Trophy - Elektrische scooter Handicare - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Trophy Handicare in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Trophy Handicare
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Trophy - Handicare en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Trophy van het merk Handicare.
GEBRUIKSAANWIJZING Trophy Handicare
© 2008 Handicare Alle rechten voorbehouden. De verstrekte informatie mag geenszins worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze en met welke middelen dan ook (elektronisch of mechanisch), zonder voorafgaande, uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van Handicare. De verstrekte informatie is gebaseerd op algemene gegevens aangaande de ten tijde van verschijnen bekende constructies. Handicare voert een beleid van continue product verbetering, wijzigingen zijn derhalve voorbehouden. De verstrekte informatie is geldig voor het product in standaard uitvoering. Handicare kan derhalve niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade voortvloeiend uit de van de standaard uitvoering afwijkende specificaties van het product. De beschikbare informatie is met alle mogelijke zorg samengesteld, maar Handicare kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele fouten in de informatie of voor de gevolgen daarvan. Handicare kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade voortvloeiend uit werkzaamheden die door derden zijn uitgevoerd. De door Handicare gehanteerde gebruiksnamen, handelsnamen, handelsmerken, etc. mogen krachtens de wetgeving inzake de bescherming van handelsmerken niet als vrij worden beschouwd.
3.1 Controle voor het rijden ................................................................................ 19
Voorwoord Deze handleiding Met deze handleiding kunt u de scooter op veilige wijze gebruiken en onderhouden (reinigen). Neem bij twijfel altijd contact op met uw dealer.
Volg de instructies bij de waarschuwingen! Als de instructies niet met de nodige voorzichtigheid worden opgevolgd, kan dit lichamelijk letsel of schade aan de scooter of aan het milieu tot gevolg hebben.
Aanduidingen op de scooter A1 Vrijloop Trophy Alpine (en modellen <2012) A2 Vrijloop Trophy (indien niet A1) B Identificatieplaatje C Bandenspanning voorwiel(en) D Bandenspanning achterwielen Service en technische ondersteuning Neem contact op met uw dealer voor informatie betreffende specifieke afstellingen, onderhoud of reparatie. Vermeld dan altijd het type, het bouwjaar en het identificatienummer, die op het identificatieplaatje van de scooter staan. Voor de dealer is een servicehandleiding beschikbaar.
Gegevens identificatieplaatje A Type B Bouwjaar C Identificatienummer D Gebruikersgebied binnen of buiten E Maximale belasting in kgVoorwoord
Goedkeuring Het product voldoet aan de volgende eisen: EN12184 (1999) Elektrisch aangedreven rolstoelen en scooters, klasse C. ISO7176-8 Eisen voor impact-, statische- en vermoeiingssterkte. ISO7176-9 Klimaattesten voor elektrische rolstoelen en scooters. ISO7176-14 Eisen en testmethoden voor controllersystemen van elektrisch aangedreven rolstoelen. ISO7176-16 Eisen aan weerstand tegen ontbranding. Het product is EMC (Elektro Magnetische Compatibiliteit) goedgekeurd volgens EN12184 (1999).
CE-verklaring Het product voldoet aan de bepalingen van de richtlijn voor Medische Hulpmiddelen en is aldus voorzien van CE markering. Garantiebepalingen Begrippen in de garantie- en aansprakelijkheidsbepalingen hebben de navolgende begrippen de daarachter verwoorde betekenis: Product: De door Handicare gefabriceerde en geleverde handbewogen of elektrische rolstoel of scooter. Afnemer: Hij die rechtstreeks van Handicare een Product betrekt. Dealer: Hij die een van Handicare betrokken Product doorlevert aan derden. Gebruiker: Hij die een door Handicare gefabriceerde Product gebruikt. Onverminderd hetgeen omtrent garanties wordt bepaald in de op het Product van toepassing zijnde algemene voorwaarden, geldt met betrekking tot die garanties in ieder geval het volgende:
1. Behoudens voor zover in de
navolgende bepalingen anders staat aangegeven, staat Handicare jegens de Afnemer van het Product in voor de deugdelijkheid daarvan voor het doel waarvoor het Product is bestemd – één en ander als omschreven in deze handleiding – en voor de kwaliteit van het materiaal waaruit het Product is gemaakt en de wijze waarop het Product is gefabriceerd.
2. Reparatie of vervanging van
onderdelen van het Product die nodig is als gevolg van gebreken die hun oorzaak vinden in kwalitatief gebrekkig materiaal of fabricage-fouten wordt kosteloos uitgevoerd, mits die gebreken zijn ontstaan binnen één (1) jaar na de datum van levering van het Product aan de Afnemer. De te vervangen delen moeten daartoe franco aan Handicare worden gezonden. Demontage of montage van deze delen komt voor rekening van de Afnemer. Niet voor kosteloze reparatie of vervanging als bedoeld in de vorige volzin komen derhalve in aanmerking: de reparatie of vervanging die nodig is in verband met gebreken die zijn ontstaan nà één (1) jaar na de datum van levering van het Product aan de Afnemer; de reparatie of vervanging die nodig is in verband met gebreken die hun oorzaak vinden in een onjuist of onzorgvuldig gebruik van het Product of die hun oorzaak vinden in een gebruik van hetVoorwoord
Product voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, in welk verband zal gelden dat indien de Afnemer een Dealer is, deze Dealer Handicare zal vrijwaren tegen eventuele claims van Gebruikers of andere derden voor gebreken die hun oorzaak vinden in een onjuist of onzorgvuldig gebruik van het Product; onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, en de noodzaak tot reparatie of vervanging van die onderdelen het daadwerkelijke gevolg is van normale slijtage.
3. Onverminderd het bepaalde onder
2, geldt voor wat betreft een elektrisch Product, dat ten aanzien van de accu die onderdeel vormt van het Product slechts een garantie wordt gegeven in geval van storingen of niet-functioneren van de accu die aantoonbaar het rechtstreekse gevolg zijn van materiaal- of fabricagefouten. Een storing of niet-functioneren van de accu als gevolg van normale slijtage valt niet onder de garantie als bedoeld in deze garantiebepalingen. Evenmin onder die garantie vallen storingen of niet-functioneren die het gevolg zijn van oneigenlijk of ondeskundig gebruik van het Product of de daarvan deel uitmakende accu, daaronder begrepen het onjuist opladen van de accu en het verzuimen van het plegen van tijdig en goed onderhoud, in welk verband tevens geldt dat in geval de Afnemer een Dealer is, deze Dealer Handicare zal vrijwaren tegen eventuele claims van Gebruikers of andere derden die hun oorzaak vinden in het hiervoor bedoelde oneigenlijk of ondeskundig gebruik van het Product of de daarvan deel uitmakende accu.
4. De garanties als verwoord in de
voorafgaande bepalingen vervallen in ieder geval, indien: geen of onvoldoende uitvoering is gegeven aan de richtlijnen van Handicare voor het onderhoud van het Product; een benodigde reparatie of vervanging van onderdelen hun oorzaak vindt in verwaarlozing, beschadiging of overbelasting van het Product of een gebruik van het Product voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd; onderdelen van het Product zijn vervangen door onderdelen van een andere herkomst dan die welke Handicare gebruikt en/of onderdelen van het Product zijn vervangen zonder toestemming van Handicare.
5. De garanties als verwoord in de
bepalingen 1 t/m 3 vervallen voorts, in het geval dat sprake is van hergebruik door een nieuwe gebruiker binnen de garantieperiode en dat hergebruik aanpassingen van het product in welke zin dan ook noodzakelijk maakte, en die aanpassingen niet door of in opdracht en/of op aanwijzing van Handicare zijn verricht.
6. Om aanspraken te behouden onder
de hierboven uiteengezette garanties dient de Afnemer zich in geval van schadevoorvallen of andere calamiteiten zo spoedig mogelijk in verbinding te stellen met Handicare en haar daarover zo volledig mogelijk te informeren. De mogelijkheid om een beroep op de vorenbedoelde garanties te doen vervalt voor Afnemer in ieder gevalVoorwoord
na 20 werkdagen na het schadevoorval c.q. de calamiteit die de aanleiding vormt voor het beroep op de garanties.
7. De vervanging van een onderdeel
of de reparatie dan wel de reconditionering van het Product binnen een lopende garantietermijn doet die garantietermijn niet verlengen.
8. Op reparaties aan c.q.
reconditioneringen van het Product die niet door of in opdracht en/of op aanwijzing van Handicare zijn uitgevoerd, geeft Handicare geen garantie. In het geval dat reparaties of reconditioneringen zijn uitgevoerd door of in opdracht en/of op aanwijzing van een Afnemer, vrijwaart de Afnemer Handicare jegens derden voor claims van derden die in de ruimste zin des woords voortvloeien uit zodanige reparaties of reconditioneringen. Aansprakelijkheidsbepalingen Onverminderd hetgeen omtrent aansprakelijkheid wordt bepaald in de op het Product van toepassing zijnde algemene voorwaarden, geldt met betrekking tot aansprakelijkheid in ieder geval het volgende:
1. Met inachtneming van de
navolgende bepalingen, aanvaardt Handicare slechts aansprakelijkheid voor schade door dood of lichamelijk letsel die het gevolg is van een gebrek van het Product waarvoor Handicare verantwoordelijk is en voor schade aan een andere zaak die in privé- eigendom toebehoort aan de gebruiker van het Product, mits die schade het rechtstreekse gevolg is van een gebrek van het Product. De aansprakelijkheid van Handicare is in ieder geval beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval door de aansprakelijkheidsverzekeraar van Handicare wordt uitgekeerd.
2. Handicare aanvaardt geen andere
of verdere aansprakelijkheid dan verwoord onder 1. In het bijzonder aanvaardt Handicare geen aansprakelijkheid voor gevolgschade, in welke vorm dan ook. Gebruikte scooters en het milieu Indien uw scooter overbodig is of aan vervanging toe is, kan deze meestal na overleg door uw dealer worden teruggenomen. Mocht dit niet mogelijk zijn, informeer dan bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor hergebruik of milieuvriendelijke verwerking van de gebruikte materialen. Voor de productie van de scooter is gebruik gemaakt van diverse kunststoffen en metalen. Bovendien bevat de scooter elektronische componenten die tot het elektronisch afval behoren. De accu's behoren tot het chemisch afval.Veiligheid
1 Veiligheid De fabrikant Handicare aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet strikt naleven van de veiligheidsvoorschriften, dan wel door onachtzaamheid tijdens het gebruik en het schoonmaken van de scooter en de eventuele bijbehorende accessoi- res. Afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden of gebruikte accessoires kunnen aanvullende veiligheidsinstructies nodig zijn. Neem a.u.b. direct contact op met uw dealer indien u bij het gebruik van de scooter een potentieel gevaar hebt geconstateerd.
De gebruiker van de scooter is te allen tijde volledig verantwoordelijk voor de naleving van de plaatselijk geldende veiligheidsvoor- schriften en -richtlijnen. De technische specificaties mogen niet worden gewijzigd. Modificatie van (onderdelen van) de scooter is niet toegestaan.
1.2 Aanduidingen op de
scooter De op deze scooter aangebrachte aanduidingen, symbolen en instructies maken deel uit van de getroffen veiligheidsvoorzieningen. Ze mogen niet worden afgedekt of verwijderd. Ze moeten gedurende de levensduur van de scooter op de scooter zitten en duidelijk leesbaar zijn. Vervang of herstel onmiddellijk onleesbaar geworden of beschadigde aanduidingen, symbolen en instructies. Raadpleeg uw dealer.
1.3 Elektronische veiligheid
De standaard uitvoering van uw scooter is getest volgens de strengste EMC-eisen. Mobiele telefonie heeft geen invloed op het rijgedrag van de scooter. Bij gebruik van een mobiele telefoon in de nabijheid van een scooter met speciale aanpassingen, dient u de scooter eerst uit te schakelen. Uw scooter kan elektromagnetische velden beïnvloeden, zoals alarmsystemen. Als de elektronica van de scooter niet goed is afgeschermd kan dat gevoelige elektrische apparatuur beïnvloeden, zoals o.a. winkelalarmen en garageopeners. De scooter is hierop getest. Mochten er zich onverhoopt toch problemen van die aard voordoen, dan verzoeken wij u dit direct bij uw dealer te melden.Algemene beschrijving
2 Algemene beschrijving
2.1 Beschrijving Trophy
De Trophy is een elektrisch aangedreven scooter voor gebruik buiten over langere afstand. De unieke vering, stabiliteit en wendbaarheid zorgen voor uitstekende rij eigenschappen en maximaal comfort. Door de ruime instelmogelijkheden kan de Trophy volledig op uw specifieke wensen worden afgestemd, zodat een ontspannen positie van handen en schouders gewaarborgd is. Het overzichtelijke bedieningspaneel is links- en/of rechtshandig te bedienen met lichte bedienkrachten. De Trophy is dé scooter voor maximale onafhankelijkheid! De Trophy is ontworpen voor: Vervoer van personen tot een gewicht van maximaal 160 kg. Gebruik op geplaveide wegen, trottoirs, voet- en fietspaden. Gebruik in en om het huis Uw dealer dient u een deugdelijke gebruiksinstructie te geven voordat u zelfstandig gaat deelnemen aan het verkeer. U moet in staat zijn om de gevolgen van acties tijdens het rijden met de scooter te kunnen corrigeren. De eerste ervaringen met de scooter moeten worden opgedaan onder de begeleiding van een trainer/adviseur. De scooter is geen motorvoertuig in de zin van de wegenverkeerswet. De Trophy heeft een maximale snelheid van 15 km/u. Als u de scooter gebruikt, anders dan voor de bestemming, aanvaardt Handicare geen enkele verantwoording voor schade of letsel voortvloeiend uit een ander gebruik dan waarvoor de scooter is ontwikkeld en ontworpen.
U dient goed op de hoogte te zijn van de inhoud van deze handleiding voordat u met de scooter gaat rijden.Algemene beschrijving
2.2 Hoofdcomponenten
A Achterwielen B Verlichting C Zitting D Rugleuning E Armsteun F Stuur met dashboard G Contactslot H Spiegel I Mandje J Voorwiel(en) K Hoekverstelling stuurkolom L Oplaadaansluiting voor de accu’s M Heupgordel, aan te brengen door de dealer (optie)
De scooter heeft de volgende bedieningselementen A Bedieningspaneel met alle bedieningsknoppen B Hendel voor het verstellen van de hoek van de stuurkolom. C Oplaadaansluitpunt. Zie ‘Accu’s opladen’. D Vooruit- of achteruithendels E Hendels voor richtingaanwijzers F ContactsleutelAlgemene beschrijving
Het bedieningspaneel is uitgerust met de meest geavanceerde technologie en biedt betrouwbare en nuttige functies voor de bediening van uw scooter: A Richtingaanwijzerhendels, links en rechts* B Accu-indicator C Snelheidsregelaar D Indicator voor alarmlichten richtingaanwijzers E Claxonknop* F Indicator voor lampen G Schakelaar voor alarmlichten H Achteruitschakelaar voor het gaspedaal (indien van toepassing) I Keuzeschakelaar weergavemenu J Cruise control-schakelaar (indien van toepassing) K Rechter gashendelkeuzeschakelaar (indien van toepassing) L Linker gashendelkeuzeschakelaar (indien van toepassing) M Lichtschakelaar N Noodstopschakelaar (indien van toepassing) O Veilige helling-alarmindicator P Lichtsensor Q Contactsleutel R Actieve gashendelindicator (indien van toepassing) S Scherm *Deze knoppen zijn zowel links als rechts op het bedieningspaneel aangebracht.Algemene beschrijving
A Richtingaanwijzerhendels, links/rechts Als u de hendel beweegt (aan de linker- of rechterkant) begint het richtingaanwijzerlicht te knipperen om aan te geven dat u van rijrichting wilt veranderen: Beweeg de linkerhendel naar beneden of de rechterhendel naar boven om linksaf te slaan Beweeg de linkerhendel naar boven of de rechterhendel naar beneden om rechtsaf te slaan. Er klinkt een piepsignaal wanneer de richtingaanwijzer aan staat (indien geprogrammeerd). Om de richtingaanwijzers uit te schakelen, drukt u nogmaals op dezelfde hendel in dezelfde richting of wacht u 12 seconden.
B Accu-indicator De accu-indicator geeft een algemene indicatie van de toestand van de accu’s. De accu’s zijn volledig opgeladen als alle lampjes oplichten. Als de accu leeg raakt, gaan de lampjes een voor een uit en worden rood als het echt kritiek wordt. De indicatielampjes geven het accuvoltage aan dat beschikbaar is voor de regeleenheid. Het is normaal dat de onderste indicatielampje uit gaat als de scooter accelereert. Dit komt omdat er tijdelijk extra vermogen nodig is, wat leidt tot een daling in de beschikbare spanning. Deze kortstondige daling is geen waarheidsgetrouwe indicatie van de accucapaciteit. Als de scooter voor het eerst wordt gestart, kan de accu- indicator aangeven dat de accu’s volledig zijn opgeladen, ook al is dit niet het geval. Dit is een eigenschap van de accu’s. Daarom geldt dat de meest accurate indicatie van het niveau van de accu wordt verkregen als men op een vlak oppervlak rijdt. Als de RED lampjes op de accu-indicator branden, dan is het belangrijk dat de accu’s zo snel mogelijk weer worden opgeladen. Zorg er voor dat de accu’s nooit helemaal leeg raken; dit verkort de levensduur van de accu’s en kan de accu’s beschadigen. Wanneer de lampjes voortdurend bewegen, geeft dit aan dat de accu’s worden opgeladen. De accu-indicator geeft ook foutmeldingen door van de controller. De dealer kan met behulp van deze foutcodes het probleem analyseren.
C Snelheidsregelaar Met deze knop kunt u in 10 stappen de gewenste maximale snelheid voor uw scooter instellen. Als u de knop met de klok meedraait, wordt de maximumsnelheid verhoogd. Als u de knop tegen de klok indraait, wordt de maximumsnelheid verlaagd. Stel de snelheidsregelaar in voordat u gaat rijden. Pas de maximumsnelheid aan de omgeving en de verkeerssituatie aan (aan een beperkte hoeveelheid ruimte of een kamer vol met mensen, bijvoorbeeld).
D Indicator voor alarmlichten/richtingaanwijzers
E Claxonknop Als u een van de claxonknoppen indrukt, klinkt er een waarschuwingssignaal om anderen waarschuwt voor een gevaarlijke situatie. De claxon blijft klinken zo lang u de knop ingedrukt houdt.Algemene beschrijving
F Indicator voor lampen Deze indicator wordt geactiveerd wanneer de verlichting wordt ingeschakeld.
G Schakelaar voor alarmlichten Als u op deze toets drukt, schakelt u de alarmlichten in. U dient de alarmlichten te gebruiken als u bang bent dat u niet wordt gezien door het overig verkeer, of als u stilstaat vanwege een storing. Als u nogmaals op deze toets drukt, schakelt u de alarmlichten weer uit. Er klinkt een pieptoon als de alarmlichten worden ingeschakeld (indien geprogrammeerd).
H Achteruitschakelaar voor gaspedaal (indien van toepassing) Knop om van richting te veranderen wanneer een gaspedaal is geïnstalleerd. Na het uitschakelen van de scooter met de sleutel of na een noodstop, is de standaardrichting altijd vooruit.
I Keuzeschakelaar weergavemenu Knop om het weergavemenu te wisselen tussen snelheidsweergave, reisafstand en algehele afstand. Wanneer deze knop langer dan 2 seconden in de stand voor de reisafstand wordt gehouden, wordt deze waarde gereset.
J Cruise control-schakelaar (indien van toepassing) Sleutel om cruisecontrol te activeren en de snelheid in te stellen op de huidige rijsnelheid vooruit. Het scherm geeft CC aan als de cruise control is ingeschakeld. Hij wordt automatisch uitgeschakeld als de rem, de noodstop, het gaspedaal, de gaskeuzeschakelaar of de CC-schakelaar worden gebruikt.
K Rechter gashendelkeuzeschakelaar (indien van toepassing) Knop om handmatig het rechter gaspedaal te selecteren/activeren wanneer ook andere gashendels zijn geïnstalleerd. Dit wordt ook aangegeven op het scherm. Dit is altijd actief na het inschakelen van de scooter.
L Linker gaspedaalkeuzeschakelaar (indien van toepassing) Knop om handmatig de linker gashendel te selecteren/activeren wanneer ook andere gashendels zijn geïnstalleerd. Dit wordt ook aangegeven op het scherm.
ITS Intelligent Throttle Switch (indien van toepassing) Nadat u de scooter hebt ingeschakeld, wordt de eerste gashendel die wordt gebruikt actief. Om over te schakelen naar de andere gashendel, hoeft u gewoon de andere gashendel te bedienen en de momenteel actieve gashendel wordt binnen de 2 seconden vrijgegeven. ITS is alleen mogelijk als vooruit wordt gereden.Algemene beschrijving
M Lichtschakelaar Als u deze knop éénmaal indrukt, schakelt u het voor- en achterlicht in. Als u nogmaals op deze knop drukt, schakelt u de lichten weer uit.
N Noodstopschakelaar (indien van toepassing) Druk op de noodstopknop om hem in te schakelen. De scooter stopt meteen met rijden en de alarmlichten worden ingeschakeld. Om deze functie uit te schakelen moet de knop tegen de klok in worden gedraaid en de scooter uit en weer in worden geschakeld.
O Veilig helling-alarmindicator Dit indicatielampje gaat branden wanneer een helling te steil is en de veilige- hellingspecificatie overschrijdt. Het advies is om uit veiligheidsoverwegingen niet verder te rijden op deze helling en zeer voorzichtig terug te rijden, zoals aangegeven in paragraaf 5.6.
P Lichtsensor Deze sensor regelt de helderheid van het scherm automatisch. Daglicht → helder. Duisternis → gedimd.
Q Contactsleutel De contactsleutel moet in het contact worden gestoken en omgedraaid om de scooter in te schakelen. Alle functies van de Trophy 20 werken uitsluitend als de contactsleutel in het contact is gestoken, met uitzondering van de verlichting en de alarmlichten. De alarmlichten en lampen kunnen altijd worden bediend, zelfs wanneer de contactsleutel niet in het contact is gestoken. Wanneer de contactsleutel in het contact is gestoken en de scooter wordt geruime tijd niet gebruikt, klinkt na 20 minuten een piepsignaal.
R Actieve gashendelindicator (indien van toepassing) Geeft aan welke gashendel actief is wanneer er meer dan één is geïnstalleerd. In het geval er slechts één gassysteem is geïnstalleerd of het gaspedaal actief is, worden de indicatoren geactiveerd.
S Scherm Het scherm toont gebruikersinformatie zoals snelheid, reisafstand van de reis in een resolutie van 0,1 km of M en totale afstand in een resolutie van 1 km of M. Het geeft ook de eenheden (km/h of Mph) aan en of de cruise control is geactiveerd door CC weer te geven. Knipperende waarden betekent dat de achterwaartse richting voor het gaspedaal actief is. De helderheid van het scherm verandert automatisch naargelang de omgeving.Algemene beschrijving
Inschakelen De scooter wordt als volgt ingeschakeld: Steek de contactsleutel zo ver mogelijk in het contact (A) en draai hem linksom naar de 1 die de INGESCHAKELDE stand aangeeft. De scooter wordt als volgt uitgeschakeld: Draai de contactsleutel zover mogelijk rechtsom naar de 0 die de UITGESCHAKELDE stand aangeeft. Haal de sleutel uit het contact (A).
Oplaadaansluiting De oplaadaansluiting (A) bevindt zich op de stuurkolom, onder het bedieningspaneel. Dit is het punt waarop de acculaderkabel kan worden aangesloten. Alle elektronica moet zijn uitgeschakeld tijdens het opladen van de accu’s. Verwijder de contactsleutel alvorens u de accu’s oplaadt.Gebruik
3.1 Controle voor het rijden
Controleer het volgende voordat u wegrijdt met de scooter: Of de stoel vergrendeld is (A). Of de verlichting en de richtingaanwijzers werken. Of de banden voldoende zijn opgepompt. Of de accu's voldoende zijn opgeladen. De groene lichtjes op de accu-conditiemeter moeten branden.
In de winter hebben de accu's een lagere capaciteit. Bij lichte vorst is de capaciteit ongeveer 75% van de normale capaciteit. Bij een temperatuur lager dan -5 graden is dit ongeveer 50%. Dit vermindert de actieradius. Als u iets vreemds merkt tijdens het rijden, laat dan de gashendel los en neem na stilstand de contactsleutel uit het contactslot.
3.2 Instappen en uitstappen
1. Zorg dat het contact uit staat.
2. Zet de vrijloophendel in de stand
Rijden. Hoek stuurkolom verstellen
1. Trek de hendel (B), voor de
hoekverstelling van de stuurkolom (C), omhoog en klap de stuurkolom naar voren.
2. Beweeg hendel (A) naar voren.
Draai de stoel een kwartslag naar links of naar rechts. De stoel vergrendelt als deze een kwartslag is gedraaid.
3. Klap de armleuning omhoog.
4. Neem plaats op de stoel.
5. Draai de stoel terug op de
bovenbeschreven wijze. De stoel klikt vast als deze naar de oorspronkelijke positie is gedraaid. Stoelslede verstellen Trek hendel (D) omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren in een voor u gemakkelijke stand.
Schakel de scooter uit voordat u instapt of uitstapt! De scooter begint namelijk te rijden als u bij het instappen of uitstappen het stuur vasthoudt en per ongeluk een gashendel indrukt.Gebruik
Zet de vrijloophendel (A) in de stand Rijden (B) om elektrisch te kunnen rijden. Zet de vrijloophendel in de stand Duwen (C) om de scooter te kunnen duwen.
Schakel de stand Duwen niet in als de scooter op een helling staat geparkeerd. Als de scooter op een te steile helling staat kan de scooter van de helling afrijden. Zet de vrijloophendel direct weer in de stand Rijden als de scooter niet meer geduwd wordt. De vrijloophendel dient alleen in de stand duwen gezet te worden, als er geduwd moet worden. In de stand Rijden werkt de automatische parkeerrem.
3.4 Scooter inschakelen
Steek de contactsleutel in het contactslot en draai de contactsleutel een kwartslag, om de scooter in te schakelen.
Als er een fout in de elektronica wordt geconstateerd, gaat de accu- conditiemeter knipperen. De elektronica wordt geblokkeerd.
Let op dat de parkeerrem (indien van toepassing) eraf is voordat u gaat rijden.
Zorg ervoor dat er tijdens gebruik nooit een sleutelbos/ sleutelhanger aan de scootersleutel hangt. Zo voorkomt u dat het contact onbedoeld verbroken wordt, waardoor de scooter tot stilstand komt.Gebruik
In het verkeer bent u als scooterberijder kwetsbaar. U wordt niet altijd opgemerkt door andere verkeersdeelnemers. Houd u aan de geldende verkeersregels. Vermijd eenzame routes, zodat er in geval van nood snel voor hulp gezorgd kan worden. Gebruik gordel indien aanwezig Vooruit rijden
1. Schakel de scooter in, zie 3.4.
2. Stel de gewenste snelheid in met
de snelheidsregelaar (A).
3. Knijp de onderkant (B) van één van
de gashendels in. Hoe verder u de hendel inknijpt, des te sneller gaat u rijden. Achteruit rijden
1. Stop de scooter door de gashendel
2. Knijp de bovenkant (C) van één
van de gashendel langzaam in. De scooter zal achteruit gaan rijden.
Zet de snelheidsregelaar (A) minimaal in stand 2. In de laagste stand gaat de scooter niet rijden
Oprijden van trottoirs
1. Ga met de scooter recht tegen het
Rijd het trottoir op zonder van richting te veranderen.
3. Zodra het voorwiel het trottoir is
opgereden moet u snelheid houden om ook de achterwielen het trottoir te laten beklimmen. Als u een trottoir niet opkomt, moet u een lager deel zoeken. Afrijden van trottoirs
1. Ga met het voorwiel recht voor de
rand van het trottoir staan.
2. Knijp één van de gashendels
langzaam in. Rijd voorzichtig van het trottoir af, zonder van richting te veranderen.
Rijd nooit met de scooter van een trap af! Laat in een panieksituatie direct de gashendel los. De scooter komt nu automatisch tot stilstand.Gebruik
Schakel de scooter uit voordat u instapt of uitstapt! De scooter begint namelijk te rijden als u bij het instappen of uitstappen het stuur vasthoudt en per ongeluk een gashendel indrukt. Maximaal veilig bereidbare helling gemeten volgens ISO 7176-2 met maximaal gebruikers gewicht is 10° met 160 kg. Helling oprijden
Rijd nooit een helling op met een hellingshoek van meer dan 10°. Rijd op hellingen altijd langzaam en geconcentreerd. Rijd niet van hellingen af met los grind of een zanderig wegdek, omdat één van de achterwielen zou kunnen slippen. Vermijd plotselinge en schokkende bewegingen. Probeer op hellingen zo weinig mogelijk van richting te veranderen. Draai niet op een helling. Indien u merkt dat uw snelheid sterk terugloopt bij het rijden op een helling, moet u een minder steile route nemen. Te lang op een helling rijden kan oververhitting van de motor tot gevolg hebben.
Als u van een helling afrijdt, doe dit dan in de laagste stand van de snelheidsregelaar en zo beheerst en langzaam mogelijk. Het kan zeer gevaarlijk zijn om een helling achterwaarts af te rijden. Bochten
Neem nooit bochten met volle snelheid. Verminder snelheid voor het nemen van bochten. Gebruik de richtingaanwijzers bij het veranderen van de rijrichting. Zet de snelheidsregelaar bij manoeuvreren altijd in een lage stand.Gebruik
Rijd voorzichtig op gladde wegen, als gevolg van regen, ijsvorming of sneeuw! Voorkom dat de scooter in contact komt met zeewater: zeewater is agressief en tast de scooter aan. Voorkom dat de scooter in contact komt met zand: zand kan doordringen tot in de draaiende delen van de scooter, waardoor er onnodige snelle slijtage optreedt. Als u onder invloed bent van middelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, mag u niet met de scooter rijden. U dient voldoende gezichts- vermogen te hebben om in de betreffende gebruikssituatie veilig met de scooter te kunnen rijden. U bent verplicht om verlichting te voeren bij beperkt zicht. Het rijden met hogere snelheid vraagt om extra voorzichtigheid. Stel op trottoirs en in voetgangersgebieden een lagere maximumsnelheid in. Pas op dat er geen kledingstukken loshangen. Deze zouden tussen de wielen kunnen komen.
1. Beweeg de hendel (A) naar voren.
2. Til de stoel uit de kom waarin deze
draait. De stoel is gemakkelijker te verwijderen door deze draaiend te tillen. Stuurkolom neerklappen Trek hendel (A) omhoog en klap de stuurkolom (B) naar beneden.Gebruik
De scooter kan in een auto geplaatst worden. Maak hierbij gebruik van rijplaten, waarover de scooter in de auto gereden wordt. De scooter kan ook opgetild worden. Hiervoor zijn minimaal twee sterke personen nodig.
Gezien het karakter van de scooter, is het de bedoeling dat u als gebruiker een transfer maakt naar een reguliere zitplaats in een auto. U mag in een auto of taxi niet zittend in de scooter vervoerd worden, ook al is het betreffende voertuig aangepast voor het vervoer van scooters. De scooter kan namelijk niet de veiligheid bieden die de standaard autostoelen bieden, hoe goed de scooter ook gefixeerd is in het betreffende voertuig. Nadat de scooter in de auto is geplaatst, moet u controleren of de vrijloophendel in de stand Rijden staat. Zet de scooter aan de voor en achterzijde vast met sjorbanden aan de hiervoor bestemde taxi- ogen.
3.10 Verstelmogelijkheden
1. Ga in de stoel zitten en trek hendel
(A) omhoog. De rugleuning beweegt naar voren.
2. Druk met uw bovenlichaam de
rugleuning naar achteren in een voor u gemakkelijke houding en druk de hendel omlaag.
Bedien de hendel niet als de stoel onbezet is. De rugleuning komt dan met kracht naar voren. Lendesteun Ga in de stoel zitten en verdraai knop (B) zodat de lendesteun voor u in een optimale positie komt. Armleuning Verdraai het wieltje (C) om de hoogte en de hoek van de armleuning te verstellen.
De stand van de armleuningen wijzigt als de stand van de rugleuning wordt veranderd. Hoogte hoofdsteun Kies een prettige hoogte voor de hoofdsteun.Gebruik
3.11 Instelmogelijkheden
Voor de ideale houding, en een ontspannen stand van armen en schouders, kan uw dealer de onderstaande delen instellen: Zithoogte Stuurhoogte Stuurhoek Veerspanning (vering van de scooter)
3.12 Coderen cijferslot
De code is vanuit de fabriek ingesteld op 0-0-0. Aanpassen code
1. Ligt het knopje (A) er met een klein
2. Beweeg het vrijgekomen knopje
(B) in de richting van de wieltjes.
3. Houd het knopje in deze positie en
stel met de wieltjes uw persoonlijke code in.
4. Onthoud deze code.
5. Laat het knopje weer los: Uw code
6. Druk knopje (A) stevig op zijn
7. Om het slot te ontgrendelen en uw
mand los te nemen, moet u het knopje naar “open” bewegen.Onderhoud
Laat de scooter eenmaal per jaar, of bij intensief gebruik, eenmaal per half jaar controleren door uw dealer. De onderstaande tabel toont het onderhoud dat u zelf kunt uitvoeren. Tijd Omschrijving Dagelijks Accu's opladen na ieder gebruik. Zie 4.2. Wekelijks Bandenspanning controleren en zonodig banden oppompen. Zie 4.3 Maandelijks Scooter reinigen. Zie
Accu's controleren ('s zomers: eenmaal per twee weken, 's winters: eenmaal per maand). Zie 4.2 Driemaan- delijks Draaisysteem van de stoel smeren.
In de scooter zijn “droge” gel-accu’s geplaatst. Deze droge acuu’s zijn geheel gesloten en onderhoudsvrij.
Het gebruik van “natte” accu’s is niet toegestaan. Accu's opladen Raadpleeg de handleiding van de acculader. De accu's moeten bij normaal gebruik elke nacht worden opgeladen.
1. Schakel de scooter uit.
2. Steek de plug van het oplaadsnoer
in de laadaansluiting, zie hoofdstuk
3. Steek de steker van de acculader
in de wandcontactdoos van het elektriciteitsnet. Als de accu's geladen zijn:
1. Neem de steker van de acculader uit
de wandcontactdoos van het elektriciteitsnet.
2. Neem de plug uit de
Zodra de plug van het oplaadsnoer is aangesloten op de laadaansluiting, is de bediening van de scooter uitgeschakeld. Neem het oplaadsnoer altijd weg als de accu's geladen zijn. Hiermee voorkomt u dat de accu's langzaam leeglopen. Accu's onderhouden Raadpleeg de voorschriften van de accu's.
Zorg ervoor dat de accu's altijd goed geladen zijn. Gebruik de scooter niet als de accu's bijna leeg zijn en rijd de accu's nooit geheel leeg. Dit kan de accu's ernstig beschadigen en u loopt het risico ongewenst stil te komen staan. Accu's reinigen Houd de accu's schoon en droog. Vuil en water kunnen een lekstroom veroorzaken waardoor de capaciteit van de accu's afneemt. Smeer de polen na het reinigen in met zuurvrije vaseline.Onderhoud
Accu's vervangen Als de capaciteit van de accu's steeds kleiner wordt, zodat de scooter alleen nog maar heel korte ritjes kan maken, zijn de accu's aan het einde van de levensduur. De accu's moeten dan vervangen worden. Raadpleeg hiervoor uw dealer.
4.3 Banden controleren en
oppompen Zorg ervoor dat de banden op de juiste spanning worden gehouden. Overschrijd nooit de aangegeven bandenspanning. Pomp de banden op met een voetpomp of een fietspomp. Gebruik de bijgeleverde verloopnippel. U kunt de banden ook bij een benzinestation laten oppompen. Bandenspanning voorwie(en)l: 2,4 bar Bandenspanning achterwiel: 2,2 bar
4.4 Scooter reinigen
Droog vuil afnemen Reinig de bekleding, metalen delen en framedelen met een droge zachte doek. Modder en ander nat vuil afnemen Reinig de vuile delen eerst met een natte spons. Wrijf de delen daarna droog met een droge zachte doek. Bekleding reinigen Reinig de bekleding met een vochtige doek en huishoudzeep. Wrijf de bekleding daarna droog met een zachte droge doek.
Gebruik nooit schurende of agressieve schoonmaakmiddelen. Deze kunnen krassen veroorzaken op de scooter. Gebruik geen organische oplosmiddelen als thinner, wasbenzine of terpentine. Wees voorzichtig met water in verband met de elektronische inrichting. Reinig de bekleding niet chemisch. Strijk of centrifugeer de bekleding niet.Storingen
Als de scooter niet functioneert, terwijl de accu's voldoende geladen zijn, controleer dan de volgende punten voordat u de dealer raadpleegt.
1. Schakel de scooter uit en weer in.
bevestigd zijn en goed vast zitten.
snelheidsregelaar niet is gewijzigd.
5. Bij storing knipperen de lichtjes van
de accu-conditiemeter. Gebruik de onderstaande tabel om de oorzaak te achterhalen en meld deze informatie aan uw dealer.
Aantal lichtjes Foutbeschrijving Actie
Scooter is aangesloten op de acculader Koppel de scooter los van de acculader
Gashendel fout Zorg ervoor dat de gashendels in de ruststand staan als de scooter wordt ingeschakeld.
Raadpleeg in alle andere gevallen uw dealer.Technische specificaties
Totaal gewicht inclusief accu's
Gewicht zwaarste deel
Statische stabiliteit neerwaarts
Statische stabiliteit opwaarts
Statische stabiliteit zijwaarts
Dynamische stabiliteit helling op
Klimvermogen voor obstakels
Maximale snelheid voorwaarts km/u
Min rem afstd vanaf de max snelheid
Effectieve zitdiepte
Effectieve zitbreedte
Zithoogte aan voorzijde zitting, minimaal
Voorzijde armsteun tot rugleuning
Vermogen om obstakels af te rijden
Type accu’s Gel/AGM Gewicht scooter zonder accu’s Trophy 3W 110 kg Gewicht scooter zonder accu’s Trophy 4W 121 kg Maximale accucapaciteit 86 Ah Max accucapt bij ontlaadtijd van 5 uur 27,5 Ah Max toelaatbare laadspanning 13,6 V Maximale laadstroom 10 A Connector type A DIN 72311 Wielen Diameter voorwiel 12,5" x 2,25" Diameter achterwielen 3.00x10 Bandenspanning voorwiel 2,4 Bar Bandenspanning achterwielen 2,2 Bar Bedienkrachten Bedienhendel < 60 N Elektronische schakelaars < 13,5 N Parkeerrem < 60 N Insteken oplaadplug < 60 N30
SimpelGids