MCGW30IX - Fornuis M-SYSTEM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MCGW30IX M-SYSTEM in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MCGW30IX - M-SYSTEM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MCGW30IX van het merk M-SYSTEM.
GEBRUIKSAANWIJZING MCGW30IX M-SYSTEM
FR2 Instruction for the use - Installation advice English Page 91 Gebrauchsanweisung Installationsanleitung Deutsch Seite 25 Instrucciones de uso - Consejos para la instalación Español Página 69 Gebruiksaanwijzing en installatievoorschriften Nederlands Bladzijde 3 Mode d’emploi - Conseils pour l’installation Français Page 473 Deze aanwijzingen zijn slechts gel- dig voor de landen van bestem- ming, die met symbolen zijn aange- duid op de omslag van dit drukwerk en op het apparaat zelf. Geachte Klant, Bedankt dat u uw voorkeur heeft geschonken aan een van onze producten. De adviezen en waarschuwingen vermeld in deze gebruiksaan- wijzing zijn voor uw veiligheid en die van uw naasten. Wij adviseren u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen zodat u het apparaat optimaal kunt benutten. Tevens is het belangrijk deze gebruiksaanwijzing als naslagwerk bij de hand te houden of bij de verkoop van het apparaat aan de volgende eigenaar te overhandigen. Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor het bereiden van voedingsmiddelen. Elk ander gebruik is oneigenlijk en dus gevaarlijk. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die te wijten is aan het oneigenlijke, verkeerde of onverantwoorde gebruik van het apparaat. Gebrauchsanweisung Installationsanleitung Nederlands
– Dit komfoor is ontworpen om uitsluitend dienst te doen als kooktoestel. Ieder ander gebruik (bijv. als kachel) is oneigenlijk en dientengevolge gevaarlijk. – Dit komfoor is ontworpen, gebouwd en op de markt gebracht in overeenstemming met: - De veiligheidsvoorschriften van “Gas” Richtlijn 90/396/EEG; - De veiligheidsvoorschriften van “Laagspanning” Richtlijn 73/23/EEG; - De voorschriften van “EMC” Richtlijn 89/336/EEG; - De voorschriften van Richtlijn 93/68/EEG.4
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN EN WAARSCHUWINGEN
Verwijder de verpakking en verzeker u ervan dat het apparaat niet beschadigd is. Gebruik het apparaat niet in geval van twijfel, maar raadpleeg dan eerst uw leverancier of een bevoegd vakman.
Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, piepschuim, spijkers, enz.) kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Bewaar het daarom buiten het bereik van kinderen.
De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal en is gemerkt met het kring- loopsymbool
Wijzig in geen geval de technische specificaties van het apparaat, want dat kan zeer gevaarlijk zijn.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die te wijten is aan het oneigenlijke, foute of onverstandige gebruik van het toestel.
Wanneer u het apparaat niet langer gebruikt of vervangt door een ander model, ontdoet u zich dan van het apparaat in overeenstemming met de voorschriften die in uw woonplaats gelden: zorgt u ervoor dat het niet meer functioneert en maak alle delen die gevaarlijk kunnen zijn, bijvoorbeeld voor kinderen die er mee spelen, onschadelijk.
De installatie en de aansluiting op het gas en elektra moeten door bevoegd per- soneel verricht worden en voldoen aan de plaatselijk geldende veiligheidsvoor- schriften en aan de aanwijzingen van de fabrikant.
RAAD VOOR DE GEBRUIKER
✓ Tijdens en meteen na het gebruik van het komfoor zijn sommige delen ervan zeer heet. Raak de hete delen niet aan. ✓ Houd kinderen uit de buurt van het komfoor, vooral wanneer het aan staat. ✓ Controleer nadat u het komfoor heeft gebruikt of alle gasknoppen in de geslo- ten stand staan en draai de kraan van de toevoerleiding of gasfles dicht (gas- en gas/elektrische kooktoestellen). ✓ Wend u tot de servicedienst als de gas- kranen niet goed werken. ✓ Sluit voor iedere ingreep de kookplaat af van het elektriciteitsnet. Brandgevaar! ✓ Leg geen brandbaar materiaal op de kookplaat. ✓ Zorg dat de voedingskabels van andere apparaten niet in aanraking kunnen komen met de kookplaat.
TRISCHE APPARATEN Voor een veilig gebruik van elektri- sche apparaten dient u een aantal regels in acht te nemen. De belang- rijkste zijn: ✓ Raak het apparaat nooit aan wanneer uw handen of voeten nat of vochtig zijn. ✓ Gebruik het apparaat nooit op blote voeten. ✓ Laat kinderen of onbevoegden het apparaat niet zonder toezicht gebruiken. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor de gevolgen van het verkeerde, oneigenlijke of onverantwoorde gebruik.5 ALGEMENE GEGEVENS
OPMERKING: Als het komfoor van een model met veiligheidsventielen is (bij iedere brander is een sonde “T” aanwezig – zie afb. 3.1 – niet te verwarren met de elektrode “S” van de elektri- sche ontsteking), wordt de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft.
KOMFOOR 2 GAS – met of zonder veiligheidsventie – Dit toestel behoort tot klasse 3 KOOKZONES
) 5. Drukknop van de elektrische ontsteking; deze knop is niet aanwezig in de vol- gende gevallen: - de elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van de gasbranders (symbool bij het symbool - hoogste stand, grootste gasdebiet). - het komfoor heeft geen elektrische ontsteking (geen symbool bij de bedieningsknoppen).6 OPMERKING: Als het komfoor van een model met veiligheidsventielen is (bij iedere brander is een sonde “T” aanwezig – zie afb. 3.1 – niet te verwarren met de elektrode “S” van de elektri- sche ontsteking), wordt de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft.
KOMFOOR 1 GAS driedubbele krans – met of zonder veiligheidsventie – Dit toestel behoort tot klasse 3 KOOKZONE
1. Superbrander met driedubbele krans
) 3. Drukknop van de elektrische ontsteking; deze knop is niet aanwezig in de vol- gende gevallen: - de elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van de gasbranders (symbool bij het symbool - hoogste stand, grootste gasdebiet). - het komfoor heeft geen elektrische ontsteking (geen symbool bij de bedieningsknoppen). Afb. 1.2a Afb. 1.2b7
Afb. 2.1a Afb. 2.1b WAARSCHUWING: Als de vlammen van de brander per ongeluk uit gaan, moet u de bedie- ningsknop dichtdraaien en tenminste een minuut wachten voordat u opnieuw probeert het apparaat aan te steken. WAARSCHUWING: Het gebruik van een kookapparaat op gas veroorzaakt warmte en vochti- gheid in de ruimte waar het is geïn- stalleerd. Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte door de natuurlijke ventilatieo- peningen open te houden of door een afzuigkap met afvoerbuis te installe- ren. WAARSCHUWING: Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen, of een doelmatigere venti- latie, door het mechanische afzuigver- mogen te verhogen, als dat er is. Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van het komfoor. GASBRANDERS De gastoevoer naar de branders wordt geregeld door bedieningsknoppen (afbeelding 2.1a - 2.1b) waarmee u de gaskranen van de branders opent en sluit. De gaskraan is voorzien van een veilig- heidssluiting. U regelt de gastoevoer door de aanwijzer van de bedieningsknop te draaien op de symbolen die op het bedieningspaneel zijn gedrukt: ✓ merkpunt ● = gesloten kraan (uitgedoofde brander) ✓ merkpunt o = vol debiet (brander op maximum) ✓ merkpunt = vertraagd debiet (brander op minimum) ✓ Om de gastoevoer te verminderen draait u de knop verder tegen de klok in, desgewenst tot het aanslagpunt, waar de aanwijzer van de knop op het symbool kleine vlam wijst. ✓ De maximale gastoevoer gebruikt u om vloei- stof snel aan de kook te brengen, de minima- le gastoevoer voor het voorzichtig opwarmen en warm houden. ✓ Kook altijd met de bedieningsknop op een stand tussen maximaal en minimaal. Nooit tussen maximaal en uitstand.8 Afb. 2.3a Afb. 2.3b Afb. 2.2
ONTSTEKING VAN BRANDER
Modellen zonder elektrische ont- steking Voor het aansteken van de brander houdt u een lucifer dichtbij de brander. Door nu de gasknop in te drukken en naar links te draaien, opent u de gastoe- voer naar de brander (voor een maxima- le gastoevoer draait u de knop tot het merkpunt maximale vlamhoogte) en de vlam gaat aan. Modellen met aparte ontstekings- knop Bij deze modellen ontsteekt u een brander door de bijbehorende bedieningsknop in te drukken en naar de hoogste stand te draaien (symbool grote vlam) en tegelijker- tijd op de knop van de ontsteking te druk- ken totdat de brander aan is (afb. 2.2). Regel de gaskraan op de gewenste stand. Modellen met ontsteking inge- bouwd in de bedieningsknoppen van de branders Deze modellen zijn te herkennen aan het symbool bij het symbool (hoogste stand, grootste gasdebiet) (afb. 2.1a). Om een brander te ontsteken moet u de bijbehorende bedieningsknop indrukken en naar de hoogste stand (grote vlam) draaien; houd de bedieningsknop inge- drukt totdat de brander aan is. Regel de gaskraan op de gewenste stand. OPMERKING: Indien bijzondere lokale omstandigheden van het gedistribueer- de gas de ontsteking van de brander moeizaam maken wanneer de bedie- ningsknop in de hoogste stand staat, adviseren wij de procedure nogmaals uit te voeren, maar nu met de knop in de minimumstand.9 Afb. 2.4
KEUZE VAN DE BRANDER
(afb. 2.4) De positie van de branders staat aange- duid op het bedieningsbord. Het symbool met verschillende kleur of grafisme duidt de brander aan die bediend wordt door de kraan die zich er net onder bevindt. De brander dient gekozen te worden in funktie van de diameter en de inhoud van de gebruikte kookpan. Ter inlichting: de branders en kookpan- nen moeten volgens de hiernavolgende aanduidingen gebruikt te worden: Het is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermo- gen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blijft steeds dezelfde tegenover het volume en de oppervlakte van de braadpan.
Om de branders aan te steken: 1 – Draai de knop van de gaskraan tegen de wijzers van de klok in tot aan het maximumdebiet, druk de knop in en houd hem ingedrukt. Bij modellen met ontsteking inge- bouwd in de bedieningsknoppen treedt de ontsteking nu in werking. Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er een vlam bij te houden. 2 – Alleen voor modellen met aparte ontstekingsknop: - druk de knop van de elektrische ontsteking in. 3 – Wacht ongeveer tien seconden na de ontsteking van de brander, alvo- rens de knop weer los te laten (de tijd om het veiligheidsventiel te bewapenen). 4 – Regel de gaskraan op de gewenste stand. Mocht de vlam van de brander om welke reden ook doven, dan zal de veiligheids- klep de gastoevoer automatisch afbre- ken. Om de werking weer te hervatten moet u de knop in de stand ● draaien en de brander opnieuw ontsteken volgens bovenstaande instructies. Indien bijzondere lokale omstandigheden van het gedistribueerde gas de ontste- king van de brander moeizaam maken wanneer de bedieningsknop op het maximum staat, adviseren wij de proce- dure nogmaals uit te voeren, maar nu met de knop in de minimumstand.
DIAMETER VAN DE PANNEN
BRANDER MINIMUM MAX. Halfsnelle brander 12 cm 22 cm Snelle brander 22 cm 26 cm Superbrander 24 cm 28 cm diameter WOK maxiamaal 36 cm Gebruik geen pannen met een holle of bolle bodem10 CORRECT WRONG Afb. 2.5a Afb. 2.5b FOUT GOED SPECIAAL ONDERSTEL VOOR DE “WOK” - (optioneel)
Zet het speciale wokrooster op het rooster van de brander met driedubbele krans. LET OP: – Het gebruik van een wok zonder het speciale onderstel kan de werking van de brander zwaar storen. – Zet geen pan met een platte bodem op het speciale onderstel.11
ALGEMENE RAAD ✓ Sluit het komfoor af van het elektri- citeitsnet en wacht totdat het is afgekoeld voordat u begint met het schoonmaken. ✓ Schoonmaken met een doek gedrenkt in warm water met zeep of in warm water met een vloeibaar handafwas- middel. ✓ Gebruik geen schurende, bijtende, chloorhoudende producten en geen metalen schoonmaakgereedschap. ✓ Verwijder op het komfoor gemorste zure of basische stoffen (azijn, zout, citroenzuur, enz.) voordat zij drogen.
✓ De geëmailleerde delen mogen alleen met eens spons en zeepwater of met een niet-bijtend speciaal reinigings- middel worden schoongemaakt. ✓ Zorgvuldig afdrogen. ROESTVRIJSTALEN DELEN ✓ Schoonmaken met een speciaal - in de handel verkrijgbaar - middel. ✓ Afdrogen met een zachte doek, liefst met een zeem. ✓ Opmerking: Bij een ononderbroken gebruik kan de voortdurend hoge temperatuur verkleuringen om de branders veroorzaken. KNOPPEN ✓ U kunt de knoppen losmaken om deze makkelijker schoon te maken. Let op dat u de pakking van de knoppen niet beschadigt GASKRANEN ✓ De gaskranen moeten periodiek gesmeerd worden; dit mag uitsluitend worden gedaan door gespecialiseerd personeel. ✓ Wend u tot de Servicedienst als de gaskranen niet goed werken.
BRANDERS EN ROOSTERS
✓ Deze kunnen van het komfoor afge- nomen worden en in een sopje gewassen worden ✓ Na het schoonmaken moet u de bran- ders goed afdrogen en zorgvuldig op hun plaats terugzetten. ✓ Het is zeer belangrijk dat u controleert of u de vlamverdeler goed teruggezet heeft, omdat een verkeerd geplaatste vlamverdeler zware storing kan ver- oorzaken. ✓ Bij het model dit komfoor is uitgerust met veiligheidskleppen - moet u bij elke brander controleren of de sonde schoon is, zodat de veiligheidsklep goed kan werken. ✓ Bij toestellen met elektrische ontste- king moet er worden gecontroleerd of de elektrode schoon is, zodat deze goed kan vonken. ✓ Opmerking: De elektrische ontste- king kan defect raken als deze wordt gebruikt wanneer de bran- ders zijn verwijderd.12
DE BRANDERS CORRECT PLAATSEN
Het is zeer belangrijk dat u de vlamverdeler “F” en de kap “C” van de branders goed op hun plaats teruggezet (afb. 3.1 -3.2). De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerd geplaatst zijn. Bij toestellen met elektrische ontsteking moet er worden gecontroleerd of de elektrode “S” (afb. 3.1) schoon is, zodat deze goed kan vonken. Modellen met veiligheidsventie: Zorg ervoor dat de sonde “T” (afb. 3.1) in de buurt van elke brander goed schoon blijft, zodat de veiligheidskleppen probleemloos kunnen werken. Zowel de sonde als de ontsteker moeten heel voorzichtig schoon worden gemaakt. Afb. 3.2 Afb. 3.1
T13 Afb. 3.5 Afb. 3.3 Afb. 3.4
De brander moet geplaatst worden zoals in afb. 3.3 is aangegeven. De ribben van de brander moeten in de uitsparingen steken zoals is aangeduid met de pijlen. Zet de kap A en de ring B op hun plaats (afb. 3.4 - 3.5). Als de brander goed geplaatst is kan hij niet draaien (afb. 3.4).14 BELANGRIJK ✓Het komfoor moet door een bevoegd vakman worden aangesloten. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie. ✓Het komfoor moet volgens de geldende voorschriften worden geïnstalleerd. ✓Schakel het komfoor altijd uit, voordat u onderhoud of reparatie uitvoert.
Deze kooktoestellen zijn ontworpen voor de inbouw in een warmtebestendig keukenmeubel met een diepte van 600 mm.
De wanden van het meubel mogen niet boven het werkblad uitsteken en moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 105 °C boven de omgevingstempera- tuur.
Plaats het apparaat niet dichtbij ontvlambare materialen zoals gordijnen.
Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen). Aanwijzingen voor de installatie15 Afb. 4.1 650 mm 450 mm min 100 mm INSTALLATIE
AANWIJZINGEN VOOR DE
INSTALLATEUR Verwijder de eventueel aanwezige beschermfolie van het komfoor voordat u met het installeren begint. Dit komfoor kan worden ingebouwd in een werk- blad met een dikte van 20 à 40 mm en een diepte van 600 mm. Om het komfoor in te bouwen moet er een ope- ning in het werkblad van het meubel worden gemaakt. De afmetingen zijn aangegeven in onderstaande afbeelding 4.2a - 4.2b. Bovendien moet er aan de volgende voorwaarden worden voldaan: – de afstand tussen de onderkant van het komf- oor en de bovenkant van een apparaat of de hoogste plank in het meubel moet minstens 30 mm bedragen. – de afstand tussen het komfoor en een wand (muur kast) aan de zijkant die hoger is dan het komfoor, moet minstens 100 mm bedragen. – de afstand tussen het komfoor en de achter- wand moet minstens 50 mm bedragen. – als er een kast of afzuigkap boven het komfoor hangt, dan moet de afstand tussen het komfoor en de kast of afzuigkap minstens 650 mm bedragen (afb. 4.1). – de wanden van de meubels en apparaten die naast het komfoor staan moeten bestand zijn tegen hitte (beschermingsklasse “Y” volgens de norm EN 60335-2 6).
Afb. 4.2a16 HET KOMFOOR BEVESTIGEN (afb. 4.4) Het komfoor wordt geleverd met een set beugels en schroeven voor de bevesti- ging aan een werkblad met een dikte van 2 tot 4 cm. De bevestigingsset bevat 4 beugels “A” en 4 zelftappende schroeven “B”. ✓ Maak een opening in het werkblad. ✓ Leg de pakking “C” langs de rand van de opening in het werkblad. ✓ Keer het komfoor om, monteer de beu- gels “A” in de speciale uitsparingen en draai de schroeven “B” een paar sla- gen aan, maar nog niet vast. Let op dat de positie van de beugels overeen- stemt met die in de afbeelding hier- naast. ✓ Zet het komfoor in de opening. ✓ Zet de beugels “A” goed en draai de schroeven “B” aan totdat het komfoor vast zit. ✓ Snijd de uitspringende rand van de pakking “C” af met een scherp mes. Afb. 4.4
(afb. 4.3) Het is aan te bevelen een opening van 30 mm aan te houden tussen het komf- oor en de bovenkant van het keuken- meubel (afb. 4.3).
30 mm Afb. 4.3 Ruimte voor aansluitingenDepressieruimteDeurtje17 H min 650 mm Afb. 4.6 Afb. 4.7 Opening luchttoevoer Opening luchttoevoer Elektrische ventilator voor de afvoer van verbrandingsproducten. Afzuigkap voor de afvoer van verbrandingsproducten
KIES DE JUISTE OMGEVING
Het vertrek (de keuken) waar een gastoe- stel wordt geïnstalleerd moet voldoende geventileerd zijn voor een goede verbran- ding. De verse lucht moet rechtstreeks toestro- men door een of meer ventilatieopenin- gen in de buitenmuur met een gezamen- lijke doorsnede van minstens 100 cm
Als het gastoestel niet voorzien is van veiligheden die ingrijpen wanneer de vlam dooft, dan moet de doorsnede van de openingen minstens 200 cm
bedragen. De beste plaats voor de ventilatieopenin- gen is dicht bij de vloer, aan de overkant van de muur met de afvoeropening van de verbrandingsproducten. De ventilatieopeningen moeten zo gemaakt zijn dat deze niet verstopt kun- nen raken, noch van binnen af, noch van buiten af. Als het niet mogelijk is te voorzien in de nodige ventilatieopeningen, dan moer er voor worden gezorgd dat er verse lucht toestroomt uit een aangrenzend vertrek dat wèl is geventileerd zoals aangegeven, op voorwaarde dat het geen slaapkamer of gevaarlijke ruimte is. AFVOER VAN VERBRANDINGSPRODUCTEN De verbrandingsproducten van een gas- komfoor moeten worden verwijderd door een afzuigkap met een afvoerkanaal dat rechtstreeks naar de buitenlucht voert (afb. 4.6). Als dit niet mogelijk is, dan kan er een elektrische ventilator worden gemonteerd in een buitenmuur of vensterruit, met vol- doende vermogen om per uur een door- stroming van 3 à 5 maal het volume van de keuken zeker te stellen (afb. 4.7). Een ventilator mag slechts worden geïn- stalleerd als er ventilatieopeningen aan- wezig zijn die voldoen aan hetgeen ver- meld in het hoofdstuk “Ventilatie”. Tijdens een intensief en langdurig gebruik kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen of door de afzuiginstallatie - indien aanwezig - op een hogere vermogens- stand te regelen.18 GASGEDEELTE
Afb. 5.1 FC A 1/2” G kegelvorming GASAANSLUITING De gasaansluiting moet door eenbevoegd installateur verricht worden envoldoen aan de plaatselijk geldendevoorschriften.Het komfoor is door de fabricant inge-steld om te werken op het type gas datop het typeplaatje en in deze handleidingis vermeld.De gasvoorziening moet voldoen aande plaatselijk geldende voorschriften.Sluit het komfoor aan op de gasleiding ofop een gasfles door middel van eenroestvrijstalen gasslang die voldoet aande plaatselijk geldende voorschriften.Als het komfoor wordt aangesloten meteen metalen slang, dan moet deze min-stens 2 meter lang zijn.Let op: Als het komfoor wordt aange-sloten met een roestvrijstalen slang,dan moet deze zo geplaatst wordendat deze niet in aanraking kan komenmet beweeglijke delen van het meubelof andere voorwerpen en dat dezeover de hele lengte geïnspecteerd kanworden. Cat: II 2L 3B/P GASSOORTEN Het gas dat kan worden gebruikt kanin twee families worden onderverdeeld:– Butaan en Propaan (in een fles)G30/G31– Aardgas (G25)De aansluiting van het komfoor is alsvolgt samengesteld (afb. 5.1):✓ 1 nippel “A”✓ 1 haaks verbindingsstuk “C”✓ 1 pakking “F”De aansluiting kan in elke gewenste rich-ting worden gedraaid nadat het verbin-dingsstuk “C” is losgedraaid van nippel“A” (afb. 5.3). NL19 Afb. 5.3 BELANGRIJK ✓ Draai het verbindingsstuk “C” nooit zonder eerst nippel “A” los te maken (afb. 5.3). ✓ De pakking “F” (afb. 5.1 - 5.2) zorgen voor de dichtheid van de gasaanslui- ting. Het is raadzaam deze onderde- len bij de geringste vervorming of afwijking te vervangen. Het is raad- zaam deze onderdelen bij de gerings- te vervorming of afwijking te vervan- gen. ✓ De aansluiting met een onbuigzame metalen buis mag geen kracht op het komfoor uitoefenen. ✓ Als er een buigzame metalen buis wordt gebruikt moet er op worden gelet dat deze niet in aanraking kan komen met beweeglijke onderdelen of klem kan raken. ✓ Buigzame buizen moeten over hun hele lengte te inspecteren zijn, voor de uiterste datum van gebruik (op de slang gedrukt) vervangen worden en zij mogen maximaal 2 meter lang zijn. ✓ Controleer de afdichting van de gas- aansluiting met zeepsop, nooit met een vlam. Cat: II 2E+3+ GASSOORTEN Het gas dat kan worden gebruikt kan in twee families worden onderverdeeld: – Butaan en Propaan (in een fles) G30/G31 – Aardgas (G 20/G25) De aansluiting van het komfoor is als volgt samengesteld (afb. 5.2): ✓ 1 nippel “A” ✓ 1 haaks verbindingsstuk “C” ✓ 2 pakking “F” ✓ 1 conisch verbindingsstuk “G” Bevestig het conische verbindingsstuk “G” (meegeleverd) aan het haakse ver- bindingsstuk “C” met de pakking “F” ertussen, voordat u het toestel aansluit op de gasleiding. De aansluiting kan in elke gewenste rich- ting worden gedraaid nadat het verbin- dingsstuk “C” is losgedraaid van nippel “A” (afb. 5.3).
Elk komfoor wordt geleverd met een serie sproeiers voor de verschillende gassoorten. Als er geen spuitstukken zijn meege- leverd, dan zijn deze te verkrijgen bij de Servicecentra. De nieuwe sproeiers moeten gekozen worden op grond van de “Tabel van de sproeiers”. De diameter van de sproeiers, uitgedrukt in honderdste millimeters, is aangegeven op de buitenkant. Ga als volgt te werk om de sproeiers te vervangen: ✓ Verwijder de panroosters en de kapjes van de branders, trek de bedienings- knoppen en de eventueel aanwezige ontstekingsknop los en verwijder ook deze. ✓ Vervang m.b.v. een pijpsleutel de sproeiers “J” (afb. 5.4 - 5.5) door nieu- we die geschikt zijn voor het type gas dat gebruikt wordt. De branders zijn zodanig ontwikkeld dat regeling van de primaire lucht niet nodig is21 Halfsnelle (SR) 1,75 0,45 65 94 (Y) Snelle brander (R) 3,00 0,75 85 121 (F2) Driedubbele kroon (TC) 3,50 1,50 95 138 (F3)
/h x kW) BRANDERS Benodigde luchttoevoer [
Bij de overgang van de ene gassoort naar de andere moet ook het minimum- debiet van de kraan gecorrigeerd wor- den, en moet de brander ook aan blijven bij een plotselinge overgang van de maximum- naar de minimumstand. De vlam wordt als volgt afgesteld: – Steek de brander aan. – Draai de kraan in de “minimum”-stand – Verwijder de knop Voor kranen met een stelschroef bin- nenin de staaf (afb. 5.6): ✓ draai met een schroevendraaier met max. diam. 3 mm aan de schroef bin- nenin het staafje van de kraan, totdat de juiste instelling verkregen wordt. Voor kranen met een stelschroef op het kraanlichaam (afb. 5.7): ✓ draai de schroef “A” met een schroe- vendraaier, totdat de juiste instelling verkregen wordt. ✓ bij de modellen waarbij de ontsteking is ingebouwd in de knop van de gas- kraan is schroef “A” te bereiken door een speciale opening in de microscha- kelaar. Voor het gas G30/G31 moet de stel- schroef geheel worden aangedraaid
Als een gaskraan stroef draait moet deze worden gedemonteerd, schoongemaakt met benzine en ingesmeerd met speciaal warmtebestendig vet. Deze ingreep moet door een bevoegd vakman worden gedaan.23
ELEKTRICITEITSNET ✓ De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vak- man en voldoen aan de geldende veilig- heidsvoorschriften; ✓ het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluit- waarde van het toestel kan dragen; ✓ In het geval dat het toestel zonder stek- ker is geleverd, moet er worden gezorgd voor een stekker die geschikt is voor het vermogen dat het toestel opneemt (alleen voor gas- en gas/elektrische komforen); ✓ de tweepolige stekker moet worden aan- gesloten op een geaard stopcontact dat voldoet aan de plaatselijke veiligheids- normen. ✓ het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten; ✓ de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt; ✓ het toestel moet zo worden geïnstal- leerd dat het stopcontact of de lijnscha- kelaar altijd bereikbaar zijn. ✓ N.B. Gebruik geen adapters, verloop- stekkers en meervoudige stekkerdo- zen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken. Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren of als de stekker niet in het stopcontact past, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman. Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van het stopcontact groot genoeg is voor het ver- mogen dat het toestel opneemt. BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd wor- den door een bevoegd vakman en vol- doen aan de geldende voorschriften. Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevol- ge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt. ELEKTRISCHE AANSLUITING
Het is verplicht het apparaat te aar- den. De fabrikant stelt zich niet aanspra- kelijk voor schade die voortkomt uit het veronachtzamen van dit voor- schrift. Alvorens reparaties aan de elektrische onderdelen van het apparaat te verrichten, moet het apparaat worden afgesloten van het elektriciteitsnet. Trek altijd de stekker uit alvorens werken uit te voeren aan het elektri- sche gedeelte van het toestel.24 230 V L1 N(L2)PE Afb. 6.1 De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor onwaarheden in deze folder veroorzaakt door druk- of ver- taalfouten. De fabrikant heeft het recht alle wijzigingen aan het produkt aan te brengen die zij voor commerciële- of fabricagedoeleinden noodzakelijk acht, op ieder moment en zonder voorafgaande kennisgeving.
VOEDINGSKABEL Type “H05V2V2-F” bestand tegen een temperatuur van 90°C 230 VAC 50 Hz 3 x 0,75 mm
De voedingskabel mag alleen worden vervangen door een van hetzelfde type.
De draden van de voedingskabel moe- ten worden aangesloten op de contacten zoals aangegeven in afb.
Notice-Facile