MI91 - Koekenpan M-SYSTEM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MI91 M-SYSTEM in PDF-formaat.

📄 60 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice M-SYSTEM MI91 - page 4
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
SAV
M-SYSTEM
Een probleem met uw M-SYSTEM ?
Neem rechtstreeks via Notice Facile contact op met de officiële klantenservice — 100% gratis 🆓
✉️ Stuur een bericht naar de klantenservice
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : M-SYSTEM

Model : MI91

Categorie : Koekenpan

Download de handleiding voor uw Koekenpan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MI91 - M-SYSTEM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MI91 van het merk M-SYSTEM.

GEBRUIKSAANWIJZING MI91 M-SYSTEM

Gebruiksaanwijzing Notice d’emploi Bedienungsanleitung Operating instructionsVOORWOORD Boretti feliciteert u met uw nieuwe aanwinst voor keuken. Tevens dankt Boretti u voor het getoonde vertrouwen in het merk door de aanschaf van dit product. Wij adviseren u om voor het gebruik deze handleiding aandachtig door te lezen teneinde problemen te voorkomen en u ervan te verzekeren dat u als gebruiker op de hoogte bent van de juiste en veilige werking van dit product. Mochten er ondanks het lezen van deze handleiding of tijdens het gebruik van uw Boretti vragen ontstaan, dan vernemen wij dat graag van u. Op de achterzijde van deze handleiding kunt u de adresgegevens vinden van Boretti. Wij wensen u veel plezier! Boretti3 INHOUDSOPGAVE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 4

  • ONDERHOUD EN REINIGING p. 12
  • KLEINE STORINGEN VERHELPEN p. 13
  • MILIEUBESCHERMING p. 13
  • INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN p. 14
  • ELEKTRISCHE AANSLUITING VEILIGHEID Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het toestel Verwijder alle verpakkingen. De installatie en de elektrische aansluiting van het apparaat dienen aan een erkende vakman toevertrouwd te worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade voortkomend uit een foutieve inbouw of aansluiting. Het apparaat mag enkel gebruikt worden wanneer het gemonteerd en geïnstalleerd is in een meubel met een gehomologeerd en aangepast werkvlak. Het is enkel bestemd voor gewoon huishoudelijk gebruik (bereiding van voedingsmiddelen) met uitsluiting van alle ander huishoudelijk, commercieel of industrieel gebruik. Verwijder alle etiketten en zelfklevers van het vitrokeramisch glas. Het apparaat niet ombouwen of wijzigen. De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak. De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is aangesloten. Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het elektrisch net. Het apparaat mag niet gebruikt worden boven een vaatwasmachine of een droger, de vrijgekomen damp kan de elektronische apparatuur beschadigen. Gebruik van het apparaat Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit. Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten want deze kunnen vlug vlam vatten. Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het apparaat. Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een vast of los apparaat met het warme kookvlak of met een warme pan in contact komt. Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcards, informatica diskettes, rekenmachines) mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het functionerende apparaat bevinden. Gebruik enkel de hiertoe voorziene pannen. Bij onverhoeds aanschakelen of restwarmte zouden andere materialen kunnen smelten of ontbranden. Bedek het apparaat nooit met een doek of een beschermblad. Het zou kunnen verhitten en ontvlammen. Dit toestel is niet geschikt voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderd lichamelijke, zintuigelijke waarneming of geestelijke vermogens of gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zij begeleiding of instructies krijgen over het gebruik van het toestel door een persoon, die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten zodanig begeleid worden dat het zeker is dat zij niet gaan spelen met het toestel. Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet geplaatst worden op het glazen kookoppervlak omdat deze dan heet kunnen worden.5 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging Beschadigde pannen of pannen met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen de vitrokeramiek beschadigen. De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen de vitrokeramiek beschadigen. Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op de vitrokeramiek vallen. Vermijd het stoten van pannen tegen de rand van het glas. Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt volgens de instructies van de fabrikant. Plaats of laat geen lege pannen op de kookplaat. Vermijd het contact van suiker, synthetische stoffen of aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoffen kunnen tijdens het afkoelen het vitrokeramische oppervlak doen barsten of aantasten: schakel het apparaat uit en verwijder ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor brandwonden) Plaats nooit een warme pan op de bedieningszone. Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat teneinde een goede ventilatie te verzekeren. Leg geen ontvlambare voorwerpen (bv sprays) in de lade onder de kookplaat. Eventuele bestekbakken dienen in warmtebestendig materiaal te zijn uitgevoerd. Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uitzetten en de elektrische toevoer uitschakelen. Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat uit indien er een barst of spleet in de vitrokeramiek is en verwittig de dienst na verkoop. De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen. WAARSCHUWING: Als het glazen kookoppervlak gebroken is schakel het toestel uit om een mogelijke electrische schok te voorkomen Andere beschermingen Zorg ervoor dat de pan steeds in het midden van de kookzone staat. De bodem van de pan moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er goed aan eerst een arts te raadplegen. Gebruik geen synthetische of aluminium kookpannen: deze kunnen op de nog hete zones smelten. p. 154
  • Het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal van de pannen. Bedieningspaneel

Display Display Aanduiding Functie 0 Nul Kookzone geactiveerd. 1…9 Vermogenniveau Keuze kookniveau U Detectie pan Geen of onaangepaste pan A Onmiddellijke opwarming Aankookautomaat E Foutmelding Defect elektronisch circuit H Restwarmte De kookzone is warm P Eerste Booster Het turbovermogen is geactiveerd Seconden Booster Super Power is geactiveerd U Warmtebehoud Automatisch behoud op 45°C. U Warmtebehoud Automatisch behoud op 70°C II Stop&Go Stop&Go is geactiveerd Lampjes voor keuze van zone voor timer Warmhoud toets [ + ] toets Stop&Go Aanduiding van het vermogenniveau Aanduiding van de timer [ + ] en [ - ] toets van de timer Booster toets [ - ] toets Vergrendelingstoets Aan / Uit7 Ventilatie De koelingsventilator functioneert helemaal automatisch. Hij komt langzaam op gang zodra de door de elektronica vrijgekomen calorieën een bepaalde hoeveelheid overschrijden. De ventilatie schakelt naar de tweede snelheid over wanneer het kookvlak intensief gebruikt wordt. De ventilator vermindert snelheid en stopt automatisch zodra het elektronisch circuit voldoende is afgekoeld.

Voor het eerste gebruik Poets uw toestel met een vochtige doek en droog het af. Gebruik geen zeep, deze kan op het glas een blauwachtige waas doen verschijnen. Principe van inductie Onder elke kookzone bevindt zich een inductie bobine. Wanneer deze in werking is produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de pan. Hierdoor verwarmt de pan die op de kookzone staat. Uiteraard zijn aangepaste pannen vereist: Aanbevolen zijn alle metalen pannen met magnetische basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen pannen, in inox met magnetische bodem, … Uitgesloten zijn alle pannen in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magneet… De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte pan. Is de diameter te klein dan werkt de pan niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de kookzone.Wanneer de pan niet aan de kookplaat aangepast is, blijft het symbool ( U ) branden. Tiptoetsen Uw apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. Druk niet op meerdere toetsen tegelijk. Inwerkingstelling In- en uitschakelen van de kookplaat: Actie Bedieningspaneel Display Inschakelen Druk op [ 0/I ] [ 0 ] Uitschakelen Druk op [ 0/I ] geen of [ H ] In- en uitschakelen van een kookzone: Actie Bedieningspaneel Display Kiezen Druk op [ + ] van de zone [ 0 ] Instellen Druk op [ + ] [ 1 ] tot [ 9 ] Daling Druk op [ - ] [ 9 ] tot [ 1 ] Uitschakelen Druk gelijktijdig op [ + ] en [ - ] [ 0 ] of [ H ] Of druk op [ - ] [ 0 ] of [ H ] Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie.8 Detectie van de pan De detectie van de pan verzekert een optimale veiligheid. De inductie functioneert niet: indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool [ U ] verschijnt op de display. Wanneer een pan op de kookzone wordt geplaatst verdwijnt de [ U ]. De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool [ U ] verschijnt op de display. De [ U ] verdwijnt wanneer de pan terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen. Schakel de kookzone uit na gebruick. De pantedectie [ U ] blijft dan niet actief. Aanduiding restwarmte Als na het uitzetten van de kookzones of het volledig uitzetten van de kookplaat, de kookzones nog warm zijn, wordt dit aangegeven door [ H ]. Het symbool [ H ] gaat uit wanneer de kookzones zonder gevaar kunnen aangeraakt worden. Zolang het lampje van de restwarmte blijft branden, de kookzones niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzones plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden! Booster functie De eerste Booster [ P ] en seconden Booster [ ] verlenenaan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen. Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta. In en uitschakelen van eerste booster: Actie Bedieningspaneel Display Booster inschakelen Druk op [ P ] lampje aan De zone kiezen Druk op [ + ] of [ - ] van de zone [ P ] De booster uitschakelen Druk op [ - ] [ 9 ] In- en uitschakelen van seconden booster: Actie Bedieningspaneel Display Booster inschakelen Druk op [ P ] lampje aan Seconden booster inschakelen Druk op [ P ] lampje Knippert De zone kiezen Druk op [ + ] of [ - ] van de zone [ ] De booster uitschakelen Druk op [ - ] [ 9 ] Beheer van het maximaal vermogen: Het geheel van de kooktafel is met een maximaal vermogen uitgerust. Wanneer de booster functie in werking is, en om dit maximaal vermogen niet te overschrijden, wordt het vermogen van een of meer kookzone automatisch verminderd. Displays van kookzones zal gedurende enkele seconden knipperen [ 9 ] en duidt dan het maximum vermogen aan: Gekozen kookzone Andere kookzone (bijvoorbeeld: kookniveau 9 ) [ P ] is aangeduid [ 9 ] gaat over naar [ 6 ] of [ 8 ] volgens type kookzone9 Timer functie De timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt worden met verschillende tijdsaanduidingen ( van 0 tot 99 minuten ) voor iedere zone. Regeling of wijziging van de kooktijd: Actie Bedieningspaneel Display Kookzone selecteren Druk op [ + ] van de zone [ 4 ] Vermogen selecteren Druk op [ + ] of [ - ] [ 1 ] … [ 9 ] Timer selecteren Druk tegelijkertijd op [ - ] en [ + ] Controlelampje van timer tot de gewenste kookzone Tijd verkorten Druk op [ - ] van de timer 30,29,28... Tijd verlengen Druk op [ + ] van de timer Tijd wordt langer De tijdsduur is ingesteld en begint te verlopen. Uitschakelen van de timerfunctie: Actie Bedieningspaneel Display De timer selecteren Druk tegelijkertijd op [ - ] en [ + ] De tijd wordt tot gewenste van de timer weergegeven kookzone aangaat Druk op [ - ] van de timer Geeft [ 01 ] weer Druk nogmaals op [ - ] Geeft [ 00 ] weer Indien verschillende timers geactiveerd zijn, volstaat het deze actie te herhalen. Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd: Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, gaat de display knipperen [ 00 ], er klinkt een geluidssignaal en de kookzone stopt. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt u op [ - ] of [ + ] van de timer. Gebruik van de timer zonder koken: Actie Bedieningspaneel Display Inschakelen Druk op [ 0/I ] Contolelampje aan De timer selecteren Druk tegelijkertijd op [ - ] en [ + ] De tijd wordt van de timer weergegeven Tijd verkorten Druk op [ - ] 30, 29,28... Tijd verlengen Druk op [ + ] Tijd wordt langer Als de tijd op [ 00 ] komt, begint hij te knipperen en te piepen. Warmhoudfunctie Deze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 42°C of 70° te bereiken en automatisch te behouden. Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de pan gaan kleven. Aanzetten, stopzetten van de Warmhoudfunctie : Actie Bedieningspaneel Display 42°C selecteren Druk op [ U ] Controlelampje Warmhoudfunctie aan 70°C selecteren Druk 2 maal op [ U ] Controlelampje Warmhoudfunctie knippert Kookzone selecteren Druk op [ + ] of [ - ] van de zone [ u ] of [ U ] Stopzetten Druk op [ - ] of [ + ] van de zone [ 0 ] tot [ 9 ] Deze functie kan onafhankelijk gebruikt worden bij alle kookzones. Wanneer de pan de kookzone verlaat, blijft de functie “ Warmtebehoud “ actief gedurende ongeveer 10 minuten. De maximale duur van het warmhouden is 2 uur.10 Programmeren van de aankookautomaat Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het geselecteerde niveau. Inwerkingstelling van de automatische bediening : Actie Bedieningspaneel Display Zone selecteren Druk op [ + ] van de zone [ 4 ] Volledig vermogen instellen Druk op [ + ] [ 4 ] tot [ 9 ] Automatisch koken Druk op [ + ] [ 9 ] knippert met [A] Vermogen selecteren Druk op [ - ] [ 9 ] [ 8 ] [ 7 ] … (bijvoorbeeld 7) [ 7 ] knippert met [A] Stopzetten van automatische bediening : Actie Bedieningspaneel Display Stopzetten Druk gelijktijdig op [ + ] of [ - ] van de zone [ 0 ] Stop&Go functie Met deze functie worden alle kookactiviteiten van de kookplaat onderbroken en kunnen ze met dezelfde instellingen weer worden voortgezet. De pauzefunctie aan-/uitzetten: Actie Bedieningspaneel Display Stop&Go instellen Druk op [ S ] voor 2s [ II ] weer Stop&Go stoppen Druk op [ S ] Controlelampje pauze knippert en druk op [ + ] of [ - ] lampje aan Functie herhaling Na het uitzetten van de kookplaat [ 0/I ] is het mogelijk de laatst gekozen instellingen te herhalen:

  • Staat van alle kookzones (vermogen)
  • Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones door de timers
  • Functie “automatisch koken”
  • Functie “Warmhoud” De herhalingsprocedure is als volgt:
  • Duw op de toets [ 0/I ]
  • Vervolgens op de [ S ] toets duwen in minder dan 6 seconden De vorige instellingen zijn opnieuw actief. Vergrendeling van het bedieningspaneel Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan het bedieningspaneel worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit [ 0/I ]). Vergrendelen: Actie Bedieningspaneel Display Kookplaat vergrendelen Druk gedurende 2 sec op [ ] Controlelampje vergrendeling brandt Ontgrendelen: Actie Bedieningspaneel Display Kookplaat ontgrendelen Druk gedurende 2 sec op [ ] Controlelampje vergrendeling geblust11 KOOKADVIES Kwaliteit van de pannen Aangepaste pannen: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem. Niet aangepaste pannen: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden wanneer hun producten geschikt zijn voor inductie. Om u ervan te verzekeren dat de kookpotten geschikt zijn: Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op [ 9 ]. Het water moet binnen enkele seconden opwarmen. Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot. De magneet moet blijven plakken. Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt het functioneren helemaal niet.

Afmetingen van de pannen De kookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de diameter van de pan aan. De bodem van deze pan dient wel een minimum diameter te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de pan goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen.12 Voorbeelden van vermogenregeling (de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend) 1 tot 2 Smelten Opwarmen Sauzen, boter, chocolade, gelatine Kant- en klaargerechten 2 tot 3 Opzwellen Ontdooien Rijst, pudding en bereidde gerechten Groenten, vis, diepgevroren producten 3 tot 4 Stoom Groenten, vis, vlees 4 tot 5 Water Gekookte aardappelen, soep, pasta Verse groenten 6 tot 7 Zachtjes koken Vlees, lever, eieren, braadworsten Goulash, rollade, pens 7 tot 8 Koken, braden Aardappelen, beignets, platte koeken

Braden Op kooktemperatuur brengen Steaks, omeletten water P en Braden Op kooktemperatuur brengen Op kooktemperatuur brengen van grote hoeveelheden water

Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico voor brandwonden. Verwijder de kookresten met een beetje water met afwasproduct of een in de handel aanbevolen product voor vitrokeramiek. Gebruikt in geen enkel geval apparaten “aan stoom“ of “druk“. Geen voorwerpen gebruiken die het gevaar zouden lopen vitrokeramiek te strepen. Gebruik geen schuurproducten, deze kunnen het apparaat beschadigen. Droog het apparaat met een goede doek. Verwijder onmiddellijk suiker of spijzen die suiker bevatten.13

KLEINE STORINGEN VERHELPEN

De kookplaat of de kookzone werkt niet: De kookplaat is verkeerd op het elektrisch net aangesloten De zekering is gesprongen --> controleer de zekering in de meterkast. Kijk na of de vergrendeling niet is ingeschakeld De tiptoetsen zijn met water of vet bespat Er staat een voorwerp op de tiptoetsen Het symbool [ U ] licht op: Er staat geen pan op de kookzone De pan is niet geschikt voor inductie De diameter van de bodem van de pan is te klein in vergelijking met de kookzone Het symbool [ E ] licht op: Bel de Dienst na Verkoop. Een enkele zone of alle zones vallen uit: De veiligheid is in werking getreden Deze treedt in werking wanneer u vergeten heeft een kookzone uit te schakelen De veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn Een kookpan is leeg en de bodem is oververhit De kookplaat beschikt eveneens over een automatische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel: Dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur De ventilator stopt vanzelf De aankookautomaat treedt niet in werking: De kookzone is nog warm [ H ] Het maximum kookniveau staat aan [ 9 ] Het kookniveau werd aangezet met de toets [ - ] Het symbool [ U ] licht op: Zie hoofdstuk “Warmhoudfunctie“. Het symbool [ II ] licht op: Zie hoofdstuk “Stop&Go“.

MILIEUBESCHERMING De verpakkingsmaterialen zijn ecologisch en recycleerbaar. De elektronische apparaten bevatten edele metalen. Informeer u bij uw administratie over de recycle-mogelijkheden.

Werp het apparaat niet weg met het huisvuil Doe beroep op de daartoe voorziene ophaaldienst of breng uw elektrisch apparaat naar het containerpark van uw gemeente14 INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN De montage dient enkel door erkende specialisten te worden uitgevoerd. De gebruiker dient de wetgeving en de normen van het land van zijn verblijfplaats na te leven. Plaatsen van de waterdichte strip De zelfklevende strip geleverd met het apparaat vermijdt infiltratie in het meubel. Het plaatsen dient met grote zorg volgens onderstaande tekening te worden uitgevoerd.

Inbouw De uitsparing in het tablet volgens model kookplaat: Type Uitsparing voor vlakbouw MI-91 810 x 490 mm

De afstand tussen de kookplaat en de muur dient minstens 50 mm te bedragen. De kookplaat is een apparaat toebehorend aan de beschermingsklasse « Y ». Ingebouwd mag zich een hoge kastwand of een muur aan een zijde en aan de achterzijde bevinden. Aan de andere zijde mag geen enkel meubel of apparaat hoger zijn dan het kookvlak. De bekledingen van de werkbladen dienen te worden uitgevoerd in warmtebestendige materialen (100°C) De materialen van het werkblad kunnen opzwellen bij contact van vocht. Om de uitsnijding te beschermen, bestrijk deze met een vernis of een speciale lijm. De strippen aan de muurranden dienen hittebestendig te zijn. Installeer de kookplaat niet boven een niet-geventileerde oven of een vaatwasmachine. Onder de omkasting van het apparaat dient men een afstand van 20 mm te voorzien om een goede ventilatie van de elektronische apparatuur te verzekeren Indien er zich een lade onder de kookplaat bevindt, vermijd er ontvlambare voorwerpen in op te bergen (bv. spray) en voorwerpen die niet warmtebestendig zijn. Voor de afstand tussen de kookplaat er de erboven geplaatste dampkap, dient u de instructies van de fabrikant van de dampkap te volgen. Bij gebrek aan instructies, dient u een afstand van minimum 760 mm te respecteren. De verbindingskabel mag na aansluiting aan geen enkele mechanische spanning onderhevig zijn, zoals bijvoorbeeld een lade. De beschermfolie (3) verwijderen en de dichtingstrip (2) op de rand van de kookplaat plakken op 2 mm van de buitenrand15 ELEKTRISCHE AANSLUITING De installatie en de aansluiting op het elektrische net mag enkel toevertrouwd worden aan een vakman (elektricien) die op de hoogte is van de voorgeschreven normen. Na het monteren moeten de stukken die onder spanning staan beschermd blijven. De nodige aansluitgegevens staan op het kenplaatje en het aansluitingsplaatje aan de onderkant van het apparaat. Het apparaat dient door middel van een meerpolige stroomonderbreker van het net gescheiden te zijn. Staat deze open (niet aangesloten), dan moet de contactopening minstens 3mm bedragen. Het elektrische circuit dient van het net gescheiden te zijn door middel van de nodige voorzieningen zoals bijvoorbeeld beveiligingsschakelaars, zekeringen, differentiële schakelaars en contacten. Indien het toestel niet voorzien is van een bereikbaar stopcontact, dan moeten middelen voor uitschakeling aan de vaste installatie toegevoegd worden inovereenstemming met de installatieregeling. De voedingsslang moet zo geplaatst worden zodat deze de hete delen van de kookplaat of de oven niet raakt. Let op! Dit apparaat is voorzien voor een aansluiting op een netspanning van 230V~ 50 / 60 HZ Verbind steeds de aarding. Respecteer het aansluitingsschema. De aansluitdoos bevindt zich onder de kookplaat. Om het deksel te openen, gebruik een schroevendraaier en plaats deze in de 2 gleuven voor de 2 pijlen.

  • berekend met de coëfficiënt van gelijktijdigheid volgens de standaard EN 60 335-2-6/1990 Aansluiting van de kookplaat Gebruik voor de verschillende aansluitingen de bruggen in messing die zich in de aansluitdoos bevinden. Monofase 230V~1P+N Plaats een brug tussen 1 en 2. Verbind de aarding met de aansluitklem "aarde", neutraal N met de aansluitklem 4 of 5, de fase L op de aansluitklem 1 of 2. Bi-fase 400V~2P+N Verbind de aarding met de aansluitklem "aarde", neutraal N met de aansluitklem 4 of 5, fase L1 met de aansluitklem 1 en fase L2 met de aansluitklem 2. Let op! De draden goed doorsteken en de schroeven goed aanspannen.