FF 55 T - Verwarming ZIBRO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FF 55 T ZIBRO in PDF-formaat.
| Type product | Verwarming (kachel) |
| Merk | Zibro |
| Model | FF 55 T |
| Verwarmingsrendement | 92,4% |
| Verwarmingsvermogen (hoog) | 5,50 kW (18.800 BTU/u) |
| Verwarmingsvermogen (medium) | 3,74 kW (12.800 BTU/u) |
| Verwarmingsvermogen (laag) | 1,88 kW (6.430 BTU/u) |
| Brandstofverbruik (hoog) | 0,622 l/u |
| Brandstofverbruik (medium) | 0,423 l/u |
| Brandstofverbruik (laag) | 0,213 l/u |
| Brandstoftank (uitneembaar) | 7,6 liter |
| Brandstoftype | Uitsluitend Petroleum |
| Afmetingen (B x H x D) | 496 x 600 x 339 mm |
| Gewicht | 20 kg |
| Schoorsteenkanaal gat diameter | 70-80 mm |
| Max. lengte schoorsteenkanaal | 3 m, maximaal 3 bochten |
| Elektrische aansluiting | 230 V AC, 50 Hz |
| Stroomverbruik (voorverwarming) | 260 W |
| Stroomverbruik (verwarming) | 48 W |
| Veiligheidsfuncties | Oververhittingsbeveiliging, stroomstoringherstel, kinderslot, brandstoflekbeveiliging |
| Onderhoud | Wekelijks luchtfilter reinigen, deurtjes schoonmaken, brandstofaanvoer controleren |
| Extra functies | Automatische reinigingsmodus, energiebesparende modus, weektimer |
Veelgestelde vragen - FF 55 T ZIBRO
Gebruikersvragen over FF 55 T ZIBRO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FF 55 T - ZIBRO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FF 55 T van het merk ZIBRO.
GEBRUIKSAANWIJZING FF 55 T ZIBRO
| Pagina nr. | Pagina nr. | ||
| HOOFDSTUK A: | HOOFDSTUK F: | ||
| Specificaties ...... 73 | Onderhoud ...... 87 | ||
| Veiligheidsvoorzieningen ...... 74 | HOOFDSTUK G: | ||
| HOOFDSTUK B: | Storingen ...... 89 | ||
| Veiligheidsadviezen voor gebruik ...... 75 | HOOFDSTUK H: | ||
| HOOFDSTUK C: | Langdurige opslag...... 90 | ||
| Brandstof...... 76 | HOOFDSTUK I: | ||
| HOOFDSTUK D: | Installatie | ||
| Bedieningselementen en aanduiding van de onderdelen ... 77 | Standaard installatieonderdelen ...... 91 | ||
| HOOFDSTUK E: | Adviezen voor de installatie ...... 92 | ||
| Bediening | Installatie van de kachel en het schoorsteenkanaal ... 93 | ||
| Vóór het aansteken ...... 79 | Verlengdraad voor de temperatuursensor ...... 94 | ||
| Bediening ...... 81 | |||
| Verwarming uitschakelen ...... 86 | |||
Model: FF 55T
Verwarmingsrendement: 92.4% (1)
Verwarmingsvermogen: Hoog - 5.50 kW (18,800 BTU/u)
Medium - 3.74 kW (12,800 BTU/h)
Laag - 1.88 kW (6,430 BTU/u)
Brandstofverbruik: Hoog - 0.622 l/u
Medium - 0.423 l/u
Laag - 0.213 l/u
Brandstofsysteem: Uitneembare brandstoftank (7.6 l)
Type brandstof: Uitsluitend Petroleum
Afmetingen (B x H x D): 496 x 600 x 339 mm
Gewicht: 20 kg
Gat voor het schoorsteenkanaal: Diameter 70 \~ 80 mm
Maximale lengte van het schoorsteenkanaal: 3 m, 3 bochten of minder
Elektrische aansluiting:
230 Volt AC, 50 Hz
voorverwarming - 260 W
verwarming - 48 W
(1) Door verbranden van de brandstof ontstaat warmte en waterdamp. Bij het bepalen van het verwarmingsvermogen is geen rekening gehouden met warmteverlies als gevolg van condensatie.
VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN
Uw Laser kachel is uitgerust met een aantal ingebouwde veiligheidsvoorzieningen. Maak uzelf s.v.p. vertrouwd met deze eigenschappen. Wanneer de Laser wordt uitgeschakeld door activering van een veiligheidsvoorziening, moet de storing zo snel mogelijk worden vastgesteld en verholpen. Let erop dat normale vlammen in de verbrandingsruimte zichtbaar zijn door een "kijkgat", links onderaan de uitlaatdeurtjes.

Om overlopen van brandstof te voorkomen wordt de kachel automatisch volledig uitgeschakeld wanneer de ontsteking weigert of de vlam tijdens verbranding uitgaat. Op de digitale display wordt een storingscode weergegeven.
2. Bescherming tegen oververhitting
Zorgt voor volledig uitschakelen om brand te voorkomen wanneer de kachel een abnormaal hoge temperatuur bereikt door een storing aan de motor of een ongewone verbranding.
3. Herstelsysteem bij stroomstoringen
Bij een stroomstoring wanneer de kachel is ingeschakeld, zal de kachel worden uitgeschakeld. Wanneer de stroomvoorziening wordt hersteld zal de kachel automatisch opnieuw worden ontstoken en de ingestelde temperatuur bereiken.
4. Volledig geventileerd systeem
Via het schoorsteenkanaal wordt voor de verbranding lucht van buitenaf aangezogen en worden alle verbrandingsproducten naar buiten afgevoerd.
HOOF DSTUK B: VEILIGHEIDSADVIEZEN VOOR GEBRUIK
LET OP: De kachel en het schoorsteenkanaal moeten vóór gebruik correct worden geïnstalleerd. Volg hiervoor de instructies onder "Installatie" in hoofdstuk I.



- Gebruik nooit een andere brandstof dan Petroleum. GEBRUIK NOOIT BENZINE Gebruik van benzine kan leiden tot oncontroleerbare vlammen waardoor gevaar voor brand ontstaat.
-
Vanwege de hoge oppervlaktetemperatuur van de kachel, moeten kinderen, meubels en kleding uit de buurt worden gehouden wanneer de kachel in bedrijf is. (zie pagina 93.)
-
De kachel mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met fysieke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of gebrek aan ervaring en kennis tenzij deze personen onder toezicht staan of zijn geïinstrueerd in het gebruik.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat zij niet met het apparaat spelen.
- Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder, door personen met fysieke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of door personen met gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat en mits zij begrijpen wat de mogelijke gevaren zijn.
- Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
-
Kinderen mogen het apparaat niet schoonmaken of onderhoud uitvoeren als er geen toezicht is.
-
Om storingen in de werking te voorkomen en de levensduur te verlengen, moet er regelmatig onderhoud worden uitgevoerd. (zie pagina 87.)
-
Sla brandstof uitsluitend op in een metalen of kunststof container die (1) is goedgekeurd voor brandstoffen en (2) duidelijk is gemarkeerd met "Petroleum". Sla brandstoffen nooit op in een woonruimte.
- Temperatuurbereik voor gebruik Gebruik de kachel in het temperatuurbereik zoals rechts is weergegeven.
Punt A: Bij een buitentemperatuur van -29°C de kamertemperatuur moet dan -18°C of hoger zijn
Punt B: Bij een buitentemperatuur van -43°C de kamertemperatuur moet dan 16°C of hoger zijn

area
| Room Temperature (°C) | Outside Temperature (°C) | | --------------------- | ------------------------ | | -18 | -29 | | 16 | -43 |HOOFDSTUK C: BRANDSTOF
De FF 55T is ontworpen voor gebruik met Petroleum. Door gebruik van brandstof van mindere kwaliteit kunnen de prestaties van de brander teruglopen waardoor abnormale verbranding kan ontstaan en de levensduur van de kachel wordt verkort.
Gebruik uitsluitend Petroleum in niet-rode jerrycans die exclusief zijn gereserveerd voor brandstof en markeer deze met "Petroleum". Sla de brandstof op in een aparte omgeving waar geen benzine voor andere apparatuur wordt opgeslagen om verwisseling te voorkomen.
Aanschaffen...
ALTIJD: Schone paraffine van goede kwaliteit.
ALTIJD: De brandstof moet vrij zijn van verontreiniging, water of vlokken.
NOOIT: Benzine, alcohol, wit gas, brandstof voor kampeertoestellen of toevoeging
NOOIT: Zuur ruikende brandstof.
Opslag
ALTIJD: Opslaan in een schone container die duidelijk is gemarkeerd met Petroleum.
ALTIJD: Buiten direct zonlicht opslaan, uit de directe omgeving van warmtebronnen of extreme temperatuurschommelingen.
NOOIT: In een glazen container of een container die is gebruikt voor andere brandstoffen.
NOOIT: Langer dan zes maanden. Beging elk stookseizoen met verse brandstof; Voer de brandstof aan het einde van het seizoen af.
NOOIT: In de woonruimte.
Waarom is dit van belang...
Zuivere, schone brandstof is essentieel voor veilige en efficiënte werking van de kachel. Slechte kwaliteit of verontreinigde brandstof kan de oorzaak zijn van:
- Ernstige teerafzetting op de brander en in het schoorsteenkanaal
- Onvolledige verbranding
- Verkorting van de levensduur
Gebruik van een zeer vluchtige brandstof zoals benzine, kan oncontroleerbare vlammen veroorzaken waardoor gevaar voor brand ontstaat.

HOOFDSTUK D:
BEDIENINGSELEMENTEN EN AANDUIDING VAN DE ONDERDELEN
Maak uzelf vertrouwd met de onderstaande bedieningselementen en namen van de onderdelen voordat u de kachel gebruikt.

| 1. ON/OFF schakelaar: | De hoofdschakelaar schakelt de kachel aan of uit.Wanneer de schakelaar op AAN wordt gezet, wordtde kachel ingeschakeld en zal de verbranding na deopwarmperiode beginnen. |
| 2. AUTO toets: | Met deze toets worden de geprogrammeerde tijdenin de weektimer in- en uitgeschakeld. |
| 3. TIMER toets: | Met deze toets wordt de weektimer in- ofuitgeschakeld. |
| 4. TEMP/TIMER/CLOCK/DAY set: | TEMP/TIMER/CLOCK/DAY set modi kunnen wordeningesteld met behulp van de ▲/MIN. knop of de▼/HOUR toetsen. |
| 5. POWER SAVER/DAY SELECT toets: | De knop schakelt de energiezuinige modus in of uit.Bij het instellen van de weektimer wordt deze knopgebruikt om de dag van de week te kiezen. |
| 6. CHILD LOCK/CLEAR toets: | Met deze knop wordt het kinderslot in- of uitgeschakeld.Bij het instellen van de weektimer wordt de CLEAR toetsgebruik. |
| 7. °F/°C schakelaar: | °F/°C omschakelaar. |
| 8. ON lampje: | Aan - de kachel is in bedrijf.Knipperen - voorverwarming en voorreiniging. |
| 9. AUTO indicator: | Aan - weektimer is actief |
| 10. TIMER indicator: | Aan - weektimer wordt ingesteld. |
| 11. ENERGIEBESPARING indicator: | Aan - kachel in energiezuinige modus. |
| 12. CHILD LOCK indicator: | Aan - kinderslot ingeschakeld. |
| 13. BURNING MODE indicator: | Aan - kachel werkt op hoge, gemiddelde of lageverbranding. |
| 14. °F/°C indicator: | Aan - de digitale indicator toont de huidige temperatuur.Knipperen - de huidige temperatuur kan wordenveranderd. |
| 15. SUN MON TUE WED THU FRI SAT indicator: | Aan - de digitale indicator toont de huidige dag of detimerdag. |
| 16. Circulatieventilator: | De motor met drie snelheden levert een krachtigewarme luchtstroom tijdens snelle verbranding om deruimte snel op te warmen en een lage of gemiddeldeluchtstroom tijdens de gemiddelde verbranding omeen comfortabele temperatuur in de ruimte in stand tehouden. |
| 17. Temperatuursensor: | Meet de temperatuur in de ruimte en levert informatieaan de kachel om de gewenste temperatuur in standte houden.De sensor kan met behulp van de verlengdraad opeen andere plaats worden gemonteerd (*optie) (ziepagina 94.) |
| 18. Stroomkabel: | Voor gebruik in een 230 V/AC, 50 Hz stopcontact. |
VOOR ONTSTEKING
1: Brandstof vullen
- Vul de tank niet in de woonkamer maar op een meer geschikte plaats (er is altijd kans op morsen).
- Vul de kachel niet bij tijdens bedrijf of wanneer de kachel nog heet is. Volg de onderstaande procedure:
1) Let erop dat de kachel is uitgeschakeld.
2) Open de tankdop en til de uitneembare tank uit de kachel
OPMERKING: Het is mogelijk dat er enkele druppels uit de tank lekken. Zet de uitneembare tank neer (met de vulopening naar boven) en draai de dop los met behulp van de afdekking.
3) Neem de handpomp en plaats de gladde, stevigste buis in de voorraadtank. Zorg ervoor dat deze zich op een hogere positie dan de uitneembare tank bevindt. Plaats de geribbelde slang in de vulopening van de uitneembare tank.
4) Vergrendel de schakelaar boven op de pomp (met de klok mee draaien).
5) Knijp een paar keer in de pomp totdat de brandstof in de uitneembare tank begint te stromen. Wanneer dit gebeurt, hoeft u niet langer te knijpen.
6) Houd het brandstofpeil in de uitneembare tank tijdens het vullen in de gaten. Stop met vullen door de schakelaar boven op de pomp los (tegen de klok in) te draaien wanneer de meter aangeeft dat de tank vol is. Let erop dat het peil nooit te hoog komt, in het bijzonder wanneer de brandstof koud is (de brandstof zet uit wanneer de temperatuur stijgt).
7) Laat de resterende brandstof teruglopen in de voorraadtank en verwijder voorzichtig de pomp. Draai de dop voorzichtig weer op de tank met behulp van de afdekking. Na gebruik kan de afdekking achterop de kachel worden opgeborgen. Ruim eventueel gemorste brandstof op.
8) Controleer of de dop recht is geplaatst en goed is vastgedraaid. Plaats de uitneembare tank weer in de kachel (dop naar beneden). Sluit de afdekking.
2: De kachel aansluiten
Sluit de kachel aan op een 230 V/AC, 50 Hz stopcontact. Op de digitale display worden twee streepjes weergegeven.
OPMERKING: Sluit de kachel niet aan op een stopcontact dat met andere apparaten wordt gedeeld.


Belangrijk: De klok op de kachel moet altijd op de juiste tijd en datum worden gezet.
OPMERKING: De “▲MIN.” of “▼HOUR” toets zal de tijd steeds met een (1) eenheid veranderen. Wanneer u de toets ingedrukt houdt, zal de tijd snel worden versteld.
OPMERKING: Bij een stroomstoring (langer dan ca. 30 min.) worden de instellingen van tijd en datum mogelijk gewist.

4. De tijd en de dag van de week instellen.
1) De huidige tijd is niet ingesteld (alle symbolen lichten op)

Druk op de "▲MIN." toets of de "▼HOUR" toets terwijl de kachel niet is ingeschakeld. (De hoofdschakelaar is uit (OFF)) Op de display wordt 0:00 (middernacht) weergegeven. (alle symbolen behalve de punt/komma knipperen)
2) De huidige tijd instellen

Druk op de “▲MIN.” toets om de minuten in te stellen en druk op de “▼HOUR” toets om de uren in te stellen. Wanneer de “▼HOUR” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.
“0:00” → “1:00” → … → “11:00” → “12:00” → “13:00” → … “23:00” → “0:00” → …
Wanneer de "▲MIN." toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.
“0:00”→“0:01”→…→“0:59”→“0:00”→…
Druk op de "SET" toets om het instellen van de huidige tijd af te ronden.
3) De dag van de week instellen

Het "Day" symbool wordt op de display weergegeven en alle dagen van de week knipperen.
Druk op de “▲MIN.” toets of de “▼HOUR” toets om de dag van de week in te stellen. Een dag van de week zal knipperen. (de eerste instelling is “SUN”). De andere dagen gaan uit. Kies een dag van de week met behulp van de “▲MIN.” of de “▼HOUR” toets. Wanneer de “▲MIN.” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.
Wanneer de “▲MIN.” toets wordt ingedrukt op de “SAT” positie, klinkt er een geluidssignaal en zal “SAT” niet meer veranderen. Wanneer de “▼HOUR” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.
Wanneer de "▼HOUR" toets wordt ingedrukt op de "SUN" positie, klinkt er een geluidssignaal en zal "SUN" niet meer veranderen.
Druk op de "SET" toets om het instellen van de dag af te ronden. De huidige tijd en de dag van de week zullen nu op de display worden weergegeven.
OPMERKING: Wanneer de ON/OFF schakelaar tijdens het resetten van de huidige tijd en de dag van de week wordt ingedrukt nadat de tijd en de dag zijn ingesteld, wordt de instelmodus van de huidige tijd afgebroken en opnieuw gestart. Wanneer de dag van de week is ingesteld, wordt de tijd vastgezet op de resettijd. Wanneer de dag van de week niet is ingesteld, wordt de instelling gewist.
GEBRUIK
HANDMATIGE BEDIENING
De kachel wordt door de gebruiker direct bediend. De geleverde warmte zal echter automatisch worden aangepast aan de omgevingstemperatuur die wordt gemeten door de temperatuursensor.
1. De kachel inschakelen (ON)
A. Zet de ON/OFF schakelaar in de "ON" positie. De huidige omgevingstemperatuur en de ingestelde temperatuur worden op de digitale display weergegeven. De indicator "ON" zal gaan knipperen en de ventilatormotor en de ontsteking worden ingeschakeld. De indicator zal gedurende de voorverwarming blijven knipperen.
B. Na ca. 1.5 - 4 minuten zal de kachel worden ontstoken. (*) Na het ontsteken zal de indicator stoppen met knipperen en permanent gaan branden. De circulatieventilator zal na ca. 2 minuten worden ingeschakeld.
OPMERKING: (*) Het voorverwarmen hangt af van de omgevingstemperatuur.
Omgevingstemperatuur: lager dan 0 °C 4 minuten
0 °C - 15 °C 2 minuten
15 °C 1.5 minuten

2. Instellen van de omgevingstemperatuur
A. Druk op de "▲MIN." of "▼HOUR" toets. °F of °C gaat knipperen.
OPMERKING: Met de "▲MIN." of "▼HOUR" kan de temperatuur in stappen van 1 °C (2 °F) worden versteld.
B. Druk op de "▲MIN." of "▼HOUR" toets voor zover nodig. De omgevingstemperatuur kan worden ingesteld tussen 10 °C (50 °F) en 32 °C (90 °F). (eerste instelling: 13 °C / 56 °F)
OPMERKING: De instelling van de gewenste temperatuur zal op de display worden weergegeven tijdens het instellen van de omgevingstemperatuur.
C. Wanneer de omgevingstemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt, zal de kachel automatisch worden omgeschakeld naar de "MED" of "LOW" modus om de gewenste temperatuur te handhaven.
Wanneer de omgevingstemperatuur ca. 2 °C (4 °F) hoger wordt dan de ingestelde temperatuur, zal de kachel automatisch worden uitgeschakeld. Wanneer de omgevingstemperatuur daalt, zal de kachel automatisch opnieuw starten om de gewenste temperatuur in stand te houden.


In de energiezuinige modus wordt de frequentie van de ontsteking verlaagd om het energieverbruik te beperken. Druk op de POWER SAVER (DAY SELECT) toets "ON" terwijl de kachel in bedrijf is om de "POWER SAVER" modus in te schakelen. De indicatie "POWER SAVER" zal op de digitale display worden weergegeven.
Wanneer de omgevingstemperatuur ca. 6 °C (10 °F) hoger wordt dan de ingestelde temperatuur, zal de kachel automatisch worden uitgeschakeld. Wanneer de omgevingstemperatuur lager wordt dan de ingestelde temperatuur, zal de kachel automatisch opnieuw worden ingeschakeld om de gewenste temperatuur in stand te houden.

Wanneer het informatielampje gaat branden, FU 10, wordt hiermee aangegeven dat er nog slechts voor ca. 10 minuten brandstof beschikbaar is. De countdown van de resterende verwarmingstijd wordt op de informatiedisplay aangegeven. Verwijder nu de brandstoftank en vul deze buiten de woonkamer bij. Wanneer u de brandstoftank nu niet bijvult, zal het alarmsignaal elke 2 minuten klinken om aan te geven dat u de tank moet bijvullen. Na 10 minuten gaat de informatiedisplay, FU EL knipperen en zal de kachel automatisch worden uitgeschakeld,

KINDERSLOT
Houd de toets CHILD LOCK (CLEAR) langer dan 3 seconden ingedrukt. Het maakt hierbij niet uit of de kachel in bedrijf is of niet. De indicatie "CHILD LOCK" (kinderslot) zal op de digitale display worden weergegeven.

Het kinderslot kan worden gebruik om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de instellingen van de kachel veranderen. Wanneer de kachel brandt en het kinderslot is ingeschakeld, kan de kachel alleen worden uitgeschakeld. Alle andere functies zijn dan geblokkeerd. Wanneer de kachel al is uitgeschakeld, voorkomt het kinderslot ook dat de kachel per ongeluk zal worden ontstoken.
Om het kinderslot uit te schakelen, houd u de toets "CHILD LOCK" (CLEAR) opnieuw gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt.
GEBRUIK VAN DE WEEKTIMER
Opmerking: Wanneer niet anders aangegeven, hoort u een geluidssignaal bij het indrukken van een toets.

1. Instellen van de weektimer
Opmerking: De volgende programma's zijn in de fabriek vooraf ingesteld.
Na het instellen van de huidige tijd en de dag van de week, drukt u op de toets "TIMER" om over te schakelen naar de instelmodus voor de weektimer. De indicatie "TIMER" wordt op de display weergegeven. Wanneer de toets "TIMER" wordt ingedrukt tijdens het instellen van de weektimer, zal "TIMER" verdwijnen en worden de huidige tijd en de dag van de week op de display weergegeven
Opmerking: U kunt de instelmodus voor de weektimer niet oproepen terwijl de kachel in de AUTO-modus staat.
1) Kies het programmanummer

Druk op de "▲MIN." of de "▼HOUR" toets om het programmanummer te kiezen.
Het maximale aantal programma's is 30. Het gekozen programmanummer knippert op de display. Bij het instellen van de eerste instelling van de weektimer wordt "P01" knipperend op de display weergegeven. Wanneer het gekozen programmanummer op de display wordt weergegeven, gaan alle andere dagen van de week ook knipperen.
Wanneer de “▲MIN.” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.
$$ " P 0 1" \rightarrow " P 0 2" \rightarrow \dots \rightarrow " P 2 9" \rightarrow " P 3 0" $$
Wanneer de “▲MIN.” toets wordt ingedrukt op de “P30” positie, klinkt er een geluidssignaal en zal “SAT” niet meer veranderen.
Wanneer de "▼HOUR" toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.
$$ " \mathrm{P} 3 0" \rightarrow " \mathrm{P} 2 9" \rightarrow \dots \rightarrow " \mathrm{P} 0 2" \rightarrow " \mathrm{P} 0 1" $$
Wanneer de “▼HOUR” toets wordt ingedrukt op de “P01” positie, klinkt er een geluidssignaal en zal “P01” niet meer veranderen.
In principe wordt alleen het eerstvolgende hogere nummer naast het hoogste ingestelde programmanummer op de display knipperend weergegeven. Niet alle 30 programma's worden op de display weergegeven.
Wanneer het programma al is ingesteld, wordt het eerstvolgende hogere programmanummer op de display weergegeven. Wanneer het programma tot en met "P30" is ingesteld, zal "P30" op de display knipperen. Wanneer het programma tot en met "P30" is ingesteld, wanneer er een andere programmanummer beschikbaar is, zal het laagste beschikbare programmanummer op de display worden weergegeven.
Voorbeeld:
Wanneer "P01" en "P02" zijn ingesteld en "P03" nog niet, zal dit als volgt op de display worden weergegeven: "P01" - brandt "P02" - brandt "P03" - knippert 3
Wanneer "P01" en "P04" zijn ingesteld en "P02" en "P03" nog niet, zal dit als volgt op de display worden weergegeven:
"P01" - brandt "P02" - knippert 3 "P03" - knippert 3 "P04" - brandt "P05" - knippert 3
Druk op de toets "SET" om naar de volgende stap te gaan (timer instellen).
Het programmanummer wordt gewist door de "CLEAR" toets gedurende 3 seconden ingedrukt te houden.
2) De timer instellen


De tijd voor de timer wordt op de display weergegeven. (wanneer de timer niet is ingesteld, worden de streepjes op de display weergegeven). Druk op de "▲MIN." of de "▼HOUR" toets om de tijd voor de timer in te stellen. Op de display wordt "0:00" weergegeven. (alle symbolen behalve de dubbele punt knipperen).
Wanneer de "▼HOUR" toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.
$$ " 0: 0 0" \rightarrow " 1: 0 0" \rightarrow \dots \rightarrow " 1 1: 0 0" \rightarrow " 1 2: 0 0" \rightarrow " 1 3: 0 0" \rightarrow \dots \rightarrow " 2 3: 0 0" \rightarrow 0: 0 0" \rightarrow \dots $$
Wanneer de "▲MIN." toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.
$$ " 0: 0 0" \rightarrow " 0: 1 0" \rightarrow " 0: 2 0" \rightarrow " 0: 3 0" \rightarrow " 0: 4 0" \rightarrow " 0: 5 0" \rightarrow " 0: 0 0" \rightarrow \dots $$
Druk op de toets "SET" om het instellen van de timer af te ronden en naar de volgende stap te gaan (het programma instellen).
Wanneer de "SET" toets wordt ingedrukt terwijl de streepjes op de display worden weergegeven, klinkt er een geluidssignaal en kunt u niet naar de volgende stap.
3) De temperatuur voor het programma instellen

De ingestelde temperatuur "21" zal op de display knipperend worden weergegeven.
Druk op de “▲MIN.” toets of de “▼HOUR” toets om de temperatuur van het programma in te stellen. De “▲MIN.” of de “▼HOUR” toets zal de temperatuur steeds met 1 °C (2 °F) verstellen.
Druk op de "SET" toets om het instellen van de temperatuur voor het programma af te ronden en verder te gaan met de volgende stap (de dag van de week voor het programma instellen).
4) De dag van de week voor het programma instellen

Het "Day" symbool wordt weergegeven en "SUN" zal knipperen. Druk op de "▲MIN." toets of de "▼HOUR" toets om de dag van de week voor het programma in te stellen. Door indrukken van de "▲MIN." toets, wordt de dag van de week ingesteld. Een dag van de week zal gaan branden. Door indrukken van de "▼HOUR" toets, wordt de dag van de week gewist. Een dag van de week zal uitgaan. Nu gaat het symbool automatisch naar de volgende dag van de week. Door indrukken van de "DAY SELECT" toets, wordt de volgende dag van de week weergegeven zonder die dag in te stellen. Het symbool voor de dag van de week verandert als volgt:
$$ " \text { SUN }" \rightarrow " \text { MON }" \rightarrow " \text { TUE }" \rightarrow " \text { WED }" \rightarrow " \text { THU }" \rightarrow " \text { FRI }" \rightarrow " \text { SAT }" \rightarrow " \text { SUN }" \rightarrow \dots $$
Druk op de toets "SET" om het instellen van de dag van de week voor het programma af te ronden en terug te gaan naar het kiezen van het programmanummer. Wanneer de dag van de week niet is ingesteld wanneer u op de "SET" toets drukt, klinkt er een geluidssignaal kunt u niet verder met de volgende stap.
2. De modus weektimer inschakelen

Tijdens bedrijf (in de SW/ON positie), drukt u op de "AUTO" toets om de modus weektimer te starten. Op de display wordt het symbool "AUTO" weergegeven. Wanneer er echter geen programma is ingesteld, klinkt er een geluidssignaal en kan de modus weektimer niet worden ingeschakeld. Druk op de "▲MIN." of de "▼HOUR" toets om de ingestelde temperatuur te wijzigen. Wanneer het volgende programma echter start, zal de temperatuur worden gewijzigd naar de temperatuur van het volgende programma.

Druk tijdens bedrijf op de toets "TIMER" om de modus weektimer in te schakelen (kiezen van het programmanummer). Wanneer de toets "TIMER" wordt ingedrukt tijdens het instellen van de modus weektimer, wordt de modus weektimer uitgeschakeld. De gewijzigde instellingen worden van kracht zodra de modus AUTO wordt ingeschakeld.
HANDMATIGE VERBRANDING
BELANGRIJK: Deze functie is uitsluitend bedoeld voor testdoeleinden!
De kachel kan ook op een gewenste verbrandingsmodus worden gehouden (hoog, gemiddeld, laag), ongeacht de omgevingstemperatuur.
- Houd de "▲MIN." en de "▼HOUR" toetsen gelijktijdig gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt terwijl de ON/OFF schakelaar op de stand "ON" staat.
- P1, P2 of P3 worden op de digitale display weergegeven;
$$ P 1 = \text { l a g e m o d u s } $$
$$ P 2 = \text { gemiddelde modus } $$
$$ P 3 = \text { hoge modus } $$
Kies vervolgens de gewenste verbrandingsmodus met behulp van de "▲MIN." of "▼HOUR" toets. De "▲MIN." toets zet de verbrandingsmodus hoger, de "▼HOUR" toets zet de verbrandingsmodus lager.
- Om de instelling te wissen, houd u de "▲MIN." en de "▼HOUR" toetsen gelijktijdig gedurende 3 seconden ingedrukt totdat de normale temperatuurweergave verschijnt.
AUTOMATISCHE REINIGINGSMODUS
Wanneer de kachel gedurende twee uur continu op de hoogste stand heeft gebrand, zal de brander automatisch een reinigingsprocedure starten. Op de display wordt de reinigingscode weergegeven als cl:05 die terugloopt naar cl:01. Deze procedure om de brander automatisch te reinigen neemt 5 minuten in beslag . Gedurende deze tijd zal de brander op de laagste stand gaan branden. Wanneer de brander weer schoon is, zal de kachel automatisch terug gaan naar de hoogste stand.
HERSTELSYSTEEM BIJ STROOMSTORINGEN
De kachel wordt uitgeschakeld, indien er zich tijdens de werking een stroomstoring voordoet. Zodra de stroomstoring is verholpen, zal het apparaat automatisch herstarten met de volgende instellingen. Stel gewiste instellingen opnieuw in zoals hieronder aangegeven.
WANNEER DE KACHEL IN BEDRIJF IS
| DUUR VAN DE STROOMSTORING | KORTER DAN 3 SECONDEN | LANGER DAN 3 SECONDEN | |
| IN GEHEUGEN | UIT GEHEUGEN | ||
| GEBRUIK | Verbranding opnieuw starten met dezelfde instellingen als voor de stroomstoring | De verbranding vanaf het begin uitvoeren. | De verbranding vanaf het begin uitvoeren.De ingestelde temperatuur wordt uit veiligheidsoverwegingen gewijzigd naar 13^ ( 56^ ).De ingestelde temperatuur en de omgevingstemperatuur worden gewist als de stroomstoring langer dan 30 minuten heeft geduurd.Druk een willekeurige knop in om het knipperen van de ingestelde temperatuur en de omgevingstemperatuur uit te schakelen. |
| ENERGIEZUINIGE MODUS | Behoud dezelfde instellingen als voor de stroomstoring. | Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. | Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. |
| AUTOMATISCHE WERKING | Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. | Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. | De instelling wordt gewist.(zie pagina 85.) |
| KINDERSLOT | Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. | De instelling wordt gewist.(zie pagina 82.) | De instelling wordt gewist.(zie pagina 82.) |
Als de kachel niet in gebruik is en er doet zich een stroomstoring voor, dan zal het apparaat in principe opstarten met dezelfde instellingen als voor de stroomstoring. Als de stroomstoring echter langer heeft geduurd dan 3 seconden zullen de volgende instellingen worden gewist. Stel de instellingen opnieuw in.
WANNEER DE KACHEL NIET IN BEDRIJF IS
| IN GEHEUGEN | Kinderslot (zie pagina 82.) |
| UIT GEHEUGEN | Instellingen tijd en datum (zie pagina 79.) |
| Automatische werking (zie pagina 85.) | |
| Kinderslot (zie pagina 82.) |
DE KACHEL UITSCHAKELEN
Zet de ON/OFF schakelaar in de "OFF" positie. De ON indicator zal gaan knipperen en vervolgens uit gaan. De circulatieventilator en de ventilatormotor draaien gedurende ca. 3 minuten verder om de kachel af te koelen. Let erop dat de indicator ON uitgaat wanneer de ventilator stopt.

HOOFDSTUK F: STANDAARD ONDERHOUD
LET OP: De kachel moet worden losgekoppeld voordat er een inspectie of reiniging wordt uitgevoerd.
LET OP: Laat de kachel volledig afkoelen voordat reiniging of onderhoud wordt uitgevoerd.
VOOR OPTIMALE PRESTATIES MOETEN DE HIERONDER GENOEMDE ONDERDELEN REGELMATIG WORDEN GEREINIGD.


-
Controleer de omgeving van het schoorsteenkanaal (eenmaal per week) Controleer of de verbindingen van het schoorsteenkanaal goed zijn bevestigd.
-
Deurtjes reinigen (eenmaal per week) Stof en vuil kan met een vochtige doek van de deurtjes worden geveegd.

- Circulatie luchtfilter reinigen (eenmaal per week) Aan de achterkant van de kachel is een rooster aangebracht. Schuif dit rooster eenmaal per week omhoog om het met een stofzuiger te reinigen.

- Reinig de fitting van de brandstofaanvoer Wanneer stof of vuil zich bij de brandstofaanvoer heeft opgehoopt, moet dit worden verwijderd. Controleer tijdens het bijvullen altijd de fitting van de brandstofaanvoer.

- Controleer op brandstoflekkage Maak er een gewoonte van om te controleren op tekenen van brandstoflekkage. Veeg alle gemorste brandstof bij de tankhouder en de uitneembare tank weg. Gemorste brandstof veroorzaakt stank en is een brandrisico.
6. Aanbevolen periodiek onderhoud
Als state-of-the-art apparaat moet uw kachel van tijd tot tijd worden gecontroleerd en onderhouden door een gekwalificeerde monteur om optimaal en veilig gebruik te kunnen waarborgen. Deze inspectie dient het volgende te omvatten: controle van de ontsteking; controle van het schoorsteenkanaal; controle van de brander; reiniging van alle noodzakelijke onderdelen en vervanging van de pakkingen waar nodig. Neem contact op met uw Toyostove dealer voor details en een afspraak.
AUTOMATISCH REINIGINGSSYSTEEM VOOR DE ONTSTEKING
De reinigingsmodus van de ontsteking zorgt voor een langere levensduur.
Wanneer de kachel is ingeschakeld en de klok is ingesteld (zie "Klok instellen" op pagina 79), zal de kachel automatisch stoppen en de ontsteking elke dag om 2:00 reinigen. Tijdens de reiniging wordt "CL" op de digitale display weergegeven. Nadat de reiniging is afgerond, zal de kachel automatisch opnieuw ontsteken en gaan branden.
HANDMATIG REINIGINGSSYSTEEM VOOR DE ONTSTEKING
De kachel zal de ontsteking gedurende 10 minuten handmatig reinigen.
- Wanneer de ON/OFF schakelaar in de "OFF" positie staat, houdt u de "SET" en de "CLEAR" toets gelijktijdig gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt.
- Op de display verschijnt "CL:10". De reiniging wordt zonder verdere invoer uitgevoerd.
OPMERKING: Het reinigen van de ontsteking is van belang om de levensduur van de ontsteking te verlengen. Het wordt aanbevolen om de ontsteking eenmaal per week te reinigen.
De volgende symptomen zijn normaal gedurende normaal bedrijf van de kachel.
| Symptoom | Reden | |
| Wanneer de kachel wordt gestart of gedoofd. | Witte rook of stank wanneer de Laser voor het eerst wordt gebruikt. | Machineolie van de fabricage of stof verbrandt van het oppervlak van de brander of warmtewisselaar |
| Heldere vlammen zichtbaar in het kijkvenster gedurende een paar minuten na ontsteking. | De brander is koud en de ontsteking blijft nog een tijdje doorbranden. | |
| Onregelmatige metalen 'kraak' geluiden wanneer de kachel wordt ontstoken of gedoofd. | Uitzetten of krimpen van hete metalen onderdelen terwijl de Laser opwarmt of afkoelt. | |
| Er wordt geen warme lucht afgegeven na ontsteken. | Er is een vertraging om te voorkomen dat er eerst koude lucht wordt afgegeven. | |
| Wanneer de kachel in bedrijf is. | Regelmatig 'tikkend' geluid van de kachel. | Geluid van de brandstofpomp tijdens normaal bedrijf. |
| De verbrandingsruimte of de warmtewisselaar is zichtbaar door de luchtdeurtjes, roodgloeiend. | Normaal | |
| Af en toe gele flikkering in de blauwe vlam. | Normaal | |
| Geur | Gemorste PetroleumGebruik van slechte kwaliteit Petroleum | — Veeg gemorste Petroleum van de tankhouder, uitneembare tank en opvangbakje.— verwijder de brandstof en gebruik heldere Petroleum. |
| Storingscode | Informatie | Wat te doen |
| E-0 | Stroomstoring (laag voltage, onstabiele frequentie) | Controleer de stroomvoorziening. |
| E-2 | De veiligheidsfunctie van de ontsteking is geactiveerd. | Neem contact op met uw leverancier. |
| E-6 | Gedoofd tijdens normaal bedrijf. | Neem contact op met uw leverancier. |
| E-8 | Storing in de ventilatormotor | Neem contact op met uw leverancier. |
| E-12 | De beveiliging tegen oververhitting is geactiveerd. | Reinig het luchtfilter en verwijder stof. |
| E-13 | Storing in de thyristor van de brander | Neem contact op met uw leverancier. |
| Overmatige brandstof in de brander | Neem contact op met uw leverancier. | |
| E-22 | Ontsteking 3-maal mislukt | Neem contact op met uw leverancier. |
| E-23 | Primaire vlam (vlamsensor) werkt niet correct en/of is vuil | Neem contact op met uw leverancier. |
| FUEL | Geen brandstof | Brandstof bijvullen. |
| -- : -- | De timer functioneert niet. | Stel de timer opnieuw in. |
| Hi | De omgevingstemperatuur is hoger dan 35 °C.De temperatuursensor is niet correct gemonteerd. | Controleer de positie van de temperatuursensor.Neem contact op met uw leverancier. |
| Lo | De omgevingstemperatuur is lager dan -10 °C.Temperatuursensor werkt niet correct of is losgeraakt. | Controleer de positie van de temperatuursensor.Neem contact op met uw leverancier. |
HOOFDSTUK H: LANGDURIGE OPSLAG
Wanneer u van plan bent om de kachel gedurende een langere periode niet te gebruiken, wordt aangeraden om de kachel volgens de onderstaande stappen op te slaan:
-
Bereken aan het einde van het seizoen uw brandstofaankopen zodat u alle aangeschafte brandstof kunt opgebruiken Wanneer de brandstof langer dan zes maanden wordt opgeslagen, kan de kwaliteit teruglopen. Gebruik van dergelijk lang opgeslagen brandstof heeft een ongunstig effect op de werking van de kachel.
-
Wanneer uw kachel onderhoud of reparatie nodig heeft is dit het juiste moment om contact op te nemen met uw leverancier om het onderhoud uit te voeren voordat u de kachel opslaat. Op deze manier is uw kachel meteen gereed voor gebruik wanneer het volgende stookseizoen begint.
-
Wanneer u van plan bent om de kachel op de gebruikslocatie op te slaan:
(a) Koppel de stroomvoorziening af.
(b) Reinig de brandstoftoevoer en verwijder alle Petroleum, stof of achtergebleven water in de tankhouder en de uitneembare tank om corrosie te voorkomen. (zie pagina 87.)
(c) Veeg alle vlekken of stof op de kachel af met een vochtige doek en veeg vervolgens na met een droge doek.
(d) Bedek de kachel volledig met een grote plastic zak ter bescherming tegen stof.

- De kachel opslaan op een andere locatie:
(a) Koppel alle aansluitingen af.
(b) Verwijder alle brandstof uit de tankhouder en reinig de fitting van de brandstofaanvoer.
(c) Koppel het schoorsteenkanaal los van de kachel.
(d) Verwijder achtergebleven roet in het schoorsteenkanaal met behulp van een borstel en/of een stofzuiger.
(e) Veeg alle vlekken of stof op de kachel af met een vochtige doek en veeg vervolgens na met een droge doek.
(f) Plaats de kachel in de originele verpakking en sla deze op een droge plaats op. Wanneer de originele verpakking niet beschikbaar is, kunt u de kachel volledig afdekken met een grote plastic zak ter bescherming tegen stof tijdens de opslag.
(g) Dek de afvoer- en luchtaanvoeropeningen van het schoorsteenkanaal af met behulp van de (optionele) doppen. (Part #17212661 and #17212656)
VERVOER
Neem de onderstaande maatregelen om brandstoflekkage tijdens vervoer van de kachel te voorkomen.
- Vervoer de kachel rechtop.
- Verwijder altijd het brandstof filter van de ondertank (optie) (Part #17217535) voor transport.
HOOFDSTUK I: INSTALLATIE
ALGEMENE BESCHRIJVING De FF 55T is ontworpen voor installatie aan een buitenmuur zodat volledig gebruik kan worden gemaakt van de eenvoudige montage met behulp van het "schoorsteenkanaal" waardoor de noodzaak van een hoge schoorsteen komt te vervallen. Er is geen hitte- of brandbestendige bescherming noodzakelijk. Hoewel er verschillende uitbreidingen voor het schoorsteenkanaal beschikbaar zijn, wordt de Instalatie hierdoor gecompliceerder.
Zorg ervoor dat u de mogelijkheden en beperkingen van de uitbreidingsmogelijkheden voor het schoorsteenkanaal heeft gelezen en begrepen.
STANDAARD INSTALLATIEONDERDELEN
De volgende standaardonderdelen voor de installatie worden met de kachel meegeleverd. Voor andere installatie-methoden moet u eventueel aanvullende accessoires aanschaffen bij uw TOYOTOMI leverancier. Zie "Aanvullende onderdelen".







-
De luchtaanvoer en de afvoeropening van het schoorsteenkanaal moeten naar buiten altijd volledig open zijn. Het schoorsteenkanaal mag niet worden aangesloten op een bestaande schoorsteen, garage, kelder, kruipruimte, tussenplafond of een andere gesloten ruimte omdat het schoorsteenkanaal een "warmtewisselaar" is waarbij in de afvoer condens ontstaat die naar buiten moet worden afgevoerd. (zie afb. .2 pag. 93).
-
Installeer het schoorsteenkanaal (zie afb. 2 en 3, pag. 93.) Let op dat het volume en de temperatuur van het gas dat via het schoorsteenkanaal naar buiten wordt afgevoerd minimaal is en normaal gesproken geen problemen oplevert.
-
Voordat u een gat in de wand aanbrengt voor het schoorsteenkanaal dient u ervoor te zorgen dat de wand geen holle ruimtes, elektriciteitsdraden, gasleidingen en andere obstakels bevat. Boor van binnenuit een gat van 5 mm voor de geleiding om de uiteindelijke opening van buitenaf te boren en op die manier rommel te voorkomen.
-
Instaleer het schoorsteenkanaal niet in de omgeving van de luchtaanvoer of op een plaats waar de afvoer bedekt kan worden met sneeuw, bladeren of direct is blootgesteld aan wind met een snelheid van meer dan
BELANGRIJK:
In omgevingen met zware sneeuwval moet de afstand tot de grond worden vergroot op basis van de gemiddelde sneeuwhoogte.

In open gebieden met sterke wind kan aanbrengen van een windbreker woodzakelijk zijn


- Installeer NOOIT de afvoerpijp onder de kachel zelf.

- De totale lengte van de verlengpijpen (accessoire L, M of S) tussen de kachel en het schoorsteenkanaal mag niet groter zijn dan 3 m, en niet meer dan drie 90° bochten bevatten.
OPMERKING: Wanneer u gebruik maakt van de verlengpijpen L, M, of S moet de hete afvoerpijp met het meegeleverde isolatiemateriaal worden bekleed. (meer isolatie kan nodig zijn in overeenstemming met de plaatselijk geldende voorschriften).
- Bij alle Laser installations moet het schoorsteenkanaal altijd worden geïnstalleerd.
Het kanaal moet horizontaal verlopen met een licht dalend verloop naar buiten ... nooit verticaal.
INSTALLATIE VAN DE KACHEL EN HET SCHOORSTEENKANAAL
A) Voordat u verder gaat met de installatiewerkzaamheden moet u controleren of de installatie voldoet aan de bouwvoorschriften en de geldende plaatselijke voorschriften op het gebied van verwarmingsinstallaties. (raadpleeg de website van de plaatselijk autoriteiten of neem contact op met uw leverancier.)
B) Het schoorsteenkanaal is ontworpen om door de muur van een conventioneel gebouw te worden gemonteerd, inclusief baksteen, celbeton, Linear, Gibraltar en gipsplaat, tegels, houten betimmering, polystyreen, metalen profiel etc.
C) De FF 55T kachel is ontworpen voor gebruik tot een hoogte van 900 boven NAP. Voor installatie tussen 900 en 1800 meter moet de kachel door de servicedienst worden afgesteld. Neem contact op met uw leverancier voor advies.
1. Kies de locatie voor de kachel. Houd de minimale afstanden aan tussen de kachel en de dichtstbijzijnde brandbare materialen zoals hieronder aangegeven. (zie afb. 1) Zorg voor toegang tot de achterste afscherming van de ventilator, de ingebouwde brandstoftank en de resetknop.

- Zorg ervoor dat de afvoerruimte vrij is van alle obstakels die kunnen worden aangetast door de hete uitlaatgassen. (zie afb. 2 en 3.)
Het schoorsteenkanaal (zoals op afb. 2) is geschikt voor een wanddikte van 130 mm tot 320 mm.

De temperatuursensor bevindt zich vooraan, rechts op de kast. De temperatuursensor is in de sensorbehuizing aangebracht. Wanneer de gewenste kamertemperatuur niet kan worden bereikt, afhankelijk van de omstandigheden, kan de sensor met behulp van de (*optionele) verlengdraad op een andere plaats worden bevestigd. Volg hiervoor de onderstaande stappen:
- Draai de schroef los om de sensorbehuizing van de kachel los te maken.

- Verwijder de connector door deze met de vingers vast te houden en sluit de verlengdraad aan.

- Sluit de verlengdraad aan op de connector aan de zijkant van de thermistor.

- Bevestig de sensorbehuizing op de plaats waar de gewenste kamertemperatuur wordt bereikt.
