Laser FF 95 - Verwarming ZIBRO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Laser FF 95 ZIBRO in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Petroleumverwarming, vermogen van 3,5 kW, tankinhoud van 5 liter, autonomie tot 40 uur. |
|---|---|
| Gebruik | Ideaal voor bijverwarming in ruimtes tot 100 m², stille werking, elektronische ontsteking. |
| Onderhoud en reparatie | Regelmatige controle van de tank, reiniging van het luchtfilter, vervanging van de lont elke 200 gebruiksuren. |
| Veiligheid | Kantelbeveiligingssysteem, oververhittingsbeveiliging, automatische uitschakeling bij brandstoftekort. |
| Algemene informatie | Gewicht van 10 kg, compacte afmetingen voor gemakkelijk transport, 2 jaar garantie. |
Veelgestelde vragen - Laser FF 95 ZIBRO
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Laser FF 95 - ZIBRO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Laser FF 95 van het merk ZIBRO.
GEBRUIKSAANWIJZING Laser FF 95 ZIBRO
OPERATING INSTRUCTIONS GEBRUIKSAANWIJZING
7Geachte mevrouw, mijnheer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw Zibro, het nummer één merk onder de verrijdbare kachels. U hebt een eersteklas kwaliteitsproduct aangeschaft waar u jarenlang plezier van kunt hebben, mits u de kachel verant- woord gebruikt. Lees daarom eerst de gebruiksaanwijzing voor een maximale levensduur van uw Zibro. De fabrikant geeft 48 maanden garantie op materiaal- en fabricagefouten. Wij wensen u veel warmte en comfort met uw Zibro. Met vriendelijke groeten, PVG Holding B.V. Afdeling klantenservice 1 LEES VOOR INGEBRUIKNAME EERST DE GEBRUIKSAANWIJZINGEN. 2 IN GEVAL VAN TWIJFEL CONTACT OPNEMEN MET UW ZIBRO DEALER.
Hoofdstuk 1, INSTALLATIE50
Uw Zibro kachel is afgestemd op het gebruik van kwalitatief hoogwaardige watervrije petroleum, zoals Zibro Extra of Zibro Kristal. Alleen soortgelijke brandstof garandeert een schone en goede verbranding. Brandstof van mindere kwaliteit kan leiden tot: 왘 Meer kans op storingen 왘 Incomplete verbranding 왘 Beperkte levensduur van de kachel 왘 Rook en / of geur 왘 Slakken / verbrandingsresten op de rooster of aanslag op het gloeikousje Voor een veilige, efficiënte en comfortabele werking van uw kachel is het gebruik van de juiste brandstof van cruciaal belang. Informeer naar de juiste brandstof voor uw kachel bij uw lokale Zibro dealer.
TIPS VOOR VEILIG GEBRUIK
1 Maak kinderen attent op de gevaren van een brandende kachel. 2 Plaats de voorkant van de kachel minimaal op een afstand van 1,5 meter van muren, gordijnen en meubels. 3 In stoffige ruimtes is de verwarming niet optimaal. Gebruik de kachel niet in de directe omgeving van een bad, douche of zwembad. 4 Schakel de kachel uit als u weggaat of gaat slapen. Haal de stekker uit het stopcontact als u voor een langere periode afwezig bent (bijv. op vakantie). 5 Brandstof alleen transporteren en opslaan in geschikte tanks en jerrycans. 6 De brandstof niet blootstellen aan hitte of extreme temperatuurverschillen. De brandstof altijd opslaan in een droge koele plaats (direct zonlicht beïnvloedt de kwaliteit). 7 Gebruik de kachel nooit in ruimtes waar schadelijke stoffen of gassen kunnen hangen (bijvoorbeeld uitlaatgassen of verfluchten). 8 Let op als de rooster van de kachel roodgloeiend wordt. Als de kachel afgedekt is, kan er brand ontstaan. 9 De kachel alleen gebruiken in overeenstemming met nationale en of lokale voorschriften, verordeningen en reglementen. 10 Let op dat de kachel tijdens gebruik op een vlakke ondergrond staat. 11 Als de kachel brandt of nog warm is, niet schoonmaken of van brandstof voorzien. 12 De kachel niet gebruiken in ruimtes waarin brandbare dampen of een ongewenste combinatie van factoren een brand of explosie kunnen veroorzaken. 13 Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden op en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- De eerste keren dat u uw kachel gebruikt, zal hij ’nieuw’ ruiken.
- Bewaar de brandstof op een koele, droge plek.
- Brandstof heeft een beperkte levensduur. Begin ieder stookseizoen met nieuwe brandstof.
- Als u de Zibro Extra of Zibro Kristal kwaliteitsbrandstof voor uw kachel gebruikt, is optimale verwarming verzekerd.
- Als u een ander merk of ander type petroleum wilt gebruiken, dient u eerst de resterende brandstof in de kachel op te stoken. ☞1. Inleiding
- Installatiespecificaties
- Lijst van installatiegereedschap
- Basisvereisten voor installatie van brandstoftank
- Instructies voor installatie van het Laser System De kachel kan overal worden geïnstalleerd, op voorwaarde dat aan de elektrische, brandstof- en uitlaatvoorschriften wordt voldaan. Voor u het verwarmingssysteem (inclusief eventuele elektrische bedrading en brandstoftoevoeruitrusting) begint te installeren, moet u de plaatselijke bouw-, en brandveiligheidregelementen nagaan. De vereisten hiervan moeten worden gerespecteerd om een wettelijk goedgekeurde installatie en een correct gebruik te waarborgen. De kachel is ontworpen voor gebruik maximum 1000 m boven zeeniveau. Bij gebruik op grotere hoogte dient u contact op te nemen met uw dealer voor de nodige aanpassingen.
2. Verplaatsen van de kachel
Naast de door de kachel ingenomen ruimte moet ook enige extra ruimte worden vrijgehouden voor luchtcir- culatie. Tenzij brandstof- of brandveiligheidregle- menten dit anders bepalen, kan het Laser System op elk vloeroppervlak (inclusief vast tapijt of ander brand- baar materiaal) worden geplaatst en aldus een veilige werking bieden. Controleer de tussenruimtes volgens de instructies in de gebruikershandleiding. Aanbevolen gereedschapskit
1. Kruiskopschroevendraaier
4. Kit voor buitengebruik
gereedschap voor het uitsnijden van een gat van 70~80 mm voor afvoerpijp
8. Standaard schroevendraaiers
9. Verstelbare sleutels (verschillende maten)
10.Koperbuissnijder 11.Ruimer 12.Volt-, Ohmmeter 13.Waterpas 14.Loodgieterstape voor buisschroefdraad 15.Klein assortiment zelftappende schroeven 16.Reeks tangen (schuiftang, kabeltang, snijtang, opsluittang) 17.Geïsoleerde schroevendraaier 18.Beschermingsmateriaal voor uw vloer 19.Opvangbak voor aftappen van brandstof
3. Het voedingssysteem
Het elektrisch systeem moet beschermd worden tegen overbelasting door ten minste een 5 ampère zekering of onderbreker. Bij sommige installaties (zoals voor gebruik in mobilhomes) moet een vaste verbinding met de huisstroomkringen voorzien worden. Laat dit door een erkende elektricien uitvoeren.
Kachelbrandstof (uitsluitend watervrije, zuivere petro- leum) kan worden opgeslagen in buiten opgestelde brandstoftanks van 200/1000-liter. Bij gebruik van grote tanks moet een drukregelaar met een max. van 2,5 PSI (is ± 0,17 bar) bij de inlaat van de kachel worden geïn- stalleerd. Hierbij moet worden voldaan aan alle plaatselijke normen en/of bouwreglementen. Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
☞5. Bedrading voor kamertemperatuursensor Een temperatuursensor meet de kamertemperatuur om de verwarming automatisch te regelen en kan tegen een wand worden gemonteerd. De standaard sensor- draad is ca. 2,5 m lang. De sensor mag niet geplaatst worden in de tocht, direct zonlicht of de warme luchtstroom van de kachel. Dit kan een onjuiste temperatuuraanduiding veroorzaken.
Bewaar alle verpakkingsmaterialen voor eventueel transport. A) Haal de kartonnen (boor)mal en de gebruikershandleiding uit de verpakking. B) Haal de onderplaat en de doos met de installatiekit uit de verpakking. C) Haal het toestel uit de verpakking. D) Verwijder de plastic zak van de kachel. E) Verwijder de plastic zak met de onderdelen. F) Neem de afvoerpijp van de bodem van de doos. G) Controleer of alle onderdelen aanwezig zijn. Enkel het standaard toe- en afvoersysteem wordt samen met de kachel verzonden. Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
Afbeelding 1-1: Tussenruimtes kachel / afvoerpijp Laser 95 Meer dan 60 cmMeer dan 30 cmMeer dan 1,5 mMeer dan 30 cmMeer dan 10 cm
☞Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
Afbeelding 1-2 Tussenruimtes kachel/afvoerpijp Afbeelding 1-1 (vervolg) Tussenruimtes kachel/afvoerpijp
Er moet tussenruimte zijn ook in geval van sneeuwval, etc.
Frontale hindernis 45 cm of meer 20 cm of meer Sneeuwoppervlak of grond Belangrijk: In gebieden met zware sneeuwval, moet de tussenruimte met de grond worden vergroot. Belangrijk: In open gebieden met sterke wind kan een windbreker noodzakelijk zijn. Verlengbuis van max 3 meter Moet hoger zijn Sneeuw Sterke wind Afstand afvoerpijp tot windbreker minimaal 45 cm. Niet minder dan 45 cm Windbreker☞ Na de installatiemal als richtlijn te hebben gebruikt voor het boren van het gat voor de afvoerpijp kan de Laser normaal worden geïnstalleerd volgens de afge- beelde procedure. Voor het geval dat de mal verloren raakt of het toestel moet worden verplaatst, geven we hier de maten en locatie van de gaten voor de brand- stofleiding en afvoerpijp. Verwijder zelf geen onderdelen van de kachel. Neem voor een eventuele reparatie altijd contact op met uw dealer. Indien het elektriciteitssnoer beschadigd is, mag alleen een erkend installateur dit vervangen door het type H05 VV-F. Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
Laser 95 Afbeelding 1-3 Mal Achterkant kachelMiddelpunt vandoorvoerstukVloer
(317 mm)BrandstofinlaatHoofdstuk 1, INSTALLATIE
Standaard installatieonderdelen De volgende lijst met standaard installatieonderdelen wordt met uw kachel meegeleverd. Voor afwijkende installatiemethoden kan het nodig zijn om bij uw Zibro dealer extra onderdelen te bestellen. Onderplaat (1) Muurhaken (2 stel) Pijphouder (2) Pijpvergrendeling (1) Afvoerpijp (1) Haakse afvoerbocht (1) (3) (3)Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
Uitlooptrechter (1) Haakse luchtslang (2) Flexi-luchtslang (1) Slangklem (2)Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
1. Voor een standaardinstallatie gebruikt u de
bijgeleverde mal om het gat voor de afvoerpijp op de juiste plaats te krijgen. Gebruik plakband of spijkertjes om de mal op de gewenste plaats op de muur te bevestigen (zie fig. 4). Fig. 4 Opmerking: De kachel moet op een stevige vloer wor- den geïnstalleerd. De vloer dient vlak en waterpas te zijn. Zoniet dan kan de kachel middels verstelbare pootjes waterpas worden gesteld. Dit is te controleren met het schietloodje.
2. Boor het gat voor de afvoerpijp. Gebruik een op een
boormachine bevestigde gatenzaag met een diameter van 70~80 mm (zie fig. 5). De opening aan de binnen- zijde van de muur moet iets hoger zijn dan de opening aan de buitenzijde, zodat de muurdoorvoer en de afvoerpijp na installatie iets naar beneden hellen (ongeveer 2°) (zie fig. 6). Dit zorgt ervoor dat condens- water van de afvoerpijp naar buiten kan worden afge- voerd en voorkomt het binnendringen van regenwater en sneeuw na installatie. Fig. 5 Fig. 6
PlakbandHoofdstuk 1, INSTALLATIE
innendeel luchtdoorvoer Houtschroeven Pijl Binnen Buiten 230~320mm 2° naar beneden minimaal Fig. 7 Buitendeel luchtdoorvoerLuchtafvoerbuisLuchttoevoerbuis Fig. 8
3. Installeer de binnen afvoerleiding
a. Voor muurdiktes van 230-320 mm
teek de afvoerleiding van binnenuit door het gat. Zorg dat de pijl op het binnendeel van de luchtdoor voer naar boven wijst. Bevestig het binnendeel van de luchtdoorvoer aan de muur met de drie hout schroeven (zie fig. 7). b. Voor muurdiktes van 130–230 mm Neem de luchttoevoerbuis en de uitlaatverbinding uit het buitendeel luchtdoorvoer (zie fig. 8)Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
innendeel uchtdoorvoerBinnen Buiten Pijl 2° naar eneden minimaal uitendeel luchtdoorvoer
uitendeelluchtdoorvoer pstaande rand (flens)buitendeel luchtdoorvoer
4. Bevestig de haakse afvoerbocht aan het uitlaatstuk
van de afvoerpijp. Snij, indien nodig, de flexi-luchtslang op maat. Bevestig de haakse luchtslang aan beide uit- einden van de flexi-luchtslang: bevestig vervolgens de haakse luchtslang aan het inlaatstuk van de afvoerpijp. Zet de haakse luchtslang aan beide uiteinden van de flexi-luchtslang: bevestig vervolgens de haakse lucht- slang aan het inlaatstuk van de afvoerpijp. Zet de haakse luchtslang met een slangklem op het inlaatstuk vast. Dicht de in- en uitlaatstukken die niet worden gebruikt af met de bijgeleverde doppen. Controleer of de doppen stevig vastzitten (zie fig. 10). Gebruik water of zeepsop wanneer de haakse lucht- slang niet soepel op de flexi-luchtslang past. De totale lengte van de afvoerpijp mag max. 3 m bedragen (max. 3 bochten). c. Steek de buiten afvoerleiding van buitenaf door het gat. Bevestig de buiten afvoerleiding aan de wand door het naar rechts te draaien. Dit sluit de twee helften op elkaar aan (zie fig. 9). Opmerking:Zorg dat de pijl op de opstaande rand (flens) van het buitendeel luchtdoorvoer naar boven wijst. Zorg dat de buiten afvoerleiding stevig vast zit (onderdeel –A, aangegeven in fig. 9). Slangklem Dop Uitlaatstuk Haakse afvoerbocht Haakse luchtslang Flexi-luchtslangHoofdstuk 1, INSTALLATIE
6. Bevestig de haakse luchtslang aan het inlaatstuk met
de slangklem. Bevestig de haakse afvoerbocht aan de afvoerpijp met de pijphouder (bevestig ook de pijphou- der aan de verbinding van de haakse afvoerbocht). Bevestig de haakse afvoerbocht aan het uitlaatstuk door pijpvergrendeling in de klem van het uitlaatstuk te schuiven (zie fig. 12).
7. Installatie van een externe brandstoftank
De installatie van een externe brandstoftank is weerge- geven op een tekening (afbeelding 1-11). Omdat de installatietechnieken voor brandstoftanks variëren, kan geen specifieke installatieprocedure worden opgege- ven. Bepaalde criteria bepalen echter de brandstof- voorzieningswijze voor de kachel. Gebruik de volgende controlelijst als richtlijn voor de installatie van een externe tank.
5. Zet de kachel op zijn plaats. Bevestig de haakse
afvoerbocht aan het uitlaatstuk (de bovenste opening) en bevestig de haakse luchtslang aan het inlaatstuk. Controleer of alles goed vastzit (zie fig. 11). Fig. 11 Uitlaatstuk Inlaatstuk Haakse afvoerbocht Haakse luchtslang Fig. 12 Pijphouder Pijpvergrendeling☞ Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
Fig. 15 8. Zorg ervoor dat de kachel recht staat met behulp vanhet schietlood dat zich aan de rechterkant van dekachel bevindt. Wanneer het schietlood gewicht zichniet binnen de cirket bevindt, herplaats de kachel dantot het gewicht binnen de rode cirkel past (zie Fig. 13 & 14). Goed SlechtSchietlood als van boven gezienCirkelGewicht 9. Een kamertemperatuur sensor is voorzien van een 2,5m lang verlengsnoer. Het bevindt zicht aan de achter-zijde van de kachel. Zorg ervoor dat het snoer de uit-laatpijp niet raakt. De kamertemperatuur sensor kanworden geïnstalleerd met zelfklevende tape aan deachterzijde of met een houtschroef die met de sensorgeleverd wordt, afhankelijk van het type oppervlakgekozen voor de installatie. LET OP: Kies een locatie voor de sensor zonderdirect zonlicht, tocht of de stroom van warmelucht van de kachel.(a) Zelfklevend tapeVerwijder de beschermende tape op de achterkant van desensor en leg het kleverige materiaal bloot. Plaats de sensorop de gewenste locatie op de muur en druk naar beneden.(b) HoutschroefSchroef de houten schroef die bij de kachel geleverd is opde gewenste locatie in de muur. Plaats de achterkant vande ruimtetemperatuur sensor over de schroef.
10. Nadat de installatie is voltooid, monteer kachel aande muur met behulp van de muurbeugels die bij dekachel geleverd zijn. Zorg ervoor dat de kachel is parallel aan de muur (zie Fig. 15). Fig. 13Fig. 13 Fig. 14 (a) (b)11. Voor de ontsteking, controleer het volgende:a. Zijn alle aansluitingen goed en stevig.b. De kachel en het gebied van de rookkanaal zijn vrijvan materialen.c. De ondergrond van verwarming is vlak en parallelaan de muur.De sensor mag niet geplaatst worden in de tocht,direct zonlicht of de warme luchtstroom van de kachel.Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
- Controleer of de kachel op een gepast stopcontact is aangesloten.
- Controleer dat een gepaste hoeveelheid kerosine in de brandstoftank beschikbaar is.
- Verzeker u er van dat de brandstof vrij van water of andere verontreinigingen is.
- Controleer of de brandstoftank in goede bedrijfsstaat is; ze moet vrij van roest, corrosie en lekken zijn.
- Inspecteer de brandstofleiding op tekenen van lekken, losse aansluitingen, scheurtjes, luchtzakken of blokkeringen.
- Controleer of de brandstofkleppen op de brandstoftank en de brandbeveiligingsklep open zijn, zodat de brandstof vrij kan stromen.
- Controleer buiten het gebouw of het gebied onmiddellijk rond de afvoerpijp geen brandstof of belemmeringen voor een vrije luchtcirculatie bevat.
- Inspecteer de inlaatluchtleiding op scheuren, losse aansluitingen of blokkering.
- Controleer de uitlaatluchtleiding op scheuren, losse aansluitingen of blokkering.
- Controleer aan de achterkant van de kachel of de luchtstroom naar de luchtcirculatieventilator niet geblokkeerd is.
- Inspecteer binnen in het gebouw of het gebied onmiddellijk rond de kachel wel vrij is van brandstoffen en objecten die de vrije luchtstroom kunnen belemmeren.
- Controleer of de kamersensor niet is blootgesteld aan tocht, direct zonlicht of directe warmte van de kachel.
- Controleer met behulp van de waterpas of de kachel waterpas staat. Als deze inspectie enige systeemgebreken aan het licht brengt, moet u de problemen verhelpen voor u de kachel in gebruik neemt. Gebruik uitsluitend watervrije kerosine van hoogwaardige kwaliteit. Gebruik nooit benzine, LPG, campinggas of andere ontvlambare vloeistoffen. Het gebruik van dergelijke brandstoffen kan ontploffing en brand veroorzaken. Beschikbare brandstoftoevoermogelijkheden De brandstoftoevoer van de Laser 95 kan als volgt wor- den verwezenlijkt: Door zwaartekracht gevoede externe tank met grote capaciteit: Om een grote, door zwaartekracht gevoede externe tank te installeren moet u onderstaande instructies uitvoeren. Het is aan te raden hiervoor de hulp van een erkende installateur in te roepen. De inlaatdruk naar de kachel mag niet meer dan 2,5 psi bedragen. Gebruik een drukreduceerklep met een max. stuwkracht van 2,5 psi (is ± 0,17 bar). De installatiehoogte van de bodem van de brandstof- tank moet 40 cm of meer zijn boven het vloeroppervlak waarop de kachel staat. Dit staat borg voor voldoende brandstofinlaatdruk. De afstand tussen het vloeropper- vlak waarop de kachel staat en de bovenkant van de brandstoftank mag niet meer dan 2,5 m bedragen. Dit zorgt ervoor dat de brandstofinlaatdruk niet te hoog kan zijn. De leiding mag geen omgekeerde U-bochten bevatten (om luchtzakken te vermijden die brandstoftoevoer kunnen blokkeren). Een waterblokkeerfilter is aanbevolen voor gebruik op de brandstofleiding bij de tank. Er moet een afsluitklep op de tank worden geïnstalleerd. Het is aan te bevelen om in de brandstofleiding een brandbeveiligingsklep en een brandstoffilter te installeren. Het gebruik van een afsluitklep, geplaatst net voordat de leiding het gebouw binnenkomt, zal de af te tappen hoeveelheid brandstof bij eventueel aan de kachel vereiste werkzaamheden tot een minimum beperken.Hoofdstuk 1, INSTALLATIE
Als een brandstofleiding binnen het gebouw meer dan 90 cm lang is, moet u een bijkomende afsluitklep gebruiken. De externe brandstoftank moet minstens op 2 meter van een eventuele warmtebron worden geplaatst. De externe brandstoftank moet een vulopening aan de bovenkant hebben en een ontluchtingsopening met een weersbestendige kap aan de zijkant. Bij sommige tanks wordt voor ontluchting en vulling dezelfde open- ing gebruikt. Belangrijk: Zorg dat brandstofleiding vrij is van stof en afvaldeeltjes. Deze deeltjes kunnen problemen veroorzaken in de brandstofopvangbak. Koperbuis met een buitendiameter van 3/8” moet wor- den gebruikt voor de brandstofleiding. De installatie van de externe tank moet voldoen aan brandveiligheidsreglement NFPA31 en/of plaatselijk toepasselijke reglementen. Raadpleeg hiervoor de plaatselijke verantwoordelijken. Fig.1-11 Aansluiting brandstofleiding Laser 95 Brandbeveiligings- klep (aan te beve- len) Brandstofopvang bak met ontgren- delknop Afsluiter (aan te bevelen)
40 cm (min.) Brandstoftank buitenshuis Brandstoffilter (voorkeur- type WATERVANG) Afsluitklep Lus Koperbuis met 3/8 buiten diameter1. Inleiding De Laser FF 95 is een makkelijk te bedienen geven- tileerde petroleumkachel. Deze biedt een grote warm- teopbrengst, automatische regeling van de kamertem- peratuur, laag brandstof- en stroomverbruik en keuze tussen automatische of manuele kachelbediening. Dit hoofdstuk verstrekt alle vereiste informatie voor het gebruik van het Laser kachel systeem. Alle gespeci- ficeerde bedieningsprocedures moeten worden uit- gevoerd in de volgorde waarin ze beschreven worden.
2. Kachelspecificaties Laser FF 95
- Nominaal rendement (zoals toegepast op petroleumkachels): 93%
- Verwarmingsgebied als hoofdverwarming: 130 – 440 m³
Hoofdstuk 2, BEDIENING laag midden hoog Warmte opbrengst (W) 3.100 6.300 9.500 Brandstofverbruik (l/u) 0.38 0.73 1.080 Brandstofverbruik (g/h) 304 584 864 Ontsteking Verbranding 280 W 80 W3. Bedieningselementen en -lampjes
Hoofdschakelaar om de kachel in en uit te schakelen. “ON” indrukken om de kachel te activeren. Na een voorverwarming van 3-9 minuten zal de kachel gaan branden. De kachel heeft 4 standen “HIGH”, “MEDIUM”, “LOW” en “OFF”.
Met de temperatuurkeuze knoppen kan tijdens bedrijf de gewenste temperatuur ingesteld worden.
3. Informatiedisplay
Toont de tijd, ingestelde temperatuur, kamertemperatuur en de foutmeldingen
Begrenst de temperatuur. Als deze functie geactiveerd is, gaat de kachel automatisch uit en weer aan.
Via de timer functie wordt de kachel automatisch ingeschakeld op de ingestelde tijd.
6. KEY LOCK knop (kinderslot):
Voorkomt dat kinderen per ongeluk de programmering veranderen.
Hoofdstuk 2, BEDIENING Fig. 2-1 Bedieningspaneel
(tijd en temperatuur)
6. Kinderslot4. Voor ingebruikname
Stap 1: Open de klep(pen) Open de klep voor de externe brandstoftank en de brandbeveiligingsklep (indien aanwezig) van de kachel. Stap 2: Start de brandstofstroom Druk eenmaal gedurende een seconde voorzichtig op de rode ontgrendelknop om de vlotter van de brand- stofopvangbak vrij te maken. De brandstofopvangbak hoeft slechts te worden ont- grendeld als de kachel voor het eerst wordt aangezet of nadat hij zonder brandstof was gevallen, of als de kachel gedurende langere periode niet werd gebruikt. Het ontgrendelen kan ook vereist zijn als de brand- stofinlaatdruk boven 2,5 psi (is ± 0,17 bar) stijgt. In dit geval moet een drukreduceerklep worden geïnstalleerd. Stap 3: Klok instellen Belangrijk: De klok op de kachel moet altijd op de actuele tijd ingesteld worden. A. Zet de tijdkeuzeschakelaar op “CLOCK SET” (klok instellen). B. Druk op de “HOUR” (uur)- en de “MINUTE” (minuten)-toets om respectievelijk de uren en de minuten aan te passen.Bij eenmaal drukken op de “HOUR”- of “MINUTE” (minuten)-toets zal de tijd aanpassen per eenheid (resp. per uur, per minuut). Als u de toets continu ingedrukt houdt, dan kan de tijdsaanduiding versneld veranderd worden. Bij een stroomuitval van meer dan tien seconden wor- den alle klok- en timerinstellingen gewist. Het infor- matiedisplay laat een knipperende “PM 12:00” zien wanneer de kachel uit staat. Men moet dan de klok en de timer herprogrammeren. C. Zet de timerkeuzeschakelaar op “(NORMAL-stand)” na het voltooien van de klokinstelling. De huidige tijd wordt dan weergegeven op de digitale indicator.
5. De kachel ontsteken
De kachel wordt direct door de gebruiker bediend. De warmteafgifte wordt automatisch bepaald door de kamertemperatuur die de temperatuursensor reg- istreert. Stap 1: zet de kachel aan De ON/OFF knop indrukken. De kamertemperatuur en de ingestelde temperatuur verschijnen op de display. Het ON/OFF lampje flitst en de kachel slaat aan. Opmerking: (*) De opstarttijd is afhankelijk van de kamertemperatuur. Na 9-15 minuten zal de kachel automatisch de geschik- te bedrijfsmodus selecteren, de ON/OFF knop blijft ver- licht. Kamertemperatuur: onder 0°C 11 minuten 0°C - 15°C 9 minuten 15°C 8,5 minuten Als er na de opstarttijd geen vlammen zichtbaar zijn, schakelt de kachel uit en start automatisch weer op. Zijn er dan nog geen vlammen dan schakelt de kachel weer uit en moet handmatig opgestart worden (fout- code E-2 op de display). Stap 2: Aanpassen van de kamertemperatuur De temperatuur kan alleen maar aangepast worden als de kachel brandt. Gebruik de instelknoppen voor het aanpassen van de temperatuur. Eerst een van de twee knoppen indrukken om de functie te activeren (het TEMP lampje naast de display gaat knipperen). Dan met de rechterknop (▼ min.) de temperatuur verhogen of met de linkerknop (▲ hour) verlagen. Druk een keer om de temperatuur met 1 graad te verhogen. Na ca. 10 secon- den stopt het lampje met knipperen en is de temperatuur opgeslagen. Beschikbare temperatuurinstellingen var- iëren van 10°C minimaal tot 32°C maximaal. Als de kachel niet aangesloten is op het stopcontact (of na een stroom- storing), wordt de temperatuur gereset op de fabrieksin- stelling van 20°C. De bedrijfsmodus wordt automatisch geregeld, afhanke- lijk van de kamertemperatuur die de temperatuursensor registreert. De kachel werkt in “HIGH” bedrijfsmodus tot de kamertemperatuur het gewenste niveau heeft bereikt. Als de kamertemperatuur overeenkomt met de gekozen instelling switcht de kachel automatisch naar de “MED” of “LOW” bedrijfsmodus om de kamer op de ingestelde temperatuur te houden.
Hoofdstuk 2, BEDIENING☞
Hoofdstuk 2, BEDIENING Stap 3: Het juiste gebruik van ‘SAVE’ Met de ‘SAVE’ functie kunt u de temperatuur begrenzen. Als deze functie is geactiveerd, zal de kachel automatisch afslaan als de kamertemperatuur 2°C boven de ingestelde temperatuur komt. Als de kamertemperatuur te laag wordt, slaat de kachel weer automatisch aan. Activeer de ‘SAVE’ functie door op de daarvoor bestemde knop te drukken. Het SAVE lampje licht op. Schakel de functie uit door nogmaals op de SAVE knop te drukken. Zonder de ‘SAVE’ instelling houdt de kachel de kamer ook op temperatuur door de ver- warmingscapaciteit aan te passen. ‘SAVE’ is een energiezuinige instelling die u bijvoor- beeld kunt gebruiken om de kamer, als die niet gebruikt wordt, vorstvrij te houden. Stap 4: Het ‘FUEL’ lampje Als het FUEL lampje gaat branden is er nog brandstof voor 10 minuten. Het aftellen van de resterende brandtijd wordt op de display weergegeven. De brand- stoftank uit de kachel halen en buiten de woonkamer opnieuw vullen. Als u de tank niet vult, hoort u iedere twee minuten een alarmsignaal en na 10 minuten schakelt de kachel automatisch uit.
Met de timer functie kunt u een tijd instellen waarop de kachel automatisch inschakelt. Om de timer in te schakelen, moet de gewenste tijd ingesteld zijn en de kachel uitgeschakeld zijn. Volg de onderstaande procedure: [1] De TIMER knop indrukken. Het TIMER lampje en de display gaan knipperen. [2] Gebruik de instelknoppen om de tijd in te stellen waarop de kachel moet ontbranden. Gebruik de linkerknop (▲ hour) om de uren in te stellen en de rechterknop (▼ min.) voor de minuten (interval van 10 minuten). [3] De ON/OFF knop indrukken terwijl de display knip- pert. [4] Na ca. 10 seconden verschijnt CLOCK weer in de dis- play en het TIMER lampje gaat branden, dit betekent dat de timer functie is geactiveerd. Om de timer instelling te wissen de ON/OFF knop een keer indrukken. Opmerking: wanneer de kamertemperatuur lager is dan 15 °C, dan verandert de ingestelde tijd automatisch - afhankelijk van de temperatu- ur - om de kamer toch op tijd warm te krijgen. Kamertemperatuur Ontbrandingstijd Hoger dan 15 °C Ingestelde tijd 0°C ~ 15°C 10 minuten voor de ingestelde tijd Lager dan 0 °C 20 minuten voor de ingestelde tijd
7. Kamertemperatuur sensor
De kamertemperatuur sensor is voorzien van een kabel van 2,5 meter aan de achterkant van de kachel. Let op dat de kabel niet tegen de afvoerpijp aankomt. De kamertemperatuur sensor kan met tweezijdig plakband of met een houtschroef bevestigd worden. De sensor bevestigen op een tochtvrije plaats, zonder direct zon- licht en buiten de invloed van de warme luchtstroom van de kachel.
8. Kinderbeveiliging
Om te voorkomen dat kinderen, per ongeluk, de instellingen van de kachel veranderen, kan de kinder- beveiliging gebruikt worden. Als de kachel brandt en de kinderbeveiliging is ingeschakeld, kan de kachel alleen maar uitgeschakeld worden. De andere functies zijn dan geblokkeerd. Als de kachel al uitgeschakeld is, voorkomt de kinderbeveiliging dat de kachel per ongeluk wordt aangezet. Activeer de kinderbeveiliging door de hiervoor bestemde knop ruim 3 seconden in te drukken. Het KEY-LOCK lampje gaat branden, dit betekent dat de beveiliging is geactiveerd. Om de beveiliging uit te schakelen, dezelfde knop weer ruim 3 seconden indrukken.
9. Kachel uitschakelen
De kachel kan op twee manieren uitgeschakeld worden. [1] De ON/OFF knop indrukken. De display toont CLOCK. De luchtcirculatie ventilator en de ventila-☞
Hoofdstuk 2, BEDIENING tormotor blijven nog ca. 3 minuten in bedrijf om de kachel af te koelen. [2] De TIMER knop indrukken als u de kachel uit wilt schakelen en de volgende keer met de timer in wilt schakelen. Op deze manier wordt niet alleen de kachel uitgeschakeld, maar ook de timerfunctie geactiveerd. De gewenste tijd is te wijzigen met behulp van de instelknoppen.
10. Herstel na oververhitting
De kachel is beschermd tegen schade door oververhitting. Als de temperatuur van de kachelombouw boven de 90 °C komt, wordt er een sensor geactiveerd. Stap 1: Schakel de kachel (uit) OFF. Stap 2: Laat de kachel afkoelen. Raak de metalen ombouw niet aan voor u zeker weet dat die voldoende is afgekoeld. Onder normale omstandigheden is een afkoelperiode van 30 tot 45 minuten voldoende voor volledige afkoeling. Stap 3: Haal de stekker uit het stopcontact. Stap 4: Probeer de oorzaak van de overhitting te achterhalen. Oververhitting wordt meestal veroorzaakt door objecten die de luchtcirculatie blokkeren. Controleer of de circulatie ventilator of afvoerpijpen geblokkeerd zijn. Controleer of er objecten zijn die het afvoersysteem blokkeren. Stap 5: Verwijder het frontpaneel. Stap 6: Maak de binnenkant van de kachel schoon. Voordat u de binnenkant van de kachel schoon gaat maken moet u zeker weten dat u die aan kunt raken. Verwijder al het stof aan de buitenkant van de behuizing met een schone, pluisvrije en vochtige doek of met een ander geschikt schoonmaakmiddel. Vergeet niet om de buitenkant van de verwarmingskamer en de warmtewisselaar schoon te maken. Stap 7: Frontpaneel opnieuw vastzetten. Stap 8: De stekker in het stopcontact steken. Stap 9: De kachel inschakelen. Stap 10: De kachel opnieuw programmeren (klok en timer). Let op: Als de kachel na het doorlopen van het herstelprogramma voor oververhitting weer oververhit raakt, moet u contact opnemen met uw dealer. De kachel pas weer inschakelen als het probleem verholpen is.
11. Maandelijks schoonmaken van filter
Kachel uitschakelen en af laten koelen voor u met schoon- maken begint. Haal ook de stekker uit het stopcontact. Uw Zibro heeft amper onderhoud nodig. Het is echter wel belangrijk dat u de luchtfilter met een stofzuiger en het rooster met een vochtige doek iedere week schoonmaakt. Ook de brandstoffilter regelmatig controleren: [1] Haal de uitneembare brandstoftank uit de kachel en verwijder de brandstoffilter. Er kunnen wat druppels van de filter lekken, dus houdt een doekje bij de hand. [2] Verwijder het vuil door de brandstoffilter om te draaien en op het verharde oppervlak te kloppen. (Nooit schoonmaken met water!) [3] De brandstoffilter weer in de kachel plaatsen. Het tijdig verwijderen van stof en vlekken met een vochtige doek wordt aanbevolen omdat er anders moeilijk te verwijderen vlekken ontstaan. Zelf geen kachelonderdelen verwijderen of repareren, neem daarvoor altijd contact op met uw Zibro dealer. Wanneer de elektriciteitskabel beschadigd is, moet die vervangen worden door een erkende installateur. Gebruik een nieuwe kabel van het type H05 VV-F.
12. Voor u een expert raadpleegt
In de volgende situaties is er geen sprake van storingen. Tijdens in- of uitschakelen van de kachel. Als de kachel voor de eerste keer wordt aangezet kan er witte rook af komen. Smeerolie of stof op de verbrandingskamer of de warmtewisselaar verbrandt.69 Hoofdstuk 2, BEDIENING De vlammen flakkeren enkele minuten nadat de kachel is ontstoken. De ontstekingsstaaf werkt ook als de kachel koud is een aantal minuten na ontsteking. Hierdoor kunnen de vlam- men wat hoger zijn. De kachel kraakt regelmatig bij het opwarmen of afkoelen. Uitzetten of krimpen van de metalen onderdelen veroorzaken het gekraak. Als de kachel is ontstoken, duurt het even voor de luchtcir- culatie in de kamer op gang komt. De ventilator start pas op als de kachel warm is, om te voorkomen dat er koude lucht circuleert. Als de kachel voor de eerste keer gebruikt wordt of als de brandstof gaat stromen kan er een hard klikkend geluid hoorbaar zijn. Er zit lucht in de brandstofpomp. Na ca. 1 minuut is de lucht eruit. Opmerking: De brandstofpomp kan een zacht tikkend geluid maken tijdens normaal bedrijf. Dit duidt niet op storing. Terwijl de kachel in bedrijf is Een deel van de branderpot en / of de warmtewisselaar kleurt rood tijdens bedrijf. Dit is normaal en duidt niet op problemenFOUT CODE INFORMATIE OPLOSSING E-0 Stroomonderbreking Kachel opnieuw ontsteken E-2 Ontbrandingsveiligheidsvoorziening is geactiveerd. Neem contact op met uw dealer E-6 Vlammen doven tijdens bedrijf. Neem contact op met uw dealer E-8 Storing ventilatormotor. Neem contact op met uw dealer E-12 Oververhittingbeveiliging is geactiveerd. Maak de luchtfilter schoon en verwijder stof. E-13 Storing branderthermistor Neem contact op met uw dealer Teveel brandstof in de brander Neem contact op met uw dealer E-22 Drie keer geen ontsteking Neem contact op met uw dealer -- : -- Geen brandstof. Vul de tank Timer is niet ingesteld. Stel de timer in. Hi Kamertemperatuur hoger dan 35°C. Controleer de plaats van de temperatuursensor Temperatuursensor op de verkeerde plek. Controleer de plaats van de temperatuursensor Lo Kamertemperatuur onder -10°C. Controleer de plaats Storing kamerthermistor of van de temperatuursensor. niet aangesloten. Controleer de plaats
Hoofdstuk 3 FOUTMELDINGENU krijgt op de kachel 48 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materi- aal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels: Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af. Reparaties of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leiden niet tot verlenging van de garantie. De garantie geldt niet wanneer aan de kachel veran- deringen zijn aangebracht, niet originele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties zijn verricht door der- den. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn vallen buiten de garantie. De garantie geldt uitsluitend als u de originele, aankoopbon voorzien van datum overlegt en als daarop geen veranderingen zijn aangebracht. De garantie geldt niet bij schade ontstaan door: han- delingen die afwijken van die in de gebruiksaanwijz- ing, verwaarlozing en het gebruik van een verkeerd type brandstof of brandstof die over datum is. Het gebruik van verkeerde brandstof kan gevaarlijk zijn*. Verzendkosten en het risico tijdens het transport van de kachel en de onderdelen daarvan zijn altijd voor rekening van de koper. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raad- plegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, kunt u de kachel voor reparatie aanbieden bij uw dealer.
- Hoogontvlambare stoffen kunnen een oncon- troleerbare verbranding induceren met uit- slaande vlammen. Mocht dit gebeuren: de kachel niet verplaatsen maar onmiddellijk uitschakelen. In geval van nood kunt u een brandblusser gebruiken, uitsluitend een B type brandblusser: een kooldioxide blusser of poederblusser. Defecte elektrische apparaten horen niet bij het huisafval. Zorg voor een goede recycling waar mogelijk. Vraag eventueel uw gemeente of uw lokale handelaar voor een deskundig recycling advies.
Notice-Facile