IWTE 51251 ECO INDESIT

IWTE 51251 ECO - Wasmachine INDESIT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis IWTE 51251 ECO INDESIT in PDF-formaat.

Page 37
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : INDESIT

Model : IWTE 51251 ECO

Categorie : Wasmachine

Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IWTE 51251 ECO - INDESIT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IWTE 51251 ECO van het merk INDESIT.

GEBRUIKSAANWIJZING IWTE 51251 ECO INDESIT

Uitpakken en waterpas zetten

Hydraulische en elektrische aansluitingen

Onderhoud en verzorging, 40

Afsluiten van water en stroom

Reinigen van de wasautomaat

Onderhoud van deur en trommel

Reinigen van de pomp

Controleren van de buis van de watertoevoer

Hoe reinigt u het wasmiddellaatje

Voorzorgsmaatregelen en advies, 41

Beschrijving van de wasautomaat, 42-43

Hoe openen en sluiten van de trommel

Het uitvoeren van een wascyclus, 44

Programma’s en functies, 45

Wasmiddelen en wasgoed, 46

Voorbereiden van het wasgoed

Speciale programma’s

Balanceersysteem van de lading

! Het is belangrijk dit boekje te bewaren zodat u

het kunt raadplegen wanneer u maar wilt. In het

geval dat u de machine verkoopt, of u verhuist,

moet het boekje bij de machine blijven zodat

de nieuwe gebruiker de functies en betreffende

raadgevingen kan leren kennen.

! Lees de instructies met aandacht: u vindt er

belangrijke informatie betreffende het installeren,

gebruik en veiligheid.

Uitpakken en waterpas zetten

1. Pak de wasmachine uit.

2. Controleer of de wasmachine geen schade

heeft geleden gedurende het vervoer. Indien dit

wel het geval is moet hij niet worden aangesloten

en moet u contact opnemen met de handelaar.

3. Verwijder de vier

bijbehorende afstand-

stukken die zich aan

de achterkant bevin-

den (zie afbeelding).

4. Sluit de gaten af met

de bijgeleverde plastic

5. Bewaar alle stukken:

ooit worden vervoerd,

dan moeten deze weer

Belangrijk: bij hergebruik moeten de kortere

schroeven aan de bovenkant worden gemonteerd.

! Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor

1. Installeer de wasmachine op een rechte en

stevige vloer en laat hem niet leunen tegen een

muur, meubel of dergelijken.

2. Als de vloer niet

perfect horizontaal is

kunt u de onregelma-

tigheid opheffen door

de stelvoetjes aan de

voorkant in- of uit te

schroeven (zie afbeel-

ding); de hoek, geme-

ten ten opzichte van de

Een correcte waterpas geeft de machine stabiliteit

en vermijdt trillingen, lawaai en het zich verplaat-

sen gedurende het functioneren van de machine.

In het geval van vaste vloerbedekking of een tapijt

regelt u de stelvoetjes zodanig dat onder de was-

machine genoeg plaats is voor ventilatie.

Plaatsen, verplaatsen.

Als uw wasmachine is

uitgerust met speciale

in-en uitklapbare wie-

len, kunt u de wasma-

chine makkelijk verpla

atsen. Om dit onderstel

tevoorschijn te halen

en de machine zonder

moeite te kunnen ver-

plaatsen, trekt u aan

de hendel linksonder onder de plint. Zodra u

de machine verplaatst heeft, moet u hem weer

waterpas zetten. Daarna staat de machine stevig

op zijn plaats (zie afbeelding).

Water- en elektrische aansluiting

Aansluiting van de watertoevoerslang

1. Sluit de toevoerbuis

aan op de koudwater-

kraan met een mondstuk

met schroefdraad van

3/4 gas (zie afbeelding).

Voordat u de wasauto-

maat aansluit moet u

het water laten lopen

totdat het helder is.

2. Verbind de slang aan

hem op de betreffende

schroeven, rechtsbo-

ven aan de achterkant

3. Let erop dat er geen

knellingen of kronkels

! De waterdruk van de kraan moet binnen de

waarden van de tabel Technische Gegevens lig-

gen (zie bladzijde hiernaast).

! Als de slang niet lang genoeg is moet u zich

wenden tot een gespecialiseerde handelaar of

een bevoegde installateur.

! Nooit reeds eerder gebruikte slangen gebruiken.39

NL Aansluiting van de afvoerbuis

Verbind de buis, zon-

aan een afvoerleiding

of aan een afvoer in

kraan (zie afbeelding).

afvoerslang mag niet

! Gebruik nooit verlengstukken voor de buis; in-

dien dit niet te vermijden is moet het verlengstuk

dezelfde doorsnede hebben als de oorspronke-

lijke buis en mag hij niet langer zijn dan 150 cm.

Elektrische aansluiting

Voordat u de stekker in het stopcontact steekt

moet u zich ervan verzekeren dat:

• het stopcontact geaard is en voldoet aan de

• het stopcontact het maximum vermogen van

de wasautomaat kan dragen, zoals aange-

geven in de tabel Technische Gegevens (zie

• de spanning zich bevindt tussen de waarden

die zijn aangegeven in de tabel Technische

Gegevens (zie hiernaast);

• de contactdoos geschikt is voor de stekker van

de wasautomaat. Indien dit niet zo is moet de

stekker of het stopcontact vervangen worden.

! De machine mag alleen binnenshuis op een

vorstvrije en droge plek worden geïnstalleerd

om elektronische schade door bevriezing of

condensatie te voorkomen.

! Als de wasautomaat is geïnstalleerd moet het

stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn.

! Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.

! Het snoer mag niet gebogen of samengedrukt

! De voedingskabel mag alleen door een bevo-

egde installateur worden vervangen.

Belangrijk! De fabrikant kan niet aansprakelijk

worden gesteld wanneer deze normen niet

Voordat u de machine gaat gebruiken moet u

hem een wascycle laten uitvoeren met wasmid-

del maar zonder wasgoed, met het programma

van 90° zonder voorwassen.

zie het typeplaatje met de tech-

nische eigenschappen dat op

het apparaat is bevestigd

tot 1200 toeren per minuu

dprogramma voor katoen

programma 4; standaar-

dprogramma voor katoen

Deze apparatuur voldoet

aan de volgende EEC voor-

- 2004/108/CE (Elektroma-

gnetische compatiabiliteit)

- 2006/95/CE (Laagspanning)40

NL Toegang tot het voorvakje:

sautomaat met behulp

van een schroevendra-

aier (zie afbeelding);

2 draai het deksel eraf,

tegen de klok in (zie

afbeelding): het is nor-

maal dat er een beetje

3. maak de binnenkant

4. schroef het deksel

5. monteer het paneel

weer, met de haakjes

goed bevestigd in de

juiste openingen, voor-

dat u het paneel tegen

de machine aandrukt.

Controleren van de buis van de

Controleer minstens eenmaal per jaar de slang van de

watertoevoer. Als er barstjes of scheuren in zitten moet

hij vervangen worden: gedurende het wassen kan de

hoge waterdruk onverwachts breuken veroorzaken.

! Gebruik nooit tweedehands buizen.

Onderhoud en verzorging

Afsluiten van water en stroom

• Sluit na iedere wasbeurt de kraan af. Hier-

mee beperkt u slijtage van de waterinstallatie

van de wasmachine en voorkomt u lekkage.

• Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de

wasautomaat gaat schoonmaken en gedu-

rende onderhoudswerkzaamheden.

Reinigen van de wasautomaat

De buitenkant en de rubberen onderdelen

kunnen met een spons en een lauw sopje

worden schoongemaakt. Gebruik nooit schu-

urmiddelen of oplosmiddelen.

Onderhoud van deur en trommel

• Laat de deur altijd op een kier staan om nare

luchtjes te vermijden.

Reinigen van de pomp

De wasautomaat is voorzien van een zelfrei-

nigende pomp en hoeft dus niet te worden

onderhouden. Het kan echter gebeuren dat

kleine voorwerpen (muntjes, knopen) in het

voorvakje dat de pomp beschermt en zich aan

de onderkant ervan bevindt, terechtkomen.

! Verzeker u ervan dat de wascyclus klaar is en

haal de stekker uit het stopcontact.

Reinig het laatje onder de kraan (afb. 3) met

een oude tandenborstel. Haal de beide sifon-

netjes uit het bovenste gedeelte van vakje 1 en

2 (afb. 4) los, controleer of deze niet verstopt

zijn en spoel ze schoon.

Vergeet niet de sifon-

netjes weer op de juiste

plaats terug te doen en

haak het laatje uitein-

delijk terug in de was-

machine (afb. 4, 2, 1).

Druk licht op de grote

knop aan de voorkant

laatje en trek hem naar

Hoe reinigt u het wasmiddellaatje41

NL Voorzorgsmaatregelen

! De wasmachine is ontworpen en geproduceerd volgens

de internationale veiligheidsnormen. Deze aanwijzingen zijn

voor uw eigen veiligheid geschreven en moeten aandachtig

• Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk

niet-professioneel gebruik.

• Dit apparaat mag alleen door kinderen van 8 jaar

en ouder, door personen met een beperkt licha-

melijk, sensorieel of geestelijk vermogen, of met

onvoldoende ervaring of kennis worden gebruikt,

mits ze worden begeleid, of wanneer zij toerei-

kende instructies hebben gekregen betreffende

het veilige gebruik van het apparaat en mits zij

op de hoogte zijn van de betreffende gevaren.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Onderhoud en reiniging mogen niet door kinde-

ren zonder supervisie worden uitgevoerd.

• Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of met

natte of vochtige handen of voeten.

• Trek de stekker nooit uit het stopcontact door aan het

snoer te trekken, maar altijd door de stekker zelf beet te

• Open het wasmiddelbakje niet terwijl de machine in

• Raak het afvoerwater niet aan aangezien het zeer heet

• Forceer de deur nooit: het veiligheidsmechanisme dat

een ongewild openen van de deur voorkomt, kan be-

• Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne me-

chanismen van de wasautomaat te repareren.

• Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de machi-

ne komen als deze in werking is.

• Als de machine verplaatst moet worden, doe dit dan met

twee of drie personen tegelijk en zeer voorzichtig. Doe dit

nooit alleen, want het apparaat is erg zwaar.

• Voordat u het wasgoed in de automaat laadt, moet u

controleren of hij leeg is.

• Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan

de plaatselijke normen zodat het materiaal hergebruikt

• De Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernieti

ging van Electrische en Electronische Apparatuur, verei-

st dat oude huishoudelijke electrische appa

raten niet mogen vernietigd via de normale

ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten

moeten apart worden ingezameld om zo het hergebru-

ik van de gebruikte materialen te optima liseren en de

negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te

Het symbool op het product van de “afvalcontainer met

een kruiserdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat

wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart

moet worden ingezameld.

Consumenten moeten contact opnemen met de

locale autoriteiten voor informatie over de juiste

wijze van vernietiging van hun oude apparaat.42

NL Toets ON/OFF : druk even op de toets om de wasau-

tomaat aan of uit te zetten. Het groene START/PAUSE

controlelampje dat langzaam knippert geeft aan dat de

wasautomaat aanstaat. Om de wasautomaat tijdens de

wascyclus uit te zetten moet u de toets iets langer, circa 2

seconden, ingedrukt te houden. Als u de toets kort, of per

ongeluk indrukt zal de wasautomaat niet uitgaan. Als u de

wasautomaat tijdens de wascyclus uitdoet wordt de cyclus

automatisch geannuleerd.

PROGRAMMAKNOP: voor het instellen van het gewen-

ste programma (zie “Programmatabel”).

Toetsen met controlelampje FUNCTIE: voor het selecte-

ren van de beschikbare functies. Het controlelampje van

de gekozen functie zal aanblijven.

Toets CENTRIFUGE : druk hierop om het centrifugeto-

erental te verminderen of om de centrifuge in zijn geheel uit

te sluiten - de waarde wordt op het display aangegeven.

Toets TEMPERATUUR : druk hierop om de tempera-

tuur te verminderen of om met koud water te wassen: de

waarde wordt op het display aangegeven.

Toets UITGESTELDE START : druk hierop om een

uitgestelde start van het gekozen programma in te stellen.

De vertraging wordt door het display aangegeven.

Beschrijving van de wasautomaat

CENTRIFUGE toetsToets met controlelampje

START/PAUSE Bedieningspaneel

Toets met controlelampje START/PAUSE: als het groene

controlelampje langzaam knippert, moet u op de toets dru-

kken om de wascyclus te starten. Als de cyclus is gestart

blijft het controlelampje vast aanstaan. Als u de wascyclus

wilt pauzeren drukt u nogmaals op de toets; het controle-

lampje wordt oranje en gaat knipperen. Als het symbool

niet aan is kunt u de deur openen. Om het programma te

hervatten drukt u opnieuw op de toets.

Deze wasautomaat beschikt, in overeenkomst met de

nieuwe normen betreffende de energiebesparing, over

een systeem wat het apparaat automatisch na 30 minuten

uitschakelt (stand-by) indien men het niet gebruikt. Druk

kort op de ON/OFF toets en wacht tot de wasautomaat

Gebruik in off-mode: 0,5 W Gebruik in Left-on: 0,5 W DISPLAY ON/OFF toets PROGRAMMAKNOP TEMPERATUUR toets Toetsen met controlelampjes

FUNCTIE UITGESTELDE START toets43

NL Hoe openen en sluiten van de trommel

A) Openen (Afb. 1). Licht het deksel van de wasmachine op en

zet het helemaal open.

B) Trommel openen (Soft opening):

Druk met een vinger de knop aangegeven in Afb. 2 en de trommel

opent zich gedoceerd.

C) Stop het wasgoed in de trommel (Afb. 3).

- sluit de trommel goed af door eerst de voorste en

daarna de achterste klep naar beneden te brengen;

- zorg ervoor dat de sluitingen van de vorste klep goed in

de daarvoor bestemde ruimtes van de achterste klep

- controleer, nadat u de “Klik” van de sluiting hebt

gehoord, of de twee kleppen niet losschieten wanneer

u er lichtjes op drukt;

- sluit uiteindelijk ook het deksel van de wasmachine.

Het display is nodig om de wasautomaat te programmeren en geeft meerdere soorten informatie.

In de sectie A verschijnt de duur van de beschikbare programma’s en, als de cyclus is gestart, de resterende tijd tot het einde

ervan. Indien een UITGESTELDE START is geselecteerd verschijnt de resterende tijd tot aan de start van het geselecteerde

wasprogramma. Bovendien verschijnen, na het drukken op de betreffende toets, het apparaat toont automatisch de maxi-

male temperatuur en centrifuge die voor het ingestelde programma gelden of de laatst geselecteerde waarden, mits deze

compatibel zijn met het gekozen programma.

In de sectie B verschijnen de “wasfases” voor de geselecteerde cyclus en, als het programma reeds is gestart, de lopende

Hoofdwas / Spoelen / Centrifuge / Waterafvoer

In de sectie C staan, van boven naar onder, de symbolen betreffende de “temperatuur” , de “UITGESTELDE START” en

Het verlichte symbool geeft aan dat op het display de waarde van de ingestelde “temperatuur” wordt getoond.

Het verlichte symbool geeft aan dat er een “UITGESTELDE START” is ingesteld.

Het verlichte symbool geeft aan dat op het display de waarde van de ingestelde “centrifuge” wordt getoond.

Symbool Deur geblokkeerd

Het verlichte symbool geeft aan dat de deur is geblokkeerd. Om schade te voorkomen moet u wachten tot het symbool

uitgaat voordat u de deur van de wasautomaat opent (wacht circa 3 minuten). Om de deur te openen terwijl de cyclus bezig

is, drukt u op de START/PAUSE toets. Als het symbool uit is kunt u de deur openen.

NL Het uitvoeren van een wascyclus

1. DE WASAUTOMAAT AANZETTEN. Druk op de

toets . Het groene controlelampje START/PAUSE zal

2. HET WASGOED INLADEN. Laad het wasgoed in en

zorg ervoor nooit de laadhoeveelheid te overschrijden

aangegeven in de programmatabel op de volgende

3. WASMIDDEL DOSEREN. Doe het wasmiddel in de

speciale bakjes, zoals aangegeven in “Wasmiddelen en

5. KIES HET PROGRAMMA. Stel het gewenste

programma in met de PROGRAMMAKNOP; hieraan

worden automatisch een temperatuur en een

centrifugesnelheid gekoppeld die naderhand kunnen

worden gewijzigd. Op het display verschijnt de duur van

6. DE WASCYCLUS AANPASSEN. Druk op de speciale

Wijzigen van de temperatuur en/of de

centrifuge. Het apparaat toont automatisch de

maximale temperatuur en centrifuge die voor het

ingestelde programma gelden of de laatst geselecteerde

waarden, mits deze compatibel zijn met het gekozen

programma. Door op de toets te drukken kunt u de

temperatuur langzaamaan verlagen, tot aan de koude

wascyclus “OFF”. Door op de toets te drukken kunt

u het toerental van de centrifuge langzaamaan verlagen,

tot aan de complete uitsluiting “OFF”. Als u nogmaals

op de toetsen drukt zult u op de maximaal toegestane

Een uitgestelde start instellen.

Om de uitgestelde start van het gekozen programma

in te stellen drukt u op de betreffende toets totdat u

de gewenste vertraging heeft bereikt. Als deze optie is

geactiveerd verschijnt op het display het symbool .

Om de uitgestelde start te annuleren drukt u net zolang

op de toets tot op het display de tekst OFF verschijnt.

De eigenschappen van de cyclus wijzigen.

• Druk op de toets om de functie te activeren. Het

controlelampje dat bij de toets hoort gaat aan.

• Druk nogmaals op de toets om de functie te

deactiveren. Het controlelampje gaat uit.

! Als de gekozen functie niet geschikt is voor het

ingestelde programma gaat het controlelampje

knipperen en zal de functie niet worden geactiveerd.

! Als de geselecteerde functie niet compatibel is met een

optie die daarvòòr is ingesteld, zal het controlelampje

van de eerder geselecteerde functie gaan knipperen en

zal alleen de tweede functie worden geactiveerd; het

controlelampje van de geactiveerde functie zal aangaan.

! De functies kunnen van invloed zijn op de aanbevolen

washoeveelheid en/of de duur van de cyclus.

7. HET PROGRAMMA STARTEN. Druk op de toets

START/PAUSE. Het betreffende controlelampje

zal aangaan met een groen licht en de deur wordt

geblokkeerd (het symool is aan). Om een programma

te wijzigen terwijl de cyclus bezig is moet u de

wasautomaat pauzeren door middel van de toets

START/PAUSE (het controlelampje START/PAUSE gaat

langzaam knipperen met een oranje licht); selecteer

daarna de gewenste cyclus en druk opnieuw op de

Om de deur te openen terwijl de cyclus bezig is, drukt

u op de START/PAUSE toets. Als het symbool uit is

kunt u de deur openen. Druk nogmaals op de START/

PAUSE toets om het programma te hervatten vanaf het

punt dat het werd onderbroken.

8. EINDE VAN HET PROGRAMMA. De tekst “END”

verschijnt op het display. Als het symbool uitgaat kunt

u de deur openen (wacht circa 3 minuten). Open het

deurtje, laad het wasgoed uit en schakel het apparaat

! Als u een reeds gestarte cyclus wilt annuleren drukt u

langere tijd op de toets . De cyclus wordt onderbroken

en het apparaat gaat uit.45

NL Programma’s en functies

Als u deze optie selecteert zullen de mechanische beweging,

de temperatuur en het water geoptimaliseerd worden voor

een beperkte lading van niet zo vuil katoenen en synthetisch

wasgoed (zie “Programmatabel”). Met “ ” kunt u wassen

in een kortere tijd en kunt u water en energie besparen. We

raden u aan een hoeveelheid vloeibaar wasmiddel te gebruiken

die voldoet voor een halve lading.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s

1, 2, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, , .

De functie draagt bij aan energiebesparing door het voor

het wassen van het wasgoed niet te verwarmen: een voordeel

voor zowel het milieu als de energierekening. De versterkte

werking en het geoptimaliseerde waterverbruik garanderen

uitstekende resultaten met een gelijke gemiddelde tijdsduur als

een standaardcyclus. Om betere wasresultaten te verkrijgen,

wordt het gebruik van een vloeibaar wasmiddel aanbevolen.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s

1, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, , .

Door deze functie te selecteren verhoogt u het spoelresultaat en

zorgt u ervoor dat elk spoor van wasmiddel verdwijnt. Deze optie

is vooral nuttig bij personen met een gevoelige huid.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s

Gemakkelijker strijken

Als u deze functie selecteert zullen het wassen en de centrifuge

dusdanig worden aangepast dat er minder kreuken worden ge-

vormd. Aan het einde van de wascyclus zal de wasautomaat de

trommel langzaam laten ronddraaien. De controlelampjes van de

optie GEMAKKELIJKER STRIJKEN en die van START/PAUSE

gaan knipperen (de eerste groen, de tweede oranje). Om de cyclus

te beëindigen drukt u op de START/PAUSE toets of op de toets

GEMAKKELIJKER STRIJKEN. Bij het cyclus 9 beëindigt de wasau-

tomaat de cyclus door het wasgoed in de week te laten staan. Het

controlelampjes van de functie GEMAKKELIJKER STRIJKEN en

START/PAUSE gaan knipperen. Om het water af te voeren en de

was uit de automaat te halen moet u op de START/PAUSE toets

drukken of op de toets GEMAKKELIJKER STRIJKEN.

! Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s

8, 11, 12, 13, 14, , . 1) Controleprogramma volgens de directive 1061/2010: selecteer het programma 3 met een temperatuur van 60°C. Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van

energie en water, voor wasgoed dat op 60°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven. 2) Controleprogramma volgens de directive 1061/2010: selecteer het programma 4 met een temperatuur van 40°C. Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van

energie en water, voor wasgoed dat op 40°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven. Voor alle Test Institutes:2) Programma katoen lang: selecteer het programma 4 met een temperatuur van 40°C. 3) Programma synthetisch lang: selecteer het programma 6 met een temperatuur van 40°C.Programma’sBeschrijving van het ProgrammaMaximale Temp (°C) Maximaal toerental (toeren per minuut)WasmiddelMaxi-male lading (kg) Overgebleven vochtigheid %Energieverbru-ik kWhTotaal water ltDuur cyclusVoorwasWassenWasver-zachterDagelijkse was (Daily) 1 Katoen met voorwas: zeer vuile witte was.90° 1200  5 53 1,82 64 150’ 2 Katoen: Zeer vuile witte was.90° 1200 -   5 53 1,90 60 135’ 3 Standaardprogramma voor katoen op 60° (1): zeer vuil wit en kleurecht bont wasgoed.60° 1200 -   5 53 0,88 47,5 160’ 4 Standaardprogramma voor katoen op 40° (2): niet zo vuile witte en bonte fijne was.40° 1200 -   5 53 1,09 92 150’ 5 Katoen bont delicaat: niet zo vuile witte en bonte was.40° 1200 -   5 53 0,53 50 90’ 6 Synthetisch: zeer vuile kleurvaste bonte was.60° 800 -   3 44 0,85 39 110’ 6 Synthetisch (3): niet zo vuile kleurvaste bonte was.40° 800 -   3 44 0,53 39 100’ 7 Standaardprogramma voor katoen op 20°: niet zo vuile witte en bonte fijne was.20° 1200 -   5 - - - 180’Speciale was (Special) 8 Wol: voor wol, kasjmier, etc.40° 800 -   1 - - - 65’ 9 Zijde/Gordijnen: voor zijde, viscose, lingerie.30° 0 -   1 - - - 55’10 Jeans40° 800 -   2,5 - - - 75’ 11 Express: voor het snel opfrissen van niet zo vuil wasgoed(niet geschikt voor wol, zijde en handwas).30° 800 -   1,5 71 0,08 29 15’Sport 12 Sport Intensief30° 600 -   3 - - - 85’ 13 Sport Licht30° 600 -   3 - - - 60’ 14 Sport Schoenen30° 600 -   Max. 2 paar.- - - 55’Delprogramma’sSpoelen- 1200 - -  5 - - - 36’Centrifugeren + Afpompen - 1200 - - - 5 - - - 16’

De duur van de cyclus die wordt aangegeven op het display of op de gebruiksaanwijzing is een geschatte waarde die wordt gecalculeerd bij standaard omstandigheden.

De effectieve tijd kan variëren aan de hand van talloze factoren zoals temperatuur en druk van de watertoevoer, de kamertemperatuur, de hoeveelheid wasmiddel, de hoeveelheid en type lading, de balancering van de was en de geselecteerde aanvullende opties.46

NL Wasmiddelen en wasgoed

Een goed wasresultaat hangt ook af van de juiste dosis

wasmiddel: te veel wasmiddel maakt het wassen niet be-

ter. Het wasmiddel blijft aan de binnenzijde van de wasau-

tomaat zitten en zorgt voor het vervuilen van het milieu.

! Gebruik nooit wasmiddelen voor handwas aangezien die

te veel schuim vormen.

! Gebruik waspoeder voor witte katoenen was, voor de voor-

was en voor het wassen op temperaturen van meer dan 60°C.

! Volg de aanwijzingen op de wasmiddelverpakking.

Trek het laatje naar voren

en giet het wasmiddel en/

of de verdere toevoegin-

bakje 1: voorwasmiddel (poeder)

bakje 2: wasmiddel (poeder of vloeibaar)

Het vloeibare wasmiddel wordt erin gegoten vlak voor de start.

! Gebruik nooit middelen voor handwas aangezien die te

bakje 3: Naspoelmiddelen (wasverzachter enz.)

Wanneer u de wasverzachter in vakje 3 giet, let er dan op

dat u het “max” niveau niet overschrijdt.

De wasverzachter wordt automatisch in de machine

toegevoegd gedurende de laatste spoeling. Aan het einde

van het programma blijft er in vakje 3 een laagje water staan.

Dit water dient voor het gebruik van erg dikke wasverzach-

ters, oftewel voor het verdunnen van geconcentreerde

wasverzachters. Als in vakje 3 meer water blijft staan dan

normaal, dan betekent dit dat de afvoer is verstopt.

Bakje 4: Doe geen wasmiddel in dit compartiment

Voorbereiden van het wasgoed

• Verdeel het wasgoed volgens:

- het soort stof / het symbool op het etiket.

- de kleuren: scheid de bonte was van de witte was.

• Leeg de zakken en controleer de knopen.

• Overschrijd het aangegeven gewicht, berekend voor

droog wasgoed, nooit: zie “Programmatabel”. Hoeveel weegt wasgoed? 1 laken 400-500 g.

1 tafelkleed 400-500 g.

1 handdoek 150-250 g.

Speciale programma’s

Standaardprogramma voor katoen op 20°C (programma

7) ideaal voor een lading vuil katoen. De optimale prestaties,

zelf met koud water, die kunnen worden vergeleken met een

wascyclus op 40°C, worden gegarandeerd door een mecha-

nische werking die de snelheid varieert met herhaaldelijke en

zeer dicht op elkaar liggende piekvariaties.

Wol: met het programma 8 is het mogelijk alle wollen kle-

dingstukken in de wasautomaat te wassen, ook die met het

etiket “alleen handwas” . Voor de beste resultaten dient

u een specifiek wasmiddel te gebruiken en nooit de 1 kg

wasgoed te overschrijden.

Zijde: gebruik het speciale programma 9 om alle zijden

kledingstukken te wassen. We raden u aan een speciaal

wasmiddel voor fijne was te gebruiken.

Gordijnen: vouw de gordijnen en doe ze in de bijgeleverde

zak. Gebruik het programma 9.

Jeans: draai de kledingstukken binnenstebuiten voor u

ze wast en gebruik een vloeibaar wasmiddel. Gebruik het

Express: is bedoeld voor het snel wassen van niet zo vuil

wasgoed: het duurt slechts 15 minuten en bespaart dus

elektriciteit en tijd. Met het programma (11 op 30 °C) kunt u

verschillende soorten stoffen samen wassen (behalve zijde

en wol) met een lading van max. 1,5 kg.

Sport Intensief (programma 12) is ontwikkeld voor het

wassen van zeer vuile sportkleding (trainingspakken, sport-

broeken, enz.). Om optimale resultaten te bereiken raden

wij u aan nooit de maximaal aangegeven hoeveelheid te

overschrijden die staat aangegeven in de “Programmatabel”.

Sport Licht (programma 13) is ontwikkeld voor het wassen

van niet zo vuile sportkleding (trainingspakken, sportbroeken,

enz.). Om optimale resultaten te bereiken raden wij u aan nooit

de maximaal aangegeven hoeveelheid te overschrijden die

staat aangegeven in de “Programmatabel”. We raden u aan

een vloeibaar wasmiddel te gebruiken, met een hoeveelheid

die voldoende is voor een halve lading.

Sport Schoenen (programma 14) is ontwikkeld voor het

wassen van sportschoenen. Voor optimale resultaten dient

u nooit meer dan 2 paar tegelijk te wassen.

Balanceersysteem van de lading

Om overmatige trillingen te vermijden verdeelt de automaat

de lading voor het centrifugeren op een gelijkmatige manier.

Dit gebeurt door de trommel te laten draaien op een snelheid

die iets hoger ligt dan de wassnelheid. Als na herhaaldelijke

pogingen de lading nog steeds niet goed is gebalanceerd,

zal de wasautomaat de centrifuge op een lagere snelheid

uitvoeren dan die voorzien was. Als de lading zeer uit balans is

zal de wasautomaat een verdeling uitvoeren in plaats van een

centrifuge. Teneinde een betere distributie van de waslading

en een juiste balancering te bereiken raden wij u aan kleine

en grote kledingstukken te mengen.47

NL Storingen en oplossingen

Het kan gebeuren dat de wasautomaat niet werkt. Voor u contact opneemt met de Servicedienst (zie “Service”)moet u controle-

ren of het niet een storing betreft die u zelf makkelijk kunt verhelpen met behulp van de volgende lijst.

De wasautomaat gaat niet aan.

De wascyclus start niet.

De wasautomaat heeft geen water-

toevoer (Op het display verschijnt

de knipperende tekst “H2O”).

De wasautomaat blijft water aan-

De wasautomaat voert het water

niet af of centrifugeert niet.

De machine trilt erg tijdens het

De wasautomaat lekt.

De controlelampjes van de “opties”

en het controlelampje “START/

PAUSE” gaan knipperen en op het

display verschijnt een storingscode

Er ontstaat teveel schuim.

Mogelijke oorzaken / Oplossing:

• De stekker zit niet in het stopcontact of niet ver genoeg om contact te maken.

• Het hele huis zit zonder stroom.

• De deur zit niet goed dicht.

• De ON/OFF toets is niet ingedrukt.

• De START/PAUSE toets is niet ingedrukt.

• De waterkraan is niet open.

• De watertoevoerbuis is niet aangesloten op de kraan.

• De buis is gebogen.

• De waterkraan is niet open.

• Het hele huis zit zonder water.

• Er is onvoldoende druk.

• De START/PAUSE toets is niet ingedrukt.

• De afvoerbuis is niet op 65 tot 100 cm afstand van de grond af geïnstalleerd

(zie “Installatie”).

• Het uiteinde van de afvoerbuis ligt onder water (zie “Installatie”).

• De afvoer in de muur heeft geen ontluchting.

Als na deze controles het probleem niet is opgelost, moet u de waterkraan

dichtdraaien, de wasautomaat uitzetten en de Servicedienst inschakelen. Als u

op een van de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont kan zich een

hevelingsprobleem voordoen, waarbij de wasautomaat voortdurend water aan-

en afvoert. Om deze storing te verhelpen zijn er in de handel speciale beluchters

• Het programma voorziet geen afvoer: bij enkele programma’s moet dit met de

hand worden gestart (zie “Programma’s en functies”).

• De functie GEMAKKELIJKER STRIJKEN is ingeschakeld: voor het beëindigen

van het programma drukt u op de START/PAUSE toets (“Programma’s en

• De afvoerbuis is gebogen (zie “Installatie”).

• De afvoerleiding is verstopt.

• De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze gedeblokkeerd (zie “In-

• De wasautomaat staat niet goed recht (zie “Installatie”).

• De wasautomaat staat te krap tussen meubels en muur (zie “Installatie”).

• De buis van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie “Installatie”).

• Het wasmiddelbakje is verstopt (voor reiniging zie “Onderhoud en verzorging”).

• De afvoerbuis is niet goed aangesloten (zie “Installatie”).

• Doe de wasautomaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht circa 1

minuut en doe hem daarna weer aan.

Als de storing voortzet, dient u de Servicedienst in te schakelen.

• Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasautomaten (er moet “voor wasautoma-

at”, “handwas en machinewas”, of dergelijke op staan).

• U heeft teveel wasmiddel gebruikt.48

Voordat u de Servicedienst inschakelt:

• Controleer eerst of u het probleem zelf kunt oplossen (zie “Storingen en oplossingen”).

• Start het programma opnieuw om te controleren of de storing is verholpen;

• Als dit niet het geval is moet u contact opnemen met de erkende Technische Servicedienst via het telefoonnummer dat op

het garantiebewijs staat.

! Wendt u nooit tot een niet erkende installateur.

• het model van de machine (Mod.);

• het serienummer (S/N).

Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasautomaat.ES