WSP 300 H - Klimaatregeling AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WSP 300 H AEG in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - WSP 300 H AEG
Download de handleiding voor uw Klimaatregeling in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WSP 300 H - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WSP 300 H van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING WSP 300 H AEG
1. Gebruiksaanwijzing ____________________ 58
1.1 Beschrijving apparaat ______________ 58
1.2.3 Gebruik in de zomer ____________ 58
1.2.4 Energiebesparingtips____________ 59
1.3 Veiligheidsinstructies _______________ 59
1.6 Tips bij storingen __________________ 60
2. Montageaanwijzing ___________________ 62
2.2.1 Op te volgen regels _____________ 62
2.2.2 Keuze van de opstelplaats________ 62
2.3 Opbouw en elektrische aansluiting ___ 64
2.3.1 Apparaat openen ______________ 64
2.3.2 Instellen op werkbladhoogte _____ 65
2.3.3 Toevoer van de aansluitkabel _____ 66
2.3.4 Elektrische aansluiting __________ 66
inschuifdeel en sokkelplaat_______ 69
2.8 Opnieuw opbouwen ________________ 75
1. Gebruiksaanwijzing
1.1 Beschrijving apparaat
Met warmteaccumulatoren wordt tijdens de goedkope levering van laagtariefstroom (afhankelijk van de elektriciteitsmaatschappij, voornamelijk tijdens de nachturen) elektrisch opgewekte warmte opgeslagen. Deze wordt naargelang de gewenste kamertemperatuur als warme lucht via een ventilator afgegeven.
De bediening vindt plaats via verzinkbare bedienknoppen rechtsboven op het apparaat. Door de bedienknoppen licht in te drukken komen ze omhoog; nog eens indrukken laat de knoppen weer verzinken. De bedienknoppen kunnen op elke ingestelde stand verzonken worden.
Bedienknop links = Bedienknop voor het opladen
Bedienknop rechts = Bedienknop voor de kamertemperatuur
De warmte wordt automatisch opgeslagen. Met de van de vorige dag nog voorhanden warmte wordt bij het opladen via de op- en ontlaadregelaar steeds rekening gehouden. Automatische oplaadbesturing De bedienknop voor het opladen op het warmteaccumulatorapparaat moet altijd op MAX (rechter aanslag) ingesteld worden. Als het opladen verlaagd moet worden, kan de bedienknop iets teruggedraaid worden. Een verandering van de instelling is pas de volgende dag merkbaar. Daarom geen te grote veranderingen aanbrengen. De warmteopslag van de gehele installatie wordt door de oplaadregeling (in de teller- en verdelerkast) bepaald. Instelmogelijkheden vindt u in de meegeleverde handleiding van de oplaadregeling. Handbesturing Als het apparaat niet aan een oplaadregeling is aangesloten, wordt de warmtehoeveelheid die opgeslagen moet worden via de bedienknop voor het opladen op het apparaat traploos ingesteld en wel tussen:
Geen warmteopslag: Linker aanslag
Volle warmteopslag: Rechter aanslag Nadat de ingestelde warmtehoeveelheid is bereikt, schakelt de oplaadregelaar zich zelfstandig uit.
De besturing van de warmte-onttrekking vindt plaats via de op- en ontlaadregelaar. Als de kamertemperatuur tot onder de ingestelde temperatuur daalt, wordt de ventilator in het dynamische accumulator ingeschakeld en voert zolang warme lucht de ruimte in tot de ingestelde temperatuur is bereikt. Schakelaar extra verwarming Met deze schakelaar wordt de extra verwarming in- en uitgeschakeld. Als er geen extra verwarming voorhanden is, heeft deze schakelaar geen functie.
1.2.3 Gebruik in de zomer
In de zomer de bedienknoppen voor het opladen en voor de kamertemperatuur op MIN (linker aanslag) zetten. Niet de zekering voor de oplaadbesturing uitschakelen. Daardoor kan de tijdbesturing voor het opladen van slag raken.59 Voor de gebruiker Nederlands
Alleen dan verwarmen als de warmte ook nodig is.
Kamertemperatuur zo mogelijk op 20 °C houden. Elke graad meer verhoogt de verwarmingskosten met 6 tot 7% en elke graad minder bespaart hetzelfde bedrag.
In het algemeen niet alleen via de oppervlakken van het dynamische accumulator maar ook met de ventilator verwarmen. Daarvoor liever de bedienknop voor het opladen op het apparaat iets terugdraaien.
Het opladen van de dynamische accumulatoren het liefst via een automatische oplaadbesturing uitvoeren. Daarmee is verzekerd dat de apparaten ook slechts zoveel warmte opslaan als de volgende dag nodig is. Een correct ingestelde oplaadbesturing is een vereiste voor een economisch en comfortabel gebruik van de accumulatorverwarming.
Bij langere afwezigheid in de verwarmingsperiode de kamertemperatuur flink, echter niet tot onder de 10 °C laten zakken. Daardoor koelt het gebouw c.q. de ruimte niet helemaal af (vorstgevaar).
Permanent ventileren met open vensterspleet is duur. Kort en krachtig met geheel geopende ramen ventileren. Bedienknop voor de kamertemperatuur tijdens deze tijd op MIN (linker aanslag) zetten zodat de ventilator niet loopt.
Ramen en deuren sluiten niet? Afdichting verbeteren.
Vensterluiken of vensterrolluiken bij het invallen van de duisternis sluiten. Daardoor wordt de warmte-uitstraling naar buiten verminderd.
Overgordijnen voor dynamische accumulatoren zijn uit brandbeveiligingsgronden niet toegestaan. Bovendien verslechteren overgordijnen boven het dynamische accumulator de wamteafgifte de kamer in, zorgen voor warmteafgifte naar buiten en leiden daardoor tot een hoger energieverbruik.
Muren, wanden en meubels nemen warmte tijdsvertraagd op, slaan deze op en geven deze heel langzaam weer af. Hiermee moet bij het instellen van de temperatuur via de bedienknop voor de kamertemperatuur en bij het instellen van daaltijden rekening gehouden worden.
Vloeren, plafonds en muren vormen een opslagmassa waarmee bij de dimensionering van de accumulator geen rekening is gehouden. Een te drastisch dalen ‘s nachts kan dan tot knelpunten in de warmteverzorging overdag leiden.
1.3 Veiligheidsinstructies
Omdat de behuizing warm wordt, mogen geen brandbare of brandgevaarlijke voorwerpen in de buurt van of op het apparaat gezet worden. Leg daarom geen houten voorwerpen, was- en kledingstukken, tijdschriften, dekens etc. op of over het apparaat en zet geen meubels etc. van brandbaar materiaal en spuitbussen etc. dichter dan 25 cm voor, op of bij het apparaat, in het bijzonder niet voor de warmte-uitlaatopeningen.
Let er absoluut op dat zich op in bedrijf zijnde dynamische accumulatoren hete oppervlakken bevinden! De oppervlaktetemperaturen kunnen meer dan 80°C bedragen.
Het elektrische dynamische accumulator mag alleen voor de verwarming van die ruimtes gebruikt worden waarin geen explosieve gassen (verzegeling van vloer) of brandbaar stof voorhanden is! Bij renoveringswerkzaamheden waarbij stof optreedt mogen de dynamische accumulatoren alleen met uitgeschakelde ventilator gebruikt worden c.q. moeten tijdelijk geheel buiten bedrijf gezet worden.
Elektrische apparaten voldoen aan de betreffende veiligheidsbepalingen. Reparaties en servicewerkzaamheden aan elektrische apparaten mogen alleen door geschoold personeel uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan.60 Voor de gebruiker en de installateur
De AEG-keukenaccumulator heeft maar weinig onderhoud nodig.
De ventilatoren hebben zelfsmerende glijlagers. Wij raden aan het apparaat van tijd tot tijd door een installateur te laten openen en eventuele stofophopingen op de ventilator en in de luchtmengkamer te laten weghalen.
De reinigings- c.q. onderhoudsintervallen van de apparaten zijn van de betreffende opstel- en bedrijfsomstandigheden afhankelijk. Wij raden aan een eerste controle uiterlijk voor de tweede verwarmingsperiode uit te voeren. De verdere onderhoudscycli kunnen dan individueel vastgelegd worden.
Bij de reinigingscycli raden wij aan ook de controle- en regelorganen regelmatig te laten controleren. Uiterlijk 10 jaar na de eerste ingebruikneming moeten alle veiligheids-, controle- en regelorganen alsmede het gehele op- en ontlaadbesturingssysteem door een vakkracht gecontroleerd worden om onnodig energieverbruik te voorkomen.
De buitenkant van het apparaat mag niet met scherpe, schurende schoonmaakmiddelen gereinigd worden. Gebruik normale huishoudelijke schoonmaakmiddelen.
Lees de in deze handleiding vermelde informatie aandachtig door. Hier vindt u belangrijke tips t.a.v. veiligheid, installatie, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk als geen aandacht aan de volgende aanwijzingen wordt geschonken. Het apparaat mag niet misbruikt worden, d.w.z. als het niet volgens het voorziene gebruik gebruikt worden. Deze handleiding moet
aan de gebruiker na de installatie overhandigd worden. Bovendien moet de gebruiker geïnstrueerd worden t.a.v. het functioneren van de elektrische accumulatorverwarming.
zorgvuldig bewaard en bij wisselen van eigenaar aan de nieuwe eigenaar overhandigd worden.
bij werkzaamheden van de klantendienst aan de monteur overhandigd worden.
Controleer eerst de volgende punten als het dynamische accumulator niet werkt :
Staat het bedieningselement op het apparaat op de nulstand? Zo ja, inschakelen.
Is de gehele verwarmingsinstallatie (eventueel via de oplaadbesturing of de hoofdschakelaar) uitgeschakeld? Zo ja, inschakelen.
Zijn de zekeringen in de elektrische verdeler los of defect? Zo ja, vervangen of inschakelen.
Als de behuizing van het apparaat warm is, maar de ventilator loopt niet: Schakelt de ruimtetemperatuurregelaar? Zo ja, hoger instellen. Zijn de zekeringen van het ventilatorstroomcircuit in de elektrische verdeler los of defect? Zo ja, vervangen of inschakelen.
1.6 Tips bij storingen
De AEG-keukenaccumulator heeft een traploze op- en ontlaadregelaar en een veiligheidstemperatuurbegrenzer. Als tijdens het opwarmen de op- en ontlaadregelaar niet uitgeschakeld wordt, onderbreekt de veiligheidstemperatuurbegrenzer het stroomcircuit. Eventuele storingen mogen alleen door een geschoold vakman verholpen worden, zie hoofdstuk „In acht te nemen regels“ (2.2.1). Als het dynamische accumulator niet correct mocht werken, dienen de volgende controles uitgevoerd te worden.61 Voor de installateur
1. Apparaat slaat geen warmte op
Belastingszekeringen en vrijgavebescherming in de verdeler controleren.
Krijgt de op- en ontlaadregelaar B1 spanning?
Staat er spanning op de uitgang „SH“ van de op- en ontlaadregelaar B1?
Is de veiligheidstemperatuurbegrenzer F1 uitgeschakeld? De veiligheidstemperatuurbegrenzer wordt door op de startknop te drukken geactiveerd. Mogelijke oorzaken voor het uitschakelen van de veiligheidstemperatuurbegrenzer zijn: - Defect van de oplaadregelaar. - Verboden apparaatafdekking en daardoor opgetreden warmteopstuwing.
Kerntemperatuursensor B3 op juiste plaats en waarde controleren.
2. Apparaat laadt altijd helemaal op
Schakelt de op- en ontlaadregelaar B1 de thermobescherming K1 niet uit? Laadpotentiometer (laadintensiteitsinsteller B5) en kerntemperatuursensor B3 controleren.
Steekbrug „Max. lading“ op de op- en ontlaadregelaar B1 correct ingestoken? Op steekplaats IV.
Op- en ontlaadregelaar defect? Bij aansturing via een oplaadbesturing (centraal besturingsapparaat) moet de besturingspanning op de klemmen A1/Z1 - A2/Z2 gecontroleerd worden. Als er geen wisselspanning op de klemmen meetbaar is, kan de oplaadbesturing defect zijn.
3. Apparaat geeft niet voldoende warmte af
Apparaat is te klein gekozen. Ventilator of op- en ontlaadregelaar is defect. De oplaadbesturing moet eventueel hoger ingesteld worden. Hiertoe dienen de bijzonder aanwijzingen bij de betreffende oplaadbesturing in acht genomen te worden.
4. Kenlijnen van de sensor
Nederlands Kerntemperatuursensor Kamertemperatuursensor Kerntemperatuur in graden Celsius Kamertemperatuur in graden Celsius Weerstand in Ohm Weerstand in Ohm Afb. 1 Afb. 262 Voor de installateur
2. Montageaanwijzing
verstelbaar van 815 - 840 mm
2.2 Opstelling en installatie
De aansluiting van het dynamische accumulator moet door de betreffende EVU toegelaten zijn.
De elektrische aansluiting moet door een erkend vakman of door geschoold personeel plaatsvinden.
Houd u aan de plaatselijke veiligheidsmaatregelen.
Bij het opbouwen van elektrische dynamische accumulatoren in commercieel of openbaar gebruikte ruimtes zoals bijv. hotels, vakantiehuizen, vakantiewoningen, scholen, overheidsgebouwen etc. moet een aparte waarschuwing aan de bovenkant van het apparaat aangebracht worden. De betreffende stickers zijn bij onze handelaren verkrijgbaar.
2.2.1 Op te volgen regels
Bij de planning c.q. installatie dient op het volgende gelet te worden:
VDE 0100 (opstellen van sterkstroominstallaties tot 1000V)
2.2.2 Keuze van de opstelplaats
De keukenaccumulator kan zowel in elk keukenblok geïntegreerd worden als ook met een speciale accessoireset vrij opgesteld worden. De vloer moet het gewicht van het apparaat kunnen dragen; houd daarom rekening met de gewichten in hoofdstuk „Technische gegevens“ (zie punt 2.1). Bij twijfel ten aanzien van de sterkte van de vloer dient een vakman geraadpleegd te worden. In het algemeen kunnen de AEG-keukenaccumulatoren zonder onderlegger op de vloer gezet worden. Het opsteloppervlak moet glad en egaal zijn en tegen een temperatuur van minimaal 80 °C bestand zijn. Bij zachte c.q. drukgevoelige en niet-warmtebestendige vloeren en vaste vloerbedekkingen en voor het egaliseren van oneffenheden wordt een onderlegplaat ter grootte van het opstelvlak aangeraden. Bij langharige of hoogpolige vloerbedekkingen moet altijd een onderlegplaat gebruikt worden.
2.2.3 Opstelvoorschriften
Door de lage oppervlaktemperaturen van de zijwanden kan de warmteaccumulator direct naast elk ander inbouwapparaat in het keukenblok gepland worden. Om energie te besparen is het opstellen direct naast koel- en vriesapparaten niet zinvol. Het apparaat kan vlak tegen de achterwand opgesteld worden. Warme en koude lucht moet ongehinderd kunnen wegstromen. Alle voorwerpen dienen minstens 30 cm van de luchtroosters verwijderd te zijn.63 Voor de installateur
2.2.4 Apparaatafmetingen / Inbouwmaten
De keukenaccumulator is standaard voor inbouw onder werkbladen voorzien. De apparaathoogte is af fabriek op 815 - 820 mm ingesteld. Opgelet: Voor het meten van de inbouwhoogte moet erop gelet worden dat tussen afdekplaat keukenaccumulator en onderkant werkblad minimaal 8 mm afstand wordt aangehouden! Maten van de inbouwnis (nominale maten): - Hoogte: 825 mm - Breedte: 450 mm - Diepte: 570 mm (opstelling vlak tegen de wand) a) Accessoires voor vrijstaande opstelling (afdekking, voorwand, zijplaten) b) Standaard: 1 nivelleerplaat 10 mm en 2 nivelleerplaten 20 mm hoog meegeleverd c) Sokkelplaat 63 mm traploos naar achteren in te stellen d) Afdekking van of achter 30 mm uitstekend te monteren Nederlands Nominale maat 820; verstelbaar van 815-84064 Voor de installateur Afb. 4 Afb. 5 Opgelet: Let erop dat er geen aansluitleidingen beschadigd, er afgetrokken of uit het apparaat getrokken worden. Leidingen correct aanleggen.
2.3.1 Apparaat openen
1. De 2 bevestigingsschroeven van de bedienplaat
links- en rechtsboven eruit draaien.
2. De 4 bevestigingsschroeven van de voorste
afdekplaat eruit draaien, afdekplaat er naar voren toe afhalen. De aan de achterkant van de afdekplaat meegeleverde nivelleerplaten eraf halen.
3. Bedienplaat naar boven schuiven, er naar voren
toe afhalen en aan de zijkant neerzetten.
4. De 2 bevestigingsschroeven van het ventilator-
tussenstuk onder aan de binnenwand eruit draaien. Ventilatoraansluitleiding van schakelpaneel losmaken (klemmen 12 en N, aardingssnoer eraf trekken). Aansluitleiding van de ruimtetemperatuursensor B2 van op- en ontlaadregelaar B1 (rechtsonder naast tussenstuk) losmaken (snoer met 2 platte- steekhulsen 2,8 - TF1 en TF2 - eraf trekken). Temperatuurregelaar F4 van binnenwand afschroeven. Bij geïnstalleerde extra verwarming de regelaar Vrijgave Extra Verwarming F2.1 van de binnen- wand afschroeven en de aansluitleidingen van de extra verwarming van het schakelpaneel losmaken (klemmen LH en N, aardingskabel eraf trekken). Ventilatortussenstuk samen met sokkelplaat naar voren uit het apparaat trekken.
2.3 Opbouw en elektrische aansluiting
Het dynamische accumulator dient pas op de opstelplaats uit de verpakking gehaald te worden. Kleine beschadigingen aan de accumulatorkernstenen hebben geen invloed op de werking van het apparaat.65 Voor de installateur Afb. 6 Afb. 7 Tip: Met de instelmogelijkheid vanuit de apparaatbinnenkant kan de hoogte ook naderhand ingesteld worden, als de keukenaccumulator al in de inbouwnis staat en bijgesteld moet worden. Opgelet: Om de bedienplaat op het apparaat ook onder het werkblad te kunnen monteren c.q. te demonteren moet tussen afdekplaat keukenaccumulator en onderkant werkplaat een minimumafstand van 8 mm aangehouden worden!
5. Veiligheidstemperatuurbegrenzer F1 rechtsonder
van de binnenwand afschroeven. De 8 bevestigingsschroeven van de binnenwand afschroeven. Binnenwand eruit halen: Hiertoe de binnenwand er eerst aan de rechter kant naar voren en daarna dwars naar rechts uittrekken. Opgelet: De isolatie is aan de binnenwand bevestigd, voorzichtig!
6. Voorste warmte-isolatie, kleine onderdelen in
zakjes, buizenverwarmingslichaam, kernafdek- plaat en verpakkingsmateriaal uit accumulator- kernruimte weghalen.
2.3.2 Instellen op werkbladhoogte
Voordat het apparaat onder het werkblad wordt geschoven, moet het ingesteld worden op de betreffende werkbladhoogte. Hiertoe keuken- accumulator voor de inbouwnis in de 4 meegeleverde kunststof beschermkappen zetten. Met de traploos instelbare schotelvoetjes kan de apparaathoogte van 815 tot 840 mm ingesteld worden. Voor het instellen van de voetjes de contramoeren M10 aan de binnenkant van het apparaat losmaken (sleutelmaat 17). De hoogteinstelling vindt plaats van buiten onder aan de schotelvoet met een sleutel maat 13 of vanuit de apparaatbinnenkant in de gespleten draadeinde. Gebruik hiertoe het mee- geleverde stalenplaatstuk of een ander geschikt gereedschap. Contramoeren weer aantrekken. Nederlands66 Voor de installateur
2.3.3 Toevoer van de aansluitkabel
Bij inbouw in het keukenblok de lengte van de aansluitkabels voor laagtarief-, hoogtarief- en besturingstroomcircuit zo bemeten dat het apparaat voor inbouw in de inbouwnis aangesloten kan worden. De keukenaccumulator kan zo later bijv. voor onderhoudswerkzaamheden zonder afklemmen helemaal uit de inbouwnis getrokken worden. Voordat het apparaat in de inbouwnis geschoven wordt de kabels van de achterkant van het apparaat door de kabeldoorvoeringen linksonder aan de achterwand en door de kabelbindstrips aan de linker binnenkant van het apparaat naar voren in de aansluitruimte trekken. De kabels in de trekontlastingen onder op het schakelpaneel voeren en vastklemmen. Kabelbindstrips aan de linker binnenkant van het apparaat vasttrekken. Opgelet: Let erop dat de aansluitkabels dicht tegen de linker binnenkant van het apparaat aan liggen en later niet het ventilatortussenstuk kunnen aanraken. Hete oppervlakken! Let erop als de keukenaccumulator in de inbouwnis wordt geschoven dat de aansluitkabels niet geknikt of platgedrukt worden. De aansluitkabels moeten achter het apparaat bij de sokkelterugsprong vrij aangelegd worden.
2.3.4 Elektrische aansluiting
Het dynamische accumulator wordt met een belastingstroomleiding (laagtarief) en besturingsleidingen voor de ruimtetemperatuurregelaar alsmede voor de oplaadregeling (A1/Z1; A2/Z2) aangesloten. De leidingen A1/Z1 en A2/Z2 voeren netspanning 230V~ en mogen daarom samen met een leiding met L/N/PE voor de kamerthermostaten gevoerd worden. Het dynamische accumulator is voor directe aansluiting geschikt, het kan echter ook via een aansluitdoos aangesloten worden. Volgens voorschrift moet elk stroomcircuit, bijv. met zekeringsautomaten, op alle polen te scheiden zijn. Daarbij moet de contactopening minstens 3 mm bedragen. Elk dynamische accumulator moet met een aparte laststroomleiding uit de elektrische verdeler aangesloten worden. Het lussen van de laststroomleiding van accumulator naar accumulator is niet toegestaan. Een 1-fase aansluiting mag volgens de technische aansluitvoorwaarden (TAB) van de EVU’s alleen tot 2 kW plaatsvinden. Daartoe brug tussen de klemmen L1-L2-L3 plaatsen (geldt niet in Belgie). Bij aansluiting aan een oplaadbesturing met „eendraadbesturing“ brug tussen „A2/Z2“ en „N“ plaatsen. Zorg dat de aardleiding goed aangesloten zit. Als de accumulator alleen met een aansluitleiding van 2,0 kW gebruikt wordt, het bovenste verwarmingslichaam niet aan de stroom aansluiten. De AEG-keukenaccumulator heeft standaard een elektronische op-/ontlaadinstallatie. Het oplaaddeel kan aan een automatische oplaadinstallatie met 80% blok-ED (digitaal besturingssignaal), bijv. µC2100, µC3000 aangesloten worden. Het ontlaaddeel bevat de kamertemperatuursensor en de streefwaarde-insteller. Een externe kamertemperatuursensor is niet nodig. Opgelet: Op de klemmen L en N moet permanente spanning (HT-toevoerleiding) staan. Een eventueel voorhanden externe kamertemperatuurregelaar mag de klem L niet zonder spanning zetten. Voor het dalen ‘s nachts moeten de klemmen TA-TA via een potentiaalvrij schakelcontact van een schakelklok overbrugd worden. Het dalen ‘s nachts is vast ingesteld en bedraagt 3 K.67 Voor de installateur VerdelerHT-toevoerleiding1/N/PE ~ 230 Vnaar de automatischeoplaadinstallatieKLEMMEN: LH: Extra verwarmingTA: nachtreductieVentilatorLE: Trede langzaam
- Opmerking Bij aansluiting aan 1/N/PE ~ 230 V bruggentussen L1-L2 en L2-L3 plaatsenNT-toevoerleiding3/N/PE ~ 400 VB1 Op- en ontlaadregelaarB2 RuimtemperatuursensorB3 Kernsensor PT100B4 Insteller kamertemperatuur 47 kWB5 Insteller laadintensiteit 47 kWE1 Accumulatorverwarmingslichaam 3 x 1,0 kWE2 Extra verwarmingF1 Veiligheidstemperatuurbegrenzer opladenF2.1 Regelaar vrijgave extra verwarmingF2.2 Oververhittingbescherming extra verwarmingF3 Temperatuurbegrenzer ventilatorF4 Temperatuurregelaar opladingH1 Indicatie extra verwarmingK1 ThermobeschermingM1 VentilatorR1 Ventilatorweerstand 450 W/25 WR2 Beveiligingsweerstand 22 WS2 Schakelaar extra verwarmingOpgelet! Ook bij uitgeschakelde zekering kan op de hoogtariefklemmen, in het bijzonder bij de klemmen A1/Z1 en A2/Z2voor de oplaadbesturing, spanning zitten.Opgelet! Voor de spanning voor de elektronische op- en ontlaadregelaar en de ventilator moet op de klemmen L en Npermanente spanning (HT-toevoerleiding) staan. Afb. 8 I (560 °C)II (520 °C)III (480 °C)IV (460 °C)V (440 °C)
2.3.5 Schakelschema WSP 300 H
Nederlands68 Voor de installateur Afb. 9 Afb. 10 Afb. 11
Keukenaccumulator in inbouwnis schuiven (op definitieve plaats zetten) en uitlijnen. Stelvoetjes eventueel bijstellen.
Accumulatorstenen zo plaatsen dat de openingen gelijk liggen met de vloerisolatie en met de trede de vloerisolatie aan de voorkant afsluiten (afb. 9+10). Bij de inbouw van de laatste steenlaag de kern- afdekplaat (pos. 6, afb. 9) met de afkanting naar beneden en naar de achterkant van het apparaat toe zo plaatsen dat hij tussen accumulatorkern en warmte-isolatie ligt. De plaat kan niet er niet meer naar voren toe uitgetrokken worden.
Buisverwarmingslichaam E1 (afb. 9+10) van voren tussen de accumulatorstenen tot aan de aanslag naar achteren schuiven.
Warmte-isolatie van voren tussen de einden van het verwarmingslichaam voor de steenzuil dicht plaatsen.
Binnenwand plaatsen (afb. 11): Hiertoe de binnen- wand eerst aan de linker zijde voorzichtig over de einden van het verwarmingslichaam E1 schuiven en dan aan de rechter zijde over de einden van het verwarmingslichaam klappen. Binnenwand aan de zijkant en boven met 8 schroeven (pos. 7) bevestigen.
De door het buizenverwarmingslichaam naar buiten gedrukte warmte-isolatie er weer indrukken. De meegeleverde ovale isolatieschijven over de einden van het verwarmingslichaam schuiven en verdraaien zodat deze stevig achter de binnenwand komen te zitten.
Veiligheidstemperatuurbegrenzer F1 en tempera- tuurregelaar F4 er weer opschroeven (afb. 11).
Vrije aansluitleidingen van de veiligheidstempera- tuurbegrenzer F1 en vrije N-brug van het schakelpaneel volgens schakelschema (pagina 67) op verwarmingslichaamaansluiteinden E1 steken. Opgelet: Na de montage van de accumulatorkern en aansluiting van het verwarmings- lichaam de ventilatorvoorweerstand R1 met vastzethoek op het schakelpaneel in horizontale stand buigen. Let er daarbij op dat de einden van het verwarmingslichaam niet door interne leidingen aangeraakt worden.69 Voor de installateur Afb. 13 Afb. 12 Afb. 14
2.3.7 Montage van ventilatorinschuifdeel en sokkelplaat
Voor de montage van het ventilatorinschuifdeel de vloerruimte van de keukenaccumulator reinigen.
Ventilatorinschuifdeel samen met sokkelplaat van voren weer in het apparaat zetten. Ventilatorinschuifdeel met 2 bevestigings- schroeven (pos. 4, afb. 12) onder aan de binnen- wand vastschroeven.
Ventilatoraansluitleiding weer aan schakel- paneel aansluiten.
Aansluitleiding van de kamertemperatuur- sensor B2 op op- en ontlaadregelaar B1 weer aansluiten.
Bij geïnstalleerde extra verwarming de regelaar Vrijgave Extra Verwarming F2.1 weer op de binnenwand schroeven en de aansluitleidin- gen van de extra verwarming weer aan het schakelpaneel aansluiten. Opgelet: Let erop dat er geen leidingen beschadigd of afgetrokken worden of de ventilatorvoorweerstand aanraken. Leidingen correct aanleggen.
Om de zwarte sokkelplaat aan te passen aan de actuele sokkelinsprong van het keukenblok de beide aandrukschroeven (pos. 8, afb. 13) links- en rechtsvoor op het ventilatorinschuifdeel losdraaien.
Sokkelplaat op de betreffende sokkel- terugsprong instellen. Aandrukschroeven weer vast aantrekken. Tip: De zwarte sokkelplaat (met inschuifdeel voor luchtuittrede) kan apart uit het apparaat genomen worden. Dit is bijv. nodig bij de montage van de extra verwarming. Daartoe de aansluitleiding van de kamertemperatuursensor B2 van op- en ontlaadregelaar B1 aftrekken, aandrukschroeven op het ventilatorinschuifdeel losdraaien en sokkelplaat naar voren toe het apparaat trekken.
Maat „H“ van opstelvlak tot omkanting zijwand vaststellen (afb. 14).
Maat „X“ (= H - S) berekenen. Nederlands70 Voor de installateur Afb. 15 Afb. 16 Afb. 17
Aan de achterkant van het meubelfront volgens nevenstaande maattekening afb. 15 vier blinde- gaten Ø 5 mm, 8 mm diep boren (zie afb. 16).
Meegeleverde splijtdraadmoffen M4 (pos. 10, afb. 16) vlak in de blinde gaten van het meubelfront slaan.
Draadstiften M4x18 (pos. 11) met 1 façonmoer (pos. 12), 2 schijven (pos. 13) en 1 moer (pos. 14) voormonteren en helemaal in de splijtdraadmoffen schroeven.
Nivelleerplaat/platen 10 mm of 20 mm, naar behoefte, volgens de plaathoogte van het meubelfront met de meegeleverde schroeven M4 (pos. 15, afb. 17) en moeren (afb. 18) op bedieningspaneel (pos. 17) monteren.71 Voor de installateur Afb. 18 Afb. 19 Opgelet: Let erop dat de geplaatste veerklemmen niet de ventilatorweerstand kunnen aanraken. Weerstand met vastzethoek in horizontale stand buigen. Elektrische veiligheid!
Bedieningspaneel er weer opschroeven. Meubelfront plaatsen. Tip: Het meubelfront kan ook met zogenaamde sleutelschroeven bevestigd worden. Hiertoe moeten op de voorste afdekplaat wel al gaten zitten. Het plaatsen van het meubelfront moet dan voor de montage van het bedieningspaneel plaatsvinden.
Op het typeplaatje staan de typespecifieke technische gegevens. U vindt het typeplaatje linksonder op de zwarte sokkelplaat. Opgelet: Voordat de voorste afdekplaat erop geschroefd wordt controleren of de kerntemperatuursensor B3 (zie afb. 9, pagina 68) tot aan de aanslag in de sensorbuis is geschoven.
Veerklemmen (pos. 18, afb. 18) van achteren in de 4 rechthoekige gaten van de voorste afdekplaat steken. Voorste afdekplaat weer op het apparaat schroeven. Nederlands Oplaaddeel Ontlaaddeel Extra verwarming Gewicht Type Fabricagenummer Ventilator72 Voor de installateur Afb. 20
2.5 Reserveonderdelen
Bij alle aanvragen voor reserveonderdelen zijn steeds het op het typeplaatje aangegeven typenummer en fabricagenummer nodig. Wij raden aan het fabricagenummer hier tijdens de installatie te noteren: Typenummer: WSP 300 H Fabricagenummer: ____________________
Met de volledige bekledingsset kan de keuken- accumulator vrij opgesteld worden. De bekledingsset bestaat uit voorfront, afdekking met werkblad en 2 zijplaten. Montagevolgorde
Bedieningspaneel en voorste afdekplaat eraf schroeven (zie punt 1-3, pagina 64).
Zwarte sokkelplaat (met inschuifdeel voor luchtuittrede) uitbouwen: Hiertoe de aansluitleiding van de kamertem- peratuursensor B2 van op- en ontlaadregelaar B1 aftrekken (zie afb. 12 + 13, pagina 69). Aandrukschroeven (pos. 8) op het ventilator- inschuifdeel losdraaien en sokkelplaat naar voren toe uit het apparaat trekken.
Zijplaten (pos. 19, afb. 20) onder op linker en rechter zijwand schroeven.
Afdekking met de sleutelgaten van de bevestigingsrails over de verzonken schroeven (pos. 20) van de apparaatafdekplaat leggen. Afdekking zover terugschroeven tot deze aan de voor- en achterkant 30 mm uitsteekt. Afdekking van onderen door de apparaat- afdekplaat in de voorhanden bevestigings- gaten (pos. 21) vastschroeven. Gebruik voor de montage de meegeleverde schroeven.73 Voor de installateur Afb. 21 Afb. 22
Een nivelleerplaat 20 mm hoog op het bedieningspaneel (pos. 23, afb. 21) monteren.
Sokkelplaat tot voor de zijplaten er weer vlak inschuiven. Aansluitleiding van de kamer- temperatuursensor B2 op op- en ontlaad- regelaar B1 weer aansluiten. Aandruk- schroeven weer vast aantrekken. Opgelet: Voordat de voorste afdekplaat erop geschroefd controleren of de kerntemperatuursensor B3 (zie afb. 9, pagina 68) tot aan de aanslag in de sensorbuis is geschoven.
Voorwand met de sleutelgaten over de 4 verzonken schroeven (pos. 22) in de zijwanden plaatsen en tot de aanslag naar beneden drukken.
Om ook van een niet opgeladen apparaat direct warmte te kunnen krijgen wordt aanbevolen een extra verwarmingslichaam in te bouwen dat steeds gereed voor gebruik is. Het gebruik wordt volgens hoogtarief berekend. De extra verwarming wordt via de ingebouwde wipschakelaar bediend. Tijdens het gebruik brandt de wipschakelaar. Het inbouwen van de extra elektrische verwarming mag alleen door een gecertificeerd vakman uitgevoerd worden. Montagevolgorde
Gehele stroomtoevoer naar de keukenaccumulator onderbreken.
Bedieningspaneel en voorste afdekplaat eraf schroeven (zie punt 1-3, pagina 64).
Zwarte sokkelplaat (met inschuifdeel voor luchtuittrede) uitbouwen: Hiertoe de aansluitleiding van de kamertemperatuursensor B2 van op- en ontlaadregelaar B1 aftrekken (zie afb. 12 + 13, pagina 69). Aandrukschroeven (pos. 8) op het ventilatorinschuifdeel losdraaien en sokkelplaat naar voren toe uit het apparaat trekken.
„Regelaar vrijgave“ F2.1 (afb. 22) via het ventilatorinschuifdeel (pos. 24) in de voorhanden bevestigingsgaten linksonder op de binnenwand schroeven.
„Oververhittingbescherming“ F2.2 (afb. 23) op het ventilatorinschuifdeel in de voorhanden bevestigingsgaten schroeven. Opgelet: De onderdelen „Regelaar Vrijgave“ en „Oververhittingbescherming“ zijn identiek. Nederlands74 Voor de installateur Afb. 23 Afb. 24
Voorhanden schroeven (pos. 25, afb. 23) uit bovenkant inschuifdeel verwijderen.
Gat onder plakstrip openen en kabeldoorvoer (pos. 26) er van buiten af in plaatsen.
Extra verwarming E2 (afb. 24) van achteren in het inschuifdeel plaatsen, daarbij de aan- sluiteinden door de kabeldoorvoer naar buiten geleiden. Vastzetklampen van de extra verwarming overeenkomstig aanbrengen en met de meegeleverde schroeven bevestigen.
Aardingskabel (pos. 27) linksvoor aan het inschuifdeel schroeven.
Bedieningspaneel er weer inschuiven. Aansluitleiding van de kamertemperatuursensor B2 op op- en ontlaadregelaar B1 weer aansluiten. Aandrukschroeven weer vast aantrekken.
Aardingskabel op schakelpaneel steken. Aansluitleidingen van „Regelaar Vrijgave“, „Oververhittingbescherming“ en extra verwarming volgens schakelschema (pagina 67) aansluiten. Opgelet: Let erop dat er geen leidingen beschadigd of afgetrokken worden of de ventilatorvoorweerstand aanraken. Leidingen correct aanleggen. Opgelet: Voordat de voorste afdekplaat erop geschroefd wordt controleren of de kerntemperatuursensor B3 (zie afb. 9, pagina 68) tot aan de aanslag in de sensorbuis is geschoven.
Voorste afdekplaat en bedieningspaneel er weer opschroeven.
Stroom weer aansluiten en controleren of de extra verwarming werkt.75 Voor de installateur
Voor de ingebruikneming moeten de volgende controles verricht worden:
Isolatiecontrole met een spanning van minstens 500 V. De isolatieweerstand moet minstens 0,5 MOhm bedragen.
Door de electro-installateur moet de vermogensafgifte worden gecontroleerd. Dit kan bijv. door middel van een kWh- en tijdmeter plaatsvinden. Ook een koudweerstandsmeting kan eventueel plaatsvinden. De aldus vastgesteld waarde moet met de gegevens op het typeplaatje c.q. in het hoofdstuk „Technische gegevens“ vergeleken worden. Tip: De eerste keren als het verwarmingsapparaat in gebruik genomen wordt, kan er damp optreden, daarom de ruimte goed ventileren.
2.8 Opnieuw opbouwen
Apparaten die reeds in bedrijf waren of gedemonteerd zijn en op een andere plaats opnieuw opgebouwd worden dienen na opstelling volgens de genoemde aanwijzingen in gebruik genomen te worden waarbij de controles behorend bij ingebruikneming opnieuw uitgevoerd moeten worden. Het apparaat moet na heropbouw tijdens de eerste oplaadperiode onder bewaking van een monteur gebruikt worden. Er dient gewacht te worden tot de oplaadregelaar aanspringt. Delen van de warmte-isolatie die schade of veranderingen vertonen waardoor de veiligheid in gevaar kan komen dienen vervangen te worden.
Aanspraak op garantie bestaat uitsluitend in het land waar het toestel gekocht is. U dient zich te wenden tot de vestiging van AEG of de importeur hiervan in het betreffende land. De montage, de electrische installatie, het onderhoud en de eerste inbedrijfname mag uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. De fabrikant is niet aansprakelijk voor defecte toestellen, welke niet volgens de bijgeleverde gebruiks- en montageaanwijzing zijn aangesloten of worden gebruikt.
Notice-Facile