Winner - Elektrische scooter Handicare - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Winner Handicare in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische scooter |
| Merk | Handicare |
| Model | Winner (varianten 3W, 4W, Alpine) |
| Maximaal gebruikersgewicht | 159 kg |
| Afmetingen (L x B) | 1400 x 673 mm (3-wiel model) |
| Totaalgewicht (inclusief batterijen) | 153 tot 158 kg afhankelijk van model |
| Batterijen | 2 x 12V, 80 Ah, gel droog, onderhoudsvrij |
| Maximumsnelheid | 15 km/u (standaard) of 9,6 km/u (Alpine) |
| Maximale actieradius | 50 km (3W/4W) of 33 km (Alpine) |
| Bandenspanning | 2,76 bar (276 kPa) |
| Wieldiameter | 310 x 108 mm |
| Maximaal te overwinnen helling | 10° |
| Maximale obstakelhoogte | 100 mm |
| Remafstand (vanaf max. snelheid) | 3550 mm |
| Garantie | 1 jaar (onderdelen en arbeid onder voorwaarden) |
| Gebruik | Bestrate wegen, trottoirs, voetgangerszones, binnen/buiten |
| Onderhoud | Onderhoudsvrije batterijen, reinigen met vochtige doek, jaarlijkse onderhoudsbeurt aanbevolen |
| Veiligheid | Automatische parkeerrem, automatische zekering, batterijindicator, verlichting en richtingaanwijzers (optioneel) |
| Accessoires | Onderbuikgordel (optioneel), hoofdsteun (optioneel) |
Veelgestelde vragen - Winner Handicare
Gebruikersvragen over Winner Handicare
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Winner - Handicare en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Winner van het merk Handicare.
GEBRUIKSAANWIJZING Winner Handicare
Alle rechten voorbehonden.
De verstkrete informatie mag geenszins worden verveeelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze en met welke middelen dan ook (elektronisch of mechanisch), zonder voorafgaande,uitdrukkelijke en schriftelijktoestemming van Handicare.
De verstkrete informatatie is gebaseerd op algemene gegevens aangaande de tenijdve van verschijnen bekende constructies. Handicare voert een beleid van continue product verbetering, wijzigingen zich derhalve voorbehonden.
De verstkrete informatatie is geldig voor het product in standaard UITvoering. Handicare kan derhalve Niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade voortvloeijend uit de van de standarduiitvoering afwijkende specificaties van het product.
De beschikbare informatatie is met alle möglichke zorg samengesteld, maar Handicare kan nicht aansprakelijk worden gesteld voor eventuele fouten in de informatatie of voor de gevolgenaarvan. Handicare kan Niet aansprakelijk gesteld worden voor schade voortvloeendiuit werkzaamheden die door derden zich uitgevoerd.
De door Handicare gehenteerde gebruiksnamen, handelsnamen, handelsmerken, etc. mogen krachtens de wetgeving inzake de bescherming van handelsmerken nicht als vrij worden beschouwd.
2008-01
Introductie 7
Aflevering 7
Deze handleiding 7
Aanduidingen en pictogrammen 8
Pictogrammen 10
Beschikbare documentation 10
Service en technische ondersteuning 10
Identificatieplaatje 11
Identificatie van het product 11
Garantiebepalingen betreffende de scooter 12
Aansprakelijkheidsbepalingen betreffende het Product 13
Gebruikte scooters en het milieu 14
Gebruik volgens bestemming 14
1 Algemene veiligheidsvoorschriften en -instructies 15
1.1 Aanduidingen en instructies op de scooter 15
1.2 Technische specificaties 15
1.3 Modifications 15
1.4 Veiligheid 15
2 Algemene beschrijving. 18
3 Hoofdcomponenten 19
4 Gebruik 20
4.1 Rijden met de Winner 20
4.1.1 Controle voor het rijden 20
4.2 Bediening 21
4.2.1 Dashboard 21
4.2.2 Inschakelen 24
4.2.3 Oplaadaansluiting 24
4.3 Rijden 24
4.3.1 Voor- en achteruitrijden 25
4.3.2 Bochten 26
4.3.3 Hellingen 26
4.3.4 Obstakels 27
4.3.5 Overbelasting 28
4.3.6 Uitschakelen 28
4.3.7 Parkeren 28
4.3.8 Accu's opladen 29
4.3.9 Acculader 30
4.4 In- en uitsappen 30
4.5 Duwen van de scooter 30
4.5.1 Vrijloop scooter 31
4.6 Verkleinen van de Winner 32
4.6.1 Stoel Wegnemen 32
4.6.2 Stuurkolom neerklappen 32
4.7 Transport 33
4.8 Heupgordel (optie) 33
5 Instelmogelijkheden 34
5.1 Zitinstallingen 34
5.1.1 Stoel hoogte en diepte instelling 34
5.1.2 Rugleuning verstelling 34
5.1.3 Lendesteun verstelling 35
5.1.4 Armleuning verstellen 35
5.1.5 Hoofdsteun (optie) verstellen 35
5.2 Stuurkolom overstelling 36
6 Onderhoud 37
6.1 Onderhoudstabel 37
6.1.1 Accu's 37
6.1.2 Accu's vervangen 38
6.1.3 Accu's schoonmaken 39
6.2 Banden 39
6.2.1 Banden oppompen 39
6.3 Schoonmaken 40
7 Storingen 41
7.1 Storingstabel 41
7.2 Automatische zekering 42
7.3 EMC storing 42
8 Technische specificaties 44
8.1 Product specificatie blad 44
8.1.1 Winner 44
8.2 Goedkeur 45
8.3 CE-verklaring 45
8.4 Geauthoriseerde service en technische ondersteuning 45
Introductie
Welkom in de steeds groter wordende groep gebruikers, die gebruik make van een scooter uit het Handicare assortment.
Handicare staat borg voor betrouwbaarheid en vooruitstrevende techniek, hetgeen resulteert in een eenvoudig te bedieren kwaliteitproduct.
Aflevering
Uw leverancier zal de Winner scooter rijklaar bij u afleveren.
Deze handleiding
Met deze handleiding kut u het product op veilige wijze gebruiken en onderhoden (reinigen). Neem bij twijfel.altijd contact op met uw dealer.
In de documentationatie worden de woorden "links", "rechts", "voor" en "achter" gezebruikt om een bepaald gedeelte van het product aan te gehen. Uitgangspunt hierbij is.altijd de positie van de gebruiker.
Aanduidingen en pictogrammen

Op het product zijn de volgende aanduidingen (stickers) aangebracht:
A Oplaadaansluiting
B Zekering voor verlichting
C Automatische zekering
D Rijden
E Duwen
F Bandenspanning wielen
G Achteruit - Vooruit

A. Oplaadaansluiting
Voor het opladen van de accu's, zie onder 'opladen'.

B. Zekering voor de verlichting
Hier befindt sich de zekering voor de verlichting, zich 'product specificatie'.

C. Automatische zekering
De scooter is uitgevoerd met een beveiliging gegen overbelasting, die 'automatische zekering' en 'storingen'.

D. Rijden
De aandrijving van de motor is ingeschakeld: de scooter kan elektrisch worden aangedreven.

E. Duwen
De aandrijving van de motor is losgekoppeld: de scooter kan elektrisch worden geduwd.

F. Bandenspanning wielen
De bandenspanning van de wielen, zich 'product specificatie blad'.

G. Achteruit - Vooruit
De scooter rijdt vooruit ofijkenuit als de bedieningshendel worden ingedrukt, zich 'voor-ijkenuit rijden'.
Pictogrammen
In deze handleiding� de volgende pictogrammen gebruikt:
XXXXXX-010004020-nl.doc

Voorzichtig
Procedures die –wonneer ze nicht met de nodige voorzichtigheid worden uitgevoerd- schade aan het product, de omgeving, het milieu of lichamelijk letsel tot gevolg können hebben.

Let op!
Suggesties en adviezen om de betreffende taken of handelingen gemakkelijker te können uitvoeren.

Raadpleeg eerst de aangegeven informatiebron(nen).

Trek het laadsnoer uit de oplaadaansluiting van de scooter, alvorens onderhoud aan de scooter uit te voeren.
Beschikbare documentation
Voor deze scooter is de volgende technische documentatie beschikbaar:
- Gebruikershandleiding.
Service handleiding.
Service en technische ondersteuning
Voor informatatie betreffende specifieke afstellungen, onderhouds- of reparatie-werkzaamheden, gelieve u contact op te nemen met uw dealer. Deze is altojd bereid u te helpen.
Vermeld in zo'n geval altijd:
- Type
Bouwjaar - Identificatienummer
Deze gegevens staan op het typeplaatje. Zie 'identificatie van het product'.
Identificatieplaatje
Zie fig. 000000010.
Op dezeplaat (A) staan de gegevens van het product vermeld, wie: 'identificatie van het product'.

Identificatie van het product
Zie fig. 010007010.
A Type
B Bouwjaar
C Identificatienummer
D Gebruikersgebied binnen of buiten
E Maximale belasting in kg
Voor deplaats van het typeplaatje, zie 'hoofdcomponenten'.

Garantiebepalingen betreffende de scooter
In de navolgende garantie- en aansprakelijkkeholds bepalingen hebben de navolgende begrippen de.daarachter verwoorde betekenis:
Product: De door Handicare gefabriceerde en geleverde handbewogen of elektrische rolstoel of scooter.
Afnemer: Hij die rechtstreeks van Handicare een Product betrekt.
Dealer: Hij die een van Handicare betrokken Product doorlevert aan derden.
Gebruiker: Hij die een door Handicare gefabriceerde Product gebruikt.
Onverminderd hetgeen omtrent garanties worden bepaald in de op het Product van toepassing+zijnde algemene voorwaarden, geldt met betrekking tot die garanties in ieder geval het volgende:
-
Behoudens voor zover in de navolgende bepalingen anders staat aangegeven, staat Handicare jegens de Afnemer van het Product in voor de deugdelijkheid waarvan voor het doel waarvoort het Product is bestemd - een en ander als omschreiben in deze handleiding - en voor de kwaliteit van het materiaal waaruit het Product is gemaakt en de wijze waarop het Product is gefabricieerd.
-
Reparatie of verranging van onderdelen van het Product die nodig is als gevolg van gebreken die hun oorzaak vinden in kwalitatief gebrekkig materiaal of fabricage-fouten worden kosteloos uitgevoerd, mits die gebreken zijn ontstaan binnen een (1) maar na de datum van levering van het Product aan de Afnemer. De te verrangen delen要去en daartoe franco aan Handicare worden gezonden. Demontage of montage van deze delen komt voor rekening van de Afnemer. Niet voorkesteloze reparatie of verranging als bedoeld in de vorige volzin komen derhalve in aanmerking:
-
de reparatie of verranging die nodig is in verband met gebreken die+zijn ontstaan na een (1)一年多 de datum van levering van het Product aan de Afnemer;
- de reparatie of vervanging die nodig is in verband met gebreken die hun oorzaak vinden in een onjuist of onzorgvuldig gebruik van het Product of die hun oorzaak vinden in een gebruik van het Product voor een ander doel dan waarvoort het is bestemd, in welk verband za gelden dat indien de Afnemer een Dealer is, deze Dealer Handicare za vrijwaren gegen eventuele claims van Gebruikers of andere derden voor gebreken die hun oorzaak vinden in een onjuist of onzorgvuldig gebruik van het Product;
-
onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, en deoodzaak tot reparatie of verwangng van die onderdelen het daadwerkelijkke gevolg is van normale slijtage.
-
Onverminder het bepaalde onder 2, geldt voor wat betreft een elektrisch Product, dat ten aanzien van de accu die onderdeel vormt van het Product slechts een garantie worden gegeven in geval van storingen of Niet-functioneren van de accu die aantoonbaar hetrechtstreekse gevolg+zijn van materiaal- of fabricagefouten. Een storing of Niet-functioneren van de accu als gevolg van normale slijtage valt nicht onder de garantie als bedoeld in deze garantiebepalingen. Evenmin onder die garantie vallen storingen of Niet-functioneren die het gevolg+zijn van oneigenlijk of ondeskundig gebruik van het Product of de waarvan deel uitmakende accu, waaronder begrepen het onjuist opladen van de accu en het verzuimen van het
plegen vanijdig en goed onderhoud, in welk verband tevens geldt dat in geval de Afnemer een Dealer is, deze Dealer Handicare za vrijwaren gegen eventuele claims van Gebruikers of andere derden die hun oorzaak vinden in het hiervoor bedoelde oneigenlijk of oneskundig gebruik van het Product of de waarvan deel uitmakende accu.
-
De garanties als verwoor in de voorafgaande bepalingen verrallen in ieder geval, indien:
-
geen of onvoldoende uitvoering is gegeven aan de richtlijnen van Handicare voor het onderhoud van het Product;
- een benodigde reparatie of verranging van onderdelen hun oorzaak vindt in verwaarlozing, beschadiging of overbelasting van het Product of een gebruik van het Product voor een ander doel dan waarvoort het is bestemd;
-
onderdelen van het Product zich verwangen door onderdelen van een andere herkomst dan die welke Handicare gebruikt en/of onderdelen van het Product zich verwangen zonder toestemming van Handicare.
-
De garanties als verwoor in de bepalingen 1 t/m 3 vervallen voorts, in het geval dat spreke is van hergebruik door een neue gebruiker binnen de garantieperiode en dat hergebruik aanpassingen van het product in welke zin dan ookoodzakelijk maakte, en die aanpassingen Niet door of in opdracht en/of op aanwijzing van Handicare zich verricht.
- Om aanspraken te behouden onder de hierboven uiteengezette garanties dient de Afnemer zich in geval van schadevoorvallen of andere calamiteiten zo spoedig möglichk in verbinding te stellen met Handicare enhaar waar over zo volledig möglichk te informeren. De möglichkheid om een beroep op de vorenbedoelde garanties te doein vervalt voor Afnemer in ieder geval na 20 werkdagen na het schadevoorval c.q. de calamiteit die de aanleiding vormt voor het beroep op de garanties.
- De verwanging van een onderdeel of de reparatie dan wel de reconditionering van het Product binnen een lopende garantietermiin doet die garantietermiin Niet verlungen.
- Op reparations aan c.q. reconditioneringen van het Product die nicht door of in opdracht en/of op aanwijzing van Handicare�n uitgevoerd, geeft Handicare geen garantie. In het geval dat reparations of reconditioneringen�n uitgevoerd door of in opdracht en/of op aanwijzing van een Afnemer, vrijwaart de Afnemer Handicare jegens derden voor claims van derden die in de ruimste zin des woords voortvloeien uit zodanige reparations of reconditioneringen.
Aansprakelijkheidsbepalingen betreffende het Product
Onverminderd hetgeen ontrent aansprakelijkheid wordt bepaald in de op het Product van toepassing+zijnde algemene voorwaarden, geldt met betrekking tot aansprakelijkheid in ieder geval het volgende:
-
Met inachtneming van de navolgende befalingen, aanvaardt Handicare slechts aansprakelijkheid voor schade door dood of lichamelijk letsel die het gevolg is van een gebrek van het Product waarvoor Handicare verantwoordelijk is en voor schade aan een andere zaak die in privé-eigendom toebehoor aan de gebruiker van het Product, mits die schade hetrechtstreekse gevolg is van een gebrek van het Product.
-
Handicare aanvaardt geen andere of verdere aansprakelijkheid dan verwoornd onder 1. In het bijzonder aanvaardt Handicare geen aansprakelijkheid voor gevolgschade, in welke vorm dan ook.
Gebruike scooters en het milieu

Indien uw scooter overbodig is of aan verranging toe is, kan deze meestal na overleg door uw dealer worden teruggenomen. Mocht dit Niet möglichk zich, informeer dan bij uw gemeente maar de mayelijkheden voor hergebruik of milieuvriendelijkke verwerking van de gebruike materialen. Voor de productie van de scooter is gebruik gemaakt van diverse kunststoffen en metalen. Bovendien bevat de scooter elektronische componenten die tot het elektronisch afval behoren. De accu's behoren tot het chemisch afval.
Gebruik volgens bestemming
De scooter Winner is ontworpen voor:
- vervoer van personen tot een gewicht van maximaal 159kg
- gebruik op geplaveide wegen, trotoirs, voet- en fietspaden
- gebruik in en om huis
Uw dealer dient u een deugdelijke gebruikersinstructie te geben voordat u zichstandig要去 deelnemen aan het verkeer.
U moet in staat+zijn om de gevolgen van acties tijdens het rijden met de Winner te kuren corrigeren.
De eerste ervaring met de Winner scooter要去en worden opgedaan onder de begeleiding van een trainer/adviseur.
De Winner scooter is geen motorvoertuig in de zin van de wegverkeerswet.
De Winner heeft, afhankelijk van de uitvoering, een maximum nselheid van circa 12 of 15km / h . (Alpine 9km / h ).
U dient goed op de hoogte teijken van de inhoud van deze gebruikershandleiding voordat u met de winner gaat rijden!
Indien u de scooter gebruikt, anders dan voor de bestemming, aanvaardt Handicare geen enkele verantwoording voor schade of letsel voortvloeendiuit een ander gebruik dan waarvoord de scooter is ontwikkeld en ontworpen.
1 Het "Gebruik volgens bestemming" zoals vastgelegd in de EN 292-1 is het gebruik waaroor het technisch product volgens de opgave van de fabrikant -inclusief diens aanwijzingen in de verkoopbrochure- geschikt is. Bij twijfel is dat het gebruik dat uit de constructie, uitvoering en functie van het product als gebruikelijk maar voren komt. Tot het gebruik volgens bestemming behoort ook het in acht nemen van de instructies in de gebruikershandleiding.
1 Algemene veiligheidsvoorschriften en -instructies
De fabrikant Handicare aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letselveroorzaakt door het Niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschriften en -instrictions, dan wel door onachtzaamheidijdens het gebruik en het schoonmaken van de scooter en de eventuele bijbehorende accessoires. Afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden of gebruekte accessoires+knen aanvullende veiligheidsinstrumenties nodig+zijn. Neem s.v.p. direct contact op met uw dealer indien u bij het gebruik van het product een potentieel gevaar hebt geconstateerd.

De gebruiker van de scooter (zie onder 'gebruik volgens bestemming') is te allen时代的 volledig verantwoordelijk voor denaleving van deplaatselijk geldende veiligheidsvoorschriften en Richtlijnen.
1.1 Aanduidingen en instructies op de scooter
Op deze scooter aangebrachte aanduidingen, symbolen en instructies makeen deel uit van de getroffen veiligheidsvoorzieningen. Ze mogen dan ook nicht worden afgedekt of verwijderd en要去en gedurende de gehele levensduur van de scooter aanwezig en duidelijk leesbaar+zijn.
Vervang of herstel onmiddelijk onleesbaar geworden of beschadigde aanduidingen, symbolen en instructies. Neem hiertoe contact op met uw dealer.
1.2 Technische specifications
De technische specificaties mogen nicht worden gewijzigd.
1.3 Modifications
Modificatie van (onderdelen van) dit product is nicht toegestaan.
1.4 Veiligung
Om ongelukken en ongewenste situatuies te voorkomen, is het van groot belang om notitie te nemen van de onderstaande veiligheidsinstructies.

-
Besteed extra aandacht aan het rijden op hellingen:
-
Rijd met de Winner nooit een helling op met een hellingshoek van meer dan 10^ .
Rijd op hellingen.altijd langzaam en geconcentreerd.
Rijd nooit op volle snugheid van een helling af. - Rijd Niet van hellingen af met los grind of een zanderig wegdek, waar dat een van dechterwielen zou hunnen slipspen.
- Draai Niet op een helling.

- Neem nooit bochten met volle snugelid. Verminder snugelid voor het nemen van bochten.
- Noodstop: Als er zich een calamiteit voordoetijdens het rijden, zodat snel stoppen geboden is, moet u de bedieningshendel direct loslaten.

- Pas op dat er geen kledingstukken loshangen. Deze zouden:tussen de weitere können:komen.
- Kom Niet met uw vingers bij het mechanismisme van de stuurverstelling om beknelling te voorkomen.

- Pas uw rijstijl aanং gelang de omstandigheden:
Rijd voorzichtig op gladde wegen, als gevolg van regen, ijsvorming of sneeuw!
Rijd langzamer in drukte.
- Gebruik de scooter nicht op oneffen wegen.
- Voorkom dat de Winner in contact kommt met zeewater: zeewater is agressief en tast de scooter aan.
- Voorkom dat de Winner in contact komt met zand: zand kan doordringen tot in de draaiende delen van de scooter, waardoor er onnodige snelle slijtage optreedt.
- Als u onder invloed bent van middelen die de rijvaardigheid kuren beinvloeden, mag u nooit met de scooter rijden.
- U dient voldoende gezichtsvermogen te hebben om in de betreffende gebruikssituatie veilig in de scooter te können rijden.
- U bent verplicht om verlichting te voeren bij beperkt zich.
- Gebruik de richtingaanwijzers alleen om verandering van rijrichting aan te gehen.
- Gebruik de claxon alleen als hetoodzakelijk is om voetgangers of andere wegbebruikers te waarschuwen in gevaarlijk omstandigheden.

- Leg nooit metalen delen op de accu's: dit kan kortsluitingveroorzaken en schade aan de accu's.
- Neem geen passagiers mee: uw scooter isuitsluitend ontworpen om u te vervoeren.
- Belast de scooter nicht anders dan hetgeen u in het mandje kunt meenemen.
- Hang nooit iets aan de stuur.
- Gebruik uw scooter Niet om een wagon te trekken: waaroor is de scooter Niet ontworpen, bovendien is het verboden. Hiermee(Int)kunt u de scooter ernstige schade toebrengen.
- Gebruik het voetplateau nooit als trapje.
- Zet uw voeten nooit zichblij het voorwiel en de voorvorkijdens het rijden. Houd uw voeten algijd op de rubber mat en Niet tegen de voorkap.

- De scooter heeft een elektronische bediening waarin parameters zijningegeven. Deze instellingen garanderen een comfortabel en efficiën gebruik. Het veranderen van de parameters is nicht toegestaan.
- De standarduiitvoering van uw scooter is getest volgens de strengste EMC eisen. Mobiele Telefonie heeft geen invloed op het rijgedrag van de scooter.
Bij gebruik van een mobiele telefoon in de nabijheid van een scooter met speciale aanpassingen, worden u geadviseerd de scooter eerst uit te schakelen." - Uw scooter kan elektromagnetische velden beinvloeden, zoals alarmsystemen.
- Indien de elektronica van de scooter Niet goed is afgeschermd kan dat gevoelige elektrische apparatuur beinvloeden, zoals o.a. winkelalarmen en garageopeners. De scooter is hierop getest. Mochten er zich onverhoopt toch problemen van die aard voordoen, dan verzoeken wij u dit direct bij uw leverancier te melden.

- Pas op met ultra violet Licht: dit kan veroudering van materialen als rubber, kunststof en lak veroorzaken.
- Let op uitstekende delen: denen{kunnen schade veroorzaken aan de omgeving, of aan de scooter.
- Blijf met de scooter uit de buurt van open vuur.
2 Algemene beschrijving
De Winner is een elektrisch aangedreten scooter voor gebruik buiten over langere afstand.
De hoogte van de zitting is op de onderbeenlengte van de gebruiker instelhaar. De zitting is verdraabeer en de armleuningen zijn wegklapbaar door de gebruiker, zodate een transfer kan make.
De stuurconsole is zodanig instelbaar, dat een comfortabile zithouding möglichk is.
Het rijden met hogere snugelheid houdt in dat men extra voorzichtig moet zichn. Zeker op trottoirs en in voegtangersgebieden dient u langzamer te rijden.
Voor het gebruik van de scooter geldt het onderstaande:
- Een scooter is geen motorvoertuig in de zin van de verkeerswet. In het verkeer heeft u bezelfde rechten en plichten als een voetganger.
- Een rijbewijs is nicht vereist. U behoelt geen wegenbelasting te betalen. Een WA-bromfietsverzekering is wél verplicht.
- Het gebruik van de Winner is nicht leeftijdgebonden.
- U bent er te allen tjnde voor verantwoordelijk, dat uw scooter in perfecte staat is, zodat het rijden met de scooter verantwoord is.
- De scooter is een technisch product waarvan reparatie en onderhoud door gekwalificeerd personeel uitgevoerd dient te worden. Voor alle werkzaamheden dient u contact op te nemen met uw dealer.
3 Hoofdcomponenten
Zie fig. 0000000020.
Op de scooter können de volgende hoofdcomponenten zijn aangebracht:
A Zitting. Hierop neemt de gebruiker plaats.
B Rugleuning. Ter ondersteuning van de rug van de gebruiker.
C Hoofdsteun (optie). Ter ondersteuning van het hoofd.
D Armsteun. Om de Armen te ondersteunen.
E Stuurconsole Hierop bevindt zich het dashboard met de bedieningstoetsen en -hendels.
F Verlichting. Bij het rijden in het donker moet verlichting gevoerd worden.
G Richtingaanwijzers. Voor het aangeven van richtingsverandering tijdens het rijden.
H Afneembare mand. Hierin kurz u boodschappen meenemen.
Voorwiel. Dit is tevens het stuurwiel.
J Voorbumper. Beveiliging van het voorwiel bij botsingen.
K Achterwiel. De beiden weiterwilen worden aangedreten enarend opgehangen.
Afhankelijk van de toepassing en het ontwerp kutnen delen worden ingesteld voor een optimaal zitcomfort en kutnen delen worden afgenomen voor transport. Zie hiervoor de betreffende hoofdstukken in deze gebruikershandleiding.

4 Gebruik
4.1 Rijden met de Winner
Voor het rijden zijn de volgende delen beschreiben in deze gebruikershandleiding:
- Controle voor het rijden.
- Dashboard.
Rijden.
In- en uitstappen.
Duwen.
Verkleinen.
4.1.1 Controle voor het rijden
Voor het wegrijden met de scooter is het van belang om de scooter op de onderstaande punten te controeren:
- Of de stoel vergrendeld is.
- Of alle klembevestigingen van de diverse instellenen goed+zijn vastgedraaid om lostrillen te voorkomen.
- Of de verlichting en richtingaanwijzers, zowel voor als acheter werken. Schakel met de schakelaars op het dashboard de verlichting en richtingaanwijzers in en controllerer of de lampen branden en de richtingaanwijzers knipperen.
- Of de banden voldoende opgeprompt zich, zich 'product specificatie blad'.
Slecht opgepompte banden beinvloeden de rijeigenschappen negatief.
- Slecht opgepompte banden zorgen voor een hoger stroomverbruik, waardoor de accu's sneller leeg raken.
- Slecht opgepompte banden zorgen voor onnodige slijtage aan de banden.
- Of de accu's voldoende zijn opgeladen: de groene zone van de accu-conditiemeter geeft dit aan, zich 'dashboard'.

In de winter hebben de accu's een lagere capaciteit. Reken bij lichte vorst op een capaciteit van ongeveer 75% en bij een temperatuur lager dan -5 graden op ongeveer 50% van de normale capaciteit. Dit verminder de actieradius.
- Of de scooter in de rijpositie staat, zie 'vrijloop scooter'.
- Of de remmen goed functioneren, zie 'rijden met de scooter'.
Mocht ondanks alle veiligheidsmaatregelen de scooter zich onvoorspelbaar gaan gedragen LAST dan de gashendel los en neem na stilstand de contactsleutel uH het slot.
Als alles akkoord bevonden is, kan er met de scooter gereden worden.
4.2 Bediening
Zie fig. 00000030.
De scooter is voor de bediening uitgevoerd met:
A Dashboard met alle bedieningschakelaars
B Bedieningshandel voor-/achteruit
C Zekering voor de verlichting, zie 'zekering verlichting'
D Laadaansluiting, zie 'accu's opladen'
E Bedieningshendel voor stuurkolom verstelling

4.2.1 Dashboard
Zie fig. 00000040.
Het dashboard is voorzien van de{nieuwste technologie die betrouwbare en handige functies biedt voor de bediening van uw scooter.

Het dashboard bevat de volgende organen/schakelaars:
A Sleutelcontact
B Alarmlichten
C Claxon*
D Richtingaanwijzer links en rechts*
E Verlichting
F Accu-conditiemeter
G Snelheidsregelaar
- Deze toetsen zich zowel aan de linker als aan de rechtzerzijde van het dashboard aangebracht.
A. Contact

In het contact moet de contactplug gestoken worden om de scooter in te schakelen.
Alle functies van de Winner, met uitzondering van de alarmlichen en de verlichting, werken alleen als de contactplug in het contact gestoken is.
U=knt de alarmlichen en de verlichting algid bedieren, ook als de contactplug nicht in het contact gestoken is.
B. Alarmlichten

Door op deze schakelaar te drukken schakelt u de alarmlichen in.
De alarmlichten schakelt u in als u bang bent dat u nicht gezien worden door het overige verkeer of als u met een storing stil staat.
Door een tweede maal op de schakelaar te drukken, schakelt u de alarmlichen\ weer UIT.
C. Claxon

Met de claxontoetsen kan een waarschuwingssignaal gegeven worden in gevaarlijke situatuies.
De claxon klinkt zolang u de toets ingedrukt houdt.
D. Richtingaanwijzers links/rechts

Door de schakelaar (aan de linker ofrechtzer zichde) te bedieren, begint de betreffende richtingaanwijzer te knipperen, om aan te geben dat u van richting wilt veranderen:
- voor linksaf zet u de schakelaar maar links;
- voor rechtsaf zet u de schakelaar maar rechts.
Zodra u van richting bent veranderd, zet u de schakelaar in de neutrale positie om de richtingaanwijzeruit te schakelen.

E. Verlichting
Door op deze schakelaar te drukken, worden de verlichting ingeschakeld:
De standen van de schakelaar�:
0 verlichting isuit
1 verlichting is ingeschakeld.

F. Accu-conditiemeter
De accu-conditiemeter geeft een globale indicatie van de conditie van de accu's.
Het is heel normal, dat de wijzerijdens acelereren omlaag gaat,,ondat de spanning daalt als er vermogen gesvaagd worden. Deze spanningsdaling is geen indicatie voor de capacititeit van de accu's. Als de accu's zijn opgeladen slaat de wijzer maximaaluit, maar dit zal ook gebeuren als de accu's Niet geheel opgeladen zichn, vanwege de eigenschappen van de accu's.
De Beste accu-indicatie worden aangegevenijdens het rijden op een vlak oppervlak. De accu-conditiemeter heeft drie velden waarin de wijzer van de meter staat nadat de scooter is ingeschakeld.
Bij voldoende geladen accu's staat de wijzer in het groene veld. Naarmate de accu's leger worden, za de wijzer zich maar het gele en tenslotte maar het rode veld bewegen.
De velden haben de volgende betekenis:

- Rood: De accu's zijn te ver ontladen en要去en zo spoedig möglichgeladen worden
- Geel: De accu's zich behoorlijk ontladen.
De scooter is dan nog wel te gebruiken, maar de accu's要去en binnen afzienbarearend opgeladen worden
Groen: De accu's zijn maximaal geladen.
G. Snelheidsregelaar

Met deze knop kan de gewenste maximale snelheid worden ingesteld. Rechtsom draaien geeft een hogere snelheid (de maximum snelheid is door uw leverancier ingesteld op 12 of 15km / h ).(Alpine 9,6 km/h)
Linksom draaien geeft een lagere maximum nselheid.
Kies de stand van deze knop vooraf in overeenstemming met de rijomstandigheden, bijvoorbeeld langzaam in een beperkte ruimte of in een ruimte waar veel mensen zich.
4.2.2 Inschakelen
Zie fig. 00000050.
Het inschakelen van de scooter dient als volgt te gebeuren:
- Steek de contactplug zover möglichk in het contact (A).

4.2.3 Oplaadaansluiting
Zie fig. 00000060.
In de stuurkolom, onder het dashboard bevindt zich de oplaadaansluiting (A) waarop de kabel van een acculader kan worden aangesloten. Tijdens het opladen要去 de elektronicauitgeschakeld zijn.

4.3 Rijden
Voordat u kunt gaan rijden, moet de scooter optimaal voor u+zijn afgesteld.
Als u daarna alle controles heeft uitgevoerd, kurz uplaats nemen op de scooter, zie 'inen uitsappen'.
Daarna kurz umet uw rit beginnen.
In het verkeer bent u als scooterberijder kwetsbaar. Houd er rekening mee dat u Niet algid door andere verkeersdeelnemers worden opgemerkt. Houd u aan de geldende verkeersregels van de Wegenverkeerswet.
Vermijd eenzame routes, zodate in geval van nood nsel voor hulp gezorgd kan worden.
4.3.1 Voor- en Achteruitrijden
Zie fig. 00000070.
Schakel de scooter in, zie 'inschakelen'.
Vooruit rijden
Druk de bedieningshendel (A), aan de rechterzijde, onder de handgrepen (B) van het stuur, langzaam maar voren. Hoe verder u de hendel maar voren drukt, des te sneller gaat u rijden.
Achteruit rijden
- Als u achechteruit wilt rijden, THATU de hendel los, waarna de Winner tot stilstand kommt.
- Druk, als de scooter geheel stilstaat, de

bedieningshendel (C), aan de linkerzijde langzaamঀ voren. Hoe verder u de hendelঀ voren drukt, des te sneller gaat u awhileuir rijden.

- Overtuigt u zich er van dat er zich niets ache ter de scooter befindt,ijdens hetchyteruit rijden.
- De maximale snelheid hinteruit is gelijk aan de halve snelheid vooruit.
Tijdens hetchyteruit rijden klinker een geluidssignaal
Afremmen en stoppen bij voor- enachtenuitrijden
Als u de bedieningshendel langzaam terug LAST komen, remt de Winner af en kommt tot stilstand.
Onder normale omstandigheden moet u de bedieningshendel rustig terug latent komen om te stoppen.
Zodra de scooter stilstaat treedt de parkeerrem in werking.
Opmerking:
Door de bedieningshendel direct los te soften,kest u de rem controleren.

- Het rijden met hogere snelheid vraagt om extra voorzichtigheid, zeker op trottoirs en in voetgangersgebieden. Het is dan aan te raden om een lagere maximumsnelheid in te stellen met de snelheidsregelaar.
- Steek pas een straat over als u goed met de scooter en de bedieningen overweg=kunt.
4.3.2 Bochten
Vooruit rijden in bochten
Rechts- en linksaf slaan
Door het stuur rechts- of links-om te draaien, za de scooter van richting veranderen en overeenkomstig maar rechts ofaar links gaan.

- U dient de richtingaanwijzers te gebruiken bij het veranderen van de rijrichting.
- Laat de bedieningshendel nicht los bij het makev van een bocht, waar dat dan de scooter stilkomt te staan.
- Neem bochten met een veilige (meestal lagere) snugheid.
Achteruitrijden in bochten
Rechts- en linksaf slaan
Door het stuur rechts- of links om te draaien, za de scooter van richting veranderen en in de tegengestelde richting van de stuurrichting gaan.
Stuur rechtsom draaien: de scooter gaat linksom achechteruit.
Stuur linksom draaien: de scooter gaat rechtsom achechteruit.
4.3.3 Hellingen
Zie fig. 00000080.
Helling oprijden
- Voor het oprijden van een helling geldt hetzelfde als voor het vooruit rijden.
- Hellingen met een hellingshoek van meer dan 10^ 月至genomen worden.

- Beweeg het bovenlichaam iets waar voren bij het oprijden van een helling, om de scooter meer stabiliteit te gezven.
Rijd een helling op met de halve slelheid. Rijd met constante slelheid. - Vermijd plotselinge en schokkende bewegingen, zoals plotseling remmen, om te voorkomen dat de scooter onstabel worden.
- Voorkom sterk afremmen in bochten.
- Probeer op hellingen zo weinig möglichk van richting te veranderen of te keren.
- Indien u merkt dat uw spelheid sterk terug loopt bij het rijden op een helling, neem dan een minder steile route, om te voorkomen dat de scooter oververhit raakt.
- Te lang op een helling rijden kan oververhitting tot gevolg hebben.
- Als u een steile helling op wilt en uw scooter vermindert sterk snelheid,要去 u een gemakkelijker route zoeken.
- Keer nicht op hellingen met een grotere hellingshoek dan 10^ .

Opmerking:
Kies bij voorkeur voor een minder steile weg.
Helling afrijden
Als uchteruit van een helling moet afrijden, doe dit dan met de laagst möglichsnelheid en zo beheerst möglichk.

- Het kan zeer gevaarlijk zijn om een helling achechterwaarts af te riiden.
- Draai de snelheidsregelaar geheel linksom (laagste snelheid) voordat u een helling afrijdt.
- Beweeg hierbij moet het bovenlichaamiets maarachten en begin alkijd langzaam te remmen. Plotseling remmen kan er toe leiden dat de scooter voorover Kantelt.
- Maximaal veilig berijdbare helling gemeten volgens ISO 7176-2 is voor een Winner 10^ met een gebruikers gewicht van 159kg .
4.3.4 Obstakels
Zie fig. 000000090.

Oprijden van obstakels
-
Ga met het voorwielrecht voor de stoep staan.
Beweeg de bedieningshandel en rijd zonder van richting te veranderen de stoep op.
Zodra het voorwiel de stoep is opgereden要去 u slelheid houden om ook dechterwienen de stoep te latent beklimmen. -
Als u een trottoir nicht opkomt,要去 u een lager deel Zoeken.
- Het obstakel dient.altijd in voorwaartse rijrichting en met een aanloopsnelheid genomen te worden.
De scooter heeft het vermogen om obstakels van 10 cm hoogte te nemen.

Oefen het nemen van obstakels opkleine verhogingen. Als uaarin bedreven bent, kunt u overgaan tot het nemen van hogere obstakels tot de maximaal toelaatbare hoogte. Neem waar uwijd voor.
Afrijden van obstakels
- Ga met het voorwielrecht voor de rand van de stoep staan.
- Beweeg de bedieningshandel voorzig in een de scooter voorzig in van de stoep afrijden, zonder vanrichting te veranderen.

- Het afrijden van een trap is nicht toegestaan.
- De scooter is uitgevoerd met anti-tipwielen voor extra stabiliteit en verilgheid. Het is möglichk, dat deze wielen het obstakel raken bij het afrijden ervan.
- Voorkom dat een van de achterwielen op het obstakel staat, verwijl het andere wilig nog op het lagereiveau staat. Dit kan omkiepen van de scooter veroorzaken.
4.3.5 Overbelasting
- Bij overbelasting, door verkeerd of langdurig gebruik in warme omstandigheden, za de automatische zekering in werking treden, waardoor de scooter tot stilstand kommt. Zie 'automatische zekering'.
Overbelasting kan onnodige storingen en defecten aan de scooter veroorzaken.
4.3.6 Uitschakelen
Schakel de scooter na iedere rit elektrisch geheel uit: hierdoor voorkomt u dat de accu's onnodig stroom要去en leveren en daardoor erder opgeladen要去en worden.
4.3.7 Parkeren
Laat de scooter na het parkeren algtd uitgeschakeld en "afgesloten" acheer. Hiermee voorkomt u ongewild gebruik en/of diefstal.
Trek na het parkeren de contactplug uit het contact zDat niemand uw Winner ongevraagd kan gebruiken.
Ook nadat de scooter is uitgeschakeld (als de contactplug uit het contact is genomen) werkdt de automatische parkeerrem, zelfs als de accu's verwijderd zich. Bij ingeschakelde vrijloop, werkdt de automatische parkeerrem nicht!

- Als de scooter op een helling stilstaat要去 de parkeerrem ingeschakeld zich.
Schakel de vrijloop nooit in, als de scooter op een helling staat.
4.3.8 Accu's opladen

Zie voor het opladen de volgende documentatie:
- Voorschriften van de accu's.
- Gebruikershandleiding van de acculader, of de instructie op de acculader.
In de scooter zijn "droge" gel-accu's geplaatst. Deze droge accu's (dry-fit) zijn geheel gesloten en onderhoudsvrij.
De accu's dienen bij normal gebruik elke nacht te worden opgeladen.
Het laden dient als volgt te worden uitgevoerd:
Schakel de scooter UIT.
- Steek de plug van het oplaadsnoer in de oplaadaansluiting, zie 'opplaadaansluiting'
- Steek de steker van de acculader in de wandcontactdoos van het elektriciteitsnet.
Schakel de acculader in.

Beveiliging:
Zodra de plug van het oplaadsnoer is aangesloten op de laadaansluiting, is de bediening van de scooter uitgeschakeld.
- De acculader is zodanig ontworpen, dat de accu's nicht overladen worden.
- Als de accu's meer geladen raken, zal de laadstroom automatisch dalen, tot het laden geheel stopt: de accu's zijn volledig geladen.
- De minimale oplaadtijd voor droge accu's bedraagt ongeveer 12aar. De meeste accu's zullen na ongeveer 8aar laden, 80% van hun capaciteit bereikt hebben.
Als de accu's geladen zijn:
- Neem de plug uit de laadaansluiting.
Schakel de acculaderuit. - Neem de steker van de acculader uit de wandcontactdoos van het elektriciteitsnet.
De scooter is nu gereed voor gebruik.

Neem het oplaadsnoer algijd weg als de accu's geladen zijn. Hiermee voorkomt u dat de accu's langzaam leeglopen.
4.3.9 Acculader
Voor een goede conditie van de accu's is een goede acculaderoodzaak. De te gebruiken acculaderdient te voldoen aan de volgende eisen:
- Geschikt voor het laden van 2 × 12 ~V accu's.
- De laadstroom moet in overeenstemming়n met de capaciteit (in Ah) van de accu's. De accu's要去en minimaal in 8 eer laden op 80% van hun capaciteit়n.
- De acculader要去 dubbel geisoleerd zichn (het oplaadsnoer heeft geen massa).
- De acculader要去 geschikt zich voor automatisch bedrijf: als de accu's geladen zich要去 de acculader zich zelf uitschakelen.
4.4 In- en uitstappen
Zie fig. 000000100.

Voor het in- en uitstappen en het makesen van een transfer moet de scooter elektrischuitgeschakeld zich en moet de vrijloop uitgeschakeld zich.
Voor het in- en uitstappen en het makes van een transfer (overstap) kan de armondersteuning worden opgeklapt en kan de stoel worden verdraaid.

Het instappen:
Schakel de scooter UIT.
- Beweeg de draaifixatiehendel (A) maar boven en draai de stoel een kwart slag maar links of maar rechts. Als u de fixatiehendel losgelaat, za de stoel automatisch vergrendelen: de hendel klicht vast.
- Neem plaats op de stoel.
- Draai de stoel terug op de bovenbeschreiben wijze.
Als de stoel maar de oorspronkelijke positie is gedraaid, klikt deze vast, zodat deze geborgd is gegen ongewenst verdraaienijdens het rijden.
De stoel is voorzien van opklapbare armleuningen zodate zichwaarts in- of uitstappen möglich is, nadat de armleuning is opgeklapt.
Controleer na het instappen of de armleuningen in de juiste stand staan.
Het uitstappen dient in de omgeekerde volgorde te gebeuren.
4.5 Duwen van de scooter
In geval van calamiteiten, een storing of als de accu's onvoldoende capaciteit hebben om energie te leveren voor de aandrijving, kan de scooter geduwd worden.
Ook kan het duwen nuttig zijn als de ruimte waarin de scooter geparkeerd要去 worden dit vergt, of als het de handeling vereenvoudigt:
Schakel de scooter uit met de contactsleutel.
- Schakel de vrijloop in, zie 'vrijloop scooter'.

Als de scooter te snel geduwd worden, zal de snelheid automatisch vertragen of zal de scooter automatisch remmen.
4.5.1 Vrijloop scooter
Zie fig. 000000110.
Om de Winner te kannen duwen要去 de parkeerrem als volgt worden uitgeschakeld:
- Zet de vrijloophendel (A), rechts op de motorkap onder de zitting, in de stand REM LOS (B).
Hiermee worden de automatische parkeerremuitgeschakeld.
De aandrijving van de Winner wordt wee ingeschakeld door de vrijloophendel in de stand REM VAST (C) te zetten.

Veiligheidsvoorziening in vrijloop
De scooter is uitgerust met een uneke veiligheidsvoorziening die voorkomt dat men in vrijloopstand, dus met uitgeschakelde rem, een te hoge, gevaarlijke snugheid krijgt.
Zodra een te hoge snelheid gedetecteerd worden terwijl de vrijloop is ingeschakeld, za de scooter automatisch op de motor afremmen tot loopsnelheid.
Bij de hendel is de sticker met de aanduiding voor de vrijloop bevestigd.

- Wees er van overtuigd, dat de vrijloop in de stand REM VAST staat, als uplaats neemt op de scooter.
Bedien de vrijloop NOOITijdens het rijden. - Raak de bedieningshendel voor voor- of blijert rijden Niet aan als u de vrijloop bedient.

De vrijloophendel dient alleen te worden gezruikt als de scooter geduwd要去 worden. Door de scooter in de vrijloop te zetten, is de motor Mechanisch losgekoppeld, waardoor de parkeerrem van de motor Niet更是 functioneert. Daarom要去 de vrijloop na het duwen direct waar in de stand "rijden" gezet worden, waardoor de automatische parkeerrem waar in werkung treedt.

Let op:
Schakel de parkeerrem NOOITuit als u op een helling staat geparkeerd: de scooter kan dan namelijkuit zichzflede helling af gaan rijden door de zwaartekracht.
Als de Winner in de vrijloop staat:
- Kan er nicht elektrisch gereden worden.
Schakelt de elektronica wel in bij het inschakelen, maar kan de motor de scooter nicht aandrijven.
Schakel in deutsche situation de elektronica uit.
Om de Winner wee elektrisch te kunnen aandrijven,要去en de onderstaande
handelingen worden uitgevoerd:
Schakel de vrijloop van de motoruit.
Schakel de scooter in.
Nu kan de Winner weeer rijden.
4.6 Verkleinen van de Winner
De Winner kan voor transport, verkleind worden door:
- Het wegemen van de stoel, zich 'stoel wegemen'.
- Het neerklappen van de stuurkolom, zich 'stuurkolom neerklappen'.
Door het aanbrengen van de stoel en door de stuurkolom waar in de gebruikersstand te brengen, is de Winner waar geschikt voor direct gebruik, zie hiervoord bebrefende beschrijvingen.
4.6.1 Stoel Wegnemen
Zie fig. 000000120.
Het wegemen van de stoel dient als volgt te worden uitgevooerd:
- Ontgrendel het draaimechanisme van de stoel met hendel (A).
- Til de stoel uit de kom waarin deze draait. De stoel LAST ZICH gemakkelijker uitenemen als deze draaiend getild worden.
4.6.2 Stuurkolom neerklappen
Zie fig. 000000130.
De stuurkolom kan als volgt neergeklapt worden:
- Trek hendel (A) omhoog en trek gelijktijdig de stuurkolom omlaag.

Let op dat er geen vingers bekneld raken bij het neerklappen van de stuurkolom.


4.7 Transport
Om de Winner scooter gemakkelijk te konnen vervoeren in een waarvoor geschikt voertuig, kan de Winner verkleind worden, zodate merder ruimte innemt, zie 'verkleinen'.
De scooter kan nu in een auto geplaatst worden. De Beste manier om dit te doein is door gebruik te makev van rij-platen, waarover de scooter in de auto gereden worden. De scooter kan ook getild worden, maar waaroor zich minimaal twee sterke personen nodig.

- Til de scooter nooit aan de kunststof bekapping.
- Gezien het karakter van de scooter, is het de bedoeling dat u als gebruiker een transfer uitvoertaar een reguliere zitplaats in een auto. U mag Niet zittend in de scooter vervoerd worden in een auto of taxi, ook al is het betreffende voertuig aangepast voor het vervoer van scooters. De Winner kan namelijk nicht de veiligheid bieden die de standard autostoenen bieden, hoe goed de Winner ook gefexeerd is in het betreffende voertuig.

- Nadat de scooter in de auto geplaatst is, dient u zich ervan te overtuigen, dat de scooter nicht in de vrijloop staat.
- De scooter dient met sjorbanden aan voor en achechterzijde vast gemaakt te worden.
- Let op, de gedemonteerde stoel kan beschadigingenveroorzaken bij bewegingen en schudden van de auto.
- De stoelpoot kan vettig়n.
4.8 Heupgordel (optie)
Een heupgordel kan als standardoptie door de dealer aan de onderzijde van de stoel worden aangebracht.
Het aanbrengen van de heuppordel dient als volgt te worden uitgevoerd:
Zoek aan beiden zijden van de zitting de bevestigingsdraadgaten van het scharnier.
Maak deze gaten vrij.
- Breng de bevestigingsplaten van de heupgordel aan deze beiden zichden van descharnieren aan en zet ze met een bout vast.
5 Instelmogelijkheden
5.1 Zit instellingen
De Winner stool bildt een aantal instelmogelijkheden om het zit- en rijcomfort te vergroten.
In te stellen zich:
A Stoelhoogte en diepte
B Ruggleining
C Lendesteun
D Armleuningen
E Hoofdsteun
F Stuurkolom
5.1.1 Stoel hoopte en diepte instelling
De gehele stoel is desgewenst als volgt te verplaatsen:
10 cm in de hoogte
10 cm in voorwaartse richting
Beide instellingen dienen door de dealer te worden uitgevoerd.
5.1.2 Rugleuning verstelling
Zie fig. 000000140.
De stand van de rugleuning is traploos verstelbaarussen een volledig liggende en een volledigrechtop zittende positie.
De verstelling dient als volgt te worden uitgevoerd:
- Trek, terwijl u in de stoel zit, hendel (A) omhoog.
De rugleuning zal zich nu automatisch maar voren bewegen.
- Druk met uw bovenlichaam de rugleuning maarachten in een voor u gemakkelijke houding.
- Druk de hendel na de verstelling omlaag om de rugleuning te borgen in de door u gekozen stand.


Bedien de hendel nicht als de stoel onbezet is, odomat de rugleuning dan met kracht maar voren zalkommen.

De rugleuning moet zo worden versteld,dat deze een goede ondersteuning van uw rug geeftijdens het rijden.
Als de rugeuning te ver achefterover welt, zal dit de zit stabiliteit negatief beinvloeden, in het bijzonder op hellingen.
5.1.3 Lendesteun verstelling
Zie fig. 000000150.
De lendesteun kan in verschillende posities
worden ingesteld, variereend vaneer tot
minder steun ter hoogte van de onderrug.
De verstelling dient als volgt te worden
uitgevoerd:
- Neem plaats in de stoel.
Verdraai knop (A) zodanig, dat de lendesteun voor u in een optimale positie komt.
5.1.4 Armleuning verstellen
Zie fig. 000000160.
De beiden armleuningen zijn geheel opklapbaar door deze omhoog te bewegen. De hoogte en de hoek van de armlegger kuren versteld worden.
De verstelling dient als volgt te worden uitgevoerd:
Verdraai wieltje (A) om de hoogte en de hoek van de armleuning te verstellen.

Let op: als de stand van derugleuning veranderd wordt, verandert daarmee ook de stand van de armleuningen.


5.1.5 Hoofdsteun (optie) verstellen
De hoofdsteun kent de volgende instellingen:
- Drie hoogte verstellenen
- Kanteling in voor-/chterwaartse richting
Hoofdsteun hoogte instelling:
De hoofdsteun kan met de hand omhoog getrokken worden en klikt in een van de drie standen vast.
Hoofdsteun Kanteling:
De hoofdsteun kan met de hand in de gewenste stand gekanteld worden.
5.2 Stuurkolom verstelling
Zie fig. 000000130.
De stuurkolom kan als volgt versteld worden:
Trek hendel (A) omhoog, met de ene hand, en trek gelijktijdig met de andere hand de stuurkolom maar u toe tot deze in de stand kommt die voor u het gemakkelijkst is.
- Laat de hendel los in de gekozen stand en LAST daarna de stuurkolom los.
Door de gasveer in de stuurkolom, zar deze geheel waar voren gaan als u de stuurkolom los LAST, terwijl u de hendel nog omhoog houdt.


Let op dat er geen vingers bekneld raken bij het verstellen van de stuurkolom.
6 Onderhoud
6.1 Onderhoudstabel
Alles wat gebruikt worden heeft onderhoud nodig, zo ook de scooter.
Voor storingsvrij gebruik van de scooter, dient deze regelmatig een servicebeurt te krijgen van de dealer.
Onderstaand is aangegeven wat er te controlleren is en in welke freiagentie dit gedaan dient te worden en wie bepaalde controles behoort uit te voeren.
| Tijd Omschrijving Gebruiker | ||
| Dagelijks | • Opladen van de accu's, na ieder gebruik | X |
| Wekelijks | • Controle van de bandenspanning | X |
| • Controle op olielekkage onder de scooter | X | |
| Maandelijks | • Reinigen van de scooter | X |
| • Reinigen van de bekleding (indien nodig) | X | |
| Drie maandelijks | • Smeren van het draaisystem van de stoe: hiervoor要去 de stoe worden weggenomen, zich 'stoel wegnen' | X |
Het is aanbevelingswaardig om uw scooter een maal peraar, of bij intensief gebruik, een maal per halfaar te laten controleren door uw dealer.
In principe verwijzen wij u voor al het onderhoud maar de dealer. Het onderhoud dat u zichkunt UITvoeren is in bovenstaande tabel aangegeven.

Als u olielekkage bemerkt onder de scooter, moet u direct contact opnemen met uw dealer en Niet meer rijden met de scooter.
6.1.1 Accu's

Zie voor het onderhoud de volgende documentatione:
- Voorschriften van de accu's.
- Gebruikershandleiding van de acculader, of de instructie op de acculader.
In de scooter zijn "droge" gel-accu's geplaatst. Deze droge accu's (dry-fit) zijn geheel gesloten en onderhoudsvrij.
Het aansluitschema van de accu's is op een sticker aangegeven aan de binnenNZijde van de kap van het accu-compartment.

Zorg er voor, dat de accu's.altijd goed geladen+zijn.
- Gebruik de scooter nicht als de accu's bijna leeg zich. Dit is slecht voor de accu's en u loopt het risico ongewenst stil te komen staan.
- Het gebruik van "natte" accu's is nicht toegestaan. Als de accu's verrangen dienen te worden,要去en er weeer droge accu's geplaatst worden in de accubak.
6.1.2 Accu's verrangen
Zie fig. 000000190.
Als de capacititeit van de accu's steeds kleiner wordt, zodat de scooter alleen nog maar heel korte ritjes kan make, of zichs Niet meer, zichn de accu's aan het einde van de levensduur. Deze要去en dan verrangen worden.

Benader hiervoor bij voorkeur de dealer: hij weet welke accu's het beste geschikt zichoor uw scooter.

Het verwangen van de accu's dient als volgt te worden uitgevoerd:
Schakel de scooter uit (neem de contactplug uit het contact).
- Verwijder de stoel, zich 'stoel wegnemen'.
- Pak de kap (A) aan de bovenzijde vast en trek deze omhoog: de kap is met klittenband aangebracht.
Trek nu de kap waar de voorzijde los van het klittenband.
- Draai de accuklemen (B, C, D en E) van de kabels los met een steeksleutel met een sleutelwijdte van 13 mm.
Maak de spanbanden, waarmee de accu's vast staan, los door de gespen (F) in te knijpen.
- Neem beside accu's (G) weg.
Hetplaatsen van neue accu's gaat als volgt in de omgekeerde volgorde:
- Plaats de nouvelle accu's.
Zet de accu's vast met de trekbanden. - Sluit de kabels volgens de onderstaande tabel aan:
| Nr. | Kleur kabel | Tekst op label | Aansluiten op |
| B Zwart | Batterie 1 Min-pool | van accu 1 (links) | |
| C | Rood | Batterie 1 | Plus-pool van accu 1 |
| D Zwart | Batterie 2 Min-pool | van accu 2 (rechts) | |
| E | Rood | Batterie 2 | Plus-pool van accu 2 (rechts) |
- Draai de accuklemmen vast.

- Let op de juiste aansluiting van de kabels aan de accu's: deze zijn met labels gerekt.
- De aansluitingen mogen NIET verwisseld worden.
-
Zorg er voor dat de occupolen en accuklemmen goed schoon়n.
-
Smeer de accuklemen, gegen oxidatie, in met zuurvrijve vaseline.
- Breng de kap waar aan.

- Zodra de nouvelle accu's geplaatst zich,要去en de accu's opgeladen worden,zie accu's opladen'.
- Voorkom dat metalen delen in contact können=komen met de occupolen. Dit kan tot kortsluiting leiden, hetgeen zeer ernstige gevolgen kan hebben
- Zie 'gebruikte scooters en het milieu' voor de afvoer van de accu's.
De droge accu's zijn in principe onderhoudsvrij. Toch moet er aandacht besteed worden aan:
- Het schoon en droog houden van de accu's: vuil en water+kunnen een lekstroomveroorzaken waardoor de capacititeit van de accu's afneemt.
- Het reinigen van de polen: smeer deze na het schoonmaken in met zuurvrije vaseline.

Rijd de accu's nooit geheel leeg! Dit kan de accu's ernstig beschadigen, waardoor de levensduur aanzienlijk korter worden.
6.2 Banden
Voor het goed functioneren van de scooter is het van groot belang dat de banden op de juiste spanning worden gezchoolden.
De banden zijn uitgevoerd met een autoventiel. U(Intert de banden bij een benzinepompstation latent oppompen, of zelf oppompen met een voetpomp. Voor het oppompen要去 het dopje van het ventiel afgedraaid worden.
Te zachte banden gehen een minder goed rijgedrag van de scooter. Maar ook kost hetmeer energie om de scooter voort te bewegen,waardoor de accu's zwaarder belastworden. Bovendien is de bandenslijtage bij het rijden met zachte banden onnodiggroot.
Voor de juiste bandenspanning, zie 'product specificatie blad'.

Let op bij het op spanning brengen van de banden, dat de druk nooit de maximaal aangegeven waarde overschrijdt die opgegeven is in de tabel 'technische gegevens', of zoals deze aangegeven is op de sticker op het betreffende wieel. Neem in geval van twijfel contact op met de dealer / leverancier.
Voor de contrôle van de banden, zich 'onderhoudstabel'.
6.2.1 Banden oppompen
De banden zijn voorzien van autoventielen en{kunnen opgeprompt worden met een waarvoor bestemde pomp. Hiervoor kan een voetpomp worden gebruikt, of u kunt de banden bij een benzinestation latent oppompen.
Het is ook möglichk om de banden op te pompen met een normale fietspomp met de bijgeleverde verloopnippel.

Draai na het oppompen.altijd het dopje weeer op het ventiel, zodat er geen vuil en zand in het ventiel kan binnen dringen.
6.3 Schoonmaken
Afnemen van droog vuil
Bekleding, metalen delen en framedelen können in de regel eenvoudig gereinigd worden met een droge zachte doeK.
Afnemen van modder en/of ander nat vuil
Delen die hiermee bevuild zichen können het Beste schoon gemaatk worden door de vuile delen eerst met een natte spons af te nemen, om ze daarna met een droge zachte doek droog te wrijven.
Bekleding
Reinigen met een vochtige doek en huishoudzeep. Na het afnemen van het vuil dienen schoongemaakte delen droog gewreven te worden met een zachte droge doek.

- Gebruik nooit schurende of agressieve schoonmaakmiddelen. Deze{kunnenkrassenveroorzaken op de scooter.
- Gebruik ook geen organische oplosmiddelen als thinner, wasbenzine of serpentine.
- Wees voorzichtig met water in verband met de elektronische inrichting.
- Bekleding: nicht chemisch reinigen, nicht strijken en nicht centrifugeren.
7 Storingen
Als uw Winner niets meer doet verwijl de accu's voldoende geladen zich, controllerer dan de volgende punten voordat u de dealer raadpleegt.
- Controller of alle accuklemmen goed bevestigd zichn.
- Controller of de vrijloop in de stand RIJDEN staat.
- Controller of de automatische zekering is uitgesprongen. Als deze uitgesprongen is, druk de zekering dan waar in.
Als deze er daarna weeer uit springt, neem dan contact op met uw dealer.
- De scooter is uitgerust met een storingsdiagnose-system dat door een dealer met speciale apparatuur uitgelezen kan worden.
7.1 Storingstabel
Als de scooter Niet, of Niet goed, wil rijden, controller dan eerst aan de hand van de onderstaande lijst, of u de storing zichkunt verhelpen, voordat u de dealer benadert.
| Mogelijk oorzaak Actie Te nemen | actie door | |
| De contactplug is nicht goed in het contact gestoken | Steen de contactplug goed in het contact | U zich |
| De connectors in het motorcompartment�ucht博物 in de controller gestoken of zitten los | Controleer de connectors en steek deze goed in de controller | U zich |
| De accuklemmen zitten nicht goed vast | Controleer de accuklemmen enzet deze goed ast | U zich |
| De vrijloop staat ingeschakeld | Schakel de vrijloop uit | U zich |
| De automatische zekering isuitgesprongen | • Zie 'automatische zekering' • Onderzoek deoorzaak en druk de automatische zekering in als deze verholpen is | U zich |
| Er is een aansluiting van bedrading of een connector los | Maak de verbinding in orde U zich | |
| De.accuspanning is te laag | • Controleer de.accuspanning,zie 'accu-conditiemeter' • Laad de accu's op • Controleer de werkung van de accelader | U zich |
| De scooter rijdt te langzaam Draai de | snelheidsregelaar hoger (rechtsom draaien) | U zich |
| Overspanning | Ga na hellingen gezruikt is | U zich |
| Temperatuur te hoog Laat de scooter | afkoelen U zich |
Soms kan het uit- en weein schakelen van de scooter het probleem al verhelpen.
Als u aan de hand van de bovenstaande lijst de storing nicht kunt verhelpen, dient u contact op te nemen met uw dealer.
7.2 Automatische zekering
Zie fig. 000000180.
De scooter is voorzien van een automatische zekering (A).
Onder normale omstandigheden za de automatische zekering nicht uitspringen en is de scooter bedrijfsgereed.
Bij overbelasting of kortsluiting in het elektrische circuit schakelt de automatische zekering de gehele elektrische installmentie uit om schade aan de elektrische installmentie te voorkomen.
Overbelasting kan ontstaan als de motor te warm worden door overbelasting. Als de automatische zekering het elektrische circuit
van de scooter uitschakelt, springt deze maar buiten.

De automatische zekering zit op de motorkap.
Door zelf de automatische zekering in te drukken kunt u proberen om de scooter wee in werk ing te stellen. Springt de automatische zekering meteen weeruit, dan moet u enige tijd wachten (15 tot 20 minuten) om de motor te latent afkoelen.
Als hierna de scooter waar in werkig komt,kest u rustig verder rijden,doch vermijdt u zoveeel maybeijk obstakels en heuvels.

Als de automatische zekering na het afkoelen van de motor er meteen weeer uitspringt, dan is er vermoedelijk spreke van kortsluiting in het elektrische circuit. Probeer Niet meer te rijden, maar neem contact op met uw dealer.
7.3 EMC storing
Radiogolven kann den besturing van een elektrische scooter beinvloeden en de scooter zich kan de werking van elektromagnetische velden, zoals die voorkomen in alarmsystemen en in systemen in winkels, verstored.
Bronnen van radiogolven, zoals radio- en tv-stations, amateur-radiozenders, liften, zenders, stereo radio's en mobiele telefoons können elektrische rolstoelen en scooters beinvloeden.
De hieronder opgesomde waarschuwingen zijn bedoeld om de kans op ongewenste vrijloop van een elektrische scooter, waardoor ernstig letsel zou können ontstaan, te beperken.
-
Zet handapparatuur voor persoonlijke communicatie, zoals radio's en mobiele telefoons Niet aan als de elektrische scooter aanstaat.
-
Kijk uit met zenders in de buurt, zoals radio- en tv-stations en probeer er nicht te dicht bij te komen.
- Indien ongewenste bewegingen zich voordoen of als de rem in de vrijstand schiet, zet dan de elektrische rolstoel uit door de contactplug uit het contact te trekken.
- Wees ervan bewust dat door het aanbrengen van accessoires of componenten of het bewerken van de scooter de invloed van radiogolven versterkt kan worden.
Opmerking:
Er besteht geen eenvoudige manier om het effect van radiogolven op de algehe immunititeit van de elektrische rolstoel of scooter te testen.
- Meld alle voorvallen van ongewenste bewegingen of vrijloop aan uw dealer, of aan de fabrikant van de scooter, en geef aan of zich een bron van radiogolven in de buurt bevindt.
Opmerking:
Het immuniteitsniveau van de Winner is 20 volt/meter.
8 Technische specifications
8.1 Product specificatie blad
| Fabrikant: | Handicare |
8.1.1 Winner
| Model Winner3W / Winner 4W / Winner | Alpine |
| Maximaal bebruikersgewicht 159 kg |
| Omschrijving Winner 3W Winner 4W Winner | Alpine | ||
| Totale lenghte 1400 mm - - | |||
| Totale breedte 673 mm - - | |||
| Totaal gewicht inclusief accu's 153 kg 158 kg | 153 kg | ||
| Totaal gewicht exclusief accu's | 93 kg | 98 kg | 93 kg |
| Gewicht van het zwaarste deel | 54 kg | 59 kg | 54 kg |
| Statische stab. neerwaarts Winner | >15° | - - | |
| Statische stab. opwaarts Winner | >15° | - - | |
| Statische stab. zichwaarts Winner | >15° | - - | |
| Energieverbruik: theoretische maximale afstand Winner | 50 km | 50 km | 33 km |
| Dynamische stabiliteit helling op Winner | >10° | - - | |
| Klimvermögen voor obstakels | 100 mm - - | ||
| Maximale snugheid Winner | 15 km/u | 15 km/u | 9 km/u |
| Minimale remafstand vanaf de maximale snugheid | 3550 mm - - | ||
| Zithoek | 2° | - | - |
| Effectieve zitdiepte | 430 mm - - | ||
| Effectieve zitbreedte | 500 mm - - | ||
| Zithoogte vanaf de voorkant (in stappen van 25 mm verstelbaar) | 455 mm - 520 mm | - | - |
| Rughoek | 85° - 180° | - - | |
| Rughoogte | 550 mm | - | - |
| Armsteunhoogte | 250 mm | - | - |
| Omschrijving | Winner 3W | Winner 4W | Winner Alpine |
| Voorzijde armsteun tot rugleuning | 260 mm | - | - |
| Minimale draaicirkel | 1400 mm | 1905 mm | 1400 mm |
| Vermogen om obstakels af te rijden | 100 mm | - | - |
| Grondspeling | 114 mm | - | - |
| Keerruimte | < 2000 mm | - | - |
| Testgeevens | |
| Gewicht test dummy | 159 kg |
| Bedienkrachten | |
| Bedienhendelkracht | < 60 |
| Resetten automatische zekering < 60 N | |
| Elektronische schakelaars < 15 N | |
| Parkeerrem | < |
| Insteken oplaadplug < 60 N | |
| Technische gegevens | |
| Diameter voorwiel 310 x 108 mm | (12,5" x 4,25") |
| Diameter achechterwienen 310 x 108 mm | (12,5" x 4,25") |
| Bandenspanning wielen 276 kPa (2,76 Bar) | |
| Accu's | Winner 3W | Winner 4W | Winner Alpine |
| Maximale afmetingen accu's 324 x 175 x | 213 mm | - | - |
| Gewicht scooter zonder accu's 54 kg 59 kg 54 kg | |||
| Accu-capaciteit | 80 Ah/20h | - | - |
| Maximaal toelaatbare laadspanning | 13,6 V | - | - |
| Maximale laadstroom 7 A | - | ||
| Connector type | A DIN 72311 | - | - |
8.2 Goedkeur
Het product voldoet aan de volgende standardaards:
- NEN-EN 12182 Technische hulpmiddelen voor gehandicapten - Algemene eisen en beproevingsmethoden Oktober 1997.
- NEN-EN 12184 Elektrisch aangedreten rolstoelen scooters en bijbehorende laadapparaten - Eisen en beproevingsmethoden April 1999.
- De Winner 3 viel scooter is geclassifiedeerd volgens EN12184 in klasse C.
- ISO 7176-8 Eisen en testmethoden voor impact-, staatische- en vermoeiingssterkte Juli 1998.
- ISO 7176-9 Klimaattesten voor elektrische rolstoelen en scooters.
- ISO 7176-14 Eisen en testmethoden voor controllersystemen van elektrisch aangedreten rolstoelen 1997.
- ISO 7176-16 Eisen aan watertstand gegen ontbranding Mei 1997.
8.3 CE-verklaring

Het product voldoet aan de bepalingen van de richtlij voor Medische Hulpmiddelen en is aldus voorzien van CE-markering.
8.4 Geauthoriseerde service en technische ondersteuning
Voor problemen met ons product kutu contact opnemen met uw dealer. Benader ons eventueel voor de dichtst bijzijnde dealer.
Français
© 2008 Handicare