Winner - Elektrische scooter Handicare - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Winner Handicare in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Winner - Handicare en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Winner van het merk Handicare.
GEBRUIKSAANWIJZING Winner Handicare
© 2008 Handicare Alle rechten voorbehouden. De verstrekte informatie mag geenszins worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze en met welke middelen dan ook (elektronisch of mechanisch), zonder voorafgaande, uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van Handicare. De verstrekte informatie is gebaseerd op algemene gegevens aangaande de ten tijde van verschijnen bekende constructies. Handicare voert een beleid van continue product verbetering, wijzigingen zijn derhalve voorbehouden. De verstrekte informatie is geldig voor het product in standaard uitvoering. Handicare kan derhalve niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade voortvloeiend uit de van de standaard uitvoering afwijkende specificaties van het product. De beschikbare informatie is met alle mogelijke zorg samengesteld, maar Handicare kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele fouten in de informatie of voor de gevolgen daarvan. Handicare kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade voortvloeiend uit werkzaamheden die door derden zijn uitgevoerd. De door Handicare gehanteerde gebruiksnamen, handelsnamen, handelsmerken, etc. mogen krachtens de wetgeving inzake de bescherming van handelsmerken niet als vrij worden beschouwd.
2008-01Inhoudsopgave
4.1.1 Controle voor het rijden ..................................................................20
8.4 Geautoriseerde service en technische ondersteuning.................................. 45Introductie
Introductie Welkom in de steeds groter wordende groep gebruikers, die gebruik maken van een scooter uit het Handicare assortiment. Handicare staat borg voor betrouwbaarheid en vooruitstrevende techniek, hetgeen resulteert in een eenvoudig te bedienen kwaliteitsproduct. Aflevering Uw leverancier zal de Winner scooter rijklaar bij u afleveren. Deze handleiding Met deze handleiding kunt u het product op veilige wijze gebruiken en onderhouden (reinigen). Neem bij twijfel altijd contact op met uw dealer. In de documentatie worden de woorden "links", "rechts", "voor" en "achter" gebruikt om een bepaald gedeelte van het product aan te geven. Uitgangspunt hierbij is altijd de positie van de gebruiker.Introductie
Aanduidingen en pictogrammen
Op het product zijn de volgende aanduidingen (stickers) aangebracht: A Oplaadaansluiting B Zekering voor verlichting C Automatische zekering D Rijden E Duwen F Bandenspanning wielen G Achteruit - Vooruit
A. Oplaadaansluiting Voor het opladen van de accu's, zie onder 'opladen'.
B. Zekering voor de verlichting Hier bevindt zich de zekering voor de verlichting, zie 'product specificatie'.
C. Automatische zekering De scooter is uitgevoerd met een beveiliging tegen overbelasting, zie 'automatische zekering' en 'storingen'.
D. Rijden De aandrijving van de motor is ingeschakeld: de scooter kan elektrisch worden aangedreven.
E. Duwen De aandrijving van de motor is losgekoppeld: de scooter kan elektrisch worden geduwd.
F. Bandenspanning wielen De bandenspanning van de wielen, zie 'product specificatie blad'.
G. Achteruit - Vooruit De scooter rijdt vooruit of achteruit als de bedieningshendel wordt ingedrukt, zie 'voor- achteruit rijden'. MAX. BAR 2,7Introductie
Pictogrammen In deze handleiding zijn de volgende pictogrammen gebruikt: XXXXXX-010004020-nl.doc Voorzichtig Procedures die –wanneer ze niet met de nodige voorzichtigheid worden uitgevoerd– schade aan het product, de omgeving, het milieu of lichamelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Let op! Suggesties en adviezen om de betreffende taken of handelingen gemakkelijker te kunnen uitvoeren.
Raadpleeg eerst de aangegeven informatiebron(nen).
Trek het laadsnoer uit de oplaadaansluiting van de scooter, alvorens onderhoud aan de scooter uit te voeren.
Beschikbare documentatie Voor deze scooter is de volgende technische documentatie beschikbaar:
- Gebruikershandleiding.
- Service handleiding. Service en technische ondersteuning Voor informatie betreffende specifieke afstellingen, onderhouds- of reparatie- werkzaamheden, gelieve u contact op te nemen met uw dealer. Deze is altijd bereid u te helpen. Vermeld in zo'n geval altijd:
- Identificatienummer Deze gegevens staan op het typeplaatje. Zie 'identificatie van het product'.Introductie
Identificatieplaatje Zie fig. 000000010. Op deze plaat (A) staan de gegevens van het product vermeld, zie: 'identificatie van het product'.
Identificatie van het product Zie fig. 010007010. A Type B Bouwjaar C Identificatienummer D Gebruikersgebied binnen of buiten E Maximale belasting in kg Voor de plaats van het typeplaatje, zie 'hoofdcomponenten'.
000000010Introductie
Garantiebepalingen betreffende de scooter In de navolgende garantie- en aansprakelijkheids bepalingen hebben de navolgende begrippen de daarachter verwoorde betekenis: Product: De door Handicare gefabriceerde en geleverde handbewogen of elektrische rolstoel of scooter. Afnemer: Hij die rechtstreeks van Handicare een Product betrekt. Dealer: Hij die een van Handicare betrokken Product doorlevert aan derden. Gebruiker: Hij die een door Handicare gefabriceerde Product gebruikt. Onverminderd hetgeen omtrent garanties wordt bepaald in de op het Product van toepassing zijnde algemene voorwaarden, geldt met betrekking tot die garanties in ieder geval het volgende:
1. Behoudens voor zover in de navolgende bepalingen anders staat aangegeven,
staat Handicare jegens de Afnemer van het Product in voor de deugdelijkheid daarvan voor het doel waarvoor het Product is bestemd – één en ander als omschreven in deze handleiding – en voor de kwaliteit van het materiaal waaruit het Product is gemaakt en de wijze waarop het Product is gefabriceerd.
2. Reparatie of vervanging van onderdelen van het Product die nodig is als gevolg van
gebreken die hun oorzaak vinden in kwalitatief gebrekkig materiaal of fabricage- fouten wordt kosteloos uitgevoerd, mits die gebreken zijn ontstaan binnen één (1) jaar na de datum van levering van het Product aan de Afnemer. De te vervangen delen moeten daartoe franco aan Handicare worden gezonden. Demontage of montage van deze delen komt voor rekening van de Afnemer. Niet voor kosteloze reparatie of vervanging als bedoeld in de vorige volzin komen derhalve in aanmerking:
- de reparatie of vervanging die nodig is in verband met gebreken die zijn ontstaan nà één (1) jaar na de datum van levering van het Product aan de Afnemer;
- de reparatie of vervanging die nodig is in verband met gebreken die hun oorzaak vinden in een onjuist of onzorgvuldig gebruik van het Product of die hun oorzaak vinden in een gebruik van het Product voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, in welk verband zal gelden dat indien de Afnemer een Dealer is, deze Dealer Handicare zal vrijwaren tegen eventuele claims van Gebruikers of andere derden voor gebreken die hun oorzaak vinden in een onjuist of onzorgvuldig gebruik van het Product;
- onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, en de noodzaak tot reparatie of vervanging van die onderdelen het daadwerkelijke gevolg is van normale slijtage.
3. Onverminderd het bepaalde onder 2, geldt voor wat betreft een elektrisch Product,
dat ten aanzien van de accu die onderdeel vormt van het Product slechts een garantie wordt gegeven in geval van storingen of niet-functioneren van de accu die aantoonbaar het rechtstreekse gevolg zijn van materiaal- of fabricagefouten. Een storing of niet-functioneren van de accu als gevolg van normale slijtage valt niet onder de garantie als bedoeld in deze garantiebepalingen. Evenmin onder die garantie vallen storingen of niet-functioneren die het gevolg zijn van oneigenlijk of ondeskundig gebruik van het Product of de daarvan deel uitmakende accu, daaronder begrepen het onjuist opladen van de accu en het verzuimen van hetIntroductie
plegen van tijdig en goed onderhoud, in welk verband tevens geldt dat in geval de Afnemer een Dealer is, deze Dealer Handicare zal vrijwaren tegen eventuele claims van Gebruikers of andere derden die hun oorzaak vinden in het hiervoor bedoelde oneigenlijk of ondeskundig gebruik van het Product of de daarvan deel uitmakende accu.
4. De garanties als verwoord in de voorafgaande bepalingen vervallen in ieder geval,
- geen of onvoldoende uitvoering is gegeven aan de richtlijnen van Handicare voor het onderhoud van het Product;
- een benodigde reparatie of vervanging van onderdelen hun oorzaak vindt in verwaarlozing, beschadiging of overbelasting van het Product of een gebruik van het Product voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd;
- onderdelen van het Product zijn vervangen door onderdelen van een andere herkomst dan die welke Handicare gebruikt en/of onderdelen van het Product zijn vervangen zonder toestemming van Handicare.
5. De garanties als verwoord in de bepalingen 1 t/m 3 vervallen voorts, in het geval
dat sprake is van hergebruik door een nieuwe gebruiker binnen de garantieperiode en dat hergebruik aanpassingen van het product in welke zin dan ook noodzakelijk maakte, en die aanpassingen niet door of in opdracht en/of op aanwijzing van Handicare zijn verricht.
6. Om aanspraken te behouden onder de hierboven uiteengezette garanties dient de
Afnemer zich in geval van schadevoorvallen of andere calamiteiten zo spoedig mogelijk in verbinding te stellen met Handicare en haar daarover zo volledig mogelijk te informeren. De mogelijkheid om een beroep op de vorenbedoelde garanties te doen vervalt voor Afnemer in ieder geval na 20 werkdagen na het schadevoorval c.q. de calamiteit die de aanleiding vormt voor het beroep op de garanties.
7. De vervanging van een onderdeel of de reparatie dan wel de reconditionering van
het Product binnen een lopende garantietermijn doet die garantietermijn niet verlengen.
8. Op reparaties aan c.q. reconditioneringen van het Product die niet door of in
opdracht en/of op aanwijzing van Handicare zijn uitgevoerd, geeft Handicare geen garantie. In het geval dat reparaties of reconditioneringen zijn uitgevoerd door of in opdracht en/of op aanwijzing van een Afnemer, vrijwaart de Afnemer Handicare jegens derden voor claims van derden die in de ruimste zin des woords voortvloeien uit zodanige reparaties of reconditioneringen. Aansprakelijkheidsbepalingen betreffende het Product Onverminderd hetgeen omtrent aansprakelijkheid wordt bepaald in de op het Product van toepassing zijnde algemene voorwaarden, geldt met betrekking tot aansprakelijkheid in ieder geval het volgende:
1. Met inachtneming van de navolgende bepalingen, aanvaardt Handicare slechts
aansprakelijkheid voor schade door dood of lichamelijk letsel die het gevolg is van een gebrek van het Product waarvoor Handicare verantwoordelijk is en voor schade aan een andere zaak die in privé-eigendom toebehoort aan de gebruiker van het Product, mits die schade het rechtstreekse gevolg is van een gebrek van het Product.Introductie
2. Handicare aanvaardt geen andere of verdere aansprakelijkheid dan verwoord onder
1. In het bijzonder aanvaardt Handicare geen aansprakelijkheid voor gevolgschade,
in welke vorm dan ook. Gebruikte scooters en het milieu Indien uw scooter overbodig is of aan vervanging toe is, kan deze meestal na overleg door uw dealer worden teruggenomen. Mocht dit niet mogelijk zijn, informeer dan bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor hergebruik of milieuvriendelijke verwerking van de gebruikte materialen. Voor de productie van de scooter is gebruik gemaakt van diverse kunststoffen en metalen. Bovendien bevat de scooter elektronische componenten die tot het elektronisch afval behoren. De accu's behoren tot het chemisch afval. Gebruik volgens bestemming
De scooter Winner is ontworpen voor:
- vervoer van personen tot een gewicht van maximaal 159 kg
- gebruik op geplaveide wegen, trottoirs, voet- en fietspaden
- gebruik in en om huis Uw dealer dient u een deugdelijke gebruikersinstructie te geven voordat u zelfstandig gaat deelnemen aan het verkeer. U moet in staat zijn om de gevolgen van acties tijdens het rijden met de Winner te kunnen corrigeren. De eerste ervaring met de Winner scooter moeten worden opgedaan onder de begeleiding van een trainer/adviseur. De Winner scooter is geen motorvoertuig in de zin van de wegenverkeerswet. De Winner heeft, afhankelijk van de uitvoering, een maximum snelheid van circa 12 of 15 km/h. (Alpine 9 km/h). U dient goed op de hoogte te zijn van de inhoud van deze gebruikershandleiding voordat u met de winner gaat rijden! Indien u de scooter gebruikt, anders dan voor de bestemming, aanvaardt Handicare geen enkele verantwoording voor schade of letsel voortvloeiend uit een ander gebruik dan waarvoor de scooter is ontwikkeld en ontworpen.
1 Het "Gebruik volgens bestemming" zoals vastgelegd in de EN 292-1 is het gebruik waarvoor het technisch product volgens de opgave van de fabrikant -inclusief diens aanwijzingen in de verkoopbrochure- geschikt is. Bij twijfel is dat het gebruik dat uit de constructie, uitvoering en functie van het product als gebruikelijk naar voren komt. Tot het gebruik volgens bestemming behoort ook het in acht nemen van de instructies in de gebruikershandleiding.Algemene veiligheidsvoorschriften en -instructies
1 Algemene veiligheidsvoorschriften en -instructies De fabrikant Handicare aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschriften en -instructies, dan wel door onachtzaamheid tijdens het gebruik en het schoonmaken van de scooter en de eventuele bijbehorende accessoires. Afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden of gebruikte accessoires kunnen aanvullende veiligheidsinstructies nodig zijn. Neem s.v.p. direct contact op met uw dealer indien u bij het gebruik van het product een potentieel gevaar hebt geconstateerd. De gebruiker van de scooter (zie onder 'gebruik volgens bestemming') is te allen tijde volledig verantwoordelijk voor de naleving van de plaatselijk geldende veiligheidsvoorschriften en - richtlijnen.
1.1 Aanduidingen en instructies op de scooter
Op deze scooter aangebrachte aanduidingen, symbolen en instructies maken deel uit van de getroffen veiligheidsvoorzieningen. Ze mogen dan ook niet worden afgedekt of verwijderd en moeten gedurende de gehele levensduur van de scooter aanwezig en duidelijk leesbaar zijn. Vervang of herstel onmiddellijk onleesbaar geworden of beschadigde aanduidingen, symbolen en instructies. Neem hiertoe contact op met uw dealer.
1.2 Technische specificaties
De technische specificaties mogen niet worden gewijzigd.
Modificatie van (onderdelen van) dit product is niet toegestaan.
Om ongelukken en ongewenste situaties te voorkomen, is het van groot belang om notitie te nemen van de onderstaande veiligheidsinstructies.
- Besteed extra aandacht aan het rijden op hellingen:
- Rijd met de Winner nooit een helling op met een hellingshoek van meer dan 10°.
- Rijd op hellingen altijd langzaam en geconcentreerd.
- Rijd nooit op volle snelheid van een helling af.
- Rijd niet van hellingen af met los grind of een zanderig wegdek, omdat één van de achterwielen zou kunnen slippen.
- Draai niet op een helling.Algemene veiligheidsvoorschriften en -instructies
- Neem nooit bochten met volle snelheid. Verminder snelheid voor het nemen van bochten.
- Noodstop: Als er zich een calamiteit voordoet tijdens het rijden, zodat snel stoppen geboden is, moet u de bedieningshendel direct loslaten.
- Pas op dat er geen kledingstukken loshangen. Deze zouden tussen de wielen kunnen komen.
- Kom niet met uw vingers bij het mechanisme van de stuurverstelling om beknelling te voorkomen.
- Pas uw rijstijl aan naar gelang de omstandigheden:
- Rijd voorzichtig op gladde wegen, als gevolg van regen, ijsvorming of sneeuw!
- Rijd langzamer in drukte.
- Gebruik de scooter niet op oneffen wegen.
- Voorkom dat de Winner in contact komt met zeewater: zeewater is agressief en tast de scooter aan.
- Voorkom dat de Winner in contact komt met zand: zand kan doordringen tot in de draaiende delen van de scooter, waardoor er onnodige snelle slijtage optreedt.
- Als u onder invloed bent van middelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, mag u nooit met de scooter rijden.
- U dient voldoende gezichtsvermogen te hebben om in de betreffende gebruikssituatie veilig in de scooter te kunnen rijden.
- U bent verplicht om verlichting te voeren bij beperkt zicht.
- Gebruik de richtingaanwijzers alleen om verandering van rijrichting aan te geven.
- Gebruik de claxon alleen als het noodzakelijk is om voetgangers of andere weggebruikers te waarschuwen in gevaarlijk omstandigheden.
- Leg nooit metalen delen op de accu's: dit kan kortsluiting veroorzaken en schade aan de accu's.
- Neem geen passagiers mee: uw scooter is uitsluitend ontworpen om u te vervoeren.
- Belast de scooter niet anders dan hetgeen u in het mandje kunt meenemen.
- Hang nooit iets aan de stuur.
- Gebruik uw scooter niet om een wagen te trekken: daarvoor is de scooter niet ontworpen, bovendien is het verboden. Hiermee kunt u de scooter ernstige schade toebrengen.
- Gebruik het voetplateau nooit als trapje.
- Zet uw voeten nooit dichtbij het voorwiel en de voorvork tijdens het rijden. Houd uw voeten altijd op de rubber mat en niet tegen de voorkap.Algemene veiligheidsvoorschriften en -instructies
- De scooter heeft een elektronische bediening waarin parameters zijn ingegeven. Deze instellingen garanderen een comfortabel en efficiënt gebruik. Het veranderen van de parameters is niet toegestaan.
- De standaard uitvoering van uw scooter is getest volgens de strengste EMC eisen. Mobiele telefonie heeft geen invloed op het rijgedrag van de scooter. Bij gebruik van een mobiele telefoon in de nabijheid van een scooter met speciale aanpassingen, wordt u geadviseerd de scooter eerst uit te schakelen.”
- Uw scooter kan elektromagnetische velden beïnvloeden, zoals alarmsystemen.
- Indien de elektronica van de scooter niet goed is afgeschermd kan dat gevoelige elektrische apparatuur beïnvloeden, zoals o.a. winkelalarmen en garageopeners. De scooter is hierop getest. Mochten er zich onverhoopt toch problemen van die aard voordoen, dan verzoeken wij u dit direct bij uw leverancier te melden.
- Pas op met ultra violet licht: dit kan veroudering van materialen als rubber, kunststof en lak veroorzaken.
- Let op uitstekende delen: deze kunnen schade veroorzaken aan de omgeving, of aan de scooter.
- Blijf met de scooter uit de buurt van open vuur.Algemene beschrijving
2 Algemene beschrijving De Winner is een elektrisch aangedreven scooter voor gebruik buiten over langere afstand. De hoogte van de zitting is op de onderbeenlengte van de gebruiker instelbaar. De zitting is verdraaibaar en de armleuningen zijn wegklapbaar door de gebruiker, zodat deze een transfer kan maken. De stuurconsole is zodanig instelbaar, dat een comfortabele zithouding mogelijk is. Het rijden met hogere snelheid houdt in dat men extra voorzichtig moet zijn. Zeker op trottoirs en in voetgangersgebieden dient u langzamer te rijden. Voor het gebruik van de scooter geldt het onderstaande:
- Een scooter is geen motorvoertuig in de zin van de verkeerswet. In het verkeer heeft u dezelfde rechten en plichten als een voetganger.
- Een rijbewijs is niet vereist. U behoeft geen wegenbelasting te betalen. Een WA- bromfietsverzekering is wél verplicht.
- Het gebruik van de Winner is niet leeftijdgebonden.
- U bent er te allen tijde voor verantwoordelijk, dat uw scooter in perfecte staat is, zodat het rijden met de scooter verantwoord is.
- De scooter is een technisch product waarvan reparatie en onderhoud door gekwalificeerd personeel uitgevoerd dient te worden. Voor alle werkzaamheden dient u contact op te nemen met uw dealer.Hoofdcomponenten
3 Hoofdcomponenten Zie fig. 0000000020. Op de scooter kunnen de volgende hoofdcomponenten zijn aangebracht: A Zitting. Hierop neemt de gebruiker plaats. B Rugleuning. Ter ondersteuning van de rug van de gebruiker. C Hoofdsteun (optie). Ter ondersteuning van het hoofd. D Armsteun. Om de armen te ondersteunen. E Stuurconsole Hierop bevindt zich het dashboard met de bedieningstoetsen en -hendels. F Verlichting. Bij het rijden in het donker moet verlichting gevoerd worden. G Richtingaanwijzers. Voor het aangeven van richtingsverandering tijdens het rijden. H Afneembare mand. Hierin kunt u boodschappen meenemen. I Voorwiel. Dit is tevens het stuurwiel. J Voorbumper. Beveiliging van het voorwiel bij botsingen. K Achterwiel. De beide achterwielen worden aangedreven en zijn verend opgehangen. Afhankelijk van de toepassing en het ontwerp kunnen delen worden ingesteld voor een optimaal zitcomfort en kunnen delen worden afgenomen voor transport. Zie hiervoor de betreffende hoofdstukken in deze gebruikershandleiding.
4.1 Rijden met de Winner
Voor het rijden zijn de volgende delen beschreven in deze gebruikershandleiding:
- Controle voor het rijden.
4.1.1 Controle voor het rijden
Voor het wegrijden met de scooter is het van belang om de scooter op de onderstaande punten te controleren:
- Of de stoel vergrendeld is.
- Of alle klembevestigingen van de diverse instellingen goed zijn vastgedraaid om lostrillen te voorkomen.
- Of de verlichting en richtingaanwijzers, zowel voor als achter werken. Schakel met de schakelaars op het dashboard de verlichting en richtingaanwijzers in en controleer of de lampen branden en de richtingaanwijzers knipperen.
- Of de banden voldoende opgepompt zijn, zie 'product specificatie blad'.
- Slecht opgepompte banden beïnvloeden de rijeigenschappen negatief.
- Slecht opgepompte banden zorgen voor een hoger stroomverbruik, waardoor de accu's sneller leeg raken.
- Slecht opgepompte banden zorgen voor onnodige slijtage aan de banden.
- Of de accu's voldoende zijn opgeladen: de groene zone van de accu-conditiemeter geeft dit aan, zie 'dashboard'. In de winter hebben de accu's een lagere capaciteit. Reken bij lichte vorst op een capaciteit van ongeveer 75% en bij een temperatuur lager dan -5 graden op ongeveer 50% van de normale capaciteit. Dit vermindert de actieradius.
- Of de scooter in de rijpositie staat, zie 'vrijloop scooter'.
- Of de remmen goed functioneren, zie 'rijden met de scooter'. Mocht ondanks alle veiligheidsmaatregelen de scooter zich onvoorspelbaar gaan gedragen laat dan de gashendel los en neem na stilstand de contactsleutel uit het slot. Als alles akkoord bevonden is, kan er met de scooter gereden worden.Gebruik
Zie fig. 000000030. De scooter is voor de bediening uitgevoerd met: A Dashboard met alle bedieningschakelaars B Bedieningshandel voor-/achteruit C Zekering voor de verlichting, zie 'zekering verlichting' D Laadaansluiting, zie 'accu's opladen' E Bedieningshendel voor stuurkolom verstelling
Zie fig. 000000040. Het dashboard is voorzien van de nieuwste technologie die betrouwbare en handige functies biedt voor de bediening van uw scooter. C DB AD C EGF
Het dashboard bevat de volgende organen/schakelaars: A Sleutelcontact B Alarmlichten C Claxon* D Richtingaanwijzer links en rechts* E Verlichting F Accu-conditiemeter G Snelheidsregelaar
- Deze toetsen zijn zowel aan de linker als aan de rechterzijde van het dashboard aangebracht.
A. Contact In het contact moet de contactplug gestoken worden om de scooter in te schakelen. Alle functies van de Winner, met uitzondering van de alarmlichten en de verlichting, werken alleen als de contactplug in het contact gestoken is. U kunt de alarmlichten en de verlichting altijd bedienen, ook als de contactplug niet in het contact gestoken is.
B. Alarmlichten Door op deze schakelaar te drukken schakelt u de alarmlichten in. De alarmlichten schakelt u in als u bang bent dat u niet gezien wordt door het overige verkeer of als u met een storing stil staat. Door een tweede maal op de schakelaar te drukken, schakelt u de alarmlichten weer uit. C. Claxon Met de claxontoetsen kan een waarschuwingssignaal gegeven worden in gevaarlijke situaties. De claxon klinkt zolang u de toets ingedrukt houdt.
D. Richtingaanwijzers links/rechts Door de schakelaar (aan de linker of rechter zijde) te bedienen, begint de betreffende richtingaanwijzer te knipperen, om aan te geven dat u van richting wilt veranderen:
- voor linksaf zet u de schakelaar naar links;
- voor rechtsaf zet u de schakelaar naar rechts. Zodra u van richting bent veranderd, zet u de schakelaar in de neutrale positie om de richtingaanwijzer uit te schakelen.Gebruik
E. Verlichting Door op deze schakelaar te drukken, wordt de verlichting ingeschakeld: De standen van de schakelaar zijn: 0 verlichting is uit 1 verlichting is ingeschakeld.
F. Accu-conditiemeter De accu-conditiemeter geeft een globale indicatie van de conditie van de accu's. Het is heel normaal, dat de wijzer tijdens accelereren omlaag gaat, omdat de spanning daalt als er vermogen gevraagd wordt. Deze spanningsdaling is geen indicatie voor de capaciteit van de accu's. Als de accu's zijn opgeladen slaat de wijzer maximaal uit, maar dit zal ook gebeuren als de accu's niet geheel opgeladen zijn, vanwege de eigenschappen van de accu's. De beste accu-indicatie wordt aangegeven tijdens het rijden op een vlak oppervlak. De accu-conditiemeter heeft drie velden waarin de wijzer van de meter staat nadat de scooter is ingeschakeld. Bij voldoende geladen accu's staat de wijzer in het groene veld. Naarmate de accu's leger worden, zal de wijzer zich naar het gele en tenslotte naar het rode veld bewegen. De velden hebben de volgende betekenis:
- Rood: De accu's zijn te ver ontladen en moeten zo spoedig mogelijk geladen worden
- Geel: De accu's zijn behoorlijk ontladen. De scooter is dan nog wel te gebruiken, maar de accu's moeten binnen afzienbare tijd opgeladen worden
- Groen: De accu's zijn maximaal geladen.
G. Snelheidsregelaar Met deze knop kan de gewenste maximale snelheid worden ingesteld. Rechtsom draaien geeft een hogere snelheid (de maximum snelheid is door uw leverancier ingesteld op 12 of 15 km/h).(Alpine 9,6 km/h) Linksom draaien geeft een lagere maximum snelheid. Kies de stand van deze knop vooraf in overeenstemming met de rij- omstandigheden, bijvoorbeeld langzaam in een beperkte ruimte of in een ruimte waar veel mensen zijn.Gebruik
Zie fig. 000000050. Het inschakelen van de scooter dient als volgt te gebeuren:
- Steek de contactplug zover mogelijk in het contact (A).
4.2.3 Oplaadaansluiting
Zie fig. 000000060. In de stuurkolom, onder het dashboard bevindt zich de oplaadaansluiting (A) waarop de kabel van een acculader kan worden aangesloten. Tijdens het opladen moet de elektronica uitgeschakeld zijn.
Voordat u kunt gaan rijden, moet de scooter optimaal voor u zijn afgesteld. Als u daarna alle controles heeft uitgevoerd, kunt u plaats nemen op de scooter, zie 'in- en uitstappen'. Daarna kunt u met uw rit beginnen. In het verkeer bent u als scooterberijder kwetsbaar. Houd er rekening mee dat u niet altijd door andere verkeersdeelnemers wordt opgemerkt. Houd u aan de geldende verkeersregels van de Wegenverkeerswet. Vermijd eenzame routes, zodat er in geval van nood snel voor hulp gezorgd kan worden.
4.3.1 Voor- en achteruitrijden
Zie fig. 000000070. Schakel de scooter in, zie 'inschakelen'. Vooruit rijden Druk de bedieningshendel (A), aan de rechterzijde, onder de handgrepen (B) van het stuur, langzaam naar voren. Hoe verder u de hendel naar voren drukt, des te sneller gaat u rijden. Achteruit rijden
- Als u achteruit wilt rijden, laat u de hendel los, waarna de Winner tot stilstand komt.
- Druk, als de scooter geheel stilstaat, de bedieningshendel (C), aan de linkerzijde langzaam naar voren. Hoe verder u de hendel naar voren drukt, des te sneller gaat u achteruit rijden.
- Overtuigt u zich er van dat er zich niets achter de scooter bevindt, tijdens het achteruit rijden.
- De maximale snelheid achteruit is gelijk aan de halve snelheid vooruit.
- Tijdens het achteruit rijden klinkt er een geluidssignaal Afremmen en stoppen bij voor- en achteruitrijden Als u de bedieningshendel langzaam terug laat komen, remt de Winner af en komt tot stilstand. Onder normale omstandigheden moet u de bedieningshendel rustig terug laten komen om te stoppen. Zodra de scooter stilstaat treedt de parkeerrem in werking. Opmerking: Door de bedieningshendel direct los te laten, kunt u de rem controleren.
- Het rijden met hogere snelheid vraagt om extra voorzichtigheid, zeker op trottoirs en in voetgangersgebieden. Het is dan aan te raden om een lagere maximumsnelheid in te stellen met de snelheidsregelaar.
- Steek pas een straat over als u goed met de scooter en de bedieningen overweg kunt.
Vooruit rijden in bochten Rechts- en linksaf slaan Door het stuur rechts- of links-om te draaien, zal de scooter van richting veranderen en overeenkomstig naar rechts of naar links gaan.
- U dient de richtingaanwijzers te gebruiken bij het veranderen van de rijrichting.
- Laat de bedieningshendel niet los bij het maken van een bocht, omdat dan de scooter stil komt te staan.
- Neem bochten met een veilige (meestal lagere) snelheid. Achteruitrijden in bochten Rechts- en linksaf slaan Door het stuur rechts- of links-om te draaien, zal de scooter van richting veranderen en in de tegengestelde richting van de stuurrichting gaan.
- Stuur rechtsom draaien: de scooter gaat linksom achteruit.
- Stuur linksom draaien: de scooter gaat rechtsom achteruit.
Zie fig. 000000080. Helling oprijden
- Voor het oprijden van een helling geldt hetzelfde als voor het vooruit rijden.
- Hellingen met een hellingshoek van meer dan 10° mogen niet genomen worden.
- Beweeg het bovenlichaam iets naar voren bij het oprijden van een helling, om de scooter meer stabiliteit te geven.
- Rijd een helling op met de halve snelheid. Rijd met constante snelheid.
- Vermijd plotselinge en schokkende bewegingen, zoals plotseling remmen, om te voorkomen dat de scooter onstabiel wordt.
- Voorkom sterk afremmen in bochten.
- Probeer op hellingen zo weinig mogelijk van richting te veranderen of te keren.
- Indien u merkt dat uw snelheid sterk terug loopt bij het rijden op een helling, neem dan een minder steile route, om te voorkomen dat de scooter oververhit raakt.
- Te lang op een helling rijden kan oververhitting tot gevolg hebben.
- Als u een steile helling op wilt en uw scooter vermindert sterk snelheid, moet u een gemakkelijker route zoeken.
- Keer niet op hellingen met een grotere hellingshoek dan 10°. max. 10
Opmerking: Kies bij voorkeur voor een minder steile weg. Helling afrijden Als u achteruit van een helling moet afrijden, doe dit dan met de laagst mogelijke snelheid en zo beheerst mogelijk.
- Het kan zeer gevaarlijk zijn om een helling achterwaarts af te rijden.
- Draai de snelheidsregelaar geheel linksom (laagste snelheid) voordat u een helling afrijdt.
- Beweeg hierbij moet het bovenlichaam iets naar achteren en begin altijd langzaam te remmen. Plotseling remmen kan er toe leiden dat de scooter voorover kantelt.
- Maximaal veilig berijdbare helling gemeten volgens ISO 7176-2 is voor een Winner 10° met een gebruikers gewicht van 159 kg.
Zie fig. 000000090. 000000090Gebruik
Oprijden van obstakels
- Ga met het voorwiel recht voor de stoep staan.
- Beweeg de bedieningshandel en rijd zonder van richting te veranderen de stoep op.
- Zodra het voorwiel de stoep is opgereden moet u snelheid houden om ook de achterwielen de stoep te laten beklimmen.
- Als u een trottoir niet opkomt, moet u een lager deel zoeken.
- Het obstakel dient altijd in voorwaartse rijrichting en met een aanloopsnelheid genomen te worden. De scooter heeft het vermogen om obstakels van 10 cm hoogte te nemen. Oefen het nemen van obstakels op kleine verhogingen. Als u daarin bedreven bent, kunt u overgaan tot het nemen van hogere obstakels tot de maximaal toelaatbare hoogte. Neem daar uw tijd voor. Afrijden van obstakels
- Ga met het voorwiel recht voor de rand van de stoep staan.
- Beweeg de bedieningshandel voorzichtig en laat de scooter voorzichtig van de stoep afrijden, zonder van richting te veranderen.
- Het afrijden van een trap is niet toegestaan.
- De scooter is uitgevoerd met anti-tipwielen voor extra stabiliteit en veiligheid. Het is mogelijk, dat deze wielen het obstakel raken bij het afrijden ervan.
- Voorkom dat één van de achterwielen op het obstakel staat, terwijl het andere wiel nog op het lagere niveau staat. Dit kan omkiepen van de scooter veroorzaken.
- Bij overbelasting, door verkeerd of langdurig gebruik in warme omstandigheden, zal de automatische zekering in werking treden, waardoor de scooter tot stilstand komt. Zie 'automatische zekering'.
- Overbelasting kan onnodige storingen en defecten aan de scooter veroorzaken.
Schakel de scooter na iedere rit elektrisch geheel uit: hierdoor voorkomt u dat de accu's onnodig stroom moeten leveren en daardoor eerder opgeladen moeten worden.
Laat de scooter na het parkeren altijd uitgeschakeld en “afgesloten” achter. Hiermee voorkomt u ongewild gebruik en/of diefstal. Trek na het parkeren de contactplug uit het contact zodat niemand uw Winner ongevraagd kan gebruiken.Gebruik
Ook nadat de scooter is uitgeschakeld (als de contactplug uit het contact is genomen) werkt de automatische parkeerrem, zelfs als de accu's verwijderd zijn. Bij ingeschakelde vrijloop, werkt de automatische parkeerrem niet!
- Als de scooter op een helling stilstaat moet de parkeerrem ingeschakeld zijn.
- Schakel de vrijloop nooit in, als de scooter op een helling staat.
Zie voor het opladen de volgende documentatie:
- Voorschriften van de accu's.
- Gebruikershandleiding van de acculader, of de instructie op de acculader. In de scooter zijn "droge" gel-accu's geplaatst. Deze droge accu's (dry-fit) zijn geheel gesloten en onderhoudsvrij. De accu's dienen bij normaal gebruik elke nacht te worden opgeladen. Het laden dient als volgt te worden uitgevoerd:
- Schakel de scooter uit.
- Steek de plug van het oplaadsnoer in de oplaadaansluiting, zie 'oplaadaansluiting'
- Steek de steker van de acculader in de wandcontactdoos van het elektriciteitsnet.
- Schakel de acculader in. Beveiliging: Zodra de plug van het oplaadsnoer is aangesloten op de laadaansluiting, is de bediening van de scooter uitgeschakeld.
- De acculader is zodanig ontworpen, dat de accu's niet overladen worden.
- Als de accu's meer geladen raken, zal de laadstroom automatisch dalen, tot het laden geheel stopt: de accu's zijn volledig geladen.
- De minimale oplaadtijd voor droge accu's bedraagt ongeveer 12 uur. De meeste accu's zullen na ongeveer 8 uur laden, 80% van hun capaciteit bereikt hebben. Als de accu's geladen zijn:
- Neem de plug uit de laadaansluiting.
- Schakel de acculader uit.
- Neem de steker van de acculader uit de wandcontactdoos van het elektriciteitsnet. De scooter is nu gereed voor gebruik. Neem het oplaadsnoer altijd weg als de accu's geladen zijn. Hiermee voorkomt u dat de accu's langzaam leeglopen.Gebruik
Voor een goede conditie van de accu's is een goede acculader noodzaak. De te gebruiken acculader dient te voldoen aan de volgende eisen:
- Geschikt voor het laden van 2x 12 V accu's.
- De laadstroom moet in overeenstemming zijn met de capaciteit (in Ah) van de accu's. De accu's moeten minimaal in 8 uur laden op 80% van hun capaciteit zijn.
- De acculader moet dubbel geïsoleerd zijn (het oplaadsnoer heeft geen massa).
- De acculader moet geschikt zijn voor automatisch bedrijf: als de accu's geladen zijn moet de acculader zich zelf uitschakelen.
4.4 In- en uitstappen
Zie fig. 000000100. Voor het in- en uitstappen en het maken van een transfer moet de scooter elektrisch uitgeschakeld zijn en moet de vrijloop uitgeschakeld zijn. Voor het in- en uitstappen en het maken van een transfer (overstap) kan de armondersteuning worden opgeklapt en kan de stoel worden verdraaid. Het instappen:
- Schakel de scooter uit.
- Beweeg de draaifixatiehendel (A) naar boven en draai de stoel een kwart slag naar links of naar rechts. Als u de fixatiehendel losgelaat, zal de stoel automatisch vergrendelen: de hendel klikt vast.
- Neem plaats op de stoel.
- Draai de stoel terug op de bovenbeschreven wijze. Als de stoel naar de oorspronkelijke positie is gedraaid, klikt deze vast, zodat deze geborgd is tegen ongewenst verdraaien tijdens het rijden. De stoel is voorzien van opklapbare armleuningen zodat zijwaarts in- of uitstappen mogelijk is, nadat de armleuning is opgeklapt. Controleer na het instappen of de armleuningen in de juiste stand staan. Het uitstappen dient in de omgekeerde volgorde te gebeuren.
4.5 Duwen van de scooter
In geval van calamiteiten, een storing of als de accu's onvoldoende capaciteit hebben om energie te leveren voor de aandrijving, kan de scooter geduwd worden. Ook kan het duwen nuttig zijn als de ruimte waarin de scooter geparkeerd moet worden dit vergt, of als het de handeling vereenvoudigt:
- Schakel de scooter uit met de contactsleutel.
Als de scooter te snel geduwd wordt, zal de snelheid automatisch vertragen of zal de scooter automatisch remmen.
4.5.1 Vrijloop scooter
Zie fig. 000000110. Om de Winner te kunnen duwen moet de parkeerrem als volgt worden uitgeschakeld:
- Zet de vrijloophendel (A), rechts op de motorkap onder de zitting, in de stand REM LOS (B). Hiermee wordt de automatische parkeerrem uitgeschakeld. De aandrijving van de Winner wordt weer ingeschakeld door de vrijloophendel in de stand REM VAST (C) te zetten. Veiligheidsvoorziening in vrijloop De scooter is uitgerust met een unieke veiligheidsvoorziening die voorkomt dat men in vrijloopstand, dus met uitgeschakelde rem, een te hoge, gevaarlijke snelheid krijgt. Zodra een te hoge snelheid gedetecteerd wordt terwijl de vrijloop is ingeschakeld, zal de scooter automatisch op de motor afremmen tot loopsnelheid. Bij de hendel is de sticker met de aanduiding voor de vrijloop bevestigd.
- Wees er van overtuigd, dat de vrijloop in de stand REM VAST staat, als u plaats neemt op de scooter.
- Bedien de vrijloop NOOIT tijdens het rijden.
- Raak de bedieningshendel voor voor- of achteruit rijden niet aan als u de vrijloop bedient. De vrijloophendel dient alleen te worden gebruikt als de scooter geduwd moet worden. Door de scooter in de vrijloop te zetten, is de motor mechanisch losgekoppeld, waardoor de parkeerrem van de motor niet meer functioneert. Daarom moet de vrijloop na het duwen direct weer in de stand "rijden" gezet worden, waardoor de automatische parkeerrem weer in werking treedt. Let op: Schakel de parkeerrem NOOIT uit als u op een helling staat geparkeerd: de scooter kan dan namelijk uit zich zelf de helling af gaan rijden door de zwaartekracht.
Als de Winner in de vrijloop staat:
- Kan er niet elektrisch gereden worden.
- Schakelt de elektronica wel in bij het inschakelen, maar kan de motor de scooter niet aandrijven. Schakel in deze situatie de elektronica uit. Om de Winner weer elektrisch te kunnen aandrijven, moeten de onderstaande handelingen worden uitgevoerd:
- Schakel de vrijloop van de motor uit.
- Schakel de scooter in. Nu kan de Winner weer rijden.
4.6 Verkleinen van de Winner
De Winner kan voor transport, verkleind worden door:
- Het wegnemen van de stoel, zie 'stoel wegnemen'.
- Het neerklappen van de stuurkolom, zie 'stuurkolom neerklappen'. Door het aanbrengen van de stoel en door de stuurkolom weer in de gebruikersstand te brengen, is de Winner weer geschikt voor direct gebruik, zie hiervoor de betreffende beschrijvingen.
4.6.1 Stoel wegnemen
Zie fig. 000000120. Het wegnemen van de stoel dient als volgt te worden uitgevooerd:
- Ontgrendel het draaimechanisme van de stoel met hendel (A).
- Til de stoel uit de kom waarin deze draait. De stoel laat zich gemakkelijker uitnemen als deze draaiend getild wordt.
4.6.2 Stuurkolom neerklappen
Zie fig. 000000130. De stuurkolom kan als volgt neergeklapt worden:
- Trek hendel (A) omhoog en trek gelijktijdig de stuurkolom omlaag. Let op dat er geen vingers bekneld raken bij het neerklappen van de stuurkolom.
Om de Winner scooter gemakkelijk te kunnen vervoeren in een daarvoor geschikt voertuig, kan de Winner verkleind worden, zodat ze minder ruimte inneemt, zie 'verkleinen'. De scooter kan nu in een auto geplaatst worden. De beste manier om dit te doen is door gebruik te maken van rij-platen, waarover de scooter in de auto gereden wordt. De scooter kan ook getild worden, maar daarvoor zijn minimaal twee sterke personen nodig.
- Til de scooter nooit aan de kunststof bekapping.
- Gezien het karakter van de scooter, is het de bedoeling dat u als gebruiker een transfer uitvoert naar een reguliere zitplaats in een auto. U mag niet zittend in de scooter vervoerd worden in een auto of taxi, ook al is het betreffende voertuig aangepast voor het vervoer van scooters. De Winner kan namelijk niet de veiligheid bieden die de standaard autostoelen bieden, hoe goed de Winner ook gefixeerd is in het betreffende voertuig.
- Nadat de scooter in de auto geplaatst is, dient u zich ervan te overtuigen, dat de scooter niet in de vrijloop staat.
- De scooter dient met sjorbanden aan voor en achterzijde vast gemaakt te worden.
- Let op, de gedemonteerde stoel kan beschadigingen veroorzaken bij bewegingen en schudden van de auto.
- De stoelpoot kan vettig zijn.
4.8 Heupgordel (optie)
Een heupgordel kan als standaardoptie door de dealer aan de onderzijde van de stoel worden aangebracht. Het aanbrengen van de heupgordel dient als volgt te worden uitgevoerd:
- Zoek aan beide zijden van de zitting de bevestigingsdraadgaten van het scharnier.
- Maak deze gaten vrij.
- Breng de bevestigingsplaten van de heupgordel aan deze beide zijden van de scharnieren aan en zet ze met een bout vast.Instelmogelijkheden
5 Instelmogelijkheden
5.1 Zit instellingen
De Winner stoel biedt een aantal instelmogelijkheden om het zit- en rijcomfort te vergroten. In te stellen zijn: A Stoelhoogte en diepte B Rugleuning C Lendesteun D Armleuningen E Hoofdsteun F Stuurkolom
5.1.1 Stoel hoogte en diepte instelling
De gehele stoel is desgewenst als volgt te verplaatsen:
- 10 cm in voorwaartse richting Beide instellingen dienen door de dealer te worden uitgevoerd.
5.1.2 Rugleuning verstelling
Zie fig. 000000140. De stand van de rugleuning is traploos verstelbaar tussen een volledig liggende en een volledig rechtop zittende positie. De verstelling dient als volgt te worden uitgevoerd:
- Trek, terwijl u in de stoel zit, hendel (A) omhoog. De rugleuning zal zich nu automatisch naar voren bewegen.
- Druk met uw bovenlichaam de rugleuning naar achteren in een voor u gemakkelijke houding.
- Druk de hendel na de verstelling omlaag om de rugleuning te borgen in de door u gekozen stand. Let op: Bedien de hendel niet als de stoel onbezet is, omdat de rugleuning dan met kracht naar voren zal komen. De rugleuning moet zó worden versteld,dat deze een goede ondersteuning van uw rug geeft tijdens het rijden. Als de rugleuning te ver achterover helt, zal dit de zit stabiliteit negatief beïnvloeden, in het bijzonder op hellingen.
000000140Instelmogelijkheden
Zie fig. 000000150. De lendesteun kan in verschillende posities worden ingesteld, variërend van meer tot minder steun ter hoogte van de onderrug. De verstelling dient als volgt te worden uitgevoerd:
- Neem plaats in de stoel. Verdraai knop (A) zodanig, dat de lendesteun voor u in een optimale positie komt.
5.1.4 Armleuning verstellen
Zie fig. 000000160. De beide armleuningen zijn geheel opklapbaar door deze omhoog te bewegen. De hoogte en de hoek van de armlegger kunnen versteld worden. De verstelling dient als volgt te worden uitgevoerd:
- Verdraai wieltje (A) om de hoogte en de hoek van de armleuning te verstellen. Let op: als de stand van de rugleuning veranderd wordt, verandert daarmee ook de stand van de armleuningen.
5.1.5 Hoofdsteun (optie) verstellen
De hoofdsteun kent de volgende instellingen:
- Drie hoogte verstellingen
- Kanteling in voor-/ achterwaartse richting Hoofdsteun hoogte instelling: De hoofdsteun kan met de hand omhoog getrokken worden en klikt in één van de drie standen vast. Hoofdsteun kanteling: De hoofdsteun kan met de hand in de gewenste stand gekanteld worden.
000000150Instelmogelijkheden
Zie fig. 000000130. De stuurkolom kan als volgt versteld worden:
- Trek hendel (A) omhoog, met de ene hand, en trek gelijktijdig met de andere hand de stuurkolom naar u toe tot deze in de stand komt die voor u het gemakkelijkst is.
- Laat de hendel los in de gekozen stand en laat daarna de stuurkolom los. Door de gasveer in de stuurkolom, zal deze geheel naar voren gaan als u de stuurkolom los laat, terwijl u de hendel nog omhoog houdt. Let op dat er geen vingers bekneld raken bij het verstellen van de stuurkolom.
Alles wat gebruikt wordt heeft onderhoud nodig, zo ook de scooter. Voor storingsvrij gebruik van de scooter, dient deze regelmatig een servicebeurt te krijgen van de dealer. Onderstaand is aangegeven wat er te controleren is en in welke frequentie dit gedaan dient te worden en wie bepaalde controles behoort uit te voeren. Tijd Omschrijving Gebruiker Dagelijks • Opladen van de accu's, na ieder gebruik X Wekelijks • Controle van de bandenspanning X
- Controle op olielekkage onder de scooter X Maandelijks • Reinigen van de scooter X
- Reinigen van de bekleding (indien nodig) X Drie maandelijks
- Smeren van het draaisysteem van de stoel: hiervoor moet de stoel worden weggenomen, zie 'stoel wegnemen'
Het is aanbevelingswaardig om uw scooter een maal per jaar, of bij intensief gebruik, een maal per half jaar te laten controleren door uw dealer. In principe verwijzen wij u voor al het onderhoud naar de dealer. Het onderhoud dat u zelf kunt uitvoeren is in bovenstaande tabel aangegeven. Als u olielekkage bemerkt onder de scooter, moet u direct contact opnemen met uw dealer en niet meer rijden met de scooter.
Zie voor het onderhoud de volgende documentatie:
- Voorschriften van de accu's.
- Gebruikershandleiding van de acculader, of de instructie op de acculader. In de scooter zijn "droge" gel-accu's geplaatst. Deze droge accu's (dry-fit) zijn geheel gesloten en onderhoudsvrij. Het aansluitschema van de accu's is op een sticker aangegeven aan de binnenzijde van de kap van het accu-compartiment.
- Zorg er voor, dat de accu's altijd goed geladen zijn.
- Gebruik de scooter niet als de accu's bijna leeg zijn. Dit is slecht voor de accu's en u loopt het risico ongewenst stil te komen staan.
- Het gebruik van "natte" accu's is niet toegestaan. Als de accu's vervangen dienen te worden, moeten er weer droge accu's geplaatst worden in de accubak.Onderhoud
Zie fig. 000000190. Als de capaciteit van de accu's steeds kleiner wordt, zodat de scooter alleen nog maar heel korte ritjes kan maken, of zelfs niet meer, zijn de accu's aan het einde van de levensduur. Deze moeten dan vervangen worden. Benader hiervoor bij voorkeur de dealer: hij weet welke accu's het beste geschikt zijn voor uw scooter. Het vervangen van de accu's dient als volgt te worden uitgevoerd:
- Schakel de scooter uit (neem de contactplug uit het contact).
- Verwijder de stoel, zie 'stoel wegnemen'.
- Pak de kap (A) aan de bovenzijde vast en trek deze omhoog: de kap is met klittenband aangebracht.
- Trek nu de kap naar de voorzijde los van het klittenband.
- Draai de accuklemmen (B, C, D en E) van de kabels los met een steeksleutel met een sleutelwijdte van 13 mm.
- Maak de spanbanden, waarmee de accu's vast staan, los door de gespen (F) in te knijpen.
- Neem beide accu's (G) weg. Het plaatsen van nieuwe accu's gaat als volgt in de omgekeerde volgorde:
- Plaats de nieuwe accu's.
- Zet de accu's vast met de trekbanden.
- Let op de juiste aansluiting van de kabels aan de accu's: deze zijn met labels gemerkt.
- De aansluitingen mogen NIET verwisseld worden.
- Zorg er voor dat de accupolen en accuklemmen goed schoon zijn.
- Smeer de accuklemmen, tegen oxidatie, in met zuurvrije vaseline.
- Zodra de nieuwe accu's geplaatst zijn, moeten de accu's opgeladen worden, zie accu's opladen'.
- Voorkom dat metalen delen in contact kunnen komen met de accupolen. Dit kan tot kortsluiting leiden, hetgeen zeer ernstige gevolgen kan hebben
- Zie 'gebruikte scooters en het milieu' voor de afvoer van de accu's.`
6.1.3 Accu's schoonmaken
De droge accu's zijn in principe onderhoudsvrij. Toch moet er aandacht besteed worden aan:
- Het schoon en droog houden van de accu's: vuil en water kunnen een lekstroom veroorzaken waardoor de capaciteit van de accu's afneemt.
- Het reinigen van de polen: smeer deze na het schoonmaken in met zuurvrije vaseline. Rijd de accu's nooit geheel leeg! Dit kan de accu's ernstig beschadigen, waardoor de levensduur aanzienlijk korter wordt.
Voor het goed functioneren van de scooter is het van groot belang dat de banden op de juiste spanning worden gehouden. De banden zijn uitgevoerd met een autoventiel. U kunt de banden bij een benzinepompstation laten oppompen, of zelf oppompen met een voetpomp. Voor het oppompen moet het dopje van het ventiel afgedraaid worden. Te zachte banden geven een minder goed rijgedrag van de scooter. Maar ook kost het meer energie om de scooter voort te bewegen, waardoor de accu's zwaarder belast worden. Bovendien is de bandenslijtage bij het rijden met zachte banden onnodig groot. Voor de juiste bandenspanning, zie 'product specificatie blad'. Let op bij het op spanning brengen van de banden, dat de druk nooit de maximaal aangegeven waarde overschrijdt die opgegeven is in de tabel 'technische gegevens',of zoals deze aangegeven is op de sticker op het betreffende wiel. Neem in geval van twijfel contact op met de dealer / leverancier. Voor de controle van de banden, zie 'onderhoudstabel'.
6.2.1 Banden oppompen
De banden zijn voorzien van autoventielen en kunnen opgepompt worden met een daarvoor bestemde pomp. Hiervoor kan een voetpomp worden gebruikt, of u kunt de banden bij een benzinestation laten oppompen. Het is ook mogelijk om de banden op te pompen met een normale fietspomp met de bijgeleverde verloopnippel.Onderhoud
Draai na het oppompen altijd het dopje weer op het ventiel, zodat er geen vuil en zand in het ventiel kan binnen dringen.
Afnemen van droog vuil Bekleding, metalen delen en framedelen kunnen in de regel eenvoudig gereinigd worden met een droge zachte doek. Afnemen van modder en/of ander nat vuil Delen die hiermee bevuild zijn kunnen het beste schoon gemaakt worden door de vuile delen eerst met een natte spons af te nemen, om ze daarna met een droge zachte doek droog te wrijven. Bekleding Reinigen met een vochtige doek en huishoudzeep. Na het afnemen van het vuil dienen schoongemaakte delen droog gewreven te worden met een zachte droge doek.
- Gebruik nooit schurende of agressieve schoonmaakmiddelen. Deze kunnen krassen veroorzaken op de scooter.
- Gebruik ook geen organische oplosmiddelen als thinner, wasbenzine of terpentine.
- Wees voorzichtig met water in verband met de elektronische inrichting.
- Bekleding: niet chemisch reinigen, niet strijken en niet centrifugeren.Storingen
7 Storingen Als uw Winner niets meer doet terwijl de accu's voldoende geladen zijn, controleer dan de volgende punten voordat u de dealer raadpleegt.
1. Controleer of alle accuklemmen goed bevestigd zijn.
2. Controleer of de vrijloop in de stand RIJDEN staat.
3. Controleer of de automatische zekering is uitgesprongen. Als deze uitgesprongen
is, druk de zekering dan weer in. Als deze er daarna weer uit springt, neem dan contact op met uw dealer.
4. De scooter is uitgerust met een storingsdiagnose-systeem dat door een dealer met
speciale apparatuur uitgelezen kan worden.
Als de scooter niet, of niet goed, wil rijden, controleer dan eerst aan de hand van de onderstaande lijst, of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de dealer benadert. Mogelijke oorzaak Actie Te nemen actie door De contactplug is niet goed in het contact gestoken Steek de contactplug goed in het contact U zelf De connectors in het motorcompartiment zijn niet goed in de controller gestoken of zitten los Controleer de connectors en steek deze goed in de controller U zelf De accuklemmen zitten niet goed vast Controleer de accuklemmen en zet deze goed ast U zelf De vrijloop staat ingeschakeld Schakel de vrijloop uit U zelf De automatische zekering is uitgesprongen
- Zie 'automatische zekering'
- Onderzoek de oorzaak en druk de automatische zekering in als deze verholpen is U zelf Er is een aansluiting van de bedrading of een connector los Maak de verbinding in orde U zelf De accuspanning is te laag • Controleer de accuspanning, zie 'accu-conditiemeter'
- Controleer de werking van de acculader U zelf De scooter rijdt te langzaam Draai de snelheidsregelaar hoger (rechtsom draaien) U zelf Overspanning Ga na of scooter vaak op steile hellingen gebruikt is U zelf Temperatuur te hoog Laat de scooter afkoelen U zelf Soms kan het uit- en weer inschakelen van de scooter het probleem al verhelpen. Als u aan de hand van de bovenstaande lijst de storing niet kunt verhelpen, dient u contact op te nemen met uw dealer.Storingen
Zie fig. 000000180. De scooter is voorzien van een automatische zekering (A). Onder normale omstandigheden zal de automatische zekering niet uitspringen en is de scooter bedrijfsgereed. Bij overbelasting of kortsluiting in het elektrische circuit schakelt de automatische zekering de gehele elektrische installatie uit om schade aan de elektrische installatie te voorkomen. Overbelasting kan ontstaan als de motor te warm wordt door overbelasting. Als de automatische zekering het elektrische circuit van de scooter uitschakelt, springt deze naar buiten. De automatische zekering zit op de motorkap. Door zelf de automatische zekering in te drukken kunt u proberen om de scooter weer in werking te stellen. Springt de automatische zekering meteen weer uit, dan moet u enige tijd wachten (15 tot 20 minuten) om de motor te laten afkoelen. Als hierna de scooter weer in werking komt, kunt u rustig verder rijden, doch vermijdt u zoveel mogelijk obstakels en heuvels. Als de automatische zekering na het afkoelen van de motor er meteen weer uitspringt, dan is er vermoedelijk sprake van kortsluiting in het elektrische circuit. Probeer niet meer te rijden, maar neem contact op met uw dealer.
Radiogolven kunnen de besturing van een elektrische scooter beïnvloeden en de scooter zelf kan de werking van elektromagnetische velden, zoals die voorkomen in alarmsystemen en in systemen in winkels, verstoren. Bronnen van radiogolven, zoals radio- en tv-stations, amateur-radiozenders, liften, zenders, stereo radio's en mobiele telefoons kunnen elektrische rolstoelen en scooters beïnvloeden. De hieronder opgesomde waarschuwingen zijn bedoeld om de kans op ongewenste vrijloop van een elektrische scooter, waardoor ernstig letsel zou kunnen ontstaan, te beperken.
1. Zet handapparatuur voor persoonlijke communicatie, zoals radio's en mobiele
telefoons niet aan als de elektrische scooter aanstaat.
2. Kijk uit met zenders in de buurt, zoals radio- en tv-stations en probeer er niet te
3. Indien ongewenste bewegingen zich voordoen of als de rem in de vrijstand schiet,
zet dan de elektrische rolstoel uit door de contactplug uit het contact te trekken.
4. Wees ervan bewust dat door het aanbrengen van accessoires of componenten of
het bewerken van de scooter de invloed van radiogolven versterkt kan worden. Opmerking: Er bestaat geen eenvoudige manier om het effect van radiogolven op de algehele immuniteit van de elektrische rolstoel of scooter te testen.
5. Meld alle voorvallen van ongewenste bewegingen of vrijloop aan uw dealer, of aan
de fabrikant van de scooter, en geef aan of zich een bron van radiogolven in de buurt bevindt. Opmerking: Het immuniteitsniveau van de Winner is 20 volt/meter.Technische specificaties
Model Winner3W / Winner 4W / Winner Alpine Maximaal gebruikersgewicht 159 kg Omschrijving Winner 3W Winner 4W Winner Alpine Totale lengte 1400 mm - - Totale breedte 673 mm - - Totaal gewicht inclusief accu's 153 kg 158 kg 153 kg Totaal gewicht exclusief accu's 93 kg 98 kg 93 kg Gewicht van het zwaarste deel 54 kg 59 kg 54 kg Statische stab. neerwaarts Winner > 15° - - Statische stab. opwaarts Winner > 15° - - Statische stab. zijwaarts Winner > 15° - - Energieverbruik: theoretische maximale afstand Winner 50 km 50 km 33 km Dynamische stabiliteit helling op Winner > 10° - - Klimvermogen voor obstakels 100 mm - - Maximale snelheid Winner 15 km/u 15 km/u 9 km/u Minimale remafstand vanaf de maximale snelheid 3550 mm - - Zithoek 2° - - Effectieve zitdiepte 430 mm - - Effectieve zitbreedte 500 mm - - Zithoogte vanaf de voorkant (in stappen van 25 mm verstelbaar) 455 mm - 520
Rughoek 85° - 180° - - Rughoogte 550 mm - - Armsteunhoogte 250 mm - - Omschrijving Winner 3W Winner 4W Winner Alpine Voorzijde armsteun tot rugleuning 260 mm - - Minimale draaicirkel 1400 mm 1905 mm 1400 mm Vermogen om obstakels af te rijden 100 mm - - Grondspeling 114 mm - - Keerruimte < 2000 mm - - Testgegevens Gewicht test dummy 159 kgTechnische specificaties
Het product voldoet aan de volgende standaards:
1. NEN-EN 12182 Technische hulpmiddelen voor gehandicapten - Algemene eisen en
beproevingsmethoden Oktober 1997.
2. NEN-EN 12184 Elektrisch aangedreven rolstoelen scooters en bijbehorende
laadapparaten - Eisen en beproevingsmethoden April 1999.
3. De Winner 3 wiel scooter is geclassificeerd volgens EN12184 in klasse C.
4. ISO 7176-8 Eisen en testmethoden voor impact-, statische- en vermoeiingssterkte
5. ISO 7176-9 Klimaattesten voor elektrische rolstoelen en scooters.
6. ISO 7176-14 Eisen en testmethoden voor controllersystemen van elektrisch
aangedreven rolstoelen 1997.
7. ISO 7176-16 Eisen aan weerstand tegen ontbranding Mei 1997.
Het product voldoet aan de bepalingen van de richtlijn voor Medische Hulpmiddelen en is aldus voorzien van CE-markering.
8.4 Geautoriseerde service en technische ondersteuning
Voor problemen met ons product kunt u contact opnemen met uw dealer. Benader ons eventueel voor de dichtst bijzijnde dealer.46
SimpelGids