KSLX200R - Autoradio JVC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KSLX200R JVC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KSLX200R JVC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KSLX200R - JVC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KSLX200R van het merk JVC.
GEBRUIKSAANWIJZING KSLX200R JVC
Zie de afzonderlijke handleiding voor details aangaande het installeren en verbinden van het
toestel.

text_image
MA GEEINSTRUCTIONS
BEDIENUNGSANLEITUNG MANUEL D'INSTRUCTIONS GEBRUIKSAANWIJZING
For Customer Use:
Signal/Störabstand: 70 dB
Signal/Störabstand: (Normalband)
De afstandsbediening voorbereiden...... 5
BASISBEDIENING 6
De stroomtoevoer inschakelen 6
BASISBEDIENING VAN DE RADIO ..... 7
Naar de radio luisteren 7
Radiozenders in het geheugen vastleggen 8
Afstemmen op een voorkeuzezender ..... 9
HET GEBRUIK VAN RDS 10
Wat u kunt doen met RDS EON 10
Andere nuttige RDS-functies en het maken van aanpassingen 13
GEBRUIK VAN DE CASSETTESPELER .. 15
Beluisteren van een cassette 15
Het begin van een muziekstuk vinden..... 16
Andere handige functies voor de cassettespeler 17
GELUID REGELEN 18
Geluid aanpassen.... 18
Werken met aangepaste geluidsmodi (Advanced SCM).... 19
Geluidsweergave aanpassen en opslaan .. 20
ANDERE HOOFDFUNCTIES 21
Klok instellen.... 21
De algemene instellingen wijzigen (PSM) ..... 21
Werken met de vergrendeling 25
GEBRUIK VAN DE CD-WISSELAAR ..... 27
CD's afspelen 27
Kiezen van de weergavefunctie 28
BEDIENING VAN EXTERNE APPARATEN ... 29
Werken met een extern apparaat 29
Werken met een subwoofer.... 29
BEDIENING VAN DE DAB-TUNER ..... 30
Afstemmen op een ensemble en op een van de services .... 30
DAB-frequencies in het geheugen opslaan ... 31
Afstemmen op een opgeslagen DAB-service 32
Wat u nog meer met DAB kunt doen ..... 33
PROBLEMEN OPLOSSEN .... 34
ONDERHOUD 36
SPECIFICATIES 37
Het apparaat terugstellen

Druk met een balpen of een ander dun, langwerpig voorwerp op de Reset-toets, die zich aan de voorzijde van de eenheid op het bedieningspaneel bevindt.
De ingebouwde microcomputer wordt hierdoor teruggesteld.
Opmerking:
De geheugeninstellingen — zoals de voorkeurzenders en de geluidsinstellingen — zullen eveneens gewist worden.
Opmerking:
Voor de veiligheid is een genummerde identificatiekaart bij het toestel geleverd. Het identificatienummer is tevens op de behuizing van het toestel gedrukt. Bewaar de kaart op een veilige plaats. Deze kaart is belangrijk voor identificatie indien het toestel is gestolen.
ALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN
* Denk aan de veiligheid....
- Zet het volume onder het rijden niet te hard. Dit is gevaarlijk, omdat u de geluiden buiten de auto niet meer hoort.
- Zet de auto stil voordat u ingewikkelde handelingen met het apparaat gaat verrichten.
* Temperatuur binnen de auto....
Als de auto gedurende lange tijd in de kou of in de warmte heeft gestaan, mag u het apparaat pas gebruiken nadat de temperatuur in de auto weer normaal waarden heet bereikt.
Voorzijde

*Het bedieningspaneel komt naar buiten geschoven als u op de toets ON/CLOSE drukt.
1 De toets +/-
2 De toets ∧ ►►I/◄◄▼
- De toets ▲▶V/◀◀ ▼ doet ook dienst als de toets ON of de toets CLOSE.
3 De toets SEL (selecteren)
4 De toets SCM (sound control memory)
5 De toets MO/ (mono/Dolby)
6 De toets LOCAL
7 De toets MODE ATT
- Deze toets kan ook als SSM-toets worden gebruikt in combinatie met de toets DISP.
8 De toets DISP (display)
- Deze toets kan ook als SSM-toets worden gebruikt in combinatie met de toets MODE ATT.
9 De toets SOURCE
- Deze toets doet ook dienst als de toets BAND of de toets ◀.
10 De toets TP (traffic programme)
RDS (radio data system)
11 De toets PTY (programme type)
12 De toets INT (intro)
13 De toets RPT (repeat)
14 De toets RND (random)
15 De toets ▲ (uitwerpen) OFF
16 De cijfertoetsen
De display-demonstratie activeren
Druk terwijl DISP is ingedrukt op ▲▶▶I tot de vermelding "DEMO" in het onderste gedeelte van de display wordt weergegeven.
Er worden diverse functies en display-verlichtingsmodi die voor deze eenheid zijn ontwikkeld getoond.
Tijdens de display-demonstratie knippert de vermelding "DEMO" linksonder op de display.
Druk als u de display-demonstratie wilt beeindigen nogmaals enkele seconden op ▲▶▶ terwijl u DISP ingedruckt houdt.
- Als u niets doet, wordt de display-demonstratie na een uur automatisch uitgeschakeld.
Hoe u de cijfertoetsen gebruikt:
Nadat u op MODE ATT hebt gedrukt, werken de cijfertoetsen als andere functietoetsen (de vermelding "MODE" blijft op de display staan).
Als u deze toetsen als cijfertoetsen wilt gebruiken nadat u op MODE ATT hebt gedrukt, moet u 5 seconden wachten zonder op een toets te drukken zodat de vermelding "MODE" van de display verdwijnt.
- Ook als u nogmaals op MODE ATT drukt, verdwijnt de vermelding "MODE" van de display.

flowchart
graph LR
A["MODE ATT"] --> B["SCM 17"]
B --> C["MO/DO 28"]
C --> D["LOCAL 39"]
D --> E["INT 410"]
E --> F["RPT 511"]
F --> G["RND 612"]
Afstandsbediening

text_image
AUDIO OFF ATT SCM FUND 1 5 6 2 BAND PROD DISC PRESET 7 3 4 VOLUME RM-RK31 JVC1• Hiermee wordt de eenheid ingeschakeld als deze is uitgeschakeld.
- Schakelt de eenheid uit indien u de toets ingedrukt houdt tot de vermelding "SEE YOU" op de display verschijnt.
- Vermindert het volume in één keer als u de toets kort indrukt.
Als u nogmaals op de toets drukt, keert het oude volumeniveau weer terug.
2• Functioneert hetzelfde als de toets BAND tijdens het luisteren naar de FM-stations (of de DAB-tuner).
De golfband verandert door iedere druk op deze toets.
- Functioneert als de toets DISC + tijdens het luisteren naar de CD-wisselaar.
Door iedere druk op de toets verhoogt het CD-nummer en start de weergave van de gekozen CD.
- Functioneert hetzelfde als de toets PROG tijdens het luisteren naar een cassette.
Elke keer dat u op de toets drukt, verandert de richting van de band.
3 • Fungeert als de toets PRESET wanneer u naar de radio (of de DAB-tuner) luistert.
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een voorkeurzender (of service) met een hoger nummer geselecteerd en wordt op het geselecteerde station (of de geselecteerde service) afgestemd.
- Functioneert als de toets DISC – tijdens het luisteren naar de CD-wisselaar.
Door iedere druk op de toets verlaagt het CD-nummer en start de weergave van de gekozen CD.
4Deze toets heeft dezelfde functie als de toets +/- op het hoofdtoestel.
OPMERKING: Deze toets werkt niet voor het aanpassen van algemene instellingen wijzigen.
5 Voor het selecteren van de geluidsmodus. Elke keer wanneer u op de toets drukt, wordt er een andere geluidsmodus geselecteerd.
6 Voor het kiezen van de bron. De bron verandert door iedere druk op de toets.
7 • Voor het opzoeken van een zender tijdens het luisteren naar de radio.
- Selecteert services terwijl u naar de DAB-tuner luistert, indien kort ingedrukt.
- Selecteert ensembles terwijl u naar de DAB-tuner luistert, indien langer dan 1 seconde ingedrukt.
- Functioneren hetzelfde als de snel door- en terugspoeltoetsen of de toetsen Multi Music Scan tijdens het luisteren naar een cassette.
- Voor versnelde weergave van een fragment in voor- en achterwaartse richting wanneer u tijdens weergave van een CD de toets ingedrukt houdt.
- Voor het verspringen naar het begin van het volgende fragment of het spelende (of voorgaande) fragment wanneer u tijdens weergave van een CD kort op de toets drukt.
De afstandsbediening voorbereiden
Alvorens gebruik van de afstandbediening:
- Richt de afstandsbediening recht naar de afstandssensor op het hoofdtoestel. Controleer dat er geen obstakels in het pad liggen.

text_image
Afstandssensor- Zorg dat er geen direct fel licht (zonlicht of van een schelle lamp) op de sensor valt.
De batterij plaatsen
Wanneer u merkt dat het bereik van de afstandsbediening afneemt, moet u de batterij vervangen.
1. Verwijder de batterijhouder.
1) Druk de batterijhouder met behulp van een balpen of een soortgelijk voorwerp in de richting van de pijl die in de afbeelding staat aangegeven.
2) Verwijder de batterijhouder.

text_image
(Achterkant) 1) 2)2. Plaats de batterij in de houder.
Laat de batterij met de pluszijde (+) naar boven in de houder zakken zodat deze vast komt te liggen.

text_image
Lithium knoopcelbatterij (Productnummer: CR2025)3. Plaats de batterijhouder terug in positie.
Druk de batterijhouder terug tot u een 'klik' hoort.

text_image
(Achterkant)Gebruikke batterijen:

Niet weggooien, maar inleveren als KCA.

WAARSCHUWING:
- Bewaar batterijen op een plek waar kinderen geen toegang toe hebben.
Mocht een kind een knoopcelbatterij inslikken, waarschuw dan onmiddellijk een arts.
- Laad de batterij niet opnieuw op, vermijd kortsluiting, haal ze niet uit elkaar, verhit ze niet en gooi geen batterijen in het vuur.
Elk van deze handelingen kan leiden tot oververhitting, een explosie of een steekvlam.
- Zorg ervoor dat de batterij niet in contact komt met andere metalen.
Dit kan leiden tot oververhitting, een explosie of een steekvlam.
- Bescherm gebruikte batterijen door deze met plakband af te plakken.
Als u dit niet doet, kan de batterij hitte vrijgeven, gaan lekken of brand veroorzaken.
- Probeer de batterijen nooit met bijvoorbeeld een naald of mes open te maken.
Als u dit doet, kan de batterij hitte vrijgeven, gaan lekken of brand veroorzaken.

De stroomtoevoer inschakelen
1 Schakel de spanning in.

De display wordt verlicht en het bedieningspaneel komt naar buiten.
2 Start de weergave van de geluidsbron.

Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere afspeelbron geselecteerd en wel in deze volgorde:
→FM →DAB-tuner** →Cassette*
→CD-wisselaar ** → Extern apparaat
→AM →(terug naar het begin)
* Als er zich geen cassette in de cassettehouder, is het niet mogelijk om de cassettespeler als afspeelbron te selecteren.
** Als er geen CD-wisselaar en/of DAB-tuner is aangesloten, kunt u deze apparaten niet als afspeelbron selecteren.
Voor gebruik van de radio (FM of AM), zie bladzijde 7 – 14.
Voor gebruik van de cassettespeler, zie bladzijde 15 – 17.
Voor gebruik van de CD-wisselaar, zie bladzijde 27 – 28.
Voor gebruik van het externe apparaat dat is aangesloten op de aansluiting met de markering LINE IN, zie bladzijde 29.
Voor gebruik van de DAB-tuner, zie bladzijde 30 – 33.
3 Regel het volume.

Druk op + om het volumeniveau te verhogen.
Druk op – om het volumeniveau te verlagen.

text_image
VOL 20 2015 SOFT BEAT POP SEL Volumeniveau-indicatie4 Stel het geluid in zoals u zelf wilt (zie bladzijde 18.)
Volume in een oogwenk zachter zetten
Druk terwijl u naar een afspeelbron luistert gedurende minimaal 1 seconde op MODE ATT. U ziet de vermelding "ATT" op de display verschijnen en het volume zal korte tijd afnemen.
Druk om terug te keren naar het vorige geluidsniveau nogmaals gedurende minimaal 1 seconde op de toets.
Spanning uitschakelen
Druk op ▲OFF en houd deze tot de vermelding "SEE YOU" op de display verschijnt.
Opmerking:
Wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, moet u de ingebouwde klok op de juiste wijze instellen (zie bladzijde 21).

Naar de radio luisteren
Om op een bepaalde zender af te stemmen kunt u kiezen tussen automatisch zoeken en handmatig zoeken.
Automatisch naar een station zoeken: Auto Search
1 Selecteer de omroepband (FM1–3, AM).

- Druk op SOURCE (BAND) en houd deze ingedrukt om een FM-bandnummer te selecteren (FM1, FM2 of FM3).

text_image
87.5 SOFT BEAT POP F1De geselecteerde omroepband wordt weergegeven.
Opmerking:
Deze ontvanger heeft drie FM-banden (FM1, FM2 en FM3). U kunt elk van deze banden kiezen om naar FM-stations te luisteren.
2 Zoek een station.

Druk op ▶▶l afstemmen op een station met een hogere frequentie.
Druk op I◄◄ afstemmen op een station met een lagere frequentie.
Wanneer een station wordt ontvangen, stopt het zoeken.
Druk nogmaals op dezelfde toets wanneer u het zoeken wilt stoppen voordat op een zender is afgestemd.
Als u alleen wilt afstemmen op FM-zenders met een sterk signaal
1 Druk op MODE ATT.
De vermelding "MODE" verschijnt op de display en de cijfertoetsen doen nu dienst als functietoetsen.
2 Druk op LOCAL terwijl de vermelding "MODE" nog op de display wordt weergegeven, zodat de indicator LOCAL op de display oplicht.
Deze functie werkt alleen wanneer u naar FM-zenders zoekt, onder andere bij de methode voor het automatisch instellen van de zes sterkste FM-zenders (SSM). (Zie bladzijde 8).
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, knippert de indicator LOCAL op de display.
Handmatig naar een station zoeken: Manual Search
1 Selecteer de omroepband (FM1–3, AM).

- Druk op de SOURCE (BAND) en houd deze ingedrukt om een FM-bandnummer te selecteren (FM1, FM2 of FM3).
Opmerking:
Deze ontvanger heeft drie FM-banden (FM1, FM2 en FM3). U kunt elk van deze banden kiezen om naar FM-stations te luisteren.
2 Druk op ▲▶▶ of op ◀◀◀ ▼ en houd deze ingedrukt tot de vermelding "MANU" (voor "manual": handmatig zoeken) op de display begint te knipperen.
3 Stem af op het station van uw keuze. U kunt dit doen zolang de vermelding "MANU" op de display knippert.

Druk op ▲▶l als u wilt afstemmen op een station dat op een hogere frequentie uitzendt.
Druk op i◀◀ ▼als u wilt afstemmen op een station dat op een lagere frequentie uitzendt.
- Als u de toets loslaat, wordt de handmatige modus na 5 seconden automatisch uitgeschakeld.
- Als u de toets ingedrukt houdt, blijft de frequentie veranderen (bij FM steeds met 50 kHz en bij AM steeds met 9 kHz – MG/LG) totdat u de toets loslaat.
Als een FM-stereo-uitzending slecht te ontvangen is:
1 Druk terwijl u in de FM-omroepband naar een stereo-uitzending luistert op MODE ATT (de indicator STEREO licht op wanneer er een stereo-uitzending wordt ontvangen).
2 Druk op MO/Deerwijl de vermelding "MODE" nog op de display wordt weergegeven, zodat de indicator MONO op de display oplicht.
Het geluid dat nu ten gehore wordt gebracht, is in mono, maar de kwaliteit van het ontvangen signaal is beter (de indicator STEREO op de display gaat uit).
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, schakelt u de indicator MONO aan of uit.
Radiozenders in het geheugen vastleggen
U kunt één van de volgende twee methoden gebruiken om de radiozenders in het geheugen vastteleggen.
- Automatisch vasteleggen van FM-zenders: SSM (Strong-station Sequential Memory)
- Handmatig vasteleggen van FM en AM-zenders
Automatisch vasteleggen van FM-zenders: SSM
U kunt 6 lokale FM-stations instellen voor elke FM-golfband (FM1, FM2 en FM3).
1 Selecteer het nummer van de FM-golfband (FM1-3) waarop u FM-zenders wilt vasteleggen.

1 Druk op SOURCE (BAND) als u FM als afspeelbron wilt selecteren.
2 Druk indien noodzakelijk meerdere malen op SOURCE (BAND) en houd deze ingedrukt om de gewenste FM-omroepband te selecteren (FM1, FM2 of FM3).
Elke keer wanneer u op deze toets drukt en houd, wordt er een andere FM-band geselecteerd, en wel in deze volgorde:

2 Druk op beide toetsen en houd ze langer dan 2 seconden ingedrukt.

·s 55M·s F1
De tekst "SSM" verschijnt op het afleesvenster en verdwijnt wanneer het automatisch instellen van radiozenders is beeindigd.
Lokale FM-zenders met de sterkste signalen worden opgezocht en automatisch voor de gekozen golfband (FM1, FM2 of FM3) onder de cijfertoetsen vastgelegd — nummer 1 (laagste frequentie) t/m nummer 6 (hoogste frequentie).
De voorkeuzezender die onder cijfertoets 1 is vastgelegd wordt na het automatisch vastleggen van de zenders opgeroepen.
Handmatig vastleggen van zenders
U kunt handmatig maximaal 6 zenders voor iedere golfband (FM1, FM2, FM3 en AM vastleggen).
Bijv. Een FM-zender op 88,3 MHz vastleggen onder nummer 1 van FM1
1 Selecteer de omroepband (FM1).

1 Druk op SOURCE (BAND) als u FM als afspeelbron wilt selecteren.
2 Druk meerdere malen op SOURCE (BAND) om FM1 als omroepband te selecteren.
2 Stem af op een zender op 88,3 MHz.

Druk op ▶▶l als u wilt afstemmen op een station dat op een hogere frequentie uitzendt.
Druk op i◀◀ als u wilt afstemmen op een station dat op een lagere frequentie uitzendt.
3 Druk op de cijfertoets (in dit voorbeeld cijfertoets 1) en houd deze langer dan 2 seconden ingedrukt.

88.3 SOFT BEAT F11 POP
Omroepband/Nummer voorkeurzender en "MEMO" knipperen even afwisselend.
88.3 SOFT BEAT MEMO POP
4 Herhaal bovenstaande procedure om andere zenders onder andere nummers op te slaan.
Opmerkingen:
- Een eerder vastgelegde zender wordt gewist wanneer een nieuwe zender wordt opgeslagen onder hetzelfde nummer.
- Ingestelde zenders worden gewist wanneer de spannings toevoer naar het geheugen wordt onderbroken (bijvoorbeeld bij het vervangen van de accu). Als dit gebeurt, moeten de zenders opnieuw worden ingesteld.
Afstemmen op een voorkeuzezender
U kunt in een handomdraai afstemmen op een vastgelegde voorkeuzezender.
Denk eraan dat u de zenders eerst moet vastleggen! Zie ook de paragraaf "Radiozenders in het geheugen vastleggen" op bladzijde 8, als u dat nog niet hebt gedaan.
1 Selecteer de omroepband (FM1-3, AM).

1 Druk op SOURCE (BAND) als u FM of AM als afspeelbron wilt selecteren.
2 Druk indien noodzakelijk meerdere malen op SOURCE (BAND) en houd deze ingedrukt om de gewenste FM-omroepband te selecteren (FM1, FM2 of FM3).
Elke keer wanneer u op deze toets drukt en houd, wordt er een andere FM-band geselecteerd, en wel in deze volgorde:
→ FM1 FM2 FM3 →
2 Selecteer het nummer (1 t/m 6) van de gewenste zender.

text_image
SCM 1 7 MO/DO 2 8 LOCAL 3 9 INT 4 10 RPT 5 11 RND 6 12Als de geluidskwaliteit afneemt en het stereo-effect verloren gaat terwijl u naar een FM-station luistert
In bepaalde streken kunnen naburige zenders de ontvangst van andere zenders verstoren. In dergelijke gevallen ontvangt u ruis of ander geluid. Deze eenheid kan zodanig worden ingesteld dat dergelijke storingen automatisch worden verminderd. (Bij het verlaten van de fabriek is de eenheid standaard ingesteld op deze functie). In dergelijke gevallen neemt de geluidskwaliteit echter af en gaat het stereo-effect verloren.
Als u het niet erg vindt dat de geluidskwaliteit afneemt en het stereo-effect verloren gaat, en de invloed van de storende bron liever wegneemt, verwijzen we u naarde paragraaf "De selectiviteit van de FM-tuner wijzigen – FILTER" op bladzijde 24.
Wat u kunt doen met RDS EON
RDS (Radio Data System) is een voorziening waarmee FM-zenders een extra signaal aan hun regulier programmasignaal toevoegen. Zo kan een FM-zender bijvoorbeeld de naam van het station met het programma en informatie over de aard of het genre van het programma meezenden, bijvoorbeeld of het uitgezonden programma over sport gaat of een muziekprogramma is. Een andere functie van de voorziening RDS is "EON (Enhanced Other Networks)". De indicator EON licht op zodra er een FM-zender wordt ontvangen die EON-gegevens uitzendt. Met behulp van de EON-gegevens die door het station worden verstuurd, kunt u op een andere zender van een ander netwerk afstemmen dat uw favoriete programma of verkeersinformatie uitzendt, terwijl u ondertussen naar een ander programma of een andere afspeelbron, zoals het cassette, luistert.
Met de ontvangst van RDS-gegevens kan deze eenheid:
- Eén en hetzelfde programma blijven volgen (De Netwerkfunctie)
- Standby staan voor de ontvangst van verkeersinformatie (TA – "Traffic Announcement") of uw favoriete programma
- Zoeken naar een bepaald programmagenre (PTY – “Programme Type”)
- Programma zoeken
- En er zijn nog enkele andere functies waarover u bij de ontvangst van RDS-signalen kunt beschikken.
Eén en hetzelfde programma blijven volgen (De netwerkfunctie)
Als u in een gebied rijdt waarin de ontvangst van FM-signalen te wensen overlaat, zal de tuner die in deze eenheid is ingebouwd automatisch overschakelen naar een andere RDS-zender van hetzelfde station dat hetzelfde programma uitzendt, maar dan met een sterker uitzendsignaal. Op die manier kunt u dus naar uw favoriete programma blijven luisteren en bent u verzekerd van de best mogelijke ontvangst, ongeacht waar in het ontvangstgebied u rijdt (zie de afbeelding op de volgende pagina).
Er zijn twee soorten RDS-gegevens die ervoor zorgen dat u uw favoriete programma tijdens uw rit kunt blijven volgen: de PI (Programme Identification) gegevens, en de AF (Alternative Frequency) gegevens.
Alleen als de ontvangst van allebei deze signalen van een RDS-station goed zijn, kunt u uw favoriete programma blijven volgen. Als een of beide signalen niet goed worden ontvangen, werkt deze voorziening niet.
Om de netwerkfunctie in te schakelen, drukt u minimaal 1 seconde op TP RDS (Traffic Programme/Radio Data System). Elke keer wanneer u op deze toets drukt, verandert de modus van deze functie en wel als volgt:

text_image
TP RDS Modus 1→Modus 2→Modus 3 SOFT BEAT POP 2:45 AF REG Indicator REGIndicatorModus 1
De indicator AF licht op, maar de indicator REG licht niet op.
De netwerkfunctie is ingeschakeld en
Regionalisatie is uitgeschakeld ("off").
In deze modus schakelt de ontvanger over naar een andere zender van hetzelfde station als het signaal van de geselecteerde zender te zwak wordt.
- In deze modus kan het voorkomen dat het nieuw te ontvangen programma anders is dan het programma dat u daarvoor ontving.
Modus 2
De netwerkfunctie is ingeschakeld en ook Regionalisatie is ingeschakeld ("on").
In deze modus schakelt de ontvanger over naar een andere zender van hetzelfde station dat hetzelfde programma uitzendt als het signaal van de geselecteerde zender te zwak wordt.
Modus 3
De indicator AF en de indicator REG lichten allebei niet op.
De netwerkfunctie is uitgeschakeld.
Opmerking:
Als er een DAB-tuner is aangesloten en alternatieve ontvangst (voor DAB-services) is ingeschakeld, is automatisch ook de netwerkfunctie ingeschakeld. De netwerkfunctie kan echter niet worden uitgeschakeld zonder de alternatieve ontvangst uit te schakelen. (Zie bladzijde 33.)
In deze afbeelding ziet u hoe hetzelfde programma via verschillende frequenties kan worden ontvangen.

Het gebruik van standby-ontvangst
Met standby-ontvangst kunt u tijdelijk overschakelen naar uw favoriete programmagenre (PTY) of verkeersinformatie (TA) uitzendt, terwijl u naar de door u geselecteerde afspeelbron luistert (zoals een FM-station, cassette of een andere aangesloten afspeelbron).
- Standby-ontvangst is niet mogelijk wanneer u naar een AM-zender luistert.
Standby-ontvangst van verkeersinformatie (TA-standbyfunctie)

Als u op de toets TP RDS drukt terwijl u naar een FM-station luistert, licht de indicator TP op wanneer u een zender ontvangt die het TP-signaal uitzendt (Verkeersinformatie) en wanneer de ontvanger in TA-standby-modus staat.
- Als het station dat u ontvangt geen TP-signaal uitzendt, gaat de indicator TP op de display knipperen. Druk op ▶▶| of op |◀◀ om de ontvanger in de TA-standby-modus te zetten. De vermelding "SEARCH" verschijnt nu op de display en de ontvanger gaat op zoek naar een station dat wel een TP-signaal uitzendt. Zodra er zo'n station wordt gevonden, gaat de indicator TP op de display continu branden.
■Als u naar een cassette een andere aangestoten aan het luisteren bent, en naar een station wilt luisteren dat een TP-signaal uitzendt, moet u op TP RDS drukken om de ontvanger in de TA-standby-modus te zetten. (De indicator TP op de display licht op.)
Als er verkeersinformatie wordt uitgezonden terwijl de TA-standby-modus is ingeschakeld, verschijnt de vermelding "TRAFFIC" op de display en schakelt de afspeelbron over naar de FM-band. Het volume neemt toe tot het vooraf ingestelde TA-volumeniveau (zie bladzijde 14) en u hoort de uitgezonden verkeersinformatie.
Druk nogmaals op TP RDS om de TA-standbyfunctie uit te schakelen.
Standby-ontvangst van een programmagenre (PTY-standbyfunctie)

Als u op PTY drukt terwijl u naar een FM-station luistert, licht de indicator PTY op wanneer u een zender ontvangt die het PTY-signaal uitzendt en wanneer de ontvanger in PTY-standby-modus staat. De geselecteerde PTY-naam, die op bladzijde 12 wordt opgeslagen, knippert gedurende 5 seconden.
- Als het station dat u ontvangt geen PTY-signaal uitzendt, gaat de indicator PTY op de display knipperen. Druk op ▶▶| of op ◀◀om de ontvanger in de PTY-standby-modus te zetten. De vermelding “SEARCH” verschijnt nu op de display en de ontvanger gaat op zoek naar een station dat wel een PTY-signaal uitzendt. Zodra er zo’n station wordt gevonden, gaat de indicator PTY op de display continu branden.
■Als u naar een cassette een andere aangestoten aan het luisteren bent, en naar een station wilt luisteren dat een PTY-signaal uitzendt, moet u op PTY drukken om de ontvanger in de PTY-standby-modus te zetten. (De indicator PTY op de display licht op.)
Als het geselecteerde PTY-programma wordt uitgezonden terwijl de PTY-standby-modus is ingeschakeld, verschijnt de geselecteerde PTY-naam op de display en schakelt de afspeelbron over naar de FM-band. Het geselecteerde PTY-programma wordt nu ten gehore gebracht.
Druk nogmaals op PTY om de PTY-standbyfunctie uit te schakelen.
Een PTY-code invoeren voor de standby-ontvangst van een programmagenre
Het is mogelijk om het programmagenre waar u het liefst naar luistert in de vorm van een PTY-code in het geheugen van de eenheid in te voeren zodat u hier naar kunt luisteren zodra er zich zo'n programma aandient. Standaard staat de eenheid voor de standby-ontvangst van een programmagenre op de PTY-code "NEWS" ingesteld.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven. (PSM: zie bladzijde 22.)

2 Selecteer de vermelding "PTY STBY (standby)" als deze niet al meteen op de display wordt weergegeven.

3 Selecteer een van de 29 PTY-codes die beschikbaar zijn.

De naam van de PTY-code die u selecteert, wordt op de display weergegeven en in het geheugen opgeslagen.
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere PTY-code weergegeven en wel in deze volgorde:
PTY-codes
NEWS ⇌ AFFAIRS ⇌ INFO ⇌ SPORT ⇌ EDUCATE ⇌ DRAMA ⇌ CULTURE ⇌ SCIENCE ⇌ VARIED ⇌ POP M ⇌ ROCK M ⇌ EASY M ⇌ LIGHT M ⇌ CLASSICS ⇌ OTHER M ⇌ WEATHER ⇌ FINANCE ⇌ CHILDREN ⇌ SOCIAL ⇌ RELIGION ⇌ PHONE IN ⇌ TRAVEL ⇌ LEISURE ⇌ JAZZ ⇌ COUNTRY ⇌ NATION M ⇌ OLDIES ⇌ FOLK M ⇌ DOCUMENT ⇌ (terug naar het begin)
Zie bladzijde 35 voor meer informatie.
4 Druk op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.

Uw favoriete programmagenre opzoeken
Het is mogelijk om naar één van maximaal zes in het geheugen opgeslagen programmagenres te zoeken.
Standaard liggen de volgende zes programmagenres achter de cijfertoetsen (1 t/m 6) opgeslagen.
Zie de informatie hieronder voor een uitleg over het opslaan van uw favoriete programmagenres Zie bladzijde 13 voor een uitleg over het zoeken van uw favoriete programma.
| 1 | 2 | 3 |
| POP M | ROCK M EAS | SY M |
| 4 | 5 | 6 |
| CLASSICS | AFFAIRS | VARIED |
Uw favoriete programmagenres in het geheugen opslaan
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven. (PSM: zie bladzijde 22.)

2 Selecteer de vermelding "PTY SRCH (zoeken)" als deze niet al meteen op de display wordt weergegeven.

3 Selecteer een van de 29 PTY-codes die beschikbaar zijn. (Zie de codes in de linker kolom op deze pagina.)

De naam van de PTY-code die u selecteert, wordt op de display weergegeven.
- Als u de code selecteert die al in het geheugen ligt opgeslagen, wordt die knipperend op de display weergegeven.
4 Druk de gewenste cijfertoets in en houd deze minimaal 2 seconden vast om de geselecteerde PTY-code op te slaan onder de cijfertoets van uw keuze.

text_image
SCM 1 7 MO/□□ 2 8 LOCAL 3 9 INT 4 10 RPT 5 11 RND 6 12Het nummer van de cijfertoets verschijnt, en de naam van de PTY-code en de vermelding "MEMORY" wisselen elkaar op de display af.
5 Druk op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.

Een programmagenre opzoeken
1 Druk op PTY en houd deze ten minste 1 seconde ingedrukt terwijl u naar een FM-station luistert.

De PTY-code en het nummer van de cijfertoets die als laatste zijn geselecteerd, worden op de display weergegeven.
POP M SOFT BEAT PTY I POP
2 Selecteer een van de PTY-codes die onder de zes cijfertoetsen (1 t/m 6) liggen opgeslagen.

text_image
SCM 1 7 MO/DO 2 8 LOCAL 3 9 INT 4 10 RPT 5 11 RND 6 12De PTY-zoekopdracht naar uw favoriete programma begint na 5 seconden.
- Als er een station is dat een programma uitzendt en daarbij een PTY-signaal meezendt dat overeenkomt met de PTY-code die u hebt geselecteerd, stemt de eenheid automatisch op dat station af.
- Als er geen station is dat een programma uitzendt en daarbij een PTY-signaal meezendt dat overeenkomt met de PTY-code die u hebt geselecteerd, blijft de eenheid afgestemd op het station dat al was geselecteerd.
Opmerking:
In sommige gebieden werkt het zoeken met PTY-codes niet goed.
Andere nuttige RDS-functies en het maken van aanpassingen
Automatische selectie van een station bij gebruik van de cijfertoetsen
Normaliter zal de eenheid wanneer u op een van de cijfertoetsen drukt automatisch afstemmen op de vooraf ingestelde voorkeurzender.
Als deze zender een RDS-station is, gebeurt er echter iets anders. Als het ontvangen signaal niet sterk genoeg is, gaat de eenheid op basis van de AF-gegevens namelijk automatisch op zoek naar een andere, sterkere zender die hetzelfde programma uitzendt als de voorkeurzender die u hebt gekozen.
Indien er niet op een andere zender wordt afgestemd, kunt u alle frequenties afzoeken naar het gewenste programma (dit wordt Programma zoeken genoemd).
Hoe u deze voorziening activeert, wordt hieronder uitgelegd.
- Het zoeken van een programma kost enige tijd.
- Zie ook de paragraaf "De algemene instellingen wijzigen (PSM)", op bladzijde 21.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven.
2 Druk op ▶▶l of op l◀◀ om de vermelding "P (Programma) -SEARCH" te selecteren.
3 Druk op + om de vermelding "SRCH ON" te selecteren.
De voorziening Programma zoeken is nu ingeschakeld.
Als u het zoeken naar een programma wilt beëindigen, moet u de procedure herhalen, maar in stap 3 de vermelding "SRCH OFF" selecteren door op – te drukken.
De weergave op de display wijzigen terwijl u naar een FM-station luistert
Tijdens de ontvangst van een FM-zender die RDS-signalen uitzendt, kunt u de weergave op de display wijzigen. U kunt kiezen of u de naam van het station (PS NAME) of de frequentie van de zender (FREQ) wilt weergeven.
- Zie ook de paragraaf "De algemene instellingen wijzigen (PSM)" op bladzijde 21.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven.
2 Druk op ▲▶▶ of op ◀◀◀ √ om de vermelding "TU DISP" (Display van de tuner) te selecteren.
3 Druk op + of op - om de gewenste weergave in te stellen ("PS NAME" of "FREQ").
Opmerking:
Door op DISP te drukken kunt u de weergave op de display ook wijzigen wanneer u naar een FM-station luistert dat RDS-signalen uitzendt.
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, verschijnt de volgende informatie op de display:

- Na enkele seconden keert de display terug naar de oorspronkelijke weergave.
Het volumeniveau voor verkeersinformatie instellen
Het is mogelijk om voor de standby-ontvangst van verkeersinformatie op te geven met welk geluidsvolume u deze informatie wilt horen. In dat geval zal het geluid zodra er verkeersinformatie wordt ontvangen, worden aangepast aan het volume dat u hebt ingesteld.
- Zie ook de paragraaf "De algemene instellingen wijzigen (PSM)" op bladzijde 21.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven.
2 Druk op ▲▶▶ of op ◀◀◀ √ om de vermelding "TA VOL" te selecteren.
3 Druk op + of op - om het gewenste volume te selecteren.
U kunt het volume instellen op een waarde van "VOL 00" tot "VOL 50".
Automatisch aanpassen van de klok
De tijd die de klok weergeeft die in deze eenheid is ingebouwd wordt automatisch aangepast aan de tijdgegevens (CT – Clock Time) die met het RDS-signaal van een zender worden meegezonden. Als u wilt dat de klok niet automatisch wordt aangepast, moet u de onderstaande procedure volgen.
- Zie ook de paragraaf "De algemene instellingen wijzigen (PSM)" op bladzijde 21.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven.
2 Druk op ▲▶▶ of op ◀◀◀ √ om de vermelding "AUTO ADJ" te selecteren.
3 Druk op – om de vermelding "ADJ OFF" te selecteren.
U hebt het automatisch aanpassen van de klok nu uitgeschakeld.
Als u het aanpassen van de klok opnieuw wilt activeren, moet u de procedure herhalen, maar in stap 3 de vermelding "ADJ ON" selecteren door op + te drukken.
Opmerking:
Op basis van de gegevens over kloktijd kost het circa 2 minuten om de tijd aan te passen. Kies gedurende deze periode geen andere zender. Als u dat wel doet, wordt de

Beluisteren van een cassette
1 Open het cassette-compartment.

2 Plaats een cassette in cassette-compartment.

De eenheid trekt de cassette naar binnen en het afspelen begint automatisch nadat het bedieningspaneel naar boven is gekomen.
De indicator "Cassette in" verschijnt.

text_image
IN BOpmerkingen:
- Als er zich al een cassette in het cassette-compartment bevindt, dient u de cassetterecorder als afspeelbron te selecteren door op SOURCE (◀) te drukken. De cassette begint dan te spelen.
- Wanneer de ene kant van de band is afgespeeld, wordt automatisch begonnen met het afspelen van de andere kant (Auto Reverse).
3 Selecteer de richting van de band.

Elke keer wanneer u SOURCE (◀▶), indrukt en ingedrukt houdt, verandert de richting van de cassette in vooruit (FWD PLAY) en achteruit (REV PLAY).
Stoppen met afspelen en de cassette terug laten springen
Druk kort op ▲ OFF.
Het afspelen van de cassette wordt beeindigd en de cassette wordt uit het compartiment uitgeworpen.
De vorige afspeelbron wordt geselecteerd.
De cassetteweergave wordt tevens gestopt wanneer u naar schakelt. (De cassette wordt echter in dat geval niet uitgeworpen.)
- U kunt de cassette uitwerpen wanneer het contact niet met de contactsleutel is gactiveerd door op ▲▶▶ of op ◀◀◀ ▼ te drukken.
Als u het bedieningspaneel wilt sluiten, drukt u op ▲▶▶ of op ◀◀◀ √.
- Het in- of uitschakelen van de contactsleutel zal het bedieningspaneel niet doen sluiten. Als u het paneel wilt sluiten, dient u op ▲▶▶ of op ◀◀◀ ▼ te drukken.
LET OP

Steek NOOIT uw vingers tussen de display en de eenheid omdat u het gevaar loopt vast te komen zitten.
Versneld doorspoelen en terugspoelen van een band

Druk langer dan 1 seconde op ▲▶▶om de band versneld door te spoelen. Aan het einde wordt de band omgedraaid en wordt de andere kant vanaf het begin afgespeeld.
Druk langer dan 1 seconde op ◀◀◀ ▼ om de band terug te spoelen tot aan het begin.
Dezelfde kant wordt nogmaals afgespeeld.
Wanneer u op SOURCE (◀▶) indrukt en ingedrukt houdt, kunt u het versneld doorspoelen en terugspoelen op een willekeurige plaats laten stoppen.
Het afspelen begint daarna vanaf die plaats op de band.
Opmerking:
De bandtransportrichting wordt automatisch veranderd wanneer bij het snel doorspoelen het eind van de cassettekant wordt bereikt.
Cassettebandjes afspelen die zijn opgenomen met Dolby B NR
1 Druk op MODE ATT. De vermelding "MODE" verschijnt op de display.

2 Druk op MO/□□ terwijl de vermelding "MODE" op de display wordt weergegeven zodat de indicator □anganaat en "DOLBY B" gedurende enige tijd op de display wordt weergegeven.
Als u de Dolby B NR wilt annuleren, herhaalt u de bovenstaande procedure nogmaals zodat de indicator Dttgaat.
* Dolby ruisonderdrukking geproduceerd onder licentie van: Dolby Laboratories Licensing Corporation.
DOLBY en het dubbel D symbool Dijn handelsmerken van: Dolby Laboratories Licensing Corporation.
Voorkomen dat de cassette uit de cassettehouder springt
U kunt voorkomen dat de cassette uit de cassette-compartiment springt door een band in de cassette-compartiment te "vergrendelen".
Druk op SOURCE (◀▶) en ▲ OFF en houd deze toets langer dan 2 seconden ingedrukt. Op het afleesvenster knippert gedurende ongeveer 5 seconden de tekst "NO EJECT". De band is dan "vergrendeld".
Om de vergrendeling ongedaan te maken en de band te "ontgrendelen", drukt u opnieuw langer dan 2 seconden op SOURCE (◀▶) en ▲ OFF. Op het afleesvenster knippert opnieuw gedurende ongeveer 5 seconden de tekst "EJECT OK". De band is dan "ontgrendeld".
Opmerking:
Als u op ▲OFF drukt terwijl het uitwerpen van de cassette niet is toegestaan, komt het bedieningspaneel weliswaar naar beneden geschoven, maar kan er geen cassette worden uitgenomen. (De vermelding “NO EJECT” wordt op de display weergegeven.)
Druk als u het bedieningspaneel omhoog wilt verplaatsen op ▶▶| of op |◀◀.
Het begin van een muziekstuk vinden
Met Multi Music Scan kunt u het afspelen automatisch laten beginnen bij het begin van een bepaald muziekstuk. U kunt muziekstukken opgeven die zich maximaal 9 muziekstukken na of voor het huidige muziekstuk bevinden.
Gedurende het afspelen
Geef de plaats van het gewenste muziekstuk aan (d.w.z. hoeveel muziekstukken na of voor het huidige muziekstuk).

Druk op ▲▶▶I een muziekstuk na het huidige muziekstuk zoeken op de band.
Druk op ◀◀◀ ▼ een muziekstuk voor het huidige muziekstuk zoeken op de band.
+3 M M S SOFT BEAT POP 2:57 ^IN
Elke keer dat u een muziekstuk opgeeft, verandert het nummer tot maximaal ±9.
Wanneer het begin van het opgegeven muziekstuk is gevonden, wordt automatisch met het afspelen van het betreffende muziekstuk begonnen.
Opmerkingen:
- Gedurende het zoeken naar een opgegeven muziekstuk gebeurt het volgende:
- Als de band wordt teruggespoeld tot het begin, start het afspelen aan het begin van die kant.
– Als de band versneld wordt doorgespoeld tot aan het einde, wordt hij omgedraaid en afgespeeld vanaf het begin van de andere kant.
- Soms functioneert Multi Music Scan niet op de juiste manier. Dit kan gebeuren bij:
- Banden met muziekstukken met lange stukken zeer zachte muziek (zeer rustige gedeelten) of lange stukken tussen twee muziekstukken waarop niets is opgenomen.
- Banden met korte stukken waarop niets is opgenomen.
- Banden met veel geluid of geroezemoes tussen de verschillende muziekstukken.
- Wanneer het met de Dolby NR toets gekozen ruisonderdrukkingssysteem niet overeenkomt. Wanneer bijvoorbeeld Dolby B ruisonderdrukking is gectiveerd maar de cassette zonder Dolby was opgenomen.
Andere handige functies voor de cassettespeler
Overslaan van blanco gedeelten op de cassette
U kunt tijdens weergave blanco gedeelten tussen fragmenten overslaan. (Blank Skip).
Met de functie geactiveerd worden blanco gedeelten van 15 seconden of langer overgeslagen en wordt snel naar het volgende fragment gespoeld en de weergave vanaf daar voortgezet.
- Zie ook de paragraaf "De algemene instellingen wijzigen (PSM)" op bladzijde 21.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven.
(PSM: zie bladzijde 22.)

2 Druk op ▶▶ of pa ◀◀ om de vermelding "B. SKIP" (blank skip) te selecteren.

3 Druk op + om de vermelding "ON" te selecteren.

De voorziening Blank Skip is nu ingeschakeld.
4 Druk op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.

Als u het zoeken de modus Blank Skip wilt beëindigen, moet u de procedure herhalen, maar in stap 3 de vermelding "OFF" selecteren door op – te drukken.
Herhalen van het spelende fragment
U kunt het spelende fragment herhalen. (Herhaalde weergave)
1 Druk op MODE ATT tijdens weergave van een cassette wordt.

De vermelding "MODE" op de display.

2 Druk op RPT terwijl de vermelding "MODE" nog op de display wordt weergegeven zodat de indicator RPT op de display oplicht.

Door iedere korte druk op de toets tijdens weergave van een cassette wordt de functie voor het herhalen van een fragment afwisselend geactiveerd en uitgeschakeld.

text_image
REPEAT SOFT BEAT MODE IN POP RPTDe indicator licht op wanneer de functie voor het herhalen van een fragment is geactiveerd.
Opmerking:
- De functies voor het overslaan van blanco's en het herhalen van een fragment werken mogelijk niet in de volgende gevallen:
- Banden met muziekstukken met lange stukken zeer zachte muziek (zeer rustige gedeelten) of lange stukken tussen twee muziekstukken waarop niets is opgenomen.
- Banden met korte stukken waarop niets is opgenomen.
- Banden met veel geluid of geroezemoes tussen de verschillende muziekstukken.
- Wanneer het met de Dolby NR toets gekozen ruisonderdrukkingssysteem niet overeenkomt. Wanneer bijvoorbeeld Dolby B ruisonderdrukking is gectiveerd maar de cassette zonder Dolby was opgenomen.
Geluid aanpassen
U kunt de geluidskarakteristieken naar wens instellen.
1 Selecteer de functie die u wilt aanpassen.

Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt de aanpasbare tijd als volgt gewijzigd:

flowchart
graph LR
A["BAS (bas)"] --> B["TRE (treble)"]
B --> C["FAD (fader)"]
C --> D["BAL (balans)"]
D --> E["BBE"]
E --> F["WOOFER"]
F --> G["VOL (volume)"]
G --> A
| Indicatie Doel: Bereik | ||
| BAS Bastonen –06 (min.) aanpassen. | | +06 (max.) | |
| TRE Treble | aanpassen. –06 (min.) | +06 (max.) | |
| FAD* Evenwicht tussen R06 (Alleen voor- en | achterin)achterspeakers F06 (Alleen aanpassen. voorin) | ||
| BAL Evenwicht tussen L06 (Alleen linker- en | links)rechterspeaker R06 (Alleen aanpassen. rechts) | ||
| BBE Zie de paragraaf OFF, “Wat is BBE”? op de volgende bladzijde. | 1, 2, 3 | |
| WOOFER | Het uitvoerniveau 0 (min.) van de subwoofer aanpassen. 8 (max.) | |
| VOL | Het volume aanpassen. | | 00 (min.)50 (max.) |
* Als u een systeem met twee speakers gebruikt moet u FAD op "00" zetten.
2 Pas het niveau aan.

Druk op + om het niveau te verhogen.
Druk op – om het niveau te verlagen.

text_image
TRE +05 SOFT BEAT SELHet patroon op de indicator voor de equalizer verandert wanneer u de weergave van lage of hoge tonen aanpast.
Opmerking:
Standaard wordt met de toets +/- het volume afgesteld. Het is dus niet nodig om eerst de vermelding "VOL" te selecteren als u het volume wilt aanpassen.
Wat is BBE ^11 ?
De functie BBE ^II* herstelt de oorspronkelijke glans en helderheid van live-opnames, opnames van radio-uitzendingen, enzovoorts.
Een luidspreker die geluid weergeeft, krijgt te maken met een verschijnsel dat frequentie-afhankelijke faseverschuivingen wordt genoemd. Dit betekent dat geluiden met een hoge frequentie er langer over doen om het menselijke gehoor te bereiken dan lage frequenties. De functie BBE ^II corrigeert dit faseverschil tussen lage, middelhoge en hoge tonen door aan de weergave van lagere frequenties een vertragingstijd toe te kennen. Hoe lager de frequentie, hoe groter de vertragingstijd. Het resultaat van deze functie is dat alle frequenties het gehoor van de luisteraar op het juiste tijdstip bereiken.
Bovendien versterkt de functie BBE" de lage en middelhoge frequenties, omdat luidsprekers over het algemeen minder efficiënt zijn in het weergeven van deze tonen. Dit gebeurt door een technologie toe te passen die dynamische, programma- aangestuurde verrijking wordt genoemd. Samen met de eerdergenoemde correctie voor faseverschuivingen zorgt deze voorziening ervoor dat geluid helder wordt weergegeven en bij de luisteraar een echte live-ervaring teweeg brengt.
Elke keer wanneer u in stap 2 op de vorige pagina op + of - drukt, wordt de BBE ^II -functie als volgt gewijzigd:

flowchart
graph TD
A["BBE 1"] <--> B["BBE 2"]
B <--> C["BBE 3"]
D["BBE OFF\n(Uit, geen aanduiding)"] --> E["BBE"]
E --> F["02 SOFT BEAT POP SEL"]
G["Uit, geen aanduiding\n(OFF)"] --> H["(01)"]
H --> I["(02)"]
I --> J["(03)"]
Hoe hoger het getal, hoe sterker de BBE ^II -functie. Bij het verlaten van de fabriek is de BBE ^II -functie standaard ingesteld op "2".
Als u de BBE ^1 -functie wilt uitschakelen, moet u de vermelding "OFF" selecteren.
* Onder licentie van BBE Sound, Inc.
BBE ^II is een handelsmerk van BBE Sound, Inc.
Werken met aangepaste geluidsmodi (Advanced SCM)
U kunt voor elke afspeelbron een aangepaste geluidsmodus selecteren en vastleggen. Dit is mogelijk dankzij de voorziening met de naam "Advanced SCM" (Sound Control Memory).
Als u een geluidsmodus hebt geselecteerd, wordt deze in het geheugen opgeslagen en steeds opnieuw opgeroepen wanneer u dezelfde afspeelbron selecteert. De geluidsmodus wordt dan tevens op de display weergegeven.
Voor elk van de volgende geluidsbronnen kan een geluidsmodus worden opgeslagen: FM1, FM2, FM3, AM, cassette en voor externe geluidsbronnen.
- Als u de geluidsmodus van uw keuze niet voor elke geluidsbron apart wilt instellen, maar wel elke geluidsbron dezelfde geluidsmodus wilt toekennen, verwijzen we u naar de instructies in de paragraaf "Advanced SCM annuleren – SCM LINK" op bladzijde 23.
1 Druk op MODE ATT.

De cijfertoetsen doen nu dienst als functietoetsen.

2 De geluidsmodus van uw keuze selecteren.

Elke keer wanneer u op de toets drukt, verandert de geluidsmodus en wel als volgt:

- Als voor "SCM LINK" de instelling "LINK ON" wordt gekozen (zie bladzijde 23), kan de geselecteerde geluidsmodus voor de huidige afspeelbron in het geheugen worden opgeslagen en zal het effect op de huidige afspeelbron worden toegepast.
- Als voor "SCM LINK" de instelling "LINK OFF" wordt gekozen, zal het effect op elke afspeelbron worden toegepast.
VERVOLG, ZIE OMMEZIJDE
| Indicatie Voor: Vooraf ingestelde | ||||
| waarden | ||||
| Bas Treble BBE II | ||||
| BEAT Rock- of +02 00 2 discoritme | ||||
| SOFT Rustige +01 -03 achtergrond- muziek | OFF | |||
| POP | Lichte muziek | +04 +01 OFF | ||
| SCM OFF | (Vlak geluid) | 00 | 00 2 | |
Opmerkingen:
- U kunt de vooraf ingestelde geluidsweergave wijzigen en in het geheugen opslaan.
Als u de oorspronkelijke geluidsmodus wilt aanpassen en opslaan, verwijzen we u naar de paragraaf "Geluidsweergave aanpassen en opslaan" verderop op deze pagina.
- Als u de versterking van lage of hoge tonen wilt aanpassen, of de BBE^11 -functie tijdelijk wilt uitschakelen, verwijzen we u naar bladzijde 18 en 19. (De aanpassingen die u hebt aangebracht, worden geannuleerd zodra u een andere geluidsbron selecteert.)
Geluidsweergave aanpassen en opslaan
Het is mogelijk om de geluidskarakteristieken (BEAT, SOFT, POP) aan uw eigen wensen aan te passen en in het geheugen op te slaan.
- Voor het uitvoeren van de onderstaande stappen geldt een tijdslimiet. Als de procedure wordt afgebroken voordat u deze hebt voltooid, moet u opnieuw bij stap 1 beginnen.
1 Druk op MODE ATT.

De cijfertoetsen doen nu dienst als functietoetsen.

2 Selecteer de geluidsmodus van uw keuze.

Zie bladzijde 19 voor meer informatie.
3 Selecteer het item dat u wilt aanpassen (BAS, TRE of BBE ^11 ).

4 Pas het geselecteerde item aan uw persoonlijke wensen aan.

5 Herhaal stap 3 en 4 als u nog andere items wilt aanpassen.
6 Druk op de SCM en houd deze toets ingedrukt tot de geluidmodus van uw keuze knipperend op de display wordt weergegeven.

De wijziging van de geselecteerde geluidsbesturingsmodus wordt nu in het geheugen opgeslagen.
7 Herhaal dezelfde procedure als u andere geluidsmodi wilt aanpassen.
De fabrieksinstellingen herstellen
Herhaal de procedure en ken de fabrieksinstellingen toe. U vind deze in de tabel in de linker kolom op deze pagina.
Klok instellen
Het is ook mogelijk de klok in te stellen op een 24-uurs of een 12-uurs aanduiding.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven. (Zie bladzijde 22.)

2 Stel het uur in.
1 Selecteer de vermelding "CLOCK H" als deze al niet meteen op de display wordt weergegeven.
2 Pas het uur aan.
1

2

3 Stel de minuten in.
1 Selecteer de vermelding "CLOCK M".
2Pas de minuten aan.
1

2

4 Stel de uuraanduiding in.
1 Selecteer de vermelding "24H/12H".
2 Selecteer de vermelding "24HOUR" of "12HOUR".
1

2

5 Druk op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.

Als u wilt weten hoe laat het is terwijl de eenheid is uitgeschakeld, drukt u op + of -. De stroom wordt vervolgens ingeschakeld en gedurende 5 seconden wordt de tijd van de klok weergegeven. Daarna wordt de stroomtoevoer weer uitgeschakeld.
De algemene instellingen wijzigen (PSM)
Het is mogelijk om de instellingen voor de items die op de volgende bladzijde staan vermeld te wijzigen.
Basisprocedure
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven. (Zie bladzijde 22.)

2 Selecteer het item waarvan u de instelling wilt wijzigen. (Zie bladzijde 22.)

3 Wijzig het PSM-item dat u hierboven hebt geselecteerd.

4 Herhaal stap 2 en 3 als u de andere PSM-items wilt aanpassen.
5 Druk op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.

Modus met voorkeursinstellingen (PSM)-onderdelen
1 Houd. | 2 Kies... | 3 Stel in... | Fabrieksin-stellingen | Zie blz. | |
| - | + | ||||
| CLOCK H Instellen van het uur | VerderTerug | 0:00 | 21 | ||
| CLOCK M | Instellen van de minuten | Terug Verder | |||
| SCM LINK | Koppeling met het geheugen voor geluidsmodi | LINK OFF | LINK ON | LINK ON | 19, 23 |
| 24H/12H 24/12-uur aanduiding voor de klok | 12HOUR | 24HOUR | 24HOUR | 21 | |
| AUTO ADJ Automatische instellen van de klok | ADJ OFF (Uitgeschakeld) | ADJ ON (Geactiveerd) | ADJ ON | 14 | |
| CLOCK | Weergave van de klok | OFF | ON | ON | 23 |
| TU DISP Weergavemodus van de tuner | FREQ (Frequentie) | PS NAME (Zendernaam) | PS NAME | 14 | |
| PTY STBY | PTY-standby | 29 programmatypen (Zie bladzijde 12 en 35.) | NEWS | 12 | |
| PTY SRCH PTY-zoeken | (Zie bladzijde 12.) | 12 | |||
| TA VOL | Volume voor verkeersinformatie | VOL 00 - VOL 50 | VOL 20 | 14 | |
| P-SEARCH | Programme zoeken | SRCH OFF | SRCH ON | SRCH OFF | 13 |
| DAB AF* | Zoeken naar alternatieve frequenties | AF ONAF ON 33AF | |||
| LEVEL | Niveaudisplay | AUDIO 1 ↔ AUDIO 2 ↔ OFF ↔ | AUDIO 2 | 23 | |
| DIMMER | Dimmermodus | AUTO ↔ OFF ↔ ON ↔ | AUTO | 23 | |
| TEL | Audiodemping voor cellulaire telefoonsystemen | MUTING 1 ↔ MUTING 2 ↔ OFF ↔ (Uitgeschakeld) | OFF | 23 | |
| BEEP | Pieptoon bij toetsbediening | BEEP OFF (Uitgeschakeld) | BEEP ON (Geactiveerd) | BEEP ON | 24 |
| B.SKIP | Blank skip | OFF ON | 17OF | ||
| CUTOFF F | Afbreekfrequentie van de subwoofer | LOW ↔ MID ↔ HIGH ↔ | MID | 29 | |
| LINE ADJ | Aanpassen van het ingangsniveau | L.ADJ 00 - 05 | L.ADJ 00 | 24 | |
| PANEL | Plat paneel | FLAT OFF | FLAT OFFFLAT2ON | ||
| FILTER | Intermediate Frequency-filter | WIDE | AUTO | AUTO | 24 |
* Wordt alleen weergegeven indien de DAB-tuner is aangesloten.
• Druk op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.
Advanced SCM annuleren – SCM LINK
Het is mogelijk om de voorziening Advanced SCM (Sound Control Memory) te annuleren en de aangebrachte koppeling tussen de geluidsmodi en afspeelbronnen weer op te heffen.
Standaard kan voor elke afspeelbron een eigen, aangepaste geluidsmodus in het geheugen worden opgeslagen. In de praktijk kunt u dus een andere geluidsmodus te horen krijgen als u een andere afspeelbron selecteert.
- LINK ON: De voorziening Advanced SCM is ingeschakeld (voor elke afspeelbron een andere geluidsmodus)
- LINK OFF: De voorziening Advanced SCM is uitgeschakeld (voor elke afspeelbron geldt een en dezelfde geluidsbron)
Weergave van de klok selecteren – CLOCK
Het is mogelijk om de klok op de display weer te geven of juist niet weer te geven wanneer de eenheid is ingeschakeld. Bij het verlaten van de fabriek is de klok standaard ingesteld om op de display te worden weergegeven.
- ON: Weergave van de klok op de display is ingeschakeld.
- OFF: Weergave van de klok op de display is uitgeschakeld. Als “OFF” wordt geselecteerd, wordt de naam van de huidige afspeelbron weergegeven in plaats van de klok (behalve wanneer “EXT–LINE IN” als afspeelbron is geselecteerd).
De niveau-indicator selecteren
- LEVEL
U kunt zelf opgeven welk niveau op de display moet worden weergegeven. Standaard is bij het verlaten van de fabriek de instelling "AUDIO 2" geselecteerd.
- AUDIO 1: De verlichting van de niveaumeter beweegt van de buitenkant naar het midden.
- AUDIO 2: Beurtelings niveaumeter (bewegend van beneden naar boven) en verlichting.
- OFF: Geeft noch de indicator voor het geluidsniveau, noch de indicator met het patroon van de equalizer weer.
De instelling voor de dimmerfunctie selecteren – DIMMER
Bij het inschakelen van de koplampen van de auto wordt de verlichting van de display automatisch gedimd (de functie Auto Dimmer). Bij het verlaten van de fabriek is de functie Auto Dimmer van de eenheid standaard ingeschakeld.
- AUTO: De functie Auto Dimmer is ingeschakeld.
- OFF: De functie Auto Dimmer is uitgeschakeld.
• ON: De display wordt gedimd.
Opmerking over de functie Auto Dimmer:
Het kan zijn dat de functie Auto Dimmer van deze eenheid bij bepaalde voertuigen niet goed werkt, vooral niet bij voertuigen met een bedieningsfunctie voor de dimmer. In dergelijke gevallen moet u de dimmerfunctie op "ON" of "OFF" instellen.
Audiodemping voor mobiele telefoongesprekken selecteren – TEL
Deze modus wordt gebruikt wanneer er een cellulair telefoonsysteem is aangesloten. Selecteer afhankelijk van het telefoonsysteem dat u gebruikt "MUTING 1" of "MUTING 2". Welke dempingsmogelijkheid u kiest, hangt af van de vraag welke instelling het geluid het beste dempt. Bij het verlaten van de fabriek is deze modus standaard uitgeschakeld.
- MUTING 1: Selecteer deze modus als u hiermee het geluid kunt dempen.
- MUTING 2: Selecteer deze modus als u hiermee het geluid kunt dempen.
- OFF: Hiermee wordt de audiodemping voor telefoongesprekken uitgeschakeld.
Geluid bij het aanraken van de toetsen in- en uitschakelen - BEEP
Het is mogelijk om het geluid dat u hoort bij het aanraken van de toetsen uit te schakelen als u deze geluiden storend vindt. Bij het verlaten van de fabriek is de functie voor het weergeven van geluid bij het aanraken van de toetsen echter ingeschakeld.
- BEEP ON: Hiermee schakelt u het geluid bij het aanraken van de toetsen in.
- BEEP OFF: Hiermee schakelt u het geluid bij het aanraken van de toetsen uit.
Het lijningangsniveau aanpassen – LINE ADJ
Als er een extern apparaat op de LINE IN-ingang is aangesloten, moet u het ingangsniveau goed afstellen. Bij het verlaten van de fabriek wordt het niveau standaard ingesteld op "00".
Indien het ingangsniveau van het aangesloten apparaat niet hoog genoeg is, moet u dit aanpassen. Doet u dit niet, kunt u als u van het externe apparaat overschakelt op een andere afspeelbron plotseling een hard geluid horen.
Het bedieningspaneel een plat uiterlijk geven (paneel verbergen) – PANEL
Als u de ontvanger met de afstandsbediening bedient, kunt u het bedieningspaneel aan de voorzijde verbergen zodat deze een strak en plat uiterlijk heeft. Bij het verlaten van de fabriek is deze functie ingesteld op "FLAT OFF".
- FLAT ON: Het bedieningspaneel komt niet naar buiten wanneer u de eenheid inschakelt of nadat u een cassette hebt geplaatst. Als u het bedineingspaneel nodig hebt, drukt u op ◀◀◀. Als er gedurende een bepaalde periode geen bediening heeft plaatsgevonden, schuift het paneel automatisch terug de ontvanger in.
- FLAT OFF: U kunt het bedieningspaneel gewoon gebruiken.
De selectiviteit van de FM-tuner wijzigen - FILTER
In bepaalde streken kunnen naburige zenders de ontvangst van andere zenders verstoren. In dergelijke gevallen ontvangt u ruis of ander geluid. Deze eenheid kan zodanig worden ingesteld dat dergelijke storingen worden verminderd. Bij het verlaten van de fabriek is de eenheid standaard ingesteld op deze functie ("AUTO").
- AUTO: Wanneer dergelijke storingen worden waargenomen, verhoogt de eenheid automatisch de selectiviteit van de tuner zodat de invloed van de storing naar de achtergrond wordt gedrukt. (Het stereo-effect gaat hierbij echter verloren).
- WIDE: De eenheid is gevoelig voor storingen van naburige zenders, maar de geluidskwaliteit gaat niet verloren en het stereo-effect blijft behouden.
Werken met de vergrendeling
U kunt het gebruik van deze eenheid voor onbevoegden onmogelijk maken.
Als u de vergrendeling wilt gebruiken, moet u eerst een wachtwoord instellen. Als u dit hebt gedaan, wordt u op het moment dat u de eenheid voor de eerste keer na het wijzigen van de installatie inschakelt (of nadat een lege accu hebt opgeladen of vervangen) gevraagd het wachtwoord in te voeren.
LET OP: Denk eraan dat u het ingestelde wachtwoord niet vergeet. Als dit gebeurt, kunt u de eenheid namelijk niet meer gebruiken. Onthoud het wachtwoord dus en schrijf het indien nodig op papier. U kunt uw wachtwoord noteren in de daarvoor bestemde ruimte op het voorblad.
Het wachtwoord registeren
Een wachtwoord bestaat uit 4 tekens.
U kunt voor uw wachtwoord kiezen uit de volgende tekens: hoofdletters (A t/m Z) en cijfers (0 t/m 9).
Opmerking:
Als de vermelding "FLAT ON" wordt geselecteerd, is het niet mogelijk een wachtwoord vast te leggen. Selecteer in dit geval "FLAT OFF" (zie bladzijde 24) alvorens de onderstaande procedure te volgen.
1 Druk op beide toetsen en houd deze gedurende minimaal 2 seconden ingedrukt.

De eenheid is nu gereed voor het invoeren van een wachtwoord.
2 Selecteer een teken.

Elke keer wanneer u op de toets drukt, wordt er een ander teken weergegeven, en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["0"] <--> B["1"] <--> C["2"]....9
D["Z"]....CBA
E["letters"]
C --> D

SOFT BEAT POP CODE
3 Verplaats de cursor voor het invoeren van tekens naar de positie voor het volgende teken.


SOFT BEAT POP CODE
4 Herhaal stap 2 en 3 tot u alle vier de tekens hebt ingevoerd.
5 Druk op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.

Het wachtwoord knippert gedurende korte tijd op de display en vervolgens keert de eenheid terug naar de normale bedieningsmodus.
Hoe u de meegeleverde CODE-sticker gebruikt
Plak de meegeleverde CODE-sticker op een in het oog vallende plaats van de auto om anderen erop te wijzen dat deze eenheid is uitgerust met een beveiligingsfunctie en dat onbevoegd gebruik onmogelijk is.
Wanneer werkt de beveiligingsfunctie?
Wanneer u het wachtwoord eenmaal hebt geregistreerd, verschijnt de vermelding “✿✿✿✿ op de display en wordt u in de volgende situaties naar het wachtwoord gevraagd:
- Als u de eenheid voor de eerste keer inschakelt nadat u de eenheid opnieuw hebt geïnstalleerd.
- Als u de eenheid voor de eerste keer inschakelt nadat u de accu van de auto hebt vervangen.
U kunt deze eenheid gebruiken nadat u volgens de onderstaande procedure het wachtwoord hebt ingevoerd.
1 Druk op + of - om een teken in te voeren.
2 Druk op ▲▶▶ of op ◀◀◀ ▼ om de cursor voor het invoeren van tekens te verplaatsen.
3 Herhaal stap 1 en 2 om het hele wachtwoord (4 letters) correct in te voeren en druk vervolgens op SEL (selecteren).
- Nadat u het juiste wachtwoord hebt ingevoerd, wordt de beveiliging ontgrendeld en kunt u de eenheid gewoon gebruiken.
-
In de volgende gevallen wordt de beveiligingsfunctie niet geannuleerd (de vermelding "ERROR" verschijnt dan op de display) en daarna schakelt de eenheid zichzelf uit. (De eenheid zal niet meer zijn in te schakelen, tenzij u op de voorzijde op de Reset-toets drukt. Zie bladzijde 2).
-
Wanneer er een verkeerd wachtwoord wordt ingevoerd en op SEL (selecteren) wordt gedrukt.
- Wanneer het correcte wachtwoord niet binnen 30 seconden wordt ingevoerd.
Als u bij het opgeven van het wachtwoord een verkeerd teken invoert
Druk op ◀◀◀ ▼m de cursor voor het invoeren van tekens terug te plaatsen zodat deze op het verkeerde teken staat en vervolgens op + of – drukken om het juiste teken te selecteren.
Het wachtwoord wijzigen
Als u het wachtwoord wilt wijzigen nadat u dit hebt geregistreerd, gaat u als volgt te werk:
1 Druk gedurende minimaal 2 seconden tegelijkertijd op zowel + en ▶▶.
De vermelding “* verschijnt op de display.
2 Voer het huidige wachtwoord correct in en druk op SEL (selecteren).
De eenheid is nu klaar om een nieuw wachtwoord op te slaan.
3 Voer een nieuw wachtwoord naar keuze in en druk op de toets SEL (selecteren).
Het wachtwoord knippert korte tijd op de display en de eenheid keert daarna terug naar de normale bedieningsmodus.
- Meer informatie over het registreren van een wachtwoord treft u aan op bladzijde 25.

text_image
SEL SCM MD/II LOCAL MODE S T BAND SOURCE TP PTY INT RPT RND OFF 1 7 2 8 3 9 ATT M DISP RDS 4 10 5 11 6 12 OFFWe raden u aan bij uw eenheid alleen gebruik te maken van de CH-X-serie.
Als u een andere automatische CD-wisselaar in uw bezit hebt, raden we u aan contact op te nemen met uw JVC-dealer in auto-accessoires voor meer informatie over de juiste aansluitingen.
- Bijv. Als u een CD-wisselaar uit de KD-MK serie hebt, hebt u een kabel (KS-U15K) nodig om deze met het apparaat te verbinden.
Alvorens uw automatische CD-wisselaar te gebruiken:
- Lees de instructies door die bij uw CD-wisselaar zijn geleverd.
- Als er geen CD's in de houder van de CD-wisselaar aanwezig zijn of wanneer de CD's ondersteboven in de houder zitten, verschijnt op het afleesvenster de tekst "NO DISC". Als dit gebeurt, moet u de houder verwijderen en de CD's op de juiste wijze in de houder plaatsen.
- Als op het afleesvenster de tekst "RESET 1" - "RESET 8" verschijnt, is er iets fout met de verbinding tussen dit apparaat en de CD-wisselaar. Als dit gebeurt, moet u de verbinding controleren, de verbindingskabel(s) indien nodig stevig vastmaken en dan op de resetknop van de CD-wisselaar drukken.
CD's afspelen
Selecteer de automatische CD-wisselaar (CD-CH).

Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere afspeelbron geselecteerd (zie bladzijde 6).
Het afspelen begint bij de eerste track van de eerste CD. Alle tracks van alle CD's worden afgespeeld.
Nummer van Verstreken Het CD-nummer het muziekstuk speeltijd verschijnt*.

text_image
01 0005" SOFT BEAT POP CDO 1* Als voor "CLOCK" de instelling "ON" (zie bladzijde 23) is gekozen, wordt de kloktijd weergegeven.
Versneld vooruit afspelen en achteruit afspelen van het muziekstuk

Druk tijdens het afspelen van een CD op ▲▶▶ en houd deze toets ingedrukt om het muziekstuk versneld vooruit af te spelen.
Druk tijdens het afspelen van een CD op i◀◀ en houd deze toets ingedrukt om het muziekstuk achteruit af te spelen.
Vorige of volgende tracks selecteren

Druk terwijl u een CD afspeelt korte tijd op ▲ ▶▶ I om naar het begin van de volgende track te gaan. Elke keer wanneer u op deze toets drukt, gaat u naar de volgende track, die vervolgens ten gehore wordt gebracht.
Druk terwijl u een CD afspeelt korte tijd op ◀◀◀ on naar het begin van de huidige track te gaan. Elke keer wanneer u op deze toets drukt, gaat u naar de vorige track, die vervolgens ten gehore wordt gebracht.
Direct naar een bepaalde CD gaan
Druk op de cijfertoets die correspondeert met het nummer van de CD om het afspelen te laten beginnen (tijdens weergave van de CD-wisselaar).

text_image
SCM 1 7 MO/DO 2 8 LOCAL 3 9 INT 4 10 RPT 5 11 RND 6 12Druk kort op 1 (7) - 6 (12).
Druk kort op 1 (7) - 6 (12) en houd deze toets langer dan 1 seconde ingedrukt.

text_image
Nummer van het muziekstuk Nummer van de CD 01 00'05" SOFT BEAT POP C103Bijv. Wanneer CD nummer 3 wordt geselecteerd
Kiezen van de weergavefunctie
- Voor het uitvoeren van de onderstaande stappen geldt een tijdslimiet. Als de procedure wordt afgebroken voordat u deze hebt voltooid, moet u opnieuw bij stap 1 beginnen.
Tracks in willekeurige volgorde afspelen (Random Play)
1 Druk op MODE ATT terwijl er een CD wordt afgespeeld.
De vermelding "MODE" verschijnt op de display.


2 Druk zolang de vermelding "MODE" nog op de display wordt weergegeven op RND zodat de indicator RND op de display oplicht.
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere modus voor het in willekeurige volgorde afspelen van tracks geselecteerd, en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["RND1 RND2"] --> B["←"]
B --> C["Uit, geen aanduiding"]
| Functie | RND-indicator | Afspelen in willekeurige volgorde |
| RND1 Licht (random1) | op Alle muziekstukken van de huidige CD, daarna de muziekstukken van de volgende CD enzovoorts. | |
| RND2 Knippert (random2) | Alle muziekstukken van alle CD's in de CD-houder. | |
Tracks herhaaldelijk afspelen (Repeat Play)
1 Druk op MODE ATT terwijl er een CD wordt afgespeeld.
De vermelding "MODE" verschijnt op de display.

text_image
MODE ATT Binnen 5 seconden2 Druk zolang de vermelding "MODE" nog op de display wordt weergegeven op RPT zodat de indicator RPT op de display oplicht.
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere modus voor het herhaald afspelen van tracks geselecteerd, en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["RPT 5 11"] --> B["RPT1 RPT2"]
B --> C["←"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
| Functie | RPT-indicator | Herhaling van... |
| RPT1 Licht (repeat1) | op Het spe | ende (of ingestelde) fragment. |
| RPT2 Knippert Alle frag | menten van de spelende (of ingestelde) disc. | |
Alleen intro's afspelen (Intro Scan)
1 Druk op MODE ATT terwijl er een CD wordt afgespeeld.
De vermelding "MODE" verschijnt op de display.

text_image
MODE ATT Binnen 5 seconden2 Druk zolang de vermelding "MODE" nog op de display wordt weergegeven op INT (intro).
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere modus voor het afspelen van intro's geselecteerd, en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["INT 4 10"] --> B["INT1"]
B --> C["INT2"]
C -->|Uit, geen aanduiding| C
| Functie | Indicatie | Speelt het begin (15 seconden) |
| INT1 (intro1) | Opnamenummer flikkert | Van alle opnames op alle ingebrachte discs. |
| INT2 (intro2) | Het CD-nummer knippert (wanneer die op de display wordt weergegeven). | Van de eerste opname op iedere ingebrachte disc. |
Werken met een extern apparaat
Wanneer u aan de achterkant van de eenheid een extern apparaat hebt aangesloten op de aansluiting met de markering LINE IN, kunt u dit apparaat op de eenheid als afspeelbron selecteren.
1 Selecteer het externe apparaat (EXT-LINE IN).

Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere afspeelbron geselecteerd, en wel in de volgorde zoals die op bladzijde 6 staat beschreven.
2 Bedien het externe apparaat.
Opmerking:
Zie voor het aansluiten van het externe apparaat "Handleiding voor installatie/aansluiting" (afzonderlijke publicatie).
Werken met een subwoofer
Wanneer u aan de achterkant van de eenheid een subwoofer hebt aangesloten op de aansluiting met de markering SUBWOOFER OUT, kunt u in uw auto genieten van een voller basgeluid en een realistischere theater-weergave.
- Raadpleeg hiervoor de instructies die bij de subwoofer werden meegeleverd.
Wanneer er een subwoofer op deze eenheid is aangesloten, dient u een geschikte afbreekfrequentie te kiezen. Bij het verlaten van de fabriek is de afbreekfrequentie standaard ingesteld op "MID".
Om de begrensende frequentie van de subwoofer in te stellen, gaat u als volgt te werk.
- Zie ook de paragraaf "De algemene instellingen wijzigen (PSM)" op bladzijde 21.
- LOW: Frequenties boven 50 Hz worden niet door de subwoofer weergegeven.
- MID: Frequenties boven 80 Hz worden niet door de subwoofer weergegeven.
- HIGH: Frequenties boven 120 Hz worden niet door de subwoofer weergegeven.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven.
2 Druk herhaaldelijk op ▲▶▶ of op ◀◀ ▼ tot de vermelding “CUTOFF F” (frequentie) op de display verschijnt.
3 Druk op + of – om de gewenste begrenzingsfrequentie te selecteren.
4 Druk nogmaals op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.
Voor het aanpassen van het uitvoervolume van de subwoofer, verwijzen we u naar de paragraaf "Geluid aanpassen" op bladzijde 18.

text_image
SEL 1 7 2 8 LOCAL 3 9 MODE ATT T S M DISP BAND SOURCE TP RDS PTY INT 4 10 RPT 5 11 RHD 6 12 OFFWe raden u aan om in combinatie met deze eenheid DAB-tuner KT-DB1500 te gebruiken. Neem contact op met de JVC-dealer in auto-accessoires als u een andere DAB-tuner hebt.
- Zie ook de instructies die bij de DAB-tuner werden geleverd.
Wat is het DAB-system?
DAB is een van de digitale radiozendsystemen die momenteel in gebruik zijn. Met deze technologie is het mogelijk CD's af te spelen met hoge geluidskwaliteit zonder storingen en signaalvervorming. U kunt er zelfs tekst, afbeeldingen en gegevens mee versturen. In tegenstelling tot FM-uitzendingen, waarbij elk programma op een aparte frequentie wordt uitgezonden, worden bij DAB verschillende programma's (die "services" worden genoemd) met elkaar gecombineerd tot een "ensemble".
Alleen wanneer u een DAB-tuner op deze eenheid aansluit, kunt u van deze DAB-services gebruik maken.
Afstemmen op een ensemble en op een van de services
Een ensemble bestaat doorgaans uit 6 of meer programma's (services) die tegelijkertijd worden uitgezonden. Nadat u op een ensemble hebt afgestemd, kunt u kiezen naar welke service u wilt luisteren.
1 Selecteer de DAB-tuner (DAB1-3).

- Druk op SOURCE (BAND) en houd deze ingedrukt om een DAB-bandnummer te selecteren (DAB1, DAB2 of DAB3).
Opmerking:
Deze ontvanger is uitgerust met drie DAB- banden (DAB1, DAB2 en DAB3). U kunt met elke DAB-band op een ensemble afstemmen.
2 Zoek een ensemble op.

Druk op ▶▶l afstemmen op een ensemble met een hogere frequentie.
Druk op i◄◄ afstemmen op een ensemble met een lagere frequentie.
Zodra er een ensemble wordt gevonden, wordt het zoeken gestaakt.
Als u het zoeken wilt stoppen nog voordat er een ensemble is gevonden, moet u de toets die u hebt ingedrukt om het zoeken in gang te zetten nogmaals indrukken.
3 Selecteer de service waarnaar u wilt luisteren.

1 Druk op MODE ATT. De vermelding "MODE" verschijnt op de display.

②Druk op ▲▶▶ of op ◀◀ am de service van uw keuze te selecteren zolang de vermelding "MODE" op de display staat.
De informatie op de display wijzigen wanneer u op een ensemble afstemt
Normaliter wordt de naam van de service op de display weergegeven.
Druk op DISP (Display) als u wilt weten wat de naam van het ensemble of de frequentie ervan is.
Elke keer wanneer u op deze toets drukt, verschijnt de volgende informatie gedurende een korte tijd in het bovenste gedeelte van de display.

flowchart
graph TD
A["Naam van de service"] --> B["Naam van het ensemble"]
B --> C["Kanaalnummer"]
C --> D["Frequentie"]
Zonder zoeken afstemmen op een bepaald ensemble:
1 Druk op SOURCE (BAND) om de DAB-tuner als afspeelbron te selecteren.
2 Druk op ▲▶▶ of op ◀◀◀ ▼ en houd deze gedurende minimaal 1 seconde ingedrukt.
3 Druk herhaaldelijk op ▲▶lof op ◀◀ ▼ tot u het ensemble van uw keuze bereikt.
- Als u de toets ingedrukt houdt, blijft de frequentie veranderen tot u de toets weer loslaat.
DAB-frequencies in het geheugen opslaan
Er kunnen maximaal 6 DAB-services voor elke DAB-band (DAB1, DAB2 en DAB3) handmatig in het geheugen worden opgeslagen.
1 Selecteer de DAB-tuner (DAB1-3).

1 Druk op SOURCE (BAND) om de DAB-tuner als afspeelbron te selecteren.
2 Druk indien noodzakelijk meerdere malen op SOURCE (BAND) en houd deze ingedrukt om de gewenste DAB-omroepband te selecteren (DAB1, DAB2 of DAB3).
Elke keer wanneer u op deze toets drukt en houd, wordt er een andere DAB-band geselecteerd, en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["DAB1"] --> B["DAB2"]
B --> C["DAB3"]
2 Stem af op het ensemble van uw keuze.

3 Selecteer de service van het ensemble.

1 Druk op MODE ATT. De vermelding "MODE" verschijnt op de display.

2 Druk op ▶▶▶ of op ◀◀◀ own de service van uw keuze te selecteren zolang de vermelding "MODE" op de display staat.
VERVOLG, ZIE OMMEZIJDE
4 Druk op de cijfertoets (in dit voorbeeld cijfertoets 1) waaronder u de geselecteerde service wilt opslaan en houd deze toets gedurende minimaal 2 seconden ingedrukt.


text_image
SOFT BEAT POP 1 1Omroepband/Nummer voorkeurzender en "MEMO" knipperen even afwisselend.

SOFT BEAT POP MEMO
5 Herhaal de bovenstaande procedure als u nog andere DAB-services achter voorkeuzetoetsen wilt opslaan.
Opmerkingen:
- Een reeds opgeslagen DAB-service verdwijnt uit het geheugen wanneer u aan de desbetreffende voorkeuzetoets een nieuwe DAB-service toekent.
- Opgeslagen DAB-services verdwijnen uit het geheugen wanneer de stroomtoevoer naar het geheugen wordt onderbroken (bijvoorbeeld wanneer u de batterijen vervangt). Als dit gebeurt, zult u de DAB-services opnieuw moeten instellen.
Afstemmen op een opgeslagen DAB-service
Het is heel eenvoudig om af te stemmen op een DAB-service die u in het geheugen hebt opgeslagen.
Onthoud dat u de service hiervoor eerst in het geheugen moet opslaan en aan een voorkeuzetoets moet toekennen. Hoe dit moet, leest u op bladzijde 31.
1 Selecteer de DAB-tuner (DAB1-3).

1 Druk op SOURCE (BAND) om de DAB-tuner als afspeelbron te selecteren.
2 Druk indien noodzakelijk meerdere malen op SOURCE (BAND) en houd deze ingedrukt om de gewenste DAB-omroepband te selecteren (DAB1, DAB2 of DAB3).
Elke keer wanneer u op deze toets drukt en houd, wordt er een andere DAB-band geselecteerd, en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["DAB1"] --> B["DAB2"]
B --> C["DAB3"]
2 Selecteer het nummer (1 t/m 6) voor de DAB-service die u wilt beluisteren.

text_image
SCM 1 7 MO/20 2 8 LOCAL 3 9 INT 4 10 RPT 5 11 RND 6 12Wat u nog meer met DAB kunt doen
Hetzelfde programma automatisch volgen (alternatieve ontvangst)
Het is mogelijk om naar een programma te blijven luisteren
- Terwijl u een DAB-service ontvangt:
Als u in een streek rijdt waar u een service niet kunt ontvangen, zal deze eenheid automatisch afstemmen op een ander ensemble of een FM RDS-zender die hetzelfde programma uitzendt.
- Terwijl u een FM RDS-station ontvangt:
Als u in een gebied rijdt waar een DAB-service hetzelfde programma uitzendt als een FM RDS-zender, stemt deze eenheid automatisch op de DAB-service af.
Opmerking:
Bij het overschakelen van DAB naar FM en andersom kan het weergaveniveau van het volume onaangenaam toenemen of afnemen. Dat het geluidsniveau toeneemt of afneemt, heeft niets met uw ontvanger te maken, maar met de aansturing bij de zender. Er is dus niets mis met uw ontvanger.
Werken met alternatieve ontvangst
Bij het verlaten van de fabriek zijn standaard alle alternatieve-ontvangstmogelijkheden ingeschakeld.
1 Druk op SEL (selecteren) in en houd deze ten minste 2 seconden ingedrukt, zodat een van de PSM-vermeldingen op de display wordt weergegeven.
2 Druk op ▲▶▶ of op ◀◀◀ ▼ om de vermelding "DAB AF" (alternatieve frequentie) te selecteren.
3 Druk op + of - om de gewenste modus te selecteren.
- AF ON: Het programma wordt gevolgd tussen het aanbod van DAB-services en FM RDS-zenders — alternatieve ontvangst. De indicator AF op de display licht op (zie bladzijde 10.)
• AF OFF: Alternatieve ontvangst is uitgeschakeld.
Opmerking:
Als alternatieve ontvangst (voor DAB-services) is ingeschakeld, is automatisch ook de netwerkfunctie ingeschakeld (zie bladzijde 10 voor RDS-zenders). De netwerkfunctie kan echter niet worden uitgeschakeld zonder de alternatieve ontvangst uit te schakelen.
4 Druk nogmaals op SEL (selecteren) om het instellen te voltooien.
Een probleem hoeft niet altijd ernstig te zijn. Voordat u hulp inroept van een dienstverlenende instantie, moet u eerst de volgende punten controleren.
| Symptomen | Oorzaken | Oplossingen |
| • Er kan geen band in het apparaat worden gestopt. | U probeert de cassette op de verkeerde manier in de cassettehouder te stoppen. | Stop de cassette in het apparaat en zorg dat de onderkant, waar de band zichtbaar is, rechts zit. |
| • De cassette wordt niet uitgeworpen. | Het uitwerpen van de cassette is vergrendeld. | Druk op ▲OFF en houd deze gedurende minimaal 2 seconden ingedrukt terwilj u op SOURCE (◄►) drukt. |
| • De banden worden heet. | Dit is geen storing. | — |
| • Het geluidsniveau van de band is erg laag en de geluidskwaliteit is aangetast. | De kop van de band is vuil. | Reinig de kop met een speciale reinigingsband. |
| • Het geluid wordt soms onderbroken. | Verkeerde verbindingen. | Controleer de bedrading en de verbindingen. |
| • Er komt geen geluid uit de speakers. | De geluidsknop is op de laagste stand gezet. | Pas het geluid aan totdat het optimale niveau is bereikt. |
| Verkeerde verbindingen. | Controleer de bedrading en de verbindingen. | |
| • Automatisch instellen van stations – SSM (Strong-station Sequential Memory) – functioneert niet. | De signalen zijn te zwak. | Sla de stations handmatig op. |
| • U hoort ruis terwijl u naar de radio luistert. | De antenne zit niet goed vast. | Zorg dat de antenne stevig vast zit. |
| • De vermelding “NO DISC” verschijnt op de display. | Er zit geen CD in de CD-houder. | Stop de CD’s in de CD-houder. |
| De CD’s zijn op de verkeerde manier in de CD-houder geplaatst. | Stop ze op de juiste manier in de CD-houder. | |
| • De vermelding “NO MAG” verschijnt op de display. | Er is geen magazijn in de CD-wisselaar geladen. | Plaats het magazijn. |
| • De vermelding “RESET 8” verschijnt op de display. | Het apparaat is niet op de juiste manier met de CD-wisselaar verbonden. | Verbind het apparaat en de CD-wisselaar op de juiste manier met elkaar en druk op de Reset-toets van de CD-wisselaar. |
| • De vermelding “RESET1” - “RESET 7” verschijnt op de display. | —— | Druk op de Reset-toets van de CD-wisselaar. |
| • Het apparaat werkt helemaal niet.• De CD-wisselaar werkt niet. | Soms functioneert de ingebouwde microcomputer niet goed ten gevolge van lawaai, enzovoorts. | Druk op de Reset-toets op het bedieningspaneel. (De instellingen van de klok en voorkeurzenders in het geheugen worden gewist.) (Zie bladzijde 2.) |
| • De vermelding “ ‘ ‘ ‘ ‘ ‘ verschijnt op de display. | De vergrendelingsvoorziening is in gebruik. | Voer het wachtwoord in. (Zie bladzijde 25.) |
PTY-codes
| NEWS: NieuwsAFFAIRS: Actualiteiten en achtergrondinformatie aangaande het nieuwsINFO: Informatieve programma's over diverse verschillende onderwerpenSPORT: SportverslagenEDUCATE: Educatieve programma'sDRAMA: Radio-hoorspelenCULTURE: Programma's aangaande nationale of regionale cultuurSCIENCE: Wetenschappelijke en technische programma'sVARIED: Overige programma's, bijvoorbeeld ceremonies en comediesPOP M: PopmuziekROCK M: RockmuziekEASY M: Easy-listening muziekLIGHT M: Lichte muziekCLASSICS: Klassieke muziekOTHER M: Overige muziekWEATHER: Weerberichten FINANCE: Programma's aangaande handel en de beurs en beursberichten, etc.CHILDREN: Amusement voor kinderen | SOCIAL: RELIGION: PHONE IN: TRAVEL: LEISURE: JAZZ: Jazz-muziek COUNTRY: NATION M: OLDIES: FOLK M: DOCUMENT: | Programma's over sociale activiteiten Programma's over aspecten van geloof en religie, aangaande het bestaan en ethiek Programma's waarin mensen via de telefoon of een publiek forum hun meningen kunnen uiten Programma's over reizen en bestemmingen, georganiseerde reizen en ideeën en mogelijkheden voor vacanties Programma's over recreatieve bezigheden, bijvoorbeeld tuinieren, koken, vissen, etc. Country-muziek Huidige populaire muziek van een bepaald land of gebied in de taal van het land of gebied Gouwe-Ouwe Folk-muziek Programma's over feitelijke gebeurtenissen, vaak gepresenteerd in een onderzoekende stijl |
Dit apparaat vergt weinig zorg, maar u zult de levensduur van het apparaat kunnen verlengen als u onderstaande instructies opvolgt.
Koppen reinigen

- Reinig de koppen na elke 10 bedrijfsuren met een reinigingsband. Gebruik een type band met vloeistof (verkrijgbaar bij uw detailhandelaar). Wanneer de kop vuil wordt, zijn de volgende symptomen merkbaar:
– De geluidskwaliteit wordt minder.
– Het geluidsniveau neemt af.
– Het geluid valt weg.
- Gebruik geen vuile of stoffige banden.
- Zorg dat het glanzende gedeelte van de kop niet in aanraking komt met metalen of magnetisch gereedschap.
De band schoonhouden

- Bewaar de banden na gebruik altijd in het opbergdoosje.
• Zorg dat u de banden niet neerlegt op:
- Plaatsen waar zij blootstaan aan direct zonlicht.
- Zeer vochtige plaatsen.
- Plaatsen met uitzonderlijk hoge temperaturen.
LET OP:
- Gebruik geen cassettes met loszittende stickers. Wanneer de band wordt afgespeeld, kan het apparaat hierdoor worden beschadigd.
- Zorg dat de band strak zit en geen lussen vertoont. Deze kunnen in het mechanisme verstrikt raken.
- Laat na gebruik geen cassettes in de cassettehouder achter. De band kan hierdoor rekken.
U kunt de levensduur van dit apparaat eveneens verlengen door de hieronder omschreven functie toe te passen.
Contactsleutel (motor) uit – band wordt losgelaten/ contactsleutel (motor) aan – band wordt afgespeeld
- Als u het contact met de contactsleutel uitschakelt terwijl er zich een cassette in het cassette-compartiment bevindt, zal de cassette automatisch worden vrijgegeven.
- Als u het contact met de contactsleutel inschakelt terwijl er zich een cassette in het cassette-compartiment bevindt en u het contact eerder met de contactsleutel hebt uitgeschakeld terwijl er een cassette werd afgespeeld, zal die cassette automatisch opnieuw beginnen te spelen.
GELUIDSVERSTERKER
Maximum uitgangsvermogen:
Voorin: 45 W per kanaal
Achterin: 45 W per kanaal
Ononderbroken uitgangsvermogen (RMS):
Voorin: 17 W per kanaal in 4 Ω, 40 Hz tot
20 000 Hz met niet meer dan
vervorming van het geluid.
Achterin: 17 W per kanaal in 4 Ω, 40 Hz tot
20 000 Hz met niet meer dan
vervorming van het geluid.
Belastingsimpedantie: 4 Ω (speling 4 Ω tot 8 Ω)
Regelbereik tonen:
Bas: ±10 dB bij 100 Hz
Treble: ±10 dB bij 10 kHz
Weergavekarakteristiek: 40 Hz tot 20 000 Hz
Signaal/ruisverhouding: 70 dB
Ingangsvermogen/Impedantie:
1,5 V/20 kΩ belasting
Uitgangsvermogen/Impedantie:
4,0 V/20 kΩ belasting (maximaal vermogen)
Uitgangsimpedantie: 1 kΩ
RADIO
Frequentiebereik:
FM: 87,5 MHz tot 108,0 MHz
AM: (MG) 522 kHz tot 1 620 kHz
(LG) 144 kHz tot 279 kHz
[FM-zenders]
Gevoeligheid bij normaal bedrijf:
Gevoeligheid bij 50 dB geluidsdemping:
16,3 dBf (1,8 μV/75 Ω)
Selectiviteit alternatief kanaal (400 kHz):
65 dB
Weergavekarakteristiek: 40 Hz tot 15 000 Hz
Selectiviteit: 35 dB
[LW-zenders]
Gevoeligheid: 50 μV
CASSETTEDECK
Wow & Flutter: 0,11% (WRMS)
Versneld doorspoelen: 100 sec. (C-60)
Frequentierespons (Zonder Dolby):
30 Hz t/m 16 000 Hz (normaalcassette)
Signaal-/ruisverhouding: (normaalcassette)
(Met Dolby): 65 dB
(Zonder Dolby): 56 dB
Stereoseparatie : 40 dB
ALGEMEEN
Voeding:
Werkspanning: Gelijkstroom 14,4 V
(speling 11 V tot 16 V)
Aardingssysteem: Negatieve aarding
Bedrijfstemperatuur: 0°C tot + 40°C
Afmetingen (breedte · hoogte · diepte):
Afmetingen apparaat (ten behoeve van
installatie): 182 mm · 52 mm · 160 mm
Afmetingen paneel:
Ontwerp en specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Hebt u PROBLEMEN met de bediening?
Stel het apparaat terug
Zie de pagina met de paragraaf Het apparaat terugstellen

text_image
JVCVICTOR COMPANY OF JAPAN, LIMITED
Houd.
Kies...
Stel in...