CPA465GB0 - Inbouwoven BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CPA465GB0 BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CPA465GB0 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwoven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CPA465GB0 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CPA465GB0 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING CPA465GB0 BOSCH
[nl] Gebruikershandleiding en installatie-instructies 166
Inhaltsverzeichnis
GEBRAUCHSANLEITUNG
1 Sicherheit 2
√ L'appareil se met en marche.
2 Materiële schade vermijden 170
3 Milieubescherming en besparing.... 171
4 Uw apparaat leren kennen.... 172
5 Accessoires.... 177
6 Voor het eerste gebruik 177
7 De Bediening in essentie.... 178
8 Magnetron 179
9 CombiSpeed.... 181
10 Grill 182
11 Stoom.... 182
12 Automatische programma's.... 186
13 Tijdfuncties.... 190
14 Kinderslot 191
15 Basisinstellingen 191
16 Reiniging en onderhoud.... 192
17 Storingen verhelpen 196
18 Afvoeren 198
19 Servicedienst.... 198
20 Zo lukt het.... 199
21 MONTAGEHANDLEIDING.... 215
21.1 Veilige montage 215

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
■ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van op-stelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
■ om voedsel en dranken te bereiden.
■ onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en andere commerciële omgevingen, in boerderijen; van klanten in hotels en andere verblijven, in bed and breakfasts.
■ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er micro-golven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe- len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
→ "Accessoires", Pagina 177
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Open de apparaatdeur voorzichtig.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reini-gingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de appa-raatdeur omdat dit het oppervlak kan be-schadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharniere-n.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken.
- Contact opnemen met de servicedienst.
→ Pagina 198
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar: magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge- vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm- de pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.
- Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden.
▶ Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal.
- Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing.
- Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron.
▶ Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen.
- Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron.
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen.
- Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren ko- ken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding.
- Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen.
▶ Verwijder altijd het deksel of de speen. - Na het verwarmen goed roeren of schudden.
▶ Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de temperatuur te worden gecontroleerd.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.
- Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.
▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge- vaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.

Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.
- Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd.
- Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron.
▶ Alleen vormen die geschikt zijn voor de magnetron in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
- Nooit de behuizing verwijderen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-energie.
- Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen.
▶ Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur en deuraanslag altijd schoon.
→ "Reiniging en onderhoud", Pagina 192
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen.
- Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte, de deurafdichting of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is.
▶ Alleen door de servicedienst laten repareren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij.
- De afdekking van de behuizing nooit verwijderen.
- Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
1.6 Stoom
Houd deze instructie aan wanneer een een stoomfunctie gebruikt.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Wanneer het apparaat de volgende keer wordt gebruikt kan het water in de tank sterk worden verhit.
- Na gebruik van de stoomfunctie moet de tank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hete damp in de binnenruimte. - Tijdens het gebruik van de stoomfunctie mag u niet met uw handen in de binnenruimte komen.
Tijdens het uitnemen van de accessoires kan hete vloeistof over de rand stromen.
▶ Hete accessoires voorzichtig verwijderen, met de ovenwant.
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
▶ Veeg het condenswater na elk bereiding af.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.
- Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.

De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
- Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen.
▶ Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
▶ Gebruik maximaal 600 Watt. - Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. Ongeschikte vormen kunnen schade veroorzaken.
- Bij het gebruik van de grill, de gecombineerde magnetronwerking of de hete lucht alleen kookgerei gebruiken dat bestand is tegen hoge temperaturen.
2.3 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie gebruikt.
LET OP!
Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecombineerd gebruik met stoom.
- De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn. Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al corrosie in de binnenruimte veroorzaken.
- Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen.
Door afdruipende vloeistof raakt de bodem van de binnenruimte vervuild. - Plaats bij het stomen met een bak met gaatjes altijd de bakplaat, de braadslede of de bak zonder gaatjes eronder. Lekkende vloeistof wordt opgevangen. Heet water in de watertank kan het stoomsysteem beschadigen.
- Vul de watertank uitsluitend met koud water. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
De apparaatdeur tijdens de bereiding zelden openen.
■ De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
De tijd in stand-bystand verbergen.
■ Het apparaat spaart energie in stand-by.
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

text_image
1 2 3 4| 1 | FunctiekeuzeknopMet de functiekeuzeknop stelt u de modus of andere functies in. |
| 2 | Touch-veldenMet de touchvelden stelt u verschillende func-ties direct in. |
| 3 | Display |
| 4 | DraaiknopU kunt de draaiknop naar rechts of naar links draaien. |
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en overige functies in. Bij vele apparaatuitvoeringen kan de functiekeuzeknop worden verzonken. Als u de functiekeuzeknop van de nulstand naar een functie draait, duurt het enkele seconden tot de betreffende functie beschikbaar is.
| Symbool Instelling Gebruik | |
| ○ | Nulstand Het apparaat is uitgeschakeld en be-vindt zich in de energiebesparings-modus. |
| Magnetron De magnetronfunctie kiezen. | |
| Stoom Er komt hete stoom in de binnen-ruimte. | |
| Hete lucht De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de bin-nenruimte. | |
| Grill Het hele oppervlak onder de grillele-menten wordt heet. | |
| Circulatiegrill De ventilator wervelt de hete lucht van de grillelementen rond het ge-recht. | |
| Ontkalken Deze functie ontkalkt de verdamper en houdt deze in functionerende staat. | |
| Spoelen De buizen van de stoomeenheid wor-den met water gespoeld. We advise-ren om na het gebruik van de stoom-functie altijd te spoelen. | |
| Programma's Voor veel gerechten vindt u al voor-geprogrammeerde instellingen. | |
Touchvelden
Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren.
Symbool Tiptoets Gebruik
| Magnetron Vermogensstanden van de magne-tron kiezen of magnetronfunctie sa-men met de grillfunctie of stoomfunc-tie inschakelen. | |
| Stoom Stoomstand kiezen of stoomfunctiesamen met een verwarmingsmetho-de inschakelen. | |
| Programma's Programmakeuze opvragen en metde draaiknop het gewenste program-manummer instellen. | |
| Tijdfuncties Tijdfuncties kiezen en instellen metde draaiknop. | |
| Snel voorverwarmen / kinderslot Kort drukken: snel voorverwarmen activeren of deactiveren.Lang drukken: kinderslot activeren of deactiveren. | |
| Temperatuur/Gewicht Temperatuur of gewicht kiezen enmet de draaiknop instellen. | |
| startStop | Start/Stop Werking starten of onderbreken. |
Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden of keuzemogelijkheden.
De waarde die u kunt instellen staat in de focus.
De focus wordt weergegeven door een rode balk onder de instelwaarde.
De waarde in de focus kunt u direct met de draaiknop wijzigen.
Display-Elementen
Hierna vindt u een korte uitleg bij de verschillende display-elementen.
Symbool Naam Betekenis
| ☒ | Timer Wanneer het symbool is gemarkeerd,dan geeft het display de timertijd aan. |
| ➊ | Tijdsduur Wanneer het symbool is gemarkeerd,dan geeft het display de tijdsduur aan. |
| ➉ | Tijd Wanneer het symbool is gemarkeerd,dan geeft het display de tijd aan. |
| h:min | Uren/minuten De duur wordt in uren en minutenweergegeven. |
| min:sec | Minuten/seconden De duur wordt in minuten en secon-den weergegeven. |
| ∞ | Kinderslot Als het symbool brandt, is het kinder-slot geactiveerd. |
Symbool Naam Betekenis
| Opvangbakje Het symbool toont de status van het opvangbakje.Het symbool brandt en de pijl knippert:■ Het opvangbakje bevindt zich in de tankschacht.■ Het opvangbakje is vol.■ Het opvangbakje leegmaken.Het symbool knippert en de pijl knippert niet:■ Het opvangbakje bevindt zich in de tankschacht.■ Het opvangbakje in de tank-schacht schuiven.Het symbool brandt en de pijl knippert niet:■ Het opvangbakje bevindt zich in de tankschacht.■ Geen verdere actie nodig. | |
| Watertank Het symbool toont de status van de watertank.Het symbool brandt en de pijl knippert:■ De watertank bevindt zich in de tankschacht.■ De watertank is leeg.■ De watertank vullen.Het symbool knippert en de pijl knippert niet:■ De watertank bevindt zich niet in de tankschacht.■ De watertank in de tankschacht schuiven.Het symbool brandt en de pijl knippert niet:■ De watertank bevindt zich in de tankschacht.■ Geen verdere actie nodig. | |
| §§ | Snel voorverwarmen Als het symbool brandt, is het snel voorverwarmen geactiveerd. |
| ‡‡ | Ontkalken Als het symbool brandt, moet het ap-paraat ontkalkt worden. |
Temperatuurindicatie
De temperatuurindicatie geeft de voortgang van het opwarmen aan.

text_image
12:00 160°CAan de rode balk onderaan het display kunt u zien dat het apparaat opwarmt. Is er een verwarmingsmethode ingesteld, dan raakt de balk van links naar rechts rood
gevuld, naarmate de binnenruimte opwarmt. Bij de grill- en stoomfunctie is de balk direct helemaal rood verlicht. Bij de magnetronfunctie is de balk niet verlicht. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra alle vijf velden van de lijn rood gevuld zijn. Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Nachtmodus
Om energie te besparen wordt de displayhelderheid van 22.00 tot 5.59 uur automatisch gereduceerd.
Draaiknop
Met de draaiknop wijzigt u de instelwaarden die het display toont.
Bij de meeste keuzelijsten, bijv. programma's, begint na het laatste punt het eerste weer. Bij enkele keuzelijsten, bijv. tijdsduur, moet u de draaiknop weer terugdraaien wanneer de minimale of maximale waarde bereikt is.
4.2 Functies
Het menu is onderverdeeld in verschillende functies.
| Functie Gebruik | |
| Verwarmings-methoden | Er zijn verschillende fijn afgestemde verwarmingsmethoden voor een optimale bereiding van uw gerechten. |
| Magnetron Met | de magnetron kunt u de gerechten sneller bereiden, verwarmen of ontdooien. |
| Functie Gebruik | |
| Stoom Gerechten bereiden met stoom. Er zijn verschillende fijn afgestemde stoomstanden voor een optimale be-reiding van uw gerechten. | |
| Magnetron-combi | Naast de stoomfunctie of grillfunctie kunt u de magnetron inschakelen. |
| Stoom-combi-functie | Naast de magnetronfunctie of grill-functie kunt u de stoomfunctie in-schakelen. |
| Reinigen Er zijn verschillende functies voor de reiniging: Ontkalken en Spoelen | |
| Basisinstellingen | De basisinstellingen aanpassen. → "Basisinstellingen", Pagina 191 |
4.3 Verwarmingsmethoden
Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden.
| Symbool Naam Temperatuur / standen | Gebruik | |
| Grill Grillstanden: | Platte grill-producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. | |
| Hete lucht 40°C | Gistdeeg laten rijzen, slagroomtaarten ontdooien.Op één niveau bakken of braden. | |
| Circulatiegrill 100-190°C Voor het vlees. | ||
Opmerking: Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een voorgestelde temperatuur weer. De voorgestelde temperatuur kunt u overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
4.4 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Verlichting van de binnenruimte
De verlichting van de binnenruimte is tijdens het gebruik altijd aan. Als het apparaat de functie beëindigt, schakelt het apparaat uit.
Wanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichting van de binnenruimte aan. Dit helpt u bijv. bij de reini-ging van uw apparaat. Na ca. 15 minuten gaat de ver- lichting van de binnenruimte automatisch uit.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven de apparaatdeur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
▶ Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer het apparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijft het apparaat koud, de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneer het gebruik van de magnetron reeds is beeindigd.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
4.5 Tankafdekking
De tankafdekking zit onder de apparaatdeur en maakt toegang tot het opvangbakje en de watertank mogelijk.

De watertank bevindt zich rechts achter de tankafdekking.

Voor gebruik met stoom vult u de watertank met water. → "Watertank vullen", Pagina 184

text_image
1 2 31 Handgreep voor het verwijderen en inschuiven
2 Opening voor het vullen en leegmaken
3 Tankdeksel
4.7 Opvangbakje
Het opvangbakje zit links achter de tankafdekking.

Maak voor en na het uitvoeren van de reinigingsfuncties → Pagina 194 het opvangbakje leeg.

text_image
1 2 31 Handgreep voor het verwijderen en inschuiven
2 Opvangopeningen
3 Tankdeksel
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Accessoires Gebruik
| Rooster ■ Rooster voor het bak-ken en braden bij ovenmodus.■ Rooster voor het grillen, bijv. van steaks, worstjes of toast■ Rooster als opstelvlak, bijv. voor ovenschotels | |
| Glazen braadslede ■ Voor het garen van ge-rechten■ Spatbescherming bij het grillen direct op het rooster■ Geschikt voor de mag-netron | |
| Vormen voor de bereiding met stoom | ■ Voor het bereiden van rijst, aardappels en groente■ De stoombak in de glazen braadslede zetten voor de bereiding met de functies stoom of stoom met magnetron.■ De voedingsmiddelen direct in de stoombak leggen |
5.1 Extra accessoires
Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat kunnen extra accessoires meegeleverd zijn.
Accessoires Gebruik
| Inzetrooster ■ Rooster om te bakken |
| ■ Met de voetjes naar beneden in de glazen braadslede plaatsen |
| ■ Zorgt ervoor dat vet en vleessappen in de glazen braadslede druppelen |
| ■ Niet geschikt voor gebruik met magnetron of met stoom. |
5.2 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-tenservice.
Glazen braadpan
Gebruik
■ Stoofgerechten
■ Ovenschotels
5.3 Inschuifhoogtes
De binnenruimte heeft 4 inschuifhoogtes.
De inschuifhoogtes telt u van beneden naar boven. Zet de accessoires in de geleiding en schuif ze volledig in. De bodem van de binnenruimte op hoogte 0 is vooral voor het gebruik met magnetron geschikt. Op de bodem van de binnenruimte is het magnetronvermogen het best. Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.

text_image
0 1 2 3 46 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Tijd instellen
Bij ingebruikname staat de tijdsweergave in de focus.
Op het display knippert 1200n brandt.
-
Met de draaiknop de tijd instellen.
-
Druk op ⏰
De tijd is ingesteld.
6.2 Waterhardheid instellen
Vereisten
-
Informeer voordat u de waterhardheid instelt bij uw waterbedrijf wat de waterhardheid is van uw leidingwater.
■ Het apparaat is uitgeschakeld. -
Ⓧ enkele seconden lang ingedrukt houden.
√ Op het display verschijnt de eerste basisinstelling. - Zo vaak op Ⓕdrukken tot verschijnt.
- Met de draaiknop de waterhardheid kiezen.
Tip: Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uitsluitend onthard water, stel dan het waterhard-heidbereik in op "onthard".
Tip: Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op "zeer hard" in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.
| Waterhardheidbereik Instelling |
| 0 0 onthard |
| 1 (tot 1,3 mmol/l) 1 zacht |
| 2 (1,3 - 2,5 mmol/l) 2 gemiddeld |
| 3 (2,5 - 3,8 mmol/l) 3 hard |
| 4 (meer dan 3,8 mmol/ 4 zeer hard l) |
- Om de wijzigingen op te slaan, ①enkele seconden lang ingedrukt houden.
6.3 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
Vereiste: In de binnenruimte bevinden zich geen verpakkingsresten, accessoires of andere voorwerpen.
- Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- Sluit de apparaatdeur.
- Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
- Met de functiekeuzeknop 📄nstellen.
- Met de draaiknop 180 °C instellen.
- Druk op start ▷stop
√ Het apparaat begint op te warmen. - Na een uur het apparaat met startschakelen.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
- Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
6.4 Accessoires reinigen
- Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Draai aan de functiekeuzeknop om het apparaat in te schakelen.
√ Het apparaat is klaar voor gebruik.
√ Op het display verschijnt een voorgestelde waarde.
Opmerking: Het kinderslot kunt u alleen bij een uitgeschakeld apparaat instellen. Sommige indicaties blijven ook te zien op het display wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer er langere tijd niets wordt ingesteld, gaat het apparaat automatisch uit.
7.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer er langere tijd niets wordt ingesteld, gaat het apparaat automatisch uit.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
√ Het apparaat breekt de lopende functies af.
√ Het display geeft de tijd weer. - Sommige indicaties blijven ook te zien op het display wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
Opmerking: Of de tijd bij een uitgeschakeld apparaat moet worden weergegeven of niet, kunt u in de
→ "Basisinstellingen", Pagina 191 vastleggen.
7.3 Functie instellen
Vereiste: Het apparaat moet ingeschakeld zijn.
- Met de functiekeuzeknop de functie kiezen.
Voer nodig andere instellingen uit. Hiervoor op het betreffende veld tippen en met de draaiknop de waarde veranderen.
- Druk op start ▷ stop
√ Het programma wordt gestart.
7.4 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
√ Op het display verschijnt een voorgestelde temperatuur. - Met de draaiknop de temperatuur instellen.
- Druk op start ▷stop
√ Het apparaat begint op te warmen.
√ De LEDstabranort.
√ De temperatuurindicatie wordt gevuld.
Opmerking: U kunt op elk moment met de draaiknop de temperatuur veranderen.
Na het opwarmen zijn geringe temperatuurschommelingen normaal, afhankelijk van de verwarmingsmethode.
Bij lopend bedrijf kunt u de temperatuur niet op 40 °C instellen.
7.5 Tijdsduur instellen
- Een functie instellen.
- Druk op Gotdat is benadrukt.
- Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- Druk op start ▷stop
√ Het apparaat begint op te warmen.
√ standard.
U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
7.6 Werking onderbreken
- Druk op staf open de deur van het apparaat.
√ Het apparaat stopt de werking.
√ starkdspert. - Sluit de apparaatdeur.
- Druk op start ▷stop
√ Het apparaat zet de functie voort.
▼ start brandt.
7.7 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
√ Het apparaat breekt de lopende functies af.
7.8 Snel voorverwarmen
Met de functie Snel voorverwarmen bereikt uw apparaat de ingestelde temperatuur bijzonder snel. Gebruik de Snel voorverwarmen bij een ingestelde temperatuur boven 100 °C.
Bij deze verwarmingsmethodes is het snel voorverwarmen mogelijk:
■ Hete lucht
■ Circulatiegrill
Opmerking: Voor hete lucht 40 °C is de functie snel voorverwarmen niet mogelijk.
Snel voorverwarmen activeren
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, plaatst u het gerecht pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen.
- Druk op
√ Op het display brandt.
3. Druk op start ▷stop
√ Het apparaat begint op te warmen.
√ stabrantecht.
- Wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is, klinkt er een signaal. »verdwijnt.
4. Het gerecht in de ovenruimte plaatsen.
Het apparaat loopt met de ingestelde verwarmingsmethode en de ingestelde temperatuur verder.
Snelvoorverwarming afbreken
▶ Druk op
√ §§ op het display gaat uit.
- Het apparaat loopt met de ingestelde verwarmingsmethode en de ingestelde temperatuur verder.
Opmerking: Het snel voorverwarmen wordt na ten laatste 15 minuten automatisch gedeactiveerd.
7.9 Automatische veiligheidsuitschakeling
De automatische veiligheidsuitschakeling wordt geactiveerd wanneer het apparaat gedurende langere tijd zonder ingestelde tijdsduur in gebruik is.
Na 9 uur schakelt het apparaat automatisch uit.
8 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
8.1 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit.
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires Toelichting | |
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal:■ Glas■ Glaskeramiek■ Porselein■ Temperatuurbestendi-ge kunststof■ Volledig geglaceerd keramiek zonder bar-sten | Deze materialen laten mi-crogolven door. Microgol-ven beschadigen hittebe-stendige vormen niet. |
| Bestek van metaal Opmerking: Om kookver-traging te voorkomen kunt u metalen bestek ge-bruiken, bijv. een lepel in een glas. | |
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Niet geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires Toelichting | |
| Vormen van metaal Metaal | laat geen micro-golven door. De gerechten warmen nauwelijks op. |
| Servies met goud- of zilverdecor | Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen.Tip:Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken. |
8.2 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.

WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderde- len heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
2. Het apparaat gedurende 12 - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
3. In werking stellen met start ▷ stop
4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
8.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermögens en het gebruik ervan.
| Magnetronvermo-gen in watt | Gebruik |
| 90 Gevoelige gerechten ontdooi-en. | |
| 180 Gerechten ontdooien en verder bereiden. | |
| 360 Vlees en vis klaarmaken of ge-voelige gerechten opwarmen. | |
Magnetronvermo-gen in watt Gebruik
600 Gerechten verwarmen en bereiden.
1000 Verwarmen van vloeistoffen.
Opmerkingen
- Bij elke magnetronstand stelt het apparaat een duur voor. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
- Het maximale magnetronvermogen is alleen voor het verwarmen van vloeistoffen bestemd. Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron gedurende de eerste minuten trapsgewijs tot 600 W gereduceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperiode beschikbaar.
Voorgestelde waarden
Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijdsduur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
8.4 Intervallen van de tijdinstellingen
Het interval bij het instellen van een tijdsduur bij magnetronfunctie wijzigt zich met de lengte van de tijdsduur.
Gebruiksduur Interval
| 0-1 minuten 5 seconden |
| 1-3 minuten 10 seconden |
| 3-15 minuten 30 seconden |
| 15 minuten - 1 uur 1 minuut |
| 1 uur - 1 uur 30 minuten 5 minuten |
8.5 Magnetron instellen
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.

-
De Veiligheidsinstructies → Pagina 168 en de aanwijzingen ter voorkoming van materiële schade → Pagina 171 in acht nemen.
-
Zet de functiekeuzeknop op
√ Het apparaat is klaar voor gebruik. Op het display wordt als voorgestelde waarde het maximale magnetronvermogen 📄weergegeven.
- Druk op ☐om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
√ Op het display wordt de magnetronstand gemarkeerd en wordt een voorgestelde duur weergegeven.
-
Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
-
In werking stellen met startStop U kunt de tijdsduur te allen tijde tijdens het bedrijf met de draaiknop wijzigen.
- De tijdsduur loopt af en de magnetronfunctie start.
√ De LEDstatbrandt.
Opmerking: Als de duur verstreken is, beëindigt het apparaat de magnetronfunctie en er klinkt een signaal.
8.6 Tijdsduur instellen
-
Een functie instellen.
-
Druk op Gotdat is benadrukt.
-
Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
-
Druk op start ▷stop
√ Het apparaat begint op te warmen.
√ starrandit.
√ U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
8.7 Magnetronvermogen wijzigen
- Op 📋drukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
Opmerking: Door meerdere keren te tippen worden de vermogensstanden van de hoogste naar de laagste doorlopen.
Als u de magnetronfunctie pas na het starten toevoegt, pauzeert het apparaat. Start de werking met startStop
8.8 Werking onderbreken
- Druk op staf open de deur van het apparaat.
√ Het apparaat stopt de werking.
√ starkdispert. -
Sluit de apparaatdeur.
-
Druk op start ▷stop
√ Het apparaat zet de functie voort.
√ starraptor.
8.9 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
√ Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.10 Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Het vocht van de bodem van de binnenruimte afne- men.
- Kies met de functiekeuzeknop.
- Druk tweemaal op Ⓤ
√ is in het display gemarkeerd.
- Stel met de draaiknop een tijdsduur van 15 minuten in.
- Start de werking met start▷stop
√ Het drogen start en eindigt na 15 minuten.
- De apparaatdeur gedurende 1 tot 2 minuten openen, zodat de waterdamp ontsnapt.
8.11 Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Droog de binnenruimte met een spons.
- Laat de deur van het apparaat één uur geopend, zo- dat de binnenruimte helemaal droog wordt.
9 CombiSpeed
U kunt de magnetronfunctie combineren met alle verwarmingsmethoden en de stoomfunctie.
De functie CombiSpeed is mogelijk met de volgende functies:
Stoom
■ Hete lucht
Grill
Circulatiegrill
Uitzonderingen:
■ Magnetronstand 1000 watt
■ Hete lucht 40 °C
9.1 CombiSpeed instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode.
-
Het display toont een voorgestelde waarde voor de temperatuur.
-
Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- Druk op ☐ om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
√ Het display toont een voorgestelde waarde voor de duur.
- Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
- Start de werking met start▷stop
√ De duur loopt af en de functie start.
√ U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
√ standard.
- Als de duur is verstreken, beëindigt het apparaat de functie en er klinkt een signaal.
9.2 Magnetronvermogen wijzigen
- Op 📊drukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
Opmerking: Door meerdere keren te tippen worden de vermogensstanden van de hoogste naar de laagste doorlopen.
Als u de magnetronfunctie pas na het starten toevoegt, pauzeert het apparaat. Start de werking met start ▷stop
9.3 Werking onderbreken
- Druk op staf open de deur van het apparaat.
√ Het apparaat stopt de werking.
√ staknöspert.
2. Sluit de apparaatdeur.
3. Druk op start ▷stop
√ Het apparaat zet de functie voort.
√ startandip.
9.4 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
√ Het apparaat breekt de lopende functies af.
10 Grill
Met de grill kunt u uw gerechten roosteren of gratine- ren. U kunt de grill alleen of in combinatie met de mag- netron gebruiken.
10.1 Grill instellen
- Zet de functiekeuzeknop op 📌
- Met de draaiknop een grillstand instellen.
√ Het display toont de grillstand. - Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- Start de werking met start ▷stop
- Het apparaat begint op te warmen. Na het opwarmen zijn geringe temperatuurschommelingen normaal.
√ De temperatuurindicatie is volledig verlicht.
Opmerking: Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
Grillstanden
U kunt kiezen uit de volgende grillstanden.
Grillstand Voedsel
| 1 (zwak) ■ Hoge ovenschotels■ Soufflees |
| 2 (gemiddeld) ■ Platte ovenschotels■ Vis |
| 3 (sterk) ■ Worstjes■ Toast |
10.2 Tijdsduur instellen
-
Een functie instellen.
-
Druk op Gotdat is benadrukt.
- Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- Druk op start ▷stop
√ Het apparaat begint op te warmen.
√ starland.
√ U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
10.3 Grillstand wijzigen
Als de grillfunctie is gekozen of de functie al is gestart, kunt u de grillstand altijd wijzigen.
- De grillstand met de draaiknop wijzigen.
De tijdsduur blijft ongewijzigd.
10.4 Werking onderbreken
- Druk op staf open de deur van het apparaat.
√ Het apparaat stopt de werking.
√ starkdspert. - Sluit de apparaatdeur.
- Druk op start ▷stop
√ Het apparaat zet de functie voort.
√ starbrand.
10.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
√ Het apparaat breekt de lopende functies af.
11 Stoom
De stoomfunctie kunt u alleen of gecombineerd met de grillfunctie en de magnetronfunctie gebruiken. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de stoomfunctie
dient u het rooster te verwijderen. Plaats de glazen braadslede op inschuifhoogte 3 en zet de stoombak erin.

text_image
3Opmerking: Tijdens het gebruik hoort u een brommend geluid. Het geluid ontstaat door de werking van de pomp. Dit is normaal.
11.1 Stoomstanden
Bij de stoomfunctie kunt u kiezen uit verschillende intensiteiten.
De stoomstanden kiest u via ◆Het display toont de gekozen stoomstand.
Stoomstand Gerechten
| 1 (gering) Voor het ontdooien van groen-te, vlees, vis en fruit |
| 2 (gemiddeld) Voor het klaarmaken van des-serts, vis en worstjes |
| 3 (sterk) Voor het bereiden van groente,vis, bijgerechten, voor het uit-persen van fruit en om te blan-cheren |
11.2 Stoom instellen
Opmerking: Als u het apparaat langere tijd niet hebt gebruikt, voer dan eerst een spoelcyclus 📄uit.
→ "Spoelen", Pagina 195
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
- Kies met de functiekeuzeknop.
√ Het apparaat is klaar voor gebruik.
- De maximale stoomstand en een duur van 20 minuten zijn als standaardwaarden ingesteld.
De pijl bij knippert.
- De watertank verwijderen, tot de markering MAX vullen met vers water en volledig in de tankschacht schuiven.
"Watertank vullen", Pagina 184
- indrukken tot de gewenste vermogensstand is bereikt.
√ Het display toont de gekozen stoomstand.
4. Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen. U kunt ook eerst de duur en dan de stoomstand instellen.
5. Start de werking met start▷stop
- De pijl bij gaat uit en het symbool zonder pijl brandt.
√ stamraptie,
√ De temperatuurindicatie is volledig verlicht.
√ Op het display loopt de tijdsduur af. Het tijdstip waarop de watertank leegraakt, is afhankelijk van de stoomstand.
Opmerkingen
■ Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
■ Wanneer de watertank tijdens het gebruik leegraakt, wordt het programma onderbroken en knippert de pijl van het watertanksymbool De watertank tot de markering MAX vullen met vers water en de werking met stoorstnetten.
■ U kunt de stoomstand tijdens het gebruik altijd met ⏻ wijzigen.
- Na de bereiding met stoom de druipgoot en de binnenruimte afnemen.
→ "Na elk gebruik met stoom", Pagina 185
11.3 Stoom-combifunctie
Bij enkele verwarmingsmethoden kunt u de stoomfunctie erbij inschakelen. Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen en intensiteiten stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt u een beter bereidingsresultaat.
Uw gerecht
- krijgt een knapperig korstje.
- krijgt een glanzend oppervlak.
■ wordt van binnen sappig en zacht.
■ en het volume wordt slechts minimaal gereduceerd.
De stoom-combifunctie is met volgende functies mogelijk:
■ Magnetron
■ Hete lucht
Grill
■ Circulatiegrill
Uitzonderingen:
■ Magnetronstand 1000 watt
■ Hete lucht 40 °C
Stoom-combifunctie instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode.
- Het display toont een voorgestelde waarde voor de temperatuur.
- Met de draaiknop de gewenste stand instellen.
nl Stoom
- indrukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
√ Op het display verschijnt het watertanksymbool
-
De watertank vullen.
-
Start de werking met start▷stop
√ De duur loopt af en de functie start.
√ U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
√ stabhaploth.
- Als de duur is verstreken, beëindigt het apparaat de functie en er klinkt een signaal.
Opmerkingen
- Als de watertank leeg is, wordt de werking zonder de stoomfunctie voortgezet. Er verschijnt geen indicatie op het display.
- Het openen van de apparaatdeur beïnvloedt het kookresultaat. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten.
Stoomstand wijzigen
indrukken tot de gewenste stand op het display verschijnt.
Opmerking: Door meerdere keren indrukken worden de standen van de hoogste tot de laagste doorlopen. Na de laagste stand wordt de stoomfunctie gedeactiveerd. Door het opnieuw indrukken activeert u de stoomfunctie, beginnend bij de hoogste stand.
11.4 Werking onderbreken
- Druk op staf Open de deur van het apparaat.
√ Het apparaat stopt de werking.
√ stakhöspert.
-
Sluit de apparaatdeur.
-
Druk op start ▷stop
√ Het apparaat zet de functie voort.
√ stabrante.
11.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
√ Het apparaat breekt de lopende functies af.
11.6 Watertank vullen
De watertank bevindt zich rechts achter de tankafdekking onder de apparaatdeur. Voordat u de stoomfunctie gaat gebruiken dient u de tankafdekking te openen en water in de watertank te doen.
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
▶ Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld.
→ "Waterhardheid instellen", Pagina 178
- Op het midden van de tankafdekking drukken.

√ De tankafdekking gaat open.
- De watertank uit de tankschacht trekken.

- De watertank tot de markering "MAX" vullen met koud water.

- De watertank in de tankschacht plaatsen en deze volledig inschuiven.

- De tankafdekking sluiten.

11.7 Watertank bijvullen
Opmerkingen
■ Wanneer de watertank tijdens gebruik leegloopt, is de reactie van het apparaat afhankelijk van de functie:
- Stoomfunctie: het apparaat onderbreekt de werking. Het display geeft een melding weer. Bij de hoogste stoomstand is één tankvulling voldoende voor ca. 30-40 minuten en bij lagere stoomstanden voor een duidelijk langere tijd.
- Stoom met magnetron: het apparaat onderbreekt de werking. Eén tankvulling is voldoende voor ca. 50 minuten.
- Grill met stoom: het apparaat zet de werking met grill voort: het display toont geen melding. Bij de hoogste stoomstand is één tankvulling voldoende voor ca. 3 uur en bij lagere stoomstanden voor een duidelijk langere tijd.
■ De aangegeven tijden kunnen variëren.
- Open het bedieningspaneel.
- De watertank eruit nemen.
- De watertank tot aan de markering MAX vullen.
- De gevulde watertank inzetten en het bedieningspaneel sluiten.
11.8 Na elk gebruik met stoom
In de binnenruimte blijft vocht achter. Neem de druipgoot en de binnenruimte voorzichtig af.
Het wordt aanbevolen om na gebruik altijd de functie spoelen die gebruiken. Vervolgens de watertank en het opvangbakje leegmaken en drogen.
Opmerking: Kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met helder water en drogen met een zachte doek.
Apparaat spoelen
Om uw apparaat schoon te houden, kunt u water door het buissysteem pompen. Het apparaat laat vervolgens het water in het opvangbakje lopen.
Opmerking: Na het spoelen kunnen er zich opgeloste kalkdeeltjes in het opvangbakje bevinden. Dit is normal en beïnvloedt de werking niet.
- Kies met de functiekeuzeknop.
√ Het display geeft de duur van het programma weer. U kunt de tijdsduur niet wijzigen. - De tankafdekking openen.
- Het opvangbakje verwijderen en leegmaken.
- Het lege opvangbakje er volledig inschuiven.
- De watertank verwijderen en eventueel restwater verwijderen.
- De watertank grondig uitspoelen en met vers water vullen.
- De watertank volledig inschuiven.
- De tankafdekking sluiten.
- Druk op start ▷stop
√ Het apparaat pompt water door de buizen.
De tijdsduur loopt af op het display.
Zodra de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.
10. Het opvangbakje leegmaken.
Watertank legen
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
▶ Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
-
Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
-
In het midden op de tankafdekking drukken.
√ De tankafdekking klapt naar boven. - De watertank er uit trekken.
- Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
- De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- Droog alle onderdelen met een zachte doek.
- Wrijf de afdichting van het deksel droog.
- Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
- De watertank volledig inschuiven.
- De tankafdekking sluiten en kort in het midden drukken.
De tankafdekking is vergrendeld.
Lekgoot droogmaken
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- Open de apparaatdeur.
- De tankafdekking openen.
- De watertank en het opvangbakje verwijderen.
- Opmerking:
De druipgoot abevindt zich onder de binnenruimte.

text_image
aHet water in de druipgoot amet een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Het vocht van de bodem van de binnenruimte afne- men.
- Kies met de functiekeuzeknop.
- Druk tweemaal op Ⓛ
√ Gis in het display gemarkeerd. - Stel met de draaiknop een tijdsduur van 15 minuten in.
- Start de werking met start▷stop
√ Het drogen start en eindigt na 15 minuten. - De apparaatdeur gedurende 1 tot 2 minuten openen, zodat de waterdamp ontsnapt.
Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Droog de binnenruimte met een spons.
- Laat de deur van het apparaat één uur geopend, zo- dat de binnenruimte helemaal droog wordt.
12 Automatische programma's
De automatische programma's ondersteunen u bij het bereiden van verschillende gerechten en kiest automatisch de optimale instellingen.
12.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te krijgen.
- Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
12.2 Overzicht van de gerechten
Het apparaat vraagt u het gewicht op te geven. U kunt alleen gewichten binnen het betreffende gewichtsgebied instellen.
Ontdooien
Tip: Plak de programmasticker op uw apparaat. Zo kunt u gemakkelijker en sneller terugvallen op de programma's.
■ Gebruik alleen vlees dat op koelkasttemperatuur is.
- Gebruik alleen diepvriesgerechten die direct uit de diepvries komen.
- Neem de levensmiddelen uit hun verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af.
■ Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte.
- Gebruik uitsluitend vormen voor magnetrongeschikt krasbestendige vormen, bijv. van glas of keramiek.
| Nr. Gerechten Toebehoren Inschuifhoogte Gewichtsbereik | Aanwijzingen | |||
| in kg | ||||
| PO1 | Gehakt van rund-, lams- of varkensvlees ^1,2 | Vlakke open vorm | 0 0,10 - 1,20 Verwijder vlees | dat al is ontdooid na het keren. |
| PO2 | Visfilet ^1,2 | Vlakke open vorm | 0 0,10 - 1,00 Filet van snoek, | kabeljauw, rood-baars, koolvis, snoekbaars |
^1 Let op het keersignaal.
^2 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
| Nr. Gerechten Toebehoren Inschuifhoogte Gewichtsbereik | Aanwijzingen | |||
| in kg | ||||
| P03 | Stukken kip met been1,2 | Vlakke open vorm | 0 0,15 - 1,20 Leg de stukken | kip met de kant van het vel naar onderen. |
| P04 | Sneetjes brood1,2 | Vlakke open vorm | 0 0,10 - 0,50 Tarwebrood, ge- | mengd tarwebrood, volkorenbrood; brooddient u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooien. Het boord wordt snel oudbakken. Maak indien mogelijk de sneetjes brood los van el-kaar. |
^1 Let op het keersignaal.
^2 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
Gevogelte, vlees, vis
| Nr. Gerechten Toebehoren Inschuifhoogte Gewichtsbereik | Aanwijzingen | |||
| in kg | ||||
| POS | Stukken kip, vers ^1,2 | Rooster + glazen braadslede | 3 + 2 0,15 - 1,00 Kippenpoten, hal- | ve kippen Leg de stukken kip met de kant van het vel naar onderen. |
| POS | Rosbief, kort ge-bakken | Glazen braadsle-de | 1 0,50 - 2,00 | |
| POS | Rosbief, rosé Glazen braadsle-de | 1 0,50 - 2,00 | ||
| POS | Rosbief, doorbak-ken | Glazen braadsle-de | 1 0,50 - 2,00 | |
| POS | Lamsbout met been, rosé | Glazen braadsle-de | 1 1,00 - 2,00 | |
| P10 | Lamsbout met been, doorbak-ken | Glazen braadsle-de | 1 1,00 - 2,00 | |
| P11 | Vis, heel, vers ^3 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,20 - 1,20 Citroensap aan | de binnenkant druppelen. |
| P12 | Visfilet, vers ^3 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,20 - 0,50 | |
| P13 | Visfilet, diepvries ^3 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,20 - 0,50 Gebruik gelijkma- | tig vlakke visfilets. |
| P14 | Eenpansgerecht met verse ingrediënten ^4,2 | Vorm met deksel 0 0,20 - 2,00 Gebruik gelijke | delen vlees, groente en bouil-lon en geef het totaalgewicht aan. | |
^1 Let op het keersignaal.
^2 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
^3 Vul de watertank.
^4 Let op het roersignaal.
Groente, bijgerechten
| Nr. Gerechten Toebehoren Inschuifhoogte Gewichtsbereik | Aanwijzingen | |||
| in kg | ||||
| P15 | Broccoli, vers ^1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,10 - 1,00 | |
| P16 | Erwten, diepvries ^1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,10 - 1,00 | |
| P17 | Plakjes wortel, vers ^1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,10 - 0,75 Hoe dikker de | plakken, des te beetvaster het resultaat. Als u de gerechten hele-maal gaar wilt, voert u een hoger gewicht in. Hier-door wordt de programmaduur verlengd. |
| P18 | Groene asperges, vers ^1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,10 - 0,70 Niet over elkaar | heen leggen. |
| P19 | Eieren, zachtgekookt ^1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 2 - 10 stuks Kippeneieren, ge- | koeld |
| P20 | Rijst ^2,3 | hoge vorm met deksel | 0 0,10 - 0,50 Gebruik alleen | rijst met lange korrel. Gebruik geen rijst in kook-zakjes. Doe 2-3 keer zoveel water bij de rijst. Laat de rijst na het ein-de van het pro-gramma 5 - 10 min rusten. |
| P21 | Aardappels in de oven | Rooster 2 0,20 - 1,50 Middelgrote aard- | appelen, ca. 250 g. Was en droog de aardappelen. Prik meerdere ke-ren met een vork in de pel. | |
| P22 | Gekookte aardappelen ^3,1 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,20 - 0,50 Schil de aardap- | pelen en snijd de aardappelen in blokjes. Hoe gro-ter de stukken, hoe beetvaster het resultaat. |
| P23 | Vruchtencompote ^3,1,2 | Stoomschaal + glazen braadsle-de | 3 0,30 - 0,80 Doe wat suiker | en kaneel bij de vruchten. Bij een compote van kleinfruit frambo-zen en aardbeien pas toevoegen na het roersignaal. |
^1 Vul de watertank.
^2 Let op het roersignaal.
^3 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
Convenience
| Nr. Gerechten Toebehoren Inschuifhoogte Gewichtsbereik | Aanwijzingen | |||
| in kg | ||||
| P24 | Frites, diepvries1 | Glazen braadslede | 2 0,20 - 0,80 Niet over elkaar | heen leggen. |
| P25 | Kroketten, diepvries1 | Glazen braadslede | 2 0,25 - 0,80 Niet over elkaar | heen leggen. |
| P26 | Pizza, voorgebakken, gekoeld | Rooster 2 0,10 - 0,60 Pizza met dunne | bodem. | |
| P27 | Pizza, voorgebakken, diepvries | Rooster 1 0,10 - 0,50 Pizza, dunne bo- | dem, pizza-ba-guette. | |
| P28 | Pastaschotel, voorgekookt en gekoeld | Vorm op de glazen braadslede | 2 0,30 - 1,00 Lasagne, cannel- | loni of pastascho-tels met voorge-gaarde pasta. |
| P29 | Bordgerecht op-warmen, gekoeld | vlakke vorm op de glazen braad-slede | 3 0,20 - 0,50 | |
| P30 | Bordgerecht op-warmen, diepvries | vlakke vorm op de glazen braad-slede | 3 0,20 - 0,50 | |
^1 Let op het keersignaal.
12.3 Gerecht instellen
- De functiekeuzeknop op ☐zetten.
- Het display toont het eerste gerechtnummer en een gewichtsvoorstel.
- Stel met de draaiknop het gewenste gerecht in.
- Druk op
√ Op het display staat de gewichtsinstelling in de focus. - Stel met de draaiknop het gewicht in.
Vóór het starten kunt u met en küssen het gerecht en het gewicht wisselen.
√ Het apparaat stelt automatische de bijpassende tijdsduur in. - Druk op start ▷stop
Na de start kunt u het gerecht en het gewicht niet meer wijzigen. Met □kunt u het ingestelde gewicht weergeven.
√ Het programma wordt gestart.
√ stabrantiop.
√ U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. - Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Opmerking: Vóór de start kunt u met en hessen de programma's en het gewicht wisselen. Na de start kunt u het programmanummer en het gewicht niet meer wijzigen. Met vakt kunt u het ingestelde gewicht opvragen.
12.4 Gerecht wijzigen
- Gedurende 4 seconden op steltuiken of de apparaatdeur openen.
√ Het gerecht wordt teruggezet - Een nieuw gerecht kiezen.
12.5 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op stort Open de deur van het apparaat.
√ De werking wordt onderbroken.
√ starkspert. - Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op start>stop
√ De werking wordt voortgezet.
√ starbrand.
12.6 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
√ Het apparaat breekt de lopende functies af.
13 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur alsmede de timer kunt instellen.
13.1 Overzicht van de tijdfuncties
Uw apparaat heeft verschillende tijdfuncties Met ⏻ roept u het menu op en gaat u van de ene naar de andere functie. Op het display zijn de symbolen van de beschikbare functies verlicht. De zojuist gekozen functie staat in de focus.
Tijdfunctie Gebruik
| Timer De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. Na het verstrijken van een wekkertijd klinkt een signaal. |
| Tijdsduur Na afloop van een ingestelde tijdsduur eindigt de werking automatisch. Pas na het instellen van een verwarmingsmethode, kunt u de tijdsduur met Opvragen. Na het verstrijken van een duur klinkt een signaal. |
| Tijd Zolang er geen andere functie op de voorgrond loopt, wordt de tijd op het display aangegeven. |
Opmerking: U kunt het signaal voortijdig beëindigen door op Ge drukken. Hoe lang een signaal klinkt, kunt u in de Basisinstellingen → Pagina 191 wijzigen.
13.2 Tijdfuncties opvragen
Vereiste: Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. Tijdens de werking zijn timer en tijdsduur beschikbaar. Tijdens sluimerstand zijn timer en tijd beschikbaar.
▶ Druk op Ⓜtotdat , Ⓖof isbenadrukt.
√ Op het display wordt de betreffende waarde weergegeven.
13.3 Timer instellen
- Druk op Ⓧ
√ Op het display branden en de tijdsymbolen.
- Met de draaiknop de wekkertijd instellen.
√ Na enkele seconden wordt de ingestelde tijd overgenomen.
√ De timer start.
√ Op het display brand☒ en de wekkertijd loopt zichtbaar af. De andere tijdsymbolen verdwijnen.
√ Na het einde van de wekkertijd klinkt een signaal. Op het display staat --
- Met een willekeurig veld kunt u de wekker uitschakelen.
13.4 Timer wijzigen
- Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop.
√ Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd.
13.5 Timer wissen
- Zet met de draaiknop de timertijd op - + - -
√ De timer is uitgeschakeld.
13.6 Tijdsduur instellen
- Twee keer op Ⓤdrukken.
√ Het display toont--: -en de tijdsymbolen branden. - Met de draaiknop een tijdsduur instellen.
- Druk op start ▷stop
√ Het programma wordt gestart.
√ Op het display loopt de duur zichtbaar af en start>stop brandt. De andere tijdsymbolen verdwijnen. - Na het aflopen van de duur klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat
- Met ⑨net signaal beëindigen.
- Om het apparaat uit te schakelen, de functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
13.7 Tijdsduur wijzigen
▶ Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
√ Naar enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur op het display.
√ U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
13.8 Tijdsduur wissen
Opmerking: Bij een ingestelde wekkerfunctie moet u eerst op Ⓓdrukken om de duur te wijzigen.
- Zet met de draaiknop de tijdsduur op --
√ Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
13.9 Tijd instellen
Bij ingebruikname staat de tijdsweergave in de focus. Op het display knippert 12 om brandt.
- Met de draaiknop de tijd instellen.
- Druk op ⏰
√ De tijd is ingesteld.
13.10 Tijd wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- Twee keer op Ⓤdrukken.
√ Het display geeft ^1 en de tijd weer. - Met de draaiknop de tijd instellen.
- Druk op ⏰
√ De tijd is ingesteld.
Opmerking: Als u na het instellen van de tijd niet op ⏻ drukt, neemt het apparaat de ingestelde waarde na enkele seconden automatisch over.
Als u tijdens de instellingen de positie van de functiekeuzeknop hebt veranderd, kunt u het apparaat pas gebruiken als u de functiekeuzeknop op de nulstand draait.
Om het stand-byverbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
▶ Druk ca. 4 seconden op
√ Het bedieningspaneel is geblokkeerd.
√ Op het display verschijnt.
Opmerking: Als u een wekkertijd ☒hebt ingesteld, dan loopt deze door. Zolang het kinderslot actief is, kunt u de wekkertijd niet wijzigen.
Geluidssignalen kunt u beëindigen door op een willekeurig veld te drukken.
14.2 Kinderslot deactiveren
▶ Druk ca. 4 seconden op
√ Het bedieningspaneel is ontgrendeld.
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Indicatie Basisinstelling Keuze Beschrijving
| c01 | Signaalduur = kort = 10 secohden2 = gemiddeld =30 seconden13 = lang = 2 minuten | Signaalduur van het verstrijken van een tijdsduur of de timer instellen. |
| c02 | Toetssignaal = uit01 = aan1 | Toetssignalen in- of uitschakelen. |
| c03 | Displayhelderheid = laag12 = gemiddeld13 = hoog | Helderheid van display in-stellen. |
| c04 | Tijdsweergave = uit01 = aan1 | Tijd op het display weergeven. |
| c05 | Verlichting van de binnen-ruimte0 = uit1 = aan1 | Verlichting van de binnen-ruimte in- of uitschakelen. |
| c06 | Waterhardheid = onthard01 = zacht2 = gemiddeld3 = hard4 = zeer hard1 | Waterhardheid instellen → Pagina 178. |
| c07 | Fabrieksinstelling = uit01 = aan | Gewijzigde instellingen te-rugzetten naar de fabrieks-instellingen. |
| c08 | Demonstratiemodus = uit01 = aan | Demomodus in- of uitschakelen.Opmerking: De demonstratiemodus is alleen zicht-baar tijdens de eerste 5 minuten na aansluiting van het apparaat. |
^1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
15.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- Houd Ⓜenkele seconden ingedrukt.
√ Het display geeft de eerste basisinstellingen weer. -
Wijzig de basisinstelling met de draaiknop.
-
Druk op ⏰
√ Het display geeft de volgende basisinstelling weer. - Met Ⓐalle gewenste basisinstellingen selecteren en de waarden wijzigen.
- Houd om de wijzigingen op te slaan, ①enkele seconden ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de gewijzigde basisinstellingen behouden.
15.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
▶ Draai de functiekeuzeknop.
√ Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
16 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Tips voor apparaatonderhoud
Neem de tips voor apparaatonderhoud in acht om de werking van het apparaat lang in stand te houden.
Maatregel Voordeel
| Het apparaat altijd schoon houden en vuil direct verwijderen. Maak de binnenruimte na elk gebruik schoon. | Dan zet het vuil zich niet vast en brandt het niet in. |
| Vlekken van kalk, vet, zet-meel en eiwit onmiddellijk verwijderen. | Corrosie voorkomen. |
| Bij erg vochtig gebak de glazen braadslede gebruiken. | De binnenruimte wordt dan niet zo vuil. |
| Gebruik voor het braden een geschikte vorm, bijv. een braadslede. | De binnenruimte wordt dan niet zo vuil. |
| Indien mogelijk hete lucht gebruiken. | Verontreiniging is geringer |
16.2 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
16.3 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo- dat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigings- middelen beschadigd raken.

WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
- Indien niet anders vermeld:
- De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog na met een zachte doek.
16.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
- Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen.
-
Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal. - Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
- Met een zachte doek nadrogen.
16.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
- Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- Met een zachte doek nadrogen.
16.6 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen.
▶ Geen schraper gebruiken.
1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger.
Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte.
3. Met een zachte doek nadrogen.
16.7 Deurgreep reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- De deurgreep met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje reinigen.
Opmerking: Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden.
- Met een zachte doek nadrogen.
16.8 Deurafdichting reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen.
- Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen.
- Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek.
- Met een zachte doek nadrogen.
16.9 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- Met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop reinigen.
- Met een zachte doek nadrogen.
- Na de reiniging de positie van de deurdichting controleren.
16.10 Binnenruimte reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
-
Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
-
Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen.
-
De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
-
De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
16.11 Accessoires reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- Ingebrande etensresten met een vochtige vaatdoek en heet zeepsop losweken.
- De accessoires met heet zeepsop en een vaatdoek of een afwasborstel reinigen.
- De roest met RVS-reiniger of in de vaatwasser reinigen.
Gebruik bij sterke verontreiniging een RVS-spiraal- spons of ovenreiniger. - Met een zachte doek nadrogen.
16.12 Zelfreinigende oppervlakken schoonmaken
De achterkant van de binnenruimte beschikt over een zelfreinigende katalytische laag. Spatten van het bakken en braden worden door deze laag opgezogen en afgebroken terwijl het apparaat in gebruik is. Daarom hoeft u dit gedeelte niet te reinigen.
LET OP!
Ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken beschadigt de oppervlakken.
- Geen ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken gebruiken. Wanneer er toch ovenspray op deze oppervlakken terechtkomt, direct afnemen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulp gebruiken.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- Bruine of witte resten dan met water en een zachte spons verwijderen.
Opmerking: Tijdens het gebruik kunnen er roodachtige vlekken op de oppervlakken ontstaan. Hierbij gaat het niet om roest, maar om vlekken van levensmiddelen. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
16.13 Opvangbakje reinigen
LET OP!
Hitte kan het opvangbakje beschadigen.
- Het opvangbakje niet in de hete binnenruimte drogen.
-
Het opvangbakje niet in de vaatwasmachine reinigen.
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
-
Het opvangbakje met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop reinigen.
-
Grondig met helder water uitspoelen.
-
Met een zachte doek nadrogen.
-
Het opvangbakje met geopend deksel laten drogen.
-
Wrijf de afdichting van het deksel droog.
16.14 Watertank reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- De watertank met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop reinigen.
- Grondig met helder water uitspoelen.
- Met een zachte doek nadrogen.
- Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- Wrijf de afdichting van het deksel droog.
16.15 Tankschacht reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
- De tankschacht na elk gebruik droogwrijven.
16.16 Stoomuitlaat in de binnenruimte reinigen
-
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 192
-
De stoomuitlaat in de binnenruimte met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte afwasborstel reinigen.
16.17 Reinigingsfunctie
Gebruik de reinigingsfunctie om het apparaat te reinigen.
Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.
Hoe vaak het ontkalkt moet worden is afhankelijk van de waterhardheid en het aantal keren dat er stoom is gebruikt. Het apparaat toont u via l.øp het display als de stoomfunctie nog 5 keer of minder kan worden gebruikt. Als u het ontkalken niet uitvoert, kunt u geen werking met stoom meer instellen.
Het ontkalken duurt in het totaal ca. 32 minuten. Het ontkalken gebeurt in twee automatische stappen.
■ Ontkalking, duur ca. 31 minuten
■ Spoelcyclus na ontkalking, duur ca. 1 minuut
Voer om hygiënische redenen het ontkalken volledig uit.
Als u het ontkalken onderbreekt, kunt u geen werking met stoom meer instellen. Om ervoor te zorgen dat het apparaat weer klaar is voor gebruik dient u een spoel-cyclus uit te voeren.
Ontkalken starten
Het ontkalken van uw apparaat duurt ca. 31 minuten.
LET OP!
Niet aanbevolen ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken
- Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen ontkalkingsmiddel. De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
- Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
- Kies met de functiekeuzeknop.
√ Op het display wordt de duur van het ontkalken weergegeven. U kunt de tijdsduur niet wijzigen. - De tankafdekking openen.
- Het opvangbakje verwijderen en leegmaken.
- Het lege opvangbakje er volledig inschuiven.
-
De watertank eruit nemen.
-
Water en ontkalkingsmiddel mengen tot een ontkalkingsoplossing.
- 250 ml water en 50 ml vloeibaar ontkalkingsmiddel tot een ontkalkingsoplossing mengen of een ontkalkingstablet, gewicht 18 g, 5 minuten lang in 250 ml water oplossen.
-
De ontkalkingsoplossing in de watertank doen en de watertank geheel inschuiven.
-
De tankafdekking sluiten.
-
Druk op start ▷stop
√ Het apparaat wordt ontkalkt.
√ De resterende tijdsduur loopt af op het display.
Zodra het ontkalken beeindigd is, klinkt er een signaal. Het apparaat pauzeert.
-
De tankafdekking openen.
-
Het opvangbakje verwijderen, leegmaken en erin schuiven.
-
De watertank verwijderen, grondig omspoelen, vullen met koud water en erin schuiven.
-
De tankafdekking sluiten.
-
Druk op start ▷stop
- Het apparaat spoelt twee keer automatisch. Zodra het spoelen beeindigd is, klinkt er een signaal.
Opmerking: Neem de mengverhouding van het ontkalkingsmiddel in acht.
Ontkalkingsmiddel, vloeibaar (bestelnummer 00311680): mengverhouding 1:5, 50 ml ontkalker met 250 ml water mengen.
Ontkalkingstabletten (bestelnummer 00311864): een ontkalkingstablet, gewicht 18 g, 5 minuten lang in 250 ml water oplossen.
Spoelen
Als u de stoomfunctie langere tijd niet hebt gebruikt, spoel dan het apparaat.
Om uw apparaat schoon te houden, kunt u water door het buissysteem pompen. Het apparaat laat vervolgens het water in het opvangbakje lopen.
Opmerking: Na het spoelen kunnen er zich opgeloste kalkdeeltjes in het opvangbakje bevinden. Dit is normaal en beïnvloedt de werking niet.
Spoelcyclus uitvoeren
- Kies met de functiekeuzeknop.
- Het display geeft de duur van het programma weer. U kunt de duur van het programma niet wijzigen.
-
De tankafdekking openen.
-
Het opvangbakje verwijderen en leegmaken.
-
Het lege opvangbakje er volledig inschuiven.
-
De watertank verwijderen en eventueel restwater verwijderen.
-
De watertank grondig uitspoelen en met vers water vullen.
-
De watertank volledig inschuiven.
-
De tankafdekking sluiten.
-
Druk op start ▷stop
√ Water wordt door de buizen gepompt.
De tijdsduur loopt af op het display.
Zodra de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.
Nareinigen
Na het ontkalken of spoelen moet u de volgende stappen uitvoeren.
-
De tankafdekking openen.
-
Het opvangbakje en de watertank leegmaken, reinigen en drogen.
-
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
- De procedure is afgesloten en het apparaat is klaar voor gebruik.
Opvangbakje leegmaken
Bij de reinigingsfuncties wordt het restwasser verzameld in het opvangbakje. Maak het opvangbakje leeg en droog het.
LET OP!
Hitte kan het opvangbakje beschadigen.
- Het opvangbakje niet in de hete binnenruimte drogen.
- Het opvangbakje niet in de vaatwasmachine reinigen.
- Kort op het midden van de tankafdekking drukken.

√ De tankafdekking gaat open. Het opvangbakje en de watertank zijn toegankelijk.
- Het opvangbakje uit de tankschacht nemen.

- Het deksel van het opvangbakje openen.

- Het opvangbakje leegmaken.

- Het opvangbakje weer in de tankschacht plaatsen en volledig inschuiven.

- De tankafdekking sluiten.

√ Het apparaat is klaar voor gebruik.
17 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
17.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. | |
| ► Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. | |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.► Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen.► Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing1. Zekering in zekeringkast uitschakelen.2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen.√ Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door.→ "Servicedienst", Pagina 198 | |
| Deur is niet helemaal gesloten.► Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. | |
| Op het display brandt∞ en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderslot is geactiveerd.► Druk zo lang op ∞tot ∞itgaat. |
| Verlichting van de binnenruimte werkt niet. | LED-lampje is defect.► Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de service-dienst. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Op het display knip-pert 12:00 en het symbool Brandt. | Stroomvoorziening is uitgevallen.► Stel de tijd opnieuw in.→ "Tijd instellen", Pagina 190 |
| Het toestel is niet in gebruik. Op het dis-play wordt een tijds-duur weergegeven. | startStop werd niet ingedrukt.► Druk op startStop |
| De magnetron werkt niet. | Deur is niet helemaal gesloten.► Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. |
| startStop werd niet ingedrukt.► Druk op startStop | |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermogen is te laag ingesteld.► Stel een hoger magnetronvermogen in. → Pagina 180 |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het toestel gedaan.► Stel een langere tijdsduur in.Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. | |
| Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk.► Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. | |
| Magnetronfunctie breekt af. | Apparaat heeft een storing.► Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de service-dienst. |
| Het apparaat warmt niet op, op het dis-play knippert de dub-bele punt. | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen.1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen.2. Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de basisinstellingen → Pagina 191. |
| Symbolen voor water-tank en opvangbakje knipperen voortdu-rend. | Technisch probleem1. Zorg ervoor dat de watertank en het opvangbakje volledig in de betreffende tankschacht zijn geschoven.2. Blijven de symbolen knipperen, bel dan de servicedienst.Opmerking: U kunt het apparaat verder gebruiken, behalve de stoomfunctie. |
| De warme lucht of stoom ontsnapt via de deur. | Geen storing. Koelventilator van het apparaat draait.► Geen handeling vereist.Ventilator draait ook na het gebruik nog een korte periode na. Het apparaat wordt door de ventilator beschermd tegen oververhitting. |
| Koelventilator draait ook na het gebruik na. | Apparaat moet na het gebruik worden gekoeld.► Geen handeling vereist.Ventilator draait ook na het gebruik nog een korte periode na. Het apparaat wordt door de ventilator beschermd tegen oververhitting. |
| Koelventilator draait bij geopende deur. | Apparaat moet tijdens en na het gebruik worden gekoeld.► Geen handeling vereist.Alle kookfuncties worden bij het openen van de deur gestopt. |
| Stoom is niet zicht-baar in de hetelucht-functie en grill-combi-natiefunctie. | Stoom is niet in elk temperatuurbereik zichtbaar. Hoe heter de stoom is, des te minder deze zichtbaar is.► Geen handeling vereist. |
| Opvangbakje is na stoomfunctie leeg. | Bij normale stoomfunctie en stoomcombifunctie wordt het condenswater van de glasplaat op de bodem en in de grijze druipgoot in de bodemplaat opgevangen. Dit komt niet in het opvangbakje.► Geen handeling vereist.Het opvangbakje dient alleen voor de spoelprocedure en de ontkalkingsprocedure, niet voor de gewone stoomfunctie en stoomcombifunctie. |
| Er zitten witte kalk-deeltjes in het op-vangbakje. | Tijdens het spoelen of ontkalken komen kleine kalkdeeltjes uit de boiler los.1. Controleer de instelling van de waterhardheid.2. Voer de ontkalking in de opgegeven intervallen uit.► Ontkalk het apparaat zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing van het apparaat. |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Laag waterverbruik in de combinatiefunctie. In het bijzonder bij combinatiefunctie met 3 functies. | In de stoom combinatiefunctie, met name bij combinatiefunctie met 3 functies, kan het voorkomen dat er deels slechts weinig stoom wordt gebruikt. Zodoende wordt er slechts weinig water uit de schoonwatertank verbruikt.► Geen handeling vereist. |
17.2 Aanwijzingen op het display
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Melding E0532 verschijnt op het display | Door vuil op het bedieningspaneel is het touchveld voortdurend actief.1. Schakel het apparaat uit.2. Reinig het bedieningspaneel.3. Schakel het apparaat weer in.► Als deze fout onmiddellijk na het inschakelen weer optreedt, neem dan contact op met de servicedienst. |
| Melding E5005 verschijnt op het display | De stoomfunctie werd bij het legen van de watertank meerdere malen geactiveerd.► Zorg er voordat u het apparaat weer gaat gebruiken voor dat de watertank met koud water gevuld is en volledig in de tankschacht is geschoven.► Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de service-dienst. |
18 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de juiste manier afvoert.
18.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
▶ Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
19 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van de energieklasse D. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
19.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
20 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
20.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap optimaal kunt profiteren van het insteladvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat handmatig ideaal kunt gebruiken en instellen.
Opmerking: Voor een selectie van gerechten beschikt uw apparaat geprogrammeerde instellingen. Wanneer u zich door het apparaat wilt laten leiden, gebruik dan de automatische programma's.
→ "Automatische programma's", Pagina 186
- Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen.
- Een gerecht uit de insteladviezen kiezen.
- Doe het gerecht in een geschikte vorm. Gebruik de vormen en accessoires welke in het insteladvies zijn aangegeven. Gebruik kookgerei en accessoires die geschikt zijn voor het type bereiding. → "Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron", Pagina 179 Gebruik de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
- Tip: Als u van de tabellen afwijkende hoeveelheden wilt bereiden, stel dan voor de dubbele hoeveelheid ongeveer de dubbele tijdsduur in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Maakt u iets klaar volgens eigen recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Aanvullende informatie vindt u onder de tips na de insteltabellen.
Bij de magnetronfunctie stelt u de langste tijd in die aangegeven staat en controleert u het gerecht na de kortste tijd.
Zorg er bij het begin voor dat de watertank bij toe-passingen met stoom gevuld is.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
De temperatuurgegevens en de tijdsopgaven in de tabellen zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Daarom zijn instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de volgende keer zo nodig een hogere waarde in.
-
Het gerecht overeenkomstig de inschuifhoogte in de binnenruimte plaatsen.
-
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden! Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
-
Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
20.2 Algemene aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle gerechten.
Condensvorming
Bij de bereiding van levensmiddelen kan er veel water-damp ontstaan in de binnenruimte.
Omdat het apparaat zeer energie-efficiënt is, komt er tijdens het gebruik slechts weinig warmte naar buiten.
Door de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte van het apparaat en de buitenste apparaat-onderdelen kan condensvorming optreden bij de apparaatdeur, het bedieningspaneel of aangrenzende meubelfronten. De vorming van condens is een normaal natuurkundig verschijnsel.
Als u het apparaat voorverwarmt of de deur voorzichtig opent, vermindert u de condensvorming.
Bereiding met gebruik van stoom of met een stoomverwarmingsmethode leidt tot veel waterdamp in de binnenruimte. Veeg de binnenruimte droog nadat het apparaat is afgekoeld.
Bakvormen
Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en de producten bruinen niet gelijkmatig.
Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatie van de fabrikant om te zien of ze geschikt zijn voor gebruik met stoom en de magnetron. Zie ook de opgaven en recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd op maat.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmings-elementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
20.3 Tips voor een acrylamide-arme bereiding
Acrylamide is schadelijk voor de gezondheid en ontstaat wanneer u graanproducten en aardappelproducten bij zeer grote hitte bereidt.
Gerecht Tip
| Algemeen ■ Houd de bereidingstijden zo kort mogelijk■ Gerechten goudbruinen niet een te donkerekleur laten krijgen.■ Gebruik grote, dikkeproducten. Deze bevat-ten minder acrylamide. |
| Gebak en koekjes ■ De temperatuur bij he-te lucht op max.180°C instellen.■ Gebak en koekjes metei of eigeel bestrijken.Dit vermindert de vor-ming van acrylamide. |
| Oven-frites ■ Frites gelijkmatig en inéén laag over de plaatverdelen.■ Minstens 400 g perplaat bakken, zodat defrites niet uitdrogen. |
20.4 Tips om te ontdooien en op te warmen
Neem deze tips in acht voor goede resultaten bij het ontdooien en opwarmen.
Vraag Tip
| Het gerecht moet na het verstrijken van de tijdsduur ontdooid, heet of gaar zijn. | Stel een langere tijdsduur in. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
| Het gerecht mag na het verstrijken van de tijdsduur aan de rand niet oververhit zijn en in moet in het midden gaar zijn. | ■ Het gerecht tussen-door omroeren.■ Een lager magnetron-vermogen en een langere tijdsduur instellen. |
| Gevogelte of vlees mag na het ontdooien niet alleen van buiten gebakken, maar in het midden nog bevroren zijn. | ■ Een lager magnetron-vermogen instellen.■ Het te ontdooien gerecht bij grote hoeveelheden meerdere ma- len keren. |
| Het gerecht mag niet te droog zijn. | ■ Een lager magnetron-vermogen instellen.■ Een kortere tijdsduur instellen.■ Gerecht afdekken.■ Meer vloeistof toevoe-gen. |
20.5 Tips om te ontdooien en op te warmen met magnetron
Als bij het ontdooien of opwarmen met de magnetron iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
Vraag Tip
| U vindt geen instelgegevens voor de voorbereide hoeveelheid voedsel. | De bereidingstijd verlen-gen of verkorten.Vuistregel: dubbele hoe-veelheid = bijna dubbeltijd, halve hoeveelheid =halve tijd |
| Uw gerecht is te droog geworden. | ■ De bereidingstijd ver-korten.Of:■ Een lager magnetron-vermogen selecteren.■ Het gerecht afdekken en meer vloeistof toe-voegen. |
| Uw gerecht is na afloop van de tijd nog niet ont-dooid, niet warm of nietgaar. | De bereidingstijd verlen-gen. |
| Na afloop van de berei-dingstijd is uw gerecht aan de rand oververhit, maar in het midden nog niet gaar. | ■ Roer het gerecht tus-sendoor om.■ De volgende keer een lager vermogen en een langere duur in-stellen. |
| Na het ontdooien is uw gevogelte of vlees van buiten gebakken maar in het midden nog niet on-dooid. | ■ De volgende keer een lager magnetronver-mogen kiezen.■ Het te ontdooien ge-recht bij grote hoeveel-heden meerdere ma-len keren. |
20.6 Ontdooien
Met uw apparaat kunt u diepvriesproducten ontdooien.
Gerechten ontdooien
- De bevroren levensmiddelen in een open vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen.
Gevoelige delen kunt u met een klein stuk aluminiumfolie afdekken, bijv. kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken. De folie mag de wanden van het apparaat niet raken. - In werking stellen.
Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen. - Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ontstaat vloeistof.
De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmidde- len in aanraking laten komen. - De gerechten tussendoor één tot twee keer omroeren of keren.
Grote stukken meerdere malen keren. - Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de ontdooide gerechten ca. 10 tot 60 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Bij gevogelte kunt u de ingewanden verwijderen. Het vlees kunt u ook met een kleine bevroren kern verder verwerken.
Insteladviezen voor het ontdooien
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduurin min. | |
| Vlees in zijn geheel, met en zon-der been, 800 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 15^1 2. 15-25^1 | ||
| Vlees in zijn geheel, met en zon-der been, 1000 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 15^1 2. 25-35^1 | ||
| Vlees in zijn geheel, met en zon-der been, 1500 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 20^1 2. 25-35^1 | ||
| Vlees in stukken of plakken, 200 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 5^2 2. 4-6^2 | ||
| Vlees in stukken of plakken, 500 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 10^2 2. 5-10^2 | ||
| Vlees in stukken of plakken, 800 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 10^2 2. 10-15^2 | ||
| Gehakt, gemengd, 200 g^3 | Open vorm 0 90 15 | ^1,4 | |||
| Gehakt, gemengd, 500 g^3 | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 5^1,5 2. 10-15^1,5 | ||
| Gehakt, gemengd, 800 g^3 | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 10^1,5 2. 15-20^1,5 | ||
| Gevogelte of stukken gevogelte, 600 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 5^6,7 2. 10-15^6,7 | ||
| Gevogelte of stukken gevogelte, 1200 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 10^6,7 2. 20-25^6,7 | ||
| Eend, 2000 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 20^1,7 2. 30-40^1,7 | |||
| Gans, 4500 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 30^8,7 2. 60-80^8,7 | |||
| Visfilet, viskotelet of plakken, 400 g | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 5^9 2. 10-15^9 | ||
| Hele vis, 300 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 3^6 2. 10-15^6 | |||
| Hele vis, 600 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 8^6 2. 15-25^6 | |||
| Groente, bijv. erwten, 300 g Open vorm 0 180 10-15 | ^10 | ||||
| Groente, bijv. erwten, 600 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 10^10 2. 9-15^10 | |||
| Fruit, bijv. frambozen, 300 g Open vorm 0 180 7-10 | ^10,9 | ||||
| Fruit, bijv. frambozen, 500 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 8^10,9 2. 5-10^10,9 | |||
^1 Het voedsel herhaaldelijk keren.
2 Maak bij het keren de stukken vlees van elkaar los.
^3 Het voedsel vlak invriezen.
^4 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
5 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
^6 Het voedsel tussendoor keren.
7 Verwijder de ontdooivloeistof.
^8 Keer de voedingswaar elke 20 minuten.
9 Maak de ontdooide delen van elkaar los.
^10 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
^11 De verpakking volledig verwijderen.
^12 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
^13 De stukken gebak van elkaar scheiden.
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduurin min. | |
| Boter ontdooien, 125 g ^11 | Open vorm 0 90 6-8 | ||||
| Boter ontdooien, 250 g ^11 | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 22. 3-5 | ||
| Brood, heel, 500 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 3^6 2. 10-15^6 | |||
| Brood, heel, 1000 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 5^6 2. 15-25^6 | |||
| Gebak, droog, bijv. cake, 500 g ^12 . 13 | Open vorm 0 90 10-15 | ||||
| Gebak, droog, bijv. cake, 750 g ^12 . 13 | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 32. 10-15 | ||
| Gebak, vochtig, bijv. vruchten-taart, kwarktaart, 500 g ^12 | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 15-25 | ||
| Gebak, vochtig, bijv. vruchten-taart, kwarktaart, 750 g ^12 | Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 72. 15-25 | ||
| 1 Het voedsel herhaaldelijk keren.2 Maak bij het keren de stukken vlees van elkaar los.3 Het voedsel vlak invriezen.4 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.5 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.6 Het voedsel tussendoor keren.7 Verwijder de ontdooivloeistof.8 Keer de voedingswaar elke 20 minuten.9 Maak de ontdooide delen van elkaar los.10 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.11 De verpakking volledig verwijderen.12 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.13 De stukken gebak van elkaar scheiden. | |||||
20.7 Opwarmen
Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Diepgevroren gerechten opwarmen
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
-
De kant-en-klargerechten uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.
-
De gerechten vlak in de vorm verdelen.
Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan ho- ge. Levensmiddelen niet over elkaar heen leggen. - De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken.
- Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
- In werking stellen.
- Tussendoor de gerechten 2-3 keer keren of omroeren.
De snelheid waarmee de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen. - Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroren gerechten
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduurin min. | |
| Soep, diepvries, 400 g Gesloten servies 0 600 8-15 | |||||
| Eenpansgerecht, diepvries, 500 Gesloten servies 0 600 8-13 | |||||
| g | |||||
| ^1 | Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken. | ||||
| ^2 | Een beetje vloeistof bij het voedsel doen. | ||||
| ^3 | Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt. | ||||
| ^4 | Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water. | ||||
| ^5 | Roer het gerecht tussendoor om. | ||||
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduurin min. | |
| Eenpansgerecht, diepvries, 1000 g | Gesloten servies 0 600 20-25 | |||
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 2-3 componenten, diepvries, 300-400 g | Gesloten servies 0 600 11-15 | |||
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, diepvries, 500 g | Gesloten servies 0 600 12-17 | 1 | ||
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, diepvries, 1000 g | Gesloten servies 0 600 25-30 | 1 | ||
| Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni, diepvries, 450 g | Gesloten servies 0 600 10-15 | |||
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, diepvries, 250 g^2 | Gesloten servies 0 600 2-5 | |||
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, diepvries, 500 g^2 | Gesloten servies 0 600 8-10 | |||
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortelen, diepvries, 300 g^3 | Gesloten servies 0 600 8-10 | |||
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortelen, diepvries, 600 g^3 | Gesloten servies 0 600 14-17 | |||
| Spinazie à la crème, diepvries, 500 g^4 | Gesloten servies 0 600 11-16 | 5 | ||
| ^1 Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken. ^2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen. ^3 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt. ^4 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water. ^5 Roer het gerecht tussendoor om. | ||||
Gerechten opwarmen
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.

Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
1. De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.
2. De gerechten vlak in de vorm verdelen.
Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan ho-
ge. Levensmiddelen niet over elkaar heen leggen.
3. De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken als dit in de tabel is vermeld.
4. Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. Als u de stoomfunctie inschakelt, dan het kookgerei op de glazen braadslede in inschuifhoogte 3 plaatsen en de watertank vullen.
5. In werking stellen.
6. De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren.
De snelheid waarmee de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen.
7. Controleer de temperatuur.
8. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Insteladviezen voor het opwarmen
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. | |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk, 150 ml ^1 | Open vorm 0 360 - 0,5-1,5 | 2,3 | ||||
| Dranken, 200 ml ^4 | Open vorm 0 1000 - 1-2 | 5,6 | ||||
| Dranken, 500 ml ^4 | Open vorm 0 1000 - 4-5 | 5,6 | ||||
| Soep, 2 koppen à 175 g | Open vorm 0 600 - 3-4 | |||||
| Soep, 4 koppen à 175 g | Open vorm 0 600 - 6-8 | |||||
| Stukken vis of vlees in saus, 500 g ^7 | Gesloten servies 0 600 - 7-10 | |||||
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 2-3 componenten, 400 g | Open vorm 0 + 360 3 9-14 | |||||
| Eenpansgerecht, 400 g | Gesloten servies 3 600 - 6-8 | |||||
| Eenpansgerecht, 800 g | Gesloten servies 0 600 - 8-11 | |||||
| Groente, 150 g | Open vorm 3 + 360 3 3-5 | |||||
| Groente, 300 g | Open vorm 3 + 360 3 4-7 | |||||
| ^1 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen. ^2 Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden. ^3 Beslist de temperatuur controleren. ^4 Doe een lepel in het glas. ^5 Alcoholische dranken niet verwarmen. ^6 Het voedsel tussendoor controleren. ^7 De lapjes vlees van elkaar scheiden. | ||||||
20.8 Gebak, klein gebak en brood
Met uw apparaat kunt u gebak, klein gebak en brood bakken.
Om het deeg te laten rijzen, dient u de deegkom met folie of een doek af te dekken. Plaats hem op de bodem van de oven en stel hete lucht 40 °C in.
Bereidingsadviezen voor het bakken in combinatie met magnetron
■ Wanneer u bakt in combinatie met de magnetron, kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
In de combistand kunt u doorgaans normale bakvormen van metaal gebruiken.
Aanwijzingen voor het bakken met stoom
■ Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger. Zij krijgen een glanzend oppervlak en droger minder uit.
- Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Als het water opgebruikt is, wordt het gerecht met de ingestelde verwarmingsmethode zonder toevoeging van stoom verder gegaard.
Bereidingsadviezen voor diepvriesproducten
■ Neem het gerecht volledig uit de verpakking.
■ Verwijder het ijs van het gerecht.
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten.
- Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Bereidingsadviezen voor brood en broodjes
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
■ Schakel de stoomfunctie voor hete lucht erbij in.
- De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Insteladviezen voor gebak in vormen
| Voedingswaar Accessoires / vor-men | Inschuif-hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. | |
| Cake, eenvoudig Napvorm, kransvorm of rechthoekige vorm | 1 160-170 - 60-80 | 1 | ||||
| Cake, fijn bijv. zand-gebak | Napvorm, kransvorm of rechthoekige vorm | 1 150-160 - 60-70 | 1 | |||
| Notentaart Springvorm | ∅ 26 cm 1 + 170-180 90 30-35 | |||||
| Taartbodem van be-slag | Taartbodemvorm 1 160-170 - 35-45 | |||||
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm ∅ 26 cm 1 160-170 - 40-50 | |||||
| Vruchten- of kwark-taart van zandtaart-deeg | Springvorm ∅ 26 cm 2 + 150-160 360 40-50 | 1 | ||||
| Vruchtentaart, fijn, van roerdeeg | Springvorm/tulband-vorm | 1 + 170-190 90 30-45 | ||||
| Hartig gebak, bijv. quiche of uientaart | Springvorm ∅ 26 cm 2 + 160-180 90 50-70 | |||||
| ^1 Het gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen. | ||||||
Insteladviezen voor gebak op de plaat
| Voedingswaar Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. | |
| Cake met dro-ge bedekking | Glazen braad-slede | 2 160-170 | - - 30-40 | ||||
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, bijv. gistdeeg met appelkruimel | Glazen braad-slede | 1 160-170 | 1 | -- 30-45 | |||
| Broodvlecht van 500 g bloem | Glazen braad-slede | 1 | +70-180 | 1 | - 3 | 35-45 | |
| Strudel met vruchtenvulling, voorgebakken, diepvries | Glazen braad-slede | 1 | +80-200 - 2 | 40-50 | |||
| Pizza | Glazen braad-slede | 2 210-230 | - - 25-35 | ||||
| Pizza, voorge-bakken, diepvries | Rooster 2 | + 180-190 | 80 | - 8-15 | |||
| Pizza-baguette, voorgebakken, diepvries | Rooster 2 | + 190-210 | 80 | - 12-15 | |||
| ^1 Het apparaat voorverwarmen. | |||||||
Insteladviezen voor klein gebak en koekjes
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Koekjes | Glazen braadslede | 2 150-170 2 | 35 | ||
| Schuimgebak | Glazen braadslede | 2 100 90-12 |
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Macarons Glazen braadslede 2 110 35-45 | ||||
| Bladerdeeggebak Glazen braadslede 2 170-180 35-45 |
Insteladviezen voor brood en broodjes
| Voedingswaar Accessoires / vor-men | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Grill-stand | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Brood, 1 kg Glazen braadslede 1 + 1. 230 | 12. 190-200^1 | 1. -2. - | 1. 32. - | 1. 10-152. 30-45 | ||
| Brood, 1,5 kg Langwerpige bak-vorm | 0 + 1. 230 | 12. 200-210^1 | 1. -2. - | 1. 32. - | 1. 10-152. 40-50 | |
| Broodjes, bijv. tarwebroodjes | Glazen braadslede 1 + 200-210 | 1 | - 3 25-35 | |||
| Geroosterd brood, 12 snee-tjes | Rooster 3 - | 3 - 3-6 | ||||
| Geroosterd brood, 4 snee-tjes | Rooster 3 - | 3 - 3-6 | ||||
| Toast gegrati-neerd, 2-4 sneetjes | Rooster +Glazen braadslede | 3+1 | - | 3 - 8-10 |
^1 Het apparaat voorverwarmen.
Tips voor het bakken
Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
| Tussen vorm en rooster ontstaan vonken. | ■ Controleer of de vorm van buiten schoon is.■ De positie van de vorm in de binnenruimte wijzigen.■ Bak zonder magnetronfunctie verder en verleng de bakduur. |
| U wilt vaststellen of het gebak doorbakken is. | ■ Met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak prikken. Zit er geen deeg meer aan de prikker, dan is het gebak klaar. |
| Uw gebak stort in. | ■ Houd de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept aan.■ Gebruik minder vloeistof.Of:■ Verlaag de baktemperatuur met 10°C en verleng de baktijd. |
| Vraag | Tip |
| Uw gebak is in het mid-den hoog gerezen en la-ger bij de randen. | ■ Vet alleen de bodem van de springvorm in.■ Het gebak na het bak-ken voorzichtig met een mes losmaken. |
| Uw klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | ■ Rond elk stuk gebak een afstand van ca. 2 cm vrijhouden.Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Uw gebak is over het ge-heel te licht. | ■ Controleer de inschuif-hoogte en de acces-soires.■ De baktemperatuur verhogen.Of:■ Verleng de baktijd. |
| Uw gebak in een (lang-werpige) vorm wordt te donker aan de achter-kant. | ■ Plaats de bakvorm in het midden. |
| Uw gebak is te donker. | ■ Verlaag de baktempe-ratuur en verleng de baktijd. |
| Vraag Tip | |
| Uw gebak is onregelmatig gebruind. | Verlaag de baktemperatuur.Knip het bakpapier in de juiste afmetingen.Plaats de bakvorm in het midden.Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel mogelijk eenvormig maken. |
| Uw gebak is van binnen nog niet doorbakken. | Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd.Minder vloeistof toevoegen.Bij gebak met vochtige bedekking:De bodem voorbakken.Bestrooi de gebakken bodem met amandelen of paneermeel.Leg de bedekking op de bodem. |
| Uw gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minuten afkoelen.Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes.Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek.Vet de vorm de vol-gende keer in en be-strooi deze met pa-neermeel. |
20.9 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Met uw apparaat kunt u ovenschotels en gegratineerde gerechten bereiden.
Bereidingsadviezen voor ovenschotels en gegratineerde gerechten
- De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van het kookgerei en de hoogte van de ovenschotel. Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een 4 tot 5 cm hoge ovenvorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden ze donkerder aan de bovenkant.
■ Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
■ Neem de opgegeven inschuifhoogtes in acht.
■ Laat ovenschotels en gegratineerde gerechten nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven nagaren.
Insteladviezen voor ovenschotels en gegratineerde gerechten
| Voedingswaar Accessoires / vor-men | Inschuif-hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Ovenschotels zoet, bijv. kwarkschotel met fruit 1,5 kg | Ovenschaal 0 + 130-150 180 25-35 | ||||
| Ovenschotel hartig, van gegaarde ingrediënten, bijv. noe-delsoufflé, 1 kg | Ovenschaal 0 + 180-190 600 12-17 | ||||
| Ovenschotel hartig, van rauwe ingrediënten, bijv. gegratineerde aardappels, 1,1 kg | Ovenschaal 0 + 170-180 600 20-30 |
20.10 Gevogelte, vlees en vis
Met uw apparaat kunt u gevogelte, vlees en vis bereiden.
Bereidingsadviezen voor het bereiden in de vorm
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
- Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
- Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor uw toepassing.
Het meest geschikt zijn vormen van glas.
Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
■ Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium zijn niet geschikt voor gebruik met de magnetron. Bij conventioneel gebruik reflecteren glanzende braadsledes de warmte als een spiegel en zijn daardoor slechts in beperkte mate geschikt. Gevogelte, vlees en vis garen langzamer en bruinen minder. Houd bij de conventionele bereiding een hogere temperatuur en een langere bereidingstijd aan.
■ Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen.
Open vorm
■ Voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis kunt u het best een hoge vorm gebruiken.
■ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
■ Als u de stoomfunctie gebruikt, neem dan een open vorm.
■ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de glazen braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
■ Let erop dat het deksel past en goed sluit.
■ Plaats de vorm op het rooster.
Bereidingsadviezen voor het bereiden in combinatie met magnetron
■ Wanneer u bereidt in combinatie met de magnetron, kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
■ De bereidingsduur bij gebruik van de magnetron is gebaseerd op het totaalgewicht.
Wilt u een andere dan de opgegeven hoeveelheid klaarmaken, dan helpt de basisregel: "Bij een dubbele hoeveelheid is bijna de dubbele bereidingsduur nodig".
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
■ Braadvormen van metaal en een Römertopf zijn alleen geschikt voor het braden zonder magnetron.
Adviezen voor het bereiden met stoom
■ Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger. Zij krijgen een glanzend oppervlak en droger minder uit.
■ Gebruik een open vorm.
■ Gebruik een hittebestendige en stoombestandige vorm.
■ Schakel de stoomfunctie in zoals aangegeven in de insteltabel.
- Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Als het water opgebruikt is, wordt het gerecht met de ingestelde verwarmingsmethode zonder toevoeging van stoom verder gegaard.
Bereidingsadviezen voor het stomen op de stoombak
- In tegenstelling tot de bereiding met stoom wordt het vlees met de functie stomen behoedzamer bereid en krijgt het geen korstje. Het blijft bijzonder mals.
- Als smaakvariant kunt u stukken vlees voor het stomen kort bakken om de bereidingsduur te verkorten. Voor grotere stukken is een langere bereidingsduur nodig. Stukken vlees hoeft u niet te keren.
■ Voor het stomen van gevogelte, vlees of vis legt u het product in de stoombak in de glazen braadslede. Plaats deze vervolgens op inschuifhoogte 3. - Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Wanneer de watertank tijdens het gebruik leegraakt, wordt de werking onderbroken. Op het display wordt u hierop opmerkzaam gemaakt.
Bereidingsadviezen voor het grillen
■ Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
- Leg het product altijd direct op het rooster. Plaats ook de glazen braadslede onder het rooster. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
■ Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
- Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
■ Zoute het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: De grillverwarmingsstaven schakelen steeds weer in en uit. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand. Bij het grillen kan rook ontstaan.
Aanbevolen instelwaarden
- De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte, vlees en vis en voorgestelde gewichten. Wilt u zwaarder gevogelte, vlees of vis bereiden, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur. Ga bij meerdere stukken uit van het gewicht van het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn. - Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
■ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd. - Keer gevogelte, vlees of de vis wanneer dit in de insteltabel is aangegeven.
Bereidingsadviezen voor gevogelte
■ Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
■ Snijd bij eendenborst het vel in.
■ Keer de eendenborst niet.
■ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde of de kant van het vel onder ligt.
Bereidingsadviezen voor vlees
■ Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
■ Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm net bedekt zijn.
■ Snij een zwoerd kruisgewijs in.
- Als het braadstuk klaar is, laat u het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
- Het braden en stoven in een vorm is handiger. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
- De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, het materiaal van de vormen en het gebruik van een deksel. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
■ Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe. - De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
■ Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm hoog bedekt te zijn.
Bereidingsadviezen voor vis
■ Een vis op zijn geheel hoeft u niet te keren.
■ Wilt u vis klaarmaken op het rooster, bestrijk dit dan van tevoren met wat olie, dan kunt u de vis later gemakkelijker losmaken.
■ De vis is gaar wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Insteladviezen voor gevogelte
| Voedingswaar | Accessoires /vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Grill-stand | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduurin min. |
| Kip, heel, ge-kookt, 1,3 kg | Gesloten servies 0 | - - 600 - 25 | 35 | 1 | ||||
| Kip, heel, ge-braden, 1,3 kg | Open vorm 0 + + | 190 - 360 | 3 | 40-45 | 2,3,4 | |||
| Stukken kip,bijv. kwart kip,800 g | Open vorm 0 + 190 | - 180 - 20 | 35 | 5,6,3 | ||||
| Eendenborst,500 g | Rooster+Glazen braadsle-de | 3+2 + + - 3 | 3 | 80-3 | 0-12 | 6,3 | ||
| Ganzenborst,ganzenbouten,700-900 g | Open vorm 0 + - 2 | 180 - 30-40 | 7,3 | |||||
| ^1 Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd. ^2 Met de borstzijde naar boven leggen. ^3 Keer het voedsel niet. ^4 Laat 5 minuten nasudderen. ^5 Prik gaatjes in het vel. ^6 Leg het met de kant van het vel naar boven. ^7 Gebruik een hoge en open vorm. | ||||||||
Insteladviezen voor vlees
| Voedingswaar Accessoires /vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Grill-stand | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduurin min. |
| Gestoofd rundvlees,1 kg | Gesloten servies 0 + 160-170 [IMAGE] - 80-90 | ||||||
| Rosbief, kort gebakken, 1,5kg | Open vorm 0 + 180-190 - 180[IMAGE]40 | 1,2 | |||||
| Rindersteaks,2-3 cm dik,2-3 stuks, à200 g | Rooster 3+1 1.- [IMAGE]Glazen braadsle-de | 2.- | 1.32.3 | 1.-2.- | 1.-2.- | 1.10-152.5-10 | |
| Varkensvlees zonderzwoerd, bijv.halsstuk, 750g | Open vorm 0++ 170-180 - 360 [IMAGE]2535 | 2 | |||||
| Varkensvlees met zwoerd,bijv. schouder,1 kg^3 | Open vorm 0++ 170-80 - 180[IMAGE]60-80 | 4,2 | |||||
| Varkenslende500-600 g | Open vorm 0 + 180-190 - 180[IMAGE]3540 | 2 | |||||
| Steaks van varkensnek,2-3 cm dik,2-3 stuks, à120 g | Rooster 3+1 1.- [IMAGE]Glazen braadsle-de | 2.- | 1.22.2 | 1.-2.- | 1.-2.- | 1.15-202.10-15 | |
| Grillworsten,4-6 stuks,à 150 g | Rooster 3+1 1.- [IMAGE]Glazen braadsle-de | 2.- | 1.32.3 | 1.-2.- | 1.-2.- | 1.10-152.5-10 | |
| Gehakt, 750 g Open vorm 0++ 190 - 360 3 1520 [IMAGE] | 2 | ||||||
| 1Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.2Laat het tot slot 10 minuten rusten.3Snij het zwoerd in.4Keer het voedsel niet. | |||||||
Insteladviezen voor vis
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Grill-stand | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Visfilet, vers 400 g | Glazen braadsle-de+Stoombak | 3 - | - - | 3 15-17 | ||||
| Stukken visfi-let, diepvries, 400 g | Gesloten servies | 3 - | - - | 3 18-20 | ||||
| Stukken visfi-let, diepvries, 800 g | Glazen braadsle-de+Stoombak | 3 - | - - | 3 23-25 | ||||
| Visfilet, gegratineerd, 500 g | Open vorm | 0 + - | 3 600 - 10-15 | |||||
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Grill-stand | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Viskoteletten, 2-3 stuks, à 150 g | Rooster + Glazen braadsle-de | 3+1 - 3 -- 8-12 | ||||||
| Vis, heel, bijv. forellen, 2-3 stuks, à 300 g | Glazen braadsle-de + Stoombak | 3 --- 3 18-22 | ||||||
Tips voor het braden en stoven
Wanneer er bij het braden en stoven een keer iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag Tip | |
| Uw braadstuk is te don-ker en de korst op som-mige plekken verbrand. | Controleer of de juiste inschuifhoogte is geko-zen.Kies een lagere tem-peratuur.Verkort de braadduur. |
| Uw braadstuk is te droog. | Controleer of de juiste inschuifhoogte is geko-zen.Kies een lagere tem-peratuur.Verkort de braadduur. |
| De korst van uw braad-stuk is te dun. | Verhoog de temperatu-ur.Of:Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in. |
| Uw braadsaus is aange-brand. | Kies een kleinere vorm.Bij het braden meer vloeistof toevoegen. |
| Uw braadsaus is te licht en te waterig. | Kies een grotere vorm om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt.Bij het braden minder vloeistof toevoegen. |
| Wanneer u vlees stooft, brandt het vlees aan. | Controleer of de vorm en het deksel bij el-kaar passen en goed sluiten.Verlaag de temperatu-ur.Bij het stoven vloeistof toevoegen. |
20.11 Groente en bijgerechten
Met uw apparaat kunt u groente en bijgerechten bereiden.
Bereidingsadviezen voor de magnetron
- Gebruik gesloten vormen die geschikt zijn voor de magnetron.
- Gebruik een hoge vorm met deksel voor het koken van rijst en voeg water toe zoals in de tabel aangegeven.
Bereidingsadviezen voor het stomen
■ Gebruik voor het stomen de glazen braadslede en de stoombak.
■ Houd u aan de stuksgrooten die in de insteltabel worden aangegeven. Bij kleinere stukken is de bereidingstijd korter en bij grotere stukken langer.
■ Kwaliteit en rijpheid beïnvloeden de bereidingstijd ook. Daarom zijn de aangegeven instelwaarden slechts richtlijnen.
■ Verspreid de levensmiddelen altijd gelijkmatig in de vormen. Als de hoogte van de lagen verschillend is, wordt het bereidingsresultaat ongelijkmatig.
■ Leg drukgevoelige levensmiddelen niet in te veel laagjes in de stoombak.
- Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Wanneer de watertank tijdens het gebruik leegraakt, wordt de werking onderbroken. Op het display wordt u hierop opmerkzaam gemaakt.
Bereidingsadviezen voor couscous
■ Voeg water of vloeistof in de aangegeven verhouding toe. Voeg bijv. 200 ml vloeistof bij een verhouding van 1:2 per 100 g couscous toe.
Insteladviezen voor groente en bijgerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Artisjokken, heel, vers | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 35-40 | |||||
| Bladspinazie, vers, 250 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 5-7 | |||||
| Bloemkool, heel, vers | Glazen braad-slede+Stoombak | 2 - - 3 28-35 | |||||
| Broccoli, heel, vers, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 2 - - 3 20-23 | |||||
| Broccoliroosjes, diepvries, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 14-16 | |||||
| Groente, vers, 250 g | Gesloten ser-vies | 0 - 600 - 6-10 | 1 | ||||
| Groente, vers, 500 g | Gesloten ser-vies | 0 - 600 - 10-15 | 1 | ||||
| Maïskolven, vers, 2 stuks | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 25-35 | |||||
| Gemengde groente, diepvries 250 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 12-15 | |||||
| Wortelen, in plakjes ge-stoomd, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 18-20 | |||||
| Preiringen, vers, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 10-12 | |||||
| Groene bonen vers, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 18-20 | |||||
| Rode bietjes, heel, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 50-60 | |||||
| Asperges, groen, 250 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 10-15 |
^1 Roer het gerecht tussendoor om.
| Voedingswaar Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. | |
| Courgettes in plakken, ge-stoomd, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 12-14 | |||||
| Aardappels, in vieren gesne-den, 250 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 28-30 | |||||
| Aardappels, in vieren gesne-den, 500 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 30-32 | |||||
| Aardappels, in vieren gesne-den, 750 g | Glazen braad-slede+Stoombak | 3 - - 3 32-35 | |||||
| Frites, diepvries | Glazen braad-slede | 2 190-210 - 30-40 | |||||
| Rösti, diepvries | Glazen braad-slede | 2 190-210 - 25-35 | |||||
| Kroketten, diepvries | Glazen braad-slede | 2 190-210 - 25-35 | |||||
| Rijst 125 g + 300 ml water | Gesloten ser-vies | 0 - 1.600 | 2.180 | 1.-2.- | 1.4-62.12-15 | ||
| Rijst, 250 g + 500 ml water | Gesloten ser-vies | 0 - 1.600 | 2.180 | 1.-2.- | 1.6-82.15-18 | ||
| Couscous, 1:2 | Glazen braad-slede | 3 - - 3 3-10 | |||||
^1 Roer het gerecht tussendoor om.
20.12 Desserts
Met uw apparaat kunt u desserts bereiden.
Bereidingsadviezen voor rijstepap
■ Voeg melk toe in de aangegeven verhouding. Voeg bijv. 250 ml melk met een verhouding van 1:2,5 per 100 g rijstepap toe.
Insteladviezen voor desserts
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Magnetron-stand in W | Stoom-stand | Tijdsduur in min. | |
| Flan Caramel Glazen braadslede + Soufflé-vormpjes | 3 - 3 40-50 | |||||
| Gestoomde pasta Glazen braadslede 3 - 2 20-25 | ||||||
| Rijstepap 1:2,5 ^1 | Glazen braadslede 3 - 3 30-40 | |||||
| Fruit, compote, 500 g Glazen braadslede 3 - 3 9-12 | ||||||
| Popcorn voor de magne-tron, 1 zak à 100 g | Gesloten servies 0 600 | - | 3-5 | |||
| Zoete gerechten, bijv. pudding, instant, 500 ml | Gesloten servies 0 600 | - | 6-8 | ^2 | ||
| ^1 Voeg melk toe in de aangegeven verhouding. ^2 Roer het gerecht tussendoor om. | ||||||
20.13 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.
■ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
■ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
■ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuuur.
■ Plaats de bakvormen op het rooster.
Insteladviezen voor het bakken
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Spritskoekjes Glazen braadslede 2 160-170 30-35 | ||||
| Kleine cakes Glazen braadslede 2 160-170 | ^1 | 20-25 | ||
| Biscuitgebak Springvorm ∅ 26 cm 1 160-170 40-50 | ||||
| Bedekte appeltaart Springvorm ∅ 20 cm 2 170-190 80-100 | ||||
| ^1 Warm het apparaat 5 minuten voor. | ||||
Bereiding met magnetron
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten met de magnetron.
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Insteladviezen voor het ontdooien met magnetron
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduurin min. |
| Ontdooien van vlees, 500 g Open vorm 0 1. 180 | 2. 90 | 1. 72. 8-12 |
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Magnetron-stand in W | Tijdsduurin min. | |
| Eiercrème, 1000 g | Open vorm 0 1. 360 | 2. 180 | 1. 18-202. 18-22 | ||
| Sponge cake, 475 g | Open vorm 0 600 | 8-10 | |||
| Vleesballetjes, 900 g | Open vorm 0 600 | 20-25 | |||
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron gecombineerd
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Grillstand | Magnetron-stand in W | Tijdsduur in min. |
| Aardappelgratin | Open vorm | 0 | - | 1 | 360 | 25-32 | |
| Gebak, 700 g | Open vorm | 1 | 190-200 | - | 180 | 20-27 | |
| Kip | Open vorm | 0 | 190 | - | 360 | 30-45^1,2,3 |
^1 Met de borstzijde naar onder leggen.
^2 Gebruik een hoge vorm zonder deksel.
^3 Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
Stomen
Houd deze informatie aan bij het stomen van testge-rechten.
Plaats de glazen braadslede met de stoombak op inschuifhoogte 3.
Insteladviezen voor het stomen
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Stoom-stand | Tijdsduur in min. |
| Erwten, diepvries, 1000 g Glazen braadslede + Stoombak | 3 3 - | 1 | ||
| Broccoli, vers, 300 g Glazen braadslede + Stoombak | 3 3 10-12 | |||
| Broccoli, vers, een bak Glazen braadslede + Stoombak | 3 3 16-18 |
^1 De test is beëindigd wanneer op de koudste plek 85°C is bereikt (zie IEC 60350-1).
Grillen
Houd deze informatie aan bij het grillen van testgerechten.
■ Plaats de glazen braadslede onder het rooster. De vloeistof wordt opgevangen en de binnenruimte blijft schoner.
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
Insteladviezen bij het grillen
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Grillstand Tijdsduur in min. | |
| Toast, gebruind Rooster 3 3 4-5 | ||||
| Beefburgers, 12 stuks Rooster +Glazen braadslede | 3+1 3 35-45 | 1 | ||
^1 Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
21 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.


21.1 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
■ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur van maximaal 90 °C, aangrenzende voorzijden van meubels tegen een temperatuur van maximaal 65 °C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
■ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
nl Montagehandleiding
- Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Onderdelen die tijdens de montage toeganke- lijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
▶ Draag veiligheidshandschoenen
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Als het netsnoer te kort is, contact opne- men met de servicedienst.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
21.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.

text_image
455 545 59521.3 Inbouwmeubel
Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast.
Controleren of de inbouwkast achter het apparaat geen achterwand heeft. Tussen de wand en de bodem van de kast of de achterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35 mm in acht nemen.
Ervoor zorgen dat de inbouwkast aan de voorkant over een ventilatieopening van 50 cm² beschikt. Voor de ventilatieopening de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Ervoor zorgen dat ombouwmeubels zonder ventilatie-uitsparing in het achterste deel van de zijwanden een ventilatieopening van 200 cm² hebben.
De ventilatiesleuven en de aanzuigopeningen niet afdekken.
Ervoor zorgen dat het stopcontact zich in het bereik van het gearceerde vlak af buiten het inbouwframe bevindt.
Niet-bevestigde meubels met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagehoek aan de wand bevestigen.

text_image
a 50 200 b 50 400 50 5021.4 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.

Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
21.5 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.

text_image
b aOp basis van de vereiste minimale afstand bwordt de minimaal vereiste dikte van het werkblad aberekend.
| Type kookplaat opbouw in mm | a vlak ge- monteerd in mm | b in mm |
| Inductiekookplaat 48 49 5 | ||
| Inductiekookplaat 58 59 5 met doorlopend kookoppervlak |
De montagehandleiding van de kookplaat in acht nemen.
Opmerking: Niet geschikt voor de inbouw onder een gaskookplaat of een elektrische kookplaat.
21.6 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.

Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
Het apparaat slechts zo hoog inbouwen, dat de accessoires er zonder probleem uitgehaald kunnen worden.
21.7 Combinatie met een warmhoudlade
Eerst de warmhoudlade inbouwen. Houd het het installatievoorschrift van de warmhoudlade aan.
Het apparaat op de warmhoudlade in de inbouwkast schuiven. Beschadig de plaat van de warmhoudlade niet bij het inschuiven.
21.8 Hoekinbouw
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht.

Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan worden geopend, bij de hoekinbouw de minimum afmetingen aan. De maat [a]s afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.
21.9 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar: magnetisme!
Het apparaat bevat permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Personen met elektronische implantaten dienen minimaal een afstand van 10 cm tot het apparaat aan te houden.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
■ De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
■ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn. - Een beschadigde aansluitkabel moet door de fabrikant, de servicedienst of een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen om gevaar te vermijden.
■ De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- De apparaatstekker van het aansluitsnoer aan het apparaat aansluiten.
De apparaatstekker op vastheid controleren. - De stekker van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
Na het inbouwen van het apparaat ervoor zorgen dat de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk is. Als de netstekker van de netaansluitkabel niet vrij toegankelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. In de vast geplaatste elektrische installatie moet een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd. - Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje. - De aders van de elektrische aansluitleiding dienen overeenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
- groen-geel = aarddraad ⏻
- blauw = neutraal- ("nul-") leiding
- bruin = fase (buitendraad)
21.10 Apparaat inbouwen
- Het apparaat met de waterpas exact horizontaal uitlijnen.
- Schuif het apparaat er helemaal in.
- Het apparaat horizontaal en centraal uitlijnen.
- Schroef het apparaat op het meubel vast.

- Verwijder verpakkingsmateriaal en plakfolie uit de binnenruimte en van de deur.
Opmerking: De spleet tussen het werkblad en het apparaat niet met extra deklatten afsluiten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast geen isolatie-profielen aanbrengen.
21.11 Apparaat demonteren
- Maak het apparaat spanningsloos.
- Draai de bevestigingsschroeven los.
- Het apparaat iets optillen en volledig naar buiten trekken.
