AVDW6000 - Televisie PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AVDW6000 PIONEER in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - AVDW6000 PIONEER
Gebruikersvragen over AVDW6000 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Televisie in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AVDW6000 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AVDW6000 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING AVDW6000 PIONEER
De kleuren van de snoeren van dit toestel zijn gewijzigd.
Table des matières .... 1
IMPORTANTES MESURES DE SECURITE .... 2
Lees deze informatie betreffende uw display zorgvuldig door en bewaar de informatie voor eventuele naslag 2
BELANGRIJKE INFORMATIE .... 3
Meer over dit toestel .... 3
Voorzorgen 3
In geval van problemen 3
Voor u dit product gaat gebruiken ..... 4
Voorkom leeglopen van de accu 4
Ter bescherming van uw LCD display ..... 4
Gebruik [BRIGHT] (Helder) en [DIMMER] (Dimmer) om het beeld in te stellen wanneer dit moeilijk afleesbaar is .... 4
Voor veilig rijden 5
Terugstellen van de microprocessor .... 5
Plaats van de toetsen 6
Namen van toetsen en onderdelen 6
Basisbediening 7
Inschakelen van de stroom 8
Instellen van het volume 8
Selecteren van de bron 9
- Meer over de iconen in de hoek
- Meer over de RCA video- en audiouitgangen van dit apparaat
Selecteren van de audio, video en externe uitgang .... 10
- Selecteren van uitsluitend video voor de display
- Selecteren van uitsluitend audio voor de ingebouwde luidspreker
Wijzigen van de breedbeeldfunctie .... 12
- Beschikbare breedbeeldfuncties
Bediening van het instelmenu 14
Oproepen van het instelmenu 14
Beeldinstellingen 15
● BRIGHT/CONTRAST/COLOR/HUE
• DIMMER
Ingangsinstelling [VCR1/VCR2] 17
Display-instelling 18
- Mengen van de navigatie-stembegeleiding en andere audio [MIXING]
- Instellen van de plaats van de display [LOCATION]
Geforceerde VCR1 ingangsinstelling ..... 20
Correct gebruik van het display ...... 21
Behandeling van de display 21
Informatie betreffende het beeldscherm (LCD-scherm) 22
Verzorging van het beeldscherm 22
Informatie betreffende de kleine fluorescentiebuis in de display ...... 22
Aansluiten van de apparatuur 23
Namen en functies van de aansluitingen ..... 25
Aansluiten van de stroomkabel 26
Aansluitdiagram (VCR ingang) 27
Aansluitdiagram (RGB ingang) 28
Verbinden van de RCA audio- en videouitgang 29
Aansluiten van het “AUTOMATIC INPUT SWITCHING” snoer 30
Inbouwen 31
- Wanneer de display voor in de auto wordt gemonteerd
Alvorens de display definitief te bevestigen 32
Alvorens de kleefstroken vast te plakken ..... 32
Inbouwen van de display met behulp van de bijgeleverde displaystandaard .... 33
Installatie verborgen eenheid 35
- Voorzorgen voor de installatie
● Installatie verborgen eenheid
Lees deze informatie betreffende uw display zorgvuldig door en bewaar de informatie voor eventuele naslag
- Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u de display in gebruik neemt.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing voor eventuele naslag in de toekomst.
- Neem alle waarschuwingsinformatie in acht en volg de instructies nauwkeurig op.
- Laat niemand het autonavigatiesysteem gebruiken, tenzij de persoon de gebruiksaanwijzing heeft gelezen en vertrouwd is met de bediening van het systeem.
- Monteer de display niet op een plaats waar: (i) de display het zicht van de bestuurder op de weg kan belemmeren, (ii) de display de werking van de diverse voorzieningen in de auto, zoals de airbags, nadelig zou kunnen beïnvloeden, (iii) de display de bestuurder kan hinderen bij de besturing van de auto.
- Evenals bij het gebruik van andere accessoires in uw auto dient u erop te letten dat het autonavigatiesysteem niet uw aandacht van de weg afleidt. Indien u moeilijkheden heeft bij de bediening van het apparaat of als de informatie op het beeldscherm niet duidelijk is, parkeer de auto dan op een veilige plaats langs de weg voordat u het probleem probeert op te lossen.
- Probeer de display niet zelf in te bouwen of onderhoud aan het apparaat te verrichten. Inbouwen en onderhoud van elektronische apparatuur en auto-accessoires door personen die niet de vereiste vakopleiding en ervaring hebben in dit soort werkzaamheden, kan resulteren in een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie.
- Tijdens het rijden dient u altijd de veiligheidsgordel te dragen. Bij een ongeluk is de kans op letsel aanzienlijk groter als u de veiligheidsgordel niet draagt.
- Als dit product is aangebracht op een plek waar het zichtbaar is voor de bestuurder van het voertuig, MOET u altijd het display [DISPLAY SETTING] (display instelling) op [FRONT] (voor) instellen. Doet u dit niet, dan is het mogelijk dat de bestuurder wordt afgeleid door de zichtbare beelden terwijl het voertuig in beweging is.
Als dit product is aangebracht op een plek waar het niet zichtbaar is voor de bestuurder van het voertuig, mag u het display op [REAR] (achter) zetten. Gebruik van dit product is onderworpen aan lokale regelingen aangaande plaatsing en gebruik. PIONEER Corporation kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele problemen, schade of verlies als gevolg van gebruik van het product met een onjuiste instelling of anderszins in strijd met lokale regelingen. - Deze functie is ontworpen voor exclusief gebruik met een achteruitkijk-camera. Gebruikers mogen uitsluitend de VTR 1 ingang met “AUTOMATIC INPUT SWITCHING” met een dergelijke achteruitkijk-camera verbinden. Gebruikers mogen niet andere apparatuur met de VTR 1 ingang met “AUTOMATIC INPUT SWITCHING” verbinden.
Meer over dit toestel
- Dit product voldoet aan de eisen m.b.t. elektromagnetisme (89/336/EEC, 92/31/EEC) en CE marking richtlijnen (93/68/EEC).
- Kies een plaats voor het display uit waar het apparaat het zicht van de bestuurder op de weg niet hindert en waar het display ook de werking van de airbags niet kan belemmeren.
Voorzorgen
- Stel het volume zodanig in dat u nog geluiden van buiten kunt horen.
- Bescherm het toestel tegen vocht.
In geval van problemen
Raadpleeg uw handelaar of een erkende Pioneer Onderhoudsdienst indien het toestel niet juist functioneert.
Voor u dit product gaat gebruiken
Voorkom leeglopen van de accu
Laat altijd de motor lopen wanneer u dit toestel gebruikt. Gebruikt u dit toestel zonder dat de motor loopt, dan is het mogelijk dat de accu leeg raakt.
Ter bescherming van uw LCD display
- Laat geen direct zonlicht op de LCD display vallen wanneer het toestel niet in gebruik is. Langdurige blootstelling aan direct zonlicht kan oververhitting veroorzaken, wat kan leiden tot storingen.
- Bij gebruik van een draagbare telefoon moet u de antenne van de draagbare telefoon uit de buurt van de display houden om storing van het beeld in de vorm van spikkels, kleurstrepen en dergelijke te voorkomen.
Gebruik [BRIGHT] (Helder) en [DIMMER] (Dimmer) om het beeld in te stellen wanneer dit moeilijk afleesbaar is
Vanwege de manier waarop het gebouwd is, is de hoek waaronder het LCD scherm bekeken kan worden begrensd. De kijkhoek (verticaal en horizontaal) kan echter worden vergroot door met [BRIGHT] de dichtheid van de zwartweergave van het beeld bij te regelen. Wanneer u het toestel in gebruik neemt, dient u de dichtheid van de zwartweergave af te stemmen op de hoek waaronder het beeld bekeken gaat worden (verticaal en horizontaal), zodat het beeld goed af te lezen is. De [DIMMER] kan ook worden gebruikt om de helderheid van het LCD scherm aan te passen aan uw persoonlijke smaak.
Voor u dit product gaat gebruiken
Voor veilig rijden
Dit toestel detecteert of de handrem aangetrokken is of niet. Wanneer het voorin het voertuig bevestigd is, is het toestel zo ingesteld dat er geen videobeelden worden weergegeven terwijl het voertuig in beweging is. (uitgezonderd het navigatiesysteem) Diverse instellingen en bedieningen zijn eveneens onmogelijk tijdens het rijden. (De volgende melding zal op het scherm verschijnen terwijl het voertuig in beweging is.) Stop het voertuig op een veilige plek, trek de handrem aan en wacht tot de melding verdwijnt voor u de gewenste handelingen gaat uitvoeren.
ATTENTION
YOU CANNOT USE THIS FUNCTION WHILE DRIVING
Terugstellen van de microprocessor
U moet in de volgende gevallen de microprocessor van het toestel terugstellen:
Wanneer u het toestel na het installeren voor het eerst in gebruik neemt.
Wanneer het toestel niet juist functioneert.
Wanneer de aanduidingen op het display vreemd (onjuist) zijn.
- Verwijder voor het terugstellen van de microprocessor, druk met de punt van een pen of dergelijke op de RESET toets van het toestel.

text_image
Verborgen eenheid VER RESET toetsNamen van toetsen en onderdelen

Hiermee kunt u zowel de audio als video van het systeem selecteren. Als er AV apparatuur is aangesloten op de RCA audio- en videouitgangsaansluitingen van het systeem, zullen de audio en video van de met deze toets gekozen bron worden weergegeven.
Door deze toets 2 seconden in te drukken, wordt de stroom in- en uitgeschakeld.
②V.SEL toets
Hiermee kunt u alleen de video van het systeem selecteren.
③SP.SEL toets
Hiermee kunt u alleen de audio van de ingebouwde luidspreker selecteren.
④WIDE/MENU toets
Hiermee kunt u de manier veranderen waarop 4:3 video tot 16:9 video wordt vergroot. Houd deze toets 2 seconden ingedrukt om het instelmenu te openen. Wanneer het instelmenu open is, zal het menu door iedere druk op de toets worden veranderd.
⑤ Volumeregeltoetsen (▼/▲)
Hiermee regelt u het volume van de ingebouwde luidspreker ⑨ of verandert u onderdelen op het instelmenu wanneer het instelmenu is geopend.
Opmerking:
- Stel het volume nooit dermate hoog in dat u geluiden van het verkeer rondom u en bijvoorbeeld eventuele sirenes niet meer kunt horen.

text_image
⑨ ****** *****⑥◀/▶toetsen
Hiermee kunt u onderdelen instellen wanneer het instelmenu is geopend.
⑦Sensor omgevingslicht
Deze sensor meet het omgevingslicht. Dit systeem zal de helderheid van de display automatisch aanpassen aan het omgevingslicht.
⑧Signaalontvanger
Deze signaalontvanger ontvangt de signalen van de bij de navigatie-eenheid geleverde afstandsbediening en van de andere AV apparatuur.
⑨Ingebouwde luidspreker
Via deze luidspreker wordt het geluid weergegeven van de met dit product verbonden audio-apparatuur.

WAARSCHUWING
Als dit product is aangebracht op een plek waar het zichtbaar is voor de bestuurder van het voertuig, MOET u altijd het display [DISPLAY SETTING] (display instelling) op [FRONT] (voor) instellen. Doet u dit niet, dan is het mogelijk dat de bestuurder wordt afgeleid door de zichtbare beelden terwijl het voertuig in beweging is.
Als dit product is aangebracht op een plek waar het niet zichtbaar is voor de bestuurder van het voertuig, mag u het display op [REAR] (achter) zetten.
Gebruik van dit product is onderworpen aan lokale regelingen aangaande plaatsing en gebruik.
PIONEER Corporation kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele problemen, schade of verlies als gevolg van gebruik van het product met een onjuiste instelling of anderszins in strijd met lokale regelingen.
U moet deze instelling beslist maken. (Zie bladzijde 19.)
Inschakelen van de stroom
Voorkom een lege accu en vergeet derhalve niet de motor van uw auto te laten draaien wanneer u de stroom van dit product inschakelt.
1. Start de motor van de auto.

text_image
LOCK ACC ON STAR2. Zet het systeem aan.

De stroom van het systeem wordt afwisselend in- en uitgeschakeld door iedere druk van 2 seconden op de SEL/POWER toets.
Instellen van het volume
Stel het volume voor de audioweergave via de ingebouwde luidspreker in.
• Verhoog of verlaag het volume.

Het volume van de ingebouwde luidspreker kan vanaf 0 t/m 30 worden ingesteld. (Het ingestelde volumeniveau wordt ongeveer 4 seconden getoond.)
Selecteren van de bron
U kunt tegelijk of afzonderlijk tussen de audio en video van de gekozen bronnen van de drie iconen schakelen.
Meer over de iconen in de hoek
De volgende iconen worden in de linkerbovenhoek op het scherm getoond.

De bovenste iconen worden met de SEL/POWER toets gekozen.
De onderste iconen worden afzonderlijk gekozen.

Display-icoon:
Toont video op de display.

Ingebouwde luidspreker-icoon:
Toont audio-weergave via de ingebouwde luidspreker van dit apparaat.
(Deze icoon kleurt rood wanneer u MIXING ON inschakelt.) (Zie bladzijde 18.)

RCA uitgang-icoon:
Toont de video en audio van de RCA uitgangsaansluiting van de verborgen eenheid.
Verduidelijking van iconen Toets voor veranderen van bron




SEL/POWER toets
Met de RCA uitgang gekozen kunt u uitsluitend de bron met de SEL/POWER toets veranderen.

V.SEL toets
Druk 2 seconden op de V.SEL toets om uitsluitend voor videoweergave van een van de drie bronnen te kiezen: display, ingebouwde luidspreker en RCA uitgang. Druk weer 2 seconden op de V.SEL toets om weer naar de instelling voor het tegelijk kiezen van audio en video van de bronnen terug te keren.

SP.SEL toets
Druk 2 seconden op de SP.SEL toets om uitsluitend voor audioweergave via de ingebouwde luidspreker van een van de drie bronnen te kiezen: display, ingebouwde luidspreker en RCA uitgang. Druk weer 2 seconden op de SP.SEL toets om weer naar de instelling voor het tegelijk kiezen van audio en video van de bronnen terug te keren.
Opmerking:
- Na het kiezen voor uitsluitend video met de V.SEL toets of uitsluitend audio met de SP.SEL toets kunt u niet met de SEL/POWER toets direct naar video en audio terugschakelen. U moet de gekozen functie eerst annuleren.
Meer over de RCA video- en audiouitgangen van dit apparaat
Wanneer extra AV apparatuur, bijvoorbeeld een tweede display, met de RCA video- en audiouitgangsaansluitingen van de verborgen eenheid is verbonden, kunt u de voor weergave gewenste bron met de SEL/POWER toets kiezen.
- U kunt niet de video en audio van de RCA uitgangen van dit apparaat afzonderlijk kiezen.
- De V.SEL, SP.SEL en volumeregeltoetsen zullen nu niet functioneren.

LET OP
Installeer de display die met de RCA uitgangsaansluiting van de verborgen eenheid is verbonden nooit op zo'n manier of plaats dat de bestuurder van de auto het beeld tijdens het rijden kan bekijken.
Selecteren van de audio, video en externe uitgang
Indien de drie iconen in een lijn worden getoond, kunt u tegelijk de bron van iedere icoon veranderen.
Indien u eerst voor uitsluitend video of uitsluitend audio heeft gekozen, moet u nu terugschakelen naar het tegelijk kiezen van audio en video van de bronnen terugkeren. (Zie bladzijde 9 en 11.)
- Selecteer de gewenste bron.

Door iedere druk op de toets verandert de bron ...
Door iedere druk op de SEL/POWER toets verandert de bron in de volgende volgorde:
$$ [ \mathrm{VCR1} ] \rightarrow [ \mathrm{VCR2} ] \rightarrow [ \mathrm{RGB} ] \rightarrow \text { terug naar } [ \mathrm{VCR1} ] $$
Opmerking:
- [RGB] verwijst naar de apparatuur die met de RGB ingang van de verborgen eenheid is verbonden. (Er wordt niet naar [RGB] geschakeld indien er niets op de RGB ingang is aangesloten.)
• [VCR1] en [VCR2] verwijzen naar audio en video van de AV apparatuur die met de VCR1 of VCR2 ingangsaansluiting is verbonden. (Zie bladzijde 25.) - Controleer dat de verbinding van de AV appartuur met VCR1 of VCR2 juist is.
- VCR2 kan uitsluitend worden gekozen indien [VIDEO] of [S-VIDEO] met [INPUT SETTING] is gekozen. (Zie bladzijde 17.)
Selecteren van uitsluitend video voor de display
1. Stel in zodat uitsluitend video voor de display kan worden gekozen.

2. Druk op de V.SEL toets.
Door iedere druk op de V.SEL toets verandert de videobron in de volgende volgorde:
[VCR1] → [VCR2] → [RGB] → terug naar [VCR1]
Opmerking:
- Druk weer 2 seconden op de V.SEL toets om terug te gaan naar het tegelijk kiezen van audio en video van de bronnen.
- Als u op de V.SEL toets drukt wanneer de videobron met de SEL/POWER toets werd veranderd, zal [SELECTOR] rood op het scherm verschijnen ten teken dat audio en video tegelijk met de SELECTOR toets kan worden veranderd.
- “INVALID” verschijnt wanneer u tijdens vergrendelde videoweergave van een achteruitkijk-camera probeert met de V.SEL toets de videobron te veranderen. U kunt de videobron nu niet veranderen.
Selecteren van uitsluitend audio voor de ingebouwde luidspreker
1. Stel in zodat uitsluitend audio voor de ingebouwde luidspreker kan worden gekozen.

2. Druk op de SP.SEL toets.
Door iedere druk op de SP.SEL toets verandert de audiobron in de volgende volgorde:
[VCR1] → [VCR2] → [RGB] → terug naar [VCR1]
Opmerking:
- Druk weer 2 seconden op de SP.SEL toets om terug te gaan naar het tegelijk kiezen van audio en video van de bronnen.
- Als u op de SP.SEL toets drukt wanneer de audiobron met de SEL/POWER toets werd veranderd, zal [SELECTOR] rood op het scherm verschijnen ten teken dat audio en video tegelijk met de SELECTOR toets kan worden veranderd.
Wijzigen van de breedbeeldfunctie
U kunt de manier waarop normale videosignalen (beeldverhouding 4:3) worden weergegeven op het breedbeeldscherm (beeldverhouding 16:9) veranderen. Kies de breedbeeldfunctie aan de hand van het soort programma dat u wilt bekijken, bijvoorbeeld nieuwsprogramma's of films.
1. Toon de te bekijken video. (Zie bladzijden 10 en 11.)
2. Kies een breedbeeldfunctie.

Door iedere druk verandert de functie ...
Door iedere druk op de WIDE/MENU toets verandert de breedbeeldfunctie in de volgende volgorde:
$$ [ \text { FULL } ] \rightarrow [ \text { JUST } ] \rightarrow [ \text { CINEMA } ] \rightarrow [ \text { ZOOM } ] \rightarrow [ \text { NORMAL } ] \rightarrow \text { terug naar [FULL] } $$
Opmerking:
- De instellingen worden voor iedere bron (RGB, VCR1, VCR2) vastgelegd.
- Het instelmenuscherm verschijnt altijd met de FULL functie. (Zie bladzijde 14.)
- Stel de breedbeeldfunctie altijd op [FULL] bij het bekijken van beelden van het navigatiesysteem.
- Het beeld wordt mogelijk vervormd wanneer een videosignaal wordt weergegeven in een andere dan de oorspronkelijke beeldverhouding.
- Vergeet niet dat het gebruik in het openbaar van de breedbeeldfunctie van dit systeem inbreuk kan maken op de auteursrechten op het vertoonde materiaal.
Beschikbare breedbeeldfuncties
FULL (volledig)
Videosignalen met een beeldverhouding van 4:3 wordt alleen horizontaal uitgerekt weergegeven. Het hele beeldscherm wordt gevuld en u hoeft niets van het weergegeven beeld te missen.
JUST (proportioneel)
Het weergegeven beeld wordt meer uitgerekt naarmate het de rand van het beeldscherm nadert. Omdat het beeld in het midden ongeveer dezelfde verhoudingen heeft als het oorspronkelijke videosignaal, geeft dit een heel natuurlijke indruk terwijl u toch het hele beeldscherm benut.
CINEMA (bioscoop)
Het weergegeven beeld wordt vergroot en enigszins in de breedte uitgerekt, tussen de effecten van de FULL en ZOOM functies in. Deze breedbeeldfunctie is bij uitstek geschikt voor het bekijken van bijvoorbeeld speelfilms waarbij de ondertiteling in de zwarte balk onderin het beeld verschijnt.
ZOOM
Het videosignaal met een beeldverhouding van 4:3 wordt in de lengte en de breedte met dezelfde factor uitvergroot. Deze breedbeeldfunctie is bij uitstek geschikt voor het bekijken van bijvoorbeeld speelfilms waarbij de ondertiteling onderin het beeld verschijnt.
NORMAL (normaal)
Het videosignaal met een beeldverhouding van 4:3 wordt onvergroot weergegeven. U kunt zo het beeld in de oorspronkelijke beeldverhouding bekijken, maar het beeldscherm wordt in de breedte niet helemaal uitgevuld.

- In de CINEMA of ZOOM functies zal het beeld grover lijken (Wanneer PAL video wordt weergegeven).
Oproepen van het instelmenu
Dit systeem biedt u een aantal instelmogelijkheden en functies voor een groter bedieningsgemak. Pas deze instellingen aan uw voorkeur en de gebruiksomstandigheden aan.
1. Open het instelmenuscherm.

Het menuscherm wordt getoond.
2. Selecteer een instelmenu.

Door iedere druk verandert het menu ... Huidige functie

text_image
INPUT SETTING VCR1 VIDEO VCR2 NO SELECT SELECTDoor iedere druk op de WIDE/MENU toets verandert het menu in de volgende volgorde: [PICTURE ADJUST] → [INPUT SETTING] → [DISPLAY SETTING] → [CONTROL SETTING] → Terug naar het instelmenu.
Het voorgaande display verschijnt weer wanneer u het instelmenu verlaat.
Beeldinstellingen
BRIGHT/CONTRAST/COLOR/HUE
De instellingen worden voor iedere bron (RGB, VCR1, VCR2) vastgelegd.
Onderdeel Instelling
Helderheid [BRIGHT]: Voor het donker of lichter maken van zwart.
Contrast [CONTRAST]: Voor het verkleinen of vergroten van het verschil tussen zwart en wit.
Kleur [COLOR]: Voor het lichter of donker maken van de kleuren.
Tint [HUE]: Voor het instellen van rood of groen van het beeld.
- Toon de in te stellen video. (Zie bladzijden 10 en 11.)
- Open het menuscherm en kies vervolgens het [PICTURE ADJUST] menu. (Zie bladzijde 14.)
- Selecteer het in te stellen onderdeel.

- Stel het onderdeel in.

Al de onderdelen zijn instelbaar vanaf -24 t/m +24.
Opmerking:
- De instellingen voor [BRIGHT] en [CONTRAST] worden afzonderlijk voor een lichte omgeving (overdag) en donkere omgeving ('s nachts) vastgelegd.
- Een gele markering () bij een lichte omgeving of blauwe markering () bij een donkere omgeving wordt rechts van [BRIGHT] en [CONTRAST] op het scherm getoond op basis van de waarneming van de sensor voor het omgevingslicht op het voorpaneel.
• [HUE) kan niet voor PAL video worden ingesteld.
DIMMER
Als het scherm's avonds of in een donkere omgeving te helder is, zal het bekijken van beelden misschien vermoeiend worden. U kunt daarom het niveau voor de helderheid instellen op: overdag, 's avonds en 's nachts. Dit product stel daarna automatisch de helderheid op een optimaal niveau in binnen het bereik dat u heeft gekozen en in overeenstemming met het omgevingslicht.
-
Open het menuscherm en kies het [PICTURE ADJUST] menu. (Zie bladzijde 14.)
-
Kies [DIMMER].

Extern lichtniveau
Geel: helder (overdag)
Rood: middelmatig helder ('s avonds)
Blauw: donker ('s nachts)
- Stel de helderheid in.

Dit niveau toont de helderheid van het scherm. Des te meer geel naar rechts wordt verplaatst, des te helderder het scherm.
Opmerking:
- Het externe lichtniveau dat standaard voor het instellen van [DIMMER] wordt gebruikt, wordt door de in stap 3 getoonde markeringen en plaats aangegeven. De markeringen die voor [BRIGHT] en [CONTRAST] worden gebruikt kunnen iets verschillen.
- Het externe lichtniveau kan op donker, middelmatig helder of helder worden ingesteld en u kunt de gemaakte instelling vastleggen.
Ingangsinstelling [VCR1/VCR2]
Voor het kiezen van programma's van een videorecorder, DVD-speler of andere apparatuur die is aangesloten op de verborgen eenheid.
1. Open het menuscherm en kies het [INPUT SETTING] menu.
(Zie bladzijde 14.)
3. Selecteer een aansluitingsfunctie.
Selecteer rechts van [VCR1] of [VCR2] de aansluitingsfunctie van de externe signaalbron.

Door iedere druk op de ◀ of ► toets verandert de aansluitingsfunctie in de volgende volgorde:
VCR1: [VIDEO] → [S-VIDEO] → terug naar [VIDEO]
VCR2: [NO SELECT] → [VIDEO] → [S-VIDEO] → terug naar [NO SELECT]
Opmerking:
- Kies [VIDEO] voor het bekijken van beelden van de apparatuur indien de apparatuur met de RCA videoingang is verbonden. (Zie bladzijde 25.)
- Kies [S-VIDEO] voor het bekijken van beelden van de apparatuur indien de apparatuur met de S-VIDEO ingang is verbonden. (Zie bladzijde 25.)
- Indien [VCR2] (NO SELECT) is gekozen, zullen de display en de ingebouwde luidspreker niet naar [VCR2] schakelen.
Display-instelling
[MIXING]
Zowel de audio van de navigatie-eenheid als de audio van bijvoorbeeld aangesloten video-apparatuur kan via de ingebouwde luidspreker worden weergegeven.
■[LOCATION]
U moet na aankoop en het installeren de plaats van de display beslist alvorens gebruik instellen.
Mengen van de navigatie-stembegeleiding en andere audio [MIXING]
Wanneer een navigatie-eenheid met de RGB ingang van de verborgen eenheid is verbonden, kunt u kiezen of u de stembegeleiding van de navigatie-eenheid wilt horen (ON) of niet (OFF).
-
Open het menuscherm en kies het [DISPLAY SETTING] menu. (Zie bladzijde 14.)
-
Kies [MIXING].
![PIONEER AVDW6000 - Mengen van de navigatie-stembegeleiding en andere audio [MIXING] - 1](/content/2026/03/429289/images/767de5a6a4e79fbde0c4a6ef7792bf5de09174543adee48f5da04fd5befba795.jpg)
Met MIXING ON ingesteld, kleurt deze markering rood.
[ON]: De stembegeleiding van de navigatie wordt tegelijk met de audio van andere apparatuur weergegeven.
[OFF]: De stembegeleiding van de navigatie wordt niet weergegeven.
Instellen van de plaats van de display [LOCATION]
Stel alvorens de display in gebruik te nemen eerst de plaats van de display in.
- Open het menuscherm en kies het [DISPLAY SETTING] menu. (Zie bladzijde 14.)
- Kies [LOCATION].
![PIONEER AVDW6000 - Instellen van de plaats van de display [LOCATION] - 1](/content/2026/03/429289/images/63dc4263d5770fa1e042454e63c3cec17501047b0cc7b58adf1e4c68dbfc291d.jpg)
- Kies de plaats waar de display werd gemonteerd.
![PIONEER AVDW6000 - Instellen van de plaats van de display [LOCATION] - 2](/content/2026/03/429289/images/1a1dc382be4f75baa70e4b35d9c2e90dc032be4f0e5e05085efe10948f4dc1fd.jpg)
[FRONT]: Kies indien dit product op het dashboard of ergens voor in de auto (waar de bestuurder zicht op de display heeft) werd gemonteerd.
[REAR]: Kies indien dit product voor de achterpassagiers ergens achter in de auto (waar de bestuurder geen zicht op de display heeft) werd gemonteerd.
Opmerking:
- Met [LOCATION] op [FRONT] gesteld, kan tijdens het rijden geen video worden getoond. Het instelmenu kan tevens niet worden getoond tijdens het rijden met de auto. ([ATTENTION] zal verschijnen tijdens het rijden van de auto.)
Parkeer de auto op een veilige plaats, trek de handrem aan en wacht totdat [ATTENTION] is verdwenen alvorens de display voor gebruik te bedienen.
Geforceerde VCR1 ingangsinstelling
Dit product heeft een functie waarmee autoatisch naar de video-ingang van de VCR1 aansluiting kan worden geschakeld wanneer u een achteruitkijk-camera in uw auto heeft. In dat geval zal automatisch direct naar de video van VCR1 worden geschakeld wanneer u de versnelling in REVERSE (R) (achteruit) schakelt.
(De basisinstelling is [BATTERY]. Raadpleeg de plaats van aankoop voor details.)
-
Open het menuscherm en kies het [CONTROL SETTING] menu. (Zie bladzijde 14.)
-
Selecteer de passende instelling voor de gemaakte verbinding.

[BATTERY]: Indien de versnelling in REVERSE (R) (achteruit) wordt gezet en de polariteit van de aangesloten draad (zie bladzijde 30) positief is.
[GND]: Indien de versnelling in REVERSE (R) (achteruit) wordt gezet en de polariteit van de aangesloten draad (zie bladzijde 30) negatief is.
Opmerking:
- Er wordt mogelijk niet naar de juiste video geschakelt. Controleer direct na het maken van deze instelling dat daadwerkelijk naar VCR1 wordt geschakeld zodra de versnelling van neutraal naar REVERSE wordt gezet.
- Verander de instelling indien tijdens het normaal vooruit-rijden er automatisch naar de video van VCR1 wordt geschakeld.

LET OP
Deze functie is ontworpen voor exclusief gebruik met een achteruitkijk-camera. Gebruikers mogen uitsluitend de VTR 1 ingang met “AUTOMATIC INPUT SWITCHING” met een dergelijke achteruitkijk-camera verbinden. Gebruikers mogen niet andere apparatuur met de VTR 1 ingang met “AUTOMATIC INPUT SWITCHING” verbinden.

LET OP
- Als water of vreemde bestanddelen in de display terechtkomen, schakelt dan de apparatuur direct uit en raadpleeg uw dealer of dichtstbijzijnde PIONEER servicecentrum. De display mag nooit in deze toestand gebruikt worden, aangezien dit kan resulteren in een defect, een elektrische schok of zelfs brand.
- Als de display rook uitstoot, een vreemd geluid maakt, een vreemde geur afgeeft e.d. dient u de apparatuur direct uit te schakelen en uw dealer of dichtstbijzijnde PIONEER servicecentrum te raadplegen. De display mag nooit in deze toestand gebruikt worden, aangezien dit kan resulteren in een defect van het systeem.
- Verwijder nooit het achterpaneel van de display. Er zijn componenten in de display die onder hoge spanning staan, waardoor het gevaar bestaat van een elektrische schok. Laat eventuele inspecties, afstellingen en reparaties van het apparaat over aan uw dealer of dichtstbijzijnde PIONEER servicecentrum.
Behandeling van de display
- Laat de display niet in het directe zonlicht of op plaatsen met een hoge temperatuur liggen wanneer de display niet wordt gebruikt.
- Het toegestane temperatuurbereik voor gebruik en opbergen van de display is als volgt: Bedrijfstemperatuur : -10 tot +50^
Opslagtemperatuur: -20 tot +80 °C
Wanneer u de display bij een hogere of lagere temperatuur gebruikt of opbergt, is het mogelijk dat het apparaat niet juist werkt en kunnen er beschadigingen worden veroorzaakt. - Voor een optimale afleesbaarheid heeft het LCD-scherm geen glaslaag aan de voorzijde. Druk daarom nooit hard tegen het scherm aangezien dit beschadigingen kan veroorzaken.
- Raak het LCD-scherm niet aan. Dit kan resulteren in krassen of vetvlekken op het scherm.
Informatie betreffende het beeldscherm (LCD-scherm)
- Controleer dat warme of koude lucht van de airconditioning/verwarming niet direct op de display komt wanneer de display in de buurt van de airconditioning/verwarming is. Hitte van de verwarming kan het LCD-scherm namelijk breken of beschadigen en door koude lucht van de airconditioning kan condens in de display worden gevormd met mogelijk beschadiging tot gevolg. Daarbij wordt het scherm mogelijk donker of wordt de levensduur van de fluorescentiebuis in de display verkort wanneer de display door koude lucht van de airconditioning sterk afkoelt.
- Het is mogelijk dat u zwarte of witte stippen (heldere puntjes) op het LCD-scherm ziet. Dit is een eigenschap van LCD-schermen en duidt niet op een defect.
- Bij lage temperaturen is het mogelijk dat het beeld een tijdje erg donker is nadat de display is ingeschakeld.
- Het beeld op het LCD-scherm is niet goed zichtbaar als er direct zonlicht op het scherm valt.
Verzorging van het beeldscherm
- Wanneer u stof e.d. van het beeldscherm wilt verwijderen, schakel dan het autonavigatiesysteem eerst uit en gebruik een zachte, droge doek. Dit om beschadigingen te voorkomen.
- Wees voorzichtig dat u bij het schoonvegen van het scherm geen krassen veroorzaakt. Gebruik nooit reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen natte doek voor het schoonmaken. Gebruik geen organische oplosmiddelen zoals benzine, thinner enz.
Informatie betreffende de kleine fluorescentiebuis in de display
- In de display is een kleine fluorescentiebuis die gebruikt wordt voor de verlichting van het LCD-scherm.
* De fluorescentiebuis is aan slijtage onderhevig en heeft een beperkte gebruiksduur.
* De fluorescentiebuis heeft, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden, een levensduur van ongeveer 10.000 uur. (Bij gebruik van de display bij lage temperaturen is de levensduur van de fluorescentiebuis korter.)
* Als het einde van de levensduur van de fluorescentiebuis wordt bereikt, zal het scherm zwart worden en ziet u geen beeld meer. Neem in dat geval contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde PIONEER servicecentrum te raadplegen.

LET OP
- PIONEER raadt u af de display zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te verrichten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onderhoud van het apparaat over aan bevoegd Pioneer servicepersoneel.
- Maak alle draden met kabelklemmen of isolatietape vast. Let er tevens op dat er geen draden blootliggen.
- Boor geen gat in het motorruimteschot om de geel draad van het apparaat naar de auto-accu te leiden. Door de motortrillingen kan de aangebrachte isolatie losraken op de plaats waar de draad van het interieur naar de motorruimte loopt, met een gevaarlijke situatie tot gevolg. Zorg ervoor dat u de draad op de diverse plaatsen stevig vastmaakt.
- Wanneer het displaysnoer zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het inbouwen van de display op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto.
- Zorg ervoor dat de draden de beweging van de diverse onderdelen van de auto zoals de versnellingspook, de handrem of het stoelverschuivingsmechanisme niet hinderen.
- Maak ook geen enkele andere draad korter. Het is anders mogelijk dat het beveiligingscircuit niet juist werkt.
Opmerking:
- Dit apparaat is bestemd voor inbouw in voertuigen met een negatief geaarde 12-volts accu. Alvorens u het installeert in een auto, bus, vrachtwagen of ander voer- of vaartuig, dient u eerst te controleren of de accuspanning de juiste is.
- Om kortsluiting te vermijden, dient u vooral voor het installeren de negatieve accukabel los te maken.
- Zie de gebruiksaanwijzing van de andere te verbinden apparatuur voor details en sluit in overeenstemming juist aan.
- Houd de bedrading op zijn plaats met kabelklemmen of met isolatieband. Wikkel ter bescherming ook isolatieband om de bedrading waar deze de metalen oppervlakken van de auto raakt.
- Leid de bedrading altijd zo dat deze niet in aanraking kan komen met bewegende onderdelen zoals de versnellingspook, de handrem en de geleiderails van de stoelen. Zet de bedrading stevig vast en vermijd ook plaatsen die warm worden, zoals bij een uitblaasopening van de autoverwarming. Als de isolatie smelt of door beweging doorslijt, zou er kortsluiting kunnen ontstaan.
- Leid de gele draad niet door het brandschot naar de motorruimte voor aansluiting op de accu. Hierbij is de kans groot op beschadiging van de isolatie en zeer gevaarlijke kortsluiting.
- Maak de bedrading niet korter. Bij inkorten van de bedrading kan het beveiligingscircuit niet in werking treden wanneer dat nodig is.
- Tap geen stroom af van de bedrading door een stukje isolatie te verwijderen en een andere draad aan de kerndraad te verbinden. Hierdoor kan de maximale stroomcapaciteit van de draad overschreden worden, met als gevolg oververhitting.
- Vervang een doorgebrande zekering altijd alleen door een nieuwe zekering van hetzelfde type, zoals aangegeven op de zekeringhouder.
- Bij inbouw van dit apparaat in een auto waarvan het contactslot geen “ACC” stand heeft, dient u de rode stroomdraad van dit apparaat aan te sluiten op een aansluitpunt waarvan de stroom wordt in- en uitgeschakeld door ON/OFF zetten van het contactsleuteltje. Als u deze stroomdraad aansluit op een punt dat altijd stroom krijgt, kan de accu leegraken als u de auto enkele uren ongebruikt laat.

- Snoeren voor dit product en overeenkomende snoeren voor andere producten hebben mogelijk verschillende kleuren ookal is de functie van de snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit product met een ander product daarom de installatiehandleiding van beide producten en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar.
Namen en functies van de aansluitingen
■Verborgen eenheid

Ingangsaansluiting voor stereo audiosignalen, bijvoorbeeld van een videorecorder, DVD-speler of andere AV apparatuur.
②VCR1 RCA video-ingang (geel)
Ingangsaansluiting voor videosignalen, bijvoorbeeld van een videorecorder, DVD-speler of andere AV apparatuur.
③VCR1 S-VIDEO ingang (zwart)
Ingangsaansluiting voor S-VIDEO signalen wanneer de display is aangesloten op AV apparatuur met een S-VIDEO uitgangsaansluiting.
Ingangsaansluiting voor stereo audiosignalen, bijvoorbeeld van een videorecorder, DVD-speler of andere AV apparatuur.
⑤VCR2 RCA video-ingang (geel)
Ingangsaansluiting voor videosignalen, bijvoorbeeld van een videorecorder, DVD-speler of andere AV apparatuur.
⑥VCR2 S-VIDEO ingang (zwart)
Ingangsaansluiting voor S-VIDEO signalen wanneer de display is aangesloten op AV apparatuur met een S-VIDEO uitgangsaansluiting.
⑦RESET toets
Met deze toets wordt de microprocessor van de display teruggesteld. Druk deze toets met de punt van een pen of iets dergelijks in.
⑧Display RGB uitgang (wit)
Voor aansluiting op de display.
⑨Stroomaansluiting
Sluit hierop de meegeleverde stroomkabel aan.
⑩RCA video-uitgang (geel)
Uitgangsaansluiting voor verbinden van de display met andere AV apparatuur. Via deze display geselecteerde video wordt naar deze uitgangsaansluiting gestuurd.
Uitgangsaansluiting voor verbinden van de display met andere AV apparatuur. Via deze display geselecteerde audio wordt naar deze uitgangsaansluiting gestuurd.
⑫RGB ingang (paars)
Ingangsaansluiting voor het verbinden van een navigatiesysteem of andere Pioneer AV apparatuur.
Aansluiten van de stroomkabel

flowchart
graph TD
A["Verborgen eenheid"] --> B["Sroomkabel"]
B --> C["RCA video-uitgang (geel) (Zie bladzijde 29.)"]
C --> D["Zekeringweerstand"]
D --> E["Lichtgroen/Oranje (Zie bladzijde 30.)"]
D --> F["Zwart (aarde)"]
D --> G["Naar een metalen gedeelte van de carrosserie."]
D --> H["Zekeringweerstand"]
H --> I["Rood"]
I --> J["Naar een aansluiting waarvan de stroomtoevoer geregeld wordt door de ON/OFF instelling van het contactslot (12 V gelijkstroom)."]
H --> K["Sluit deze draad niet aan op een aansluiting die voortdurend van stroom voorzien wordt. Indien u dit wel doet kan de accu-accu leeglopen."]
H --> L["Zekeringhouder (4 A)"]
L --> M["Geel"]
M --> N["Naar een aansluiting die altijd van stroom voorzien wordt, ongeacht de stand van het contactslot."]
L --> O["Handrem-schakelaar"]
O --> P["Lichtgroen"]
P --> Q["Via deze draad wordt de stand van de handrem (aangetrokken/ontspannen) aan het autonavigatiesysteem doorgeveven. De draad moet verbonden worden met de stroom-aansluiting van de handremschakelaar."]
O --> R["Stroomdraad"]
R --> S["Aarding"]
S --> T["Aansluitmethode"]
T --> U["Klem de stroomdraad van de handremschakelaar in de stekker vast."]
T --> V["Maak de stekker-helften met een kabeltang dicht."]
Aansluitdiagram (VCR ingang)

flowchart
graph TD
A["Display-eenheid"] --> B["Wit"]
B --> C["Verborgen eenheid"]
C --> D["3 m"]
D --> E["Standaard RCA tulpstekkerkabel (los verkrijgbaar)"]
C --> F["VCR1 RCA audio-ingang (wit, rood)"]
C --> G["VCR1 RCA video-ingang (geel)"]
C --> H["VCR1 S-VIDEO ingang (zwart)"]
C --> I["VCR1 Ingang"]
C --> J["VCR2 Ingang"]
F --> K["S-VIDEO kabel (los verkrijgbaar)"]
G --> K
H --> K
I --> K
J --> K
K --> L["Naar S-VIDEO uitgang"]
K --> M["Naar VIDEO uitgang"]
K --> N["Naar AUDIO uitgang"]
L --> O["Los verkrijgbaar videocomponent met RCA uitgang"]
Opmerking:
- Deze display heeft een functie voor het instellen van de montageplaats [LOCATION] – [FRONT/REAR]. U moet na het installeren “voor” of “achter” instellen al naar gelang de plaats van de display. (Zie bladzijde 19.)
- Met andere AV apparatuur op de VCR1 of VCR2 ingang aangesloten, moet u mogelijk bepaalde instellingen maken. (Zie bladzijde 17.)
- Ook wanneer een S-VIDEO signaal naar dit apparaat wordt gestuurd, moet u tevens een verbinding met de RCA video-ingang (geel) maken; er wordt anders geen video via de video-uitgangsaansluiting van dit apparaat weergegeven.
Aansluitdiagram (RGB ingang)
Na installatie van dit product kunt u een los verkrijgbaar Pioneer apparaat verbinden.

flowchart
graph TD
A["Display-eenheid"] --> B["Wit"]
B --> C["Paars"]
C --> D["RGB ingang (paars)"]
D --> E["3 m"]
E --> F["Verborgen eenheid"]
F --> G["RGB kabel (los verkrijgbaar)"]
G --> H["Groen"]
H --> I["Navigatiesysteem, AV masterunit, Verborgen TV-tuner (los verkrijgbaar)"]
I --> J["RGB uitgang (groen)"]
J --> K["Verbind met de RGB uitgang (groen) van de"]
RGB uitgang (groen)
Verbind met de RGB uitgang (groen) van de display van andere AV apparatuur. (Het is tevens mogelijk om uitsluitend de stembgeleiding van een navigatiesysteem weer te geven.)
Verbinden van de RCA audio- en videouitgang

text_image
Verborgen eenheid Stroomkabel (Zie bladzijde 26.) 15 cm RCA video-uitgang (geel) RCA audio-uitgang (wit, rood) Standaard RCA tulpstekkersnoer (los verkrijgbaar) Naar audio-ingang (R) Naar audio-ingang (L) Tweede display, videodeck, etc. RCA video-uitgang (geel)Aansluiten van het "AUTOMATIC INPUT SWITCHING" snoer
Bij gebruik van dit product met een achteruitkijk-camera kan automatisch naar de video van VCR1 worden geschakeld wanneer de versnellingspook in de REVERSE (R) stand wordt gezet.
Verbind de achteruitkijk-camera met de VCR1 ingang. (Zie bladzijde 25.)

text_image
Verborgen eenheid Stroomkabel (Zie bladzijde 26.)Zekeringweerstand
Opmerking:
- Na het aansluiten moet u de juiste instelling voor de gemaakte verbinding maken. (Zie bladzijde 20.)
Lichtgroen/Oranje
Van de twee draden van de achteruitrijlamp moet u de draad verbinden waarvan het voltage verandert wanneer de versnellingspook in REVERSE (R) wordt gezet.
Middels deze verbinding kan het apparaat waarnemen of de auto vooruit of achteruit rijdt.

LET OP
Deze functie is ontworpen voor exclusief gebruik met een achteruitkijk-camera. Gebruikers mogen uitsluitend de VTR 1 ingang met "AUTOMATIC INPUT SWITCHING" met een dergelijke achteruitkijk-camera verbinden. Gebruikers mogen niet andere apparatuur met de VTR 1 ingang met "AUTOMATIC INPUT SWITCHING" verbinden.

LET OP
- Raadpleeg uw dealer voor instructies omtrent het bevestigen van het display.
- Monteer de display niet op een plaats waar: (i) de display het zicht van de bestuurder op de weg kan belemmeren, (ii) de display de werking van de diverse voorzieningen in de auto, zoals de airbags, nadelig zou kunnen beïnvloeden, (iii) de display de bestuurder kan hinderen bij her besturiew van de auto.
- PIONEER raadt u af de display zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te verrichten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onderhoud van het apparaat over aan bevoegd PIONEER servicepersoneel.
- Monteer de display midden tussen de bestuurder en de voorpassagier, zodat de bestuurder en voorpassagier geen letsel kunnen oplopen wanneer sterk geremd wordt.
- Monteer de display niet op een plaats waar deze de werking van de airbags zou kunnen hinderen.
- Monteer de display niet op een plaats waar deze de werking van de diverse systemen en veiligheidsvoorzieningen van de auto, waaronder de airbags, zou kunnen belemmeren.
- Controleer of er niets achter het dashboard of de panelen zit wanneer u hierin gaten gaat boren. Wees voorzichtig dat u geen brandstofleidingen, remleidingen of stroomkabels beschadigt.
- Wanneer u schroeven gebruikt, let er dan op dat deze niet in contact komen met de elektrische bedrading. De bedrading zou beschadigd kunnen raken door de voertuigtrillingen, wat kan leiden tot kortsluiting of andere storingen.
- Wanneer het displaysnoer zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het inbouwen van de display op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto.
- Zorg ervoor dat de draden niet loshangen en geraakt kunnen worden door een portier of stoelverschuivingsmechanisme, met eventueel kortsluiting tot gevolg.
- Als dit product is aangebracht op een plek waar het zichtbaar is voor de bestuurder van het voertuig, MOET u altijd het display [DISPLAY SETTING] (display instelling) op [FRONT] (voor) instellen. Doet u dit niet, dan is het mogelijk dat de bestuurder wordt afgeleid door de zichtbare beelden terwijl het voertuig in beweging is.
Als dit product is aangebracht op een plek waar het niet zichtbaar is voor de bestuurder van het voertuig, mag u het display op [REAR] (achter) zetten. Gebruik van dit product is onderworpen aan lokale regelingen aangaande plaatsing en gebruik. PIONEER Corporation kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele problemen, schade of verlies als gevolg van gebruik van het product met een onjuiste instelling of anderszins in strijd met lokale regelingen.
- Voor een juiste montage dient u de bijgeleverde onderdelen op de beschreven manier te gebruiken. Bij gebruik van andere onderdelen dan de bijgeleverde, kan het product inwendig worden beschadigd of zal de bevestiging mogelijk niet goed zijn waardoor het product uiteindelijk valt met tevens mogelijk beschadiging tot gevolg.
Wanneer de display voor in de auto wordt gemonteerd
- Voor de veiligheid moet de display op een plaats worden gemonteerd die aan de volgende criteria voldoet:
* Waar het zicht van bestuurder beslist niet wordt gehinderd.
* Waar de bestuurder nog goed de voorkant van de auto kan zien bij het kijken naar de display.
* Waar de display gezien vanaf de bestuurder beslist niet boven de motorkap van de auto komt.
Alvorens de display definitief te bevestigen
- Controleer na het maken van de aansluitingen of het autonavigatiesysteem juist werkt voordat u de dispaly definitief bevestigt.
- Druk na het maken van de verbindingen met de punt of een pen of iets dergelijks in.
Alvorens de kleefstroken vast te plakken
- Zorg dat het oppervlak waarop u de kleefstrook gaat aanbrengen droog is en vrij van stof, olie, vet enz.
Inbouwen van de display met behulp van de bijgeleverde displaystandaard
Volg de onderstaande aanwijzingen voor het monteren van de display met behulp van de dispalystandaard.
1. Plak de kussentjes tegen de onderkant van de displaystandaard.
Gebruik de kussentjes op de afgebeelde wijze om beschadiging van het dashboard te voorkomen.

text_image
Displaystandaard Kussentje2. Bevestig de displaystandaard en de montagevoet aan de display.

text_image
Montagevoet3. Bepaal de plaats voor de display.
Zet de display op het dashboard en bepaal de beste plaats voor het apparaat, zonder dat u het beschermvel aan de onderkant van de montagevoet verwijdert.
Opmerking:
- Kies de plaats overeenkomstig de aanbevelingen en voorschriften op blz. 31 en 32.
- Bevestig de display op een plaats waar u deze gemakkelijk kunt losmaken van de displaystandaard.

Buig de montagevoet zodat de vorm overeenkomt met die van het dashboard.

4. Plak de montagevoet op het dashboard.
Zorg dat het oppervlak waarop u de montagevoet gaat aanbrengen droog is en vrij van stof, olie, vet enz.

Verwijder het beschermvel aan de onderkant.
Opmerking:
- De onderkant van de montagevoet bevat een sterk plakmiddel, dat het dashboard kan beschadigen wanneer u de montagevoet verwijdert.
5. U kunt de montagevoet ook met de tapschroeven op het dashboard bevestigen.

- Voordat u de gaten boort, dient u te controleren of de schroeven geen beschadigingen kunnen veroorzaken aan de diverse onderdelen van de auto (zoals de onderliggende brandstofleidingen, remleidingen, elektrische bedrading, enz.).
6. Stel de hoogte en de hoek van het displayscherm in.
Laat de display zakken totdat de onderkant van de displaystandaard op het dashboard rust. Draai het displayscherm totdat u het beeld zo goed mogelijk kunt zien.
Draai deze knop naar linksom om de hoogte van de display af te stellen.

Draai deze knop linksom om de hoek van de display te wijzigen.
Opmerking:
- Nadat u de hoogte en hoek heeft afgesteld, draait u de knoppen rechtsom om de display in de afgestelde positie te vergrendelen.
Installatie verborgen eenheid
Voorzorgen voor de installatie
- Installeer het toestel nooit op de volgende plaatsen vanwege het gevaar voor storingen vanwege oververhitting.
* Plekken zoals het dashboard of de hoedenplank waar het toestel zal blootstaan aan direct zonlicht.
* Dicht bij de luchtuitstroom van de verwarming.
- Dichtbij portieren enz. waar het toestel mogelijk wordt blootgesteld aan regen.
- Bij installatie onder een voorstoel, moet u controleren of de bewegingen van de stoel niet worden belemmerd.
- Installatie direct op de vloerbedekking is mogelijk als het stukje van het klittenband met de haakjes op de vloerbedekking blijft plakken. Gebruik in dit geval niet het stukje klittenband met de lusjes.
Installatie verborgen eenheid
Plak in andere gevallen de kant met de haakjes van het meegeleverde klittenband aan de onderkant van de verborgen eenheid en plak de kant met de lusjes (meegeleverd) op de plek waar u het toestel wilt bevestigen.

text_image
Verborgen eenheid Klittenband (haakjes) Klittenband (lusjes) Vloerbedekking autoTechnische gegevens
Algemeen
Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 — 15,1 V toelaatbaar)
Aarding ...... Negatief
Max. stroomverbruik 1,6 A
Beeldscherm
Schermformaat/-verhoudingen 6,5 inch/16:9
(effectief display-oppervlak: 144 ×80 mm)
Beeldpunten.... 280.800 (234 × 1.200)
Type ...... Actieve matrix LCD (TFT), doorlaattype
Kleursysteem .... Geschikt voor PAL/NTSC
Bedrijfstemperatuur....-10—+50 °C
Opslagtemperatuur -20 — +80 °C
Luidspreker .... 36 mm
Afmetingen 187 (B) × 111 (H) × 35 (D) mm
Gewicht 390 gram
Verborgen eenheid
Extern video-ingangsniveau 1 Vp-p/75 Ω
Extern audio-ingangsniveau 1 V/22 kΩ
Max. uitgangsimpedantie 1 Vp-p/75 Ω
Max. uitgangsniveau externe audio.... 1 V/1 kΩ
Afmetingen 156 (B) × 95 (H) × 37 (D) mm
Gewicht 720 gram
Opmerking:
- Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving voorbehouden. Het door u gekochte product kan enigszins verschillen van de afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing.
SimpelGids