WSP 600 HF - Verwarming AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WSP 600 HF AEG in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - WSP 600 HF AEG
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WSP 600 HF - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WSP 600 HF van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING WSP 600 HF AEG
Schoorsteen model reeks
Gebruiks- en Montagehandleiding
Deutsch
Inhaltsverzeichnis
- Gebruiksaanwijzing 46
1.1 Omschrijving van het apparaat 46
1.2 Bediening 46
1.2.1 Warmteopslag 46
1.2.2 Warmteafgifte 46
1.2.3 Gebruik in de zomer 46
1.2.4 Energiebesparingtips 47
1.3 Veiligheidsinstructies 47
1.4 Onderhoud 48
1.5 Belangrijke tip 48
1.5.1 Algemeen 48
1.5.2 Storingen 48
1.6 Tips bij storingen 49
- Montageaanwijzing 50
2.1 Technische gegevens 50
2.2 Opstelling en installmente 50
2.2.1 Op te volgen regels 50
2.2.2 Keuze van de installmentieplaats 50
2.2.3 Minimumafstanden 51
2.2.4 Kantelbeveiliging, wandbevestiging 51
2.2.5 Afrometingen apparatus 51
2.3 Opbouw en elektrische aansluiting 52
2.3.1 Montage 52
2.3.2 Vermogenopname 54
2.3.3 Demontage van de ventilatorschuiflade 54
2.3.4 Elektrische aansluiting 55
2.3.5 Kabelsinbrengen 55
2.3.6 Schakelschema WSP 600 HF 56
2.4 Typeplaatje 57
2.5 Wisselstukken 57
2.6 Toebehoren 58
2.6.1 Automatische Oplaadregelaar 58
2.6.2 Warmte afgifte thermostat 58
2.6.3 Thermisch relais 58
2.6.4Dagelement-verwarming 58
2.6.5 Verdere toebehoren 58
2.7 In gebruikname 59
2.8 Accumulator opniew installeren 59
3.Garantie 59
3.1 Milieu en recycling 59
1. Gebruiksaanwijzing
1.1 Omschrijving van het apparaat
Met warmteaccumulatoren wordenijdens de laag tariefperiode (afhankelijk van het nutsbedrijf, meestal nachstroom) elektrisch opgewekte warmte opgeslagen. Deze worden overeenkomstig de temperatuur in de ruimte via een ventilator als warme lucht, en voor een gering deel ook alsuitstralingswarmte van het oppervlak van het apparatusat, wee afgegeben.
1.2 Bediening
De oplaadregelknop, rechtsboven op het toestel, is in-/uitschuifbaar.
Door de bedienknoplicht in te drukken kommt deze eruit; nog eens indrukken blijft hij in het toestel De bedienknop kan op elke ingestelde waarde ingeduwd worden.
1.2.1 Warmteopslag
De warmte worden automatisch opgeslagen. Met de van de vorige dag nog voorhanden warmte worden bij het opladen via de op- en ontlaadregelaar steeds rekening gezchoolden.
De oplaadregelknop van de warmteaccumulatorapparaat moet alg op MAX (rechter aanslag) ingesteld worden. Als het opladen verlaagd moet worden, kan de bedienknop ie tseruggedraaid worden. Een verandering van de instelling is pas de volgende dag merkbaar. Daarom geen te groeteveranderingen aanbrengen.
De warmteopslag van de gehele installmente worden door de oplaadregelaar (in de verdelijkkast) bepaald. Instelmogelijkheden vindt u in de meegeleverde handleiding van de oplaadregeling.
Handbesturing
Als de accumulator Niet aan een automatische oplaadregeling is aangesloten, worden de warmtehoeveelheid die opgeslagen要去 worden via de bedienknop voor het opladen op het apparaat traploos ingesteld en wel:tussen:
- Geen warmteopslag: Linker aanslag
- Volle warmteopslag: Rechter aanslag
Nadat de ingestelde warmthoeveelheid is bereikt, schakelt de oplaadregelaar automatisch uit.
1.2.2 Warmteafgifte
De warmteafgiftereregeling gebeurt door een ruimtethermostaat. Als de kamertemperatuur onder de ingestelde temperatuur daalt, worden de ventilatoren in de dynamische accumulator ingeschakeld en voert zolang warmerlucht de ruimte in tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
1.2.3 Gebruik in de zomer
In de zomer de bedienknoppen voor het opladen en voor de kamertemperatuur op MIN (linker aanslag) zetten. Niet dezekering van de automatische oplaadregelaar uitschakelen. Daardoor kan de tijdbesturing voor het opladen van slag raken.
1.2.4 Energiebesparingtips
- Alleen dan verwarmen als de warmte ook nodig is.
- Kamertemperatuur zo möglichk op 20^ honden. Elke graad meer, verhoegt men de verwarmingskosten met 6 tot 7% en elke graad minder bespaart men hetzelfde.
- In het algemeen, Niet alleen via de oppervlakken van de dynamische accumulator maar ook met de ventilatoren verwarmen. Daar voor liever de oplaadregelknop van het toestel iets terugdraaien.
- Het opladen van de dynamische accumulatoraten het liefst via een automatische oplaadbesturinguitvoeren. Daarmee is verzekerd dat de apparaten ook slechts zoveel warmte opslaan als de volgende dag nodig is. Een correct ingestelde oplaadbesturing is een vereiste voor een economisch en comfortabel gebruik van de accumulatorverwarming.
- Bij langere afwezigheid in de verwarmingsperiode de kamertemperatuur flink,ECHter Niet tot onder de 10^ latent zakken. Daardoor koelt het te verwarmen volume Niet helemaal af (vorstgevaar).
- Permanent ventileren met open vensterspleet is duur. Beter is om kort en krachtig met geheel geopende ramen te ventileren. Bedienknop voor de kamertemperatuur tijdens dieze tijd op MIN. (linker aanslag) zetten zodate de ventilatoren Niet werken.
- Ramen en deuren sluiten Niet goed? Afdichting verbeteren.
- Vensterluiken of vensterrolluiken bij het invallen van de duisternis sluiten. Daardoor wordt de warmte-uitstralingaar buien verminderd.
- Overgordijnen direct rond dynamische accumulatoren zijn uit brandbeveiligingsgronden nicht toegestaan. Bovendien verslechteren overgordijnen boven dynamische accumulatoren de waimeafgifte in de kamer en leiden daardoor tot een hoger energieverbruik.
- Muren, wanden en meubels nemen warmte tijdsvertraagd op, slaan deze op en geven deze heel langzaam waar af. Hiermee moet bij het instellen van de ruimteteperatuur rekening gezchoolen worden. Maak geen groe temperatuursverschillen tussen comfort- en reductietemperatuur. Aanbeveolen is +/- 4^ . verschil te makeu tussen comfortinstelling en reductie (bv. Gedurende de nachtpiode of afwezigheid).
- Vloeren, plafonds en muren vormen een opslagmassa waarmee bij de dimensionering van de accumulator geen rekening is gezchoolen. Een te grote (nacht-)reductietemperatuur kan dan tot knelpunten in de warmteverzorging overdag leiden.
1.3 Veiligheidsinstructies
- Omdat de behuizing warm worden,ogens geen brandbare of brandgevaarlijke voorwerpen in de buurt van of op het apparaat gezet worden.
Leg waarom geen houten voorwerpen, was- en kledingstukken, tjdschriften,dekens enz. op of over het apparaat en zet geen meubels, brandaar materiaal en spuitbussen enz.dichter dan 25~cm voor, op of bij het apparaat, in het bijzonder Niet voor de warmte-uitlaatopeningen. - Let er absolut ut op dat bij werkende dynamische accumulatoren het uittreerooster oppervlaktetemperaturen kan bereiken vanmeer dan 80^
- Een elektrisch dynamische accumulator mag alleen voor de verwarming van die ruimtes gebruikt worden waarin geen explosieve gassen of brandbaar stof voorhanden is! Heel belangrijk : bij renoveringswerkzaamheden, waar bij stof zoals zaagsel, of geconsentreerde onderhoudsproducten zoals verf, of slechte kwaliteitshaarsen met veel vetafgifte gebruikt worden, mogen de dynamische accumulatoraten alleen met uitgeschakelde ventilator gebruikt worden m.a.w. de ventilatoren要去en tijdelijk geheel buiten bedrijf gezet worden. (Met ruimtethermostaat op minimum).
- Elektrische apparaten voldoen aan de betreffende veiligheidsbepalingen. Reparations en servicewerkzaamheden aan elektrische apparaten mogen alleen door geschoold personeeluitgevoerd worden. Door ondeskundige reparations konnen aanzienlijke gezaren voor de gebruiker ontstaan.
1.4 Onderhoud
- Het AEG-schoorsteenmodel heeft maar weinig onderhoud nodig.
- De ventilatoren haben selbstmerende glijlagers. Wij raden aan het apparaat vanijd totijd door een installmenteur te latent openen en eventuale stofophopingen op de ventilatoren en in de luchtmengkamer te latent weghalen.
- De reinigings-/ onderhoudsintervallen van de apparaten zijn vanplaats-en bedrijfsomstandigheden afhankelijk. Wij raden aan een eerste controle uiterlijk voor de tweede verwarmingsperiodeuit te voeren. De verdere onderhoudscycli konnen dan individuel vastgelegd worden.
- Bij de reinigingscycli raden wij ook aan om een controle van de regelorganen en waarstanden te controleren. Uiterlijk 10aar na de eerste ingebruikneming moeten alle veiligheids-, controle- en regelorganen alsmede het gehele op- en ontlaadbesturingssystemeem door eenvakman gecontroleerd worden om onnodig energieverbruik te voorkomen.
- De buitenkant van het apparaat mag Niet met scherpe, schurende schoonmaakmiddelen gereinigd worden. Gebruik normale huishoudelijkke schoonmaakmiddelen.
1.5 Belangrijke tip
1.5.1 Algemeen
Lees de in deze handleiding vermelde informatie aandachtig door. Hier vindt u belangrijke tips qua veiligkeit, installmentie, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant is nicht verantwoordelijk als geen aandacht aan de volgende aanwijzingen worden geschonken. Gebruik dit toestel enkel voor hetgeen het bestemd was.
Deze handleiding moet
- aan de gebruiker na de installmentie overhandig worden. Bovendien要去 de gebruiker geinformeerd worden over het functioneren van elektrische accumulatieverwarming.
- Het dient deze zorgvuldig te bewaren en bij wisselen van eigenaar aan de neue eigenaar overhandigd te worden.
- Gelieve deze handleiding ook te overhandigen aan een hersteller.
1.5.2 Storingen
Controleer erst de volgende punten als de dynamische accumulator nicht werkt:
- Staat de oplaadregelknop Niet op nulstand? Zo ja, inschakelen.
- Is de gehele verwarmingsinstallatie (hoofdschakelaar) Niet uitgeschakeld? Zo ja, inschaken.
- Zijn dezekeringen in de elektrische verdeelkast Niet los of defect? Zo ja, verrangen of inschakelen.
- Als de behuizing van het apparaat warm is, maar de ventilator loopt nicht: Schakelt de ruimteteperatuurregelaar? Zo ja, hoger instellen. Zijn dezekeringen van de ruimtethermostaat (ventilatorstroomcircuit) in de elektrische verdelijkkast los of defect? Zo ja, verrangen of inschakelen.
1.6 Tips bij storingen
De AEG-accumulator, schoorsteenmodel, heeft een traploze mechanische oplaadthermostat met een verilheidstemperatuurbegrenzer. Alsijdens het opwarmen de oplaadthermostatiet Niet uitgeschakeld worden, onderbreekt de verilheidstemperatuurbegrenzer het stroomcircuit. Eventuele storingen mogen alleen door een geschooldvakman verholpen worden, die hoofdstuk "In acht te nemen regels" (2.2.1).
Als de dynamische accumulator nicht correct noch werden, dieren de volgende controles uitgevoerd te worden.
1. Toestel slaat geen warmte op
Voorgeschakelde zekeringen en beveiligingen controleren. Oplaadthermostaat hoger regelen en de stuurspanning van de automatische oplaadregelaar (Elfamatic) op de klemmen A1/Z1 en A2/Z2 in de accumulator meten. Bij defect of ontregeling van de automatische oplaadregelaar kan deze permanent spanning sturen maar de stuurweerstand en deze zo verhitten dat de oplaadregelaar de accumulator algtd uitschakelt.
Controleer of de veiligheidsbegrenzer Niet is uitgeschakeld. Deze worden door op de startknop te drukken geactiveerd. Mogelijk oorzaken voor het uitschakelen van de veiligheidsbegrenzer zijn:
- Defect van de oplaadregelaar.
- Verboden apparaatafdekking en daardoor hoogoplopende temperaturen.
2. Apparaat laadt.altijd helemaal op
Oplaadregelaar defect? Bij automatische oplading (Elfamatic) moet gecontroleerd worden of de voeler in de stuurweersand defect is.( bv.opengebarsten ) Automatische oplaadregelaar eventueel defect, waarom geen spanning op de stuurweerstand; Stuurweerstand onderbroken, controeren.
Tegelijktijd controleren of de voelers van de oplaadthermostat correct geplaatst+zijn.
3. Apparaat geeft nicht voldoende warmte af
Apparaat is te Klein gekozen. Ventilator of ruimtetelemperatuurregelaar is defect.
De automatische oplaadregeling (Elfamatic)要去ventueel bijgeregeld worden. Hiertoedien aanwijzingen bij de betreffende oplaadregelaar in acht genomen te worden.
2. Montageaanwijzing
- De aansluiting van de dynamische accumulator moet door de betreffende EVU toegelaten zich
- De elektrische aansluiting要去 door een erkendvakman of door geschoold personeel plaatsvinden.
- Houd u aan deplaatslije veiligheidsmaatregelen.
- Bij hetplaatsen van elektrische dynamische accumulatoraten in commercie- of openbare ruimtes zoals bijv. hotels, vakantiehuizen, vakantiewoningen, scholen, overheidsgebouwen enz. moet een aparte waarschuwing boven het toestel aangebracht worden qua veriligeidsredenen (zie §1.3).
2.2.1 Op te volgen regels
Bij de planning respectievelijk installmentatie dient men op het volgende te letten:
VDE 0100
(opstellen van sterkstroominstallaties tot 1000V)
2.2.2 Keuze van de installmentieplaats
Vanzelfsprekend kan de warmteaccumulator overal in een vertrek opgesteld worden. De vloer ( eventueel de wand )要去 het gewicht van het toestel konnen dragen; houd waarom rekening met de gewichten in hoofdstuk "Technische gegevens". Bij twijfel ten aanzien van de sterkte van de vloer respectievelijk de wand dient eenvakman geraadpleegd te worden.
In het algemeen kanne de AEG-accumulatoren zonder onderlegger op de vloer gezet worden. Het opsteloppervlak moet glad en egaal zich en tegen een temperatuur van minimaal 80^ bestand zich. Bij zachte, respectievelijk drukgevoelige, Niet-warmtebestendige vloeren en voor het egaliseren van oneeffenheden worden een onderlegplaat ter groote van het opstelvlak aangeraden. Bij langharige vloerbedekkingen (tapijten)要去xtijd een onderlegplaat gebruikt worden.
Voor accumulatoren met geen geintegreerde thermostat要去 de muurthermostat bij voorkeur aan een binnenwand, minstens 2,5m van de accumulator verwijderd en op ca. 1,5 m hoogte aangebracht�. Niet beinvloed door zonnestraling noch tocht.
2.2.3 Minimumafstanden
Het toestel moet vlok gegen de wand neergezet worden.
De volgende minimumafstanden moeten uit verilghteidsoverwegingen aangehoden worden:
- 10 cm volledig rond het toestel
vanaf het uittreerooster min. 25 cm
2.2.4 Kantelbeveiliging, wandbevestiging
Het toestel moet gegen omkantelen beveiligd worden. Daartoe dient men het toestel aan de wand te bevestigen.
Voor de bevestiging aan de wand is voor elk toestel een vastzetschroef meegeleverd met plug (zie afb. 1). Het aanbrengen van de vastzetschroef vindt maar keuzeplaats aan de linker ofrechten binnenwand van het toestel.
2.2.5 Afmetingen apparatus


2.3 Opbouw en elektrische aansluiting
De dynamische accumulator dient pas op de opstelplaats uit de verpakking gehaal te worden. Kleine beschadigingen aan de accumulatorkernstenen hebben geen invloed op de werkung van het toestel.
2.3.1 Montage
-
Accumulator openen (afb. 2):
-
Kunststof afdekkappen eraf nemen, schroeven boven en onder losdraaien.
- Zijwanden vooraan maar buiten draaien en achteraan afnemen.
- Deksel (A) ongeveer 10mm optillen.
- Deksel maar voren trekken.
- Deksel afnemen.
- Achterwanddeksel (B) maar voren trekken.
- Achterwanddeksel wegnemen.
De zich in het apparaat bevindende bovenste isolatie, verpakkings- en montagematerialial eruit halen.

Afb. 2 Openen van het toestel
Toestel op definitieve plaats neerzetten. Vastzetschroef voor wandbevestiging aan rechter of linker binnenwand juistplaatsen en vastschroeven.
De wandbevestiging moet op het apparaat met eenplaatschroef bevestigd worden (vaset aansluiting).

Afb. 3 Vastzetschroef voor wandbevestiging
Bovenste voorpaneel wegnemen (afb. 4):
Opgelet: Voordat men het bovenste voorpaneel wegneem za men bij toestellen met ingebouwde, geintegreerde thermostat eerst de verbindingen van de wipschakelaar van het bedieningspaneel aftrekken.
- Linkse en rechtse-, evenals bovenbovenste schroeven van het bovenste voorpaneel (C) - weghalen.
- Bovenste voorpaneel met beiden bovenste voorste warmteisolate's afnemen.

Afb. 4 Bovenste voorwand wegnemen
Luchtkanaalstenen met behulp van de glijplaatplaatsen:
- Kanaalstenen SP27 plaatsen (afb. 5).
- Bovenste voorpaneel met beiden bovenste voorste warmteisolaties waar op het toestel bevestigen.
- Luchtkanaalsten SP26 plaatsen.
Soort en aantal benodigde accumulatorsteenpakketten vindt u in hoofdstuk "Technische gegevens".
Aanwijzing: De bovenste rij van de kanaal-stenen met de afgeschuinde kanaalgeleiding maar boven leggen.
- Nachtverwarmingsweerstanden in de sleuven van de luchtkanaalstenen voeren.

- Afdekstenen zo over de waarstandenplaatsen dat deze volledig in de gleuvenliggen. Glijplaten daarna weever weghalen.

Afb. 5 Luchtkanaalstenen SP27 plaatsen

Afb. 6 Nachtwerstanden en afdekstenen
- Aansluitdraten van de verwarmingsweerstanden over hun volledige lenghte in de waarvoortoorziene openingsen van de binnenwanden trekken, en deze voorzichtigig ombuigen aan hun bevestigingsklemmen (afb. 6).
Opgelet: De aansluitverbindingen van de Weerstanden Niet terug in de binnenruimte schuiven.
- Bovenste isolatiematten moot boven elkaar plaatsen (afb. 7).
Opgelet: Bovenste en onderste isolatiemat (bovenaan) Niet vanplaats verwisselen.

Afb. 7 Bovenste isolaties
2.3.2 Vermogenopname
Er kan gekozen worden uit 3 verschlende soorten opgenomen vermogens.( enkel in 3 × 400V + N .) Vermogenweerstanden verbinden volgens de gekozen vermogenopname. Zie schakelschema (pagina 56) op de klemmenreeks X2 steken. De klemmenreeks X2 bevindt zich aan de linker zijde van het toestel op de binnenwand.
De Niet ingestelde vermogens op het typeplaatje van het toestelrechtsonder - zie voorbeeld typeplaatje op pagina 57 - met de meegeleverde stickers (in het zakje van de muurbevestigingsschroef) overplakken. Hiertoe het beschermpapierangs de plakzijde van de sticker afhalen. De sticker op het typeplaatje van het te overplakken vermogen zetten dat nicht gebruikt worden. Met de duimnagel het plaatje aandrukken. Met de tweede te overplakken vermogens, net zo te werk gaan.
Tip: Knip de rand van de sticker eerst af, dan gaat het overplakken gemakkelijker.
De gekozen vermogenopname op het schakelschema van de handleiding en oprechtzer zichwand aankruizen.
- Nachtweerstanden volgens schakelschema (pagina 56) op de oplaadregelaar aan sluiten.
Let erop dat de capillaire buizen geen spanninggeleidende onderdelen konnen aanraken.
- De onder punt 2.3 op paging 52 beschreiben onderdelen in omgekeerde volgorde weeer monteren.
2.3.3 Demontage van de ventilatorschuiflade
Voor het demonteren van de ventilatorschuiflade (bijv. voor servicewerkzaamheden) het luchtuitblaasrooster aftschroeven, de waar binnen gerichte schroeven (D) links en rechts losdraaien, en ca. 15mm uittdraaien en terugdukken.
Rechter zichwand wegnemen.
Ventilator aansluitkabel en schuiflade uitmelen.
Bij het opnieuw monteren van de schuiflade,de aansluitkabel in de aansluitruimte trekken en de beiden schroeven (D) vast aanspannen. Let erop dat de schuiflade Niet over de bodemplaat van het apparaat uitsteekt.
Rechter zichwand en luchtuitblaasrooster waar aanschroeven (met de hand).

Afb. 8 Ventilatorschuiflade demonteren
2.3.4 Elektrische aansluiting
De dynamische accumulator worden met een vermogenleiding (nachttarief) en sturingsleideringen voor de ruimteteperatuurregelaar alsmede voor de automatische oplaadregeling (A1/Z1; A2/Z2) aangesloten. De leidingen A1/Z1 en A2/Z2 voeren een stuurspanning tot 230V en mogen waarom samen in een toevoerleiding L/N/PE van de kamerthermostaten geplaatst. De dynamische accumulator is voor directe aansluiting geschikt, maar kan zichter ook via een aansluitdoos aangesloten worden.

Volgens voorschrift要去 elk stroomcircuit op iedere faze, bijv. met zekeringsautomaten, afgeschakeld konnen worden. Daarbij要去 de contactopening minstens 3mm bedragen.

Elke dynamische accumulator要去 een除去 voedingsleiding uit de elektrische verdeelkast gekommen. Het doorverbinden van de voedingsleiding van accumulator aan accumulator is Niet togetstaan.

Omdat een Mono-fase aansluiting volgens de technische aansluitvoorwaarden (TAB) van de elektriciteitsmaatschappijen slechts tot 2kW mag plaatsvinden, moet het apparaat.altijd aan 3 fazen aangesloten worden.

Bij aansluiting aan een automatische oplaadregelaar met „eendraadbesturing", brug:tussen "A2/Z2" en "N"plaatsen.

Zorg dat de aardleiding goed aangesloten zit.
2.3.5 Kabels inbrengen


Afb.9
2.3.6 Schakelschema WSP 600 HF

Opgelet: Ook bij uitgeschakelde zekeringen kan op de dagtariefklemmen, in het bijzonder op de klemmen A1/Z1 en A2/Z2 van de oplaadregeling, spanning zitten.
Afb. 10
2.4 Typeplaatje
Op het typeplaatje staan de type-specifieke technische gegevens. U vindt het typeplaatje rechtsonder, onder het luchtuitblaasrooster.

Afb. 11 Typeplaatje voor WSP 600 HF met vermogenaansluiting 6 KW en nominale oplaadduur van 8 uu
2.5 Wisselstukken
Bij alle aanvragen voor wisselstukken zich steeds het op het typeplaatje aangegeven typenummer en fabricagenummer noodwendig.
U vindt het fabricagenummer op het aansluitschema aan de binnenkant van de rechtter zijwand.
Wij raden aan type- en fabricagenummer alsmede nominale oplaadduur en aangesloten opgenomen vermogen tijdens de installmentie hier in te vullen:
Nominate oplaadduur: h
Ingestelde vermogensafgifte: kW
2.6 Toebehoren
2.6.1 Automatische Oplaadregelaar
De oplaadregelaar stelt de buitentemperatuur vast en zet deze in een stuurspanning om.
Deze stuurspanning worden via de stuurleidingen (A1/Z1 en A2/Z2) maar de stuurweerstand in elk accumulatietoestel gevoerd. Tegelijkkertijd worden de kerntemperatuur in het toestel vastgesteld.
Het uitschakelpunt van de oplaadregelaar wordt volgens de buitentemperatuur en de restwarmtetemperatuur bepaald.
Daarmee is voor een buiten- en restwarmteafhankelijk oplading in de zin van de wettelijk bepalingen t.a.v. energiebesparing gezorgd.
Volgens VDE 0100 mag de stuurleiding zich bevinden tesamen met de Dag-stroomverzorging (L, N, PE).
De bij de oplaadregelaar gevoegde montagehandleiding goed lezen.
2.6.2 Warmte afgiffe thermostat
De warmteafgifte van de accumulatorortoestellen en daarmee de regeling van de kamertemperatuur vindtplaats via een ruimtethermostat.
Soort en uitvoering van de thermostat hangt hebelaal af van de inbouwomstandigheden en de wensen van de gebruiker.
De bij de ruimtethermostaat gevoegde montagehandleiding goed lezen.
Geintegreerde thermostaten
Thermostat voor directe inbouw in de accumulator.
Bij de thermomechanische uitvoering worden de ventilator temperatuurafhankelijk IN en UIT geschakeld.
Bij de elektronische uitvoering past het toerental van de ventilator zich aan� behoefte aan de gewenste temperatuur.
Externe ruimtethermostaat
De volgendeuitvoeringenzijnleverbaar:
-2-Punt kamertemperatuurregelaar
- 2-Punt kamertemperatuurregelaar met thermische terugvoer
Elektronische kamertemperatuurregelaar
2.6.3 Thermisch relais
De installmentie van vermogencontactor in de tellerkast voor de nachtvrijgave op bv. een tweeveoudige teller kan vermeden worden met het inbouwen in iedere accumulator van een Thermorelais. Het functioneren van deze thermorelais is gebaseerd op de uitzetting van zijn bimetaal en is redelijk geruisloos
Overtuig u ervan dat de inbouw Niet strijdig is met de technische aansluitvereisten (TAB) van uw elektriciteitsmaatschappij.
Ingesloten bij het thermorelais, de bijgevoegde montagehandleiding goed lezen.
2.6.4 Dagelement-verwarming
Om ook van een nicht opgeladen kachel direct warmte te konnen krijgen worden aanbevolen een in optie dagelement in te bouwen dat steeds gereed is voor gebruik. Het verbruik gebeurt op dagtarief.
De bediening geschiedt via de geintegreerde of externe ruimtethermostaat die hiervoor geschikt moet+zijn.
De bij het dagelement gevoegde montagehandleiding goed lezen.
2.6.5 Verdere toebehoren
Verdere toebehoren zoals keramische tegelbekleding etc. op aanvraag.
2.7 In gebruikname
Voor de ingebruikneming,要去en de volgende controles verricht worden:
I Isolatiecontrole met een spanning van minstens 500V . De isolatieweerstand moet minstens 0,5 MOhm bedragen.
Werkingscontrole
De werkung van de ventilator voor het accumulatordeel door het inschaken van de thermostat controeren.
Opladen
De apparaten können na een succesvolle werkingscontrole zonder eerste opwarming in gebruik worden genomen. Het opladen gebeurt hetzij met de hand met de instelling van de elektronische oplaadregelaar of automatisch met de beschikbare Elfamatic-oplaadbesturing.
Tijdens het voor de eerste koer opladen要去 het opaden in kWh worden vastgesteld en met de in de "Technische gegevens" aangegeven maximaal toelaatbare waarde in koude toestand worden vergeleken. Deze vastgestelde waarde mag de maximaal toelaatbare waarden van het opaden in koude toestand Niet overschrijden.

Tijdens de eerste keer opladen kan een vreeimde geur optreden. Op grond waarvan要去 de ruimte in voldoende mate worden geventileerd (1,5-voudige luchtverversing, bijv. met gekantelde ramen). Het voor de eerste keer opladen mag in een slaapkamer Niet, s nachts worden uitgevoerd.
2.8 Accumulator opniew施工单位
Toestellen die reeds in bedrijf waren of gedemonteerd zich en op een andereplaats opnieuw opgebouwd worden dieren na installmente volgens de genoemde aanwijzingen in gebruik genomen te worden.
De nods die controles van ingebruikname moeten opnieuw uitgevoerd moeten worden onder toezicht van de installmenteur. Er dient gewacht te worden tot de oplaadregelaar aanspringt.
Delen van de warmte-isolatie die schade of veranderingen vertonen waardoor de veiligheid in gevaar kan komen dienen verrangen te worden.
3. Garantie
Aanspraak op garantie bestaat uitsluitend in het land waar het toestel gekocht is. U dient zich te wenden tot de vestiging van AEG of de importeur hiervan in het betreffende land.

De montage, de electrische installment, het onderhoud en de eerste inbedrijfname maguitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
De fabrikant is nicht aansprakelijk voor defecte toestellen, welke Niet volgens de bijgeleverde gebruiks- en montageaanwijzing zijn aangesloten of worden gebruikt.
3.1 Milieu en recycling
Wij verzoeken u ons bij de bescherming van het milieu behulpzaam te zijn. Verwijder de verpakking waarom overeenkomstig de voor de afvalverwerking geldende nationale voorschriften.
SimpelGids