Monacor PA6600 - Ontvanger

PA6600 - Ontvanger Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PA6600 Monacor in PDF-formaat.

📄 52 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Monacor PA6600 - page 30

Gebruikersvragen over PA6600 Monacor

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA6600 - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA6600 van het merk Monacor.

GEBRUIKSAANWIJZING PA6600 Monacor

Nieuwe optie voor prioriteit van de microfoon vanaf serienummer ...-03

Bij alle apparaten waarvan het serienummer op "-03" eindigt, kunt u de prioriteit van de ingangskanalen CH1–CH3 en van de sirene uitschakelen. Hiervoor koppelt u het apparaat los van de voedingsspanning en verwijdert u het deksel van de behuizing. Duw de schakelaar SW1 in het achterste gedeelte van het apparaat in de stand OFF (tekening). De signalen van de kanalen CH1 – CH3 en van de sirene overstemmen dan bijvoorbeeld niet meer de signalen van de kanalen CH4 – CH5, maar mengen er zich mee.

De mogelijkheid om aan de kanalen CH1–CH3 met de betreffende schakelaar MIC PRIORITY individueel een hogere prioriteit (3e prioriteitstrap) toe te wijzen, blijft hierbij ongewijzigd.

ELA-mengversterker voor 6 Zones

Deze handleiding is bedoeld voor installateurs van geluidsinstallaties (hoofdstuk 4 en 5) en voor gebruikers zonder specifieke vakkennis (hoofdstuk 6). Lees de handleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze voor latere raadpleging.

Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van de bedieningselementen en de aansluitingen.

Inhoud

1 Overzicht van de bedienings elementen en aansluitingen 28

1.1 Frontpaneel 28

1.2 Achterzijde 28

1.3 Commandomicrofoon PA-6000RC ..... 29

1.4 Foutbewakingsmodule PA-6FD ..... 29

1.5 Foutmeldingsmodule PA-6FM ..... 29

1.6 Antiterugkoppelingsmodule PA-6FR ..... 29

2 Veiligheidsvoorschriften ..... 29

3 Toepassingen en toebehoren ..... 29

4 Bijkomende modules monteren ..... 30

4.1 Aansluitmodule voor PA-6000RC ..... 30

4.1.1 Montage en aansluiting. 30

4.1.2 Microfoonaansluiting en basisinstelling . . . 30

4.2 Foutbewakingsmodule PA-6FD ..... 30

4.2.1 Montage en aansluiting. . . . . . . . . 30

4.2.2 Kalibrering. 30

4.3 Foutmeldingsmodule PA-6FM 30

4.4 Antiterugkoppelingsmodule PA-6FR ..... 30

4.4.1 Montage en aansluiting. 30

4.4.2 Bediening 31

5 Ingebruikneming 31

5.1 De versterker opstellen . . . . . . . . . . 31

5.1.1 De montage in een rack. 31

5.2 Gonggeluid en prioriteit van de plug-inmodule instellen 31

5.3 Het toestel aansluiten 31

5.3.1 Luidsprekers 31

5.3.2 Microfoons. 31

5.3.3 Tafelmicrofoon PA-4000PTT of PA-4300PTT . 31

5.3.4 Apparatuur met lijnuitgang / opnameapparaat 31

5.3.5 Een equalizer of ander apparaat tussenschakelen. . . . . . . . . . . . 31

5.3.6 Bijkomende versterker ..... 31

5.3.7 Telefoon- of nachtbel. 32

5.3.8 Telefooncentrale . . . . . . . . . . . . . 32

5.3.9 Schakelaar voor aankondigingen in alle zones 32

5.3.10 Noodbericht/voorrangsrelais ..... 32

5.3.11 Schakelaar voor afstandsbediend in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . 32

5.3.12 Netvoeding en noodstroomvoeding ..... 32

5.4 Prioriteit van de ingangssignalen vastleggen. . 32

6 Bediening 32

6.1 Het volume instellen . . . . . . . . . . . 32

6.2 PA-zones activeren 33

6.3 Gong 33

6.4 Alarmsirene 33

6.5 Commandomicrofoon PA-6000RC ..... 33

6.6 Tafelmicrofoon PA-4000PTT / PA-4300PTT . . 33

7 Beveiligingscircuit 33

Overzichtstekening en aansluitingsschema. ..... 48

Blokdiagram. 49

1 Overzicht van de bedienings-elementen en aansluitingen

1.1 Frontpaneel

1 Afsluitplaat voor de moduleopening; hier kan een module van MONACOR worden geplaatst, bv. radio / cd-speler, geheugen voor digitale boodschappen, schakelklok

2 Draaischakelaar voor de volumeregeling van een PA-zone, telkens voor de zones 1 – 6

3 Toets met controle-LED voor het inschakelen van een PA-zone, telkens voor de zones 1 - 6

4 Toets ALL CALL met controle-LED voor het in- schakelen van alle zones tegelijk en het verho- gen van het geluidsvolume voor elke zone tot het maximum [onafhankelijk van de zonetoet- sen (3) en de zonevolumeschakelaars (2)]; het maximale geluidsvolume wordt door de regelaar MASTER (17) bepaald

5 Niveau-indicatie voor de uitgangsversterker [onafhankelijk van de zonevolumeschakelaars (2)]; bij oversturing licht de rode LED CLIP op

6 Klankregelaar, telkens voor de ingangen 1 – 5

7 Ingangsniveauregelaar, telkens voor de ingangen 1–5

Met de regelaar voor de ingang 1 wordt ook het niveau ingesteld voor een microfoon die op de jack (45) of (46) is aangesloten, en met de regelaar voor de ingang 2 het niveau voor commandomicro foons van het type PA-6000RC (aangesloten via een afzonderlijke module). Prioriteit van de ingangen 1 – 3 kunt u met de DIP-schakelaars (34) instellen.

8 Klankregelaar voor een in opening (1) geplaatst apparaat

9 Gongtoets; de gong heeft tweede prioriteit Door het omsteken van de brug MS 1 kan tussen een gongsignaal van 2 en 4 tonen worden gekozen (zie hoofdstuk p.4).

10 Volumeregelaar voor de gong

11 Volumeregelaar voor een telefoon- of nachtbel (zie ook pos. 13 en 26)

12 Volumeregelaar voor een telefoonsignaal dat via de klemmen PAGING IN (27) binnenkomt; dit signaal heeft derde prioriteit

13 Toets TEL; bij ingedrukte toets kan bv. een telefoon- of nachtbel via de geluidsinstallatie worden beluisterd [aansluiting op klemmen NIGHT RINGER (26)]; de bel heeft de laagste prioriteit

14 Volumeregelaar voor de sirene

15 Toetsen voor de sirene; de sirene heeft vierde prioriteit

Toets "\~" voor een sterker en zwakker wordende toon

Toets “—” voor een gelijkmatige, permanente toon

16 LED PROTECT; licht op bij overbelasting of oververhitting van de versterker

17 Regelaar MASTER voor het totale geluidsvolume

18 LED FAULT; licht op, als de foutmeldingsmodule PA-6FD (figuur 4) is gemonteerd en deze een fout in de versterker heeft vastgesteld

19 POWER-schakelaar

Opmerking: Als er door de noodstroomeenheid een spanning van 24 V naar de aansluiting 24 V= (37) wordt gestuurd, kunt u de versterker niet uitschakelen.

20 LED STAND-BY: als de versterker aangesloten is op het elektriciteitsnet (230 V), licht de LED op bij uitgeschakelde versterker.

21 POWER-LED

1.2 Achterzijde

22 Beschermkap voor de schroefaansluitingen

WAARSCHUWING

Monacor PA6600 - Achterzijde - 1

Gebruik de versterker nooit zonder de beschermkap. Anders loopt bij aanraken van de aansluitingen het risico van een elektrische schok.

23 Luidsprekeraansluitingen voor luidsprekers van 100V

Let op! Elke van de zes zone-uitgangen moet een belastbaarheid van maximaal 100 W RMS hebben. De toegelaten totale belasting mag echter in geen geval worden overschreden:

PA-6240 240W RMS

PA-6480 480W RMS

PA-6600 600W RMS

24 Directe uitgang voor een luidspreker van 4 Ω of een luidsprekergroep van 4 Ω

De zonevolumeschakelaars (2) beïnvloeden deze uitgang niet.

Let op! Gebruik deze uitgang alleen, wanneer de 100 V-uitgangen (23 en 25) niet worden gebruikt. Anders wordt de versterker overbelast.

25 Directe uitgang voor luidsprekers van 100 V De zonevolumeschakelaars (2) beïnvloeden deze uitgang niet.

Let op! De totale belasting van alle aangesloten luidsprekers mag

240 W RMS (PA-6240)

480 W RMS (PA-6480)

600 W RMS (PA-6600)

niet overschrijden.

26 Ingang voor het signaal van een telefoon- of nachtbel; het ingangssignaal activeert een oproepsignaal dat via de geluidsinstallatie te horen is (zie ook positie 11 en 13)

27 Ingang (gebalanceerd, 250 mV) voor een telefoonsignaal met lijnniveau dat via de geluidsinstallatie te horen moet zijn (zie ook positie 12)

28 Aansluiting voor een afzonderlijke schakelaar Via deze schakelaar kunt u in geval van geïnstalleerde module voor digitale boodschappen PA-1120DMT een opgeslagen aankondiging opvragen. Tegelijk worden alle PA-zones ingeschakeld en op maximaal geluidsvolume ingesteld [zoals met de toets ALL CALL (4)].

29 Afdekplaat, wordt bij het monteren van de foutmeldingsmodule PA-6FM weggenomen

30 Afdekplaat, wordt bij het monteren van de foutbewakingsmodule PA-6FD weggenomen

31 Afdekplaat, wordt bij het monteren van een mo dule door een aansluitplaat vervangen

32 Afsluitplaat, wordt bij de montage van de anti- terugkoppelingsmodule PA-6FR losgeschroefd

33 Afsluitplaat, wordt bij de montage van de aansluitmodule voor de commandomicrofoon PA-6000RC losgeschroefd

34 DIP-schakelaars MIC PRIORITY; in de stand ON wordt de overeenkomstige ingang (1 tot 3) van vierde naar derde prioriteit geplaatst

35 POWER-jack voor aansluiting op een stopcontact (230 V/ 50 Hz) met behulp van het bijgeleverde netsnoer

36 Aansluitingen POWER REM voor een externe schakelaar om afstandsbediend in en uit te schakelen

Opmerking: Voor de afstandsbediening mag de versterker niet via de schakelaar POWER (19) zijn ingeschakeld.

37 Aansluitingen voor een noodvoeding (= 24V)

38 Zekering voor de noodvoeding Vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfde type.

39 6,3 mm-jacks AMP IN en PRE OUT om een apparaat tussen te schakelen, bv. equalizer; op de jack PRE OUT kan ook een tweede geluidsversterker worden aangesloten, wanneer het uitgangsvermogen niet voldoende is om bijkomende luidsprekers te gebruiken
40 Uitgang REC voor aansluiting van een opname-apparaat Het uitgangsvolume is onafhankelijk van de regelaar MASTER (17).
41 Ingangen 4 en 5 voor apparaten met lijnniveau (bv. cd-speler, tuner, mengpaneel etc.)
42 Gebalanceerde ingang via XLR / 6,3 mm-combijack, telkens voor de ingangen 1 – 3 De ingangsgevoeligheid kan met de regelaar GAIN (43) tussen microfoon- en lijnniveau worden ingesteld (2,5–250 mV)
43 Regelaar voor het instellen van de ingangsgevoeligheid, telkens voor de ingangen 1 - 3
44 Toets PHANTOM POWER voor het inschakelen van de voedingspanning van 12 V voor een microfoon met fantoomvoeding, telkens voor de ingangen 1–3
Opgelet! Bedien de schakelaar alleen bij uitgeschakelde versterker (schakelploppen). Bij ingedrukte toets mag op de overeenkomstige ingang geen ongebalanceerde microfoon zijn aangesloten, omdat deze microfoon kan worden beschadigd.
45 Jack PA-4300PTT voor de aansluiting van een ELA-tafelmicrofoon van het type PA-4300PTT
46 Jack PA-4000PTT voor de aansluiting van een ELA-tafelmicrofoon van het type PA-4000PTT
47 Schroefklemmen voor het aansluiten van een noodbericht/voorrangsrelais

1.3 Commandomicrofoon PA-6000RC

De commandomicrofoon is als toebehoren verkrijgbaar en behoort niet tot de leveringsomvang van de versterker.
48 Schakelaar DIGITAL MESSAGE; in de stand ON kunt u opgeslagen aankondigingen opvragen*
49 Schakelaar TALK voor het vastleggen van de prioriteit bij gebruik van meerdere microfoons PA-6000RC

SLAVE andere microfoons die naar PRIORITY zijn geschakeld, hebben voorrang

PRIORITY naar PRIORITY geschakelde microfoons hebben voorrang op microfoons die naar SLAVE zijn geschakeld

50 Jack LINK voor het aansluiten van een andere commandomicrofoon PA-6000RC
51 Jack OUTPUT voor het verbinden met de jack INPUT van de aansluitmodule die samen met de microfoon is geleverd
52 Ingangsjacks AUX IN voor een bijkomend audio-signaal met lijnniveau
53 Uitgangsniveauregelaar voor het microfoonsignaal en het signaal van de jacks AUX IN (52)
54 Controle-LED's

POWER bedrijfsindicatie (versterker ingeschakeld)

SEND licht op, wanneer u zelf iets aankondigt of wanneer een opgeslagen aankondiging* wordt opgevraagd

BUSY licht op, wanneer u zelf aankondigingen doet en bij aankondigingen via andere aangesloten microfoons PA-6000RC

55 Spraaktoets TALK

56 Draaischakelaar MESSAGE BANK voor het se lecteren van een opgeslagen aankondiging*

* Werking alleen mogelijk bij gemonteerde module voor digitale boodschappen PA-1120DMT

57 Toetsen Z 1 – Z 6 met controle-LED's voor het inschakelen van zones waar de aankondiging moet worden gehoord
58 Toets ALL CALL met de controle-LED voor het inschakelen van alle zones tegelijk [zoals de toets (4)]
59 Toets REPEAT/STOP voor de meervoudige weergave van een opgeslagen aankondiging*; een tweede keer drukken op de toets beëindigt de aankondiging
60 Toets START/ STOP voor het weergeven van een opgeslagen aankondiging*; een tweede keer drukken op de toets beëindigt de aankondiging

1.4 Foutbewakingsmodule PA-6FD

De foutbewakingsmodule is als toebehoren verkrijgbaar en behoort niet tot de leveringsomvang van de versterker. De module wordt op de plaats van de afdekplaat (30) gemonteerd.

61 Relaisuitgang voor het aansluiten van een signaalgever
62 Aansluitingen COM en HOT; verbind met de aansluitingen HIGH IMP (25):

COM an -, HOT an +

63 Meetpunten voor het instellen van de aanspreekgevoeligheid
64 Regelaar voor het testgeluidsniveau van 20 kHz
65 Regelaar voor de aanspreekgevoeligheid

1.5 Foutmeldingsmodule PA-6FM

De foutmeldingsmodule is als toebehoren verkrijgbaar en behoort niet tot de leveringsomvang van de versterker. De module wordt op de plaats van de afdekplaat (29) gemonteerd.

66 Relaisuitgangen voor het aansluiten van signaalgevers

Het relais AC spreekt aan bij afwezige netspanning, bij doorgesmolten interne netzekering of als de netschakelaar (19) niet in de stand ON staat.

Het relais DC spreekt aan bij doorgesmolten zekering (38) voor de noodvoeding of bij afwezige spanning van een noodstroomeenheid op de aansluitingen DC POWER (37).

Het relais FAN spreekt aan bij defecte interne ventilator of bij niet tot stand gebrachte aan-sluiting.

1.6 Antiterugkoppelingsmodule PA-6FR

De antiterugkoppelingsmodule is als toebehoren verkrijgbaar en behoort niet tot de leveringsomvang van de versterker. De module wordt op de plaats van de afsluitplaat (32) gemonteerd.

67 Keuzeschakelaar ACTIVE
IN = frequentieverschuiving geactiveerd OUT = geen frequentieverschuiving
68 DIP-schakelaars om de frequentieverschuiving te selecteren
69 POWER-LED: knippert, als de versterker is ingeschakeld

2 Veiligheidsvoorschriften

Het apparaat is in overeenstemming met alle relevante EU-Richtlijnen en is daarom gekenmerkt met €€

WAARSCHUWING

De netspanning van het appa-

Monacor PA6600 - WAARSCHUWING - 1

raat is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt! U loopt het risico van een elektrische schok.

Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraansluitingen (23, 25) onder een levensgevaarlijke spanning tot 100 V. Gebruik de versterker nooit zonder de beschermkap (22).

De in- en uitgangen mogen enkel aangesloten en gewijzigd worden, wanneer de geluidsinstallatie is uitgeschakeld.

  • Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0–40°C).
  • Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het apparaat.
  • De warmte die in het toestel ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek de ventilatieopeningen niet af.
  • Schakel het apparaat niet in resp. trek onmiddel- lijk de stekker uit het stopcontact:

  • wanneer het apparaat of het netsnoer zichtbaar beschadigd is,

  • wanneer er een defect zou kunnen optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen,
  • wanneer het apparaat slecht functioneert. Het apparaat moet in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.

  • Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact, maar steeds met de stekker zelf.

  • Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicaliën.
  • In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.

Monacor PA6600 - WAARSCHUWING - 2

Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.

3 Toepassingen en toebehoren

De versterker is speciaal ontworpen voor het gebruik in geluidsinstallaties in 100 V-techniek. Hij beschikt over uitgangen in 100 V-techniek voor zes PA-zones, waarvan u het volume individueel kunt instellen. Via drie ingangen met verschillend instelbare prioriteit kunnen microfoons of apparaten met lijnuitgang worden aangesloten. Twee andere lijningangen vervolledigen de aansluitmogelijkheden.

Toebehoren
Plug-inmodules voor de uitbreidingsopening (1)
PA-1120DMTgeheugen voor digitale boodschappen met schakelklok
PA-1140RCDradio/cd-speler
PA-1200Cschakelklok
PA-1200RDSUAM/FM-radio metaudio-speler
PA-tafelmicrofoons speciaal voor deze versterker
PA-4000PTTEen tafelmicrofoon kunt u op de jack PA-4000PTT (46) aansluiten.
PA-4300PTTU kunt een tafelmicrofoon op de jack PA-4300PTT (45) aansluiten.In totaal kunnen er drie PA-4300PTT-microfoons met de versterker gebruikt worden.
PA-6000RC (figuur 3)commandomicrofoon met toetsen voor het selecteren van de individuele PA-zones;de microfoon wordt met een aansluitmodule geleverd die in de versterker wordt gemonteerd
Bijkomende modules
PA-6FDFoutbewakingsmodule
PA-6FMFoutmeldingsmodule
PA-6FRAntiterugkoppelingsmodule voor de ingang 1

4 Bijkomende modules monteren

WAARSCHUWING

Monacor PA6600 - WAARSCHUWING - 1

De montage van bijkomende modules mag alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Trek de netstekker

uit het stopcontact, alvorens de versterker te openen. Anders loopt u het risico van een elektrische schok!

Als er een noodstroomeenheid is aangesloten, koppelt u deze van de aansluitingen 24 V= (37), zodat de versterker buiten bedrijf is.

4.1 Aansluitmodule voor PA-6000RC

Voor het aansluiten van de commandomicrofoon PA-6000RC (figuur 3) die als toebehoren leverbaar is, moet de aansluitmodule die met de microfoon is geleverd, in de versterker worden ingebouwd.

4.1.1 Montage en aansluiting

1) Schroef het deksel van de versterker en de afsluitplaat (33) aan de achterzijde van de versterker los.
2) Steek de 3-polige leiding AS 903 van de aansluitmodule in de jack CN 903 van de versterker – zie overzichtstekening pagina 48.
3) Plaats de module in de opening die door het wegnemen van de afsluitplaat (33) vrijkomt, en schroef ze vast.
4) Steek de zwart-rode 2-polige leiding A van de versterker in de jack CN 801 van de module.

Als echter ook de antiterugkoppelings-module PA-6FR wordt gemonteerd, moet de 2-polige leiding A in de jack CN 801 van PA-6FR en de 2-polige leiding AN 801 van de PA-6FR in de jack CN 801 van de aansluitmodule worden gestoken.

5) Steek de afgeschermde leiding AS 802 van de module in de jack AN 802 van de versterker.
6) Steek de 7-polige leiding AS 204 van de module in de jack CN 901 van de versterker.
7) Als er geen module voor digitale boodschappen PA-1120DMT is ingebouwd, bindt u de losse 10-polige leiding AS 4-1 van de module met de kabelbinders in de versterker vast.

Voer de punten 8) tot 10) alleen uit als de module voor digitale boodschappen PA-1120DMT is ingebouwd:

8) Steek de 10-polige leiding AS 4-1 van de module in de jack TO RR-100 / 600 van de module.
9) Leg met de brug MS 802 van de aansluitmodule vast of de aankondiging in het geheugen M 6 van de PA-1120DMT via de commandomicrofoon kan worden opgevraagd (stand ON) of niet (stand OFF, fabrieksinstelling). Het geheugen M 6 kan bv. zijn voorbehouden voor een automatische alarmaankondiging die alleen via de klemmen MESSAGE FIRST PRIORITY (28) mag worden geactiveerd.
10) In de versterker plaatst u de brug MS 2 op de frontprintplaat boven de niveauregelaar (7) voor de ingang 3 in de stand "PRI TO PACK". Zo heeft het signaal van de module eerste prioriteit en wordt het niet door een signaal van de commandicrofoon in volume gedempt.

4.1.2 Microfoonaansluiting en basisinstelling

1) Verbind de jack OUTPUT (51) van de microfoon met de jack INPUT van de aansluitmodule. Een korte verbindingskabel wordt samen met de microfoon geleverd. De kabellengte tussen versterker en microfoon mag max. 1000 m bedragen. Een tweede microfoon kan op de jack LINK van de module of op de jack LINK (50) van de eerste microfoon worden aangesloten. Voor het aansluit en van een derde microfoon verbindt u de jack OUTPUT hiervan met de jack LINK

van de tweede microfoon. Er kunnen maximaal drie microfoons worden aangesloten. De kabel-lengte tussen twee microfoons mag de 100 m niet overschrijden.

Opmerking: De XLR / 6,3 mm-combi-jack (42) van de ingang 2 mag bij het aansluiten van een PA-6000RC niet worden gebruikt, omdat de jack parallelgeschakeld is met de ingang voor de commandomicrofoon.

2) Bij het gebruik van meerdere microfoons PA-6000RC schuift u op de microfoon resp. op de microfoons die voorrang op de anderen moet(en) krijgen, de schakelaar TALK (49) in de stand PRIO RITY. Bij de overige microfoons zet u de schakelaar in de stand SLAVE. Zo is tijdens een aankondiging via een microfoon met voorrang een aankondiging via een microfoon zonder voorrang niet mogelijk. (Bij gelijkwaardige microfoons heeft de eerst geactiveerde microfoon voorrang.)
3) Om voor de commandomicrofoon resp. voor de commandomicrofoons tweede prioriteit te verkrij gen, moet u op de toets op de aansluit-module drukken (stand PRIORITY). Als de toets (stand SLAVE) niet is ingedrukt, is de vierde prioriteit ingesteld. Een overzicht van alle mogelijke prioriteiten wordt gegeven in hoofdstuk 5.4 "Prioriteit van de ingangssignalen vastleggen".
4) Bij gebruik van de module voor digitale boodschappen PA-1120DMT selecteert u met de schakelaar DIGITAL MESSAGE (48) of via de commandomicrofoon opgeslagen aankondigingen kunnen worden opgevraagd (schakelaarstand ON) of geblokkeerd zijn (stand OFF).
5) Als de ingangen op de versterker niet volstaan, kan naar de jacks AUX IN (52) een lijnsignaal worden gestuurd (bv. van cd-speler achtergrondmuziek). Stel het uitgangsniveau voor het microfoonsignaal en het signaal van de jacks AUX IN in met de regelaar AUDIO OUT (53).

4.2 Foutbewakingsmodule PA-6FD

De foutbewakingsmodule PA-6FD (figuur 4) die als toebehoren verkrijgbaar is, werd speciaal voor deze versterker ontworpen. De module genereert een sinustesttoon van 20 kHz die naar de versterker wordt gestuurd. Op de uitgang HIGH IMP (25) wordt gecontroleerd of de testtoon aanwezig is. Bij een defect in de versterker, waarbij de testtoon niet op de uitgang HIGH IMP aanwezig is, licht de weergave FAULT (18) op. Via een relais kunt u bovendien een signaalgever activeren.

4.2.1 Montage en aansluiting

1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Schroef het deksel van de versterker los en neem de afsluitplaat (30) weg.
3) Monteer de module PA-6FD van buitenaf op de plaats van de afsluitplaat en schroef ze vast.
4) Steek de 5-polige leiding B van de versterker in de jack CN 601 van de module, zie overzichtstekening pagina 48.
5) Verbind het negatieve contact van de aansluiting HIGH IMP (25) op de versterker met het contact COM van de schroefklem Line In (62) op de module, en verbind het pluscontact van HIGH IMP met het contact HOT van Line in.
6) Steek de jumper SW 1 op de bewakingsmodule in de stand ON.
7) Wanneer de module een fout registreert, licht de LED FAULT (18) op en sluiten de relaiscontacten (61). Op de contacten kunt u een signaalgever aansluiten die een alarmsignaal uitstuurt. De belastbaarheid van de relaiscontacten bedraagt 1 A bij max. \~ 120 V of max. = 24 V.

Opmerking: De relaiscontacten sluiten ook, wanneer de versterker wordt uitgeschakeld.

4.2.2 Kalibrering

De foutmeldingsmodule PA-6FM (figuur 5) die als toebehoren verkrijgbaar is, werd speciaal voor deze versterker ontworpen. Via drie relaisuitgangen (66) kunnen signaalgevers bij volgende fouten worden geactiveerd:

De relaiscontacten AC schakelen om bij afwezige netspanning, bij doorgesmolten interne netzekering of als de netschakelaar (19) niet in de stand ON staat.

De relaiscontacten DC schakelen om bij doorgesmolten zekering (38) voor de noodvoeding of bij afwezige spanning van een noodstroomeenheid op de aansluitingen DC POWER (37).

De relaiscontacten FAN schakelen om bij defecte interne ventilator of bij niet tot stand gebrachte aansluiting.

Opmerking: Alle relaiscontacten schakelen ook om, wanneer de versterker wordt uitgeschakeld.

1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Schroef het deksel van de versterker los en neem de afsluitplaat (29) weg.
3) Monteer de module PA-6FM van buitenaf op de plaats van de afsluitplaat en schroef ze vast.
4) Steek de 6-polige leiding C van de versterker in de jack CN 5 van de module, zie overzichtstekening pagina 48.
5) Sluit de signaalgevers voor het uitsturen van een alarmsignaal aan op de relaiscontacten (66). De opdruk op de module geeft de contactpositie aan in geval van een fout en bij uitgeschakelde versterker. De belastbaarheid van de relaiscontacten bedraagt 1 A bij max. \~ 120 V of max. = 24V.

4.4 Antiterugkoppelingsmodule PA-6FR

De antiterugkoppelingsmodule PA-6FR (figuur 6) die als toebehoren verkrijgbaar is, werd speciaal voor deze versterker ontworpen. Het signaal van de ingang 1 wordt over de module gestuurd, en de frequentie ervan wordt verhoogd (2, 4, 5 of 6Hz, instelbaar). Door de frequentie te verschuiven, realiseert u een optimale bescherming tegen akoestische terugkoppelingen.

4.4.1 Montage en aansluiting

1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Schroef het deksel van de versterker en de afsluitplaat (32) aan de achterzijde van de versterker los.
3) Plaats de module in de opening die door het wegnemen van de afsluitplaat vrijkomt, en schroef ze vast.
4) Steek de 2-polige leiding AN 702 (zwart-bruin) van de versterker in de jack CN 702 van de module, zie overzichtstekening pagina 48.

5) Steek de zwart-rode 2-polige leiding A van de versterker in de jack CN 801 van de module.
6) Als de aansluitmodule voor de commandomicrofoon PA-6000RC reeds gebruikt werd, steekt de 2-polige leiding al in de jack CN 801 van de aansluitmodule (stippellijn in de overzichtstekening pagina 18). Trek de leiding uit de aansluitmodule en steek ze in de jack CN 801 van de PA-6FR. Steek hiervoor de 2-polige leiding AN 801 van de PA-6FR in de jack CN 801 van de aansluitmodule.
7) Plaats de brug MS 401 van de versterker in de stand "FR".

4.4.2 Bediening

Plaats de schakelaar ACTIVE (67) na de ingebruikneming van de versterker in de stand IN. Geef via de ingang 1 een aankondiging door met het gewenste geluidsvolume. In de basisinstelling, met alle DIP-schakelaars (68) in de bovenste positie, bedraagt de frequentieverschuiving 2 Hz. Mocht er ondanks deze frequentieverschuiving een terugkoppeling optreden, stel dan met de DIP-schakelaars een hogere frequentieverschuiving in.

5 Ingebruikneming

5.1 De versterker opstellen

De versterker is voorzien voor montage in een 19"-rack (482 mm), maar kan ook als tafelmodel gebruikt worden. In elk geval moet de lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de eindversterkers te verzekeren.

5.1.1 De montage in een rack

Voor de montage in een rack hebt u 3 HE (rackeenheden = 133 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het toestel moet links en rechts door rails of onderaan door een bodemplaat extra ondersteund worden.

De hete lucht die achteraan uit de versterker wordt geblazen, moet uit het rack kunnen worden afgevoerd. Anders hoopt de warmte zich op in het rack, waardoor niet enkel de versterker maar ook andere apparaten in het rack kunnen worden beschadigd. Bij een onvoldoende warmteafvoer moet u in het rack een ventilator plaatsen.

5.2 Gonggeluid en prioriteit van de plug-inmodule instellen

Alvorens een module in de opening (1) te mon- teren, moeten beide jumpers MS 1 (gonggeluid) en MS 2 (moduleprioriteit) worden ingesteld, zie overzichtstekening pagina 48. De toegang tot deze jumpers is afgesloten, zodra de module is gemonteerd.

1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Schroef de afsluitplaat (1) voor de module los.
3) Stel het gonggeluid in met de jumper MS 1: positie "4T": gongsignaal van 4 tonen positie "2T": gongsignaal van 2 tonen
4) Stel de prioriteit voor een plug-inmodule in met de jumper MS 2:

st and "SLAVE" (standaardinstelling) Het signaal van de module heeft de laagste prioriteit.
st and "PRI TO PACK": Het signaal van de module heeft tweede prioriteit. Deze instelling moet o.a. worden geselecteerd, wanneer via de commandomicrofoon PA-6000RC opgeslagen aankondigingen uit het geheugen voor digitale boodschappen PA-1120DMT moeten worden opgevraagd.

Een overzicht van alle mogelijke prioriteiten wordt gegeven in hoofdstuk 6.3 "Prioriteit van de ingangssignalen vastleggen".

5) Als er geen module is gemonteerd, schroeft u het plaatje (1) opnieuw vast.

5.3 Het toestel aansluiten

De in- en uitgangen mogen enkel door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd worden en in elk geval wanneer de versterker uitgeschakeld is!

Diverse aansluitingen, bv. deze voor de luidsprekers, bevinden zich onder de beschermkap (22). Om de aansluitingen tot stand te brengen, schroeft u de kap los.

WAARSCHUWING

De versterker mag niet zonder de beschermkap (22) worden bediend. Immers, tijdens het bedrijf voeren de luidspreker-

aansluitingen (23, 25) gevaarlijke spanningen tot 100 V. Schroef de beschermkap na het aansluiten opnieuw vast, zodat de contacten niet kunnen worden aangeraakt.

5.3.1 Luidsprekers

1) Ofwel sluit u luidsprekers met 100 V-techniek voor de zes PA-zones aan op de schroefklemmen SPEAKER ZONES ATT. OUTPUTS (23).

Let op! Elke van de zes zone-uitgangen moet een belastbaarheid van maximaal 100 W RMS hebben. De toegelaten totale belasting mag echter in geen geval worden overschreden:

PA-6240 240W RMS

PA-6480 480W RMS

PA-6600 600W RMS

ofwel sluit u een luidsprekergroep met een totale impedantie van ten minste 4 Ω aan op de schroefklemmen LOW IMP 4 Ω (24) [wanneer de 100 V-uitgangen (23 en 25) niet worden gebruikt, anders geraakt de versterker overbelast]. De zonevolumeschakelaars (2) beïnvloeden deze uitgang niet.

2) Bijkomende 100 V-luidsprekers, die onafhankelijk van de zonetoetsen (3) steeds moeten zijn ingeschakeld en waarvan het volume niet mag worden verminderd met de zonevolumeschakelaars, kunnen op de schroefklemmen HIGH IMP 100 V (25) worden aangesloten. De totale belasting van alle aangesloten luidsprekers mag het versterkervermogen echter niet overschrijden (zie aanwijzing "Let op!").
3) Let bij het aansluiten van de luidsprekers steeds op de juiste polariteit, d. w. z. de positieve pool van de luidspreker telkens met de bovenste klem verbinden. De positieve aansluiting van de luidsprekerkabel is altijd speciaal gemarkeerd.

5.3.2 Microfoons

Drie microfoons met een XLR- of 6,3 mm-stekker kunnen op de XLR / 6,3 mm-combi-jacks (42) van de ingangen 1 – 3 worden aangesloten.

1) Draai bij het aansluiten van een microfoon de overeenkomstige regelaar GAIN (43) helemaal naar rechts in de stand “-50”.
2) Bij het gebruik van een microfoon met fantoomvoeding (bv. PA-4000PTT) schakelt u de voedingsspanning van 12 V in met de overeenkomstige toets PHANTOM POWER (44).

Opgelet! Bedien de schakelaar alleen bij uitgeschakelde versterker (schakelploppen). Bij ingedrukte toets mag op de overeenkomstige ingang geen ongebalanceerde microfoon zijn aangesloten, omdat deze kan worden beschadigd.

3) Als een microfoon voorrang moet krijgen, plaatst u de overeenkomstige DIP-schakelaar MIC PRIORITY (34) in de stand ON (zie ook hoofdstuk 5.4).

Opmerkingen:

  1. Als de tafelmicrofoon PA-4000PTT of PA-4300PTT wordt gebruikt, mag de ingang 1 niet worden gebruikt, omdat deze met de ingang (46) voor PA-

4000PTT en met de ingang (45) voor PA-4300PTT parallelgeschakeld is.
2. Als er een commandomicrofoon PA-6000RC is aangesloten, mag de ingang 2 niet worden gebruikt, omdat deze parallel ligt met de ingang voor de PA-6000RC (via de bijbehorende aan sluitmodule).

5.3.3 Tafelmicrofoon PA-4000PTT of PA-4300PTT

De als afzonderlijk toebehoren leverbare tafelmicrofoons PA-4000PTT en PA-4300PTT zijn speciaal ontworpen voor deze versterker.

1) Verbind de microfoon PA-4000PTT via zijn RJ-45-aansluiting PTT REMOTE met de aansluiting PA-4000PTT (46) op de versterker, of de microfoon PA-4300PTT via zijn aansluiting OUTPUT met de aansluiting PA-4300PTT (45) van de versterker.
2) Van het model PA-4300PTT kunnen er nog twee andere microfoons aangesloten worden: Verbind de aansluiting LINK van de eerste microfoon met de aansluiting OUTPUT van de tweede microfoon. Verbind de derde microfoon op de zelfde wijze met de tweede microfoon.
3) Druk op de toets PHANTOM POWER (44) van de ingang 1 en draai de bijbehorende regelaar GAIN (43) helemaal naar rechts in de stand “-50”.

Aanwijzingen:

  1. De ingang 1 mag nu niet voor andere ingangssignalen gebruikt worden, omdat hij parallelgeschakeld is met de aansluitingen voor de tafelmicrofoons.
  2. De microfoonkabel mag in totaal maximaal 1000 m lang zijn.

5.3.4 Apparatuur met lijnuitgang / opnameapparaat

Vijf apparaten met lijnniveau (bv. cd-speler, radio, mengpaneel) kunnen op de ingangen 1 – 5 worden aangesloten. Uitzonderingen: Gebruik ingang 1 niet als een tafelmicrofoon op de jack PA-4300PTT (45) of PA-4000PTT (46) is aangesloten, en ingang 2 niet als de commandomicrofoon PA-6000RC in bedrijf is!

Voor achtergrondmuziek moeten de ingangen 4 en 5 [Cinch-jacks LINE IN (41)] worden gebruikt, omdat die de laagste prioriteit hebben.

1) Bij het aansluiten van de ingangen 1 - 3 via de XLR / 6,3 mm-combi-jacks (42) draait u de bijbehorende regelaar GAIN (43) helemaal naar links in de stand "-10". Druk niet op de overeenkomstige toets PHANTOM POWER (44).

Gebruik bij het aansluiten van een stereoapparaat op een van de ingangen 1 – 3 een stereo-monoadapter (bv. SMC-1 van MONACOR) en een adapterkabel (bv. MCA-300 van MONACOR). Anders heffen de signalen van het stereomidden elkaar op.

2) Wenst u een van de ingangen 1 – 3 voorrang te geven op de twee andere, plaats dan de overeenkomstige DIP-schakelaar MIC PRIORITY (34) in de stand ON. De ingangen 1 – 3 hebben steeds voorrang op de ingangen 4 en 5 (zie hoofdstuk [5.4]).
3) Een geluidsopnametoestel kan op de jacks REC (40) worden aangesloten. Het volume van de opname is onafhankelijk van de regelaar MAS-TER (17) en van de zonevolumeschakelaars (2).

5.3.5 Een equalizer of ander apparaat tussenschakelen

Voor de externe klankregeling kunt u bv. een equalizer tussenschakelen via de jacks AMP IN – PRE OUT (39): Verbind de ingang van het apparaat met de jack PRE OUT en de uitgang op de jack AMP IN.

Opmerking: In de versterker wordt het signaal onderbroken, wanneer alleen de jack AMP IN is aangesloten of het tussengeschakelde apparaat niet is ingeschakeld, defect is of niet correct is aangesloten. De luidsprekers blijven dan gedempt.

5.3.6 Bijkomende versterker

Indien er meer luidsprekers nodig zijn dan toegelaten voor de versterker, is een bijkomende versterker noodzakelijk. Verbind de ingang van de bijkomende

versterker met de jack PRE OUT (39) of REC (40). Het signaal voor de bijkomende versterker wordt niet beïnvloed door de regelaar MASTER (17) of door de zonevolumeschakelaars (2).

5.3.7 Telefoon- of nachtbel

Een telefoon- of nachtbel kan zo nodig via de geluids installatie worden weergegeven (bv. tijdens een nachtelijke controleronde).

1) Stuur de stuurspanning voor de bel (bv. 8 V/50 Hz) naar de aansluitingen NIGHT RINGER (26).
2) Druk op de toets TEL (13).
3) Druk op de bel en stel met de regelaar RINGER (11) het volume in van het oproepsignaal dat door de versterker is gegenereerd.
4) Schakel de belfunctie desgewenst in of uit met de toets TEL.

Opmerking: De bel heeft de laagste prioriteit.

5.3.8 Telefooncentrale

Via de telefooncentrale kunt u aankondigingen weergeven via de geluidsinstallatie.

1) Stuur het telefoonsignaal (lijnniveau) naar de klemmen PAGING IN (27).
2) Stel tijdens een aankondiging het volume in met de regelaar PAGING (12).

Opmerking: Telefoonaankondigingen hebben derde prioriteit.

5.3.9 Schakelaar voor aankondigingen in alle zones

Voor de bediening op afstand van de volgende functies sluit u een schakelaar aan op de klemmen MESSAGE FIRST PRIORITY (28):

  1. Tegelijk worden alle PA-zones ingeschakeld en op maximaal geluidsvolume ingesteld [zoals met de toets ALL CALL (4)].
  2. Bij het gebruik van de module voor digitale boodschappen PA-1120DMT wordt de aankondiging van het geheugen M 6 automatisch opgevraagd. Steek jumper MS 2 hiervoor in de stand "PRI TO PACK" (zie overzichtstekening pagina [43]), alvorens de module te monteren. Zo krijgt de aankondiging van het geheugen M 6 eerste prioriteit. In plaats van de schakelaar kan ook een alarmmeldingscontact worden aangesloten, bv. voor een automatische brandalarmmelding.
  3. Wenst u via de schakelaar resp. via het alarmmeldingscontact de versterker ook gelijktijdig in te schakelen, sluit dan een diode van het type 1N4007 volgens figuur 7 aan tussen de bovenste klem MESSAGE FIRST PRIORITY en de linker klem POWER REM.

Monacor PA6600 - Schakelaar voor aankondigingen in alle zones - 1

text_image SWEAKER ZONES ATT. OUTPUTS 12V MT34067 75 76 77 78 79 80 10DV76 POWER 25kA 24V-20A 1N4007

⑦ Automatisch inschakelen van de versterker en activeren van de aankondiging M 6

5.3.10 Noodbericht/voorrangsrelais

Als er tussen de versterker en de luidsprekers geluidsvolumeregelaars met noodbericht/voorrangsrelais (bv. serie ATT-3..PEU of ATT-5..PEU van MONACOR) zijn geschakeld, dan kunt u belangrijke aankondigingen toch horen, zelfs al is het volume op "nul" ingesteld.

1) Sluit hiervoor een tafelmicrofoon PA-4000PTT of PA-4300PTT aan (hoofdstuk 5.3.3).

2) Sluit het noodbericht / voorrangsrelais volgens de figuur 8 aan op de klemmen PRIORITY RELAY OUTPUT (47). De uitgang heeft een belastbaarheid van 200 mA.
3) Plaats de schakelaar PRIORITY op de microfoon in stand ON (naar beneden).
4) Bij het bedienen van de spraaktoets [TALK] worden de luidsprekers nu door het relais naar maximaal geluidsvolume geschakeld.

Monacor PA6600 - Noodbericht/voorrangsrelais - 1

text_image PA-6240/-6480/-6600 PA-4000PTT PA-4300PTT PRIORITY RELAY OUTPUT 100V 24 V max. 0.2 A ATT-... +10 +0 Switch Line 100 V Audio Line Speaker

⑧ Noodbericht/voorrangsrelais

5.3.11 Schakelaar voor afstandsbediend in- en uitschakelen

De versterker kan met een schakelaar die op de contacten POWER REM (36) is aangesloten, op afstand worden in- en uitgeschakeld. Daarom mag de versterker niet met de schakelaar POWER (19) zijn ingeschakeld of op een noodvoeding zijn aangesloten.

5.3.12 Netvoeding en noodstroomvoeding

1) Ten slotte verbindt u het meegeleverde netsnoer eerst met de jack (35) en plugt u de stekker ervan in een stopcontact (230 V/ 50 Hz).
2) Als de versterker bij een eventuele stroomuitval verder moet werken, sluit u op de klemmen 24V= (37) een noodvoeding van 24 V aan (bv. PA-24ESP van MONACOR). Bij een kabellengte van maximum 6 m is een dwars doorsnede van 4 mm² vereist.

Opmerkingen:

  1. Als de aansluitingen van de nood stroomeenheid onder de spanning van 24 V= staan, kan de versterker met de schakelaar POWER (19) niet worden uitgeschakeld. De versterker schakelt bij een stroomuitval of in uit geschakelde toestand automatisch om naar de noodvoeding.
  2. Ook wanneer de versterker is uitgeschakeld, verbruikt hij een geringe hoeveelheid stroom. Trek daarom de netstekker uit het stopcontact en koppel de noodvoeding eventueel los, wanneer u de versterker langere tijd niet gebruikt.

5.4 Prioriteit van de ingangssignalen vastleggen

Alle ingangssignalen hebben een bepaalde prioriteit toegewezen gekregen. Een signaal met een hogere prioriteit overstemt steeds een signaal met lagere prioriteit, wanneer beide signalen tegelijk op de versterker toekomen. Signalen met eenzelfde prioriteit worden gemengd. De volgende tabel geeft een overzicht en toont wijzigingsmogelijkheden.

PrioriteitSignaalVoorwaardeWijziging
1Aankondiging M 6 van de module voor digitale boodschappen PA-1120DMJumper MS 2 op PRI TO PACK
Schakelaar (28) gesloten
2Tafelmicrofoon PA-4000PTT PA-4300PTTDIP-schakelaar PRIORITY op de micro op ONSchakelaar op OFF = vierde prioriteit2
Commandomicrofoon PA-6000RCSchakelaar op aansluitmodule op PRIORITYSchakelaar op SLAVE = vierde prioriteit2
Gong
3Telefooncentrale op de klem (27)
4Ingangen 1, 2 en 3DIP-schakelaar (34) op OFF1DIP-schakelaar op ON = derde prioriteit
Sirene
PrioriteitSignaalVoorwaardeWijziging
5Aanvullende modulesJumper MS 2 op SLAVE1Jumper MS 2 op PRI TO PACK = tweede prioriteit
Ingangen 4 en 5
Telefoon of nachtbel

^1 Fabrieksinstelling

2 Tafelmicrofoon PA-4000PTT /PA-4300PTT gebruikt de ingang 1 en de commandomicrofoon PA-6000RC de ingang 2. Via de bijbehorende DIP-schakelaar MIC PRIORITY (34) kunnen de microfoons ook op derde prioriteit worden ingesteld.

6 Bediening

Als de versterker uitgeschakeld is en de noodstroom-eenheid stuurt geen 24 V-spanning naar de aansluit-tingen 24V= (37), licht de LED STAND-BY (20) op.

1) Plaats eerst de vijf niveauregelaars (7) voor de ingangen 1 – 5 en de regelaar MASTER (17) in de stand nul, alvorens de eerste keer in te schakelen.
2) Schakel de versterker in met de schakelaar POWER (19) of met een schakelaar die op de klemmen POWER REM (36) is aangesloten. De groene LED STAND BY gaat uit en de gele POWER-LED (21) licht op.

6.1 Het volume instellen

1) Stel eerst het maximaal gewenste geluids volume voor aankondigingen met hoogste prioriteit in. Druk hiervoor eerst op de toets ALL CALL (4). Geef naargelang de uitrusting een aankondiging door:
a) Vraag bij aanwezige module voor digitale boodschappen via een schakelaar op de klemmen MESSAGE FIRST PRIORITY (28) de aankondiging op uit het geheugen M 6. Plaats de niveauregelaar LEVEL op de module ongeveer in de stand 7.
b) Bij een tafelmicrofoon die op de jack PA-4300PTT (45) of PA-4000PTT (46) is aangesloten, plaatst u de niveauregelaar (7) van de ingang 1 ongeveer in de stand 7, en geeft u een aankondiging door.
c) Bij een aanwezige commandomicrofoon PA-6000RC plaatst u de niveauregelaar (7) van de ingang 2 ongeveer in de stand 7, drukt u op de toets ALL CALL (58) en geeft u een aankondiging door.
d) Bij gebruik van een andere microfoon plaatst u de niveauregelaar (7) van de bijbehorende ingang in de stand 7, en geeft u een aankondiging door.
2) Stel tijdens de aankondiging het volume in met de regelaar MASTER (17). Bij oversturing licht in de niveau-indicatie (5) de rode LED CLIP op. In dit geval moet u het geluidsvolume met de regelaar MASTER verminderen.
3) Om het geluidsvolume voor normale aankondigingen in te stellen, moet u de toets ALL CALL opnieuw uitschakelen. Druk hiervoor op alle toetsen (3) van de afzonderlijke PA-zones.
4) Geef een aankondiging door zoals beschreven onder punt 1) b of d. Opmerkingen:

Opmerkingen:

  1. Op de PA-4000PTT / PA-4300PTT plaatst u de schakelaar in de bovenste stand.
  2. Geef de aankondiging niet via een PA-6000RC door, omdat dit geluidsvolume onafhankelijk is van de zonevolumeschakelaars (2).
    5) Wijzig de stand van de regelaar MASTER (17) niet, maar stel tijdens de aankondiging met de overeenkomstige zonevolumeschakelaars (2) voor elke zone afzonderlijk het gewenste volume in.
    6) Stel aansluitend het geluidsvolume in voor de signalen van de overige ingangen (bv. achtergrondmuziek) met behulp van de niveauregelaar LEVEL (7) van de betreffende ingang.

7) Stel voor elke gebruikte ingang de klank in met de betreffende regelaars "Bass" en "Treble" (6). Stel met de regelaars PACK (8) de klank in voor een module in de opening (1).
8) Het kan eventueel nodig zijn om het volume van de ingangssignalen nog een keer bij te regelen met de betreffende niveauregelaars (7).
9) Draai de niveauregelaars (7) van de ongebruikte ingangen in de nulstand.

Opmerking: Bij de ingangen 1 – 3 kunt u de ingangsgevoeligheid instellen met de regelaars GAIN (43). Als een niveauregelaar (7) heel ver open of bijna dicht moet worden gedraaid om de gewenste volumeverhouding tot de andere ingangen te verkrijgen, wijzig dan de ingangsgevoeligheid met de be treffende regelaar GAIN.

6.2 PA-zones activeren

1) Stel met de toetsen Z 1 - Z 6 (3) de zones in, waarin het geluid moet worden verzorgd. Ter controle lichten de groene LED's van de actieve zones op.
2) Voor aankondigingen in alle zones drukt u op de toets ALL CALL (4). Tegelijkertijd wordt het geluidsvolume in de zones tot het maximum verhoogd [komt overeen met het instellen van alle zonevolumeschakelaars (2) in de stand 6].

6.3 Gong

Door bediening van de spraaktoets TALK op de tafelmicrofoon PA-4000PTT / PA-4300PTT of op de commandomicrofoon PA-6000RC weerklinkt vóór elke aankondiging een gongsignaal. Bij het gebruik van andere microfoons kunt u het gongsignaal met de toets CHIME (9) activeren. Stel het gongvolume in met de regelaar LEVEL (10).

Met de jumper MS 1 kunt u wisselen tussen een gongsignaal van 2 en een van 4 tonen, zie hoofdstuk 5.2.

6.4 Alarmsirene

Bij een alarm kunt u in het bedieningsveld SIREN met een van beide toetsen (15) de sirene inschakelen:

Toets “\~” voor een sterker en zwakker wordende toon Toets “-” voor een gelijkmatige, permanente toon Stel het geluidsvolume van de alarmsirene in met de regelaar LEVEL (14).

6.5 Commandomicrofoon PA-6000RC

1) Schakel eerst de PA-zones in waar de aankondiging moet worden gehoord. Gebruik hiervoor de toetsen SPEAKER ZONES SELECTOR (57), anders is een aankondiging niet mogelijk. Om alle zones te activeren, drukt u op de toets ALL CALL (58).
2) Houd de spraaktoets TALK (55) tijdens de aankondiging ingedrukt. De versterker activeert de PA-zones volgens de selectie onder punt 1), onafhankelijk van de instellingen op de versterker, en verhoogt het geluidsvolume in de zones tot het maximum [komt overeen met het instellen van alle zonevolumeschakelaars (2) in de stand 6]. Geef na het gongsignaal de aankondiging door.
3) Bij het gebruik van de module voor digitale boodschappen PA-1120DMT kunt u een opgeslagen aankondiging ook via de commando-microfoon opvragen, wanneer de schakelaar DIGITAL MESSAGE (48) in de stand ON staat:
a) Selecteer met de keuzeschakelaar MESSAGE BANK (56) de opgeslagen aankondiging.
b) Start de aankondiging met de toets START/STOP (60). Om de aankondiging af te breken, drukt u opnieuw op de toets START/ STOP.
c) Met de toets REPEAT/ STOP (59) kan een aankondiging ook meerdere keren worden doorgegeven. Het aantal herhalingen kunnen op de module worden ingesteld (zie be treffende gebruikshandleiding). Om de aankondiging

af te breken, drukt u opnieuw op de toets REPEAT/STOP.

Opmerkingen:

  1. De aankondiging van het geheugen M 6 kan geblokkeerd zijn (zie hoofdstuk 4.1., punt 9). Als in dit geval de schakelaar MESSAGE BANK in de stand 6 staat, dan wordt de laatst geselecteerde aankondiging herhaald.

  2. Zodra er één zonetoets (3) van de versterker is ingedrukt, wordt na het loslaten van de spreektoets TALK meteen de aankondiging gestart die met de schakelaar MESSAGE BANK werd geselecteerd. Mocht dit niet ge beuren, dan moet u een geheugenplaats van de module voor digitale boodschappen vrijlaten of wissen, en deze geheugenplaats met de schakelaar MESSAGE BANK selecteren.

4) De drie LED's POWER, SEND en BUSY (54) geven volgende informatie:

POWER licht op bij ingeschakelde versterker SEND licht op bij het doorgeven van een aan- kondiging via de microfoon of als er een opgeslagen aankondiging wordt opgevraagd

BUSY licht op, wanneer u zelf aankondigingen doet en bij aankondigingen via andere aangesloten microfoons PA-6000RC

6.6 Tafelmicrofoon PA-4000PTT/PA-4300PTT

1) Bij aangesloten microfoon PA-4000PTT of PA-4300PTT is de ingang 1 bezet. Omdat de micro foon voor gebruik met fantoomspanning gevoed wordt, houdt u de toets PHANTOM POWER (44) van de ingang 1 ingedrukt.
2) Indien u bij gebruik van de overspraaktoets TALK een aankondiging door een gongsignaal wil laten voorafgaan, plaats de schakelaar CHIME op de achterzijde van de microfoon dan in de stand ON (onderste stand).
3) Plaats de schakelaar PRIORITY in de stand ON, wanneer:

  1. de microfoon tweede prioriteit moet krijgen

  2. bij het indrukken van de spraaktoets TALK alle PA-zones moeten worden ingeschakeld en op het maximale geluidsvolume ingesteld [zoals met toets ALL CALL (4)]

  3. de noodbericht / voorrangsrelais moeten schakelen (zie hoofdstuk 5.3.10)

4) Houd voor een aankondiging de overspraak-toets TALK ingedrukt en wacht eventueel op de gong.

7 Beveiligingscircuit

De versterker is uitgerust met een beveiligingscircuit tegen overbelasting, oververhitting en kortsluiting aan de luidsprekeruitgangen. De afkoeling van de eindversterker gebeurt door een ventilator, waarvan het toerental wordt bepaald door de temperatuur in de eindversterker. Mocht de temperatuur desondanks te hoog zijn opgelopen, dan wordt de versterker gedempt en licht de rode LED PROTECT (16). Draai de regelaar MASTER (17) in dit geval helemaal in de nulstand, wacht tot de LED PROTECT uitgaat en schakel de versterker dan uit. Verhelp de foutoorzaak, bijvoorbeeld:

  1. Sluit bij een overbelasting minder luidsprekers aan of, indien mogelijk, stel voor de luidsprekers een lager vermogensverbruik in. Gebruik eventueel een tweede geluidsversterker (zie hoofdstuk 5.3.6.
  2. Zorg bij oververhitting voor een betere lucht-circulatie.
  3. Lokaliseer bij een kortsluiting aan een luidsprekeruitgang de plaats van de kortsluiting en verhelp ze.
100V-uitgangen*: . . . .6 × 100 W, maar samen echter niet meer dan 240W (PA-6240) 480W (PA-6480) 600W (PA-6600)

Uitgang van 4 Ω*

PA-6240: 1 × 240 W

PA-6480: 1 × 480 W

PA-6600: 1 × 600 W

Max. uitgangsvermogen

PA-6240: 340W

PA-6480: 680W

PA-6600: 850W

THD: .... < 1 % bij 1 kHz

Ingangen

Ingangsgevoeligheid/impedantie; aansluiting

MIC/LINE 1-3:2,5-300 mVregelbaar/5 kΩ;XLR/6,3mm-jack,gebalanceerd
LINE 4 en 5:300 mV/15 kΩ;Cinch, ongebalanceerd
AMP IN:775 mV/10 kΩ;6,3 mm-jack, ongebal.
PAGING IN:250 mV/ 5 kΩ; gebal.
Uitbreidingsmodule:250 mV/10 kΩ;ongebalanceerd

Uitgangen

Luidsprekers*

Zones: 6 × 100 V

Rechtstreekse

uitgangen: 1 × 100 V, 1 × 4 Ω

PRE OUT: 775 mV/100 Ω; ongebal.

REC: 775 mV/3 kΩ; ongebal.

Signaal/Ruis-verhouding

Line: .... > 80 dB (A-gemeten)

Mic: .... > 70 dB (A-gemeten)

Equalizer

Lage tonen: .... ±10 dB/100 Hz

Hoge tonen:....±10 dB/10 kHz

Omgevings-

temperatuurbereik: ..... 0–40°C

Voedingsspanning

Netspanning: 230V/50Hz

Opgenomen vermogen

PA-6240: 750 VA

PA-6480: 1500VA

PA-6600: 1700VA

Noodvoeding

PA-6240:....=24V/20A

PA-6480: 24V/40A

PA-6600:....=24V/50A

Afmetingen (B × H × D): . 482 × 133 × 352 mm, 3 HE (rackeenheden)

Gewicht

PA-6240: 17,0kg

PA-6480: 19,5 kg

PA-6600: 20,0kg

*Gebruik ofwel de 100 V-uitgangen of de uitgang van 4Ω!

Wijzigingen voorbehouden.

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Monacor

Model : PA6600

Categorie : Ontvanger