GA201 - Garagepoort BERNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GA201 BERNER in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - GA201 BERNER
Gebruikersvragen over GA201 BERNER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GA201 - BERNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GA201 van het merk BERNER.
GEBRUIKSAANWIJZING GA201 BERNER
Handleiding voor montage, bediening en onderhoud
Garagedeuraandrijving
Deutsch....3
Français....9
English......6
Nederlands....12

text_image
A A B C D E F
text_image
B 13 mm 10 mm 2 3 4 mm Ø 10 mm Ø 5 mmDEUTSCH
INHALTSVERZEICHNIS
SEITE
1.1.2 Checking the door / door system 7
2.1 Garage door operator
1.1.2 Checking the door / door system
A Meegeleverde artikelen
B Benodigde werktuigen voor de montage 2
1 Belangrijke aanwijzingen
1.1 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
1.1.1 De garantiebepalingen en de product-aansprakelijkheid van de fabrikant vervallen i n d i e n ...
1.1.2 Controle van de deur/deurinstallatie 13
1.2 Belangrijke aanwijzingen voor een veilige m o n t a g e
1.2.2 Bij montagewerkzaamheden
1.3 Waarschuwingsaanwijzingen
1.4 Onderhoudsaanwijzingen
1.5 Aanwijzingen bij de illustraties

Illustraties
2 Montagehandleiding
2.1 Garagedeuraandrijving
2.2 Benodigde vrije ruimte voor het monteren van de aandrijving
2.3 Deurvergrendeling op sectionaldeur
2.4 Centrale deurvergrendeling op sectionaldeur 59
2.5 Excentrisch versterkingsprofiel op sectionaldeur 59
2.6 Deurvergrendelingen op kanteldeuren 59
2.7 Kanteldeuren met een handgreep in kunstsmeedijzer
2.8 G e l e i d i n g s r a
2.9 Voor de montage van de rail 59
2.10 Montage van de geleidingsrail
2.11 Bedrijfstypes bij de geleidingsrail 59
2.11.1 Handbediening
2.12 Vastleggen van de eindpositie „deur dicht“ door de montage van de eindaanslag 59
2.13 Spanning van het aandrijvingsmedium 60
3 Inbedrijfstelling van de garagedeuraandrijving
3.1 Richtlijnen voor de elektriciteitswerken 60
3.2 Ingebruikname van de aandrijving 60
3.2.1 Wissen van de deurgegevens
3.2.2 Aanleren van de aandrijving
3.2.3 Krachtinstelling en gedrag na een veiligheidsuitschakeling
3.2.4 Regeling van de loopsnelheid
4 Installatie van de garagedeuraandrijving en de toebehoren
4.1 Richtlijnen voor de elektriciteitswerken 61
4.2 Inbouw van de ontvanger
4.3 Aansluiting van een externe radio-ontvanger 61
4.4 Elektrische aansluiting / Aansluitklemmen 61
4.5 Aansluiting van extra componenten / Toebehoren
4.6 Aansluiting van externe impulsschakelaars voor het activeren of stoppen van deurbewegingen 62
4.7 Aansluiting van de drukknopschakelaar IT3b 62
4.7.1 Impulsschakelaar voor het activeren of stoppen van deurbewegingen
4.7.2 Lichtschakelaar voor het in- en uitschakelen van de aandrijvingsverlichting
4.7.3 Schakelaar voor het in- en uitschakelen van de afstandsbediening
B L Z4.8. Aansluiting van een buitenschakelaar of een
2 loopdeurcontact 62
4.9 Aansluiting van een contact-fotocel 62
4.10 Aansluiting van een 2-draads-fotocel 62
13 4.11 Aansluiting van een onderloopbeveiliging 8,2kΩ 62
4312 Aansluiting van een optische onderloopbeveiliging 62
4.13 Aansluiting van een waarschuwingslamp 62
4.14 Aansluiting van een externe verlichting 62
4.15 Aansluiting 3an een extern "deur dicht"-display 63
5 Speciale functies en andere regelings- mogelijkheden van de garagedeuraandrijving 63
13 5.1 Gedeeltelijke opening 63
13 5.1.1 Programmering van de gedeeltelijke opening 63
14 5.2 Gedefineerde richtingscommando's 63
14 5.3 Snelopeningsfunctie 63
5.414Softloopsnelheid in de richting „deur dicht" 63
5.5 Korte reset bij „deur dicht" 63
29 5.6 Automatische sluiting 63
5.6.1 Programmering van de openings-
en waarschuwingstijd 63
9 5.6.2 Automatische sluiting „uit“ 63
59 5.7 Programmering van de verlichtingstijd
bij „deur dicht" 63
59
59 Functie van de garagedeuraandrijving 64
6.1 Normaal gebruik 64
6.2 Gebruik na activering van de mechanische
ontgrendeling 64
6.3 Foutmeldingen aandrijvingsverlichting/diagnose-LED 64
6.4 I Maatregelen na foutmelding 59 65
6.5 Storing en remedie 65
505.1 Aandrijving werkt niet 65
6.5.2 Aandrijving werkt niet met handzender 65
6.5.3 Aandrijving werkt niet met externe aangesloten schakelaar 65
6.5.4 Deur sluit of opent niet volledig 65
6.5.5 De aandrijving reageert, maar de deur wordt niet geopend 66
6.5.6 Deur draait zijn looprichting om tijdens het sluiten 66
6.5.7 Verlichting defect 66
6.5.8 Bereik van de afstandsbediening is te klein 66
7 Garantievoorwaarden 66
60
9 Demontage en verwijderen 67
61 10 Printplaatoverzicht en beknopte programmeerhandleiding 68
[Non-Text]
61
Door de auteurswet beschermd.
Gehele of gedeeltelijke nadruk is zonder onze toestemming niet toegestaan.
Constructiewijzigingen voorbehouden.
Geachte klant,
Het verheugt ons dat u heeft gekozen voor een kwaliteitsproduct van ons huis. Bewaar deze handleiding zorgvuldig!
Lees en let op deze handleiding. Zij bevat belangrijke informatie voor de inbouw, de bediening en het correcte onderhoud van uw garagedeur-aandrijving, zodat u gedurende vele jaren plezier zult hebben aan dit product.
Let op alle veiligheids- en waarschuwingsrichtlijnen die met OPGELET bzw. Opmerking zijn gekentekend.

OPGELET
De montage, het onderhoud, de herstelling en de demontage van de garagedeuraandrijving dienen door een vakman te worden uitgevoerd.
Opmerking
De eindgebruiker dient in het bezit gesteld te worden van het controleboek en de handleiding voor een veilig gebruik en onderhoud van de deurinstallatie.
1 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN

OPGELET
Een foutieve montage of een foutief gebruik van de aandrijving kan tot ernstige letsels leiden. Om deze reden dienen alle aanwijzingen in deze handleiding te worden gevolgd!
1.1 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
De garagedeuraandrijving is uitsluitend bedoeld voor gebruik met kantel- en sectionaldeuren die verend zijn uitgebalanceerd.
1.1.1 De garantiebepalingen en de product-aansprakelijkheid van de fabrikant vervallen indien, zonder onze voorafgaande toe-stemming, wijzigingen of ondeskundige installaties in tegenstrijd met onze montagerichtlijnen worden aangebracht. Wij zijn ook niet verantwoordelijk voor verkeerd of achteloos gebruik van de aandrijving en van de toebehoren of het ondeskundig onderhoud van de deur en van de gewichts-uitbalancering. De garantiebepalingen zijn niet van toepassing op batterijen en gloeilampen.
Opmerking
Bij het falen van de garagedeuraandrijving dient onmiddellijk opdracht te worden gegeven aan een vakman om deze te controleren of te repareren.
1.1.2 Controle van de deur/deurinstallatie
De aandrijving werd niet ontworpen voor de bediening van zware deuren, d.w.z. deuren die niet meer of slechtszeer moeilijk met de hand kunnen worden geopend of gesloten.
Om die reden is het noodzakelijk de deur te controleren voor de montage van de aandrijvingen te verzekeren dat de deur ook handmatig gemakkelijk te bedienen is.
Hef de deur ca. 1 meter omhoog en laat ze los. De deurmoet in deze positie blijven staan en noch naar onder, noch naar boven bewegen. Beweegt de deur toch in éénvan beide richtingen, dan bestaat het gevaar dat de uit-balancering niet juist ingesteld of defect is. In dit geval moet met slijtage of slechte functie van de deur rekening worden gehouden.

Opgelet: levensgevaar!
Probeer niet zelf de veren voor de uitbalanceringvan de deur of de veerhouders te vervangen, bijte regelen, te herstellen of te verplaatsen. Zijstaan onder grote spanning en kunnen ernstigeletsels veroorzaken.
Controleer bovendien de volledige deur (hefarmen, lagers, kabels, veren en bevestigingspunten) opslijtage en eventuele beschadigingen. Ga na of roest, corrosie of scheuren aanwezig zijn. Dedeur niet gebruiken wanneer herstellingen of regelingen moeten gebeuren omdat fouten in de deurinstallatie of een slecht geregelde deureveneens letsels kunnen veroorzaken.
Tip
Alvorens de aandrijving te installeren laat U, voor uw eigenveiligheid, werkzaamheden aan de compensatieveren vande deur en, indien noodzakelijk, onderhouds- en herstellingswerken alleen door een gekwalificeerde garagedeur-servicedienst uitvoeren!
1.2 Belangrijke aanwijzingen voor een veilige montage
De vakman dient erop te letten dat bij het doorvoeren van de montagewerkzaamheden de geldende voorschriften voor de werkveiligheid en voor de bediening van elektische toestellen worden nageleefd. Hierbij dient gelet te worden op de nationale richtlijnen. Mogelijk gevaren zoals bedoeld in de norm DIN EN13241-1 worden door de constructie en de montage volgens onze voorschriften vermeden.
1.2.1 Voor de montage van de garagedeuraandrijving moet worden nagegaan of de deur mechanisch in goede toestand en in evenwicht is, zodat deze ook gemakkelijk met de hand kan worden bediend (EN12604). Ook moet gecontroleerd wordenof de deur goed geopend en gesloten kan worden (zie hoofdstuk 1.1.2). Bovendien moeten de mechanische vergrendelingendie niet noodzakelijk zijn voor de elektrische bediening van de deur, buiten werking worden gesteld. Dit geldt in het bijzonder voor het vergrendelingsmechanisme van het deurslot (zie hoofdstuk 2.3 en 2.6).
De aandrijving is ontworpen voor gebruik in droge ruimtenen mag dus niet in de openlucht worden gemonteerd. Het plafond van de garage moet stevig genoeg zijn om een veilige bevestiging van de aandrijving te verzekeren. Bij een te hoog of te licht plafond moet de aandrijving aan extra versterkingsprofielen worden bevestigd.
1.2.2 Bij het doorvoeren van montagewerkzaamheden
Opmerking
De meegeleverde montage-accessoires dienen door de monteur op hun geschiktheid voor de voorziene montageplaats de worden gecontroleerd.
De vrije ruimte tussen het hoogste punt van de deur en het plafond (ook bij het openen van de deur) moet min.
30 mm bedragen (zie afbeelding 1.1a/1.1b). Bij geringe vrije ruimte kan de aandrijving, voor zover voldoende plaats aanwezig is, ook achter de geopende deur gemonteerd worden.
In dit geval moet een verlengde deurmeenemer gebruikt worden, die afzonderlijk moet besteld worden. De deuraandrijving kan max. 50 cm buiten het midden geplaatst worden. Uitzondering hierop zijn sectionaldeurenmet verhoogd looprailbeslag (H-beslag). Hier is een speciaal beslag nodig.
Het noodzakelijke veiligheidsstopcontact voor de elektrische aansluiting moet ca. 50 cm naast de motor worden geplaatst.
Deze maat moet gecontroleerd worden!
1.3 Waarschuwingsaanwijzingen

Vaste bedieningselementen (zoalsdrukknoppen) moeten in het zicht vande deurworden gemonteerd, maarweg van de bewegende delen en opeen hoogte van minstens 1,5 meter. Zij moeten absoluut buiten het bereikvan kinderen worden aangebracht!
Aanwijzing
Het waarschuwingsbordje tegen het knellen moet permanentop een opvallende plaats of in de nabijheid van een vastbedieningselement van de aandrijving aangebracht worden!

- zich geen personen of voorwerpen in het bewegingsbereik van de deur bevinden.
- kinderen niet vlakbij de deur spelen!
- het trekkoord van de mechanische ontgrendeling aan de geleidingssledeniet kan blijven hangen aan een dakligger of aan uitspringende delenvande wagen of de deur.


LET OP:
Voor garages zonder tweede toegang is een nood-ontgrendeling vereist, die het mogelijkbuitensluiten verhindert. Deze moet afzonderlijkworden besteld en maandelijks op een goedewerking worden gecontroleerd.

OPGELET
Niet met uw volle lichaamsgewicht aan de ontgrendelingsklok trekken!
1.4 Onderhoudsaanwijzingen
De garagedeuraandrijving is onderhoudsvrij. Voor uw eigen veiligheid wordt aanbevolen de deurinstallatie volgens de richtlijnen van de fabrikant te laten controleren. De controle en het onderhoud mogen alleen door een vakman worden doorgvoerd. Wend u hiervoor tot uw leverancier. Een optische controle kan door de gebruiker gebeuren. Bij noodzakelijke herstellingen wendt u zich tot uw leverancier. Voor ondeskundig uitgevoerde herstellingen kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld.
1.5 Aanwijzingen bij de illustraties
In de illustraties wordt de montage van de aandrijving aan een sectionaaldeur voorgesteld. Bij montage-afwijkingen aan een kanteldeur wordt dit aanvullend getoond.Hierbij wordt bij de beeldnummering de letter


voor sectionaldeuren en


voor kanteldeuren toegevoegd.
Enkele illustraties bevatten aanvullend onderstaand symbool met een tekstverwijzing. Onder deze tekstverwijzingenstaat belangrijke informatie over de montage en de be- diening van de garagedeuraandrijving in het overeenkomstig tekstgedeelte.
Voorbeeld:

= zie tekstdeel, punt 2.2
Bovendien wordt in het illustratie- en tekstgedeelte op plaatsen, waar de menu's van de aandrijving worden verklaard, het volgende symbool weergegeven, waarmee de fabrieksinstellingen worden gekentekend.

= Fabrieksinstelling
Door de auteurswet beschermd.
Gehele of gedeeltelijke nadruk is zonder onze toestemming niet toegestaan.
Constructiewijzigingen voorbehouden.

1.1a

1.2.2/2.2

text_image
≥ 301.2a

2.3

2.1 Garage door operator
Bij boringen dient de aandrijving te worden afgedekt omdat boorstof en spaanders kunnen leiden tot functiestoringen.
2.1 Garagedeuraandrijving
2.2 Benodigde vrije ruimte voor het monteren van de aandrijving
Tijdens de montage van de aandrijving moet de vrijeruimte tussen het hoogste punt van de deurbeweging en het plafond min. 30 mm bedragen (zie afbeelding /1.1b). Controleer deze maten!
2.3 Bij de sectionaldeur moet de mechanische deurvergrendeling van de deur volledig gedemonteerd worden (zie afbeelding ).

OPGELET
Bij de montage van de aandrijving moet u het trekkoord verwijderen (zie afbeelding 1.2e).
2.4 Centrale deurvergrendeling op sectionaldeur
Bij sectionaldeuren met een centrale deurvergrendeling moeten de bevestiging van het lateischarnier en hethoekbeslag van de geleider excentrisch worden aangebracht (zie afbeelding 1.5a).
2.5 Excentrisch versterkingsprofiel op sectionaldeur
Bij een excentrisch versterkingsprofiel op een sectionaldeur moet de geleiderhoek rechts of links van het dichtstbijgelegen versterkingsprofiel gemonteerd worden (zie afbeelding ).
Opmerking
Afwijkend van de illustratie dienen bij houten deuren de houtschroeven 5x35 uit het toebehorenpak te worden gebruikn (boring ∅ 3 mm).
2.6 De mechanische deurvergrendelingen op de
kanteldeur moeten worden uitgeschakeld (zie afbeelding 1.2b/1.3b/1.4b). Bij de niet weergegeven deurmodellen moeten de snappers door de klant worden vastgezet
2.7 Opmerking
Kanteldeuren met een handgreep in kunstsmeedijzer
In tegenstelling tot de afbeelding (zie afbeelding 1.5b/1.6b) moeten de bevestiging van het lateischarnier en het hoekbeslag van de geleider excentrisch worden aangebracht.
2.8 Geleidingsrail

OPGELET
Voor garagedeuraandrijvingen zijn - afhankelijk van de toepassing -uitsluitend de door ons aanbevolen geleidingsrails te gebruiken (zie productinformatie).
2.9 Voor de montage van de rail
Opmerking
Voor de geleidingsrail aan de latei of onder het plafond wordt gemonteerd, dient de in aangekoppelde toestand zijnde geleidingsslede (zie hoofdstuk 2.11.2) ca. 20 cm vanaf de eindpositie "deur dicht" in de richting van de eindpositie "deur open" te worden geschoven. Dit is niet meer in aangekoppelde toestand mogelijk van zodra de eindaanslag en de aandrijving gemonteerd zijn (zie afbeelding 2.1).
2.10 Montage van de geleidingsrail
Opmerking
Bij aandrijvingen voor ondergrondse en seriegarages is het noodzakelijk de geleidingsrail met een tweede ophanging aan het plafond te bevestigen. Zij wordt volgens afbeelding 2.4 en 2.6 gemonteerd.
2.11 Bedrijfstypes bij de geleidingsrail
Bij de geleidingsrail zijn er twee verschillende bedrijfstypes:
2.11.1 Handbediening (zie afbeelding 4.1)
De geleidingsslede is van het tandriemslot afgekoppeld, d.i. tussen de deur en de aandrijving bestaat geen directe verbinding zodat de deur met de hand kan worden gewogen. Om de geleidingsslede los te koppelen moet aan het trekkoord van de mechanische ontgrendeling worden getrokken.
Opmerking
Bevindt de geleidingsslede zich bij het ontkoppelen in de eindpositie "deur dicht", dan moet aan het trekkoord van de mechanische ontgrendeling worden getrokken tot de geleidingsslede in de rail zover werd verplaatst dat deze niet meer in de eindaanslag kan inhaken (ongeveer 3 cm afstand). Om de deur permanent met de hand te kunnen bedienen, dient het trekkoord volgens afbeelding 4.2 aan de geleidings-slede te worden bevestigd.

OPGELET
Indien, in de landen waar de norm EN 13241-1 geldt, de garagedeuraandrijving door een vakman aan een sectionaaldeur zonder veerbreuk-beveiliging wordt geïnstalleerd, dient de verantwoordelijke
monteur eveneens een aanbouwset aan de geleidingsslede te monteren. Deze set bestaat uit een schroef die de geleidingsslede tegen het ongecontroleerd ontgrendelen beveiligt en een nieuw kenteken waarop de afbeeldingen tonen hoe de set en de geleidingsslede voor de twee bedrijfstypes dienen te worden gebruikt.
2.11.2 Automatische bediening (zie afbeelding 6)
Het tandriemslot is aan de geleidingsslede gekoppeld, d.i. de deur en de aandrijving zijn met elkaar verbonden zodat de deur met de aandrijving kan worden bewogen. Om de geleidingsslede op het aankoppelen voor te bereiden dient de groene knop te worden ingedrukt. Aansluitend moet de tandriem zover in de richting van de geleidingsslede worden geschoven tot het tandriemslot zich hieraan vastkoppelt.

OPGELET
Leg uw vingers tijdens de deurbewegingniet in de geleidingsrails > gevaar op letsels!
2.12 Vastleggen van de eindpositie "Deur dicht" door de montage van de eindaanslag
1) De eindaanslag voor de eindpositie "Deur dicht" moetlos in de geleidingsrail worden geplaatst, tussen de geleidingssleuven en de deur (zie afbeelding 4), en de deurmoet handmatig in de eindpositie "deur dicht" worden geschoven. De eindaanslag wordt hierdoor in de correcte positie geschoven. Na het bereiken van de eindpositie "deur dicht" moet de eindaanslag naar de slede verschoven en vervolgens gefixeerd worden.
Opmerking
Wanneer u de deur niet zonder moeite in de gewenste eindpositie "deur open" of "deur dicht" kunt schuiven, betekent dit dat het deurmechanisme te stroef is voorgebruik met de garagedeuraandrijving en moet u dit controleren (zie hoofdstuk 1.1.2)!
2.13 Spanning van de tandziem
De tandriem van de geleidingsslede is in de fabriek optimaal voorgespannen. In de aanloop- en remfase kan de tandriem bij grote deuren kortstondig uit de geleidingsslede hangen. Dit brengt echter geen enkel technische schade metzich mee en heeft ook geen nadelige invloed op de werking en de levensduur van de aandrijving.
3 INBEBRUIKNAME VAN DE AANDRIJVING
3.1 Richtlijnen voor elektriciteitswerken

OPGELET
Bij alle elektriciteitswerken moet u met de volgende punten rekening houden:
- Elektrische aansluitingen mogen alleen door eenprofessionele elektricien worden uit
- De elektrische installatie van de klant moet voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften (230/240 V AC, 50/60 Hz)!
- Trek de stekker uit het stopcontact, voordat u enige werken uitvoert aan de aandrijving!
- Spanning die niet overeenstemt met de aansluit-klemmen van de besturing kan leiden tot elektronische storingen!
- Om storingen te vermijden moet u ervoor zorgendat de kabels van de besturing van de aandrijving (24 V DC) niet in hetzelfde installatiesysteem van deandere stroomkabels (230 V AC) worden gelegd!
3.2 Ingebruikname van de aandrijving
De aandrijving beschikt over een geheugen dat beveiligdis tegen stroomuitval. In dit geheugen worden de specifieke gegevens van de deur (looprichting, nodige krachtentijdens deurbeweging, enz.) tijdens het aanleren opgeslagen en bijgewerkt tijdens de daaropvolgende deurbewegingen. Deze gegevens zijn alleen geldig voor deze deuren moeten daarom opnieuw aan de aandrijving worden aangeleerd, wanneer ze worden gebruikt voor een anderedeur of wanneer de beweging van de deur sterk gewijzigdis (bv. Wanneer de eindaanslag achteraf werd verplaatstof wanneer nieuwe veren werden geplaatst).

OPGELET
De eerste ingebruikname wordt uitgevoerddoor een vakman. De ingebruikname moetschriftelijk in een protocol worden vastgelegd. De aandrijving is slechts een onderdeel
van een deur. De firma die verantwoordelijkis voor de volledige installatie van de "deur"stelt de conformiteits-verklaring op en brengt de CE-markering aan. Door het aanbrengenvan de CE-markering op de deur en het opstellen van de EG-conformiteitsverklaringwordt aangeduid dat de Europese richtlijn voor machines wordt nageleefd.
3.2.1 Wissen van de deurgegevens (zie afbeelding 18)
Indien u de procedure voor het aanleren, ondanks meerdere pogingen, niet kunt voltooien, raden wij u aan een reset uit te voeren van de ingelezen gegevens.
Deze kunnen als volgt worden gewist:
1) Trek de stekker uit.
2) Stop de stekker terug in het stopcontact.
3) Binnen 15 sec. de zwarte toets en aansluitend de witte toets indrukken en deze zolang ingedrukt houden tot het lampje 3 x knippert.
4) De toetsen weer loslaten.
5) Alle gegevens zijn nu gewist.
Bij de levering zijn de deurgegevens gewist en kunt umeteen starten met het aanleren van de aandrijving → zie hoofdstuk 3.2.2 – Aanleren van de aandrijving.
Opmerking
Andere meldingen van de aandrijvingslamp (herhaald knipperen wanneer u de stekker in het stopcontact steekt) kunt u vinden onder hoofdstuk 6.3.
3.2.2 Aanleren van de aandrijving (zie afbeelding Bild 19)

OPGELET
Aangezien de krachtuitschakeling tijdens het leerproces niet functioneert is het absoluut noodzakelijk dat de monteur bij het apparaat blijft en verhindert dat personen in de buurt van de deur komen. Houd er daarnaast ook
rekening mee dat hetaanleren automatisch wordt beëindigd bij depositie "deur dicht".
1) Stop de stekker in het veiligheidsstopcontact.
Wanneer u de stekker van de aandrijving voor de eerste maal aansluit zal de aandrijvingslap 1 maal of 3 maal knipperen. Controleer nogmaals of de loopsleuven goed in de geleider zijn geplaatst (zie afbeelding 17). Alle DIP-schakelaars staan op fabrieksinstelling (zie afbeelding): DIP 1 en 2 (SCH1) en 4 en 5 (SCH2) staan op "ON". DIP-schakelaars 1 tot 3 en 6 tot 8 (SCH2) staan op "OFF".
2) De zwarte toets ingedrukt houden (ca. 6 sec.) tot de lamp 2x knippert, vervolgens de toets voor het aanleren loslaten.
3) Breng de deur met behulp van de witte toets naar zijnpositie "deur open". Zolang u de witte toets ingedrukthoudt, zal de deur blijven lopen (dodemansmodus).
Wanneer de toets wordt losgelaten, stopt de deur on middellijk en als u de toets opnieuw indrukt zal de deur in de tegengestelde richting lopen. Herhaal deze werkwijze tot u de gewenste positie voor "deur open" hebt bereikt. In de positie "OPEN" mag de deur niettegen zijn mechanische eindaanslag (rubber stootkussen) duwen. Dit kan leiden tot een foutmelding (4 knippersignalen en onderbreking van het aanleren). In de "Positie open" moet er tussen de deur en zijn eindaanslag nog een minimale afstand van ca. 5 cm blijven.
4) De zwarte leertoets kort indrukken. De resterende instellingen worden automatisch uitgevoerd door de aandrijving! De deur beweegt zich langzaam naar zijn positie "deur dicht". Tijdens deze beweging wordt de loopweg aangeleerd (lamp knippert tweemaal). Daarna verplaatst de deur zich nog tweemaal in de richting van de "deur open" en tweemaal in de richting van de "deur dicht", om de vereiste stroomwaarden aan te leren (lamp knippert driemaal).
5) Na deze 5 leerbewegingen staat de deur in de positie dicht en wordt de aandrijvingslamp uitgeschakeld.
De aandrijving is nu aangeleerd en klaar voorgebruik.
Aanwijzing
Mocht de kracht bij de aanleerbeweging niet toereikend zijn, dan kan deze als volgt verhoogd worden: wanneer de zwarte toets tijdens de aanleerbeweging minimaal 3 seconden ingedrukt wordt, wordt de maximaal toegelaten uitschakelsnelheid overgeschakeld van 50 % naar 40 %. De geslaagde omschakeling wordt aangegeven door het helder oplichten (ca. 1 sec.) van de halogeenverlichting. Bij een nieuw leerproces moet deze werkwijze herhaald worden. Indien de kracht of de snelheid voor de leerprocedure niet voldoet, kunt u via DIL 4 de kracht/snelheid verhogen van 30 % naar 50 %. Start het aanleren opnieuw. Voor sectionaldeuren raden wij u aan DIL 4 in te stellen op "UIT" voor de leerfase.
3.2.3 Instellen van de maximale kracht
De benodigde krachten voor het openen en sluiten, die worden opgeslagen tijdens het aanleren, worden ook bijde daaropvolgende deurbewegingen bijgewerkt. Daarom is het omwille van veiligheidsredenen noodzakelijk dat deze waarden niet voortdurend worden aangepast wanneer de deur geleidelijk minder goed loopt (bv. vermindering van deveerspanning), aangezien een eventueel onvermijdelijke handmatige bediening van de deur een risico betekent voor de veiligheid (bv. vallen van de deur).
Tijdens de aanleerbeweging worden de daadwerkelijk noodzakelijke krachten storingsbestendng en tegen netuitval beveiligt in de processor opgeslagen. De op de fabriek ingestelde krachttoleranties zijn geschikt voor gebruik bij standaardpoorten. Wordt de aangeleerde kracht tijdens de sluitbeweging overschreden, dan vindt een obstakelvrijgave van ca 300 mm in opwaartse richting plaats. Bij overschrijding van de krachtwaarden in de richting „Open“ vindt een korte tegengestelde beweging plaats, dat will zeggen dat de aandrijving een kort stukje in de richting „Dicht“ loopt.
Aanwijzing
De obstakeldetectie in de richting „Dicht“ kan overgecshakeld worden van 300 mm achteruit naar volledig opening. Wordt de zwarte toets tijdens de 1e krachtaanleerbeweging in de richting „Open“ (1e beweging na de trajectleerbeweging) minimal 3 sec. ingedrukt, dan wordt de instelling veranderd. De helder oplichtende (1 sec.) halogeenverlichting geeft aan dat de instelling succesvol veranderd is. Wanneer de automatische sluitbeweging geselecteerd is, dan vindt na het raken van een obstakel altijd een volledige opening plaats. Bij een nieuw leerproces moet deze werkwijze herhaald worden.
3.2.4 Regeling van de loopsnelheid
De loopsnelheid van de aandrijving kan indien nodig worden gewijzigd. Voor het regelen van de snelheid is een potentiometer met het opschrift P1 ter beschikking, die na het openen van het kijkvenster toegankelijk is (zie afbeelding 20.2). De snelheid wordt door het draaien van de wijzers van de klok mee verhoogd en tegen de wijzers van de klok in verminderd. In de fabriek wordt de snelheid op max. (P1 op rechter aanslag) ingesteld.
Opmerking
Na een wijziging van de loopsnelheid moet de aandrijving opnieuw worden ingeleerd!
4 INSTALLATIE VAN DE GARAGEDEURAANDRIJVING EN DE TOEBEHOREN
4.1 Richtlijnen voor elektriciteitswerken

OPGELET Bij alle elektriciteitswerken moet u met de volgende punten rekening houden:
- Elektrische aansluitingen mogen alleen door eenprofessionele elektricien worden uit
uitgevoerd!
- De elektrische installatie van de klant moet voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften (230/240 V AC, 50/60 Hz)!
- Trek de stekker uit het stopcontact, voordat u einige werken uitvoert aan de aandrijving!
- Spanning die niet overeenstemt met de aansluitklemmen van de besturing kan leiden tot elektronische storingen!
- Om storingen te vermijden moet u ervoor zorgendat de kabels van de besturing van de aandrijving (24 V DC) niet in hetzelfde installatiesysteem van deandere stroomkabels (230 V AC) worden gelegd!
4.2 Inbouw van de ontvanger
De ontvanger sluit u als volgt aan: Steekcontact (zie afbeelding 3). De ontvanger wordt in de daarvorr bedoelde aansluiting op de aandrijfkop geplugt. Zorg ervoor dat de stekker correct wordt geplaatst. Voor het programmeren van de handzendertoetsen op de ontvanger verwijzen wij naar de betreffende handleiding.
4.3 Aansluiting van een externe radio-ontvanger
De radio-ontvanger moet als volgt worden aangesloten: De stekker van de ontvanger wordt op het overeenkomstige 4-polige steekcontact ingebracht (zie afbeelding). - de groene ader (GN) aan klem 20 (0 V) - de witte ader (WH) aan klem 21 (kanaal 1) - de gele ader (YE) aan klem 23 (kanaal 2) - de bruine ader (BN) aan klem 5 (+24 V)
Opmerking
De antennekabel van de radio-ontvanger mag niet in contact komen met metalen voorwerpen (nagels, steunbalken, enz. Het beste bereik dient door een aantal pogingen bepaald te worden. GSM 900-toestellen kunnen de reikwijdte van de radiobesturing bij gelijktijdig gebruik beïnvloeden. Bij een 2-kanalen-ontvanger heeft het eerste kanaal altijd de functie van de impulsbesturing of van het openingscommando. Het tweede kanaal kan voor de bediening van de gedeeltelijke opening of als sluitingscommande worden gebruikt (zie hoofdstuk 5.1 en 5.2).
4.4 Elektrische aansluiting/Aansluitklemmen (zie afbeelding)
De aansluitklemmen zijn na het openen van het kijkvenster bereikbaar. De klemmen waaraan de extra componenten zoals potentiaalvrije binnen- en buitenschakelaars, uitschakelaar of loopdeurcontact, alsook veiligheidselementen zoals fotocellen of onderloopbeveiliging worden aangesloten, hebben slechts een ongevaarlijke laagspanning van max. 30 V DC.
Alle aansluitklemmen kunnen meerdere malen worden bezet, maar max. 1 x 1,5 mm² (zie afbeelding 7.2). Trek in ieder geval de stekker uit het stopcontact voordat u een aansluiting uitvoert!
4.5 Aansluiting van extra componenten / Toebehoren
Opmerking
De volledige toebehoren mogen de aandrijving met max. 100 mA belasten.
4.6 Aansluiting externe "impuls"-schakelaar om de deurbeweging te starten of te stoppen
Een of meerdere toetsen met sluitcontacten (potentiaalvrij) zoals binnen- of sleutelschakelaars worden (parallel) als volgt aangesloten (zie afbeelding):
1) Eerste contact op klem 21 (impulsingang).
2) Tweede contact op klem 20 (0 V).
4.7 Aansluiting van de drukknopschakelaar IT3b\* (zie afbeelding)
De drukknopschakelaar IT3b wordt als volgt aangesloten:
1) Contact + aan klem 21 (ingang).
2) Contact - aan klem 20 (0 V).
4.7.1 Impulsschakelaar voor het activeren of stoppen van de deurbewegingen (zie afbeelding 10.1)
4.7.2 Lichtschakelaar voor het in- en uitschakelen van de aandrijvingsverlichting (zie afbeelding 10.2)
4.7.3 Schakelaar voor het in- en uitschakelen van de afstandsbediening (zie afbeelding 10.3)
4.8 Aansluiting van een uitschakelaar of een kanteldeurcontact (deze moet geforceerd kunnen worden geopend) voor het blokkeren of/en afsluiten van de aandrijving (blokkeerschakeling of noodstop)
Een uitschakelaar met openingscontacten (potentiaalvrij) wordt als volgt aangesloten (zie afbeelding):
1) De potentiaalvrije openingscontacten op de klemmen 12 (blokkeerschakeling of noodstop) en 13 aansluiten.
2) DIP-schakelaar 1 (SCH1) instellen op OFF.
Opmerking
Door het openen van het contact worden eventuele deurbewegingen onmiddellijk gestopt en blijven ze geblokkeerd. De aandrijvingsverlichting signaleert de pulscoe 1 x knipperen en LED 4 brandt.
4.9 Aansluiting van een contact-fotocel voor het activeren van een veiligheidsterugloop tot in de eindpositie "open"
Een fotocel (veiligheidsvoorziening) met een potentiaal-vrij openingscontact wordt als volgt aangesloten (z afbeelding):
1) Het potentiaalvrije openingscontact aansluiten op klemmen 71 (ingang beveiliging) en 20 (0 V).
2) De stroomvoorziening aansluiten op klemmen 5 (ca. + 24 V) en 20 (0 V).
3) DIP-schakelaar 2 (SCH1) en DIP-schakelaar 1 (SCH2) op OFF zetten.
Opmerking
Wanneer de fotocel tijdens de "deur dicht"-beweging wordt onderbroken, wordt een omgekeerde beweging veroorzaakt die loopt tot de eindpositie "deur open". Bij het automatisch sluiten wordt de tijd opnieuw ingesteld, d.w.z. dat de ingestelde tijd begint te lopen nadat de fotocel werd verlaten. De aansluiting is alleen actief bij de "deur dicht"-beweging.
De aandrijvingsverlichting signaleert de pulscoe 1 x knipperen en LED 4 knippert.
4.10 Aansluiting van een 2-draads-fotocel voor het activeren van een veiligheidsterugloop tot in de eindpositie "open"
De 2-draads-fotocel wordt volgens afbeelding aangesloten:
1) Contact RX of TX aan klem 71 (ingang veiligheid) en contact 0V aan klem 20 (0 V) aansluiten.
2) DIP-schakelaar 2 (SCH1) op OFF en DIP-schakelaar 1 (SCH2) op ON zetten.
Opmerking
Wanneer de fotocel tijdens de "deur dicht"-beweging wordt onderbroken, wordt een omgekeerde beweging veroorzaakt die loopt tot de eindpositie "deur open". Bij het automatischsluiten wordt de tijd opnieuw ingesteld, d.w.z. dat de ingestelde tijd begint te lopen nadat de fotocel werd verlaten. De aansluiting is alleen actief bij de "deur dicht"-beweging. De aandrijvingsverlichting signaleert de pulscoe 1 x knipperen en LED 4 knippert.
4.11 Aansluiting van een onderloopbeveiliging 8,2kΩ
De onderloopbeveiliging (veiligheidselement) met 8,2kΩ- weerstand wordt volgens afbeelding 14 aangesloten:
1) De aangesloten 8,2kΩ-weerstand verwijderen.
2) De onderloopbeveiliging aan klemmen 74 (ingang veiligheid) en 20 (0 V) aansluiten.
3) DIP-schakelaar 2 (SCH2) op OFF zetten.
Opmerking
De ingang is actief bij deur "DICHT" en deur "OPEN". Bij het sluiten volgt een omkeer tot in de eindpositie deur "OPEN". Bij het sluiten wordt het signaal pas gegeven na ca. 50 HALL-impulsen (ca. 50 mm) waardoor een onmiddellijke stop wordt geactiveerd. De aandrijvings-verlichting signaleert de pulscode 1 x knipperen en de LED 3 brandt.
4.12 Aansluiting van een optische onderloopbeveiliging
De onderloopbeveiliging (veiligheidselement) met optosensoren (Fraba), wordt volgens afbeelding aangesloten:
1) De aangesloten 8,2kΩ-weerstand verwijderen
2) De onderloopbeveiliging aan klemmen 77 (+12 V), 74 (ingang veiligheid) en 20 (0 V) aansluiten.
3) DIP-schakelaar 2 (SCH2) op ON zetten.
Opmerking
De ingang is actief bij deur "DICHT". Bij het sluiten volgt een omkeer tot in de eindpositie deur "OPEN". De aandrijvingsverlichting signaleert de pulscode 1 x knipperen en de LED 3 knippert.
4.13 Aansluiting van een waarschuwingslamp aan het optierelais
Aan het potentiaalvrije sluitercontact klemmen 1 en 2 (KL 1) van het optierelais kan volgens afbeelding 21 een waarschuwingslamp van max. 230 V\~/300 W worden aangesloten. De waarschuwingslamp brandt bij elke deurbeweging en knippert tijdens de waarschuwingstijd bij ingestelde "automatische sluiting". DIP-schakelaar 6 (SCH2) op OFF zetten.
4.14 Aansluiting van een externe verlichting aan het optierelais
Aan het potentiaalvrije sluitercontact klemmen 1 en 2 (KL1) van het optierelais kan volgens afbeelding 22 een externe verlichting van max. 230 V\~/300 W worden aangesloten. De verlichting wordt parallel met de aandrijvingsverlichting aangestuurd. DIP-schakelaar 6 (SCH2) op ON zetten.
4.15 Aansluiting van een "deur dicht"-display aan het optierelais
Aan het potentiaalvrije sluitercontact klemmen 1 en 2 (KL1) van het optierelais kan volgens afbeelding 23 een extern display van max. 230 V\~/300 W worden aangesloten dat de toestand van de deur weergeeft. Het optierelais wordt in de eindpositie "deur aangestuurd. DIP-schakelaar 8 (SCH2) op ON zetten.
5 SPECIALE FUNCTIES EN ANDERE REGELINGS-MOGELIJKHEDEN VAN DE GARAGEDEUR-AANDRIJVING
5.1 Gedeeltelijke opening
Bij de gedeeltelijke openingsfunctie kan een tweede openingshoogte vrij geprogrammeerd worden. Deze wordt via kanaal 2 van de radio-ontvanger aangestuurd. Klemme 20 (0 V) en 23 (impulsingang gedeeltelijke opening). De DIP-schakelaar 7 (SCH2) moet op OFF staan.
5.1.1 Programmering van de gedeeltelijke opening
De aandrijving is bedrijfsklaar en niet in beweging. Extra controle of de geleidingsslede aan de meenemer is vastgekoppeld (zie afbeelding).
1) Zwarte toets zolang indrukken (ca. 6 sec.) tot de lamp begint te knipperen. 2 x knipperen, dan de witte toets indrukken en beide toetsen zolang ingedrukt houden (ca. 2 sec.) tot de lamp 2 x snel knippert. Nu beide toetsen loslaten.
2) Nu wordt de deur met de witte bedieningstoets in de positie "gedeeltelijke opening" geplaatst. Daarbij loopt de deur zolang tot de witte toets ingedrukt blijft (dodemansfunctie). Na het loslaten van de toets de deur onmiddellijk. Bij de volgende bediening van de toets loopt de deur in tegengestelde richting. Deze actie wordt zolang herhaald tot de gewenste positie "gedeeltelijke opening" bereikt is.
3) Zwarte leertoets kort indrukken. De aandrijvingsverlichting wordt ingeschakeld. De positie voor "gedeeltelijke opening" is nu geprogrammeerd.
5.2 Gedefineerde richtingscommando's
Met DIP-schakelaar 7 (SCH2) kan een gedefinieerde richtingskeuze worden ingesteld.
1) Radiokanaal 1 (klem 20/21) = Open - Stop - Open enz.
2) Radiokanaal 2 (klem 20/23) = Dicht - Stop - Dicht enz.
3) DIP-schakelaar 7 (SCH2) op ON zetten
5.3 Snelopeningsfunctie
Met DIP-schakelaar 3 (SCH2) kan de snelopeningsfunctie worden gekozen. Daarbij verhoogte de openings-snelheid met ca. 40%*.
1) DIP 3 (SCH2) op ON = snelopening
2) DIP 3 (SCH2) op OFF = normale snelheid
* afhankelijk van de gekozen deurbeweging.
Opmerking
De motor van de garagedeuraandrijving is uitgerust met een thermische overbelastingsveiligheid. Indien binnen de twee minuten 2-3 snelle deurbewegingen in de richting "deur open" (max. 40 sec.), dan reduceert deze veiligheid de loopsnelheid, d.i. de deurbewegingen in de richting "deur open" en "deur dicht" gebeuren met dezelfde snelheid. Na een rusttijd van twee minuten wordt de volgende beweging in de richting "deur open" weer snel uitgevoerd.

OPGELET: levensgevaar Deze functie mag niet bij kanteldeuren maar alleen bij volledig gesloten sectionaaldeuren worden gekozen!
Opgelet
Na wijziging van de deurloopsnelheid moet de aandrijving opnieuw worden aangeleerd!
5.4 Softloopsnelheid in de richting "deur dicht"
Met DIP-schakelaar 4 (SCH2) kan de softloopsnelheid van het bereiken van de eindpositie „deur dicht" worden ingesteld.
1) DIP 4 (SCH2) op ON = 30% softloopsnelheid
2) DIP 4 (SCH2) op OFF = 50% softloopsnelheid
5.5 Korte reset bij „deur dicht“
Met DIP-schakelaar 5 (SCH2) kan de korte reset bij het bereiken van de eindpositie „deur dicht“ worden ingesteld, d.i. de slede loopt bij het bereiken van „deur dicht“ even in de openingsrichting.
1) DIP 5 (SCH2) op ON = korte reset lang
2) DIP 5 (SCH2) op OFF = korte reset kort
Opmerking
Wordt tijdens het programmeerproces de DIP5 bediend, dan wordt de volgende functie geactiveerd:
1) DIP5 (SCH2) op ON = kort achteruit zetten kort
2) DIP5 (SCH2) op OFF = kort achteruit zetten gedeactiveerd.
Bij een nieuw programmeerproces dient deze procedure herhaald te worden.
5.6 Automatisch sluiten
Met deze functie wordt een deur automatisch geslotennadat hij een bepaalde duur geopend is. Deze functie is volgens EN 12453 tab.1 alleen toelaatbaar mits aanwezigheids - herkenning.
Opmerking
Wanneer u de functie "Automatisch sluiten" hebt ingeschakeld, stoor geen impulsgebruik mogelijk. Elke opdracht opent de deur of stelt de duur voor het openhouden terug in naar de standaardinstellingen.
Het sluiten vanuit de endpositie „Deel-open“ gebeurt alleen, wanneer het traject tot de eindpositie „Poor dicht“ > 500 mm is! Bij een kleiner openingstraject moet de poort door een nieuwe commando van de Deel-open-toets gesloten worden.
5.6.1 Programmering van de openings- en waarschuwingstijd
De deur moet stilstaan en klaar zijn voor gebruik. Druk de zwarte leertoets kort in (lamp knippert vijfmaal), en wacht tot de gewenste tijd voor het openhouden van de deur wordt weergegeven (min. 10 sec. tot max. 150 sec.). Druk daarna de zwarte leertoets in. De lamp zal opnieuw vijfmaal knipperen. Wacht nu even op de in te stellen waarschuwingstijd (min. 3 sec; tot max. 30 sec.) en druk daarna nogmaals kort op de zwarte leertoets. U hebt nu het automatisch sluiten geactiveerd. In deze stand kunt u de deur alleen openen met afstandsbediening en zender. Bij een opdracht tijdens het sluiten, draait de deur in tegenovergestelde richting en gaat hij naar zijn positie "deur open". Het automatisch sluiten gebeurt alleenvanaf de positie "deur open", wanneer er geen onderbreking is in het veiligheidscircuit en de duur voor het openhouden van de deur verlopen is.
Opmerking
Wanneer de deur tengevolge van een stroomuitval twee-maalnaar zijn positie "deur open" is teruggekeerd, wordthet automatisch sluiten geblokkeerd. De garageverlichtingsignaleert de pulscode voor "tweemaal veiligheidsinstallatie" en dit moet worden bevestigd via de knop. Pas na de bevestiging zal het automatisch sluiten opnieuw worden gestart.
5.6.2 Automatisch sluiten "UIT"
De zwarte leertoets 2x kort indrukken.
5.7 Programmering van de verlichtingstijd bij "deur dicht" Als de verlichting ook bij een gesloten deur actief moet zijn, (aandrijvingsverlichting blijft bij "deur dicht" gedurende ca. 150 sec. ingeschakeld), kunt u dit op de volgende manier instellen:
1) Trek eerst de stekker uit.
2) Druk op de zwarte leertoets en houd hem ingedrukt.
3) Stop de stekker terug in het stopcontact.
4) Nadat de lamp is ingeschakeld, laat u de leertoets terug los.
Bij herhaling van de actie wordt het licht bij "deur dicht" weer op 5 sec. verlichtingsduur geschakeld
6 WERKING VAN DE GARAGEDEURAANDRIJVING
Schakel de garagedeuraandrijving alleen in, als het bewegingsbereik van de deur duidelijk zichtbaar is! Wacht tot de deur volledig tot stilstand is gekomen, voordat u zich binnen het bewegingsbereik van de deur begeeft!
Controleer of de deur volledig werd geopend, voordat u de deur opnieuw sluit of opent!
Opmerking
De eerste testen voor de werking van de installatie, en het programmeren of het uitbreiden van de afstandsbediening moeten in principe binnen in de garage worden uitgevoerd.

OPGELET
Handzenders horen niet thuis in kinderhanden!
U moet de werking van de mechanische ontgrendeling maandelijks controleren. Gebruik het trekkoord alleen wanneer de deur gesloten is, anders bestaat het gevaar dat de deur door zwakke, gebroken of defecte veren of door een gebrekkige gewichtsuitbalancering snel naar beneden kan dichtvallen.

OPGELET
Nooit met uw lichaamsgewicht aan het trekkoord hangen!

Toon alle personen die de deurinstallatie gebruiken, hoe ze de garagedeuraandrijving op een correcte en veilige manier kunnen gebruiken. Demonstreer en test de mechanische ontgrendeling en de beveiligingsterugloop. Houd hiervoor de deur met beide handen tegen terwijl de deur wordt gesloten. De deurinstallatie zou zacht moeten
uitschakelen en de beveiligingsterugloop moet starten. Op dezelfde manier moet de deurinstallatie zacht uitschakelen tijdens het sluiten en moet de deur stoppen.
6.1 Normaal gebruik
De garagedeuraandrijving werkt bij normaal gebruik uitsluitend met de besturing van impulsreeksen. Het heeft dan ook geen enkel belang als een externe toets, een geprogrammeerde handzendertoets of de testtoets ophet besturingsplatine wordt gebruikt: 1ste impuls: de deur loopt in de richting van een eindpositie.
2de impuls: de deur stopt.
3de impuls: de deur loopt in de tegengestelde richting.
4de impuls: de deur stopt
5de impuls: de deur loopt in de richting van de bij de 1ste impuls gekozen eindpositie.
enz.
De aandrijvingsverlichting wordt ingeschakeld tijdens een deurbeweging en wordt 5 tot 150 seconden na de beëindiging van de deurbeweging, automatisch uitgeschakeld.
6.2 Gebruik na de activering van de mechanische ontgrendeling
Wanneer de mechanische ontgrendeling werd gebruikt, bijvoorbeeld bij een stroompanne, moeten de loopsleuven opnieuw in het slot van de geleidingsrail worden gekoppeld:
1) De groene toetsen op de loopsleuven indrukken (zie afbeelding ).
2) De deur handmatig verplaatsen tot de loopsleuven weer in het slot van de geleidingsrail gekoppeld zijn.
3) Controleer met meerdere ononderbroken deur-bewegingen of de deur zijn volledig gesloten positie bereikt en of de deur volledig opent.
De aandrijving is nu weer klaar voor normaalgebruik.
Opmerking
Indien het gedrag van de deur na meerdere ononderbroken deurbewegingen niet overeenstemt met de resultaten, zoals beschreven in stap 3, is een nieuwe leerprocedure nodig (zie hoofdstuk 3.2.2).
6.3 Foutmeldingen aandrijvingsverlichting / Diagnose-LED (lichtdioden, zie afbeelding 7.1)
Met behulp van de diagnose-LEDs 3 en 4, die door het openen van het kijkvenster zichtbaar zijn, kunnen oorzaken voor het niet gewenst functioneren van de aandrijving eenvoudig worden geïdentificeerd. Bij normale functie branden deze LEDs niet.
Oorzaak: Een blokkeerschakeling of noodstop die op de klemmen 12 en 13 is aangesloten, werd onderbroken of tijdens een deurbeweging geopend (zie hoofdstuk 4.8).
Oplossing: De blokkeerschakeling of noodstop moet worden afgesloten (zie hoofdstuk 4.8).
Opmerking: Indien geen stop of nood-uit-circuit aan klemmen 12 und 13 is aangesloten, controleren of DIP-schakelaar 1 (SCH1) op "ON" staat.
Oorzaak: Een van de fotocellen die op klemmen 20 en 71 is aangesloten werd onderbroken of gebruikt (zie hoofdstuk 4.9/4.10).
Oplossing: verwijder de hindernis die het probleem veroorzaakt en/of controleer de fotocel. Indien nodig de fotocel vervangen.
Opmerking: Indien geen fotocel aan kllemmen 20 en 71 is aangesloten, controlleren of DIP-schakelaar 2 (SCH1) op "ON" en DIP-schakelaar 1 (SCH2) op "OFF" staat.
Verlichting: knippert 1 x per seconde
LED: 3 brandt
Oorzaak: Een aan klemmen 20 en 74 aangesloten onderloopbeveiliging (8,2kΩ) werd onderbroken of geactiveerd (zie hoofdstuk 4.11).
Remedie: De hindernis die de oorzaak is verwijderen en/of de onderloopbeveiliging controleren, eventueel vervangen.
Opmerking: Indien geen onderloopbeveiliging aan klemmen 20 en 74 is aangesloten, controlleren of DIP- schakelaar 3 op "OFF" staat en aan klemmen 20 en 74 een 8k2 weerstand is aangesloten.
Verlichting: knippert 1 per seconde
LED: 3 knippert
Oorzaak: Een aan klemmen 20, 74 en 77 aangesloten onderloopbeveiliging (optisch) werd onderbroken of geactiveerd (zie hoofdstuk 4.12).
Remedie: De hindernis die de oorzaak is verwijderen en/of de onderloopbeveiliging controleren, e vervangen.
Opmerking: Indien geen onderloopbeveiliging aan klemmen 20, 74 en 77 is aangesloten, controlleren of DIP-schakelaar 3 op "OFF" staat en aan klemmen 20 en 74 een 8,2kΩ weerstand is aangesloten.
Oorzaak: Tengevolge van het uitschakelen door stroom-pieken werd de aandrijving tweemaal omgekeerd naar de eindpositie "deur open".
Remedie: De hindernis die de oorzaak is verwijderen en de onderloopbeveiliging controleren, vervangen. Deurbeweging controleren en indien nodig de leerprocedure uitvoeren (zie hoofdstuk 3.2.2).
Bevestiging: nieuwe impuls door een externe toets, de ontvanger of de platineschakelaar.
Opmerking: Deze fout wordt alleen weergegeven wanneer het automatisch sluiten is ingesteld.
Oorzaak: De aandrijving is nog niet aangeleerd (dit is alleen een aanwijzing en geen fout).
Oplossing: De aanleerprocedure uitvoeren (zie hoofdstuk 3.2.2).
Oorzaak: zie hoofdstuk 6.4
Oplossing: zie hoofdstuk 6.4
Oorzaak: De programmering voor het automatisch sluiten werd gestart (dit is alleen een aanwijzing en geen fout).
Oplossing: Het programmeren uitvoeren (zie hoofdstuk 5.6.1).
6.4 Maatregelen na foutmelding
Oorzaken voor eventuele foutmeldingen:
- De aangeleerde weg is te kort, < 60 cm.
- Een opdracht- of leertoets werd ingedrukt tijdens een automatische beweging in de leerprocedure.
- Tijdens een automatische deurbeweging in leermodus werd het loopdeurcontact / de fotocelingang of de veiligheidslijst geactiveerd
- Na de start van de leerprocedure werd er geen enkele toets ingedrukt gedurende 60 seconden.
- De Hallsensor is defect.

flowchart
graph TD
A["4 pulsen = fout"] --> B["Witte toets of hand-zendertoets kort indrukken"]
B --> C["Doorlopende verlichting"]
B --> D["3 pulsen = geen geldige waarden in geheugen"]
C --> E["Sleuven moeten gekoppeld zijn"]
E --> F["De witte toets kort indrukken"]
D --> G["Sleuven moeten gekoppeld zijn"]
G --> H["INI-toets (zwart) gedurende 6 seconden indrukken"]
H --> I["2 pulsen = leerpuls zie 3.2.2"]
I --> J["Aandrijving klaar voor gebruik"]
F --> K["Deur loopt langzaam in "deur dicht"-positie. Referentieloop zonder terugkeer bij hindernis"]
K --> L["Aandrijving klaar voor gebruik"]
6.5 Storingen en oplossingen
Indien uw garagedeuropener niet werkt, controleer dan de volgende punten van de installatie:

OPGELET
Voordat u enige werken uitvoert aan het apparaat waarvan de behuizing is verwijderd, moet u absoluut de stekker uit het stopcontact trekken!
6.5.1 De aandrijving loopt niet:
Controleer of er netspanning aanwezig is.
6.5.2 De aandrijving werkt niet met de handzender:
Indien het LED-controlelampje niet oplicht wanneer de zendertoets wordt ingedrukt, betekent dit dat de batterij-spanning te laag is. De batterij in de handzender vervangen. Wanneer de installatie ondanks het vervangen van de batterij nog steeds niet werkt, controleer dan de handzender en de ontvanger.
6.5.3 De aandrijving werkt niet met de extern aangesloten schakelaars:
De schakelaars, toevoerkabels en aansluitklemmen controleren.

OPGELET
Geen vreemde spanning toelaatbaar!
6.5.4 De deur sluit of opent niet volledig:
Het deurmechanisme klemt. Een hindernis verspert de weg van de deurbeweging. De deurbeweging corrigeren of de hindernis verwijderen. Aandrijving opnieuw aanleren! Zie punt 3.3.2
6.5.5 De aandrijving reageert, maar de deur wordt niet geopend:
Deurvergrendelingen controleren, en zo nodig verwijderen.
Geleidingssleuven zijn niet correct gekoppeld in de geleidingsrail.
Noodvergrendeling controleren.
6.5.6 De deur keert zijn looprichting om bij een sluitende beweging:
Het deurmechanisme klemt.
Een hindernis verspert de weg van de deurbeweging.
Deurbeweging corrigeren of hindernis verwijderen.
Opnieuw aanleren zoals beschreven in punt 3.2.2.
6.5.7 Verlichting defect:
Stekker uittrekken.
Kijkvenster verwijderen.
Controleren of de halogeenlamp stevig werd bevestigd.
Halogeenlamp vervangen (G 4 / 10 W, helder).
7 Garantievoorwaarden
Duur van de garantie
Bovenop de wettelijke garantie die voorvloeit uit het koopcontract met de handelaar, geven wij volgende garantie op onderdelen vanaf de aankoopdatum:
a) 5 jaar op de aandrijvingsmechaniek, motor en motorbesturing
b) 2 jaar op de afstandsbediening, de toebehoren en de speciale installaties.
Garantieclaims gelden niet gebruiksmiddelen (bv. zekeringen, batterijen, lampen). Een garantieclaim verlengt de garantietermijn niet. Voor vervanging van onderdelen en herstellingswerkzaamheden bedraagt de garantietermijn zes maanden met een minimum van de aanvankelijke garantietermijn.
Voorwaarden
De aanspraak op de garantie is alleen geldig voor hetland waar het apparaat werd aangekocht. De goederen moeten aangekocht zijn via het distributiekanaal dat door ons werd voorgeschreven. De aanspraak op garantie geldt alleen voor schade aan de goederen, die onderwerp uitmaken van het contract. De terugbetaling van de kosten voor demontage en montage, de controle van de betreffende delen evenals de vorderingen voor verlies van inkomsten en schadevergoeding zijn uitgesloten vande garantie. De aankoopfactuur geldt als bewijs voor uw aanspraak op garantie.
Diensten
Voor de duur van de garantie repareren wij alle gebreken aan het product, die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten. Wij verbinden ons, volgens onze voorkeur, de defecte goederen te vervangen door goederen zonder defecten, de goederen aan te passen of een waardevermindering te vergoeden.
- verkeerde montage en aansluiting
- onjuist gebruik en bediening
- externe invloeden zoals vuur, water, abnormale milieuomstandigheden
- mechanische beschadigingen door ongeval, val, stoten
- schade veroorzaakt door onachtzaam gebruik of door kwaad opzet
- normale slijtage of gebrek aan onderhoud
- reparatie door onbevoegde personen
- gebruik van onderdelen met een vreemde herkomst
- verwijderen of onherkenbaar maken van productnummer
Vervangen onderdelen worden ons eigendom.
Alleen voor droge ruimtes
Uitschakelings- automatisme:
Wordt voor beide richtingen automatisch afzonderlijk aan- geleerd.
Einduitschakeling/krachtbegrenzing:
Zelflerend, slijtvast, zonder mechanische schakelaars, extra geïntegreerde looptijd-begrenzing van ca. 140 elke deurbeweging wordt uitschakelingsautomatisme bijgeregeld.
Trek- en drukkracht: zie typelabel
Motor:
Gelijkstroommotor met Hallsensor
Transformer: Aansluiting:
Met thermische beveiliging Aansluitingstechniek zonder schroeven voor externe appa- raten met veiligheidslaag- spanning 24 V DC, zoals binnen- en buitenschakelaars met of zonder richtingskeuze.
Speciale functies:
- Aandrijvingsverlichting
- Stop-/uitschakelaar aansluitbaar
- Fotocellen aansluitbaar
- Onderloopbeveiliging 8k2 aansluitbaar
- Onderloopbeveiliging (Fraba) aansluitbaar
- Waarschuwingslamp 230 V AC aansluitbaar
- Extra relais voor externe verlichting aansluitbaar
- Gedeeltelijke opening
- Snelopening naar keuze
Snelontgrendeling:
bij stroomuitval van binnenuit
Afstandsbediening:
met trekkoord te bedienen 4-toetsen-handzender RC BE 868/4 (868,360 MHz) er afzonderlijke ontvanger.
Universeel beslag:
voor kantel- en sectionaldeuren ca.135 mm/s (normale loopsnelheid) ca. 220 mm/s (openingssnelheid bij gekozen snelopeningsfunctie) (afhankelijkvan deurformaat en gewicht)
Loopsnelheid:
Geluidsemissie garagedeur
-aandrijving:
Geleidingsrails:
≤ 70 dB (A)
Met 30 mm uitzonderlijk vlak, met geïntegreerde deurvergrendeling. Rail met tandriemuitvoering
9 Demontage en verwijderen
U moet ermee rekening houden dat u ook bij een onvermijdelijke demontage de veiligheidsvoorschriften moet naleven. Het verwijderen van het materiaal moet gebeuren volgens de overeenstemmende geldende voorschriften.
Technische wijzigingen voorbehouden!
Stand: Mei 2008
10 Printplaatoverzicht en beknopte programmeerhandleiding

text_image
1/N~230/240 V 50Hz S X1 X2 2 20 21 5 23 ST4 12V/10W Sokkel G 4 ST2 ST3SD2LD1 KL1 INI TEST P1 SCH1 KL2 LD4 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 M

Fabrieksinstelling

SCH2SCH1

Fabrieksinstelling
| Functie DIP-schakelaar (SCH1) | ON | OFF |
| 1: Stop toets | Nee | Ja |
| 2: Lichtbarrière | Nee | Ja |
| LED-indicatie | Brandt | Knippert |
| LED1 (rood) | Motor draait in richting dicht | -- |
| LED 2 (groen) | Motor draait in richting open | -- |
| LED 3 | 8,2k strip geactiveerd | OSE-lijst geactiveerd |
| LED 4 | Stopcircuit onderbroken | Lichtbarrière geactiveerd |
Beknopte programmeerhandleiding leermodus
- Zwarte toets indrukken en ingedrukt houden tot de lamp 2x knippert. Daarna toets loslaten.
- Met witte toets de poort openen (continue opdracht) tot aan de "poort open" positie.
- Kort de zwarte toets indrukken.
- Poort sluit, opent en sluit nog 2x automatisch. Daarna is de programmering afgesloten.
Programmering van de aandrijvingverlichting bij gesloten poort, duur 150 sec.
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Druk de zwarte toets in (continu contact)
- Steek bij ingedrukte leertoets de stekker weer in het stopcontact.
- Na inschakeling van de aandrijvingsverlichting de leertoets loslaten. Bij herhaling van deze procedure wordt de fabrieksinstelling ("poort dicht" = 5 sec.) weer actief.
Beknopte programmeerhandleiding gedeeltelijke opening:
- Zwarte toets indrukken en ingedrukt houden tot de lamp 2x knippert.
- Additioneel de witte toets indrukken tot de lamp sneller knippert, dan beide toetsen loslaten.
- Met de witte toets de poort openen (continue opdracht) tot de gewenste "Deel open" positie.
- Kort de zwarte toets indrukken. De programmering van de gedeeltelijke openingspositie is afgerond.
Programmering openhoud- en voorwaarschuwingstijd
- Druk de zwarte toets kort in. De lamp knippert 5x.
- Wacht de gewenste openhoudtijd (min. 10-150 sec.) af en druk daarna de zwarte toets kort in.
- Wacht de in te stellen voorwaarschuwingstijd af (min. 3-30 sec.). De lamp knippert opnieuw 5x. Druk daarna nogmaals op de zwarte toets.
- De programmering van de openhoud- en voorwaarschuwingstijd is afgerond. Druk voor uitschakeling van de automatische sluiting 2x kort achter elkaar de zwarte toets in.
SimpelGids