PKO 270 A3 - Compressor PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PKO 270 A3 PARKSIDE in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Zuigercompressor, vermogen 270 W, luchtstroom 100 L/min, maximale druk 8 bar. |
|---|---|
| Gebruik | Ideaal voor opblaaswerkzaamheden, persluchtreiniging en het voeden van pneumatische gereedschappen. |
| Onderhoud en reparatie | Controleer regelmatig het oliepeil, reinig het luchtfilter en controleer de pneumatische aansluitingen. |
| Veiligheid | Draag persoonlijke beschermingsmiddelen, overschrijd de maximale druk niet, vermijd blootstelling aan water. |
| Algemene informatie | Lichtgewicht, compact ontwerp, gemakkelijk te vervoeren, 3 jaar garantie. |
Veelgestelde vragen - PKO 270 A3 PARKSIDE
Download de handleiding voor uw Compressor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PKO 270 A3 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PKO 270 A3 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PKO 270 A3 PARKSIDE
1. Verklaring van de symbolen op het apparaat
NL BE Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheids- voorschriften! NL BE Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. NL BE Waarschuwing voor hete delen! (A afb. 11) NL BE Waarschuwing voor elektrische spanning NL BE Waarschuwing! De eenheid wordt automatisch aangestuurd en mag zonder waarschu- wing starten. NL BE Let op! Voor eerste ingebruikname oliepeil controleren en olieafsluitplug vervangen! NL BE Waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften in acht nemen! NL BE Weergave van het geluidsvermogensniveau in dB NL BE Stel het apparaat niet bloot aan regen!15NL/BE
Fabrikant: scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
- niet doelmatig gebruik,
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht ne- men van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113 Let op: Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te ma- ken, uw elektrisch gereedschap te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het elektrisch gereedschap veilig, vakkundig en eco- nomisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van elektrische apparaat verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks- handleiding moet u absoluut de voor de werking van het elek- trische apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrisch gereedschap in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De ge- bruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd. Aan het elektrisch gereedschap mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het elektrisch gereedschap geïnstrueerd en over de daarmee ver- bonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden genomen. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheids- voorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handlei- ding of de veiligheidsvoorschriften.
3. Beschrijving van het apparaat
4. Manometer (ingestelde druk kan afgelezen worden)
6. Manometer (keteldruk kan afgelezen worden)
10. Aftapplug voor condenswater
17. Aan/uit-schakelaar
De compressor wordt gebruikt voor het genereren van pers- lucht voor persluchtgereedschap dat kan worden bediend met een luchtvolume tot ca. 180 l/min. (bijv. bandenpomp, lucht- pistool en verfspuitpistool). Door de beperkte luchtstroom is het niet mogelijk om gereedschappen met een zeer hoog lucht- verbruik te bedienen (bijv. vlakschuurmachine, rechte slijper en slagschroevendraaier).16 NL/BE De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel wor- den gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wan- neer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industri- ele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
6. Veiligheidsvoorschriften
m Let op! Bij gebruik van elektrische apparaten dient u de volgende fun- damentele veiligheidsmaatregelen te nemen ter bescherming tegen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees alle voorschriften alvorens deze machine te gebruiken en bewaar de veiligheidsvoorschriften. Veilig werken
1. Houd uw werkomgeving schoon en netjes
- Een rommelige werkomgeving kan ongevallen met zich meebrengen.
2. Houd rekening met omgevingsinvloeden
- Stel het elektrische gereedschap niet bloot aan regen. - Gebruik de elektrische apparatuur niet in een vochtige of natte omgeving. Risico op een elektrische schok! - Zorg voor goede verlichting op de werkplek. - Gebruik het elektrische gereedschap niet op plaatsen waar sprake is van brand- of explosiegevaar.
3. Bescherm uzelf tegen een elektrische schok
- Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen (bijv. buizen, radiatoren, elektrische haar- den, koelapparatuur).
4. Zorg dat kinderen uit de buurt blijven!
- Laat andere personen het gereedschap en de kabel niet aanraken, houd ze uit de buurt van uw werkplek.
5. Berg het ongebruikte elektrische gereedschap goed op
- Elektrisch gereedschap dat niet wordt gebruikt, moet op een droge, hooggelegen, afgesloten plaats, buiten het bereik van kinderen, worden bewaard.
6. Zorg dat het elektrisch apparaat niet overbelast raakt
- U kunt beter en veiliger werken binnen het aangegeven vermogensbereik.
7. Draag geschikte kleding
- Draag geen wijde kleding of sieraden, deze kunnen door bewegende delen worden vastgegrepen. - Bij het werken in open lucht draagt u best rubber hand- schoenen en slipvast schoeisel. - Draag bij lang haar een haarnetje.
8. Gebruik de kabel niet voor toepassingen, waarvoor deze
niet is bedoeld - Gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scher- pe kanten.
9. Onderhoud zorgvuldig uw gereedschap
- Houd uw compressor schoon om beter en veiliger te werken. - Neem de onderhoudsvoorschriften in acht. - Controleer regelmatig het netsnoer van het elektrisch gereedschap en laat deze bij beschadiging door een erkende specialist vervangen. - Controleer regelmatig de verlengsnoeren en vervang deze als ze zijn beschadigd.
10. Neem de stekker uit het stopcontact
- Als u het elektrisch gereedschap niet gebruikt, voordat u onderhoud uitvoert of gereedschappen wisselt, zoals zaagbladen, boren en frezen.
11. Voorkom onbedoelde inschakeling
- Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld wanneer u de stekker in het stopcontact steekt.
12. Gebruik een verlengsnoer voor gebruik buitenshuis
- Gebruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoeren die hier- voor zijn goedgekeurd en die als zodanig zijn gelabeld. - Gebruik de snoeren alleen als de trommel is afgerold.
13. Blijf steeds alert
- Ga voorzichtig te werk. Gebruik uw gezond verstand tijdens de werkzaamheden. Gebruik de machine niet wanneer u niet geconcentreerd bent.
14. Controleer het elektrisch gereedschap op eventuele be-
schadigingen - Voor verder gebruik van het elektrisch gereedschap moeten veiligheidsvoorzieningen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op probleemloze en beoogde werking worden gecontroleerd. - Controleer of de bewegende delen probleemloos func- tioneren en niet vastklemmen of onderdelen beschadigd zijn. Alle onderdelen moeten juist zijn gemonteerd en aan alle voorwaarden voldoen om het probleemloos gebruik van het elektrisch gereedschap te kunnen waar- borgen. - Beschadigde veiligheidsvoorzieningen en onderdelen moeten conform de voorschriften door een erkende dealer worden gerepareerd en vervangen, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing is aangegeven. - Beschadigde schakelaars moeten direct bij een erkende klantenservicewerkplaats worden vervangen. - Gebruik geen defecte of beschadigde aansluitkabels. - Gebruik geen elektrisch gereedschap waarbij de scha- kelaar niet kan worden in- of uitgeschakeld.
15. Laat de machine repareren door een erkend elektricien
- Dit elektrisch apparaat voldoet aan de van toepas- sing zijnde geldende voorschriften. Reparaties mogen uitsluitend door een elektricien worden uitgevoerd. Daarbij moeten de originele reserveonderdelen worden gebruikt, anders kunnen ongevallen voor de gebruiker ontstaan.
- Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen toebehoren en hulpappparaten, die in de gebruikshandleiding zijn aangegeven of door de gereedschapsfabrikant worden aanbevolen of aangegeven. Bij gebruik anders dan in de gebruikshandleiding of in de catalogus aanbevolen gebruiksgereedschappen of toebehoren kan er persoon- lijk letsel ontstaan.
- Tijdens het gebruik van de compressor dient u gehoor- bescherming te dragen.17NL/BE
18. Vervangen van netsnoer
- Als het snoer wordt beschadigd, moet deze door de fa- brikant of een elektricien worden vervangen om gevaar te voorkomen. Risico op een elektrische schok!
19. Vullen van banden
- Controleer de bandenspanning direct na het vullen met behulp van een geschikte manometer, bijvoorbeeld bij een tankstation.
20. Mobiele wegcompressoren in de bouw
- Let op dat alle slangen en armaturen geschikt zijn voor de hoogst toelaatbare werkdruk van de compressor.
21. Opstellingslocatie
- Plaats de compressor op een vlak oppervlak.
22. Het is aan te bevelen, om toevoerslangen bij een druk bo-
ven 7 bar van een veiligheidskabel te voorzien, bijv. een staalkabel.
23. Vermijdt zware belasting van het leidingsysteem door flexi-
bele slangaansluitingen te gebruiken en knikken te vermij- den.
24. Zorg ervoor dat de oliekoelapparaten schoon blijven en
dat de beschermingsmiddelen in goede staat blijven.
25. Gevaar voor verbranding door hete olie
- Draag geschikte veiligheidshandschoenen. - Werk nooit met de compressor in de buurt van open vuur. - Pas op dat u geen olie morst.
26. Het is verboden de motor bij lage temperaturen onder 0°C
te starten. Aanvullende veiligheidsvoorschriften Veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden met perslucht en luchtpistolen
- Compressorpomp en leidingen bereiken tijdens bedrijf hoge temperaturen. Contact leidt tot brandwonden.
- De door de compressor aangezogen lucht moet vrijgehou- den worden van toevoegingen die brand of explosies in de compressorpomp kunnen veroorzaken.
- Houd bij het losmaken van de slangkoppeling het koppelstuk van de slang met de hand vast. Zo voorkomt u letsel door de terugspringende slang.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u met het luchtpistool werkt. Door vreemde deeltjes en weggeblazen onderdelen kunnen verwondingen ontstaan.
- Met het luchtpistool niet richting personen blazen of kleding op het lichaam wordt gedragen, reinigen. Gevaar voor let- sel! Veiligheidsvoorschriften voor het spuiten van verf
- Geen lakken of oplosmiddelen met een vlampunt van minder dan 55° C verwerken. Explosiegevaar!
- Lak en oplosmiddelen niet verwarmen. Explosiegevaar!
- Als er vloeistoffen worden verwerkt die schadelijk zijn voor de gezondheid, zijn er filterapparaten (gelaatsmaskers) no- dig ter bescherming. Neem ook de specificaties in acht die door de fabrikanten van dergelijke stoffen wordt verstrekt met betrekking tot voorzorgsmaatregelen.
- De specificaties en aanduidingen van de verordening inza- ke gevaarlijke stoffen die op de omverpakking van de ver- werkte materialen zijn aangebracht, moeten in acht worden genomen. Indien nodig moeten aanvullende voorzorgsmaatregelen worden getroffen, met name wat betreft het dragen van ge- schikte kleding en maskers.
- Tijdens het spuiten alsook in de werkruimte mag niet worden gerookt. Explosiegevaar! Ook verfdampen zijn licht ontvlam- baar.
- Vuur, open verlichting of vonkende machines mogen niet aanwezig zijn resp. bediend worden.
- Bewaar of consumeer geen voedsel en dranken in de werk- omgeving. Verfdampen zijn schadelijk voor de gezondheid.
- De werkruimte moet groter zijn dan 30 m³ en er moet wor- den gezorgd voor voldoende luchtverversing tijdens het spui- ten en drogen.
- Spuit niet tegen de wind in. Neem altijd de voorschriften van de plaatselijke politie in acht bij het spuiten van brandbare of gevaarlijke spuitmateriaal.
- Verwerk geen media zoals testbenzine, butylalcohol en me- thyleenchloride in combinatie met de PVC-drukslang. Deze media vernietigen de drukslang.
- Bij gebruik in combinatie met spuittoebehoren (bijv. een verfspuitpistool):Houd bij het vullen van de spuitapparatuur afstand tot het apparaat en spuit niet in de richting van de compressor. Gebruik van drukvaten
- Iedereen die een drukvat bedient, moet het conform de voorschriften in goede staat houden, goed bedienen, con- troleren, noodzakelijke onderhouds- en instandhoudings- werkzaamheden onverwijld uitvoeren en de door de om- standigheden vereiste veiligheidsmaatregelen treffen.
- De toezichthoudende autoriteit kan in individuele gevallen nodige controlemaatregelen vereisen.
- Een drukvat mag niet worden gebruikt als het defecten ver- toont die werknemers of derden in gevaar brengen.
- Controleer vóór elk gebruik het drukvat op roestvorming en beschadigingen. De compressor mag niet gebruikt worden als het drukvat beschadigd of roestig is. Neem contact op met de klantendienst-werkplaats als u beschadigingen con- stateert. Bewaar de veiligheidsvoorschriften zorgvuldig. Restrisico’s Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschreven onder- houds- en veiligheidsvoorschriften op. Let altijd goed op tijdens het werk en zorg dat derden op een veilige afstand van uw werkplek blijven. Ook bij een juiste wijze van gebruik van het apparaat blijven er altijd bepaalde restrisico’s bestaan, die niet kunnen worden uitgesloten. Uit het soort en de constructie van het apparaat kunnen de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:
- Onopzettelijk inschakelen van het product.
- Beschadiging van het gehoor, als de voorgeschreven ge- hoorbescherming niet wordt gedragen.
- Vuildeeltjes, stof enz. kunnen ondanks het dragen van de veiligheidsbril in uw ogen of gezicht terechtkomen.
- Inademen van opstuivende vuildeeltjes.18 NL/BE Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstan- digheden interfereren met actieve of passieve medische implan- taten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
8. Voor de ingebruikname
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transport- schade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd. GEVAAR Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkings- gevaar! Controleer vóór het aansluiten of de specificaties op het ty- peplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
- Verwijder voor ingebruikname het transportdeksel (20a) en vul het compressorpomphuis met olie, zoals beschreven bij punt 9.4.
- Controleer het apparaat op transportschade. Meld eventu- ele schade direct bij het transportbedrijf dat de compressor heeft bezorgd.
- De opstelling van de compressor moet nabij de verbruiker plaatsvinden.
- Lange luchtleidingen en lange snoeren (verlengsnoeren) moeten worden voorkomen.
- Let er op dat de aanzuiglucht droog en stofvrij is.
- De compressor niet in vochtige of natte ruimtes plaatsen.
- De compressor mag slechts in gepaste ruimten (goed ge- ventileerd, omgevingstemperatuur +5°C tot 40°C) worden gebruikt. In de ruimte mag geen sprake zijn van stof, zuren, dampen, explosieve of brandbare gassen.
- De compressor is geschikt voor gebruik in droge ruimtes. In het bereik waar met spatwater wordt gewerkt, is gebruik niet toegestaan.
- Vóór inbedrijfstelling dient het oliepeil in de compressor- pomp te worden gecontroleerd.
9. Montage en bediening
m Let op! Het apparaat moet voor de ingebruikname volle- dig zijn gemonteerd! Voor de montage heb je nodig: 1x steeksleutel 13 mm 1x kruiskopschroevendraaier (niet bij de levering inbegrepen)
9.1 Montage van de wielen (afb. 4)
- Monteer de bijbehorende wielen (11) zoals weergegeven.
9.2 Montage van de standvoeten (afb. 5)
- Monteer de bijbehorende standvoeten (9) zoals weergege- ven.
9.3 Montage van de luchtfilter (afb. 6, 7)
- Verwijder het transportdeksel (15a) en draai de luchtfilter (15) op het toestel vast.
9.4 Bijvullen van olie (afb. 8, 9)
- Verwijder het transportdeksel (20a) van de olievulopening (20).
- Vul het compressorpomphuis met de meegeleverde compres- sorolie en plaats de meegeleverde afsluitplug (16) in de olie- vulopening.
9.5 Aansluiting op het net
- De compressor is voorzien van een netsnoer met een geaar- de stekker. Deze kan op elke geaard stopcontact 220‒ 240 V∼ 50 Hz, welke met 16 A is afgezekerd, worden aange- sloten.
- Let bij de ingebruikname er op dat de netspanning overeen- komt met de bedrijfsspanning en met het machinevermogen overeenkomstig de gegevens op het typeplaatje van de ma- chine.
- Lange toevoerleidingen, alsook verlengstukken, kabelhas- pels enz. veroorzaken spanningsverlies en kunnen het star- ten van de motor verhinderen.
- Bij lage temperaturen onder +5°C wordt het starten van de motor door zwaar lopen in gevaar gebracht.19NL/BE
9.6 Aan/uit-schakelaar (afb. 2)
- Om de compressor in te schakelen trekt u de AAN/UIT-scha- kelaar (17) omhoog. Voor het uitschakelen wordt de AAN/ UIT-schakelaar omlaag gedrukt.
9.7 Drukinstelling (afb. 1 + 3)
- Met de drukregelaar (5) wordt de druk op de manometer (4) ingesteld.
- De afgestelde druk kan op de snelkoppeling (3) worden ontnomen.
- Op de manometer (6) kunt u de keteldruk aflezen.
- De keteldruk wordt aan de snelkoppeling (7) ontnomen.
9.8 Afstelling van de drukschakelaar (afb. 1)
- De drukschakelaar (2) is in de fabriek ingesteld. Inschakeldruk ca. 8 bar Uitschakeldruk ca. 10 bar
9.9 Montage van de persluchtslang (afb. 1, 3)
- Sluit de nippel (14a) van uw persluchtslang (14) aan op een van de snelkoppelingen (3, 7).
- Sluit vervolgens het persluchtgereedschap aan op de snel- koppeling (14b) van de persluchtslang (14).
9.10 Thermische veiligheidsschakelaar
De thermische veiligheidsschakelaar is in het apparaat inge- bouwd. Ga als volgt te werk als de thermische stroomonderbreker wordt geactiveerd:
- Trek het netsnoer uit het stopcontact.
- Wacht ongeveer twee tot drie minuten.
- Sluit het apparaat weer aan.
- Herhaal het proces als het apparaat niet start.
- Als het apparaat niet opnieuw start, schakel het apparaat dan met de aan / uit-schakelaar (17) uit en aan.
- Als u al het bovenstaande heeft uitgevoerd en het apparaat werkt nog steeds niet, neem dan contact op met de klanten- service.
10. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de rele- vante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moe- ten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
10.1 Algemene instructies
Bij overbelasting van de motor schakelt deze zelfstandig uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
10.2 Defect elektrisch netsnoer
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de iso- latie op. Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deur- openingen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet wor- den gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is bescha- digd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding. Op de aansluitkabel moet de typeaanduiding vermeld staan.
10.3 Wisselstroommotor
- De netspanning moet 220 - 240 V/50 Hz bedragen.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een door- snede hebben van 1,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
11. Reiniging, onderhoud en opslag
m Let op! Trek bij reinigings- en montagewerkzaamheden altijd de stek- ker uit het stopcontact! Gevaar voor verwonding door stroom- stoten! m Let op! Wacht tot het apparaat volledig is afgekoeld! Gevaar voor brandwonden! m Let op! Voorafgaand aan alle reinigings- en onderhoudswerkzaam- heden moet het apparaat drukloos worden gemaakt! Gevaar voor letsel!
- Houd het apparaat zoveel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het apparaat met een schone doek schoon of blaas het met perslucht bij een lage druk uit.
- Wij adviseren om het apparaat direct na elk gebruik te rei- nigen.
- Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen agressieve reinigings- of op- losmiddelen. Hierdoor kunnen de kunststofonderdelen van het apparaat worden aangetast. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt.
- Slang en spuitgereedschap moeten voor reiniging van de compressor worden losgekoppeld. De compressor mag niet met water, oplosmiddelen of soortgelijke worden gereinigd.20 NL/BE
11.2 Onderhoud van het drukvat (afb. 1)
Let op! Om het drukvat (8) in goede staat te houden, moet u na elk gebruik het condenswater aftappen door de aftapplug (10) te openen. Maak hiertoe eerst de ketel drukloos (zie 11.8.1). De aftap- schroef (10) wordt geopend door hem linksom te draaien (vanaf de onderzijde van de compressor gezien), zodat het condenswater volledig uit het drukvat (8) kan wegstromen. Draai vervolgens de aftapschroef (10) weer vast (rechtsom). Controleer (8) vóór elk gebruik het drukvat op roestvorming en beschadigingen. De compressor mag niet gebruikt worden als het drukvat (8) beschadigd of roestig is. Neem contact op met de klanten- dienst-werkplaats als u beschadigingen constateert. m Let op! Het condenswater uit het drukvat (8) bevat olieresten. Ontdoet u zich van het condenswater op een milieuvriendelijke manier en deponeer het op een overeenkomstige inzamelplaats.
11.3 Veiligheidsklep (afb. 3)
De veiligheidsklep (19) is ingesteld op de maximaal toege- stane druk van het drukvat (8). Het is verboden om de veilig- heidsklep (19) te verstellen of de verbindingszekering (19b) tussen de aftapmoer (19a) en de dop (19c) te verwijderen. De veiligheidsklep (19) moet om de 30 bedrijfsuren, maar tenmin- ste 3 keer per jaar worden bediend, zodat deze correct func- tioneert als dit nodig mocht zijn. Om de geperforeerde aftap- moer (19a) te openen, draai hem linksom en trek de klepstang met de hand naar buiten over de geperforeerde aftapmoer (19a) om de uitlaat van de veiligheidsklep (19) te openen. De klep laat nu hoorbaar lucht uit. Draai vervolgens de aftapmoer (19a) weer rechtsom vast.
11.4 Oliepeil regelmatig controleren (afb. 10)
Compressor op een vlakke, horizontale ondergrond plaatsen. Het oliepeil in het oliekijkglas (18) moet tussen MAX en MIN staan. Olieverversing: Aanbevolen olie: SAE 15W 40 of gelijkwaar- dig. De eerste vulling moet na 100 bedrijfsuren worden ver- verst; daarna moet u na elke 500 bedrijfsuren de olie aftappen en nieuwe olie bijvullen.
11.5 Olie verversen (afb. 1, 9, 10)
Schakel de motor uit en trek de stekker uit het stopcontact. Ver- wijder de olie afdichtplug (16). Nadat u de eventueel voor- handen zijnde luchtdruk hebt afgelaten kan u de olieaflaatplug (12) op de compressiepomp (13) uitdraaien. Houd er een metalen afvoergootje onder en laat de olie in een opvangbak stromen, zodat de olie niet ongecontroleerd wegloopt. Als de olie niet helemaal uitstroomt, raden we aan om de compressor een beetje schuin te houden. Plaats de olie- aftapplug (12) terug wanneer de olie is afgetapt. Lever de afgewerkte olie in bij een inzamelpunt voor afgewerkte olie. Zorg ervoor dat de compressor op een horizontale ondergrond staat, zodat de juiste oliehoeveelheid wordt bijgevuld. Voeg verse olie toe via de olievulopening (20) totdat het oliepeil de maximale vulhoeveelheid bereikt. Deze wordt aangegeven door een rode punt op het oliekijkglas (18) (afb. 10). Overschrijd niet de maximale vulhoeveelheid. Overvulling kan schade aan het apparaat tot gevolg hebben. Plaats de olieaf- sluitplug (16) terug in de olievulopening (20).
11.6 Schoonmaken van de aanzuigfilter
(afb. 3, 11, 12) Het luchtfilter (15) voorkomt dat stof en vuil naar binnen wor- den gezogen. Deze filter (15) dient minstens om de 300 be- drijfsuren schoon te worden gemaakt. De capaciteit van de compressor neemt namelijk aanzienlijk af als het luchtfilter verstopt is. Verwijder de filter (15) door de vleugelschroef (15b) open te draaien. Trek daarna het filterdeksel (15e) eraf. U kunt nu de luchtfilter (15c) en het filterhuis (15d) uitnemen. Klop de lucht- filter (15c), het filterdeksel (15e) en het filterhuis (15d) voor- zichtig uit. Deze componenten moeten daarna met perslucht (ca. 3 bar) worden uitgeblazen en in omgekeerde volgorde worden teruggeplaatst.
11.7 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*:Luchtfilter
- niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
m Let op! Haal de stekker uit het stopcontact, ontluchten het apparaat en alle aangesloten persluchtgereed- schap. Stel de compressor dusdanig af dat deze niet door onbevoegden in gebruik kan worden genomen. m Let op! De compressor alleen bewaren in een droge om- geving die niet toegankelijk is voor onbevoegden. Niet kantelen, uitsluitend rechtop bewaren! Olie kan uitlopen!
11.8.1 Aflaten van de overdruk
Laat de overdruk in de compressor ontsnappen door de com- pressor uit te schakelen en de nog aanwezige perslucht in het drukvat (8) te gebruiken, bijv. met een persluchtgereedschap op stationair toerental of met een luchtpistool.
Gebruik voor het transport de transportgreep (1) en verplaats hiermee de compressor. Let bij het tillen van de compressor op het gewicht, zie tech- nische gegevens. Zorg bij het transport van de compressor in aangedreven voertuigen voor een goede laadbeveiliging.21NL/BE
13. Afvalverwerking en hergebruik
Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en kan dus opnieuw gebruikt worden of kan terugkeren in de kringloop van grondstoffen. Het apparaat en de accessoires ervan bestaan uit verschillende soorten materiaal, zoals metaal en kunststoffen. Verwijder defecte componen- ten als speciaal afval. Informeer hiernaar bij uw speciaalzaak of bij de gemeente! De verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen die u bij lokale recyclingcentra kunt inleveren. Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Oude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid! Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepalingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verza- melpunt worden afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend verzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist handelen van oude apparatuur kan door mogelijke gevaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, negatieve effecten op het mi- lieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuurlijke ressources. Informatie inzake inzamelpunten voor verbruikte apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalver- werker, een erkend afvalverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur of uw afvalverwerkings- station.
14. Verhelpen van storingen
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Compressor draait niet. Netspanning niet aanwezig. Kabel, stekker; zekering en stopcontact controleren. Netspanning te laag. Te lang verlengsnoer vermijden. Verlengsnoer met vol- doende aderdoorsnede gebruiken. Buitentemperatuur te laag. Werk niet onder +5 °C buitentemperatuur. Motor oververhit. Motor laten afkoelen, evt. de oorzaak van de oververhit- ting wegnemen. Compressor loopt, maar geen druk. Veilgheitsklep (19) lek. Neem contact op met uw lokaal servicecentrum. Repara- ties uitsluitend laten uitvoeren door geschoold personeel. Afdichtingen defect. Afdichtingen controleren, een defecte afdichting bij een gespecialiseerde werkplaats laten vervangen. Aflaatplug voor condenswater (10) lek. Schroef met de hand aanhalen. Afdichting op de schroef controleren, evt. vervangen. De compressor loopt, de druk wordt aangegeven op de manometer, maar het gereedschap loopt niet. Slangverbindingen lek. Persluchtslang en gereedschap controleren, evt. vervan- gen. Snelkoppeling lek. Neem contact op met uw lokaal servicecentrum. Repara- ties uitsluitend laten uitvoeren door geschoold personeel. Druk op de drukregelaar (5) te laag afgesteld. Drukregelaar weer opendraaien.22 NL/BE
Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefo- nisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of on- oordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebeho- ren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantie- claims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstuk- ken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
Notice-Facile