55562 Ce 68 II SBB Electric Freight - Modelbouw Märklin - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 55562 Ce 68 II SBB Electric Freight Märklin in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - 55562 Ce 68 II SBB Electric Freight Märklin
Gebruikersvragen over 55562 Ce 68 II SBB Electric Freight Märklin
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Modelbouw in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 55562 Ce 68 II SBB Electric Freight - Märklin en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 55562 Ce 68 II SBB Electric Freight van het merk Märklin.
GEBRUIKSAANWIJZING 55562 Ce 68 II SBB Electric Freight Märklin
Wat is een Krokodil? Liefhebbers hebben de zware elektrische locomotieven van het type Ce 6/8 met de naam van dit exotische reptiel gedoopt. Ze zijn in Zwitserland vanaf 1919 voornamelijk voor de Gotthardlijn gebouwd. De locsijken inniddels tot mythe verheven en hebben daarmee ieis bereikt, wat anders alleen aan stoomlocomotieven gegund is: de afstand+tussen mens en machine werd minder.
Niet alleen spoorwegmensen, maar ook technici en historici—hebben deze locomotieven als mishlaal in de geschiedenis van de techniek en als symbool van de vooruitgang waardig geacht. Toen de machines gebouwd werden, golden ze als overtuigende oplossing van een ernstig spoorwegtechnisch probleem. Over het wanner en waarom de locs hun bijnaam kreten, zich de geleerden het nog Niet eens. Of het de lange snuit was, de kracht die van hen uitging, de gelede opbouw of zichs de kleur – eerst bruin, later groen –, waar kannen ze nauwelijks meerchyter komen.
Gedwongen door moeilijkeden bij de aanschaffing van voldoende materiaal en brandstof, besloten de Zwitsserse Spoorwegen (SBB) in augustus 1918 de electrificatie op alle veel bereden trajecten van hun gehele spoorwegnet uit te breiden.
Capaciteitsproblemen, welke het belangrijke Gotthard-traject aan de machines stelde, b.v. twee heen- en terugritten Arth-Goldau - Chiasso binnen 28 eer met een getrokken last van ca. 430 ton op steile hellingen en ca. 850 ton op daltrajecten met maximaal 10% steiging, hebben voor het goederenverkeer geleid tot de ontwikkeling van de beroemde „Krokodillen" Ce 6/8 II.
Dit legendarische loctype werd van 1919 - 1922 in 33 eenheden gebouwd door de firma's SLM (Schweizerische Lokomotiv- und Maschinenfabrik Winterthur) en MFO (Maschinenfabrik Oerlikon) en aan de SBB afgele- verd. Technisch anderscheiden zich deze locomotieven door Bisselloopassen en vlakke driehoek-koppelstangen als aandrijforgaan. De aandrijving van elk van de beiden draaistellen werd verzorgd door elk twee motoren, die via raderwerk op een gemeenschappelijk tussenas werkten, waarvan de krukken aan het ene einde van de driehoek-koppelstangagerden en aan het andere einde een kruk in bew'eing bracht aan een oorspronkelijk slingerend geplaatste hulpas.
Het voornaamste voordeel van de gekozen wijze van aanrijving lag overeenkomstig de rendementseisen daarin, dat in gegenstelling met de gebruikelijeschuine driftstangkrachtoverbrenging nu horizontale
krachten van de tussendrijfas op de wielen werden overgebracht.
Het vermogen van dit type Ce 6/8II kon met 1648 kW (2 240 pk) aangegeven worden bij 36 km/u, en de maximumsnelheid bedroeg 65 km/u. Als Dienstgewicht werden 128 t genoemd.
Opvallende details in de uitvoering van de historische locomotief Ce 6/8II, nr. 14 253, welke heden nog regelmatig voor speciale ritten worden inge- zet in het gebied van zich thuisstation Erstfeld (Zwitzerland), zich behalve de bruine kleur voor middenbouw en vooren achechteruitbouw, zwartgelakte drijfbwerken, freems en omlopen alsmede 4 opengaande deuren voor de bestuurderscabines.
Het remmen werden verzorgd door elk 2 remblokken per drijfas, die via een dubbele Westinghouse-drukluchtem of met de hand bediend konden worden. Daar bij werkte de handrem per bestuurderscabine op de waarvoor liggende drijfassen. leder drijfstel kreeg ter verhoging van de trekkracht bij grensgevalen van de belasting elk twee voor en awhile de vrijwienen aangebrachte zandkisten.
De tot 1922 door SLM en MFO gebouwde 33 locomotieven van het type Ce 6/8II namen jarenlang de zware goederentreindienst over het Gotthard-traject
voor hun rekening. De behoefteaar sterkere en snellere machines alsmede steedsmeer voorkomende storingen aan de 4 rijmotoren maakten ether het ombouwen van voorloping 13 eenhedenoodzakelijk.Zo werden in de jaren 1942-1947 behalve het inbouwen van neue rijmotoren en freemversterkingen enige detailwijzigingen doorgevoerd.Deietn omgehouwdelocomotieven werden successievelijk voor der rangeerdienst op groote rangeeremplacementen gebruikt.
Door verdere ontwikkelingen bij de bouw van electromotonen kon een hoger vermogen (niettegenstaandelichtere motoren) van zagge en schijve 70% wordenbereikt. Dat betekende voor de inzet van de machines bij toegenomen vervoereisen bij de Gottharddiensteen welkom winstpunt. De vermogensgeevens voorde sedertdien onder de aanduiding Be 6/8 II rijdendemachines konden nu met 2 679 kW (3 640 pk) bij 45~km / u en de maximumsnelheid met 75~km / u aengeduid worden.Verder verminderde het Dienstgewicht met noemenswaardige 2 t, niettegenstaandetoch enige veranderingen voor de versterking vanbepaalde onderdelen waren doorgevoerd.
De voor- en achteruitbouw kreten verder door extra balken voorgezette bufferbalken, die met cilinderbuffers volgens oud model en overstapplaten blevenuitgerust. De tussenassen van de sleufkoppelstan
gaandrijving konden in gegenstelling tot de oorspron-kelijk geveerde ophanging nu onbeweeglijk gelagerd worden. De kopdeuren maar de omlopen van de uitbouw werden dichtgemaakt en de deurkrukken verwijderd. Aan de vier deuren van de bestuurderscabines werk niets veranderd. Een verdere vernieuwing is een aansluiting voor treinverwarming met stekers, draad en stopcontact op beiden bufferbalken, want de locomotieven zouden voortaan ook voor het verkeer van reizigerstreinen worden ingezet.
Een frontseinverlichting van de loc met het signaleren van de verkeerstaak, een treinbeveiligingsysteme Signum alsmede mechanisme voor een snugheidsmeter en een veiligheidscontrole werden daardoor even onontbeerlijk als een meer uitgebreide remuitrusting met regelbare remwerking.
In het kader van de voortschrijdende technische ontwikkeling en de toenemende bedrijfseisen waren de sedert 1947 ingezette omgebouwde „Krokodillen" van de serie Be 6/8 II in de loop der jaren aan verdere wijzigingsmaatregelen onderworpen.
Na nog enige veranderingen aan de bufferbalk, nu met kokerbuffers en het verwijderen van de overstapplaten werden nu ook weitere rangeeropstappen met bredere treeplanken en dubbele, gele grijpstangen aangebracht.
Een verdere opvallende verandering in het aanzien was het wegvalen van een cabinedeur aan iedere kant met bijbehorende opstapladders en grijpstan-gen.
Behalve de wee teruggekeerde messingplaten met waarschuwing voor de hoopspanning op voor- enchteruitbouw, werden de waarschuwingsborden opnieuw aan de dubbelomklapbare pantografen bevestigd. Alle opschriften bleven geel of op messingborden.
Funktion
Deze loc met ingebouwde digitaalelektronica biedt u:
- Naar keuze conventioneel bedrijf (wisselstroom met de Transformer 32 VA of gelijkstroom [max +/− 18 Volt=]), bedrijf met Märklin Delta (alleen het Delta Station 6607), Märklin Digital (Control Unit) of het Märklin Systems (Mobile Station of Central Station). Het bedrijf met rijregelaars van andere systemen (bijv. impulsbreedte sturing, gebruik van de Central-Control 1 (6030) of een dergelijk systeme) is Niet möglich.
- Het bedrijfssystem wird automatisch herkend.
- 80 meertreinen-adressen instelbaar. Ingesteld adres vanaf de fabriek: 68
- Mfx-technologie voor het Mobile Station / Central Station. Naam af de fabriek: Ce 6/8 II
- Instelbare optrekvertraging/afremvertraging.
- Instelbare maximumsnelheid.
- Het model is ontwikkeld voor het gebruik op het Marklin Spoor 1 railsystem. Het gebruik op een ander railsystem geschied op eigensrisico.
- Berijdbare minimumradius: 1020 mm .
- Voor en acheer, Marklin klauwkoppelingen. Bij het gebruik van koppelingsystemen van andere fabrikanten zijn storingen Niet uit te sluiten.
De in het normale bedrijf voorkomende onderhoudswerkzaamheden zijn verderop beschreiben. Voor reparatie of onderdelen kunt u zich tot uw Marklin winkelier wenden.
Elke aanssprak op garantie en schadevergoeding is uitgesloten, wanneer in Märklin-producten Niet door Märklin vrijgeveen vreemde onderden ingebouwd en / of Märklin-producten omgebouwd worden en de ingebouwdveremde onderden resp. de ombauw orzaak van radien opgetreden defecten en / of schade was. De aantoonplicht en de bewijslijst daaromtrent, dat de inbouw van vreemde onderden in Märklin-producten of de ombauw van Märklin-producten Niet de orzaak van opgetreden defecten en / of schade is geweest, berust bij de voor de inbouw en/of ombauw verantwoordelijke personen en / of firma danwel bij de Klant.
Veiligheidsvoorschriften
- De loc mag alleen met een waarvoort bestemd bedrifssystem (Märklin wisselstroom transformator 6647, Märklin Delta, Märklin digitaal of Märklin Systems) gezrukt worden.
- De loc mag Niet vanuit meer dan een stroomvoorzieninggelijktijdig gevoed worden.
- Lees ook aandachtig de veiligheidsvoorschriften in de gebruiksaanwijzing van uw bedrijfsystem.
- De locomotief mag, voor onderhoudswerkzaamheden of het wijzigen van de decoderinstelleningen, alleen door volwassenen geopend worden.
- In geen geval transformatoren met een ingangsspanning van 220 V - voor USA 110 V - gelebruiken.
Voorzichtig: ongeacht of het model stilstaat of rijdt. Nooit met de vingers aan de aandrijfstangen komen. Er bestaat gevaar voor kneuzingen of verwondingen!
| Schakelbare functies | 6647 | 6021 | 1 60652 5 | f0 f8 f8 f0 central station 60212 | |
| Frontsein | continu aan | functie + off | verlichtingstoets Toets | f0 met symbool | |
| Cabinetverlichting | — | f1 | Toets 1 met symbool Toets | f1 met symbool | |
| Bedrijfsgeluid | — | f2 | Toets 3 met symbool Toets | f2 met symbool | |
| Geluid: fluit lang | — | f3 | Toets 4 met symbool Toets | f3 met symbool | |
| Rangerstand (alleen optrek- afremvertr.) | — | f4 | Toets 2 met symbool Toets | f4 met symbool | |
| Geluid: aankoppelen | — | — | Toets 6 met symbool Toets | f5 met symbool | |
| Geluid: vertrekfluit | — | — | Toets 7 met symbool Toets | f6 met symbool | |
| Geluid: fluit | — | — | Toets 5 met symbool Toets | f7 met symbool | |
| Geluid: stationsomroep | — | — | Toets 8 zonder symbool Toets | f8 met symbool | |
| Geluid: piepende remmen | — | — | — Toets f9 met symbool | ||
| Geluid: ventilator | — | — | — Toets f10 met symbool | ||
| Geluid: compressor | — | — | — Toets f11 met symbool | ||
| Geluid: pantograaf | — | — | — Toets f12 met symbool | ||
Bij het bedrijf met het Mobile Station of het Central Station kan het aanmelden van de mfx-decoder ca. 2 minutes duren.
Aansluiting van de sporen
Om spanningsverlies op de modelbaan te voorkomen moeten de raillassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter要去 de voeding opnieuw op de rails gezet worden. Daarbij zich en de aansluitklemmen 5654 aan teraden.
Berijden van hellingen
In tegenstelling tot het grote voorbeeld kannen met een modelbaan ook grotere hellingen bereden worden. Normaal要去en helling maximaal 3 procent zijn. In extreme gevallen is maximaal 5 procent maybe, maar dan要去 rekening gehonden worden met een evenredig verlies aan vermogen. Het begin en het einde van de helling要去en alg terd grond worden. Het verschil in de helling:tussen twee tenminste 300mm Lange railsstukken mag maximaal 1 a 1,5 procent bedragen.
Locparameters instellen met de Control Unit
- Voorwaarde: opbouw zoals tekening op pagina 24. Alleen de loc die gewijzigd moet worden op de rails.
- "Stop"-en "Go"-toets gelijktijd ingrudken tot "99" in het display oplicht.
- "Stop"-toets indrukken.
- Het adres 80^th invoeren.
- Omschakelcommando met de rijregelaar vasthouden. Tijdens het vasthouden de toets "Go" indrukken.
- De verlichting van de loc knippert langzaam. Indien dit Niet het geval is, vanaf stap 2 opnieuw beginnen.
- Het registremummer van de te wijzigen parameter[invoeren (= > Ijst op pagina 26).
- Omschakelcommando Geven.
- Verlichting gaat snel knipperen.
- Nieuwe waarde invoeren (=> lijst op pagina 26).
- Omschakelcommando gegen.
- Verlichting knippert langzaam (uit gezonderd bij decoder reset)
- Volgende parameterinstellung of beeindigen met 14
- Sessie beindigen door het indrukken van de toets "Stop". Aansluitend de toets "Go" indrukken.
Locparameter met de Control Unit.
Locparameter wijzigen met de Control Unit.
Bedrijf met Mobile Station / Central Station
- Loc op de rails plaatsen. De loc meldt zichzelf aan in de loclijst.
-
Geen terugmelding van de loc als: bij het Mobile Station de snelheidsbalk knippert bij het Central Station het mfx-symbol onderstreep is
-
Loc afmelden: 1. loc van de rails nemen 2. loc invoer wissen. Het wijzigen van het adres is nicht nodig.
Locparameter wijzigem met het Mobile Station/ Central Station
- Locuit de locliestkiezen.
- Gaaar het nevenmenu "WIJZIG LOC".
- Naar het nevenmenu "VMAX" (maximumsnelheid) "ACC" (optrekken), "DEC" (afremmen), "VOL" (volume) of "RESET" (decoder terugzettenaar fabrieksinstelling) omschakelen.
- Nieuwe waarde invoeren en overnemen.
Lees ook de opmerkingen in de gebruiksaanwijzing van het Mobile Station / Central Station.
Pflegehinweis
Opmerkingen voor het onderhoud
Deze loc kan ook buiten gebruikt worden. Het gebruik bij slecht waar (sneeuw of regen) is Niet aan te raden. Aandrijving en elektronica zich weliswaar afgeschermd gegen spatwater maar rijden door het water is Niet mogelijk.
Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuil en dit eventuele droog te verwijderen met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen.
Opmerking: reinigings-middelen können de lak en de opschriften op de loc aantasten en beschadigen.
Bij het uitpakken de locomotief steeds met beiden handen beetpakken zoals onderstaand weergegeven.


Bij het opstellen van de locomotief als vitrinemodel konnen de automatische koppelingen worden verwijderd.
Met de meegeleverde schroefkoppeling en remslangen kommt deze locomotief als vitrinemodelicht tot+zijnrecht.

Op de rails plaatsen van de locomotief bij het rijden via bovenleiding
De locomotief要去 med de gemerkte kant op de railsstaaf staan, die de terugleiding voor de bovenleiding vormt. Aan deze railsstaaf is bij de aansluitrail de bruine draad maar transformator of regelaar gezamenlijk met de benedenleiding verbonden.
Met 2trafo's resp. regelaars is zo een onafhankelijk tweede treinverkeer op hetzelfde spoor mogelijk, als een locomotief op ,bovenleiding" en de andere op ,benedenleiding" geschakeld is.

Kap uittbouw afnemen


Schmierung
De smeerbeurten van de locomotief dieren te geschieden voor de eerste rit, de tweede keer na 30 bedrijfsuren, de derde keer na ca. 50 en daarna bij alle 100 bedrijfsuren.

Haftreifen wechseln
Nieuw lampje inzetten
Schleifer wechseln
Nieuwe sleepcontacten aanbrengen

