CD RDS Tuner - Autoradio PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CD RDS Tuner PIONEER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CD RDS Tuner - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CD RDS Tuner van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING CD RDS Tuner PIONEER
CONTROL iPod/CONTROL APP met en
DeHartelijk dank voor uw keuze voor dit
Lees deze handleiding voordat u het product in
gebruik neemt zodat u het goed leert gebruiken.
Lees vooral de gedeelten die met WAARSCHU-
WING en LET OP gemarkeerd zijn aandachtig.
Bewaar deze handleiding na het lezen op een vei-
lige, voor de hand liggende plaats zodat u hem in-
dien nodig altijd kunt raadplegen.
Deponeer dit product niet bij het gewone
huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwij-
deren. Er bestaat een speciaal wettelijk voor-
geschreven verzamelsysteem voor de juiste
behandeling, het opnieuw bruikbaar maken
en de recycling van gebruikte elektronische
In de lidstaten van de EU en in Zwitserland en
Noorwegen kunnen particulieren afgedankte
elektronische producten gratis bij de daarvoor
bestemde verzamelplaatsen inleveren. Als u een
soortgelijk nieuw product koopt, kunt u het afge-
dankte product ook bij uw verkooppunt inleve-
Als u in een ander land woont, neem dan con-
tact op met de plaatselijke overheid voor infor-
matie over het weggooien van afgedankte
Op die manier zorgt u ervoor dat uw afgedankte
product op de juiste wijze wordt verwerkt, herge-
bruikt en gerecycled, zonder schadelijke gevol-
gen voor het milieu en de volksgezondheid.
Informatie over dit toestel
De tuner van dit toestel kan worden afgestemd
op frequenties die gebruikt worden in West-Eu-
ropa, Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Ocea-
nië. In andere gebieden is de ontvangst wellicht
slecht. De RDS-functie (Radio Data System)
werkt alleen in gebieden waar FM-zenders RDS-
informatie uitzenden.
LET OP Dit apparaat is geclassificeerd als een klasse
1 laserproduct onder de veiligheidsnormen
voor laserproducten, IEC 60825-1:2007.
KLASSE 1 LASERPRODUCT LET OP
! Zorg ervoor dat het toestel niet met vloeistof
in aanraking komt. Een elektrische schok
kan daarvan het gevolg zijn. Bovendien kan
contact met vloeistoffen rookvorming, over-
verhitting en andere schade aan het toestel
! De Pioneer CarStereo-Pass wordt alleen in
! Zet het volume nooit zo hoog dat u geluiden
buiten het voertuig niet meer kunt horen.
! Zorg dat het toestel niet wordt blootgesteld
! Als de accu wordt losgekoppeld of leeg
raakt, wordt het voorkeuzegeheugen gewist.
Instellingen worden ook uitgevoerd als u het
menu annuleert zonder te bevestigen.
Informatie over deze
! Met de term “USB-opslagapparaat” wordt in
het algemeen verwezen naar USB-geheugen
en USB-audiospelers.
! In deze handleiding verwijst “iPod” naar een
Als dit toestel niet naar behoren functioneert,
kunt u uw leverancier of het dichtstbijzijnde er-
kende Pioneer-servicecentrum raadplegen.
108 Hoofdstuk Vóór u begint
! Sluit een USB-opslagapparaat via een
Pioneer USB-kabel (CD-U50E, optioneel) op
dit toestel aan. Sluit het niet rechtstreeks op
dit toestel aan omdat het dan uitsteekt en
verwondingen of beschadigingen kan veroor-
! Gebruik geen producten van andere fabrikan-
! Cd-speler, USB-op-
weergavetijd en tekst-
Licht op wanneer er een
menu of mappen op een
lager niveau bestaan.
Wordt weergegeven als
CLOCK is geselecteerd
(lijst) De lijst wordt bediend.
Hier wordt bijkomende
informatie weergegeven.
6 LOC Automatisch afstemmen
Er is afgestemd op een
zender met verkeersinfor-
van verkeersberichten
De iPod is als bron gese-
lecteerd en de functie
Shuffle of Shuffle all is
Herhalen van een frag-
De iPod-functie van dit
toestel wordt via de iPod
Als u het contact aanzet na de installatie, ver-
schijnt het instellingenmenu op het display.
U kunt de onderstaande menu-opties instellen.
1 Zet het contact aan na de installatie van
2 Draai aan M.C. en selecteer YES.
# Als u niet binnen 30 seconden een bediening uit-
voert, wordt het instellingenmenu niet weergegeven.
# Als u op dit moment geen instellingen wilt
maken, draait u M.C. naar NO. Indrukken om te se-
Als u NO selecteert, kunt u geen instellingen maken
in het instellingenmenu.
3 Druk op M.C. om uw keuze te bevesti-
4 Voer de volgende procedures uit om het
Om verder te gaan naar de volgende menu-
optie, moet u uw selectie bevestigen.
LANGUAGE (taalinstelling)
Dit toestel kan Engelse of Russische tekstinforma-
tie bij een gecomprimeerd audiobestand weerge-
! Als de gebruikte taal niet overeenkomt met de
taalinstelling van dit toestel, wordt tekst wel-
licht niet correct weergegeven.
! Het is mogelijk dat sommige tekens niet juist
1 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
ENG (Engels)—РУС (Russisch)
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
1 Draai aan M.C. om het uur in te stellen.
2 Druk op M.C. om de minuut te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de minuut in te stellen.
4 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
FM STEP (FM-afstemstap)
Standaard wordt er bij automatisch afstemmen
een FM-afstemstap van 50 kHz gebruikt, en
100 kHz als de functie AF of TA is ingeschakeld.
Maar soms krijgt u een beter resultaat als ook bij
het afstemmen op alternatieve frequenties (AF)
een afstemstap van 50 kHz wordt gebruikt.
! Bij handmatig afstemmen blijft de afstemstap
1 Draai aan M.C. en selecteer de FM-afstemstap.
50 (50 kHz)—100 (100kHz)
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Bediening van het toestel
109 Hoofdstuk Bediening van het toestel
025 Draai aan M.C. en selecteer YES om de in-
stelling te voltooien.
# Als u de instelling wilt wijzigen, draait u M.C.
naar NO. Druk in om te selecteren.
6 Druk op M.C. om uw keuze te bevesti-
! U kunt de menu-opties instellen in het sys-
teemmenu. Raadpleeg Systeemmenu op
bladzijde 117 voor meer informatie over de in-
! U kunt het instellingenmenu annuleren door
op SRC/OFF te drukken.
! Wees voorzichtig bij het verwijderen en te-
rugplaatsen van het voorpaneel.
! Stel het voorpaneel niet bloot aan schokken.
! Stel het voorpaneel niet bloot aan direct zon-
licht en hoge temperaturen.
! Maak eerst alle kabels en apparaten (indien
aanwezig) van het voorpaneel los voordat u
het verwijdert om beschadiging aan het toe-
stel en het voertuiginterieur te voorkomen.
Het voorpaneel tegen diefstal ver wijderen
1 Druk op de toets Verwijderen om het voorpa-
2 Duw het voorpaneel naar boven (M) en trek het
3 Bewaar het losgemaakte voorpaneel in een be-
schermend omhulsel zoals een stevig doosje.
Het voorpaneel terugzetten
1 Schuif het voorpaneel naar links.
Steek de lipjes aan de linkerzijde van het
hoofdtoestel goed in de openingen in het voor-
2 Druk de rechterzijde van het voorpaneel aan
tot het goed geplaatst is.
Als het niet lukt het voorpaneel te bevestigen,
controleer dan of u het wel juist op het hoofd-
toestel bevestigt. Gebruik geen kracht want
daardoor kunt u het paneel en het toestel be-
Het toestel inschakelen
1 Druk op SRC/OFF om het toestel in te schake-
Het toestel uitschakelen
1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel uit
Een signaalbron selecteren
1 Druk op SRC/OFF om over te schakelen tus-
! Als een andere bron dan DAB geselecteerd is,
kunt u naar DAB overschakelen door op DAB
Het volume afstellen
1 Draai aan M.C. om het volume te regelen.
LET OP Voor uw veiligheid en die van anderen moet u
het voertuig eerst parkeren als u het voorpaneel
Als de blauw-witte draad van dit toestel is aange-
sloten op de bedieningsaansluiting van de auto-
matische antenne van het voertuig, schuift de
antenne uit wanneer er een signaalbron van dit
toestel wordt ingeschakeld. Als de signaalbron
wordt uitgeschakeld, wordt de antenne weer in-
Veelgebruikte menufuncties
Terugkeren naar het vorige display
Terugkeren naar de vorige lijst (de map die een ni-
Terugkeren naar het gewone display
Het hoofdmenu annuleren
Terugkeren naar het gewone display van de lijst
DAB (digitale audio-uitzending)
Om een DAB-uitzending te kunnen ontvangen,
moet een DAB-antenne (AN-DAB1, los verkrijg-
baar) op het toestel aangesloten zijn.
DAB staat voor Digital Audio Broadcasting (digi-
tale audio-uitzending) en heeft de volgende ei-
! Hoge geluidskwaliteit (vrijwel gelijk aan cd-
kwaliteit hoewel het in sommige gevallen
lager kan zijn om de bandbreedte optimaal te
! Storingvrije ontvangst
Sommige zenders zenden testuitzendingen uit.
Een frequentieband selecteren
totdat de gewenste frequen-
tieband (D1, D2 of D3) wordt weergegeven.
Handmatig afstemmen (stap voor stap)
1 Druk op c of d. PakketDienstHoofdservicecomponentDruk op
. HoofdservicecomponentSecundaire servicecomponentSecundaire servicecomponentDienst Sommige afzonderlijke diensten in een pakket
kunnen worden onderverdeeld in servicecompo-
nenten. De voornaamste servicecomponent is de
hoofdservicecomponent. Bijkomende componen-
ten worden secundaire servicecomponenten ge-
Automatisch afstemmen
1 Houd c of d ingedrukt en laat deze weer los.
Bediening van het toestel
110 Hoofdstuk Bediening van het toestel
Met de pauzefunctie kunt u een DAB-uitzending
tijdelijk onderbreken.
% Druk op DAB om de weergave te onder-
breken (pauze) of te hervatten.
! Recente uitzendingen worden automatisch in
het geheugen opgeslagen. De opslagcapaci-
teit van het toestel is afhankelijk van de bit-
snelheid van de servicecomponent en
bedraagt ongeveer 5 minuten bij 192 kbps.
! Als een onderbreking langer duurt dan de be-
schikbare geheugenduur, begint het afspelen
vanaf het begin van de selectie in het geheu-
Deze functie wordt uitgeschakeld als Tijdver-
schuiving actief is. Raadpleeg voor meer infor-
matie over tijdverschuiving Luisteren naar een
recente uitzending (tijdverschuiving) op deze
Zenders voor de verschillende
frequentiebanden opslaan en
De voorkeuzetoetsen gebruiken
1 Stem af op de zender die u in het geheu-
gen wilt opslaan. Om hem op te slaan houdt
u de gewenste voorkeuzetoets (1/
) ingedrukt tot het voorkeuzenummer
stopt met knipperen.
2 Druk op de gewenste voorkeuzetoets (1/
t/m 6/ ) om de betreffende zender te se-
Een ander display kiezen
De gewenste informatie selecteren
1 Druk op DISP om over te schakelen tussen:
! SERVICE LABEL (servicelabel of kanaal)
! Als het ser vicelabel niet gedetecteerd kan
worden in SERVICE LABEL, wordt het kanaal
weergegeven. Anders wordt het servicelabel
! De tekstinformatie onder BRDCST INFO
wordt automatisch bijgewerkt.
! Raadpleeg voor meer informatie over de PTY-
lijst het gedeelte PTY-lijst op de volgende
! Deze functie wordt uitgeschakeld wanneer
de pauzefunctie gebruikt wordt. Raadpleeg
voor meer informatie over de pauzefunctie
het gedeelte Pauze op deze bladzijde.
! Afhankelijk van de frequentieband kan de
tekstinformatie verschillen.
! Welke tekstinformatie gewijzigd kan worden,
hangt af van het gebied.
Luisteren naar een recente
uitzending (tijdvers chuiving)
U kunt door recente uitzendingen bladeren van
de geselecteerde servicecomponent.
/DIMMER om over te schake-
len naar de tijdverschuivingsstand.
Druk er nogmaals op om terug te keren naar de
rechtstreekse uitzending.
2 Druk op c of d om het afspeelpunt in te
! Druk op c om een minuut terug te gaan.
! Druk op d om een minuut vooruit te gaan.
Recente uitzendingen worden automatisch in
het geheugen opgeslagen. De opslagcapaciteit
van het toestel is afhankelijk van de bitsnelheid
van de servicecomponent en bedraagt ongeveer
5 minuten bij 192 kbps.
U kunt geen punt selecteren dat de geheugen-
capaciteit overschrijdt.
Een servicecomponent selecteren
U kunt een servicecomponent uit de volgende
(lijst) om over te schakelen
naar de servicelijstmodus.
2 Draai aan M.C. om een optie in de lijst te
selecteren en druk erop om te bevestigen.
Na selectie kunnen de volgende servicecompo-
nentfuncties ingesteld worden.
SERVICE (servicelabel)
U kunt een servicecomponent selecteren uit de
lijst van alle componenten.
1 Draai aan M.C. om een servicecomponent te
2 Druk op M.C. om een uitzending van de gese-
lecteerde servicecomponent te ontvangen.
2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren.
3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te
4 Draai aan M.C. om een servicecomponent te
5 Druk op M.C. om een uitzending van de gese-
lecteerde servicecomponent te ontvangen.
PROGRAM TYPE (PTY-label)
U kunt een servicecomponent selecteren aan de
hand van de PTY-informatie.
1 Draai aan M.C. om de gewenste PTY-informa-
tie te kiezen en druk erop om te bevestigen.
NEWS/INFO—POPULAR—CLASSICS—
2 Draai aan M.C. om een servicecomponent te
3 Druk op M.C. om een uitzending van de gese-
lecteerde servicecomponent te ontvangen.
ENSEMBLE (pakketlabel)
U kunt een servicecomponent selecteren uit het
1 Draai aan M.C. om het gewenste pakket te kie-
zen en druk erop om te bevestigen.
2 Draai aan M.C. om een servicecomponent te
3 Druk op M.C. om een uitzending van de gese-
lecteerde servicecomponent te ontvangen.
Informatie in de servicelijst
U kunt updates voor de servicelijst ontvangen.
(lijst) om de functie te an-
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
FUNCTION en druk erop.
U kunt de volgende functie aanpassen.
Bediening van het toestel
111 Hoofdstuk Bediening van het toestel
02S.FOLLOW (zoeken naar alternatieve servicecom-
Deze functie zorgt ervoor dat het toestel bij slechte
tunerontvangst automatisch zoekt naar een ander
pakket met dezelfde servicecomponenten. Als er
geen alternatieve servicecomponent gevonden
wordt of de ontvangst niet verbetert, schakelt het
toestel automatisch over naar een identieke FM-
1 Druk op M.C. om zoeken naar alternatieve ser-
vicecomponenten in of uit te schakelen.
Een frequentieband selecteren
totdat de gewenste frequen-
tieband (FM1, FM2, FM3 voor FM of MW/LW)
op het display verschijnt.
Overschakelen tussen voorkeuzestations
! Om deze functie te gebruiken, moet u PCH
(voorkeuzezender) selecteren onder SEEK.
Raadpleeg voor meer informatie over de instel-
lingen SEEK (instelling linker/rechter toets) op
de volgende bladzijde.
Handmatig afstemmen (stap voor stap)
! Om deze functie te gebruiken, moet u MAN
(handmatig afstemmen) selecteren onder
SEEK. Raadpleeg voor meer informatie over de
instellingen SEEK (instelling linker/rechter
toets) op de volgende bladzijde.
Automatisch afstemmen
1 Houd c of d ingedrukt en laat deze weer los.
U kunt het automatisch afstemmen afbreken
door even op c of d te drukken.
Als u c of d ingedrukt houdt, worden zenders
overgeslagen. Het automatisch afstemmen be-
gint zodra u c of d loslaat.
U kunt de AF-functie (zoeken naar alternatieve
frequenties) in- en uitschakelen. Voor normaal
afstemmen moet de AF-functie uit staan (raad-
pleeg AF (alternatieve frequenties zoek en) op de
volgende bladzijde).
Zenders voor de verschillende
frequentiebanden opslaan en
De voorkeuzetoetsen gebruiken
1 Stem af op de zender die u in het geheu-
gen wilt opslaan. Om hem op te slaan houdt
u de gewenste voorkeuzetoets (1/
) ingedrukt tot het voorkeuzenummer
stopt met knipperen.
2 Druk op de gewenste voorkeuzetoets (1/
t/m 6/ ) om de betreffende zender te se-
Een ander display kiezen
De gewenste informatie selecteren
1 Druk op DISP om over te schakelen tussen:
! FREQUENCY (programmaservicenaam of
! Als de programmaservicenaam niet gedetec-
teerd kan worden in FREQUENCY, wordt de
frequentie weergegeven. Anders wordt de
programmaservicenaam weergegeven.
! De tekstinformatie onder BRDCST INFO
wordt automatisch bijgewerkt.
! Afhankelijk van de frequentieband kan de
tekstinformatie verschillen.
! Welke tekstinformatie gewijzigd kan worden,
hangt af van het gebied.
Met behulp van PTY-informatie (programmatype-
informatie) kunt u op een bepaald soort zender
RDS-zenders zoeken via PTY-informatie
U kunt naar bepaalde soorten uitzendingen zoe-
ken, zoals de uitzendingen die in het volgende ge-
deelte worden genoemd: deze bladzijde.
2 Draai aan M.C. om een programmatype te kie-
NEWS/INFO—POPULAR—CLASSICS—
3 Druk op M.C. om het zoeken te beginnen.
Het toestel zoekt naar een zender die het gese-
lecteerde programmatype uitzendt. Als er een
zender is gevonden, wordt de programmaservi-
! Druk opnieuw op M.C. om het zoeken te
! Het programma van een zender kan afwij-
ken van de informatie die door de PTY-code
! Als er geen zender gevonden wordt die het
gewenste soort programma uitzendt, wordt
op het display ongeveer twee seconden
lang NOT FOUND getoond en keert de
tuner terug naar de oorspronkelijke zender.
NEWS/INFO (nieuws en informatie)
NEWS (nieuws), AFFAIRS (actualiteiten), INFO (in-
formatie), SPORT (sport), WEATHER (weer), FI-
NANCE (financieel nieuws)
POPULAR (populaire muziek)
POP MUS (populaire muziek), ROCK MUS (rock-
muziek), EASY MUS (lichte muziek), OTH MUS
(andere muziek), JAZZ (jazz), COUNTRY (country-
muziek), NAT MUS (nationale muziek), OLDIES
(Gouwe Ouwe), FOLK MUS (folkmuziek)
CLASSICS (klassieke muziek)
L. CLASS (lichte klassieke muziek), CLASSIC (klas-
Bediening van het toestel
112 Hoofdstuk Bediening van het toestel
TURE (cultuur), SCIENCE (wetenschap), VARIED
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
FUNCTION en druk erop.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
U kunt de volgende functies aanpassen.
# Als de MW/LW-band is geselecteerd, zijn alleen
BSM, LOCAL en SEEK beschikbaar.
BSM (geheugen voor de sterkste zenders)
Met de functie BSM (Best Stations Memory) kunt
u automatisch de zes sterkste zenders in het ge-
heugen opslaan. Deze worden opgeslagen in volg-
orde van signaalsterkte.
1 Druk op M.C. om de functie BSM in te schake-
Druk nogmaals op M.C. om deze te annuleren.
Als de functie AF is ingeschakeld, kan de regio-
nale functie gebruikt worden om het zoeken tot re-
gionale programma’s te beperken.
1 Druk op M.C. om de regionale functie in of uit
LOCAL (automatisch afstemmen op lokale zen-
Als deze functie is ingeschakeld, stemt het toestel
alleen af op zenders waarvan het signaal vol-
doende sterk is voor een goede ontvangst.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel-
FM: OFF—LV1 —LV2—LV3—LV4
Als u het hoogste niveau selecteert, wordt al-
leen afgestemd op de sterkste zenders. Bij la-
gere niveaus wordt ook afgestemd op
TA (stand-by voor verkeersberichten)
1 Druk op M.C. om de functie Stand-by voor ver-
keersberichten in en uit te schakelen.
AF (alternatieve frequenties zoeken)
1 Druk op M.C. om AF aan of uit te zetten.
NEWS (onderbreking door nieuwsberichten)
1 Druk op M.C. om de nieuwsfunctie in of uit te
SEEK (instelling linker/rechter toets)
U kunt een functie toewijzen aan de linker en rech-
ter toets van het toestel.
Selecteer MAN (handmatig afstemmen) om hand-
Een cd/cd-r/cd-rw afspelen
1 Plaats een disc met het etiket omhoog in de
Een cd/cd-r/cd-rw uitwerpen
Songs op een USB-opslagapparaat afspelen
1 Open het deksel van de USB-poort.
2 Sluit het USB-opslagapparaat aan via een
Het afspelen begint automatisch.
Stoppen met afspelen van songs op een USB-op-
1 U kunt een USB-opslagapparaat op elk ge-
wenst moment verwijderen.
Het toestel stopt met afspelen.
Een fragment selecteren
! Als u gecomprimeerde audio afspeelt, is er
geen geluid bij vooruit- en achteruitspoelen.
Terugkeren naar de hoofdmap
Overschakelen tussen gecomprimeerde audio en
Overschakelen tussen afspeelbare geheugenappa-
Als een USB-opslagapparaat meerdere USB Mass
Storage-compatibele afspeelbare geheugenappa-
raten bevat, kunt u tussen deze apparaten over-
Ontkoppel USB-opslagapparaten van dit toestel
wanneer u ze niet gebruikt.
Bediening met de MIXTRAX-toets
MIXTRAX in- of uitschakelen
U kunt deze functie gebruiken wanneer USB als
signaalbron is geselecteerd.
1 Druk op 3/MIX om MIXTRAX in of uit te scha-
! Raadpleeg Informatie over MIXTRAX op blad-
zijde 118 voor meer informatie over MIXTRAX.
! Raadpleeg MIXTRAX-menu op bladzijde 118
voor meer informatie over MIXTRAX-functies.
! Wanneer MIXTRAX gebruikt wordt, is de
sound retriever uitgeschakeld.
Bediening van het toestel
113 Hoofdstuk Bediening van het toestel
02Een ander display kiezen
De gewenste informatie selecteren
1 Druk op DISP om over te schakelen tussen:
! FILE INFO (bestandsnaam/mapnaam)
! De tekstinformatie onder TRACK INFO en
FILE INFO wordt automatisch bijgewerkt.
! Afhankelijk van het mediabestandstype en
de versie van iTunes waarmee MP3-bestan-
den op de disc zijn opgenomen, kan het voor-
komen dat incompatibele tekst bij een
audiobestand niet goed wordt weergegeven.
! Welke tekstinformatie gebruikt kan worden,
hangt af van de informatiedrager.
Bestanden en fragmenten in de
lijst selecteren en afspelen
1 Druk op om over te schakelen naar de
lijst met bestands- of fragmentnamen.
2 Gebruik M.C. om de gewenste bestands-
naam (of mapnaam) te selecteren.
Een bestand of map selecteren
1 Selecteer een bestand of fragment en druk op
Een lijst van de bestanden (mappen) in de gese-
lecteerde map weergeven
1 Selecteer een map en druk op M.C.
Een song in de geselecteerde map afspelen
1 Selecteer een map en houd M.C. ingedrukt.
Bediening met speciale toetsen
Een herhaalbereik selecteren
om over te schakelen tussen:
! ALL – Alle fragmenten herhalen
! ONE – Het huidige fragment herhalen
! FLD – De huidige map herhalen
! ALL – Alle bestanden herhalen
! ONE – Het huidige bestand herhalen
! FLD – De huidige map herhalen
Fragmenten in willekeurige volgorde afspelen
om willekeurige weergave in of
Fragmenten in een geselecteerd herhaalbereik
worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
! Druk tijdens weergave in willekeurige volgorde
op d om naar het volgende fragment te gaan.
Als u op c drukt, wordt het huidige fragment
opnieuw vanaf het begin afgespeeld.
Het afspelen onderbreken
1 Druk op 4/PAUSE om het afspelen te onderbre-
ken (pauze) of te hervatten.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
FUNCTION en druk erop.
U kunt de volgende functie aanpassen.
! S.RTRV is niet beschikbaar als MIXTRAX aan
S.RTRV (sound retriever)
Deze verbetert automatisch de weergave van ge-
comprimeerde audio en zorgt voor een vol geluid.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel-
1 heeft effect bij lage compressie en 2 heeft ef-
fect bij hoge compressie.
Muziek op een iPod afspelen
1 Open het deksel van de USB-poort.
2 Sluit de iPod op de USB-kabel aan via een
iPod dock connector.
Het afspelen begint automatisch.
Een song selecteren (hoofdstuk)
Een album selecteren
! De iPod kan niet worden in- en uitgeschakeld
als de bedieningsmodus is ingesteld op
! Verwijder de koptelefoon van de iPod voordat
u hem op dit toestel aansluit.
! De iPod wordt ongeveer twee minuten nadat
de contactschakelaar op OFF is gezet, uitge-
Bediening met de MIXTRAX-toets
MIXTRAX in- of uitschakelen
1 Druk op 3/MIX om MIXTRAX in of uit te scha-
! Raadpleeg Informatie over MIXTRAX op blad-
zijde 118 voor meer informatie over MIXTRAX.
! Raadpleeg MIXTRAX-menu op bladzijde 118
voor meer informatie over MIXTRAX-functies.
Een ander display kiezen
De gewenste informatie selecteren
1 Druk op DISP om over te schakelen tussen:
CONTROL AUDIO/CONTROL iPod
! CONTROL APP (APP MODE wordt weerge-
De tekstinformatie onder TRACK INFO wordt au-
tomatisch bijgewerkt.
Naar een song bladeren
1 Druk op om naar het hoofdmenu met
zoeklijsten te gaan.
Bediening van het toestel
114 Hoofdstuk Bediening van het toestel
022 Selecteer een categorie of song met M.C.
De naam van een song of categorie wijzigen
1 Selecteer een song en druk op M.C.
Een lijst van songs in de geselecteerde categorie
1 Selecteer een categorie en druk op M.C.
Een song in de geselecteerde categorie afspelen
1 Selecteer een categorie en houd M.C. inge-
Alfabetisch in een lijst zoeken
1 Geef de lijst voor de geselecteerde categorie
om alfabetisch te zoeken.
! U kunt ook overschakelen naar alfabetisch
zoeken door twee keer aan M.C. te draaien.
2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren.
3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te
/DIMMER om het zoeken te an-
! U kunt speellijsten afspelen die zijn gemaakt
met de pc-toepassing MusicSphere. Deze
toepassing is beschikbaar op onze website.
! Speellijsten die zijn gemaakt met de pc-toe-
passing MusicSphere worden verkort weer-
Bediening met speciale toetsen
Een herhaalbereik selecteren
om over te schakelen tussen:
! ONE – De huidige song herhalen
! ALL – Alle songs in de geselecteerde lijst
! Als de bedieningsstand is ingesteld op CON-
TROL iPod/CONTROL APP, wordt hetzelfde
herhaalbereik gebruikt als voor de aangesloten
Een herhaalbereik voor afspelen in willekeurige
volgorde (shuffle) selecteren
om over te schakelen tussen:
! SNG – De songs in de geselecteerde lijst in
willekeurige volgorde afspelen.
! ALB – De songs van een willekeurig album
op volgorde afspelen.
! OFF – Niet afspelen in willekeurige volg-
ingedrukt om de functie Shuffle
all in te schakelen.
! Selecteer OFF in Shuffle om Shuffle all uit te
schakelen. Raadpleeg voor meer informatie
Een herhaalbereik voor afspelen in willekeurige
volgorde (shuffle) selecteren op deze bladzijde.
Het afspelen onderbreken
1 Druk op 4/PAUSE om het afspelen te onderbre-
ken (pauze) of te hervatten.
Songs afspelen die verwant zijn
De volgende lijsten voor songs zijn beschikbaar.
• Lijst van albums van de huidige artiest
• Lijst van songs op het huidige album
• Lijst van albums van het huidige genre
ingedrukt om naar de gekop-
pelde weergavemodus over te schakelen.
2 Draai aan M.C. om een andere modus te
kiezen; druk erop om een modus te selecte-
! ARTIST – Een album van de huidige artiest af-
! ALBUM – Een song van het huidige album af-
! GENRE – Een album van het huidige genre af-
De geselecteerde song of het geselecteerde
album wordt na de huidige song afgespeeld.
! De geselecteerde song of het geselecteerde
album kan worden geannuleerd als u een an-
dere functie dan gekoppeld zoeken gebruikt
(bijvoorbeeld snel vooruit of achteruit spoe-
! Afhankelijk van de geselecteerde song is het
mogelijk dat het einde van de huidige song
en het begin van de geselecteerde song
(album) worden afgesneden.
De iPod-functie van dit toestel
via de iPod bedienen
De iPod-functie van dit toestel kan via een aan-
gesloten iPod bediend worden.
Als u overschakelt naar de stand APP, kunt u het
geluid van iPod-apps laten weergeven via de
luidsprekers van het voertuig.
CONTROL iPod kan niet worden gebruikt met
de volgende iPod-modellen.
! iPod nano 1e generatie
CONTROL APP kan worden gebruikt met de vol-
gende iPod-modellen.
! iPod touch 4e generatie
! iPod touch 3e generatie
! iPod touch 2e generatie
! iPod touch 1e generatie
! CONTROL iPod – De iPod-functie van dit toe-
stel kan via de aangesloten iPod bediend wor-
! CONTROL APP – De iPod-functie van dit toe-
stel kan via de aangesloten iPod bediend wor-
den. Geluid van apps op de iPod wordt via dit
toestel weergegeven.
! CONTROL AUDIO – De iPod-functie van dit
toestel kan via dit toestel bediend worden.
! Als u de bedieningsmodus overschakelt op
CONTROL iPod/CONTROL APP, wordt het
afspelen van songs onderbroken. Bedien de
iPod om de weergave te hervatten.
! Ook als de bedieningsmodus is ingesteld op
CONTROL iPod/CONTROL APP, kunnen de
volgende functies vanaf dit toestel bediend
— Vooruit en achteruit spoelen
— Een song selecteren (hoofdstuk)
! Het volume kan alleen vanaf dit toestel wor-
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
FUNCTION en druk erop.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
U kunt de volgende functies aanpassen.
! AUDIO BOOK kan niet worden gebruikt als
CONTROL iPod/CONTROL APP is geselec-
teerd in de bedieningsmodus. Raadpleeg
voor meer informatie De iPod-functie van dit
toestel via de iPod bedienen op deze bladzijde.
Bediening van het toestel
115 Hoofdstuk Bediening van het toestel
02AUDIO BOOK (audioboeksnelheid)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
! FASTER – Weergave is sneller dan normaal
! NORMAL – Weergave met normale snel-
S.RTRV (sound retriever)
Deze verbetert automatisch de weergave van ge-
comprimeerde audio en zorgt voor een vol geluid.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel-
1 heeft effect bij lage compressie en 2 heeft ef-
fect bij hoge compressie.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
3 Draai aan M.C. en selecteer de audiofunc-
U kunt de volgende audiofuncties aanpassen.
! FADER kan niet worden gebruikt als
SUB.W/SUB.W is geselecteerd in
SP-P/O MODE. Raadpleeg voor meer infor-
matie SP-P/O MODE (achteruitgang en
preout-instelling) op bladzijde 119.
! SUB.W, SUB.W CTRL en HPF SETTING kun-
nen niet worden gebruikt als REAR/REAR is
geselecteerd in SP-P/O MODE. Raadpleeg
voor meer informatie SP-P/O MODE (achter-
uitgang en preout-instelling) op bladzijde 119.
! SUB.W CTRL en HPF SETTING kunnen niet
worden gebruikt als SUB.W is geselecteerd in
OFF. Raadpleeg voor meer informatie SUB.W
(subwoofer aan/uit) op deze bladzijde.
FADER (fader aanpassen)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Draai aan M.C. om de balans tussen de luid-
2 Draai aan M.C. om de balans tussen de linker/
2 Draai aan M.C. om de equalizer te selecteren.
POWERFUL—NATURAL—VOCAL—CUS-
TOM1—CUSTOM2—FLAT—SUPER BASS De equalizerband en het equalizerniveau kun-
nen worden aangepast van CUSTOM1 en
Volg de onderstaande procedure als u CUS-
TOM1 of CUSTOM2 selecteert. Voor een an-
dere optie drukt u op M.C. om terug te keren
naar het vorige display.
! CUSTOM1 kan voor elke signaal afzonder-
lijk worden ingesteld. USB en iPod worden
automatisch hetzelfde ingesteld.
! CUSTOM2 is een gemeenschappelijk in-
stelling voor alle signaalbronnen.
3 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
4 Druk op M.C. om over te schakelen tussen:
Equalizerband—Equalizerniveau
5 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
De loudness-functie compenseert een tekort aan
lage tonen en hoge tonen bij een laag volume.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel-
Dit toestel is voorzien van een in- en uitschakel-
bare subwooferuitgang.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel-
SUB.W CTRL (subwoofer aanpassen)
De subwoofer geeft alleen frequenties beneden de
geselecteerde waarde weer.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Druk op M.C. om over te schakelen tussen:
Drempelfrequentie—Uitgangsniveau—Verval-
Instelbare waarden knipperen.
3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
2 Draai aan M.C. en selecteer het gewenste ni-
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen
de waarden 0 en +6. De waarde wordt op het
HPF SETTING (high pass filter aanpassen)
Als u wilt dat de luidsprekers voorin of achterin
geen lage tonen (uit het frequentiebereik van de
subwoofer) weergeven, kunt u het high pass filter
(HPF) aanzetten. Alleen frequenties boven het ge-
selecteerde bereik worden dan weergegeven door
de voor- of achterluidsprekers.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Druk op M.C. om over te schakelen tussen:
Drempelfrequentie—Vervalniveau
3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
SLA (bronniveauregeling)
Met de functie SLA (bronniveauregeling) kunt u
het volumeniveau van elke signaalbron afzonder-
lijk instellen. Hierdoor kunt u plotselinge volume-
wisselingen voorkomen wanneer naar een andere
signaalbron wordt overgeschakeld.
! De instellingen zijn gebaseerd op het FM-volu-
meniveau, dat zelf niet gewijzigd kan worden.
! Het MW/LW-volumeniveau kan ook met deze
functie worden aangepast.
! Wanneer FM als signaalbron wordt gebruikt,
kunt u niet overschakelen naar SLA.
! USB en iPod worden automatisch hetzelfde in-
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Draai aan M.C. om het bronvolume te regelen.
Instelbereik: +4 tot –4
Bediening van het toestel
116 Hoofdstuk Bediening van het toestel
Als het toestel van de accu wordt losgekoppeld,
wordt PW SAVE (energiezuinige modus) uitge-
schakeld. Deze functie moet u weer inschakelen
als het toestel terug met de accu wordt verbon-
den. Als het voertuig niet van een contactscha-
kelaar met accessoirestand (ACC) is voorzien, is
het (afhankelijk van de aansluiting) mogelijk dat
het toestel de accu blijft belasten als PW SAVE
(energiezuinige modus) is uitgeschakeld.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
SYSTEM en druk erop.
3 Draai aan M.C. en selecteer de systeem-
U kunt de volgende functies in het systeemme-
LANGUAGE (taalinstelling)
Dit toestel kan Engelse of Russische tekstinforma-
tie bij een gecomprimeerd audiobestand weerge-
! Als de gebruikte taal niet overeenkomt met de
taalinstelling van dit toestel, wordt tekst wel-
licht niet correct weergegeven.
! Het is mogelijk dat sommige tekens niet juist
1 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
2 Druk op M.C. om het onderdeel van de klok te
selecteren dat u wilt instellen.
3 Draai aan M.C. om de klok in te stellen.
12H/24H (tijdweergave)
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel-
12H (12-uurs klok)—24H (24-uurs klok)
INFO DISPLAY (bijkomende informatie)
U kunt instellen wat voor soort bijkomende infor-
matie wordt weergegeven.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
SPEANA—LEVEL METER—SOURCE—CLOCK
! Voor SPEANA en LEVEL METER wordt een sig-
naalniveau-indicator weergegeven als de bron
is ingesteld op DAB of TUNER.
AUTO PI (automatisch PI-zoeken)
Als deze functie is ingeschakeld, probeert het toe-
stel bij slechte ontvangst automatisch een andere
zender met gelijkaardige programma’s te vinden,
ook als u een voorkeuzezender selecteerde.
1 Druk op M.C. om de automatische PI-zoek-
functie in of uit te schakelen.
AUX (externe aansluiting)
Schakel deze instelling in als een extern apparaat
op dit toestel is aangesloten.
1 Druk op M.C. om AUX in of uit te schakelen.
Het geluid van dit toestel kan automatisch worden
uitgeschakeld of gedempt wanneer een ander ap-
paraat met uitschakelingsfunctie daarom vraagt
met een speciaal signaal.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
U kunt een van de opties in de volgende lijst
! MUTE – Tijdelijk uitschakelen
! 20dB ATT – Dempen (20dB ATT heeft
meer effect dan 10dB ATT)
Met deze functie wordt het energieverbruik van de
! Als deze functie is ingeschakeld, kan alleen
het bronsignaal worden ingeschakeld.
1 Druk op M.C. om de energiezuinige modus in
of uit te schakelen.
De toetskleur selecteren
U kunt de kleur van de toetsen van het toestel
naar wens instellen.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en
3 Draai aan M.C., geef KEY COLOUR weer
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich-
U kunt een van de opties in de volgende lijst se-
! CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur)
! Als SCAN is geselecteerd, worden afwisse-
lend alle vooringestelde kleuren gebruikt.
! Als WARM is geselecteerd, worden afwisse-
lend alle warme kleuren gebruikt.
! Als AMBIENT is geselecteerd, worden afwis-
selend alle sfeerkleuren gebruikt.
! Als CALM is geselecteerd, worden afwisse-
lend alle rustige kleuren gebruikt.
! Als CUSTOM is geselecteerd, wordt de opge-
slagen aangepaste kleur gebruikt.
De displaykleur selecteren
U kunt de kleuren van het display van het toestel
naar wens instellen.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en
3 Draai aan M.C., geef DISP COLOUR weer
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich-
U kunt een van de opties in de volgende lijst se-
! CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur)
Raadpleeg De toetskleur selecteren op deze blad-
zijde voor meer informatie over de kleuren in de
De toets- en displaykleur
U kunt de kleuren van de toetsen en het display
van het toestel naar wens instellen.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en
3 Draai aan M.C., geef BOTH COLOUR weer
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich-
U kunt een van de opties in de volgende lijst se-
Bediening van het toestel
117 Hoofdstuk Bediening van het toestel
02! Vooringestelde kleuren (WHITE tot ROSE)
! SCAN (alle kleuren afwisselend)
! Als u met deze functie een kleur selecteert,
worden zowel de toetsen als het display van
het toestel automatisch met de gekozen
! Raadpleeg De toetskleur selecteren op de vo-
rige bladzijde voor meer informatie over de
kleuren in de lijst.
De dimmer in- of uitschakelen
U kunt de helderheid van de verlichting aanpas-
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en
3 Draai aan M.C., geef DIMMER weer en
druk erop om de gewenste instelling te se-
! U kunt de dimmer ook instellen door
/DIMMER even ingedrukt te houden.
De verlichtingskleur zelf
U kunt aangepaste kleuren maken voor
KEY COLOUR en DISP COLOUR.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en
3 Draai aan M.C., selecteer KEY COLOUR of
DISP COLOUR en druk erop.
4 Houd M.C. ingedrukt tot het scherm voor
kleuraanpassing verschijnt.
5 Druk op M.C. om de primaire kleur te se-
R (rood)—G (groen)—B (blauw)
6 Draai aan M.C. om de helderheid te rege-
Instelbereik: 0 tot 60
# U kunt niet voor alle drie de kleuren R (rood), G
(groen) en B (blauw) tegelijk een waarde onder 20 in-
# U kunt deze handeling ook voor andere kleuren
U kunt geen aangepaste kleur maken als SCAN,
WARM, AMBIENT of CALM is geselecteerd.
Informatie over MIXTRAX MIXTRAX is een technologie waarmee tussen
songs overgangseffecten worden ingelast zodat
u non-stop kunt genieten van de muziek en de
extra visuele effecten erbij.
! Afhankelijk van het bestand of de song kun-
nen er mogelijk geen geluidseffecten worden
! MIXTRAX bevat de MIXTRAX-kleureffectfunc-
tie waardoor de kleuren veranderen op de
muziek. Als u dat storend vindt tijdens het rij-
den, kunt u de MIXTRAX-kleureffectfunctie
uitschakelen. Raadpleeg Bediening met de
MIXTRAX-toets op bladzijde 113.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
MIXTRAX en druk erop.
3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste
U kunt de volgende MIXTRAX-functies instellen
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
ten)—3.0 MIN (3,0minuten)—OFF (uit)
! Zet deze optie op OFF als u een selectie hele-
maal (van het begin tot het einde) wilt afspe-
FLASH AREA (knipperweergave)
Hier kunt u de gewenste onderdelen voor de kleur-
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
KEY/DISPLAY (toetsen en display)—KEY (toet-
! Als OFF is geselecteerd, wordt voor het display
de onder ILLUMI opgeslagen kleur gebruikt.
FLASH PATTERN (knipperpatroon)
Hier kunt u het gewenste kleurenpatroon selecte-
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
U kunt een van de opties in de volgende lijst
! SOUND LEVEL 1 tot SOUND LEVEL 6 – De
kleuren knipperen synchroon met het ge-
luidsniveau van de song. Selecteer de ge-
! LOW PASS 1 tot LOW PASS 6 – De kleuren
knipperen synchroon met het basniveau
van de song. Selecteer de gewenste stand.
! RANDOM 1 – Het knipperpatroon wordt
willekeurig geselecteerd op basis van het
geluidsniveau en de low pass-instelling.
! RANDOM 2 – Het knipperpatroon wordt
willekeurig geselecteerd op basis van het
! RANDOM 3 – Het knipperpatroon wordt
willekeurig geselecteerd op basis van de
low pass-instelling.
DISPLAY FX (display-effect)
Hier kunt u de speciale MIXTRAX display-effecten
in- of uitschakelen.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel-
ON (MIXTRAX-effecten weergeven)—OFF (ge-
CUT IN FX (manueel invoegeffect)
Hiermee zet u MIXTRAX-geluidseffecten aan of uit
wanneer u handmatig naar een ander nummer
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel-
1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel
Bediening van het toestel
118 Hoofdstuk Bediening van het toestel
022 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het hoofd-
menu wordt weergegeven.
3 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
INITIAL en druk erop.
4 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste
U kunt de volgende functies in het beginmenu
FM STEP (FM-afstemstap)
Standaard wordt er bij automatisch afstemmen
een FM-afstemstap van 50 kHz gebruikt, en
100 kHz als de functie AF of TA is ingeschakeld.
Maar soms krijgt u een beter resultaat als ook bij
het afstemmen op alternatieve frequenties (AF)
een afstemstap van 50 kHz wordt gebruikt.
! Bij handmatig afstemmen blijft de afstemstap
1 Druk op M.C. om de FM-afstemstap te selecte-
Op de uitgang voor de achterluidspreker en de
RCA-uitgang van dit toestel kan een luidspreker
met volledig bereik of een subwoofer aangesloten
worden. Selecteer de gewenste instelling.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in-
U kunt een van de opties in de volgende lijst
! REAR/SUB.W – Selecteer deze stand als
op de uitgang voor de achterluidspreker
een luidspreker met volledig bereik aange-
sloten is, en op de RCA-uitgang een sub-
woofer aangesloten is.
! SUB.W/SUB.W – Selecteer deze stand als
op de uitgang voor de achterluidspreker
een subwoofer rechtstreeks aangesloten is
zonder versterker, en op de RCA-uitgang
een subwoofer is aangesloten.
! REAR/REAR – Selecteer deze stand als op
de uitgang voor de achterluidspreker en op
de RCA-uitgang een luidspreker met volle-
dig bereik is aangesloten.
Als op de uitgang voor de achterluidspre-
ker een luidspreker met volledig bereik is
aangesloten en de RCA-uitgang niet ge-
bruikt wordt, kunt u zowel REAR/SUB.W
als REAR/REAR selecteren.
1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel
2 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het hoofd-
menu wordt weergegeven.
3 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
SYSTEM en druk erop.
4 Draai aan M.C. en selecteer de systeem-
U kunt de volgende functies in het systeemme-
Raadpleeg Systeemmenu op bladzijde 117 voor
1 Steek de stereo-miniplugkabel in de
AUX-ingang van dit toestel.
2 Druk op SRC/OFF en kies AUX als signaal-
De signaalbron AUX kan alleen worden geselec-
teerd als de externe aansluiting is ingeschakeld.
Raadpleeg voor meer informatie AUX (externe
aansluiting) op bladzijde 117.
Een ander display kiezen
De gewenste informatie selecteren
1 Druk op DISP om over te schakelen tussen:
! Naam signaalbron en klok
Als een scherm verkeerd
Zet het ongewenste scherm als volgt uit.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
SYSTEM en druk erop.
3 Draai aan M.C., geef DEMO OFF weer en
4 Draai aan M.C. en selecteer YES.
5 Druk op M.C. om uw keuze te bevesti-
Bediening van het toestel
119 Hoofdstuk Bediening van het toestel
! Als dit toestel wordt geïnstalleerd in een voer-
tuig met een contactschakelaar zonder ACC-
stand (accessoirestand), kan de accu leeglo-
pen als de rode kabel niet wordt aangesloten
op de aansluiting die de bediening van de
contactschakelaar herkent.
O N S T A R T O F F ACC-stand Geen ACC-stand
! Gebruik van dit toestel onder andere omstan-
digheden dan de volgende kan leiden tot
— Voertuigen met een accu van 12 volt en nega-
— Luidsprekers van 50 W (uitgangswaarde) en
4 W tot 8 W (impedantiewaarde).
! Om kortsluiting, oververhitting en storingen
te voorkomen, moet u onderstaande aanwij-
— Koppel de negatieve aansluiting van de accu
los voordat u het toestel installeert.
— Gebruik kabelklemmen of plakband om de
bekabeling veilig aan te brengen. Bescherm
de kabels met plakband op plaatsen waar
deze tegen metalen onderdelen liggen.
— Plaats geen kabels in de buurt van beweeg-
bare onderdelen zoals de versnellingspook of
— Leg kabels niet op plaatsen die heet kunnen
worden, zoals dicht bij de kachel.
— Sluit de gele kabel niet op de accu aan via
een gat in het motorcompartiment.
— Dek alle ongebruikte kabelaansluitingen af
— Maak de kabels niet korter.
— Verwijder nooit de isolatie van de voedingska-
bel van dit toestel om andere apparaten van
stroom te voorzien. De stroomcapaciteit van
de voedingskabel is beperkt.
— Gebruik een zekering met het voorgeschreven
— Verbind de negatieve luidsprekerkabel nooit
rechtstreeks met de aarding.
— Voeg de negatieve kabels van verschillende
luidsprekers nooit samen.
! Als dit apparaat aan staat, wordt het bedie-
ningssignaal doorgegeven via de blauw/witte
kabel. Verbind deze kabel met de afstandsbe-
diening van een externe versterker of met de
bedieningsaansluiting van de automatische
antenne van het voertuig (maximaal 300 mA,
12 V gelijkstroom). Als het voertuig is uitge-
rust met een glasantenne, verbindt u deze
met de voedingsaansluiting van de antenne-
! Verbind de blauw/witte kabel nooit met de
voedingsaansluiting van een externe verster-
ker of automatische antenne. Anders kan de
accu leeglopen of kan er storing optreden.
! De zwarte kabel is de aarding. Dit toestel
moet gescheiden worden geaard van andere
apparaten (met name apparaten die veel
stroom verbruiken zoals een versterker). An-
1 DAB-antenne-ingang
Om een DAB-uitzending te kunnen ontvan-
gen, moet een DAB-antenne (AN-DAB1, los
verkrijgbaar) op het toestel aangesloten zijn.
2 Ingang stroomkabel
3 Achteruitgang of subwooferuitgang
7 Ingang voor draadafstandsbediening
Een bedrade afstandsbedieningsadapter kan
aangesloten worden (los verkrijgbaar).
1 Naar ingang stroomkabel
2 De functie van 3 en 5 kan verschillen af-
hankelijk van het type voertuig. Verbind in
dat geval 4 met 5 en 6 met 3.
Back-up (of accessoire)
Aansluiten op de constante 12 V-voedings-
Aansluiten op een aansluiting die door de
contactschakelaar wordt aangestuurd (12 V
7 Verbind kabels van dezelfde kleur met elkaar.
8 Zwart (chassisaarding)
De pinpositie van de ISO-connector verschilt
naargelang het type voertuig. Als pin 5 de an-
tenne aanstuurt, verbindt u 9 en b. In an-
dere typen voertuigen verbindt u 9 en b
Aansluiten op systeembedieningsaansluiting
Aansluiten op bedieningsaansluiting van de
Als u apparatuur met dempingsfunctie ge-
bruikt, verbindt u deze draad met de draad
voor audiodemping op die apparatuur. Als u
zulke apparatuur niet gebruikt, verbindt u de
draad voor audiodemping niet.
Wit-zwart: Linksvoor *
Grijs-zwart: Rechtsvoor *
Bij sommige voertuigen is de ISO-connector
in twee verdeeld. Verbind in dat geval beide
! Wijzig het beginmenu van het toestel. Raad-
pleeg gedeelte SP-P/O MODE (achteruitgang
en preout-instelling) op de vorige bladzijde.
De subwooferuitgang van dit toestel is mono.
03! Als u een subwoofer van 70 W (2 W) gebruikt,
moet u de subwoofer aansluiten op de vio-
lette en zwart-violette draden van dit toestel.
Sluit niets aan op de groene en groen-zwarte
Versterker (apart verkrijgbaar)
Maak deze verbindingen als de optionele verster-
1 Systeemafstandsbediening
Verbinden met blauw-witte kabel.
2 Versterker (apart verkrijgbaar)
3 Aansluiten op RCA-kabels (apart verkrijg-
5 Luidsprekers voorin
6 Naar achteruitgang of subwooferuitgang
7 Luidspreker achterin of subwoofer
! Controleer alle aansluitingen en systemen
voordat u de installatie voltooit.
! Gebruik geen onderdelen van andere fabri-
kanten; deze kunnen storingen veroorzaken.
! Neem contact op met uw dealer als er voor
de installatie gaten moeten worden geboord
of als er andere aanpassingen aan het voer-
! Installeer dit toestel niet op een plaats waar: — het de besturing van het voertuig kan belem-meren.— het de inzittenden kan verwonden bij eennoodstop. ! De halfgeleiderlaser raakt bij oververhitting
beschadigd. Plaats dit apparaat niet op plaat-
sen waar het warm wordt, zoals nabij de uit-
laat van een kachel.
! Dit toestel werkt het beste als het wordt ge-
plaatst onder een hoek van minder dan 60°.
! Laat bij het plaatsen voldoende ruimte vrij
achter het achterpaneel en wikkel losse ka-
bels zo dat ze de ventilatiegaten niet blokke-
ren; zorg altijd dat warmte goed wordt
afgevoerd tijdens gebruik van het toestel.
5cmcm Laat voldoende ruimte vrij 5 cm
DIN-bevestiging voor/achter
Dit toestel kan geïnstalleerd worden via een
voor- of achtermontage.
Gebruik voor installatie in de handel verkrijgbare
1 Schuif de montagebehuizing in het dash-
Gebruik voor installatie in een ondiepe ruimte de
meegeleverde montagebehuizing. Als er vol-
doende ruimte is, gebruikt u de montagebehui-
zing die met het voertuig geleverd werd.
2 Zet de montagebehuizing vast door met
een schroevendraaier de metalen lipjes op
hun plaats te buigen (90°).
2 1 Dashboard2 Montagebehuizing# Controleer of het toestel stevig op zijn plaats isgemonteerd. Het toestel functioneert wellicht nietnaar behoren als het niet goed is bevestigd. DIN-achtermontage
1 Bepaal de juiste positie waar de gaten in
de klem en in de zijde van het toestel op een
2 Draai aan elke kant twee schroeven vast.
3 1 Zelftappende schroef (5 mm × 8 mm)2 Bevestigingsklem3 Dashboard of console Het toestel verwijderen
1 Verwijder de sierlijst. 1 Sierlijst2 Lipje met inkeping! De sierlijst is gemakkelijker bereikbaar als uhet voorpaneel verwijdert.! Plaats de sierlijst terug met de kant met hetlipje met de inkeping onderaan. 2 Steek de meegeleverde uittreksleutels in
de beide kanten van het toestel totdat ze op
3 Trek het toestel uit het dashboard.
03Het voorpaneel verwijderen en terug
U kunt het voorpaneel verwijderen om het toe-
stel tegen diefstal te beveiligen.
Druk op de knop om het voorpaneel los te
maken, duw het naar boven en trek het naar u
Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal verwij-
deren en Het voorpaneel terugzetten op bladzijde
110 voor meer informatie.
Symptoom Oorzaak Actie
schijnt NO XXXX (bij-
voorbeeld NO TITLE).
Symptoom Oorzaak Actie
Schrijf een foutmelding altijd nauwkeurig op en
houd die bij de hand als u contact opneemt met
uw leverancier of Pioneer-servicecentrum.
Melding Oorzaak Actie
AMP ERROR Het toestel
122 Hoofdstuk Aanvullende informatie
Melding Oorzaak Actie
ANTENNA ERROR Het antennever-
Melding Oorzaak Actie
ERROR-15 De geplaatste
ERROR-23 Het cd-formaat
FORMAT READ Na het begin
Melding Oorzaak Actie
NO AUDIO De geplaatste
SKIPPED De geplaatste
USB-opslagapparaat en iPod
Melding Oorzaak Actie
FORMAT READ Na het begin
NO AUDIO Er zijn geen
Melding Oorzaak Actie
SKIPPED Het aangesloten
N/A USB Het aangesloten
Melding Oorzaak Actie
CHECK USB Het aangesloten
Aanvullende informatie
123 Aanhangsel Aanvullende informatie
NlMelding Oorzaak Actie
ERROR-19 Communicatie-
iPod-fout. Verwijder de
ERROR-23 Het USB-op-
Melding Oorzaak Actie
ERROR-16 De versie van de
iPod-fout. Verwijder de
STOP De huidige lijst
Aanwijzingen voor het gebruik
Gebruik uitsluitend discs die voorzien zijn van een
van onderstaande twee logo’s.
Gebruik discs van 12 cm. Gebruik geen discs van 8
cm en probeer deze ook niet met een adapter af te
Gebruik uitsluitend normale, ronde discs. Gebruik
geen discs met een andere vorm.
Plaats geen ander object dan een cd in de cd-laad-
Gebruik geen gebarsten, gebroken, kromme of op
andere wijze beschadigde discs omdat die de spe-
ler kunnen beschadigen.
Niet-gefinaliseerde cd-r/rw-discs kunnen niet wor-
Raak de gegevenszijde van de disc niet aan.
Bewaar discs in het bijbehorende doosje wanneer
Plak geen labels op discs, schrijf er niet op en
breng het oppervlak niet in aanraking met chemi-
Als u een cd reinigt, veegt u de disc van het mid-
den naar de buitenkant met een zachte doek
Condens en vocht kunnen de werking van de spe-
ler tijdelijk negatief beïnvloeden. Laat de speler in
een warmere omgeving ongeveer een uur op tem-
peratuur komen. Veeg vochtige schijven met een
Sommige discs kunnen niet worden afgespeeld af-
hankelijk van het type disc, de indeling ervan, de
toepassing waarmee deze is opgenomen, de om-
geving waarin deze wordt afgespeeld, de manier
waarop deze wordt bewaard, enzovoort.
Schokken tijdens het rijden van het voertuig kun-
nen de disc laten overslaan.
Lees de voor discs geldende voorzorgsmaatrege-
len voordat u ze gebruikt.
Bij gebruik van discs met een bedrukbaar labelop-
pervlak moet u de instructies en waarschuwingen
van de discs controleren. Afhankelijk van de disc
kan laden of uitwerpen niet mogelijk zijn. Het ge-
bruik van zulke discs kan dit toestel beschadigen.
Plak geen in de handel verkrijgbare labels of an-
dere materialen op de discs.
! De discs kunnen vervormen waardoor ze onaf-
speelbaar kunnen worden.
! De labels kunnen loslaten tijdens het afspelen
en de disc blokkeren bij het uitwerpen en het
toestel beschadigen.
Neem voor alle vragen met betrekking tot het
USB-opslagapparaat contact op met de fabrikant
Het maken van verbindingen via een USB-hub
wordt niet ondersteund.
Sluit alleen een USB-opslagapparaat aan en geen
Maak het USB-opslagapparaat stevig vast voordat
u gaat rijden. Zorg dat het niet op de grond valt
omdat het dan onder het rem- of gaspedaal te-
Afhankelijk van het USB-opslagapparaat kunnen
de volgende problemen voorkomen.
! De bediening kan verschillend zijn.
! Het opslagapparaat wordt niet herkend.
! Bestanden worden niet correct afgespeeld.
! Er kan ruis hoorbaar zijn in het radiosignaal.
Stel de iPod niet bloot aan hoge temperaturen.
Sluit voor een goede werking de dock connector-
kabel van de iPod rechtstreeks op dit toestel aan.
Aanvullende informatie
124 Aanhangsel Aanvullende informatie
NlMaak de iPod stevig vast voordat u gaat rijden.
Zorg dat de iPod niet op de grond kan vallen
omdat hij dan onder het rem- of gaspedaal terecht
Informatie over iPod-instellingen
! Wanneer een iPod is aangesloten, wordt de
equalizer van de iPod door dit toestel uitge-
schakeld voor een optimale klankweergave.
Als u de iPod loskoppelt, wordt de equalizer
naar de oorspronkelijke instelling teruggezet.
! Tijdens gebruik van dit toestel kunt u de her-
haalfunctie op de iPod niet uitschakelen. De
herhaalfunctie wordt automatisch ingesteld op
Alle als u de iPod op dit toestel aansluit.
Tekst op de iPod die niet compatibel is met de spe-
cificaties van dit toestel kan niet worden weerge-
DualDiscs zijn dubbelzijdige discs met aan de ene
kant een beschrijfbaar cd-oppervlak voor audio-op-
namen en aan de andere kant een beschrijfbaar
dvd-oppervlak voor video-opnamen.
Aangezien de cd-zijde van DualDiscs niet overeen-
komt met de algemene cd-standaard, is het wel-
licht niet mogelijk de cd-zijde op dit toestel af te
Het regelmatig plaatsen en uitwerpen van een
DualDisc kan krassen veroorzaken op de disc wat
tot afspeelproblemen leidt. In sommige gevallen
kan een DualDisc vast komen te zitten in de cd-
laadsleuf en niet meer worden uitgeworpen. Om
problemen te voorkomen wordt aangeraden om
op dit toestel geen DualDiscs af te spelen.
Raadpleeg de informatie van de fabrikant van de
disc voor meer informatie over DualDiscs.
gecomprimeerde audio
WMA Bestandsextensie: .wma
Voice/DRM Stream/Stream met video: Niet com-
Bestandsextensie: .mp3
Bitsnelheid: 8 kbps tot 320 kbps (CBR), VBR Bemonsteringsfrequentie: 8 kHz tot 48 kHz
(32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz voor de beste kwaliteit)
Compatibele ID3-tag-versie: 1.0, 1.1, 2.2, 2.3, 2.4
(ID3-tag versie 2.x krijgt prioriteit boven versie 1.x.)
M3u speellijst: Niet compatibel
MP3i (MP3 interactive), mp3 PRO: Niet compati-
WAV Bestandsextensie: .wav
Bemonsteringsfrequentie: 16 kHz tot 48 kHz
(LPCM), 22,05 kHz en 44,1 kHz (MS ADPCM)
AAC Compatibel formaat: AAC gecodeerd met iTunes
Bestandsextensie: .m4a
Bemonsteringsfrequentie: 11,025 kHz tot 48 kHz
Overdrachtssnelheid: 16 kbps tot 320 kbps, VBR Apple Lossless: Niet compatibel
AAC-bestanden die bij de iTunes Store gekocht
zijn (bestandsextensie .m4p): Niet compatibel
Bijkomende informatie
Alleen de eerste 32 tekens van de bestandsnaam
(inclusief de extensie) of mapnaam worden weer-
Russische tekst kan alleen op dit toestel worden
weergegeven als die met een van de volgende te-
kensets is gecodeerd:
! Unicode (UTF-8, UTF-16)
! Andere tekensets dan Unicode die in een
Windows-omgeving worden gebruikt en op
Russisch zijn ingesteld bij de taalinstellingen
Een juiste werking van dit toestel is afhankelijk
van de toepassing waarmee de WMA-bestanden
Er kan een beetje vertraging optreden bij het be-
ginnen met afspelen van audiobestanden met
beeldgegevens of bestanden op een USB-opslag-
apparaat met een uitgebreide mappenstructuur.
Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep
(Voor praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan
twee niveaus gebruiken.)
Afspeelbare mappen: maximaal 99
Afspelen van multisessie-discs: Compatibel
Packet write data transfer: Niet compatibel
Bij het afspelen van gecomprimeerde audiodiscs
wordt altijd een korte pauze ingelast tussen de
fragmenten. Dit gebeurt ongeacht de duur tussen
de fragmenten op de originele opname.
Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep
(Voor praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan
twee niveaus gebruiken.)
Afspeelbare mappen: maximaal 500
Afspeelbare bestanden: maximaal 15 000
Afspelen van auteursrechtelijk beschermde be-
standen: Niet compatibel
Gepartitioneerd USB-opslagapparaat: Alleen de
eerste partitie kan worden afgespeeld.
Bij het starten van audiobestanden op een USB-
opslagapparaat met een uitgebreide mappen-
structuur kan enige vertraging optreden.
! Pioneer garandeert geen compatibiliteit met
alle USB-opslagapparaten en kan niet verant-
woordelijk worden gesteld voor eventueel ge-
gevensverlies op mediaspelers, smartphones
of andere apparaten tijdens gebruik van dit
! Laat discs en USB-opslagapparaten niet ach-
ter op plaatsen waar de temperatuur hoog
Aanvullende informatie
125 Aanhangsel Aanvullende informatie
NlCompatibiliteit met iPod
Alleen de volgende iPod-modellen kunnen met
dit toestel gebruikt worden. Ondersteunde ver-
sies van de iPod-software worden hieronder ge-
noemd. Oudere versies worden wellicht niet
! iPod touch 4e generatie (softwareversie 5.1.1)
! iPod touch 3e generatie (softwareversie 5.1.1)
! iPod touch 2e generatie (softwareversie 4.2.1)
! iPod touch 1e generatie (softwareversie 3.1.3)
! iPod classic 120 GB (softwareversie 2.0.1)
! iPod met video (softwareversie 1.3.0)
! iPod nano 1e generatie (softwareversie 1.3.1)
! iPhone (softwareversie 3.1.2)
Afhankelijk van de generatie en de versie van de
iPod zijn sommige functies mogelijk niet beschik-
De bediening kan variëren, afhankelijk van de soft-
wareversie van de iPod.
Voor gebruik met een iPod is voor de iPod een
dock-connector-naar-USB-verbindingskabel ver-
Ook kan gebruik gemaakt worden van een
Pioneer-interfacekabel CD-IU51. Neem voor meer
informatie contact op met uw leverancier.
Raadpleeg de handleiding van de iPod voor meer
informatie over ondersteunde bestandsindelingen.
Audioboek, podcast: Compatibel
LET OP Pioneer is niet verantwoordelijk voor verlies van
gegevens op de iPod, ook niet tijdens gebruik
Volgorde van audiobestanden
De gebruiker kan met dit toestel geen mapnum-
mers toewijzen of de afspeelvolgorde wijzigen.
Voorbeeld van een boomstructuur
De mapvolgorde en andere instellingen zijn af-
hankelijk van de software die voor het coderen
en schrijven is gebruikt.
De afspeelvolgorde is gelijk aan de volgorde
waarin de bestanden zijn opgenomen op het
Ga als volgt te werk als u wilt dat bestanden in
een bepaalde volgorde worden afgespeeld.
1 Geef de bestanden namen met nummers die
de afspeelvolgorde aangeven, bijvoorbeeld
001xxx.mp3 en 099yyy.mp3.
2 Plaats de bestanden in een map.
3 Sla de map met bestanden op het USB-op-
Merk echter op dat de afspeelvolgorde niet altijd
kan worden bepaald. Dit is afhankelijk van het
De afspeelvolgorde op draagbare USB-audiospe-
lers is verschillend en hangt af van de gebruikte
Lijst van Russische tekens
Apple en iTunes zijn handelsmerken van
Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere
Dit product is uitsluitend bedoeld voor niet-com-
mercieel privégebruik. Het mag niet in een com-
merciële omgeving worden gebruikt voor
realtime-uitzendingen (over land, via satelliet,
kabel en/of andere media), voor uitzendingen/
streaming via internet, intranet en/of andere net-
werken, of in andere elektronische distributie-
systemen zoals betaalradio of audio-op-
aanvraagtoepassingen. Hiervoor is een aparte li-
centie nodig. Kijk voor meer informatie op
http://www.mp3licensing.com.
WMA Windows Media is een gedeponeerd handels-
merk of een handelsmerk van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en/of in an-
Dit product bevat technologie die het eigendom
is van Microsoft Corporation en die niet gebruikt
of gedistribueerd mag worden zonder toestem-
ming van Microsoft Licensing, Inc.
iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod
touch zijn handelsmerken van Apple Inc., gede-
poneerd in de VS en andere landen.
“Gemaakt voor iPod” en “Gemaakt voor iPhone”
wil zeggen dat een elektronische accessoire spe-
ciaal ontwikkeld is voor verbinding met respec-
tievelijk een iPod of iPhone en door de maker
gewaarborgd is als conform de Apple werkings-
normen. Apple is niet verantwoordelijk voor de
werking van dit apparaat en voor het voldoen
aan de veiligheidsnormen en wettelijke normen.
Houd er rekening mee dat het gebruik van dit
accessoire met iPod of iPhone invloed kan heb-
ben op de draadloze prestatie.
MIXTRAX MIXTRAX is een handelsmerk van Pioneer
Aanvullende informatie
126 Aanhangsel Aanvullende informatie
NlTechnische gegevens
Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 tot
Maximaal stroomverbruik
Maximaal uitgangsvermogen
70 W × 1/2 W (voor de sub-
Doorlopend uitgangsvermogen
5% THD, 4 W belasting, beide
Belastingsimpedantie 4 W (4 W tot 8 W toegestaan)
Preout maximaal uitgangsniveau
2,0V Contouren loudness +10dB (100 Hz), +6,5 dB
(10 kHz) (volume: –30 dB)
Equalizer (grafische equalizer met vijf banden):
Signaal-tot-ruisverhouding
94dB (1kHz) (IEC-A-netwerk)
Aantal kanalen 2 (stereo)
(versie 10,6 en eerder)
WAV-signaalformaat Lineaire PCM & MS ADPCM
(niet gecomprimeerd)
USB USB-specificatie USB 2.0 volledige snelheid
Maximaal stroomverbruik
1 A USB-klasse MSC-apparatuur (Mass Sto-
(versie 10,6 en eerder)
WAV-signaalformaat Lineaire PCM & MS ADPCM
(niet gecomprimeerd)
Signaal-tot-ruisverhouding
Frequentiebereik 531 kHz tot 1602kHz
Bruikbare gevoeligheid .... 25µV (S/R: 20 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
62dB (IEC -A-netwerk)
Frequentiebereik 153 kHz tot 281 kHz
Bruikbare gevoeligheid .... 28µV (S/R: 20 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
62dB (IEC -A-netwerk)
Bruikbare gevoeligheid (Band C)
Bruikbare gevoeligheid (Band L)
Signaal-tot-ruisverhouding
Technische gegevens en ontwerp kunnen zonder
voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Aanvullende informatie
Aanvullende informatie
Notice-Facile