OLYMPIC 400 - Grasmaaier MASPORT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis OLYMPIC 400 MASPORT in PDF-formaat.
| Producttype | Cilindermaaier |
| Merk | MASPORT |
| Model | OLYMPIC 400 |
| Gewicht | 69 kg |
| Snijbreedte | 400 mm |
| Voeding | Benzine (4-takt motor) |
| Maaihoogte | Verstelbaar met handwiel (min. aanbevolen 7 mm) |
| Snijsysteem | Cilindermes en ondermes |
| Aandrijving | Achterrol met koppeling |
| Aanwezigheidsdetectiebeugel | Op sommige modellen (automatische motorstop) |
| Motorsnelheid | Instelbaar met gashandel |
| Opvangbak | Inclusief |
| Stuur | Dubbel, opvouwbaar met nokvergrendelingen |
| Stuurhoogte | Verstelbaar |
| Smering | Transmissiekettingen elke 25 gebruiksuren smeren |
| Reiniging | Na elk gebruik, hogedrukreiniger vermijden |
| Winteropslag | Reservoir legen, olie aftappen, messen beschermen |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming, houd voeten/handen uit de buurt van de messen |
| Reserveonderdelen | Verkrijgbaar via erkende Masport-reparateur |
| Garantie | Inbegrepen |
Veelgestelde vragen - OLYMPIC 400 MASPORT
Gebruikersvragen over OLYMPIC 400 MASPORT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding OLYMPIC 400 - MASPORT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. OLYMPIC 400 van het merk MASPORT.
GEBRUIKSAANWIJZING OLYMPIC 400 MASPORT
Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de kooimaaier monteert. Bewaar deze instructies en het motorinstructieboekje op een veilige plaats om ze in de toekomst te konnen raadplegen.
Deze handleiding omvat een reeks verschillende Masport kooimaaiers. Wellicht zijn sommige functies Niet van toepassing voor uw maier.
MANUEL D'UTILISATION.
Stel de machine pas in werkung nadat deutsche op de juiste wijze is gemonteerd en u deze handeiding volledig hebt gelezen en begrepen.

Deze handleiding is bedoeld als algemene richtlijn en komt op geen enkele wijze in deplaats van landelijkke of plaatselijkke regelgeving. Neem bij EVT. onduidelijkheid omtrent de wetgeving met betrekking tot de bediening van dit apparaat contact op met de plaatselijkke autoriteiten.
Bewaar deze instructies op een veiligeplaats om ze in de toekomst te können raadplegen.
Inhoudsopgave
| Verklaring van de symbolen in de handleiding | 13 |
| Symbolen op de machine | 13 |
| Correct gezebruik | 14 |
| Veiligheidsvoorschriften | 14 |
| Onderdelen van de kooimaaier | 15 |
| Inhoud van de doos | 15 |
| Montageinstructies | 15 |
| Voorafgaand aan het starten | 17 |
| Gebruik van de kooimaaier | 17 |
| Instellenen voor de Beste prestatie | 18 |
| Algemeen onderhoud | 20 |
| Reinigung en opslag | 20 |
| Specificaties | 20 |
| Storingstabel | 21 |
Verklaring van de symbolen in de handleiding

Een situatie die gevaarlijk is of gevaar kan opleveren. Het negeren van deze aanwijzing kan letsel of schadeveroorzaken.

Belangrijke informatatie over de juiste omgang met de maier. Het negeren van deze aanwijzing kan defecten van de machine veroorzaken.

Informatie voor de gebruiker. Deze informatatie is een hulpmiddel bij het correcte gebruik van alle functies.
Lees deze handleiding aandachtig door voordat u met de machine aan het werk.gaat.

Zorg dat omstanders op afstand blijven. Gevaar voor rondvliegende voorwerpen.

Draag altijd gehoor- en oogbescherming bij het gebruik van de maier.

Waarschuwing! Houd handen en voeten uit de buurt van het roterende mes.

OPC-beugel. Alleen op bepaalde modellen, zi pag. 17.

Boven. Koppeling kooirol Aan of Uit.
Correct gebruik
Vanwege verilgheidsreden mag de kooimaaier nicht worden gebruikt door kinderen,jongeren of anderen die nichtbekend zich met deze aanwijzingen voor het gebruik.

Specifieke verilgheidsinformatie. Lees deze verilgheidsinformatie en de aanwijzingen voor het gebruik aandachtig door en houd u er exact aan.

Waarschuwing
De machine is zo ontworpen dat deze veilig kan worden gebruikt.
Toch is het van belang de aanwijzingen voor veilig werken zorgvul-dig op te volgen om persoonlijk letsel en schade te voorkomen.
Veiligheidsvoorschriften
DEWERKING VAN DE KOOIMAAIER BEGRIJJPEN
Lees de handleiding aandachtig door en zorg dat u weet wat de labels op de kooimaaier beteken. Zorg ook dat u weet wat de toepassingsmogelijkheden en de beperkingen van de maaier zich, evenals de specifieke potentièle gezaren.
DRUGS, ALCOHOL EN MEDICIJNEN
Werk nicht met de kooimaaier als u onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen die van invloed hunnen op uw vermogen om de machine op de juiste manier te bedieren.
- Uw kooimaaier is een aangedreten apparaat en geen spelgoed, en moet te allen时代的 uiterst voorzichtig worden bediend.
- Laat de kooimaaier nooit bedieren door kinderen. Alleen personen diebekend zijn met de regels voor een veilige bediening in deze handleiding moot de machine bedieren.
- Lees de complete handleiding door, zodat u volledig bekend bent met de functie van alle accessoires en bedieningsfuncties.
- Houd omstanders, kinderen en huisdieren uithet werkgebied, odomat er gevaar voor rondvliegende voorwerpen bestaat.
- Gaijdens het starten van de motor of als de maaier in bedrijf is, Niet aan de voorzijde van de maaier staan.
- Draag gehoor- en oogbescherming.
- Gebruik de machine nooit wanner u blootsvoets bent of open sandalen draagt. Draag altijd stevig schoeisel.
- Draag geen loszittende kledingstukken, want deze können worden gegrepen door de bewegende delen van de machine.
- Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van de messen als de maaier aan staat.
- Probeer de messen nicht in te stellen als de motor loopt.
- Laat de maaier Niet onbewaakt als de motor draait.
- Controller de brandstof Alvorens de motor te starten. Vul de tank Niet binnenshuis en voeg geen brandstof toe terwijl de motor loopt



of als deze heet is. Draai de tankdop stevig vast en verwijder eventuele gemorste brandstof voordat u de motor start

Waarschuwing
Benzine is uiterst ontvlambaar; door gemorste brandstof kan brand of een ontploffing ontstaan.
- Laat de motor Niet binnenshuis draaien. Er können dodelijk uitlaatgassen worden geproduedd.
- Raak de uitlaat van de motor Niet aan als de maaier in werkig is of daarna. Deze is zeer heet en kan ernstige brandwondenveroorzaken.
- Verander de instelling van de snelheidsregeling van de motor Niet. Door de motor te hoge toerentallen te lately draaien kan de maaier beschadigd raken, wat gevaar voor de bediener kan opleveren.
- Verwijder alvorens onderhoudswerkzaamheden aan de maaiert te verrachten de bougiedraad en aard deze voor extra veriligheid aan het motorblok.
- Vuil mag uitsluitend van de messen worden verwijderd als de motor is uitgeschakeld en de bougiedraad is verwijderd voor extra verilgheid. Zorg dat de messen volledig tot stilstand zijn gekomen alvorens het vuil te verwijderen.
- Zorg dat alle bouten en bevestigingen van de maaier goed vastzitten en controllerer dit regelmatig.
- Zorg dat de maaiert Niet wordt blotgesteld aan weersinvloeden. Gebruik de grasopvangbak om de motor af te Dekken - zelfs bij opslag binnenshuis.
- Berg de maaier nooit op verwijt zich nog brandstof in de tank bevindt in een gebouw waar de gasdampen een open vuur of vonk hunnen bereiken. Laat de motor volledig afkoelen alvorens deze in een afgesloten ruimte op te slaan.
Belangrijk!

De motor wordt ZONDER BRANDSTOF of OLIE verzonden. Na de montage moet de motor met benzine en olie worden gezuld volgens de aanwijzingen in het motorboekje bij uw maaier.

Let op!
Verwijzingen maar links en rechts worden gezien vanuit de bedieningspositie.
Reel Mower General Arrangement

Inhoud van de doos
De doos bevat:
Eén kooimaaier - gemonteerd
Eén grasopvangbak
Bovenste en onderste deel duwbeugel
- Handleiding - deze publicatie
Motorboekje
- Masport garantiebewijs
4 plastic kabelbinders
- 6 mm moer en bout t.b.v. instelkabel voor kooirol-koppeling
Montageinstructies
ONDERSTE DUWBEUGEL.
Vanuit het oogpunt van verzendgemak is de duwbeugel Niet aan de maier bevestigd. De duwbeugel bestaat UIT twee delen, het onderste en het bovenste deel. Bevestig eerst het onderste deel (zonder handgreep). De bevestigingsrichting is bij dit deel Niet van belang. Bevestig dit onderdeel m.b.v. de bijgeleverde bouteu losjes aan dechterzijde van de maier. Let er waarbij op dat de onderste
bouten door de sleuven steken, zodat de hoogte van de duwbeugel kan worden ingesteld. Bevestig daarna het bovenste.Deel van de duwbeugel, stel deze in op de gewenste hoogte en draai alle bouten stevig vast.

BOVENSTE DUWBEUGEL.
Bevestig, verwijl u de omgeekerde handgreep bovenaan houdt, de onderste uiteinden van het bovenste deel op het onderste deel van de duwbeugel en breng de openingsoor de vergrendeling op een lijn. Verwijder de moer en de sluitring van de vergrendelingsbout, maar LASTRE OIE Slijtplaat op+zijn plaats verwijl u de bout van buitenaf door de openingsen schuift. Het afgeplatte deel van
de bout past in de sleuf van het bovenste deel van de duwbeugel. De vergrendeling functioneert met beiden bevestigingswijzen van de bout in de sleuf, maar wij raden aan de bout zodanig te bevestigen dat de vergrendelingshendel in vergrendelde toestand waar de boenzijde van de duwbeugel is gericht. Bevestig de sluitring en de moer aan de binnenzijde van de bout en draai de bout zodanig vast dat deze goed klemt. Bevestig de tweede vergrendelingshendel opdezelfde wijze.

HET GEBRUK VAN DE VERGRENDELINGSHENDEL.
Draai het bovenste deel van de duwbeugel waar de bedieningspositie en vergrendel dit door de vergrendelingshendel(s) omhoog te duwen, in de richting van het bovenste deel van de duwbeugel. De stevigheid van de vergrendelingsactie kan worden ingesteld door de moer op de binnenzijde van de vergrendelingsbout te draaien.

DE KABELS BEVESTIGEN.
Alle modellen zijn voorzien van twee kabels, die要去en worden bevestigd.
- De gaskabel
- De instelkabel voor de kooirol-koppeling
Afgezien van deze kabels要去en sommige modellen in bepaalde markten worden voorzien van de OPC-bedieningskabel.
De kabel worden bevestigd aan de bovenkant van de duwbeugel of aan de onderzijde van de motor. Bij bevestiging aan de duwbeugel要去 de kabel worden gemonteerd en ingesteld op de motor. Voer de binnenkabel 'Z' door dekleine opening in de carburateurhendel en klem de buitenmantel van de kabellichtjes vast onder de zadelklem, zoals hieronder aangegeven.

Controleer Voordat u de zadelklem volledig vastzet, de actie van de gashendel door dezeaar voren enaar achteren te bewegen. Draai de zadelklem stevig vast als u tevreden bent over de posities 'FAST' (snel) /en 'SLOW' (langzaam)/. Bij Honda motoren moet de basisprocedure worden gevolgd, maar het luchtfilter moet
worden verwijderd zodate de 'Z' bevestiging toegankelijk is,zie de onderstaande illustratie.

Als de gaskabel al op de motor is gemonteerd,要去en de bedieningshendel en de behuizing op het bovenste deel van de duwbeugel worden bevestigd. De hendel wordt omsloten door twee kunststof behuizingsdelen, die worden samengeklemd d.m.v. vier kruskop-schroeven. Verwijder de schroeven en plaats het bovenste behuizingsdeel (het deel met de bedieningshendel) door de twee pootjes in de openingsen van de duwbeugelbuis te schuiven. Let er waar bij op dat de bedieningskapel over de dwarstang van de onderste duwbeugel loopt, om te voorkomen dat de kabel beschadigd raakt bij inklappen of tijdens opslag. Het onderste behuizingsdeel kan onder het bovenste behuizingsdeel worden bevestigd en wordt vastgezet door de vier schroeven los te draaien en weer vast te zetten.


2. DE INSTELKABEL VOOR DE KOOIROL-KOPPELING MONTEREN.
Het onderste uiteinde van de kabel is al aan de maaier bevestigd. De koppelingskabel is de kabel die de maaier binnenkomt onder de askap. Let erop dat de bedieningskabel over de dwarstang van de onderste duwbeugel loopt en voer het uiteinde van de 'Z' bevestiging (bovenaan de flexibele binnenkabel) door het gaatje in de instelbeugel voor de kooirol-koppeling, dat zich vlak onder de hendel bevindt. Draai de 'Z' bevestiging zo, dat de kabel langus de bovenste duwbeugel loopt.

Monteer de kabelklem onder de duwbeugelbuis en bevestig.Deze met de bijbehorende bevestigingsvoorziening aan de buis.

Het kan nodig+zijn om de kabelbediening in te stellen nadat de kabel is bevestigd. Raadpleeg pag. 19 voor bijzonderheden.
3. DE OPC-KABEL MONTEREN - INDIEN VAN TOEPASSING
De OPC-kabel worden bevestigd aan een schakelkastje zichblij deuitgaande as van de motor. Leid de kabel over de dwarstang van de onderste duwbeugel en voer het uiteinde van de 'Z' bevestig ing op de binnenkabel door het gaatje in de OPC-beugel, dat zich boven de beugel bevindt.

Klem de OPC-kabelklem van bovenaf op de bovenste duwbeugel door het pootje in de opening in de beugel te steken. Duw de klem stevig op+zijn plaatst totdat.Deze vastklikt.

DE MONTAGE VAN DE KABELS AFRONDEN.
Probeer de bovenste duwbeugel in te klappen en controllerer of de kabels waar bij nichtbekneld raken. Als dat het geval is要去en de kabels waarop teveel spanning staat opnieuw worden geleid. Als de kabels maar tevredenheid+zijn gemonteerd要去en deze op hun plaats worden gehonden m.b.v. de bijgeleverde kabelbinders.
Voorafgaand aan het starten

Belangrijk!
De motor worden ZONDER BRANDSTOF of OLIE verzonden. Na de montage moet de motor wordenGVuld met benzine en olie volgens de aanwijzingen in het motorboekje bij uwmaier.
Zorg dat...
- De bediener deze handleiding heeft gelezen en begrepen
- De dagelijkse onderhoudscontroles op de juiste wijze zich inuitgevoerd en de maaier in goed functionerende staat verkeert.
- De kleding van de bediener geen gevaar oplevert en dat hij/zij gezehoor- en oogbescherming draagt. Als dat worden nagelaten kan dit schade veroorzaken en de gezondheid eneiligkeit in gevaar brengen
BEDIENINGSELEMENTEN
OPC-BEUGEL (CONTROLE AANWEZIGHEID BEDIENER)
Bepaalde modellen zijn voorzien van deze functie. Deze hendel bevindt zich aan de bovenzijde van de duwbeugel. Met deze beugel wordt de motor snel uitgeschakeld als de bediener de OPC-beugel loslaat. Om de motor te starten要去 de beugel in de richting van de duwbeugel worden bewogen. Hierdoor kan de motor worden gestart. Wonneer u de OPC-beugel loslaat, schakelt de motor automatischuit.


Waarschuwing
Als het OPC-mechanisme Niet goed is ingesteld of als dit beschadigd is, schakelt de motor Niet uit als de OPC-beugel worden losgelaten. Als dat het geval is, mag de maaier Niet worden gebruikt. Neem contact op met uwplaatselijk onderhoudsspecialist.
GASHENDEL
De gashendel befindt sich in het midden van de bovenste duwbeugel. Deze hendel regelt de motorsnelheid, en daarmee de slelheid waarmee de maaier worden voortbewogen. Als de motorsnelheid wordt verhoogd, schakelt de centrifugale koppeling in, die de kooirol in beweging zet. Op een stationair toerental stopt de kooirol automatisch.

Let op!
De motorsnelheid bepaalt de aandrijfsnelheid van de maaier en de snelheid van de kooirol.
INSTELBEUGEL VOOR KOOIROL-KOPPELING
De instelbeugel voor de kooirol-koppeling bevindt zichchter de dwarstang van de bovenste duwbeugel en is veerbelast in ontkoppelde toestand. Als de hendel worden ontkoppeld, zet de maaier zich in beweging. Trek de beugel maar de duwbeugel om de achterrol in beweging te zetten. Laat de hendel los om de maaier stil te zetten.
REPETEERSTARTER
Raadpleeg het motorboekje voor uitgebreide geeverns.
Controleer Voordat u gaat maaien of zich geen obstakels, bijv. stenen, in het maaigebied bevinden. Door contact met dit soort voorwerpen+kuiroel en het ondermes beschadigd raken.
Gebruik van de kooimaaier

DE MOTOR STARTEN
Controleer voordat u de motor start of de instelbeugel voor kooirol-koppeling is ontkoppeld. Draai de contactschakelaar (indien gemonteerd) maar 'ON' (aan).
Startprocedure
Als de motor onlangs Niet heeft gelopen, zet de choke dan maar 'ON' (aan). De choke bevindt zich aan de zijkant van de motor, vlak bij de carburateur. Raadpleeg het motorboekje.
Belangrijk!
Alleen modellen met OPC. Om bij deze modellen de motor te starten要去 de beugel maar achefteren worden bewogen en segende duwbeugel worden gehonden. Volg daarna de onderstaande startprocedures. Hierdoor kan de motor worden gestart. Als u de OPC-beugel loslaat, schakelt de motor waar automatisch UIT.
Ga aan de rechterkant van de maaier staan, pak de startgreep vast en trek deze langzaam aan totdat u waarstand voelt, en trek dan krachtig aan om terugslag te voorkomen. Herhaal dit totdat de motor start. Trek het koord Niet met een ruk aan en LAST het Niet los totdat het volledig is opgerold. Nadat de motor is gestart en enigeijd is opgewarmd de choke op 'OFF' (uit) zetten en de gashendel maar de gewenste stand zetten. Als de motor Niet start doordat.Deze is 'verzopen',de chokehendel op 'OFF'(uit) zetten en zes keer aan het startkoord trekken om de overtollige brandstof te verwijderen.
Nadat de motor even is opgewärmd kan worden begonnen met maaien door de gashendel zo in te stellen dat de motorsnelheid voldoende is om de automatische koppeling in te schakelen. Schakel daarna de kooirol-koppeling in door de betreffende hendel maar voren, in de richting van de duwbeugel, te bewegen. Kies een gasstand die past bij een prettige loopsnelheid en stuur de maaier in de gewenste richting.
Om de maiaer te stoppen de instelbeugel voor de kooirol-koppeling loslaten. Verminder daarna de motorsnelheid.
TIPS VOOR GEMAKKELIJK STARTEN.
- Start een warmer in de stand SLOW (langzaam).
- Houd de maaier schoon en houd de kooirol vrij van vuil.
CONTROLELIJST VOOR STARTPROBLEMEN.
Controller de volgende punten:-
BRANDSTOF.
- Er zit onvoldoende brandstof in de tank.
- De brandstof is verschaald.
- Er zit water of vuil in de brandstof.
- De luchtopening in de tankdop is verstopt.
ONTSTEKING.
- De bougiekabel zit los.
- De bougie-elektroden zijn vuil.
- De afstand tussen de bougie-elektroden is nicht correct.
- Het bougietype is onjuist.
OVERIGE.
- Het luchtfilter is verstopt (vuil of olie).
- De gaskabel is onjuist afgesteld.
- Het onderste mes is onjuist afgesteld.
- Defect OPC-system.
HET MAAIEN VAN VLAKKE EN OPEN GEBIEDEN
Bij het maaien van vlakke en open gebieden is het verstandig om eerst een strook van ca. drie maaibreedtes te maaien aan elk uiteinde waar u de maaier wilt keren, en om daarna loodrecht op de streken met evenwijdige banen te maaien, totdat het hele gebied is gemaaid. Dit geeft uw gazon een bijzonder fraai aanzien. Bij het keren aan het eind van elke baan de koppeleling loslaten en de hendels indrukken en de maaier op dechterste rolden keren. Als de gashendel eenmaal is ingesteld op uw loopsnelheid, is het nicht nodig deze nogmaals in te stellen, tenzig er sprake is van gebieden waarvoor meer inezet van de maaier nodig is. De maaier kan volledig worden bediend door middel van de instelbeugel voor de kooiroolkoppeling.
Bij scherpe bochten de instelbeugel voor de kooirol-koppeling los-laten maar de 'open' stand en de koppeling weein instellen als u wilt doorgaan met maaien.
Bij het maaien langs randen dieren de kooirol en dechterste rol enigszins over de rand te hangen.
HELLENDE OPPERV LAKKEN MAAIEN

Belangrijk!
Bij het maaien van hellende oppervlakken moet extra voorzichtig te werk worden gegaan.
In het algemeen geldt dat uw maier gazons maait waarop op redelijkwerwijs kan worden gelopen. Bij het maaien van een hellend oppervlak要去aar möglichdwars op de helling worden gemaaid, waarbij de maaier enigszins omhoog worden bijgestuurd. Opdezemanier worden een bevredigend resultaat bereikt en loopt u minderkans omweg te glijden. Als het hier uw mencig is om het hellende oppervlak omhoog en omlaag te maaien en dechterste rol de neingot tot slippen vertoont bij het omhoog lopen, duw dan de hendel omlaag vooreertrekracht.
Als de maaier stilstaat verwijl de motor loopt, zoals bij het legen van de grasopvangbak, LAST dan de gashandel los zodat de motor stationair loopt. Als de motor stationair loopt, wordt de aandrijving van de kooirol automatisch stopgezet, om nodeloze slijtage te voorkomen. Als uw maaier is uitgerust met een OPC-systeel, stopt de motor automatisch als de OPC-beugel worden losgelaten.
Als u de maier gedurende langere:tijd onbewaaktThat staan, is het verstandig de motor af te zetten om möglichke oververhitting te voorkomen.
Instellingen voor de Beste prestatie
DE MAAIHOOGTE INSTELLEN
De maaihoogte 'C' kan worden ingesteld op de gras- en/of bodemomstandigheden door eenvoudig het handwiel te draaien dat zich vlak voor de kettingkast bevindt, zie Foto op pag. 15.

Maaihoogte'C
- Door het viel maar links te draaien, vermindert u de maaihoogte.
- Door het wieel maar rechts te draaien, vergroot u de maaihoogte.
Stel de maaihoogte nooit zo laag in dat de onderplaat de grond raakt. Voor een gezond en aantrekkelijk gazon raden wij een maaihoogte van minimaal 7 mm aan. Zeer lang gras kan het best worden gemaaid verwijl de rollers zijn ingesteld op een zo hoog möglichke maaihoogte.
GOLF-SERIE
Golf-serie lage maaihoogte is 3mm.
Als blijkt dat de maaihoogte aan een kant van de maaier lager is dan aan de andere kant, kan dit eenvoudig worden bijgesteld door de bout aan de binnenkant van de rollerbevestiging rechtsvooor (gezien vanuit de positie van de bediener) maar wens omhoog of omlaag bij te stellen. Draai de bout waar vast als de gewenste positie is bereikt
INSTELLINGEN GRASDEFLECTOR
Bij het maaien op diverse maaihoogtes kan het voorkomen dat het gemaaide gras te hoog of te laag in de opvangbak worden geworpen, waardoor een slechte belading van de bak ontstaat. Om dit te voorkomen dient de deflector te worden gemonteerd. Dit kan vrij eenvoudig worden uitgevoerd door de twee bouten 'A' aan de voorste rand van het hoofdframe los te draaien en de deflectoraar binnen van maar buiten te bewegen totdat het gewenste resultaat is bereikt. Draai daarna de bouten wee vast. Als de deflector to ver maar afterwards wordt ingesteld, wordt het gras te laag in de opvangbak geworpen, en als de deflector te zich bij de kooirol staat, wordt het gras over de bovenkant van de opvangbak geworpen.

INSTELLINGEN KOOIROL
Voor een goed maairesultaat要去 de instelling van de kooirol ten opzichte van de onderplaat worden gehandhaafd. Bij verzending is de instelling correct, maar nadat de maaier een tijd is gebruikt,要去 de instelling worden bijgesteld.
Normaal is het nodig de kooirol zichter maar de onderplaat in te stellen om slijtage te voorkomen. Daartoe moeten de stelschroeven 'B' aan beiden zijden van de maaier maar rechts worden gedraaid, waar bij de schroeven afwisseelend enigszins worden bijgesteld totdat de kooirol net contact maakt met het ondermes. Dit kan worden bepaald door een vel papier:tussen de kooirol en het mes te houden. Draai de kooirol met de hand, waar bij dient het papier te worden gesneden. Nadat de instelling is bereikt, MOET DEZE ENIGSZINS WORDEN TERUGGESTELD ZODAT HET PAPIER ALLEEN MAAR WORDT GEVOUWEN, NIET GESNEDEN. Mits kooirol en onderplaat in goede toestand zijn geeft deze insteling een goed maairesultaat zonder onnodige druk van de kooirol op deplaat.


Belangrijk!
Krappe instellingen geben een zwaardere belasting van de maaier en veroorzaken een versnelde slijtage van de kooirol.
DE TRANSMISSIE INSTELLEN
Bij normale spanning en slijtage moet de ketting af en toe worden bijgesteld. Bij een correcte instelling heeft de ketting in alle richtingen enigszins speling. Om de kettingen te controleren of bij te stellen要去 de kettingkast worden gedemonteerd door de bevestigingssschroeven te verwijderen. De instelling vindt als volgt plaat:
PRIMAIRE AANDRIJFKETTING
- Draai de bevestigingsmoer van de nylon stelschroef 'C' los.
- Bepaal m.b.v. de stelschroef de correcte kettingspanning.
- Zet de moer waar vast.
AANDRIJFKETTINGEN - SECUNDAIR EN ASAANDRIJVING
De ketting voor de asaandrijving kan nicht worden ingesteld, en de secundaire aandrijfketting hoeft gewoonlijk alleen te worden ingesteld als de maaieenheid opnieuw worden geslepen. Als voor diearend越chter instelling nodig is, is het raadzaam contact op te nemen met uw Masport onderhoudsagent. Als op enig moment een ketting is verwijderd, let er dan bij het terugplaatsen van de verbindingsschakel op dat de opening in de veerklem van de draairichting af wijst.

INSTELLINGKOPPELINGACHTERROL
Nadat de maaier een bepaalde periode is gebruikt,要去 de kettingspanning worden bijgesteld.
Er zijntweistelpunten.
- De kabelklem aan de bovenzijde van de duwbeugel.
- De trekbout door het midden van de koppeling.
DE INSTELKABEL VOOR DE KOOIROL-KOPPELING INSTellen Len Stel de trekbout alleen in als de bovenste kabelklem het eind van zich slag heeft bereikt. Om de kabelklem in te stellen het instelwiel waar links draaien (gezien vanuit de positie van de bediener) om de koppelingsdruk te verhogen. DE TREKBOUT VOOR DE KOOIROL-KOPPELING INSTellen Len Als de trekbout要去 worden ingesteld,要去en de:kappen van ketting en as worden verwijderd.

Draai moer 'A' op het binneneinde van de trekbout totdat de koppeleling die hendel 'B' bedient parallel is aan de lijplaat van deMAaier als de koppeleling net inschakelt. Het dient Niet nodig te zich om de punt onderaan de koppelingskabel in te stellen.

Algemeen onderhoud
MOTORONDERHOUD
Raadpleeg het motorboekje.
DE MAAIER INSPECTEREN EN SMEREN.
De lagers van de kooirol zijn nicht toegankelijk en hoeven Niet te worden gesmeerd.
De volgende smeerpunten moeten steeds na ca. 25 bedrijsuren worden gesmeerd met SAE-40 olie.
- Aandrijkettingen. Ingevet honden met olie. Voor deze smering要去 de kettingkast worden gedemonteerd. Deze kan worden verwijderd door de twee bevestigingssschroeven uit te draaien.
- Instelbeugel voor kooirol-koppeling.
- Voorste rollen. Olie aanbrengen op elk uiteinde van de rolas.
- Schroefdraad hoogteinstelling. Handwiel en alle scharnierpunten.
- Kabels. Olie aanbrengen op elk uiteinde.
- Zelfinstellende kettingspanner. Olie aanbrengen op draaipunt.
Reiniging en opslag
Er bestaat een rechtstreeks verband:tussen de levensduur van de maaier en de zorg en aandacht die zowel tijdens als na het gebruik aan de maaier wordenbesteed. Het is van belang dat de maaier na afloop van het maaien grondig worden gereinigd en geinspecteerd, zodat deze de volgende keer goed functioneert.
Reinig de motor grondig, en reinig onder het chassis, de rollers en de grasopvangbak. Gebruik geen hogedruksput, want vooral rondom de motor+kunnen daardoor smeermiddelen worden weg gespoten of+kunnen er startproblemen ontstaan door schade aan de ontsteking.
LANGDURIGE OPSLAG:
Na elk maaiisezoen of als de maaier gedurende eenperiode van 30
dagen of langer Niet worden gebruikt worden aanbevolen de brandstofa falsluitklep (indien aanwezig) te sluiten en de brandstof af te tappen,
omdat de kwaliteit van moderne brandstoffen snel verslechtert.
Daarna de maaier starten en latent lopen totdat alle brandstof die
zich nog in het systeme bevindt, is gebruikt. De olie aftappen terwijl
de motor nog warm is en daarna vullen met het juiste type olie tot
aan het aangegeven niveau. Verwijder de bougie en giet 45ml motorolie in de motorcilinder, verdeel de olie door langzaam te pompen
en verrang de bougie. Sla de maaier koel en droog op, en nicht in
rechtstreeks zonlicht.
Stel de kooirol zo in dat deze Niet in contact kommt met het ondermes en breng een laagje vet op de snijvlakken aan om corrosie tijdens de opslagperiode te voorkomen. Spuit indien möglich een dun beschermend laagje lichte olie op de maier.
Plaats de maaier altijd op een vlakke en egale ondergrond.
| Specifications | |||
| Model | 400 | 500 | 660 |
| Gewicht | 69kg | 73kg | 79kg |
| Maaibreedte | 400mm | 500mm | 660mm |
MOTORGEVENS
RAADPLEEG VOOR GEDETAILLEERDE SPECIFICATIONS HET BI-JBEHORENDE MOTORBOEKJE

Warning!
NOOIT SMEREN ALS DE MOTOR LOOPT.
Storingstabel
| Storing | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| Ongelijk of slecht gemaaid gras | Kooirol maakt deels geen contact met ondermes. | Kooirol opnieuw instellen op ondermes. |
| Kooirol komt teveel in contact met ondermes. | Kooirol opnieuw instellen op ondermes. | |
| Maaihoogte is te hoog. | Maaihoogte verkleinen. | |
| Snijkanten van kooirol/ondermes+zijn afgerond. | Snijkanten nogmaals slijpen. | |
| Meskomt in de bodem. | Bodemcontouren te sterk voor ingestel-de maaihoogte. | Maaihoogte vergroten. |
| Bovenmatige slijtag van het ondermes. | Ondermeskomt teveel in contact met de grond. | Maaihoogte vergroten. |
| Snijkanten van kooirol/ondermes+zijn afgerond. | Snijkanten nogmaals slijpen. | |
| Kooirolkomt teveel in contact met ondermes. | Kooirol opnieuw instellen op ondermes. | |
| Kooirol of ondermes beschadigd. | Opnieuw slijpen of indien nodig verran-gen. | |
| Motor start nicht of loopt onregelmatig. | Choke onjuist afgesteld. | Verplaats de chokehendel. |
| Brandstoftank leeg of brandstofafsluitklep gesloten. | De tank vullen met het aanbevolen brandstoftype en de brandstofafsluitklep openen. | |
| Defecte repeterstarter. | Breng het apparaat terug maar de dealer. | |
| Filterelement is vuil. | Luchtfilter onderhonden of verrangen. | |
| Bougie zit los. | Bougie aandraaien. | |
| Bougiekabel is losgeraakt. | Kabel waar aan bougie bevestigen. | |
| Defecte bougie. | Beschadigde bougie verrangen. | |
| Onjuiste afstand+tussen bougie-elek-troden. | Beschadigde bougie verrangen. | |
| Overvloedige hoeveelheid brandstof in carburateur. | Zet de gashendel op 'Stop', trek 5-6 maal aan het startkoord, zet de gashen-del op 'Run' (Aan) en start de motor. | |
| Vuil water of verschaalde brandstof in de tank. | De brandstof aftappen en de tank reini-gen. Alvorens te starten opnieuw vullen met schone, verse brandstof. | |
| Ventilitatieopening in tankdop is verstopt. | Tankdop reinigen of verrangen. | |
| Motor loopt onregelmatig op hoge snelheid. | Opening tussen bougie-electroden te Klein. | Motorboekje raadplegen. |
| Motor loopt onregelmatig in stationaire toestand. | Filterelement is vuil. | Luchtfilter onderhonden of verrangen. |
| Storingstabel (vervolg) | ||
| Storing | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| Motor worden te heet. | Verstopte motorkoelribben en luchtka-nalen. | Vuil rondom de motor verwijderen. |
| Koelluchtstroom beperkt. | Vuil rondom de motor verwijderen. | |
| Onjuiste bougie gemonteerd. | Motorboekje raadplegen. | |
| Laag motoroliepeil. | Oliepeil controleren en indien nodig bijvullen. | |
| Motor tritt en/of maakt lawaai. | Versleten of beschadigde lager(s). | Verwijder en inspecteer möglichk defeche lagers en verrang deze indien nodig. |
| Versleten of beschadigde aandrijfkettingen en/of kettingwielen. | Verwijder en inspecteer möglichk defeche kettingen en kettingwiel en verrang deze indien nodig | |
| Olielekkage uit uitlaat of luchtfilter. | Teveel olie in oliecarter. | Controler het oliepeil en tapevt. over-tollige olie af. |
| Maaier gekanteld of op onjuiste wijze gezheenteerd. | Controler het oliepeil, het luchtfilter en de bougie, indien nodig bijvullen of bijstellen. | |
Neem contact op met uw erkende Masport onderhoudsagent als de storingen blijven bestaan.

Auckland 1060, Nieuw-Zeeland