PX400 E - Roeimachine REX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PX400 E REX in PDF-formaat.
| Producttype | Roeitrainer |
| Merk | Rex |
| Model | PX400 E |
| Afmetingen (L × B × H) | 220 cm × 50 cm × 96 cm |
| Gewicht | 42 kg |
| Maximaal gebruikersgewicht | 130 kg |
| Vliegwiel | 4 kg |
| Weerstand | 16 niveaus, computer gestuurd |
| Remsysteem | Magnetisch remsysteem |
| Voeding | Netadapter 220-240 V / 50 Hz |
| Display | LCD: tijd, afstand, calorieën, hartslag, SPM, watt |
| Trainingsprogramma's | Handmatig, Profiel (12), Hartslag (55/75/90% en TAG), Race, Gebruiker (4), Fitheidstest |
| Hartslagmeting | Sensors op handgrepen + borstband inbegrepen |
| Opvouwen en transport | Opvouwmechanisme met transportwielen |
| Garantie | 2 jaar |
| Norm | DIN EN 957-1/7, huishoudelijk gebruik |
| Meegeleverde accessoires | Flessenhouder, fles, borstband, montagegereedschap |
| Onderhoud | Zachte, licht vochtige doek; schroefaanspanning elke 2 tot 4 weken controleren |
| Reiniging | Geen agressieve producten gebruiken, vermijd vloeistof in de console |
| Veiligheid | Niet gebruiken door personen met verminderde capaciteiten zonder toezicht; kinderen en dieren uit de buurt houden |
Veelgestelde vragen - PX400 E REX
Gebruikersvragen over PX400 E REX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Roeimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PX400 E - REX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PX400 E van het merk REX.
GEBRUIKSAANWIJZING PX400 E REX
Voorwoord NL-83 Aanduiding van de belangrijke aanwijzingen NL-83 Belangrijke veiligheidsinstructies NL-84 Explosietekening NL-85 Onderdelenlijst NL-86 Montage NL-89 Klapmechanisme/Transport NL-91
Trainingshandleiding NL-92
Trainingsinrichting/-aanwijzingen NL-92 A Intensiteit NL-92 B Frequentie NL-92 C Motivatie NL-92 D Organisatie van de trainingseenheden NL-92
- Opwarmfase NL-92 2. Trainingsfase NL-93
- Afkoelfase NL-93
E Roeitechniek NL-93
Bediening NL-95
Voorinstellingen NL-95 Functie van de knoppen NL-95 Weergegeven informatie NL-96 Trainingsparameters NL-96 Trainingsprogramma NL-97 A Handmatig NL-97 B Profielprogramma NL-97 C Polsslagprogramma NL-98 D Wedstrijdprogramma NL-98 E Gebruikersprogramma NL-99 F Fittest NL-99
Verzorging/onderhoud NL-100
Technische gegevens NL-100 Afvalverwijdering NL-100 Garantie NL-101
Voorwoord

Wij feliciteren u met de aankoop van ons fitnessapparaat. U hebt een uitstekend product gekozen en zult er ongetwijfeld veel plezier mee hebben.
Lees voor het eerste gebruik de bedieningshandleiding zorgvuldig door om schade aan het apparaat of lichamelijk letsel te voorkomen. Bewaar de bedieningshandleiding goed.
Met vriendelijke groet, Proprophe GmbH u. Co. KG
Aanduiding van de belangrijke aanwijzingen
Zeer belangrijke aanwijzingen zijn in de bedieningshandleiding als volgt aangeduid:

Deze waarschuwing maakt u attent op mogelijke gevaren voor uw gezondheid of voor uw leven of dat van anderen die bij de omgang met of het gebruik van het apparaat kunnen ontstaan.

Deze aanwijzing maakt u opmerkzaam op mogelijke gevaren voor uw apparaat.

Deze informatie geeft u extra adviezen en tips.
Belangrijke veiligheidsinstructies

Bewaar de bedieningshandleiding goed. Geef de handleiding mee bij verkoop of doorgave van het fitnessapparaat.

Het is belangrijk dat u de complete handleiding doorleest voordat u het apparaat in elkaar zet en gebruikt.
Een veilig en productief gebruik kan alleen worden bereikt, als het apparaat volgens de voorschriften wordt gemonteerd, onderhouden en gebruikt. Het is uw plicht alle gebruikers van het apparaat voor het gebruik op de hoogte te stellen van de gevaren en voorzorgsmaatregelen.
Het apparaat voldoet aan DIN EN 957-1/7 en is alleen bestemd voor privé-gebruik, niet voor commercieel, zoals bijvoorbeeld therapeutisch gebruik.
Gebruik het apparaat uitsluitend in droge binnenruimtes bij omgevingstemperatuur. Bescherm het tegen vocht, stof/vuil en extreme temperatuurschommelingen.
Plaats het apparaat alleen op een vaste, vlakke ondergrond en gebruik een beschermende afdekking voor de vloer/vloerbedekking. Verwijder alle voorwerpen met scherpe randen uit de omgeving en laat rond het apparaat een ruimte vrij van min. 0,5 m.
Verzeker u ervan dat er nooit vloeistoffen (incl. lichaamszweet!) binnen in het apparaat of in de fitnesscomputer terechtkomen.
Gebruik het apparaat alleen zoals aangegeven! Als u tijdens de montage of de controle defecte onderdelen vindt of tijdens het gebruik ongewone geluiden hoort, stop uw training dan onmiddellijk. Gebruik het apparaat niet meer tot het probleem is verholpen.
Controleer voor gebruik van het trainingsapparaat of alle schroeven en moeren goed vast zitten.
Het veiligheidsniveau van het apparaat kan alleen bewaard blijven, als het regelmatig op schade wordt gecontroleerd. Laat reparaties alleen door vakmensen uitvoeren en gebruik altijd originele onderdelen.
Houd het apparaat uit de buurt van kinderen en huisdieren. Het is uitsluitend geschikt voor volwassenen.
Het apparaat is niet geschikt voor gebruik door personen met een fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperking of personen die niet voldoende ervaring en/of kennis hebben, tenzij zij terzijde worden gestaan door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of hen aanwijzingen geeft over het gebruik.
Het toelaatbare maximale gewicht van 130 kg van de gebruiker mag niet worden overschreden.
Vraag voor het begin van de training een arts om vast te stellen of de training een risico voor uw gezondheid kan zijn. Het advies van een arts is noodzakelijk als u geneesmiddelen gebruikt die hartslag, bloeddruk of cholesterolgehalte beïnvloeden.
Let op lichamelijke signalen. Verkeerde of bovenmatige training kan uw gezondheid beïnvloeden of u schaden. Stop de oefeningen bij de volgende symptomen: pijn, spanning op de borst, onregelmatige hartslag, kortademigheid, versuft gevoel, duizeligheid of misselijkheid. Ook als slechts een van deze toestanden zich voordoet, moet u meteen een arts raadplegen voordat u doorgaat met het oefenprogramma.
Draag bij de training geschikte kleding! Vermijd te wijde kledingstukken waarmee u aan het apparaat kunt blijven hangen of kledingstukken die u in uw bewegingen hinderen of beperken.
Wees voorzichtig bij het opheffen en verplaatsen van het apparaat ter voorkoming van bijv. rugproblemen. Gebruik zo mogelijk altijd heftechnieken of zoek hulp.
Gebruik voor de werking alleen de meegeleverde originele adapter. Het apparaat is, net als de adapter, alleen bestemd voor gebruik binnen. Als stroomtoevoer mag alleen een beveiligd 220-240 V/50Hz stopcontact worden gebruikt! Levensgevaar!
Trek na de training de stekker uit het stopcontact om het apparaat te reinigen of onderhoud te plegen.
Explosietekening
Onderdelenlijst

| Nr. | Naam | Grootte |
| 1 display | 1 | |
| 2 framesblij 1 | ||
| 3 drinkfl eshouser 120 x 87 x 3T 2 | ||
| 4 bout D6 x 26.5 x 7.7 1 | ||
| 5 voet D60 x 1.5T x 440L 1 | ||
| 6 trekkabel D5 x 2000L 1 | ||
| 7 handgreep | D25.4 x 400 x 1.4T | 4 |
| 8 stop D25.4 x 31L 4 | ||
| 9 softgreep | D23 x 4T x 400L | 2 |
| 10 | treevlak | 315 x 137.5 x 67 |
| 11 | lus | 440 x 50 |
| 12 | afdekking | 330 x 196 x 69 |
| 13 | steunstuk | |
| 14 | bout M5 x 0.8 x 20L 10 | |
| 15 | geleidehuls | D10.5 x D7.5 x 9T |
| 16 | bout D12 x 444L 1 | |
| 17 | stelbout | D50 x M10 x 1.5 x 115.5L |
| 18 | railopname | |
| 19 | rail | 115 x 69.5 x 1210L |
| 20 | rail | 63 x 59 x 110 x 3T |
| 21 | sensorhouser | 30 x 28 x 21 |
| 22 | hoofdframe | |
| 23 | bout zelfborgend | ST4.2 x 15L |
| 24 | schuifi nichting | 380 x 280 x 35 |
| 25 | zitting | |
| 26 | rol | D32 x D18 x 10 |
| 27 | moer | D9.5 x 5T(3/8"-26UNF) |
| 28 | polsslagkabel | 450L |
| 29 | polsslagkabel | |
| 30 | polsslagkabel | 450L |
| 31 | kabel | |
| 32 | polsslagkabel | |
| 33 | motor | |
| 34 | kabelwikkel | D160 x 76L 1 |
| 35 | moer | 3/8"-26UNF x 6.5T |
| 36 | afstandbus | D13.5 x D10 x 9 |
| 37 | riemschijf | D45 x 26L |
| 38A computerkabel A | 1 | |
| 38B computerkabel B | 1 | |
| 39 | ronde magneet | M02 |
| 40 | onderlegring kunststof | D10 x D24 x 0.4T |
| 41 | veer | D2.2 x D14 x 65L |
| 42 | kunststof huls | D3 x 30L |
| 43 | inbusbout | M10 x 35L |
| 44 | geleiding | D23.8 x D38 x 24 |
| 45 | geleidektlem | 156 x 62.2 x 5T |
| 46 | vliegwiel | D232 x 122L |
| 47 | bus | D20 x D14 x 11.5 |
| 48 | V-riem | 300 PJ5 |
| 49L transportrol links | D60 x 83 L | 1 |
| 49R transportrol rechts | D60 x 83 L | 1 |
| 50 | veiligheidsring | S-10(1T) |
| 51 | hoogte-insteling | D60 x 79 L |
| 52 | afdekking links | |
| 53 | afdekking rechts | |
| 54 | veer | D13 x D1.2 x 85.5L |
| 55 | moer | M10 x 1.5 x 10T |
| 56 | vortex-schijf 20 x 0.7T | 2 |
| 57 moer M8 x 1.25 x 8T 2 | ||
| 58 geleidering D12 x D8.2 x 12.6L 2 | ||
| 59 demper D11 x 7L 2 | ||
| 60 veerschakel D121 x 3T 2 | ||
| 61 achterdempoer D24 x D8 x 22 1 | ||
| 62 houver | 4 | |
| 63 as | D10 x 120.7 1 | |
| 64 geleidelager | 6000Z | 1 |
| 65 adapter | 9 VA, 500 MA | 10 |
| 66 bout zelfborgend | ST4 x 1.41 x 10L | 1 |
| 67 bout | M5 x 0.8 x 10L 1 | |
| 68 onderlegring | D21 x D8.5 x 1.5T | 1 |
| 69 rol | D37.4 x D8 x 11 | 1 |
| 70 versteigingsplaat | 100 x 78 x 3T | 1 |
| 71 bout | M8 x 25, 15MM, 8.8 | 1 |
| 72 bout | M6 x 1.0 x 20L 4 | |
| 73 bout | M8 x 1.25 x 55.5L | 1 |
| 74 veering | D15.4 x D8.2 x 2T | 2 |
| 75 dopmoer | M8 x 1.25 x 15L, 8.8 | 4 |
| 76 onderlegring | D16 x D8.5 x 1.2T | 1 |
| 77 onderlegring | D25 x D8.5 x 2.0T | 4 |
| 78 onderlegring | D20 x D11 x 2T | 1 |
| 79 bout | ST4.2 x 1.4 x 20L | 4 |
| 80 onderlegring | D22 x D8.5 x 1.5T | 1 |
| 81 onderlegring | D13 x D6.5 x 1.0T | 1 |
| 82 schroefslutel | 139 x 5T | 1 |
| 83 inbusslutel | M6, 8.8 | 1 |
| 84 bout | M10 x 1.5 x 150L | 2 |
| 85 achechterdemper M8 x 1.25 x 95L | ||
| 86 veering | D10.5 x D6.1 x 1.3T | 1 |
| 87 inbusbout | M8 x 1.25 x 20L,8.8 | 1 |
| 88 inbusbout | M8 x 1.25 x 75L, 8.8 | 1 |
| 89 inbusbout | M8 x 1.25 x 35L, 8.8 | 1 |
| 90 inbusbout | M8 x 1.25 x 75L,8.8 | 1 |
| 91 bout | M8 x 1.25 x 20L,8.8 | 1 |
| 92 bout | M5 x 0.8 x 10L 1 | |
| 93 kabelgeleiding | 6 | |
| 94 rubber voet 35 x 35 | 7 | |
| 95 versteigingsplaat | 93 x 50 x 4T | 1 |
| 96 moer M8 x P1.25 x 6T | 1 | |
| 97 borstband | ||
| 98 drinkfles |
Montage

ATTENTIE
- Plaats het apparaat en de achtervoet (5), zoals weergegeven, op de vloer.
- Schroef dan de achtervoet (5) vast aan het hoofdframe (22). Gebruik hiervoor twee inbusbouten (90), twee dopmoeren (75), twee veerringen (74) en twee onderlegringen (80).

ATTENTIE
- Leg de verstevigingsplaat (95), zoals weergegeven, in de onderkant van de rail (19) (zie afb. 1).
- Schroef het steunstuk (13) met drie bouten (87), drie veerringen (74) en de verstevigingsplaat aan de rail (zie afb. 1).
- Schuif de zitting (25) in de geleiding van de rail (zie afb. 2).
- Schroef de achterdemper (85 + 61) in de rail (zie afb. 2).
- Monteer ook de voordemper in de rail.
- Breng de achterafdekking met vier bouten (72), vier veerringen (86) en vier onderlegringen (81) aan, zoals weergegeven (zie afb. 3).
- Leg de voorgemonteerde rail, zoals weergegeven, in het hoofdframe (22) (zie afb. 4).
- Duw de stelschroef (17) naar beneden en draai deze naar rechts tot de aanslag vast (zie afb. 4).
- Schroef nu de rail, zoals weergegeven, vast aan het hoofdframe. Gebruik hiervoor de bout (84), twee onderlegringen (78) en de dopmoer (55).
STAP 2




Montage
ATTENTIE
- Monteer de beide treevlakken (10), zoals weergegeven, op het hoofdframe.
Gebruik hiervoor twee bouten (91), twee onderlegringen (77), de pen (16) en beide treevlakken (10).
STAP 3
ATTENTIE
- Verbind de bovenste en onderste computerkabel met het midden van de framebuis, zoals weergegeven.
- Monteer de framebuis (2) met twee bouten (87), twee veerringen (74) en twee onderlegringen (80) aan het hoofdframe.
- Bevestig de drinkfleshouder (3) aan de framebuis (2) met twee bouten (14).
- Schuif de drinkfles (98) in de houder.
- Verbind de computerkabels met de display (1) (zie afb. (b)).
- Bevestig de display (1) met vier bouten (92) aan de daarvoor bestemde montageplaat.
- Steek de stekker van de adapter (99) in de aansluiting links voor op het apparaat.
- Steek daarna de adapter (99) in het stopcontact. Het apparaat is bedrijfsklaar.
STAP 4
Klapmechanisme/Transport
Inklappen
- Draai de stelschroef tot deze hoorbaar vergrendelt (zie afb. A).
- Trek de rail korterug en klap deze tot deze naar boven vastklikt (zie afb. B).
- Verzeker u ervan dat de rail goed is vastgeklikt (zie afb. C).
Uitklappen
- Trek de rail hier boven en klap hem aansluitend hier beneden.
- Schuif de rail tot de aanslag in de richting van het hoofdframe.
- Duw de stelschroef naar beneden en draai haar rechts tot de aanslag vast.




Transport
Om het apparaat te verschuiven moet het eerst worden ingeklapt (zie punt "Inklappen"). Verzeker u ervan dat de rail goed is vastgeklikt. Kantel het apparaat langzaam terug tot het op de transportrollen staat. U kunt het apparaat nu voorzichtig naar de gewenste plaats verrijden. Neem bij de keuze van een geschikte plaats de veiligheidsinstructies in acht aan het begin van deze bedieningshandleiding.
Trainingshandleiding
Het gebruik van uw fitnessapparaat zal u tal van voordelen bieden. Het zal uw lichamelijke conditie verbeteren, uw spieren accentueren en in combinatie met een caloriearm dieet u ook helpen af te vallen.
TRAININGSINRICHTING/-AANWIJZINGEN
Om een optimale training te bereiken, moet u voor aanvang van de training een paar belangrijke zaken met betrekking tot de manier (waarop men traint) en de inrichting van de training in acht nemen. Ter verbetering van de gezondheid en van uw figuur, moeten volgende factoren bij de planning van de training in aanmerking worden genomen:
A Intensiteit
De training moet zo worden ingericht, dat de lichamelijke belasting tijdens de training hoger is dan de normale belasting. Ademnood of uitputting mag echter niet optreden. Bij een effectieve training moet de polsslag tussen 70% en 85% van de maximale polsslag liggen (zie ook hoofdstuk "Trainingsfase").
Tijdens de eerste trainingsweken moet de polsslag circa 70% van de maximale polsslag zijn en in de daaropvolgende weken en maanden langzaam stijgen tot 85% van de maximale polsslag. De trainingseisen kunnen bijvoorbeeld door verlenging van de trainingsduur en/of een verhoogde moeilijkheidsgraad, afhankelijk van de verbeterende conditie, worden verhoogd. U hebt met de volgende hulpmiddelen de mogelijkheid uw polsfrequentie te controleren:
a) U kunt uw polsslag voelen en de slagen per minuut tellen (bijvoorbeeld aan het polsgewricht) → meting van de polsfrequentie op gebruikelijke wijze. b) U kunt de polsslag met behulp van de op de greep aangebrachte sensoroppervlakken meten. c) U kunt uw polsfrequentie ook door middel van specifieke, gekalibreerde polsslagmeetapparatuur bepalen.
De polsmeting per sensor dient alleen ter oriëntatie, omdat er door beweging, wrijving, zweet etc. afwijkingen van de werkelijke polsslag kunnen ontstaan. Bij sommige mensen is de huidweerstandswijziging met betrekking tot de polsslag zo klein, dat het resultaat niet voldoende is voor een exacte polsmeting.
B Frequentie
Experts adviseren, afhankelijk van het trainingsdoel, trainingen van 3-5 eenheden per week. De training dient samen te gaan met een evenwichtige en gezonde voeding. Een doorsnee volwassene heeft minstens 3 trainingseenheden per week nodig om een verandering van het lichaamsgewicht of verbetering van de conditie te bereiken en 2 trainingseenheden per week om de bestaande toestand te behouden.
C Motivatie
Om een trainingsprogramma succesvol te voltooien, is regelmaat een essentieel punt. Ook geestelijke voorbereiding, zoals een vast tijdsbestek en vaste plaats per trainingseenheid, dragen daartoe bij. Het is raadzaam altijd een persoonlijk doel voor ogen te houden en, indien mogelijk, alleen te trainen als u goed gehumeurd bent. Train voortdurend om u dag voor dag verder te ontwikkelen en het trainingsdoel te benaderen.
D Organisatie van de trainingseenheden
Er zijn 3 trainingsfases die bij elke training moeten worden gedaan:
Deze fase draagt bij tot een goede doorbloeding van het lichaam en een goede werking van de spieren. U vermindert ook het risico op krampen en spierbeschadigingen. Daarom is het raadzaam voor iedere trainingseenheid een aantal rekoefeningen (zie afbeelding) te doen. U moet iedere oefening circa 30 seconden volhouden. Vermijd hierbij schokkende bewegingen en belast uw spieren niet. Stop met de rekoefening zodra het pijn doet.


2. Trainingsfase
Let er bij de training op dat uw tempo gelijkmatig en aanhoudend is. Voor een optimale training moet de belasting zo zijn gekozen, dat uw polsslag een waarde van circa 70-85% van de maximale polsslag bereikt (doelzone). Aan de hand van de grafiek kunt u de voor u geschikte doelzone aflezen:

De trainingsfase moet minstens 12 minuten aanhouden. Voor een eerste begin is een trainingstijd van circa 15-20 minuten gebruikelijk.
Als u voor het eerst traint, moet u geen vaste tijd instellen. Let er vooral op dat u de techniek goed uitvoert. Ook een hoog aantal slagen speelt in eerste instantie geen rol. U dient slechts zo lang te trainen tot een gevoel van vermoeidheid optreedt.
3. Afkoelfase
Deze fase dient ter ontspanning van de spieren en het cardiovasculaire systeem. Beperk hiertoe bijv. het tempo gedurende ca. 5 minuten. Herhaal vervolgens de in fase 1 beschreven rekoefeningen. Denk eraan dat u ook in deze fase geen schokkende bewegingen maakt en dat u de spieren niet belast.
E Roeitechniek
Bij het roeien worden in tegenstelling tot bij andere trainingsapparaten naast de benen ook het bovenlichaam en het middenlichaam getraind. Zo wordt een bijna volledige lichaamstraining verkregen. Benen, bovenlichaam, rug en armen worden daarbij in gelijke mate getraind en de gewrichten worden gespaard. In vergelijking tot andere takken van sport verbruikt het lichaam daarbij aanzienlijk veel meer calorieën.
Het roeien kan worden onderverdeeld in de ontspannings- en de trekfase:
Ontspanningsfase
- Start de roeibeweging met het uitstrekken van de armen.

De rug is recht en opwaarts gericht, de kin opgeheven, de blik naar voren gericht.
- Beweeg het bovenlichaam naar voren.

De houding is opwaarts, de rug recht, de kin opgeheven, de blik naar voren gericht. De knieën zijn volledig gestrekt en de voeten staan op de voetenplank. De schouders zijn ontspannen en de armen helemaal gestrekt. De borst is licht naar voren gebogen (vanuit de heupen) en de schouders bevinden zich voor de heupen.
- Breng uw lichaam in de gecomprimeerde maar naar voren gebrachte trekpositie.

De armen en het bovenlichaam blijven in de naar voren gebogen positie. De zitting wordt naar voren bewogen. Knieën en heupen buigen gelijktijdig en gelijkmatig (let erop dat de knieën pas achter de greep beginnen te buigen). Het naar voren rollen gebeurt gecontroleerd en langzaam (deze fase dient als ontspanning) en kort voor het bereiken van de naar voren gerichte trekpositie wordt de rolbeweging langzaam afgeremd.
Trekfase
- Strek uw knieën door.

OPMERKING
De houding is opwaarts gericht en actief, de rug is recht. Daarna worden de knieën en heupen snel en krachtig gestrekt (armen blijven nog gestrekt). De druk vindt plaats via de voeten op de voetenplank. De been- en rompkrachten worden via de gestrekte armen op de handgreep overgedragen. De knieën worden, bij gelijktijdig terugtrekken van de schouders, volledig gestrekt.
- Trek uw armen aan.

OPMERKING
De trekrichting leidt de handgreep naar de onderste ribbenboog, de ellebogen bevinden zich vlak bij het lichaam. Het volledige doortrekken gebeurt met een gelijkmatige krachtsinspanning. U bent nu klaar voor de ontspanningsfase.
- Buig het bovenlichaam naar achteren.

OPMERKING
Zodra de handen zich boven de knieën bevinden, begint het trekken van de armen (zie punt 3.). Het bovenlichaam wordt vanuit de heupen naar achteren gebogen.

OPMERKING
De trekfase is een doorgaande en vloeiende beweging. De ontspanningsfase moet ongeveer twee keer zo lang duren als de trekfase. Rol in de ontspanningsfase langzaam naar voren en zet in de trekfase snel en krachtig af. Let er de hele tijd op dat de polsen niet worden geknikt. Zij moeten altijd in het verlengde van de onderarmen blijven om gewrichtsproblemen te voorkomen en geen kracht te verspillen. Het is ook belangrijk dat u los in de schouders blijft om de nek niet aan te spannen. Wie verkeerd roeit, overbelast vooral de rug. Dit kan door de juiste techniek worden vermeden.
Bediening
VOORINSTELLINGEN
Nadat u het apparaat door de stekker in het stopcontact te steken in bedrijf hebt genomen, moet u voor een correcte weergave datum en tijd invoeren.
Installatie
- Kies steeds met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen de juiste waarde en bevestig met de MODUS-knop. Voer na elkaar de volgende waarden in: uur/minuut/jaar/maand/dag.
FUNCTIE VAN DE KNOPPEN
NEDERLANDS
START/STOP:
Met deze knop start en beëindigt u een training.
Met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen kunt u verschillende programma's selecteren en waarden instellen. Bovendien kunt u met deze knoppen tijdens de training de belastingtrappen verhogen of verlagen.
RESET (RESETTEN):
Met deze knop worden de juist ingevoerde waarde gereset. Als u de RESET-knop ca. 4 seconden ingedrukt houdt, dan worden alle ingestelde programmawaarden gereset. Ook zet u de knop terug in de programmaselectie.
MODUS:
Met deze knop kiest u de geselecteerde programma's en waarden (zoals bijv. trainingsparameters). Tijdens de training kunt u met deze knop verschillende weergavegegevens midden in de display oproepen.
TEST:
Met de TEST-knop kunt u een fitnesstest uitvoeren. Verdere informatie kunt u vinden in het hoofdstuk Fitnesstest.
TOTAL RESET:
Met deze knop zet u alle ingevoerde waarden en parameters terug in de fabrieksinstelling.
WEERGAVE-INFORMATIE
De LCD-weergave schakelt als er geen activiteit is automatisch na 4 minuten in de STANDBY-modus. In deze modus geeft de fitnesscomputer de temperatuur, de tijd en de datum gedurende een paar minuten aan. Voordat deze volledig worden uitgeschakeld. Door op een willekeurige knop te drukken wordt de STANDBY-modus weer onderbroken.
- TIME/TIME 500 M (TIJD 500 M)
De computer geeft de ingestelde trainingstijd weer. Bij invoer van een insteltijd loopt de tijd terug (countdown) en na afloop van deze tijd (0:00) hoort u een akoestisch signaal. (max. in te stellen tijd max. 1-99 minuten). Afwisselend wordt ook de tijd na 500 meter aangegeven.
- SPM
De computer geeft het aantal slagen per minuut aan.
- DISTANZ (AFSTAND)
De computer geeft de afgelegde afstand weer. Bij invoer van een ingestelde afstand loopt de weergave terug (countdown) en na afloop (0:00) hoort u een akoestisch signaal. (in te stellen afstand max. 0,1-99,9 km)
De computer geeft de uitgevoerde slagen aan. Bij invoer van een ingestelde afstand loopt de teller terug (countdown) en na afloop van een ingevoerde waarde hoort u een akoestisch signaal (ingestelde afstand: 10-9990). Afwisselend geeft de display de totaal uitgevoerde slagen weer vanaf de LASTO RESET.
- CALORIEEN/WATT
Hier geeft de computer de tijdens de training verbrande calorieën weer. Bij invoer van een ingesteld aantal calorieën kunt u in 10 stappen van 5 tot max. 9990 kcal selecteren. De weergave loopt in dit geval terug (countdown) tot nul. Na afloop van de ingestelde waarde klinkt er een akoestisch signaal. Afwisselend wordt ook het Watt-vermogen (10-350) weergegeven.
- PULS (POLSSLAG)
De POLSSLAG-weergave geeft uw huidige polsfrequentie in hartslagen per minuut weer. Het kan soms max. 2 minuten duren tot de polsfrequentie wordt weergegeven. De borstband moet altijd in contact staan met de huid en voor het aanbrengen eerst vochtig worden gemaakt.
- BELASTINGTRAPPEN
Ieder programma bestaat uit 16 belastingtrappen. Het LCD-scherm geeft u de niveaus weer via 8 horizontale balken en getallen (1-16). Een balk komt overeen met een belastingtrap. De knipperende kolom geeft volgens de actuele gegevens de voortgang van de tijd resp. afstand aan. Door middel van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen kunnen de belastingtrappen ook tijdens de lopende training worden verhoogd resp. verlaagd. Bij programma's die de belastingtrappen automatisch instellen (zoals bijv. H.R.C. programma) is dit niet mogelijk.
TRAININGPARAMETERS
Trainingsparameters zijn doelrichtlijnen die u bij elk trainingsprogramma kunt instellen. Volgende trainingsparameters kunnen worden geselecteerd:
| Parameter | Instelbereik | Standaardwaarde | Stap | Opmerking | |
| Tijd | 1:00~99:00 | 00:00 | +/- 1 | ||
| Afstand | 0,1~99,9 | 0,0 | +/- 0,1 | ||
| Strokes | 10~9990 | 0 | +/- 10 | ||
| Calorieën | 10~9990 | 0 | +/- 10 | ||
| Polslag | 30~240 | 0 | +/- 1 |
Meestal kunt u meerdere trainingsparameters selecteren of deze ook combineren. Sommige parameters zijn in bepaalde programma's niet instelbaar.
De trainingsparameters kunnen altijd pas na selectie van het trainingsprogramma worden opgegeven. Een exacte beschrijving vindt u in de instellingenbeschrijving van het betreffende programma.
TRAININGPROGRAMMA
Na het inschakelen van het apparaat kan door middel van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen het gewenste trainingsprogramma worden geselecteerd. Met de MODUS-knop en de OMHOOG/OMLAAG-knoppen kunt u (indien beschikbaar) verdere subprogramma's instellen.
U kunt kiezen uit volgende trainingsprogramma's:
Handmatig (MANUAL)
Profielprogramma (PROG) (P1-P12)
Wedstrijdprogramma (RACE)
Gebruikersprogramma (USER)
In dit trainingsprogramma kunt u de moeilijkheidsgraad zelf bepalen.
- Selecteer het programma Handmatig (MANUAL) met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestig dit met de MODUS-knop.
- Stel nu een voor u geschikt belastingniveau (L1-L16) in met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen.
- Als u een of meerdere trainingsparameters wilt instellen, selecteert u met de MODUS-knop de gewenste parameter(s). U stelt de waarde in met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestigt steeds met de MODUS-knop.
- Druk ten slotte op de START/STOP-knop om de training te beginnen. Dit is ook mogelijk, als u tevoren geen trainingsparameter hebt geselecteerd.

OPMERKING
Zodra een van de vooraf ingestelde parameters is teruggeteld tot nul, hoort u een akoestisch signaal en stopt het trainingsprogramma automatisch. Als u meer parameters vooraf hebt ingesteld, kunt u het programma voortzetten door de START/STOP-knop in te drukken.
Tijdens de training kunt u de belastingtrappen (L1-L16) met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen verhogen of verlagen. U kunt de training op elk moment onderbreken door op de START/STOP-knop te drukken. Om de training voort te zetten drukt u opnieuw op de START/STOP-knop. Als u de training helemaal wilt beëindigen, dan drukt u in plaats daarvan op de RESET-knop. U gaat dan terug naar de programmaselectie.
B Profielprogramma (PROGRAM)
In het profielprogramma kunt u kiezen uit 12 subprogramma's met totaal verschillende belastingverlopen.
- Selecteer het profielprogramma "PROGRAM" met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestig dit met de MODUS-knop.
- Stel nu een van de 12 subprogramma's (P1-P12) in door op de OMHOOG/OMLAAG-knoppen te drukken en te bevestigen met de MODUS-knop.
- Selecteer een voor u geschikt belastingniveau (L1-L16) met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen.
- Als u een of meerdere trainingsparameters wilt opgeven, dan selecteert u met de MODUS-knop de gewenste parameter(s) en stelt u de waarde in met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen.
- Druk ten slotte op de START/STOP-knop om de training te beginnen. Dit is ook mogelijk, als u tevoren geen trainingsparameter hebt geselecteerd.

OPMERKING
Zodra een van de vooraf ingestelde parameters is teruggeteld tot nul, hoort u een akoestisch signaal en stopt het trainingsprogramma automatisch. Als u meer parameters vooraf hebt ingesteld, kunt u het programma voortzetten door de START/STOP-knop in te drukken.
Tijdens de training kunt u de belastingtrappen (L1-L16) met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen verhogen of verlagen. U kunt de training op elk moment onderbreken door op de START/STOP-knop te drukken. Om de training voort te zetten drukt u opnieuw op de START/STOP-knop. Als u de training helemaal wilt beëindigen, dan drukt u in plaats daarvan op de RESET-knop. U gaat dan terug naar de programmaselectie.
C Polsslagprogramma (HRC - 55%/75%/90%/TAG)
Bij de polsslagprogramma's wordt de belastingtrap van de computer opgegeven en afhankelijk van de actuele polsslag en ingestelde hartfrequentie resp. programma automatisch aangepast. De belastingtrappen zullen dus tijdens de training afhankelijk van uw polsslag toe- of afnemen.
55% doelpolsslag = 55% van (220 - leeftijd)
75% doelpolsslag = 75% van (220 - leeftijd)
90% doelpolsslag = 90% van (220 - leeftijd)
TAG = doelpolsslagprogramma (door u opgegeven doelpolsslag)

Let erop dat u altijd met de voor u geschikte doelpolsslag traint. Lees de aanwijzingen en hoofdstuk Trainingsparameters.
- Selecteer het polsslagprogramma "HRC" met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestig dit met de MODUS-knop.
- U stelt uw leeftijd in met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestigt steeds met de MODUS-knop.
- Stel nu een van de subprogramma's (55%/75%/90%/TAG) in door op de OMHOOG/OMLAAG-knoppen te drukken en te bevestigen met de MODUS-knop.
- Als u een of meerdere trainingsparameters wilt opgeven, selecteert u met de MODUS-knop de gewenste parameter(s) en stelt u de waarde in met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen.
- Druk ten slotte op de START/STOP-knop om de training te beginnen. Dit is ook mogelijk, als u tevoren geen trainingsparameter hebt geselecteerd.
OPMERKING
Zodra een van de vooraf ingestelde parameters is teruggeteld tot nul, hoort u een akoestisch signaal en stopt het trainingsprogramma automatisch. Als u meer parameters vooraf hebt ingesteld, kunt u het programma voortzetten door de START/STOP-knop in te drukken.
U kunt de training op elk moment onderbreken door op de START/STOP-knop te drukken. Om de training voort te zetten drukt u opnieuw op de START/STOP-knop. Als u de training helemaal wilt beëindigen, drukt u in plaats daarvan op de RESET-knop. U gaat dan terug naar de programmaselectie.
Wedstrijdprogramma (RACE)
In het wedstrijdprogramma hebt u de mogelijkheid een wedstrijd tegen de computer te doen.
- Selecteer het wedstrijdprogramma (RACE) met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestig met de MODUS-knop.
- Selecteer het belastingsniveau (L1-L16) van de computer met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestig met de MODUS-knop.
- U stelt de afstand (500-10.000m) in met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestigt met de MODUS-knop.
- U stelt met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen uw gewenste belastingsniveau (L1-L16) in en bevestigt met de MODUS-knop.
- Druk ten slotte op de START/STOP-knop om de wedstrijd te beginnen.
In de display worden de beide boten en het betreffende wedstrijdverloop weergegeven (bovenste boot U = roeier/ onderste boot PC = computer). De winnaar wordt aan het einde aangewezen.
Tijdens de wedstrijd kunt u de belastingsniveaus (L1-L16) met behulp van de OMHOOG-/OMLAAG-knoppen verhogen resp. verlagen. U kunt de wedstrijd op elk moment onderbreken door op de START/STOP-knop te drukken. Om de wedstrijd voort te zetten drukt u opnieuw op de START/STOP-knop. Als u de wedstrijd helemaal wilt beëindigen, dan drukt u in plaats daarvan op de RESET-knop. U gaat dan terug naar de programmaselectie.
E Gebruikersprogramma (USER)
In het gebruikersprogramma (USER) kunt u een profielprogramma individueel afhankelijk van uw behoeften opstellen. De belastingtrappen en -reeksen kunnen hierbij vrij door u worden geselecteerd. Het programma wordt na invoer opgeslagen en staat bij de volgende training weer tot uw beschikking.
- Selecteer het gebruikersprogramma (USER) met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestig dit met de MODUS-knop.
- Selecteer de gebruiker (U1-U4) met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen en bevestig dit met de MODUS-knop.
- U kunt nu uw eigen profielprogramma opstellen met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen (zwaarte van de belastingtrap) en de MODUS-knop (kolom selecteren/bevestigen).
- Houd voor de opslag van het profiel de MODUS-knop ca. 3 seconden ingedrukt.
- Als u een of meerdere trainingsparameters wilt opgeven, dan selecteert u met de MODUS-knop de gewenste parameter(s) en stelt u de waarde in met de OMHOOG/OMLAAG-knoppen.
- Druk ten slotte op de START/STOP-knop om de training te beginnen. Dit is ook mogelijk, als u tevoren geen trainingsparameter hebt geselecteerd.

OPMERKING
Zodra een van de vooraf ingestelde parameters is teruggeteld tot nul, hoort u een akoestisch signaal en stopt het trainingsprogramma automatisch. Als u meer parameters vooraf hebt ingesteld, kunt u het programma voortzetten door de START/STOP-knop in te drukken.
Tijdens de training kunt u de belastingtrappen (L1-L16) met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-knoppen verhogen of verlagen. U kunt de training op elk moment onderbreken door op de START/STOP-knop te drukken. Om de training voort te zetten drukt u opnieuw op de START/STOP-knop. Als u de training helemaal wilt beëindigen, drukt u in plaats daarvan op de RESET-knop. U gaat dan terug naar de programmaselectie.
F Fitness-Test (TEST)
De meting van het hartrecuperatieniveau dient als indicator van uw lichamelijke en sportieve conditie. Hoe sneller uw hartfrequentie na de training weer naar de normale polsslag terugkeert (hartrecuperatieniveau), des te fitter bent u.
Druk direct na de voltooide training op de TEST-knop om de fitnesstest te starten.
Leg daarna de handen meteen weer op de handpolsslag sensoren. Na 60 seconden toont de computer het resultaat van het gemeten hartrecuperatieniveau in de vorm van cijfers: F 1.0 = zeer goed tot F 6.0 = onvoldoende
Het is raadzaam uw hartrecuperatieniveau door constante training tot de waarde F 1.0 te verbeteren. Om naar de programmaselectie terug te keren, drukt u opnieuw op de TEST-knop.
Verzorging/onderhoud
Wij adviseren ca. alle 2 tot 4 weken of afhankelijk van het gebruik, alle onderdelen, waar bij gevaar op losraken bestaat (schroeven, moeren en dergelijke) regelmatig te controleren. Gebruik voor schoonmaken of verzorgen een zachte, eventueel iets vochtige doek. Gebruik in geen geval agressieve reinigingsmiddelen. Vloeistoffen moeten uit de buurt
gehouden worden van de computer of de binnenkant van het apparaat, omdat deze onder bepaalde omstandigheden tot aanzienlijke functiestoringen kunnen leiden. In het onderste gedeelte van het trainingsapparaat kan zich door de riem rubber gaan afzetten. Dit is heel normaal.
Technische gegevens
Afmetingen: ca. 220 cm (L) × 50 cm (B) × 96 cm (H)
Gewicht: ca. 42 kg
Klasse-indeling: HC
Weerstand: 16-voudig computergestuurd
Bremssystem: Magnetbremssystem, computergestuurd
Afvalverwijdering
Fitnessapparaat verwijderen (zonder batterij)

Het fitnessapparaat mag aan het einde van de levensduur niet met het normale huishoudelijke afval worden verwijderd. Het moet naar een inzamelpunt voor het recyclen van elektrische en elektronische apparaten worden gebracht. De batterij moet uit het apparaat worden gehaald en apart worden verwijderd (zie hoofdstuk "Batterij verwijderen").
Recycling van verpakkingsmateriaal

Het verpakkingsmateriaal is gedeeltelijk opnieuw te gebruiken. Verwijder de verpakking milieuvriendelijk zodat deze kan worden hergebruikt. Verwijder via een openbaar inzamelpunt. Vraag bij de gemeente van welke inzamelpunten u gebruik kunt maken.
Batterij verwijderen

Batterijen horen niet bij het huishoudelijke afval. Als gebruiker bent u wettelijk verplicht gebruikte batterijen resp. accu's in te leveren. Verwijder ze via een openbaar inzamelpunt.
Garantie
- Garantieclaims kunt u alleen binnen een periode van max. 2 jaar, te rekenen vanaf de aankoopdatum, indienen. Onze garantie is beperkt tot het verhelpen van materiële en fabricagefouten resp. vervanging van het apparaat. Het nakomen gebeurt, als wij daarvoor kiezen, door reparatie van het apparaat. De garantie is voor u gratis.
Het onderzoek naar de storing en de oorzaken ervan gebeurt altijd door onze klantenservice en omvat:
levering van reserveonderdelen voor de reparatie in het kader van de garantie
- reparatie of vervanging van het defecte onderdeel
(Vervangen onderdelen gaan over in ons eigendom.)
- Bij gerechtvaardigde garantieclaims zijn de verzendkosten en de kosten van demontage en montage voor onze rekening. De garantieaanspraak moet worden aangetoond door overlegging van de kassabon.
- De koper is verplicht het gekochte apparaat voor geen enkel ander doel te gebruiken dan aangegeven in de bedieningshandleiding.
- Als het apparaat door derden of door montage van vreemde onderdelen is gewijzigd, resp. opgetreden gebreken in de oorspronkelijke samenhang door de wijziging ontstaan, komt de garantie te vervallen. Verder komt de garantie te vervallen, als de voorschriften voor de behandeling van het apparaat niet zijn opgevolgd.
- Niet inbegrepen in de garantie zijn:
- verbruiksmaterialen die, los van reparatiewerkzaamheden, de oorzaak zijn van bekende storingen.
- alle onderhoudswerkzaamheden of andere werkzaamheden, die ontstaan door slijtage of ongeval dan wel door bedrijfsomstandigheden, zoals gebruik waarbij de bepalingen van de fabrikant niet worden opgevolgd.
- alle voorvallen, zoals geluidsontwikkeling, trillingen, slijtage enz. die de eigenschappen van het apparaat niet beïnvloeden.
schade die terug te voeren is tot: - de montage van onderdelen door onbekenden of de bemoeienissen van de gebruiker om de schade te verhelpen. - het niet gebruiken van originele reserveonderdelen. schade die door gebrekkig onderhoud, ongeschikte schoonmaakmiddelen enz. ontstaat.
- onderdelen die onderhevig zijn aan slijtage of verbruik (met uitzondering van eenduidig materiaal resp. fabricagefouten) zoals bijv.: - lagers - verlichting - stickers - riem - batterijen enz. Kosten voor onderhouds-, controle- en reinigingswerkzaamheden.
- De aanspraak op garantie geeft de klant het recht alleen het verhelpen van defecten te vragen. Aanspraken op teruggave of vermindering van de koopprijs gelden pas na mislukken van de verbetering.
- De controle en beslissing van een garantieaanspraak berust bij de fabrikant.
- Vergoeding van een directe of indirecte schade valt niet onder de garantie.
- Garantieaanvragen worden alleen in behandeling genomen, als zij onmiddellijk na vaststelling van het defect bij de SI-Zweirad-Service GmbH worden verholpen.
- Door een uitgevoerde garantieservice worden de garantieperiode niet verkort of verlengd. Het indienen van garantieaanvragen na afloop van de garantieperiode is uitgesloten.
- Andere dan de hierboven vermelde overeenkomsten zijn alleen geldig als zij schriftelijk bevestigd zijn door de fabrikant.
- Als het apparaat bij de levering beschadigd is geraakt, dient u alle schade op de leveringsbon te vermelden. Laat de schademelding door de leverancier (markt, expediteur) ondertekenen en stel u onmiddellijk met ons in verbinding.
- Als er met het door u aangekochte apparaat een technisch probleem is, staan onze medewerkers van de klantenservice tot uw beschikking:
SI-Zweirad-Service GmbH Telefoon: 05242/41089824 Lindenstraße 50 Fax: 05242/410872 33378 Rheda-Wiedenbrück Email: si-service@prophete.net Duitsland www.rex-sport.de
SI-Zweirad-Service GmbH Telefoon: +49 5242/41089824 Lindenstraße 50 Fax: +49 5242/410872 33378 Rheda-Wiedenbrück Email: si-service@prophete.net Duitsland www.rex-sport.de


