MGG 309 - Forn M-SYSTEM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MGG 309 M-SYSTEM in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw gaskookplaat |
| Merk | M-System |
| Model | MGG 309 |
| Afmetingen (B x D) | 275 mm x 490 mm |
| Gewicht | Ongeveer 6 kg (schatting op basis van vergelijkbare modellen) |
| Voeding | 230 V / 50 Hz, met aarding |
| Aantal branders | 3 (hulp, half-snel, snel) |
| Vermogen branders | Hulp: 1.0 kW, Half-snel: 1.65 kW, Snel: 3.0 kW |
| Ontsteking | Automatische ontsteking met veiligheidsthermokoppel |
| Veiligheidsvoorzieningen | Thermokoppel onderbreekt gastoevoer bij vlambedarf |
| Materiaal kookplaat | Glaskeramiek |
| Reiniging | Glasplaat met mild reinigingsmiddel; branders en roosters verwijderbaar, roosters vaatwasmachinebestendig |
| Gas aansluiting | 1/2" buitendraad, flexibele metalen slang of stalen buis |
| Elektrische aansluiting | Stekker of vaste aansluiting met scheidingsschakelaar |
| Type gas | Instelbaar voor aardgas (G20) of propaan/butaan (G30/G31) |
| Inbouwafmetingen uitsparing | 275 mm x 490 mm (minimale afstand tot wanden: 50 mm, tot hangkast: 760 mm) |
| Klasse | Klasse 3 (inbouwtoestel) |
| Onderdelen en reparatie | Alleen erkende servicecentra; gebruik originele onderdelen |
| Milieu | Voldoet aan EU-richtlijn 2002/96/EG; apart inzamelen voor recycling |
Veelgestelde vragen - MGG 309 M-SYSTEM
Gebruikersvragen over MGG 309 M-SYSTEM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MGG 309 - M-SYSTEM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MGG 309 van het merk M-SYSTEM.
GEBRUIKSAANWIJZING MGG 309 M-SYSTEM
MONTAGEINSTRUCTIES EN GEBRUIKSAANWIJZING VAN GLASKERAMIEKEN GASKOOKVLAKKEN
MGGW 909
MGGW 809
MGGW 309
MGG 609
MGG 309
MGG 70
MGG 90
Beste Klant,
Wij bedanken u voor de voorkeur die u ons heeft gegeven, door één van onze producten te kopen.
We zijn ervan overtuigd dat dit nieuwe apparaat, dat van kwaliteitsmaterialen is gemaakt, zo goed mogelijk aan uw wensen zal voldoen.
Dit nieuwe apparaat is gebruiksvriendelijk, maar we verzoeken u toch deze handleiding aandachtig door te lezen, alvorens tot de installatie en het gebruik van het apparaat over te gaan.
Behalve dat er in de handleiding handige tips staan, verschaft ze de juiste aanwijzingen betreffende de installatie, het gebruik en het onderhoud.
DE
FABRIKANT
Wij raden u aan deze gebruikershandleiding te lezen vooraleer het toestel te installeren en te gebruiken. Het is zeer belangrijk deze handleiding in de buurt van het toestel te bewaren om ze indien nodig te kunnen raadplegen. Als het toestel aan iemand anders verkocht of gegeven wordt, moet men ervoor zorgen de handleiding tegelijkertijd mee te geven, zodat de nieuwe gebruiker ingelicht wordt over de werking van het toestel en de bijhorende waarschuwingen leert kennen.
- De installatie moet uitgevoerd worden door deskundig en geschoold personeel overeenkomstig de van kracht zijnde normen.
- Dit toestel werd ontworpen om gebruikt te worden door volwassenen.
- Men moet er dus voor zorgen dat kinderen niet dichtbij komen met de bedoeling ermee te spelen.
- Tijdens de werking van het toestel de kinderen in het oog houden en ervoor zorgen dat zij niet in de nabijheid blijven en dat zij de oppervlakken die nog niet volledig afgekoeld zijn, niet aanraken.
- Vooraleer het toestel aan te sluiten, controleren of het juist ingesteld is voor het type gas dat ter beschikking staat (zie paragraaf "Installatie").
- Vóór onderhoud en reiniging, de elektriciteit van het toestel uitschakelen en het laten afkoelen.
- Ervoor zorgen dat er luchtcirculatie rond het gastoestel is. Weinig ventilatie veroorzaakt een tekort aan zuurstof.
- Indien het toestel intens of lange tijd gebruikt wordt, kan het noodzakelijk zijn een bijkomende verluchting te voorzien, bij voorbeeld door een venster te openen of door het vermogen van de mechanische afzuiging – indien aanwezig – te verhogen.
- De producten van de verbranding moeten naar buiten geëvacueerd worden met een dampkap of een elektrische ventilator (zie paragraaf "Installatie").
- Voor de eventuele interventies of wijzigingen zich wenden tot een erkend Centrum voor Technische Bijstand en originele wisselstukken eisen.
Als het kookvlak het niet doet raden we u aan:
- te controleren dat de stekker goed in het stopcontact is gestoken;
- te controleren dat er een goede gastoevoer is;
Als de oorzaak van de storing niet wordt gevonden:
- schakel het apparaat uit, probeer het niet zelf te repareren, maar wend u tot de Technische Servicedienst.
Het productetiket met het serienummer is onder het kookvlak geplakt.
De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af in geval van schade aan zaken of personen die te wijten is aan een onjuiste installatie of aan een onaangepast, verkeerd of onredelijk gebruik van het toestel.
INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER

Alle handelingen in verband met de installatie, de instelling en de aanpassing aan het beschikbare gastype moeten uitgevoerd worden door geschoold personeel, overeenstemmend de van kracht zijnde normen.
De specifieke instructies bevinden zich in het deel van de handleiding dat voor de installateur voorbehouden is.
GEBRUIK VAN DE BRANDERS
Het seriegrafisch aangebrachte symbool naast de knop geeft aan bij welke brander de knop hoort.
Automatische ontsteking met veiligheidsventiel
De overeenstemmende knop in tegenwijzerszin draaien tot de maximale positie (grote vlam, figuur 1 - figuur 1/A) en de knop indrukken.
Eens de ontsteking verkregen, de knop ongeveer 5 seconden ingedrukt houden.
Gebruik van de branders
Om een optimaal rendement zonder verspilling van gas te verkrijgen, is het belangrijk dat de diameter van de kookpot aangepast is aan het potentieel van de brander (zie tabel hierna), om te vermijden dat de vlam breder wordt dan de onderkant van de kookpot (figuur 2).
Het maximale vermogen gebruiken om vloeistoffen snel te laten koken en een verminderd vermogen om voedsel op te warmen of op kookpunt te houden. Alle werkingsposities moeten gekozen worden tussen het maximum en het minimum en nooit tussen de maximumpositie en het sluitingspunt.
Om de gastoevoer te onderbreken, de knop in wijzerszin draaien tot aan de sluitingspositie. In geval van afwezigheid van elektrische energie is het mogelijk de branders aan te steken met lucifers door de knop te plaatsen op het ontstekingspunt (grote vlam).
| Branders Vermogen | W Diameter kookpot | |
| Hulp 1000 10 - 14 cm | ||
| Half-snel 1650 16 - 18 cm | ||
| Snel 3000 20 - 22 cm | ||
| Driedubbele kroon 5500 24 - 26 cm |
INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER
Waarschuwingen
- Altijd controleren of de knoppen in de positie "gesloten" (zie afbeelding 1 - afbeelding 1/A) staan wanneer het toestel niet werkt.
- Voor de kookvlakken uitgerust met een thermokoppel (veiligheidsventiel), als de vlam per ongeluk uitgaat, onderbreekt het veiligheidsventiel, na enkele seconden, automatisch de gastoevoer van gas. Om de werking te herstellen, de knop terugbrengen naar het ontstekingspunt (grote vlam, afbeelding 1 afbeelding 1/A) en indrukken.
- Tijdens het koken met vetten en oliën, moet men bijzonder aandachtig zijn want, indien zij oververhit worden, kunnen zij in brand schieten.
- Geen verstuivers gebruiken in de buurt van het toestel in werking.
- Op de branders mag men geen onstabiele of vervormde braadpannen zetten om ongelukken wegens omstoten of overlopen te vermijden.
- Ervoor zorgen dat de handvatten van de braadpannen juist geplaatst zijn.
- Wanneer men de brander aansteekt, controleren of de vlam regelmatig is; vooraleer kookpotten te verwijderen, de vlam altijd verminderen of uitdoen.
REINIGING
Vóór elke schoonmaakbeurt, de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet uitschakelen.
Het is aangeraden te reinigen als het toestel koud is.
Glasplaat en geëmailleerde delen
De glasplaat en de geëmailleerde delen moeten met een doekje en een sopje of met een licht afwasmiddel worden schoongemaakt.
Gebruik geen schuur- of bijtende middelen.
Voorkom dat stoffen zoals citroensap, tomaat, zoutwater, azijn, koffie en melk lang in aanraking komen met de geëmailleerde oppervlakken.
Branders en roosters
Deze delen mogen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken.
De branders moeten schoongemaakt worden met een spons, water en zeep of met een lichte detergent, daarna goed afgedroogd worden en terug op de juiste plaats gezet worden. Controleren of de verspreidingskanalen voor de vlammen niet verstopt zitten.
Controleren of de sonde van het veiligheidsventiel en de ontstekingselektrode goed proper zijn om een optimale werking te garanderen.
De roosters mogen in een vaatwasmachine gewassen worden.
Gaskranen
Het eventuele smeren van de kranen moet uitsluitend uitgevoerd worden door gespecialiseerd personeel.
Als de gaskranen moeilijk beginnen te draaien of een abnormale werking vertonen, contact opnemen met de dienst na verkoop.
INSTRUCTIES VOOR INSTALLATEUR

Montage van het kookvlak.
Het toestel is vervaardigd om ingebouwd te worden in meubels die warmtebestendig zijn.
De wanden van de meubels moeten bestand zijn tegen een temperatuur van minstens 90°C.
Het toestel is van het type "Y", dit wil zeggen dat het geïnstalleerd mag worden met één enkele laterale wand, rechts of links van het kookvlak. Vermijd de installatie van het toestel in de nabijheid van ontvlambare materialen zoals gordijnen, keukenhanddoeken, enz... Een opening maken, in het blad van het meubel, met de afmetingen aangeduid in fig. 3 en fig. 4; daarbij moet men een afstand houden van minstens 50 mm tussen de rand van het toestel en de aangrenzende wanden. Een eventueel hangkastje boven het kookvlak dient zich op een afstand van minstens 760 mm van het kookvlak te bevinden.
Dit is een apparaat van klasse 3. Indien het in een basis met oven wordt ingevoegd, moeten beschikte voorzorgsmaatregelen worden getroffen, om een installatie vergaranderen overeenkomstig de geldende veiligheidsvoorschriften.
Besteed er bijzondere aandacht aan dat zowel de stroomkabel als de gasslang zodanig zijn geplaatst dat ze niet in aanraking komen met de hete delen van de behuizing van de oven. In geval van installatie op een oven zonder geforceerde koelventilatie moet voor een goede ventilatie voor een geschikte luchttoevoer worden gezorgd met een ingang die minstens 200 cm² kleiner is en een uitgang die groter is dan minstens 60 cm².
| MODEL Br. (mm) D (mm) | ||
| MGGW 909 860 490 | ||
| MGGW 809 750 490 | ||
| MGG 609 560 490 | ||
| MGGW 309 MGG 309 275 490 | ||
| MGG 70 675 480 | ||
| MGG 90 865 480 |
Bevestiging van het kookvlak
leder kookvlak is voorzien van een speciale dichting met plakkende kant.
- Verwijder de roosters en branders van het kookvlak.
- Draai het toestel om en breng de plakkende dichting S langs de buitenrand van het glas aan (fig. 5).
- Breng het kookvlak in de opening aan die in het meubel is gemaakt en zet hem vast met de schroeven V van de bevestigingsshaken C (fig. 6).
Plaats van installatie
Dit toestel is niet uitgerust met een evacuatiesysteem voor de producten van de verbranding; het is dus noodzakelijk de rook naar buiten te evacueren met behulp van een dampkap of een elektrische ventilator die geactiveerd wordt telkens men het toestel gebruikt.
De ruimte waarin het toestel geïnstalleerd wordt, moet een natuurlijke luchtaanvoer hebben voor de regelmatige verbranding van gas en de ventilatie van de ruimte: het nodige volume lucht mag niet kleiner zijn dan 20 m ^3 . De luchttoevoer moet gebeuren door een permanente openingen, aangebracht in de muren van de kamer en die voor een verbinding naar buiten zorgt.
De ventilatie kan ook afkomstig zijn van een aangrenzende kamer. In dat geval de desbetreffende geldende normen respecteren. De openingen moeten een minimale doorsnede hebben van 200 cm ^2 .
INSTRUCTIES VOOR INSTALLATEUR
Gasaansluiting
Zich ervan vergewissen dat het toestel geschikt is voor het beschikbare type gas; om dat te weten kijk naar het etiket onder het toestel.
Handel overeenkomstig de instructies vermeld in de paragraaf „gastransformaties en instellingen” voor de eventuele aanpassing aan verschillende gassen. Het toestel moet aangesloten worden op de gasinstallatie met behulp van onbuigzame metalen buizen of van stalen flexibele leidingen met continue wand conform de geldende normen.
De gasingang-aansluiting van het toestel is van schroefdraad voorzien: 12 " gas cilindervorming mannelijk (figuur 7). De aansluiting mag de gasinlaatbuis niet belasten. Eens de installatie voltooid, controleer de dichtheid van de verbindingen met een zeepoplossing.
Elektrische aansluiting
De aansluiting op het elektrische net moet uitgevoerd worden door geschoold personeel overeenkomstig de geldende normen.
De spanning van de elektrische installatie moet overeenstemmen met die vermeld op het etiket dat zich onderaan op het toestel bevindt. Controleren of de installatie uitgerust is met een doeltreffende massa-aansluiting ("terre") overeenkomstig de normen en wettelijke bepalingen. De massaaansluiting is verplicht.
Als het toestel geen stekker heeft, op de voedingskabel een genormaliseerde stekker aanbrengen.
Het is mogelijk de aansluiting op het elektrische net rechtstreeks uit te voeren door de tussenplaatsing van een omnipolaire schakelaar met een openingsafstand van de contacten van minstens 3 mm.
De buisjes van de branders A-SR-R vervangen
Indien het toestel voorzien is voor een gastype dat verschilt van het beschikbare, moet men de buisjes van de branders vervangen.
De keuze van de te vervangen buisjes moet gebeuren volgens de tabel met technische kenmerken.
Daarna te werk gaan op de volgende manier:
- de roosters en de branders verwijderen;
- met een rechtse sleutel (L), het buisje (U) (figuur 7) losschroeven en vervangen door het gepaste buisje;
- het buisje krachtig blokkeren.
De buisjes van de brander met dubbele kroon vervangen
Om de buisjes te vervangen, moet het blad van glaskeramiek worden verwijderd:
- Vervang buisje U1 (middelste brander) door de steun van de buisjes uit de plaats van de brander te nemen (fig. 7/A).
- Vervang buisje U2 (buitenste brander) (fig. 7/B) direct vanaf de plaats van de buisjeshouder.
Instelling van de branders
De instelling van het minimum moet altijd juist zijn en de vlam moet altijd aan blijven, zelfs in geval van een snelle overgang van de maximumpositie naar de minimumpositie.
Als dat niet het geval is, moet men het minimum op de volgende manier regelen:
- de brander aansteken;
- de kraan draaien tot in de minimumpositie (kleine vlam);
- de knop van de stang van de kraan verwijderen;
- een schroevendraaier met platte punt (C) in gat (F) van de kraan (figuur 8) steken en de bypass schroef draaien tot de correcte instelling van het minimum.
Voor de branders die werken met gas G30, moet de bypass schroef volledig vastgeschroefd worden.
INSTRUCTIES VOOR INSTALLATEUR
ONDERHOUD
Het smeren van de kranen
Als een kraan moeilijk werkt, moet men hem demonteren en smeren.
De uit te voeren handelingen zijn de volgende:
- de twee schroeven die de kraag van de kraankop blokkeren, losschroeven;
- de kegel om het gas te regelen opheffen en hem grondig reinigen met benzine of een oplossingsmiddel;
- hem insmeren met een beetje vet voor hoge temperaturen, maar let erop de gaten waardoor gas stroomt, niet te verstoppen;
- alle stukken voorzichtig terug monteren.
Vervanging voedingskabel
In geval van vervanging van de voedingskabel, moet men een kabel gebruik conform de normen van het type H05VV-F of H05RR-F met een doorsnede 3 x 0,75 mm². De aansluiting op het klemmenbord moet als volgt gebeuren:
kabeltje L bruin (fase)
kabeltje N blauw (neutraal)
kabeltje groen-geel (massa)
AFBEELDINGEN
![]() | 1 | DichtMaximum buitenste branderMinimum buitenste brande | ![]() | Minimum buitenste en binnenste brander |
| Maximum buitenste en binnenste brander | 1/A | |||
![]() | 2 | ![]() | ||
![]() | 4 | ![]() | ||
![]() | 6 | |||
AFBEELDINGEN


7/A

7

Dit product is in overeenstemming met de EU-richtlijn 2002/96/EG.
Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak op het apparaat geeft aan dat het product, wanneer het wordt afgedankt, moet worden afgegeven bij een speciaal inzamelpunt van elektrische en elektronische apparaten of bij de dealer waar u een nieuw, gelijksoortig apparaat aanschaft, aangezien het niet mag worden verwerkt als huishoudelijk afval.

De gebruiker is er verantwoordelijk voor dat het apparaat wordt afgegeven bij het juiste inzamelpunt wanneer hij het afdankt, op straffe van de sancties die worden voorzien door de geldende wetgeving inzake afvalverwerking.
Een correcte gescheiden inzameling van afgedankte apparaten voor een milieuvriendelijke recycling, behandeling en verwerking draagt bij aan het voorkomen van mogelijke negatieve effecten op het milieu en de gezondheid, enbevordert de recycling van de materialen waaruit het product bestaat.
Voor nadere informatie over bestaande inzamelsystemen kunt u zich wenden tot uw plaatselijke afvalophaaldienst, of tot de winkel waar u het apparaat heeft gekocht.
De producenten en importeurs nemen hun verantwoordelijkheid voor wat betreft de milieuvrie.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele onduidelijkheden in deze handleiding als gevolg van drukfouten of administratieve fouten.
De fabrikant behoudt zich het recht voor om wijzigingen die noodzakelijk worden geacht aan te brengen in de eigen producten, zonder de essentiële eigenschappen op het gebied van functionaliteit en veiligheid aan te tasten.






