CD RDS Tuner - Autoradio PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CD RDS Tuner PIONEER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CD RDS Tuner - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CD RDS Tuner van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING CD RDS Tuner PIONEER
Anhang Zusätzliche Informationen DeHartelijk dank voor uw keuze voor dit Pioneer-product. Lees deze handleiding voordat u het product in gebruik neemt zodat u het goed leert gebruiken. Lees vooral de gedeelten die met WAARSCHU- WING en LET OP gemarkeerd zijn aandachtig. Bewaar deze handleiding na het lezen op een vei- lige, voor de hand liggende plaats zodat u hem in- dien nodig altijd kunt raadplegen. Deponeer dit product niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwij- deren. Er bestaat een speciaal wettelijk voor- geschreven verzamelsysteem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar maken en de recycling van gebruikte elektronische producten. In de lidstaten van de EU en in Zwitserland en Noorwegen kunnen particulieren afgedankte elektronische producten gratis bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen inleveren. Als u een soortgelijk nieuw product koopt, kunt u het afge- dankte product ook bij uw verkooppunt inleve- ren. Als u in een ander land woont, neem dan con- tact op met de plaatselijke overheid voor infor- matie over het weggooien van afgedankte producten. Op die manier zorgt u ervoor dat uw afgedankte product op de juiste wijze wordt verwerkt, herge- bruikt en gerecycled, zonder schadelijke gevol- gen voor het milieu en de volksgezondheid. Informatie over dit toestel De tuner van dit toestel kan worden afgestemd op frequenties die gebruikt worden in West-Eu- ropa, Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Ocea- nië. In andere gebieden is de ontvangst wellicht slecht. De RDS-functie (Radio Data System) werkt alleen in gebieden waar FM-zenders RDS- informatie uitzenden. LET OP Dit apparaat is geclassificeerd als een klasse 1 laserproduct onder de veiligheidsnormen voor laserproducten, IEC 60825-1:2007. KLASSE 1 LASERPRODUCT LET OP ! Zorg ervoor dat het toestel niet met vloeistof in aanraking komt. Een elektrische schok kan daarvan het gevolg zijn. Bovendien kan contact met vloeistoffen rookvorming, over- verhitting en andere schade aan het toestel veroorzaken. ! De Pioneer CarStereo-Pass wordt alleen in Duitsland gebruikt. ! Zet het volume nooit zo hoog dat u geluiden buiten het voertuig niet meer kunt horen. ! Zorg dat het toestel niet wordt blootgesteld aan vocht. ! Als de accu wordt losgekoppeld of leeg raakt, wordt het voorkeuzegeheugen gewist. Opmerking Instellingen worden ook uitgevoerd als u het menu annuleert zonder te bevestigen. Informatie over deze handleiding ! Met de term “USB-opslagapparaat” wordt in het algemeen verwezen naar USB-geheugen en USB-audiospelers. ! In deze handleiding verwijst “iPod” naar een iPod of iPhone. Bij problemen Als dit toestel niet naar behoren functioneert, kunt u uw leverancier of het dichtstbijzijnde er- kende Pioneer-servicecentrum raadplegen. Vóór u begint
Hoofdstuk Vóór u begint
01Hoofdtoestel b c d98
ae7 Onderdeel Onderdeel 1 SRC/OFF 8 BAND/ (iPod- bediening) 2 h (uitwerpen) 9 (terug)/DIM- MER (dimmer)
Laadsleuf voor disc c DISP 6 USB-poort d AUX-ingang (3,5 mm-stereo- plug) 7 DAB e Verwijderen LET OP ! Sluit een USB-opslagapparaat via een Pioneer USB-kabel (CD-U50E, optioneel) op dit toestel aan. Sluit het niet rechtstreeks op dit toestel aan omdat het dan uitsteekt en verwondingen of beschadigingen kan veroor- zaken. ! Gebruik geen producten van andere fabrikan- ten. Display-indicaties
Basisinforma- tie ! Tuner: frequentie- band en frequentie ! RDS: programmaser- vicenaam, PTY-infor- matie en andere tekstinformatie ! Cd-speler, USB-op- slagapparaat en iPod: verstreken weergavetijd en tekst- informatie
Licht op wanneer er een menu of mappen op een lager niveau bestaan.
Wordt weergegeven als 12H is geselecteerd onder 12H/24H en CLOCK is geselecteerd onder INFO DISPLAY.
(lijst) De lijst wordt bediend.
Bijkomende in- formatie Hier wordt bijkomende informatie weergegeven. 6 LOC Automatisch afstemmen op lokale zenders is inge- schakeld.
TP (verkeers- programma- identificatie) Er is afgestemd op een zender met verkeersinfor- matie (TP-zender). Indicator Status
TA (verkeersbe- richten) Automatische ontvangst van verkeersberichten (TA) is ingeschakeld.
(willekeu- rige weergave/ shuffle) Willekeurige weergave is ingeschakeld. De iPod is als bron gese- lecteerd en de functie Shuffle of Shuffle all is ingeschakeld.
(herhalen) Herhalen van een frag- ment of map is ingescha- keld.
(iPod-bedie- ning) De iPod-functie van dit toestel wordt via de iPod bediend. Instellingenmenu Als u het contact aanzet na de installatie, ver- schijnt het instellingenmenu op het display. U kunt de onderstaande menu-opties instellen. 1 Zet het contact aan na de installatie van dit toestel. SET UP verschijnt. 2 Draai aan M.C. en selecteer YES. # Als u niet binnen 30 seconden een bediening uit- voert, wordt het instellingenmenu niet weergegeven. # Als u op dit moment geen instellingen wilt maken, draait u M.C. naar NO. Indrukken om te se- lecteren. Als u NO selecteert, kunt u geen instellingen maken in het instellingenmenu. 3 Druk op M.C. om uw keuze te bevesti- gen. 4 Voer de volgende procedures uit om het menu in te stellen. Om verder te gaan naar de volgende menu- optie, moet u uw selectie bevestigen. LANGUAGE (taalinstelling) Dit toestel kan Engelse of Russische tekstinforma- tie bij een gecomprimeerd audiobestand weerge- ven. ! Als de gebruikte taal niet overeenkomt met de taalinstelling van dit toestel, wordt tekst wel- licht niet correct weergegeven. ! Het is mogelijk dat sommige tekens niet juist worden weergegeven. 1 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. ENG (Engels)—РУС (Russisch) 2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen. CLOCK SET (klok) 1 Draai aan M.C. om het uur in te stellen. 2 Druk op M.C. om de minuut te selecteren. 3 Draai aan M.C. om de minuut in te stellen. 4 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen. FM STEP (FM-afstemstap) Standaard wordt er bij automatisch afstemmen een FM-afstemstap van 50 kHz gebruikt, en 100 kHz als de functie AF of TA is ingeschakeld. Maar soms krijgt u een beter resultaat als ook bij het afstemmen op alternatieve frequenties (AF) een afstemstap van 50 kHz wordt gebruikt. ! Bij handmatig afstemmen blijft de afstemstap 50 kHz. 1 Draai aan M.C. en selecteer de FM-afstemstap. 50 (50 kHz)—100 (100kHz) 2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen. QUIT verschijnt. Nederlands Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
025 Draai aan M.C. en selecteer YES om de in- stelling te voltooien. # Als u de instelling wilt wijzigen, draait u M.C. naar NO. Druk in om te selecteren. 6 Druk op M.C. om uw keuze te bevesti- gen. Opmerkingen ! U kunt de menu-opties instellen in het sys- teemmenu. Raadpleeg Systeemmenu op bladzijde 117 voor meer informatie over de in- stellingen. ! U kunt het instellingenmenu annuleren door op SRC/OFF te drukken. Basisbediening Belangrijk ! Wees voorzichtig bij het verwijderen en te- rugplaatsen van het voorpaneel. ! Stel het voorpaneel niet bloot aan schokken. ! Stel het voorpaneel niet bloot aan direct zon- licht en hoge temperaturen. ! Maak eerst alle kabels en apparaten (indien aanwezig) van het voorpaneel los voordat u het verwijdert om beschadiging aan het toe- stel en het voertuiginterieur te voorkomen. Het voorpaneel tegen diefstal ver wijderen 1 Druk op de toets Verwijderen om het voorpa- neel los te maken. 2 Duw het voorpaneel naar boven (M) en trek het naar u toe (N). 3 Bewaar het losgemaakte voorpaneel in een be- schermend omhulsel zoals een stevig doosje. Het voorpaneel terugzetten 1 Schuif het voorpaneel naar links. Steek de lipjes aan de linkerzijde van het hoofdtoestel goed in de openingen in het voor- paneel. 2 Druk de rechterzijde van het voorpaneel aan tot het goed geplaatst is. Als het niet lukt het voorpaneel te bevestigen, controleer dan of u het wel juist op het hoofd- toestel bevestigt. Gebruik geen kracht want daardoor kunt u het paneel en het toestel be- schadigen. Het toestel inschakelen 1 Druk op SRC/OFF om het toestel in te schake- len. Het toestel uitschakelen 1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel uit gaat. Een signaalbron selecteren 1 Druk op SRC/OFF om over te schakelen tus- sen: DAB (digitale audio-uitzending)—TUNER (tuner)—CD (cd-speler)—USB (USB)/iPod (iPod)—AUX (AUX) ! Als een andere bron dan DAB geselecteerd is, kunt u naar DAB overschakelen door op DAB te drukken. Het volume afstellen 1 Draai aan M.C. om het volume te regelen. LET OP Voor uw veiligheid en die van anderen moet u het voertuig eerst parkeren als u het voorpaneel wilt verwijderen. Opmerking Als de blauw-witte draad van dit toestel is aange- sloten op de bedieningsaansluiting van de auto- matische antenne van het voertuig, schuift de antenne uit wanneer er een signaalbron van dit toestel wordt ingeschakeld. Als de signaalbron wordt uitgeschakeld, wordt de antenne weer in- geschoven. Veelgebruikte menufuncties Terugkeren naar het vorige display Terugkeren naar de vorige lijst (de map die een ni- veau hoger ligt) 1 Druk op /DIMMER. Terugkeren naar het gewone display Het hoofdmenu annuleren 1 Druk op BAND/
Terugkeren naar het gewone display van de lijst 1 Druk op BAND/
DAB (digitale audio-uitzending) Om een DAB-uitzending te kunnen ontvangen, moet een DAB-antenne (AN-DAB1, los verkrijg- baar) op het toestel aangesloten zijn. DAB staat voor Digital Audio Broadcasting (digi- tale audio-uitzending) en heeft de volgende ei- genschappen: ! Hoge geluidskwaliteit (vrijwel gelijk aan cd- kwaliteit hoewel het in sommige gevallen lager kan zijn om de bandbreedte optimaal te gebruiken) ! Storingvrije ontvangst Opmerking Sommige zenders zenden testuitzendingen uit. Basisbediening Een frequentieband selecteren 1 Druk op BAND/ totdat de gewenste frequen- tieband (D1, D2 of D3) wordt weergegeven. Handmatig afstemmen (stap voor stap) 1 Druk op c of d. PakketDienstHoofdservicecomponentDruk op
HoofdservicecomponentSecundaire servicecomponentSecundaire servicecomponentDienst Sommige afzonderlijke diensten in een pakket kunnen worden onderverdeeld in servicecompo- nenten. De voornaamste servicecomponent is de hoofdservicecomponent. Bijkomende componen- ten worden secundaire servicecomponenten ge- noemd. Automatisch afstemmen 1 Houd c of d ingedrukt en laat deze weer los. Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
02Pauze Met de pauzefunctie kunt u een DAB-uitzending tijdelijk onderbreken. % Druk op DAB om de weergave te onder- breken (pauze) of te hervatten. ! Recente uitzendingen worden automatisch in het geheugen opgeslagen. De opslagcapaci- teit van het toestel is afhankelijk van de bit- snelheid van de servicecomponent en bedraagt ongeveer 5 minuten bij 192 kbps. ! Als een onderbreking langer duurt dan de be- schikbare geheugenduur, begint het afspelen vanaf het begin van de selectie in het geheu- gen. Deze functie wordt uitgeschakeld als Tijdver- schuiving actief is. Raadpleeg voor meer infor- matie over tijdverschuiving Luisteren naar een recente uitzending (tijdverschuiving) op deze bladzijde. Zenders voor de verschillende frequentiebanden opslaan en oproepen De voorkeuzetoetsen gebruiken 1 Stem af op de zender die u in het geheu- gen wilt opslaan. Om hem op te slaan houdt u de gewenste voorkeuzetoets (1/ t/m 6/ ) ingedrukt tot het voorkeuzenummer stopt met knipperen. 2 Druk op de gewenste voorkeuzetoets (1/ t/m 6/ ) om de betreffende zender te se- lecteren. Een ander display kiezen De gewenste informatie selecteren 1 Druk op DISP om over te schakelen tussen: ! SERVICE LABEL (servicelabel of kanaal) ! BRDCST INFO (servicelabel/PTY-label/pak- ketlabel/kanaal en frequentie) ! DYNAMIC LABEL (dynamisch label) ! CLOCK (naam signaalbron en klok) Opmerkingen ! Als het ser vicelabel niet gedetecteerd kan worden in SERVICE LABEL, wordt het kanaal weergegeven. Anders wordt het servicelabel weergegeven. ! De tekstinformatie onder BRDCST INFO wordt automatisch bijgewerkt. ! Raadpleeg voor meer informatie over de PTY- lijst het gedeelte PTY-lijst op de volgende bladzijde. ! Deze functie wordt uitgeschakeld wanneer de pauzefunctie gebruikt wordt. Raadpleeg voor meer informatie over de pauzefunctie het gedeelte Pauze op deze bladzijde. ! Afhankelijk van de frequentieband kan de tekstinformatie verschillen. ! Welke tekstinformatie gewijzigd kan worden, hangt af van het gebied. Luisteren naar een recente uitzending (tijdvers chuiving) U kunt door recente uitzendingen bladeren van de geselecteerde servicecomponent. 1 Druk op /DIMMER om over te schake- len naar de tijdverschuivingsstand. Druk er nogmaals op om terug te keren naar de rechtstreekse uitzending. 2 Druk op c of d om het afspeelpunt in te stellen. ! Druk op c om een minuut terug te gaan. ! Druk op d om een minuut vooruit te gaan. Recente uitzendingen worden automatisch in het geheugen opgeslagen. De opslagcapaciteit van het toestel is afhankelijk van de bitsnelheid van de servicecomponent en bedraagt ongeveer 5 minuten bij 192 kbps. U kunt geen punt selecteren dat de geheugen- capaciteit overschrijdt. Een servicecomponent selecteren U kunt een servicecomponent uit de volgende lijst selecteren. 1 Druk op (lijst) om over te schakelen naar de servicelijstmodus. 2 Draai aan M.C. om een optie in de lijst te selecteren en druk erop om te bevestigen. Na selectie kunnen de volgende servicecompo- nentfuncties ingesteld worden. SERVICE (servicelabel) U kunt een servicecomponent selecteren uit de lijst van alle componenten. 1 Draai aan M.C. om een servicecomponent te selecteren. 2 Druk op M.C. om een uitzending van de gese- lecteerde servicecomponent te ontvangen. Alfabetisch zoeken 1 Druk op (lijst). 2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren. 3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te geven. 4 Draai aan M.C. om een servicecomponent te selecteren. 5 Druk op M.C. om een uitzending van de gese- lecteerde servicecomponent te ontvangen. PROGRAM TYPE (PTY-label) U kunt een servicecomponent selecteren aan de hand van de PTY-informatie. 1 Draai aan M.C. om de gewenste PTY-informa- tie te kiezen en druk erop om te bevestigen.
NEWS/INFO—POPULAR—CLASSICS—
OTHERS 2 Draai aan M.C. om een servicecomponent te selecteren. 3 Druk op M.C. om een uitzending van de gese- lecteerde servicecomponent te ontvangen. ENSEMBLE (pakketlabel) U kunt een servicecomponent selecteren uit het betreffende pakket. 1 Draai aan M.C. om het gewenste pakket te kie- zen en druk erop om te bevestigen. 2 Draai aan M.C. om een servicecomponent te selecteren. 3 Druk op M.C. om een uitzending van de gese- lecteerde servicecomponent te ontvangen. Informatie in de servicelijst bijwerken U kunt updates voor de servicelijst ontvangen. % Houd (lijst) ingedrukt. Druk nogmaals op (lijst) om de functie te an- nuleren. Functie-instellingen 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie FUNCTION en druk erop. U kunt de volgende functie aanpassen. Nederlands Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
02S.FOLLOW (zoeken naar alternatieve servicecom- ponenten) Deze functie zorgt ervoor dat het toestel bij slechte tunerontvangst automatisch zoekt naar een ander pakket met dezelfde servicecomponenten. Als er geen alternatieve servicecomponent gevonden wordt of de ontvangst niet verbetert, schakelt het toestel automatisch over naar een identieke FM- uitzending. 1 Druk op M.C. om zoeken naar alternatieve ser- vicecomponenten in of uit te schakelen. Tuner Basisbediening Een frequentieband selecteren 1 Druk op BAND/ totdat de gewenste frequen- tieband (FM1, FM2, FM3 voor FM of MW/LW) op het display verschijnt. Overschakelen tussen voorkeuzestations 1 Druk op c of d. ! Om deze functie te gebruiken, moet u PCH (voorkeuzezender) selecteren onder SEEK. Raadpleeg voor meer informatie over de instel- lingen SEEK (instelling linker/rechter toets) op de volgende bladzijde. Handmatig afstemmen (stap voor stap) 1 Druk op c of d. ! Om deze functie te gebruiken, moet u MAN (handmatig afstemmen) selecteren onder SEEK. Raadpleeg voor meer informatie over de instellingen SEEK (instelling linker/rechter toets) op de volgende bladzijde. Automatisch afstemmen 1 Houd c of d ingedrukt en laat deze weer los. U kunt het automatisch afstemmen afbreken door even op c of d te drukken. Als u c of d ingedrukt houdt, worden zenders overgeslagen. Het automatisch afstemmen be- gint zodra u c of d loslaat. Opmerking U kunt de AF-functie (zoeken naar alternatieve frequenties) in- en uitschakelen. Voor normaal afstemmen moet de AF-functie uit staan (raad- pleeg AF (alternatieve frequenties zoek en) op de volgende bladzijde). Zenders voor de verschillende frequentiebanden opslaan en oproepen De voorkeuzetoetsen gebruiken 1 Stem af op de zender die u in het geheu- gen wilt opslaan. Om hem op te slaan houdt u de gewenste voorkeuzetoets (1/ t/m 6/ ) ingedrukt tot het voorkeuzenummer stopt met knipperen. 2 Druk op de gewenste voorkeuzetoets (1/ t/m 6/ ) om de betreffende zender te se- lecteren. Een ander display kiezen De gewenste informatie selecteren 1 Druk op DISP om over te schakelen tussen: ! FREQUENCY (programmaservicenaam of frequentie) ! BRDCST INFO (programmaservicenaam/ PTY-informatie) ! CLOCK (naam signaalbron en klok) Opmerkingen ! Als de programmaservicenaam niet gedetec- teerd kan worden in FREQUENCY, wordt de frequentie weergegeven. Anders wordt de programmaservicenaam weergegeven. ! De tekstinformatie onder BRDCST INFO wordt automatisch bijgewerkt. ! Afhankelijk van de frequentieband kan de tekstinformatie verschillen. ! Welke tekstinformatie gewijzigd kan worden, hangt af van het gebied. PTY-functies Met behulp van PTY-informatie (programmatype- informatie) kunt u op een bepaald soort zender afstemmen. RDS-zenders zoeken via PTY-informatie U kunt naar bepaalde soorten uitzendingen zoe- ken, zoals de uitzendingen die in het volgende ge- deelte worden genoemd: deze bladzijde. 1 Druk op (lijst). 2 Draai aan M.C. om een programmatype te kie- zen.
NEWS/INFO—POPULAR—CLASSICS—
OTHERS 3 Druk op M.C. om het zoeken te beginnen. Het toestel zoekt naar een zender die het gese- lecteerde programmatype uitzendt. Als er een zender is gevonden, wordt de programmaservi- cenaam weergegeven. ! Druk opnieuw op M.C. om het zoeken te annuleren. ! Het programma van een zender kan afwij- ken van de informatie die door de PTY-code wordt aangegeven. ! Als er geen zender gevonden wordt die het gewenste soort programma uitzendt, wordt op het display ongeveer twee seconden lang NOT FOUND getoond en keert de tuner terug naar de oorspronkelijke zender. PTY-lijst NEWS/INFO (nieuws en informatie) NEWS (nieuws), AFFAIRS (actualiteiten), INFO (in- formatie), SPORT (sport), WEATHER (weer), FI- NANCE (financieel nieuws) POPULAR (populaire muziek) POP MUS (populaire muziek), ROCK MUS (rock- muziek), EASY MUS (lichte muziek), OTH MUS (andere muziek), JAZZ (jazz), COUNTRY (country- muziek), NAT MUS (nationale muziek), OLDIES (Gouwe Ouwe), FOLK MUS (folkmuziek) CLASSICS (klassieke muziek) L. CLASS (lichte klassieke muziek), CLASSIC (klas- sieke muziek) Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
02OTHERS (andere) EDUCATE (educatief), DRAMA (theater), CUL- TURE (cultuur), SCIENCE (wetenschap), VARIED (varia), CHILDREN (kinderprogramma’s), SOCIAL (praatprogramma’s), RELIGION (religieus), PHONE IN (inbelprogramma’s), TOURING (rei- zen), LEISURE (ontspanning), DOCUMENT (docu- mentaires) Functie-instellingen 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie FUNCTION en druk erop. 3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren. U kunt de volgende functies aanpassen. # Als de MW/LW-band is geselecteerd, zijn alleen BSM, LOCAL en SEEK beschikbaar. BSM (geheugen voor de sterkste zenders) Met de functie BSM (Best Stations Memory) kunt u automatisch de zes sterkste zenders in het ge- heugen opslaan. Deze worden opgeslagen in volg- orde van signaalsterkte. 1 Druk op M.C. om de functie BSM in te schake- len. Druk nogmaals op M.C. om deze te annuleren. REGION (regionaal) Als de functie AF is ingeschakeld, kan de regio- nale functie gebruikt worden om het zoeken tot re- gionale programma’s te beperken. 1 Druk op M.C. om de regionale functie in of uit te schakelen. LOCAL (automatisch afstemmen op lokale zen- ders) Als deze functie is ingeschakeld, stemt het toestel alleen af op zenders waarvan het signaal vol- doende sterk is voor een goede ontvangst. 1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel- ling.
Als u het hoogste niveau selecteert, wordt al- leen afgestemd op de sterkste zenders. Bij la- gere niveaus wordt ook afgestemd op zwakkere zenders. TA (stand-by voor verkeersberichten) 1 Druk op M.C. om de functie Stand-by voor ver- keersberichten in en uit te schakelen. AF (alternatieve frequenties zoeken) 1 Druk op M.C. om AF aan of uit te zetten. NEWS (onderbreking door nieuwsberichten) 1 Druk op M.C. om de nieuwsfunctie in of uit te schakelen. SEEK (instelling linker/rechter toets) U kunt een functie toewijzen aan de linker en rech- ter toets van het toestel. Selecteer MAN (handmatig afstemmen) om hand- matig af te stemmen of PCH (voorkeuzezenders) om op voorkeuzezenders af te stemmen. 1 Druk op M.C. om MAN of PCH te selecteren. Cd/cd-r/cd-rw-discs en USB- opslagapparaten Basisbediening Een cd/cd-r/cd-rw afspelen 1 Plaats een disc met het etiket omhoog in de laadsleuf. Een cd/cd-r/cd-rw uitwerpen 1 Druk op h. Songs op een USB-opslagapparaat afspelen 1 Open het deksel van de USB-poort. 2 Sluit het USB-opslagapparaat aan via een USB-kabel. Het afspelen begint automatisch. Stoppen met afspelen van songs op een USB-op- slagapparaat 1 U kunt een USB-opslagapparaat op elk ge- wenst moment verwijderen. Het toestel stopt met afspelen. Een map selecteren 1 Druk op 1/ of 2/ . Een fragment selecteren 1 Druk op c of d. Vooruit of achteruit spoelen 1 Houd c of d ingedrukt. ! Als u gecomprimeerde audio afspeelt, is er geen geluid bij vooruit- en achteruitspoelen. Terugkeren naar de hoofdmap 1 Houd BAND/ ingedrukt. Overschakelen tussen gecomprimeerde audio en cd-da 1 Druk op BAND/
Overschakelen tussen afspeelbare geheugenappa- raten Als een USB-opslagapparaat meerdere USB Mass Storage-compatibele afspeelbare geheugenappa- raten bevat, kunt u tussen deze apparaten over- schakelen. 1 Druk op BAND/
! U kunt overschakelen tussen maximaal 32 ver- schillende geheugenapparaten. Opmerking Ontkoppel USB-opslagapparaten van dit toestel wanneer u ze niet gebruikt. Bediening met de MIXTRAX-toets MIXTRAX in- of uitschakelen U kunt deze functie gebruiken wanneer USB als signaalbron is geselecteerd. 1 Druk op 3/MIX om MIXTRAX in of uit te scha- kelen. ! Raadpleeg Informatie over MIXTRAX op blad- zijde 118 voor meer informatie over MIXTRAX. ! Raadpleeg MIXTRAX-menu op bladzijde 118 voor meer informatie over MIXTRAX-functies. ! Wanneer MIXTRAX gebruikt wordt, is de sound retriever uitgeschakeld. Nederlands Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
02Een ander display kiezen De gewenste informatie selecteren 1 Druk op DISP om over te schakelen tussen: CD-DA ! ELAPSED TIME (fragmentnummer en weergavetijd) ! CLOCK (naam signaalbron en klok) ! SPEANA (spectrumanalyzer) CD-TEXT ! TRACK INFO (fragmenttitel/naam artiest fragment/disctitel) ! ELAPSED TIME (fragmentnummer en weergavetijd) ! CLOCK (naam signaalbron en klok) ! SPEANA (spectrumanalyzer)
! TRACK INFO (fragmenttitel/naam artiest/ albumtitel) ! FILE INFO (bestandsnaam/mapnaam) ! ELAPSED TIME (fragmentnummer en weergavetijd) ! CLOCK (naam signaalbron en klok) ! SPEANA (spectrumanalyzer) Opmerkingen ! De tekstinformatie onder TRACK INFO en FILE INFO wordt automatisch bijgewerkt. ! Afhankelijk van het mediabestandstype en de versie van iTunes waarmee MP3-bestan- den op de disc zijn opgenomen, kan het voor- komen dat incompatibele tekst bij een audiobestand niet goed wordt weergegeven. ! Welke tekstinformatie gebruikt kan worden, hangt af van de informatiedrager. Bestanden en fragmenten in de lijst selecteren en afspelen 1 Druk op om over te schakelen naar de lijst met bestands- of fragmentnamen. 2 Gebruik M.C. om de gewenste bestands- naam (of mapnaam) te selecteren. Een bestand of map selecteren 1 Draai aan M.C. Afspelen 1 Selecteer een bestand of fragment en druk op M.C. Een lijst van de bestanden (mappen) in de gese- lecteerde map weergeven 1 Selecteer een map en druk op M.C. Een song in de geselecteerde map afspelen 1 Selecteer een map en houd M.C. ingedrukt. Bediening met speciale toetsen Een herhaalbereik selecteren 1 Druk op 6/ om over te schakelen tussen: Cd/cd-r/cd-rw-discs ! ALL – Alle fragmenten herhalen ! ONE – Het huidige fragment herhalen ! FLD – De huidige map herhalen USB-opslagapparaat ! ALL – Alle bestanden herhalen ! ONE – Het huidige bestand herhalen ! FLD – De huidige map herhalen Fragmenten in willekeurige volgorde afspelen 1 Druk op 5/ om willekeurige weergave in of uit te schakelen. Fragmenten in een geselecteerd herhaalbereik worden in willekeurige volgorde afgespeeld. ! Druk tijdens weergave in willekeurige volgorde op d om naar het volgende fragment te gaan. Als u op c drukt, wordt het huidige fragment opnieuw vanaf het begin afgespeeld. Het afspelen onderbreken 1 Druk op 4/PAUSE om het afspelen te onderbre- ken (pauze) of te hervatten. Functie-instellingen 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie FUNCTION en druk erop. U kunt de volgende functie aanpassen. ! S.RTRV is niet beschikbaar als MIXTRAX aan staat. S.RTRV (sound retriever) Deze verbetert automatisch de weergave van ge- comprimeerde audio en zorgt voor een vol geluid. 1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel- ling. 1—2—OFF (uit) 1 heeft effect bij lage compressie en 2 heeft ef- fect bij hoge compressie. iPod Basisbediening Muziek op een iPod afspelen 1 Open het deksel van de USB-poort. 2 Sluit de iPod op de USB-kabel aan via een iPod dock connector. Het afspelen begint automatisch. Een song selecteren (hoofdstuk) 1 Druk op c of d. Een album selecteren 1 Druk op 1/ of 2/ . Vooruit of achteruit spoelen 1 Houd c of d ingedrukt. Opmerkingen ! De iPod kan niet worden in- en uitgeschakeld als de bedieningsmodus is ingesteld op CONTROL AUDIO. ! Verwijder de koptelefoon van de iPod voordat u hem op dit toestel aansluit. ! De iPod wordt ongeveer twee minuten nadat de contactschakelaar op OFF is gezet, uitge- schakeld. Bediening met de MIXTRAX-toets MIXTRAX in- of uitschakelen 1 Druk op 3/MIX om MIXTRAX in of uit te scha- kelen. ! Raadpleeg Informatie over MIXTRAX op blad- zijde 118 voor meer informatie over MIXTRAX. ! Raadpleeg MIXTRAX-menu op bladzijde 118 voor meer informatie over MIXTRAX-functies. Een ander display kiezen De gewenste informatie selecteren 1 Druk op DISP om over te schakelen tussen: CONTROL AUDIO/CONTROL iPod ! TRACK INFO (fragmenttitel/naam artiest/ albumtitel) ! ELAPSED TIME (fragmentnummer en weergavetijd) ! CLOCK (naam signaalbron en klok) ! SPEANA (spectrumanalyzer) CONTROL APP ! CONTROL APP (APP MODE wordt weerge- geven) ! CLOCK (naam signaalbron en klok) ! SPEANA (spectrumanalyzer) Opmerking De tekstinformatie onder TRACK INFO wordt au- tomatisch bijgewerkt. Naar een song bladeren 1 Druk op om naar het hoofdmenu met zoeklijsten te gaan. Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
022 Selecteer een categorie of song met M.C. De naam van een song of categorie wijzigen 1 Draai aan M.C. Speellijsten—artiesten—albums—songs— podcasts—genres—componisten—audioboe- ken Afspelen 1 Selecteer een song en druk op M.C. Een lijst van songs in de geselecteerde categorie weergeven 1 Selecteer een categorie en druk op M.C. Een song in de geselecteerde categorie afspelen 1 Selecteer een categorie en houd M.C. inge- drukt. Alfabetisch in een lijst zoeken 1 Geef de lijst voor de geselecteerde categorie weer en druk op om alfabetisch te zoeken. ! U kunt ook overschakelen naar alfabetisch zoeken door twee keer aan M.C. te draaien. 2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren. 3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te geven. ! Druk op /DIMMER om het zoeken te an- nuleren. Opmerkingen ! U kunt speellijsten afspelen die zijn gemaakt met de pc-toepassing MusicSphere. Deze toepassing is beschikbaar op onze website. ! Speellijsten die zijn gemaakt met de pc-toe- passing MusicSphere worden verkort weer- gegeven. Bediening met speciale toetsen Een herhaalbereik selecteren 1 Druk op 6/ om over te schakelen tussen: ! ONE – De huidige song herhalen ! ALL – Alle songs in de geselecteerde lijst herhalen ! Als de bedieningsstand is ingesteld op CON- TROL iPod/CONTROL APP, wordt hetzelfde herhaalbereik gebruikt als voor de aangesloten iPod. Een herhaalbereik voor afspelen in willekeurige volgorde (shuffle) selecteren 1 Druk op 5/ om over te schakelen tussen: ! SNG – De songs in de geselecteerde lijst in willekeurige volgorde afspelen. ! ALB – De songs van een willekeurig album op volgorde afspelen. ! OFF – Niet afspelen in willekeurige volg- orde. Alle songs in willekeurige volgorde afspelen (shuf- fle all) 1 Houd 5/ ingedrukt om de functie Shuffle all in te schakelen. ! Selecteer OFF in Shuffle om Shuffle all uit te schakelen. Raadpleeg voor meer informatie Een herhaalbereik voor afspelen in willekeurige volgorde (shuffle) selecteren op deze bladzijde. Het afspelen onderbreken 1 Druk op 4/PAUSE om het afspelen te onderbre- ken (pauze) of te hervatten. Songs afspelen die verwant zijn met de huidige song De volgende lijsten voor songs zijn beschikbaar.
- Lijst van albums van de huidige artiest
- Lijst van songs op het huidige album
- Lijst van albums van het huidige genre 1 Houd ingedrukt om naar de gekop- pelde weergavemodus over te schakelen. 2 Draai aan M.C. om een andere modus te kiezen; druk erop om een modus te selecte- ren. ! ARTIST – Een album van de huidige artiest af- spelen. ! ALBUM – Een song van het huidige album af- spelen. ! GENRE – Een album van het huidige genre af- spelen. De geselecteerde song of het geselecteerde album wordt na de huidige song afgespeeld. Opmerkingen ! De geselecteerde song of het geselecteerde album kan worden geannuleerd als u een an- dere functie dan gekoppeld zoeken gebruikt (bijvoorbeeld snel vooruit of achteruit spoe- len). ! Afhankelijk van de geselecteerde song is het mogelijk dat het einde van de huidige song en het begin van de geselecteerde song (album) worden afgesneden. De iPod-functie van dit toestel via de iPod bedienen De iPod-functie van dit toestel kan via een aan- gesloten iPod bediend worden. Als u overschakelt naar de stand APP, kunt u het geluid van iPod-apps laten weergeven via de luidsprekers van het voertuig. CONTROL iPod kan niet worden gebruikt met de volgende iPod-modellen. ! iPod nano 1e generatie ! iPod met video CONTROL APP kan worden gebruikt met de vol- gende iPod-modellen. ! iPod touch 4e generatie ! iPod touch 3e generatie ! iPod touch 2e generatie ! iPod touch 1e generatie ! iPhone 4S ! iPhone 4 ! iPhone 3GS ! iPhone 3G ! iPhone % Druk op BAND/ om de bedieningsmo- dus te wijzigen. ! CONTROL iPod – De iPod-functie van dit toe- stel kan via de aangesloten iPod bediend wor- den. ! CONTROL APP – De iPod-functie van dit toe- stel kan via de aangesloten iPod bediend wor- den. Geluid van apps op de iPod wordt via dit toestel weergegeven. ! CONTROL AUDIO – De iPod-functie van dit toestel kan via dit toestel bediend worden. Opmerkingen ! Als u de bedieningsmodus overschakelt op CONTROL iPod/CONTROL APP, wordt het afspelen van songs onderbroken. Bedien de iPod om de weergave te hervatten. ! Ook als de bedieningsmodus is ingesteld op CONTROL iPod/CONTROL APP, kunnen de volgende functies vanaf dit toestel bediend worden. — Pauze — Vooruit en achteruit spoelen — Een song selecteren (hoofdstuk) ! Het volume kan alleen vanaf dit toestel wor- den bijgesteld. Functie-instellingen 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie FUNCTION en druk erop. 3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren. U kunt de volgende functies aanpassen. ! AUDIO BOOK kan niet worden gebruikt als CONTROL iPod/CONTROL APP is geselec- teerd in de bedieningsmodus. Raadpleeg voor meer informatie De iPod-functie van dit toestel via de iPod bedienen op deze bladzijde. Nederlands Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
02AUDIO BOOK (audioboeksnelheid) 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. ! FASTER – Weergave is sneller dan normaal ! NORMAL – Weergave met normale snel- heid ! SLOWER – Weergave is langzamer dan normaal S.RTRV (sound retriever) Deze verbetert automatisch de weergave van ge- comprimeerde audio en zorgt voor een vol geluid. 1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel- ling. 1—2—OFF (uit) 1 heeft effect bij lage compressie en 2 heeft ef- fect bij hoge compressie. Audio-instellingen 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie AUDIO en druk erop. 3 Draai aan M.C. en selecteer de audiofunc- tie. U kunt de volgende audiofuncties aanpassen. ! FADER kan niet worden gebruikt als SUB.W/SUB.W is geselecteerd in SP-P/O MODE. Raadpleeg voor meer infor- matie SP-P/O MODE (achteruitgang en preout-instelling) op bladzijde 119. ! SUB.W, SUB.W CTRL en HPF SETTING kun- nen niet worden gebruikt als REAR/REAR is geselecteerd in SP-P/O MODE. Raadpleeg voor meer informatie SP-P/O MODE (achter- uitgang en preout-instelling) op bladzijde 119. ! SUB.W CTRL en HPF SETTING kunnen niet worden gebruikt als SUB.W is geselecteerd in OFF. Raadpleeg voor meer informatie SUB.W (subwoofer aan/uit) op deze bladzijde. FADER (fader aanpassen) 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. om de balans tussen de luid- sprekers voorin en achterin in te stellen. BALANCE (balansinstelling) 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. om de balans tussen de linker/ rechterluidsprekers in te stellen. EQ SETTING (equalizercurven) 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. om de equalizer te selecteren.
De equalizerband en het equalizerniveau kun- nen worden aangepast van CUSTOM1 en CUSTOM2. Volg de onderstaande procedure als u CUS- TOM1 of CUSTOM2 selecteert. Voor een an- dere optie drukt u op M.C. om terug te keren naar het vorige display. ! CUSTOM1 kan voor elke signaal afzonder- lijk worden ingesteld. USB en iPod worden automatisch hetzelfde ingesteld. ! CUSTOM2 is een gemeenschappelijk in- stelling voor alle signaalbronnen. 3 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 4 Druk op M.C. om over te schakelen tussen: Equalizerband—Equalizerniveau 5 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. Equalizerband: 80HZ—250HZ—800HZ— 2.5KHZ—8KHZ Equalizerniveau: +6 tot –6 LOUDNESS (loudness) De loudness-functie compenseert een tekort aan lage tonen en hoge tonen bij een laag volume. 1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel- ling. OFF (uit)—LOW (laag)—MID (midden)—HI (hoog) SUB.W (subwoofer aan/uit) Dit toestel is voorzien van een in- en uitschakel- bare subwooferuitgang. 1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel- ling. NOR (normale fase)—REV (tegengestelde fase)—OFF (subwoofer uit) SUB.W CTRL (subwoofer aanpassen) De subwoofer geeft alleen frequenties beneden de geselecteerde waarde weer. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Druk op M.C. om over te schakelen tussen: Drempelfrequentie—Uitgangsniveau—Verval- niveau Instelbare waarden knipperen. 3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. Drempelfrequentie: 50HZ—63HZ—80HZ— 100HZ—125HZ—160HZ—200HZ Uitgangsniveau: –24 tot +6 Hellingsniveau: –6 — –12 BASS BOOST (bass boost) 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. en selecteer het gewenste ni- veau. U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden 0 en +6. De waarde wordt op het display getoond. HPF SETTING (high pass filter aanpassen) Als u wilt dat de luidsprekers voorin of achterin geen lage tonen (uit het frequentiebereik van de subwoofer) weergeven, kunt u het high pass filter (HPF) aanzetten. Alleen frequenties boven het ge- selecteerde bereik worden dan weergegeven door de voor- of achterluidsprekers. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Druk op M.C. om over te schakelen tussen: Drempelfrequentie—Vervalniveau 3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. Drempelfrequentie: OFF—50HZ—63HZ— 80HZ—100HZ—125HZ—160HZ—200HZ Hellingsniveau: –6 — –12 SLA (bronniveauregeling) Met de functie SLA (bronniveauregeling) kunt u het volumeniveau van elke signaalbron afzonder- lijk instellen. Hierdoor kunt u plotselinge volume- wisselingen voorkomen wanneer naar een andere signaalbron wordt overgeschakeld. ! De instellingen zijn gebaseerd op het FM-volu- meniveau, dat zelf niet gewijzigd kan worden. ! Het MW/LW-volumeniveau kan ook met deze functie worden aangepast. ! Wanneer FM als signaalbron wordt gebruikt, kunt u niet overschakelen naar SLA. ! USB en iPod worden automatisch hetzelfde in- gesteld. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. om het bronvolume te regelen. Instelbereik: +4 tot –4 Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
02Systeemmenu Belangrijk Als het toestel van de accu wordt losgekoppeld, wordt PW SAVE (energiezuinige modus) uitge- schakeld. Deze functie moet u weer inschakelen als het toestel terug met de accu wordt verbon- den. Als het voertuig niet van een contactscha- kelaar met accessoirestand (ACC) is voorzien, is het (afhankelijk van de aansluiting) mogelijk dat het toestel de accu blijft belasten als PW SAVE (energiezuinige modus) is uitgeschakeld. 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie SYSTEM en druk erop. 3 Draai aan M.C. en selecteer de systeem- menufunctie. U kunt de volgende functies in het systeemme- nu aanpassen. LANGUAGE (taalinstelling) Dit toestel kan Engelse of Russische tekstinforma- tie bij een gecomprimeerd audiobestand weerge- ven. ! Als de gebruikte taal niet overeenkomt met de taalinstelling van dit toestel, wordt tekst wel- licht niet correct weergegeven. ! Het is mogelijk dat sommige tekens niet juist worden weergegeven. 1 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. ENG (Engels)—РУС (Russisch) CLOCK SET (klok) 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Druk op M.C. om het onderdeel van de klok te selecteren dat u wilt instellen. Uur—Minuut 3 Draai aan M.C. om de klok in te stellen. 12H/24H (tijdweergave) 1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel- ling. 12H (12-uurs klok)—24H (24-uurs klok) INFO DISPLAY (bijkomende informatie) U kunt instellen wat voor soort bijkomende infor- matie wordt weergegeven. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling.
SPEANA—LEVEL METER—SOURCE—CLOCK
—OFF ! Voor SPEANA en LEVEL METER wordt een sig- naalniveau-indicator weergegeven als de bron is ingesteld op DAB of TUNER. AUTO PI (automatisch PI-zoeken) Als deze functie is ingeschakeld, probeert het toe- stel bij slechte ontvangst automatisch een andere zender met gelijkaardige programma’s te vinden, ook als u een voorkeuzezender selecteerde. 1 Druk op M.C. om de automatische PI-zoek- functie in of uit te schakelen. AUX (externe aansluiting) Schakel deze instelling in als een extern apparaat op dit toestel is aangesloten. 1 Druk op M.C. om AUX in of uit te schakelen. MUTE MODE (dempen) Het geluid van dit toestel kan automatisch worden uitgeschakeld of gedempt wanneer een ander ap- paraat met uitschakelingsfunctie daarom vraagt met een speciaal signaal. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. U kunt een van de opties in de volgende lijst selecteren. ! MUTE – Tijdelijk uitschakelen ! 20dB ATT – Dempen (20dB ATT heeft meer effect dan 10dB ATT) ! 10dB ATT – Dempen PW SAVE (energiezuinige stand) Met deze functie wordt het energieverbruik van de accu verminderd. ! Als deze functie is ingeschakeld, kan alleen het bronsignaal worden ingeschakeld. 1 Druk op M.C. om de energiezuinige modus in of uit te schakelen. De toetskleur selecteren U kunt de kleur van de toetsen van het toestel naar wens instellen. 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en druk erop. 3 Draai aan M.C., geef KEY COLOUR weer en druk erop. 4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich- tingskleur. U kunt een van de opties in de volgende lijst se- lecteren. ! Vooringestelde kleuren (WHITE tot ROSE) ! SCAN (alle kleuren afwisselend) ! Kleurencombinaties (WARM, AMBIENT, CALM) ! CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur) Opmerkingen ! Als SCAN is geselecteerd, worden afwisse- lend alle vooringestelde kleuren gebruikt. ! Als WARM is geselecteerd, worden afwisse- lend alle warme kleuren gebruikt. ! Als AMBIENT is geselecteerd, worden afwis- selend alle sfeerkleuren gebruikt. ! Als CALM is geselecteerd, worden afwisse- lend alle rustige kleuren gebruikt. ! Als CUSTOM is geselecteerd, wordt de opge- slagen aangepaste kleur gebruikt. De displaykleur selecteren U kunt de kleuren van het display van het toestel naar wens instellen. 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en druk erop. 3 Draai aan M.C., geef DISP COLOUR weer en druk erop. 4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich- tingskleur. U kunt een van de opties in de volgende lijst se- lecteren. ! Vooringestelde kleuren (WHITE tot ROSE) ! SCAN (alle kleuren afwisselend) ! Kleurencombinaties (WARM, AMBIENT, CALM) ! CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur) Opmerking Raadpleeg De toetskleur selecteren op deze blad- zijde voor meer informatie over de kleuren in de lijst. De toets- en displaykleur selecteren U kunt de kleuren van de toetsen en het display van het toestel naar wens instellen. 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en druk erop. 3 Draai aan M.C., geef BOTH COLOUR weer en druk erop. 4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich- tingskleur. U kunt een van de opties in de volgende lijst se- lecteren. Nederlands Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
02! Vooringestelde kleuren (WHITE tot ROSE) ! SCAN (alle kleuren afwisselend) Opmerkingen ! Als u met deze functie een kleur selecteert, worden zowel de toetsen als het display van het toestel automatisch met de gekozen kleur verlicht. ! Raadpleeg De toetskleur selecteren op de vo- rige bladzijde voor meer informatie over de kleuren in de lijst. De dimmer in- of uitschakelen U kunt de helderheid van de verlichting aanpas- sen. 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en druk erop. 3 Draai aan M.C., geef DIMMER weer en druk erop om de gewenste instelling te se- lecteren. OFF (uit)—ON (aan) ! U kunt de dimmer ook instellen door /DIMMER even ingedrukt te houden. De verlichtingskleur zelf aanpassen U kunt aangepaste kleuren maken voor KEY COLOUR en DISP COLOUR. 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., geef ILLUMI weer en druk erop. 3 Draai aan M.C., selecteer KEY COLOUR of DISP COLOUR en druk erop. 4 Houd M.C. ingedrukt tot het scherm voor kleuraanpassing verschijnt. 5 Druk op M.C. om de primaire kleur te se- lecteren. R (rood)—G (groen)—B (blauw) 6 Draai aan M.C. om de helderheid te rege- len. Instelbereik: 0 tot 60 # U kunt niet voor alle drie de kleuren R (rood), G (groen) en B (blauw) tegelijk een waarde onder 20 in- stellen. # U kunt deze handeling ook voor andere kleuren uitvoeren. Opmerking U kunt geen aangepaste kleur maken als SCAN, WARM, AMBIENT of CALM is geselecteerd. Informatie over MIXTRAX MIXTRAX is een technologie waarmee tussen songs overgangseffecten worden ingelast zodat u non-stop kunt genieten van de muziek en de extra visuele effecten erbij. Opmerkingen ! Afhankelijk van het bestand of de song kun- nen er mogelijk geen geluidseffecten worden ingelast. ! MIXTRAX bevat de MIXTRAX-kleureffectfunc- tie waardoor de kleuren veranderen op de muziek. Als u dat storend vindt tijdens het rij- den, kunt u de MIXTRAX-kleureffectfunctie uitschakelen. Raadpleeg Bediening met de MIXTRAX-toets op bladzijde 113. MIXTRAX-menu 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie MIXTRAX en druk erop. 3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste MIXTRAX-functie. U kunt de volgende MIXTRAX-functies instellen wanneer MIXTRAX ingeschakeld is. SHT PLAYBACK (kort afspelen) U kunt de weergaveduur instellen. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling.
1.0 MIN (1,0 minuut)—1.5 MIN (1,5 minuten)
—2.0 MIN (2,0minuten)—2.5 MIN (2,5 minu- ten)—3.0 MIN (3,0minuten)—OFF (uit) ! Zet deze optie op OFF als u een selectie hele- maal (van het begin tot het einde) wilt afspe- len. FLASH AREA (knipperweergave) Hier kunt u de gewenste onderdelen voor de kleur- effecten selecteren. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. KEY/DISPLAY (toetsen en display)—KEY (toet- sen)—OFF (uit) ! Als OFF is geselecteerd, wordt voor het display de onder ILLUMI opgeslagen kleur gebruikt. FLASH PATTERN (knipperpatroon) Hier kunt u het gewenste kleurenpatroon selecte- ren. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. U kunt een van de opties in de volgende lijst selecteren. ! SOUND LEVEL 1 tot SOUND LEVEL 6 – De kleuren knipperen synchroon met het ge- luidsniveau van de song. Selecteer de ge- wenste stand. ! LOW PASS 1 tot LOW PASS 6 – De kleuren knipperen synchroon met het basniveau van de song. Selecteer de gewenste stand. ! RANDOM 1 – Het knipperpatroon wordt willekeurig geselecteerd op basis van het geluidsniveau en de low pass-instelling. ! RANDOM 2 – Het knipperpatroon wordt willekeurig geselecteerd op basis van het geluidsniveau. ! RANDOM 3 – Het knipperpatroon wordt willekeurig geselecteerd op basis van de low pass-instelling. DISPLAY FX (display-effect) Hier kunt u de speciale MIXTRAX display-effecten in- of uitschakelen. 1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel- ling. ON (MIXTRAX-effecten weergeven)—OFF (ge- wone weergave) CUT IN FX (manueel invoegeffect) Hiermee zet u MIXTRAX-geluidseffecten aan of uit wanneer u handmatig naar een ander nummer bladert. 1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instel- ling. ON (aan)—OFF (uit) Beginmenu 1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel uit gaat. Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
022 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het hoofd- menu wordt weergegeven. 3 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie INITIAL en druk erop. 4 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste functie. U kunt de volgende functies in het beginmenu aanpassen. FM STEP (FM-afstemstap) Standaard wordt er bij automatisch afstemmen een FM-afstemstap van 50 kHz gebruikt, en 100 kHz als de functie AF of TA is ingeschakeld. Maar soms krijgt u een beter resultaat als ook bij het afstemmen op alternatieve frequenties (AF) een afstemstap van 50 kHz wordt gebruikt. ! Bij handmatig afstemmen blijft de afstemstap 50 kHz. 1 Druk op M.C. om de FM-afstemstap te selecte- ren. 50 (50 kHz)—100 (100 kHz) SP-P/O MODE (achteruitgang en preout-instel- ling) Op de uitgang voor de achterluidspreker en de RCA-uitgang van dit toestel kan een luidspreker met volledig bereik of een subwoofer aangesloten worden. Selecteer de gewenste instelling. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven. 2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste in- stelling. U kunt een van de opties in de volgende lijst selecteren. ! REAR/SUB.W – Selecteer deze stand als op de uitgang voor de achterluidspreker een luidspreker met volledig bereik aange- sloten is, en op de RCA-uitgang een sub- woofer aangesloten is. ! SUB.W/SUB.W – Selecteer deze stand als op de uitgang voor de achterluidspreker een subwoofer rechtstreeks aangesloten is zonder versterker, en op de RCA-uitgang een subwoofer is aangesloten. ! REAR/REAR – Selecteer deze stand als op de uitgang voor de achterluidspreker en op de RCA-uitgang een luidspreker met volle- dig bereik is aangesloten. Als op de uitgang voor de achterluidspre- ker een luidspreker met volledig bereik is aangesloten en de RCA-uitgang niet ge- bruikt wordt, kunt u zowel REAR/SUB.W als REAR/REAR selecteren. Systeemmenu 1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel uit gaat. 2 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het hoofd- menu wordt weergegeven. 3 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie SYSTEM en druk erop. 4 Draai aan M.C. en selecteer de systeem- menufunctie. U kunt de volgende functies in het systeemme- nu aanpassen. Raadpleeg Systeemmenu op bladzijde 117 voor meer informatie. De AUX-signaalbron 1 Steek de stereo-miniplugkabel in de AUX-ingang van dit toestel. 2 Druk op SRC/OFF en kies AUX als signaal- bron. Opmerking De signaalbron AUX kan alleen worden geselec- teerd als de externe aansluiting is ingeschakeld. Raadpleeg voor meer informatie AUX (externe aansluiting) op bladzijde 117. Een ander display kiezen De gewenste informatie selecteren 1 Druk op DISP om over te schakelen tussen: ! Naam signaalbron ! Naam signaalbron en klok Als een scherm verkeerd wordt weergegeven Zet het ongewenste scherm als volgt uit. 1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven. 2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie SYSTEM en druk erop. 3 Draai aan M.C., geef DEMO OFF weer en druk erop. 4 Draai aan M.C. en selecteer YES. 5 Druk op M.C. om uw keuze te bevesti- gen. Nederlands Bediening van het toestel
Hoofdstuk Bediening van het toestel
02Verbindingen Belangrijk ! Als dit toestel wordt geïnstalleerd in een voer- tuig met een contactschakelaar zonder ACC- stand (accessoirestand), kan de accu leeglo- pen als de rode kabel niet wordt aangesloten op de aansluiting die de bediening van de contactschakelaar herkent.
ACC-stand Geen ACC-stand ! Gebruik van dit toestel onder andere omstan- digheden dan de volgende kan leiden tot brand of storingen. — Voertuigen met een accu van 12 volt en nega- tieve aarding. — Luidsprekers van 50 W (uitgangswaarde) en 4 W tot 8 W (impedantiewaarde). ! Om kortsluiting, oververhitting en storingen te voorkomen, moet u onderstaande aanwij- zingen opvolgen. — Koppel de negatieve aansluiting van de accu los voordat u het toestel installeert. — Gebruik kabelklemmen of plakband om de bekabeling veilig aan te brengen. Bescherm de kabels met plakband op plaatsen waar deze tegen metalen onderdelen liggen. — Plaats geen kabels in de buurt van beweeg- bare onderdelen zoals de versnellingspook of de stoelrails. — Leg kabels niet op plaatsen die heet kunnen worden, zoals dicht bij de kachel. — Sluit de gele kabel niet op de accu aan via een gat in het motorcompartiment. — Dek alle ongebruikte kabelaansluitingen af met isolatietape. — Maak de kabels niet korter. — Verwijder nooit de isolatie van de voedingska- bel van dit toestel om andere apparaten van stroom te voorzien. De stroomcapaciteit van de voedingskabel is beperkt. — Gebruik een zekering met het voorgeschreven vermogen. — Verbind de negatieve luidsprekerkabel nooit rechtstreeks met de aarding. — Voeg de negatieve kabels van verschillende luidsprekers nooit samen. ! Als dit apparaat aan staat, wordt het bedie- ningssignaal doorgegeven via de blauw/witte kabel. Verbind deze kabel met de afstandsbe- diening van een externe versterker of met de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van het voertuig (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom). Als het voertuig is uitge- rust met een glasantenne, verbindt u deze met de voedingsaansluiting van de antenne- booster. ! Verbind de blauw/witte kabel nooit met de voedingsaansluiting van een externe verster- ker of automatische antenne. Anders kan de accu leeglopen of kan er storing optreden. ! De zwarte kabel is de aarding. Dit toestel moet gescheiden worden geaard van andere apparaten (met name apparaten die veel stroom verbruiken zoals een versterker). An- ders kan er brand of storing ontstaan wan- neer de aarding per ongeluk losraakt. Dit toestel
1 DAB-antenne-ingang Om een DAB-uitzending te kunnen ontvan- gen, moet een DAB-antenne (AN-DAB1, los verkrijgbaar) op het toestel aangesloten zijn. 2 Ingang stroomkabel 3 Achteruitgang of subwooferuitgang 4 Uitgang voor 5 Antenne-ingang 6 Zekering (10 A) 7 Ingang voor draadafstandsbediening Een bedrade afstandsbedieningsadapter kan aangesloten worden (los verkrijgbaar). Stroomkabel
1 Naar ingang stroomkabel 2 De functie van 3 en 5 kan verschillen af- hankelijk van het type voertuig. Verbind in dat geval 4 met 5 en 6 met 3. 3 Geel Back-up (of accessoire) 4 Geel Aansluiten op de constante 12 V-voedings- aansluiting. 5 Rood Accessoire (of back-up) 6 Rood Aansluiten op een aansluiting die door de contactschakelaar wordt aangestuurd (12 V gelijkstroom). 7 Verbind kabels van dezelfde kleur met elkaar. 8 Zwart (chassisaarding) 9 Blauw-wit De pinpositie van de ISO-connector verschilt naargelang het type voertuig. Als pin 5 de an- tenne aanstuurt, verbindt u 9 en b. In an- dere typen voertuigen verbindt u 9 en b nooit. a Blauw-wit Aansluiten op systeembedieningsaansluiting van de versterker (maximaal 300 mA, 12 V ge- lijkstroom). b Blauw-wit Aansluiten op bedieningsaansluiting van de gemotoriseerde antenne (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom). c Geel/zwart Als u apparatuur met dempingsfunctie ge- bruikt, verbindt u deze draad met de draad voor audiodemping op die apparatuur. Als u zulke apparatuur niet gebruikt, verbindt u de draad voor audiodemping niet. d Luidsprekerkabels Wit: Linksvoor + Wit-zwart: Linksvoor * Grijs: Rechtsvoor + Grijs-zwart: Rechtsvoor * Groen: Linksachter + of subwoofer + Groen-zwart: Linksachter * of subwoofer * Violet: Rechtsachter + of subwoofer + Violet-zwart: Rechtsachter * of subwoofer * e ISO-connector Bij sommige voertuigen is de ISO-connector in twee verdeeld. Verbind in dat geval beide connectoren. Opmerkingen ! Wijzig het beginmenu van het toestel. Raad- pleeg gedeelte SP-P/O MODE (achteruitgang en preout-instelling) op de vorige bladzijde. De subwooferuitgang van dit toestel is mono. Installatie
Hoofdstuk Installatie
03! Als u een subwoofer van 70 W (2 W) gebruikt, moet u de subwoofer aansluiten op de vio- lette en zwart-violette draden van dit toestel. Sluit niets aan op de groene en groen-zwarte draden. Versterker (apart verkrijgbaar) Maak deze verbindingen als de optionele verster- ker wordt gebruikt.
1 Systeemafstandsbediening Verbinden met blauw-witte kabel. 2 Versterker (apart verkrijgbaar) 3 Aansluiten op RCA-kabels (apart verkrijg- baar) 4 Naar vooruitgang 5 Luidsprekers voorin 6 Naar achteruitgang of subwooferuitgang 7 Luidspreker achterin of subwoofer Installatie Belangrijk ! Controleer alle aansluitingen en systemen voordat u de installatie voltooit. ! Gebruik geen onderdelen van andere fabri- kanten; deze kunnen storingen veroorzaken. ! Neem contact op met uw dealer als er voor de installatie gaten moeten worden geboord of als er andere aanpassingen aan het voer- tuig nodig zijn. ! Installeer dit toestel niet op een plaats waar: — het de besturing van het voertuig kan belem-meren.— het de inzittenden kan verwonden bij eennoodstop. ! De halfgeleiderlaser raakt bij oververhitting beschadigd. Plaats dit apparaat niet op plaat- sen waar het warm wordt, zoals nabij de uit- laat van een kachel. ! Dit toestel werkt het beste als het wordt ge- plaatst onder een hoek van minder dan 60°. 60° ! Laat bij het plaatsen voldoende ruimte vrij achter het achterpaneel en wikkel losse ka- bels zo dat ze de ventilatiegaten niet blokke- ren; zorg altijd dat warmte goed wordt afgevoerd tijdens gebruik van het toestel. 5cmcm Laat voldoende ruimte vrij 5 cm 5 cm DIN-bevestiging voor/achter Dit toestel kan geïnstalleerd worden via een voor- of achtermontage. Gebruik voor installatie in de handel verkrijgbare onderdelen. DIN-voormontage 1 Schuif de montagebehuizing in het dash- board. Gebruik voor installatie in een ondiepe ruimte de meegeleverde montagebehuizing. Als er vol- doende ruimte is, gebruikt u de montagebehui- zing die met het voertuig geleverd werd. 2 Zet de montagebehuizing vast door met een schroevendraaier de metalen lipjes op hun plaats te buigen (90°).
1 Dashboard2 Montagebehuizing# Controleer of het toestel stevig op zijn plaats isgemonteerd. Het toestel functioneert wellicht nietnaar behoren als het niet goed is bevestigd. DIN-achtermontage 1 Bepaal de juiste positie waar de gaten in de klem en in de zijde van het toestel op een lijn liggen. 2 Draai aan elke kant twee schroeven vast.
1 Zelftappende schroef (5 mm × 8 mm)2 Bevestigingsklem3 Dashboard of console Het toestel verwijderen 1 Verwijder de sierlijst. 1 Sierlijst2 Lipje met inkeping! De sierlijst is gemakkelijker bereikbaar als uhet voorpaneel verwijdert.! Plaats de sierlijst terug met de kant met hetlipje met de inkeping onderaan. 2 Steek de meegeleverde uittreksleutels in de beide kanten van het toestel totdat ze op hun plaats klikken. 3 Trek het toestel uit het dashboard. Nederlands Installatie
Hoofdstuk Installatie
03Het voorpaneel verwijderen en terug bevestigen U kunt het voorpaneel verwijderen om het toe- stel tegen diefstal te beveiligen. Druk op de knop om het voorpaneel los te maken, duw het naar boven en trek het naar u toe. Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal verwij- deren en Het voorpaneel terugzetten op bladzijde 110 voor meer informatie. Problemen verhelpen Symptoom Oorzaak Actie Het display keert automa- tisch terug naar het ge- wone display. U hebt gedu- rende ongeveer 30 seconden geen handeling uitgevoerd. Voer de handeling opnieuw uit. Het bereik voor herhaald afspelen wordt onver- wachts gewij- zigd. Afhankelijk van het herhaalbe- reik kan het ge- selecteerde be- reik gewijzigd worden wan- neer u een an- dere map of een ander fragment selecteert of vooruit of ach- teruit spoelt. Selecteer het ge- wenste herhaal- bereik opnieuw. Een onderlig- gende map wordt niet af- gespeeld. Onderliggende mappen worden niet afgespeeld wanneer FLD (map herhalen) is geselecteerd. Selecteer een ander herhaalbe- reik. Als het dis- play wordt ge- wijzigd, ver- schijnt NO XXXX (bij- voorbeeld NO TITLE). Er is geen tekst- informatie be- schikbaar. Wijzig de display- stand of speel een ander frag- ment of bestand af. Symptoom Oorzaak Actie Het toestel functioneert niet correct. Er is interfe- rentie. Er wordt nabij dit toestel een ander apparaat (bijvoorbeeld een draagbare telefoon) ge- bruikt dat elek- tromagnetische straling uit- zendt. Gebruik nabij dit toestel geen elek- trische apparaten die interferentie kunnen veroorza- ken. Foutmeldingen Schrijf een foutmelding altijd nauwkeurig op en houd die bij de hand als u contact opneemt met uw leverancier of Pioneer-servicecentrum. Algemeen Melding Oorzaak Actie AMP ERROR Het toestel werkt niet of er is een probleem met de luidspre- keraansluiting; het beveiligings- circuit is geacti- veerd. Controleer de luidsprekeraan- sluiting. Neem contact op met uw leverancier of een erkend Pioneer Service- centrum als het bericht nog wordt weergegeven nadat u de motor hebt uit- en aan- gezet. Installatie
Hoofdstuk Aanvullende informatie
03DAB-tuner Melding Oorzaak Actie ANTENNA ERROR Het antennever- binding is niet juist. Controleer de an- tenneverbinding. Neem contact op met uw leveran- cier of een erkend Pioneer-service- centrum als het bericht nog wordt weergegeven nadat u de motor hebt uit- en aan- gezet. Cd-speler Melding Oorzaak Actie ERROR-07, 11, 12, 17, 30 De disc is vuil. Reinig de disc. De disc is be- krast. Plaats een andere disc. ERROR-07, 10, 11, 12, 15, 17, 30,
Elektrisch of mechanisch probleem. Zet het contact uit en weer aan, of schakel over naar een andere signaalbron en dan terug naar de cd-speler. ERROR-15 De geplaatste disc bevat geen gegevens. Plaats een andere disc. ERROR-23 Het cd-formaat wordt niet on- dersteund. Plaats een andere disc. FORMAT READ Na het begin van het afspelen duurt het soms even totdat er geluid klinkt. Wacht tot het be- richt verdwijnt en er geluid klinkt. Melding Oorzaak Actie NO AUDIO De geplaatste disc bevat geen afspeelbare be- standen. Plaats een andere disc. SKIPPED De geplaatste disc bevat be- standen die door digitaal rechtenbeheer (DRM) beveiligd zijn. Plaats een andere disc. PROTECT Alle bestanden op de disc zijn door digitaal rechtenbeheer (DRM) bevei- ligd. Plaats een andere disc. USB-opslagapparaat en iPod Melding Oorzaak Actie FORMAT READ Na het begin van het afspelen duurt het soms even totdat er geluid klinkt. Wacht tot het be- richt verdwijnt en er geluid klinkt. NO AUDIO Er zijn geen songs. Zet de audiobe- standen over naar het USB-opslag- apparaat en sluit het aan. De inhoud van het USB-opslag- apparaat is be- veiligd. Raadpleeg de in- structies bij het USB-opslagappa- raat om de bevei- liging uit te schakelen. Melding Oorzaak Actie SKIPPED Het aangesloten USB-opslagap- paraat bevat be- standen die met Windows Mediaä DRM 9/10 zijn beveiligd. Speel audiobe- standen af die niet met Windows Media DRM 9/10 zijn beveiligd. PROTECT Alle bestanden op het USB-op- slagapparaat zijn beveiligd met Windows Media DRM 9/
Zet op het USB- opslagapparaat audiobestanden die niet door Windows Media DRM 9/10 zijn be- veiligd en probeer het opnieuw. N/A USB Het aangesloten USB-apparaat wordt niet on- dersteund door dit toestel. ! Gebruik een op- slagapparaat dat compatibel is met USB Mass Sto- rage Class. ! Ontkoppel het apparaat en sluit een compatibel USB-opslagappa- raat aan. CHECK USB Er is kortsluiting opgetreden in de USB-aanslui- ting of de USB- kabel. Controleer of de USB-stekker en de USB-kabel niet ergens ingeklemd of beschadigd zijn. Melding Oorzaak Actie CHECK USB Het aangesloten USB-opslagap- paraat verbruikt meer stroom dan de maxi- maal toelaat- bare waarde. Ontkoppel het USB-opslagappa- raat en gebruik het niet meer. Zet de contactschake- laar van het voer- tuig uit, dan in de accessoirestand (ACC) of aan, en sluit een compati- bel USB-opslag- apparaat aan. CHECK USB De iPod functio- neert correct maar wordt niet opgeladen. Controleer of de kabel van de iPod niet is kortgeslo- ten, bijvoorbeeld contact maakt met metalen voor- werpen. Zet daar- na het contact uit en weer aan, of ontkoppel de iPod en sluit deze weer aan. Nederlands Aanvullende informatie
Aanhangsel Aanvullende informatie NlMelding Oorzaak Actie ERROR-19 Communicatie- fout. Probeer de vol- gende mogelijk- heden. – Zet het contact uit en dan weer aan. – Ontkoppel het USB-opslagappa- raat. – Schakel over naar een andere signaalbron. Schakel vervol- gens terug naar de USB-signaal- bron. iPod-fout. Verwijder de kabel uit de iPod. Sluit de kabel weer aan als het hoofdmenu van de iPod wordt weergegeven en stel de iPod op- nieuw in. ERROR-23 Het USB-op- slagapparaat was niet gefor- matteerd met de indeling FAT12, FAT16 of FAT32. Gebruik een USB- opslagapparaat dat geformatteerd is met de indeling FAT12, FAT16 of FAT32. Melding Oorzaak Actie ERROR-16 De versie van de iPod-firmware is verouderd. Werk de versie van de iPod bij. iPod-fout. Verwijder de kabel uit de iPod. Sluit de kabel weer aan als het hoofdmenu van de iPod wordt weergegeven en stel de iPod op- nieuw in. STOP De huidige lijst bevat geen songs. Selecteer een lijst die wel songs bevat. NOT FOUND Geen verwante songs. Zet songs over naar de iPod. Aanwijzingen voor het gebruik Discs en de player Gebruik uitsluitend discs die voorzien zijn van een van onderstaande twee logo’s. Gebruik discs van 12 cm. Gebruik geen discs van 8 cm en probeer deze ook niet met een adapter af te spelen. Gebruik uitsluitend normale, ronde discs. Gebruik geen discs met een andere vorm. Plaats geen ander object dan een cd in de cd-laad- sleuf. Gebruik geen gebarsten, gebroken, kromme of op andere wijze beschadigde discs omdat die de spe- ler kunnen beschadigen. Niet-gefinaliseerde cd-r/rw-discs kunnen niet wor- den afgespeeld. Raak de gegevenszijde van de disc niet aan. Bewaar discs in het bijbehorende doosje wanneer u ze niet gebruikt. Plak geen labels op discs, schrijf er niet op en breng het oppervlak niet in aanraking met chemi- sche middelen. Als u een cd reinigt, veegt u de disc van het mid- den naar de buitenkant met een zachte doek schoon. Condens en vocht kunnen de werking van de spe- ler tijdelijk negatief beïnvloeden. Laat de speler in een warmere omgeving ongeveer een uur op tem- peratuur komen. Veeg vochtige schijven met een zachte doek schoon. Sommige discs kunnen niet worden afgespeeld af- hankelijk van het type disc, de indeling ervan, de toepassing waarmee deze is opgenomen, de om- geving waarin deze wordt afgespeeld, de manier waarop deze wordt bewaard, enzovoort. Schokken tijdens het rijden van het voertuig kun- nen de disc laten overslaan. Lees de voor discs geldende voorzorgsmaatrege- len voordat u ze gebruikt. Bij gebruik van discs met een bedrukbaar labelop- pervlak moet u de instructies en waarschuwingen van de discs controleren. Afhankelijk van de disc kan laden of uitwerpen niet mogelijk zijn. Het ge- bruik van zulke discs kan dit toestel beschadigen. Plak geen in de handel verkrijgbare labels of an- dere materialen op de discs. ! De discs kunnen vervormen waardoor ze onaf- speelbaar kunnen worden. ! De labels kunnen loslaten tijdens het afspelen en de disc blokkeren bij het uitwerpen en het toestel beschadigen. USB-opslagapparaat Neem voor alle vragen met betrekking tot het USB-opslagapparaat contact op met de fabrikant ervan. Het maken van verbindingen via een USB-hub wordt niet ondersteund. Sluit alleen een USB-opslagapparaat aan en geen andere apparaten. Maak het USB-opslagapparaat stevig vast voordat u gaat rijden. Zorg dat het niet op de grond valt omdat het dan onder het rem- of gaspedaal te- recht kan komen. Afhankelijk van het USB-opslagapparaat kunnen de volgende problemen voorkomen. ! De bediening kan verschillend zijn. ! Het opslagapparaat wordt niet herkend. ! Bestanden worden niet correct afgespeeld. ! Er kan ruis hoorbaar zijn in het radiosignaal. iPod Stel de iPod niet bloot aan hoge temperaturen. Sluit voor een goede werking de dock connector- kabel van de iPod rechtstreeks op dit toestel aan. Aanvullende informatie
Aanhangsel Aanvullende informatie NlMaak de iPod stevig vast voordat u gaat rijden. Zorg dat de iPod niet op de grond kan vallen omdat hij dan onder het rem- of gaspedaal terecht kan komen. Informatie over iPod-instellingen ! Wanneer een iPod is aangesloten, wordt de equalizer van de iPod door dit toestel uitge- schakeld voor een optimale klankweergave. Als u de iPod loskoppelt, wordt de equalizer naar de oorspronkelijke instelling teruggezet. ! Tijdens gebruik van dit toestel kunt u de her- haalfunctie op de iPod niet uitschakelen. De herhaalfunctie wordt automatisch ingesteld op Alle als u de iPod op dit toestel aansluit. Tekst op de iPod die niet compatibel is met de spe- cificaties van dit toestel kan niet worden weerge- geven. DualDiscs DualDiscs zijn dubbelzijdige discs met aan de ene kant een beschrijfbaar cd-oppervlak voor audio-op- namen en aan de andere kant een beschrijfbaar dvd-oppervlak voor video-opnamen. Aangezien de cd-zijde van DualDiscs niet overeen- komt met de algemene cd-standaard, is het wel- licht niet mogelijk de cd-zijde op dit toestel af te spelen. Het regelmatig plaatsen en uitwerpen van een DualDisc kan krassen veroorzaken op de disc wat tot afspeelproblemen leidt. In sommige gevallen kan een DualDisc vast komen te zitten in de cd- laadsleuf en niet meer worden uitgeworpen. Om problemen te voorkomen wordt aangeraden om op dit toestel geen DualDiscs af te spelen. Raadpleeg de informatie van de fabrikant van de disc voor meer informatie over DualDiscs. Compatibiliteit met gecomprimeerde audio (disc, USB) WMA Bestandsextensie: .wma Bitsnelheid: 48 kbps tot 320 kbps (CBR), 48 kbps tot 384 kbps (VBR) Bemonsteringsfrequentie: 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz Windows Media Audio Professional, Lossless, Voice/DRM Stream/Stream met video: Niet com- patibel MP3 Bestandsextensie: .mp3 Bitsnelheid: 8 kbps tot 320 kbps (CBR), VBR Bemonsteringsfrequentie: 8 kHz tot 48 kHz (32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz voor de beste kwaliteit) Compatibele ID3-tag-versie: 1.0, 1.1, 2.2, 2.3, 2.4 (ID3-tag versie 2.x krijgt prioriteit boven versie 1.x.) M3u speellijst: Niet compatibel MP3i (MP3 interactive), mp3 PRO: Niet compati- bel WAV Bestandsextensie: .wav Quantisatiebits: 8 en 16 (LPCM), 4 (MS ADPCM) Bemonsteringsfrequentie: 16 kHz tot 48 kHz (LPCM), 22,05 kHz en 44,1 kHz (MS ADPCM) AAC Compatibel formaat: AAC gecodeerd met iTunes Bestandsextensie: .m4a Bemonsteringsfrequentie: 11,025 kHz tot 48 kHz Overdrachtssnelheid: 16 kbps tot 320 kbps, VBR Apple Lossless: Niet compatibel AAC-bestanden die bij de iTunes Store gekocht zijn (bestandsextensie .m4p): Niet compatibel Bijkomende informatie Alleen de eerste 32 tekens van de bestandsnaam (inclusief de extensie) of mapnaam worden weer- gegeven. Russische tekst kan alleen op dit toestel worden weergegeven als die met een van de volgende te- kensets is gecodeerd: ! Unicode (UTF-8, UTF-16) ! Andere tekensets dan Unicode die in een Windows-omgeving worden gebruikt en op Russisch zijn ingesteld bij de taalinstellingen Een juiste werking van dit toestel is afhankelijk van de toepassing waarmee de WMA-bestanden zijn gecodeerd. Er kan een beetje vertraging optreden bij het be- ginnen met afspelen van audiobestanden met beeldgegevens of bestanden op een USB-opslag- apparaat met een uitgebreide mappenstructuur. Disc Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep (Voor praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan twee niveaus gebruiken.) Afspeelbare mappen: maximaal 99 Afspeelbare bestanden: maximaal 999 Bestandssysteem: ISO 9660 Level 1 en 2, Romeo, Joliet Afspelen van multisessie-discs: Compatibel Packet write data transfer: Niet compatibel Bij het afspelen van gecomprimeerde audiodiscs wordt altijd een korte pauze ingelast tussen de fragmenten. Dit gebeurt ongeacht de duur tussen de fragmenten op de originele opname. USB-opslagapparaat Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep (Voor praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan twee niveaus gebruiken.) Afspeelbare mappen: maximaal 500 Afspeelbare bestanden: maximaal 15 000 Afspelen van auteursrechtelijk beschermde be- standen: Niet compatibel Gepartitioneerd USB-opslagapparaat: Alleen de eerste partitie kan worden afgespeeld. Bij het starten van audiobestanden op een USB- opslagapparaat met een uitgebreide mappen- structuur kan enige vertraging optreden. LET OP ! Pioneer garandeert geen compatibiliteit met alle USB-opslagapparaten en kan niet verant- woordelijk worden gesteld voor eventueel ge- gevensverlies op mediaspelers, smartphones of andere apparaten tijdens gebruik van dit product. ! Laat discs en USB-opslagapparaten niet ach- ter op plaatsen waar de temperatuur hoog kan oplopen. Nederlands Aanvullende informatie
Aanhangsel Aanvullende informatie NlCompatibiliteit met iPod Alleen de volgende iPod-modellen kunnen met dit toestel gebruikt worden. Ondersteunde ver- sies van de iPod-software worden hieronder ge- noemd. Oudere versies worden wellicht niet ondersteund. Gemaakt voor ! iPod touch 4e generatie (softwareversie 5.1.1) ! iPod touch 3e generatie (softwareversie 5.1.1) ! iPod touch 2e generatie (softwareversie 4.2.1) ! iPod touch 1e generatie (softwareversie 3.1.3) ! iPod classic 160 GB (softwareversie 2.0.4) ! iPod classic 120 GB (softwareversie 2.0.1) ! iPod classic (softwareversie 1.1.2) ! iPod met video (softwareversie 1.3.0) ! iPod nano 6e generatie (softwareversie 1.2) ! iPod nano 5e generatie (softwareversie 1.0.2) ! iPod nano 4e generatie (softwareversie 1.0.4) ! iPod nano 3e generatie (softwareversie 1.1.3) ! iPod nano 2e generatie (softwareversie 1.1.3) ! iPod nano 1e generatie (softwareversie 1.3.1) ! iPhone 4S (softwareversie 5.1.1) ! iPhone 4 (softwareversie 5.1.1) ! iPhone 3GS (softwareversie 5.1.1) ! iPhone 3G (softwareversie 4.2.1) ! iPhone (softwareversie 3.1.2) Afhankelijk van de generatie en de versie van de iPod zijn sommige functies mogelijk niet beschik- baar. De bediening kan variëren, afhankelijk van de soft- wareversie van de iPod. Voor gebruik met een iPod is voor de iPod een dock-connector-naar-USB-verbindingskabel ver- eist. Ook kan gebruik gemaakt worden van een Pioneer-interfacekabel CD-IU51. Neem voor meer informatie contact op met uw leverancier. Raadpleeg de handleiding van de iPod voor meer informatie over ondersteunde bestandsindelingen. Audioboek, podcast: Compatibel LET OP Pioneer is niet verantwoordelijk voor verlies van gegevens op de iPod, ook niet tijdens gebruik van dit toestel. Volgorde van audiobestanden De gebruiker kan met dit toestel geen mapnum- mers toewijzen of de afspeelvolgorde wijzigen. Voorbeeld van een boomstructuur
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 : Map : Gecomprimeerd audiobestand 01 tot 05: Mapnum- mer 1 tot 6: Afspeel- volgorde Disc De mapvolgorde en andere instellingen zijn af- hankelijk van de software die voor het coderen en schrijven is gebruikt. USB-opslagapparaat De afspeelvolgorde is gelijk aan de volgorde waarin de bestanden zijn opgenomen op het USB-opslagapparaat. Ga als volgt te werk als u wilt dat bestanden in een bepaalde volgorde worden afgespeeld. 1 Geef de bestanden namen met nummers die de afspeelvolgorde aangeven, bijvoorbeeld 001xxx.mp3 en 099yyy.mp3. 2 Plaats de bestanden in een map. 3 Sla de map met bestanden op het USB-op- slagapparaat op. Merk echter op dat de afspeelvolgorde niet altijd kan worden bepaald. Dit is afhankelijk van het gebruikte systeem. De afspeelvolgorde op draagbare USB-audiospe- lers is verschillend en hangt af van de gebruikte audiospeler. Lijst van Russische tekens S: T S: T S: T S: T S: T : А : Б : В : Г : Д : Е, Ё : Ж : З : И, Й : К : Л : М : Н : О : П : Р : С : Т : У : Ф : Х : Ц : Ч
: Ы : Ь : Э : Ю : Я S: Scherm T: Teken Copyright en handelsmerken iTunes Apple en iTunes zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen. MP3 Dit product is uitsluitend bedoeld voor niet-com- mercieel privégebruik. Het mag niet in een com- merciële omgeving worden gebruikt voor realtime-uitzendingen (over land, via satelliet, kabel en/of andere media), voor uitzendingen/ streaming via internet, intranet en/of andere net- werken, of in andere elektronische distributie- systemen zoals betaalradio of audio-op- aanvraagtoepassingen. Hiervoor is een aparte li- centie nodig. Kijk voor meer informatie op http://www.mp3licensing.com. WMA Windows Media is een gedeponeerd handels- merk of een handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of in an- dere landen. Dit product bevat technologie die het eigendom is van Microsoft Corporation en die niet gebruikt of gedistribueerd mag worden zonder toestem- ming van Microsoft Licensing, Inc. iPod & iPhone iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc., gede- poneerd in de VS en andere landen. “Gemaakt voor iPod” en “Gemaakt voor iPhone” wil zeggen dat een elektronische accessoire spe- ciaal ontwikkeld is voor verbinding met respec- tievelijk een iPod of iPhone en door de maker gewaarborgd is als conform de Apple werkings- normen. Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat en voor het voldoen aan de veiligheidsnormen en wettelijke normen. Houd er rekening mee dat het gebruik van dit accessoire met iPod of iPhone invloed kan heb- ben op de draadloze prestatie. MIXTRAX MIXTRAX is een handelsmerk van Pioneer Corporation. Aanvullende informatie
Aanhangsel Aanvullende informatie NlTechnische gegevens Algemeen Spanningsbron ................ 14,4 V gelijkstroom (10,8 tot 15,1 V toelaatbaar) Aarding ........................... Negatief Maximaal stroomverbruik ................................... 10,0 A Afmetingen (B × H × D): DIN Chassis .............. 178mm × 50mm × 165 mm Voorkant ............ 188mm × 58mm × 15 mm
Notice-Facile