APR035 - Dashcam EAL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis APR035 EAL in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - APR035 EAL
Download de handleiding voor uw Dashcam in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding APR035 - EAL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. APR035 van het merk EAL.
GEBRUIKSAANWIJZING APR035 EAL
INLEIDING De APR035 maakt deel uit van de serie geavanceerde achteruitrijsystemen vervaardigd door EAL GmbH. De draadloze achteruitrijcamera en monitor, mits gebruikt zoals beschreven, zorgen ervoor dat u beter zicht hebt op alles achter uw auto, camper, aanhangwagen of bestelbus. We hebben vele maatregelen genomen tijdens kwaliteitscontroles zodat het product u in topconditie bereikt en naar uw tevredenheid zal werken. Lees de volgende veiligheids- en bedieningsinstructies zorgvuldig door.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDS INSTRUCTIES
Voordat u het systeem installeert Als u niet thuis bent in het werken met de 12-volt DC bedrading van uw voertuig, het demonteren en opnieuw aanbrengen van de binnenpanelen, vloerbedekking of andere onderdelen van uw voertuig, neem dan contact op met de fabrikant van het voertuig of overweeg om het camerasysteem door vaklieden te laten instaleren. Storing Dit apparaat kan net zoals alle andere draadloze apparaten onderhevig zijn aan storingen. Dergelijke storingen kunnen worden veroorzaakt door mobiele telefoons, Bluetooth headsets, Wi-Fi routers, elektriciteitsleidingen en andere elektrische apparaten, etc. Reparatie Het camerasysteem mag niet geopend worden. Elke poging tot wijziging of reparatie door de gebruiker heeft tot gevolg dat uw garantie vervalt. ONDERDELEN
1. Beeldscherm en bevestigingsarm 2. Camera met montage plaat
3. Zender 4. installatieaccessoires 5. netsnoer voor beeldscherm
6. Netsnoer voor verzendkastje21
INSTALLATE Deze instructies zijn niet op alle voertuigen van toepassing. Gezien het aantal verschillende merken & modellen zijn ze slechts bedoeld als een algemene leidraad. Voor vragen m.b.t. uw specifieke voertuig kunt u contact opnemen met de fabrikant van uw voertuig. Installatie van de camera De camera kan op verschillende manieren achter op uw auto worden gemonteerd. Het makkelijkste is echter om hem bij de kentekenplaat van de auto te monteren. Er is een bevestigingsplaat bijgeleverd die vastgezet kan worden achter het kenteken. De camera kan op deze plaat worden vastgezet. De hoek van de camera is instelbaar in verticale richting. Zorg ervoor dat er geen obstakels het zicht van de lens belemmeren.
Bij sommige autotypes is het niet mogelijk om de camera bij het kenteken te bevestigen. Misschien moet u een andere plaats zoeken achter op uw auto om de camera aan te bevestigen met de meegeleverde bouten en schroeven.
1. Verwijder de kentekenplaat en draai vervolgens de bouten/schroeven van de
kentekenplaathouder los.
2. Plaats de meegeleverde bevestigingsplaten (samen met de camera) achter de houder
van de kentekenplaat. Zet zowel de houder van de kentekenplaat en de bevestigingsplaten vast met de bouten/schroeven van de kentekenplaathouder.22
3. Monteer de kentekenplaat op de kentekenplaathouder.
4. Kies een traject voor de voedingskabel van de camera door het carrosserie van het
voertuig naar de bedrading van de achteruitverlichting. Schakel in geval van twijfel professionele hulp in voor de installatie.
5. Sommige voertuigen kunnen een gat hebben waar de kabel doorheen kan, zoals waar
de kentekenplaatverlichting is gemonteerd, of u kunt een gat boren dicht bij waar de voedingskabel bevestigd wordt aan de camera. Als u eenmaal gekozen heeft waar de kabel de carrosserie van het voertuig naar binnen zal gaan, verwijder dan de camera. Als u een bestaande opening kunt gebruiken, slaat u de volgende twee stappen over.
6. Voordat u een gat boort MOET U CONTROLEREN en nakijken WAT ZICH ACHTER DE
PLAATS BEVINDT WAAR U WILT BOREN. Als zich daar onderdelen van het voertuig bevinden, zoals elektrische onderdelen of onderdelen van het brandstofsysteem, moet u alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen nemen om deze niet te beschadigen. Verwijder de kentekenplaat en de camera voordat u gaat boren.
7. Plaats na het boren de meegeleverde doorvoertule in het gat en leidt de kabels van
de camera door de doorvoertule het voertuig in. U moet de doorvoertule gebruiken om te voorkomen dat de metalen rand van het gat de kabel van de camera beschadigt.
8. Bevestig de zender in de kofferbak. Sluit de voedingskabel van de camera en die van
de zender aan op de zender.
9. Nu moet u kijken waar de achteruitrijlichten van het voertuig zich bevinden. Draai de
contactsleutel in de accessoirestand, activeer de handrem en zet de auto in zijn achteruit. Kijk naar de achterlichten van het voertuig om te zien waar de achteruitrijlichten zich bevinden; dit zijn de witte lichten. Om de 12V+ kabel van de achteruitrijlichten te vinden moet de achterzijde van de achteruitrijlichten toegankelijk zijn. Als u hulp nodig heeft bij het vinden van de stroomkring van uw achterlichten neem dan contact op met de fabrikant van uw voertuig voor de bedradingschema’s van uw voertuig.
10. Als u de stroomkring van de achterlichten heeft gevonden moet u de voedingskabel
van de zender naar die plaats leiden. U moet de voedingskabel stevig vast zetten om te voorkomen dat de kabel klem komt te zitten in een onderdeel van de auto zoals de scharnier van de achterbakklep. Leidt de kabel nooit langs de buitenzijde van het voertuig!
11. Bij de meeste voertuigen zijn
er twee kabels aangesloten op de contactdoos voor de achterlichten. Gewoonlijk is de negatieve kabel zwart en de positieve kabel gekleurd. Als u niet zeker bent van de bedrading, kunt u een 12 Volt multimeter gebruiken die verkrijgbaar is bij de meeste winkels met auto-onderdelen om te bepalen welke positief is. Volg de aanwijzingen van de fabrikant op voor veilig gebruik23 van de multimeter.
12. Nadat u heeft bepaald welke kabel de positieve en welke de negatieve is, draait u de
contactsleutel weer naar de 'off' stand en vervolgens verwijdert u de negatieve kabel van de accu.
13. Verbind de rode kabel met de positieve (+) kabel van de achteruitrijlichten in serie
door gebruik te maken van de meegeleverde lasklem. Gebruik een combinatietang voor het aandrukken om te zorgen voor een goede aansluiting.
14. Verbind vervolgens de zwarte voedingskabel van de zendeenheid met de negatieve (-)
kabel of aarde van het achteruitrijlicht.
15. Plaats het lichtpeertje van het achteruitrijlicht weer terug en installeer de contactdoos
opnieuw. Zet alle kabels vast met kabelbinders of isolatietape.
16. Bevestig de negatieve accukabel weer aan de accu.
Installatie van de monitor Verzeker u ervan bij het bepalen van de plaats voor uw monitor dat de monitor u het zicht niet belemmert bij het rijden.
1. Reinig de door uw gekozen locatie grondig voor u het
beeldscherm definitief monteert.
2. Plaats de zuignap op de door u gekozen locatie.
3. Duw de zuignap goed aan op het door u gereinigde oppervlak
zoals het dashboard of het raam. Duw het handeltje naar beneden om de zuignap goed vast te zetten op het oppervlak.
4. Schuif het beeldscherm in de arm die aan de zuignap vastzit.
5. Draai de arm en de kop zodanig tot het beeldscherm in de juiste hoek staat en draai
de schroefjes stevig vast.24
6. Gebruik het bijgeleverde 12 volt netsnoer met aansluitbus voor de
sigarettenaansteker. Zorg ervoor dat de kabel niet het veilig rijden van de auto beïnvloed.
7. Steek de kleine 12 Volt DC plug van het netsnoer in de rechterkant van het
8. De aansluitbus aan de andere kant van het snoer kan bevestigd worden in de het
contact van de sigarettenaansteker van de auto. Om de effectiviteit van de bevestiging te maximaliseren wordt het aanbevolen dat dit wordt uitgevoerd onder de volgende omstandigheden: De temperatuur van het oppervlak moet tussen de 21 en 38 graden Celsius zijn. Uitvoering bij een temperatuur minder dan 10 graden moet vermeden worden. Het mag niet worden gedaan in direct zonlicht. De bevestiging niet blootstellen aan direct zonlicht voor een periode van 24 uur. N.B.: ONDER OMSTANDIGHEDEN MET EXTREEM HELDER LICHT KAN HET EEN PAAR SECONDEN DUREN VOORDAT HET BEELD ZICH STABILISEERT. WACHT TOTDAT HET BEELD IS GESTABILISEERD VOORDAT U ACHTERUIT RIJDT. Testen van het systeem
1. Verzeker u ervan dat beide accukabels zijn aangesloten op de accu van de auto.
2. Draai de contactsleutel in de accessoirestand, start het voertuig niet.
3. Activeer de handrem en zet de versnelling in zijn achteruit.
4. Na het testen van het systeem en als u tevreden bent met de route die u heeft
gekozen voor de bekabeling, moet u het systeem permanent installeren.
5. Leidt alle kabels achter binnenpanelen of onder tapijt zodat ze verborgen zijn.
Gebruik de meegeleverde kabelbinders om overtollige kabel netjes bij elkaar te houden.25
BEDIENING De monitor zal automatisch aan gaan indien de auto in de achteruitrijversnelling gezet wordt. Om diverse instellingen te doen op het beeldscherm zijn vijf knoppen beschikbaar:
POWER (AAN/UIT) knop Druk op de AAN/UIT knop om de monitor in of uit te schakelen. Als het beeld aan is, zal de blauwe LED aan zijn. Als de monitor wel stroom krijgt, maar het beeld uit is, zal de blauwe LED knipperen. Als de monitor uit is, kan er geen beeld verschijnen op het scherm en is de blauwe LED uit. MENU knop Druk op de MENU knop om toegang te krijgen tot het menuscherm zoals hieronder getoond: Druk herhaaldelijk op de MENU knop om brightness (helderheid), contrast (contrast), color (kleur) of direction (beeldoriëntatie) van het beeld te selecteren. Druk op de knop of knop om de instellingen van de geselecteerde eigenschap te wijzigen. Druk op de knop om de waarde te vergroten en op de knop om de waarde te verkleinen.
Om de oriëntatie van het beeld op het scherm te wijzigen, drukt u op de menuknop totdat direction geselecteerd is. Door herhaaldelijk op de of knop te drukken zijn er verschillende oriëntaties beschikbaar. Deze verschillende instellingen stellen u in staat de camera en monitor in elke positie te bevestigen terwijl u het juiste beeld op de monitor houdt. Selecteer exit op het scherm om het menuscherm te verlaten. GUIDELINE (GELEIDELIJNEN) knop Dit camerasysteem heeft de optie om afstandsrichtlijnen op het scherm te tonen. Dit helpt u om de afstand tussen de objecten achter uw auto te visualiseren. Door op de geleidelijnen knop te drukken kunt u deze optie in- of uitschakelen. Menu knop Guideline knop Power knop26
TECHNISCHE SPECIFICATIES Camera Voedingsspanning 5V DC Stroomverbruik <150mA Beeld sensor CMOS Aantal pixels 640x480 Resolutie >330 lens 2,4mm / F2,1 Zender Zendfrequentie 2414MHz RF zendafstand (open ruimte) 80M LCD monitor Voedingsspanning 12V DC Stroomverbruik “standby” <70mA Stroomverbruik operationeel <750mA LCD display schermgrote 8,9 cm / 3,5 inch Aantal pixel 320x240 Temperatuur bij gebruik -10 to +45 graden Celsius Dit model kan in EU-Landen worden gebruikt.
Overtollige elektrische producten moeten niet met het huisafval worden weggegooid. A.u.b. recyclen indien daar voorzieningen voor zijn. Vraag uw plaatselijke overheid of verkoper om advies bij het recyclen. GARANTIE EAL GmbH garandeert dit product voor een periode van 2 jaar na de datum van verkoop aan de oorspronkelijke koper. De garantie is niet overdraagbaar. De garantie dekt alleen defecten van handwerk en materialen. Om garantieservice te verkrijgen, a.u.b. het apparaat terugbrengen naar de plaats van aankoop of naar een geautoriseerde EAL GmbH dealer samen met uw bewijs van aankoop. De garantie is ongeldig wanneer het product beschadigd is of niet is gebruikt zoals beschreven in deze handleiding. De garantie is ongeldig indien er een niet-geautoriseerde reparatie is uitgevoerd. EAL GmbH geeft geen andere expliciete of impliciete garantie. EAL GmbH is alleen verantwoordelijk voor reparatie of vervanging (naar goeddunken van EAL GmbH) van het defecte product en is niet verantwoordelijk voor eventuele gevolgschade of ongemak veroorzaakt door het defect.12
Notice-Facile