ALPINA AL4 46 - Grasmaaier

AL4 46 - Grasmaaier ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AL4 46 ALPINA in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 13 vragen ⚙️ Specs
Notice ALPINA AL4 46 - page 52
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Gazonmaaier (loopmaaier)
Merk ALPINA
Model AL4 46
Snijbreedte 46 cm
Motortype 4-takt, benzine
Starten Handmatig (hendel) of elektrisch via knop, afhankelijk van uitvoering
Maaihoogte Verstelbaar, meerdere standen
Geschatte gewicht 28 kg
Maaifuncties Maaien, opvangen, achteruitwerpen, zijuitwerpen, mulchen afhankelijk van model
Aandrijving Aangedreven wielen met inschakelhendel
Veiligheid Motorrem en maaiorgaan, automatische stop binnen enkele seconden
Brandstof Loodvrije benzine
Motorolie SAE 30 of 10W-30 (raadpleeg motorhandleiding)
Onderhoud Reiniging na elk gebruik, controle olie/brandstof, vervanging bougie en luchtfilter
Opslag Verticale opslag mogelijk (afhankelijk van model)
Reserveonderdelen Maaiorgaan, opvangzak, deflectoren, bougie, accu (afhankelijk van model)
Repareerbaarheid Sommige handelingen kunnen door de gebruiker worden uitgevoerd, andere door een erkend servicecentrum

Veelgestelde vragen - AL4 46 ALPINA

Hoe start ik de ALPINA AL4 46 gazonmaaier?
Zorg ervoor dat de machine op een vlakke ondergrond staat. Bij handmatige startmodellen houdt u de motorremhendel ingetrokken en trekt u aan de starthendel. Bij elektrische modellen plaatst u de accu, houdt u de hendel ingetrokken en drukt u op de startknop. Raadpleeg paragraaf 6.3 van de handleiding.
Waarom start de motor niet?
Controleer het olie- en brandstofniveau. Zorg ervoor dat de bougie schoon is en dat de elektrodenafstand correct is. Als het luchtfilter verstopt is, reinig of vervang het dan. Volg de juiste startprocedure (par. 6.3). Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met een servicecentrum.
Hoe leeg ik de opvangzak?
Wacht tot het maaiorgaan volledig gestopt is. Verwijder de opvangzak door hem op te tillen en los te maken van de houder. Leeg het gras en plaats de zak terug, zorg ervoor dat hij goed vastklikt. Zie par. 6.4.2.
Hoe stel ik de maaihoogte in?
Zorg ervoor dat het maaiorgaan stilstaat. Gebruik de verstelhendel op het chassis (Fig. 10.A) om de gewenste hoogte te selecteren. Het wordt aanbevolen om niet meer dan een derde van de grasspriethoogte in één keer te maaien.
Wat te doen bij overmatige trillingen?
Stop onmiddellijk de motor en verwijder de bougiedop (of de sleutel/accu). Controleer of onderdelen loszitten of beschadigd zijn, met name het maaiorgaan. Als het mes beschadigd of uit balans is, laat het dan vervangen door een erkend servicecentrum. Zie par. 11.
Hoe maak ik de machine na gebruik schoon?
Stop de motor en verwijder de bougiedop. Maak de buitenkant schoon met een vochtige doek. Kantel de machine voor de onderkant aan de aanbevolen kant en was met water. Verwijder gras- en modderresten. Laat drogen voordat u opbergt. Zie par. 7.4.
Welke motorolie moet ik gebruiken?
Gebruik een kwalitatieve 4-takt motorolie, meestal SAE 30 of 10W-30. Raadpleeg de motorhandleiding voor de aanbevolen viscositeit op basis van de omgevingstemperatuur. Controleer het oliepeil voor elk gebruik.
Hoe bewaar ik de gazonmaaier in de winter?
Laat de brandstof uit de tank lopen door de motor te laten draaien tot hij stopt. Maak de machine grondig schoon. Berg hem op in een droge, vorstvrije ruimte, buiten bereik van kinderen. Als uw model dit toelaat, kunt u hem verticaal opbergen (par. 8.1). Verwijder de accu indien van toepassing.
De zak verzamelt geen gras meer, waarom?
Controleer of het maaiorgaan niet beschadigd of verstopt is. Maak de binnenkant van het chassis schoon (par. 7.4.2). Zorg ervoor dat de zak correct is geïnstalleerd en niet verstopt is. Als het probleem aanhoudt, laat het mes dan controleren door een professional.
Hoe vervang ik het mes?
Het vervangen van het mes moet door een erkend servicecentrum worden uitgevoerd om de veiligheid en balans te garanderen. Gebruik alleen originele messen met de code vermeld in de technische gegevens. Probeer geen beschadigd mes te repareren.

Gebruikersvragen over AL4 46 ALPINA

3 vragen over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Hoe draai ik de oliedop van de ALPINA AL4 46 grasmaaier los?
Veelgestelde Vragen - 17 j
Antwoord Notice-Facile

Om de oliedop van uw ALPINA AL4 46 grasmaaier los te draaien, moet u eerst ervoor zorgen dat de motor volledig is gestopt en afgekoeld. Wacht minstens 5 tot 10 minuten na het stoppen van de motor voordat u de oliedop aanraakt, omdat de motor tijdens het maaien aanzienlijk opwarmt en contact brandwonden kan veroorzaken.

De oliedop bevindt zich boven op de motor, meestal zichtbaar aan de zijkant van het motorblok. U kunt deze identificeren aan het symbool van een oliedruppel dat erop is gegraveerd. Raadpleeg voor enige handeling de gebruikershandleiding van uw motor, aangezien ALPINA AL4 46-modellen afhankelijk van de versie (Briggs & Stratton, Kohler of andere) met verschillende soorten motoren kunnen zijn uitgerust.

Om correct toegang te krijgen tot de dop:

  • Plaats de grasmaaier op een vlakke en stabiele ondergrond
  • Zorg ervoor dat het snijmechanisme volledig is vergrendeld
  • Zoek de oliedop boven op het motorblok
  • Maak het gebied rond de dop schoon met een droge doek om te voorkomen dat er vuil in het carter valt
  • Draai de dop met de hand tegen de klok in (links) om deze los te draaien

In de meeste gevallen kan de dop alleen met de hand worden losgedraaid, zonder specifieke gereedschappen. Als de dop te strak zit, kunt u een doek of een verstelbare sleutel gebruiken (het wordt aanbevolen om de handleiding van de motor te raadplegen). Zodra de dop is verwijderd, maak deze schoon voordat u deze terugplaatst om ophoping van resten te voorkomen.

Na het controleren of vervangen van de motorolie, draait u de dop weer vast door deze met de hand met de klok mee (rechts) te draaien totdat deze goed vastzit. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw motor voor de exacte viscositeitsspecificaties (SAE 30 of 10W-30 afhankelijk van de weersomstandigheden) en controleer altijd het oliepeil voor elk gebruik door de peilstok tot het maximale merkteken in te duwen.

Reageer (wees de eerste)
Hoe vervang je de olie van de ALPINA AL4 46 grasmaaier?
Veelgestelde Vragen - 25/05/2026
Antwoord Notice-Facile

De handleiding van uw ALPINA AL4 46 grasmaaier raadt aan om periodiek de motorolie te vervangen voor een goede werking van de machine. Dit is wat u moet weten:

Waar u de informatie over de olie verversing kunt vinden

Het document ALPINA AL4 46 bevat niet de gedetailleerde procedure voor de olie verversing. De precieze stappen, het aanbevolen oliesoort en de capaciteit van het motorblok zijn gespecificeerd in de afzonderlijk meegeleverde motorhandleiding met uw grasmaaier.

Voordat u begint

  • Zorg ervoor dat de motor volledig is afgekoeld
  • Raadpleeg de motorhandleiding van uw ALPINA AL4 46 voor de exacte specificaties
  • Volg strikt de aanbevelingen met betrekking tot het type en de viscositeit van de olie

Over het algemeen hebben benzinegrasmaaiers zoals deze elke 50 tot 100 uur gebruik een olie verversing nodig. De meegeleverde motorhandleiding bevat gedetailleerde stappen en toegangspunten om deze operatie veilig uit te voeren.

Reageer (wees de eerste)
Waarom start mijn ALPINA AL4 46 grasmaaier niet en hoe kan ik dit probleem oplossen?
Veelgestelde Vragen - 07/04/2026
Antwoord Notice-Facile

Als uw ALPINA AL4 46 grasmaaier niet start, kunnen verschillende eenvoudige controles helpen om het probleem op te lossen. Begin met de juiste startprocedure te volgen zoals aangegeven in hoofdstuk 6.3 van de handleiding: voor modellen met een handmatige starthendel, houdt u de motorremhendel stevig in de getrokken positie om te voorkomen dat de motor stopt tijdens het starten. Voor modellen met elektrische startknop, zorg ervoor dat de batterij correct in het compartiment op de motor is geplaatst.

Controleer de brandstof en motorolie. De grasmaaier wordt geleverd zonder brandstof of olie. Controleer voor elk gebruik de niveaus van benzine en motorolie (zie hoofdstukken 7.2.1 en 7.2.2 van de handleiding). Brandstof is bederfelijk en mag niet langer dan 30 dagen in de tank blijven. Als de brandstof oud is, leeg de tank volledig en vul deze met verse benzine. Het tanken moet gebeuren met de machine uitgeschakeld en de bougiekap verwijderd. Giet de brandstof met een trechter, alleen buitenshuis, terwijl u een veiligheidsafstand van 3 meter van de tanklocatie aanhoudt.

Inspecteer de bougie. Een vuile of verkeerd afgestelde bougie kan het starten verhinderen. Raadpleeg de motorhandleiding die bij uw grasmaaier is geleverd om de bougie te lokaliseren, deze te verwijderen en te inspecteren. Als deze vuil is, reinig deze dan met een zachte metalen borstel. Als deze beschadigd of zeer versleten is, vervang deze dan. Zorg ervoor dat de motor is afgekoeld en dat de bougiekap is verwijderd voordat u aan de bougie werkt.

Controleer het luchtfilter. Een verstopte luchtfilter vermindert de luchtstroom die nodig is voor de verbranding en voorkomt het starten. Raadpleeg de motorhandleiding om het luchtfilter te lokaliseren en toegang te krijgen. Maak het indien mogelijk schoon of vervang het als het te vuil is.

Als de motor overstroomd is, dat wil zeggen als u de starthendel meerdere keren heeft getrokken met de choke ingeschakeld, plaatst u de bougiekap weer op zijn plaats en probeert u de motor opnieuw te starten. De motor kan ook overstroomd zijn als u de starthendel herhaaldelijk heeft getrokken met de bougiekap verwijderd: in dat geval raadpleegt u de motorhandleiding voor specifieke ontwateringsprocedures.

Veiligheidselementen om te controleren. Zorg ervoor dat voor het starten alle ontladingsbeschermingsapparatuur correct is geïnstalleerd (zij- of achterontladingsbescherming afhankelijk van uw model). De motor moet altijd worden gestart met de tractie uitgeschakeld.

Als het probleem aanhoudt na het toepassen van al deze oplossingen, kan het een carburatieprobleem of een motorstoring zijn die gespecialiseerde interventie vereist. Neem contact op met de verkoper of een erkend servicecentrum voor een grondige diagnose.

Reageer (wees de eerste)

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AL4 46 - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AL4 46 van het merk ALPINA.

GEBRUIKSAANWIJZING AL4 46 ALPINA

LET OP: Vooraleer de machine te gebruiken, dient men.Deze handleiding aandachtig te lezen.

ITALIANO - Istruzioni Originali IT
БылгAPСИ - Иструкцяза за ekсплоataцьng BG
BOSANSKI - Prijevod originalih uputa BS
CESKY - Překlad původního námodu k používání CS
DANSK-Oversaettelse af den originalebrugsanvising DA
DEUTsCH-Übersetzung der Originalbetriebsanleitung
EANIKA-MetapaonTwv npwotuunov odnyiw
EN
ESPANOL - Traducción del Manual Original
EESTI - Algupärase kasutusjuhendi tölge
SUOMI - Alkuperäisten ohjeiden kännös FI
FR
HRVATSKI - Prijevod originalih uputa
MAGYAR - Eredeti hasznalati utasitas forditasa HU
LIETUVISKAI - Originaliu instrukciju vertimas
LATVIEŠU - Instrukciju tulkojums no original valodas
MAKEOHCHN-ПпeвODнаopиннalHnTeуnaTCTBa MK
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruksaanwijzing NL
NORSK-Oversetteleavdenoriginalebruksanvisingen
POLSKI - Tlumaczenie instrukcji oryginalnej
PORTUGUES - Traducao do manual original PI
ROMÁN - Traducerea manualului fabricantului RO
RU
SLOVENSKY - Preklad pôvodného námodu na použitie
SLOVENsCINA - Prevod izvirnih navodil
SRPSKI - Prevod originalinh uputstva
SV
TURKCE-Original Talimatlarin Tercumesi

ALPINA AL4 46 - 1
1

ALPINA AL4 46 - 2
2

ALPINA AL4 46 - 3
3

ALPINA AL4 46 - 4
4

ALPINA AL4 46 - 5

ALPINA AL4 46 - 6

ALPINA AL4 46 - 7
5

ALPINA AL4 46 - 8

ALPINA AL4 46 - 9
3

ALPINA AL4 46 - 10
6

ALPINA AL4 46 - 11
2

ALPINA AL4 46 - 12
3

ALPINA AL4 46 - 13
4

ALPINA AL4 46 - 14

ALPINA AL4 46 - 15
7

ALPINA AL4 46 - 16
2

ALPINA AL4 46 - 17

ALPINA AL4 46 - 18
4

ALPINA AL4 46 - 19
8

ALPINA AL4 46 - 20

ALPINA AL4 46 - 21
9

ALPINA AL4 46 - 22

ALPINA AL4 46 - 23
10

ALPINA AL4 46 - 24
11

ALPINA AL4 46 - 25

ALPINA AL4 46 - 26

ALPINA AL4 46 - 27
12

ALPINA AL4 46 - 28
A

ALPINA AL4 46 - 29
D

ALPINA AL4 46 - 30
13

ALPINA AL4 46 - 31

ALPINA AL4 46 - 32

ALPINA AL4 46 - 33
14

ALPINA AL4 46 - 34

ALPINA AL4 46 - 35

ALPINA AL4 46 - 36

ALPINA AL4 46 - 37

ALPINA AL4 46 - 38

ALPINA AL4 46 - 39

ALPINA AL4 46 - 40

ALPINA AL4 46 - 41

ALPINA AL4 46 - 42

ALPINA AL4 46 - 43

ALPINA AL4 46 - 44

ALPINA AL4 46 - 45

ALPINA AL4 46 - 46
17

ALPINA AL4 46 - 47
18

ALPINA AL4 46 - 48

ALPINA AL4 46 - 49

ALPINA AL4 46 - 50

ALPINA AL4 46 - 51

ALPINA AL4 46 - 52
19

ALPINA AL4 46 - 53
20

ALPINA AL4 46 - 54
21

ALPINA AL4 46 - 55

ALPINA AL4 46 - 56

ALPINA AL4 46 - 57

ALPINA AL4 46 - 58
22

ALPINA AL4 46 - 59
23

ALPINA AL4 46 - 60

ALPINA AL4 46 - 61

ALPINA AL4 46 - 62

ALPINA AL4 46 - 63
25

ALPINA AL4 46 - 64

ALPINA AL4 46 - 65

ALPINA AL4 46 - 66
24
28

ALPINA AL4 46 - 67

ALPINA AL4 46 - 68
26

ALPINA AL4 46 - 69
B

ALPINA AL4 46 - 70
27

ALPINA AL4 46 - 71

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gevegens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligkeit of de werkung, op verschlende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium:

OPMERKING of BELANGRIJK If verstrekt details ofmeer gevevens ter aanvulling op voorgaande informatie om te voorkomen dat schade worden aangericht aan de machine of andere zaken.

Het symbol wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijkeLetsels of letsels aan anderen en/of schade.

De door een kader van grije stippen aangegeven
paragrafen wijzen op optionele kenmerken die
niet aanwezig zich op alle modellen die in deze
- handleiding beschreiben worden. Controller of het
* kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.

De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" gaanuit van de positie van de bediener.

1.2 REFERENCES

1.2.1 Afbeeldingen

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1,2,3 enz.

De onderden die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zich gekentekend met de letters A, B, C enz.

Een verwijdig着眼 het onderdeel C in afbeeding 2 worden aangegeven met de tekst: "Zie afbeeding 2.C" of eenvoudigweg ("Afb. 2.C").

De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen können wijzigten opzlichte van wat aangegeven is.

1.2.2 Titels

De handleiding is onderveerdeeld in hooftdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2.

Veilighidevsoorrichten". De verwijzingen aan titels of pa-agrafopen zich aanagevegen met de afkorting hst. of par. en het desbetreffendnummer. Voorbeed: "Hst. 2" of "par. 2.1"

2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

2.1 TRAINING

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken.

Leer de motor nsl af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels verroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nicht vertrouwd他们在 met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerdহn.
  • Gebruik de machine nooit wanneer de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen haeft die een negativie invloed konnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
  • Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
    Denk eraan dat de persoon die machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoortziene geurbantenissen die personen of hun eigendommen können overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigeneiligkeit en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen,要去 men zich ervan verzekerden dat de gebruiker de gebruiskaanwijzingen in dit handboek doormeert.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschemingsmiddelen (PBM)

  • Draag geschickt kledij, stevige werksk Schoenen met antislip-zolen en een lange broek. Schakel de machine Niet wonneer u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschermingen.
  • Het gebruik van gehoorbeschemers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone geleurt.
  • Draag werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk hunnen voor de handen.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, arbanden, kledij met losese delen, of met bandjes ofassen de andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen+kennen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar worden zorgvuldig bijeengebonden.

Werkzone / Machine

  • Controller grondig de hele werkzone en verwijder alles wat door de machine weg zou können uittgestoten worden of het maaimechanisme/draaiende organen zou kennen beschaden (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).

Explosiemotoren: brandstof

GEVAAR! De brandstof is zeer ontvlambar.

  • Bewaar de brandstof in speciale houders die waarvoordhemologoerd zijn, op een veilige plaat,uit de buurt vanwarmtebronnen of open vuur.
    Zorg dat de holders vrij bijlven van gras- en bladresten of vet.
  • De recipiennent moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden.
  • Rook nichtijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wanner men met de brandstof werkt.
  • Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.

  • Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.

  • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toeveugen de dof dop van de benzinetan akfraaien.
  • Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te soften.
  • Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controlleren.
  • In geval van brandstoflekkage Niet de motor opstarten, maar de machine verwijderen uit de buurt van de gemorste brandstof. Voorkom elk risico van ontbranding totdat de brandstof is verdampt en de brandstofdampen verdwenen.
  • Reinig onmiddelijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
  • Draai de dop algtd weer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op deplaats waar de brandstof bijgevuld werd; de motor要去 steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van deplaats waar de brandstof bijgevuld werd.
    Vermijd dat brandstof met kledij in contact kommt. Als dit toch gebeurt, moet u eerst andere kledij aantrekken vooraleer de motor te starten.
  • Start de motor nicht in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchtteplaatsplaatsvinden. Denk er altijd aan dat uitaatgassen giftig zijn.
  • Richt,ijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitaatgassen nooit aan ontvlambere materialien.
  • Gebruik de machine Niet in omgeveingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontv Lambare vloeistoffen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen können doen ontvlammen.
  • Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid.
  • Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
  • Werk nicht op nat grayscale, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wonneer er kans op bliksem bestaat.
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen bevaren en op de aanwezigheid van eventeile hinderissen die die zichtaarheid zouden können beperken.
  • Wees zeer voorzichtign nabij teiste niveaoverschillen, sloten of dijken. De machine kan omkantelen indien een viel over de rand gaat of indien de rand inzakt.
  • Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen Niet op hinderissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingesse verschui-ving of verlies van controle over de machine zouden+kennenvoorzaken.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine zich bij de straat gezebuikt worden.
  • Om brandevaar te voorkomen, de machine Niet met warme motor achechterlaten op bladeren, droog gras of andere ontv Lambare materialien.

Gedrag

  • Let op wonneer u achechteruit of achefterwaarts rijdt. Kijk achechteruit voor enijdens het achechteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
  • Niet rennen, maar lopen.

  • Laat u Niet door de grasmaaier trekken.

  • Houd altijd de handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wanner de motor gestart worden als tijdens het gebruik van de machine.
  • Let op: het maai-element blijft gedurende enkele seconden na zich afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
  • Houd steeds afstand van de uitlaatopening.
  • De delen van de motor Niet aanraken, waar dat dieijdens het gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden.

In geval van breuken of ongevalten tijdens het werk, dient men de motor onmiddelijk stil te zeiten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevalten met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte erste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheids-structuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuale resten die schade of letsels aan personen of dieren+kunne verrooraken indien ze onopgemerkt blijven.

Beperkingen voor het gebruik

  • Gebruik de machine nooit wanneer de beveiligingen beschadigd zijn, ontbreken of Niet correct geplaatst zich (opvangzakken, afvoerbeveiliging aan de zich-en城县kant).
  • Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktuigen nicht op de Voorziene paatsen geinstellungerd zich.
  • De aanwezige verilgheidsinrichtingen/microschakelaars Niet uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.
  • De afstelingen van de motor Niet wijzigen, en de motor nicht op een te hoog toenrental brengen. Indien de motor op een te hoog toenrental draait, neemt het risico voor lichamelijk lesels toe.
    Overbelast de machine Niet en gebruik geenkleine machine om zware werkten te verrachten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen za de risico's beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VEROVER

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veilighheid van de machine en het niveau van de performance.

Onderhoud

  • Gebruik de machine nooit als er onderden versleten de beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderden要去en verrangen en nicht gerepareerd worden.
  • Om brandegevaar te beperken, moet u regelmating controleren er oo gen olei en/ofbrandstof lekt.
  • Tijdens de afstelingen van de machine,要去en erop letten dat de vingers NietCUS het bewegende maai mechanisme en de vaste delen van de machine beklemd geraken.

De in deze aanwijzingen genoemde geluids- en vibratieneaus zijn bovengrenzen bij het gebruik van de machine. Het gebruik van een Niet gebalanceerd maai-element, een overdreven bewegingssnelheid en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijkpreventieve maatregelen te treffen om möglichke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzesijdens het werk.

Stalling

  • Zet de machine Niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstoffdampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zussen konnen worden.
  • Laat geen holders met restmaterialiaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

De milieuubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijkere uren (niet 's ochtendvroeg of 's avonds laat wanner het andere personen zou(APenstoren).
  • Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, versleten delen of eenender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet geschienen worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialien zullen verzorgen.
  • Volg scrupleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrivij strellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze�en een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatseleijke normen.

3. LEER DE MACHINE KENNEN

3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK

Deze machine is een lopend bediende grasmaier.

De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een maaie mechanisme inschakelt dat omgeven is door een behuizing, voorzien van wielen en een handgreep.

De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando's bedieren terwij Hij steeds acheer de handgreep blift, en dus op veigige afstand van de draaiende maaimechanisme. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en het maaimechanisme na enkele seconden stil.

Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien (en vergaren) van gras en soortgelijke gewassen in tuinen en overige zones met een oppervlak dat door een zich te voet bewegen de bediener gemaad kan worden.

Deze machine kan, in het algemeen:

  1. gras maaien en vergaren in de opvangzak.
  2. Gras maaien en dit aan dechterzijde op het terrein afvoeren (indien gewenst).
  3. Gras maaien en het zijdelings afvoeren (indien gewenst).
  4. Gras maaien, versnipperen en over het terrein verspreiden ("mulchen" - indien gewenst).

Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijke utrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschillende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschrenen zijn.

3.1.1 Onjuist gebruik

Elk anders gebruik dat afwikt van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken.

De volgende situatives behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbèeld, maar Nietuitsluitend):

  • andere Personen, kinderen of dieren op de machine vervoeren, die bij een möglichke val ernstige letseis hun oplopen en veilig sturen van de machine hunnen belemmeren;
  • zich door de machine lately vervoeren;
  • de machine te gebruiken om lasten te trekken of voort te duwen;
  • het maaimechanisme aanschakelen op zones zonder gras;
  • de machine te gebruiken voor het verzamelen van bladeren of afval;
  • de machine gebruiken voor het bijknippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatiesoorten dan gras;
  • gebruik van de machine door meer dan een person togetelijk.

BELANGRIJK! Onjuist gebruik van de machine maakt de garantie en elke aansprakelijkheid van de Fabrikant ontgelig; in dit gewal is de gebruiker zich aansprakelijk voor schade of letsel die hij/zij of anderen door dit gebruik oplopen.

3.1.2 Type gebruiker

Deze machine ist bestem voor gebruik door consumpenten, d.w.z. door nicht professionele bedieners.

Ze is bestemd voor een "amateurieel gebruik".

BELANGRIJK De machine mag door Niet meer dan=eén bediener worden gebruikt.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zich verzillende symbolen op de machine aanwezig (afb.2.0). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gelebruiken. Betekenis van de symbolen:

ALPINA AL4 46 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 1

ALPINA AL4 46 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 2

Let op.Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.

ALPINA AL4 46 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 3

ALPINA AL4 46 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 4

Waarschuwing! Steek uw handen of voeten nicht in de behuizing van het maaimechanisme. Haal de kap van de bougie af enlees de aanwijzingen voordat u welk onderhoud of welke reparatie dan ook UITvoert.

ALPINA AL4 46 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 5

ALPINA AL4 46 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 6

Gevaar!Risico opwegscheidende voorwerpen.Zorgijdenshetgebruikdat zichgeen Personen in de werkzone bevinden.

ALPINA AL4 46 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 7

ALPINA AL4 46 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 8

Gevaar!Gevaar voor snijwonden.Bewegend maai mechanisme. Steek uw handen van voeten niet in de behuizing van het maai mechanisme.

BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden labels dienen te worden verragen. Vraag neue labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL

Het identificatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb.1.0).

  1. Geluidsniveau.
  2. CE-conformiteitsteken.
  3. Bouwjaar.
  4. Machinetype.
  5. Serienummer.
  6. Naam en adres van de fabrikant.
  7. Artikelcode.
  8. Nominaal vermogen en maximum snelheid van de motor.
  9. Gewicht in kg.

Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.

BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens aangegeven op het identificatielabel van het product wanner u contact opneemt met de geauthoriserde werkplaat.

BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van conformiteit bevindt zich op de lastste pagina's van de handleiding.

3.4 VOORNAAMSTE ONDERDELEN (Afb.1)

A. Chassis.
B. Motor.
C. maiaimechanisme.
D. Afvoerbeveiling向着ijde.
E. Afvoerbeveiligingrijkant (indien voorzien).
F. Afvoergeleiding zichkant (indien voorzien).
G. Opvangzak.
H. Handgreep.
I. Hendel motorrem / maia Mechanisme.
J. Aandrijfhendel.

Houdt u strikt aan de aanwijzingen en veiligheidsregels opgevoerd in hst.2..

4. MONTAGE

Enkele onderdelen van de machine worden Niet in gemonteerde vorm geleverd, maar dieinen na het uitpakken van de machine te worden gemonteerd aan de hand van de volgende instructies.
De machine要去envlakke en solide ondergrond wordenuitgepaknt en gemonteerd, met voldoende bewegingsruimte voor machine en verpakking. Gebruik de machine niet voordat u alle aanwijzingen in de sectie "MONTAGE" hebt uigevoerd.

4.1 UITPAKKEN (Fig.3.0)

  1. Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zijn uit de doos.
  2. Haal de machine uit de doos en voer doos en verpakking af in overeenstemming met lokale regelgeving.

4.2 MONTAGE VAN DE HANDGREEP (Afb.4.A/B/C)

4.3 MONTAGE VAN DE ZAK (Afb.5,6,7)

5. BEDIERINGSELEMENTEN

5.1 HANDGREEP VOOR HANDMATIG OPSTAR- TEN (Afb.8.A)
5.2 BEDIENING ELEKTRISCHE STARTKNOP (Afb.8.B)

5.3 HENDEL MOTORREM / MAAIMECHANISME (Afb.9.A)

5.4 AANDRIJFHENDEL (Afb.9.B)

BELANGRIJK Motorstart dient te allen tijde worden uitgevoerd bij uitgeschakelde aandrijving.
BELANGRIJK De machine nicht acheuteruit trekken bij ingeschakelde aandrijving.

5.5 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE

Doe dit enkel wanner het maaimechanisme stil staat.
- Afstelling (Zie Afb.10.A)

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

BELANGRIJK Voor de aanwijzingen over motor en accu(in-dien voorzien),zie de betreffende handleidingen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Plaats de machine horizontal en stevig op het terrein.

6.1.1 Olie en benzine bijvullen

BELANGRIJK De machine worden geleverd zonder motorolie en brandstof.

Voordat u de machine gebruikt,Client u brandstof en motorolie toe te voeren. Zie de gebruikshandleiding van de motor, par. 7.2.1/7.2.2.

6.1.2 Voorbereiding van de machine voor het werk

OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maieren.

a. Instellen op maaien en opvangen van het maaisel in de opvangzak):
1. Voor modellen met afvoer aan zijkant: vergewis u ervan dat de beveiliging (Afb. 11.A) omlaag is gebracht en worden geblokkeerd door deeiligkeitshendel (Afb. 11.B).
2. De opvangzak inschuiven (Afb.11.C).

b. Instellen op maaien en afvoer van het maaisel op het terrein zelf:

  1. Hef de beveiliging van de afvoer achterzijde (Afb.12.A) en monteer de blokkeerpen (Afb.12.B).
  2. Voor modellen met möglichkheid tot zichdelingse af- voer: vergewis u ervan dat de beneiligig (Afb. 12.C) omlaag is gebracht en worden geblokkeerd door de veiligeidschendel (Afb. 12.B).

Om de blokkerpen te verwijdenen: zie Afb.12.A/B.

c. Instellen op maaien en versnipperen van het maaisel ("mulch"-functie):

Til de achterste aflaalteveiliging (Afb.13.A) op en voer de deflectordop (Afb.13.B), lichtjes aan rechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beiden spillen (Afb.13.B.1) vast in de voorziene gaten tot vastklikken.

Voor modellen met möglichkheid tot zijdelingse afvoer: vergewis u ervan dat de zij-beveiliging (Afb. 13.C/D) omaaag is gebracht en worden geblokkeerd door de veiligheidshendel (Afb. 13.D).

d. Instellen op maaien en zij-afvoer van het maaisel op het terrein zich:

  1. Til de achechterste aflaatbeveiliging (Afb.14.A) op en voer de deflectordop (Afb.14.B), lichtjes maar rechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beiden spillen (Afb.14.B.1) vast in de voorziene gaten tot vastklikken.
  2. Druk zachtjes op de veiligeidshendel (Afb.14.C) en hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).
  3. Voer de geleider voor de zich.afvoer in (Afb.14.E).
  4. Sluit de beveiliging van de rij-afvoer (Afb.14.D) zo-danig dat bebeiliging voor de rij-afvoer (Afb.14.E) worden vastgezet.

Om de geleidedop voor de zij-afvoer te verwijdersen:

  1. Druk zachtjes op de veiligeidshendel (Afb.14.C) en hef de beveiliging van de zij-afoer (Afb.14.D).
  2. Maak de geleider voor de zij.afvoer los (Afb.14.E).

6.1.3 Afstelling van de hoek van de handgreep (Afb.15/16)

Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer voor het gebruik alsijd een veiligheidscontrole uit.

6.2.1 Veiligheidscontrole voor elk gebruik

  • Controleer de goede staat en juiste montage van alle machine-onderdelen;
  • vergewis u ervan dat alle bevestigingsschroeven goed+zijn aangedraid;
  • houd alle machine-oppervlakken schoon en droog.

6.2.2 Test werking van de machine

ActieResultaat
1. De machine opstarten (par. 6.3).2. De hendel van de mo-torum / maaimecha-nisme loslaten.1. Het maaimechanisme要去 bewegen.2. De hendels要去 automatisch en snel maar de neutrale stand terugkeren, de motor要去 stilvallen en het maaimechanisme要去 binnen enkele seconden stoppen.
1. De machine opstarten (par. 6.3).2. De aandriffendel bewegen.3. Laat de hendel van de aandrijving los.2. De wielen doein de machine vooruit gaan.3. De wielen stoppen en de machine stopd voortbeweging.
RijtestGeen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid.

Indien eender welke van deze resultaten verschlert van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine nicht gebruikt worden! Richt u tot een Dienstencentrum voor de nodige controles en herstellung.

6.3 STARTEN

OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.

6.3.1 Modellen met handgreep voor handmatig opstarten (Afb.17.A/B)

OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme dient ingetrokken te worden gehouden; zo Niet, dan stopt de motor.

6.3.2 Modellen met elektrische startknop (Afb.18.A/B/C/D/E)

  • Plaats de meegeleverde accu in de holte voorzien op de motor (Afb.18.A); (volg de aanwijzingen in de handleiding van de motor).

Op sommige modellen is er een motor met geintegreerde.
niet-verwijderbare accu voorzien (Afb.18.B).

OPMERKING De remhendel motor/maai mechanisme
dient ingetrokken te worden gehouden; zo Niet, dan stopt de motor.

6.4 HET WERKEN

BELANGRIJK Behoudijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die overeenstemt met de lenghte van de steel.

6.4.1 Het gras maaien

  1. Start de voortbeweging en het maaien van de met gras bedekte zone.
  2. Pas worksnelheid en maaihoogte (par. 5.5) aan de toestand van het gazon aan (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gewas).
  3. Wij raden aan elke maaing opdezelfde hoogte en in tweeRCTingen uit te voeren (Afb.20).

In geval van "mulchen" of achefterwaartse afvoer van het maaisel:

Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt (afb.19).
Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.4.2).

In geval van zich-afvoer: het maaisel Niet afvoeren aan de zijde van het gazon dat nog gemaad moet worden.

6.4.2 Lediging van de opvangzak

In geval van een opvangzak met een volume- aanwijzer:

ALPINA AL4 46 - In geval van een opvangzak met een volume- aanwijzer: - 1

Hoog = leeg.

ALPINA AL4 46 - In geval van een opvangzak met een volume- aanwijzer: - 2

Laag = vol *.

*de opvangzak is vol en dient geledigd te worden.

Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen:

  1. Wachten tot het maaimechanisme aftaat (Afb.21.A);
  2. verwijder de opvangzak (Afb.21.B/C/D).

6.5 UITSCHAKELING(Fig.22.A)

Na stopsetting van de machine dient u enkele secon-den wachten totdat het maai mechanisme tot stilstand is gekomen.
Na uitschakeling de motor Niet aanraken! Gevaar voor brandwonden.

BELANGRIJK Schakel de machine alttijd UIT:

  • Tijdens verplaatsingen:tussen werkzones.
    Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
    In de buurt van een obstakel.
    Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
  • Elke keer dat u de opvangzak verwijdert of opnieuw bevestigt.
  • Elke keer dat u de geleider voor de zij.afvoer verwijdert of opnieuw bevestigt.

6.6 NA GEBRUIK (Afb.23.A/B/C/D)

  1. Reinig de machine (par. 7.4).
  2. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventuele schroeven en moeren die losgekomen zijn weeer vast.

BELANGRIJK Telkens wanneer u de machine ongebruikt of onbewaaktchyterlaat:

  • De kap van de bougie af nemen (in modellen met handgreep voor handmatige start) (Afb.23.B/C).
  • Druk op het lipje en verwijder de vrijgavesleutel (in modellen met elektrische startknop) (Afb.23.D).

7. ONDERHOUD

7.1 ALGEMEEN

De veiligheidsnormen die in acht genomen要去en worden, worden beschreiben in hst.2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's te lopen:

Voordat u enigerlei controle, reiniging of onderhoudswerkzaamheid/afstelling op de machineuitvoert:
Zet de machine stil.
- Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stilstand is gekomen.
- Wacht tot de motor is afgekoeld.
- Haal het kapje van de bougie af (Afb.23.B).
- Verwijder de sleutel (Afb. 23.D) of de accu (in modelen met elektrische startknop).
- Lees de desbeteffende instructies.
- Draag geschikte kledij, werkhandsschoenen en een beschemende bril.

7.2 GEWOON ONDERHOUD

  • De frequentlyes en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (hst. 10).

BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleiding beschrenen zijn,要去 uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2.1 Brandstof bijvullen

Plaats de machine horizontal en stevig op het terrein.

Wanner u brandstof bijvult, dient de machine uitgeschakeld te zich en het bougiekapje weggenomen.

Vul de brandstof bij op de wijze en met alle voorzorgsmaatregelen als aangegeven in de gebruikershandleiding van de motor.

Machines die in verticale stand können worden gestald (hist. 8.1) haben een tank waarop van het
brandstofpeil worden aangegeven. De tank nicht vullen boven de onderzijde van de peilaanwijzer (Afb.24.A).

BELANGRIJK Verwijder alle gemorste benzine, hoe weinig ook. De garantie dekt gegen schade veroorzaakt door op de kunststofdelen gemorste benzine.

NOTA De brandstof is beperkt houdbaar en mag nicht langer dan 30 dagen in de tank blijven.

7.2.2 Controle / bijvullen motorolie

Controleren en bijvullen van de motorolie op de wijze e me de voorzorgsmaatregelen als aangegeven in de gebruiskandleidling van de motor.

Om goede werkung van uw machine te waarborgen,Client u regelmatig de motorolie te verversen volgens de aanwijzin gen in de gebruikshandelieiding van de motor.

Vergewis u ervan dat het motoroliepeil is aangevuld voordat u de machine opnieuw inzet.

7.3 BUITENGEWOON ONDERHOUD

Alle werkzaamheden aan de maai mechanismen (demontage, slijpen, uitbalanceren, reparatie, terugmon-teren en/of verrangen) dienen in een Gespecialiseerd Centrum te worden uitgevoerd.
Laat beschadigde, verrormde of versleten maia-mechanismen steeds tezamen met de bijbehorende schroeven verrangen, om de balans te behouden.

BELANGRIJK Gebruik steeds originele maaimechanismen, met de code als aangegeven in de tabel "Technische Gegevens".

7.4 REINIGING

Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwijzingen.

7.4.1 Reiniging van de machine

  • Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrijং van afval.
  • Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen om het chassis schoon te makeen.
  • Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtolig vet om brandrisico te vermijden.
  • Reinig de machine met water na elke maaing.

7.4.2 Reiniging van de snijgroep

  • Verwijder grasresten en opgezamelde arde binnenin het chassis.

Modellen zonder reinigings-aansluiting

  • Om ook de onderzijde te bereiken dient u de machine schuin te houden maar de zijde als aangegeven in de mot- tor-handleidingen volg de betreffende aanwijzingen; zorg ervoor dat de machine in stabiele positie is voordat u een werkzaamheid UITvoert.
    In geval van zich-afvoer: verwijder de afvoer-geleider (indien gemonteerd - par. 6.1.2d.).

Ga voor reiniging van de binnenzijde van het maaimechanisme als volgt te werk (Afb.25.A/B/C):

  1. stel u alkijd achter de handgreep van de grasmaaier op;
  2. start de motor.

Wanneer u ziet dat de lak aan binnenzijde van het chassis loslaat, zo snel möglichk de verflaag bijwerken met een antiroest-lak.

7.4.3 Reiniging van de opvangzak (Afb.26.A/B)

Reinig de zak en LAST deze drogen.

7.5 ACCU

* Modellen met een elektrische startknop worden met een

accu geleverd. Voor aanwijzingen over de bedrijsduur, opladen, opslag en onderhoud van de accu, zie de
instructies in de gebruikshandleiding van de motor.

8. STALLING

Wanner de machine gestald要去en:

  1. start de motor in de openingslucht en laat deze draaien tot hij aftlauf, zodat alle in de carburator achterergebleven brandstof is verbruikt;
  2. reinig de machine met zorg (par. 7.4);
  3. controller de goede staat van de machine;
  4. Berg de machine op:

in een droge omgeving;
- beschermd gegen slechte weersomstandigheden;
- buiten bereik van kinderen;
- na zich ervan verzekerde te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gezruikt werden, verwijdert te hebben.

8.1 VERTICALE STALLING

Sommige modellen (zie de tabel Technische Gegevens)
kunnen in verticale stand worden opgeslagen (Afb.27).

Sla de machine nicht in verticale stand op wanner de tank tot over de onderzijde van de brandstofpeil-aanwijzer gevuld is (Aftb.24.A).

Ga als volgt te werk:

  1. Verwijder het kapje van de bougie (Afb.23.B) of verwijder de sleutel (Afb.23.D) of de accu (in modellen met een elektrische startknop).
  2. Breng de maaihoogte in de op een na laagste stand (zie hist. 5.5);
  3. Vouw voorzichtig de handgreep in gesloten stand en zet de hendels vast (Afb.27);
  4. Breng de machine in verticale stand, breng voorzichtig de handgreep in gesloten stand en zet de hendels vast (Afb.27);

Zorg ervoor dat de machine geen gevaar oplevert bij mogelijk toevallig of onopzettelijk contact met Personen, kinderen of dieren.
Probeer geen machines in verticale stand te stallen wonneer ze Niet hiervoord ontworpen zijn.

9. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, moet men:

  • De machine uitschakelen (par. 6.5) en wachten tot alle bewegende delen stilstaan.
  • Het kapje van de bougie verwijdenen (Afb.23.B) of de sleutel verwijdenen (Afb.23.D), of de accu (in modellen met een elektrische startknop).
  • Stevige werkhandsschoenen dragen.
  • De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht.

  • Een beroep去做 op een toereikend aantal Personen die het gewicht van de machine konnen heffen.

  • U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels verroorzaken.

Wanneer men de machine met een wagon of aanhangwagen vervoert, moet men:

  • Opritten gebruiken met geschikte weiterstand, bredte en lengte.
  • De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de oprit duwen met behulp van een geschikt anteI整个人en.
  • Het maaimechanisme omlaagbrengen (par 5.5).
  • De machine zoplaatsend dat deze geen gevaar veroorzaakt.
  • De machine stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat deze kantelt en zo eventuele beschadigd kan worden of dat er brandstof zou kennen lekken.

Machines die verticaal können worden gestald, mogen nicht in verticale positie worden getranspor teerd.

  1. TABEL ONDERHOUD
IngreepFrequentieOpmerkingen
MACHINE
Controle van alle bevestigingen; veiligheidscontroles / controle van de bedieningesiele-menten; Controle van de beveiligingen van de afvoer zichterzijde / zij-afover; controle van de opvangzak en de geleider van de zij-afover; controle van het maaimechanis-me.Vórór het gebruikpar. 6.2.2
Algemene reiniging en controle; controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geauthoriserde Dienstcentrum.Aan het einde van ieder ge-bruikpar. 7.4
Vervangning maaimechanisme-par. 7.3.1 ***
MOTOR
Controle/ aanvullen brandstofpeil; Controle / bijvullen motorolieVórór het gebruikpar. 6.1.1 / 7.2.1 * / 7.2.2 *
Controle en reiniging luchtfilter; Controle en reiniging bougiecontacten; Vervangning bougie; Lading van de batterij** / par. 7.5 *

* Raadpleeg de handleiding van de motor. *** Werkzaamheid uit te voeren bij de eerste tekens van slechte werking
*** Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum要去 uitgevoerd worden

11. IDENTIFICATIE PROBLEMEN

Mochten de problemen aanhoven na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgeno-men met uw Verkoper.
PROBLEEMMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
1. De motor start Niet, blijt nicht draaien, draait onregelmatig of slaaf af tijdens het werk.Onjuiste startprocedure.Volg de aanwijzingen (zie hst. 6.3).
Geen olie of benzine in de motor.Controller en olie- en benzinepeil (zie hst. 7.2.1 / 7.2.2).
Vuile bougie of onjuiste afstandussen de elektroden.Controller en bougie (Zie de motor-handleiding).
Verstopt luchtfilter.Reinig en/of verwang het filter (Zie de motor-handleiding).
Problemen in de verbranding.Neem contact op met een erkend servicecentrum.
De vlotter kan geblokkeerd+zijn.Raadpleeg de motor-handleiding en neem contact op met een bevoegt service-centrum.
2. Motor ver-dronken.De handgreep voor handmatige start is te vaak verdraaid met ingeschakelde starter.Raadpleeg de handleiding van de motor.
De handgreep voor handmatige start is herhaaldelijk verdraaid terwijl het kapje van de bougie verwijderd was.Plaats het kapje op de bougie en probeer de motor in te scha-kelen. (Raadpleeg de handleiding van de motor).
3. Het gemaaide gras komt Niet langer in de opvangzakterecht.Het maai mechanisme heeft een voor-werp geraakt en een klap ontvangen.Schakel de motor uit en neem het kapje van de bougie. Con-troleer op eventuele schade en neem contact op met het ser-vice-centrum (par. 7.3.1).
Vervuiling van de binnenzijde van het chassis.Reinig de binnenzijde van het chassis (par. 7.4.2).
4. Het maaien verloopt moei-zaam.Het maai mechanisme is Niet in goede staat.Contacteer een Dienstcentrum voor het bijslippen en verwangen van het maai mechanisme.
5. Men hoor overdreven geluiden en/ of trillingen tijdens het werk.Beschadiging of geloste delen. De blockeerpen van het maai mechanisme is losgeraakt.Zet de machine stil en verwijder het kapje van de bougie (Afb. 23.B). Controller op eventuele schade of losgeraakte delen. Laat de controles, verwangingen of reparaties uitvoeren bij een bevoegt servicecentrum.
Bevestiging van het maai mechanisme losgekomen of maai mechanisme beschadigd.Schakel de motor uit en verwijder het kapje van de bougie (Fig.23.B). Neem contact op met een servicecentrum (par. 7.3.1).

12. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES

12.1 MULCHING KIT(Afb.28)

Versnippert het gemaaide gras en LAST hetchyer op het terrein.

NL • De inhoud en de afbeelingen van deze gebruiskhandleiding werden generalaiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zich beschemrd door het auteursrecht - Elke niest-gauteurisderre produkte of wijziging, ook geedeeltelijkie, van het document is verboden.

NO - Inhholdet od bildene i devne brukveiledningen er uftp aufopprag fra ST. S.p.A. og er beskyttet ved ophavsrett - Enhver gengi- velse eer ending, selv kun delvis, er forbudt.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALPINA

Model : AL4 46

Categorie : Grasmaaier