MD 83328 LIFE P62025 - Autoradio MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 83328 LIFE P62025 MEDION in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MD 83328 LIFE P62025 MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 83328 LIFE P62025 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 83328 LIFE P62025 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 83328 LIFE P62025 MEDION
Over deze handleiding ....3
In deze handleiding gebruikte symbolen en waarschuwingen ....3
Bedoeld gebruik 3
Veiligheidsadviezen....4
Houd elektrische apparaten buiten bereik van kinderen ....4
Beoogd gebruik ....4
Verkeersveiligheid 4
Nooit zelf repareren ....4
Invallend zonlicht....4
De CD-speler 5
Stations en aansluitingen 5
Het apparaat reinigen ....5
Omgaan met batterijen 5
Inbouw 6
Inhoud van de verpakking 7
Overzicht 8
Bedieningspaneel 8
Achter het bedieningspaneel 10
Afstandsbediening 11
Inbouw en ingebruikname ....13
ISO-slede en -aansluitingen 13
Inbouwframe in ISO-slede monteren 13
Aansluitingen aan de achterzijde 15
Zenderopslag testen 16
Autoradio plaatsen 16
Bedieningspaneel 17
Bedieningspaneel plaatsen 17
Bedieningspaneel verwijderen 17
Diefstalbescherming 17
Reset....17
Het apparaat uitbouwen 18
Toelichtingen bij de bekabeling 19
Overzicht ISO-stekker A: Voeding 19
Overzicht ISO-stekker B: Luidsprekers 20
Bezetting van het ISO-aansluitingenblok op de autoradio ....21
Problemen door het verwisselen van kabels. 21
Eerste gebruik 22
Bediening 23
Basisfuncties 23
Radiofuncties 25
Radio Data System 26
PTY-functies („Program Type“)......28
Gebruik met gegevensdragers (Audio-cd's, MP3, USB, SD, AUX) ......29
CD-station 29
USB-aansluiting....30
SD/SDHC-kaartlezer 31
Apparaat aan AUX IN-aansluiting ....31
Weergavefuncties....31
Gegevensdragers met audio- en MP3-gegevens 33
Instellingsmenu....34
Instellingsmenu openen ....34
Instelbare functies 34
Bluetooth-functie gebruiken 36
Mobiele telefoon aanmelden bij radio („Pairing“) 36
Verbindingsstatus 36
Bellen....37
A2DP-modus....38
Probleem 39
Afvalverwijdering....41
Conformiteitsgegevens....43
Over deze handleiding


Lees zorgvuldig de veiligheidsinstructies voordat u het apparaat in gebruik neemt. Volg de waarschuwingen op die op het apparaat en in de gebruiks-aanwijzing zijn vermeld.
FR
DE
Bewaar de handleiding altijd op een goed bereikbare plaats. Geef deze handleiding en de garantiekaart erbij als u het apparaat aan iemand anders overdoet.
In deze handleiding gebruikte symbolen en waar- schuwingen
![]() | GEVAAR!Waarschuwing voor onmiddellijk levensgevaar!WAARSCHUWING!Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig, onherstelbaar letsel! |
![]() | VOORZICHTIG!Houd u aan de aanwijzingen om letsel en materiële schade te voorkomen!LET OP!Houdt u aan de aanwijzingen om materiële schade te voorkomen! |
![]() | OPMERKING!Nadere informatie voor het gebruik van het apparaat! |
![]() | OPMERKING!Volg de aanwijzingen in de handleiding op! |
![]() | WAARSCHUWING!Waarschuwing voor gevaar door elektrische schokken! |
| • Opsompunt/informatie over gebeurtenissen tijdens de bediening | |
| ► Advies over uit te voeren handelingen | |
Bedoeld gebruik
De autoradio is een audioapparaat om muziek (bv. cd of radio) mee af te spelen en te beluisteren. Hij is bovendien uitgerust met Bluetooth. Met deze Bluetooth-functie kunt u uw mobiele telefoon verbinden met de autoradio en bellen. Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik, niet voor bedrijfsgebruik. Deze autoradio is uitsluitend bestemd voor gebruik in wagens.
Veiligheidsadviezen
Houd elektrische apparaten buiten bereik van kinderen
- Laat kinderen dit apparaat nooit gebruiken zonder toezicht om er zeker van te zijn dat ze niet met het apparaat spelen.
- Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of intellectueel vermogen en/of een tekort aan ervaring en/of kennis, tenzij onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon, of tenzij die personen aanwijzingen hebben gekregen over het juiste gebruik van het apparaat.

GEVAAR!
Zorg ook dat kinderen niet bij de plastic verpakkingen kunnen komen. Gevaar voor verstikking.
Beoogd gebruik
- De autoradio is uitsluitend bedoeld voor montage en gebruik in personenauto's.
Verkeersveiligheid
- De verkeersveiligheid gaat voor alles. Bedien de autoradio alleen als de verkeerssituatie dat toelaat. Zorg dat u het apparaat goed kent voordat u gaat rijden.
- Geluidssignalen van de politie, brandweer en andere eerste hulpdiensten moeten in de auto op tijd gehoord kunnen worden. Stel het volume daarom nooit zodanig in dat u de geluidssignalen van voorbijkomende noodhulpvoertuigen pas in een laat stadium hoort.
Nooit zelf repareren
- Controleer voordat u met de montage begint kabel en apparaat op beschadigingen. Gebruik het apparaat niet als de behuizing of de kabel beschadigd is.

WAARSCHUWING!
Probeer in geen geval het apparaat zelf te openen en/of te repareren. Er is dan kans op elektrische schokken.
- Neem bij storingen contact op met ons Service Center of een ander deskundig reparatiebedrijf.
Invallend zonlicht
Als de temperatuur binnen in het voertuig sterk is opgelopen, bijvoorbeeld door invallend zonlicht, zet u de autoradio niet meteen aan.
- Wacht totdat de auto een tijdje heeft gereden en de autoradio de gelegenheid heeft gehad om af te koelen.
De CD-speler
De CD-speler is een Klasse 1-laserproduct. Het apparaat is voorzien van een veiligheidssysteem dat bij normaal gebruik het vrijkomen van gevaarlijke laserstraling voorkomt. Beschadig of verander het veiligheidssysteem van de apparaat nooit - daardoor kan oogletsel optreden.

text_image
NL LASER KLASSE 1 CLASS 1 LASER PRODUCT APPAREIL LASER DE CATEGORIE 1 FR DEStations en aansluitingen
- Steek geen vreemde voorwerpen in de openingen van de autoradio (CD-lade, USB-aansluiting, kaartsleuf, AUX-aansluiting). De sleuven en aansluitingen kunnen daardoor beschadigd raken.
- Plaats CD's altijd met de tekstzijde naar boven in de CD-lade. Vermijd het om veel kracht te zetten bij het plaatsen van een CD, het installeren van een kaart of het aansluiten van een extern apparaat. Als u weerstand bemerkt, probeert u het op een andere manier of met een ander medium.
Het apparaat reinigen
Gebruik voor het reinigen een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmiddelen omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen.

WAARSCHUWING!
Bescherm het apparaat tegen vocht. Raak het apparaat niet met vochtige handen aan. U kunt dan een elektrische schok krijgen!
Omgaan met batterijen
- Houd batterijen buiten het bereik van kinderen.
Indien batterijen toch zouden worden ingeslikt, dient u dit uw arts onmiddellijk te melden. - Laad nooit batterijen op, tenzij uitdrukkelijk vermeld staat dat het betreffende type batterijen daarvoor geschikt is.
- Wissel alle verbruikte batterijen in een toestel gelijktijdig uit met nieuwe batterijen van eenzelfde type. .
- Verwissel nooit de polariteit. Let er steeds op dat de polen plus (+) en min (-) correct zijn ingesteld, dit om kortsluitingen te vermijden
- Ontlaad de batterijen nooit door een groot vermogen af te nemen.
- Zorg ervoor dat u de batterijen nooit kortsluit.
- Vermijd hitte en werp de batterijen nooit in het vuur.
- Demonteer of vervorm de batterijen niet.
- Vermijd sterke stoten en bevingen.
- Maak de contacten van het apparaat en de nieuwe batterijen zo nodig eerst schoon.
- Verwijder de gebruikte batterijen onmiddellijk uit de apparatuur.
- Verwijder de batterijen uit uw toestel, als u dit gedurende langere tijd niet gebruikt.
Inbouw
Wij adviseren u het apparaat te laten inbouwen door een vakspecialist. Dan kunt u er zeker van zijn dat het apparaat zonder problemen werkt. Onjuiste bekabeling kan tot schade aan het apparaat en uw auto leiden. Lees, als u uw autoradio zelf wilt inbouwen, de aanwijzingen voor inbouwen en aansluiten in deze handleiding.

WAARSCHUWING!
Koppel vóór het inbouwen de accu van de auto los!
Anders bestaat er kans op kortsluiten en elektrische schokken!
- Verwijder voor het monteren de transportbeveiliging (schroeven in het bovendeel van het huis van de radio die zijn aangegeven met een rode markering).
- Controleer of de indeling van de aansluitingen van uw voertuig overeenkomt met de indeling op de autoradio.
- Zorg dat de kabel niet strak staat, niet langs scherpe randen loopt en zich niet in de buurt van onderdelen bevindt die heeft kunnen worden. Let erop dat u de kabel niet knakt of verdraait.
- Plaats het apparaat in de daarvoor geschikte slede of kies een plaats voor het monteren van het apparaat die de bestuurder bij het rijden niet hindert.
- Sluit de kabels even tijdelijk aan voordat u het apparaat definitief inbouwt. Controleer of ze goed zijn aangesloten en of het systeem goed werkt.
- Neem contact op met een garage of inbouwbedrijf als er wijzigingen aan de wagen noodzakelijk zijn.
- Als u de adapterbus van het snoer knipt of de kabel doorsnijdt, vervalt uw garantie!
- Bouw het apparaat zo in dat er bij hard remmen geen letsel kan optreden.
- Bouw het apparaat niet in op een plaats waar hoge temperaturen (bijv. direct zonlicht of verwarmingslucht), stof, vuil of teveel schokken optreden. Het apparaat kan daardoor beschadigd raken.
- Als het apparaat onder een hoek van meer dan 30° ten opzichte van horizontaal wordt ingebouwd kan dit de optimale werking beinvloeden.

text_image
30°- Houd u bij de montage precies aan de aanwijzingen in deze handleiding. Controleer alle aansluitingen voordat u de accu van de auto weer aansluit.
Inhoud van de verpakking
Controleer de verpakking op volledigheid en stel ons binnen 14 dagen na de aanschaf op de hoogte van eventuele ontbrekende onderdelen.
De levering van het door u aangeschafte product omvat:
- Autoradio
- Bedieningspaneel
• Afstandsbediening incl. batterij
• ISO-aansluiting met kabels - Etui
• Inbouwframe (geplaatst) - 2 sleutels voor het verwijderen van het inbouwframe en het naar buiten trekken van het apparaat
- Verder bevestigingsmateriaal voor de individuele inbouw
- Deze gebruiksaanwijzing
- Garantiebewijs
Overzicht
Bedieningspaneel

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 POWER BND TEL MC PTY AF TA CD/USB/MMC/MP3 PLAYER OPEN AUX 1 2 INT 3 RPT 4 RDM 5 6 APS CLK MODE MUC 12 13 14 15 16 17 18 19 20 211) BND: Frequentie-instelling selecteren in de radiomodus, ID3-tags in MP3-modus weergeven
2) POWER: Enkele seconden ingedrukt houden om het apparaat uit te schakelen. Inschakelen is mogelijk met elke toets (behalve met OPEN).
3) Draaiknop/toets: Herhaaldelijk indrukken om verschillende instellingen te selecteren; Instellingen wijzigen met het draaiwieltje
- Elke instelling blijft slechts enkele seconden actief voordat de basisinstelling Volume ("VOL") opnieuw wordt geactiveerd.
- Draaiknop kort indrukken om de volgende audio-instellingen te kiezen: VOL: Volume, BAS: Bas, TRE: Hoge tonen, BAL: Balans tussen de linker- en rechterluidspreker, FAD: Fader (toonsterkte van achterste luidsprekers).
- Draaiknop langer indrukken om een andere reeks van modi voor Bluetooth- voorziening, tijdinstelling en andere functies op te roepen. Binnen deze reeks kunt u naar de volgende modus overschakelen door kort te drukken.
- IN VOL 17: Instelling van het volume waarop de radio wordt ingeschakeld (basis-instelling is 17).
- CLK: Tijdinstelling, zie „Tijd instellen“ op de pagina 24.
- BEEP 2ND: Geluid bij druk op een toets. Zie „Waarschuwingssignaal bij bediening (BEEP 2ND, BEEP ALL of BEEP OFF)“ op de pagina 34.
- TR VOL: Instelling van het basisvolume voor verkeersberichten.
- EON ON: EON"-functie in- en uitschakelen (OFF). Zie „Radio Data System“ op de pagina 26.
- DSP NONE: Maak met de draaiknop een keuze uit de audioinstellingen FLRT (normaal), CLASSIC, ROCK en POP (zie ook „Draaiknop/toets - Volume en toon instellen“ op de pagina 23).
- LOUD: Loudness inschakelen om lage en hoge tonen te versterken (ON) of uitschakelen (OFF).
- LOC: Lokale zoekmodus (zie „Modus voor regionale programma’s“ op de pagina 26). OFF: Normale ontvangst.
- STEREO: Stereo- of monomodus (MONO) selecteren via de FM-band. Bij zwakke stereo-onvangst kan de instelling MONO de ontvangst verbeteren.
4) PTY („Program Type“): Zenders met bepaalde programma’s zoeken
5) AF(„ Alternative Frequency“):
Kort indrukken om de AF-modus in en uit te schakelen;
Langer indrukken om de regionale modus in de AF-modus in en uit te schakelen.
6) TA („ Traffic Announcement“): Verkeersinformatiezender activeren
7) Bluetooth-LED: brandt als een Bluetooth-apparaat is aangesloten
8) Display
9) OPEN - Bedieningspaneel openen
10) USB-aansluiting
11) AUX: Ander audioapparaat aansluiten met mini-jackplug
12) TEL: Bluetooth-functie – voor de invoer van een telefoonnummer indrukken.
13) Microfoon
14) Infraroodsensor voor de afstandsbediening
15) ◆: Zender zoeken achteruit; naar begin van deze titel en naar vorige titel langer indrukken voor snel achteruit spoelen
16) ▶: Zender zoeken vooruit; naar volgende nummer; langer indrukken voor snel vooruit spoelen
17) Cijfer- en zendertoets 1-6: Tijdens radiogebruik opgeslagen zenders oproepen, Gebruik van gegevensdragers (CD/MP3, USB, SD -kaarten, extern apparaat):
1 ▶ II : Pauze en weergave bij gegevensdragers
2 INT („Intro“): Introweergave bij gegevensdragers
3 RPT („Repeat“): Herhalingsfunctie bij gegevensdragers
4 RDM („Random“): Willekeurige weergave bij gegevensdragers
5 : Tien titels omlaag op gegevensdragers
6 : Tien titels omhoog op gegevensdragers
18) APS: Automatisch zendergeheugen
19) CLK: Tijd instellen/weergeven;
In radiomodus, Radio Data System, USB-gebruik, gebruik van SD-kaart:
Als geen Radio Data System wordt ontvangen: Frequentie en tijd oproepen
20) MODE: Bedrijfsmodus kiezen ( RADIO - DISC - USB - CARD - AUX)
21) MU: Sgeluid uit- en inschakelen;
Achter het bedieningspaneel

text_image
SD/MMC 22 23 24 RESET 25 26 27 28 2522) Sleuf voor een SD-kaart
23) CD-vak
24) ▲: CD uitwerpen
25) Houder voor het bedieningspaneel
26) Stekkers voor het bedieningspaneel
27) RESET -opening: Fabrieksinstellingen herstellen
28) Rood brandende diode (diefstalbescherming)
Afstandsbediening

text_image
POWER DN UP AP SEL SCN CLK - AF MODE BND PTY TA MOOP INT RMM 1 2 3 4 5 6 7 8 * 9 0 # MUTE T-M TEL CLEAR 11 12 13 14 11 15 16 17 18 19 8 9 101) POWER: Enkele seconden ingedrukt houden om het apparaat uit te schakelen
2) AP: Automatisch zendergeheugen
3) SCN: Zoeken naar zenders op alternatieve frequenties (AF-zenders)
4) CLK: Tijd instellen/weergeven
5) BND: Frequentie-instelling selecteren in de radiomodus; ID3-tags in MP3-modus weergeven
6) MODE: Bedrijfsmodus kiezen ( RADIO - DISC - USB - CARD - AUX)
7) Cijfertoets;
Zendertoetsen 1-6;
Bluetooth-functie: Nummer selecteren
8) *: Bluetooth-functie: Telefoontoets *
9) MUTE : Sgeluid uit- en inschakelen
10) T-M: Bluetooth-functie
11) +/−: Volume verhogen of verlagen
12) : Achteruit zoeken naar zenders / vooruit zoeken naar zenders; naar begin van deze titel en naar vorige titel;
13) ▶: langer indrukken voor snel achteruit / vooruit spoelen
14) SEL: Herhaaldelijk indrukken om verschillende instellingen te selecteren (bijv. Nr. 3 op bedieningspaneel)
15) AF („ Alternative Frequency”):
Kort indrukken om de AF-modus in en uit te schakelen;
Langer indrukken om de regionale modus in de AF-modus in en uit te schakelen; zie „Modus voor regionale programma’s“ op de pagina 26.
16) PTY („ Program Type“): Zenders met bepaalde programma’s zoeken
17) TA („Traffic Announcement“): Verkeersinformatiezender activeren (zie „TA - Verkeersinformatie in-/uitschakelen“ op de pagina 27).
18) #: Bluetooth-functie: Telefoontoets #
19) CLEAR: Invoer (telefoonnummer) wissen
20) TEL: Bluetooth-functie: voor de invoer van een telefoonnummer indrukken.
Inbouw en ingebruikname


GEVAAR!
Koppel vóór het inbouwen de accu van de auto los!
Anders bestaat er kans op kortsluiten en elektrische schokken!
FR
DE
ISO-slede en -aansluitingen
De autoradio is bedoeld voor inbouw in een standaard ISO-inbouwslede. Deze moet minimaal 53 x 182 mm groot zijn.

text_image
53 mm 182 mmDe ISO-slede is normaliter uitgerust met twee ISO-stekkers en een antennestekker.

OPMERKING!
Als uw wagen geen ISO-inbouwslede heeft of niet met de aansluitingen is uitgerust, kunt u de meegeleverde kabelaansluitingen gebruiken. Ga naar uw vakgarage, de vakhandel of gespecialiseerde afdelingen van warenhuizen. Zie ook het hoofdstuk „Toelichtingen bij de bekabeling“ op de pagina 19.
Inbouwframe in ISO-slede monteren

LET OP!
Werk volgens de veiligheidsadviezen voor inbouw op pagina 6.
Verwijder voor het monteren de beide transportbeveiligingsschroeven op de bovendeel van het huis van de radio (aangegeven met rode markering) met een kruiskopschroevendraaier!
Bij levering is het inbouwframe (1) over de autoradio (2) heen geplaatst. Trek eerst het inbouwframe van de behuizing van de autoradio.
- Hiertoe schuift u de twee meegeleverde sleutels (3) links en rechts tussen apparaat en inbouwframe, tot de sleutels vastklikken
▶ Vervolgens schuift u het inbouwframe met behulp van de sleutel naar achteren over het apparaat.
Plaats het inbouwframe in de ISO-inbouwslede. (4).
Om het inbouwframe vast te zetten in de inbouwslede, buigt u zo veel mogelijk lipjes met een schroevendraaier naar buiten (5). Kies de lipjes die vast met het frame van de inbouwslede worden verbonden.

text_image
(1) (2) (3) (4) (5) (6)
OPMERKING!
Controleer vervolgens of het inbouwframe goed vastzit. Het frame moet goed vastzitten, zodat het ook bij krachtig remmen niet kan losraken.
▶ Voordat u de autoradio monteert en het frontframe (6) plaatst, voert u de elektrische aansluitingen uit.
Aansluitingen aan de achterzijde
Overzicht van de achterzijde van de autoradio:

text_image
1 2 3 4 5 6 71) Antennekabel
2) Bluetooth-antenne
3) Audio-tulpkabel (rood/wit) met afdekkapjes
4) Subwoofer-kabel (geel) met afdekkapje
5) ISO-aansluitingenblok B (Luidsprekers)
6) ISO-aansluitingenblok A (Stroomvoorziening)
7) Zekering 15 A
Kabelverbindingen voorbereiden
▶ Trek de aansluitingen, die zich in de ISO-inbouwslede van uw auto bevinden, zover naar buiten dat u ze met de aansluitingen van de autoradio kunt verbinden.
Kabelverbindingen uitvoeren

OPMERKING!
Gebruik bij het inbouwen het ISO-stekkerblok van de autoradio. – Als de ISO-stekkers van uw voertuig niet passen op de ISO-aansluitingen van de autoradio, kunt u bij een garage, in de vakhandel of bij een doe-het-zelfzaak een bijpassende adapter aanschaffen.
Via de twee ISO-stekkers van uw voertuig (voor de luidsprekers en voor de stroom-verbindingen) kunnen veilige en correcte elektrische verbindingen tot stand worden gebracht. Als u de kabels echter apart wilt installeren, kunt u aan het einde van dit hoofdstuk meer informatie vinden over de betekenis van de verschillende kabels.
Sluit de antennestekker van de antenne van de wagen aan op de antennebus van de autoradio.
Als u een externe versterker gebruikt, kunt u deze verbinden met de rood/witte audio-tulpstekkers. Werk daarbij ook volgens de handleiding van de versterker.
Als u een externe subwoofer gebruikt, sluit u deze aan met de gele tulpaansluiting.
Werk daarbij ook volgens de handleiding van de subwoofer
▶ Verbind de beide ISO-stekkers van het voertuig (A voor voeding en B voor de luidsprekers) met de ISO-aansluitingenblok van de autoradio.
Zenderopslag testen
In enkele automodellen is in de ISO-stekker voor ISO-blok A de standaardbezetting van de kabels constante plus en geschakelde plus fabrieksmatig omgewisseld (raadpleeg hiervoor). Hierdoor werkt het opslaan van zenders niet.
Probeer, voordat u de autoradio definitief inbouwt, als volgt uit of de zenders blijven opgeslagen:
▶ Sluit de accu van de auto weer aan.
▶ Schakel het contact van de auto in.
▶ Schakel de radio in.
Voer een automatische zenderopslag uit door de toets AS/PS ongeveer twee seconden lang ingedrukt te houden (zie ook „Automatisch de zes sterkste zenders zoeken (APS)“ op de pagina 26).
▶ Schakel het contact van de auto uit.
Schakel het contact weer in en controleer of de zenders zijn opgeslagen (druk hiertoe op de zendertoetsen 1 t/m 6).
Als de zenders zijn opgeslagen, kunt u de radio inbouwen.
Als de zenders niet meer zijn ingeschakeld, moet u een in de vakhandel verkrijgbare adapter plaatsen of in een garage de kabels laten aanpassen. Raadpleeg in dat geval het hoofdstuk „Toelichtingen bij de bekabeling“ op de pagina 19.
Autoradio plaatsen
▶ Schuif de autoradio voorzichtig in het inbouwframe tot hij inklikt.

Let bij het inschuiven op de plaats van de kabels. Deze mogen niet geknikt, beschadigd of onder spanning worden gezet.
Plaats het frontframe op de radio.
Bedieningspaneel
Bedieningspaneel plaatsen
Klik het bedieningspaneel met de beide pennen onder aan de achterzijde in de daarvoor bestemde houders onder in het frame (1).
Klap het bedieningspaneel naar boven (2).

OPMERKING!
Controleer of het bedieningspaneel goed en vast op zijn plaats zit. Als het bedieningspaneel niet correct is ingebouwd, wordt op het display onjuiste informatie weergegeven en/of werken enkele toetsen niet naar behoren.

Bedieningspaneel verwijderen
Druk op de toets OPEN. Het bedieningspaneel klapt naar beneden.
▶ Trek het bedieningspaneel voorzichtig uit de houder.
Diefstalbescherming
Als het bedieningspaneel niet in het frame is ingezet, knippert op het apparaat de diefstalbeschermings-LED.

Als het bedieningspaneel is verwijderd, liggen de contacten van het bedieningspaneel en van de radio bloot.
Let erop dat de blootliggende contacten niet vuil worden. De autoradio kan anders mogelijk niet zonder problemen werken. Bewaar het bedie-ningspaneel ter bescherming altijd in het etui.
Reinig de contacten zo nodig met een schone, pluisvrije en droge doek.
Reset
Als u de radio in bedrijf wilt nemen, drukt u met de punt van een balpen of een ander scherp voorwerp in de RESET-opening.
Als de autoradio een storing aangeeft die niet kan worden verholpen door uit- en inschakelen, drukt u met de punt van een balpen of een ander scherp voorwerp in de RE-SET-opening.

Het apparaat uitbouwen
Om het apparaat weer te demonteren, neemt u eerst de bedieningsmodule eruit en dan het frame.

▶ Voer de rechter- en linkersleutel in de bijbehorende sleuf aan de zijkanten van het apparaat. De beide vergrendelingslipjes zijn nu teruggebogen en u kunt het apparaat uittrekken.
Toelichting en bij de bekabeling


OPMERKING!
De toelichtingen bij de bekabeling zijn bestemd voor gebruik bij afzonderlijke installatie van de verschillende kabels. Neem hiervoor contact op met een vakgarage en overhandig de meegeleverde ISO-stekker en de informatie in dit hoofdstuk aan de garage.
FR
DE
De volgende toelichtingen zijn niet nodig als u de radio wilt aansluiten op de ISO-stekkers van uw voertuig.
Er zijn twee ISO-stekkers met kabels meegeleverd:
- Stekker met voedingskabels voor ISO-aansluitingenblok A
- Stekker met luidsprekerskabels voor ISO-aansluitingenblok B
Overzicht ISO-stekker A: Voeding

flowchart
graph TD
A["Pin 4"] --> B["Rood: contactslot (geschakelde plus) klem 15"]
A --> C["Zwart: massa klem 31"]
A --> D["Blauw: stroomuitgang antennes/versterker"]
A --> E["Geel: geheugenback-up (permanente plus) klem 30"]
B --> F["Pin 12 V+"]
C --> G["Pin 8"]
D --> H["Pin 7"]
E --> I["Pin 5"]
Geheugenback-up (geel)
De gele geheugenback-upkabel moet op een constante plus worden aangesloten. Anders werkt het opslaan van zenders niet.
Antennerelaiskabel (blauw)
De blauwe kabel is bedoeld voor een relaisgestuurde antenne. Het relais zorgt dat de antenne automatisch wordt uitgeschoven als de radio wordt ingeschakeld. Bij uitschakelen wordt de antenne weer ingeschoven.
Deze relaiskabel kan ook worden gebruikt voor het sturen van een externe versterker. Zie voor details over de aansluiting de gebruikshandleiding van de versterker.

LET OP!
Sluit de blauwe kabel nooit aan op de motorkabel van de relaisgestuurde antenne. Hierdoor kan de radio beschadigd worden!
Overzicht ISO-stekker B: Luidsprekers

flowchart
graph TD
B["1 3 5 7"] -->|groen| A["+"]
B -->|groen-zwart| B2["+"]
B -->|wit| A2["+"]
B -->|wit-szwart| B3["+"]
B -->|grijs| C["+"]
B -->|grijs-zwart| C2["+"]
B -->|lila| D["+"]
B -->|lila-swart| D2["+"]
A --> E["links achter luidspreker"]
A --> F["links voor luidspreker"]
C --> G["rechts voor luidspreker"]
D --> H["rechts achter luidspreker"]

OPMERKING!
Als het voertuig alleen luidsprekers voor heeft en de kabels voor de luidsprekers achter niet nodig zijn, moeten de blootliggende uiteinden van deze kabel vakkundig worden geïsoleerd.
Bezetting van het ISO-aansluitingenblok op de auto-radio
| ISO-blok | BLOK B - Luidsprekers | BLOK A - Stroomvoorziening | ||
![]() | 1 | Rechts achter + | 1 | |
| 2 | Rechts achter - | 2 | ||
| 3 | Rechts voor + | 3 | ||
| 4 | Rechts voor - | 4 | Constante plus (permanente 12 V-boordspanning); klem 30 | |
| 5 | Links voor + | 5 | Auto-antenne (ook voor externe versterker, enz.) | |
| 6 | Links voor - | 6 | ||
| 7 | Links achter + | 7 | Geschakelde plus (via het contactslot geschakelde spanning 12 V); klem 15 | |
| 8 | Links achter - | 8 | Massa; klem 31 | |
Problemen door het verwisselen van kabels.
In enkele automodellen is in de ISO-stekker voor ISO-blok A de standaardbezetting van de kabels constante plus en geschakelde plus fabrieksmatig omgewisseld. Als dit zo is, heeft dat invloed op diverse functies. Zo gaan bijvoorbeeld de opgeslagen zenders verloren.
Voor het verhelpen hiervan moet de kabel voor geschakelde plus (rood) en de kabel voor constante plus (geel) in het ISO-aansluitingenblok worden omgewisseld. Hier- voor geschikte adapters zijn in de vakhandel verkrijgbaar.
Eerste gebruik
De afstandsbediening wordt geleverd met de lithiumbatterij (CR 2025, 3 V) reeds geplaatst.
Als transportbescherming is tussen de contacten een kunststof folie aangebracht. Trek voor eerste gebruik de kunststof folie eraf.
Vervangen van de batterij
▶ Schuif de clip iets naar binnen (A).
▶ Trek het batterijvak eruit (B).
Haal de oude batterij eruit en plaats een nieuwe. De batterij ligt onder de bevestigingsclips met de bedrukte kant boven.

text_image
CR 2025 CR 2025▶ Schuif het batterijvak weer naar binnen.
Bediening
Basisfuncties
In- en uitschakelen
U kunt de radio inschakelen met elke willekeurige toets, met uitzondering van OPEN). De radio wordt ook ingeschakeld als een cd of een kaart wordt geplaatst of een USB-stick wordt geplaatst.
Houd de toets POWER enkele seconden ingedrukt om het apparaat uit te schakelen.
Draaik nop/toets - Volume en toon instellen
Met de multifunctionele draaiknop/toets kunt u het volume instellen, verdere geluids-instellingen oproepen en het instellingenmenu openen (zie „Instellingsmenu“ op de pagina 34).
| Instelling | Weergave | Functie | |
| Volume | VOL | Instellen van het volume | |
| Bas | BAS | Instellen van de bas | |
| Hoge tonen | TRE | Instellen van de toonhoogteverdeling | |
| Balance | BAL | Regelen van de volumeverdeling rechts/links | |
| Fader | FAD F/R | Instellen van de volumeverdeling voor (F) en achter (R) | |
- Het volume kunt u op elk gewenst moment aanpassen door aan de draaiknop/toets te draaien. Als u zich in een menu bevindt, wacht u ongeveer 5 seconden totdat de radio automatisch het menu verlaat.

OPMERKING!
Stel het volume altijd zodanig in dat u de geluidssignalen van voorbijkomende noodhulpvoertuigen nog goed kunt horen!
Druk op de draaiknop/toets om een andere geluidsinstelling te kiezen. De huidige waarden van deze instelling wordt op het display weergegeven.
U kunt de instelling wijzigen door aan de draaiknop/toets te draaien.

HINWEIS!
Als u de draaiknop/toets 3 seconden lang ingedrukt houdt, wordt het instellingenmenu geopend (zie „Instellingsmenu“ op de pagina 34).
Mute - Geluid in- of uitschakelen
Druk op MUTE om de geluidsweergave uit te schakelen.
▶ U kunt de dempfunctie met een willekeurige toets opheffen.
Bij de ontvangst van een PTY - of TA - zender (verkeersinformatie) wordt de dempfunctie eveneens uitgeschakeld.
MODE - Veranderen van gebruiksmodus
Druk op de toets MODE om te schakelen tussen radio-ontvangst en de weergave van gegevensdragers (CD, USB, enz.). Op het display wordt de respectievelijke gebruiksmodus weergegeven.
| Gebruiksmodus Display-aanduidingen | |
| Radio-ontvangst | RADIO |
| Weergave van CD-station | DISC |
| Weergave van USB-aansluiting | USB |
| Weergave van een SD-kaart | CARD |
| Afspelen van een extern audio-apparaat | AUX |
CLK - Weergave van aanvullende informatie
- Door het indrukken van de CLK-toets kunt u de weergave op het display als volgt overschakelen: Elke melding wordt slechts enkele seconden weergegeven.
| Gebruiksmodus Weergave | van aanvullende informatie |
| Radiogebruik met ontvangst van Radio Data System | Programmanaam > „CT“ (Clocktime) Tijd > Frequentie > PTY-instellingen |
| Radiogebruik zonder ontvangst van Radio Data System | Frequentie > „CT“ (Clocktime) Tijd > PTY-instellingen |
| Gebruik van CD/USB of kaarten | „CT“ (Clocktime) Tijd gedurende circa 5 se- conden |

OPMERKING!
De omvang van de PTY-functies varieert per zendstation; zie ook hoofdstuk „Radio Data System“ op de pagina 26.
Als u geen Radio Data System- of PTY-informatie ontvangt, wordt PTY NONE op het display weergegeven. Als er geen frequentie wordt ontvangen, wordt PS NONE op het display weergegeven.
Tijd i nstellen
Nadat het apparaat voor het eerst is ingeschakeld of na een RESET wordt de tijd automatisch ingesteld bij de ontvangst van een zender met Radio Data System.
Om de tijd handmatig in te stellen gaat u als volgt te werk:
▶ Roep de tijd op.
Houd, terwijl de tijd wordt weergegeven, de toets CLK ingedrukt. De tijdweergave knippert.
Draai de draaiknop/toets naar rechts om de uren in te stellen of naar links om de minuten in te stellen.
Druk nogmaals op de toets CLK of wacht totdat de weergave terugschakelt, om de nieuwe tijd op te slaan.
Radiof uncties
Frequentie-instelling kiezen
Druk op de toets BND om te schakelen tussen FM (FM1, FM2, FM3) en midden-golf (MW1 en MW2).
Op elke golflengte kunnen zes zenders worden opgeslagen.

OPMERKING!
De drie frequentie-instellingen FM1, FM2 en FM3 dekken hetzelfde frequentiebereik af. Op die manier kunt u tot 18 zenders in het FM-bereik opslaan.
Zender zoeken
Houd de toets ◀ of ▶ enkele seconden ingedrukt om het automatisch zoeken van zenders in te schakelen. Het apparaat zoek nu automatisch naar de volgende zender.
▶ U kunt het zoeken stoppen door opnieuw op ◀ of ▶ te drukken.
Als u kort op een van de toetsen ◆◆ of ▶◆ drukt, kunt u de zenderfrequentie handmatig wijzigen in opwaartse of neerwaartse richting.
Zenders met alternatieve frequenties (AF) zoeken
Zenders die een AF-signaal afgeven, zenden alternatieve frequenties uit waarop even-eens de ingestelde zender wordt uitgezonden. Hierdoor kunt u hetzelfde radiopro-gramma blijven ontvangen ook al legt u een grote afstand af. (Nadere informatie over deze service „Radio Data System“ op de pagina 26.)
Kies met BND het frequentiebereik waarin u de zender wilt zoeken en eventueel opslaan.
Druk dan in een van de drie frequentie-instellingen FM1, FM2 of FM3 op de toets SCN om in het FM-frequentiegebied te zoeken naar zenders die een AF-signaal uitzenden.
De automatische zoekfunctie stopt 5 seconden lang bij elke gevonden zender en gaat dan verder.
Als u de zender wilt beluisteren of opslaan, drukt u op de toets SCN om het zoekproces te onderbreken.
Zender handmatig opslaan
Nadat een zender is gevonden, drukt u ongeveer drie seconden lang op een van de zendertoetsen 1 T/M 6.
Een pieptoon geeft aan dat de zender is opgeslagen. In elke frequentie-instelling (FM1, FM2, FM3, MW1 en MW2) kunt u 6 zenders opslaan.
Het apparaat schakelt na een paar seconden weer over naar de functie voor normale zenderweergave.
Automat isch de zes sterkste zenders zoeken (APS)
Met deze functie worden de drie frequentie-instellingen FM1, FM2 en FM3 doorzocht op de zes sterkste zenders en de gevonden zenders worden opgeslagen onder de programmalocaties 1 t/m 6 van een frequentie-instelling. Ga als volgt te werk om deze functie op te roepen:
Houd de toets APS ongeveer 2 seconden lang ingedrukt. De radio doorzoekt nu het frequentiebereik. Als het zoekproces is voltooid, worden de opgeslagen zenders 5 seconden lang weergegeven. Vervolgens wordt de in frequentiebereik FM1 onder programmalocatie 1 opgeslagen zender weergegeven.
Druk op een van de zendertoetsen 1 - 6 om het zoeken van zenders te stoppen.
Opgeslagen zenders oproepen
Kies met BND het frequentiebereik waarin u de zender hebt opgeslagen.
- Door het indrukken van een de zendertoetsen 1 - 6 worden de opgeslagen zenders weer opgeroepen.
Druk kort op de toets APS om elke opgeslagen zender van elk frequentiebereik gedurende ongeveer 5 seconden te beluisteren.
Radio Da ta System
Het Radio Data System is een service van de radio-omroepen. Naast de gebruikelijke muzikale en gesproken bijdragen wordt extra informatie uitgezonden in de vorm van gecodeerde digitale signalen die door de autoradio kunnen worden weergegeven. Deze informatie, zoals de zendernaam of de titel van de afgespeelde muziek, wordt op het display weergegeven.
Alternatieve frequenties (toets AF)
- Om de AF-modus in te schakelen drukt u eenmaal op de toets AF. Op het display wordt de AF-aanduiding RF weergegeven.
Als de ontvangst zwak is, schakelt de radio automatisch over naar een RDS-zender (Radio Data System) die hetzelfde programma uitzendt.
Als geen RDS-informatie beschikbaar is, knippert de aanduiding AF op het display.
Modus vo or regionale programma's
Sommige zenders zenden op bepaalde tijden regionale programma's uit.
U kunt de modus voor regionale programma's in- of uitschakelen door de toets AF langer dan twee seconden ingedrukt te houden.
Op het display wordt REG ON weegegeven.
Wacht totdat de radioaanduiding opnieuw wordt weergegeven om de modus voor regionale programma's in te schakelen.
- REG ON: De radio zoekt nu binnen de regio naar zenders met verkeersinformatie.
- REG OFF: De radio zoekt nu buiten de regio naar zenders met verkeersinformatie.
TA - Verkeersinformatie in-/uitschakelen
'TA' ('Traffic Announcement') is de modus voor verkeersinformatie. Als de zender RDS-signalen uitzendt en verkeersinformatie biedt, wordt als de TA-functie is ingeschakeld onmiddellijk vanuit andere modi, zoals cd, overgeschakeld naar de radio als er verkeersinformatie wordt uitgezonden. Het volume wordt bij verkeersberichten automatisch verhoogd, voorzover dat laag stond ingesteld.
Zenders die verkeersinformatie uitzenden worden op het display aangeduid met .
Druk kort op de toets TA om de TA-functie in te schakelen.
Als geen zender met verkeersinformatie is geselecteerd, zoekt de radio naar een zender die wel verkeersinformatie heeft. Op het display wordt kort de aanduiding TR SEEK weergegeven.
Als deze functie is ingeschakeld, wordt bovenaan op het display het symbool TR weergegeven.
Als de radio vanuit een andere gebruiksmodus of van een zender zonder verkeersinformatie wordt overgeschakeld naar een zender met verkeersinformatie, kunt u dit proces onderbreken. Druk kort op de toets TA.De TA-functie wordt nu onderbroken zonder dat de TA-modus wordt uitgeschakeld.
Als EON verkeersinformatie vindt op een andere zender kan worden overgeschakeld naar die EON -zender.

OPMERKING!
Als de TA-functie is ingeschakeld, kunnen tijdens het zoeken naar zenders alleen zenders worden opgeslagen/gevonden die verkeersinformatie uitzenden.
EON - Lokale of externe zenders met verkeersinformatie zoeken
Met de meer uitgebreide zenderinformatie „EON“ (Enhanced Other Network Information) beschikt u over extra functies bij het vinden van een zender met verkeersinformatie. Het apparaat schakelt ook over op een zender met verkeersinformatie als u naar een zender luistert die geen verkeersinformatie uitzendt. Na de verkeersinformatie wordt weer overgeschakeld naar de eerdere zender.
Houd de toets TA langere tijd ingedrukt om de modus EON TA LOCAL/EON TA DISTANCE in te schakeln.
| Weergave op display Zoekmodus Uitleg | ||
| EON TA-LO | „EON TA Local“ Lokale modus | Er wordt alleen naar lokale zenders met verkeersinformatie gezocht. |
| EON TA-OX | „EON TA Distance“ Externe modus | Er wordt ook naar verder verwijder-de zenders met verkeersinformatie gezocht. |
PTY-functies („Program Type“)
'PTY' ('Program Type Code') is een functie waarbij de autoradio gericht zoekt naar zenders met een vooraf gekozen soort programma-inhoud. Deze service wordt in toenemende mate door de radio-omroepen ondersteund.
Druk herhaaldelijk op de toets PTY om de gewenste PTY-functie te selecteren.
| Weergave op het display | PTY-functie Zoeken naar zenders |
| PTY MUSIC | Muziek een bepaald muziekgenre |
| PTY SPEECH | Taal met bepaalde gesproken onderwerpen |
| PTY OFF | uitgeschakeld Zonder voorselectie |
Druk dan herhaaldelijk op een zendertoets 1 - 6 om de gewenste PTY-vermelding te selecteren. De zendertoetsen worden als volgt gevuld:
| Toets | Soort muziek Gesproken onderwerpen | |
| 1 | POP M | NEWS (Nieuws), AFFAIRS (Actualiteiten), INFO (Info) |
| 2 | EASY M, LIGHT M | SPORT (Sport), EDUCATE (Vorming), DRAMA |
| 3 | CLASSICS (Klassiek); OTHER M (Andere muziek) | CULTURE (Cultuur), SCIENCE (Wetenschap), VARIED (Diversen) |
| 4 | JAZZ, COUNTRY | WEATHER (Weer), FINANCE (Financi'n), CHILDREN (Kinderen) |
| 5 | NATION M, OLDIES SOCIAL (Social), RELIGION | |
| 6 | FOLK M | TRAVEL (Reizen), LEISURE (Vrije tijd), DOCUMENT (Documentatie) |
Als u 2 seconden lang niets invoert, wordt automatisch gezocht naar zenders die passen bij de geselecteerde PTY-vermelding. Het zoeken wordt gestopt zodra de eerste zender is gevonden.

OPMERKING!
Let op dat deze informatie afhankelijk is van de regio, de radio-omroep en de zender.
Als u geen Radio Data System- of PTY-informatie ontvangt, wordt "PTY NONE" op het display weergegeven.
Gebruik met gegevensdragers (Audio-cd's, MP3, USB, SD, AUX)
De autoradio beschikt over verschillende stations en aansluitingen en kan verschillende indelingen afspelen:
| Stations en aansluitingen | Gegevensdragers en indelingen |
| Cd-/station | Voor commerciële audio-cd’s en eigen cd’s met MP3-bestanden. De cd’s kunnen ook de indeling CD-R en CD-RW hebben. |
| USB-aansluiting Voor USB-sticks* | of MP3-spelers* |
| SD/SDHC-kaartlezer | Voor SD/SDHC-geheugenkaarten* met MP3-bestanden. |
| AUX-IN-aansluiting | Voor de aansluiting van externe audioapparaten, zoals een cd-speler, met een 3,5 mm mini-jackplug. |
* De compatibiliteit met alle op de markt verkrijgbare MP3-spelers, USB-sticks of geheugenkaarten kan niet worden gegarandeerd.

OPMERKING!
De afspeelfuncties voor de verschillende audio-gegevensdragers zijn gro- tendeels hetzelfde en worden daarom samen beschreven in deze handlei- ding (zie „Weergavefuncties“ op de pagina 31).
MP3-bestanden hebben een eigen zoek- en weergavefunctie die u kunt gebruiken om een titel te selecteren (zie „Weergave van ID3-tags“ op de pagina 33).
Op MP3-CD's en externe gegevensdragers (USB of SD-kaarten) kunnen de muziektitels in verschillende mappen worden opgeslagen.
CD-station
Het CD-station bevindt zich achter het bedieningspaneel. Behalve commerciële audio-CD's kan de autoradio ook de CD-R- en CD-RW-indeling afspelen

ADVIEZEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE FUNCTIE
Vocht een hage luchtvochtigheid kunnen storingen van de CD-speler veroorzaken. Zet in dat geval de verwarming van de wagen aan om het vocht voor gebruik te laten verdampen.
Stel de CD-spelerniet bloot aan ectreem hoge of lage temperaturen.
CD's plaatsen en verwijderen
Druk op de toetsen OPEN om het bedieningspaneel omlaag te klappen.
▶ Schuif de CD met het label naar boven in de sleuf.
Sluit het bedieningspaneel weer. De gegevens worden ingelezen, waarna de weergave wordt gestart.
Als u de CD wilt verwijderen, druk op de toets OPEN en opent u het bedieningspaneel weer. Druk op de toets ▲. De CD wordt uitgeworpen. De autoradio schakelt over naar de modus Radio.

LET OP!
Laat tijdens het rijden geen CD uitsteken uit de sleuf.
Verwijder de CD onmiddellijk.
Indicaties bij het inlezen
Tijdens het inlezen van de gegevens verschijnt op het display de melding „TOC READ “ = Inhoudsopgave lezen (“TOC” = “Table of Contents” = Inhoudsopgave). Als de gegevensdrager geen gegevens bevat, wordt “NO FILES” (= Geen bestanden) weergegeven.
USB-aansluiting
U kunt een MP3-speler of een andere USB-gegevensdrager aansluiten op de USB-aansluiting aan de voorzijde van het apparaat.
Uw autoradio is geschikt voor USB-gegevensdragers tot 16 GB.
Daarbij mag de mappenstructuur maximaal 8 niveaus diep zijn en 1024 mappen en 4096 bestanden omvatten.
De USB-aansluiting is voorzien van een beschermkapje om te voorkomen dat er stof in de aansluiting kan binnendringen.
USB-apparaat aansluiten
Haal het beschermkapje van de USB-aansluiting.
▶ Verbind uw USB-apparaat (bijv. een USB-stick of MP3-speler) met de aansluiting. Op het display wordt nu USB weergegeven. De autoradio zoekt naar MP3-bestanden op de gegevensdrager.
Als het apparaat in een andere modus staat (radio, CD) kiest u de USB-aansluiting via de toets MODE.
Als u de USB-aansluiting niet meer gebruikt, plaatst u het beschermkapje terug en drukt u dit vast op de USB-aansluiting.
SD/SDHC-kaartlezer
Het SD-station bevindt zich achter het bedieningspaneel.
Kaart plaatsen en verwijderen
Druk op de toetsen OPEN om het bedieningspaneel omlaag te klappen.
▶ Schuif de geheugenkaart met de contactpunten aan de rechterkant en de afgeronde hoek naar boven in de kaartsleuf. De autoradio zoekt naar MP3-bestanden op de gegevensdrager en op het display wordt de mededeling 50 weergegeven.
Als het apparaat in een andere modus staat (Radio, CD) kunt u de USB-aansluiting kiezen via MOD.
Als u de kaart wilt verwijderen, drukt u op de toetst OPEN en klapt u het bedie-ningspaneel omlaag. Trek de SD-kaart voorzichtig uit het kaartvak.
Apparaat aan AUX IN-aansluiting
U kunt een extra audio-apparaat, bijv. een CD-speler, aansluiten via een 3,5 mm mini-jackplug.
Sluit het externe audio-apparaat aan op de AUX IN-ingang op het bedieningspaneel. De autoradio zoekt dan naar audiobestanden op de gegevensdrager en op het display wordt de mededeling AUX weergegeven.
Als het apparaat in een andere modus staat (radio, CD), kunt u de AUX-aansluiting kiezen met de toets MODE.
Weergavefuncties
W eergave starten en onderbreken
Druk op de toets 1 ▶ II, om het afspelen te starten.
▶ U kunt de weergave onderbreken door opnieuw op 1 ▶ II te drukken.
Als u nogmaals op de toets 1 ▶ II drukt, wordt de normale weergave hervat.
Titel overslaan/10 titels overslaan
Druk op de toets ◀ of ▶ om naar de vorige resp. volgende titel te springen. Het titelnummer wordt op het display weergegeven.
Druk op de zendertoets 5 of 6 om 10 titels achteruit resp. vooruit te springen.
Snel vooruit-/terugspoelen
Houd de toets ◀ of ▶langer ingedrukt om snel vooruit of terug te spoelen.
Bij gebruik van audio-CD-, MP3, USB, SD-kaart:
Druk kort op de zendertoets 2 INT. Op het display verschijnt de aanduiding S-INT (Schijf) of M-INT (Andere gegevensdrager).
Na elkaar worden alle titels ongeveer 10 seconden afgespeeld.
▶ Bij gebruik van MP3, USB, SD-kaart:
Houd de zendertoets 2 INT langer ingedrukt.
Op het display wordt de aanduiding D-INT weergegeven en worden na elkaar de eerste 10 seconden van alle titels in de huidige map gedurende ongeveer 10 seconden afgespeeld.
Als u nogmaals op de toets 2 INT drukt, wordt de normale weergave hervat.
Titel herhalen
Bij gebruik van audio-CD-, MP3, USB, SD-kaart:
Druk kort op de zendertoets 3 RPT. Op het display verschijnt de aanduiding S-RPT (Schijf) of M-RPT (Andere gegevensdrager). Het huidige nummer wordt her-haald. Als u nogmaals op deze zendertoets drukt, wordt de normale weergave hervat.
▶ Bij gebruik van MP3, USB, SD-kaart:
Houd de zendertoets 3 RPT langer ingedrukt.
Op het display verschijnt de aanduiding O-RPT. De titels van de huidige map worden nu herhaald.
Als u nogmaals op de zendertoets 3 RPT drukt, wordt de normale weergave hervat.
Willekeurige weergave activeren
Bij gebruik van audio-CD-, MP3, USB, SD-kaart:
Druk kort op de zendertoets 4 RDM. Op het display verschijnt de aanduiding S-RDM (Schijf) of -RDM (Andere gegevensdrager). Er wordt een willekeurige weergave van alle titels op de CD of de gegevensdrager gestart.
▶ Bij gebruik van MP3-, USB, SD-kaart:
Houd de zendertoets 4 RDM langer ingedrukt.
Op het display verschijnt de aanduiding O-ROM. De titels van de huidige map worden nu in willekeurige volgorde weergegeven.
Als u nogmaals op de zendertoets 4 RDM drukt, wordt de willekeurige weergave uitgeschakeld.
Titelnummer zoeken
Haal met de toets APS de zoekfunctie "TRACK SEARCH" (nummer van de song) op.
▶ Selecteer nu met de draaiknop/toets het eerste cijfer van het songnummer.
Druk op de toets APS om uw selectie te bevestigen en over te schakelen naar het tweede cijfer van het songnummer.
▶ Selecteer nu met de draaiknop/toets het tweede cijfer van het songnummer en bevestig uw keuze met een druk op de draaiknop/toets.
De song met het ingevoerde nummer wordt weergegeven.
MP3-gegevendragers maken: ID3-tags

OPMERKING!
Gegevensdragers met MP3-bestanden (CD-ROM's, USB-sticks, enz.) kunnen, net als gegevens-CD's, afzonderlijke titels of mappen bevatten. Houd er bij het maken van de gegevensdrager rekening mee dat u titels niet op hetzelfde niveau opslaat als mappen, maar alleen in de mappen. Het op hetzelfde niveau door elkaar opslaan van titels en mappen kan problemen bij het afspelen veroorzaken.
Bij het maken van de MP3-bestanden kunt u bovendien zogenaamde „ID3-TAGS” opslaan (voor de invoer hiervan wordt een editor voor ID3-tags geadviseerd). Dit is een informatieblok op een MP3-CD dat in de MP3 achter de eigenlijke muzikale gegevens ligt. Dit kunnen bijv. gegevens zijn over de artiest, de titel, de naam van het album en het jaar van uitbrengen van het muziekstuk, en een kort commentaar.
De autoradio kan dit informatieblok lezen en op het display weergeven. In lopende tekst worden de verschillende gegevens na elkaar weergegeven.
Weergave van ID3-tags
Om de ID3-tags weer te geven drukt u op de toets BND.
Telkens wanneer u op deze toets drukt, wordt een andere rubriek weergegeven:
TITEL > VERTOLKER > ALBUMNRAAM.
Gegevensdragers met audio- en MP3-gegevens
Bij CD's die muziek in zowel audio-indeling als MP3-indeling bevatten, worden normaliter alleen de titels in de standaard audio-indeling weergegeven. Ga als volgt te werk om MP3-gegevens op te roepen:
Druk op de toets BND en houd deze ongeveer 3 seconden ingedrukt. Het apparaat doorzoekt de CD op mappen met MP3-gegevens en geeft deze weer.
Instellingsmenu
Instellingsmenu openen
Houd in de radiomodus de draaiknop/toets ongeveer 3 seconden ingedrukt. Het instellingsmenu wordt nu weergegeven.
Druk herhaaldelijk kort op de draaiknop/toets om de gewenste functie op te roepen.
De instelling van een functie kunt u wijzigen door aan de draaiknop/toets te draaien.
De instellingen worden automatisch opgeslagen zodra opnieuw naar de radio- of CD-weergave wordt overgeschakeld.
Instelbare functies
Ontvangstbereik verlaten (TA SEEK of TA ALARM)
- TA SEEK: Als u buiten het ontvangstbereik komt of het signaal te zwak wordt voor verkeersinformatie wordt het zoeken gestart en wordt gezocht naar de sterkste TA-zender (zender met verkeersinformatie).
- TA ALARM: Als u het ontvangstgebied verlaat of als het signaal voor verkeersinformatie zwakker wordt, klinkt een alarmsignaal.
Geluid bij zoeken van zenders (PI SOUND of PI MUTE)
• PI SOUND: Zenders zoeken met geluid.
- PI MUTE: Tijdens het zoeken wordt het geluid uitgeschakeld.
Geluid bij zoeken van zenders met PI-code (RETUNE L of RE-TUNE S)
- RETUNE L („LONG“ - LANG): Het zoeken naar een zender met de juiste PI-code (programma-identificatie) gaat 90 seconden door.
- RETUNE 5 („SHORT“ - KORT): Het zoeken naar een zender met de juiste Pl-code gaat 30 seconden door.
Bepaalde zenders verbergen (MASK DPI of MASK ALL)
- MRSK OPI: Verbergt de AF-zenders met een andere PI-code.
- MASK ALL: Verbergt de AF-zenders die een andere PI-code hebben en alle storende niet-PI-zenders die dezelfde zendfrequentie hebben
Waarschuwingssignaal bij bediening (BEEP 2ND, BEEP ALL of BEEP OFF)
- BEEP 2MO: Bij het langer indrukken van de toets klinkt een pieptoon.
- BEEP ALL: Bij elke keer indrukken van de toets klinkt een pieptoon.
• BEEP OFF: Pieptoon uit.
Zoeken van zenders be'indigen (SEEK1 of SEEK2)
- SEEK1: Het zoeken naar zenders wordt gestopt zodra de volgende zender wordt ontvangen.
- SEEK2: Het zoeken naar zenders houdt op als een van de toetsen ◀◀ ▶▶ wordt losgelaten en de volgende zender wordt ontvangen.

FR
DE
Digitale effecten bij weergave (DSP OFF, FLAT, POP M, CLASSICS of ROCK)
DSP OFF: Audio-uitvoer zonder digitale effecten (Digital Sound Processing).
FLAT, POP M, CLASSICS of ROCK: Verschillende digitale effecten voor de audio-uitvoer.

OPMERKING!
Houd er rekening mee dat als digitale effecten zijn ingeschakeld, de geluidsinstellingen BAS (Bas) en TRE (Hoge tonen) niet beschikbaar zijn.
Klankversterking (LOUD ON of LOUD OFF)
- LOUD ON: Loudness ingeschakeld (wel klankversterking).
- LOUD OFF: Loudness uitgeschakeld (geen klankversterking).
Audio-uitvoer (STEREO/MONO)
AUDIO-uitvoer van de radio in stereo of mono instellen. Bij de ontvangst van een stereozender wordt het stereosymbool weergegeven op het display.
Regionale of nationale zenders ontvangen (DX of LOCAL)
- X : De ontvangstgevoeligheid is ingesteld op interregionale zenders.
- LOCAL: De ontvangstgevoeligheid is ingesteld op regionale (lokale) zenders.
Volume bij inschakelen van autoradio (VOL LAST of VOL ADJUST)
- VOL LAST: Na de inschakeling wordt het volume overgenomen dat was ingesteld toen het apparaat voor het laatst werd uitgeschakeld.
- VOL ROJ: Na de inschakeling wordt een vast volume ingesteld, dat u kunt opgeven via het submenu VOL ROJ.
Druk hiertoe op de draaiknop/toets om naar de instelling R VOL te gaan.
Stel met de draaiknop/toets het volume in dat moet worden gebruikt als het apparaat de volgende keer wordt ingeschakeld. De laagste waarde is 10.
U kunt een externe actieve subwoofer aansluiten om een aanzienlijk krachtiger baseffect te genereren. Stel de functie Subwoofer in op On als u een externe subwoofer aansluit.
- WOOFER ON: Subwoofer aan. Het baseffect is ingeschakeld.
- WOOFER OFF: Subwoofer uit. Het baseffect is uitgeschakeld.
Bluetooth-functie gebruiken
De autoradio beschikt over een Bluetooth-functie die u in staat stelt de radio als hands-free-installatie voor uw mobiele telefoon te gebruiken.
Voorwaarde is natuurlijk dat uw mobiele telefoon (GSM) de Bluetooth-functie ondersteunt en compatibel is met de autoradio.
Mobiele telefoon aanmelden bij radio („Pairing“)

LET OP!
Zorg ervoor dat alleen de Bluetooth-compatibele mobiele telefoon waarmee u in de auto wilt bellen zich in de buurt van de Bluetooth-eenheid bevindt.
Schakel deze mobiele telefoon in en activeer de Bluetooth-functie in de mobiele telefoon. Raadpleeg zo nodig de bedieningshandleiding van de mobiele telefoon.
Zodra de mobiele telefoon de radio heeft gevonden, vindt een bijbehorende melding in de mobiele telefoon plaats (bijvoorbeeld: NIEUW APPARAAT GEVONDEN, enz.). De autoradio wordt op de mobiele telefoon weergegeven en er wordt om een wachtwoord gevraagd. Voer op de mobiele telefoon het wachtwoord „0000“ in voor uw autoradio MD 83223.
- Op de autoradio verschijnt de melding CONNECT" en vervolgens, nadat de mobiele telefoon is herkend, de Bluetooth-naam van de mobiele telefoon.
Verbindingsstatus
De Bluetooth-LED aan de voorzijde van de autoradio geeft aan welke verbindingsstatus op dat moment actief is:
• LED 14/T: Geen verbinding.
- LED knippert: Verbinding is tot stand gebracht. Op het display wordt het Bluetooth-symbool weergegeven.
Als de verbinding tot stand is gebracht, worden uitgaande en binnenkomende gesprekken van de mobiele telefoon overgedragen naar de autoradio.
- LED brandt: Er vindt op dat moment een gesprek plaats.
Verbinding tot stand brengen
U kunt de verbinding tot stand brengen door op de mobiele telefoon de desbetreffende functie uit te voeren.
U kunt de verbinding ook tot stand brengen door op de afstandsbediening van de utoradio op de toets T-M te drukken.
- Het verbreken van de Bluetooth-verbinding moet plaatsvinden vanaf de mobiele telefoon.
Als de apparaten waren uitgeschakeld en opnieuw worden ingeschakeld, zoekt de autoradio automatisch naar verbonden apparaten. Dit duurt ongeveer 10-15 seconden

FR
DE
Bellen
Plaats de ingeschakelde mobiele telefoon in de buurt van de autoradio.
Nummers kiezen
U kunt het telefoonnummer op de gebruikelijke wijze invoeren op de mobiele telefoon. U kunt het telefoonnummer echter ook via de afstandsbediening invoeren:
Druk kort op TEL (op de autoradio of op de afstandsbediening). Op het display wordt nu CALL weergegeven.
▶ Voer met de cijfertoetsen van de afstandsbediening het telefoonnummer in.
Als u een typfout hebt gemaakt, kunt u cijfers wissen met CLEAR (MU/C).
Als u het nummer in zijn geheel wilt wissen, houdt u CLEAR (MU/C) een moment lang ingedrukt.
Als u het ingevoerde nummer wilt kiezen, drukt u opnieuw op TEL. Op het display verschijnt de gespreksduur.
Nummerherhaling
Druk tweemaal op de toets TEL om het als laatste gekozen telefoonnummer te bekijken.
Druk nogmaals op TEL om het nummer te kiezen.
U kunt ook op de toets T-M drukken. Op het display wordt REDIAL weergegeven. Met de draaiknop maakt u een keuze uit de laatste telefoonnummers. Dit zijn zowel nummers die u zelf hebt gekozen als nummers van binnengekomen gesprekken.
▶ Druk op TEL om het nummer te kiezen.
Gesprek aannemen
Als uw mobiele telefoon overgaat, wordt de beltoon weergegeven via de luidsprekers. Op het display wordt nu PHONE en het nummer weergegeven.
Druk op TEL om het gesprek aan te nemen.
▶ Als u het gesprek niet wilt aannemen, drukt u op CLEAR (MU/C) .
Als de autoradio bij een binnenkomend gesprek in de stand-by-modus staat, wordt het toestel automatisch ingeschakeld. Nadat een gesprek is be'indigd, wordt de stand-by-modus weer actief.
Tijdens het gesprek
Tijdens het gesprek wordt de duur van het gesprek weergegeven op het display.
U kunt verschillende functies uitvoeren:
• Volume regelen: Draai aan de draaiknop van de autoradio. Het basisvolume is 25.
- Geluid uitschakelen: Druk op T-M om het gesprek te onderbreken. Druk nogmaals op T-M om het geluid opnieuw weer te geven.
- Gesprek overbrengen naar de autoradio: Houd de toets TEL ongeveer 3-4 seconden ingedrukt om het gesprek van de mobiele telefoon over te brengen naar de autoradio en van de autoradio naar de mobiele telefoon.
Gesprek be'indigen
Druk op CLEAR (MU/C) om het gesprek te be'indigen.
A2DP-modus
Veel mobie le telefoons beschikken tevens over een functie voor audioweergave (MP3-speler, enz.). A2DP („Advanced Audio Distribution Profile“) is de mogelijkheid om audiobestanden op Bluetooth-apparaten weer te geven. Uw autoradio beschikt over deze mogelijkheid.
Als uw mobiele telefoon is aangemeld bij de autoradio, kunt u de audiogegevens weergeven via de autoradio.
▶ Selecteer met MODE de A2DP-weergave. Op het display blijft A2DP staan.
▶ Selecteer de audio-weergave op de mobiele telefoon. Eventueel moet u op de mobiele telefoon de Bluetooth-weergave selecteren en de autoradio instellen als uitvoerapparaat.
▶ Met MODE schakelt u over tussen radio-, USB-, kaart- en A2DP-gebruik.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK
VERHELPEN VAN
STORINGEN
| Kan apparaat niet inschakelen. | Het contact staat niet aan. | Contact aanzetten door de contactsleutel te draaien |
| Een van de zekeringen is defect. | Zekering vervangen. | |
| Kan de cd niet insteken. | Er zit al een cd in de auto-radio. | De cd uitnemen. |
| De cd kan niet volledig in het diskvak geplaatst worden. | De transportbeveiliging aan de bovenkant werd niet verwijderd voordat het apparaat werd gemonteerd. | De transportbeveiliging verwijderen. |
| De cd wordt niet herkend. | De cd is omgekeerd in het vak gelegd. | De cd met de labeling naar boven inleggen. |
| De cd is vuil of defect. | De cd schoonmaken of een andere cd inleggen. | |
| De temperatuur in de auto is te hoog. | Wachten tot de omgevingstemperatuur weer normaal is. | |
| Geen geluid! | Het geluidsvolume staat te laag. | Het volume verhogen. |
| De kabels zijn niet goed aangesloten. | De kabelverbindingen controleren. | |
| Functietoetsen functioneren niet. | De ingebouwde microcomputer werkt niet behoorlijk als gevolg van ruis. | Op de toets RESET drukken. |
| De bedieningsmodule is niet correct geplaatst. | Controleer of de bedieningsmodule correct is geplaatst. | |
| De cd verspringt. | De inbouwhoek is groter dan 30°. | De inbouwhoek corrigeren. |
| De cd is vuil of defect. | De cd schoonmaken of een andere cd inleggen. | |
| Het voertuig schommelt te sterk. | Wachten met het afspelen van de cd tot het wegdek opnieuw vlak is. | |
| Fouten bij zelfgebrande cd's. | De zelfgebrande cd in een andere speler controleren. |
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK
VERHELPEN VAN
STORINGEN
| De radio en/of het auto-matische zendergeheugen functioneren niet. | De antennekabel is niet correct aangesloten. | Controleren of de antennekabel goed insteekt. |
| De zendersignalen zijn te zwak. | De zenders handmatig in-stellen. | |
| Het zendergeheugen werkt niet. | De kabel voor constan-te plus (geel) is niet goed aangesloten. | De kabelverbindingen con-troleren. Zie hiervoor het hoofdstuk „Inbouw en in- gebruikname“ auf Seite 13. |
| De mobiele telefoon wordt niet herkend. | De mobiele telefoon is niet compatibel met de Blu-etooth-eenheid. | De werking met een ande-re mobiele telefoon testen. |
| Condensatie! | De autoradio een paar uur uitschakelen en het daarna opnieuw proberen. | |
| Wanneer het product moet afrekenen met span- ningsschommelingen of overspanning werkt het misschien niet meer naar behoren. | Neem het frontpaneel af en druk tweemaal op de toets RESET om de normale werking te herstellen. | |
Afvalverwijdering
Verpakking

Niet meer benodigde verpakkingen en hulpmiddelen daarvoor kunnen worden gerecycled en dienen als herbruikbaar materiaal te worden afgevoerd.
Apparaat

Behandel het apparaat op het eind van de levensduur in geen geval als gewoon huisvuil. Informeer naar de mogelijkheden om het milieuvriendelijk als afval te verwijderen.
Batterijen

Lege batterijen horen niet bij het huisvuil! Ze moeten bij een verzamelpunt voor lege batterijen worden ingeleverd.
Technische gegevens
Algemeen
Voeding: DC 12V, negatieve massaverbinding
Maximaal stroomverbruik: 15 A
Afmetingen apparaat: 178 x 165 x 55 mm (B x D x H)
Uitgangsvermogen: max. 4 x 22 Watt (RMS)
Radio
FM: 87,5 tot 108 MHz
Middengolf (MW): 522 tot 1620 kHz
Bluetooth-versie: 2.0
CD-/MP3-speler
Laservermogen: Klasse 1 laser
Frequentiebereik: 40 Hz - 18 kHz
MPEG-snelheid 64 - 320k
MP3-Playback: ISO 9660 & Joliet Formaat of MP3
Ondersteunde indelingen: Audio-CD's, CD-R's, CD-RW's

text_image
LASER KLASSE 1 CLASS 1 LASER PRODUCT APPAREIL LASER DE CATEGORIE 1Aansluiting
AUX: 3,5 mm mini-jackplug
USB-gegevensdragers: 1,1 en 2,0 tot 16 GB (getest)
Geheugenkaarten: SD, SDHC,tot 16 GB (getest)
Er zijn tegenwoordig vele soorten, deels niet gestandaardiseerde, CD-opnamemethoden en kopieerbeschermingen en daarnaast verschillende soorten blanco CD-R's en CD-RW's.
In een enkel geval kunnen daardoor leesfouten of vertragingen optreden. Dit is geen defect van het apparaat.
Dit apparaat is toegelaten volgens richtlijn 72/245/EWG (laatst gewijzigd door richtlijn 2009/19/EG) - „Elektromagnetische compatibiliteit“ (zgn. Ekeur).

03 10283
Technische wijzigingen voorbehouden!
C€1588
Conformiteitsgegevens

Hierbij verklaart MEDION AG dat deze apparaten conform zijn aan de fundamentele vereisten en aan de overige desbetreffende bepalingen van de richtlijn 1999/5/EG. Volledige conformiteitsverklaringen vindt u onder www.medion.com/conformity.
FR
DE
Sommarie
NL
Gebruikt u a.u.b. het contactformulier op onze website onder Servie en Onodersteuning.





