MD 41681 - Autoradio MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 41681 MEDION in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MD 41681 MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 41681 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 41681 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 41681 MEDION
- PTY: Code programmatype Omvat programma's als nieuws, muziek, sport enz., afhankelijk van de zendgemachtigde.
- TA: Traffic Announcement Identification U krijgt automatisch actuele verkeersinformatie ongeacht waarnaar u luistert.
- AF: Inschakelen van de RDS-modus
- EJECT: Uitwerpen cd
- CD-vak Voor het inschuiven van de cd.
- MODE: Omschakelen radio/cd/MP3
- RELEASE: Verwijderen frontpaneel
-
ILL/PWR Aan-/uitknop & AUDIO ADJUST: Klankregeling
-
SEL: Instellen van volume, lage tonen, hoge tonen, balans en fader
-
P. EQ: Equalizer
-
Rood knipperlichtje (anti-diefstal-LED)
-
BND/LOU: Keuze bandbereik/loudness, ENTER
-
Stationstoets 1-6
-
DSP: Opvragen van programma- tijd- frequentie- en PTY-instellingen
-
+>>: Tune/zenderzoeker vooruit
-
-<<: Tune/zenderzoeker achteruit
-
AMS/MP3 Automatisch zenderopslag/omschakeling Frequentieweergave/zenderweergave
-
PAU: Pauzetoets (bij cd/MP3)
-
SCN: Scantoets (ca. 10 sec. afspelen van het cd-nummer/MP3)
-
RPT : Herhalen van een nummer (cd/MP3)
-
SHF: Willekeurig afspelen (cd/MP3)
-
-
-
-
-
DISPLAY
-
RESET: Terugzetten in standaardinstellingen
BEDIENELEMENT/OPERATING PANEL/PANNEAU DE COMMANDE ELEMENTI DI COMANDO/ELEMENTO DE MANDO/BEDIENINGSELEMENT

text_image
OPEN PRO² AUDIO ADJUST F1 87.5 MANU/SKIP DISP IFL/PWR AF MANU/SKIP MODE SEL MODE 1 2 3 4 5 6 MP3 LOUD/ENTER 0 BAN DIST 15 1318242322212019
Schroef verwijderen alvorens te installeren....4
DIN montage vooraan (methode A)....4
Installeren van het toestel....4
Verwijderen van het toestel....5
DIN montage achteraan (methode B)......6
Gebruik maken van het afneembaar voorpaneel ....7
Aansluitingen van de draden....8
Werking 9
In- en uitschakelen van het toestel en verlichting ....9
Afschermkap vooraan verwijderen 9
Klankregeling....9
Volume....10
Display....10
Equalization 11
Vacuüm Fluorescerend Display (enkel voor VFD-versie)......11
Knipperende LED 11
ESP-functie....11
Reset-functie....11
Bedienen van de radio....11
Omschakelen naar radiomodus....11
Selecteren van de frequentieband....11
Selecteren van een radiostation 11
Automatisch opslaan in het geheugen & programma's scannen ....12
Opslaan van radiostations 12
RDS (Radio Data System)....12
Functie EON TA LOCAL....13
Functie EON TA DISTANCE....13
Werking van de cd....14
Omschakelen naar cd-modus....14
Selecteren van nummers....14
Pauzeren bij het afspelen 14
Snel overzicht van alle nummers 14
Hetzelfde nummer herhalen 14
Alle nummers in willekeurige volgorde afspelen....14
Een schijfje uit het toestel nemen....14
MP3-modus (enkel voor MP3-versie)....15
Opmerkingen m.b.t. het schijfje....17
Werking van de Bluetooth™ 18
- Bouw het toestel in op een plaats waar het de bestuurder normaal gesproken niet kan hinderen bij het rijden.
- Alvorens u het toestel definitief installeert, eerst alles voorlopig aansluiten en dan nagaan of alles correct aangesloten is en of het toestel en het systeem goed werken.
- Om het toestel correct te installeren mag u enkel gebruik maken van de onderdelen die werden bijgeleverd. Gebruik van niet-erkende onderdelen kan het toestel beschadigen.
- Neem contact op met de dichtstbijzijnde dealer indien er gaten moeten worden geboord of indien andere aanpassingen aan de wagen noodzakelijk zijn om het toestel te installeren.
- Installeer het toestel op een plaats waar het de bestuurder niet kan hinderen en de medepassagier niet kan verwonden wanneer de wagen bruusk moet stoppen, b.v. bij een noodstop.
- Indien de hoek waarin het toestel staat ten opzichte van het horizontale vlak groter is dan 30°, kan het zijn dat het niet optimaal werkt.

text_image
30°- Installeer het toestel liever niet op een plaats waar het blootstaat aan hoge temperaturen, zo b.v. aan rechtstreeks zonnelicht of hete lucht van de verwarmingsinstallatie, of ook op een plaats waar veel stof, vuil of zeer sterke trillingen voorkomen.
DIN MONTAGE VOORAAN/ACHTERAAN
Dit toestel kan zowel worden gemonteerd vanaf de "voorkant" (conventionele DIN montage vooraan) als vanaf de "achterkant" (DIN montage achteraan, gebruik makend van de getapte schroefgaten aan de zijkanten van de behuizing van het toestel). Voor meer details verwijzen wij u naar de illustraties bij de verschillende installatiemethodes.
Schroef verwijderen alvorens te installeren Alvorens u het toestel installeert, eerst de twee schroeven verwijderen.
Neem de schroef eruit alvorens te monteren

text_image
roer eruit onterenDIN MONTAGE VOORAAN (METHODE A) Installeeropening
Dit toestel kan in om het even welk dashboard worden geïnstalleerd dat beschikt over een opening zoals hieronder te zien is.

text_image
53 mm 182 mmInstalleren van het toestel
Test eerst alle verbindingen en volg daarna de verschillende stappen om het toestel te monteren.
- Zorg ervoor dat de contactschakelaar uit staat en maak de kabel van de negatieve pool (-) aan de accu los.
- Maak de bundel draden en de antenne los.
- Met de twee bijgeleverde sleutels kunt u de lipjes in de huls van het toestel losmaken zodat u het kunt verwijderen. Steek de sleutels zo ver mogelijk naar binnen (met de inkepingen naar boven) in de bijbehorende groeven aan de linker- en aan de rechterkant van het toestel. Schuif dan de huls aan de achterkant van het toestel af.

text_image
Huls L-toets R-toets- Monteer de huls door ze in te brengen in de opening van het dashboard en buig de lipjes die rond de huls zitten open met een schroevendraaier. Niet alle lipjes zullen contact kunnen maken, ga dus na welke het meest efficiënt zijn. Buig de juiste lipjes achter het dashboard open om de huls op zijn plaats te houden.

text_image
Schroevendraaier Lipjes Dashboard Huls-
Sluit de bundel draden en de antenne opnieuw aan en draag er zorg voor dat er geen draden of kabels geklemd raken.
-
Schuif het toestel in de huls tot het vastzit op zijn plaats.
-
Om het toestel verder vast te zetten, moet u gebruik maken van het bijgeleverde metalen plaatje waarmee u de achterkant van het toestel op zijn plaats kunt houden. Gebruik het bijgeleverde gereedschap (zeskantmoer (5 mm) en veerring) om het ene uiteinde van het plaatje te verbinden met de monteerbout aan de achterkant van het toestel. Buig indien nodig het plaatje een beetje zodat het past in de montageruimte in uw wagen.
Gebruik dan het bijgeleverde gereedschap (tapschroef (5 x 25 mm) en platte onderlegring) om het andere uiteinde van het metalen plaatje te verbinden met een massief metalen gedeelte van het voertuig onder het dashboard. Op die manier zorgt het metalen plaatje ervoor dat het toestel correct geaard is.

text_image
Veerring Zeskantmoer Metalen plaatje Monteerbout Platte onderlegring Tapschroef- Sluit de kabel opnieuw aan op de negatieve pool van de accu van het voertuig (-).
Verwijderen van het toestel
-
Verwijder het metalen plaatje dat aan de achterkant van het toestel bevestigd is (indien er überhaupt zo'n plaatje werd bevestigd).
-
Druk op de toets OPEN om het voorpaneel naar beneden te schuiven.

text_image
Open- Steek de vingers in de uitsparing aan de rechterkant van de buitenste regelring en trek die naar buiten om hem te verwijderen. (U kunt ook de buitenste regelring aan de linkerkant wegnemen.)

text_image
Buitenste regelringInstallatie
- Wanneer u de buitenste regelring verwijderd heeft, druk dan nog eens op de toets OPEN om het voorpaneel naar boven te schuiven. Steek dan de twee bijgeleverde sleutels in de gleuven aan de linker- en aan de rechterkant van het toestel, en trek dan het toestel uit het dashboard.

Indien u een voertuig heeft van het type Nissan, Toyota of Suzuki, volg dan de onderstaande montage-instructies. Gebruik de schroefgaten die gemarkeerd zijn met T (Toyota), N (Nissan) of S (Suzuki) en die zich bevinden aan de twee zijkanten van het toestel om het toestel vast te maken op de radiomontagebeugels die met uw voertuig werden bijgeleverd.
Zo maakt u het toestel vast op de radio- montagebeugels:
- Breng de schroefgaten op de beugel op één lijn met de schroefgaten op het toestel en trek dan de schroeven vast aan elke kant.
- Maak vast met de bijgeleverde schroeven met platte kop (5 x 5 mm) of met verzonken kop (4 x 5 mm), al naargelang van de vorm van de schroefgaten in de beugel.
Opmerking:
De buitenste regelring, de huls en het metalen plaatje worden niet gebruikt voor montage volgens methode B.

text_image
Zijaanzicht waarbij de schro- efgaten die gemarkeerd zijn met T, N of S te zien zijn. Radiomontagebeugel Schroef Schroef Dashboard of consoleGebruik maken van het afneembaar voorpaneel
Het voorpaneel verwijderen
- Druk op de toets OPEN, het voorpaneel schuift naar beneden.

text_image
Open- Druk nog eens op de toets OPEN, het voorpaneel schuift naar boven.

text_image
Open- Wanneer het voorpaneel naar beneden schuift, druk dan de toets onderaan op het voorpaneel naar boven en trek het uit de beugel waarop het paneel vastzit.

text_image
Toets onderaan- Voor alle veiligheid legt u het voorpaneel na het demonteren best onmiddellijk in het beschermende etui dat bij het toestel werd bijgeleverd.

text_image
Beschermend etui VoorpaneelHet voorpaneel opnieuw monteren
- Wanneer de beugel waarop het voorpaneel vastzit in de positie "naar beneden geschoven" staat, brengt u het voorpaneel in de beugel en drukt u op de toets OPEN om naar boven te schuiven.

text_image
Toets onderaan- Wanneer de beugel waarop het paneel vastzit in de positie "naar bo- ven geschoven" staat, brengt u een kant van het voorpaneel in de juiste positie en drukt u de andere kant in de beugel waarop het paneel vastzit; er moet een klikgeluid te horen zijn.

text_image
Voorpaneel- Indien het voorpaneel niet juist op zijn plaats zit, dan kan het zijn dat het toestel niet reageert wanneer u op de controletoets drukt en dat er een aantal elementen op het display ontbreken. Druk op de toets OPEN en installeer het voorpaneel opnieuw.
Voorzorgsmaatregelen
-
Laat het voorpaneel niet vallen.
-
Oefen geen druk uit op het display of op de controletoetsen wanneer u het voorpaneel losmaakt of opnieuw monteert.
-
Raak de contacten op het voorpaneel of op het toestel niet aan. Dat kan een slecht elektrisch contact tot gevolg hebben.
-
Indien er vuil of vreemde substanties op de contacten zitten, kan dat worden verwijderd met een propere en droge vod.
-
Stel het voorpaneel nooit bloot aan hoge temperaturen of aan rechtstreeks zonnelicht.
-
Zorg ervoor dat er geen vluchtige stoffen (b.v. benzeen, verdunner of insecticiden) in aanraking komen met het oppervlak van het voorpaneel
-
Probeer het voorpaneel niet uit elkaar te nemen.
Aansluitingen van de draden

flowchart
graph TD
A["AUTORADIO RÜCKSEITE"] --> B["Antennen Verbindung"]
A --> C["Zündschloss-schalter (B+)"]
A --> D["Speicher Back-up"]
A --> E["Erdanschluss (B-)(Masse)"]
A --> F["Strom-antenne"]
A --> G["vorne links Lautsprecher"]
A --> H["hinten links Lautsprecher"]
C --> I["rot"]
D --> J["rosa"]
E --> K["schwarz"]
F --> L["gelb"]
G --> M["grün"]
H --> N["blau"]
C --> O["grau"]
D --> P["grün/schwarz"]
I --> Q["RCA Kabel"]
J --> Q
K --> Q
L --> Q
M --> R["vorne rechts Lautsprecher"]
N --> S["weiss"]
O --> T["weiss/schwarz"]
Q --> U["rechts rot links weiss"]
R --> V["vorne rechts Lautsprecher"]
S --> W["hinten rechts Lautsprecher"]
IN- EN UITSCHAKELEN VAN HET TOE- STEL EN VERLICHTING (enkel voor VFD-versie)
Druk op om het even welke toets om het toestel uit te schakelen (uitgezonderd de toets OPEN (7) en EJECT (4)). Wanneer het systeem ingeschakeld is, druk dan eventjes op de toets ILL/PWR (8) om de helderheid van het VFD te controleren. Houd hem verschillende seconden ingedrukt om het toestel uit te schakelen.
AFSCHERMKAP VOORAAN VERWIJDEREN
Druk op de toets OPEN (7) om de afneembare afschermkap (vooraan) weg te nemen.
KLANKREGELING
Druk eventjes op de toets SEL (10) om de gewenste regelmodus in te stellen. De regelmodus verandert in de onderstaande volgorde:

flowchart
graph LR
A["VOL (Volume)"] --> B["BAS (Bass)"]
B --> C["TRE (Treble)"]
C --> D["BAL (Balance)"]
D --> E["FAD (Fader)"]
Door te draaien aan de knop AUDIO ADJUST (8) in de richting van de wijzers van de klok of in omgekeerde richting kunt u de gewenste klankkwaliteit aanpassen.
Druk een paar seconden op de toets SEL (10), dan wordt die geactiveerd en kan de gebruiker de volgende functies cyclisch selecteren.

Indien er afgestemd wordt op een nieuwe zender die een paar seconden geen TP-informatie ontvangt, dan gaat de radio op zoek naar de volgende zender die niet dezelfde PI heeft als de vorige zender maar die beschikt over de TP-informatie.
Wanneer het geactiveerde station gedurende een bepaalde tijd, die kan worden ingesteld via RETUNE SHORT (30 sec.) of RETUNE LONG (90 sec.), geen TP-informatie ontvangt, dan gaat de radio op zoek om af te stemmen op de volgende zender met dezelfde PI.
Indien de radio tijdens één cyclische zoekbeweging geen zender met dezelfde PI vindt, stemt het toestel af op de volgende zender met TP-informatie.
- Modus TA ALARM:
Indien deze modus geactiveerd is, wordt er niet automatisch afgestemd op een andere zender. Men hoort enkel een dubbele pieptoon (ALARM).
Indien er afgestemd wordt op een nieuwe zender die een paar seconden geen TP-informatie ontvangt, dan is er een piepto-on te horen.
Wanneer het geactiveerde station gedurende een bepaalde tijd (die kan worden ingesteld) geen TP-informatie ontvangt, is er een pieptoon te horen.
Indien er afgestemd wordt op een nieuwe zender die geen RDS-signaal ontvangt, wordt "PI SEEK" onderdrukt.
b) PI SOUND of PI MUTE
Wanneer omschakeling naar AF geactiveerd is in een C201-station, kan AF overschakelen naar 100 MHz, wat geen echte AF-functie is (verschillende PI met dezelfde AF) - "DIP".
Indien een wagen in die kritische zone heen en weer rijdt, kan er oscillatie optreden omdat verschillende PI-codes kunnen worden ontvangen van 100 MHz met "XXX" PI. De autoradio beschikt over een speciale procedure om in de meeste gevallen dat soort situaties te omzeilen.
In zo'n moeilijke situatie, zijn 2 modi selecteerbaar:

flowchart
graph TD
A["PI: C201"] -->|100 98 90| B["Car"]
C["PI: XXX"] -->|100| D["Car"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
- Modus PI SOUND:
Indien er af en toe een andere PI (DIP) te horen is, hoort men eventjes het DIP-signaal.
- Modus PI MUTE:
In dezelfde omstandigheden is eventjes geen klank meer te horen.
c) Modus RETUNE L of RETUNE S
De insteltijd voor automatisch zoeken naar TA of PI wordt geselecteerd.
Wanneer de radio geen PI-informatie krijgt gedurende de tijd die ingesteld staat om te gaan afstemmen op een nieuwe zender, gaat de radio op zoek om af te stemmen op het volgende PI-station. Wanneer tijdens één zoekcyclus geen enkel PI-station wordt gevonden, gaat de radio terug naar de laatste zender en wacht hij verschillende minuten tot er een PI-code wordt ontvangen.
- Modus RETUNE L:
Ingesteld op 90 seconden.
- Modus RETÚNE S:
Ingesteld op 30 seconden.
d) Modus MASK DPI of MASK ALL
De AF-frequentie (die verschillende PI heeft of NO RDS-signaal dat sterk genoeg is) wordt gemaskeerd terwijl PI gecontroleerd wordt wanneer het toestel zoekt in AF. Het toestel zoekt die AF (DIP) niet gedurende een paar minuten. Indien er een AF van een NO RDS-signaal voorhanden is dat sterk genoeg is, indien de juiste AF verkeerd gemaskeerd wordt als DIP als gevolg van een aantal storingen, aarzelt het toestel om te gaan zoeken naar de echte AF's. Om die reden beschikt het toestel over de optie voor de gebruiker (MASK DPI), waarbij de AF van een NO RDS-signaal dat sterk genoeg is niet wordt gemaskeerd. In de modus MASK DPI kan het ver-
keerde geluid of een lange stilte (al naargelang van het feit of PI SOUND of PI MUTE geactiveerd is) te horen zijn van het AF-station dat een NO RDS-signaal heeft en dat sterker is dan dat van het AF-station waarop men op dat ogenblik is afgestemd. Niettemin gebeurt dat zelden en het zal nauwelijks voorkomen in Europa dat de gebruiker de verkeerde klank te horen krijgt.
- Modus MASK DPI:
Maskeert enkel de AF die een verschillende PI heeft.
- Modus MASK ALL:
Maskeert de AF die een verschillende PI heeft en een NO RDS-signaal dat sterk genoeg is.
e) Modus BEEP 2'ND, BEEP ALL, OFF
Het soort pieptoon wordt geselecteerd. De drie modi worden geselecteerd door te draaien aan de knop AUDIO ADJUST (8) in de richting van de wijzers van de klok of in omgekeerde richting.
- Modus BEEP 2'nd :
Die pieptoon is enkel te horen wanneer er wat langer (1 seconde) wordt gedrukt op een bepaalde toets.
b.v.
Wanneer er wordt gedrukt op de preselectietoets (14). Wanneer er wordt gedrukt op de toets BND/LOUD (18).
- Modus BEEP ALL :
Die pieptoon is te horen wanneer er op eender welke toets wordt gedrukt.
- Modus BEEP OFF :
De pieptoon wordt uitgeschakeld.
VOLUME
Druk gedurende verschillende seconden op de toets BND/LOUD (13) om de basklanken te versterken. Druk nog eens gedurende een paar seconden om die functie te desactiveren.
DISPLAY
Druk op de toets DSP (15) om te activeren; het display werkt als volgt:
- Wanneer een zender met RDS-station
In radiomodus:
$$ \rightarrow \text { PS } \rightarrow \text { CT } \rightarrow \text { FREQ } \rightarrow \text { PTY } \rightarrow $$
In cd-modus:
$$ - > \mathrm{CD} - > \mathrm{CT} - > \mathrm{PS} - > \mathrm{FREQ} - > \mathrm{PTY} - > $$
- Wanneer geen CT of PTY-informatie wordt ontvangen, verschijnt op het display "NO CLOCK" of "NO PTY".
- Wanneer het toestel een zender zonder RDS ontvangt
In radiomodus:
$$ - > \text { NO CLOCK } - > \text { FREQ } - > \text { NO PTY } - > $$
In cd-modus:
$$ \rightarrow C D \rightarrow C T \rightarrow F R E Q \rightarrow N O P T Y \rightarrow $$
De weergave op het display is telkens gedurende verschillende seconden te zien, daarna keert het terug naar de oorspronkelijke positie.
Opmerkingen
- CT = tijdsaanduiding
- FREQ = frequentie
EQUALIZATION
Druk op de toets P-EQ (11) om over te schakelen naar de equalization-functie en om de gewenste audiomodus te selecteren. Er zijn vijf verschillende modi, zoals hieronder te zien is:
(ENKEL VOOR VFD-VERSIE)
FLAT CLASSIC POPM JAZZ DSP OFF
VACUÜM FLUORESCEREND DISPLAY (enkel voor VFD-versie)
Toont de huidige frequentie en de geactiveerde functies op het display (25).
KNIPPERENDE LED
Indien het voorpaneel niet in het toestel geïnstalleerd zit, knippert de LED (12).
ESP-FUNCTIE
Indien het toestel is uitgerust met een elektronische antischokfunctie, kan het gedurende verschillende tientallen seconden aan schokken weerstaan; dat is afhankelijk van de EPROM IC in het toestel.
RESET-FUNCTIE
De RESET-toets (26) moet worden geactiveerd met een balpen of met een dun metalen voorwerp. De toets moet worden geactiveerd in de volgende gevallen:
- Het toestel wordt voor het eerst geïnstalleerd en alle aansluitingen zijn gemaakt.
- Niet alle functietoetsen werken.
- Er verschijnt een foutsymbool op het display.
Opmerking:
Indien u op de RESET-toets drukt (26) en het toestel werkt niet, gebruik dan een katoenen wattenstaafje geweekt in isopropylalcohol om de bus op het voorpaneel te reinigen.
BEDIENEN VAN DE RADIO
- Overschakelen naar radiomodus
Druk eventjes op de toets MODE (6) om de radiomodus te selecteren; de radiomodus verschijnt op het display samen met het bereik en de frequentie.
- Selecteren van de frequentieband
Druk in de radiomodus eventjes op de toets BND/LOUD (13) om de gewenste frequentieband te selecteren. Het ontvangstbereik verandert in de onderstaande volgorde:
- Selecteren van een radiostation
Druk eventjes op de toets MANU/SKIP XXX (16) of de toets MANU/SKIP XXX (17) om de automatische zoekfunctie te activeren. Druk verschillende seconden tot op het display "MANUAL" verschijnt; de modus om manueel op een zender af te stemmen wordt geselecteerd. Indien er gedurende verschillende seconden op geen van beide toetsen wordt gedrukt, keert het toestel terug naar de automatische zoekmodus en verschijnt "AUTO" op het display.
• AUTOMATISCH OPSLAAN IN HET GE-HEUGEN & PROGRAMMA'S SCANNEN
- Automatisch opslaan in het geheugen Druk op de toets AMS (18) gedurende verschillende seconden; de radio zoekt uitgaande van de huidige frequentie en controleert de sterkte van het signaal tot er één zoekcyclus doorlopen is. Dan worden de zes sterkste zenders opgeslagen bij de toets met het bijbehorende voorselectiecijfer.
- Scannen van programma's Druk eventjes op de toets AMS (18) om de vooraf geselecteerde stations te scannen. Wanneer de sterkte van het signaal sterker is dan de ingestelde drempel om tijdens het scannen te stoppen, stopt de radio gedurende verschillende seconden op het vooraf geselecteerde cijfer, "mute" wordt uitgeschakeld, en daarna gaat het zoeken verder.
• OPSLAAN VAN RADIOSTATIONS
Druk op om het even welke van de preselectietoetsen (14) (1 tot 6) om een (vrije) geheugenruimte te selecteren. Druk verschillende seconden op die toets (tot er een tweede pieptoon te horen is), de huidige zender is opgeslagen bij de cijfertoets in kwestie.
• RDS (Radio Data System)
- Instelling van de modus RDS Druk op de toets AF (3) en laat onmiddellijk los om de RDS-modus in of uit te schakelen. Wanneer RDS geactiveerd is, verschijnt het symbool "AF" op het display. De naam van het programma verschijnt op het display wanneer een zender met RDS wordt ontvangen. "AF" begint te knipperen wanneer het radiosignaal zwakker wordt. "ALARM" verschijnt op het display wanneer er een noodsignaal wordt ontvangen terwijl het volume automatisch wordt aangepast aan het vooraf ingestelde volume wanneer de volumeregeling op het minimum ingesteld staat.
Druk enkele seconden op de toets AF (3) om de regionale modus aan of uit te schakelen.
Sommige radiostations schakelen bij hun uitzendingen gedurende een bepaalde tijd om van normale uitzendingen op regionale uitzendingen. Indien de regionale modus ingeschakeld is, blijft het programma dat u op dat ogenblik beluistert, onveranderd. Indien de regionale modus uitgeschakeld is, kan de ontvangst overschakelen naar het regionale station.
- Het programma selecteren met PTY De toets PTY (1) wordt als volgt bediend:
→ PTY MUSIC GROUP PTV SPEECH group → PTYoff
Wanneer u PTY activeert, wordt de keuze overgenomen door de preselectietoetsen zoals beschreven in de opmerkingen.
Wanneer u PTY kiest, begint het toestel de bijbehorende PTY-informatie te zoeken en stopt het wanneer het de bijbehorende PTY-informatie heeft gevonden.
Indien de bijbehorende PTY-informatie niet meer bestaat, wordt PTY gedesactiveerd en keert het toestel terug naar de normale modus.
Opmerking:
Wanneer PTY geactiveerd wordt, werkt de PTY-schakelaar als volgt:
→ PTY MUSIC GROUP PTY SPEECH group → PTYoff
Al naargelang van de 2 bovengenoemde groepen wordt het vooraf ingestelde nummer voor PTY als volgt gebruikt:
MUZIEK-groep
* POP M, ROCK M
* EASY M, LIGHT M
* JAZZ, COUNTRY
* NATION M, OLDIES
* FOLK M, SPEECH group
* NEWS, AFFAIRS, INFO
* SPORT, EDUCATE, DRAMA
* CULTURE, SCIENCE, VARIED
* WEATHER, FINANCE, CHILDREN
* SOCIAL, RELIGION, PHONE IN
* TRAVEL, LEISURE, DOCUMENT
- Functie regionale programma's
- Luisteren naar verkeersinformatie
De toets TA (2) werkt als volgt: Wanneer u eventjes op de toets drukt, wordt de functie TA in- of uitgeschakeld.
Wanneer de functie TA geactiveerd staat en er wordt verkeersinformatie doorgestuurd:
Indien het toestel in de modus CD (MP3) staat, wordt de radiofunctie tijdelijk geactiveerd:
Het toestel schakelt tijdelijk over naar een station gekoppeld aan EON indien EON verkeersinformatie detecteert op dat andere programma.
Indien het volume onder het minimumniveau stond, wordt het opgetrokken naar het minimumniveau (min. TA-volume); daarbij geldt de laatste instelling.
Indien de functie TA geactiveerd is, wordt TA van een individueel segment aangezet.
Indien er ontvangst is van een TP-station, wordt TP van het desbetreffende segment aangezet.
TA onderbreken
De actuele verkeersinformatie wordt onderbroken door op deze toets te drukken. Alleen wordt de functie TA niet uitgeschakeld.
Indien u wat langer op de toets drukt, wordt de functie EON TA LOCAL/EON TA DISTANCE geactiveerd. Deze toets heeft tot doel te vermijden dat er ongewild wordt overgeschakeld naar EON TA; er was ontvangst van EON TA-informatie van de huidige zender en de radio schakelde over naar dat EON-station, maar er kon geen informatie gecapteerd worden omdat het EON-station te ver weg is. In dit geval schakelt de radio terug naar het huidige station. Wanneer dat gebeurt, luistert de luisteraar naar een verkeerd programma of gaat de klank een tijdje weg.
Functie EON TA LOCAL
Indien het opgeslagen signaalniveau voor EON lager ligt dan het minimumniveau, schakelt de radio niet over naar dat station en kan de luisteraar nauwelijks storingen horen.
Wanneer de functie EON TA LOCAL geselecteerd wordt, verschijnt op het display gedurende een paar seconden "EON TA LO".
Functie EON TA DISTANCE
De schakelaar EON TA wordt geactiveerd door de informatie van het station dat op dat ogenblik actief is.
Wanneer de functie EON TA DISTANCE geselecteerd wordt, verschijnt op het display gedurende een paar seconden "EON TA DX".
De RDS-gegevens die worden gebruikt, zijn PI, PS, AF, TP, TA, EON en PTY-gegevens.
PI: Program Identification code Code voor het identificeren van programma's
PS: Program Service Name De naam van het radiostation weergegeven in alfanumerieke te- kens
AF: Alternative frequencies Lijst met frequenties van radiostati- ons die hetzelfde programma uit- zenden
TP: Traffic Program Identification Identificatiegegevens voor een sta- tion dat verkeersinformatie uitzendt
TA: Traffic Announcement Identification Identificatiegegevens die tonen dat er al dan niet verkeersinformatie wordt uitgezonden.
EON: Enhanced Other Networks Information Informatie over PI, AF, TP, TA enz. m.b.t. andere netwerken dan het netwerk dat op dit ogenblik wordt gebruikt voor ontvangst.
PTY: Program Type Code Gegevens over de inhoud van een programma zoals nieuws, lichte muziek, sport enz.
WERKING VAN DE CD
• OMSCHAKELEN NAAR CD-MODUS
Indien er geen cd in het toestel zit:
De cd voorzichtig in het cd-gedeelte van het toestel steken, met de bedrukte kant naar boven, tot u enige weerstand voelt. De cd wordt automatisch in het toestel naar binnen getrokken. De weergave van de cd begint.
Indien er al een cd in het toestel zit:
Blijf eventjes op de toets MODE (6) drukken tot op het display de modus CD verschijnt.
- SELECTEREN VAN NUMMERS
Druk op de toets MANU/SKIP XXX (17) of op de toets MANU/SKIP XXX (16) om terug te keren naar het vorige nummer of om door te gaan naar het volgende. Het cijfer dat behoort bij de titel, verschijnt op het display. Houd de toets MANU/SKIP XXX (17) of de toets MANU/SKIP XXX (16) ingedrukt om snel terug of snel vooruit te spoelen. Het afspelen van de cd begint op het ogenblik dat u de toets loslaat.
• PAUZEREN BIJ HET AFSPELEN
Druk op de toets PAU (19) om tijdens het afspelen van de cd even te pauzeren. Druk nog eens op de toets om de weergave te hervatten.
• SNEL OVERZICHT VAN ALLE NUMMERS
Druk op de toets SCN (20) om de eerste paar seconden van elk nummer op de cd te beluisteren. Druk nog eens op de toets om de intro af te breken en om het nummer compleet te beluisteren.
• HETZELFDE NUMMER HERHALEN
Druk op de toets RPT (21) om hetzelfde nummer telkens opnieuw te herhalen. Druk nog eens op de toets om de herhalingsfunctie te desactiveren.
• ALLE NUMMERS IN WILLEKEURIGE VOLGORDE AFSPELEN
Druk op de toets SHF (22) om alle nummers op de cd in willekeurige volgorde af te spelen. Druk nog eens op de toets om de functie te desactiveren.
- EEN SCHIJFJE UIT HET TOESTEL NE-MEN
Wanneer het voorpaneel naar beneden schuift, op de toets EJECT (4) drukken om de weergave van de cd te beëindigen en om de cd uit de cd-gleuf (5) te halen.
MP3-MODUS (enkel voor MP3-versie)
Wanneer u met een MP3-schijfje werkt, hebben de toetsen de volgende functies.
- "Een nummer direct zoeken" op de digitale audio-cd.
- "Een map of een bestandsnaam zoeken" op de digitale audio-cd.
- "Een bestand of een map zoeken" via de bestandsmapstructuur op de digitale audio-cd.
De toets AMS dient als selectietoets voor Digital Audio Mode (modus digitale audio) bij single CDP-modus.
Wanneer die wordt ingedrukt, kan men de desbetreffende Digital Audio-functie selecteren.
"Een nummer direct zoeken" => "Een map of een bestandsnaam zoeken" => => "Navigatie" vanuit de bovenliggende map met de toetsen MANU/SKIP UP/DOWN => "Navigatie" vanuit de huidige map met de toetsen MANU/SKIP UP/DOWN
-
Druk één keer op de toets AMS (MP3). Het toestel activeert de functie "Een nummer onmiddellijk zoeken" op de digitale audio-cd.
Het toestel zoekt het nummer dat geselecteerd werd met de volgende rechts-treekse numerieke cijfertoetsen: M1-M6, MODE (7), MANU/SKIP DOWN (8), MANU/SKIP UP (9), DSP (0).
Indien er drie cijfers werden ingevoerd, zoekt het toestel het nummer direct. Indien er één of twee cijfers werden ingevoerd, wacht het toestel een paar seconden op de toets ENTER (BND/LOUD). Het toestel zoekt het nummer na een paar seconden, zelfs indien er niet op de enter-toets werd gedrukt. -
Druk twee keer op de toets AMS (MP3).
Het toestel activeert de functie "Een map of een bestandsnaam zoeken" op een digitale audio-cd. Het toestel zoekt bestanden en mappen die dezelfde kenmerken hebben als wat werd ingevoerd door de gebruiker met de toetsen die zijn opgesomd in tabel 1 hieronder.
Het toestel toont de gesorteerde bestanden en mappen met de toetsen MANU/SKIP UP/DOWN. Indien de geselecteerde naam staat voor een map of een bestand, verschijnt de naam op het display (hij wordt geselecteerd). Indien de geselecteerde naam een map is, kan de gebruiker rechtstreeks in die map gaan door te drukken op de toets BND/LOUD (ENTER) en verder te zoeken naar de bestandsnaam in de map met behulp van de toetsen MANU/SKIP UP/DOWN. Het geselecteerde bestand kan worden afgespeeld door te drukken op de toets BND/LOUD (ENTER).
- Druk drie keer op de toets AMS (MP3). Het toestel activeert de functie "Een bestand of een map zoeken" vanaf de root op de digitale audio-cd. Het toestel zoekt het bestand of de map vanaf de root met behulp van de toetsen MANU/SKIP UP/DOWN. De naam van de root en de eerste map verschijnen eventjes op het display; de gebruiker kan de geselecteerde map activeren door te drukken op de toets BND/LOUD (ENTER) en kan dan verder zoeken naar de bestandsnaam in de map met behulp van de toetsen MANU/SKIP UP/DOWN.
Het geselecteerde bestand kan worden afgespeeld door te drukken op de toets BND/LOUD (ENTER).
- Druk vier keer op de toets AMS (MP3). Het toestel activeert de functie "Zoeken van een bestand of map" vanaf de huidige map op de digitale audio-cd.
Het toestel zoekt het bestand of de map vanaf de huidige map met behulp van de toetsen MANU/SKIP UP/DOWN. De naam van de huidige map verschijnt eventjes op het display en de naam van het bestand dat op dit ogenblik wordt afgespeeld, is te zien op het display (is geselecteerd). De gebruiker kan de map of het bestand selecteren in de map met behulp van de toetsen MANU/SKIP UP/DOWN. Het geselecteerde bestand kan worden afgespeeld door te drukken op de toets BND/LOUD (ENTER).
Werking
- Druk op de toets DSP, op het display verschijnt de ID3 TAG indien die functie beschikbaar is; ondersteund worden als TAG de naam van het liedje, de artiest, het album, het jaar en opmerkingen. Indien die functie niet beschikbaar is, zijn er een paar woorden te zien op het display zoals "naam van het liedje onbekend", "naam van de artiest onbekend", "geen titel voor album", "jaar onbekend", "geen opmerkingen"; indien er geen ID3 TAG beschikbaar is, verschijnt na de "Opmerkingen" ook "NO ID3 TAG"; de naam van het bestand verschijnt op het display na wat tussentijd of wanneer op een toets wordt gedrukt. (enkel voor de versie met MP3 ID3-functie)
TOETS toegewezen IN zoekmodus (tabel 1)
| AMS | Selecteer modus |
| BND/LOUD ENTER | |
| M1 A, B, C, 1 | |
| M2 D, E, F, 2 | |
| M3 G, H, I, 3 | |
| M4 J, K, L, 4 | |
| M5 M, N, O, 5/ | Map naar beneden |
| M6 P, Q, R, 6/ | Map naar boven |
| MODE S, T, U, 7 | |
| MANU/SKIP DOWN V, W, X, 8 | |
| MANU/SKIP UP Y, Z, spatie, 9 | |
| SEL Character | shift right |
| DSP _,-;+,0 | |
| AUDIO ADJUST KARAKTER | |
| knop SELECTEREN | (A, B~8, 9, 0) |
Toetsen AUDIO ADJUST UP/DOWN & TUNE/SKIP/ TRACK UP/DOWN: zoeken van bestand en map tijdens het navigeren.
OPMERKINGEN M.B.T. HET SCHIJFJE
A. OPMERKINGEN M.B.T. HET GE-BRUIK VAN SCHIJFJES:
-
Indien u probeert om schijfjes te gebruiken die geen standaardvorm hebben (b.v. vierkant, in de vorm van een ster of een hart enz.), kan dat het toestel beschadigen. Gebruik voor dit toestel enkel cd-schijfjes met een ronde vorm.
-
Kleef geen papier of tape of iets dergelijks op de gelabelde kant of op de opnamekant van het schijfje, want dat zorgt voor problemen.
-
Vuil, stof, krassen en kromgetrokken schijfjes zijn eveneens problematisch.
B. OPMERKINGEN M.B.T. CD-R'S (Cd Recordable) / CD-RW'S (Herschrijfbare cd's):
- Let erop dat u voor dit toestel enkel cd's gebruikt met de volgende kenmerken:


-
Het toestel kan geen CD-R of CD-RW afspelen die niet afgesloten werd (session close). (Voor meer informatie over het afsluiten van een cd (session close) verwijzen wij naar de handleiding bij uw CD-R/CD-RW-toestel of naar de uitleg bij de CD-R/CD-RW-software).
-
Al naargelang van de opnamestatus, de toestand waarin de cd zich bevindt en de apparatuur die werd gebruikt voor de opname, kan het zijn dat be-paalde CD-R's/CD-RW's niet kunnen worden afgespeeld met dit toestel. (zie *1)
*1: Om een meer betrouwbare weergave te verkrijgen, houdt u best rekening met de volgende aanbevelingen:
a) Gebruik CD-RW's met snelheid 1 x tot 4 x en beschrijf de cd met snelheid 1 x tot 2 x.
b) Gebruik CD-R's met snelheid 1 x tot 8 x en beschrijf de cd met snelheid 1 x tot 2 x.
c) Speel geen CD-RW die al meer dan vijf keer werd herschreven.
C. OPMERKINGEN M.B.T. MP3-BE-STANDEN (enkel voor MP3-versie):
-
Het schijfje moet in formaat ISO 9660 niveau 1 of niveau 2 zijn, of Juliet of Romeo in expansieformaat.
-
Wanneer u een MP3-bestand een naam geeft, moet u ervoor zorgen dat de bestandsnaam als extensie ".MP3" krijgt, anders kan het toestel het bestand niet herkennen.
D. OPMERKINGEN M.B.T. MULTI-SESSIE-CD'S:
-
Indien het eerste nummer van de eerste sessie audio-cd-gegevens bevat, dan zal het toestel enkel de audio-cd-gegevens afspelen.
-
Indien het eerste nummer van de eerste sessie geen audio-cd-gegevens bevat, maar indien er een MP3-bestand op het schijfje staat, dan worden enkel de MP3-bestanden weergegeven en andere gegevens (dus ook cd-gegevens) worden overgeslagen.
-
Voor een opnamestatus die afwijkt van de twee hierboven beschreven situaties, kan het zijn dat het toestel niet correct werkt. Probeer dat in ieder geval te vermijden.
Werking van de Bluetooth™
TOEWIJZING EN FUNCTIE VAN DE TOETSEN

text_image
⑥ ⑤- Geïntegreerde microfoon
- Aansluiting aan het hoofdtoestel
- Externe microfoonaansluiting
AANSLUITING
Sluit de commander aan het hoofdtoestel aan volgens de onderstaande tekening:

text_image
HoofdtoestelTYPE A: BLUETOOTH™ HANDSFREEPROFIEL
INSTELLING
a. Drukt u gedurende ca. 4 seconden op de PAIR-toets (1), knippert de LED snel en u schakelt om naar de Handsfree Pair-modus; drukt u gedurende ca. 1,5 seconden op de PAIR-toets (1), verlaat u de Pair-modus opnieuw.
b. Stel de telefoon in op het Bluetooth™-menu, scan dan de Bluetooth™-instellingen en voer het verbindingswachtwoord (0000) in om het Bluetooth™-toestel na de succesvolle scanprocedure te verbinden. Is de Pair-modus actief, verschijnt op de telefoon het symbool (✗)
c. Drukt u één keer op de TALK-toets, verschijnt op de telefoon het symbool (◀) en de telefoon kan normaal gebruikt worden. De LED knippert één keer om de drie seconden.
BEDIENING
a. Wanneer u niet telefoneert en u drukt twee keer op de TALK-toets (3), wordt automatisch het laatst gekozen nummer gekozen.
b. Gaat de telefoon over, dan neemt u de inkomende oproep aan door één keer op de TALK-toets (3) te drukken.
TYPE B: BLUETOOTH™ HEADSETPROFIEL
INSTELLING
a. Wanneer u gedurende ca. 4 secondem op de PAIR-toets (1) drukt, knippert de LED snel; drukt u nog eens op de PAIR-toets (1), gaat de LED langzaam knipperen en u schakelt om naar de Headset Pair-modus; drukt u nog eens gedurende ca. 1,5 seconden op de PAIR-toets (1), verlaat u de Pair-modus opnieuw.
b. Stel de telefoon in op het Bluetooth™-menu, scan dan de Bluetooth™-instellingen en voer het verbindingswachtwoord (0000) in om het Bluetooth™-toestel na de succesvolle scanprocedure te verbinden. Is de Pair-modus actief, verschijnt op de telefoon het symbool (✗)
c. Gaat de telefoon over en u drukt gedurende ca. 1,5 seconden op de TALK-toets (3), wijst u de inkomende oproep af.
d. Drukt u tijdens een gesprek één keer op de TALK-toets (3), beeindigt u zo het gesprek.
e. Drukt u tijdens een gesprek gedurende ca. 1,5 seconden op de TALK-toets (3), leidt u het gesprek om op de telefoon; drukt u opnieuw gedurende 1,5 seconden op dezelfde toets, leidt u het gesprek om op Bluetooth ^TM .
f. Drukt u tijdens een gesprek twee keer op de TALK-toets (3), schakelt u om naar de wachtlus. Drukt u opnieuw twee keer op de toets, schakelt u om naar de communicatiemodus.
g. U kunt het kiezen van een nummer voor een uitgaand gesprek afbreken door één keer op de TALK-toets (3) te drukken.
MICROFOON
U kunt in de microfoon (4) praten. Indien u zich niet in de buurt van de commander bevindt, kunt u via de externe microfoonaansluiting (6) een andere microfoon aansluiten.
c. Drukt u één keer op de TALK-toets, verschijnt op de telefoon het symbool (◆)n de telefoon kan normaal gebruikt worden.
BEDIENING
a. Gaat de telefoon over, dan neemt u de inkomende oproep aan door één keer op de TALK-toets (3) te drukken.
b. Drukt u tijdens een gesprek één keer op de TALK-toets (3), beëindigt u zo het gesprek.
c. U kunt het kiezen van een nummer voor een uitgaand gesprek afbreken door één keer op de TALK-toets (3) te drukken.
d. U kunt het kiezen van een nummer voor een uitgaand gesprek afbreken door één keer op de TALK-toets (3) te drukken.
Werking van de Bluetooth™
MICROFOON
U kunt in de microfoon (4) praten. Indien u zich niet in de buurt van de commander bevindt, kunt u via de externe microfoonaansluiting (6) een andere microfoon aansluiten.
BLUETOOTH™-OPMERKING
- Wanneer de mobiele telefoon in het Bluetooth™ -Headseten -Handsfreeprofiel opnieuw gestart werd of zich opnieuw in het ontvangstbereik van Bluetooth™ moet bevinden, moet u op de TALK-toets drukken om het Bluetooth™ toestel en de telefoon normaal te kunnen gebruiken.
- Het Bluetooth™-symbool (✗) en het verbindings-symbool (◀) op de mobiele telefoon verschillen van elkaar. Houd rekening met de desbetreffende specificaties.
VERSCHILLEN TUSSEN HEADSET- EN HANDSFREE- PROFIEL:
Het Headsetprofiel is het eerste Bluetooth ^™ -profiel dat rond 1999 voor mobiele telefoons werd ontworpen. Het brengt eenvoudigweg een basis-audioverbinding tot stand tussen een mobiele telefoon en een Headset.
Daar de vraag naar meer praktisch en functioneler gebruik groot was, bracht SIG rond 2001 een tweede profiel op de markt - het Handsfreeprofiel - dat eerder ontworpen was voor mobiele telefoons en auto's. Dit profiel brengt niet enkel een audioverbinding tussen een mobiele telefoon en een Handsfreetoestel tot stand, het bevat bovendien een combinatie van telefoonfuncties, spraakherkenning en
- De LED wordt ingeschakeld wanneer een audioverbinding bestaat (bijv. een gesprek) of wanneer de telefoon overgaat.
- Is het hoofdtoestel ingeschakeld op het ogenblik dat een oproep binnenkomt, schakelt het automatisch om op gespreksmodus.
- Wanneer u het telefoongesprek beëindigt, schakelt het hoofdtoestel opnieuw over op de modus die voordien actief was (radio, cd of een andere modus).
- Is het hoofdtoestel uitgeschakeld op het ogenblik dat een oproep binnenkomt (en ACC staat AAN), wordt het automatisch ingeschakeld en schakelt het om op gespreksmodus. Wanneer u het telefoongesprek beëindigt, schakelt het hoofdtoestel automatisch uit.
akoestische echo-onderdrukking.
Een reden voor het verdere gebruik van het Headsetprofiel met een Handsfreetoestel is dat het compatibel is met Bluetooth™ mobiele telefoons die enkel Headsetprofielen ondersteunen.
Het is een feit dat het Headsetprofiel in de toekomst steeds minder door mobiele telefoons zal worden ondersteund. Desalniettemin kan het nog steeds worden gebruikt voor de aansluiting van PC- of PDA-toestellen.
De verschillen qua gebruik tussen het Headset- en het Handsfreeprofiel worden in de onderstaande tabel opgesomd; zij stammen uit het ICS-document van het Bluetooth™-profiel.
Functies in het gebruik (opmerkingen: * - optionele ondersteuning)
| Headsetprofiel | # | Headsetprofiel | # |
| Audioverbinding tot stand brengen J | Verbindingsmanagement J | ||
| Audioverbinding uitschakelen J | Informatie m.b.t. de telefoonstatus J | ||
| Audioverbinding overdragen J | Omgang met de audioverbinding J | ||
| Audio-volumeregeling via afstandsbediening –luidsprekers* J | Aannemen van een inkomende oproep J | ||
| Audio-volumeregeling op de koptelefoon –luidsprekers* N | Afwijzen van een inkomende oproep | J | |
| Telefoongesprek beeindigen | J | ||
| Audioverbinding overdragen | J | ||
| Audio-volumeregeling via afstandsbediening –microfoon* N | Kiezen van een nummer vanaf de handsfree* N | ||
| Kiezen van een nummer via het telefoongeheugen* | N | ||
| Kiezen van het laatst gekozen nummer* | J | ||
| Aanklopboodschap* | P(1) | ||
| Conferentiegesprek met drie deelnemers* | P(2) | ||
| Ondersteuning van de #-BHF111-module (J - Ja, N – Neen,P – gedeeltelijke ondersteuning)(Opmerkingen: Uiteindelijk zijn de functies die door het toestel worden ondersteund afhankelijk van de integratie met de module en uw systeem)P(1)– (weergave enkel wanneer de telefoon de functie ondersteunt)P(2)– (ondersteunt enkel de conferentieschakeling)P(3)– (ondersteunt de volumeregeling aan het toestel niet) | Nummerweergave (CLI)* N | N | |
| Echo-onderdrukking (EC) en ruisonderdrukking (NR)* | J | ||
| Activering van de spraakherkenning* | N | ||
| Verbinden van een telefoonnummer met een spraaktag * | N | ||
| Vermogen, DTMF-codes te overdragen* | N | ||
| Audio-volumeregeling via afstandsbediening – luidsprekers** | P(3) | ||
| Audio-volumeregeling via afstandsbediening – microfoon** | N |
LIJST MET MOBILE TELEFOONS
| > Ericsson R 62820 | > Nokia 6210 Cyber Silver | > Nokia 810 | > Siemens U15 |
| > Ericsson T 3939 | > Nokia 6230 | > Nokia 8910 | > Sony Ericsson P800(PDA+mobiele telefoon) |
| > Ericsson T 8868m | > Nokia 6310(enkel Headsetprofiel) | > Nokia 8910i | > Sony Ericsson P900(PDA+mobiele telefoon) |
| > Motorola A760 | > Nokia N-Gage | ||
| > Motorola A830 | > Nokia 6310i | > Panasonic X70 | |
| > Motorola A835 | > Nokia 6600 | > Philips Fisio 820 | > Sony Ericsson T 68i |
| > Motorola E390 | > Nokia 6650 | > Philips Fisio 825 | > Sony Ericsson T610 |
| > Motorola V500 / V525 | > Nokia 6810 | > Samsung SGH-X410 | > Sony Ericsson T630 |
| > Motorola V600 | > Nokia 6820 | > Sendo X | > Sony Ericsson Z 1010 |
| > NEC e606 | > Nokia 7600 | > Siemens S55 | > Sony Ericsson Z600 |
| > Nokia 3650 | > Nokia 7650 | > Siemens SX1 | > Sony Ericsson Z700 |
| > Nokia 3660 | > Nokia 7700 | > Siemens U10 | > Telital/Telit G 80 |
Specifications
ALGEMEEN
Stroomvoorziening....DC 12 Volt, negatieve aarding
Afmetingen van de behuizing ....178 (B) x 160 (D) x 50 (H)
Klankregelingen
- Bass (bij 100 Hz)....± 10 dB
- Treble (bij 10 KHz)....± 10 dB
Maximaal uitgangsvermogen.....4 x 40 Watt
Stroomverbruik ....15 Ampère (max.)
(voor versie High Power)
CD-SPELER
Signaal-ruis-verhouding......meer dan 55 dB
Kanaalscheiding ....meer dan 45 dB
Frequentieweergave....40 Hz - 18 KHz
RADIO
Voor 3 frequentiebanden
FM
Frequentiebereik....87,5 tot 108 MHz
IF 10,7 MHz
Gevoeligheid (S/N = 30 dB).....4 μ V
Stereoscheiding.....> 25 dB
MG
Frequentiebereik....522 tot 1620 KHz
IF 450 KHz
Gevoeligheid (S/N = 20 dB)......36 dBu
LG
Frequentiebereik ....144 tot 288 KHz
IF 450 KHz
Gevoeligheid (S/N = 20 dB): .....38 dBu
Alvorens u begint met de checklist te doorlopen, moet u eerst de aansluitingen controle- ren. Indien het probleem zich blijft voordoen nadat u de checklist heeft doorlopen, neemt u best contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
| OORZAAK | OORZAAK | OPLOSSING |
| Geen stroom. | De contactschakelaar van de wagen staat niet aan. | Indien de stroomvoorzie-ning correct is aangesloten op de stroomkring in de wa-gen en de motor niet draait,plaats dan de contactscha-kelaar op "ACC". |
| De zekering is gesmolten. | Vervang de zekering. | |
| De cd kan niet worden ge-laden of uitgeworpen. | Er zit een cd in de cd-speler. | Haal de cd uit de cd-speler en steek er een andere in. |
| Invoeren van de cd in om-gekeerde richting. | Steek de cd-speler met het la-bel naar boven in de gleuf. | |
| De cd is zeer vuil of defect. | Reinig de cd of probeer een nieuwe af te spelen. | |
| De temperatuur binnen in de wagen is te hoog. | Laat de wagen afkoelen of wacht tot de omgevingstem-peratuur weer normaal is. | |
| Condensatie. | Laat het toestel een uur of wat uitstaan en probeer dan opnieuw. | |
| Geen klank. | Het volume staat op het mi-nimum. | Regel het volume naar wens. |
| De aansluitingen zijn niet correct gemaakt. | Controleer de aansluitingen. | |
| Klank springt over. | De hoek waarin het toestel geïnstalleerd zit, bedraagt meer dan 30 graden. | Corrigeer de installatiehoek zodanig dat die minder bedraagt dan 30 graden. |
| De cd is zeer vuil of defect. | Reinig de cd, probeer dan een nieuwe af te spelen. | |
| De functietoetsen werken niet. | De ingebouwde microcom-puter werkt niet goed als gevolg van geruis. | Druk op de toets RESET. Het voorpaneel zit niet goed op zijn plaats. |
| De radio werkt niet. De au-tomatische selectie van de radiostations werkt niet. | De antennekabel is niet aangesloten. | Steek de antennekabel goed vast. |
| De signalen zijn te zwak. | Selecteer een station manueel. |

D
MTC Medion Technologie Center