ECHO - Kinderwagens CHICCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ECHO CHICCO in PDF-formaat.

📄 48 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice CHICCO ECHO - page 25
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CHICCO

Model : ECHO

Categorie : Kinderwagens

Download de handleiding voor uw Kinderwagens in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ECHO - CHICCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ECHO van het merk CHICCO.

GEBRUIKSAANWIJZING ECHO CHICCO

GEBRUIKSAANWIJZINGEN ANVÄNDNINGSINSTRUKTIONER

GEBRUIKSAANWIJZINGEN

BELANGRIJK: LEES DEZE GEBRUIKSAANWIJZING

  • LET OP: DE VEILIGHEID VAN HET KIND HANGT OOK VAN JOU AF!
  • LET OP: kinderen moeten altijd met de veiligheidsgordels worden vastgezet en mogen nooit zonder toezicht worden gelaten.
  • LET OP: houd het kind bij het afstellen van de wandelwagen, uit de buurt van de bewegende delen.
  • Deze wandelwagen heeft regelmatig onderhoud nodig, dat door de gebruiker moet worden verricht.
  • Overbelasting, niet goed sluiten en het gebruik van niet goedgekeurde accessoires kan de wandelwagen beschadigen of stuk maken.
  • LET OP: het kan gevaarlijk zijn het kind zonder toezicht te laten.
  • LET OP: controleer voor de montage dat het artikel en zijn onderdelen niet beschadigd zijn tijdens het transport. In dit geval mag het artikel niet worden gebruikt en dient het buiten het bereik van kinderen te worden gehouden.
  • De wandelwagen mag worden gebruikt voor kinderen van 0 tot 36 maanden, tot een gewicht van maximaal 15 kg.
  • Voor kinderen vanaf de geboorte tot de leeftijd van ongeveer 6 maanden moet de rugleuning op de volledig neergelaten stand worden gebruikt.
  • LET OP: gebruik de schouderbanden bij kinderen die jonger zijn dan 6 maanden altijd op de laagste stand.
  • LET OP: voor het gebruik dient u zich ervan te verzekeren dat alle veiligheidsmechanismen correct

zijn aangebracht. Verzeker u er in het bijzonder van dat de wandelwagen op de open stand vergrendeld is, door te controleren dat de twee zijkanten op hun plaats vastgezet zijn.

  • Laad niet meer dan 3 kg gewicht in de mand.
  • Sta het kind niet toe om op de mand te klimmen: behalve dat de wandelwagen kantelt, zou ze ook kunnen stuk gaan en zo het kind kunnen verwonden.
  • Vervoer niet meer dan één kind tegelijk.
  • Breng geen accessoires, reserveonderdelen of onderdelen op de wandelwagen aan, die niet door de fabrikant geleverd of goedgekeurd zijn.
  • LET OP: iedere tas of gewicht dat aan de handgrepen is gehangen, kan de stabiliteit van de wandelwagen in het gedrang brengen.
  • LET OP: het gebruik van tussenbeenstuk en veiligheidsgordels is nodig om de veiligheid van het kind te garanderen. Gebruik de veiligheidsgordels altijd samen met het tussenbeenstuk.
  • Verzeker u ervan dat de gebruikers van de wandelwagen goed weten hoe hij werkt.
  • LET OP: verzeker u er bij het openen en inklappen van dat het kind zich op een veilige afstand bevindt: sluit en open de wandelwagen niet terwijl het kind erin zit. Verzeker u er bij de regelhandelingen van dat de bewegende delen van de wandelwagen niet in aanraking komen met het lichaam van het kind.
  • Gebruik de rem als u stopt.
  • LET OP: laat de wandelwagen nooit met het kind erin op een helling staan, ook al zijn de remmen geactiveerd.
  • Zorg ervoor dat andere kinderen niet zonder toezicht in de buurt van de wandelwagen spelen of erop klimmen.
  • Om gevaar voor wurging te voorkomen, mag u het kind geen voorwerpen met touwen geven of ze binnen het bereik van het kind laten liggen.
  • Kijk goed uit als u een trede of de stoep op- of afgaat.
  • Als u de wandelwagen gedurende lange tijd in de zon laat staan, wacht dan tot hij afgekoeld is voordat u het kind erin zet. Door lang in de zon te staan, kunnen de materialen en stoffen van kleur veranderen.
  • Gebruik het artikel niet als er onderdelen stuk of gescheurd zijn of ontbreken.
  • LET OP: als de wandelwagen niet wordt gebruikt, dient hij buiten het bereik van kinderen te worden gehouden.
  • LET OP: De wandelwagen mag niet worden gebruikt, terwijl u rent of (rol)schaatst.
  • Voorkom dat de wandelwagen in aanraking komt met zout water, om roest te voorkomen.
  • Gebruik de wandelwagen niet op het strand.
  • LET OP: dit product mag uitsluitend door een volwassene worden gebruikt.
  • Gebruik de wandelwagen niet op trappen of roltrappen: u zou de controle erover onverwachts kunnen verliezen. Kijk goed uit als u een trede of de stoep op- of afgaat. LET OP: verzeker u er voor het gebruik van dat de wandelwagen op de open stand vergrendeld is en controleer dat de achterste kruiskoppeling inderdaad vergrendeld is.

DE ACHTERWIELEN MONTEREN

4. Steek pin A, zoals in figuur 4 getoond wordt, in het wiel. Steek

de pin met het wiel in de hiervoor bestemde opening in het onderste uiteinde van de stang van de achterpoot. Breng vervolgens het tweede wiel en ringetje B aan. Bevestig het geheel met klem C (fig. 4A). Bedek de beide wielen met wieldop D. Herhaal de handeling aan de andere kant.

GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

Niet bleken De wandelwagen is uitgerust met een veiligheidssysteem met vijf verankeringspunten bestaande uit twee schouderbanden, twee afstelknoopsgaten, een buikgordel en een tussenbeenstuk met gesp. LET OP: om ze te gebruiken voor kinderen vanaf de geboorte tot ongeveer 6 maanden moeten de schouderbanden worden gebruikt door ze eerst door de twee afstelknoopsgaten te halen.

5. Stel de hoogte van de schouderbanden af door ze, indien nodig,

door de afstelopening te halen, zoals wordt getoond in figuur

5. Na het kind in de wandelwagen te hebben gezet, maakt u de

veiligheidsgordels vast door eerst de twee vorken door de opening van de schouderbanden (fig. 5A en 5B) te halen en ze vervolgens in het tussenbeenstuk (fig. 5C) te doen. Stel de lengte van de gordels af door ze op de schouders en het lichaam van het kind aan te laten sluiten. Druk op de zijvorken en trek eraan, om de buikgordel los te maken. LET OP: om de veiligheid van uw kind te garanderen, dienen de veiligheidsgordels altijd te worden gebruikt. Voor meer veiligheid is de wandelwagen uitgerust met D-vormige ringen om een extra veiligheidsgordel vast te kunnen maken volgens de voorschriften BS 6684. De ringen bevinden zich rechts en links aan de binnenkant van de passagierszitting, zoals in figuur 5D wordt getoond. Niet mechanisch drogen

REINIGINGS- EN ONDERHOUDSTIPS

Dit artikel heeft periodiek onderhoud nodig. Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een volwassene worden verricht. Reinigen De stof van de wandelwagen kan niet verwijderd worden. Reinig de stoffen delen met een vochtig doekje en neutrale zeep en raadpleeg het etiket voor de samenstelling van het product. Reinig de kunststof delen regelmatig met een vochtige doek. Na eventuele aanraking met water moeten de metalen delen afgedroogd worden om roestvorming te voorkomen. Met koud water op de hand wassen Smeer de bewegende delen indien nodig met droge siliconenolie. Controleer periodiek de slijtagestaat van de wielen en houd ze vrij van stof en zand. Verzeker u ervan dat de kunststof delen die over de metalen buizen lopen vrij zijn van stof, vuil en zand om wrijving te voorkomen, wat de goede werking van de wandelwagen in het gedrang kan brengen. Berg de wandelwagen op een droge plaats op. De rugleuning kan op meerdere standen worden afgesteld.

6. Door op de knop op de rugleuning van de wandelwagen te

drukken, kan de schuine stand ervan worden afgesteld. Door de knop los te laten, wordt de rugleuning op de dichtstbijzijnde stand vastgezet (fig. 6).

7. Om de rugleuning omhoog te halen, duwt u hem tot de gewenste stand omhoog (fig. 7).

8. Voor meer comfort van het kind bevestigt u de twee stoffen zijpanelen met de twee drukknopen aan de achterste stang, zoals getoond in figuur 8. LET OP: met het gewicht van het kind kunnen deze handelingen moeilijker zijn. ALGEMENE INSTRUCTIES

DE VOETENSTEUN AFSTELLEN

Niet strijken Niet chemisch laten reinigen Onderhoud De voetensteun van de wandelwagen kan voor meer comfort van het kind op 2 standen worden bevestigd.

9. Druk, zoals in figuur 9 wordt getoond, tegelijkertijd op de twee

zijknoppen om de voetensteun op de gewenste stand af te stellen.

DE VOORWIELEN MONTEREN

1. Doe de voorwielvergrendeling op de wandelwagen, tot u de klik

ter vergrendeling hoort (zie fig. 1). Herhaal deze handeling bij de andere wielvergrendeling. LET OP: verzeker u er voor het gebruik van dat de wielvergrendelingen goed zijn bevestigd. ACHTERSTE REMMEN OPENEN LET OP: let er bij deze handeling op dat het kind en eventuele andere kinderen zich op een veilige afstand bevinden. Verzeker u er tijdens deze fase van dat de bewegende delen van de wandelwagen niet in aanraking komen met het lichaam van het kind.

2. Open de sluitingshaak en duw de voorkant van de wandelwagen

naar voren (fig. 2).

3. Duw de achterste kruiskoppeling met de voet naar beneden (fig.

3). Verzeker u ervan dat de wandelwagen goed open staat en correct is vergrendeld.

De achterwielen zijn uitgerust met samenwerkende remmen, waardoor met één enkel pedaal tegelijkertijd op beide achterwielen wordt geremd.

10. Om de wandelwagen te remmen, duwt u één van de twee hendels in het midden van de achterste wielgroepen naar beneden,

zoals wordt getoond in afbeelding 10.

11. Om het remsysteem te deblokkeren, duwt u één van de twee

hendels in het midden van de achterste wielgroepen naar boven, zoals wordt getoond in afbeelding 11. LET OP: Gebruik altijd de rem als u stopt. Laat het kind nooit zonder toezicht achter. LET OP: Laat de wandelwagen nooit met het kind erin op een hel- lin LET erv zijn

vijf afsp. tot ikt dig, uur peergte er- ei- ige olen

ZWENKENDE WIELEN De voorwielen van de wandelwagen zijn zwenkende wielen.

12. Om de wielen vrij te laten draaien, haalt u de hendel tussen de

twee wielen omlaag. Gebruik de vrije wielen op een effen oppervlak. Om de wielen te vergrendelen, zet u de hendel weer omhoog (zie fig. 12). LET OP: de zwenkende wielen garanderen een betere bestuurbaarheid van de wandelwagen. Op hobbelige terreinen is het echter raadzaam de wielen vergrendeld te gebruiken om een vloeiendere voortgang te garanderen (grind, zandweg, etc.). LET OP: Beide wielen moeten altijd tegelijkertijd worden vergrendeld of ontgrendeld. ACCESSOIRES: LET OP: Het kan zijn dat de vervolgens beschreven accessoires bij enkele uitvoeringen van het product niet aanwezig zijn. Lees de instructies betreffende de accessoires die aanwezig zijn bij de door u gekochte configuratie aandachtig door. BOODSCHAPPENMAND De wandelwagen kan uitgerust zijn met een boodschappenmand

13. Bevestig de mand door de lussen om de stangen van de wandelwagen op de in afbeelding 13 getoonde plaatsen te laten

lopen. LET OP: laad de mand met niet meer dan 3 kg. KAP zijals De wandelwagen kan uitgerust zijn met een Zomer / Winterkap

14. Om de kap te bevestigen, haakt u de kunststof klippen vast en

bevestigt u de velcro aanhechtingen op de specifieke plaatsen die in afbeelding 14 worden getoond. LET OP: De kap dient aan beide kanten van de wandelwagen te worden bevestigd. Controleer dat hij goed is vastgezet

15. Open de kap, zoals in afbeelding 15A wordt getoond, en zet

hem vast met de twee zijdelingse scharnieren (fig.15B). LET OP: als u de kap wilt sluiten, moeten altijd eerst de zijdelingse scharnieren worden ontgrendeld.

16. De kap kan worden omgevormd tot een zomerse zonnekap.

Het achterpaneel kan met behulp van de scharnier en de zijdelingse velcro-aanhechtingen worden verwijderd, zoals wordt getoond in afbeelding 16.

wee el- en, ie- enen, wee bo- der el- aanraking komen met het lichaam van het kind. Voordat u de wagen sluit, controleert u ook dat de boodschappenmand leeg is.

18. Als de kap geopend is, sluit u hem door de twee zijdelingse

scharnieren omhoog te halen (figuur 18B) en de voorkant ervan naar u toe te trekken, zoals in afbeelding 18A wordt getoond. 19. Om de wandelwagen in te klappen, trekt u de achterste kruiskoppeling (fig. 19A) omhoog en deblokkeert u het pedaal onder de rechterkant van de wandelwagen met de voet (zie figuur 19B).

20. Om het dichtplooien te voltooien, duwt u de handgrepen naar

voren. 21. Zet de wandelwagen met de haak aan de zijkant op de dichtgeplooide stand vast (zie fig. 21). Deze handeling voorkomt dat de wandelwagen onbedoeld weer wordt geopend. De achterwielen kunnen op de stilstaande stand worden geblokkeerd, om de wandelwagen praktisch tegen een verticaal oppervlak te laten steunen en om hem rechtop te zetten (fig. 21A). ling staan, ook al staat hij op de rem. LET OP: na de remhendel te hebben aangetrokken, verzekert u zich ervan dat de remmen goed op alle achterwielgroepen geplaatst zijn. De wandelwagen kan worden uitgerust met regenhoes. LET OP: de regenhoes mag uitsluitend worden gebruikt onder toezicht van een volwassene.

17. Om de regenhoes te bevestigen, laat u de lussen om de stangen van de wandelwagen lopen over de plaatsen die worden

aangeduid in afbeelding 17. Laat de regenhoes aan de lucht drogen als ze nat is. LET OP: de regenhoes mag niet zonder kap of zonnekap op de wandelwagen worden gebruikt, omdat het kind hierdoor kan stikken LET OP: als de regenhoes op de wandelwagen is aangebracht, mag u hem wegens het gevaar voor oververhitting nooit met het kind erin in de zon laten staan. Belangrijke opmerking: de afbeeldingen en instructies in dit boekje hebben betrekking op een bepaalde uitvoering van de wandelwagen. Sommige onderdelen en functies die hier worden beschreven, kunnen afhankelijk van de door u gekochte uitvoering anders zijn. VOOR MEER INFORMATIE: DICHTPLOOIEN LET OP: let er bij deze handeling op dat het kind en eventuele andere kinderen zich op een veilige afstand bevinden. Verzeker u er tijdens deze fase van dat de bewegende delen van de wandelwagen niet in