GEBRUIKSAANWIJZING CNF 265 W625C VALBERG
Dit product wordt gegarandeerd voor een periode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum*, voor elke storing die het gevolg is van een fabricagefout of het materiaal. Gebreken of schade door slechte installatie, onjuist gebruik of abnormale slijtage van het product worden niet gedekt door deze garantie.
*op vertoon van kassabon.
GARANTIEVOORWAARDEN
GEBRUIKSAANWIJZINGEN 22
GEBRUIKSAANWIJZINGEN 42

Bedankt!
Proficiat met uw keuze voor een product van VALBERG. De selectie en de testen van de toestellen van VALBERG gebeuren volledig onder controle en supervisie van ELECTRO DEPOT. We staan garant voor de kwaliteit van de toestellen van VALBERG, die uitmunten in hun eenvoudig gebruik, hun betrouwbare werking en hun onberispelijke kwaliteit.
ELECTRO DEPOT beveelt de VALBERG toestellen aan en is ervan overtuigd dat u uiterst tevreden zult zijn bij elk gebruik van het toestel. Welkom bij ELECTRO DEPOT.
Bezoek onze website: www.electrodepot.be

Overzicht van het toestel
Productfiche
Gebruiks- en omgevingstemperatuur
Instellen van de thermostaat

Gebruik van het toestel
Beschrijving van de koelkast
Installatie
Temperatuurindicator
Gebruik

Praktische informatie
Onderhoud en reiniging van uw toestel
Probleemoplossingsgids
Productfiche
Conform EU-verordening 1060/2010 en de geldende normen.
| Merk | Valberg |
| Productcode | 958789 / 965418 |
| Referentie van het model | CNF 265 A+ S625C
CNF 265 A+ W625C |
| Categorie van het model voor huishoudelijk gebruik. | 7 (koelkast - diepvriezer) |
| Energie-efficiëntieklasse van het model | A+ |
| Energieverbruik in kWh peraar, berekend op basis van het resultaat dat verkreten wordvoor 24 uur in genormaliseerde testomstandigheden.
Het werkelijkere energieverbruik is afhankelijk van de installment- en gebruiksomstandigheden van het toestel. | 270 |
| Nuttig volume van de compaienten om verse voedingsmiddelen op te bergen (0 tot +8°C) | 201 |
| Nuttig volume van de compaienten voor uiterst bederbare voedingsmiddelen (-2 tot +3°C) | / |
| Nuttig volume van de compaienten zonder ster / ijs makeen (< 0°C) | / |
| Totaal nuttig opbergvolumine in liter van de koelcompartimenten | 201 |
| Is het totaal nuttig opbergvolumine van de koelcompartimenten rijmvrij? | Ja |
| Nuttig volume van de compaienten met een ster (< -6°C) | / |
| Nuttig volume van de compaienten met twee sterren (< -12°C) | / |
| Nuttig volume van de compaienten met drie sterren (< -18°C) | / |
| Nuttig volume van de diepvriescompartimenten met vier sterren (< -18°C) | 64 |
| Totaal nuttig opbergvolumine in liter van de diepvriescompartimenten | 64 |
| Is het totaal nuttig opbergvolumine van de diepvriescompartimenten rijmvrij? | Ja |
| Autonomie (duur van de temperatuurstijging) | 15 |
| Vriesvermogen in Kg/24 u (Invriezingsvermogen) | 3 |
| Klimaatklasse | N / ST / T |
| Dit toestel is bestemd om gebruikt te worden bij een omgevingstemperatuurussen | 16 °C en 43 °C |
| Emissie van geluid in de lucht in dB(A) re 1 pW | 40 |
| Kan dit toestel ingebouwd worden? | Neen |
U vindt de technische informatie op het typeplaatje op de achterkant van het toestel. Gelieve nooit het typeplaatje te verwijderen.
| Toegewezen voeding (Spanning in V, aard van de stroom & régissantie in Hz) | 220-240 ~ 50 |
| Beschermingsklasse elektriciteit | Klasse I |
| Toegewezen stroom in A | 0,8 |
| Ontdooivermogen in W (indien voorzien van dit systeme) | 160 |
| Aantal en type verlichting | 1 x ledmodule |
| Verlichtingsvermogen in W per verlichting / in totaal | 2 /2 |
| Verlichting die door de gebruiker verrangen kan worden | Neen |
| Maximale druk van de watertoevoer in Mpa / Bar | Nihil |
| Minimale druk van de watertoevoer in Mpa / Bar | Nihil |
| Soort koude van de koelcompartimenten | Geventileerd |
| Ontdooimodus van de koelcompartimenten | Automatisch |
| Soort koude van de diepvriescompartimenten | Geventileerd |
| Ontdooimodus van de diepvriescompartimenten | Automatisch |
| Type koelkast - diepvriezer (I: Eenthermostaat / II: Tweeterthermostaten) | Type II |
| Land van productie | PRC |
Gebruiks- en omgevingstemperatuur
We raden aan om de klassieke klimaatklassen die aangeduid worden op de productfiche en op het typeplaatje te respecteren, hierdoor kunt u nagaan binnen welk omgevingstemperatuurbereik het toestel kan worden gebruikt:
SN: Tussen 10 en 32°C - N: Tussen 16 en 32°C ST: Tussen 16 en 38°C - T: Tussen 16 en 43°C
Een toestel met multiklassen kan de laagste en hoogste temperatuur van alle gedekte klassen bereiken. Het gebruik van het toestel buiten dit omgevingstemperatuurbereik tast de prestaties en de levensduur van het toestel aan.
Instellen van de thermostat
Voor een optimaal gebruik en energiebesparing raden we aan de thermostaat van het toestel te regelen volgens de omgevingstemperatuur waarin het toestel wordt gebruikt, met inachtneming van de klimaatklassen.
| Omgevinstemperatuur T°C (±1°C) | Thermostat koelkast | Thermostat diepvriezer (indien inbegren) |
| Laag < 17°C | +4°C | COOLER |
| Ideaal 17-27°C | +4°C | NORMAL |
| Hoog > 27°C | +3°C | COOL |
De omgevingstemperatuur in graden Celsius wordt ter informatie gegeven.
De plaatsing in de ruimte, de frequentie van het openen van de deur(en) of de mate waarin het toestel met voedingsmiddelen is gevuld, kunnen de voornoemde posities beïnvloeden.
De positie(s) van de thermostaat (thermostaten) kan (kunnen) worden aangepast om deze factoren te compenseren.
Voorbeelden van de ruimte waarin het toestel wordt gebruikt:
- Ruimte die niet verwarmd wordt in de winter, zoals een garage in een koude streek: lage omgevingstemperatuur.
- Leefruimte die normaal verwarmd wordt, zoals een keuken: ideale omgevingstemperatuur.
- Ruimte zonder airconditioning in de zomer in een warme streek: hoge omgevingstemperatuur.
Beschrijving van de koelkast
1. Instelling van de thermostaat en het licht; 2. Ventilatieopening; 3. Plank; 4. Groentebak.
Lades van de diepvriezer; 5. Balkonnen en waterreservoir; 6. Verstelbare poten.
Installatie
Indien dit toestel, voorzien van een magnetische sluiting, bestemd is om een ander te vervangen dat voorzien is van een veersluiting, raden wij u aan om dit laatste onbruikbaar te maken voordat u het toestel afdankt. Op die manier kunnen kinderen er niet in opgesloten raken, waardoor hun leven in gevaar zou kunnen komen.
Locatie
- Plaats uw toestel uit de buurt van warmtebronnen (verwarming, fornuis, zonnestralen). Opdat uw toestel goed zou werken, moet de omgevingstemperatuur van de kamer tussen +10°C en +43°C bedragen (ST-klasse). Bij hogere of lagere temperaturen zal het toestel niet goed werken.
- Zorg voor een goede luchtcirculatie achteraan het toestel, plaats het niet tegen een muur, om zo trillingsgeluiden te voorkomen. Zorg ervoor dat de lucht vrij rond het toestel kan circuleren. Onvoldoende ventilatie zal leiden tot een slechte werking en een verhoogd energieverbruik.

- Dit toestel dient zodanig geïnstalleerd te worden dat het gebruikte stopcontact toegankelijk blijft. Zorg ervoor dat, nadat u het toestel hebt geïnstalleerd, het niet op de voedingskabel staat.
- Plaats het toestel perfect waterpas met behulp van de 2 regelbare poten.
Aansluiting op het elektriciteitsnet
Dit toestel is voorzien om te werken op een enkelfasige spanning van 230 Volt. De stekker dient in een geaard en door een zekering beschermd stopcontact gestoken te worden. De elektrische installatie dient conform de vereisten van de norm NF C 15-100 te zijn.
Deur
- U kunt de openingsrichting van de deur van uw toestel veranderen door de scharnieren te verplaatsen. Bij de hermontage dient u ervoor te zorgen dat de deur correct afgestemd is op de kast en dat de afdichting perfect sluit.
- Wij vestigen uw aandacht erop dat de wijziging van de openingsrichting van de deur dient te gebeuren wanneer het toestel niet aangesloten is op het elektriciteitsnet.
- Voordat u de koelkast op zijn rug legt om aan de onderkant te kunnen, dient u het toestel op een ondergrond in schuim of een gelijkaardig materiaal te plaatsen, om zo het koelcircuit aan de achterkant van de koelkast niet te beschadigen.
- Verwijder de scharnierkap. Schroef de schroeven los die worden gebruikt om het scharnier rechts bovenaan van de deur vast te zetten.

- Verwijder de scharnierpen van het bovenste scharnier, plaats deze aan de andere kant en schroef ze goed vast.

- Hef de onderste deur op en plaats deze op een veilige ondergrond, zodat ze niet worden beschadigd. Plaats de blindplaten aan de andere kant.
- Schroef de schroef die de deuraanslag vastzet los en plaats deze aan de linkerkant.
OPMERKING: Wanneer u de deur verwijdert, zorg er dan voor dat u de sluitring, die zich tussen het middelste scharnier en de onderkant van de koelkastdeur bevindt, niet verliest.
- Schroef de schroeven los waarmee het middelste scharnier worden vastgezet en verwijder het middelste scharnier dat de onderste deur op haar plaats houdt.

- Hef de onderste deur op en plaats deze op een veilige ondergrond, zodat ze niet worden beschadigd. Plaats de blindplaten aan de andere kant.
- Verwijder de schroefafdekkingen van het middelste scharnier links en plaats ze op de opengelegde gaten, aan de rechterkant.

- Leg de koelkast neer op een ondergrond in schuim of een gelijkaardig materiaal, om zo het koelcircuit aan de rechterkant van de koelkast niet te beschadigen.
- Verwijder de twee verstelbare poten onderaan en verwijder de bevestigingsplaat en het onderste scharnier.

- Plaats het onderste scharnier aan de linkerkant en schroef het correct vast.
- Plaats de bevestigingsplaat aan de rechterkant en schroef deze vast. Plaats de verstelbare poten terug door ze vast te schroeven.

- Installeer de onderste deur en zorg ervoor dat ze niet valt.
- Plaats het middelste scharnier aan de overkant van de oorspronkelijke positie en pas het aan.
- Schroef het middelste scharnier correct vast.

- Installeer de bovenste deur en zorg ervoor dat ze niet valt.
- Plaats het bovenste scharnier en de scharnierpen ervan in het gat van de bovenste deur en stel de positie van de bovenste deur bij.
- Schroef het bovenste scharnier correct vast met de schroeven.
- Plaats de bovenste scharnierafdekking terug.

Temperatuurindicator
- Om u te helpen bij het correct afstellen van uw toestel, is het uitgerust met een temperatuurindicator in de koudste zone.
- Om voedingsmiddelen goed te bewaren in de koudste zone van uw koelkast, dient u ervoor te zorgen dat de melding 'OK' verschijnt op de temperatuurindicator.
- Het symbool hiernaast geeft de locatie van de koudste zone in uw koelkast aan. Het bevindt zich boven die zone.

- Indien de melding 'OK' niet verschijnt, ligt de gemiddelde temperatuur van deze zone te hoog. Plaats de thermostaat in een koudere stand.

- Bij elke wijziging van de thermostaatinstelling, dient u te wachten tot de temperatuur in het toestel stabiel is vooraleer u, indien nodig, de thermostaat opnieuw instelt. Wijzig de stand van de thermostaat uitsluitend trapsgewijs en wacht minstens 12 uur alvorens de temperatuur opnieuw te controleren.
OPMERKING: Nadat u verse voedingsmiddelen in de koelkast hebt geplaatst of nadat de deur lange tijd of herhaaldelijk heeft opengestaan, is het normaal dat de melding 'OK' niet op de temperatuurindicator verschijnt. Wacht minstens 12 uur alvorens de thermostaat opnieuw af te stellen.
Gebruik
Inbedrijfstelling
Nadat het toestel correct is geïnstalleerd, raden wij u aan de binnenkant met lauw water en wat zeep (afwasmiddel) schoon te maken. Maak geen gebruik van bijtende middelen of schuurpoeder, aangezien die de afwerking zouden kunnen beschadigen.
Gebruik
Huishoudkoelkasten zijn uitsluitend bestemd voor de bewaring van verse voedingsmiddelen en drank, alsook voor de korte bewaring van diepgevroren producten.
Voedselveiligheid
De stijgende populariteit van kant-en-klare maaltijden en andere fragiele voedingsmiddelen vereist een betere controle over de transport- en bewaartemperatuur van de voedingsmiddelen:
- Bewaar de meest delicate voedingsmiddelen in de koudste zone van het toestel, conform de voorschriften in deze handleiding (hoofdstuk 'Temperatuurindicator').
- Open de deur niet te vaak.
- Stel de thermostaat zodanig in dat de temperatuur daalt. Die afstelling dient trapsgewijs te verlopen, zodat de voedingsmiddelen niet bevroren raken.
- Reinig de binnenzijde van de koelkast regelmatig.
Bij de eerste inwerkingstelling zal het display (en ook het controlelampje van de toets) gedurende 3 seconden volledig oplichten, en daarna zal het toestel in het tussentijdse programma werken (programma D, bij 4°C), waarbij het betreffende ledlampje brandt.
Temperatuurregeling

- De binnentemperatuur wordt geregeld door middel van de elektronische thermostaat, die bediend wordt met de knop binnen in het toestel (zie 'beschrijving van het toestel', punt 1).
- Om de modus of de temperatuur van uw toestel te wijzigen, drukt u op de knop SET. De koelkast zet zich in de aangeduide modus indien u gedurende 15 seconden op geen enkele knop drukt.

Snelle koelingsfunctie
Met dit model bedraagt de binnentemperatuur gedurende een bepaalde tijd (2,5 u) 2°C om de voedingsmiddelen sneller te koelen. Bijvoorbeeld wanneer u de koelkast volledig hebt gevuld.
Modus uitzetten:
- Nadat de koelkast 2,5 uur in de snelle koelingsmodus heeft gewerkt, schakelt deze automatisch terug op de vorige modus.
- Wanneer u een andere modus kiest, stopt de snelle koelingsmodus automatisch.
Controle van de temperatuur van het vriescompartiment

- In het algemeen wordt de stand NORMAL gebruikt. De invriestemperatuur is relatief laag op de stand COOLER, terwijl de invriestemperatuur relatief hoog is op de stand COOL.
- Als de omgevingstemperatuur hoog is in de zomer, zal het temperatuurbereik variëren: tussen NORMAL en COOL. Indien de omgevingstemperatuur boven de 35°C ligt, dan is de stand COOL het meest geschikt.
- Als de omgevingstemperatuur laag is in de winter, zal het temperatuurbereik variëren tussen NORMAL en COOLER. Indien de omgevingstemperatuur lager ligt dan 10°C, dan is de stand COOLER het meest geschikt.
Bewaring van de voedingsmiddelen
- Uw voedingsmiddelen zullen beter worden bewaard wanneer u ze in de gekoelde zone plaatst.
- De koudste zone van het koelcompartiment bevindt zich onderaan het toestel, boven de groentebak.
Locatie van de voedingsmiddelen:
- Op de planken: gebakken voedingswaren, bijgerechten en alle voedingswaren die snel moeten worden opgegeten, verse kazen, charcuterie.
- Op het glas van de groentebak: vlees, gevogelte, verse vis. Bewaringstijd tussen 1 tot 2 dagen.
- In de groentebak: groenten en fruit.
B Gebruik van het toestel
- In de binnendeur: in het balkon onderaan: flessen, dan maar boven toe: kleine producten (crème, yoghurt enz.). Boter en eieren kunnen in het bovenste balkon worden geplaatst.
Voor een betere voedselhygiëne:
- Haal de voedingsmiddelen uit hun verpakking alvorens ze in de koelkast te plaatsen. (Bijvoorbeeld de verpakking van yoghurtpacks, enz.)
- Verpak voedingsmiddelen in geschikte, kwalitatieve recipiënten, om op die manier de overdracht van bacteriën te vermijden.
- Wacht tot bereidingen zijn afgekoeld alvorens ze in de koelkast te plaatsen.
DIEPVRIEZERCOMPARTIMENT
- Het diepvriescompartiment biedt de mogelijkheid om verse producten in te vriezen en diepgevroren producten te bewaren.
- De hoeveelheid in te vriezen voedingsmiddelen die aangegeven staat op het typeplaatje mag niet overschreden worden. Indien de in te vriezen hoeveelheid groter is dan deze waarde, kunt u dit altijd in meerdere keren doen.
Verse producten invriezen
- Vries enkel kwalitatieve producten in, nadat u deze indien nodig hebt schoongemaakt en bereid.
- Laat bereide maaltijden afkoelen tot kamertemperatuur alvorens ze in de diepvriezer te plaatsen.
- Alle in te vriezen producten moeten in zakjes van polyethyleen, aluminium schaaltjes die hiertoe speciaal voorzien zijn of plastic doosjes worden verpakt. Deze verpakkingen dienen hermetisch afgesloten te worden.
- Elk pakket moet in verhouding zijn met het verbruik van het gezin, zodat het in een enkele keer kan worden opgegeten. Kleine pakketten kunnen snel en gelijkmatig ingevroren worden.
- Vries nooit meer producten gelijktijdig in dan het vriesvermogen van het toestel, dat aangegeven staat op het typeplaatje.
- Een ontdooid product mag nooit opnieuw worden ingevroren.
- Plaats geen vloeistoffen in hun glazen verpakkingen, of flessen of blikjes met koolzuurhoudende dranken in de diepvriezer, want deze zouden kunnen stukspringen.
- Eet nooit ijsjes wanneer u ze pas uit de diepvriezer genomen hebt, aangezien dat brandwonden zou kunnen veroorzaken door de koude.
Verse producten invriezen:
- Stel de thermostaat zodanig in dat de laagst mogelijke temperatuur verkregen wordt, zonder een waarde onder 0°C te bekomen in de koelkast.
- Open de deur van de diepvriezer niet tijdens de invriesprocedure.
- Laat het toestel gedurende 24 uur invriezen, en daarna zet u de thermostaatknop opnieuw op de middelste stand.
Diepgevroren producten bewaren:
Diepgevroren producten kunnen worden gegroepeerd, zodat er plaats vrij blijft om in te vriezen. - Wanneer u een diepgevroren product koopt, controleer dan of de verpakking niet beschadigd is, geen vochtplekken vertoont en niet opgezwollen is, want dat zou kunnen duiden op een beginnende ontdooiing. - Respecteer de bewaartijd die door de fabrikant van de diepvriesproducten aangeduid wordt. - Open de deur niet te vaak en laat ze niet te lang open. Een temperatuurstijging kan de bewaringsduur van de voedingsmiddelen beperken.
Ontdooiing
- Vlees, gevogelte en vis dienen in de koelkast ontdooid te worden, zodat er zich geen bacteriën kunnen ontwikkelen. Andere producten mogen op kamertemperatuur ontdooid worden.
- Kleine porties mogen meteen worden bereid zodra ze uit de diepvriezer genomen worden. Vele kant-en-klare gerechten mogen eveneens meteen bereid worden zonder voorafgaande ontdooiing. Respecteer steeds alle instructies die op de verpakking voorkomen.
- Brood en gebakjes mogen ontdooid worden in een warme oven. Een microgolfoven mag gebruikt worden om de meeste voedingsmiddelen te ontdooien. Respecteer steeds het advies dat beschreven staat in de handleiding van die toestellen.
OPMERKING: In geval van een stroompanne: indien het toestel minder dan 15 uur in werking is, is er geen enkel risico dat de diepgevroren voedingsmiddelen bedorven zijn. Probeer de deur zo weinig mogelijk te openen (de tijd waarin de temperatuur stijgt, kan aanzienlijk verminderd worden, wanneer het toestel veel voedingsmiddelen bevat). Wanneer u vaststelt dat sommige voedingsmiddelen beginnen te ontdooien, moeten deze zo snel mogelijk worden opgegeten. U mag nooit ontdooide voedingsmiddelen opnieuw invriezen.
Onderhoud en reiniging van uw toestel
Ontdooiing
In vorstvrije (no-frost) koelkasten en diepvriezers kan er geen rijm- of ijsvorming ontstaan, zodat u deze ook niet hoeft te verwijderen.
Reiniging
- Voordat u het toestel schoonmaakt, trekt u de stekker uit het stopcontact. Maak nooit gebruik van bijtende producten of een schuurspons om de binnen- of buitenzijde van uw toestel te reinigen.
- Verwijder alle toebehoren (planken, balkonnen, groentebakken). Was ze in lauw water met een zacht, geurloos wasmiddel (bijvoorbeeld afwasmiddel), spoel dan af met javelwater en droog zorgvuldig af.
- Was de wanden op dezelfde manier; let er vooral op dat de plankhouders proper zijn.
- Was de deurafdichting en vergeet niet om ook onder de afdichting te reinigen.
- Stop de stekker opnieuw in het stopcontact.
- Reinig de diepvriezer telkens u het toestel ontdooid hebt.
- Neem af en toe het stof af van de condensor achteraan het toestel; de aanwezigheid van veel stof kan de goede werking van het toestel in het gedrang brengen.
- Indien het toestel langdurig niet gebruikt wordt, dient u het te ledigen en te reinigen; zet de deur op een kier wanneer het toestel niet gebruikt wordt.
Vervanging van de lamp
- Dit toestel bestaat uit elektroluminescente diodes (led). Dit type diode mag niet door de klant worden vervangen. De levensduur van deze leds is voldoende om niet vervangen te moeten worden.
- Indien de leds toch defect zijn, ondanks de zorg die werd besteed tijdens de vervaardiging van de koelkast, dient u contact op te nemen met uw Dienst-na-verkoop, zodat zij het nodige kunnen doen.
Probleemoplossingsgids
Ledverlichting bij een normale werking
- Indien er een storing optreedt, zal het betreffende ledlampje dit weergeven op het display met een foutcode (die steeds wordt herhaald).
- Bij een normale werking brandt het betreffende ledlampje, het duidt dus de huidige werkingsmodus van de koelkast aan.
- Bij problemen met uw toestel of als u denkt dat het niet correct werkt, kunt u dit eenvoudigweg controleren, voordat u de klantendienst belt, door middel van onderstaande tabel:
OPGELET: Probeer het toestel niet zelf te repareren. Indien het probleem aanhoudt nadat u onderstaande punten hebt gecontroleerd, belt u best een bevoegde elektricien, een erkende onderhoudstechnicus of de winkel waar u het toestel hebt gekocht.
| Problemen | Mogelijkke oorzaken en oplossingen |
| Het toestel werkt nicht correct | • Controller of de voedingskabel juist is aangesloten.
• Controller de zekering of uw stroomvoorzieningscircuit en verrang deze indien nodig.
• De omgevingstemperatuur is te laag. Probeer de temperatuur van de kamer te doen stijgen. |
| Geurtjes in de compartmenten | • Misschien moet de binnenkant worden schoongemaakt.
• Sommige voedingsmiddelen, bakjes of verpakkingen können geurtjes veroorzaken. |
| Geluiden van het toestel | • De volgende geluiden komen vrij vaak voor:
- Geluid van de compressor in werkung.
- Gekletter voordat de compressor opstart.
• Bij andere ongewone geluiden omwille van de volgende oorzaken kan hetijken dat u moet ingrijpen:
- Het toestel staat Niet waterpas.
- De,achterkant van het toestel raakt de muur.
- Flessen ofrecipientten rollen of vallen. |
| Problemen | Mogelijk oorzaken en oplossingen |
| De motor draaït voortdurend | • Het is normal dat u het geluid van de motor vaak hoort, en deze zou nog meer moeten draaien onder de volgende omstandigheden:
- De temperatuurinstellingen zijn kouder dan nodig is.
- Er werk onlangs een groe hoeveelheid warme voedingswaren in het toestel opgeslagen.
- De temperatuur buiten het toestel is te hoop.
- De deuren staan te lang of te vaak open.
- Indien u het toestel net hebt geinstalleelrd of als u het opnieuw in werkung stelt nadat u het lange tijd Niet hebt gebruikt. |
| Een ijstaag ontstaat in het compartment | • Zorg ervoor dat de voedingsmiddelen zo in het toestel worden geplaatst dat er voldoende ventilatie is. Let erop dat de deur goed gesloten is. Als u ijts UIT het toestel wilt verwijdenen, raadpleeg dan het hoofdstuk ‘Reinigung’. |
| De binnentemperatuur is te hoog | • U hebt misschien de deuren te lang of te vaak opengelaten. Het is ook möglichk dat de deuren openblijven omwille van een obstakel; of dat er nicht voldoende ruimte is rond het toestel. |
| De binnentemperatuur is te laag | • Verhoog de temperatuur door het hoofdstuk ‘Bediening van het toestel’. |
| De deuren gaan moeilijkRCT | • Controller of de bovenkant van de koelkast 10 tot 15 mm maarchyther welt, zodate de deuren automatisch sluiten, of dat er geen voorwerp in het toestel de deuren verhindert om te sluiten. |
| Er druipt water op degrond | • Het waterreservoir (aan de achterkant van de koelkast) staat misschien Niet waterpas of de goot (onder de bovenkant van de compressor) staat Niet in de juiste richting van dit reservoir of is geblokkeerd. U要去 misschien de koelkast verplaatsen om het reservoir en de goot te controlleren. |
| Hetlicht werkt nicht | • De lamp kan kapot+zijn. Raadpleeg het hoofdstuk over de reiniging en het onderhoud om de lamp te verrangen. |