BELKIN F5D72304 - Router

F5D72304 - Router BELKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis F5D72304 BELKIN in PDF-formaat.

📄 103 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BELKIN F5D72304 - page 2
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BELKIN

Model : F5D72304

Categorie : Router

Download de handleiding voor uw Router in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F5D72304 - BELKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F5D72304 van het merk BELKIN.

GEBRUIKSAANWIJZING F5D72304 BELKIN

  • INLEIDING Inleiding p. 1
  • Overzicht Belangrijkste eigenschappen p. 1
  • Inhoud verpakking p. 4
  • Systeemvereisten p. 5
  • Systeemvereisten voor Easy Install software p. 5
  • Wat u van uw Belkin router moet weten p. 6
  • De ideale plaats voor uw wireless router p. 10
  • Uw kabel/DSL-router aansluiten en configureren p. 11
  • Alternatieve installatiemethode p. 24
  • Gebruik van de Advanced User Interface (Geavanceerde web-gebruikersinterface) p. 37
  • Netwerkinstellingen handmatig configureren p. 80
  • Aanbevolen instellingen van de webbrowser p. 87
  • Problemen oplossen p. 90
  • Informatie Wij danken u hartelijk voor uw aankoop van de wireless Belkin kabel/DSL- gatewayrouter (de router). Over een paar minuten kunt u uw internetaansluiting delen en vormen uw computers een netwerk. Hier volgen alle voordelen waardoor uw nieuwe router de ideale oplossing is voor uw privé- of kleinzakelijke netwerk. Belangrijkste eigenschappen Easy Install Wizard Dankzij de Easy Install Wizard hoeft u bij de installatie van uw router niet meer te raden. Deze software bepaalt automatisch de juiste instelling van uw netwerk en maakt de router klaar voor de verbinding met uw internetserviceprovider (ISP). Binnen een paar minuten is uw router bedrijfsklaar voor het internet. LET OP: Easy Install Wizard software is compatibel met Windows 98, Me, 2000 en XP. Als u een ander besturingssyteem gebruikt, kan uw router afgesteld worden op het gebruik van de alternatieve methode die in deze handleiding wordt beschreven. Geïntegreerd 54g wireless accesspoint 54g is een fascinerende nieuwe wireless technologie die datasnelheden mogelijk maakt tot 54 Mbps – bijna vijf maal sneller dan 802.11b! Geïntegreerde parental control (internetfilter) Deze unieke functie is te danken aan de samenwerking van Belkin met Cerberian, een in elektronische filtering gespecialiseerde onderneming. Uw router is de eerste home-netwerkoplossing met een geïntegreerd webcontentfilter. Hiermee kunt u de inhoud van ongewenste of obscene webpagina’s blokkeren voordat deze uw netwerk bereikt. Anders dan vergelijkbare oplossingen is dit parental controlfilter in uw router geïntegreerd. U hoeft op geen enkele computer extra software te installeren en u krijgt nooit naderhand een rekening voor het gebruik per computer. Bij aflevering van uw router krijgt u deze functie zes maanden gratis op proef en dus kunt u direct van de mogelijkheden profiteren. Voor deze proef hoeft u evenmin uw creditcard of pinpas te trekken. U bent degene die beslist: Belkin parental control kan perfect bij uw wensen worden aangepast. U kunt zelf bepalen wat u binnenlaat en elke website blokkeren die u wilt. U kunt ook (tegen vergoeding) periodiek een overzicht ontvangen van alle websites diemen via uw netwerk heeft bezocht. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 4INLEIDING p. 94

Dit geldt zowel voor pc’s als Mac® computers De router ondersteunt een groot aantal netwerkomgevingen zoals onder meer Mac® OS 8.x, 9.x, X v10.x, AppleTalk®, Linux®, Windows® 95, 98, Me, NT®, 2000 en XP. U hebt niet meer nodig dan een internetbrowser en een netwerkadapter die TCP/IP (de standaard-internettaal) ondersteunt. Led-aansluitingendisplay aan de voorzijde Led-indicatielampjes aan de voorzijde van de router geven aan welke functies zijn ingeschakeld. U kunt in één oogopslag zien of uw router is aangesloten op het internet. Deze functie maakt gecompliceerde software en statuscontroleprocedures overbodig. Staand of liggend op uw werkplek te plaatsen De router kan rechtop staan om ruimte op uw werkplek te besparen of op een plank of onder uw modem liggend worden gebruikt. Met behulp van de bijgeleverde standaard kunt u zelf beslissen hoe u de router gebruikt. Geavanceerde web-gebruikersinterface U kunt de geavanceerde functies van de router gemakkelijk via uw webbrowser installeren zonder dat u verplicht bent extra software op de computers te installeren. U hoeft geen disks te installeren of te controleren. U kunt zelfs met elke computer in het netwerk snel veranderingen aanbrengen en setupfuncties uitvoeren. NAT IP-adresdeling Uw router maakt gebruik van NAT (Network Address Translation ofwel het vertalen van netwerkadressen) om het door uw ISP aan u toegewezen IP-adres te kunnen delen zonder dat u tegen betaling extra IP-adressen aan uw internetaccount hoeft toe te voegen. SPI firewall Uw router is voorzien van een firewall die uw netwerk beschermt tegen een groot aantal veel gebruikte hackeraanvallen zoals IP Spoofing, Land Attack, Ping of Death (PoD), Denial of Service (DoS), IP with zero length, Smurf Attack, TCP Null Scan, SYN flood, UDP flooding, Tear Drop Attack, ICMP defect, RIP defect en Fragment Flooding. Geïntegreerde 10/100 vierpoorts switch De router heeft een ingebouwde vierpoorts netwerkswitch waarmee uw bekabelde computers onder meer printers, data, mp3-bestanden en digitale foto’s kunnen delen. De switch stelt zich met behulp van auto-sensing automatisch in op de snelheid van de aangesloten apparaten. De switch kan gelijktijdig - zonder onderbrekingen of beslag op bronnen - data overzenden tussen computers en het internet. Compatibel met Universal Plug-and-Play (UPnP) UPnP (Universal Plug-and-Play) is een technologie die naadloze voice messaging, video messaging, games en andere applicaties mogelijk maakt die voldoen aan UPnP. Ondersteuning voor VPN Pass-Through Als u vanuit uw woonhuis via een VPN-verbinding contact maakt met uw bedrijfsnetwerk, staat uw router uw met VPN uitgeruste computer toe via de router uw bedrijfsnetwerk te bereiken. Het ingebouwde Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP) zorgt voor absoluut probleemloze netwerkverbindingen. De DHCP server wijst automatisch aan elke computer IP-adressen toe waardoor een gecompliceerde netwerksetup overbodig is. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 2INLEIDING

INLEIDING MAC-adressenfilter Als extra beveiliging kunt u een lijst aanleggen van Media Access Control (MAC) adressen (unieke cliënten-ID’s) die toegang hebben tot uw netwerk. Elke computer heeft een eigen MAC-adres. U stelt eenvoudig - met behulp van de web-gebruikersinterface - een lijst op van deze MAC-adressen en u hebt de toegang tot uw netwerk onder controle. Toepassingen en voordelen

  • Meerdere computers maken zonder extra kosten gebruik van één internetaccount
  • Geschikt voor kleinzakelijke en privé-netwerken (SOHO)
  • In een handomdraai zet u een compact netwerk op dat voldoet aan de behoeften van kleinzakelijke en privé-gebruikers Inhoud verpakking
  • Belkin 54g wireless kabel/DSL-gatewayrouter
  • Voet voor verticale montage (eventueel te gebruiken)
  • Cd met software voor de Belkin Easy Install Wizard
  • Gebruiksaanwijzing Systeemvereisten
  • Breedband-internetverbinding zoals een kabel- of DSL-modem met RJ45 (Ethernet) verbinding
  • Ten minste één computer met een geïnstalleerde netwerkinterfaceadapter
  • TCP/IP-netwerkprotocol op elke computer geïnstalleerd
  • PC bestuurd door Windows® 98, Me, 2000 of XP
  • Internetbrowser Let op: Bij het ter perse gaan van deze handleiding was er nog geen versie van de Easy Install Wizard beschikbaar voor Mac® OS-gebruikers. U bent welkom op www.networking.belkin.com om te kijken of er inmiddels een Mac OS-versie van de Easy Install Wizard beschikbaar is.

U kunt de router staand of liggend op uw bureaublad plaatsen of tegen de wand monteren. Doordat het slanke ontwerp rechtop kan staan, neemt het op uw werkplek nauwelijks ruimte in. Met het oog op praktische bruikbaarheid komen alle kabels de router aan de achterzijde binnen. De led-signaallampjes aan de voorzijde van de router zijn gemakkelijk te zien en geven u informatie over de netwerkactiviteit en de status.

1. Led voor Voeding/Paraat

Als u de stroom naar de router (opnieuw) inschakelt, heeft de router enige tijd nodig om op te starten. Intussen knippert de led ‘Voeding/Paraat’. Wanneer de router volledig is opgestart, brandt de led ‘Voeding/Paraat’ continu. Dit betekent dat de router klaar is voor gebruik. UIT De router is uitgeschakeld Groen knipperlicht De router is bezig met opstarten Groen brandt continu De router is klaar voor gebruik

2. Led-indicatielampje voor wireless netwerk

UIT Wireless netwerk is uitgeschakeld Groen Wireless netwerk is paraat Knippert Signaleert draadloze activiteit

3. Leds voor LAN-poortstatus

Deze leds worden aangeduid met de cijfers 1 t/m 4 en corresponderen met de genummerde poorten aan de achterkant van de router. Wanneer een computer correct op een LAN-poort achter op de router is aangesloten, licht de betreffende led op. GROEN betekent dat een 10Base-T apparaat is aangesloten, ORANJE dat een 100Base-T apparaat is aangesloten. Wanneer via de poort informatie wordt verzonden, knippert de led snel achtereen. UIT Geen apparaat met de poort verbonden Groen Verbinding met 10Base-T apparaat Oranje Verbinding met 100Base-T apparaat Oranje of groen knipperlicht Poortactiviteit

Deze led licht GROEN op wanneer uw modem correct op de router is aangesloten. De led knippert snel achtereen wanneer tussen de router en de modem via de poort informatie wordt verstuurd. UIT Geen WAN-verbinding Groen brandt continu Goede WAN-verbinding Groen knipperlicht WAN-activiteit

5. Led voor ‘Verbinding gemaakt’

Deze unieke led geeft aan wanneer de router is verbonden met het internet. Wanneer de led niet brandt, is de router niet verbonden met het internet. Wanneer de led knippert, probeert de router verbinding te maken met het internet. Wanneer de led continu groen licht geeft, is de router verbonden met het internet. Wanneer u gebruik maakt van de functie ‘Disconnect after x minutes’ (Verbinding na x minuten verbreken) kunt u met deze led toezicht houden op de verbinding van uw router. UIT Router heeft geen verbinding met het internet Groen knipperlicht Router probeert verbinding te maken met het internet Groen brandt continu Router heeft verbinding met het internet (1) (2) (3) (4) (5) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 6WAT U VAN UW BELKIN ROUTER MOET WETEN

De bijgeleverde 5 V-voedingsadapter moet op deze bus worden aangesloten.

De LAN-poorten zijn RJ45 10/100 auto-negotiation, auto-uplinking poorten voor standaard UTP Category 5 of 6 Ethernet-kabel. De poorten zijn aangegeven met de cijfers 1 t/m 4 die corresponderen met genummerde leds aan de voorkant van de router.

8. Internet/WAN-poort

Deze poort is bestemd voor de verbinding met uw kabel- of DSL-modem. U moet uw modem met de daarbij geleverde kabel op deze poort aansluiten. Het gebruik van een andere kabel dan de kabel die bij uw kabelmodem is geleverd, kan problemen geven.

U gebruikt de resetknop in de zeldzame gevallen dat de router niet goed functioneert. Door de router te resetten, herstelt u de normale werking van de router terwijl de geprogrammeerde instellingen in stand blijven. Met de resetknop kunt u ook de fabrieksinstellingen van het wireless accesspoint terugroepen. U kunt de optie ‘Restore’ (Herstellen) gebruiken wanneer u uw persoonlijke wachtwoord hebt vergeten. a. Router resetten Druk de resetknop even in en laat hem weer los. De lampjes op de router knipperen even. De led ‘Voeding/Paraat’ begint te knipperen. Wanneer de led ‘Voeding/Paraat’ weer continu brandt, is de resetprocedure voltooid. b. Standaardinstellingen herstellen Druk de resetknop vijf seconden in en laat hem dan weer los. De lampjes op de router knipperen even. De led ‘Voeding/Paraat’ begint te knipperen. Wanneer de led ‘Voeding/Paraat’ weer continu brandt, is de herstelprocedure voltooid. (6) (7) (8) (9) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 8DE IDEALE PLAATS VOOR UW WIRELESS ROUTER

De plaats van uw router is belangrijk voor een optimale werking van uw wireless netwerk. Binnenshuis heeft uw wireless router een actieradius van zo’n 75 m. De gebruikte bouwmaterialen en andere obstakels in een gebouw kunnen het draadloze signaal echter belemmeren en de actieradius verkleinen. Waar mogelijk moet uw router zo veel mogelijk in het middelpunt van het gebied worden geplaatst dat u wilt bestrijken. In woningen van verschillende verdiepingen moet de router op de etage worden geplaatst die zo dicht mogelijk bij het middelpunt van de woning is gelegen. Zo kunt u de router meestal het best op een bovenverdieping installeren. Kien de plaats voor uw router dus goed uit.

  • Houd ook rekening met huishoudelijke apparaten of grote objecten als een koelkast of was/droogcombinatie die misschien achter de wand staan van het vertrek waarin u uw router wilt neerzetten.
  • Plaats de router boven op een bureau en niet in de buurt van metalen kasten en computers.
  • Plaats geen voorwerpen of componenten boven op de router.
  • Zorg ervoor dat de beide antennes altijd naar BOVEN wijzen.
  • Gemetalliseerde UV-werende beglazing kan van invloed zijn op de draadloze werking. Plaats de router niet in de buurt van een raam met getint glas. In de praktijk zal het niet altijd mogelijk zijn de router in het midden van uw dekkingsgebied te plaatsen. Plaats de router zo hoog mogelijk in situaties waarin het lastig blijkt het gehele beoogde gebied af te dekken. Draadloze apparaten werken het best binnen gezichtsafstand, zonder obstakels tussen de wireless computer en de router. De router kan ook op de wand worden gemonteerd met de antennes naar BOVEN gericht. Er zijn ook andere mogelijkheden om uw wireless dekkingsgebied uit te breiden. Voor goede oplossingen bent u welkom op www.networking.belkin.com. Het draadloze signaal staat aan allerlei invloeden bloot inclusief aangrenzende wireless netwerken, werkende magnetronovens en draadloze telefoons die in de 2,4 GHz-band opereren. Hoewel deze bronnen de prestaties van uw netwerk kunnen aantasten, werkt uw wireless netwerk meestal voortreffelijk in de meeste situaties waar deze apparaten aanwezig zijn. Controleer de inhoud van de doos. U moet het volgende hebben ontvangen:
  • Belkin kabel/DSL-gatewayrouter
  • Voet voor verticale montage (eventueel te gebruiken)
  • Category 5 netwerkkabel (voor het aansluiten van de router op de computer)
  • Cd met software voor de Belkin Easy Install Wizard
  • Gebruiksaanwijzing Modemspecificatie Uw kabel- of DSL-modem moet voorzien zijn van een RJ45 Eternietpoort. Veel modems hebben zowel een RJ45 Eternietpoort als een USB-aansluiting. Als u een modem hebt met zowel Ethernet als USB en u gebruikt nu de USB-aansluiting, moet u tijdens de installatieprocedure de RJ45 Eternietpoort gebruiken. Als uw modem alleen een USB-poort heeft, kunt u uw internet-serviceprovider om een ander type modem vragen of zelf een modem aanschaffen met een RJ45 Ethernetpoort. Ethernet USB P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 10UW KABEL/DSL-ROUTER AANSLUITEN EN CONFIGUREREN

Easy Install Wizard Met de bijgeleverde Belkin Easy Install Wizard software is het installeren van uw router erg gemakkelijk. Hiermee hebt u uw router binnen een paar minuten aan de praat. De Easy Install Wizard wil dat uw Windows 98, Me, 2000 of XP- computer rechtstreeks met uw kabel- of DSL-modem is verbonden én dat de internetverbinding op het moment van installatie actief is en werkt. Is dat niet het geval, ga dan te werk volgens het hoofdstuk ‘Alternatieve installatiemethode’ in deze handleiding om uw router te configureren. Ook als u een ander besturingssysteem gebruikt dan Windows 98, Me, 2000 of XP moet u de router volgens de alternatieve installatiemethode van deze handleiding installeren. Stap 1: Start de software van de Easy Install Wizard

1. Sluit alle programma’s af die momenteel op uw computer geopend zijn.

2. Zorg ervoor dat de volgende items beschikbaar zijn bij de computer die nu

rechtstreeks is verbonden met de kabel- of DSL-modem. SLUIT DE ROUTER NU NOG NIET AAN.

  • Cd-rom met Easy Install Wizard
  • De voeding van de router

3. Sluit op uw computer alle software af voor firewalls of het delen van uw

internetaansluiting.

4. Plaats de installatie-cd met de software van de Easy Install Wizard in uw cd-

romstation. Binnen vijftien seconden verschijnt de Easy Install Wizard automatisch op uw beeldscherm. Is dat niet het geval, ga dan naar ‘My Computer’ (Deze computer), selecteer uw cd-romstation en dubbelklik op het bestand met de naam ‘Setup’ (Installatie) op de cd-rom. Stap 2: Volg de aanwijzingen van de Easy Install Wizard op om de installatie te voltooien.

Het openingsscherm van de wizard verschijnt, Zorg ervoor dat de router nu nog niet aangesloten is. Als u de router toch hebt aangesloten, sluit dan uw computer eerst weer rechtstreeks op de modem aan. Klik op ‘Next’ (volgende) als u klaar bent om verder te gaan. IMPORTANT: Run the Easy Install Wizard from the computer that is directly connected to the cable or DSL modem. DO NOT CONNECT THE ROUTER AT THIS TIME. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 122.3 Licentieovereenkomst Lees de licentieovereenkomst in dit venster zorgvuldig door. Als u klaar bent, selecteer dan ‘I agree’ (Ik ben het ermee eens) als u de software wilt blijven gebruiken. Klik op ‘I disagree’ (Ik ben het er niet mee eens) als u niet verder wilt gaan. Klik op ‘Next’ (Volgende) om door te gaan.

2.4 Instellingen beoordelen

De wizard beoordeelt nu de instellingen van uw computer en verzamelt de informatie die nodig is om de aansluiting van de router op het internet te voltooien.

Dit scherm verschijnt uitsluitend als er meer dan één netwerkadapter in uw computer is geïnstalleerd. Als er inderdaad meer dan één netwerkadapter in uw computer is geïnstalleerd, moet de wizard weten welke adapter op uw modem is aangesloten. Selecteer in de lijst de netwerkkaart die is aangesloten op uw modem en klik op ‘Next’ (Volgende). Als u niet zeker weet welke adapter u moet kiezen, selecteer dan de adapter boven aan de lijst. Als u nu per abuis de verkeerde adapter kiest, kunt u later een andere kiezen. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 14UW KABEL/DSL-ROUTER AANSLUITEN EN CONFIGUREREN

2.6 PPPoE verbinding gedetecteerd

Als u een type verbinding hebt dat een gebruikersnaam en een wachtwoord vereist, vraagt de wizard u uw gebruikersnaam en wachtwoord nu in te voeren. Als uw type verbinding geen gebruikersnaam en wachtwoord vereist, krijgt u dit scherm niet te zien. Uw ISP moet u een gebruikersnaam en een wachtwoord geven. Vul uw gebruikersnaam en uw wachtwoord hier in als u deze moet invoeren om verbinding te krijgen met het internet. Uw gebruikersnaam kan als volgt luiden: ‘mijnnaam@mijnISP.com’ of eenvoudig ‘mijnnaam’. Een servicenaam is facultatief en wordt niet vaak door ISP’s gevraagd. Als u uw servicenaam niet weet, laat deze dan open. Wanneer u deze informatie hebt ingevoerd, klik dan op ‘Next’ (Volgende) om door te gaan. Stap 3: U kunt de router nu op uw modem en computer aansluiten. De wizard vraagt u de router aan te sluiten. Volg stap voor stap de aanwijzingen op uw beeldscherm of ga als volgt te werk:

3.1 Schakel de voeding van uw modem uit door de netvoeding van de modem

3.2 Maak de netwerkkabel tussen uw modem en uw computer van uw computer

los maar laat de andere zijde aangesloten op uw modem.

3.3 Bevestig de kabelzijde die u zojuist hebt losgemaakt aan de achterkant van

de router in de poort met de aanduiding ‘Internet/WAN’.

3.4 Verbind de nieuwe netwerkkabel vanaf de achterkant van de computer met

een van de poorten die met de cijfers 1 t/m 4 zijn aangeduid. Let op: Het doet er niet toe welke poort u kiest.

3.5 Schakel uw kabel- of DSL-modem in door de voeding weer op de modem aan

3.6 Sluit de voedingskabel eerst aan op een stopcontact en pas daarna op de

netvoedingbus van de router.

Oorspronkelijk op de kabel- of DSL-modem aangesloten computer Nieuwe netwerkkabel (naar computer) Bestaande netwerkkabel (bij modem geleverd) Kabel- of DSL-modem Naar voedingsadapter P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 16UW KABEL/DSL-ROUTER AANSLUITEN EN CONFIGUREREN

3.7 U kunt zien of uw modem op de router is aangesloten door de leds aan de

voorkant van de router te controleren. Als uw router correct op de router is aangesloten, moet de groene led met de aanduiding ‘WAN’ oplichten. Is dat niet het geval, controleer dan de kabelverbindingen.

3.8 Kijk of uw computer correct op de router is aangesloten door de leds met de

aanduiding LAN 1, 2, 3 en 4 te controleren. Het lampje dat correspondeert met de genummerde poort waarop u de computer hebt aangesloten, moet AAN zijn als uw computer inderdaad correct is aangesloten. Stap 4: Ga door volgens de aanwijzingen van de wizard

4.1 Verbinding controleren

Nadat u de aansluiting van uw router hebt voltooid, controleert de wizard de verbinding met de router. Als de router niet wordt gedetecteerd, gebruik dan de knop ‘Troubleshooting’ (Problemen oplossen) of zie het hoofdstuk ‘Problemen oplossen’ van deze handleiding om na te gaan hoe u het probleem kunt oplossen. Als de wizard erin slaagt met de router te communiceren, gaat de wizard verder met de volgende stap.

4.2 De router configureren

De wizard verstuurt nu alle configuratie-informatie naar de router. Dit duurt ongeveer een minuut.

4.3 Wanneer de overdracht van gegevens is voltooid, laat de wizard u weten dat

hij klaar is en start hij de router eventueel opnieuw.

(Installatie van de router voltooid) en gaat hij verder met de volgende stap.

4.5 Internet opzoeken

De wizard gaat nu zoeken naar een internetverbinding. Dit kan een paar minuten duren. Misschien kan de wizard niet meteen een verbinding vinden. Dan probeert de wizard het een paar keer opnieuw. Tijdens het zoeken knippert de led ‘Connected’ (Verbonden) aan de voorzijde van de router. Wacht de afloop van deze procedure geduldig af. Als de wizard aan het eind van deze procedure nog geen verbinding met het internet heeft, gebruik dan de knop ‘Troubleshooting’ (Problemen oplossen) of kijk in het hoofdstuk ‘Problemen oplossen’ van deze handleiding om een oplossing te vinden.

Wanneer de internetverbinding is gemaakt, meldt de wizard dat u klaar bent. De led ‘Connected’ (Verbonden) aan de voorkant van de router geeft continu groen licht wat zeggen wil dat de router nu met het internet is verbonden. Uw router is nu aangesloten op het internet. U kunt nu op het internet gaan surfen door uw browser te openen en uw favoriete webpagina op te zoeken. Gefeliciteerd! U bent klaar met de installatie van uw nieuwe Belkin router. U kunt nu de andere computers in uw woning gaan installeren. U kunt ook op elk moment computers aan uw router toevoegen. Volg eenvoudig stap 5 om meer computers toe te voegen.

5.3 Klik op ‘Add Computers’ (Computers toevoegen).

5.4 De wizard brengt de veranderingen aan die nodig zijn om uw computer aan

het netwerk toe te voegen. Wanneer de wizard klaar is, krijgt u de vraag uw computer opnieuw te starten. Klik op ‘Yes’ (Ja).

5.5 Wanneer uw computer opnieuw start, is hij met het netwerk verbonden.

U kunt nu gaan surfen op het internet door uw browser te openen en uw favoriete webpagina op te zoeken. U bent nu klaar met het toevoegen van uw computer aan het netwerk. Als u meer computers wilt toevoegen, herhaalt u eenvoudig deze procedure bij elke computer die u toevoegt. Stap 5: Andere computers aan uw netwerk toevoegen met behulp van de Easy Install Wizard. Als er andere computers in uw woning aanwezig zijn die al van een netwerkadapter zijn voorzien, kunt u die computers met de Easy Install Wizard geschikt te maken voor aansluiting op uw router. Als u ook uw overige computers wilt voorzien van een Belkin netwerkadapter, installeer de adapter dan zoals aangegeven in de handleiding van de adapter. Wanneer u de adapter hebt geïnstalleerd, is uw computer geschikt voor aansluiting op de router. Hiervoor hebt u de Easy Install Wizard niet nodig. Voor computers die al van een bekabelde of wireless netwerkadapter zijn voorzien

5.1 Bij bekabelde computers sluit u een Ethernet-kabel aan tussen de computer

die u aan het netwerk wilt toevoegen en de router. Zorg ervoor dat bij voor wireless gebruik geschikte computers de wireless adapter geïnstalleerd is en werkt. Stel uw wireless adapter in op het verbinding maken met een wireless netwerk-SSID genaamd ‘WLAN’ of ‘ANY’. Meestal komt u tot de ontdekking dat u niets hoeft te veranderen. Zie de handleiding van uw wireless netwerkadapter voor aanwijzingen hoe u deze verandering moet aanbrengen. Ga door met de volgende stap.

5.2 Plaats de installatie-cd in uw cd-romstation. Binnen vijftien seconden

verschijnt het scherm van de Easy Install Wizard automatisch op uw beeldscherm. Is dat niet het geval, ga dan naar ‘My Computer’ (Deze computer), selecteer uw cd-romstation en dubbelklik op het bestand met de naam ‘Setup’ (Installatie) van de cd-rom. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 22ALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODEALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODE

1.4 Verbind een nieuwe netwerkkabel (niet bijgeleverd) vanaf de achterkant van

de computer met een van de poorten die met de nummers 1 t/m 4 zijn aangeduid. Let op: Het doet er niet toe welke poort u kiest.

1.5 Schakel uw kabel- of DSL-modem in door de voeding weer op de modem aan

1.6 Sluit de voedingskabel eerst aan op een stopcontact en pas daarna op de

netvoedingbus van de router.

1.7 U kunt zien of uw modem op de router is aangesloten door de leds aan de

voorkant van de router te controleren. Als uw router correct op de router is aangesloten, moet de groene led met de aanduiding ‘WAN’ oplichten. Is dat niet het geval, controleer dan de kabelverbindingen.

1.8 Kijk of uw computer correct op de router is aangesloten door de leds met de

aanduiding LAN 1, 2, 3 en 4 te controleren. De led die correspondeert met de genummerde poort waarop u de computer hebt aangesloten, moet licht geven als uw computer inderdaad correct is aangesloten. Is dat niet het geval, controleer dan de kabelverbindingen.

De ‘Advanced User Interface’ (Geavanceerde gebruikersinterface) is een via het web bereikbare tool waarmee u de router kunt installeren als u de Easy Install Wizard niet gebruikt. Met deze tool kunt u ook de geavanceerde functies van de router beheren. De volgende taken kunt u met de Advanced User Interface uitvoeren.

  • De huidige instellingen en status van de router bekijken.
  • De router configureren voor het opbouwen van de verbinding met uw ISP met de instellingen die deze aan u heeft verschaft.
  • Het wijzigen van de huidige netwerkinstellingen als onder meer het interne IP- adres, de IP-adrespool en de DHCP-instellingen.
  • De firewall van de router geschikt maken voor samenwerking met specifieke applicaties (port forwarding).
  • Beveiligingsfuncties als cliëntrestricties en MAC-adresfiltering installeren.
  • De DMZ-functie inschakelen voor één bepaalde computer in uw netwerk.
  • Het interne wachtwoord van de router wijzigen.
  • Reservekopieën van uw configuratie-instellingen opslaan.
  • De standaardinstellingen van de router resetten.
  • De firmware van de router bijwerken. Alternatieve methode stap 1: Uw gateway/router aansluiten

1.1 Schakel de voeding van uw modem uit door de netvoeding van de modem

1.2 Maak de netwerkkabel tussen uw modem en uw computer van uw computer

los maar laat de andere zijde aangesloten op uw modem.

1.3 Bevestig de kabelzijde die u zojuist hebt losgemaakt aan de achterkant van

de router in de poort met de aanduiding ‘Internet/WAN’.

Oorspronkelijk op de kabel- of DSL-modem aangesloten computer Nieuwe netwerkkabel (naar computer) Bestaande netwerkkabel (bij modem geleverd) Kabel- of DSL-modem Naar voedingsadapter P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 24Router uitloggen Per keer kan slechts één computer op de router inloggen om de instellingen van de router te veranderen. Nadat een gebruiker heeft ingelogd voor het aanbrengen van wijzigingen, zijn er twee manieren om de computer uit te loggen. U kunt de computer afmelden met een klik op de knop ‘Logout’ (Afmelden). De tweede methode werkt automatisch. Na een vooraf ingegeven tijdsduur eindigt de inlogtijd. De standaard-inlogtijd is 10 minuten. Deze kan worden gewijzigd van 1 tot 99 minuten. Ga voor meer informatie naar het hoofdstuk in deze handleiding met de titel ‘Inlogtijdinstelling wijzigen’. De werking van de Advanced User Interface (Geavanceerde web- gebruikersinterface) De eerste pagina die u ziet als u de Advanced User Interface (UI) ofwel geavanceerde gebruikersinterface opent, is de homepage. Deze homepage geeft u een beknopt overzicht van de status en de instellingen van de router. Alle pagina’s voor geavanceerde installatie zijn vanaf deze pagina bereikbaar.

Alternatieve methode stap 2: De netwerkinstellingen van uw computer instellen op samenwerking met een DHCP-server Zoek voor gedetailleerde instructies het hoofdstuk in deze handleiding op met de titel ‘Netwerkinstellingen handmatig configureren’. Alternatieve methode stap 3: De router configureren met behulp van de ‘Advanced User Interface’ (Geavanceerde web-gebruikersinterface) Met uw internetbrowser kunt u de via het web bereikbare ‘Advanced User Interface’ (Geavanceerde gebruikersinterface) openen. Typ in uw browser het getal ‘192.168.2.1’ (zonder aanhalingstekens) en niet iets anders als ‘http://’ of ‘www’. Druk vervolgens op de entertoets. Inloggen op de router In uw browservenster verschijnt nu de homepage van de router. Deze homepage kan desgewenst door elke gebruiker worden bekeken. Om de instellingen van de router te kunnen wijzigen, moet u zich aanmelden. Door te klikken op de knop ‘Login’ (Aanmelden) of op een van de koppelingen op de homepage bereikt u het inlogscherm. De router wordt geleverd zonder vooraf geprogrammeerd wachtwoord. Laat het wachtwoord in het inlogscherm blanco en klik op de knop ‘Submit’ (Indienen).

(1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (9) (10) (8) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 261. Snelnavigatiekoppelingen U kunt direct naar elke routerpagina met geavanceerde gebruikersinterfaces gaan door rechtstreeks op deze koppelingen te klikken. Om het opzoeken van een bepaalde instelling te vergemakkelijken zijn de koppelingen onderverdeeld in logische categorieën en gebundeld op tabbladen. Door een klik op de paarse header van een tabblad krijgt u een beknopte beschrijving van de functie van het tabblad.

De homeknop is beschikbaar op elke pagina van de gebruikersinterface. Met een druk op deze knop gaat u terug maar de homepage.

3. Internetstatusindicator

Deze indicator geeft de status aan van de routerverbindingen en is zichtbaar op alle pagina’s van de router. Wanneer de indicator ‘Connection OK’ (Verbinding in orde) in de kleur groen aangeeft, is de router verbonden met het internet. Wanneer de indicator ‘No Connection’ (Geen verbinding) in de kleur rood aangeeft, heeft de router geen verbinding met het internet. De indicator wordt automatisch aangepast wanneer u wijzigingen aanbrengt in de instellingen van de router.

4. Login/Logout-knop

Met één druk op deze knop kunt u op de router in- en uitloggen. Wanneer u bij de router bent aangemeld, verandert de tekst op de knop in ‘Logout’. Door op de router in te loggen, gaat u naar een afzonderlijke inlogpagina waar u een wachtwoord moet invoeren. Wanneer u op de router bent ingelogd, kunt u de instellingen ervan wijzigen. Wanneer u klaar bent met het aanbrengen van wijzigingen, kunt u bij de router uitloggen door een klik op de knop ‘Logout’ (Afmelden). Meer informatie over inloggen op de router vindt u in het hoofdstuk ‘Inloggen op de router’.

Met de hulpknop kunt u de hulppagina’s van de router openen. Met een klik op ‘More Info’ (Meer informatie) kunt u op veel pagina’s naast bepaalde paragrafen ook om hulp vragen.

Toont u de instellingen van de LAN (Local Area Network) –kant van de router. U kunt deze instellingen wijzigen door te klikken op een van de koppelingen (IP Address, Subnet Mask, DHCP Server) of door te klikken op de LAN- snelnavigatiekoppeling links op het scherm.

Toont de status van de NAT, firewall en draadloze functies van de router. U kunt deze instellingen wijzigen door op een van de koppelingen te klikken of op de LAN-snelnavigatiekoppelingen links op het scherm.

8. Internetinstellingen

Toont de instellingen van de internet/WAN-kant van de router die verbinding maakt met het internet. U kunt deze instellingen wijzigen door op de koppelingen te klikken of op de ‘Internet/WAN’ snelnavigatiekoppeling links op het scherm.

9. Versie-informatie

Toont de versies van de firmware, bootcode, en hardware en het serienummer van de router. 10.Paginanaam De pagina waarop u zich bevindt, kan door deze naam worden geïdentificeerd. Deze handleiding verwijst soms naar de naam van de pagina’s. ‘LAN > LAN Settings’ bijvoorbeeld verwijst naar de pagina ‘LAN Settings’ (LAN-instellingen). ALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODE P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 2830

Uw type verbinding instellen Op het tabblad voor verbindingstypen kunt u het door u gebruikte type verbinding selecteren. Selecteer het type verbinding dat u gebruikt door op het keuzerondje (1) naast uw type verbinding te klikken en dan te klikken op ‘Next’ (Volgende) (2).

ALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODEALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODE

Alternatieve methode stap 4: Uw router configureren voor aansluiting op uw ISP (Internetserviceprovider). Op het tabblad ‘Internet/WAN’ kunt u uw router zo afstellen dat deze verbinding kan maken met uw ISP. De router kan met vrijwel elke internetserver verbinding maken mits u de instellingen van de router hebt afgestemd op het type verbinding dat uw ISP gebruikt. De gegevens voor uw verbinding met uw ISP krijgt u van uw ISP. Om de router te configureren volgens de gegevens die uw ISP heeft afgegeven, klikt u op ‘Connection Type’ (Type verbinding) (A) links op het scherm. Selecteer het type verbinding dat u gebruikt. Als uw ISP u DNS- gegevens heeft geleverd, kunt u door op ‘DNS’ (B) te klikken DNS-adresinformatie invoeren voor ISP’s die specifieke instellingen vereisen. Als uw ISP dat eist, kunt u door te klikken op ‘MAC Address’ (MAC-adres) (C) het MAC-adres van uw computer klonen of een specifiek WAN MAC-adres invoeren. Als u klaar bent met het aanbrengen van instellingen, geeft de internetstatusindicator de tekst te lezen ‘Connection OK’ (Verbinding in orde) als uw router correct is geïnstalleerd. (A) (B) (C) (1) (2) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 303332 ALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODE Uw type internetverbinding instellen op ‘Static IP Address’ Het type verbinding dat werkt met statische IP-adressen is minder algemeen dan andere typen verbindingen. Als uw ISP statische IP-adressering gebruikt, hebt u uw IP-adres, subnetmasker en het gateway-adres van uw ISP nodig. Deze informatie is verkrijgbaar bij uw ISP of staat vermeld op de documenten die uw ISP aan u heeft verstrekt.. Vul de gevraagde informatie in en klik vervolgens op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) (5). Nadat u de noodzakelijke wijzigingen hebt aangebracht, geeft de internetstatusindicator de tekst te lezen ‘Connection OK’ (Verbinding in orde) als uw router correct is geïnstalleerd.

Verstrekt door uw ISP. Voer uw IP-adres hier in.

Verstrekt door uw ISP. Voer uw subnetmasker hier in.

3. Gatewayadres van uw ISP

Verstrekt door uw ISP. Voer het gatewayadres van uw ISP hier in.

4. Mijn ISP geeft meer dan één statisch IP-adres af

Als uw ISP u meer dan één statisch IP-adres toekent, kan uw router totaal vijf statische WAN IP-adressen verwerken. Selecteer ‘My ISP provides more than one static IP address’ (Mijn ISP verstrekt meer dan één statisch IP-adres) en voer de extra adressen in. ALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODE Uw type internetverbinding instellen op ‘Dynamic IP Address’ Bij kabelmodems wordt meestal een dynamisch verbindingstype gebruikt. Meestal kunt u volstaan met het type verbinding in te stellen op ‘Dynamic’ om de verbinding met uw ISP tot stand te brengen. Sommige typen dynamische verbindingen vereisen bovendien een hostnaam. U kunt uw hostnaam, mits aan u toegekend, invoeren in de daarvoor bestemde ruimte. Deze hostnaam wordt u toegekend door uw ISP. Sommige dynamische verbindingen eisen dat u het MAC- adres kloont van de pc die oorspronkelijk op de modem was aangesloten.

Deze ruimte is bestemd voor het invoeren van een hostnaam die voor uw ISP zichtbaar moet zijn. Voer uw hostnaam hier in en klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) (3). Laat deze ruimte blanco als uw ISP u geen hostnaam heeft toegekend of als u het niet zeker weet.

2. WAN MAC-adres wijzigen

Als uw ISP voor aansluiting op de service een specifiek MAC-adres eist, kunt u een specifiek MAC-adres invoeren of via deze koppeling het MAC-adres van de huidige computer klonen. (1) (2) (3) (1) (2) (3) (4) (4) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 323534 ALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODE Het (MAC) adres van uw WAN Media Access Controller (MAC) configureren Alle netwerkcomponenten waaronder kaarten, adapters en routers hebben een uniek ‘serienummer’ dat bekend is als MAC-adres. Uw ISP slaat het MAC-adres van uw computer doorgaans op en laat alleen die computer verbinding maken met de internetservice. Wanneer u nu de router installeert, wordt diens eigen MAC-adres door de ISP ‘bespeurd’ en komt er waarschijnlijk geen verbinding tot stand. Belkin omzeilt dat probleem door een kloon (kopie) van het MAC-adres van de computer in de router te implanteren. Dit MAC-adres wordt nu door het systeem van de ISP gezien als het originele MAC-adres waardoor de verbinding tot stand kan komen. Als u niet zeker weet of uw ISP het originele MAC-adres wil zien, kunt u nu voor de zekerheid eenvoudig het MAC-adres klonen van de computer die oorspronkelijk op de modem was aangesloten. Het klonen van dit adres levert voor uw netwerk geen enkel probleem op. ALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODE Aangepaste DNS (Domain Name Server) instellingen aanbrengen Een Domain Name Server is een server in het internet die URL’s (Universal Resource Links) als ‘www.belkin.com’ vertaalt in IP-adressen. De meeste ISP’s verlangen niet van u dat u deze informatie in de router invoert. U moet het vakje ‘Automatic from ISP’ (1) aankruisen als uw ISP u geen specifiek DNS-adres heeft gegeven. Als u een statisch type IP-verbinding gebruikt, moet u waarschijnlijk een specifiek DNS-adres en een secundair DNS-adres invullen om ervoor te zorgen dat uw verbinding correct functioneert. Als u een dynamisch type verbinding of PPPoE gebruikt, hoeft u waarschijnlijk geen DNS-adres in te vullen. Laat het vakje ‘Automatic from ISP’ aangekruist. Om de gegevens van het DNS-adres in te voeren, verwijdert u het kruisje uit het vakje bij ‘Automatic from ISP’ en vult u uw DNS-gegevens in de betreffende vakken in. Klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) (2) om de instellingen op te slaan. (1) (2) (3) (1) (2) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 343736 ALTERNATIEVE INSTALLATIEMETHODE Uw MAC-adres klonen Bij het klonen van uw MAC-adres moet u ervoor zorgen dat u de computer gebruikt die OORSPRONKELIJK WAS AANGESLOTEN op uw modem voordat de router werd geïnstalleerd. Klik op de knop ‘Clone’ (Klonen) (1). Klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) (2). Uw MAC-adres is nu naar de router gekloond. Specifieke MAC-adressen invoeren Onder bepaalde omstandigheden kunt u behoefte hebben aan een specifiek WAN MAC-adres. U kunt zo’n adres met de hand invoeren op het tabblad ‘MAC Address’. Vul in de daarvoor bestemde vakken een MAC-adres in en klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) om de wijzigingen op te slaan. Het WAN MAC-adres van de router is nu veranderd in het door u opgegeven MAC-adres.

Van uw internetbrowser kunt u de via het web bereikbare ‘Advanced User Interface’ (Geavanceerde gebruikersinterface) openen. Typ in uw browser het getal ‘192.168.2.1’ (zonder aanhalingstekens) en niet iets anders als ‘http://’ of ‘www’ en druk vervolgens op de entertoets.. In uw browservenster verschijnt nu de homepage van de router. De LAN-instellingen bekijken Door te klikken op de header van het LAN-tabblad (A) gaat u naar de koppagina van het LAN-tabblad. Hier vindt u een beknopte beschrijving van de functies. Om de instellingen te bekijken of in een of meer LAN-instellingen wijzigingen aan te brengen, klikt u op ‘LAN Settings’ (LAN-instellingen) (B); om de lijst van aangesloten computers te bekijken, klikt u op ‘DHCP client list’ (C). (1) (2) (3) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 363938

Het ‘IP Address’ is het interne IP-adres van de router. Het standaard IP-adres is ‘192.168.2.1’. Om de geavanceerde installatie-interface te openen, typt u dit adres in de adresbalk van uw browser. U kunt dit adres indien nodig wijzigen. Om het IP-adres te wijzigen, typt u het nieuwe IP-adres in en klikt u op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen). Het IP-adres dat u kiest, moet een niet- routeerbaar IP zijn. Hieronder ziet u een paar voorbeelden van een niet- routeerbaar IP:

192.168.x.x (waarin x elke waarde kan zijn tussen 0 en 255)

10.x.x.x (waarin x elke waarde kan zijn tussen 0 en 255)

Het subnetmasker hoeft niet te worden veranderd. Dit is een unieke geavanceerde eigenschap van uw Belkin router. Weliswaar kunt u het subnetmasker indien nodig wijzigen maar u kunt beter niets aan het masker veranderen tenzij u daarvoor een goede reden hebt. De standaardinstelling is ‘255.255.255.0’.

De DHCP-serverfunctie maakt het installeren van een netwerk bijzonder gemakkelijk omdat aan elke computer in het netwerk automatisch een IP-adres wordt toegekend. De standaardinstelling is ‘On’ (Ingeschakeld). U kunt de DHCP- server indien nodig uitschakelen maar dan moet u wel met de hand een statisch IP-adres instellen voor elke computer in uw netwerk. Om de DHCP-server uit te schakelen, selecteert u ‘Off’ (Uitgeschakeld) en klikt u op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen).

Dit is een voorraad IP-adressen die u in reserve houdt voor dynamische toewijzing aan de computers in uw netwerk. De standaardwaarde is 2–100 (99 computers). Als u dit aantal wilt veranderen, voert u een nieuw start- en eind- IP-adres in en klikt u op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen). De DHCP- server kan honderd IP-adressen automatisch toewijzen. Dit betekent wel dat u geen IP-adressenpool kunt specificeren die groter is dan honderd computers. Als u bijvoorbeeld bij 50 begint, moet u bij 150 of lager eindigen om de limiet van 100 niet te overschrijden. Het start-IP-adres moet altijd een lagere waarde hebben dan het eind-IP-adres.

GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

LAN-instellingen wijzigen Hier kunt u alle instellingen van de interne LAN-setup van de router bekijken en aanpassen. (1) (2) (3) (4) (5) (6) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 389)

De leasetijd is de tijd gedurende welke de DHCP-server het IP-adres voor elke computer bewaart. Het is beter dat de leasetijd ingesteld blijft op ‘Forever’ (Altijd). Ook de standaardinstelling is ‘Forever’ (Altijd). Dit betekent dat het door de DHCP-server aan een computer toegewezen IP-adres voor die bepaalde computer nooit verandert. Door het instellen van kortere leasetijden zoals een dag of een uur komen IP-adressen na de gespecificeerde tijdsduur vrij. Dit betekent ook het IP-adres van een bepaalde computer in de loop van tijd zou kunnen veranderen. De andere door u ingestelde geavanceerde functies van de router zoals DMZ of Client IP-filters zijn echter wel afhankelijk van het IP-adres. Daarom is het niet waarschijnlijk dat u het IP-adres wilt wijzigen.

6. Lokale domeinnaam

De standaardinstelling is ‘Belkin’. U kunt een lokale domeinnaam (netwerknaam) voor uw netwerk instellen. Het is niet nodig deze instelling te wijzigen tenzij daar een goede reden voor is. U kunt het netwerk elke naam geven die u wilt zoals ‘MIJN NETWERK’.

Het tabblad met de DHCP-cliëntenlijst bekijken U kunt een lijst bekijken met de computers (cliënten genoemd) die op uw netwerk zijn aangesloten. U krijgt een overzicht met het IP-adres (1) van de computer, de hostnaam (2) (mits deze aan computer is toegewezen) en het MAC-adres (3) van de netwerkinterfacekaart (NIC) van de computer. Wanneer u de knop ‘Refresh’ (Vernieuwen) (4) indrukt, wordt de lijst bijgewerkt. Dit geldt voor alle veranderingen die zijn aangebracht sinds u deze knop het laatst hebt gebruikt. (1) (2) (3) (4) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 40GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Instellingen van het wireless netwerk configureren Op het tabblad ‘Wireless’ (Draadloos) kunt u veranderingen aanbrengen in de instellingen van het wireless netwerk. Op dit tabblad kunt u de naam van het wireless netwerk (SSID), het gebruikte kanaal en de encryptie-instelling veranderen. U kunt de router hier ook configureren voor het gebruik als accesspoint.

Naam (SSID) wijzigen van het wireless netwerk Om uw wireless netwerk te identificeren gebruikt men een naam ofwel SSID (Service Set Identifier). De standaard SSID van de router is ‘WLAN’. U kunt deze naam veranderen in alles wat u maar wilt of u kunt hem onveranderd laten. Als er andere wireless netwerken in uw omgeving actief zijn, stelt u het waarschijnlijk op prijs dat uw SSID uniek is (dus niet hetzelfde als die van een ander wireless netwerk in uw omgeving). Om de SSID te veranderen, vult u de SSID in die u wilt gebruiken en klikt u op ‘Apply Changes’ (Veranderingen aanbrengen). De verandering gaat onmiddellijk in. Als u de SSID verandert, moeten ook uw draadloos werkende computers opnieuw worden geconfigureerd om verbinding te maken met uw nieuwe netwerknaam. Zie de handleiding van uw wireless netwerkadapter voor aanwijzingen hoe u deze verandering moet aanbrengen. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 42GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Schakelaar voor wireless modus gebruiken Uw router kan in twee verschillende wireless modi werken: ‘54g-Auto’ en ‘54g- Only’. In de modus ‘54g-Auto’ is de router zowel compatibel met wireless cliënten volgens 802.11b als met 54g. Deze modus is de standaardinstelling die ervoor zorgt dat u volledige compatibiliteit geniet met alle met Wi-Fi compatibele apparaten. Stel de router in op de modus ‘54g-Auto’ als uw netwerk bestaat uit zowel 802.11b- als 54g-cliënten. De modus ‘54g-Only’ is uitsluitend compatibel met 54g-cliënten. Deze modus kan nuttig zijn als u geen 802.11b-cliënten hebt die toegang tot uw netwerk wensen. Om de modus te wijzigen, selecteert u de gewenste modus in het vervolgkeuzevak naast ‘Wireless Mode’ (Wireless modus) en klikt u vervolgens op ‘Apply Changes’ (Veranderingen aanbrengen). Draadloos kanaal veranderen U kunt kiezen uit verschillende kanalen. In de Verenigde Staten zijn 11 kanalen beschikbaar. In het grootste deel van Europa waaronder het Verenigd Koninkrijk zijn 13 kanalen beschikbaar. Een klein aantal andere landen stelt andere eisen aan het kanaalgebruik. Uw router is geconfigureerd voor het gebruik van de aangewezen kanalen van het land waarin u woont. Het standaardkanaal is 11. Indien nodig kan een ander kanaal worden gekozen. Als er meer wireless netwerken in uw gebied actief zijn, moet uw netwerk op een ander kanaal worden ingesteld dan dat van de andere wireless netwerken. U bereikt het beste resultaat door een kanaal te kiezen dat minstens vijf kanalen verwijderd is van het andere wireless netwerk. Als een ander netwerk bijvoorbeeld kanaal 11 gebruikt, stel uw netwerk dan in op kanaal 6 of lager. Om het kanaal te veranderen, kiest u een kanaal uit de vervolgkeuzelijst. Klik op ‘Apply Changes’ (Veranderingen aanbrengen). De verandering gaat onmiddellijk in. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 44GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Automatische encryptie-instelling met een samengesteld wachtwoord Opmerking voor Mac-gebruikers: De optie van een samengesteld wachtwoord is niet geschikt voor Apple® AirPort®. Om encryptie voor uw Mac-computer te configureren, moet u gebruik maken van handmatige encryptie zoals beschreven in het volgende hoofdstuk.

1. Selecteer in het vervolgkeuzemenu ‘64-bit automatically’ of ‘128-bit automatically’.

2. Vul een samengesteld wachtwoord in. Een samengesteld wachtwoord ofwel

‘passphrase’ heeft dezelfde functie als een wachtwoord ofwel ‘password’. Het kan uit een combinatie van cijfers en letters bestaan. Nadat u uw samengestelde wachtwoord hebt ingevuld, klikt u op ‘Generate’ (Genereren). Als u op ‘Generate’ (Genereren) klikt, worden de onderstaande sleutelvelden bezet. Let op: 64-bit encryptie genereert vier sleutels en 128-bit encryptie genereert slechts één sleutel. Door op de bijbehorende drukknop te klikken, selecteert u de sleutel die u wilt gebruiken Klik op ‘Apply Changes’ (Veranderingen aanbrengen).

3. De encryptie in de router is nu ingesteld. Alle computers van uw wireless

netwerk moeten nu met hetzelfde wachtwoord worden geconfigureerd. Zie de handleiding van uw wireless netwerkadapter voor aanwijzingen hoe u deze verandering moet aanbrengen.

Broadcast SSID-functie gebruiken Let op: Deze geavanceerde functie mag uitsluitend door geavanceerde gebruikers worden toegepast. Uit het oogpunt van veiligheid kunt u ervoor kiezen de SSID van uw netwerk niet uit te zenden (ofwel te ‘broadcasten’). Daardoor blijft de naam van uw netwerk verborgen voor computers die de ether aftasten op de aanwezigheid van wireless netwerken. Om de uitzending van uw SSID stil te leggen, maakt u het vakje naast ‘Broadcast SSID’ (SSID uitzenden) leeg en klikt u vervolgens op ‘Apply changes’ (Veranderingen aanbrengen). De verandering gaat onmiddellijk in. Elke computer moet nu worden ingesteld op verbinding maken met uw specifieke SSID; een SSID in de vorm van ‘Any’ (Elke) wordt niet langer geaccepteerd. Zie de handleiding van uw wireless netwerkadapter voor aanwijzingen hoe u deze verandering moet aanbrengen. Instellingen voor wireless encryptie wijzigen Door op het tabblad ‘Wireless’ (Draadloos) op de koppeling ‘Encryptie’ (Codering) te klikken, gaat u naar het scherm voor encryptie-instellingen. Om de eerste installatie van uw netwerk zo gemakkelijk mogelijk te maken, wordt de router aan u geleverd met uitgeschakelde encryptie. Als u de encryptie wilt inschakelen, kunt u dat op deze pagina doen. Voor het inschakelen van encryptie is het nodig dat u al uw draadloos werkende computers van dezelfde encryptie-instellingen voorziet als die welke u op de router hebt ingesteld. Zie de handleiding van uw wireless netwerkadapter voor aanwijzingen hoe u deze verandering moet aanbrengen. U kiest uit twee encryptiemogelijkheden: 64 bit-encryptie en 128 bit-encryptie. Door encryptie wordt uw netwerk veiliger maar ook trager. Ofschoon de netwerkprestaties teruglopen, merken gebruikers van het netwerk van deze verandering waarschijnlijk niets. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 46GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Handmatige encryptie met een hexadecimale sleutel Een hexadecimale sleutel is een combinatie van cijfers en letters van A t/m F en van 0 t/m 9. 64-bit sleutels bestaan uit vijf tweecijferige getallen. 128-bit sleutels bestaan uit dertien tweecijferige getallen. Bijvoorbeeld: AF 0F 4B C3 D4 = 64-bit sleutel C3 03 0F AF 0F 4B B2 C3 D4 4B C3 D4 E7 = 128-bit sleutel Stel in de onderstaande vakken uw sleutel samen door twee letters van A t/m F en twee cijfers van 0 t/m 9 in te vullen. U gebruikt deze sleutel om de encryptie-instellingen van uw router en uw wireless computers te programmeren. Opmerking voor Mac-gebruikers: De oorspronkelijke Apple AirPort-apparaten ondersteunen uitsluitend 64-bit encryptie. Apple AirPort 2-apparaten kunnen 64-bit of 128-bit encryptie ondersteunen. Controleer dus eerst welk type apparaat u gebruikt. Als het u niet lukt uw netwerk met 128-bit encryptie te configureren, probeer dan 64-bit encryptie.

2. Als u 64-bit encryptie gebruikt, ziet u vier sleutelvelden. Als u 128-bit

encryptie gebruikt, ziet u er één sleutelveld. Vul in het sleutelveld/de sleutelvelden de hexadecimale sleutel(s) in die u wilt gebruiken. Als u klaar bent met het invullen van uw sleutels, kies dan de sleutel die u wilt gebruiken door op de bijbehorende drukknop te klikken. Klik op ‘Apply Changes’ (Veranderingen aanbrengen).

3. De encryptie in de router is nu ingesteld. Alle computers van uw wireless

netwerk moeten nu met dezelfde hexadecimale sleutel worden geconfigureerd. Zie de handleiding van uw wireless netwerkadapter voor aanwijzingen hoe u deze verandering moet aanbrengen. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 48GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Firewall configureren Uw router is voorzien van een brandmuur ofwel firewall die uw netwerk beschermt tegen uiteenlopende hackeraanvallen zoals:

  • Fragment flooding De brandmuur camoufleert ook gewone poorten die vaak gebruikt worden om netwerken aan te vallen. Deze poorten lijken nu onzichtbaar waardoor zij als doelwit van de aanstaande hacker eenvoudig niet bestaan. U kunt de firewallfunctie eventueel uitschakelen hoewel het aanbeveling verdient de firewall ingeschakeld te laten. Door uitschakeling van de beschermende brandmuur ligt uw netwerk weliswaar niet volledig open voor hackeraanvallen maar nogmaals, de firewall kan beter ingeschakeld blijven.

Gebruik van de accesspointmodus Let op: Deze geavanceerde functie mag uitsluitend door geavanceerde gebruikers worden toegepast. De router kan ook zodanig worden geconfigureerd dat hij als wireless accesspoint fungeert. In deze modus is het gebruik van de functie ‘NAT IP-sharing’ en van de DHCP-server niet mogelijk. In accesspointmodus moet de router worden geconfigureerd met een IP-adres dat zich in hetzelfde subnet bevindt als het overige netwerk waarmee u een koppeling tot stand wilt brengen. Het standaard IP-adres is 192.168.2.254 en het subnetmasker is 255.255.255.0. Deze kunnen naar behoefte worden aangepast.

1. U schakelt de accesspointmodus in door op het tabblad ‘Use as Access Point

only’ (Alleen als accesspoint gebruiken) ‘Enable’ (Inschakelen) te kiezen. Door de keus van deze optie bent u in staat de IP-instellingen te veranderen.

2. Stel uw IP-instellingen in overeenstemming met uw netwerk in. Klik op ‘Apply

Changes’ (Veranderingen aanbrengen).

3. Sluit een kabel aan vanaf de WAN-poort op de router naar uw bestaande

netwerk. De router fungeert nu als accesspoint. Om de geavanceerde gebruikersinterface van de router opnieuw te openen, typt u het door u gespecificeerde IP-adres in de navigatiebalk van uw browser. De encryptie-instellingen, MAC-adresfiltering, SSID en het kanaal kunt u normaal instellen. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 50GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Applicaties kiezen Selecteer de gezochte applicatie in de vervolgkeuzelijst. Klik op ‘Add’ (Toevoegen). De instellingen worden overgestuurd naar de volgende beschikbare ruimte in het scherm. Klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) om de instelling voor deze applicatie op te slaan. Om een applicatie te verwijderen, selecteert u het nummer van de regel die u wilt verwijderen en vervolgens klikt u op ‘Clear’ (Leegmaken).

Port-forwarding instellingen configureren Van applicatiegateways kunt u bepaalde poorten open stellen voor bepaalde applicaties. Daardoor kunnen deze probleemloos samenwerken met de Network Address Translation (NAT) functie van de router. U kunt hierbij kiezen uit een reeks populaire applicaties. U kunt bijvoorbeeld een applicatie selecteren in de vervolgkeuzelijst waarna de correcte instellingen in de router worden geprogrammeerd. Als de applicatie die u wilt gebruiken hierin niet voorkomt, kijk dan op het tabblad ‘Virtual Servers’ (Virtuele servers) door links in het scherm op ‘Virtual Servers’ te klikken. Als u de gezochte applicatie niet in de schermen ‘Application Gateways’ of ‘Virtual Servers’ kunt vinden, neem dan contact op met de verkoper van de applicatie om vast te stellen welke poorten geconfigureerd moeten worden. U kunt deze poortinformatie handmatig in de router vastleggen. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 52GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Applicaties kiezen Selecteer de gezochte applicatie in de vervolgkeuzelijst. Klik op ‘Add’ (Toevoegen). De instellingen worden overgestuurd naar de volgende beschikbare ruimte in het scherm. Klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) om de instelling voor deze applicatie op te slaan. Om een applicatie te verwijderen, selecteert u het nummer van de regel die u wilt verwijderen en vervolgens klikt u op ‘Clear’ (Leegmaken). Instellingen handmatig in de virtuele server invoeren Om instellingen handmatig in te voeren, typt u het IP-adres in het vak voor de interne (server) computer, geeft u de poort(en) op die gepasseerd moeten worden (met een komma tussen meerdere poorten), selecteert u het poorttype (TCP of UDP) en klikt u op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen). U kunt per intern IP-adres slechts één poort passeren. U neemt een zeker risico door poorten in uw firewall te openen. U kunt instellingen zeer snel in- en uitschakelen. Het verdient aanbeveling de instellingen uit te schakelen wanneer u een bepaalde applicatie niet gebruikt.

Interne forwarding-instellingen configureren Met de functie ‘Virtual Servers’ kunt u externe (internet-)oproepen voor diensten als een webserver (poort 80), FTP-server (poort 21) of andere applicaties via uw router naar uw interne netwerk routeren. Omdat uw interne computers door een brandmuur worden beveiligd, kunnen computers buiten uw netwerk (via het internet) hen niet bereiken omdat zij ‘onzichtbaar’ zijn. Er is een lijst van veel voorkomende applicaties beschikbaar voor het geval dat u de functie van de virtuele server voor een specifieke applicatie moet configureren. Als u de gezochte applicatie hierin niet kunt vinden, neem dan contact op met de applicatieleverancier om geïnformeerd te worden welke poortinstellingen u nodig hebt. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 54GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Om bijvoorbeeld de toegang tot het internet voor één enkele computer af te sluiten, moet u het IP-adres van de beoogde computer invoeren in de IP-velden (1). Vervolgens vult u in de beide poortvelden het getal ‘88’ in (2). Selecteer ‘Both’ (Beide) (3). Selecteer ‘Block’ (Blokkeren) (4). U kunt ook ‘Always’ (Altijd) kiezen om de toegang permanent af te sluiten. Selecteer bovenaan de startdatum (5), bovenaan de starttijd (6), onderaan de einddatum (7) en onderaan de stoptijd (8). Selecteer ‘Enable’ (Inschakelen) (9). Klik op ‘Apply Changes’ (Veranderingen aanbrengen). De computer op het door u opgegeven IP-adres heeft nu binnen de door u aangegeven periode geen toegang tot het internet. Let op: Zorg dat u de juiste tijdzone selecteert onder ‘Utilities> System Settings> Time Zone’.

Client IP-filters instellen U kunt de router zo configureren dat de toegang tot het internet, e-mail en andere netwerkdiensten op bepaalde dagen en uren gesloten is. Deze beperking kan worden ingesteld voor één enkele computer, een reeks computers of alle computers. (1) (2) (9) (3) (4) (7) (8) (5) (6) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 56GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

De gedemilitariseerde zone (DMZ) activeren Met de DMZ-functie kunt u een van de computers van uw netwerk buiten de firewall plaatsen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als de brandmuur bij een bepaalde applicatie als een game of videoconferencing problemen veroorzaakt Het is raadzaam deze functie alleen tijdelijk in te schakelen. De computer in de gedemilitariseerde zone wordt namelijk NIET beschermd tegen hackeraanvallen. Om een computer in de DMZ te plaatsen, voert u de laatste twee cijfers van zijn IP-adres in het IP-veld in en selecteert u ‘Enable’ (Activeren). Klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) waardoor de wijziging van kracht wordt. Als u meerdere statische WAN IP-adressen gebruikt, kunt u aangeven aan welk WAN IP- adres de DMZ-host wordt gericht. Vul het WAN IP-adres in waaraan de DMZ-host moet worden gericht, voer de laatste twee cijfers in van het IP-adres van de DMZ-hostcomputer, selecteer ‘Enable’ (Activeren) en klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen).

MAC-adressenfilter instellen Het MAC-adressenfilter is een krachtig beveiligingsinstrument waarmee u kunt aangeven welke computers toegang hebben tot het netwerk. Elke computer die probeert het netwerk binnen te komen maar die niet in de filterlijst voorkomt, wordt de toegang geweigerd. Wanneer u deze functie inschakelt, moet u van elke cliënt (computer) van uw netwerk het MAC-adres invoeren om deze toe te laten tot uw netwerk. Met de functie ‘Block’ (Blokkeren) kunt u de toegang tot het netwerk voor elke computer eenvoudig in- en uitschakelen zonder dat u verplicht bent het MAC-adres van deze computer aan de lijst toe te voegen of daaruit te verwijderen. Om deze functie in te schakelen, selecteert u ‘Enable MAC Address Filtering’ (MAC- adresfilter activeren (1). Voer vervolgens het MAC-adres in van elke computer van uw netwerk door in de betreffende ruimte te klikken (2) en het MAC-adres in te voeren van de computer die u aan de lijst wilt toevoegen. Klik op ‘Add’ (Toevoegen) (3) en daarna op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) om de instellingen op te slaan. Om een MAC-adres uit de lijst te verwijderen, klikt u eenvoudig op ‘Delete’ (Wissen) naast het MAC-adres dat u wilt verwijderen. Klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) om de instellingen op te slaan. Let op: Het MAC-adres van de computer waarmee u toegang hebt tot de administratieve functies van de router (dus de computer die u nu gebruikt) kunt u niet verwijderen. (1) (2) (3) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 58GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Tabblad Utilities Utilities (Hulpprogramma’s) In dit scherm kunt u verschillende parameters van de router beheren en bepaalde administratieve taken uitvoeren.

ICMP-pings blokkeren Computerhackers maken gebruik van een techniek die bekend is onder de naam ‘pingen’ om potentiële slachtoffers op het internet te vinden. Door een bepaald IP-adres te pingen en vervolgens een antwoordbericht van dat IP-adres af te wachten, kan een hacker bepalen of er op dat adres wellicht iets van zijn gading is. De router kan zo worden ingesteld dat hij niet op ICMP-pings van buiten reageert. Hierdoor wordt de veiligheidsmarge van uw router verhoogd. Om het ping-antwoordbericht uit te schakelen, selecteert u ‘Block ICMP Ping’ (ICMP-ping blokkeren) (1) en klikt u op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen). De router reageert nu niet op ICMP-pings. (1) P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 60GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

4. Op uw beeldscherm verschijnt een aftelklok van 60 seconden. Wanneer het

aftellen bij nul stopt, is de router opnieuw gestart. De homepage van de router moet automatisch verschijnen. Is dat niet het geval, vul dan het adres van de router (standaard = 192.168.2.1) in op de navigatiebalk van uw browser. Standaard-fabrieksinstellingen herstellen Wanneer u deze optie gebruikt, worden alle instellingen in de router naar de standaardinstellingen teruggezet. Het is verstandig eerst van uw eigen instellingen een reservekopie te maken voordat u de standaardinstellingen herstelt.

Router opnieuw starten Als de werking van de router niet meer optimaal is, kan het soms nodig zijn de router opnieuw te starten. De configuratie-instellingen van de router worden door opnieuw starten NIET gewist. De router opnieuw starten om de normale werking te herstellen

1. Klik op de knop ‘Restart Router’ (Router opnieuw starten)

2. Nu verschijnt het volgende bericht. Klik op ‘OK’.

3. Nu verschijnt het volgende bericht. Het opnieuw starten van de router kan tot

60 seconden duren. Tijdens het opnieuw starten mag u de stroomvoorziening van de router niet uitschakelen.

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 62GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE Huidige configuratie opslaan Van deze functie kunt u de huidige configuratie van het wireless accesspoint opslaan. Door een reservekopie te maken van uw huidige configuratie kunt u deze in het geval van verlies of beschadiging herstellen. Het is raadzaam een reservekopie te maken van uw huidige configuratie voordat u uw firmware bijwerkt.

1. Klik op ‘Save’ (Opslaan). Er gaat een venster open met de naam ‘File

2. Nu verschijnt het volgende bericht. Klik op ‘OK’.

3. Nu verschijnt het volgende bericht. Tot het herstellen van de

standaardinstellingen behoort ook dat de router opnieuw wordt opgestart. Deze procedure kan tot 60 seconden duren. Tijdens het opnieuw starten mag u de stroomvoorziening van de router niet uitschakelen.

4. Op uw beeldscherm verschijnt een aftelklok van 60 seconden. Wanneer het

aftellen bij nul stopt, zijn de standaardinstellingen van de router hersteld. De homepage van de router moet automatisch verschijnen. Is dat niet het geval, vul dan het adres van de router (standaard = 192.168.2.1) in op de navigatiebalk van uw browser.

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 64GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE Vorige configuratie herstellen Met deze optie kunt u een configuratie herstellen die u eerder hebt opgeslagen.

1. Klik op ‘Browse’ (Bladeren). Er gaat een venster open waarin u de locatie van

het configuratiebestand kunt selecteren. Alle configuratiebestanden hebben de extensie ‘.bin’. Zoek het configuratiebestand op dat u wilt herstellen en dubbelklik erop.

GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

2. Er gaat een venster open waarin u de locatie kunt aangeven waar u het

configuratiebestand wilt opslaan. Selecteer een locatie. U kunt het bestand elke naam geven die u wilt of de standaardbenaming ‘Config’ gebruiken. Zorg dat u het bestand een naam geeft die u later gemakkelijk kunt terugvinden. Wanneer u de locatie en de naam van het bestand hebt gekozen, klikt u op ‘Save’ (Opslaan).

3. Wanneer het bestand is opgeslagen, ziet u het onderstaande venster.

Klik op ‘Close’ (Sluiten). De configuratie is nu opgeslagen.

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 66GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE Firmware bijwerken Belkin kan in de loop van tijd nieuwe versies van de firmware van de router publiceren. Nieuwe firmwareversies bevatten verbeteringen van functies en oplossingen voor eventuele problemen. Wanneer Belkin nieuwe firmware publiceert, kunt u de firmware downloaden van de Belkin update-website en de firmware van router bijwerken tot en met de nieuwste versie. Nieuwe firmwareversies ophalen Met de knop ‘Check Firmware’ (Firmware opzoeken) (1) kunt u onmiddellijk nagaan of er eventueel een nieuwe firmwareversie beschikbaar is. Wanneer u op deze knop klikt, verschijnt een nieuw browservenster met de mededeling dat er wel of geen nieuwe firmware beschikbaar is. Als een nieuwe versie beschikbaar is, kunt u deze downloaden.

GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

2. U krijgt de vraag of u wilt doorgaan. Klik op ‘OK’.

3. Er verschijnt een herinneringsvenster. De herstelprocedure van uw

configuratiebestand kan tot 60 seconden in beslag nemen. Klik op ‘OK’.

4. Op uw beeldscherm verschijnt een aftelklok van 60 seconden. Wanneer het

aftellen bij nul stopt, is de oorspronkelijke configuratie van de router hersteld. De homepage van de router moet automatisch verschijnen. Is dat niet het geval, vul dan het adres van de router (standaard = 192.168.2.1) in op de navigatiebalk van uw browser.

2. Er gaat een venster open waarin u de locatie kunt aangeven waar u het

firmwarebestand wilt opslaan. Selecteer een locatie. U kunt het bestand elke naam geven die u wilt of de standaardbenaming gebruiken. Zorg dat u het bestand ergens onderbrengt waar u het later gemakkelijk kunt terugvinden. Wanneer u deze locatie hebt gekozen, klikt u op ‘Save’ (Opslaan).

3. Wanneer het bestand is opgeslagen, ziet u het volgende venster. Klik op ‘Close’

(Sluiten). Het downloaden van de firmware is voltooid. Om de firmware bij te werken, gaat u te werk als aangegeven in het volgende hoofdstuk ‘Firmware van de router bijwerken’.

GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Nieuwe firmwareversies downloaden Als u op de knop ‘Check Firmware’ (Firmware controleren) klikt en er inderdaad een nieuwe firmwareversie beschikbaar is, ziet u een scherm als dit.

5. U krijgt nu nog een bericht te zien. Dit bericht laat u weten dat de router

mogelijk pas na één minuut reageert tijdens het laden van de firmware in de router en het opnieuw starten van de router. Klik op ‘OK’.

6. Op uw beeldscherm verschijnt een aftelklok van 60 seconden. Wanneer het

aftellen bij nul stopt, is het bijwerken van de firmware van de router voltooid. De homepage van de router moet automatisch verschijnen. Is dat niet het geval, vul dan het adres van de router (standaard = 192.168.2.1) in op de navigatiebalk van uw browser. Het bijwerken van de firmware is voltooid.

GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Firmware van de router bijwerken

1. Op het tabblad ‘Firmware Update’ (Firmware bijwerken) klikt u op ‘Browse’

(Bladeren) (2). Er gaat een venster open waarin u de locatie van het bijgewerkte firmwarebestand kunt selecteren. Alle firmwarebestanden hebben de extensie ‘.dlf’.

2. Blader naar het firmwarebestand dat u hebt gedownload. Selecteer het

bestand door dubbel te klikken op de bestandsnaam.

3. Het venster ‘Update Firmware’ (Firmware bijwerken) toont nu de locatie en de

naam van het firmwarebestand dat u zojuist hebt geselecteerd. Klik op ‘Update’ (Bijwerken).

4. U krijgt de vraag of u zeker weet dat u wilt doorgaan. Klik op ‘OK’.

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 72GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE Tijd en tijdzone instellen De tijdklok van de router wordt geregeld via de aansluiting op een SNTP (Simple Network Time Protocol) server. Hierdoor loopt de systeemklok van de router synchroon met de tijd van het wereldwijde internet. De gesynchroniseerde klok in de router wordt gebruikt voor de registratie van de beveiligingslog en de aansturing van het cliëntfilter. Selecteer de tijdzone waarin u gevestigd bent. Als u in een land woont dat de zomer- en wintertijd volgt, zet dan een kruisje in het selectievakje naast ‘Enable Daylight Saving’ (Zomer/wintertijd inschakelen). De systeemklok geeft niet onmiddellijk na inschakeling de juiste tijd aan. De router heeft ten minste 15 minuten nodig om een verbinding op te bouwen met de tijdservers op het internet en voor het ontvangen van een antwoordsignaal. U kunt de klok niet zelf instellen.

GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Systeeminstellingen wijzigen Op het tabblad ‘Systems Settings’ (Systeeminstellingen) kunt u een nieuw beheerderswachtwoord invoeren, de tijdzone instellen, extern beheer inschakelen en de NAT-functie van de router aan en uit zetten. Beheerderswachtwoord instellen of wijzigen De router wordt geleverd zonder vooraf geprogrammeerd wachtwoord. Als u om veiligheidsredenen een wachtwoord wilt gebruiken, kunt u dat hier ingeven. Schrijf uw wachtwoord op en bewaar het op een veilige plaats omdat u het nodig hebt als in de toekomst op de router moet inloggen. Het is ook verstandig een wachtwoord in te stellen als u van plan bent de mogelijkheid van extern beheer van uw router te gebruiken. Inlog-timeoutinstelling wijzigen Met de optie inlog-timeout kunt u de maximale tijdsduur instellen waarbinnen u ingelogd kunt blijven op de Advanced Setup Interface (Geavanceerde installatie- interface) van de router. De timer start als er geen activiteit is geweest. U hebt bijvoorbeeld een aantal wijzigingen in de Advanced Setup Interface aangebracht en daarna uw computer alleen gelaten zonder op ‘Logout’ (Afmelden) te klikken. Aangenomen dat de timeout is ingesteld op 10 minuten, dan loopt de inlogsessie af 10 minuten nadat u de router alleen hebt gelaten. Als u nu meer veranderingen wilt aanbrengen, bent u verplicht opnieuw op de router in te loggen. Deze inlog-timeoutoptie is bedoeld als extra beveiliging en staat standaard ingesteld op 10 minuten. Let op: Er kan slechts één computer tegelijk ingelogd zijn op de Advanced Setup-Interface.

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 74GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE NAT (Network Address Translation) inschakelen/uitschakelen Let op: Deze geavanceerde functie mag uitsluitend door geavanceerde gebruikers worden toegepast. ZORG DAT U HET BEHEERDERSWACHTWOORD HEBT INGESTELD voordat u deze functie inschakelt. Door middel van Network Address Translation (NAT) kan uw router het ene IP-adres dat door uw ISP aan u is toegekend, delen met de andere computers van uw netwerk. Deze functie dient uitsluitend te worden gebruikt als uw ISP u meedere IP-adressen toekent of als u NAT moet uitschakelen in verband met een geavanceerde systeemconfiguratie. Als u over slechts één IP-adres beschikt en u schakelt NAT uit, kunnen de computers van uw netwerk geen toegang krijgen tot het internet. Ook andere problemen zijn niet uitgesloten. Door het uitschakelen van NAT worden uw firewallfuncties niet uitgeschakeld.

GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

Extern beheer inschakelen ZORG DAT U HET BEHEERDERSWACHTWOORD HEBT INGESTELD voordat u deze geavanceerde functie van uw Belkin router inschakelt. De functie ‘Remote Management’ (Extern beheer) biedt u de mogelijkheid vanaf elke internetlocatie ter wereld de instellingen van uw router te wijzigen. Er zijn twee methoden voor het op afstand beheren van de router. Met de eerste kunt u de router vanaf elke internetlocatie openen door het selecteren van ‘Any IP address can remotely manage the Router’ (Elk IP-adres kan de router op afstand beheren). Door uw WAN IP-adres in te voeren op ongeacht welke computer op het internet, krijgt u een inlogscherm te zien waarop u het wachtwoord van uw router moet invullen. De tweede methode is een specifiek IP-adres uitsluitend te bestemmen voor extern beheer van de router. Dit is veiliger maar minder praktisch. Bij deze methode vult in de daarvoor bestemde ruimte het IP-adres in van de locatie waar vandaan u de router wilt openen en selecteert u ‘Only this IP address can remotely manage the Router’ (Uitsluitend dit IP-adres kan de router op afstand beheren). STEL UW BEHEERDERSWACHTWOORD IN voordat u van deze mogelijkheid gebruik maakt! Als u geen wachtwoord invult, loopt uw router het risico van indringers.

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 76GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE Automatische firmware-update inschakelen/uitschakelen Deze innovatie voorziet de router van de ingebouwde mogelijkheid om automatisch naar nieuwe firmwareversies te speuren en u te waarschuwen zodra een nieuwe firmwareversie beschikbaar is. Wanneer u inlogt op de geavanceerde interface van de router voert deze een controleprocedure uit om te kijken of er nieuwe firmware beschikbaar is. Is dat inderdaad het geval, dan wordt u gewaarschuwd. U bepaalt zelf of u de nieuwe firmwareversie wilt downloaden of niet. Bij aflevering is deze functie op de router ingeschakeld. Als u deze mogelijkheid wilt uitschakelen, selecteert u ‘Disable’ (Uitschakelen) en klikt u op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen).

GEBRUIK VAN DE GEAVANCEERDE WEB-GEBRUIKERSINTERFACE

UPnP inschakelen/uitschakelen UPnP (Universal Plug-and-Play is weer een andere geavanceerde mogelijkheid die uw Belkin router u biedt. Het is een technologie die naadloze voice messaging, video messaging, games en andere applicaties mogelijk maakt die voldoen aan UPnP. Sommige applicaties vereisen dat de firewall van de router op een bepaalde manier is geconfigureerd om correct te functioneren. Hiervoor moeten meestal de TCP- en UDP-poorten worden geopend en in sommige gevallen triggerpoorten worden ingesteld. Applicaties die voldoen aan UpnP kunnen met de router communiceren, in principe om de router te ‘zeggen’ op welke wijze de firewall moet worden geconfigureerd. De router wordt geleverd met uitgeschakelde UPnP-functie. Als u applicaties gebruikt die voldoen aan UpnP en u wilt profiteren van de mogelijkheden van UpnP dan heeft het zin de UPnP- functie in te schakelen. U selecteert eenvoudig ‘Enable’ (Inschakelen) in de sectie ‘UPnP Enabling’ (UPnP inschakelen) van het tabblad ‘Utilities’ (Hulpprogramma’s). Klik op ‘Apply Changes’ (Wijzigingen aanbrengen) om de wijziging op te slaan.

4. Als dit niet al bij ‘Configure’ is ingesteld, kiest u ‘Using DHCP Server’ (Gebruikt

DHCP-server). Hierdoor geeft u de computer de opdracht bij de router een IP- adres op te halen.

5. Sluit het venster. Als u veranderingen hebt aangebracht, verschijnt het

volgende venster. Klik op ‘Save’ (Opslaan). Start de computer opnieuw. Wanneer de computer opnieuw is opgestart, zijn uw netwerkinstellingen nu geconfigureerd voor gebruik met de router.

NETWERKINSTELLINGEN HANDMATIG CONFIGUREREN

Installeer de computer die aangesloten is op de kabel- of DSL-modem EERST met gebruikmaking van deze stappen. U kunt deze stappen ook gebruiken om computers aan uw router toe te voegen nadat de router geconfigureerd is voor aansluiting op het internet. Netwerkinstellingen onder Mac OS (tot 9.x) handmatig configureren

1. Open het ‘Apple’ menu. Selecteer ‘Control Panels’ en dan ‘TCP/IP’.

2. U ziet nu het TCP/IP-configuratiescherm. Selecteer ‘Ethernet Built-In’ of

‘Ethernet’ in het ‘Connect via:’ vervolgmenu (1).

3. Naast ‘Configure’ (2), als ‘Manually’ (Handmatig) is geselecteerd, moet uw

router ook worden geconfigureerd voor een statisch type IP-verbinding. Schrijf de adresinformatie in de onderstaande tabel. U moet deze informatie in de router invoeren. (1) (2)

4. Selecteer het tabblad ‘TCP/IP’ (3). Naast ‘Configure’ (Configureren) (4) moet

nu ‘Manually’ (Handmatig) of ‘Using DHCP’ (Gebruikt DHCP) te zien zijn. Is dat niet het geval, ga dan naar het tabblad PPPoE (5) en zorg dat ‘Connect using PPPoE’ (Met behulp van PPPoE aansluiten) NIET is geselecteerd. Is dat wel het geval, dan moet u uw router configureren voor een PPPoE-verbindingstype met gebruikmaking van uw gebruikersnaam en wachtwoord.

5. Als ‘Manually’ (Handmatig) is geselecteerd, moet uw router worden

geconfigureerd voor een statisch type IP-verbinding. Schrijf de adresinformatie in de onderstaande tabel. U moet deze informatie in de router invoeren.

6. Als dit niet al is geselecteerd, selecteert u behalve ‘Configure’ (Configureren)

ook ‘Using DHCP’ (Gebruikt DHCP) (4) en klikt u vervolgens op ‘Apply Now’ (Nu toepassen). Uw netwerkinstellingen zijn nu geconfigureerd voor gebruik met de router.

1. Klik op het pictogram ‘System Preferences’ (Systeemvoorkeuren).

2. Selecteer ‘Network’ (Netwerk) (1) in het menu ‘System

Preferences’ (Systeemvoorkeuren).

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 821. Klik in het vervolgmenu met uw rechter muisknop op ‘My Network Neighborhood’ (Mijn netwerkomgeving).

2. Selecteer TCP/IP -> settings’ (TCP/IP-instellingen) voor uw geïnstalleerde

netwerkadapter. U krijgt nu het volgende venster te zien.

3. Als ‘Specify an IP address’ (IP-adres specificeren) is geselecteerd, moet uw

router worden geconfigureerd voor een statisch type IP-verbinding. Schrijf de adresinformatie in de tabel op pagina 86. U moet deze informatie in de router invoeren.

4. Schrijf het IP-adres en subnetmasker over van het tabblad ‘IP Address’ (IP-

5. Klik op het tabblad ‘Gateway’ (2). Schrijf het gatewayadres in het diagram.

2. Dubbelklik op het pictogram ‘Network and dial-up connections’ (Netwerk- en

inbelverbindingen) (Windows 2000) of het pictogram ‘Network’ (Netwerk) (Windows XP).

3. Klik met uw rechter muisknop op de ‘Local Area Connection’ (Lokale

verbinding) die is gekoppeld aan uw netwerkadapter en selecteer ‘Properties’ (Eigenschappen) in het vervolgmenu.

4. In het venster ‘Local Area

Connection Properties’ klikt u op ‘Internet Protocol (TCP/IP)’ en klik u op de knop ‘Properties’ (Eigenschappen). Nu verschijnt het volgende scherm:

5. Als ‘Use the following IP

address’ (Gebruik het volgende IP-adres) (2) is geselecteerd, moet uw router worden geconfigureerd voor een statisch type IP-verbinding. Schrijf de adresinformatie in de onderstaande tabel. U moet deze informatie in de router invoeren.

6. Als dit niet al is geselecteerd,

selecteert u ‘Obtain an IP address automatically’ (1) en ‘Obtain DNS server address automatically’ (3). Klik op ‘OK’. Uw netwerkinstellingen zijn nu geconfigureerd voor gebruik met de router. (2) (3) (1)

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 84AANBEVOLEN INSTELLINGEN VAN DE WEBBROWSER Meestal hoeft u aan de instellingen van uw webbrowser niets te veranderen. Als u problemen hebt met het openen van het internet of de geavanceerde via het web bereikbare gebruikersinterface, wijzig dan de huidige instellingen van uw browser in de aanbevolen instellingen die u in dit hoofdstuk vindt. Internet Explorer 4.0 of hoger.

2. In het scherm ‘Internet Options’ (Internetopties) vindt u drie

keuzemogelijkheden. ‘Never dial a connection’ (Nooit een aansluiting bellen), ‘Dial whenever a network connection is not present’ (Alleen bellen wanneer geen netwerkaansluiting beschikbaar is) en ‘Always dial my default connection’ (Altijd mijn standaardaansluiting bellen). Als u een keus kunt maken, selecteer dan ‘Never dial a connection’ (Nooit een aansluiting bellen). Als u geen keus kunt maken, ga dan naar de volgende stap.

NETWERKINSTELLINGEN HANDMATIG CONFIGUREREN

6. Klik op het tabblad ‘DNS Configuration’ (DNS-configuratie) (1). Schrijf het

DNS-adres/de DNS-adressen in het diagram.

7. Als dit niet al is geselecteerd, selecteert u op het tabblad voor IP-adressen

‘Obtain IP address automatically’ (IP-adres automatisch ophalen). Klik op ‘OK’. Start de computer opnieuw. Wanneer de computer opnieuw is opgestart, zijn uw netwerkinstellingen nu geconfigureerd voor gebruik met de router.

1. Start Netscape. Klik op ‘Edit’ (Bewerken) en vervolgens op ‘Preferences’

(Voorkeurinstellingen).

2. Klik in het venster ‘Preferences’ (Voorkeurinstellingen) op ‘Advanced’

(Geavanceerd) en selecteer vervolgens ‘Proxies’. In het venster ‘Proxies’ selecteert u ‘Direct connection to the Internet’ (Rechtstreekse verbinding met het internet).

AANBEVOLEN INSTELLINGEN VAN DE WEBBROWSER

3. Klik onder het scherm ‘Internet Options’ (Internetopties) op ‘Connections’

(Verbindingen) en selecteer ‘LAN Settings…’ (Instellingen lokaal netwerk…).

4. Zorg dat er geen selectievakjes aangekruist zijn naast de geboden opties:

‘Automatically detect settings’ (Instellingen automatisch detecteren), ‘Use automatic configuration script’ (Automatische configuratiescript gebruiken) en ‘Use a proxy server’ (Proxyserver gebruiken). Klik op ‘OK’. Klik vervolgens in het pagina ‘Internet Options’ (Internetopties) opnieuw op ‘OK’.

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 8891 PROBLEMEN OPLOSSEN De Easy Install Wizard kan mijn router niet vinden. Het led-lampje van de WAN-verbinding brandt niet en ik kan geen verbinding maken met mijn kabel- of DSL-modem.

1. Zorg dat de router ingeschakeld is. De led

voor Voeding/Paraat moet groen licht geven en continu branden. Controleer de stroomvoorziening bij het stopcontact en op de router.

2. Zorg dat de led voor de LAN-koppeling, die

correspondeert met de poort die u op de computer hebt aangesloten, AAN is. Controleer of de netkabel tussen de computer en de router in orde is.

3. Als de Easy Install Wizard u laat weten dat

hij meerdere netwerkadapters heeft gedetecteerd, voer dan de Easy Install Wizard opnieuw uit en probeer een andere adapter.

1. Controleer de verbinding tussen de router en

de kabel- of DSL-modem. Zorg ervoor dat de netwerkkabel van de kabel- of DSL-modem is aangesloten op de poort van de router met de aanduiding ‘Internet/WAN’.

2. Zorg ervoor dat de kabel- of DSL-modem is

aangesloten op de stroomvoorziening en is ingeschakeld.

3. Zorg ervoor dat de router van stroom wordt

voorzien. Het led-lampje voor Voeding/Paraat moet branden.

4. Zorg ervoor dat de kabel tussen de modem

en de router de kabel is die bij de modem is geleverd. PROBLEMEN OPLOSSEN Informatie voor technische ondersteuning vindt u op www.networking.belkin.com of op www.belkin.com in het gebied voor technische ondersteuning. Als u prijs stelt op telefonische technische ondersteuning, bel dan 00 800 223 55 460. Probleem De Easy Install Wizard is niet in staat mijn router met het internet te verbinden. Mogelijke oorzaak/oplossing

1. De software moet worden uitgevoerd met de

computer die is aangesloten op de modem. De internetaansluiting moet actief zijn en in werking tijdens de installatie. Sluit uw computer weer op de modem aan en zorg dat de internetaansluiting werkt. Nadat u hebt gecontroleerd of de internetaansluiting inderdaad werkt, voert u de Easy Install Wizard opnieuw uit.

2. Als uw ISP een gebruikersnaam en een

wachtwoord eist, controleer dan of u de gebruikersnaam en het wachtwoord correct hebt ingevuld. Bij sommige gebruikersnamen moet de domeinnaam van de ISP aan het einde van de naam staan. Bijvoorbeeld: ‘myname@myisp.com’. Het gedeelte ‘@myisp.com’ van de gebruikersnaam moet wellicht net zo goed worden getypt als uw gebruikersnaam.

3. Zorg dat de modem is INgeschakeld.

Controleer de stopcontactadapter en de voeding van de modem. Sommige modems hebben een aan/uit-schakelaar. Zorg dat deze schakelaar voor de voeding in de stand AAN staat.

P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 909392 PROBLEMEN OPLOSSEN Mijn type verbinding is PPPoE. Ik kan geen verbinding krijgen met het internet.

1. Omdat u een PPPoE-verbinding hebt, kent uw

internet-serviceprovider u een accountnaam toe, een wachtwoord en een servicenaam. Zorg ervoor dat het type verbinding van uw router is geconfigureerd als ‘PPPoE’ en controleer of deze instellingen correct zijn ingevoerd.

2. Zorg ervoor dat uw computers correct zijn

geconfigureerd en dat alle netwerkkabels op de juiste wijze zijn aangesloten.

3. Zorg ervoor dat de coaxiale kabel of DSL-lijn

correct op uw kabel- of DSL-modem is bevestigd. Zie de gebruiksaanwijzing van uw modem om te controleren of deze normaal functioneert.

4. Zorg ervoor dat de netwerkkabel tussen de

modem en de router correct is aangesloten. Schakel de modem enige ogenblikken uit en schakel hem dan weer in.

5. Uw ISP kan uw verbinding koppelen aan het

MAC-adres van de NIC van uw computer. Kloon uw MAC-adres. PROBLEMEN OPLOSSEN Mijn type verbinding is ‘Static IP Address’ (Statisch IP-adres). Ik kan geen verbinding krijgen met het internet. Mijn type verbinding is ‘Dynamic IP Address’ (Dynamisch IP-adres). Ik kan geen verbinding krijgen met het internet.

1. Omdat uw type verbinding een statisch IP-

adres is, moet uw internet-serviceprovider u een IP-adres, een subnetmasker en een gateway-adres toewijzen. Zorg ervoor dat het type verbinding van uw router is geconfigureerd als ‘Static IP Address’ (Statisch IP-adres) en controleer de betreffende instellingen.

2. Uw internet-serviceprovider kan uw

verbinding koppelen aan het MAC-adres van de NIC van uw computer. Kloon uw MAC- adres.

1. Zorg ervoor dat uw computers correct zijn

geconfigureerd en dat alle netwerkkabels op de juiste wijze zijn aangesloten.

2. Zorg ervoor dat de kabel- of DSL-lijn correct

is aangesloten op de kabel- of DSL-modem. Zie de gebruiksaanwijzing van uw modem om te controleren of deze normaal functioneert.

3. Zorg ervoor dat de netwerkkabel tussen de

modem en de barricade correct is aangesloten. Schakel de modem uit; wacht een paar ogenblikken en schakel hem dan weer in.

4. Uw internet-serviceprovider kan uw

verbinding koppelen aan het MAC-adres van de NIC van uw computer. Kloon uw MAC- adres. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 92INFORMATIE

Waarschuwing: Blootstelling aan radiofrequente straling. Het door dit apparaat uitgestraalde vermogen ligt ver beneden de hiervoor in de FCC-voorschriften vastgelegde grenswaarden. Niettemin dient dit apparaat zodanig te worden gebruikt dat bij normaal gebruik de mogelijkheid van persoonlijk contact tot een minimum beperkt blijft. Bij het aansluiten van een externe antenne op dit apparaat moet de antenne zodanig worden geplaatst dat bij normaal gebruik de mogelijkheid van persoonlijk contact tot een minimum beperkt blijft. Ter voorkoming van de mogelijkheid dat de in de FCC-voorschriften aangegeven begrenzing van blootstelling aan radiofrequente straling wordt overschreden, mogen personen de werkende antenne niet dichter naderen dan tot op een afstand van 20 centimeter. Kennisgeving van de Federal Communications Commission Deze apparatuur is getest en voldoet aan de grenswaarden voor digitale apparaten van klasse B, zoals vastgesteld in paragraaf 15 van de FCC-voorschriften. Deze grenswaarden zijn vastgesteld teneinde een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferenties bij apparatuur die bedoeld is voor gebruik in de woonomgeving. Deze apparatuur genereert en gebruikt radiofrequente energie en kan deze tevens uitstralen. Indien het apparaat niet volgens de aanwijzingen wordt geïnstalleerd en gebruikt, kan het schadelijke storingen veroorzaken op de ontvangst van radio en televisie Dit kan worden vastgesteld door de apparatuur in- en uit te schakelen. De gebruiker wordt dringend aangeraden te trachten de storing op te heffen door een of meer van de volgende maatregelen:

  • Het verdraaien of verplaatsen van de ontvangstantenne.
  • Het vergroten van de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Het aansluiten van de apparatuur op een stopcontact van een andere groep dan die waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Door de hulp in te roepen van de verkoper of een deskundig radio/televisietechnicus . Wijzigingen De Federal Communications Commission eist dat de gebruiker wordt gewaarschuwd dat elke verandering aan het apparaat die niet uitdrukkelijk door Belkin Components is goedgekeurd de bevoegdheid van de gebruiker om het apparaat te bedienen teniet kan doen. FCC-verklaring

Wij, Belkin Corporation, gevestigd 501 West Walnut Street, Compton, CA 90220, Verenigde Staten van Amerika, verklaren hierbij de volledige verantwoordelijkheid te aanvaarden dat het product met het typenummer F5D7230-4 waarop deze verklaring van toepassing is, voldoet aan Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het gebruik ervan is onderworpen aan de beide volgende voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen schadelijke storingen veroorzaken en (2) dit apparaat dient alle hierop inwerkende storingen te accepteren waaronder begrepen storingen die een niet gewenste werking kunnen veroorzaken. Canada - Industry Canada (IC) De draadloze radio van dit apparaat voldoet aan RSS 139 & RSS 210 Industry Canada. Dit apparaat van Klasse B voldoet aan de voorschriften van de Canadese ICES-003. Europa - Mededeling betreffende de Europese Unie Radioproducten die voorzien zijn van de CE 0682- of de CE-aanduiding voldoen aan de R&TTE-richtlijn (1995/5/EC) van de Commissie van de Europese Gemeenschap. Het voldoen aan deze richtlijn houdt in dat de betreffende apparatuur beantwoordt aan de volgende Europese normen (tussen haakjes zijn de overeenkomstige internationale normen vermeld).

  • EN 60950 (IEC60950) - Productveiligheid
  • EN 300 328 - Technische vereisten voor radioapparatuur
  • ETS 300 826 - Algemene vereisten voor radioapparatuur inzake elektromagnetische compatibiliteit. U kunt het zendertype vaststellen aan de hand van het identificatie-etiket op uw Belkin product. Producten met CE-aanduiding voldoen aan de Richtlijn voor Elektromagnetische Compatibiliteit (89/336/EEC) en aan de Richtlijn voor Laagspanningsapparatuur (72/23/EEC) van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Het voldoen aan deze richtlijn houdt in dat de betreffende apparatuur beantwoordt aan de volgende Europese normen (tussen haakjes zijn de overeenkomstige internationale normen vermeld).
  • EN 60950 (IEC60950) - Productveiligheid Producten die een radiozender bevatten zijn voorzien van de CE 0682- of CE-aanduiding en kunnen tevens zijn voorzien van het CE-beeldmerk. P74219df_F5D7230-4_man.qxd 10-03-2003 15:44 Page 9497 INFORMATIE