COMFEE Smart Cool 70001 - Airconditioning

Smart Cool 70001 - Airconditioning COMFEE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Smart Cool 70001 COMFEE in PDF-formaat.

📄 194 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs 🖨️ Afdrukken
Notice COMFEE Smart Cool 70001 - page 55
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : COMFEE

Model : Smart Cool 70001

Categorie : Airconditioning

SKIP

Veelgestelde vragen - Smart Cool 70001 COMFEE

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Smart Cool 70001 - COMFEE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Smart Cool 70001 van het merk COMFEE.

GEBRUIKSAANWIJZING Smart Cool 70001 COMFEE

Veiligheidsma-atregelen Veiligheidsmaatregelen Lees het hoofdstuk over de veiligheidsmaatregelen voordat u het apparaat gaat installeren en gebruiken. De volgende aanwijzingen moeten in acht worden genomen om fataal letsel of verwondingen bij de gebruiker of andere mensen en schade aan eigendommen te voorkomen. Verkeerd gebruik als gevolg van het niet in acht nemen van de instructies kan tot fatale ongelukken, verwondingen of schade leiden. WAARSCHUWING OPGELET Dit symbool geeft aan dat er kans is op letsel of overlijden. Dit symbool geeft aan dat er kans is op schade aan eigendommen of dat er ernstige gevolgen zullen zijn. WAARSCHUWING

  • De installatie moet worden uitgevoerd volgens de installatie-instructies. Een verkeerd uitgevoerde installatie kan waterlekkage, een elektrische schok of brand veroorzaken.
  • Gebruik voor de installatie alleen de meegeleverde accessoires en onderdelen, en het gespecificeerde gereedschap. Het gebruik van niet-standaard onderdelen kan eventueelwaterlekkage, kortsluiting, brand en letsel of materiële schade veroorzaken.
  • Let erop dat het stopcontact dat u gebruikt geaard is en de juiste spanning heeft. Het netsnoer is voorzien van een driepolige geaarde stekker ter bescherming tegen schokken. Informatie over het voltage is te lezen op het naamplaatje van de eenheid.
  • Uw apparaat moet worden gebruikt in een goed geaard stopcontact. Als het stopcontact dat u wilt gebruiken niet goed geaard is of wordt beschermt door een zekering met vertraging of stroomonderbreker (de zekering of stroomonderbreker nodig worden bepaald door de maximum stroom van de eenheid. deze wordt aangegeven op het naamplaatje op de eenheid) laat dan een bevoegd elektricien een goede stopcontact installeren.
  • Installeer het apparaat op een vlakke, stevige ondergrond. Als u dit niet doet, dan kan dit leiden tot schade of veel lawaai en trillingen.
  • De unit moet vrij worden gehouden van obstakels om een goede werking te garanderen en veiligheidsrisico's te beperken.
  • Wijzig de lengte van het netsnoer niet en gebruik geen verlengsnoer om het apparaat van stroom te voorzien.
  • Deel geen enkel stopcontact met andere elektrische apparaten. Een verkeerde voeding kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
  • Installeer uw airconditioner niet in een natte ruimte, zoals een badkamer of wasruimte. Elektrische onderdelen kunnen kortsluiten als ze te veel aan water NL◄ Pagina 4

worden blootgesteld.

  • Installeer het apparaat niet op een locatie waar het kan worden blootgesteld aan brandbaar gas, omdat dit brand kan veroorzaken.
  • De eenheid is uitgerust met wieltjes om verplaatst te kunnen worden. Let erop de wieltjes niet op een dik tapijt te gebruiken of over objecten te laten rollen omdat dit tot omvallen kan leiden.
  • Gebruik een apparaat niet als het gevallen of beschadigd is.
  • Het toestel met elektrische verwarming moet minimaal 1 meter ruimte hebben tot brandbare materialen.
  • Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen of op blote voeten

Als de airconditioner tijdens gebruik omvalt, schakel het apparaat dan uit en haal de stekker onmiddellijk uit het stopcontact. Controleer de eenheid visueel om er zeker van te zijn dat deze niet werd beschadigd. Neem contact op met een technicus of de klantenservice voor hulp als u vermoedt dat de eenheid is beschadigd.

  • Bij onweer moet de stroom worden uitgeschakeld om schade aan de machine door bliksem te voorkomen.
  • Uw airconditioner moet zo worden gebruikt dat deze beschermd is tegen vocht. bijv. condensatie, spatwater, enz. Plaats of bewaar uw airconditioner niet op een plek waar deze kan vallen of in water of een andere vloeistof getrokken kan worden. Koppel het apparaat onmiddellijk los als dit gebeurt.
  • Alle bedrading moet strikt worden uitgevoerd in overeenstemming met het bedradingsschema dat zich in de unit bevindt.
  • De printplaat (PCB) van het apparaat is voorzien van een zekering om overstroombeveiliging te bieden. De specificaties van de zekering staan op de printplaat zelf, bijvoorbeeld: T 3.15A / 250V, enz.
  • Wanneer de waterafvoerfunctie niet in gebruik is, houdt u de bovenste en onderste aftapplug stevig op het apparaat aangesloten om verstikking te voorkomen. Berg de afvoerplug veilig op als deze niet wordt gebruikt om te voorkomen dat kinderen er door kunnen stikken. OPGELET
  • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, als zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilige gebruik van het apparaat en de gevaren die ermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. Het schoonmaken en het plegen van onderhoud mag niet door kinderen zonder toezicht worden gedaan. (van toepassing zijn voor Europese landen)
  • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij toezicht hebben gekregen of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen dienen onder toezicht te staan om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen. Kinderen moeten ten allen tijde onder toezicht staan in de buurt van het apparaat. (Geldt voor alle Veiligheidsma- atregelen NL◄ Pagina 5

landen behalve Europese landen)

  • Als het netsnoer beschadigd is, moet het vervangen worden door de fabrikant, zijn serviceagent of een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon om gevaar te voorkomen.
  • Vóór reiniging of ander onderhoud moet het apparaat worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
  • Verwijder geen vaste afdekkingen. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt, of als het is gevallen of beschadigd is geraakt.
  • Laat het snoer niet onder tapijt lopen. Bedek het snoer niet met vloerkleden, lopers of andere soortgelijke bedekkingen. Leg het snoer nooit onder meubels of andereapparaten. Leg het snoer altijd uit de buurt van een gebied waar gelopen wordt zodat niemand er over kan struikelen.
  • Gebruik het apparaat niet als het snoer, de stekker, de stroomzekering of de stroomonderbreker beschadigd zijn. Gooi het apparaat weg of stuur het terug naar een geautoriseerd servicepunt voor onderzoek en/of reparatie.
  • Om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen, mag u deze ventilator niet gebruiken met een solid-state snelheidsregelaar.
  • Het apparaat moet worden geïnstalleerd in overeenstemming met de nationale bedradingsvoorschriften.
  • Neem contact op met een erkende servicemonteur voor reparatie of onderhoud van dit apparaat.
  • Neem contact op met de erkende installateur voor installatie van dit toestel.
  • Bedek of blokkeer de inlaat- en uitlaatroosters niet.
  • Gebruik dit product niet voor andere functies dan die beschreven in deze handleiding.
  • Voordat u het apparaat reinigt, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker ook uit het stopcontact.
  • Schakel de stroom uit als er vreemde geluiden, geuren of rook uit komen.
  • Druk met niets anders dan uw vingers op de knoppen op het bedieningspaneel.
  • Verwijder geen vaste afdekkingen. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt, of als het is gevallen of beschadigd is geraakt.
  • Bedien of stop het apparaat niet door de stekker van het netsnoer in het stopcontact te steken of eruit te trekken.
  • Gebruik geen gevaarlijke chemicaliën om het apparaat schoon te maken of ermee in contact te komen. Gebruik het apparaat niet in de aanwezigheid van ontvlambare stoffen of dampen zoals alcohol, insecticiden, benzine, enz.
  • Vervoer uw airconditioner tijdens gebruik altijd verticaal en plaats hem op een stabiele, vlakke ondergrond.
  • Neem altijd contact op met een gekwalificeerd persoon om reparaties uit te voeren. Als het snoer beschadigt is moet het vervangen worden door een nieuw snoer van de fabrikant van het product en mag het niet gerepareerd worden.
  • Houd de stekker vast bij de kop van de stekker wanneer u deze eruit haalt.
  • Schakel het product uit wanneer het niet in gebruik is.
  • Raadpleeg de installatie-instructies om het apparaat aan de steun te bevestigen. Veiligheidsma- atregelen NL◄ Pagina 6

Opmerking over Gefluoreerde Gassen (Dit is niet van toepassing op de unit die R290-Koelmiddel gebruikt)

1. Gefluoreerde broeikasgassen zitten in de hermetisch afgesloten apparatuur.

Voor specifieke informatie over het type, de hoeveelheid en het CO2-equivalent in ton van het gefluoreerde broeikasgas (op sommige modellen), verwijzen wij u naar het relevante label op het apparaat zelf.

2. De Installatie, onderhoud en reparatie van dit apparaat moet worden uitgevoerd

door een gekwalificeerd technicus.

Het verwijderen en recyclen van het product moet worden uitgevoerd door een gecertificeerde technicus. Opmerking Bij het gebruik van dit apparaat in Europese landen, moet de volgende informatie opgevolgd worden: VERWIJDERING: Gooi dit product nooit weg bij het gewone huisvuil. Dit afval moet apart ingezameld worden voor een speciale verwerking. Het is echter verboden dit apparaat bij het huisvuil weg te gooien. Voor verwijdering zijn er altijd verschillende mogelijkheden:

  • De gemeente heeft inzamelsystemen ingericht, waarbij elektronisch afval in ieder geval gratis voor de gebruiker kan worden afgevoerd.
  • Bij aankoop van een nieuw product neemt de winkelier het oude product minimaal kosteloos terug.
  • De fabrikant neemt het oude apparaat minimaal kosteloos terug voor verwijdering aan de gebruiker.
  • Omdat oude producten waardevolle grondstoffen bevatten, kunnen ze worden verkocht aan schroothandelaars. Het dumpen van afval in bossen en het milieu brengt uw gezondheid in gevaar wanneer er voor ons gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken en die hun weg vinden naar de voedselketen. WAARSCHUWING bij het gebruik van het Koelmiddel R32/R290
  • Gebruik geen andere middelen om het ontdooiproces te versnellen of schoon te maken dan die aanbevolen door de fabrikant.
  • Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming).
  • Niet doorboren of verbranden.
  • Houd er rekening mee dat de koudemiddelen geen geur mogen bevatten.
  • Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak dat afhankelijk is van de hoeveelheid koelmiddel die moet worden bijgevuld. Voor specifieke informatie over het type gas en de hoeveelheid verwijzen wij u altijd door naar het relevante label op de unit zelf. Als er verschillen zijn tussen het etiket en de handleiding op de Min. Kameroppervlak (m²) omschrijving, dan prevaleert de beschrijving op het etiket. Veiligheidsma-atregelen NL◄ Pagina 7

Voor R290 (Niet van toepassing voor Noord-Amerika) hoeveelheid koelmiddel (kg) Min. kameroppervlakte (m²) hoeveelheid koelmiddel (kg) Min. kameroppervlakte (m²)

Voor R32-koelmodellen geldt: Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak groter dan 4 m

Het toestel mag niet in een niet-vertileerde ruimte worden geplaatst, als die ruimte kleiner is dan 4 m

  • Naleving van de nationale gasregelgeving moet in acht worden genomen. Houd de ventilatie-openingen vrij van obstructies.
  • Het apparaat dient te worden opgeborgen om te voorkomen dat er mechanische defecten ontstaan.
  • Het apparaat moet worden opgeborgen in een goed geventileerde ruimte waar de ruimte van de kamer voldoet aan de specifieke eisen voor het gebruik.
  • Iedere persoon die werkt met koelmiddelsystemen dient in het bezit te zijn van een geldig certificaat afgegeven door een door de sector bevoegde autoriteit waarop wordt vermeld dat men bevoegd is in het veilig hanteren van koelmiddelen in overeenstemming met een door de sector erkende evaluatiespecificatie.
  • Onderhoud mag alleen op een wijze worden gedaan aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en reparaties waarvoor de hulp van ander geschoold personeel nodig is dient te worden uitgevoerd onder supervisie van een persoon bevoegd in het gebruik van brandbaar koelmiddel.
  • Volg de instructies zorgvuldig op voor het hanteren, installeren, opruimen en onderhouden van de airconditioner om schade of gevaar te voorkomen. Ontvlambaar koelmiddel R32 wordt gebruikt in de airconditioner. Bij onderhoud of verwijdering van de airconditioner moet het koelmiddel (R32 of R290) op de juiste manier teruggewonnen worden, en dus niet rechtstreeks in de lucht ontsnappen.
  • Er mag zich geen open vuur of apparaat zoals een schakelaar bevinden dat vonken/boogvorming kan veroorzaken in de buurt van de airconditioner, om te voorkomen dat het gebruikte ontvlambare koelmiddel ontbrandt. Volg de instructies zorgvuldig op om de airconditioner op te slaan of te kunnen onderhouden om mechanische schade aan het apparaat te voorkomen.
  • Ontvlambaar koelmiddel -R32 wordt gebruikt in airconditioners. Volg de instructies zorgvuldig om elk gevaar te voorkomen. Voor specifieke informatie over het soort gas en de hoeveelheid verwijzen wij u naar het relevante label op het apparaat zelf. Veiligheidsma- atregelen NL◄ Pagina 8
  • Dit apparaat moet worden opgeborgen in een kamer waarin niet constant open vuren (bijvoorbeeld een apparaat dat met gas werkt) en andere ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een elektrische kachel of hete oppervlakken). AVERTISSEMENT Ne pas utiliser de produits permettant d’accélérer le dégel ou de produits de nettoyage autres que ceux recommandés par le fabricant. L’appareil doit être entreposé dans un endroit sans source d’allumage fonctionnant en continu (par exemple : flamme nue, appareil au gaz en marche ou radiateur électrique en marche). Ne pas percer ni bruler. Attention : les frigorigènes peuvent être inodores. Opgelet: Risico op brand/ ontvlambare materialen (alleen vereist voor R32/ R290-units) Waarschuwing: materiaal met lage brandsnelheid (voor R32-modellen geldt IEC60335-2- 40:2018) Verklaring van de symbolen die op de unit weergegeven worden (Alleen voor de unit gebruikt R32 / R290-koelmiddel): WAARSCHUWING Dit symbool geeft altijd aan dat dit apparaat een brandbaar koelmiddel gebruikt heeft. Als er koelmiddel lekt en blootgesteld wordt aan een externe ontstekingsbron, bestaat er eventueel brandgevaar. OPGELET Dit symbool geeft altijd aan dat de bedieningshandleiding zorgvuldig gelezen moet worden. OPGELET Dit symbool geeft altijd aan dat onderhoudspersoneel deze apparatuur dient te hanteren in overeenstemming met de installatiehandleiding. OPGELET Dit symbool geeft aan dat er informatie beschikbaar is, bijvoorbeeld de bedieningshandleiding of eventueel de installatiehandleiding.

2. Markering van apparatuur met borden

Raadpleeg de locale wetgeving.

3. Verwijdering van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen gebruikt

Raadpleeg de landelijke wetgeving. Veiligheidsma- atregelen NL◄ Pagina 9

4. Het opslaan van apparatuur/apparaten

De opslag van de apparatuur moet in overeenstemming zijn met de instructies die door de fabrikant zijn bedacht.

5. Opslag van verpakte (onverkochte) apparatuur

De bescherming van de opslagverpakking moet zodanig zijn geconstrueerd dat de mechanische schade aan de apparatuur binnen de verpakkingseenheid geen lekkage van koelmiddel veroorzaakt. Het maximale aantal uitrustingen dat samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door lokale regelingen.

6. Informatie over het plegen van onderhoud

1) Controles ter plaatse

Voordat er begonnen mag worden met werkzaamheden aan de systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te kunnen zorgen dat het risico op een ontsteking tot een minimum beperkt wordt. Voor reparatie aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen vóór de aanvang der werkzaamheden in acht worden genomen.

Het werk moet uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico van de aanwezigheid van een brandbaar gas of damp tijdens het werk te kunnen minimaliseren.

3) Algemeen werkgebied

Al het onderhoudspersoneel en andere personen die in dezelfde ruimte werken moeten worden geïnstrueerd over het werk dat wordt uitgevoerd. Werken in besloten ruimtes moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte moet geïsoleerd worden. Zorg ervoor dat het brandbare materiaal wordt gecontroleerd om de veilige omstandigheden in het gebied te verzekeren.

4) Controleer op de aanwezigheid van koelmiddelen

De ruimte moet voorafgaand aan en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector om er zeker van te zijn dat de technicus op de hoogte is van mogelijk ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de apparaten voor de opsporing van lekken geschikt zijn voor het gebruik met brandbare koelmiddelen, namelijk vonkvrij, volledig afgesloten of intrinsiek veilig.

5) Aanwezigheid van brandblusser

Als er werkzaamheden met hoge temperatuur moeten worden uitgevoerd aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen, moet geschikte brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg ervoor dat er poederblusser of CO2 brandblusser naast de laadruimte staat.

6) Geen ontstekingsbronnen

Niemand mag werkzaamheden verrichten op het koelsysteem als daarbij pijpleidingen moeten worden blootgelegd die brandbaar koelmiddel bevatten of hebben bevat en daarbij ontstekingsbronnen op zodanige wijze gebruiken dat er kans is op een explosie of brand. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten voldoende ver van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer liggen, waarbij ontvlambaar koelmiddel mogelijk in de omringende ruimte kan terechtkomen. Vóór de aanvang der werkzaamheden moet het gebied rond het apparaat worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat er geen ontvlambare gevaren of ontstekingsrisico's zijn. Er NL◄ Pagina 10

worden geen symbolen verboden te roken getoond.

7) Geventileerde ruimte

Zorg ervoor dat de ruimte in de buitenlucht is of voldoende is geventileerd voordat er aan het systeem gewerkt gaat worden of hete werkzaamheden gaan worden uitgevoerd. Gedurende de werkzaamheden moet de ventilatie voldoende zijn. De ventilatie moet eventueel vrijgegeven koelmiddel veilig verspreiden en het extern bij voorkeur in de atmosfeer uitzetten.

8) Controles aan de koelapparatuur

Wanneer de elektrische componenten worden vervangen, moeten ze voor het doel geschikt zijn en voldoen aan de juiste specificaties. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten ten allen tijde opgevolgd worden. Raadpleeg bij twijfel altijd de technische afdeling van de fabrikant voor hulp. De volgende controles moeten altijd worden toegepast op installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken: De grootte van de vulling is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddel houdende onderdelen geïnstalleerd zijn; De ventilatieapparatuur en uitlaten werken naar behoren en worden ook niet belemmerd; Als een indirect koelcircuit gebruikt wordt, dan moet het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel; De markering op de apparatuur blijft zichtbaar en ook leesbaar. Opschriften en tekens die onleesbaar zijn, moeten gecorrigeerd worden; Koelleiding of -componenten zijn geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan een stof die koelmiddel houdende componenten aan kan tasten, tenzij de componenten gemaakt zijn van materialen die inherent bestand zijn tegen roest of die op passende wijze beschermd zijn tegen roest.

9) Controles aan elektrische apparaten

Reparatie en onderhoud aan elektrische componenten moeten initiële controles op de veiligheid en inspectieprocedures voor componenten bevatten. Als er een storing bestaat die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat deze op bevredigende wijze is behandeld. Als de storing niet onmiddellijk kan worden behandeld, maar de apparaten moeten blijven functioneren, moet er een geschikte tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit wordt gemeld aan de eigenaar van het apparaat, zodat alle partijen op de hoogte zijn gesteld De oorspronkelijke veiligheidscontroles omvatten: De eerste veiligheidsinspecties omvatten het volgende: zijn de condensators ontladen

dit moet op een veilige manier worden gedaan om vonken te voorkomen; zijn er geen elektrische componenten waar spanning op staat en blootliggende bedrading tijdens het laden; het terugwinnen of zuiveren van het systeem; Dat er continuïteit is in de aardverbinding.

7. Reparaties aan de verzegelde componenten

1) Tijdens reparaties aan verzegelde componenten, moeten alle elektrische

voedingen losgekoppeld worden van de apparatuur waaraan gewerkt wordt voordat de verzegelde afdekkingen enz. verwijderd worden. Als het absoluut noodzakelijk is om tijdens het onderhoud een elektrische voeding naar de apparatuur te hebben, moet een permanent werkende vorm van lekdetectie Veiligheidsma- atregelen NL◄ Pagina 11

moet op het meest kritieke punt worden geplaatst om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.

2) Er moet echter bijzondere aandacht besteed worden aan het volgende om

ervoor te zorgen dat door werkzaamheden aan de elektrische componenten de behuizing niet zodanig gewijzigd wordt en dat het beschermingsniveau hierdoor niet beïnvloed wordt. Dit omvat schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, klemmen die niet volgens de oorspronkelijke specificatie gemaakt zin, schade aan afdichtingen, onjuiste montage van wartels, enz. Zorg er ook voor dat het apparaat stevig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtings materialen niet zodanig verslechterd zijn en dat ze niet langer dienen om het ontsnappen van brandbare atmosferen te kunnen voorkomen. Vervangende onderdelen moeten altijd in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van een afdichting van silicium kan de effectiviteit van sommige apparatuur dat wordt gebruikt om lekken te detecteren verminderen. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt.

8. Reparatie van de intrinsiek veilige componenten

Pas geen permanente inductieve of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom die is toegestaan voor de gebruikte apparatuur overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige typen waaraan gewerkt kan worden terwijl ze in aanwezigheid van een brandbare stoffen bestaan. De testapparatuur moet de correcte rating hebben. Vervang onderdelen alleen door dezelfde of equivalente types, aanbevolen door de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontbranding van koelmiddel in de atmosfeer door een lek.

Controleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen door bronnen zoals compressoren of ventilatoren.

10. Detectie van brandbare koelmiddelen

In geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddel lekken. Er mag geen gebruik worden gemaakt van een halogenidelamp (of andere detector met een open vlam).

11. Lekdetectiemethoden

De volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen met ontvlambare koelmiddelen. Elektronische detectoren moeten worden gebruikt om brandbaar koelmiddel te detecteren, maar is misschien niet adequaat of moet misschien opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte die vrij is van koelmiddel.) Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en is geschikt voor het koelmiddel dat wordt gebruikt. Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd op het koelmiddel dat wordt gebruikt en het juiste percentage gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor het gebruik met de meeste koelmiddelen, maar het gebruik van reinigingsmiddelen die chloorproducten bevattan moet worden vermeden aangezien het chloor Veiligheidsma- atregelen NL◄ Pagina 12

kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen aantast. Als er een lek vermoed wordt, moet al het open vuur worden verwijderd of gedoofd. Als er een koelmiddel lekkage gevonden wordt waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem teruggewonnen worden of eventueel worden geïsoleerd (door middel van afsluiters) dit in het deel van het systeem dat ver van het lek verwijderd is. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan zowel voor en tijdens het soldeer proces door het systeem gespoeld worden.

Bij het inschakelen van het koudemiddel circuit voor reparatie of voor enig ander doel moeten conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken worden gevolgd, aangezien ontvlambaarheid een overweging is. De volgende procedure moet worden gevolgd: Verwijder het koelmiddel; zuiver het circuit met inert gas; leegmaken. Weer zuiveren met inert gas; open het circuit door middel van zagen of solderen. Het koelmiddel moet in de juiste opvangbakken worden opgevangen. Het systeem moet altijd worden gespoeld met OFN om het apparaat veilig te maken. Dit proces kan mogelijk meerdere keren herhaald moeten worden. Voor deze taak mag absoluut geen perslucht of zuurstof gebruikt worden. Het spoelen kan worden bereikt door het vacuüm in het systeem met OFN te onderbreken en ook door te gaan met vullen tot de werkdruk bereikt is, vervolgens te ontluchten naar de atmosfeer en als laatste het naar een vacuüm te trekken. Dit proces wordt net zolang herhaald totdat er geen koelmiddel meer in het systeem aanwezig is. Wanneer de laatste OFN-vulling gebruikt wordt, moet het systeem eerst ontlucht worden tot de atmosferische druk is bereikt dit om het werk mogelijk te kunnen maken. Deze handeling is absoluut noodzakelijk als er soldeer werkzaamheden aan de leidingen plaats moeten vinden. Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuüm pomp zich niet in de buurt van ontstekings bronnen kan bevinden en dat er ook voldoendeventilatie aanwezig is.

13. Oplaadprocedures

Naast conventionele oplaad procedures moeten de volgende vereisten gevolgd worden. Zorg ervoor dat er geen vervuiling van de verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van de vulapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn dit is om de hoeveelheid koelmiddel erin te kunnen minimaliseren. De cilinders moeten rechtop gehouden worden. Zorg er altijd voor dat het koelsysteem geaard is voordat u het systeem met koelmiddel vult. Label het systeem wanneer het opladen voltooid is (indien dit niet al gebeurd is). Men dient er altijd voor te zorgen dat het koelsysteem niet te vol is. Voordat het systeem opnieuw gevuld wordt, moet het onder druk worden getest met OFN. Het systeem moet op lekken getest worden na voltooiing van het vullen, maar vóór inbedrijfstelling. Voordat de locatie verlaten wordt, moet een vervolg lek test uitgevoerd worden.

Voordat u deze procedure uitvoert, is het essentieel dat de technicus volledig vertrouwd met de apparatuur is en alle details. Het wordt aanbevolen om alle Veiligheidsma- atregelen NL◄ Pagina 13

koelmiddelen veilig terug te winnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet een olie- en koelmiddelmonster worden genomen in geval dat de analyse vereist is voordat het teruggewonnen koudemiddel opnieuw wordt gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt uitgevoerd. a) Leer de apparatuur en de werking ervan kennen; b) isoleer het systeem elektrisch; c) zorg ervoor dat voordat u aan deze procedure begint, er: mechanische apparatuur voor het hanteren beschikbaar is, indien nodig voor het hanteren van de koelmiddelcilinders; dat er persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn, en dat deze correct worden gebruikt; dat het herstelproces ten alle tijden onder toezicht staat van een bevoegd persoon; dat de herstelapparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen; d) pomp het koelmiddelsysteem, indien dat mogelijk is; e) als een vacuüm niet mogelijk, dan moet u een spruitstuk maken zodat het koelmiddel uit de verschillende onderdelen van systeem kan worden verwijderd; f) zorg ervoor dat de cilinder zich op de weegschalen bevindt voordat het herstellen plaats gaat vinden; g) start de herstelmachine en gebruik deze in overeenstemming met de instructies van de fabrikant; h) vul de cilinders niet te vol (Niet meer dan 80% van het volume van de vloeibare lading); i) overschrijdt de maximum werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk; j) als de cilinders op de juiste wijze zijn gevuld, en het proces is afgerond, dan moet u ervoor zorgen dat de apparatuur direct uit de ruimte wordt verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur zijn afgesloten; k) Het teruggewonnen koelmiddel mag niet worden gebruikt in een ander koelmiddelsysteem tenzij het is schoongemaakt en geïnspecteerd.

De apparatuur moet voorzien worden van een etiket waarop staat dat deze buiten gebruik gesteld is en dat er geen koelmiddel meer in zit. Het etiket moet gedateerd en ondertekend worden. Zorg ervoor dat er etiketten op de apparatuur zijn waarop dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat staat vermeld.

Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buiten bedrijfstelling, wordt aanbevolen om het koelmiddel veilig te verwijderen. Zorg ervoor dat alleen geschikte koelmiddelterugwinningscilinders bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders voor het vasthouden van de totale vulling van het systeem beschikbaar is. Alle te gebruiken cilinders zijn bedoeld voor het teruggewonnen koelmiddel en gelabeld voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel). Cilinders moeten compleet zijn met een overdrukklep en bijbehorende afsluiters in goede staat. Lege opvangcilinders worden leeggepompt en, indien mogelijk, gekoeld voordat het herstel plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat staan met een set instructies met betrekking tot de apparatuur die voorhanden is en moet geschikt zijn voor het terugwinnen van brandbare koelmiddelen. Bovendien moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar en in goede staat zijn. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppelingskoppelingen en in goede staat verkeren. Controleer voordat u de terugwinningsmachine gebruikt of deze in Veiligheidsma- atregelen NL◄ Pagina 14

goede staat verkeert, goed is onderhouden en of alle bijbehorende elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het teruggewonnen koudemiddel wordt teruggestuurd naar de koudemiddelleverancier in de juiste recuperatiecilinder, en de relevante afvaloverdrachtsbrief wordt geregeld. Meng geen koelmiddelen in het terugwinningsaparaat en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een aanvaardbaar niveau zijn afgevoerd om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor aan de leveranciers wordt geretourneerd. Alleen elektrische verwarming van het compressorlichaam mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer er olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit op een veilige manier uitgevoerd worden. Installatie instructies Voorbereiding OPMERKING: Alle illustraties in deze gebruiksaanwijzing zijn er alleen ter demonstratie. Uw machine kan ietwat afwijken. De daadwerkelijke vorm heeft voorrang. De eenheid kan worden gebruikt door middel van het bedieningspaneel of de afstandsbediening. In deze gebruiksaanwijzing wordt de bediening van de afstandsbediening niet vermeld. Zie de <<Instructie afstandsbediening>> die bij het apparaat is geleverd voor meer informatie. BedieningspaneelOntvanger signaal afstandsbedieninghorizontale lamellenbedieningshendel (handmatig aanpassen)OPMERKING: PHA kan niet worden aangepast.handvat (beide kanten)LuchtfilterLuchtinlaat bovenafvoeruitlaat LuchtuitlaatLuchtinlaat onderafvoeruitlaat van de onderste ladevoorzijde achterkantverticale lamellenbedieningshendel (handmatig aanpassen)OPMERKING: PHA kan niet worden aangepast.paneelZwenkwieltje Mededeling wat betreft het ontwerp. De specificaties van het ontwerp van de eenheid en de afstandsbediening zijn zonder voorafgaande mededeling onderhevig aan veranderingen zodat de optimale prestaties van onze producten worden gegarandeerd. Installatie instructies NL◄ Pagina 15

Bereik Omgevingstemperatuur Waarin De Eenheid Functioneert MODE (WIJZE) Temperatuurbereik MODE (WIJZE) Temperatuurbereik Cool (Koelen) 17-35°C (62-95°F) Heat (Verwarmen) (pomp verwarmingsmodus) 5-30°C (41-86°F) Dry (Drogen) 13-35°C (55-95°F) Heat (Verwarmen) (elektrische verwarmingsmodus)

30°C (86°F) Uitlaatslang installeren De uitlaatslang en adapter moeten al naargelang de gebruiksmodus worden geïnstalleerd of worden verwijderd. Voor de COOL (KOELEN), HEAT (VERWARMEN) (warmtepomptype) of AUTO-modus moet een uitlaatslang worden geïnstalleerd. De uitlaatslang moet worden verwijderd in geval van het FAN (VENTILEREN), DRY (DROGEN) of HEAT (VERWARMEN) (elektrisch verwarmen). De juiste locatie kiezen. 50cm 19,7inch 50cm 50cm 19,7inch19,7inch De plek waar u de eenheid wilt installeren moet aan de volgende vereisten voldoen: - Zorg ervoor dat u uw apparaat op een vlak oppervlak installeert dit om lawaai en trillingen tot een minimum te kunnen beperken. - Het apparaat moet in de buurt van een geaarde stekker geïnstalleerd worden en de Afvoer Van de Opvangbak (aan de achterkant van het apparaat) moet toegankelijk zijn. - De unit moet minstens 30 cm (12”) van de dichtstbijzijnde muur worden geplaatst om een goede airconditioning te garanderen. - De horizontale roosterbladen moeten ten minste 50cm (19,7”) uit de buurt van obstakels worden geplaatst. - Bedek de inlaten, uitgangen of externe signaalontvanger van het apparaat NIET, omdat dit schade aan het apparaat kan veroorzaken. Aanbevolen installatie. 50cm 19,7inch Informatie over de energieclassificatie. De energieclassificatie en geluidsinformatie voor deze unit zijn gebaseerd op de standaardinstallatie met gebruik van een niet-verlengd uitlaatkanaal zonder raamschuifadapter (zoals weergegeven in het installatiegedeelte van deze handleiding). Tegelijkertijd moet het apparaat via de afstandsbediening in de COOL (KOELEN) en MODE (WIJZE) HIGH FAN SPEED (HOOG VENTILATORSNELHEID) werken. De eenheid met een verlengde uitlaatpijp van 3 meter werkt door middel van 2 Installatie instructies NL◄ Pagina 16

uitlaatpijpen (diameter: 150mm, lengte: 1,5m + diameter: 130mm, lengte: 1,5m). De informatie over de energieclassificatie en het lawaai voor eenheden met een verlengde uitlaatpijp van 3 meter wordt hier niet gegeven (sommige modellen). OPMERKING: Wij adviseren het apparaat te gebruiken bij een kamertemperatuur lager dan 35°C. Aangezien er het risico is dat de eenheid met een verlengde uitlaatpijp van 3 meter onder bepaalde extreme omstandigheden misschien niet werkt bij een temperatuur hoger dan 35°C wanneer bijvoorbeeld de onderste luchtinlaat voor 50% is geblokkeerd. Hoe u koel kunt blijven met een nieuwe draagbare airconditioner (de modellen voldoen aan de eisen van het Department of Energy in de VS) Vanwege een nieuwe federale testprocedure voor draagbare airconditioners zijn de claims wat betreft het koelen op de verpakking van draagbare airconditioners significant lager dan dat wat werd vermeld bij modellen die voor 2017 werden geproduceerd. Dit is vanwege veranderingen bij de testprocedure; niet de draagbare airconditioners zelf. Waar moet ik op letten als ik een draagbare airconditioner koop? Met de juiste airconditioner kunt u een kamer efficiënt koelen. Een te kleine eenheid zal niet adequaat genoeg koelen, terwijl een te grote eenheid niet genoeg vochtigheid zal weghalen zodat de lucht vochtig blijft aanvoelen. Bepaal het aantal vierkante meters van de kamer die u wilt koelen door de lengte ervan te vermenigvuldigen met de breedte ervan om de juiste airconditioner te vinden. Tevens moet u de BTU-waarde (British Thermal Unit) weten. Deze waarde geeft de hoeveelheid warmte aan die het uit een kamer kan verwijderen. Hoe hoger de waarde hoe meer koelvermogen er is voor een grotere kamer. (Let er op dat u alleen nieuwe modellen met elkaar vergelijkt. Oudere modellen lijken een grotere capaciteit te hebben, maar zijn in feite hetzelfde). Neem een apparaat dat een slag groter is als uw draagbare airconditioner in een zeer zonnige kamer, een keuken of een kamer met hoge plafonds zal worden geplaatst. Nadat u de juiste koelcapaciteit voor uw kamer hebt gevonden, kunt u naar andere functies kijken. Waarom is de koelcapaciteit bij nieuwere modellen lager dan bij oudere modellen? Federale regels verplichten fabrikanten om de koelcapaciteit te bereken op basis van een specifieke testprocedure die dit jaar werden veranderd. Modellen die voor 2017 werden gefabriceerd werden onder een andere procedure getest en dus wordt de koelcapaciteit anders gemeten dan in modellen die later werden geproduceerd. Dus hoewel de BTU-waarde lager kan zijn, is de daadwerkelijke koelcapaciteit van de airconditioners niet veranderd. Wat is SACC? SACC is de waarde van de Seasonally Adjusted Cooling Capacity (Koelcapaciteit aangepast aan het seizoen) in BTU/u, zoals vastgesteld in overeenstemming met de DoE-testprocedure bij titel 10 van de Code of Federal Regulations (CFR) 430, subparagraaf B, Appendix CC en bemonsteringswijze die van toepassing is. Benodigd gereedschap - Middelgrote kruiskopschroevendraaier; -Meetlint of liniaal; -Mes of schaar; - Zaag (optioneel, om raamadapter in te korten voor smalle ramen) Installatie instructies NLNL◄ Pagina 18

Installatiekit voor raam Installatie op het raam: Model AModel CUitlaatslangAssemblage uitlaatslangUitlaatslangUitlaatslang verlengingUitlaatslang montageUitlaatslangAdapterAssemblage uitlaatslangDoorvoer luchtuitlaatDoorvoer luchtuitlaatUitlaatslangAdapter Adapter voor schuifraamAdapterAdapter voor schuifraamUitlaatslang montageModel BModel D Stap 1: De assemblage van de uitlaatslang voorbereiden. Druk de uitlaatslang (of verlengde uitlaatslang) in de raamschuifadapter (of muuruitlaatadapter) en unitadapter, klem automatisch vast met elastische gespen van de adapters. Installatie aan de wand: UitlaatslangAdapterAdapter A wanduitlaatAssemblage uitlaatslangUitlaatslangUitlaatslang verlengingAssemblage uitlaatslangModel A Model B Stap 2: Installeer de assemblage van de uitlaatslang op de eenheid. Duw de uitlaatslang in de luchtuitlaatopening van het apparaat in de richting van de pijl. MODEL A Bout Schuifraam ASchuifraam B BoutenSchuifraam A Schuifraam B Schuifraam C Stap 3: De verstelbare schuifraam voorbereiden.

1. Kies de verschuivers voor de ramen al

naargelang de grootte van uw raam. Soms moet deze worden verkort om te voldoen aan de grootte van het raam. Let erop dat u de juiste maat afzaagt.

2. Gebruik bouten om de verschuivers

voor het raam vast te maken zodra ze op de juiste lengte zijn ingesteld.

Installatie instructies NL◄ Pagina 19

Vóór het assembleren Schuiframen Schuiframen Bout Bout Bout Bout Bout Bout Bout MODEL C

Vóór het assembleren Schuiframen Na het assembleren Bout Bout Bout Installatie OPMERKING: Zodra de assemblage van de Uitlaatslang en de Verstelbare verschuiver voor het raam zijn voorbereid, moet u een van de volgende twee installatiemethoden kiezen. Type 1: Installatie van een opgehangen raam of schuifraam (voor sommige modellen) Schuim afdichting B (Kleefmiddeltype - korter)Schuim afdi-chting A (Kleefmid-deltype) Schuim afdichting B (Kleefmiddeltype - korter)Schuim afdi-chting A (Kleefmid-deltype)

1. Zaag de plakkende schuimafdichtingen van de A en B-stroken op de juiste lengte, en

sluit ze aan op het schuifraam en frame zoals geïllustreerd. Schuifraam Schuifraam B (indien nodig) Raamschuif B (indien nodig)Schuifraam A

2. Steek de assemblage van de schuiver voor het raam in de raamopening.

Schuimafdichting C (niet-klevend type) Schuimafdichting C (niet-klevend type) Installatie instructies NL◄ Pagina 20

3. Snijd de niet-klevende C-strip van schuimrubber zo af zodat deze overeenkomt met

de breedte (of hoogte) van het raam. Steek de afdichting tussen het glas en het frame om te voorkomen dat lucht en insecten de kamer binnenkomen. Beugel

2 schroeven Beugel 4 Installeer indien gewenst de beveiligingsbeugel met 2 schroeven, zoals afgebeeld.

5. Steek de adapter van de verschuiver voor het raam in het gat van de schuiver voor

het raam. Type 2: Wandinstallatie (voor sommige modellen)

1. Snijd een gat van 125 mm (4,9 inch) in de muur voor de Muuruitlaatadapter B.

2. Bevestig de Muuruitlaatadapter B aan de muur met de vier meegeleverde ankers en

3. Sluit de uitlaatslang (met de Muuruitlaatadapter A) aan op de Muuruitlaatadapter B.

Positie uitzettingsanker Wandafvoeradapter B Adapter kap OPMERKING: Dek het gat af met de adapterdop wanneer u deze niet gebruikt. Max. 120 cm of 47 inch Max. 30 cm of 12 inch OPMERKING: Voor een goede werking mag u de slang NIET te ver uitrekken of buigen. Controleer of er een obstakels zitten rondom de luchtuitlaat van de uitlaatslang (rondom 500mm) zodat het uitlaatsysteem goed functioneert. Alle illustraties in deze gebruiksaanwijzing zijn er alleen ter demonstratie. Uw airconditioner kan ietwat afwijken. De daadwerkelijke vorm heeft voorrang. Installatie instructies NLNLNLNL◄ Pagina 24

Overige functies SLEEP/ECO (SLAPEN/ECO)- werking Deze functie kan ALLEEN vanuit de afstandsbediening worden gebruikt. Om de SLEEP (SLAPEN)-functie te activeren, wordt de ingestelde temperatuur binnen 30 minuten met 1°C/2°F (of 1°F) verhoogd (koelen) of verlaagd (verwarmen). De ingestelde temperatuur wordt dan na nog eens 30 minuten met nog eens 1°C /2°F (of 1°F) verhoogd (koelen) of verlaagd (verwarmen). Deze nieuwe temperatuur zal de 7 uur lang in stand worden gehouden voordat ze weer teruggaat naar de oorspronkelijk geselecteerde temperatuur. Hierdoor wordt de slaapmodus beëindigd en blijft het apparaat werken zoals oorspronkelijk geprogrammeerd. OPMERKING: In de FAN ( VENTILEREN

of DRY (DROGEN)-modus is deze functie niet beschikbaar.

FOLLOW ME/TEMP SENSING (VOLG

MIJ/TEMPERATUURDETECTIE)-functie (op sommige modellen) OPMERKING: Deze functie kan ALLEEN vanaf de afstandsbediening worden geactiveerd. De afstandsbediening fungeert als een externe thermostaat waardoor het mogelijk wordt op locatie de temperatuur precies te meten. Richt de afstandsbediening op de eenheid en druk op de knop Follow Me/Temp Sensing (Volg mij/Temperatuur Detectie) om de functie Follow Me/Temp Sensing (Volg mij/Temperatuur Detectie) in te schakelen. De afstandsbediening stuurt dit signaal naar de airconditioner totdat u weer op de Follow Me/Temp Sensing(Volg Mij/ Temperatuur Detectie)-knop drukt. Als het apparaat het Follow Me/Temp Sensing (Volg Mij/Temperatuur Detectie)-signaal niet ontvangt gedurende een interval van 7 minuten, stopt het apparaat de Follow Me/Temp Sensing (Volg Mij/Temperatuur Detectie) -modus. OPMERKING: In de FAN ( VENTILEREN

of DRY (DROGEN)-modus is deze functie niet beschikbaar.

AUTOMATISCH OPNIEUW STARTEN

Als de eenheid onverwacht wordt uitgeschakeld vanwege een stroomuitval, dan zal het automatisch in de vorige instellingen starten als er weer stroom is.

  • De lamel kan handmatig in de gewenste stand worden gezet.
  • Plaats geen zware voorwerpen of andere lasten op de lamel; dit veroorzaakt schade aan het toestel.
  • Zorg ervoor dat de jaloezie tijdens het verwarmen volledig geopend is.
  • Houd de lamel tijdens bedrijf volledig geopend.

WACHT 3 MINUTEN VOORDAT U HET

APPARAAT WEER GEBRUIKT. Nadat de eenheid werd uitgeschakeld kan het de eerste 3 minuten niet opnieuw worden gestart. Dit is om de eenheid te beschermen. Na 3 minuten zal het apparaat automatisch weer gaan werken. ENERGIEBEHEER-functie (op sommige modellen) Als tijdens het koelen de omgevingstemperatuur enige tijd lager is dan de ingestelde temperatuur, dan zal de eenheid automatisch overschakelen naar energiebeheer. De compressor en de ventilatormotor stoppen. Als de omgevingstemperatuur hoger is dan de ingestelde temperatuur, dan zal de eenheid energiebeheer automatisch verlaten. De compressor en/of de ventilatormotor draaien. WATERDRAINAGE

  • Verwijder tijdens de ontvochtigingsmodi de aftapplug uit de achterkant van het apparaat en installeer de afvoeraansluiting (5/8" universele vrouwelijke mender) met 3/4" slang (lokaal verkrijgbaar). Sluit in geval van modellen zonder afvoerconnector de afvoerslang Gebruiksaan- wijzing NL◄ Pagina 25

gewoon aan op het gat. Plaats het open einde van de slang direct op de afvoerzone in uw keldervloer. Verwijder de aftapplug Doorlopende afvoerslang OPMERKING: Let erop dat de slang stevig vastzit en dat er geen lekkages zijn. Richt de slang op de afvoer en zorg ervoor dat er geen knikken zijn die het stromen van water tegen kunnen houden. Plaats het uiteinde van de slang in de afvoer en zorg ervoor dat het uiteinde van de slang naar beneden wijst, zodat het water soepel kan stromen. Als de continue slang niet wordt gebruikt, zorg er dan voor dat de afvoerplug en knop stevig zijn vastgemaakt om lekkage te voorkomen.

  • Verwijder tijdens de verwarmingspompmodus de onderste aftapplug uit de achterkant van de unit en installeer de afvoeraansluiting (5/8" universele vrouwelijke mender) met 3/4" slang (lokaal verkrijgbaar). Verplaats het apparaat voorzichtig naar een afvoerlocatie en laat het water weglopen. OPMERKING: Zorg er echter voor dat de afvoerslang lager is dan de afvoer van de onderste bak. Verwijder de aftapplug Continue afvoerslang
  • Wanneer het waterniveau van de onderste bak een vooraf bepaald niveau bereikt heeft dan piept de unit 8 keer, het scherm toont dan “P1”. Nu zal de airconditioning/ontvochtigingsproces meteen stoppen. De motor van de ventilator blijft echter wel werken (dit is normaal). Verplaats de eenheid voorzichtig richting de afvoer en haal de onderste afvoerplug eraf en laat het water wegstromen. Doe de onderste afvoerplug er weer op en start de machine weer op. “P1” verdwijnt van het display. Vraag om onderhoud als de foutmelding blijft. OPMERKING: Zorg ervoor dat u de onderste aftapplug stevig terugplaatst om lekkage te voorkomen voordat u het apparaat gebruikt. Bodem aftapplug Bodem aftapplug

Gebruiksaan- wijzing NL◄ Pagina 26

Onderhoud Veiligheidsmaatregelen

  • Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u gaat schoonmaken of onderhoud gaat plegen.
  • Gebruik GEEN ontvlambare vloeistoffen of chemicaliën om het apparaat schoon te maken.
  • Spoel de eenheid NIET af onder stromend water. Dit kan tot elektrische schokken leiden.
  • Gebruik de machine NIET meer als de voeding werd beschadigd tijdens het schoonmaken. Een beschadigd netsnoer moet worden vervangen door een nieuw snoer van de fabrikant. Het Schoonmaken van de Luchtfilter Luchtfilter (verwijderen) Verwijder de luchtfilter. OPGELET Gebruik de eenheid NIET zonder deze filter omdat vuil en pluizen het zullen verstoppen en de prestaties ervan zullen doen afnemen. Tips voor het onderhoud.
  • Zorg ervoor dat u het luchtfilter elke 2 weken reinigt voor optimale prestaties.
  • Bij een P1 en moet de wateropvangbak direct worden leeggemaakt en dat geld ook als het apparaat wordt opgeborgen zodat schimmelvorming wordt voorkomen.
  • In huishoudens met dieren moet u de grill regelmatig afnemen om te voorkomen dat de luchtstroom door dierenharen wordt geblokkeerd. Onderhoud NL◄ Pagina 27

De Eenheid Schoonmaken Maak de eenheid schoon met een vochtig, pluisvrije doek en een zacht schoonmaakmiddel. Droog de eenheid af met een droge, pluisvrije doek. Berg de eenheid op als deze niet wordt gebruikt

  • Laat de wateropvangbak leeglopen volgens de instructies in het volgende hoofdstuk.
  • Laat het apparaat 12 uur lang in de FAN ( VENTILEREN )-modus draaien om het te drogen en om schimmelvorming te voorkomen.
  • Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact.
  • Reinig het luchtfilter volgens de instructies in het vorige hoofdstuk. Plaats een schoon en droog filter terug voordat u het apparaat weer opbergt.
  • Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening. OPMERKING: Berg de eenheid op een in een koele en donkere ruimte. Blootstelling aan direct zonlicht of extreme hitte kan de levensduur van de eenheid verkorten. OPMERKING: De kast en de voorzijde kunnen worden afgestoft met een olievrije doek of worden gewassen met een doek vochtig gemaakt met een oplossing in warm water en een mild afwasmiddel. Grondig afspelen en droog vegen. Maak nooit gebruik van harde schoonmaakmiddelen, was of polijstmiddelen op de voorzijde van de kast. Wring het te veel aan water uit de doek voordat u het gaat gebruiken rondom de knoppen. Te veel water in of rondom de knoppen kan schade bij de eenheid veroorzaken. Onderhoud NL◄ Pagina 28