/7) Buiten bereik van ontstekingsbronnen houden! Tank uitsluitend in goed geventileerde ruimtes of in de buitenlucht. Schroef het tankdeksel (2) open en vul met behulp van een trechter (niet in de leveringsomvang inbegrepen) maximaal 4,2 liter benzine, loodvrij, in het tankreservoir bij. Let op dat de tank niet te vol wordt gevuld en dat er geen benzine wordt gemorst. Gebruik een benzinefilter. Gemorste benzine direct opnemen en wachten tot de benzinedampen zijn vervlogen (vanwege ontstekingsgevaar). Sluiten van de tankdeksel (2).

Motor starten (afb. 1/3/6 ) LET OP! Bij het starten met de trekkabelstarter (10) kan u aan de hand een verwonding oplopen door een plotselinge terug- stoot veroorzaakt door de aanslaande motor. Draag bij het starten veiligheidshandschoenen.

  • Benzinekraan (17) naar beneden opendraaien.
  • AAN / UIT-schakelaar (6) naar stand “ON” brengen. Cho- kehendel (9) naar de stand I I brengen. (in die linke Posi- tion) bringen.
  • Motor met de trekkabelstarter (10) starten, daarvoor flink aan de greep trekken. Mocht de motor niet aanslaan, op- nieuw flink aan de greep trekken.24 NL/BE
  • Chokehendel (9) na het starten van de motor opnieuw terug- schuiven back slede (in de juiste positie).
  • De aan te drijven toestellen aansluiten op de 230 V∼ stop- contacten (8) . LET OP: Deze stopcontacten mogen permanent (S1) met 1000 watt en kortstondig (S2) voor maximaal 5 s met 1200 watt worden belast. Aanwijzing: Sommige elektrische toestellen (motordecoupeer- zagen, boormachines enz.) kunnen een groter stroomverbruik hebben wanneer ze onder verzwaarde omstandigheden wor- den ingezet. Motor afzetten (afb. 1/6) De generator kort onbelast laten draaien voordat u hem afzet zodat het aggregaat kan nakoelen.
  • AAN / UIT-schakelaar (6) naar stand “OFF” brengen.
  • Benzinekraan (17) dichtdraaien. Beveiliging tegen overbelasting 230 V∼ stopcon- tacten AANWIJZING! De stroomgenerator is voorzien van een over- belastingsbeveiliging. Deze schakelt de contactdoos (8) uit. Het groene controlelampje geeft de volgende statussen weer: 1 x knipperen per interval Motortoerental te laag 2 x knipperen per interval Temperatuur te hoog 3 x knipperen per interval Overbelastingsbeveiliging schakelt in 4 x knipperen per interval Kortsluiting opgetreden Door het uitschakelen en het opnieuw inschakelen van de mo- tor kan de contactdoos (8) na het activeren van de overbelas- tingsbeveiliging weer in gebruik worden genomen. (zie “Motor uitzetten” en “Motor starten”) Let op! Mocht dit geval zich voordoen, verminder dan het elektrische vermogen dat u aan de generator onttrekt of verwij- der aangesloten defecte toestellen. Let op! Defecte overbelastingsschakelaars mogen enkel wor- den vervangen door overbelastingsschakelaars van hetzelfde type met dezelfde vermogensgegevens. Wendt u zich daar- voor tot uw klantenservice. ATTENTIE! Zet het apparaat direct weg en neem contact op met uw klantenservice:
  • als er zich ongewone trillingen of geluiden voordoen,
  • als de motor blijkbaar overbelast is of als u et overslaan van de motor vaststelt.

Zet vóór alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor af en trek de bougiesleutel (15) van de bougie(16) af. LET OP! Verbrandingsgevaar! Wacht tot het apparaat is afge- koeld voordat u een reiniging of onderhoud uitvoert. Luchtfilter (afb. 4) Raadpleeg hiertoe ook de service-informatie. Luchtfilter (12) regelmatig reinigen, zo nodig vervangen.

  • Open het deksel van het luchtfilter (11) door de 2 kruiskop- schroeven M5x14 mm te verwijderen.
  • Verwijder het filter (12).
  • Voor het reinigen van het filter mogen geen scherpe reini- gingsmiddelen of benzine worden gebruikt.
  • De elementen moeten worden gereinigd door het uitkloppen van een vlak oppervlak. Bij sterke vervuiling met zeeploog wassen, aansluitend met schoon water uitspoelen en aan de lucht laten drogen.
  • Het monteren volgt in omgekeerde volgorde. Bougie (afb. 6) Controleer de bougie (16) voor het eerst na 20 bedrijfsuren op vervuiling en reinig haar, indien nodig, m.b.v. een koperen draadborstel. Daarna de bougie om de 50 bedrijfsuren on- derhouden.
  • Trek er de bougiestekker (15) met een draaiende beweging af.
  • Verwijder de bougie (16) m.b.v. de bijgaande bougiesleutel (D) .
  • De assemblage gebeurt in omgekeerde volgorde. Opmerking: Alternatieve bougie Bosch UR3AC Benzinefilter (afb. 7) Aanwijzing: Bij het benzinefilter (18) gaat het om een filter- beker, die zich direct onder het tankdeksel (2) bevindt en alle gevulde brandstof filtert.
  • De aan-/uit-schakelaar (6) in de stand “OFF” zetten.
  • Het tankdeksel (2) openen.
  • Het benzinefilter (18) verwijderen en in een niet ontvlam- baar oplosmiddel of een oplosmiddel met een hoog vlam- punt reinigen.
  • Benzinefilter (18) weer terugplaatsen.
  • Het tankdeksel (2) sluiten. Olie verversen (afb. 5) Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme mo- tor worden uitgevoerd. LET OP! Voor het verversen van de olie eerste de benzine aftappen. Uitsluitend motorolie (15W-40) gebruiken.
  • De stroomgenerator op een geschikte ondergrond op de voorzijde plaatsen.
  • De olievulschroef (13) openen en de warme motorolie door het kantelen van de generator in een opvangreservoir op- vangen.
  • Motorolie bijvullen (ca. 0,25 l)
  • Sluit de olievulplug (13) weer.
  • Generator wieder vlak plaatsen.25NL/BE Automatisch uitschakelmechanisme voor olie Het automatische uitschakelmechanisme voor olie wordt ge- activeerd als er te weinig motorolie aanwezig is. Het oliecon- trolelampje (5) begint te knipperen als er te weinig olie in de motor aanwezig is. Het controlelampje gaat branden als de oliehoeveelheid onder de veiligheidshoeveelheid komt. De mo- tor wordt na korte tijd automatisch uitgeschakeld. Het starten is pas weer mogelijk als er motorolie is bijgevuld (zie hoofdstuk “Olie verversen”).

Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het mo- torhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon. Het is aan te bevelen het toestel onmiddellijk na elk gebruik schoon te maken. Maak het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep schoon. Gebruik geen reinigings- of oplosmidde- len; die zouden de kunststofdelen van het apparaat kunnen aantasten. Zorg ervoor dat geen water binnen in het toestel terecht kan komen.

Voorbereiding voor het opbergen

  • Maak de benzinetank met een benzinezuigpomp leeg. Waarschuwing: verwijder de benzine niet in gesloten ruimten, in de buurt van vuur of tijdens het roken. Gasdam- pen kunnen ontploffingen of brand veroorzaken.
  • Start de motor en laat hem draaien tot de resterende benzi- ne is verbruikt.
  • Ververs de olie na elk seizoen.
  • Hiervoor haalt u de oude motorolie uit de warme motor en vult u nieuwe olie bij.
  • Verwijder de bougie .
  • Vul met behulp van een oliekan ca. 20 ml. olie in de cilinder.
  • Trek langzaam aan de startkabel, zodat de olie de cilinder van binnen beschermt.
  • Schroef de bougie weer vast.
  • Bewaar het apparaat op een goed geventileerde plaats.

Voorbereiding voor het transport

  • Maak de benzinetank met een benzinezuigpomp leeg.
  • Laat de motor draaien tot al de resterende benzine verbruikt is.
  • Verwijder de motorolie uit de warme motor.
  • Verwijder de bougiestekker (15) van de bougie (16).
  • Beveilig het toestel tegen wegglijden b.v. door middel van spanriemen.
  • Het stroomaggregaat kan met de handgreep (1) worden opgetild en verplaatst.

13. Afvalverwijdering en recyclage

Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan in de grondstofkringloop teruggebracht worden Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Ontdoe u van defecte onderde- len op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeente- bestuur! De verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen die u bij lokale recyclingcentra kunt inleveren. Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Oude apparatuur mag niet bij het huisafval wor- den gegooid! Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richt- lijn inzake verbruikte elektrische en elektronische ap- paratuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepa- lingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verza- melpunt worden afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elek- trische en elektronische apparatuur. Het onjuist afvoeren van oude apparatuur kan door mogelijke gevaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, negatieve effecten op het milieu en de gezond- heid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit pro- duct levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuurlijke ressources. Informatie inzake inzamelpunten voor verbruikte apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkingssta- tion voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektroni- sche apparatuur of uw afvalverwerkingsstation. Milieubescherming Vervuild onderhoudsmateriaal en bedrijfsstoffen bij een hier- voor bestemd inzamelingsstation afgeven. Volg bij het afvoeren van restvloeistoffen (olie en brandstof) de betreffende milieubepalingen op. Wij adviseren om ach- tergebleven bedrijfsstoffen in een geschikte gesloten container naar het inzamelpunt bij u in de buurt te brengen. Gooi resten van olie en brandstof niet bij het huishoudelijk afval en giet ze niet op de grond.26 NL/BE

14. Verhelpen van storingen

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De motor kan niet worden gestart De automatische uitschakeling wegens oliege- brek heeft gereageerd Oliepeil controleren, motorolie bijvullen Bougie zit vol roet Bougie schoonmaken of vervangen Geen brandstof Brandstof bijvullen / benzinekraan laten contro- leren Generator heeft te weinig of geen spanning Elektronica defect Naar de gespecialiseerde handelaar gaan Overstroomveiligheidsschakelaar heeft gerea- geerd Generator opnieuw opstarten, Verbruiker verminderen Luchtfilter verstopt geraakt Filter schoonmaken of vervangen

15. Onderhoudsschema

De onderstaande onderhoudsintervallen dienen zeker in acht te worden genomenteneinde een perfecte werking van het toestel te verzekeren. LET OP! Voor de eerste inbedrijfstelling dient u er motorolie en brandstof in te gieten. Telkens vóór inge- bruikneming Na een gebruiksduur van 20 uur Na een gebruiks- duur van 50 uur Na een gebruiksduur van 100 uur Na een gebruiksduur van 300 uur Controle van de motorolie

Verversen van de motorolie voor de eerste keer, dan om de 50 uur

Controle van de luchtfilter X Eventueel filterelemen vervangen Schoonmaken van de luchtfilter

Visuele controle van het toestel

Schoonmaken van de bougie Afstand: 0,6 mm, eventueel vervangen Smoorklep op de carburator controleren en opnieuw afstellen

Let op: het is aan te bevelen de onderhoudswerkzaamheden vermeld onder “X*” enkel door een geautoriseerd vakbedrijf te laten uitvoe- ren. Service-informatie U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*: Bougie

  • niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!27NL/BE

Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefo- nisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:

  • Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
  • De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskun- dige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
  • De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garan- tieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.