General Music CD10 - Toetsenbord

CD10 - Toetsenbord General Music - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CD10 General Music in PDF-formaat.

📄 158 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice General Music CD10 - page 88
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Elektronisch toetsenbord met automatische begeleiding
Aantal toetsen 61 dynamisch gevoelige toetsen
Maximale polyfonie 32 noten
Multitimbraal 16 secties
Geluidsgeneratie PCM 16-bit
Geluidbanken 2 banken (128+128 General MIDI-compatibele geluiden)
Drumkits 8 drumkits
Stijlen 96 stijlen + 96 variaties
Digitale effecten 2 processors (16 reverbs + 16 modulaties)
Sequencer 1 meersporig nummer (Song)
Pedaalbewaking Volume- en damperpedalen (optioneel)
MIDI MIDI IN/OUT-aansluitingen, General MIDI-compatibel
Voeding 1,5V-batterijen (type C) of optionele 12V DC-netadapter
Luidsprekers Ingebouwd
Audio-uitgangen LINKS/RECHTS (6,35 mm jack), stereo koptelefoonaansluiting
Weergave LCD-scherm met tempo, stijl, geluid
Onderhoud Reinig met een zachte doek en mild schoonmaakmiddel; scherm met glasreiniger
Veiligheid Niet blootstellen aan water; gebruik aanbevolen voeding; niet openen
Meegeleverde accessoires Gebruikershandleiding

Veelgestelde vragen - CD10 General Music

Hoe het toetsenbord splitsen in Upper en Lower?
Druk op [SPLIT] om de splitsing te activeren. Het rechterdeel van het toetsenbord is Upper en het linkerdeel is Lower. Om beide secties te stapelen (modus LAYER), schakel de LED van [SPLIT] uit. Om alleen de Upper-sectie te horen (modus SINGLE), schakel [SPLIT] en vervolgens [LOWER] uit.
Hoe het volume van de automatische begeleiding instellen?
Gebruik de ACCOMPANIMENT-knoppen: druk op [MIN] om te verlagen of [MAX] om het volume van de secties Drum, Bass, Acc1 en Acc2 te verhogen. Het scherm toont tijdelijk het niveau.
Hoe de Harmony-functie gebruiken?
Activeer [HARMONY] (de LED gaat aan). Het toetsenbord splitst automatisch: de rechterhand speelt de melodie (Upper), de linkerhand speelt akkoorden (Lower). De noten van de linkerhand harmoniseren de melodie van de rechterhand.
Hoe een nummer opnemen met de sequencer?
Druk op [REC] om de opnamemodus in te gaan. De LED's van [LOWER] en [UPPER] knipperen. Selecteer een stijl en stel indien nodig geluiden in. Druk op [START/STOP] om de opname te starten. Speel op het toetsenbord en gebruik de bedieningselementen. Druk nogmaals op [START/STOP] om te stoppen. Verlaat de modus door tegelijkertijd op beide [ESC]-knoppen te drukken.
Hoe het splitspunt van het toetsenbord wijzigen?
Houd [SPLIT] ingedrukt en speel op het toetsenbord de hoogste noot van de Lower-sectie. Deze noot wordt het nieuwe splitspunt.
Hoe een sustainpedaal (Damper) aansluiten?
Sluit het pedaal aan op de Damper-aansluiting aan de achterkant van het instrument. Door op het pedaal te drukken, worden de noten van de Upper-sectie verlengd (sustaineffect).
Hoe een opgenomen nummer overdragen via MIDI Dump?
Ga in het MIDI-bewerkingsgebied (druk tegelijkertijd op beide [MIDI]) naar de pagina DUMP SAVE. Druk nogmaals op beide [MIDI] om het verzenden te starten. De CD10 verzendt gegevens via MIDI OUT. Om te laden, gebruik DUMP LOAD en zet de CD10 in wachtstand, start dan de afspeelmodus van de externe sequencer.
Hoe geluiden van de tweede bank selecteren?
Druk tegelijkertijd op beide [BANK 1/2]-knoppen (onder het numerieke toetsenbord). Het scherm toont Sound Bank 2. Selecteer vervolgens het gewenste geluid met het numerieke toetsenbord of de [PAGE]-knoppen.
Hoe het tempo van een stijl instellen?
Gebruik de [TEMPO-DATA]-knoppen: [<] om te verlagen, [>] om te verhogen. Het scherm toont het huidige tempo. Druk tegelijkertijd op beide om terug te keren naar 120. Als [AUTOSET] aan is, verandert het tempo automatisch met de stijl.
Hoe de standaardinstellingen van het instrument resetten?
Schakel het instrument uit en weer in. Alle programmeringen (split, geluiden, stijl, MIDI) worden teruggezet naar fabrieksinstellingen. Het in de sequencer opgenomen nummer wordt gewist.

Gebruikersvragen over CD10 General Music

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Toetsenbord in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CD10 - General Music en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CD10 van het merk General Music.

GEBRUIKSAANWIJZING CD10 General Music

Gaatjes voor muziekstandaard

Hål För notställ

Aansluitingen achterzijde, 6

Introductie, 7

Over de CD10, 7

Onderhoud, 7

Veiligheids-instructions, 7

Rechten en aansprakelijkheid, 7

Stroomvoorziening, Aansluitingen en Demo, 8

STROOMVOORZIENING,8

Gebruik van batterijen, 8

De adapter aansluiten op netspanning, 8

VERSTERKING,8

Interneversterking,8

Externalversterking,8

Stereo hoofdtelefoon, 8

PEDALEN,8

Damper, 8

Volume, 8

DEMO,8

Het keyboard en de secties, 9

HETOETSENBORD,9

DE INSTRUMENT SECTIES, 9

UPPER EN LOWER, 9

LAYER instellen, 9

SINGLE instellen, 9

Teruggaanaar[SPLIT].9

Het Split-punt veranderen, 9

KLANKENTOEWJZEN AANDE UPPER EN LOWER SECTIES,10

Een Klank toewijzen aan de Upper sectie, 10

Een klank toewijzen aan de Lower sectie, 10

HET VOLUME REGELEN VAN DE UPPER EN LOWER SECTIES, 10

De Styles, 10

Aan/uitzetten van de Lower Memory functie, 10

EEN STYLE KIEZEN, 10

HET TEMPO VERANDEREN, 11

DE STYLE BESTUREN, 11

[START/STOP], 11

[TOUCH START/CONTINUE], 11

[INTRO/END], 11

[TAP TEMPO], 11

[FILL BASIC], 11

[FILL VAR], 11

[VARIATION], 11

[ARRANGE], 11

[ATOSET], 11

DE STYLE STOPPEN WANNEER U DE TOETEN LOS LAAT, 12

BASS FOLLOW, 12

Harmony aanzetten, 12

Harmony gebruiken, 12

Harmony uitzetten, 12

DIGITALE EFFECTEN, 13

MASTER TUNING, 13

Transposer, 13

Tune, 13

Klanken & Styles met de [PAGE] knoppen kiezen, 13

Een Klank kiezen, 13

Een Style kiezen, 13

De wee klank banken, 14

Een klank bank kiezen, 14

De Song, 14

Voorbereiding (voord de opname), 14

Opname, 15

"Record"modeverlaten,15

"OVERDUBBING", 15

MIDI, 15

WatisMidi,15

Midi Verbindingen, 15

DELETE, 15

DE SONG EEN NAAM GEVEN, 15

INSTRUMENTALE SECTIES EN MIDI KANALEN, 16

Common Channel, 16

De Midi kanalen van de CD10 instellen, 16

GENERAL MIDI, 16

Klank compatibiliteit, 16

De zestien General Midi secties, 16

DE CD10 ALS SLAVE, 16

De Klank veranderen, 16

Een Style veranderen, 17

Een Style besturen, 17

DE CD10 ALS MASTER, 17

De Klank veranderen, 17

De Style veranderen, 17

De Style besturen, 17

SPECIALE MIDI FUNCTIONS, 17

Local ON/OFF, 17

Slave:Tracks,18

MIDI Clock, 18

Start/Stop ON/OFF, 18

MIDI Filters, 18

MIDI Dump, 19

DYNAMICS (AANSLAGGEVOELIGHEID), 19

  1. Volume. Regelt het Hoofd Volume. De regeling is proportioneel t.o.v. de volume instellenen van elke klank sectie.
  2. Manual Controls. De "handmatige bediening" van de Ritmes en de Automatische begeleiding. [START/STOP] start of stopt de Style (of Song). [TOUCH START/CONTINUE] start de Style wanneer u een noot of akkoord op het Lower gedeelte speelt (of的那一 de Song waar verder spelen vanaf het punt dat de Song gestopt is). [INTRO/END] start en stopt de Style met een introductie- en een eindarrangement. [TAP TEMPO] start de Style in het tempo dat u handmatig kunt "intikken". [FILL BASIC] stuart de Fill In aan en/of gaat waar terug maar de Basic Style. [FILL VAR] stuart de Fill variatie aan en aktiveert de de Style.
  3. Automatic Styles. [VARIATION] aan/uitzetten van de variatie van de Style. [ARRANGE] aan/uitzetten van de automatische arrangementen.
  4. Lower Section. De bediening voor het linkerhand gedeelte van het keyboard. [SPLIT] aan/uitzetten van het splitpuntussen de Upper en Lower secties. [LOWER] aan/uitzetten van deLower sectie.

  5. [STYLEs] en [SOUNDS] knoppen. [STYLEs] hiermee kutu het nummerieke toetsbord gebruiken voor het kiezen van Styles. [SOUNDS] worden gebruikt voor het kiezen van klanken met het nummerieke toetsbord. Waneer u deze allebei tege-lijk indrukt werken ze als [ESC] functie die bepaalde edit situatuies annuleert en om de Song "record" mode en MIDI en DELETE edit modes te verlaten.

  6. Alphanumericiek toetsenbord (Keypad). Voor het ingeven van bijfers en letters. Wanner de led van [STYLES] aan is kunt u Styles kiezen, wanner de led van de [SOUNDS] aan is kunt u klanken kiezen voor de Upper sectie; wanner u op [LOWER] drukt als deze led aan is kunt klanken kiezen voor de Lower sectie.
  7. [PAGE] knoppen. In MIDI mode kurz u met denen knoppen naar de volgende/vorie pagina. Wanner de led van de [SOUNDS] knop aan is kurz u met denen knoppen naar de vol-gende/vorie klank uit de Sounds Bank. Wanner de led van de [STYLES] aan is kurz u met denen knoppen de volgende/ vorige Style uit de Style Bank kiezen. Wanner deze twee knoppen gelijktijdig worden ingedrukt kurz uaar een andere Sound

General Music CD10 - Aansluitingen achterzijde, 6 - 1

Bank gaan (Sound Bank 1 of 2).

  1. [TEMPO-DATA] knoppen. Hiermee(Int) kun t het tempo van de Styles en Songs veranderen. Wanner deze twee gewijktijdig worden ingedrukt worden het tempo op een standard waarde van 120 ingesteld. In de MIDI mode worden deze knoppen gebruikt om de waardes van de parameters te veranderen.
  2. Accompaniment. Regelt het volume van de automatische begeleiding secties (Drum, Bass, Acc1, Acc2).
  3. Balance. Regelt het Volume balans:tussen de Upper en Lower secties.
  4. Master Tuning. Transponeren en fijnstemmen van het instrument.
  5. Utility. [AUTOSET] verandert de Klank, tempo en effecten wanner u van Style verandert. [HARMONY] koppelt de no-ten van het akkoord dat in de Lower sectie worden gespeeld aan de Upper sectie.
  6. Sequencer. Knoppen voor het opnemen, veranderen en besturen van een Song.

  7. [DIGITAL EFFECTS] knop. Aan/Uitzetten van de effecten (reverbs en modulatie effecten).

  8. Drums & Samples Pads. Hier worden speciale percussie kranken gespeeld die afhankelijk van de gekozen Style kann veranderen.
  9. [DEMO] knop. Start een continu voortduren aaneenschakeling van demonstratie songs. Om de demo te stoppen drukt u uwer op DEMO.
  10. Styles overzicht. De Styles zijn ondergebracht in "familie groepen". Elke Style heeft een nummer dat via het Keypad of via MIDI kan worden gekozen.
  11. Display. Laat het tempo, de Style en de Klank van de Upper sectie zien. Tijdens "editing" situationsaat het display andere informatatie zien (bijv. MIDI kanalen instellenen).
  12. Sounds overzicht. De klanken zijn verd南非 in "familie groepen" volgens de General MIDI standaard. Elke Klank heeft een nummer dat via het Keypad of via MIDI kan worden gekozen.

Aansluitingen anschterzijde

General Music CD10 - Aansluitingen anschterzijde - 1

  1. MIDI IN/OUT aansluitingen. Aansluitingen voor verbinden met andere muziekinstrumenten (of computer). Via [MIDI IN] kan een ander instrument de CD10 besturen. Via [MIDI OUT] kan de CD10 een ander instrument besturen.
  2. Damper. Aansluiting voor een Damper (Sustain) pedaal. Dit pedaal maar de noten in de Upper sectie doorklinken.
  3. Volume. Aansluiting voor een Volume pedaal. Regelt het algemene volume van het instrument.
  4. LEFT/RIGHT OUT. Uitgangen om de CD10 op een externe versterker aan te sluiten. Sluit beiden uitgangen aan voor een stereo weergave en alleen de [RIGHT/M] voor een mono weergave. Gebruik kabels met normale 6,3 mm. pluggen (jack-kabels):

General Music CD10 - Aansluitingen anschterzijde - 2

Voor aansluiting op een stereo installmentie gebruikt u kabels met aan de ene Kant jack-pluggen en aan de ander cant RCA mini

jacks (mono), ook wel cinch- of tulp stekkers genoemd:

General Music CD10 - Aansluitingen anschterzijde - 3

  1. Phones. Aansluiting voor stereo hoofdtelefoon.

  2. Adapter aansluiting. Hierop kurz u de apart verkrijgbare adapter op aansluten. Wanneer er batterijen in de CD10 zitten krijt de adapter toch "voorrang" voor het leveren van de stroom. Belangrijk: gelebruik alleen het type adapter dat door uw CD10 dealer worden aanbevolen. Andere types adapters+kennen hetzelfde lijken, maar+kennen Niet altijd voldoen aan de eisen die voor dit keyboard worden gesteld, en zichs nadelig+zijn voor het instrument. Controller of de adapter hetvolgende symboolaat zien:

General Music CD10 - Aansluitingen anschterzijde - 4

  1. AAN/UIT schakelaar. Schakelt het instrument aan [ON] ofuit [OFF].

Introductie

Over de CD10

De CD10 is een keyboard met automatische begeleidingen (Styles genoemd). Met deze Styles kut u in live situatuies spelen, begeleid door een "denkbeeldige band"; een enkele muzikant kan zo de indruk wekken dat hij alle instrumenten van het orkest alleen bespeed, en zo voor uren muzikaal plezier voor zichelf en+zijn vrienden zorgen.

Uiteraard kan de CD10 ook als solo keyboard voor optredens met een母公司 band gebruikt worden; dankzij zijn realistische klanken kan de CD10 als orgel, piano of een strijkerssemble gebruikt worden.

Alle kranken van de CD10 zijn "gesampled"; m.a.w.: hetল opnames van母公司 en techniek gebruikt worden zoals die bij Compact Discs gebruikt worden. Door deze techniek zich de kranken Niet alleen erg realistisch en helder maar ook erg dynamisch.

Om wat meer audio volume te krijgen kut u de CD10 aansluiten op een extern versterkings systeem (stereo versterkers, versterkte speakers, mixers met versterkers) of u kut de interne speakers gebruiken.

Belangrijk: denk eraan dat wonneer u het instrument uitzet, de geheugeninhoud gewist worden.

Elke keer dat u het instrument uitzet keren alle niew geprogrammeerde instellenen weer terug maar de originele fabrieks-ingestelde waardes. Split punten, klanken die aan diverse secties+zijn toegewezen, Styles keuzes en MIDI instellenen keren allemaal terug maar de standard instelleningen.

De Song die in de Sequencer is opgenomen worden ook gewist maar u kunt deze wegchrijvenaar een externe sequencer met MIDI DUMP.

Onderhoud

  • Maak de oppervlakte schoon met een zacht, beetje vochtige doek.
  • Maak het display schoon met een lens- of monitor reinigingsvloeistof.

Veiligheids-instructies

  • Lees eerst het hoofdstuk "Stroomvoorziening en aansluitingen" voordat u het instrument aanzet.
  • Gebruik alleen het aangegeven type batterijen en de stroom adapter die door Generalmusic worden aanbevolen.
  • Gebruik het instrument nooit in de buurt van water.
  • Controller het volume van de versterker voordat u gaat spelen. Denk eraan dat extreme volumes permanente gehoorbeschadiging kan verroorzaken.
  • Houdt het instrument uit de buurt van warmte bronnen. Stel uw instrument Niet bloot aan erg lage temperaturen.
  • Het instrument要去 zodenig geplaatst worden dat een goede ventilering.altijd möglichk is.
  • Laat geen kruimels, vloeistoffen e.d. in het instrument vallen.
    Maak het instrument Niet open.
    Roep de hulp in van een vakkundige reparatie dienst wonneer a) de adapter beschadigd is; b) er vloeistoffen of andere substanties per ongeluk in de CD10terecht komen; c) het instrument in de regen heeft gestaan; d) het instrument Niet normal werkt; e) het instrument is geallen of de buitenkant worden beschadigd.

Rechten en aansprakelijkheid

De gevevens in deze handleiding zijn zorgvuldig voorbereid en gecontroleerd. Aan deze handleiding konnenECHTER geen rechten worden ontleend maar aanleiding van eventuale fouten. Niets uit deze uitgave, geheel of gedeelelijk, mag worden gekopieerd of op andere wijze gereprodueerd zonder schriftelijke toestemming vooraf van GENERALMUSIC.

GENERAL MUSIC behoudt zich hetrecht voor om wijzigingen, zowel in design als in functies door te voeren in alhaarprodukten zonder kennisgeving vooraf.

GENERAL MUSIC stelt zich nicht aansprakelijk voor het gebruik of toepassing van de in deze handleiding beschreven Produkten.

Stroomvoorziening, Aansluitingen en Demo

Stroomvoorziening

De CD10 werkt op batterijen of op stroom (d.m.v. de adapter).
Wanneer de adapter worden aangesloten op de CD10 worden de batterijen automatisch uitgeschakeld.

Gebruik van batterijen

Haal de adapter uit het stopcontact wonneer de stekker in het instrument zit.

Gebruik 1,5 Volt alkaline batterijen (alkaline batterijen gaan langer mee).

  1. Draai het instrument om, om bij het klepje van de batterijen te konnen kom:

General Music CD10 - Gebruik van batterijen - 1

  1. Open het klepje en stop de batterijen met de "+" en "-" symbolen in de goede richting (het "-" symbol moet het eerst maar binnen) in het instrument.
  2. Doe het klepje wee terug en draai het keyboard weer om.
  3. Zet de ON/OFF schakelaar op ON.

De adapter aansluien op netspanning

Gebruik alleen een Generalmusic adapter; deutsche is apart verkrijgbaar in de muziekwinkels. Elke andere adapter kan het instrument beschadigen, ook alijken ze bijna hetzelfde.

  1. Stop de adapter aansluiting in de "12V DC" ingang op dechterzieje van het instrument.
  2. Stop de stekker van de adapter in het stopcontact.
  3. Zet het instrument aan met de ON/OFF schakelaar.

Versterking

De CD10 is voorzien van ingebouwde luidsprekers maar kan ook op een extern versterkingsystem worden aangesloten of u kunt een stereo hoofdtelefoon aansluiten.

Gebruik de [VOLUME] knoppen om het volume van de interne luidsprekers en de hoofdtelefoon te regelen.

Interne versterking

De speakers werken alleen als er geen plug in de hoofdtelefoon aansluiting zit. De speakers zijn nicht afhankelijk van de "left" en "right" uitgangen.

Externe versterking

Sluit een extern versterkingssystem aan op de LEFT en RIGHT aansluitingen voor het stereo signal of alleen de RIGHT/M voor mono.

Om de ingebouwde luidsprekers uit te shakelen hoeft u alleen de hoofdtelefoon (of een normale jack plug) in de hoofdtelefoon aansluiting te doein.

Gebruik de [VOLUME] knappen om het uitgangsvolume van de CD10 te regelen.

Stereo hoofdtelefoon

Sluit een stereo hoofdtelefoon aan op de PHONES uitgang.
Wanner de plug erin zit worden de interne speakers uitgeschakeld. De eventuele externe versterking blijf werken.

Pedalen

Apart verkriijgbare pedalen van Generalmusic können worden aangesloten voor Damper en Volume regeling.

Damper

Het Damper pedaal (ook wel "Sustain" genoemd) werkt hetzelfde als het rechterpedaal van een piano; Als het pedaal is ingedrukt blijven de noten van de Upper sectie doorklinken.

Volume

Dit pedaal regelt het algemene volume en heeft bezelfde functie als die van de [VOLUME] knappen.

Demo

Wanner u de CD10 heeft opgesteld om te speltenkest u op de [DEMO] knop drukken om een korte aaneenschakeling van demonstratie Songs af te spelten die zich alkijd in het ROM geheugen bevinden. Tijdens het afspelen van de Demo zich alle bedieningsfuncties uitgeschakeld, behalve de volume knuppen. De Demo blijft zich herhalen totdat de [DEMO] knop waar worden ingedrukt.

Het keyboard en de secties

Het toetsenbord

De CD10 heeft een aanslaggevoelig toetsenbord (dynamic) wat betekent dat het reageert op hoe hard of zacht u de toetsen aanslaat. Hoe harder u speelt, hoe luider het instrument klinkt, zoals ook bij een klassieke piano gebeurt. U kunt er ook voor kiezen om de aanslaggevoeligheiduit te zetten door de Dynamic functie (een functie die u in de MIDI mode vindt) op OFF te zetten.

De instrument secties

De CD10 kan zes instrument secties spelen, twee op het keyboard (Upper en Lower) en vier als automatische begeleiding (Drums, Bass, Acc1, Acc2).

Upper en Lower

  • SPLIT:

Wanneer u het instrument aanzet speelt de Upper in het rechter gedeelte van het keyboard en de Lower in het linker gedeelte.

LAYER:

Upper en Lower spelen allebei over her gehele bereik van het keyboard.

  • SINGLE:

De Upper speelt over het gehele keyboard bereik, verwijl de Lower Niet speelt.

LAYER instellen

  1. Druk op de [SPLIT] knop; de LED gaat UIT.
  2. De Upper en Lower spelen allebei over het gehele keyboard.

SINGLE instellen

  1. Wanner [SPLIT] aanstaat zet u deleze UIT door op de [SPLIT] knop te drukken (LED UIT).
  2. Druk op de [LOWER] knop om+zijn LED uit te zetten.
  3. De Upper speelt nu over het gehele keyboard verwijl de Lower Niet speelt.

Teruggaanaar[SPLIT]

  1. Wonneer de [LOWER] en [SPLIT]uit zich zet u dezealen aan (LED aan).
  2. De Upper speelt op hetrechtger gedeelte en de Lower speelt op het linker gedeelte van het keyboard.

Het "Split-punt" van het keyboard worden aangegeven met eenkleine witte driehoek die wordt afgebeeld boven het toetsenbord.

U kunt het split-punt op de volgende manier veranderen.

Het Split-punt veranderen

  1. Druk de [SPLIT] knop in en houdt deze vast. Kies nu het hoogste punt voor de Lower sectie door de betreffende toets in te drukken.
  2. Het splitpunt komt nu overeen met de zojuist gespeelde noot.

General Music CD10 - Het Split-punt veranderen - 1

Klanken toewijzen aan de Upper en Lower secties

Het Klanken overzicht van de CD10 worden op de rechtzerijde van het bedieningspaneel afgebeeld. U(Int)kunt de Klanken van uw keuze toewijzen aan de Upper en Lower secties.

Een Klank toewijzen aan de Upper sectie

  1. Wanner de [SOUNDS] knopuit is zet u deze aan door erop te drukken (LED aan).
  2. Toets nu het gewenste Klanknummer in op het nummerieke toetsenbord (Hierna genoemd als Keypad). Wanner het nummer dat u kiestCUSen 00 en 09 ligt moet u ook de "0" intoetsen. Wanner het nummer tusen 100 en 127 ligt, drukt u op de [SOUNDS] knop voor de Honderd" en daarna de andere twee nummers.

Voorbeeld: Om "01 Piano1" te kiezen toetst u [0][1] in. Om "127 Gunshot" te kiezen toetst u [SOUNDS][2][7] in.

  1. De naam van de gekozen Klank verschijnt in het display, boven hetwoord "Sounds".

Een klank toewijzen aan de Lower sectie

  1. Wanner de [SOUNDS] knop uit is zet u deleze aan door erop te drukken (LED aan).
  2. Druk de Lower knop in en houdt deze vast tijdens het kiezen van de klank.
  3. Kies de Klank op bezelfde manier zoals u Klanken kiest voor de Upper sectie.
  4. De naam van de gekozen Klank knippert nu in het display, boven hetwoord "Sounds" (het display LAST daarna weer de Klank van de Upper sectie zien).

Het volume regelen van de Upper en Lower secties

U kunt het volume van de Upper en Lower secties regelen met de [BALANCE] knappen. Wanner een van deze twee knappen worden ingedrukt verschijnt erijdelijk een grafische weergave van de volumebalans van deze twee secties.

Met [LOWER] verhoegt u het volume van de Lower sectie ten opzichte van de Upper sectie, verwijl [UPPER] het volume van de Upper sectie verhoegt ten opzichte van de Lower sectie.

Deze instrumentale secties worden gebrukt door de Style om automatische arrangementen te spelen. Zij hunnen Niet vrij op hetkeyboard worden bespeeld.

Het volume regelen van Drum, Bass, Acc1, Acc2

U kunt het volume van deze secties regelen met de ACCOMPANIMENT knappen. Wanner u een knop indrukt ziet u een (tijdelijkke) grafische weergave van het volume van deze secties.

Met [MIN] verlaagt u het volume en met [MAX] verhoogt u het volume.

Automatisch doorklinken van Lower sectie

De noten die in de Lower sectie worden gespeeld{kunnen blijven doorklinken, ook wonneer u uw hand loslaat van het keyboard.Dit gaat d.m.v.de LOWER MEMORY functie aan te zetten, die uit is wonneer u het instrument aanzet.

Aan/uitzetten van de Lower Memory functie

  1. Druk de twee [MIDI] knuppen geluktijdig in om in de MIDI Programmeer Mode te komen.
  2. "Blader" door de paging's met de [PAGE>] knop totdat u de functie LOWER MEM bereikt:

$$ \boxed {L O W E R M E M. = o f f} $$

  1. Gebruik de [TEMPO-DATA] knuppen om de functie aan-ON] ofuit [OFF] te zetten.
  2. Druk de twee [ESC] knuppen gegliktijdig in om de MIDI Mode te verlaten.

De Styles

Een Style is een automatisch begeleiding die bestuurd worden door akkoorden te spelen op het keyboard.

De knappen in MANUAL CONTROLS en AUTOMATIC STYLES secties zorgen ervoor dat u in de begeleiding kunt starten of stoppen, en u kunt hier kiezen op welke manier de Styles worden gespeeld.

Het overzicht van de Styles worden op het linker gedeelte van het bedieningspaneel afgebeeld.

Een Style kiezen

Wonneer u het instrument aanzet staat er al een Stylekee om gespeeld te worden. Volg de volgende stappen om een andere Style te kiezen:

  1. Wanner de [STYLES] knop uit is zet u deleze aan door hem in te drukken (LED aan).
  2. Toets het nummer van de gewenste Style in op het Keypad. Wanner het nummer tussen 00 en 09 ligt moet u ook de "0" intoetsen.

Voorbeeld: Om "01-Rock2" te kiezen toetst u [0][1] in.

  1. De naam van de gekozen Style worden boven hetwoord "Styles" afgebeeld.

Het tempo veranderen

U kunt het metronoom tempo veranderen met de [TEMPO-DATA] knappen. Het op dat moment gekozen tempo verschijnt in het display boven hetwoord "Tempo".

Wanneer de [AUTOSET] LED aan is wonneer u een style kiest, za het tempo veranderen zoals dat in de gekozen Style is vast-gesteld.

Wanneer u de twee [TEMPO-DATA] knuppen gelijktijdig indrukt zal het tempo automatisch op de standard waarde van 120 worden gezet.

De Style besturen

Om alle begeleidings secties te latent speloen moet u een noot of een akkoord met uw linkerhand speloen (links van het Splitpunt). Een enkele noot komt overeen met een Majeur akkoord.

[START/STOP]

De TOUCH START functie start de Style wanner u een noot of een akkoord speelt op de linker sectie van het keyboard, zonder op [START/STOP] te hoeven drukken.

  1. Wanner de Style nicht speelt drukt u op [TOUCH START/ CONTINUE].
  2. Speel een noot of een akkoord op de linker sectie van het keyboard.
  3. De Style start automatisch.
  4. Om deze functie uit te zetten drukt u weeer op [TOUCH START/CONTINUE].

[INTRO/END]

Een alternatif op de [START/STOP] functie. Deze knop Start of Stopt de Style met een Intro(ductie) of een Ending (einde).

[TAP TEMPO]

Zorgt ervoor dat u zich het tempo van een Style kurz bepalen door het tempo in te tikken op deze knop.

  1. Wanner de Style Niet speelt, tikt u twee of meerere keren op de knop. De ingestelde speelsnelheid (gelijk aan het metronoom tempo) verschijnt in het display, boven het woord "Tempo".

  2. Druk op [START/STOP]. De Style start met het tempo dat u zichelf heeft aangegeven.

[FILL BASIC]

Stuart een Fill In aan (eén of meerere maten). Een Fill In is een korte muzikale onderbreking. Wanner het "variation" patroon van een Style speelt zorgt de Fill In voor een onderbreking en stuart daarna het "Basic" Style patroon aan.

  1. Druk op [FILL BASIC] verwijl de Basic Style speelt.
  2. Er worden een Fill In aangestuurd.
  3. Aan het einde van de Fill In gaat de Basic Style waar door met spelen.

of

  1. Druk op [FILL BASIC] verwijl het Variation patroon van de Style speelt ([VARIATION] led aan).
  2. De Fill In wordt aangestuurd.
  3. Aan het einde van de Fill In gaat de Styleteringaar het Basic patroon. ([VARIATION] leduit).

[FILLVAR]

Stuart een Fill In variatie aan en roept de Style Variation op.

  1. Druk op [FILL VAR] verwijl het Basic Style patroon speelt.
  2. Er worden een Fill In variatie aangestuurd.
  3. Aan het einde van de Fill In variatie gaat de variatie van de Style spelen ([VARIATIE] led aan).

[VARIATION]

Het aan/uitzetten van de Style variatie, een wat andere versie van het Basic Style patroon.

De LED van deze knop worden automatisch aan/uitgezet door de [FILL VAR] en [FILL BASIC] knappen.

[ARRANGE]

Aan/uitzetten van de instrument secties Bass, Acc1, Acc2.
Wanner de LED aan is zullen alle automatische secties speilen. Wanner de LED uit is speelt alleen de Drum sectie.

[AUTOSET]

Aan/uitzetten van (1) automatische Klankkeuze van de Upper en Lower secties, (2) automatische regeling van de volumes van de instrumentale secties van de Style, (3) automatische variatie van tempo en effecten.

Wanner de LED aan is zullen deze installingen ook veranderen wanner u van Style verandert. Wanner de LED UIT is zullen deze installingen Niet veranderen wanner u van Style verandert.

De Style stoppen wanner u de toeten los-laat

Wanneer u de noot of het akkoord om de Style aan te sturen heeft gespeeld, blijdt de automatische begeleiding doorklinken totdat u op [START/STOP] of [INTRO/END] drukt.

U kunt de CD10ECHTER zo instellen dat de automatische bege- leidingstopt zodra u uw handen van het toetsbord loslaat. Om dit te doeon moet u de AUTOSTOP functie op ON zetten.

  1. Druk de twee [MIDI] knopen gewelijktijdig in om in MIDI Mode te komen.
  2. "Blader" door de pagina's met de [PAGE>] knop totdat u AUTOSTOP ziet:

AUTOSTOP = off

  1. Gebruik de [TEMPO-DATA] knuppen om te kiezen:tussen ON en OFF.
  2. Druk de beiden [ESC] knappen in om de MIDI Mode te verlaten.

Bass Follow

Normaal gesproken speelt de Bass begeleiding de noten die u op het keyboard speelt. Dit is het geval wanner de BASS FOLLOW functie op ON staat. Wanner u wilt dat de Bass begeleiding alleen het geprogrammeerde patroon van de Style speelt, zonder "extra noten" die op het keyboard worden gespeeld, moet u de BASS FOLLOW op OFF zetten.

  1. Druk de twee [MIDI] knoppen gelijktijdig in om in MIDI Mode te komen.
  2. "Blader" door de paginga's met de [PAGE>] knop totdat u BASS FOLLOW ziet:

BASS FOLLOW = on

  1. Gebruik de [TEMPO-DATA] knuppen om te kiezen:tussen ON en OFF.
  2. Druk de beiden [ESC] knuppen in om de MIDI Mode te verlaten.

Koppelt de noten van het akkoord dat in de Lower sectie worden gespeeld aan de melodie van de Upper sectie.

Harmony aanzetten

  1. Druk op de [HARMONY] knop (LED gaat aan).
  2. De LED van de [SPLIT] knop gaat automatisch aan. De FREESTYLE functie worden automatisch uitgezet.

Op deze manier worden het keyboard in twee secties verdèeld; de Upper sectie voor de melodie en de Lower sectie voor de akkoorden.

Het keyboard moet op deze manier verdelijk worden, ongeacht de On/Off status van de Lower sectie.

Harmony gebruiken

Speel een melodie met uwrechterland en speltegelijkertijd een noot of een akkoord met uw linkerhand.

Het akkoord van de linkerhand wordt "harmonieus verenigd" met de melodie van de rechterhand.

Harmony uitzetten

Druk op [HARMONY]. (LED gaat uit).

Digitale Effecten

De CD10 heeft twee digitale effect processors:

  • een reverb (nagalm), die een ruimtelijke akoestiek toevoegt aan de klank (16 verschillende types);
  • een modulation effect die de bekende chorus, delay, flanger of rotary effecten aan de klank toevoegt (16 verschillende types).

Elke Style heeft twee effecten die veranderen wonneur u van Style verandert (Autoset ON).

Met de knop [DIGITAL EFFECTS]kest u schakelen tussen Effect ON (LED aan) en OFF (LED UIT).

Master Tuning

Verandert de toonhoogte van de CD10 om geldijk te komen met andere instrumenten van een band. Master Tuning bestaat uit de volgende twee secties:

  • TRANSPOSER verandert de toonhoogte in stappen van een halve toon;
  • TUNE verandert de toonhoogte in 1/64e stappen van een halve toon. (Ideaal voor af te stemmen met een akoestisch instrument dat moeilijk te stemmen is).

Transposer

  1. Druk op [<] om per halve noot omlaag te transponeren, en [>] om per halve noot omhoog te transponeren. Deze functie heeft een bereik van -6 tot +6 halve tonen.
  2. Wonneer u een TRANSPOSER knop indrukt worden de huidige Transpose instelling afgebeeld in het display.

Tune

  1. Druk de twee [<] en [>] knappen gelijktijdig in om TUNE aan te zetten.
  2. Druk op [<] om de stemming per 1/64e van een halve noot te verlagen, en op [>] om de stemming per 1/64e van een halve toon te verhogen. Deze functie heeft een bereik van -48/64 tot + 48/64.
  3. Wanner u de TUNE functie knoppen indrukt worden de huidige Tune instelling in het display afgebeeld.
  4. Druk de twee [<] en [>] knoppen gegliktijdig in om weer maar de TRANSPOSER functie terug te gaan.

Op electronische keyboards worden de combinaties van percussie klanken Drumkits genoemd, waar bij aan elke toets een andere drumklank is toegewezen. De CD10 heeft acht Drumkits en elke Style kiest de Drumkit die het best bij de Style past om de Drum sectie te spelen.

Als aanvulling op de traditionele drumkranken hebben de CD10 Drumkits ook een,aantal "speciale" kranken,Samples genaamd.

De drie große knoppen in de DRUMS &SAMPLE PADS sectie...,!.!.

De drie pads spelen de klanken die in de Drumkit van de instrumentale Drum sectie zitten, of klanken van de drumkits die als klanken aan de Upper sectie zijn toegewezen.

Klanken & Styles met de [PAGE] knoppen kiezen

Als uittbreiding op de standard keuze methode{kunnen de Klanken en Styles ook met de [PAGE<] en [PAGE>] knuppen van het Keypad worden gekozen.

Een Klank kiezen

  1. Druk op de [SOUNDS] knop (LED aan), indien nodig.
  2. Wanner u een Klank aan de Lower sectie toewijst moet u de [LOWER] knop indrukken en vasthouden.

  3. "Blader" door de Klank Bank met de [PAGE<] of [PAGE>] knop.

Een Style kiezen

  1. Druk op de [Styles] knop (LED aan), indien nodig.
  2. "Blader" door de Style Bank met de [PAGE<] of [PAGE>] knop.

De twee klank banken

De CD10 heeft twee klank banken die aan de Upper en Lower secties können worden toegewezen. De klanken van de eerste bank staan op het bedieningspaneel afgebeeld. De tweede bank vindt u darüber in deze handleiding.

Bank 1 en Bank 2—hebben verschillende versies van bezelfde klank. Als, bijvoorbeeld, klank 00 in Bank 1 een Grandpiano is, zal klank 00 in Bank 2 ook een piano klank�k.

Bank 2 is compatibel met de klanken van de General MIDI standard (zie MIDI Hoofdstuk). In Bank 1 wordt de "Drums" groin beschertervangen door de Percussion'groep, zodat de Drumkits op het keyboard gespeelduron werden.

Een klank bank kiezen

  1. Druk op de twee [BANK 1/2] knuppen van het Keypad.
  2. De naam van de gekozen bank ("Sound Bank 1" of "Sound Bank 2") verschijnt in het display.

Sound BANK 1

Sound Bank 2

  1. Wanner u de bank heeft gekozen kiest u de klank. De gekozen bank blijft aktief totdat u de andere bank kiest (gevolgd door het kiezen van een klank).

De Song

De CD10 heeft eenmeer-sporen Sequencer die gebruikt kan worden om een Song in real-time op te nemen of om de data die via MIDI IN worden ontvangen op te nemen.

De sequencer knoppen

[PLAY/DEL]

(1) PLAYThat de Song afspelen.
(2) DEL aktiveert de "delete" functies in "record" mode.

[REC]

Voor het opnemen van de Song.

[LOWER]

Het spoor van de Lower sectie. De status van deze knop kan drie verschillende situatuies weergeven. LED uit: Het Spoor is leeg. LED knippert: Het Spoor worden opgenomen. LED aan: Het Spoor is opgenomen.

[UPPER]

Het Spoor van de Upper sectie. De status van deze knop kan drie verschillende situatuies weergeven. LED uit: Het Spoor is leeg. LED knippert: Het Spoor worden opgenomen. LED aan: Het Spoor is opgenomen.

[START/STOP]

Start of stopt de weergave van de Song.

De CONTINUE functie "herstart" de Song waar vanaf het punt waar hij gestopt was met [START/STOP].

Speciale secties

In aanvulling op de Upper en Lower secties neemt de Song de volgende speciale secties op: Chord, Common Channel, Tempo, Pads. Het is Niet nodig op om knappen te drukken voor het opnemen van deze secties, zich worden.altijd opgenomen.

Specaile secties

Chord: De Arrangement akkoorden. Be-stuurt de volgende secties: Drum, Bass, Acc1 and Acc2. Dit Spoor kan geen gebruik makev van de Over-dub functie.
Common Channel: Style "besturing": Keuze van de Sty-le, aan/uitzetten van de Style con-trol knappen. Dit Spoor kan geen gebruik makev van de Overdub functie.
Tempo: Metronoom tempo.Dit Spoor kan geen gebruik makev van de Over-dub functie.
Pads: De noten die op de [DRUMS & SAMPLES PADS] gespeeld worden. Dit Spoor kan wel gebruik makev van de Overdub functie.

Opname

Voorbereiding (voorde opname)

  1. Druk op [REC] om in de "record" mode te komen. De Led van de [STYLES] of [SOUNDS] knop knippert.
  2. De LED van de [LOWER] en [UPPER] knop knippert: U kunt beiden sporen opnemen.

Wanneer u geen spoor wilt opnemen drukt u op de knop om de LED uit te zetten.

  1. U kunt een Stylekiezen als u wilt. Als u dat nicht doet neemt u de Style op die op het moment dat u in record Mode gaat is gekozen.
  2. Wonneer de [AUTOSET] led uit is, kurz u de "aanvangs" klanken voor de Upper en Lower secties kiezen, anders worden zich automatisch gekozen.
  3. Wanner de [AUTOSEt] led uit is, kunt u het basis tempo van de Song veranderen.
  4. Wanneer de [AUTOSET] led uit is, kurz u het "aanvangs" volume van de begeleidings secties veranderen of de balansussen de Upper en Lower secties bepalen.
  5. Wanner de [AUTOSET] led uit is, kurz u de [DIGITAL EFFECTS] knop aan/uitzetten. Deze mag ook tijdens de opname worden veranderd.

Opname

  1. Druk op [START/STOP] of [INTRO/END] om de opname te starten.
  2. Tijdens de opname=kunt u veranderen van Style, Klank, Tempo, begeleidingsvolume en balans instelling van de Upper en Lower secties, de Style controls gebruiken, [DIGITAL EFFECTS] aan/uitzetten.
  3. Stop de opname met [START/STOP] of [INTRO/END].
  4. De LED's van de [UPPER] en [LOWER] sporen zonden nu aan要去en zich. Als dat zo is zich de Upper en Lower sec-ties opgenomen.

"Record" mode verlaten

Druk de twee [ESC] knoppen gelijktijdig in.

"Over dubbing"

U kunt neue noten gaan toevoegen aan de sporen die u al heeft opgenomen.

  1. Druk op [REC] om in de Song "Record" mode te komen.
  2. Druk meerdere keren op de knop van het spoor dat u wilt

opnemen totdat de betreffende LED knippert. Beide sporen..., .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ... .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ...

De speciale secties Chord, Common Channel, Tempo worden nicht opnieuw opgenomen. Wanner u deze opnieuw wilt opnemen要去en ze eerst gewist worden.

  1. Start de opname met [START/STOP].
  2. Speel de noten in die u wilt toevoegen aan de Upper en/of Lower en/of Pads secties.
  3. Stop de opname met [START/STOP].
  4. Druk op de twee [ESC] knappen om de "record" mode te verlaten.

Delete

  1. Druk op [REC] (indien nodig) om in de Song "record" modertekommen.
  2. Druk op [PLAY/DEL] om de DELETE mode aan te zetten.
  3. Kies het spoor dat u wilt wissen met de [TEMPO-DATA] knappen.
  4. Druk op de [PLAY/DEL] knop om het gekozen spoor te wissen. Wanner u de DELETE mode wilt verlaten zonder data te wissen moet u op de twee [ESC] knoppen drukken.

De Song een naam geben

  1. Druk op [REC] om in de Song "record" mode te komen.
  2. Druk op [PLAY/DEL] om de DELETE mode aan te gehen.
  3. Druk op [NAME] (op het Keypad) om de naam van de Song in te Geven of om een bestaande naam te veranderen.
  4. Toets de letters in op het Keypad (elk knopje van het Keypad heeft drie karakters die u Aunt kiezen door het betreffende knopje meerere keren in te drukken).
  5. Druk op [PAGE>] om een positie verder te gaan. Druk op [PAGE<] om een positie terug te gaan.
  6. Wanner de naam is ingegevenkest u de "record" verlaten met de twee [ESC] knappen waardoor de naam van de Song wordt bevestigd.

MIDI

Wat is Midi

Midi is een system voor communicatieussen electronische muziekinstrumenten.Met Midi kunt u:

(a) een ander instrument besturen van het CD10 keyboard;
(b) de Klanken en Styles van de CD10 door een ander appar-. raat lately besturen (keyboard, sequencer, computer);
(c) de CD10 verbinden met een sequencer of een computer om extern Songs te programmeren.

Midi Verbindingen

Hieronder ziet u de "Hoofdregels" die u moet volgen wanner u een Midi verbinding gaat make:

  • In muzzlek termen noemen we een instrument dat en ander instrument bestuurt de Master en het instrument dat door een ander instrument worden bestuurd een Slave.
  • Verbind de MIDI OUT aansluiting van de Master met de MIDI IN aansluiting van de Slave met een normale MIDI kabel.
  • Om Songs te programmeren met een externe sequencer of computer verbindt u de MIDI OUT van de CD10 met de MIDI IN van de sequencer/computer en de MIDI OUT van de sequencer/computer met de MIDI IN van de CD10.
  • Maak geen verbindingCUSEN deMidi aansluitingen van een instrument.

Instrumentale secties en Midi kanalen

Elk van de zes secties van de CD10 heeft een Midi kanaal (1- 16). De standard fabrieks-instelling is als volgt:

De overeenkomende secties van een Midi instrument dat met de CD10 is aangesloten要去en met bezelfde Midi kanalen worden ingesteld. Hieronder ziet u een,aantal praktische voorbeelden met de CD10 met de hierboven afgebeelde instellen-gen:

  • Wonneer de CD10 een expander bestuurt met alleen de Upper sectie over het gehele keyboard bereik,要去 de expander ontvangen op Midi kanaal 5.
  • Wanner de CD10 een multi-timbrale expander bestuurt (m.a.w. met meerere instrument secties), moeten de secties van de expander opdezelfde kanalen ingesteld worden als die van de CD10 zoals in de tabel hierboven.
  • Wonneer de CD10 door een ander instrument worden bestuurd要去en de secties van het andere instrument op dezfelfde manier worden ingesteld als die van de CD10, of desecties van de CD10 als de secties van het Master instrument.

Common Channel

Als aanvulling op de zes secties verstuurt en ontvangt de CD10 Style "besturings" gegevens (Style nummer, tempo, bediening van de Style control knoppen) over een special kanaal. Dit kanaal noemen we het Common Channel ("Gemeenschappelijk Kanaal") en moet ook aan een Midi kanaal worden toegwezen. In het algemeen is dat kanaal 1 of 16. In de standard fabrieksinstelling is het MIDI Common kanaal van de CD10 op 16 ingesteld. Een instrument dat Style control gegevens van de CD10 ontvangt/verstuurd,要去 deze gegevens op het Common kanaal verzenden of ontvangen.

De Midi kanalen van de CD10 instellen

  1. Druk gegelijktijdig op de twee [MIDI] knappen om in de MIDI Mode te komen.
  2. De eerste drie MIDI paging's bevatten de parameters voor de kanalen van de instrument secties. Elke paging is in twee secties verdend. De eerste paging bevat de Lower en Upper secties, de tweede de Drum en Bass en de derde, Acc1 en Acc2. Het Common kanaal staat op paging vier.
  3. Met de [PAGE<] en [PAGE>] knoppen=kunt u van de ene sectie maar de volgende gaan of van de ene pagina maar de andere.
  4. Verander het MIDI kanaal van de betreffende secties met de [TEMPO-DATA] knappen.
  5. Druk op de twee [ESC] knappen om de MIDI Mode te verlaten.

General Midi

Klank compatibiliteit

General Midi (GM) standard zorgt voor gelijke klank indeling en klank keuze methodes voor verschillende instrumenten. Wanner de CD10 door een externe sequencer worden bestuurd, zullen de juiste klanken worden gekozen.

De CD10 heeft twee klank banken; Bank 2 is General MIDI compatible verwijl bank 1 een Klein beetje anders is (de "Drums" grop in plaats van "Percussive" grop). Wanner de GENERAL MIDI functie aanstaat (ON) zal er alltijd een drumkit van de "Drums" grop worden gekozen op Midi kanaal 10, verwijl de klanken van de andere groepen (inclusief "Percussive") op alle andere kanalen moot worden gekozen.

De zestien General Midi secties

Zes instrument secties kuren direct door de CD10 worden bestuurd, maar de General Midi standard verlangt dat een multi-timbrale expander op 16 verschillende kanalen kan ontvangen. Wonneer de GENERAL MIDI functie (in MIDI edit) op ON worden gezet ontvangt de CD10 op 16 secties, inclusief de ces standard CD10 secties. Hieronder ziet u een tabel van de secties en hun MIDI kanalen:

Wanner u een ander MIDI kanaal toewijst aan een instrument sectie van de CD10, za het kanaal dat dan "over blijft" nicht konnen ontvangen.

De CD10 als slave

De Klank veranderen

  1. Wanner u een klank uit bank 2 wilt gebruiken moet u de volgende boodschap waar de CD10 sectie versturen:

Control Change 0,waarde 01

Control Change 0 wordt ook wel Bank Select genoemd, Voor klanken uit bank 1 is dit commando Niet nodig.

  1. Na het verzenden van Control Change 0 moet u het Program Change nummer van de gewenste Klank versturen. Om, bijvoorbeeld, Klank 16 "Organ 1" te kiezen要去 u Program Change nummer 16 versturen.

Het is ook möglichk dat de Master Program Change nummers van 1 tot 128 verstuurd i.p.v. 0 tot 127. In dat geval moet u het Program Change nummer dat u maar de CD10 stuart met een nummer verhogen.

  1. De gekozen Klank worden toegewezen aan de sectie.

Een Style veranderen

  1. Verstuur het Program Change Nummer van de gewenste Style via het Common Channelaar de CD10.Om, bijvoorbeeld,Style "07 Fusion 1" te kiezen moet u Program Change nummer 7 versturen.
  2. De Style worden gekozen. De Klanken van de begeleidings secties veranderen automatisch. Als de LED van de [AUTO-SET] knop aanstaat, zullen de Klanken van de Upper en Lower secties, en ook het Tempo veranderen.

Een Style besturen

Om de Style controls te kuren simuleren moet u de Program Change of Control Change nummers uit de onderstaande tabel verzsturen maar de CD10 via het Common kanaal.

De boodschappen worden ook verstuurd maar andere instrumenten (of computer) wanner de betreffende knuppen op het bedieningspaneel worden ingedrukt.

Style Control ProgramChange

Intro/End 122
Start/Stop 123
Sync Start124
Fill Basic 125
Fill Var126
Variation 127

De Control Change boodschappen worden algid gevolgd door de waarde die aan deze Controller worden toegewezen.

Style Control ControlChange-Value

Intro112-17
Fill Basic 112-18
End112-19
Sync Start112-20
Fill Var112-37
Variation On112-102
Variation Off112-38
Harmony On 112-103
Harmony Off 112-39
Memory On112-104
Memory Off112-40

Eff1 On 112-105

Eff1 Off 112-41

Eff2 On 112-106

Eff2 Off 112-42

Arrange On 112-107

Arrange Off 112-43

Autoset On 112-109

Autoset Off 112-45

Om het tempo van de CD10 te synchroniseren met het tempo van de Master, moet u de MIDI CLOCK op EXT zetten (zie hoofdstuk"Speciale functies van Midi Clock).

De CD10 als Master

De Klank veranderen

Wanner u een Klank kiest op de CD10 worden het betreffende Program Change nummer verstuurd maar de Slave over de sectie die overeenkomt met die van de CD10. Zelfs wanner u een Style kiest, worden de Program Changes van de secties verstuurd maar de Slave.

Wanner u een Klank verstuurtuit Bank 2,verstuurt de CD10 Control Change boodschap 0 - met waarde 01 - nog voor de Program Change.

De Style veranderen

De Styles van de Slave moeten hetzelfde zich als die van de CD10. Als dat Niet het geval is negeert u de naam van de CD10 Style en gezruikt u alleen het nummer.

De Slave要去 de Style Change geveens op een Midi kanaal ontvangen. Wijs dat kanaal toe aan het Common Kanaal als dat möglich is, waar dat CD10 de Style Change geveens via het Common kanaal verstuurt.

De Style besturen

De Slave要去dezelfdecontrolboodschappenontvangendie door de CD10 worden gebruikt (zie"StyleControl"tabef). Als dit nicht möglich is, is Start/Stop de等原因 standardi Midi boodschap die door de Slave kan worden ontvangen.

Om het tempo van de Slave te synchroniseren met dat van de CD10要去 de CD10 MIDI CLOCK op INT zieten (zie hoofstuk "Speciale functies Midi Clock). De Midi Clock van de Slave要去 op EXT worden gezet.

Speciale MIDI functies

Local ON/OFF

De secties van de CD10 können de klanken van de Slave bespelen zonder zijn eigen interne klanken te spelen. Dit noemen we LOCAL OFF.

Om met een externe sequencer te werkkenzet u de CD10 in Single Mode en de Upper sectie op Local Off. Zet het MIDI Thru on kanaal op 5 (het Upper kanaal) in de externe sequencer. Wanneer u op het CD10 keyboard speelt,hoort u Niet de Upper sectie maar overeenkomende sectie die door de externe sequencer worden aangestuurd.

General Music CD10 - Local ON/OFF - 1

  1. Druk de twee [MIDI] knuppen gegelijktijdig in om in de MIDI Mode te komen.
  2. "Blader" door de vagina's met de [PAGE>] of [PAGE<] knoppen totdat u bij de eerste LOC pagina bent. Er zijn drie LOC vagina's, elk met twee van de zes CD10 secties: pagina 1aar de Lower en Upper secties zien, pagina 2aar de Drum en Bass secties zien en pagina 3 de Acc1 en Acc2 secties.
  3. U=kunt van de ene pagina waar de andere gaan met de [PAGE<] en [PAGE>].
  4. Gebruik de [TEMPO-DATA] knappen om de gekozen sec-tie op ON of OFF te zetten.
  5. Druk de twee [ESC] knuppen in om de MIDI Mode te verla- ten.

Slave:Tracks

Als Slave kan de CD10 twee, zes of zestien secties via Midi ontvangen. Het ontvangen van twee secties zorgt voor een grotere polyfonie (een groter aantal stemmen).

Wanneer u de Master aanzet worden de SLAVE: TRACKS functie automatisch op ON gezet en ontvangt de CD10 op de zes secties. Wanneer u er de voorkeur aan geeft om alleen met de Upper en Lower sectie te werken要去 u in de MIDI Mode deze functie uitzetten.

  1. Druk de twee [MIDI] knuppen gegelijkijdig in om in de MIDI Mode te komen.
  2. "Blader" door de paginga's met de [PAGE>] of [PAGE<] knopen totdat u bij SLAVE: TRACKS bent.
  3. Gebruik de [TEMPO-DATA] knuppen om deze op ON of OFF te zieten.
  4. Druk de twee [ESC] knuppen in om de MIDI Mode te verla- ten.

MIDI Clock

De MIDI Clock zorgt voor het gelijk lately verlopen van electronische muziekinstrumenten. MIDI CLK=INT (internal) betekent dat het instrument is gesynchroniseerd metশ in terne tempo en het tempo kan veranderen en starten maar een Slave. CLK=EXT (external) betekent dat het instrument is gesynchroniseerd met het tempo van de Master. Om de Style te starten moet er het juiste commando van de Master worden verstuurd.

CD10 als master

  1. Druk de twee [MIDI] knoppen gelijktijdig in om in de MIDl Mode te komen.
  2. "Blader" door de网页's met de [PAGE>] of [PAGE<] knopen totdat u bij CLK bent.
  3. Gebruik de [TEMPO-DATA] knuppen om deze op INT of EXT te zetten.
  4. Druk de twee [ESC] knuppen in om de MIDI Mode te verla- ten.

Start/Stop ON/OFF

De Start/Stop boodschap kan worden verstuurd, ontvangen of uitgezet om dat Niet te doen. Wanner de functie op ON staat worden Start/Stop verstuurd en ontvangen; wanner de functie op OFF staat worden Start/Stop genedeerd.

  1. Druk de twee [MIDI] knuppen gewelijkijdig in om in de MIDI Mode te kommt.
  2. "Blader" door de paging's met de [PAGE>] of [PAGE<] knopen totdat u bij START/STOP bent.
  3. Gebruik de [TEMPO-DATA] knuppen om deze op ON of OFF te zetten.
  4. Druk de twee [ESC] knuppen in om de MIDI Mode te verla- ten.

MIDI Filters

Sommige boodschappen können worden "gefilterd" (uitgeslooten) uit de communicatoratie tussen instrumenten. Hierdoor kunt u eventuele problemen voorkomen tussen de CD10 en andere instrumenten wanner deze Niet volledig compatibel zijn met elkaar op het gebied van bijv. Program Change.

  1. Druk de twee [MIDI] knuppen geluktijdig in om in de MIDI Mode te komen.
  2. "Blader" door de paging's met de [PAGE>] of [PAGE<] knoppen totdat u bij de eerste paging van F.IN (=Filter In, filters voor Midi In) of F.OUT (=Filter Out, filter voor Midi Out).
  3. Elke paginaaat een MIDI boodschap filter zien:

Note Note

P.ChgProgramChange
C.ChgControlChange
DampDamperPedal

Bend Pitch Bend

Gebruik [PAGE<] en [PAGE>] om van de ene paginga waar de andere te gaan.

  1. Gebruik de [TEMPO-DATA] knappen om een filter op ON of OFF te zetten.
  2. Druk de twee [ESC] knuppen in om de MIDI Mode te verla- ten.

MIDI Dump

De Song die in het geheugen van de CD10 zit kan maar een externe sequencer (of computer) worden verstuurd, of maar een Midi Data Filer, of maar een ander CD model d.m.v. System Exclusive data die via DUMP-SAVE worden verstuurd.

De CD10 kan dan de Song ontvangen van de externe sequencer, van de Midi Data Filer of van een ander CD keyboard d.m.v. de DUMP-LOAD.

De Song wegschrijven:

  1. Druk de twee [MIDI] knoppen geluktijdig in om in de MIDI Mode te komen.
  2. "Blader" door de paging's met de [PAGE>] of [PAGE<] knopen totdat u bij de DUMP SAVE paging bent.
  3. Druk de twee [MIDI] knuppen gegliktijdig in om de procedure te starten. Het display toont een verzoek om de "file", die maar een andere sequencer worden gestuurd, een naam te gehen:

NAME:?

  1. Toets de letters in op het Keypad (elk knopje van het Keypad hebdt drie karakters die u Aunt kiezen door het betreffende knopje meerere keren in te drukken).

Druk op [PAGE>] om een positie verder te gaan. Druk op [PAGE<] om een positie terug te gaan. De naam mag maximaal 7 letters lang zich.

  1. Bevestig de naam door de [MIDI] knappen in te drukken of annuleer de DUMP procedure door op [ESC] te drukken. In het display verschijnt een vraagteken acheter de naam van de "file" waarmeert worden gezvraagd of u de procedure wilt bevestigen.

NAME:FILE001?

  1. Start de opname in de sequencer die met de CD10 is verbonden.
  2. Druk de twee [MIDI] knappen gegelijkijdig in om de overdracht van de Song maar de externe sequencer te starten. De CD10 waar de volgende boodschap zien: "Wait Please".
  3. Wonneer de overdracht maar is, stopt u de externe sequencer enbewaar de data op een floppy disk.

Een Song laden in de CD10:

Deze procedure wist de Song in het geheugen van de CD10!

Wanneer een ander CD keyboard (CD2, CD3, CD10, CD20, CD30) of een externe sequencer Midi DUMP Data (System Exclusive) maar de CD10 verstuurd,zet het instrument zichzelf automatisch op ontvangst-mode, ongeacht de op dat moment ingestelde mode.

De procedure kan darüber ook handmatig gestart worden:

  1. Druk de twee [MIDI] knuppen geluktijdig in om in de MIDI Mode te komen.
  2. "Blader" door deagna's met de [PAGE>] of [PAGE<], knappen totdat u bij de DUMP LOADagna bent.
  3. Druk de twee [MIDI] knuppen gelijktijdig in om de CD10 in "wachtstand" te zieten. Het display LAST de volgende boodschap zien: "Wait Please".
  4. Start de externe sequencer. De Song worden overgebracht maar het geheugen van de CD10.
  5. Aan het eind is de Song overgebracht maar het geheugen van de CD10. De Song die waarvoor in het geheugen zat is gewist.

Wanner de CD10 data ontvangt van een van de hierboven vermelde CD keyboards, worden de Styles 88-95 verwangen door de Programmable Styles die in het geheugen van die modellen zitten. Om de originele CD10 Styles terug te krijgen kutn u het instrument uitzetten en daarna wee aanzetten (het geheugen worden dan gewist).

Dynamics (aanslaggevoeligheid)

Het is möglichk om de aanslaggevoeligheid van het keyboard aan- of uit te zetten. Dit geldt ook voor het versturen en ontvangen van Velocity boodschappen via Midi.

  1. Druk de twee [MIDI] knuppen geluktijdig in om in de MIDI Mode tekommen.
  2. "Blader" door de paging's met de [PAGE>] of [PAGE<] knopen totdat u bij de DYNAMIC paging bent.
  3. Gebruik de [TEMPO-DATA] knuppen om deze op ON of OFF te zieten.
  4. Druk de twee [ESC] knappen in om de MIDI Moe te verla- ten.

Technische Specificaties

Keyboard: 61 toetsen, aanslaggevoelig

Pedaal aansluiting: Volume, Damper (Sustain)

Klankopwekking:PCM 16 bit

16/32 - stemmig polyfoon

Klanken: 128+128 Klanken volgens General MIDI standard.

Audio uitgangen: 2 mono jacks (Left+Right/M)

Hoofdtelefoon

Interneversterking:5+5Watt

Afmetingen (HxWxD): 108x966x322 mm

Gewicht: 6 kg

CD 10

MODO DE EMPLEO

Panel de control, 4

* De volgende tabel laat de kranken van Bank 1 zien (afgebeeld in HOOFDLLETERS) en van Bank 2 (afgebeeld in kline letters). Wanner de CD10 als Slave worden gebrukt door een Master keyboard wordt u geadviseerd de kranken van de CD10 niet hoger of lager aan te sturen dan het aanbevolen Klank bereik (Recommended Sound Range) dat acheher ieere klank vermeldt wordt. Buiten dit bereik gaat de klankkwaliteit achteruit. Als u de CD10 als Slave gebrukt en een klank uit de twede Klank Bank wilt kiezen, moet u vanuit de Master eerst een Bank Keuze boodschap

versturen (MIDI Controller 0) met een waarde van "1" (komt overeen met de tweede Bank) gevolgd door het betreffende Program Change nummer. Voorbeeld: om "piano2" te kiezen: [Bank Keuze (1)] [Program Change (2)].

Wijzigingen onder voorbehoud.

Especificaiones susjetas aeloads sin aviso previo.

Dessa bestammelser kan andras utan forvarning.

PRINTED IN ITALY

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : General Music

Model : CD10

Categorie : Toetsenbord