ABUS RWM450 - Rookmelder

RWM450 - Rookmelder ABUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RWM450 ABUS in PDF-formaat.

📄 164 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ABUS RWM450 - page 101
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ABUS

Model : RWM450

Categorie : Rookmelder

Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RWM450 - ABUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RWM450 van het merk ABUS.

GEBRUIKSAANWIJZING RWM450 ABUS

VERWIJDERING 130 Mogelijke materiële schade Opmerking voor de montage– 101 – HARTELIJK DANK! Wij zijn verheugd dat u voor ons product hebt gekozen en danken u voor uw vertrouwen! U hebt een goede keuze gemaakt. Deze rookmelder is met grote zorg ontwikkeld en geproduceerd om te zorgen dat u op tijd wordt gewaar- schuwd in geval van brand. Lees a.u.b. deze gebruiksaanwijzing volledig door en volg alle aanwijzin- gen op, omdat u alleen zo het beste uit het apparaat haalt. Dit boekje geldt als bedienings-, montage- en onderhoudshand- leiding.

tiging met mag- neetkleefpad

met activerings- beveiliging

  • De hittesensor slaat alarm bij 60°C

Alarmsignalen: Wanneer het apparaat wordt geacti- YHHUGKRRUWX««QNHHUHHQHQNHOH toon (korte piep) Volume: Oorzaak: Activerings- signaal Alarmsignalen: Wanneer de test-/stopknop wordt LQJHGUXNWKRRUWX««QNHHUHHQ enkele toon (lange piep) Volume: Oorzaak: Testsignaal Alarmsignalen: Elke seconde klinkt een dubbele toon (korte piep, lange piep). Volume: Oorzaak: Rookalarm Alarmsignalen: Elke seconde klinkt een enkele toon (korte piep). Volume: 0,5 seconde 1 seconde– 103 – 10 min Oorzaak: Temperatuuralarm Uitschakelen van de alarmsignalen Elk alarmsignaal kan door indrukken YDQGHWHVWVWRSNQRSDכъSXQWG tijdelijk worden uitgeschakeld (rook- alarm en temperatuuralarm: 10 min.). Alarmsignalen: Elke 90 seconden klinkt een enkel signaal (korte piep). Volume: Oorzaak: Storingsmelding van de batterij Wanneer de rookmelder een van de beide hierboven beschreven alarmsig- nalen laat horen, kan het apparaat nog maximaal 60 dagen zijn waarschuwings- functie vervullen en moet het daarom ]RQGHUPHHUYRRUDףRRSYDQGHUHVWHU ende 60 dagen worden vervangen! Alarmsignalen: Elke 90 seconden klinkt een dubbel signaal (korte piep). Volume: Oorzaak: Vervuiling van het apparaat Uitschakelen van de alarmsignalen: Elk alarmsignaal kan door indruk- NHQYDQGHWHVWVWRSNQRSDכъ punt d) tijdelijk worden gedeacti- veerd (batterijstoringsmelding en contaminatiemelding: 24 uur). 90 seconden 24 h 90 seconden NL– 104 – Garantie vervalt bij beschadiging! Het apparaat niet in het water dompelen! Batterijen verwisselen niet mogelijk (zie‚ Algemene veiligheids- YRRUVFKULפHQʝ Gesloten systeem, alleen het deksel kan worden verwisseld Op het deksel drukken om het signaal te dempen De rode activeringsknop uittrekken om het appa- raat uit te schakelen.

LICHTSIGNAAL VAN DE LED

LED: Signaal: korte, gele interval (zeer kort branden) Betekenis: Controle in werking, a.u.b. wachten! LED: Signaal: geel branden/signaal (doorlopend) Betekenis: Tijdens de ingebruikname bij het drukken op de draadloze alarmknop LED: Signaal: lange, gele interval (langzaam) Betekenis: Koppelingsmodus (voor ca. 10 minuten) 1 seconde 3 seconde 1 Sekunde– 105 – LED: Signaal: groen branden/signaal (doorlopend) Betekenis: Succesvolle afsluiting van een actie LED: Signaal: rood brandend/signaal (doorlopend) Betekenis: Fout 3 seconde 3 seconde .(8=(/2&$7,(֭volgens DIN 14676) - Niet monteren in een tochtige omgeving (bijvoorbeeld bij ventilator, airco) of badkamers. - Melder geschikt voor gebruik in de keuken, voor zover loos alarm door waterdamp uitgesloten is. - Monteren op de hoogst mogelijke plek aan het plafond in het midden van de ruimte (niet aan de muur). - Minimumafstand tot muren, meubels, lampen: 50 cm. - Bewaakt oppervlak maximaal 60 m

bij een plafondhoogte van maximaal 6 meter. - Afstand tussen 2 melders maximaal 15 meter. - Ganglengte maximaal 7,5 meter. - Bij plafondbalken >20 cm hoogte niet op de plafondbalken monteren, maar per ruimte tussen de balken 1 melder bij een maximaal oppervlak van de tussenruimte van 36 m

%LMSODIRQGEDONHQыщFPKRRJWH««QPHOGHULQKHW midden van de ruimte (ook montage op plafondbalk is mogelijk). Slaapkamer Keuken Woonkamer CV-ruimte Kantoor Kinderkamer

Ingebruikname Instructies voor het koppelen van de draadloze rookmelders (hierna kort- weg DRM of melder genoemd): Activeer de melder zoals in deze handleiding staat beschreven: Activeren en instellen van de draad- loze groepen: Melders uitsluitend

  • in de directe omgeving van de ge- plande montagepositie (in de kamer van het toekomstig gebruik) in gebruik nemen Melders niet binnen een straal van 1 m koppelen – signaaloverlappingen – storing van de koppeling - Trapportalen/galerijen <16 m
  • bij een oppervlak van meer dan 16 m

: meer melders monteren - Bij schuine plafonds (plafonds met een schuinte van minder dan 20° gelden als rechte plafonds): In geval van brand signaleert deze rookmelder al in een vroeg stadium opstijgende rook en de daarmee gepaard gaande temperatuurstijging in de kamer. Vervolgens klinkt een luid alarmsignaal om u op tijd te waarschuwen. Indien u constateert dat er geen reden is om te vluchten, kunt u het alarmsignaal tijdelijk uitschakelen (ca. 10 min.) of voor het afgaan RQGHUGUXNNHQGRRUGHWHVWHQVWRSNQRSDכъ,9YDQ het apparaat zacht in te drukken. Het is raadzaam de kamers vervolgens goed te ventileren om te voorkomen dat het alarm opnieuw afgaat.

  • Alle gekoppelde melders van een draadloze groep geven een alarm

DIZDQQHHUPLQLPDDO««Q'50XLW

de groep brandgerelateerde rook of temperaturen herkent

  • De eerste geactiveerde melder krijgt tijdelijk de ‚masterfunctie‘ (opbouw en beheer van de draadloze groep)
  • Montage van deze melder aan een centrale montagepositie (bijv. in de gang) Gemeenschappelijke draadloze groep: is ook een normale draadloze groep
  • Indien een of meerdere draadloze groepen (bijv. appartementen) met een bepaalde draadloze groep (trap- penhuis) worden verbonden, vormen ze een gemeenschappelijke draadloze groep
  • Alle gekoppelde melders van een draadloze groep geven een alarm af (bijv. appartement)
  • Alle melders van de gemeenschap- pelijke draadloze groep (bijv. trap- penhuis) geven na een vertragings- tijd van ca. 60 seconden ook een alarm af als deze gemeenschappe- lijke draadloze groep met de draad- loze groep van het appartement is verbonden.
  • Doorschakelen van het alarm alleen van de draadloze groep (bijv. appar- tement) naar de gemeenschappe- lijke draadloze groep (bijv. trappen- huis)
  • Geen doorschakeling van de geme- enschappelijke groep (bijv. trappen- huis) naar de draadloze groep (bijv. appartement)
  • Koppeling van maximaal 14 draadloze groepen aan een gemee schappelijke draadloze groep
  • Een draadloze groep kan niet zowel aan een gemeenschappelijke draad- loze groep als aan een andere draad- loze groep worden gekoppeld INGEBRUIKNAME „MASTER”: Zwarte activeringspen (dient ook als activeringsbeveiliging) verwijderen, is echter nog wel nodig. Ingebruikname NL– 108 – Koppeling Ingebruikname andere DRM‘s, verbin- dingsmodus en instellen van een draad- loze groep
  • Let er bij het koppelen op dat de dichtst- bijzijnde melder altijd met de master wordt gekoppeld!
  • Ingebruikname andere DRM‘s in de buurt van de geplande montagepositie Aan de vooraf in gebruik genomen „master”:

1. Zwarte activeringspen in de gemar-

keerde opening drukken tot de led geel brandt

2. Activeringspen terugtrekken, dan:

LED Signaal: korte, gele interval (zeer kort branden) Betekenis: Controle in werking, a.u.b. wachten! Rode activeringstoets indrukken Piep 1 x LED Signaal: korte, gele interval (zeer kort branden) Betekenis: Controle in werking, a.u.b. wachten! LED 1 x rood Betekenis: Nog geen andere DRM ge- vonden, omdat het de eerste ingebruikname is. Als volgt te werk gaan om een koppe- ling met deze DRM tot stand te brengen, nadat de rode led is gedoofd: 1 seconde 1 seconde Inbetriebnahme / Koppeling– 109 – Rode activeringstoets indrukken Piep 1x LED Signaal: korte, gele interval (zeer kort branden) Betekenis: Controle in werking, a.u.b. wachten! LED Signaal: groen branden/signaal (doorlopend) Betekenis: Verbinding met minimaal één DRM tot stand gebracht! 1 seconde 3 seconden LED Signaal: groen branden/signaal (doorlopend) Betekenis: Masterfunctie ingeschakeld LED Signaal: lange, gele interval (langzaam) Betekenis: Koppelingsmodus (voor ca. 10 minuten) U hebt nu 10 minuten tijd om bij een andere DRM de verbindingsmodus te activeren en zo de draadloze groep op te bouwen. Met elke DRM die u activeert, wordt de tijd voor het activeren van de andere melders met 10 minuten verlengd. Ingebruikname andere DRM‘s, verbind- ingsmodus en instellen van een draad- loze groep Zwarte activeringspen (dient ook als activeringsbeveiliging) verwijderen, is echter nog wel nodig. 1 Sekunde 3 seconden Koppeling NL– 110 – LED Signaal: lange, gele interval (langzaam) Betekenis: Verbindingsmodus actief, andere DRM’s kunnen in de draadloze groep worden geprogrammeerd Zie daarvoor hoofdstuk: Ingebruikname andere DRM’s, verbindingsmodus en instellen van een draadloze groep Wanneer de led daarna een rood signaal afgeeץ:

  • Melder buiten zendbereik van de andere apparaten
  • Ook indirecte verbinding via repeating of routing niet mogelijk
  • Overschrijding van beschikbare tijd voor verbindingsmodus Dan controleren:
  • Andere melders nog in verbindings- modus (regelmatige gele interval van de led)?
  • Indien dit niet het geval is: zie hoofdstuk „Draadloze groep uitbreiden / verbindingsmodus inschakelen / verbin- dingspoging herhalen”! Afsluiten van het instellen van een draadloze groep Het instellen van de draadloze groep wordt 10 minuten na activering van de laatst geplande melder automatisch EHLQGLJG*HHQYDQGHDSSDUDWHQJHHפ dan nog een ledsignaal weer. De ver- bindingsmodus kan ook direct worden beëindigd door het kort indrukken van de alarmknop met de zwarte active- ringspen aan een van de melders van de draadloze groep. De ledsignalen op alle melders verdwijnen dan. Functietest draadloze groep Het kort indrukken, gedurende ca. 2 – 3 seconden, van de test-/stoptoets leidt tot een zelץest aan het apparaat: Koppeling 1 seconde– 111 – Piep 1x Het langer indrukken, tot aan het twee- de alarmsignaal van de test-/stoptoets,

]HWHHQGUDDGOR]H]HOפHVWLQZHUNLQJ

van alle melders in deze draadloze groep. Deze test dient elke 3-6 maan- den regelmatig te worden herhaald om de draadloze groep te controleren. Piep 1x Verbindingspoging herhalen Het apparaat eerst volledig uitschakelen:

3. Rode activeringstoets uittrekken,

draadloze ingebruikname start opnieuw. Bestaande draadloze groep uitbreiden/ verbindingsmodus opnieuw instellen Indien tijdens de opbouw van de draad- loze groep 10 minuten zijn verstre- ken terwijl er nog melders in de verbindingsmodus stonden, moeten de apparaten opnieuw in de verbindings- modus worden gebracht als er nog andere apparaten aan de draadloze groep moeten worden toegevoegd:

1. Zwarte activeringspen in de gemar-

keerde opening drukken tot de led geel brandt, blijven drukken tot de led geel knippert. 2–3 seconden Indrukken tot de 2e piep Koppeling NL– 112 –

2. Activeringspen terugtrekken, dan bij

alle tot dan toe gekoppelde melders: LED Signaal: korte, gele interval (zeer kort branden) Betekenis: Verbindingsmodus wordt bij alle DRM’s van de draad- loze groep geactiveerd Na 5 – 15 seconden: LED Signaal: groen branden/signaal (doorlopend) Betekenis: Activering verbindingsmo- dus van alle DRM’s van de draadloze groep LED Signaal: lange, gele interval (doorlopend) Betekenis: Koppelingsmodus (voor ca. 10 minuten) 1 seconde Toewijzing aan een draadloze groep opheםen, DRM resetten (naar fabrieks- instellingen terugzetten) Indien de toewijzing van een melder aan een draadloze groep moet worden ver- anderd, moet alle opgeslagen informatie worden verwijderd (terugzetten naar fabrieksinstellingen):

keerde opening drukken tot de led geel brandt

4. Activeringspen terugtrekken, dan:

LED Signaal: groen branden/signaal (doorlopend) 3 seconden 1 seconde Koppeling– 113 – Betekenis: Resetten succesvol, melder weer in fabrieksinstelling Instellen van een gemeenschappelijke draadloze groep Voorbeeld: In elk appartement en in het trappen- huis wordt eerst overal een draadloze groep ingesteld, zoals beschreven. Draadloze groep BG max. 15 stuks Draadloze groep 1e verd. max. 15 stuks Draadloze groep 2e verd. max. 15 stuks Draadloze groep 3e verd. max. 15 stuks Draadloze groep als gemeen schappelijke draadloze groep max. 14 draadloze groepen mogelijk plus GDG trappenhuis De als gemeenschappelijke draadloze groep (bijv. in het trappenhuis) bedoelde groepactiveren:

1. Zwarte activeringspen bij een melder

in de draadloze groep trappenhuis in de gemarkeerde opening drukken tot de led geel brandt, blijven drukken tot de led geel knippert.

2. Activeringspen terugtrekken, dan bij

alle tot dan toe gekoppelde melders: Led knippert regelmatig geel voor ca. 10 minuten Koppeling NL– 114 –

1. In een melder uit de draadloze groep

BG die het dichtste bij het trappen- huis ligt, de zwarte activeringspen kort in de gemarkeerde opening druk- ken (1 sec.), dan: LED Signal: korte, gele interval (zeer kort branden) Betekenis: Controle in werking, a.u.b. wachten! LED Signaal: groen branden/signaal (doorlopend) Betekenis: Verbinding tussen draad- loze groep BG en draadloze groep trappenhuis succesvol Herhaal deze procedure met de tweede, derde en vierde draadloze groep, zodat ook 3 seconden deze draadloze groepen met de draadloze groep van het trappenhuis zijn verbonden. Beëindiging van het instellen van een gemeenschappelijke draadloze groep Als alle draadloze groepen van de appa- rtementen met de draadloze groep trap- penhuis zijn verbonden, kunt u de ver- bindingsmodus als volgt beëindigen:

  • Aan een willekeurige melder uit de draadloze groep trappenhuis
  • Met de zwarte activeringspen de alarmknop 2 seconden indrukken
  • De draadloze groep trappenhuis is als gemeenschappelijke draadloze groep ingesteld
  • Alle ledlampjes aan alle verbonden melders gaan uit 1 seconde Draadloze groep EG Koppeling– 115 – Verbindingstest van de ge- meenschappelijke draadloze groep Gemeenschappelijke draadloze groep trappenhuis 2–3 seconden indrukken: Piep 1x Piept alleen op deze melder Nog ca. 10 seconden indrukken tot de 2e piep klinkt: Piep 1x Piept op alle melders van de gemeen- schappelijke draadloze groep, maar niet op de andere draadloze groepen! Deze test dient elke 3-6 maanden regel- matig te worden herhaald om de ge- meenschappelijke draadloze groep te controleren. Verbindingstest tussen een draadloze groep en een ge- meenschappelijke draadloze groep bijv. draadloze groep BG Ca. 20 seconden ingedrukt houden. Tot aan de 3e piep op deze melder (niet eerder loslaten!) Piep 3x

1. Piep: Test aan dit apparaat:

2. Piep: Test van de verbinding met de

draadloze groep – geen piep op de verbonden melders van de draadloze groep

3. Piep: Piep: Test van de verbinding

met de gemeenschappelijke draadloze groep: 1 x piep op alle melders van de gemeen- schappelijke draadloze groep 10 seconde Koppeling NL– 116 – Let op: Deze test moet bij alle met de gemeenschappelijke draadloze groep verbonden melders af- zonderlijk worden uitgevoerd. Deze test dient elke 3 – 6 maan- den regelmatig te worden her- haald om de verbinding met de gemeenschappelijke draadloze groep te controleren. Doorzenden alarm/ alarm stoppen Voorbeeld: Doorzending van het alarm binnen het zendbereik ʥ0HOGHUJHHפDODUPDI vanwege rook of tempera- tuur Melder 1

  • Draadloze groep of gemeenschappelijke draadloze groep
  • Direct draadloos doorzenden na 15 seconden aan alle andere verbonden melders uit de draadloze groep
  • Alle melders uit de draadloze groep of gemeenschappelijke draadloze groep geven een alarm af Voorbeeld: Doorzenden alarm buiten het zendbereik ʥ0HOGHUъJHHפDODUPDI vanwege rook en temperatuur
  • Draadloos doorzenden na 20 seconden aan alle andere verbonden melders uit de draadloze groep Koppeling– 117 – Melder 1 Melder 2 Bereik ok! ! Direct doorzenden van het signaal aan melder 2 Melder 1 Melder 3 Bereik ok ! Direct doorzenden van het signaal aan melder 3 Melder 1 Melder 4 Afstand te groot ! Geen directe doorzending. Melder 3 wordt repeater! Indirect doorzenden van het signaal aan melder 4 Alle melders uit de draadloze groep of gemeenschappelijke draadloze groep geven een alarm af! ! 0HOGHUJHHפDODUPDIYDQZHJHURRNRI temperatuur! Draadloze groep Draadloos doorzenden na 15 seconden aan alle andere verbonden melders van de draadloze groep! Alle melders uit de draadloze groep geven een alarm af!
  • Draadloos doorzenden na 60 seconden aan alle andere verbonden melders van de gemeenschappelijke draadloze groep Doorzenden van een alarm van een draadloze groep aan een gemeenschappelijke draad- loze groep Koppeling NL– 118 –
  • Uitsluitend doorzenden van de draad- loze groep aan de gemeenschappelijke draadloze groep, dus niet van het trappenhuis naar de appartementen! Alarm stoppen Gemeenschappelijke draadloze groep
  • Alle melders uit de draadloze groep of gemeenschappelijke draadloze groep geven een alarm af 0HOGHUJHHפDODUPDIPDDUXNXQWPHW 100% zekerheid een brand uitsluiten!
  • Test-/stoptoets kort indrukken op iedere gewenste melder
  • Signalen worden niet doorgezonden naar andere melders Mocht er toch al een signaal aan de andere melders zijn afgegeven:
  • Test-/stoptoets kort indrukken op de alarmgevende melder
  • Alarm stoppen op alle verbonden apparaten Test-/stoptoets kort indrukken op een doorzendende melder:
  • Alarm stoppen op alle doorzendende melders
  • Alarm op de oorspronkelijk alarmge- YHQGHPHOGHUEOLMפGRRUJDDQ
  • Eenvoudige lokalisatie van de oorzaak in geval van brand Draadloze groep of gemeenschappelijke draadloze groep Koppeling– 119 – MONTAGE De rookmelder wordt via een magneet- plaat aan de montagelocatie bevestigd. Let erop dat de magneetplaat slechts aan een zijde sterk magnetisch is. U kunt de rookmelder lijmen of vastboren:

1.1 Magneetplaat lijmen met bevesti-

bevestigingsmiddel gebruikt, wordt een

  • zeer onderhoudsvriendelijke
  • magnetische verbinding van de rookmelder met de ondergrond tot stand gebracht
  • Het apparaat kan bijv. voor con- trole, onderhoud of reiniging naar onder toe van de magneetplaat worden verwijderd door er zacht aan te trekken. Wanneer u het apparaat met lijm wilt bevestigen, mag u hiervoor uitslui- tend het meegeleverde lijmmateriaal gebruiken. De montageplek moet
  • vrij van stof, vet en loszittende verfdeeltjes etc. zijn. Toepassing: a) Verwijder de informatiesticker en de beschermfolie van het gebruikte lijmmateriaal, zoals getoond in DכHHOGLQJьYDQGHPDJQHHW plaat. b) Druk de magneetplaat ca. 10 seconden stevig op de montage- positie. c) Vervolgens kunt u het apparaat op de magneetplaat plaatsen. G'HGHנQLWLHYHVWHUNWHYDQGHOLMP verbinding wordt na ca. 72 uur bereikt. e) Indien nodig kan de rookmelder van de magneetplaat worden verwijderd, door hem zacht naar beneden te trekken.

1.2 Lijmen met extra bevestigings-

middelen naast 1.1 (dun, dubbel- zijdig lijmfolie) volgens vfdb 14/01 4HQ(1ъэящэыщщю$&ыщщё Door het gebruik van dit optionele bevestigingsmiddel wordt een

  • duurzame verbinding van de rookmelder met het bevestigings- middel, en dus ook de ondergrond, tot stand gebracht.
  • Het apparaat kan dan niet worden verwijderd door er zacht aan te trekken (en is daardoor veel beter beschermd tegen verwijdering – diefstal). Gebruik deze manier van montage alleen als u ervan overtuigd bent dat het apparaat duurzaam bevestigd moet worden en het verwijderen van het apparaat niet gewenst is. Let erop dat u door deze bevestiging de rookmelder alleen nog met veel moeite en mogelijke schade aan de montagelocatie en het apparaat kunt verwijderen! Wij zijn niet aansprake- lijk voor schade die hiervan het gevolg is! Wanneer u het apparaat met lijm wilt bevestigen, mag u hiervoor uitsluitend het meegeleverde lijmmateriaal gebruiken. De montageplek moet
  • vrij van stof, vet en loszittende verfdeeltjes etc. zijn. Toepassing: a) Verwijder de informatiesticker en de beschermfolie van het gebruikte lijmmateriaal, zoals getoond in DכHHOGLQJьYDQGHPDJQHHWSODDW b) Druk de magneetplaat ca. 10 seconden stevig op de montage- positie. c) Verwijder de eerste beschermfolie van de dubbelzijdige lijmfolie en druk deze stevig, glad en grondig– 121 – op het gehele metalen oppervlak van de rookmelder. d) Verwijder nu de tweede bescherm- folie van de dubbelzijdige lijmfolie en plaats het apparaat met een lichte druk op de vooraf gemon- teerde magneetplaat. H'HGHנQLWLHYHVWHUNWHYDQGHOLMP verbinding wordt na ca. 72 uur bereikt.

Toepassing: a) Boor met een 8 mm boor een gat op de gewenste plek (let daarbij op elektrische leidingen etc.!). b) Steek de 8 mm plug in het boorgat. c) Vervolgens dient u de meegele- verde 5 mm schroef met verzonken kop door de onderkant van de PDJQHHWEDVLVWHVWHNHQDכэ d) Draai de schroef in de plug, zodat de schroef vlak in de magneetplaat zit en volledig inde daarvoor bestem- de inkeping van de magneetplaat is gedraaid. e) Draai de schroef slechts zo vast aan dat de magneet niet vervormt of gaat bollen. f) Vervolgens kunt u het apparaat op de magneetplaat plaatsen. g) Indien nodig kan de rookmelder van de magneet worden verwij- derd door hem zacht naar bene- den te trekken. $/*(0(1(9(,/,*+(,'69225֯ SCHRIFTEN Ro okmelders kunnen helpen om een brand vroegtijdig te signaleren. Ze kunnen vuur echter niet blussen of voorkomen, net zo min als ze de brandweer kunnen waarschuwen. Rookmelders produceren een luid alarmsignaal wanneer er een gevaar- lijke situatie bestaat door de aanwe- zigheid van brandbare gassen. On- danks het zorgvuldige productiepro- ces is het mogelijk dat de rookmelder als gevolg van een storing de even- tueel ontstane brand niet of niet tijdig kan melden! U dient daarom de

NL– 122 – gebruikelijke voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij het gebruik van brand- baar materiaal en technische appa- raten. Gelieve het apparaat niet bloot aan direct zonlicht en overmatige hitte, anders wordt de ingebouwde batterij kan worden beschadigd. Dit apparaat is een gesloten systeem. Elke inbreuk op het apparaat, van ZHONHDDUGGDQRRNKHHפQDDVWKHW verlies van elke van toepassing zijnde garantie ook tot gevolg dat de rook- melder niet meer volgens de voor- VFKULפHQJHEUXLNWNDQHQPDJ worden! Probeer het apparaat in geen geval te openen, u kunt hier- door gewond raken! Het is niet nodig en zelfs technisch onmogelijk om de batterij te ver- vangen. Bescherm het apparaat, in het bijzonder tijdens verbouwingen, maar zeker ook in het algemeen WHJHQYRFKWNRXKLWWHנMQVWRI nicotine-, vet- en verfdampen. Denk bijvoorbeeld aan muurverf, lijm en iedere andere vorm van verontreini- ging. Tijdens verbouwingen of bouw- en slijpwerkzaamheden kunt u de rookmelder het beste tijdelijk verwij- deren door hem met een korte verti- cale ruk van de magneetplaat (III) los te maken en op een veilige plaats te bewaren. Denk er wel aan om na

DףRRSYDQGHZHUN]DDPKHGHQGH

rookmelder weer via de magneetplaat (III) terug te plaatsen! LET OP: Uitsluitend wanneer de rookmelder zich op de geplande plek bevindt, schoon en onbeschadigd is en aan- staat, kan hij zijn eventueel levens- reddende functie vervullen.

CONTROLE, ONDERHOUD EN VERZORGING

Deze rookmelder controleert zelf- standig een keer per minuut zijn Testsignaal activeren $כю– 123 – staat van dienst. Het apparaat past bovendien de gevoeligheid van het detectiemechanisme automatisch aan de omgeving aan. Wanneer de batterij bijna leeg is of wanneer de sensoren zodanig ver- vuild zijn dat verdere aanpassing aan de omstandigheden niet meer moge- lijk is, zal de rookmelder dit in een vroeg stadium te kennen geven, zodat u voldoende tijd hebt het apparaat te vervangen. Let erop dat de luchtinlaten aan de buitenrand van de rookmelder niet door stof, vuil, verf of plakband etc. zijn afgesloten! Om er zeker van te zijn dat de rookmelder juist functio- neert, dient u de werking van het apparaat regelmatig, minimaal een keer per maand, te controleren door

Stop: Alarm tijdelijk uitschakelen resp. onderdrukken. GHWHVWVWRSNQRSDכъ,9LQWH drukken, waarna het testalarm zal DIJDDQDכю/HWHUGDDUELMRSGDW de rookmelder onbeschadigd is en goed vastzit aan het plafond. De luchti- QODWHQDכъ,,PRHWHQERYHQGLHQ vrij zijn van elke vorm van verontrei- niging. Nuttige tips voor het regel- matig onderhoud en de juiste montage kunt u ook vinden in de gebruikers- norm voor rookmelders,DIN 14676. Om een goed functioneren te garanderen, dient de rookmelder overeenkomstig DIN 14676 minimaal een keer per jaar te worden onder- houden.

  • Wis indien nodig het stof met een zachte doek van de rookmelder; vervuiling kunt u met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel ver- wijderen. NL– 124 –

LEVENSDUUR VAN HET APPARAAT

Na uiterlijk 12 jaar is de beoogde en tegelijkertijd maximale levensduur van de rookmelder bereikt. De hier genoemde 12 jaar zijn gebaseerd op een typische levensduur van 10 jaar en een gebruiks-/energiereserve van maximaal 2 jaar voor het product. 9HUYDQJKHWDSSDUDDWQDDףRRSYDQ de levensduur. Foutmelding resp. fout MOGELIJKE OORZAKEN Apparaat dat aan een draadloze groep moet worden toegekend, staat niet meer in de verbindingsmodus Verbindingsmodus is 10 minuten actief, op- nieuw activeren van de verbindingsmodus: zie „Verbindingspoging herhalen” Apparaten uit de draadloze groep waaraan nog andere melders moeten worden toege- kend, staan niet of niet meer in de verbin- dingsmodus Verbindingsmodus is 10 minuten actief, op- nieuw activeren van de verbindingsmodus: zie „Draadloze groep uitbreiden/verbindingsmo- dus opnieuw inschakelen” Afstand tussen twee melders die in de ver- bindingsmodus staan, is te groot, er is geen verbinding mogelijk Afstand tot de melder verkleinen, gebruik hiervoor een andere melder Een melder kan niet met een draadloze groep worden verbonden Melders in de fabrieksstand terugzetten, zie ‚Melder terugzetten in fabrieksstand‘, verbindingsmodus inschakelen

  • Stof in het meetsysteem van het apparaat
  • Stof in meer of mindere mate is in woonruimtes normaal
  • Vooral in slaapkamers door vloerbe- dekkingen, kleding, dekens/dek- bedden, kussens, e.d.
  • Het opslaan en verplaatsen van deze voorwerpen ʥ %ORHPHQERXZVOLMSHQנMQVWRI
  • Kleine insecten Preventie:
  • Regelmatige en voorzichtige reiniging van het apparaat
  • Goede ventilatie van de ruimtes
  • Sprays niet in de buurt van de melder gebruiken
  • Extreme temperatuurwisselingen of sterke elektromagnetische stralingen in de omgeving van de melder
  • Sigarettenrook Veroorzaakt alleen in directe om- geving van de melder of in hoge concentraties een alarm Preventie:
  • Bescherm de melder tegen de genoemde omgevingsinvloeden NL– 126 – GARANTIE
  • ABUS-producten zijn met de grootste zorgvuldigheid ontworpen, gepro- duceerd en volgens de geldende YRRUVFKULפHQJHWHVW
  • De garantie is uitsluitend geldig in geval van gebreken die duidelijk zijn ontstaan als gevolg van materi- aal- of productiefouten. Wanneer duidelijk sprake is van een materi- aal- of productiefout, zal de rook- melderna controle door de produ- cent worden gerepareerd of ver- vangen. 'HJDUDQWLHYHUYDOWQDDףRRSYDQ de oorspronkelijke garantieperiode van twee jaar. Overige garantie- aanspraken zijn uitdrukkelijk uitgesloten.
  • ABUS is niet aansprakelijk voor schade en/of gebreken die zijn ontstaan als gevolg van invloeden van buitenaf (bijv. door transport, gebruik van geweld, foute bedie- ning), verkeerd gebruik, normale slijtage of niet-naleving van deze handleiding.
  • Indien u aanspraak wilt maken op JDUDQWLHGLHQWXGHEHWUHלHQGH rookmelder samen met de originele aankoopbon met aankoopdatum en een korte beschrijving van het probleem op te sturen.
  • Wanneer u een mankement const teert dat al tijdens de verkoop bes- tond, dient u zich binnen de eerste twee jaar na aankoop tot de verkoper te richten. BEOOGD GEBRUIK Gebruik de melder uitsluitend voor het herkennen van rook en als waar- schuwing tegen warmte in huizen, en voor het doorzenden van alarmmel- dingen! Elk ander gebruik dat in deze gebruiksaanwijzing niet nadrukkelijk als toegestaan staat beschreven, geldt als niet-beoogd gebruik! Dit apparaat mag uitsluitend voor de volgende doelen worden gebruikt:– 127 –
  • Brand- en/of rookdetectie in pri- Y«KXLVKRXGHQVHQEHZRRQGYDVW goed, incl. het draadloos doorzen- den van een alarm. Inbouw van deze rookmelder is goed- gekeurd voor installatie in verblijfsre- creatie (bijv. caravans) voertuigen.
  • Deze draadloze rookmelder beschikt RYHUHHQKLWWHVHQVRU+HWEHWUHפ hier echter geen hittemelder in de zin van EN 54-5.
  • Deze draadloze rookmelder kan met draadloze groepen of gemeen- schappelijke draadloze groepen worden verbonden die het alarm van een draadloze rookmelder als groepsalarm afgeven door het draadloos doorgeven van een alarm. +HWEHWUHפKLHUHFKWHUJHHQGUDDG loze rookmelder/hittemelder in de zin van EN 54-25.

VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

Hiermee verklaart ABUS August Bremicker Söhne KG, Altenhofer Weg 25, 58300 Wetter, dat het apparaat RWM450 in overeenstemming is met de essentiële eisen en overige desbetref- fende bepalingen van de 1999/5/EG. Voor meer informatie over de CE-verkla- ring of inzage in de CE-verklaring, kunt u zich wenden tot ABUS August Bremicker Söhne KG, Kundenservicecen- ter, Altenhofer Weg 25, 58300 Wetter. PRESTATIEVERKLARING 2015RWM450 Deze rookmelder is overeenkomstig EU-verordening 305/2011 als bouw- SURGXFWJHWHVWHQJHFHUWLנFHHUG'H productie wordt via regelmatige en RQDןDQNHOLMNHFRQWUROHVEHZDDNWRS afwijkingen in de naleving van de geldende wettelijke bepalingen en QRUPHQ'HEHWUHלHQGHSUHVWDWLHYHU- klaring vindt u op www.abus.com Vul in het zoekvak in de rechterboven- hoek het rookmeldertype (RWM450) in, ga vervolgens naar downloads. NL– 128 – Met een dubbelklik kunt u hier de prestatieverklaring opvragen. Boven- dien vindt u hier ook het informatie- blad en de gebruiksaanwijzing van de rookmelder. VRIJWARING $%86$8*867%5(0,&.(56+1(.* ֭+,(51$7(12(0(1$%86֮$&&(37((57 IN HET KADER VAN DE GELDENDE WET֯

Hierbij verklaart ABUS August Bremicker Söhne KG dat de RW500 voldoet aan de belangrijkste vereisten en andere relevante bepalingen van de richtlijn 1999/5/EG. U vindt de conformiteitsver

klaring op het volgende adres: www.abus.com &21)250,7(,792/*(16YIGEъэщъ4 Dit product is volgens de vfdb-richtlij-

WEEE-Reg.-Nr. DE79663011 VERWIJDERING Dit product mag conform de EG-richt- lijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, 2002/96/EC- WEEE niet in het huishoudelijk afval belanden. Stuur het te vernietigen apparaat retour aan de producent voor verdere verwerking of geef het af bij uw lokale afvalverwijderingsbe- drijf. Houd er rekening mee dat het milieu schade kan ondervinden van niet correct afgevoerd afval! NL– 130 –– 131 – ьђщэщёщяыщъю9ь4

ABUS August Bremicker Söhne KG Altenhofer Weg 25 D 58300 Wetter Tel: +49 2335 63 40 www.abus.com Wat te doen bij brand? Waarschuw al uw medebewoners. Help kinderen, minder validen, oudere en zieke mensen. Sluit ramen en deuren achter u. Verlaat direct het huis. 0DDNJHHQJHEUXLNYDQOLפHQ Alarmeer de brandweer: Tel. 112 Let op! Kleine delen kunnen door kinderen worden ingeslikt! NL– 132 –RWM450 Rilevatore die fumo