GEBRUIKSAANWIJZING IH 4 TB 007C VALBERG
Dit product wordt gegarandeerd voor een periode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum*, voor elke storing die het gevolg is van een fabricagefout of het materiaal. Gebreken of schade door slechte installatie, onjuist gebruik of abnormale slijtage van het product worden niet gedekt door deze garantie.
*op vertoon van kassabon.
GARANTIEVOORWAARDEN
Inductiekookplaat
984983 - IH 4 TB 007C
GEBRUIKSAANWIJZINGEN 02
CONSIGNES D'UTILISATION 32
GEBRUIKSAANWIJZINGEN 64
INSTRUCCIONES DE USO 96



De producten van het merk VALBERG, die gekozen, getest en aanbevolen worden door ELECTRO DEPOT, zijn eenvoudig te gebruiken, betrouwbaar en van onberispelijke kwaliteit.
Dankzij dit toestel kunt u er zeker van zijn dat u bij elk gebruik volledig tevreden bent.
Welkom bij ELECTRO DEPOT.
Bezoek onze website: www.electrodepot.fr

Overzicht van het toestel
Beschrijving van het toestel

Gebruik van het toestel
Installatie
Werking van het product
Kookrichtlijnen
Hitte-instellingen

Praktische informatie
Onderhoud en reiniging
Tips
Weergave van fouten en inspectie
Beschrijving van het toestel
Uitzicht bovenkant
1 Max. 1300/1500 W (B)
Max. 1800/2000 W(B)
2 Max. 2300/2600 W(B)
5 Glasplaat
3 Max. 1800/2000 W(B)
6 Bedieningspaneel
Bedieningspaneel
AAN/UIT-knop
10 Knoppen om verwarmde zone te selecteren
8 Bediening timer
Knop om het vermogen / de timer in te stellen
9 Boost
Bediening toetsvergrendeling
Hoe werkt het?
Koken met inductie is een veilige, moderne, efficiënte en zuinige manier van koken. Deze technologie werkt met elektromagnetische trillingen die hitte rechtstreeks in de pannen genereren en niet onrechtstreeks door het glazen oppervlak te verwarmen. Het glas wordt alleen maar warm omdat de pan uiteindelijk opwarmt.
13 IJzeren pot
16 Inductiespoel
12 Magnetisch circuit
Geïnduceerde stroom
15 Keramische glasplaat
Voor u uw nieuwe inductiekookplaat gebruikt
- Neem deze handleiding door. Besteed extra aandacht aan de sectie 'Veiligheidswaarschuwingen.'
- Verwijder de beschermende folie van de inductiekookplaat.
Installatie
Selectie van de uitrusting voor de installatie
- Snijd het werkoppervlak uit volgens de afmetingen in de tekening.
- Houd minstens 5 cm rond de holte voor de installatie en het gebruik.
- Zorg ervoor dat het werkoppervlak minstens 30 mm dik is. Kies een hittebestendig en geïsoleerd materiaal voor het werkoppervlak (hout en gelijkaardig verzelachtig of hygroscopisch materiaal kan niet gebruikt worden voor het werkoppervlak tenzij het geïmpregneerd is) om elektrische schokken en grotere vervorming door de hitte van de kookplaat te vermijden. Zoals hieronder weergegeven:
OPMERKING:
De veiligheidsafstand tussen de zijkanten van de kookplaat en de binnenkanten van het werkblad moet minstens 3 mm zijn.

Minstens 3 mm
| L (mm) | W (mm) | H (mm) | D (mm) | A (mm) | B (mm) | X (mm) | F (mm) |
| 590 | 520 | 62 | 58 | 560+4 | 490+4 | 50 min. | 3 min. |
| | | | +1 | +1 | | |
Zorg er in alle omstandigheden voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd wordt en dat de luchttoevoer en -afvoer niet geblokkeerd is. Zorg dat de inductiekookplaat in goede staat is. Zoals hieronder weergegeven.
OPMERKING:
De veiligheidsafstand tussen de kookplaat en de kast boven de kookplaat moet minstens 760 mm zijn.



A (mm)
760
B (mm)
50 min.
C (mm)
20 min.
D (mm)
Luchttoevoer
E
Luchtafvoer 5 mm
WAARSCHUWING: Zorg voor voldoende ventilatie
Zorg ervoor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat de luchttoevoer en -afvoer niet geblokkeerd is. Om toevallige aanraking van de hete onderkant van de kookplaat te vermijden en onverwachte elektrische schokken bij het werken te vermijden, dient u een houten inzetstuk, vastgezet met schroeven, te plaatsen op een minimale afstand van 50 mm van de onderkant van de kookplaat. Volg de vereisten hieronder.

WAARSCHUWING:
- Er zijn ventilatiegaten rond de buitenkant van de kookplaat. U moet ervoor zorgen dat die gaten niet geblokkeerd worden door het werkblad wanneer u de kookplaat installeert.
- De lijm om het plastic of hout aan het meubel te maken moet een temperatuur van minstens 150°C kunnen weerstaan zodat de hechting niet los kan komen.
- De achtermuur en de nabijgelegen en omringende oppervlakken moeten een temperatuur van 90°C kunnen weerstaan.
Zorg ervoor dat u de kookplaat installeert voordat:
- het werkoppervlak vierkant en waterpas is en dat er geen structurele elementen de ruimte belemmeren.
- het werkoppervlak van hittebestendig en geïsoleerd materiaal gemaakt is.
- de oven een ingebouwde koelventilator heeft wanneer de kookplaat zich boven een oven bevindt.
- de installatie aan alle vereisten en van toepassing zijnde normen en regelgeving beantwoordt.
- er een geschikte werkschakelaar met volledige ontkoppeling van de stroomvoorziening ingebouwd is in de permanente bekabeling, die geplaatst is in overeenstemming met de plaatselijke regels en regelgeving voor bekabeling.
- De werkschakelaar moet van een goedgekeurde soort zijn en een luchtspleet voorzien van 3 mm in alle polen (of in alle actieve fasegeleiders indien de lokale regels voor bekabeling deze variatie van de vereisten toelaten).
- De werkschakelaar moet gemakkelijk bereikbaar zijn voor de klant wanneer de kookplaat geïnstalleerd is.
- Neem contact op met het plaatselijk bouwtoezicht of consulteer de statuten wanneer u twijfelt over de installatie.
- Gebruik hittebestendige en gemakkelijk schoon te maken afwerking (zoals keramische tegels) voor de muren rond de kookplaat.
Zorg ervoor dat u na de installatie van de kookplaat ervoor zorgt dat
- de kabel van de elektrische voeding niet bereikbaar is via deurkasten of lades.
- er voldoende verse lucht van buitenaf in de kast onder de kookplaat circuleert.
- er een thermische barrière ter bescherming onder de kookplaat geplaatst moet worden wanneer de kookplaat zich boven een lade of kast bevindt.
- de werkschakelaar gemakkelijk bereikbaar is voor de klant.
Voordat u de bevestigingsbeugels plaatst
- Het toestel moet op een stabiel, glad oppervlak geplaatst worden (gebruik de verpakking). Oefen geen druk uit op de toetsen die onder de kookplaat uitsteken.
De positie van de beugel aanpassen
- Bevestig de kookplaat aan het werkoppervlak met 4 schroefbeugels aan de onderkant van de kookplaat (zie foto) na de installatie. Pas de positie van de beugel aan de dikte van de bovenkant aan.



WAARSCHUWING:
De beugels mogen de binnenkanten van het werkblad na de installatie niet raken (zie foto).
Voorzorgsmaatregelen
- De inductiekookplaat moet door gekwalificeerd personeel of technici geïnstalleerd worden. Wij stellen professionals ter beschikking. Voer dit nooit zelf uit.
- De kookplaat mag niet direct boven een vaatwasser, koelkast, diepvriezer, wasmachine of droger geplaatst worden, aangezien de vochtigheid de elektronica van de kookplaat kunnen beschadigen.
- De inductiekookplaat moet zo geplaatst worden dat de hitte kan ontsnappen, zodat ze betrouwbaarder is.
- De muur en de zone boven het oppervlak moeten hittebestendig zijn.
- Om beschadiging te vermijden, moeten dieren, de tussenlaag en de lijm hittebestendig zijn.
- Gebruik geen stoomreiniger.
De kookplaat aansluiten op de stroomvoorziening
WAARSCHUWING:
De kookplaat moet met de stroomvoorziening verbonden worden door een gekwalificeerd technicus.
Voordat u de kookplaat aansluit op de stroomvoorziening, dient u na te gaan of:
- De bekabeling bij u thuis geschikt is voor de stroom van de kookplaat.
- De spanning overeenstemt met de waarde op het typeplaatje.
- De secties van de voedingskabel bestand zijn tegen de belasting die is opgegeven op het typeplaatje.
Gebruik geen adapters, reductoren of aftakkingen om de kookplaat te verbinden met de stroomvoorziening, aangezien ze kunnen oververhitten en brand kunnen veroorzaken.
De kabel van de elektrische voeding mag geen hete onderdelen aanraken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur niet hoger gaat dan 75°C.
WAARSCHUWING:
Laat een elektricien nagaan of de bekabeling bij u thuis geschikt is zonder aanpassingen. Alle aanpassingen moeten door een gekwalificeerde elektricien uitgevoerd worden.



- Wanneer de kabel beschadigd is of vervangen moet worden, dient dit uitgevoerd te worden door de dienst na verkoop met speciaal gereedschap om ongevallen te vermijden.
- Wanneer het toestel op de stroomtoevoer aangesloten wordt, moet er een eenpolige stroomonderbreker geïnstalleerd worden met een minimum opening van 3 mm tussen de contacten.
- De installateur moet ervoor zorgen dat de elektrische aansluiting juist gemaakt wordt en dat de installatie voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.
- De kabel mag niet gebogen of samengedrukt worden.
- De kabel moet regelmatig nagekeken en vervangen worden door gekwalificeerde technici.
WAARSCHUWING:
De onderkant en de stroomkabel van de kookplaat moeten na de installatie bereikbaar zijn.
Werking van het product
Aanraaktoetsen
- De toetsen reageren op een aanraking. U hoeft dus geen druk uit te oefenen.
- Gebruik het ronde deel van uw vinger, niet de top.
- Wanneer een aanraking geregistreerd wordt, hoort u een pieptoon.
- Zorg ervoor dat de toetsen altijd schoon en droog zijn en dat ze niet bedekt zijn door voorwerpen (bijvoorbeeld keukengerei of een doek). Zelfs een dun laagje water kan het moeilijk maken om de toetsen te bedienen.

Het juiste kookgerei kiezen
- Gebruik enkel kookgerei met een bodem die geschikt is voor inductiekookplaten.
- Kijk na of het inductiesymbool op de verpakking of op de onderkant van de pan vermeld wordt.
- U kunt nagaan of uw kookgerei geschikt is door een magnetische test uit te voeren.
- Beweeg een magneet aan de onderkant van de pan toe. Wanneer er aantrekkingskracht is, is de pan geschikt voor inductiekookplaten.
- Indien u geen magneet heeft:

- Doe een beetje water in de pan die u wilt controleren.
- Indien U niet op het scherm knippert en het water opwarmt, is de pan geschikt.
- Keukengerei gemaakt van de volgende materialen is niet geschikt: roestvrij staal, aluminium of koper zonder magnetische onderkant, glas, hout, porselein, keramiek en aardewerk.
- Als slechts een deel van de onderkant van de pan ferromagnetisch is, wordt enkel dat deel verwarmd. De rest van de onderkant wordt misschien niet voldoende warm om te koken.
- Indien de ferromagnetische zone niet homogeen is, maar ook andere materialen zoals aluminium bevat, kan dit een invloed hebben op de opwarming en detectie van de pan.
- Indien de onderkant van de pan op de foto's hieronder lijkt, wordt de pan misschien niet gedetecteerd.

- Gebruik geen kookgerei met gekartelde randen of een gebogen onderkant.



- Zorg ervoor dat de onderkant van de pan glad is, goed plat tegen het glas komt en even groot als het kookvuur is. Gebruik pannen van dezelfde grootte als aangegeven op de plaat. Wanneer u een pot die een beetje breder is gebruikt, wordt de energie het meest efficiënt gebruikt. Indien u een kleinere pot gebruikt, wordt de energie minder efficiënt dan verwacht gebruikt. Een pot die kleiner is dan 140 mm wordt misschien niet gedetecteerd door het kookvuur. Plaats uw pan altijd in het midden van de kookzone.




- Til pannen altijd van de keramische kookplaat - Laat ze niet over het glas glijden. Dit kan krassen op het glas aanbrengen.


Het toestel gebruiken
Beginnen met koken
- Raak de aan/uit-knop aan. Nadat u het toestel aangezet heeft, hoort u een pieptoon. Alle schermen vertonen "-" of "--". Dit geeft aan dat de inductiekookplaat in stand-bymodus staat.

- Plaats een geschikte pan op de kookzone die u wil gebruiken.
- Zorg ervoor dat de onderkant van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn.

- Raak de toets om het vuur te selecteren aan. Er begint een indicatorlampje naast de toets te knipperen.

B Gebruik van het toestel
- Stel de warmte in door op "-" of "+" te drukken.
- Indien u niet binnen 1 minuut de warmte instelt, wordt de keramische kookplaat automatisch uitgeschakeld. U moet dan opnieuw vanaf stap 1 beginnen.
- U kan de warmte op gelijk welk moment tijdens het koken wijzigen.

Indien het scherm "U" afwisselend met de warmte-instelling knippert,
betekent dit dat:
- u geen pan op het juiste vuur geplaatst heeft of
- de pan die u gebruikt niet geschikt is voor inductiekookplaten of
- de pan te klein is of niet goed in het midden van het vuur staat.
Het vuur warmt enkel op wanneer er een geschikte pan op het kookvuur staat.
Het teken "U" gaat automatisch uit na 1 minuut wanneer er geen geschikte pan op het vuur geplaatst wordt.
Stoppen met koken
- Raak de bediening van het kookvuur dat u wilt uitschakelen aan.

- Schakel het vuur uit door tot "0" te gaan of tegelijkertijd op "-" en "+" te drukken. Zorg ervoor dat het weergavescherm "0" toont.

- Schakel de hele kookplaat UIT met de aan/uit-knop.

- Voorzichtig: De kookplaat kan nog warm zijn.
U ziet "H" wanneer het kookvuur te warm is om aan te raken. Dit verdwijnt wanneer de plaat afgekoeld is tot een veilige temperatuur. U kunt dit ook gebruiken om energie te besparen: de kookplaat is nog warm en blijft dus uw pannen verwarmen.

De boost-functie gebruiken
- De Boost-functie activeren
- Raak de toets aan om het vuur te selecteren.

- Wanneer u de boost-toets aanraakt, toont het lampje van het vuur "P" en het vermogensbereik Max.

- De boost-functie annuleren
- Wanneer u de Boost-toets of "-" aanraakt om de Boost-functie te annuleren, gaat het kookvuur terug naar de originele instelling.

- Raak tegelijkertijd "-" en "+" aan. Het kookvuur wordt uitgeschakeld en de Boost-functie automatisch geannuleerd.

- De functie kan voor alle vuren gebruikt worden.
- Na 5 minuten gaat het kookvuur terug naar de originele instelling.
- Wanneer de originele instelling 0 was, gaat het na 5 minuten uit.
De toetsen vergrendelen
- U kunt de toetsen vergrendelen om te voorkomen dat ze per ongeluk aangeraakt worden (bijvoorbeeld kinderen die per ongeluk de kookzones aanzetten).
- Wanneer de toetsen vergrendeld zijn, zijn alle toetsen behalve de aan/uit-knop uitgeschakeld.
De toetsen vergrendelen
Raak de vergrendeling aan.
Het lampje van de timer toont "Lo"
De toetsen ontgrendelen
Houd de vergrendeling voor een tijdje ingedrukt.
WAARSCHUWING:
Wanneer de inductiekookplaat vergrendeld is, zijn alle toetsen uitgeschakeld behalve ON/OFF ①. U kan de inductiekookplaat altijd uitschakelen met ON/OFF ① in een noodsituatie, maar daarna dient u eerst de kookplaat te ontgrendelen.
Bediening van de timer
U kan de timer op twee verschillende manieren gebruiken:
a) U kan de timer gebruiken om het aantal minuten in de gaten te houden. In dit geval worden er geen kookvuren uitgeschakeld wanneer de ingestelde tijd afgelopen is. b) U kan de timer instellen om een of meerdere kookvuren uit te schakelen wanneer de ingestelde tijd voorbij is. De timer kan maximum 99 minuten lopen. a) De timer gebruiken om het aantal minuten op te volgen - Indien u geen kookvuur selecteert: Zorg ervoor dat het kookvuur ingeschakeld is.
Opmerking: Om het aantal minuten op te volgen moet minstens een vuur aan staan.
- Druk op de knoppen van de timer. Het lampje voor de timer begint te knipperen en "10" is zichtbaar op het weergavescherm.

- Stel de tijd in door de knop "-" of "+" van de timer aan te raken.
Hint: Druk op "-" of "+" om de timer telkens 1 minuut korter of langer in te stellen. Houd "-" of "+" ingedrukt om de timer per 10 minuten langer of korter in te stellen.

- Wanneer u tegelijkertijd op "-" en "+" drukt, worden de timer geannuleerd en ziet u "00" op het weergavescherm.

- Wanneer de tijd ingesteld is, begint het aftellen onmiddellijk. Het scherm geeft de resterende tijd weer en het lampje van de timer knippert 5 seconden.

- De zoemer laat gedurende 30 seconden een pieptoon horen en de indicator toont "- - " wanneer de ingestelde tijd afgelopen is.

b) De timer instellen om een of meerdere kookvuren UIT te schakelen
- Stel een kookvuur in:
- Raak de toets aan om het vuur te selecteren waarvoor u de timer wilt instellen. (bijvoorbeeld zone 3#)

- Het lampje voor de timer begint kort te knipperen wanneer u de knop voor de timer aanraakt en "10" is zichtbaar op het weergavescherm.

- Stel de tijd in door de bediening van de timer aan te raken. Hint: Druk op "-" of "+" om de timer telkens 1 minuut korter of langer in te stellen. Houd "-" of "+" ingedrukt om de timer per 10 minuten langer of korter in te stellen.

- Wanneer u tegelijkertijd op " - " en "+" drukt, wordt de timer geannuleerd en ziet u "00" op het weergavescherm.

- Wanneer de tijd ingesteld is, begint het aftellen onmiddellijk. Het scherm geeft de resterende tijd weer en het lampje van de timer knippert 5 seconden. OPMERKING: Het rode puntje naast het lampje van de stand geeft aan dat dit vuur geselecteerd is.

- Wanneer de kooktijd afgelopen is, wordt het kookvuur in kwestie automatisch uitgeschakeld.

WAARSCHUWING:
De andere vuren blijven werken indien u ze reeds aangezet heeft.
De afbeeldingen hierboven zijn enkel bij wijze van referentie en zijn ondergeschikt aan het product dat u aangeschaft heeft.
Standaard werkingsstijden
Automatisch uitschakelen is een beveiliging van de inductiekookplaat. De kookplaat wordt vanzelf uitgeschakeld wanneer u vergeet om uw vuur uit te schakelen. De standaard werkingsstijden voor de verschillende standen worden in de tabel hieronder weergegeven:
| Stand | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 |
| Standaard werkingsstijd (timer) | 8 | 8 | 8 | 4 | 4 | 4 | 2 | 2 | 2 |
Wanneer de kookpot verwijderd wordt, stopt de inductiekookplaat onmiddellijk met warmen en wordt deze automatisch uitgeschakeld na 2 minuten.
WAARSCHUWING:
Mensen die een pacemaker hebben, dieren hun dokter raad te plegen voor ze dit toestel gebruiken.
Richtlijnen voor het koken
WAARSCHUWING:
Wees voorzichtig wanneer u bakt. Olie en vet warmen namelijk heel snel op, vooral wanneer u PowerBoost gebruikt. Bij buitengewoon hoge temperatuur vatten olie en vet spontaan vlam en dit brengt een hoog risico op brand met zich mee.
Kooktips
- Verlaag de temperatuurinstelling wanneer de voeding de kooktemperatuur bereikt.
- Wanneer u een deksel gebruikt, verkort u de kooktijd en bespaart u energie omdat u de warmte vasthoudt.
- Beperk de hoeveelheid vloeistof of vet om de kooktijd te beperken.
- Gebruik bij het begin van het koken een hoge instelling en verlaag ze wanneer de voeding volledig opgewarmd is.
Sudderen, rijst koken
- Sudderen gebeurt onder het kookpunt, rond 85°C, wanneer er af en toe een bel aan het oppervlak van de kookvloeistof komt. Het is de manier om heerlijke soepen en stoofpotjes te maken, omdat de smaken zich ontwikkelen zonder dat de voeding te gaar wordt. Ook sauzen met eieren en met bloem verdikte sauzen moeten onder het kookpunt bereid worden.
- Sommige zaken zoals rijst koken door absorptie vereisen een instelling die wat hoger is dan de laagste om te zorgen dat de voeding goed bereid is in de aanbevolen tijd.
Aangebraden steak
Voor sappige, lekkere steaks:
- Breng het vlees 20 minuten voor het koken op kamertemperatuur.
- Warm een bakpan met zware bodem op.
- Breng met een borstel aan beide zijden van de steak olie aan. Doe wat olie in de pan en plaats dan het vlees in de hete pan.
- Draai de steak maar een keer tijdens het koken. De precieze kooktijd hangt af van de dikte van de steak en hoe u hem gebakken wilt. Dit kan gaan van 2 tot 8 minuten per zijde. Druk op de steak om na te gaan hoeveel hij gebakken is. Hoe steviger hij aanvoelt, hoe meer hij gebakken is.
B Gebruik van het toestel
- Plaats de steak enkele minuten op een warm bord zodat hij zacht wordt voor u hem opdient.
Roerbakken
- Kies een platte wok voor inductiekookplaten of een grote bakpan.
- Zorg dat alle ingrediënten en gerei klaar staan. Roerbakken moet snel gaan. Wanneer u grote hoeveelheden maakt, kookt u in verschillende keren.
- Verwarm de pan even voor en voeg twee soeplepels olie toe.
- Bereid eerst het vlees. Zet opzij en houd warm.
- Roerbak de groenten. Wanneer ze warm maar nog knapperig zijn, zet u het vuur wat lager, voegt u het vlees en de saus toe.
- Roer de ingrediënten voorzichtig zodat ze goed verwarmd worden.
- Dien onmiddellijk op.
Detectie van kleine voorwerpen
Wanneer een pan met ongeschikte afmetingen of die niet-magnetisch is (bijv. aluminium) of een klein voorwerp (bijv. een mes, vork, sleutel) op de kookplaat achtergelaten wordt, gaat de kookplaat na 1 minuut automatisch in stand-by. De inductiekookplaat wordt nog 1 minuut verder afgekoeld door de ventilator.
Instellingen
De instellingen hieronder zijn slechts richtlijnen. De precieze instelling hangt van verschillende factoren af, inclusief uw kookgerei en de hoeveelheid die u bereidt. Experimenteer met de inductiekookplaat om te zien welke instellingen voor u het best werken.
| Stand | Geschikt voor |
| 1 - 2 | zoortzichtig opwarmen vankleine hoeveelheden voedsel
het smelten van chocolade,boter en voeding die gemakkelijk aanbrandt
zachtjes sudderen
traag opwarmen |
| 3 - 4 | opwarmen
snel sudderen
rijst koken |
| 5 - 6 | paffenkoeken |
| 7 - 8 | sauteren
pasta koken |
| 9 | roerbakken
aanbraden
soep aan de kook brengen
water koken |
Onderhoud en reiniging
| Wat? | Hoe? | Belangrijk! |
| Dagelijks bevailing van het glas (vingerafdrukken, sporen, vlekken van voeding of gemorste dranken die geen suiker bevatten) | 1. Schakel de kookplaat UIT. | Wonneer de kookplaatuitgeschakeld is, is er geen aanduiding dat de plaat nog warm is, maar ze kan nog steeds warm+zijn. Wees heel voorzichtig! |
| 2. Breng een schoonmaakproduct voor glasplaten aan wonneer het glas nog warm (aar nicht heet) is. | Schuursponsjes,sommige nylon sponzen en harde/schurende schoonmaakmiddelen konnen krassen makenp op de plaat. Lees algid de etiketten om na te gaan of uw schoonmaakproduct of schuurspons gezruikt kan worden. |
| 3. Spoel na en droog af met een propere doeK of keukenpapier. |
| 4. Zet de kookplaat terug aan. |
| Laat nooit resten van schoonmaakproducten op de kookplaat: Het glas kan vlekken vertonen. |
| Overkoken, smelten en morsen van warme suiker op het glas | Verwijder dit onmiddelijk met een visspatel, paletmes, scheermesje of krabber die geschikt is voor inductiekookplaten. Wees voorzichtig voor hete oppervlakken op de kookplaat:1. Trek de stekker uit het stopcontact.2. Houd het mes of werktuig in een hoek van 30° en schraap het vuil of wat gemorst is maar een koude zone van de kookplaat.3. Verwijder het vuil met een keukenhanddoek of keukenpapier.4. Volg stap 2 tot 4 voor "Dagelijkse bevilling van het glas" hierboven. | • Verwijder vlekken van gesmolten of suikerrijke voeding of morsen zo snug möglich. Wanner ze afkoelen op het glas, zich ze moeilijk te verwijderen en+kunnen ze zichs het glas permanent beschadigen.• Risico op snijwonden: wanner de beveiliging verwijderd worden, is het mesje in een schraper buitengewoon scherp. Wees heel voorzichtig bij het gebruik en bewaar het algtd veilig en buiten bereik van kinderen. |
| Gemorste stoffen op de aanraaktoetsen | 1. Schakel de kookplaat uit.2. Veeg de gemorste stoffen af.3. Veeg de zone van de toetsen af met een schone vochtige sponds of doeK.4. Droog de zone volledig af met keukenpapier.5. Steek de stekker terug in het stopcontact. | • De kookplaat kan een pieptoon latent horen en dan vanzelf uitschakelen.De aanraaktoetsen functioneren misschien Niet wanner er vloeistof op ligt. Zorg ervoor dat u de zone met aanraaktoetsen afdroegt voor u de kookplaat opnieuw aanzet. |
Hints en tips
| Probleem | Mogelijk oorzaken | Wat u要去en |
| De inductiekookplaat waar aan. | Geen stroom. | Zorg ervoor dat de inductiekookplaat op de stroomtoevoer aangesloten is en dat zeaanstaat. Kijk na of er geen stroompanne bij u.thuis of in uw buurt is. Bel een gekwalificeerd technicus indien ualles nagekeken heeft en het probleem zich blij voordoen. |
| De aanraaktotoets reageren Niet. | De toetsen� vergrendeld. | Ontgrendel de toets. Zie onder "Uw inductiekookplaat gezruiken" voor instructies. |
| De aanraaktotoetsen werken Niet goed. | Er zou een dun laagje water op de toetsen kutnen staan. Het kan ook dat u het topje van uw vinger gezruikt wanner u de toetsen aanraakt. | Zorg ervoor dat de aanraakbediening droog is en gezruik het Ronde deel van uw vinger wanner u de toetsen aanraakt. |
| Er komen krassen op het glas. | • Kookgerei met ruwe randen.
• U gezruikt een Niet-geschikte schuurspons of schoonmaakproducten. | • Gebruik kookgerei met vlakte en gladde onderkant. Zie 'Het juiste kookgerei kiezen.'
• Zie 'Onderhoud en Reiniging.' |
| Sommige pannen makekrakende of klikkende geluiden. | Dit kan veroorzaakt worden door de manier waarup uw kookgerei gemaakt is (lagen met verschillende metalen vibreren anders). | Dit is normaal voor kookgerei en is geen probleem. |
| De inductiekookplaat� moot een zacht zoemend geluid wanner de temperatuur heel hoog gezet worden. | Dit wordt veroorzaakt door de technologie van het koken met inductie. | Dit is normaal. Het lawaai zou darüber minder moeten worden of verdwijnen wanner u de temperatuur lager instelt. |
| Probleem | Mogelijkke oorzaken | Wat u要去en |
| De ventilator van de inductiekookplaat kan lawaai makeen. | Een koelventilator die in uw inductiekookplaat ingebouwd is, gaat aan om te verhinderen dat de elektronica oververhit geraakt. Hij kan ook blijven werken wanner u de kookplaat uitgeschakeld hebft. | Dit is normal en vereist geen actie. Trek de stekker van de inductiekookplaat Niet uit het stopcontact zolang de ventilator werkt. |
| Paffen worden nicht warm en verschijnt op het scherm. | • De inductiekookplaat detecteert de pan Niet odomat ze Niet geschikt is voor koken met inductie. | • Gebruik kookgerei dat geschikt is voor koken met inductie. Zie 'Het juiste kookgereikiezen'. |
| • De inductiekookplaat kan de pan Niet detecteren odomat ze teklein is voor het vuur of Niet goed in het midden van het vuur staat. | • Plaats de pan in het midden en zorg ervoor dat de onderkant even groot is als het kookvuur. |
| De inductiekookplaat of een vuur is onverwachtsvanzelf uitgegaan. U hoog teen pieptoon en ziet een foutcode (die typisch een of twee cijfers afwisselt) op het weergaveschem. | Technisch probleem. | Noteer de letters en cijfers van de foult. Trek de stekker van de kookplaat uit en neem contact op met een gekwalificeerd technicus. |
Weergave van fouten en inspectie
De inductiekookplaat heeft een functie om fouten te diagnosticeren. Met deze test kan de technicus het functioneren van verschillende onderdelen nagaan zonder de kookplaat uit elkaar te halen of los te maken van het werkvlak.
Probleemoplossing
1) Foutcode tijdens gebruik door de klant en oplossing;
| Foutcode | Probleem | Oplossing |
| Geen automatisch herstel | |
| E1 | Defect van de temperatuursensor van de kookplaat -- open circuit. | |
| E2 | Defect van de temperatuursensor van de kookplaat -- kortsluiting. | Kijk de verbinding na of verrang de temperatuursensor van de kookplaat. |
| Eb | Defect van de temperatuursensor van de kookplaat | |
| E3 | Sensor van de kookplaat is erg warm. | Wacht tot de temperatuur van de kookplaat terug normala is. Raak de Aan/Uit-knop aan om het toestel opnieuw aan te zetten. |
| E4 | Defect van de temperatuursensor van de bipolaire transistoren met geïsoleerde poort (IGBT) - open circuit. | |
| E5 | Defect van de temperatuursensor van de bipolaire transistoren met geïsoleerde poort (IGBT) - kortsluiting | Vervang voedingskaart. |
| E6 | Hoge temperatuur van de bipolaire transistor met geïsoleerde poort (IGBT). | Wacht tot de temperatuur van de bipolaire transistor met geïsoleerde poort (IGBT) terug normala is. Raak de Aan/Uit-knop aan om het toestel opnieuw aan te zetten. Kijk na of de ventilator goed werkt; Indien nicht dient u de ventilator te verrangen. |
| E7 | De voedingsspanning is later dan de nominale spanning. | Kijk na of de stroomtoevoer normala is. Zet het toestel aan wanner de stroomtoevoer normala is. |
| E8 | De voedingsspanning is hoger dan de nominale spanning. |
| U1 | Communicatiefout. | Maak opnieuw de verbinding:tussen het weergaveschem en de voedingskaart. Vervang de voedingskaart of het weergaveschem. |
2) Specifieke defecten en oplossing
| Defect | Probleem | Oplossing A | Oplossing B |
| De led.gaat Niet aan wanner het toestel ingeschakeld is. | Geen stroomtoevoer. | Kijk na of de stekker goed in het stopcontact zit en of het stopcontact werkt. | |
| Geen verbinding tussen de bijhorende voedingskaart en het weergaveschemm. | Kijk de verbinding na. | |
| De bijhorende voedingskaart is beschadigd. | Vervang de bijhorende voedingskaart. | |
| Het weergaveschemm is beschadigd. | Vervang het weergaveschemm. | |
| Sommige knoppen werkden Niet of de led-weergave is Niet normal. | Het weergaveschemm is beschadigd. | Vervang het weergaveschemm. | |
| De indicator van de kookplaat gaat aan, maar de plaat warmt Niet op. | Kookplaat is heel warm. | De omgevings- temperatuur is misschien te hoog. De luchttoevoer of ventilatieschacht is misschien ge-blokkeerd. | |
| Er isiets mis met de ventilator. | Kijk na of de ventilator goed werkt; Indien nicht dient u de ventilator te verrangen. | |
| De voedingskaart is beschadigd. | Vervang de voedingskaart. | |
| Het toestel stopt plots met warmen en op het weergaveschem knippert “ú”. | • Verkeerde soort pan of pot.
• De diameter van de pot is te Klein. | Gebruik de juiste soort pot of pan (zie handleiding). | |
| De kookplat is oververhit. | Het toestel is oververhit. Wacht tot de temperatuur terug normal is. Raak de Aan/Uit-knop aan om het toestel opnieuw aan te zetten. | De pandetectie is beschadigd. Vervang de voedingskaart. |
| De kookvuren aandezelfde Kant (zoals de eerste en tweede zone) tonen dan “ú”. | Geen verbinding tussen de voedingskaart en het weergaveschem; | Kijk de verbinding na. | |
| Het weergave-schem van het communicatieon-derdeel is besch-adigd. | Vervang het weergaveschem. | |
| Het moederbord is beschadigd. | Vervang de voedingskaart. | |
| Abnormale geluiden van de ventilator. | De motor van de ventilator is beschadigd. | Vervang de ventilator. | |
Dit zijn veelvoorkomende defecten. Haal het toestel uit het stopcontact om gevaar en beschadiging aan de inductiekookplaat te vermijden.