ThermoXplorer Pro - Bewakingscamera Laserliner - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ThermoXplorer Pro Laserliner in PDF-formaat.
| Producttype | Thermografische camera |
| Merk | Laserliner |
| Model | ThermoXplorer Pro |
| Categorie | Bewakingscamera |
| Afmetingen (L x B x H) | 298 mm x 104 mm x 149 mm |
| Gewicht | 1,1 kg (inclusief batterijen) |
| Voeding | Li-ion accupack 7,4 V / 2,0 Ah |
| Oplaadtijd | Ongeveer 7 uur |
| Gebruiksduur | Ongeveer 3 uur |
| Scherm | 3,5 inch TFT kleuren touchscreen |
| Infraroodsensor | Ongekoelde microbolometer 160 x 120 pixels, 8-14 μm |
| Temperatuurmeetbereik | -20 °C tot 350 °C |
| Meetnauwkeurigheid | ± 2 °C of ± 2% van gemeten waarde |
| Thermische gevoeligheid | 0,1 °C (100 mK NETD) |
| IR-optiek | Verwisselbare germaniumlens, gezichtsveld 25° x 19°, handmatige scherpstelling |
| Digitale camera | Resolutie 640 x 480 pixels |
| Opslag | Micro SD-kaart tot 16 GB |
| Richtlaser | Klasse 2, < 1 mW, 635-650 nm |
| Aansluitingen | USB, video-uitgang, micro SD |
| Beschermingsgraad | IP54 |
| Hoofdfuncties | Contactloze temperatuurmeting, temperatuuralarm, isothermen, meetpunten, lijnen, vlakken, hotspot/coldspot, beeldopname, digitale zoom 1-2x, automatische kalibratie |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, droge doek. Raak de lens niet aan. Schakel het apparaat uit en verwijder de batterij voor reiniging. |
| Veiligheid | Niet direct in de laserstraal kijken. Klasse 2 laserapparaat. Buiten bereik van kinderen houden. |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Verwijderbaar en vervangbaar Li-ion accupack. Geen andere door gebruiker repareerbare onderdelen. |
Veelgestelde vragen - ThermoXplorer Pro Laserliner
Gebruikersvragen over ThermoXplorer Pro Laserliner
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bewakingscamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ThermoXplorer Pro - Laserliner en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ThermoXplorer Pro van het merk Laserliner.
GEBRUIKSAANWIJZING ThermoXplorer Pro Laserliner
Lees de bedieningshandleiding en de bijgevoegde brochure, Garantie- en aanvullende aanwijzingen' volledig door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie goed.
Functie / toepassing
De onderhavige thermografische camera maakt met behulp van de geïntegreerde, ongekoelde microbolometer een contactloze temperatuurmeting van oppervlakken mogelijk door de beoordeling van de straling in het infrarode golflengtebereik. Met de beeldweergave van de sensor worden de temperatuurvoorwaarden aan het onderzochte object optisch weergegeven. Door een inkleuring van de verschillende meettemperaturen in een thermogram met weergave van verkeerde kleuren wordt een optimale visualisatie van de temperatuurverschillen bereikt. De extra voorhanden digitale camera kan tegelijkertijd een foto maken van de onderzochte situatie voor een eventuele latere documentatie in het apparaat of voor de verdere verwerking met de bijgeleverde software. Mogelijke toepassingsgebieden zijn: detectie van warmtebruggen en isolatiefouten, lokalisering van oververhitting in elektrische of mechanische onderdelen, opsporing van verwarmingsbuizen in wand en vloer, detectie van lekkages, lokalisering van defecte zonnecellen in pv-modules en nog vele andere.

1 3,5" TFT-kleurendisplay
2 Ingebouwde microfoon
3 Directe toetsen
4 Accuvakje
5 Trigger:
Opslaan
IR/digital
Laser
Punttemperatuur
Oppervlakte-
temperatuur
6 1/4" statiefaansluiting
7 Objectief
8 Camera
9 Schacht
10 Infrarood-cameralens
11 Laseruitlaat

flowchart
graph TD
A["ua"] --> B["&"]
C["eb"] --> B
D["f"] --> B
E["c"] --> B
F["f"] --> B
G["e"] --> B
H["g"] --> B
I["d"] --> B
J["ESC"] --> B

a ON/OFF
b Mediagalerij
c Meetobjecten selecteren
d Sloop
e Menubesturing /
zoom aan / uit
f Menubesturing / omschakeling IR- / digitaal beeld
g Hoofdmenu
h Sleuf micro SD-kaart
i Usb-interface
j Video-uitgang


Standaard meetaanzicht
1 Ingestelde emissiegraad
2 Datum
3 Tijd
4 Bepaling temperatuurspanne (man. / auto.)
5 Micro-SD-kaart geplaatst
6 Indeling micro-SD-kaart
7 Thermografisch beeld
8 Temperatuur min.
9 Kleurentabel met temperatuurbereik
10 Temperatuur max.
11 Temperatureuureenheid
12 Weergave batterijlading
Hoofdmenu
13 Toevoegen van meetpunten,
-lijnen en -oppervlakken
14 Temperatuurbereik automatisch / handmatig
15 Algemene en meetspecifieke instellingen
16 Mediagalerij
1 ON / OFF

2 Li-ion-accupack opladen

Voor de vervanging van het accupack opent u de vergrendeling aan de hand-greep (zie afb. rechts) Verwijder het accupack, plaats het nieuwe accupack en sluit de vergrendeling weer.

! Bewaar de accu's in de betreffende houders in de koffer als u de camera transporteert of gedurende langere tijd niet gebruikt.
4 Micro SD-kaart plaatsen
Om een micro SD-kaart te plaatsen opent u eerst de rubberen afdekking en plaatst dan de geheugenkaart volgens de afbeelding in de sleuf. Zonder geheugenmedium kunnen geen opnames worden gemaakt.

Via het hoofdmenu kunnen zowel algemene als meetspecifieke instellingen worden uitgevoerd. Het menu wordt bestuurd door middel van de vier pijltoetsen.

flowchart
graph LR
A["Input"] --> B["Data Flow"]
B --> C["Configuration"]
C --> D["Output"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#bbf,stroke:#333
! Invoeren moeten worden bevestigd door het indrukken van de menutoets (g). Als de trigger-toets (4) op 'opslaan' is ingesteld, kan deze ook worden gebruikt.
6.0 Algemene instellingen: Systeeminstellingen

6.1 Menutaal instellen DE / GB / FR / ES / IT / PT / RU

bar
Systeeminstelling | Item | Percentage (%) | |---|---| | Taal | Nederlands | | Auto Kalib. | 90 | | Helderheid | 80 | | Trigger | Opslaan | | Videomodus | NTSC | | Stand-by-tijd | 5 minuten | | AutoOff-tijd | 15 minuten |Italiano Português русский English Español Francais Deutsch

6.2 Autokalibratie

flowchart
graph TD
A["Systeeminstelling"] --> B["Auto. Kalib."]
A --> C["Aanpassen"]
B --> D["Auto. Kalib: ShortTime"]
B --> E["LongTime"]
C --> F["Aanpassen: 60 s"]
C --> G["Aanpassen: 60 s"]

Door het lang indrukken van de pijltoetsen wordt de invoer direct met 10 sec verhoogd of verminderd.
6.3 Displayhelderheid

bar
| System | Percentage (%) | | :--- | :--- | | Taal | 20 | | Auto Kalib. | 40 | | Helderheid | 60 | | Trigger | 80 | | Videomodus | 80 | | Stand-by-tijd | 100 | | AutoOff tijd | 100 |6.4 Trigger
Aan de toets 'Trigger' kunnen individueel de volgende functies worden toegewezen:

Opslaan IR-/digitaal beeld opslaan
IR-/digitaal Wissel van IR- naar digitaal beeld
Laser Laser activeren
Punttemp. Punt toevoegen / verwijderen
Oppervlaktetemp. Oppervlak toevoegen / verwijderen
6.5 Modus video-uitgang Automat

displayuitschakeling
Het display schakelt automatisch uit na afloop van de ingestelde periode van inactiviteit.

6.7 Automatische uitschakeling
Het apparaat schakelt automatisch uit na afloop van de ingestelde periode van inactiviteit.

7 Algemene instellingen: Datum / tijd



bar
Datum / tijd | Date | Value | |---|---| | Jaar | 2014 | | Maand | 01 | | Dag | 30 | | Uur | 15 | | Minuut | 12 | | Seconde | 01 | | Datumformaat | DD.MM.YY |
Selectie datum-
formaat
8 Meetspecifieke instellingen: Meting





Meetpunten toevoegen
Hier kunnen twee meetpunten (S1 en S2) worden toegevoegd.
Hot spot toevoegen
De hot spot (SH) toont het heetste punt.
Cold spot toevoegen
De cold spot (SC) toont het koudste punt.
Horizontale lijnmeting activeren (LH)
Verticale lijnmeting activeren (LV)
Meetoppervlak toevoegen
Hier kunnen drie meetoppervlakken (T1 t/m T3) worden toegevoegd.







Door de selectie, geen' worden alle toegevoegde meetpunten, -lijnen en -oppervlakken verwijderd.
Zie hiertoe hoofdstuk 16 vv. t/m 20 v.
9 Meetspecifieke instellingen: Temperatuurbereik A / M


Auto?
Temperatuurbereik / automatisch (A)
Met deze instelling worden het temperatuurbereik van het IR-beeld en de daaruit resulterende verdeling van het kleurenspectrum van het infrarood-beeld ingesteld. Het kleurenspectrum van het gemeten IR-beeld wordt bepaald in verhouding tot het temperatuurbereik en de kleurenschaal.

De kleurverdeling van het IR-beeld wordt aan de hand van de gemeten min.-/max.-waarde automatisch en dynamisch in het staafdiagram aangepast.
LIS?
Temperatuurbereik / handmatig (M)
In de handmatige instelling wordt het temperatuurbereik niet meer automatisch ingesteld door de gemeten min.-/max.-waarde, maar ook bepaald door handmatige waarden. Hier moeten het temperatuurbereik en de temperatuurspanne vastgelegd worden. Zie hiertoe hoofdstuk 21
10.0 Meetspecifieke instellingen: Meetinstellingen



other
Meetinst. | Category | Value | Temperature (°C) | | :--- | :--- | :--- | | Temp.-bereik | -20/350 | | | Temp.-eenheid | ℃ | | | Omg.-temp. | 25.8 | ℃ | | Ref.-inst. | Uit | | | Ref.-temp. | 30.0 | ℃ |


bar
| Category | Value (°C) | |---|---| | Temp.-bereik | | | Temp.-eenheid | | | Omg.-temp. | | | Ref.-inst. | | | Ref.-temp. | |
°C (Celsius)
°F (Fahrenheit)
K (Kelvin)
10.21 OmgevingstemperatuurTemper

bar
| Category | Value (°C) | |---|---| | Temp.-bereik | -20/350-20/350 | | Temp.-eenheid | °C°C | | Omg.-temp. | 25.825.8 | | Ref.-inst. | UitUit | | Ref.-temp. | 30.030.0 |
10.3 Instellen van de referentietemperatuur

bar
| Category | Value | Temperature (°C) | | :--- | :--- | :--- | | Temp.-bereik | -20/350 | | | Temp.-eenheid | | | | Omg.-temp. | 25.8 | | | Ref.-inst. | Uit | | | Ref.-temp. | 30.0 | |
Ref.-temp.
Punt 1
Punt 2
Hotspot
Coldspot
Oppervlak 1
Oppervlak 2
Oppervlak 3
Uit
Via de referentietemperatuur wordt het temperatuurverschil tussen de ingestelde referentietemperatuur en de meetpunten, -lijnen en -oppervlakken weergegeven.
Voorbeeld:
S1 wordt met het temperatuurverschil van 5.9 °C op het display weergegeven.
11.0 Meetspecifieke instellingen: Instellingen
Vóór ieder gebruik moeten de meetinstellingen voor de infraroodmeting gecontroleerd resp. op de voorhanden meetsituatie ingesteld worden om een correcte meting te waarborgen. Hier moeten vooral de algemene parameters m.b.t. de emissiegraad, afstand tot het meetobject en de omgevingsvoorwaarden in acht worden genomen.



bar
Meetcorr. | Category | Value | |---|---| | Emissiecoefficiënt | 0.96 | | Aanpassen | | | T Correctie | 2.00 | | Afstand | 2.00 | | Vochtigheid | 60 | | Treflect | Uit | | | 30.0 | °C0.0
11.1 Emissiegraad
De graad van de infraroodafstraling die ieder lichaam materiaal-/oppervlaktespecifiek afgeeft, wordt bepaald door de emissiegraad (0, 10 ... 1,0). Voor een correcte meting is het strikt noodzakelijk om de emissiegraad in te stellen. Naast de voorgeschreven emissiegraden uit de materiaallijst kan een individuele emissiegraad worden ingesteld.
Individuele emissiegraad instellen

other
Meetcorr. | Category | Value | |---|---| | Emissiecoëfficiënt | 0.96 | | Aanpassen | | | T Correctie | 0.0 | | Afstand | 2.00 | | Vochtigheid | 60 | | Treflect | Uit | | | 30.0 | °C

Door het lang indrukken van de pijltoetsen wordt de invoer direct met 10 sec verhoogd of verminderd.
Tabel emissiegraden (richtwaarden met toleranties)
| Metaal | |||||
| Aluminiumgeoxideerdgepolijst | 0,300,05 | Inconelgeoxideerdelektrisch gepolijst | 0,830,15 | Staalgepolijste plaatlegering (8 % nikkel,18 % chroom)gegalvaniseerdgeoxideerdsterk geoxideerdvers gewalstruw, vlak oppervlakroestig, roodplaatstaal,met nikkelcoatingplaatstaal, gewalstRoestvrij staal | 0,100,350,280,800,880,240,960,690,110,560,45 |
| Alloy A3003geoxideerdgeruwd | 0,200,20 | KopergeoxideerdKoper oxyde | 0,720,78 | ||
| Chromen oxyde | 0,81 | Loodruw | 0,40 | ||
| Gesmeed ijzermat | 0,90 | Messinggepolijstgeoxideerd | 0,300,50 | ||
| Gietijzerniet-geoxideerdsmelt | 0,200,25 | Platinazwart | 0,90 | ||
| IJzergeoxideerdmet roest | 0,750,60 | Staalkoudgewalstgeslepen plaat | 0,800,50 | Zinkgeoxideerd | 0,10 |
Niet-metaal
| Aarde 0,94 | IJsgladmet sterke vorst | 0,970,98 | Laminaat | 0,90 | |
| Asbest 0,93 | Marmerzwart, gematteerdgrijsachtig gepolijst | 0,940,93 | |||
| Asfalt 0,95 | Kalk 0,35 | ||||
| Baksteen rood 0,93 | Kalkzandsteen | 0,95 | Menselijke huid | 0,98 | |
| Basalt 0,70 | Kalksteen | 0,98 | Muurwerk | 0,93 | |
| Behang (papier) licht 0 | 89 | Katoen | 0,77 | Papieralle kleuren | 0,96 |
| Beton, pleister, mortel | 0,93 | KeramiekSteengoed, mat | 0,950,93 | ||
| Carborundum 0,90 | Porseleinwit glanzendmet lazuur | 0,730,92 | |||
| Cement 0,95 | Klei | 0,95 | |||
| Dekvloer 0,93 | Koellichamenzwart geëloxeerd | 0,98 | Rubberhardzacht-grijs | 0,940,89 | |
| Gips 0,88 | |||||
| Gipsplaat 0,95 | Koolniet-geoxideerd | 0,85 | |||
| Glas 0,90 | KunststoflichtdoorlatendPE, P, PVC | 0,950,94 | Sneeuw 0,80 | ||
| Glaswol 0,95 | Stof | 0,95 | |||
| Grafiet 0,75 | Teer | 0,82 | |||
| Grind 0,95 | Kwartsglas | 0,93 | Teerpapier | 0,92 | |
| Gruis | 0,95 | Lakmat zwarthittebestendigwit | 0,970,920,90 | Transformatorenlak | 0,94 |
| Houtonbehandeldbeuken, geschaafd | 0,880,94 | Water | 0,93 | ||
| Zand | 0,95 |
Emissiegraad uit de materiaallijst selecteren
| Meetcorr. | ||
| Emissiecoëfficiënt | 0.96 | |
| Aanpassen | ||
| T Correctie | 0.0 | °C |
| Afstand | 2.00 | |
| Vochtigheid | 60 | |
| Treflect | Uit | |
| 30.0 | °C | |
| Meetcom: | ||
| Emissiecoëficient | 0,90 | |
| Fijne keramiek & porselein | ||
| T Correctie | 0,0 | °C |
| Afstand | 2,00 | |
| Vochtigheid | 60 | |
| Treflect | Uit | |
| 30,0 | °C | |
11.2 T Correctie
| Meetcorr. | ||
| Emissiecoëfficiënt | 0.96 | |
| Aanpassen | ||
| T Correctie | 0.0 | °C |
| Afstand | 2.00 | |
| Vochtigheid | 60 | |
| Treflect | Uit | |
| 30.0 | °C | |
Correctie van de klimatische omgevingsvoorwaarden
De onderstaande meetspecifieke instellingen moeten vóór een meting worden aangepast aan de klimatische omstandigheden. Vanaf een meetafstand van 10 m moet in ieder geval rekening worden gehouden met de atmosferische invloeden van de lucht.
11.3
| Meetcorr. | ||
| Emissiecoëfficiënt | 0.96 | |
| Aanpassen | ||
| T Correctie | 0.0 | °C |
| Afstand | 2.00 | |
| Vochtigheid | 60 | |
| Treflect | ||
| 30.0 | °C | |
11.4 VochtigheidAfstand
| Meetcorr. | ||
| Emissiecoëfficiënt | 0.96 | |
| Aanpassen | ||
| T Correctie | 0.0 | °C |
| Afstand | 2.00 | |
| Vochtigheid | 60 | |
| Treflect UitUit | °C | |
| 30.0 | ||
11.5 Treflect
| Meetcorr. | ||
| 0.96 | ||
| Aanpassen | ||
| T Correctie | 0.0 | °C |
| Afstand | 2.00 | |
| Vochtigheid | 60 | |
| Treflect | Uit | °C |
| 30.0 | ||


| Meetcorr. | ||
| Emissiecoefficient | 0.86 Coefficient | |
| Aanpassen | ||
| T Correctie | 0.0 | °C |
| Afstand | 2.00 | |
| Vochtigheid | 60 | |
| Treflect Aan | ||
| 30.0 | °C | |

Instellen van de gewenste temperatuur
Reflectietemperatuur
Bij de infraroodmeting van een bepaald object kan de meting door de reflectiestralingen van andere in de buurt aanwezige objecten of ook van de omgevingslucht worden beinvloed omdat het meetobject niet volledig kan worden afgeschermd. Met behulp van de refletietemperatuur kunnen externe stralingen worden gecompenseerd. Normaal gesproken is de reflectietemperatuur gelijk aan de omgevingstemperatuur. Indien echter grotere objecten met een aanzienlijk groter temperatuurverschil (ca. > 20 °C) in de buurt van het meetoppervlak voorhanden zijn, moet de invloed daarvan op het meetoppervlak in acht worden genomen. Ga daarbij als volgt te werk:
- Stel de emissiegraad in op 1,0
- Stel de focus onscherp (Zie hiertoe hoofdstuk 25)
- Richt de camera in de tegenovergestelde richting van het eigenlijke meetobject
- Bepaal de gemiddelde temperatuur
- Stel de gemiddelde temperatuur in als reflectietemperatuur
12.0 Meetspecifieke instellingen: Alarm / ISO

12.1 Temperatuuralarm
Door middel van een alarmsignaal wordt aangegeven of het ingestelde temperatuurbereik over- of onderschreden dan wel het dauwpunt bereikt is. Het dauwpunt wordt automatisch berekend.
! Voor het gebruik van de alarmfunctie is een meetpunt, een meetoppervlak of een horizontale of verticale lijn vereist.

Alarmtype
High Temperatuur overschreden
Low Temperatuur onderschreden
DP Dauwpunt bereikt
Alarmtemperatuur
Temperatuurgrens instellen
Alarm kleur
| Auto (Uit) | Oranje | Grijs |
| Zwart | Geel | Paars |
| Wit | Groen | |
| Rood | Blauw |



12.2 Isothermfunctie
Met behulp van de isothermfunctie is de weergave van definieerbare temperatuurbereiken met dezelfde kleurgeving mogelijk, vergelijkbaar met een filter. Op deze wijze kunnen bijzonder relevante temperatuurbereiken zichtbaar worden gemaakt. De isothermfunctie moet al naargelang de meettaak worden ingesteld via bepaalde parameters. De instelparameters zijn gelijk aan een 'als-dan functie'. Bij de vervulling van de ingestelde voorwaarde wordt het temperatuurbereik dienovereenkomstig weergegeven.

13 Systeeminfo

14 Fabrieksinstelling

! Alle instellingen gaan verloren.
15 Meetobjecten selecteren
Door toets c, Beeldobjecten selecteren' worden na elkaar de toegevoegde meetpunten, meetvelden, meetoppervlakken, het staafdiagram en de min.- en max.-temperaturen geselecteerd. Het geselecteerde bereik wordt geel geaccentueerd en kan na het indrukken van toets g, hoofdmenu' worden aangepast.


Na korte tijd wordt de selectie automatisch opgeheven.
16.0 Meetpunten activeren/deactiveren
U kunt tot twee meetpunten tegelijkertijd vastleggen waaraan de volgende eigenschappen (max.-temperatuur, min.-temperatuur, handmatige positionering) en meetspecifieke parameters kunnen worden toegewezen.

! Door de selectie 'geen' worden alle toegevoegde meetpunten, -lijnen en -oppervlakken verwijderd.
16.1 Meetpunten / parameters

Emissiecoëfficiënt
Emissiewaarde voor punt 1 (S1) instellen. Zie ook hoofdstuk 11.1

Als voor meetpunten, -lijnen of -oppervlakken eigen waarden zijn vastgelegd, verschijnt een *-symbool bij de meetwaarde.




Ref. zetten
De temperatuur van punt 1 (S1) geeft de referentietemperatuur (R) aan. Zie ook hoofdstuk 10.2

bar
| Category | Value | |---|---| | Emissiecoefficiënt | 0.55 | | Ref. zetten | Ja | | Punt wissen | Nee |
Punt wissen
Het punt wordt verwijderd.

bar
| Category | Value | |---|---| | Emissiecoefficient | 0.55 | | Ref. zetten | Nee | | Punt wissen | Ja |
16.2 Meetpunten / handmatig meetpunt positioneren

17 Hot spot en cold spot
De meetpunten 'hot spot' en 'cold spot' komen overeen met de functie en bediening van de meetpunten (zie hoofdstuk 16 vv) en worden volgens hetzelfde schema toegepast.

18.0 Horizontale lijnmeting activeren/deactiveren
De horizontale lijnmeting bepaalt de objecttemperatuur langs een verschuifbare horizontale lijn op het display. Deze lijn verduidelijkt grafisch fijne temperatuurverschillen door middel van een curvediagram als de gekleurde nuances van het IR-beeld niet goed kunnen worden onderscheiden.


Door de selectie 'geen' worden alle toegevoegde meetpunten, -lijnen en -oppervlakken verwijderd.
18.1 Horizontale lijnmeting / indeling
Het horizontale midden ligt bij 120 (display 240 regels). Het staafdiagram definieert de grenzen van het ingestelde min.-/max.-temperatuurbereik (zie hoofdstuk 21). Binnen dit temperatuurbereik worden aan de hand van de dynamische temperatuurcurve zelfs de kleinste temperatuurverschillen goed zichtbaar gemaakt, vooral als geen goede onder-scheiding door de kleurgeving van het IR-beeld mogelijk is. De temperatuurcurve beweegt zich slechts binnen de in het staafdiagram weergegeven min.-/max.-temperatuur.

18.2 Horizontale lijnmeting / parameters

Emissiecoëfficiënt
Emissiewaarde voor de horizontale lijn (LH) instellen. Zie ook hoofdstuk 11.1

Als voor meetpunten, -lijnen of -oppervlakken eigen waarden zijn vastgelegd, verschijnt een *-symbool bij de meetwaarde.



bar
| Category | Value | |---|---| | Emissiecoëfficiënt | 0.60 | | Lijn wissen Ja | |

Lijn wissen
De lijn wordt verwijderd.
18.3 Horizontale lijnen plaatsen

19 Verticale lijnmeting activeren/deactiveren
De verticale lijnmeting komt m.b.t de functie en de bediening overeen met de horizontale lijnmeting (zie hoofdstuk 18 vv) en wordt volgens hetzelfde schema toegepast.

! Door de selectie 'geen' worden alle toegevoegde meetpunten, -lijnen en -oppervlakken verwijderd.
20.0 Oppervlaktemeting activeren/deactiveren
U kunt tot drie meetoppervlakken tegelijkertijd vastleggen waaraan de volgende eigenschappen (max.-temperatuur, min.-temperatuur, gemiddelde temperatuur) en meetspecifieke parameters kunnen worden toegewezen.

! Door de selectie 'geen' worden alle toegevoegde meetpunten, -lijnen en -oppervlakken verwijderd.
20.1 Oppervlaktemeting / parameters


Emissiecoëfficiënt
Emissiewaarde voor oppervlak 1 (T1) instellen. Zie ook hoofdstuk 11.1

Als voor meetpunten, -lijnen of -oppervlakken eigen waarden zijn vastgelegd, verschijnt een *-symbool bij de meetwaarde.




Ref. zetten
De temperatuur van oppervlak 1 (T1) geeft de referentietemperatuur (R) aan. Zie ook hoofdstuk 10.2
Instellingen
| Emissiecoëfficiënt | 0.60 |
| Ref. zetten | Nee |
| Oppervlaktype | Max. temp. |
| Oppervlak bewegen | Positie |
| Oppervlak wissen | Nee |

Oppervlaktype
| Max. temp. hoogste temperatuur binnen het meetoppervlak |
| Min. temp. laagste temperatuur binnen het meetoppervlak |
| Gem. temp. gemiddelde temperatuur binnen het meetoppervlak |
Instellingen
| Emissiecoëfficiënt | 0.60 |
| Ref. zetten | Nee |
| Oppervlaktype | Max. temp. |
| Oppervlak bewegen | Positie |
| Oppervlak wissen | Nee |

Oppervlak bewegen
| Positie De positie kan worden bewogen door middel van de pijltoetsen |
| Afmeting De afmeting van het veld kan worden gewijzigd door middel van de pijltoetsen |
Instellingen
| Emissiecoëfficiënt | 0.60 |
| Ref. zetten | Nee |
| Oppervlaktype | Max. temp. |
| Oppervlak bewegen | Positie |
| Oppervlak wissen | Nee |

Oppervlak wissen
Het oppervlak wordt verwijderd.
Instellingen
| Emissiecoëfficiënt | 0.60 |
| Ref. zetten | Nee |
| Oppervlaktype | Max. temp. |
| Oppervlak bewegen | Positie |
| Oppervlak wissen | Nee |

21 Handmatig bediend temperatuurbereik
In de handmatige instelling wordt het temperatuurbereik niet meer automatisch ingesteld door de gemeten min.-/max.-waarde, maar ook bepaald door handmatige waarden. Schakel automatisch / handmatig, zie hoofdstuk 9

De min.-/max.-waarden (levels) worden gelijktijdig verhoogd.
De min.-/max.-waarden (levels) worden gelijktijdig verlaagd.
Het min.-/max-temperatuurbereik (spanne) wordt vergroot.
Het min.-/max-temperatuurbereik (spanne) wordt verkleind.

bar
| Category | Value | |---|---| | Top Left | 15.3 | | Top Right | 22.5 | | Bottom Left | 15.3 | | Bottom Right | 22.5 | | Bottom Right | 15.3 |22 Kleurenpaletten IR-beeld
Voor de weergave van de geregistreerde infraroodtemperaturen staan meerdere standaard kleurenpaletten ter beschikking. Al naargelang het gekozen palet worden de gemeten temperaturen binnen het actuele beeldbereik aangepast en in het dienovereenkomstige kleuren-spectrum weergegeven. Het staafdiagram bij de betreffende min-/max-temperaturen van het totale beeld fungeert als referentie van de betreffende temperatuur-/kleurtoewijzing.

23 Beeldmodi
Er staan 2 beeldmodi ter beschikking.

IR-beeld Digitaal beeld

Het aanzicht kan gezoomd worden (x2).

Naast de basisinstellingen in het meettoestel zijn de camerafocus en de shutterfunctie (beeldkalibratie) belangrijk voor een dienovereenkomstig thermografisch resultaat. Het meetobject dient zo goed mogelijk te worden gefocusseerd, zodat de omrandingen en de contouren op het display goed zichtbaar zijn.

In de mediagalerij kunnen alle met de thermocamera opgenomen fotogegevens opgeroepen worden. De mediagalerij kan via het menu of via de directe toets worden opgeroepen. Druk op de directe toets, ESC' om de mediagalerij te sluiten.

Als de toets, Trigger' op, IR / digitaal' is ingesteld, kan daarmee in de weergavemodus worden gewisseld tussen de weergave van het IR- en het bijbehorende digitale beeld. Als geen IR- of digitaal beeld voorhanden is, is het display donker en verschijnt de melding, geen IR-beeld' of, geen digitaal beeld'.
26.1 Opname foto
Via het menu of via de toets 'Trigger' kunnen van elke meetsituatie foto's worden gemaakt voor de latere documentatie.

26.2 Instelling opname

Link opslaan
Door het activeren van de functie 'Link opslaan' wordt bij een IR-opname een digitaal beeld van de meetsituatie opgeslagen.
26.4 Automatische opname

Na het éénmaal activeren worden in de ingestelde intervallen automatisch opnames opgeslagen.
26.5 Opnames wissen
Foto's kunnen uitsluitend worden gewist in de weergavemodus.
Zie hiertoe hoofdstuk 26.0


Door het drukken op de toets, ESC' wordt het proces geannuleerd.
26.6 SD-kaart formatteren


Door het drukken op de toets, ESC' wordt het proces geannuleerd.
27 Doellaser
Met behulp van de doellaser worden bereiksspecifieke metingen vereenvoudigd door eenvoudig peilen. De doellaser kan in het menu aan de toets, Trigger' worden toegewezen.
28 Usb-verbinding
Met de op cd bijgeleverde software is het mogelijk om de opgenomen gegevens naar de pc over te dragen voor verdere bewerking en documentatie. Plaats de bijgeleverde cd in het station en volg de installatieroutine. Start de applicatie na de succesvolle installatie. Sluit de bijgeleverde usb-kabel met het ene uiteinde aan op de mini usb-port van het toestel en het andere uiteinde op een vrije usb-port van uw pc. Voor de verdere bediening van de software verwijzen wij naar de help-functie die een gedetailleerde beschrijving van de functies bevat.
Het is niet nodig om een besturingsprogramma te installeren. De software functioneert onder Windows XP / 7 en 8.

29 Opmerkingen over onderhoud
- voer de werkzaamheden uit op een schone, stof- en watervrije plaats
- schakel de camera uit en verwijder de batterijen
- beveilig de camera door middel van aarding tegen statische lading
- raak het objectief niet aan de lens aan
- bij ondeskundig gebruik komt het recht op garantieverlening te vervallen
| Technische gegevens | Technische veranderingen voorbehouden. 01.14 | |
| IR-sensor 160 x 120 pixels resolutie; | ongekoelde microbolometer 8-14 μm | |
| IR-optiek Germanium-wisselobjectief | 25° x 19° zichtveld (FOV),2,73 mrad ruimtelijke resolutie (IFOV)handmatige focus, 0,4 m min. | |
| Thermische gevoeligheid 0,1 °C, 100 | mK NETD | |
| Nauwkeurigheid ± 2°C of ± 2% van de meetwaarde | ||
| Meetbereik -20 °C ... 350 °C | ||
| Display 3,5" kleuren-TFT-display | ||
| Beeldmodi Infrarood beeld, digitaal beeld | ||
| Beeldfunctie 1-2 x digitale zoom | ||
| Digitale camera Resolutie: 640 x 480 pixels | ||
| Formaat JPEG-formaat, max. 640 x 480 pixels | ||
| Beeldmodi micro-SD-kaartstation tot 16 GB | ||
| Doellaser Laserklasse 2, < 1 mW, 635-650 nm | ||
| Aansluitingen usb, micro-SD, video | ||
| Beschermingsklasse IP54, valtest 2 m, | stoot 25g (IEC60068-2-29)trilling 2g (IEC60068-2-6) | |
| Voeding / laadtijd /Geheugenfunctie | li-ion-accupak 7,4V / 2,0Ah /ca. 7 uur / ca. 3 uur per accu | |
| Afmetingen | 298 mm x 104 mm x 149 mm | |
| Gewicht | 1,1 kg (incl. accupak) | |
Algemene veiligheid
Let op: Niet direct in de laserstraal kijken, de laser buiten bereik van kinderen houden en de laser niet onnodig op anderen richten.

Laserstraling! Niet in de straal kijken! Laser klasse 2 < 1 mW · 635-650 nm EN 60825-1:2007-10
EU-bepalingen en afvoer
Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het vrije goederenverkeer binnen de EU.
Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden verzameld en afgevoerd worden.
Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder:
www.laserliner.com/info

