GEBRUIKSAANWIJZING UF 242 E W742C VALBERG
Dit product wordt gegarandeerd voor een periode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum*, voor elke storing die het gevolg is van een fabricagefout of het materiaal. Gebreken of schade door slechte installatie, onjuist gebruik of abnormale slijtage van het product worden niet gedekt door deze garantie.
*op vertoon van kassabon.
GARANTIEVOORWAARDEN
GEBRUIKSAANWIJZINGEN 26
GEBRUIKSAANWIJZINGEN 38








Proficiat met uw keuze voor een product van VALBERG. De selectie en de testen van de toestellen van VALBERG gebeuren volledig onder controle en supervisie van ELECTRO DEPOT. We staan garant voor de kwaliteit van de toestellen van VALBERG, die uitmunten in hun eenvoudig gebruik, hun betrouwbare werking en hun onberispelijke kwaliteit.
ELECTRO DEPOT beveelt de VALBERG toestellen aan en is ervan overtuigd dat u uiterst tevreden zult zijn bij elk gebruik van het toestel. Welkom bij ELECTRO DEPOT.
Bezoek onze website: www.electrodepot.be

Overzicht van het toestel
Gebruiks- en omgevingstemperatuur
Instellen van de thermostaat
Onderdelen

Gebruik van het toestel
Deur omkeren
Installatie
Ingebruikname
Dagelijks gebruik
Nuttige hints en tips

Praktische informatie
Reiniging en onderhoud
Reparatie
Gebruiks- en omgevingstemperatuur
We raden aan om de klassieke klimaatklassen die aangeduid worden op de productfiche en op het typeplaatje te respecteren, hierdoor kunt u nagaan binnen welk omgevingstemperatuurbereik het toestel kan worden gebruikt:
SN: Tussen 10 en 32°C - N: Tussen 16 en 32°C ST: Tussen 16 en 38°C - T: Tussen 16 en 43°C
Een toestel met multiklassen kan de laagste en hoogste temperatuur van alle gedekte klassen bereiken.
Het gebruik van het toestel buiten dit omgevingstemperatuurbereik tast de prestaties en de levensduur van het toestel aan.
Instellen van de thermostaat
Voor een optimaal gebruik en om energie te besparen, raden we aan de thermostaat van het toestel te regelen volgens de omgevingstemperatuur waarin het toestel gebruikt wordt, onder voorbehoud dat de klimaatklassen worden nageleefd.
Raadpleeg het productinformatieblad om de klimaatklasse te kennen die verbonden is aan de minimale en maximale omgevingstemperaturen aangepast aan het toestel, en voor de aanbevolen temperatuurinstelling voor een optimale opslag van de voedingswaren.
De graden van de omgevingstemperatuur T°C worden ter informatie gegeven.
De plaatsing in de ruimte, de frequentie van het openen van de deur(en) of de mate waarin het toestel met voedingsmiddelen is gevuld, kunnen de voormelde posities beïnvloeden.
De positie van de thermostaat dient aangepast te kunnen worden om deze factoren te compenseren.
Voorbeelden van de ruimte waarin het toestel gebruikt wordt:
- Ruimte die niet verwarmd wordt in de winter, zoals een garage in een koude streek.
- Leefruimte die normaal verwarmd wordt, zoals een keuken.
- Ruimte zonder airco in de zomer in een warme streek.
| Thermostatinstelling voor ambient T °C : NORMAAL ≈ +24°C (± 4°C) | Normal |
| Thermostatinstelling voor ambient T °C : KOUD ≈ +16°C (± 4°C) | Normal |
| Thermostatinstelling voor ambient T °C : HEET ≈ +32°C (± 4°C) | Normal |
Onderdelen
1
Vriesladen
3
Stelvoetjes
2
Thermostaat
- Alle afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn louter indicatief; raadpleeg uw apparaat voor meer informatie.
Deur omkeren
Benodigd gereedschap:
Kruiskopschroevendraaier, platkopschroevendraaier, zeskantsleutel. Zorg dat de stekker uit het stopcontact is gehaald en dat het apparaat leeg is. Om de deur te kunnen afhalen, is het nodig om het apparaat naar achteren te kantelen. Laat het apparaat op een stevig voorwerp rusten zodat het apparaat tijdens het wijzigen van de deurrichting niet kan verschuiven. Bewaar alle verwijderde delen zodat u deze later bij het terugplaatsen van de deur opnieuw kunt gebruiken. Leg het apparaat niet vlak op de grond om schade aan het koelsysteem te vermijden. Het wordt aanbevolen om het apparaat door 2 personen in elkaar te laten zetten.
Schroef de scharnierkap los. Open de deur en schroef de bovenste scharnier los. Haal de deur vervolgens van de kast af en plaats het op een zacht oppervlak om schade te vermijden. Verwijder de kap en schroeven aan de linkerkant en maak ze aan de rechterkant vast. Leg de achterkant van de kast voorzichtig neer op een zacht oppervlak. Verwijder eerst de twee stelvoetjes. Schroef vervolgens de deurscharnier en de linker voetplaat los.
Opgelet! Als er zich een schroef in de hoek aan de linker voorkant bevindt, verwijder het voordat u de scharnier installeert.
Schroef de onderste scharnierpen los en haal af. Draai de beugel om en plaats het terug. Installeer de scharnier aan de linkerkant en de voetplaat aan de rechterkant. Schroef vervolgens de twee stelvoetjes met de originele onderdelen vast. Schroef de bovenste scharnierpen los en installeer het in het linker gat. Laat het apparaat opnieuw overeind staan en plaats de deur op de onderste scharnier. Zorg dat de onderste scharnier in het deurgat is ingebracht.
Maak vervolgens de bovenste scharnier aan de deur vast. Voordat u de bovenste scharnier stevig vastmaakt, open de deur en controleer of de kast volledig is afgedicht. Schroef ten slotte de scharnierkap op de scharnier vast.
Installatie
De deurhandvat installeren
Achterste afstandhouder
Schroef de achterste afstandhouders aan de achterkant van het apparaat vast.
Benodigde ruimte
Zorg voor voldoende ruimte om de deur te kunnen openen.
Houd een vrije ruimte van minstens 50 mm aan weerskanten.
Het apparaat waterpas zetten
12 Om het apparaat waterpas te zetten, stel de twee stelvoetjes van het apparaat af.
Als het apparaat niet vlak staat, worden de uitlijning van zowel de deur als de magnetische afdichtingen onvoldoende afgedekt.
Plaatsbepaling
- Installeer dit apparaat in een ruimte waar de omgevingstemperatuur overeenstemt met de klimaatklasse die op het typeplaatje van het apparaat is aangegeven:
Locatie
- Installeer het apparaat uit de buurt van warmtebronnen, zoals een radiator, boiler, direct zonlicht, etc. Zorg dat de lucht ongehinderd rond de zijkant van de kast kan circuleren.
- Voor de beste prestaties: als het apparaat onder een hangkast wordt geplaatst, zorg voor een minimale afstand van minstens 100 mm tussen de bovenkant van het apparaat en de hangkast. Het wordt echter aangeraden om het apparaat niet onder een hangkast te plaatsen.
- Zet het apparaat waterpas door een of meerdere stelvoetjes aan de onderkant van het apparaat af te stellen.
WAARSCHUWING
Het apparaat moet op elk moment van de stroom ontkoppeld kunnen worden, zorg er aldus voor dat de stekker na installatie eenvoudig bereikbaar is.
Elektrische aansluiting
- Voordat u de stekker in het stopcontact steekt, controleer of de spanning en de frequentie die op het typeplaatje zijn vermeld overeenstemmen met de netvoeding in uw woning.
- Het apparaat moet geaard zijn. De stekker is voor dit doeleinde voorzien van een aardingspen.
- Als het stopcontact niet geaard is, sluit het apparaat aan op een afzonderlijke aarding die in overeenstemming is met de geldende voorschriften. Raadpleeg hiervoor een vakbekwame elektricien.
- De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt door het negeren van de bovenstaande veiligheidsmaatregelen.
- Dit apparaat is in overeenstemming met de E.E.C. richtlijnen.
Ingebruikname
De binnenkant reinigen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt, reinig de binnenkant en de interne accessoires met lauw water en een beetje milde zeep om de typische geur van een nieuw product te verwijderen. Droog vervolgens grondig.
OPGELET
Gebruik geen detergenten of agressieve schoonmaakmiddelen, deze kunnen de buitenkant van het apparaat beschadigen.
Temperatuurinstelling
- Steek de stekker in het stopcontact. De binnentemperatuur wordt geregeld door middel van een thermostaat.
- Er zijn 3 standen: MIN, NORMAL en MAX. MIN is de warmste stand.
- MAX is de koudste stand.
Thermostatinstelling voor omgevingstemperatuur ≈ +24°C (± 4°C): NORMAL
Thermostatinstelling voor omgevingstemperatuur ≈ +16°C (± 4°C): NORMAL
Thermostatinstelling voor omgevingstemperatuur ≈ +32°C (± 4°C): NORMAL
- Het is mogelijk dat het apparaat niet op de juiste temperatuur werkt wanneer het in een zeer warme ruimte wordt gebruikt of wanneer de deur vaak wordt geopend.
Dagelijks gebruik
Verse levensmiddelen invriezen
- Het vriesvak is geschikt voor het invriezen van verse levensmiddelen en het bewaren van bevroren en diepgevroren levensmiddelen gedurende een lange periode.
- Plaats verse in te vriezen levensmiddelen in het onderste vak.
- De maximale hoeveelheid levensmiddelen die in 24 uur kan worden ingevroren is aangegeven op het typeplaatje.
- Het invriesproces duurt 24 uur: voeg gedurende deze periode geen andere te bevriezen levensmiddelen toe.
Diepvriesproducten bewaren
- Bij ingebruikname of na een lange periode van niet-gebruik, voordat u de levensmiddelen in het apparaat plaatst, laat u het minstens 2 uur op een van de hogere standen werken.
- Belangrijk! In geval van een toevallige ontdooiing, bijv. als de stroomuitval langer duurt dan de waarde die in de tabel "Specificaties" onder "Autonomie" is aangegeven, eet het ontdooide voedsel snel op of kook het onmiddellijk en vries het vervolgens opnieuw in (na het koken).
Ontdooien
Diepgevroren of bevroren levensmiddelen kunnen voor gebruik in het koelvak of op kamertemperatuur worden ontdooid, afhankelijk van de beschikbare tijd die u hebt. - Kleine stukken voedsel kunnen worden gekookt wanneer ze nog bevroren zijn en rechtstreeks uit de diepvries komen. In dit geval zal de kooktijd langer zijn.
IJsblokjes
- Dit apparaat is voorzien van een of meerdere bakjes voor het maken van ijsblokjes.
Nuttige hints en tips
Tips voor invriezen
Om uw levensmiddelen op de beste manier in te vriezen, lees onderstaande tips:
De maximale hoeveelheid levensmiddelen die in 24 uur kan worden ingevroren, is aangegeven op het typeplaatje. Het invriesproces duurt 24 uur. Voeg tijdens deze periode geen andere levensmiddelen toe om in te vriezen. Vries enkel hoogwaardige, verse en volledig schone levensmiddelen in. Verpak het voedsel in kleine porties om het snel en volledig in te vriezen. U hoeft vervolgens enkel de hoeveelheid te ontdooien die u werkelijk nodig hebt. Verpak het voedsel in aluminiumfolie of polyethyleen en zorg dat de verpakkingen luchtdicht zijn. Zorg dat verse, niet bevroren levensmiddelen geen reeds bevroren levensmiddelen aanraken, om een temperatuurstijging van de bevroren levensmiddelen te vermijden. Levensmiddelen met een laag vetgehalte bewaren beter en langer dan levensmiddelen met een hoog vetgehalte. Zout verkort de bewaartijd van de levensmiddelen. Waterijs dat onmiddellijk na het uithalen uit het vriesvak wordt gegeten, kan vriesbrandwonden veroorzaken. Identificatie van de verpakking is belangrijk! Houd rekening met de invriesdatum op de productverpakking en raadpleeg de vervaldatum die door de fabrikant is aangegeven.
Tips voor het bewaren van diepvriesproducten
Voor de beste prestaties van uw apparaat, zorg dat:
- De bevroren levensmiddelen op een juiste manier door de handelaar werden bewaard.
- De bevroren levensmiddelen zo snel mogelijk van de winkel naar de vrieskast worden gebracht.
- Open de deur niet te vaak en niet langer dan nodig. Levensmiddelen bederven snel eenmaal ontdooid en mogen niet opnieuw worden ingevroren.
- Overschrijd de bewaarperiode die door de fabrikant van het levensmiddel is aangegeven niet.
Reiniging en onderhoud
- Uit hygiënische overwegingen, reinig de binnenkant van het apparaat en de interne accessoires regelmatig.
WAARSCHUWING
- Gevaar op elektrische schokken! Voordat u het apparaat reinigt, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact, of schakel uit en ontkoppel de circuitonderbreker of zekering. Maak het apparaat nooit schoon met een stoomreiniger. Vocht kan de elektrische componenten binnendringen. Gevaar op elektrische schokken! Warme damp kan de kunststof onderdelen beschadigen.
- Zorg dat het apparaat droog is voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
- Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen de kunststof delen beschadigen. Zorg dat deze stoffen (bijv. citroensap, sap van een sinaasappelschil, boterzuur of een reinigingsmiddel met azijnzuur) niet met deze delen van het apparaat in aanraking komen.
- Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.
- Verwijder alle schroeven uit het apparaat. Bewaar ze goed afgedekt en in een koele ruimte. Maak het apparaat en het intern toebehoren schoon met een doek en lauw water. Na het reinigen, spoel met vers water en veeg droog.
- De ophoping van stof op de condensator zorgt voor een hoger stroomverbruik. Reinig de condensator aan de zijkant van het apparaat eenmaal per jaar met een zachte borstel of een stofzuiger.
- Eenmaal alle onderdelen droog zijn, steek de stekker opnieuw in het stopcontact.
De vrieskast ontdooien
- Het vriesvak wordt geleidelijk aan met ijs bedekt. Dit ijs moet regelmatig verwijderd worden.
- Verwijder het ijs nooit van de verdamper met een scherp metalen voorwerp om schade te vermijden.
- Als het ijs aan de binnenkant echter zeer dik wordt, moet u het apparaat volledig ontdooien zoals hieronder aangegeven:
Haal de stekker uit het stopcontact. - Verwijder alle levensmiddelen, wikkel ze in enkele lagen krantenpapier en plaats ze in een koele ruimte. - Houd de deur open en plaats een bekken aan de onderkant van het apparaat om het ontdooiwater op te vangen. - Eenmaal volledig ontdooid, droog de binnenkant grondig. - Steek de stekker in het stopcontact om het apparaat opnieuw in te schakelen.
WAARSCHUWING
- Alvorens het probleem op te lossen, haal de stekker uit het stopcontact.
- Dit apparaat mag alleen door een erkend servicecentrum worden gerepareerd. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Belangrijk! U hoort bepaalde geluiden tijdens de normale werking van het apparaat (compressor, circulatie van koelmiddel).
| PROBLEEM | MOGELIJKE OORZAKEN | OPLOSSING |
| Het apparaat werkt nicht | Stekker zit nicht in het stopcontact of zit los | Steen de stekker juist in het stopcontact. |
| Zekering is doorgeslagen of defect | Controler de zekering. Vervang indien nodig. |
| Stopcontact is defect | Laat het stopcontact repareren door een elektricien. |
| Apparaat vriest overmatig, | Temperatuur is te laag ingesteld of het apparaat werkt op de MAX. stand. | Stel de temperatuurregelaar tijdelijk in op een warmere stand. |
| De levensmiddelen zich onvoldoende ingevroren. | Temperatuur is nicht juist ingesteld. | Raadpleeg de sectie De temperatuur bij ingebruikname instellen. |
| Deur is te lang geopend. | Open de deur alleen zo lang als nodig. |
| Een große hoeveelheid warmer levensmiddelen werk binnen de LASTe 24 eer in het apparaat geplaatst. | Stel de temperatuurregelaar tijdelijk in op een koudere stand. |
| Het apparaat staat in de buurt van een warmtebron. | Raadpleeg de sectie Plaats voor installmentie. |
| Overmatige ijsvorming op de deurdichting | Deurdichting is nicht luuchtdicht. | Warm de lekkende delen van de deurdichting voorzichtig op met een haardroger (op een koude stand). Geef de verwarmde deurdichting tegelijkertijd vom met uw hand totdat het volledig luuchtdicht is. |
| Vreemde geluiden. | Het apparaat staat nicht waterpas | Pas de stelvoetjes af. |
| Het apparaat raakt een muur of ander voorwerp aan. | Verplaats het apparaat Lichtjes. |
| De zijpaneelen zich heet. | Dit is normaal. De warmte worden aan de onderkant van de zijpaneelen vrijgeven. | |
- Als de storing opnieuw optreedt, neem contact op met een servicecentrum.