KENWOOD PKT23 - Walkietalkies

PKT23 - Walkietalkies KENWOOD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PKT23 KENWOOD in PDF-formaat.

📄 116 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice KENWOOD PKT23 - page 92
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KENWOOD

Model : PKT23

Categorie : Walkietalkies

Download de handleiding voor uw Walkietalkies in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PKT23 - KENWOOD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PKT23 van het merk KENWOOD.

GEBRUIKSAANWIJZING PKT23 KENWOOD

  • Während Super Lock-P aktiviert ist, können Sie folgende Bedienungen ausführen: PTT, Squelch Aus, Monitor, Ein/Aus, Lautstärke.UHF FM ZENDONTVANGER PKT-23 GEBRUIKSAANWIJZINGDANK U Dank u voor de aanschaf van de KENWOOD voor uw PMR446-toepassingen. Deze gebruiksaanwijzing beschrijft alleen de basisbediening van uw PMR446 (Private Mobile Radio). Raadpleeg de plaats van aankoop voor informatie over aanpassingen die mogelijk aan uw radio werden toegevoegd. BEDIENINGSOMSTANDIGHEDEN Open plaatsen (geen obstakels): Tot max. 9,0 km Opmerking: Het hierboven aangegeven bereik is op het testen in een open gebied gebaseerd en kan afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden en individuele transceiver verschillen.N-i

BERICHTEN AAN DE GEBRUIKER

Laat onderhoud en reparatie uitsluitend uitvoeren door een vakbekwame technicus. Veiligheid: Het is belangrijk dat de operator zich bewust is van de gevaren die verbonden zijn aan het gebruik van een zendontvanger en deze begrijpt. Informatie over het weggooien van oude elektrische en elektronische apparaten en batterijen (voor landen die gescheiden afvalverzamelsystemen gebruiken) Producten en batterijen met het (afvalcontainer met x-teken) symbool mogen niet als normaal huisvuil worden weggegooid. Oude elektrische en elektronische apparaten en batterijen moeten worden gerecycled door een faciliteit die geschikt is voor het verwerken van dergelijke voorwerpen. Raadpleeg de betreffende lokale instantie voor details aangaande in de buurt zijnde recylingfaciliteiten. Het juist recyclen en weggooien van afval spaart natuurlijke bronnen en reduceert schadelijke invloed op uw gezondheid en het milieu. Opmerking: De “Pb” aanduiding onder het batterijsymbool betekent dat deze batterij lood bevat. Copyrights Firmware JVC KENWOOD Corporation behoudt het recht op en het eigenaarsschap van auteursrechten voor fi rmware die zijn ingebed in KENWOOD- productgeheugens. Deze apparatuur voldoet aan de vereisten van Richtlijn 2014/53/EU.N-ii VOORZORGSMAATREGELEN

  • Laad de zendontvanger en de batterij niet op als ze nat zijn.
  • Zorg ervoor dat er geen metaalachtige voorwerpen liggen tussen de zendontvanger en de batterij.
  • Gebruik geen opties die niet gespecifi ceerd zijn door KENWOOD.
  • Raak eventuele beschadigde onderdelen van de transceiver niet aan.
  • Reduceer het volume als een hoofdtelefoon is aangesloten is op de zendontvanger. Let op het volumeniveau bij het dichtdraaien van de squelch.
  • Hang de kabel van de clipmicrofoon niet met de oortelefoon/hanger om uw nek wanneer u in de buurt bent van machines waar de kabel mogelijk in de machine wordt getrokken.
  • Plaats de zendontvanger niet op een instabiele ondergrond. Indien de transceiver wordt uit- of ingeschakeld omdat deze is gevallen of aan een schok werd blootgesteld, worden het volume en de kanaalconfi guraties mogelijk teruggesteld.
  • Zorg ervoor dat de antenne niet uw ogen raakt.
  • Dompel de zendontvanger niet in water.
  • Schakel de zendontvanger eerst altijd uit voordat u optionele accessoires installeert.
  • De lader is een apparaat dat de unit ontkoppelt van de voedingskabel. U moet eenvoudig bij de voedingsstekker kunnen komen.
  • Gooi batterijen beslist op milieuvriendelijke wijze in overeenstemming met de regels in uw land of gebied weg.
  • Let bij gebruik van een los verkrijgbare nekriem goed op dat de riem niet in machines kan worden getrokken.N-iii
  • Maak beslist geen veranderingen in de transceiver.
  • Plaats in een rijdend voertuig de zendontvanger niet op of dichtbij airbags. Bij het opblazen van de airbag kan de ontvanger gelanceerd worden en de bestuurder of passagiers raken.
  • Ga niet zenden terwijl u het antenne-uiteinde aanraakt of als enige metalen delen door de antennebedekking zichtbaar zijn. Zenden op deze manier kan ernstige brandwonden veroorzaken.

Als er een abnormale lucht of rook komt van de zendontvanger, schakel dan onmiddellijk de zendontvanger uit, verwijder de batterij, en neem contact op met uw KENWOOD-dealer.

  • Gebruik van de zendontvanger tijdens het rijden kan in strijd met de verkeersregels zijn. Controleer en volg de bestaande verkeersregels.
  • Stel de zendontvanger niet bloot aan extreem hete of koude omstandigheden.
  • Voorkom kortsluiting en bewaar de batterij (of batterijhouder) niet samen met metalen voorwerpen.
  • Er bestaat gevaar voor ontploffi ng als de batterij verkeerd wordt geplaatst. Vervang de batterij alleen met hetzelfde type.
  • Wanneer u de zendontvanger in ruimtes gebruikt met droge lucht, wordt er gemakkelijk statische elektriciteit opgebouwd. Wanneer u de hoofdtelefoon in dergelijke omstandigheden gebruikt, kan de zendontvanger mogelijk een elektrische schok veroorzaken en deze door uw hoofdtelefoon en naar uw oor zenden. Gebruik geen oortelefoon/microfoon op plaatsen waar snel statische elektriciteit wordt opgewekt.

Bij het vastmaken van een in de handel verkrijgbare draagriem, moet u ervoor zorgen dat de draagriem duurzaam is. Bovendien mag u de zendontvanger niet rondslingeren aan de draagriem; u kunt per ongeluk iemand raken en verwonden met de zendontvanger. Schakel de zendontvanger uit op de volgende locaties:

  • In explosieve omgevingen (ontbrandbaar gas, stofdeeltjes, metaal- of graanstof, enz.).
  • Bij het tanken of wanneer geparkeerd bij een benzinepomp.
  • Dicht bij explosieven of detonatieplaatsen.
  • In vliegtuigen. (Ieder gebruik van de zendontvanger moet volgens de instructies en de regels van de vliegtuigbemanning worden uitgevoerd.)
  • Waar beperkingen of waarschuwingen zijn aangegeven met betrekking tot het gebruik van radioapparaten, met inbegrip van, hoewel niet beperkt tot, medische apparatuur.
  • In de buurt van personen die een pacemaker gebruiken. WAARSCHUWING LET OPN-iv Informatie over de batterij: De Li-ion-batterij bevat ontvlambare substanties zoals organische oplosmiddelen. Verkeerd gebruik van de batterij kan leiden tot breuk van de batterij, waardoor brandgevaar of hoge temperaturen, verslechtering van de prestatie of andere beschadigingen kunnen optreden. Houd u zich aan de volgende waarschuwingen.

De batterij niet uit elkaar halen of anders samenstellen! De batterij bevat een veiligheidsfunctie en -circuit ter voorkoming van gevaar. Als deze ernstig worden beschadigd, kan dit leiden tot hitte- of rookvorming, breuk of brand.

De batterij niet kortsluiten! De + en – polen niet verbinden met behulp van metaal (zoals een paperclip of ijzerdraad). Houd of bewaar de batterij niet in houders die metalen voorwerpen bevatten (zoals ijzerdraad, kettingen of haarspelden). Als de batterij kortsluit, veroorzaakt dit een te hoge stroom wat kan leiden tot hitte- of rookvorming, breuk of brand. Hierdoor worden tevens metalen voorwerpen verhit.

De batterij niet verbranden of blootstellen aan hitte! Als het isolatiemateriaal smelt, wordt de gasventilator of de veiligheidsfunctie beschadigd. Hierdoor kan ook de elektrolyt gaan branden en kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

De batterij niet gebruiken of plaatsen in de buurt van vuur, kachels of andere warmtebronnen (ruimtes met temperaturen van meer dan 60°C)! Als de polymeerafscheiding smelt als gevolg van hoge temperaturen, kan er een interne kortsluiting ontstaan in de afzonderlijke cellen en kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

Dompel de batterij niet in water onder en voorkom dat deze op andere wijze nat wordt! Als het veiligheidscircuit van de batterij is beschadigd, laadt de batterij op met een extreem hoge stroom (of spanning) en kunnen er abnormale chemische reacties ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

De batterij niet opladen in de buurt van vuur of in direct zonlicht! Als het veiligheidscircuit van de batterij is beschadigd, laadt de batterij op met een extreem hoge stroom (of spanning) en kunnen er abnormale chemische reacties ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan. GEVAARN-v

Alleen de gespecifi ceerde lader gebruiken en neem de oplaadvereisten in acht! Als de batterij in niet gespecifi ceerde omstandigheden wordt opgeladen (bij een temperatuur die hoger is dan de gereguleerde waarde, stroom of spanning die hoger is dan de gereguleerde waarde of met behulp van een aangepaste lader) kan de batterij overbelast worden of kunnen er abnormale chemische reacties ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

De batterij met geen enkel voorwerp doorsteken, slaan of erop staan! Hierdoor kan de batterij breken of vervormen waardoor kortsluiting kan ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

De batterij niet schokken en er niet mee gooien! De batterij kan gaan lekken door een harde aanraking en er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan. Als het veiligheidscircuit van de batterij is beschadigd, laadt de batterij op met een extreem hoge stroom (of spanning) en kunnen er abnormale chemische reacties ontstaan. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

De batterij niet gebruiken als deze is beschadigd! Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

Niet direct op de batterij solderen! Als het isolatiemateriaal smelt, wordt de gasventilator of de veiligheidsfunctie beschadigd. Hierdoor kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

De polariteit (en polen) van de batterij niet omkeren! Laden van een omgekeerde batterij kan leiden tot abnormale chemische reacties. In sommige gevallen kan een onverwacht grote hoeveelheid stroom vrijkomen bij ontlading. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.

De batterij niet omgekeerd laden of aansluiten! De batterij heeft positieve en negatieve polen. Als de batterij niet soepel kan worden aangesloten op een lader of bedieningsapparaat, forceer deze dan niet en controleer de polariteit van de batterij. Als de batterij omgekeerd op de lader is aangesloten, wordt deze omgekeerd geladen wat kan leiden tot abnormale chemische reacties. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan. GEVAARN-vi

  • Een gebroken en lekkende batterij niet aanraken! Als de elektrolytvloeistof van de batterij in uw ogen terechtkomt, spoel uw ogen onmiddellijk uit met zoet water zonder in uw ogen te wrijven. Ga onmiddellijk naar het ziekenhuis. Als u geen actie onderneemt, kan dit leiden tot problemen met uw ogen.
  • De batterij niet langer opladen dan de gespecifi ceerde duur! Als de batterij nog niet volledig is opgeladen, zelfs als de vastgestelde duur is verstreken, stopt u het opladen. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
  • De batterij niet in een magnetron of hogedrukhouder plaatsen! Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan.
  • Gebroken en lekkende batterijen uit de buurt van vuur houden! Als de batterij lekt (of een onaangename geur afgeeft), verwijder deze dan onmiddellijk uit brandbare omgevingen. Elektrolyt dat uit de batterij lekt kan vlam vatten en kan leiden tot rookvorming, breuk of brand bij de batterij.
  • Geen afwijkende batterij gebruiken! Als de batterij een onaangename geur afgeeft, een andere kleur heeft, vervormd is of anderszins afwijkend overkomt, verwijder deze dan uit de lader of het bedieningsapparaat en gebruik de batterij niet. Er kan hitte- of rookvorming, breuk of brand bij de batterij ontstaan. GEVAAR WAARSCHUWINGN-1 INHOUDSOPGAVE

Pak de transceiver voorzichtig uit. Neem direct contact op met het vervoersbedrijf of de plaats van aankoop indien een van de volgende onderdelen ontbreekt of is beschadigd. BIJGELEVERDE ACCESSOIRES

  • Gebruiksaanwijzing ................................................................2 Opmerking: Zie “VOORBEREIDING” voor aanwijzingen aangaande het installeren van accessoires.N-2 VOORBEREIDING

OPLADEN VAN DE BATTERIJ

De batterij is in de fabriek niet opgeladen; laad derhalve alvorens gebruik op. De gemiddelde gebruikstijd van de batterij is 15 uur (gebaseerd op 5% zendtijd, 5% ontvangsttijd en 90% standbytijd). Opmerking: ◆ De omgevingstemperatuur voor het opladen moet tussen 0°C en 40°C zijn. Bij afwijkende temperaturen wordt de batterij mogelijk niet geheel opgeladen. ◆ Het eind van de levensduur van de batterij is bereikt wanneer de gebruikstijd met een geheel en juist opgeladen batterij aanzienlijk korter wordt (na ongeveer 500 cycli). Vervang de batterij. ◆ De gebruikstijd is mogelijk korter wanneer de transceiver met een Li-ion batterij in een omgeving met een lagere temperatuur dan 0°C wordt gebruikt. LET OP: Schakel de transceiver met een batterij geplaatst UIT alvorens de batterij op te laden.

Opladen met een USB-kabel

  • Gebruik een los verkrijgbare USB-kabel (micro USB B-type).
  • Laad de transceiver op via een los verkrijgbare computer of bron voor de netspanningsadapter. 1 Steek de USB-kabel (B-type) in de micro USB-aansluiting. 2 Verbind de USB-kabel met de computer of netspanningsadapter.
  • De LED-indicator licht blauw op.
  • De transceiver wordt automatisch uitgeschakeld. Afdekking micro USB- aansluitingN-3 3 De indicator dooft wanneer de batterij is opgeladen.
  • Het opladen van de batterij duurt ongeveer 4 uur. Opmerking: ◆ Gebruik een USB-kabel die korter dan 3 meter is. ◆ Gebruik bij voorkeur een korte USB-kabel (met weinig weerstand) voor het opladen.

Opladen met de KSC-44CR lader 1 Verbind de kabel van de netspanningsadapter met de aansluiting op de onderkant van de lader. 2 Steek de netspanningsadapter in een stopcontact. 3 Schuif de transceiver met batterij in de opening van de lader.

  • Controleer of de metalen contactpunten van de transceiver goed contact met de aansluitpunten van de lader maken.
  • De LED-indicator licht blauw op. 4 De indicator dooft wanneer de batterij is opgeladen. Verwijder de transceiver van de opening van de lader.
  • Het opladen van de batterij duurt ongeveer 4 uur.
  • Zenden is niet mogelijk tijdens het opladen.
  • Trek de netspanningsadapter uit het stopcontact indien u de lader voor langere tijd niet zult gebruiken. LED- indicator LED- indicatorN-4

VERVANGEN VAN DE BATTERIJ

Vervang een oude batterij door een nieuwe KNB-71L batterij. ◆ Demonteer de batterij niet. ◆ Gooi gebruikte, oude batterijen in overeenstemming met de lokale regels weg. 1 Druk de batterijvergrendeling terug en verwijder vervolgens de batterijafdekking van de transceiver.

  • Bij gebruik van de riemklem {pagina 6}, moet u deze verwijderen alvorens de batterijafdekking te verwijderen. 2 Trek de batterij en houder uit de transceiver.
  • Trek de batterijkabel omhoog en ontkoppel de stekker van de PCB- aansluiting. 3 Haal de oude batterij uit de houder en plaats de nieuwe batterij.
  • Haal de batterijkabel door het gat in de houder. LET OPN-5 4 Steek de stekker van de nieuwe batterij in de PCB-aansluiting en druk omlaag.
  • Houd de stekker verticaal bij het insteken. 5 Druk de batterijvergrendeling terug en plaats vervolgens de batterij.
  • De batterij kan niet goed worden geplaatst wanneer de batterijvergrendeling niet terug is gedrukt. 6 Plaats de batterijafdekking terug over de batterij.
  • Controleer of de batterijvergrendeling op zijn plaats vastklikt. Rode kabel (rechterkant)N-6

PLAATSEN VAN DE RIEMKLEM

Bevestig indien nodig de riemklem met de twee bijgeleverde M3 x 6 mm schroeven (met sluitringen). Opmerking: Wanneer de riemklem niet is bevestigd, wordt de bevestigingsplaats mogelijk warm na lang zenden/ontvangen of wanneer de transceiver op een hete plaats wordt achtergelaten. Gebruik geen lijm voor het voorkomen dat de schroef los gaat zitten bij het bevestigen van de riemklem daar dergelijke middelen de transceiver kunnen beschadigen. Acrylester van dergelijke lijm kan het achterpaneel van de transceiver beschadigen.

VERBINDEN VAN EEN OORTELEFOON/MICROFOON

Verbind een oortelefoon/microfoon met de telefoonaansluiting op de bovenkant van de transceiver. Opmerking: ◆ Verbind een oortelefoon/ microfoon goed en stevig met de hooftelefoonaansluiting. Indien de pennen van een oortelefoon/microfoon niet goed in de aansluiting zitten, zal er geen contact worden gemaakt en ruis worden gereproduceerd. ◆ Afhankelijk van de vorm van de oortelefoon-/microfoonstekker, is het mogelijk moeilijk te zien hoe de stekker in de aansluiting moet passen. Controleer de werking voor het verzenden/ontvangen met een oortelefoon/microfoon alvorens de radio te gebruiken. ◆ De afdekking van de telefoonaansluiting moet worden gesloten om de transceiver waterbestendig te houden. Afdekking telefoonaansluiting 3,5 mm stekker LET OPN-7 ORIENTATIE 3,5 mm telefoonaansluiting Verbind de oortelefoon/microfoon met deze aansluiting. Micro USB-aansluiting (B-type) Verbind een USB-kabel met deze aansluiting voor het opladen van de batterij van de transceiver. PF-1-toets Houd deze toets 1 seconde ingedrukt om de programmeerbare functies te activeren. De standaardinstellingen zijn [Oproepwaarschuwing] (drukken) en [Geen](indrukken).

  • Zie “PROGRAMMEERBARE EXTRA FUNCTIES” op pagina 13 voor functiebeschrijvingen en details over het veranderen van functies van toetsen. PTT (Push to Talk)-schakelaar Houd ingedrukt en spreek in de microfoon om te verzenden. Aan/uit-schakelaar Houd 1 seconde ingedrukt om de transceiver in te schakelen (ON). Houd 2 seconden ingedrukt om de transceiver uit te schakelen (OFF). Druk met de stroom ingeschakeld even kort op deze toets om de aanduiding voor het batterijpeil te tonen. Zie de “AANDUIDING VOOR BATTERIJPEIL” tabel op pagina 11.

Luidspreker Microfoon AntenneN-8 LED-indicator Zie de “STATUS VAN LED- INDICATOR” tabel op pagina 11. PF-2-toets Druk op deze toets om afwisselend de functie voor het instellen van het volume en de functie voor het kanaalkiezen voor de omhoog/omlaag-toetsen te activeren. Houd deze toets 1 seconde ingedrukt om de programmeerbare functie te activeren. De standaardinstelling is [Monitoren].

  • Zie “PROGRAMMEERBARE EXTRA FUNCTIES” op pagina 13 voor functiebeschrijvingen en details over het veranderen van functies van toetsen. Omhoog/omlaag-toetsen Druk op deze toetsen om het volume in te stellen of van kanaal te veranderen.
  • Druk op de PF-2-toets om afwisselend de functie voor het instellen van het volume en de functie voor het kanaalkiezen voor de omhoog/omlaag-toetsen te activeren. Riemgat Verbind een los verkrijgbare riem met dit gat.
  • Bij gebruik van de riemklem zal dit riemgat worden bedekt en derhalve niet bruikbaar zijn. Gebruik in dat geval het riemgat van de riemklem.

1 Houd de aan/uit-schakelaar ongeveer 1 seconde ingedrukt om de stroom van de transceiver in te schakelen.

  • U hoort een pieptoon en de LED-indicator knippert een aantal keer blauw als aangegeven in de “AANDUIDING VOOR BATTERIJPEIL” tabel op pagina 11.
  • Houd de Aan/uit-schakelaar 2 seconden ingedrukt om de stroom uit te schakelen. 2 Druk tijdens de functie voor het instellen van het volume op de omhoog/omlaag-toetsen om het volume te regelen.
  • Druk op de voor [Squelch uit] geprogrammeerde toets voor weergave van achtergrondruis.
  • Druk op de PF-2-toets om afwisselend de functie voor het instellen van het volume en het kanaalkiezen te schakelen.

VERZENDEN EN ONTVANGEN

1 Druk tijdens de functie voor het kanaalkiezen op de omhoog/omlaag-toetsen om het gewenste kanaal te kiezen.

  • Het kanaalnummer kan op twee manieren worden aangeduid. Het kanaalnummer kan worden aangeduid met de stembegeleiding geactiveerd of uitgeschakeld. De tabel hieronder toont de aanduidingen van het kanaalnummer. Kanaalnr. : Kanaalnummer Stem-begeleiding : Stembegeleiding LED blauw : Aantal keer knipperen van LED Pieptoon : Aantal keer pieptoonN-10 Stembegeleiding Geactiveerd Uitgeschakeld Kanaalnr. LED Stem- begeleiding LED blauw LED blauw en Pieptoon
  • Na het kiezen van een kanaal wordt het kanaalnummer aangeduid indien de stembegeleiding is geactiveerd of hoort u de kanaalkeuzetoon indien de stembegeleiding is uitgeschakeld. De LED-indicator knippert en toont het huidige kanaalnummer, ongeacht de status van de stembegeleiding. Voor kanaalnummer 5 zal de LED-indicator bijvoorbeeld eenmaal blauw knipperen en hoort u “Vijf” indien de stembegeleiding is geactiveerd. De LED-indicator knippert in dit geval eenmaal blauw en u hoort de kanaalkeuzetoon eenmaal indien de stembegeleiding is uitgeschakeld.
  • Druk op de PF-2-toets om afwisselend de functie voor het instellen van het volume en het kanaalkiezen te schakelen. 2 Houd voor het voeren van een gesprek de PTT-schakelaar ingedrukt en spreek met uw normale stemgeluid in de microfoon.
  • Houd de microfoon ongeveer 3 tot 4 cm van uw mond. 3 Laat de PTT-schakelaar los voor ontvangst.N-11 Opmerking: ◆ Wanneer het resterende batterijvermogen laag is, zal de transmissie stoppen en hoort u een waarschuwingstoon. (Waarschuwing voor weinig batterijstroom: Tijdens de werking van de transceiver wordt iedere 30 seconden een waarschuwingstoon voor weinig batterijstroom weergegeven en knippert de LED-indicator rood indien de batterij moet worden opgeladen of vervangen.) ◆ Ook met het volume op 0 gesteld, geeft de transceiver pieptonen en kanaalaank ondigingen weer. ◆ Wanneer u het zenden voortzet wanneer de transceiver te warm

ordt, zal het uitgangsvermogen lager worden en het zenden uiteindelijk worden gestopt. Stop het zenden even zodat de transceiver kan afkoelen. ◆ Afhankelijk van de transceiver van de andere partij hoort u soms

uis tijdens het communiceren.

STATUS VAN LED-INDICATOR

Kleur van indicator Betekenis Rood Zenden Groen Ontvangst van gesprek Groen knipperend Scannen Knippert 1 keer lichtblauw Standbystand * Rood knipperend Laag batterijvermogen

  • De transceiver werd ten minste 10 seconden niet gebruikt.

AANDUIDING VOOR BATTERIJPEIL

U kunt de resterende hoeveelheid batterijstroom controleren door een druk op de aan/uit-schakelaar terwijl de transceiver is ingeschakeld. De LED-indicator knippert in overeenstemming met de resterende hoeveelheid batterijstroom een aantal keer. Status van LED-indicator Batterijpeil Knippert 3 keer Hoog Knippert 2 keer Medium Knippert 1 keer LaagN-12 TIME-OUT-TIMER (TOT) De time-out-timer voorkomt dat andere mensen een kanaal gedurende een lange tijd gebruiken (standaard 60 seconden). Indien u achtereenvolgend uitzendt gedurende deze periode, zal de transmissie stoppen en hoort u een pieptoon. Druk op de PTT- schakelaar om de pieptoon te stoppen. SPRAAKGESTUURD ZENDEN (VOX) Met VOX-bediening kunt u hands-free zenden. Deze functie moet eerst door de plaats van aankoop worden geactiveerd en is uitsluitend bruikbaar in combinatie met een geschikte headset. Deze functie kan voor specifi eke kanalen worden uitgeschakeld door de plaats van aankoop. Voer de volgende stappen uit voor het activeren van VOX en het instellen van het VOX-versterkingsniveau:

Verbind de microfoon met oortelefoon/hanger met de transceiver.

  • De VOX-functie zal niet functioneren wanneer er geen microfoon met oortelefoon/hanger met de accesoire-aansluiting van de

Houd met de stroom van de transceiver uitgeschakeld de Up-toets ingedrukt en schakel tegelijk de stroom van de transceiver in.

  • De LED-indicator licht geel op en “VOX” en het kanaalnummer worden weeergegeven. 3 Druk op de PF-1-toets om het VOX-versterkingsniveau van de radio te kiezen (1 ~ 5 of Uit).

De transceiver geeft het VOX-versterkingsniveau weer. U hoort twee pieptonen wanneer het VOX-versterkingsniveau is uitgeschakeld.

Druk op de PF-2-toets om de VOX-functie voor het huidige kanaal te activeren of uit te schakelen (u kunt deze instelling voor ieder kanaal veranderen door een kanaal met de omhoog/omlaag-toetsen te kiezen). U hoort een pieptoon wanneer VOX is geactiveerd. U hoort twee pieptonen wanneer VOX is uitgeschakeld.

Spreek tijdens het aanpassen van het niveau in de microfoon van de hoofdtelefoon om het gevoeligheidsniveau te testen. Wanneer geluid wordt herkend, licht de LED rood op.

Houd de PTT-schakelaar 3 seconden ingedrukt om de instelling op te slaan.

  • U hoort een pieptoon.N-13 6 Schakel de stroom van de transceiver uit en vervolgens weer in om VOX te activeren. Opmerking:

De transceiver keert automatisch naar de normale werking terug wanneer er gedurende 20 seconden geen bediening wordt uitgevoerd.

VOX-versterkingsniveau 1 is het minst gevoelig en VOX-versterkingsniveau 5 is het gevoeligst.

Wanneer de microfoon met oortelefoon/hanger is geplaatst en de VOX- functie is geactiveerd, wordt de energiebesparingsfunctie uitgeschakeld.

Indien een microfoon met oortelefoon/hanger met de transceiver is verbonden terwijl de VOX-functie is ingeschakeld en het VOX- versterkingsniveau op een hoger, gevoeliger niveau is gesteld, kan de transceiver transmissie starten wanneer harde signalen worden ontvangen.

PROGRAMMEERBARE EXTRA FUNCTIES

De plaats van aankoop kan een van de volgende functies voor de PF-1-toets (drukken/indrukken) en PF-2-toets (alleen indrukken) programmeren.

Geen Er wordt geen functie voor de toets geprogrammeerd.

Oproepwaarschuwing Met een oproepwaarschuwingstoon kunt u andere mensen laten weten dat u een oproep doet. Houd deze toets eerst ingedrukt alvorens de oproep te doen.

  • Terwijl u de toets indrukt, wordt een oproepwaarschuwingstoon weergegeven. Laat de toets los om de toon te stoppen en houd vervolgens de PTT-schakelaar ingedrukt en spreek in de microfoon om te zenden.

Toetsvergrendeling Houd even ingedrukt om de toetsen van de transceiver te vergrendelen/ontgrendelen. U hoort een pieptoon. De volgende bedieningen kunnen worden uitgevoerd wanneer de toetsvergrendeling is geactiveerd:

  • Volume hoger/lager (indien volumetoets (toetsvergrendeling) is uitgeschakeld)

Monitoren Druk op deze toets om de QT- of DQT-signalering te annuleren. Druk nogmaals op deze toets om naar de normale werking terug te keren.

Scannen Druk op deze toets om de scanfunctie te activeren of annuleren. Scannen is handig voor het controleren van signalen van de transceiverkanalen. Bij het scannen controleer de transceiver ieder kanaal voor signalen en stopt alleen indien er een signaal wordt opgemerkt. Indien de QT/DQT overeenkomt, stopt de transceiver bij het kanaal en opent de squelch zodat u het gesprek kunt beluisteren. Indien de QT/DQT niet overeenkomt, wordt het gesprek genegeerd en het scannen voortgezet.

Squelch uit Druk op deze toets om de achtergrondruis te horen. Druk nogmaals op deze toets om naar de normale werking terug te keren.

Super Lock-P Houd deze toets 4 seconden ingedrukt om de toetsen van de transceiver te vergrendelen. Met Super Lock-P worden de toetsen vergrendeld om een ongewenste bediening van de transceiver te voorkomen. Door de stroom van de transceiver uit en vervolgens weer in te schakelen wordt Super Lock-P niet geannuleerd. Voor het annuleren van Super Lock-P met de stroom van de transceiver uitgeschakeld, moet u de PF-2-toets indrukken terwijl u de stroom van de transceiver inschakelt.

  • Laat de PF-2-toets los zodra de LED-indicator geel oplicht.
  • Met Super Lock-P geactiveerd, kunt u nog de volgende bedieningen uitvoeren: PTT, Squelch uit, Monitoren, Stroom, Volume.© 2016