YC-GC52BE-B - YC-GC52BE-B - Combinatie magnetron SHARP - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis YC-GC52BE-B - YC-GC52BE-B SHARP in PDF-formaat.

📄 240 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice SHARP YC-GC52BE-B  -  YC-GC52BE-B - page 182
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SHARP

Model : YC-GC52BE-B - YC-GC52BE-B

Categorie : Combinatie magnetron

Download de handleiding voor uw Combinatie magnetron in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YC-GC52BE-B - YC-GC52BE-B - SHARP en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YC-GC52BE-B - YC-GC52BE-B van het merk SHARP.

GEBRUIKSAANWIJZING YC-GC52BE-B - YC-GC52BE-B SHARP

  • Sprawdź, czy drzwiczki są dokładnie zamknięte, włączając system blokady drzwiczek. Jeśli drzwiczki nie zostaną prawidłowo zamknięte, kuchenka nie będzie działać. JEŚLI ŻADNE Z POWYŻSZYCH ROZWIĄZAŃ NIE ELIMINUJE PROBLEMU, NALEŻY SKONTAKTOWAĆ SIĘ POMOCĄ TECHNICZNĄ FIRMY SHARP. NIE PRÓBUJ SAMODZIELNIE REGULOWAĆ ANI NAPRAWIAĆ KUCHENKI. PL – 30 A. Informatie over afvalverwijdering voor gebruikers (particuliere huishoudens) Let op: Uw product is van dit merkteken voorzien. Dit betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet samen met het normale huisafval mogen worden weggegooid. Er bestaat een afzonderlijk inzamelingssysteem voor deze producten.

1. In de Europese Unie

Let op: Deze apparatuur niet samen met het normale huisafval weggooien! Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur moet gescheiden worden ingezameld conform de wetgeving inzake de verantwoorde verwerking, terugwinning en recycling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Na de invoering van de wet door de lidstaten mogen particuliere huishoudens in de lidstaten van de Europese Unie hun afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kosteloos* naar hiertoe aangewezen inzamelingsinrichtingen brengen*. In sommige landen* kunt u bij de aanschaf van een nieuw apparaat het oude product kosteloos bij uw lokale distributeur inleveren. *) Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor verdere informatie. Indien uw gebruikte elektrische of elektronische apparatuur batterijen of accu's bevat, dan dienen deze hieraan vooraf afzonderlijk, conform de plaatselijke voorschriften, te worden weggegooid. Door dit product op een verantwoorde manier weg te gooien, zorgt u ervoor dat het afval de juiste verwerking, terugwinning en recycling ondergaat en potentiële negatieve effecten op het milieu en de menselijke gezondheid worden voorkomen, die anders door het verkeerd verwerken van het afval zouden kunnen ontstaan.

2. In andere landen buiten de Europese Unie

Als u dit product wilt weggooien, neem dan contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie omtrent de juiste verwijderingsprocedure. Voor Zwitserland: U kunt afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kosteloos bij de distributeur inleveren, zelfs als u geen nieuw product koopt. Aanvullende inzamelingsinrichtingen zijn vermeld op de startpagina van www.swico.ch of www.sens.ch. B. Informatie over afvalverwijdering voor bedrijven

1. In de Europese Unie

Als u het product voor zakelijke doeleinden heeft gebruikt en als u dit wilt weggooien: Neem contact op met uw SHARP distributeur die u inlichtingen verschaft over de terugname van het product. Het kan zijn dat u een afvalverwijderingsbijdrage voor de terugname en recycling moet betalen. Kleine producten (en kleine hoeveelheden) kunnen door de lokale inzamelingsinrichtingen worden verwerkt. Voor Spanje: Neem contact op met de inzamelingsinrichting of de lokale autoriteiten voor de terugname van uw afgedankte producten.

2. In andere landen buiten de Europese Unie

Als u dit product wilt weggooien, neem dan contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie omtrent de juiste verwijderingsprocedure. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar via de link https://www.sharpconsumer.com/documents-of-conformity/ NL – 1

MICROGOLFENERGIE TE VERMIJDEN

1. Probeer niet om deze oven te gebruiken met de deur open: dit kan leiden tot een schadelijke blootstelling aan

microgolfenergie. Het is belangrijk om de veiligheidssluitingen intact te houden en hier niet mee te knoeien.

2. Plaats niets tussen de voorkant van de oven en de deur en voorkom dat vuil of resten van schoonmaakmiddelen

zich ophopen op de afdichtingen.

3. Gebruik de oven niet indien deze is beschadigd. Het is bijzonder belangrijk dat de ovendeur goed sluit en dat de

deur zelf en de scharnieren, veiligheidsvergrendelingen of afdichtingen van de deur en afdichtingsvlakken niet beschadigd zijn.

4. Tracht de oven niet te repareren of af te stellen.

  • INHOUDSOPGAVE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSMAATREGELEN p. 3
  • INSTALLATIE p. 14
  • SPECIFICATIES p. 16
  • OVEN EN TOEBEHOREN p. 17
  • BEDIENINGSPANEEL p. 18
  • VOOR INGEBRUIKNAME p. 19
  • DE KLOK INSTELLEN p. 19
  • SNELLE BEREIDING p. 19
  • VOEDSEL BEREIDEN MET DE MAGNETRON p. 19
  • GRILL p. 19
  • MAGNETRON+GRILL p. 20
  • CONVECTIE p. 20
  • MAGNETRON+CONVECTIE p. 20
  • ONTDOOIEN OP GEWICHT p. 20
  • TIJD-ONTDOOIEN p. 21
  • KOOKWEKKER p. 21
  • FAVORIETE FUNCTIE p. 21
  • ENERGIESPAARSTAND p. 22
  • GEDEMPTE MODUS p. 22
  • KINDERSLOT p. 22
  • VEILIGHEIDSVERGRENDELINGSSYSTEEM p. 22
  • AUTOMATISCH BESCHERMINGSMECHANISME p. 22
  • AUTOMATISCH KOKEN p. 22
  • REINIGING EN ZORG p. 23
  • GESCHIKTE SCHALEN p. 24
  • TIPS VOOR KOKEN MET DE MAGNETRON p. 25
  • TIPS VOOR ONTDOOIING p. 26
  • TIPS VOOR OPWARMEN p. 27
  • PROBLEEMOPLOSSING p. 28
  • RADIOSTORING p. 29
  • VOORDAT U HULP INROEPT NL – 2 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSMAATREGELEN p. 29

ZORGVULDIG LEZEN EN BEWAREN VOOR GEBRUIK

IN DE TOEKOMST. Voorkomen van brand. Laat de combi-magnetron tijdens gebruik niet onbeheerd achter. Te hoge vermogensniveaus of te lange bereidingstijden kunnen het voedsel mogelijk oververhitten met brand als gevolg. Deze oven is alleen ontworpen om los te staan. Hij is niet ontworpen om in een keuken ingebouwd te worden. Plaats de oven niet in een kast. Steek de stekker van het netsnoer in een gemakkelijk toegankelijk stopcontact zodat u de stekker bij nood snel uit het stopcontact kunt trekken. Sluit de oven alleen aan op een stopcontact met 230-240 V, 50 Hz wisselstroom met een minimale 10A-zekering of een minimale 10A-circuitonderbreker. Voor dit apparaat moet een afzonderlijk stroomcircuit worden gebruikt dat alleen voor dit apparaat bestemd is. Plaats de oven niet op een plaats waar hitte ontstaat, bijvoorbeeld naast een gewone oven. Plaats de oven niet in een zeer vochtige of natte ruimte. Plaats of gebruik de oven niet buitenshuis. Als u rook opmerkt, dient u de oven uit te schakelen of de stekker uit het stopcontact te NL – 3

trekken en de deur gesloten te houden zodat eventuele vlammen doven. Gebruik alleen magnetronvaste bakken en gerei. Gerei moet nagekeken worden om er zeker van te zijn dat het geschikt is voor gebruik in magnetrons. Bij het verwarmen van eten in plastic of papieren bakjes dient u op de combi-magnetron te letten of de bakjes geen vlam vatten. Reinig het afdekplaatje van de golfgeleider en de ovenruimte. Deze onderdelen dienen droog en vetvrij te zijn. Opgehoopt vet kan mogelijk oververhitten, gaan roken en vlam vatten. Plaats geen ontvlambare materialen in de buurt van de oven of de ventilatie-openingen. Blokkeer de ventilatie-openingen niet. Verwijder alle metalen draadjes, verzegelingen, enz. van het voedsel en de verpakking. Vonken van metalen voorwerpen kunnen mogelijk brand veroorzaken. Gebruik de combi-magnetron niet voor bakken met olie of het verwarmen van frituurvet. De temperatuur kan namelijk niet worden geregeld en de olie kan mogelijk vlam vatten. Gebruik alleen popcorn die in een voor magnetrons geschikt materiaal is verpakt. Bewaar geen voedsel of andere voorwerpen in de oven. Controleer de instellingen van de oven na het starten NL – 4 ervan om ervoor de zorgen dat de oven naar wens werkt. Laat de oven niet onbewaakt achter terwijl deze in werking is. Om oververhitting en brand te voorkomen dient u goed op te letten wanneer u voedsel met een hoog suiker- of vetgehalte, zoals bijvoorbeeld worstenbroodjes, gebak of kerstpudding verhit of opwarmt. Volg de bijbehorende aanwijzingen in de gebruikershandleiding. Voorkomen van letsel. WAARSCHUWING: Gebruik de oven niet indien deze is beschadigd of niet normaal functioneert. Controleer voor gebruik het volgende: a) Controleer of de deur goed sluit en niet krom of anders beschadigd is. b) Controleer of de scharnieren en deurvergrendelingen niet gebroken zijn of loszitten. c) Controleer of de deurafdichtingen en afdichtingsvlakken niet zijn beschadigd. d) Controleer of er geen deuken in de ovenruimte of in de deur zitten. e) Controleer of het netsnoer en de stekker niet beschadigd zijn. Als de deur of de afdichtingen beschadigd zijn, mag de oven niet gebruikt worden totdat hij door een NL – 5

vakman is gerepareerd. Stel de oven nooit zelf af en repareer of wijzig de oven nooit zelf. Alleen een gekwalificeerde technicus mag onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoeren waarbij de afdekking die bescherming biedt tegen blootstelling aan microgolven wordt verwijderd. Als iemand anders dit doet, is dat gevaarlijk. Gebruik de oven niet wanneer de deur openstaat en bewerk de vergrendingen van de deur niet. Gebruik de oven niet wanneer er zich een voorwerp tussen de deurafdichtingen en pasvlakken bevindt. Laat vet of vuil zich niet opbouwen op de deurafdichtingen of aangrenzende delen. Reinig de oven regelmatig en verwijder voedselresten. Volg de instructies voor “Onderhoud en reiniging”. Indien de oven niet naar behoren schoon wordt gehouden, kan dit leiden tot aantasting van het oppervlak. Dit kan dan weer leiden tot een verkorte levensduur van het apparaat en mogelijk tot gevaarlijke situaties. Personen met een PACEMAKER dienen een dokter of de fabrikant van de pacemaker te raadplegen aangaande speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik van combi-magnetrons. Het voorkomen van de mogelijkheid van een elektrische schok. De behuizing mag nooit worden geopend of NL – 6 verwijderd. Zorg dat er geen vloeistoffen of andere voorwerpen in de openingen van de deurvergrendelingen of ventilatie-openingen komen. Indien er iets in deze openingen terecht is gekomen schakel de oven dan onmiddellijk uit, trek de stekker uit het stopcontact en raadpleeg erkend SHARP onderhoudspersoneel. Dompel het netsnoer en de stekker niet in water of andere vloeistoffen. Laat het netsnoer niet over de rand van een tafel of werkblad hangen. Houd het netsnoer uit de buurt van warme oppervlakken, inclusief de achterkant van de oven. Houd het apparaat en het netsnoer buiten bereik van kinderen jonger dan 8 jaar. Vervang de ovenlamp niet zelf en laat dit niet door ondeskundige, niet door SHARP erkende elektriciens uitvoeren. Raadpleeg uw dealer of erkend SHARP onderhoudspersoneel indien de ovenlamp niet meer functioneert. Indien het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet dit vervangen worden door een speciaal snoer. De vervanging moet gedaan worden door erkend SHARP onderhoudspersoneel. Om de mogelijkheid van een explosie en overkoken te voorkomen: WAARSCHUWING: Vloeistoffen en andere etenswaren mogen niet in gesloten bakjes en verpakkingen worden opgewarmd, aangezien ze NL – 7

kunnen ontploffen. Bij het verhitten van dranken in de magnetron kunnen deze soms later nog overkoken. Houd hiermee rekening wanneer u de verpakking vastpakt. Gebruik nooit gesloten bakjes. Verwijder de sluiting en deksels voor gebruik. Gesloten bakjes en dergelijke kunnen zelfs nadat de oven is uitgeschakeld nog ontploffen door de opgebouwde druk. Let op bij het bereiden van vloeistoffen met de magnetron. Gebruik altijd flessen of verpakkingen met een wijde hals zodat bellen kunnen ontsnappen. Verhit nooit vloeistoffen in flessen met een dunne hals, zoals baby-zuigflessen, daar de vloeistof plotseling uit de fles zou kunnen spuiten en brandwonden kan veroorzaken. Om te voorkomen dat kokende vloeistof uit de fles spat:

1. Gebruik niet te veel bereidingstijd.

2. Roer de vloeistof voor het verwarmen/ opwarmen.

3. Het wordt aanbevolen om tijdens het opwarmen

een glazen staaf of dergelijk voorwerp (geen metaal) in de vloeistof te steken.

4. Laat de vloeistof na het koken ten minste 20

seconden in de oven staan om te voorkomen dat de vloeistof later uit de fles spuit. Verhit nooit hele eieren in hun schaal in de combimagnetron. Ook hardgekookte eieren moeten niet in combi-magnetrons worden opgewarmd, NL – 8 aangezien ze kunnen ontploffen, zelfs nadat de combi-magnetron is uitgezet. Voor het opwarmen van eieren die niet zijn geklopt, dient u het eigeel en eiwit door te prikken om ontploffing te voorkomen. Pel en snijd hard gekookte eieren in plakjes alvorens deze in de combi-magnetron te verwarmen. Prik ter voorkomen van het ontploffen van voedsel de schil of het vel van aardappelen, worstjes, fruit en dergelijke door voor het verwarmen. Om de mogelijkheid van brandwonden te voorkomen. WAARSCHUWING: De inhoud van babyflesjes en potjes babyvoedsel moet geroerd of geschud worden en de temperatuur moet gecontroleerd worden voor gebruik om brandwonden te voorkomen. Voorkom brandwonden en gebruik ovenwanten of pannenlappen wanneer u het voedsel uit de oven haalt. Voorkom brandwonden door hete stoom en overkoken en houd open bakjes, popcornschalen, kookzakken en dergelijk uit de buurt van uw gezicht en handen. Voor het voorkomen van brandwonden, probeer de temperatuur van het voedsel altijd en roer het door voordat u het serveert. Besteed speciale aandacht aan de temperatuur van voedsel en dranken voor baby's, kinderen of ouderen. Toegankelijke delen kunnen NL – 9

tijdens gebruik heet worden. Houd kleine kinderen op afstand.. De temperatuur van de verpakking komt niet overeen met de temperatuur van het voedsel of de vloeistof. Controleer altijd de temperatuur van het voedsel of de vloeistof. Blijf altijd op veilige afstand van de ovendeur staan wanneer u deze opent, om brandwonden door ontsnappende stoom of hitte te voorkomen. Snijd gevulde gebakken etenswaren na het koken om de stoom te laten ontsnappen en brandwonden te voorkomen. Houd kinderen uit de buurt van de oven zodat zij zich niet aan een hete oven kunnen branden. Incorrect gebruik door kinderen voorkomen. WAARSCHUWING: Laat kinderen vanaf de leeftijd van 8 jaar alleen de combi-magnetron zonder toezicht bedienen na voldoende instructie zodat het kind de magnetron veilig kan gebruiken en zich bewust is van de mogelijke gevaren van verkeerd gebruik. Wanneer het apparaat bediend wordt op de functies GRILL, MIX GRILL en AUTO MENU, mogen kinderen de combi-magnetron alleen onder toezicht van volwassenen gebruiken vanwege de opgewekte temperaturen. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens, of gebrek aan ervaring of kennis, tenzij zij onder NL – 10 toezicht hebben gestaan of instructies over het gebruik van het apparaat hebben ontvangen van een verantwoordelijke van hun veiligheid. Houd toezicht op kinderen zodat zij niet met het apparaat kunnen spelen. Modellen met het elektronische aanraakpaneel beschikken over een kinderslotmodus. Let op dat kinderen niet aan de deur of oven gaan hangen. De oven is geen speelgoed. Zorg dat kinderen ook van alle veiligheidsmaatregelen op de hoogte zijn: het gebruik van pannenlappen, het voorzichtig verwijderen van de afdekking van voedsel; benadruk dat de verpakking van bepaalde gerechten (bijvoorbeeld voor het knapperig maken van voedsel) zeer heet kan worden. Overige waarschuwingen Breng op geen enkele manier veranderingen aan de oven aan. Verplaats de oven niet terwijl deze in werking is. Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Deze oven dient alleen voor het bereiden van voedsel thuis en dient derhalve alleen voor het bereiden van voedsel en dranken te worden gebruikt. Het drogen van voedsel of kleding en het opwarmen van warme kompressen, pantoffels, sponzen, vochtige doeken en dergelijke kan een risico op letsel, ontbranding of brand opleveren. Gebruik de oven niet voor commerciële doeleinden of in een laboratorium. NL – 11

Voorkomen van problemen of beschadiging. Gebruik de oven nooit wanneer deze leeg is. Ter voorkoming van beschadiging van de bodem van de oven door oververhitting dient u bij gebruik van bruineringsschalen of zelfverwarmende materialen altijd een hittebestendig isolatiemateriaal zoals een porseleinen bord onder de schaal of het materiaal te plaatsen. Overschrijd nooit de in de handleiding van het vaatwerk voorgeschreven opwarmtijd. Gebruik geen metalen voorwerpen. Microgolven reflecteren hier namelijk op waardoor vonken kunnen ontstaan. Plaats geen blikjes in de oven. Voorkom als volgt dat de bodem van de oven breekt: a) Laat het bodemvlak afkoelen alvorens de bodem van de oven met water te reinigen. b) Plaats heet voedsel of hete schalen en dergelijke niet op een koude ovenbodem. c) Plaats koud voedsel of koude schalen en dergelijke niet op een warme ovenbodem. Plaats tijdens gebruik geen voorwerpen op de behuizing van de oven. OPMERKING: Gebruik geen plastic verpakkingen bij het opwarmen met de magnetronfunctie indien de oven nog steeds heet is van het gebruik van de GRILL en MIX GRILLfunctie omdat deze dan kunnen smelten. Plastic bakjes en verpakkingen kunnen niet met de hierboven genoemde functie worden gebruikt tenzij NL – 12 het bakje of verpakking door de fabrikant als geschikt zijn gemerkt. Raadpleeg een erkend elektricien indien u twijfels heeft over het aansluiten van uw oven. Noch de fabrikant noch de dealer zijn aansprakelijk voor schade aan de oven of letsel indien de oven niet op de voorgeschreven, juiste manier is aangesloten. Condens of vocht kunnen zich mogelijk op de ovenwanden of rond de deurafdichtingen en pasvlakken vormen. Dit is normaal en duidt niet op een defect of het lekken van microgolven. Dit symbool betekend dat oppervlakten door gebruik heet kunnen worden. NL – 13

1. Verwijder al het verpakkingsmateriaal uit

de binnenkant van de oven en verwijder de beschermingslaag van de behuizing van de magnetron.

2. Controleer de oven zorgvuldig op tekenen van

3. Plaats de oven op een veilig, vlak oppervlak, dat

sterk genoeg is om het gewicht van de combimagnetron plus de zwaarst mogelijk te koken artikelen te dragen. Plaats de oven niet in een kast.

4. Kies een vlak oppervlak met genoeg ruimte voor de

ventilatieopeningen. Zie de afbeelding op de eerste pagina. De achterkant van het apparaat kan tegen een muur worden geplaatst.

  • De minimale installatiehoogte bedraagt 85 cm.
  • Er dient minimaal 20 cm ruimte over te worden gelaten tussen de zijkanten van de oven en eventuele wanden of voorwerpen.
  • Laat een minimale ruimte van 30 cm boven de oven open.
  • Verwijder de voetjes van de onderkant van de oven niet.
  • Blokkering van de ventilatieopeningen kan de oven beschadigen.
  • Plaats de oven zo ver mogelijk verwijderd van radio's en tv's. Gebruik van de magnetron kan de ontvangst van uw radio of tv verstoren. NL – 14 30 cm 0 cm 20 cm 20 cm min 85 cm

5. Steek de stekker van de oven in een standaard

geaard stopcontact. WAARSCHUWING: Plaats de oven niet op een plek waar hitte of vochtigheid ontstaat (bijvoorbeeld naast of boven een gewone oven) of naast brandbare materialen (bijvoorbeeld gordijnen). Blokkeer of belemmer de ventilatieopeningen niet. Plaats geen objecten op de oven. Raak de buitenkant van de magnetron niet aan terwijl hij in werking is of kort daarna, aangezien die dan warm is. NL – 15

  • - Dit product voldoet aan de vereisten van de Europese norm EN55011. In overeenstemming met deze norm is dit product geclassificeerd als apparatuur in groep 2 klasse B. Groep 2 betekent dat er opzettelijk radiofrequentie-energie wordt gegenereerd onder de vorm van elektromagnetische straling om voedingswaren op te warmen en te bereiden. Klasse B betekent dat dit product geschikt is voor normaal huishoudelijk gebruik. ** - De inhoud wordt berekend door het meten van de maximale breedte, hoogte en diepte van het apparaat. De eigenlijke inhoud voor voedsel is minder. ALS ONDERDEEL VAN ONS BELEID VAN CONTINUE VERBETERINGEN, BEHOUDEN WIJ HET RECHT OM HET ONTWERP EN DE SPECIFICATIES ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING TE WIJZIGEN. NL – 16

1. Veiligheidsvergrendelingssysteem voor de deur

3. Bodemplaat ovenruimte

1. DISPLAY: Weergave van bereidingstijd, vermogen, indicaties en

2. AUTO MENU: Druk hierop om het menu voor automatische

bereiding te selecteren.

3. FAVORIET: Sla hiermee programma's op.

4. KLOK/KOOKWEKKER: Stel hiermee de kloktijd in.

Stel hiermee de kookwekkerfunctie in.

5. MAGNETRON: Druk hierop om het vermogen van de

magnetron te selecteren.

6. GRILL: Druk hierop om het bereidingsprogramma voor grillen

7. CONVECTIE: Druk hierop om het bereidingsprogramma voor

convectiekoken in te stellen.

8. ONTDOOIEN OP GEWICHT/TIJD: Druk eenmaal hierop om

voedsel te ontdooien op basis van het gewicht. Druk tweemaal om voedsel te ontdooien voor een bepaalde tijdsduur.

9. MAGNETRON+GRILL: Druk hierop om het

bereidingsprogramma voor de combinatie van magnetron en grill in te stellen.

10. MAGNETRON+ CONVECTIE: Druk hierop om het

bereidingsprogramma voor de combinatie van magnetron en convectie in te stellen

11. STOP/ECO - Druk eenmaal hierop om de bereiding tijdelijk

te onderbreken of tweemaal om de bereiding volledig te annuleren. Stel hiermee de energiespaarstand in.

12. DEMPEN: Druk eenmaal hierop om de gedempte modus in te

schakelen; druk er nogmaals op om de gedempte modus uit te schakelen. Houd deze toets (3 sec.) ingedrukt om het KINDERSLOT in te schakelen. Nogmaals ingedrukt houden om het uit te schakelen.

13. START/+30s: Druk hierop om bereidings- en

ontdooiingsprogramma's te starten. Druk er gewoon enkele malen op om de bereidingstijd in te stellen en onmiddellijk op maximaal vermogen te beginnen bereiden.

14. TIJD/GEWICHT (draaiknop) - Draai hieraan om de tijd, het voedselgewicht of de porties in te stellen.

  • Wanneer de stekker van de oven voor het eerst wordt ingestoken, klinkt een pieptoon en wordt op het display "1:01" weergegeven.
  • Als er in de instelmodus gedurende 30 seconden niet op een toets wordt gedrukt, wordt de stand-bymodus geactiveerd.
  • Druk tijdens de bereiding eenmaal op de STOP/ECO-toets om het programma te pauzeren en druk vervolgens op de toets START/+30s om het te hervatten. Wanneer u tweemaal op de STOP/ECO-toets drukt, wordt het programma geannuleerd.
  • Wanneer de bereidingscyclus is voltooid, wordt op het scherm End weergegeven en klinkt om de twee minuten een pieptoon tot de deur wordt geopend of op een toets wordt gedrukt.

Volg de onderstaande instructies om de klok in te stellen:

1. Houd in de stand-bymodus de toets KLOK/KOOKWEKKER 3 seconden ingedrukt om de 12-uursweergave te

selecteren; druk nogmaals op de toets om de 24-uursweergave te selecteren.

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om het uur in te stellen.

3. Druk eenmaal op START/+30s.

4. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om de minuten in te stellen.

5. Druk op de knop KLOK/KOOKWEKKER om de tijd te bevestigen.

SNELLE BEREIDING Met deze functie programmeert u de oven eenvoudig zodat deze op 100% van het vermogen start. In de standbymodus drukt u herhaaldelijk op de toets START/+30s om de bereidingstijd in te stellen (telkens als u erop drukt, wordt die met 30 seconden verlengd, tot maximaal 10 minuten). De oven wordt automatisch opgestart.

VOEDSEL BEREIDEN MET DE MAGNETRON

1. In de stand-bymodus drukt u herhaaldelijk op de MAGNETRON-toets om het vermogensniveau te selecteren.

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om de bereidingstijd in te stellen. De maximale tijd is 95 minuten.

3. Druk op START/+30s om de instelling te bevestigen.

Drukt herhaaldelijk op de MAGNETRON-toets om het vermogensniveau te selecteren. Druk op de MAGNETRONtoets Vermogen (display) Druk op de MAGNETRONtoets Vermogen (display) Eenmaal 100% (P100) 7 maal 40% (P-40) Tweemaal 90% (P-90) 8 maal 30% (P-30) 3 maal 80% (P-80) 9 maal 20% (P-20) 4 maal 70% (P-70) 10 maal 10% (P-10) 5 maal 60% (P-60) 11 maal 0% (P-00) 6 maal 50% (P-50) OPMERKING: Tijdens het bereiden kunt u met een druk op de MAGNETRON-toets het vermogen controleren. GRILL Grillen is vooral handig voor dunne plakken vlees, steaks, koteletten, kebab, worstjes en stukken kip. Het is ook geschikt voor gegrilde sandwiches en gratins.

1. In de stand-bymodus drukt u eenmaal op de GRILL-toets.

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om de bereidingstijd in te stellen. De maximale tijd is 95 minuten.

3. Druk op de toets START/+30s om te starten.

MAGNETRON+GRILL Combinatie 1: 30% tijd voor de magnetron en 70% tijd voor de grill. Te gebruiken voor vis en gratins. Combinatie 2: 55% tijd voor de magnetron, 45% tijd voor de grill. Te gebruiken voor pudding, omeletten en gevogelte.

1. In de stand-bymodus drukt u een- of tweemaal op de toets MAGNETRON+GRILL om "Co-1" of "Co-2” te

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om de bereidingstijd in te stellen. De maximale tijd is 95 minuten.

3. Druk op de toets START/+30s om te starten.

OPMERKING: Tijdens het bereiden kunt u met een druk op de toets MAGNETRON+GRILL de combinatiemodus controleren. CONVECTIE Tijdens het convectiekoken wordt warme lucht door de ovenruimte gecirculeerd om snel en gelijkmatig een bruin en krokant resultaat te krijgen. Op deze oven kunnen dertien verschillende bereidingstemperaturen worden geprogrammeerd (230°C, 220°C, 210°C, 200°C, 190°C, 180°C, 170°C, 160°C, 150°C, 140°C, 130°C, 120°C, 110°C). Om voedsel voor te verwarmen en te bereiden met de convectiefunctie volgt u de onderstaande instructies: Uw oven kan worden geprogrammeerd zodat de functies voorverwarming en convectie worden gecombineerd.

1. In de stand-bymodus drukt u herhaaldelijk op de CONVECTIE-toets om de convectietemperatuur te selecteren.

2. Druk op de toets START/+30s om te starten. Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, begint het toestel te

3. Open de deur en plaats een verpakking met voedsel in het midden van het bodemvlak.

4. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om de bereidingstijd in te stellen. De maximale tijd is 95 minuten.

5. Druk op de toets START/+30s om te starten.

OPMERKING: Wanneer de temperatuur voor voorverwarming met convectie bereikt is, piept de oven om de twee seconden. De voorverwarmtemperatuur wordt 30 minuten aangehouden. MAGNETRON+CONVECTIE Met de modus Magnetron+Convectie bereidt u eten eenvoudiger en sneller. Voor deze functie zijn er vier voorgeprogrammeerde instellingen, die hieronder worden beschreven: 230°C: deze temperatuur is geschikt voor vlees dat dik en moeilijk op te warmen is, zoals een hele kip of kippenpoten of -vleugels. 200°C: kan worden gebruikt voor vlees dat dunner en sneller op te warmen is, zoals vis of steak. 170°C en 140°C: deze modi zijn geschikt voor gesneden vlees en halffabricaten, bijvoorbeeld bacon en worstjes.

1. In de stand-bymodus drukt u herhaaldelijk op de toets MAGNETRON+CONVECTIE om de convectietemperatuur

te selecteren (230°C, 200°C, 170°C, 140°C).

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om de bereidingstijd in te stellen. De maximale tijd is 95 minuten.

3. Druk op de toets START/+30s om te starten.

OPMERKING: Tijdens het bereiden kunt u met een druk op de toets MAGNETRON+CONVECTIE de convectietemperatuur controleren.

ONTDOOIEN OP GEWICHT

1. In de stand-bymodus drukt u eenmaal op de toets ONTDOOIEN OP GEWICHT/TIJD.

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om het voedselgewicht in te stellen. Het instelbare gewicht varieert van 100 g

3. Druk op de toets START/+30s om dit te bevestigen.

NL – 20 OPMERKING: Tijdens het ontdooiproces pauzeert en piept het systeem om u eraan te herinneren dat het eten gedraaid moet worden. Daarna drukt u op de toets START/+30s om het proces te hervatten. Tabel voor ontdooien op gewicht Gewicht [kg] Tijd [min] 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 0,7 0,8 0,9 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 1,7 1,8 1,9 2,0

1. In de stand-bymodus drukt u tweemaal op de toets ONTDOOIEN OP GEWICHT/TIJD.

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om de ontdooitijd in te stellen. De maximale tijd is 95 minuten.

3. Druk op de toets START/+30s om het programma te bevestigen.

OPMERKING: Wanneer u de functie voor ontdooien op tijd gebruikt, ontdooit de magnetron het eten op 40% van het maximale vermogen en vervolgens op 30%. Dan stopt hij zodat de deur kan worden geopend en het eten kan worden gekeerd. Wanneer op de toets START/+30s wordt gedrukt, wordt het opwarmen hervat en gebeurt dat op 20% van het maximale vermogen. KOOKWEKKER

1. Druk één keer op de toets KLOK/KOOKWEKKER.

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om de gewenste tijd in te stellen. De maximale tijd is 95 minuten.

3. Druk op de toets START/+30s om dit te bevestigen.

Om het KOOKWEKKER-programma te annuleren drukt u op de toets STOP/ECO, waarna de tijd wordt weergegeven op het display. FAVORIETE FUNCTIE Deze functie omvat 3 favorieten, waarvoor telkens 1 kookprogramma kan worden ingesteld. Opslaan:

1. Druk in de stand-bymodus een-, twee- of driemaal op de toets FAVORIET.

2. Voer het gewenste bereidingsprogramma in (inclusief koken in fasen).

3. Druk op de toets START/+30s om dit te bevestigen.

1. Druk in de stand-bymodus een-, twee- of driemaal op de toets FAVORIET om een bereidingsprogramma te

2. Druk op de toets START/+30s om te starten.

Wissen: Druk in de stand-bymodus een-, twee- of driemaal op de toets FAVORIET. Houd de toets FAVORIET 3 seconden ingedrukt; op het display wordt gedurende 5 seconden "CLr" weergegeven en de oven keert terug naar de stand-bymodus.. OPMERKING:

  • Alleen de functies magnetron, grill, convectie, magnetron+grill, en magnetron + convectie kunnen worden opgeslagen.
  • Geprogrammeerde favorieten blijven in het geheugen bewaard, zelfs wanneer de stekker uit het stopcontact wordt getrokken.
  • Er kunnen slechts 3 favoriete programma’s worden opgeslagen. Als u een nieuw programma wilt opslaan, dan moet u er een verwijderen.
  • Als de inhoud van de favorieten leeg is, knippert de code voor de favorieten. Als de favorieten inhoud bevatten, wordt de code voor de favorieten altijd weergegeven. NL – 21

ENERGIESPAARSTAND Instellen: Houd in de stand-bymodus de STOP/ECO-toets 3 seconden ingedrukt en het display wordt uitgeschakeld. De oven schakelt de energiespaarstand in. Annuleren: Wanneer de energiespaarstand is ingeschakeld, kan die worden geannuleerd door op om het even welke toets te drukken of de ovendeur eenmaal te openen en te sluiten. GEDEMPTE MODUS Om de gedempte modus in te schakelen, drukt u eenmaal op de toets DEMPEN; vervolgens wordt op het display gedurende 3 seconden "OFF" weergegeven. In de gedempte modus klinkt er geen geluid wanneer op de toetsen wordt gedrukt. Om de gedempte modus uit te schakelen drukt u eenmaal op de toets DEMPEN; vervolgens wordt gedurende 3 seconden "On" weergegeven op het display. KINDERSLOT

1. Om het KINDERSLOT in te stellen, houdt u 3 seconden lang de toets DEMPEN ingedrukt; een lange pieptoon

klinkt en op het display wordt “LOC” weergegeven. Op de oven is nu het KINDERSLOT ingeschakeld. In deze modus wordt de klok weergegeven op het display en wordt gedurende tien seconden “LOC” weergegeven als er op een toets wordt gedrukt.

2. Houd de toets DEMPEN 3 seconden ingedrukt tot een lange pieptoon klinkt om het KINDERSLOT te annuleren.

VEILIGHEIDSVERGRENDELINGSSYSTEEM Gebruiken om onbegeleid gebruik door kleine kinderen te voorkomen. Instellen: Als er in de stand-bymodus één minuut lang niets bediend wordt, schakelt de oven automatisch de veiligheidsvergrendeling in en gaat het indicatielampje voor de vergrendeling branden. Terwijl de oven vergrendeld is, zijn alle toetsen vergrendeld. Als u op om het even welke toets drukt, wordt de vergrendelingsindicatie 5 seconden lang op het display weergegeven om de gebruiker eraan te herinneren dat de veiligheidsvergrendeling moet worden uitgeschakeld. Om de veiligheidsvergrendeling uit te schakelen, opent u gewoon de deur van de magnetron. Het toetsenblok wordt opnieuw geactiveerd en het indicatielampje voor de vergrendeling dooft. AUTOMATISCH BESCHERMINGSMECHANISME OVERVERHITTINGSBEVEILIGING: Wanneer de oven een hoge temperatuur detecteert, wordt op het display "E01" weergegeven en stopt de oven met werken. Dit kan worden geannuleerd door te drukken op de STOP/ECO-toets. BEVEILIGING TEGEN LAGE TEMPERATUREN: Wanneer de oven de modus voor beveiliging tegen lage temperaturen inschakelt, wordt op het display "E02" weergegeven en stopt de oven met werken. Dit kan worden geannuleerd door te drukken op de STOP/ECO-toets. BEVEILIGING TEGEN SENSORSTORING: Wanneer de oven een probleem met een van de sensoren detecteert, wordt "E03" of "E04" weergegeven op het display en stopt de oven met werken. Er klinkt ook een waarschuwingssignaal. Dit kan worden geannuleerd door te drukken op de toets STOP/ECO. AUTOMATISCH KOKEN In de volgende bereidingsstand hoeft u geen bereidingstijd of vermogen te programmeren voor het voedsel. U dient enkel het soort voedsel dat u wilt bereiden en het gewicht of het aantal porties ervan aan te geven.

1. In de stand-bymodus drukt u herhaaldelijk op de AUTO MENU-toets om de menucode te selecteren.

2. Draai aan de knop TIJD/GEWICHT om het voedselgewicht of het aantal porties in te stellen.

3. Druk op de toets START/+30s om te starten.

Automatisch koken menu's: Code Voedsel Notitie A-01 Drank (200 ml/kopje, 1 - 3 kopjes) A-02 Gepofte aardappels (230 ±10 g/portie, 1 - 2 porties) A-03 Groenten (200 - 600 g) A-04 Automatisch opwarmen (200 - 800 g) A-05 Soep (300 ml/kom, 1 - 3 kommen) A-06 Rijst (150 - 600 g) A-07 Gebraden rund/lamsvlees (200 - 600 g) A-08 Gegrilde visstukjes (200 - 600 g) A-09 Gegrilde bacon (100 g, 200 g, 300 g) A-10 Ovenfriet (200 g) A-11 Pizza (150 g, 300 g, 450 g) A-12 Cake (475 g) A-13 Gebraden kip (800 - 1400 g)

1. Voor items "A07" ~ "A09", "A-13” pauzeert

de oven het bereidingsproces en klinkt er een geluidssignaal om de gebruiker eraan te herinneren het voedsel te keren en dan op de toets START/+30s te drukken om de bereiding te hervatten.

2. Wanneer u de functie voor automatische

bereiding gebruikt, is het mogelijk dat het voedsel niet wordt bereid zoals verwacht. Daar zijn verschillende redenen voor, zoals persoonlijke voorkeur, de grootte/vorm van het voedsel, de omgevingstemperatuur, spanningsvariaties op het netstroomcircuit, de plaatsing van het voedsel op de bodem van de oven enz. Als het voedsel niet naar wens is bereid, pas dan de bereidingstijd aan om dit te corrigeren.

1. Schakel de oven uit en trek de stekker uit het stopcontact wanneer u hem gaat reinigen.

2. Houd de binnenkant van de oven schoon. Wanneer opgespat voedsel of gemorste vloeistoffen aan de wanden

van de oven blijven plakken, veegt u die af met een vochtige doek. Als de oven erg vuil wordt, kunnen milde schoonmaakmiddelen worden gebruikt. Gebruik geen spray of andere agressieve reinigingsmiddelen. Die kunnen vlekken, strepen of een doffe aanslag achterlaten op het oppervlak van de deur.

3. De buitenkant van de oven dient te worden gereinigd met een vochtige doek. Om schade aan de werkende delen

binnen in de oven te voorkomen mag er geen water in de ventilatieopeningen binnensijpelen.

4. Veeg de deur en het venster, de deurafdichtingen of aangrenzende delen regelmatig schoon met een vochtige

doek om alle spatten of gemorst voedsel te verwijderen. Gebruik geen schuurmiddelen.

5. Niet met stoom reinigen.

6. Laat het bedieningspaneel niet nat worden. Veeg het schoon met een zachte, vochtige doek. Laat de deur open

wanneer u het bedieningspaneel schoonmaakt om te vermijden dat u de oven per ongeluk inschakelt.

7. Als er zich stoom verzamelt aan de binnenkant of rond de buitenkant van de ovendeur, veeg die dan schoon met

een vochtige doek. Dit is mogelijk wanneer de magnetron wordt gebruikt onder vochtige omstandigheden. Dit is geen defect.

8. De bodem van de oven moet regelmatig worden gereinigd om te vermijden dat hij vuil wordt of dat vonken/

schade ontstaan. Veeg het bodemoppervlak van de oven gewoon schoon met een mild reinigingsmiddel.

9. Om geurtjes uit uw oven te verwijderen, doet u een kopje water en het sap en de schil van één citroen in een

magnetronbestendige kom. Verhit die 5 minuten met de magnetronfunctie. Veeg de magnetron grondig schoon en droog hem af met een zachte doek.

10. Neem contact op met de klantendienst voor advies als de lamp defect raakt.

11. De oven dient regelmatig te worden gereinigd en eventuele voedselresten dienen te worden verwijderd. Indien

de oven niet schoon wordt gehouden, kan dit leiden tot aantasting van het oppervlak. Dit kan dan weer leiden tot een verkorte levensduur van het apparaat en mogelijk tot gevaarlijke situaties.

12. Verwijder dit toestel niet met het gewone huisvuil; het dient te worden verwijderd bij het speciale

inzamelcentrum dat door de gemeente is voorzien.

13. Wanneer de magnetron met grillfunctie voor het eerst wordt gebruikt, kan deze een kleine hoeveelheid rook en

een lichte geur afgeven. Dit is normaal, omdat de oven gemaakt is van een staalplaat waarop een laag smeerolie is aangebracht. De nieuwe oven geeft rook en een geur af doordat de smeerolie wordt verbrand. Dit verschijnsel verdwijnt nadat u de oven een tijdlang heeft gebruikt. NL – 23

GESCHIKTE SCHALEN Om te verwarmen/ontdooien met een combi-magnetron, moet de microgolfenergie door de schaal heen kunnen om het voedsel binnen te dringen. Daarom is het belangrijk om te kiezen voor geschikt kookgerei. Rond/ovaal servies heeft de voorkeur boven vierkant/langwerpig servies, omdat het voedsel in de hoeken de neiging heeft over te koken. Een verscheidenheid aan kookgerei kan worden gebruikt zoals hieronder omschreven. Kookgerei Magnetronbestendig Grill/ Convectie Opmerking

Kleine stukken aluminiumfolie kunnen worden gebruikt om voedsel tegen oververhitting te beschermen. Houd de folie tenminste 2 cm van de ovenwanden, omdat het anders kan gaan vonken. Verpakkingen, bakjes en schalen van aluminium worden niet aanbevolen tenzij anders aangegeven door de fabrikant, bijv. Microfoil®; volg de instructies zorgvuldig op. Bruiningsschalen

Volg altijd de instructies van de fabrikant op. Overschrijd de opgegeven verwarmingstijden niet. Wees zeer voorzichtig omdat deze schalen heel heet worden. Porselein en keramiek

Porselein, aardewerk en beenderporselein zijn normaal gesproken geschikt, behalve als deze metalen decoratie hebben. Aluminiumfolie Aluminium verpakkingen Ga zorgvuldig om met fijn glaswerk omdat dit kan breken of barsten bij plotselinge temperatuurverschillen. Glasservies bijv. Pyrex® Metaal

Metalen kookgerei wordt niet aanbevolen omdat dit gaat vonken, wat tot brand kan leiden. Plastic/polystyreen bijv. fastfood-bakjes Ga hier zorgvuldig mee om omdat sommige bakjes vervormen, smelten of verkleuren bij hoge temperaturen. Vershoudfolie Het mag het voedsel niet raken en moet doorgeprikt zijn om de stoom te laten ontsnappen. Diepvries/braadzakken Moeten zijn doorgeprikt om de stoom te laten ontsnappen. Controleer of de zakken geschikt zijn voor gebruik in de magnetron. Papieren borden, bekers en keukenrolpapier Gebruik geen plastic of metalen bevestigingen, omdat deze kunnen smelten of vlam kunnen vatten door de vonken van het metaal. Bakjes van riet of hout Gebruik deze alleen voor opwarmen of om vocht te absorberen. Voorzichtigheid is geboden omdat door oververhitting brand kan ontstaan. Gerecycled papier en krantenpapier Blijf altijd bij de oven wanneer deze materialen worden gebruikt omdat oververhitting brand kan veroorzaken. Kan stukjes metaal bevatten die vonken veroorzaken en kunnen leiden tot brand. WAARSCHUWING: Bij het verwarmen van eten in plastic of papieren bakjes dient u in de gaten te houden dat de bakjes geen vlam vatten. OPMERKING: Laat uw oven niet onbewaakt achter terwijl deze in werking is. NL – 24

TIPS VOOR KOKEN MET DE MAGNETRON

Met een magnetron bereidt u etenswaren sneller dan door deze op de conventionele manier te koken. Het is daarom van essentieel belang dat bepaalde technieken worden gevolgd om goede resultaten te garanderen. Veel van de volgende technieken zijn vergelijkbaar met de technieken die in de conventionele keuken worden gebruikt. WAARSCHUWING: Vloeistoffen en etenswaren mogen niet worden opgewarmd in gesloten bakjes of potjes/bakjes met een deksel. Binnen in het bakje/potje stijgt de druk, waardoor het bakje/potje kan exploderen. KOOKADVIEZEN:

  • Blijf altijd bij de oven als deze in gebruik is.
  • Zorg ervoor dat het keukengerei geschikt is voor gebruik in een magnetronoven.
  • Aanbevolen bereidingstijden en vermogensniveaus vindt u in de tabellen in het ‘kookboek’ bij deze handleiding.
  • Plaats geen warme etenswaren/warm keukengerei op een koud bodemvlak en ook geen koude etenswaren/koud keukengerei op een heet bodemvlak.
  • Gebruik alleen magnetronpopcorn in de aanbevolen verpakking (volg de instructies van de fabrikant op). Gebruik nooit olie, tenzij dit is aangegeven door de fabrikant, en bereid de popcorn nooit langer dan in de instructies vermeld staat. WAARSCHUWING: Volg altijd de instructies in de SHARP-bedieningshandleiding op. Als u de aanbevolen kooktijden overschrijdt en te hoge vermogensniveaus gebruikt, kan het voedsel te warm worden of aanbranden. In extreme gevallen kan het voedsel in brand vliegen en de oven beschadigen. Verdeling Plaats de dikste etenswaren aan de buitenkant van de schaal, bijv. kippenboutjes. Etenswaren die aan de buitenkant van de schaal geplaatst worden, krijgen meer energie en zijn dus sneller gaar dan de etenswaren in het midden. Afdekken Bepaalde etenswaren kunnen beter afgedekt worden tijdens de bereiding in de magnetron. Gebruik vershoud- of magnetronfolie of een geschikt deksel met (een) ventilatieopening(en). Gaatjes prikken In etenswaren met een schaal, huid of membraan moeten voor het koken of opwarmen op meerdere plaatsen gaatjes worden geprikt, omdat de stoom zich anders ophoopt. Dit kan ertoe leiden dat de etenswaren exploderen, bijv. aardappelen, vis, kip, worstjes. OPMERKING: Eieren mogen niet worden opgewarmd in de magnetron. Ze kunnen ontploffen, zelfs nadat de bereiding voltooid is, dus ook al zijn ze bijvoorbeeld gepocheerd, gebakken of hardgekookt. Roeren, omdraaien en opnieuw verdelen Voor een gelijkmatige bereiding is het essentieel om tijdens het koken de etenswaren om te roeren, deze om te draaien en om deze opnieuw te verdelen. Werk altijd vanuit de buitenkant naar het midden toe bij het roeren en opnieuw verdelen. Wachten Wachttijd na bereiding is belangrijk, omdat het ervoor zorgt dat de warmte gelijkmatig door het voedsel wordt verspreidt. NL – 25

Kenmerken van etenswaren Compositie Voedingsmiddelen met een hoog vet- of suikergehalte (bijv. kerstpudding, gehaktbroodjes) hebben minder opwarmtijd nodig. Wees voorzichtig, want oververhitting kan tot brand leiden. Botten in etenswaren geleiden warmte, waardoor het voedsel sneller gaar wordt. Let erop dat het voedsel gelijkmatig wordt gekookt. Dichtheid De dichtheid van etenswaren is van invloed op de benodigde kooktijd. Lichte, poreuze etenswaren, zoals gebak of brood, kookt sneller dan zware, dichte etenswaren, zoals gebraad en ovenschotels. Hoeveelheid Het aantal microgolven in uw oven blijft gelijk, ongeacht de hoeveelheid etenswaren die gekookt wordt. De kooktijd moet worden verlengd naarmate de hoeveelheid etenswaren in de oven toeneemt. Het duurt bijvoorbeeld langer om vier aardappelen te koken dan twee. Grootte Kleine etenswaren en kleine stukjes koken sneller dan grote, omdat de microgolven van alle kanten tot in het midden kunnen doordringen. Zorg er voor een gelijkmatige bereiding voor dat alle stukken van dezelfde grootte zijn. Vorm Bij etenswaren met een onregelmatige vorm, zoals kipfilet of kippenboutjes, duurt het langer voordat de dikkere delen gaar zijn. Leg de dikste delen aan de buitenkant van de schaal, waar deze meer energie krijgen. Ronde vormen koken gelijkmatiger dan vierkante vormen bij bereiding in de magnetron. Temperatuur van etenswaren De begintemperatuur van etenswaren beïnvloedt de benodigde kooktijd. Het koken van gekoelde etenswaren duurt langer dan etenswaren op kamertemperatuur. De temperatuur van de verpakking is geen echte indicatie van de temperatuur van de etenswaren of de drank. Snij in etenswaren met vullingen, bijvoorbeeld donuts met jam, om warmte of stoom te laten ontsnappen. WAARSCHUWING: Gezicht & handen: draag altijd ovenhandschoenen om etenswaren of keukengerei uit de oven te pakken. Doe een stap achteruit als u de oven opent om warmte of stoom te laten ontsnappen. Bij het verwijderen van afdekkingen (zoals vershoudfolie), het openen van braadzakken of popcornverpakkingen, dient u ervoor te zorgen dat de stoom niet in de richting van het gezicht of de handen ontsnapt. WAARSCHUWING: Controleer de temperatuur van etenswaren en drankjes en roer voor het serveren. Wees bijzonder voorzichtig bij etenswaren of drankjes voor baby's, kinderen of ouderen. De inhoud van zuigflessen en potjes met babyvoeding moet geroerd of geschud worden. Controleer de temperatuur voor consumptie om te voorkomen dat er brandwonden ontstaan.

TIPS VOOR ONTDOOIING

Het ontdooien van etenswaren met behulp van uw magnetron is de snelste methode. Het is een eenvoudig bereidingsproces, maar de volgende instructies zijn essentieel om ervoor te zorgen dat de etenswaren grondig ontdooid worden.

  • Verwijder alle verpakkingen voor het ontdooien.
  • Gebruik de magnetronvermogensniveaus 30P of 10P om etenswaren te ontdooien.
  • Meer informatie vindt u hieronder. Verdelen Etenswaren die aan de buitenkant van de schaal geplaatst worden, zullen sneller ontdooien dan de etenswaren in het NL – 26 midden. Het is daarom van essentieel belang dat de etenswaren tijdens het ontdooien tot 4 keer opnieuw verdeeld worden. Verplaats dicht opeengepakte stukken van buiten naar het midden en verdeel de stukken die elkaar overlappen opnieuw. Dit zorgt ervoor dat alle stukken gelijkmatig ontdooien. Scheiden Etenswaren kunnen aan elkaar kleven als u deze uit de vriezer haalt. Het is belangrijk om de etenswaren tijdens het ontdooien zo snel mogelijk te scheiden. bijv. spekreepjes, kipfilets. Afschermen Sommige stukken van ontdooide etenswaren kunnen warm worden. Om te voorkomen dat deze warmer worden en beginnen te koken, kunt u deze stukjes afschermen met kleine stukjes folie, die de microgolven reflecteren. Bijv. de poten en vleugels van kip. Wachten De wachttijd is nodig om ervoor te zorgen dat de etenswaren grondig ontdooien. Het ontdooiproces is niet voltooid als de etenswaren eenmaal uit de magnetron zijn gehaald. De etenswaren moeten gedurende een bepaalde tijd afgedekt blijven staan om ervoor te zorgen dat ook de kern volledig ontdooid is. Omdraaien Het is cruciaal dat alle etenswaren tijdens het ontdooien minstens 3 tot 4 keer omgedraaid worden. Dit is belangrijk voor een grondige ontdooiing.

Voor het opwarmen van etenswaren volgt u de onderstaande adviezen en richtlijnen. Zo zorgt u ervoor dat de etenswaren grondig opgewarmd worden alvorens u deze opdient. Maaltijden op een bord Haal eventuele porties gevogelte of vlees van het bord af. Warm deze afzonderlijk op, zie hieronder. Plaats kleinere stukken etenswaren in het midden van het bord, grotere en dikkere etenswaren aan de rand. Bedek het bord met magnetronfolie en warm het gerecht op het vermogen 50P op. Roer halverwege de opwarmfase en verdeel de etenswaren opnieuw. OPMERKING: zorg ervoor dat de etenswaren grondig opgewarmd worden alvorens u deze opdient. Gesneden vlees Bedek dit met vershoud- of magnetronfolie en warm het vlees op het vermogen 50P op. Verdeel de stukken vlees minstens één keer opnieuw om te zorgen voor een gelijkmatige opwarming. OPMERKING: zorg ervoor dat het vlees grondig opgewarmd wordt alvorens u dit opdient. Porties gevogelte Leg de dikste stukken van de porties aan de buitenkant van het bord. Bedek het bord met vershoud- of magnetronfolie en warm het gevogelte op het vermogen 70P op. Draai de stukken halverwege het opwarmen om. OPMERKING: zorg ervoor dat het gevogelte grondig opgewarmd wordt alvorens u dit opdient. Ovenschotels Bedek deze met vershoud- of magnetronfolie of een geschikt deksel en warm het gerecht op het vermogen 50P op. Roer regelmatig om te zorgen voor een gelijkmatige opwarming. OPMERKING: zorg ervoor dat de etenswaren grondig opgewarmd worden alvorens u deze opdient. Om de beste resultaten te verkrijgen bij het opwarmen, selecteert u een magnetronvermogen dat geschikt is voor de betreffende etenswaren. Een schaal met groenten kan bijvoorbeeld worden opgewarmd op 100P, terwijl een lasagne met ingrediënten die niet kunnen worden geroerd, opgewarmd dient te worden op 50P. OPMERKINGEN:

  • Verwijder de etenswaren uit de folie of metalen bakjes alvorens u deze opwarmt.
  • Opwarmtijden zijn afhankelijk van de vorm, diepte, hoeveelheid en temperatuur van de etenswaren, evenals van de grootte, vorm en het materiaal van het bakje. WAARSCHUWING: Verhit nooit vloeistoffen in flessen met een dunne hals, omdat de vloeistof plotseling uit de fles zou kunnen spuiten en brandwonden kan veroorzaken. NL – 27
  • Om oververhitting en brand te voorkomen dient u goed op te letten wanneer u voedsel met een hoog suiker- of vetgehalte, zoals gehaktbroodjes of kerstpudding opwarmt.
  • Verwarm nooit olie of vet dat bedoeld is om te frituren. Dit kan leiden tot oververhitting en brand.
  • Aardappelen in blik mogen niet opgewarmd worden in de magnetron. Volg de instructies van de fabrikant op het blikje. WAARSCHUWING: De inhoud van babyflesjes roeren of schudden en de temperatuur voor consumptie controleren om verbranding te voorkomen. PROBLEEMOPLOSSING Indien u het idee heeft dat de oven niet goed werkt zijn er een aantal eenvoudige controles die u kunt uitvoeren voordat u de hulp van een technicus inroept. Hiermee wordt voorkomen dat u onnodig een technicus laat komen voor een defect dat eenvoudig is op te lossen. Deze eenvoudige controle wordt hieronder uiteengezet: Zet een half kopje water op het bodemvlak en sluit de deur. Programmeer de oven om 1 minuut te koken op het magnetronvermogen 100P.

1. Gaat de ovenlamp aan tijdens het koken?

2. Werkt de ventilator? (U kunt hiervoor uw hand boven de luchtventilatoropeningen plaatsen.)

3. Hoort u na 1 minuut het belsignaal?

4. Is het water in de kop heet geworden?

Neem het kopje water uit de oven en sluit de deur. Programmeer de oven om 3 minuten te grillen.

5. Wordt het verwarmingselement van de grill na 3 minuten rood?

Als uw antwoord "NEE" is op iedere vraag, controleer dan eerst of de oven op de juiste manier is aangesloten en of er geen zekering is gesprongen. Als dit niet het geval is kunt u de onderstaande probleemoplossingstabel raadplegen. WAARSCHUWING: Repareer, wijzig of pas de oven nooit zelf aan. Dit is gevaarlijk en het onderhoud en reparaties dienen te worden uitgevoerd door een hiervoor opgeleide onderhoudsmonteur van SHARP. Dit is belangrijk omdat hierbij wellicht een afdekking van de magnetron dient te worden geopend die bescherming biedt tegen microgolven.

  • De deurafdichting houdt lekkage van microgolven tijdens de ovenfunctie tegen, maar zorgt niet voor een luchtdichte afsluiting. Het is normaal dat er rond de ovendeur druppels water of licht te zien is of dat u hier warme lucht voelt. Voedsel dat veel vocht bevat, veroorzaakt stoom en condensatie aan de binnenkant, die aan de buitenkant te zien kan zijn.
  • Reparaties en aanpassingen: voer geen reparaties of aanpassingen aan de oven uit als deze niet naar behoren functioneert.
  • Behuizing en lamp: maak de behuizing nooit open. Dit is erg gevaarlijk omdat de onderdelen binnenin onder hoge spanning staan en dus nooit mogen worden aangeraakt. Dit is immers levensgevaarlijk. De oven is niet voorzien van een toegankelijk deksel op de lamp. Als de lamp kapot is, dient u deze niet zelf te vervangen maar neem hiervoor contact op met een door SHARP erkende servicedienst. NL – 28 PROBLEEMOPLOSSINGSTABEL VRAAG ANTWOORD Ik voel een luchtstroom bij de deur. Wanneer de oven werkt, circuleert er lucht in de ovenruimte. De deur vormt geen luchtdichte afsluiting dus er kan lucht via de deurkieren ontsnappen. Er wordt condensatie in de oven gevormd, die op de deur te zien kan zijn. De ovenruimte is normaal gesproken kouder dan de etenswaren die worden bereid. De stoom die tijdens het koken wordt geproduceerd condenseert op het koudere oppervlak. De hoeveelheid stoom hangt af van de hoeveelheid water dat de etenswaren bevatten. Sommige etenswaren, zoals aardappelen, bevatten ontzettend veel vocht. Condensatie in de glazen deur zou na een paar uur verdwenen moeten zijn. Flitsen of vonken in de ovenruimte tijdens het koken. Vonken ontstaan als er een metalen voorwerp in de buurt komt van de ovenruimte tijdens de bereiding. Dit kan mogelijk het oppervlak van de ovenruimte aantasten, maar zal de oven niet beschadigen. Vonken bij het bereiden van aardappels. Controleer of alle "ogen" van de aardappelen zijn verwijderd en dat u ze heeft ingeprikt. Plaats ze direct op het bodemvlak of in een hittebestendige schaal of iets soortgelijks. Het display is verlicht maar het bedieningspaneel reageert niet. Controleer of de deur goed is gesloten. Oven werkt te langzaam. Zorg ervoor dat het juiste vermogen is geselecteerd. Oven maakt geluid. De magnetronenergie gaat aan en uit tijdens het koken/ontdooien. Buitenkast is heet. De kast kan handwarm worden - houd kinderen uit de buurt. RADIOSTORING Het gebruik van de magnetron kan storing op uw radio, televisie of soortgelijke apparatuur veroorzaken. Eventuele storing kan worden verminderd of vermeden door de volgende maatregelen te treffen:

1. Reinig de deur en de afdichtingsvlakken van de oven.

2. Pas de richting van de ontvangstantenne van uw radio of televisie aan.

3. Zet de magnetron op een andere plaats ten opzichte van de ontvanger.

4. Zet de magnetron op een grotere afstand van de ontvanger.

5. Steek de stekker van de magnetron in een ander stopcontact zodat hij op een ander stroomcircuit aangesloten is

VOORDAT U HULP INROEPT

Controleer voordat u de hulp van de klantendienst inroept elk van de volgende zaken:

  • Controleer of de stekker van de oven correct in het stopcontact zit. Zo niet, dan trekt u de stekker uit het stopcontact, wacht u 10 seconden en steekt u hem er opnieuw en correct in.
  • Controleer of er geen zekering gesprongen is of stroomonderbreker geactiveerd is. Als deze zaken correct lijken te werken, test u het stopcontact met een ander apparaat.
  • Controleer of het bedieningspaneel correct is geprogrammeerd en de kookwekker is ingesteld.
  • Controleer of de deur goed dicht is en het vergrendelingssysteem van de deur daarbij functioneert. Als de deur niet goed dicht is, werkt de magnetron niet. ALS GEEN VAN DE BOVENSTAANDE CONTROLES HET PROBLEEM VERHELPT, NEEM DAN CONTACT OP MET DE HULPLIJN VAN SHARP. PROBEER DE OVEN NIET ZELF TE REPAREREN. NL – 29