FH-X700BT - Autoradio PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FH-X700BT PIONEER in PDF-formaat.

📄 32 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PIONEER FH-X700BT - page 22
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : FH-X700BT

Categorie : Autoradio

Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FH-X700BT - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FH-X700BT van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING FH-X700BT PIONEER

Installatie Installatie Belangrijk ! Controleer alle aansluitingen en systemen voordat u de installatie voltooit. ! Gebruik geen onderdelen van andere fabrikanten; deze kunnen storingen veroorzaken. ! Neem contact op met uw dealer als er voor de installatie gaten moeten worden geboord of als er andere aanpassingen aan het voertuig nodig zijn. ! Installeer dit toestel niet op een plaats waar: — het de besturing van het voertuig kan belemmeren. — het de inzittenden kan verwonden bij een noodstop. Installatie

Voordat u het toestel monteert

1 Dashboard Installatie met de houder

2 Steek de meegeleverde uittreksleutels in de beide kanten van het toestel totdat ze op hun plaats klikken.

1 Dashboard 2 Houder (meegeleverd onderdeel) 5cm

3 Trek het toestel uit de houder. Verwijder de houder.

Bevestig de sierlijst. 1 Sierlijst Laat voldoende 5 cm ruimte vrij ! Gebruik voor installatie in de handel verkrijgbare onderdelen.

1 Monteer de houder in het dashboard. Nadat u de houder in het dashboard geplaatst hebt, kiest en buigt u lipjes die geschikt zijn voor de dikte van het dashboardmateriaal. (Monteer dit toestel zo stevig mogelijk met behulp van de boven- en onderlipjes. Om het toestel vast te zetten, buigt u de lipjes 90 graden.)

1 Houder (meegeleverd onderdeel) 60° 5 cm Installeer het toestel. Verwijder de sierlijst. ! De halfgeleiderlaser raakt bij oververhitting beschadigd. Plaats dit apparaat niet op plaatsen waar het warm wordt, zoals nabij de uitlaat van een kachel. ! Dit toestel werkt het beste als het wordt geplaatst onder een hoek van minder dan 60°. ! Laat bij het plaatsen voldoende ruimte vrij achter het achterpaneel en wikkel losse kabels zo dat ze de ventilatiegaten niet blokkeren; zorg altijd dat warmte goed wordt afgevoerd tijdens gebruik van het toestel.

Het toestel kan op een van de volgende wijzen geïnstalleerd worden. ! Installatie met de houder ! Monteren met de schroefgaten aan de zijkant van het toestel De houder verwijderen De procedure is gelijk aan die in Voordat u het toestel monteert. Raadpleeg voor meer informatie Voordat u het toestel monteert op deze bladzijde. Hoofdstuk Installatie

Monteren met de schroefgaten aan de zijkant van het toestel

% Bevestig het toestel aan de radiomontageklem. Plaats het toestel zo dat de schroefgaten ervan samenvallen met de schroefgaten van de bevestigingsklem. Bevestig het toestel met drie schroeven (stevig aandraaien) aan elke zijde. Belangrijk ! Als dit toestel wordt geïnstalleerd in een voertuig met een contactschakelaar zonder ACCstand (accessoirestand), kan de accu leeglopen als de rode kabel niet wordt aangesloten op de aansluiting die de bediening van de contactschakelaar herkent. STAR

ACC-stand Geen ACC-stand ! Gebruik van dit toestel onder andere omstandigheden dan de volgende kan leiden tot brand of storingen. — Voertuigen met een accu van 12 volt en negatieve aarding. — Luidsprekers van 50 W (uitgangswaarde) en 4 W tot 8 W (impedantiewaarde).

— Koppel de negatieve aansluiting van de accu los voordat u het toestel installeert. — Gebruik kabelklemmen of plakband om de bekabeling veilig aan te brengen. Bescherm de kabels met plakband op plaatsen waar deze tegen metalen onderdelen liggen. — Plaats geen kabels in de buurt van beweegbare onderdelen zoals de versnellingspook of de stoelrails. — Leg kabels niet op plaatsen die heet kunnen worden, zoals dicht bij de kachel. — Sluit de gele kabel niet op de accu aan via een gat in het motorcompartiment. — Dek alle ongebruikte kabelaansluitingen af met isolatietape. — Maak de kabels niet korter. — Verwijder nooit de isolatie van de voedingskabel van dit toestel om andere apparaten van stroom te voorzien. De stroomcapaciteit van de voedingskabel is beperkt. ! Als dit apparaat aan staat, wordt het bedieningssignaal doorgegeven via de blauw/witte kabel. Verbind deze kabel met de afstandsbediening van een externe versterker of met de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van het voertuig (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom). Als het voertuig is uitgerust met een glasantenne, verbindt u deze met de voedingsaansluiting van de antennebooster. ! Verbind de blauw/witte kabel nooit met de voedingsaansluiting van een externe versterker of automatische antenne. Anders kan de accu leeglopen of kan er storing optreden. ! De zwarte kabel is de aarding. Dit toestel moet gescheiden worden geaard van andere apparaten (met name apparaten die veel stroom verbruiken zoals een versterker). Anders kan er brand of storing ontstaan wanneer de aarding per ongeluk losraakt. Dit toestel

1 Als het uitsteekseltje in de weg zit, buigt u het omlaag. 2 Radiomontageklem 3 Platbolkopschroeven (5 mm × 8 mm) 4 Dashboard of console ! Om kortsluiting, oververhitting en storingen te voorkomen, moet u onderstaande aanwijzingen opvolgen. — Gebruik een zekering met het voorgeschreven vermogen. — Verbind de negatieve luidsprekerkabel nooit rechtstreeks met de aarding. — Voeg de negatieve kabels van verschillende luidsprekers nooit samen.

Verbindingen Verbindingen 3 Microfoon 4 Achteruitgang of subwooferuitgang 5 Uitgang voor 6 Antenne-ingang 7 Zekering (10 A) 8 Ingang voor draadafstandsbediening Een bedrade afstandsbedieningsadapter kan aangesloten worden (los verkrijgbaar). Stroomkabel

1 Naar ingang stroomkabel 2 De functie van 3 en 5 kan verschillen afhankelijk van het type voertuig. Verbind in dat geval 4 met 5 en 6 met 3. 3 Geel Back-up (of accessoire) 4 Geel Aansluiten op de constante 12 V-voedingsaansluiting. 5 Rood Accessoire (of back-up)

6 Rood Aansluiten op een aansluiting die door de contactschakelaar wordt aangestuurd (12 V gelijkstroom). 7 Verbind kabels van dezelfde kleur met elkaar. 8 Zwart (chassisaarding) 9 Blauw-wit De pinpositie van de ISO-connector verschilt naargelang het type voertuig. Als pin 5 de antenne aanstuurt, verbindt u 9 en b. In andere typen voertuigen verbindt u 9 en b nooit. a Blauw-wit Aansluiten op systeembedieningsaansluiting van de versterker (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom). b Blauw-wit Aansluiten op bedieningsaansluiting van de gemotoriseerde antenne (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom). c Luidsprekerkabels Wit: Linksvoor + Wit-zwart: Linksvoor * Grijs: Rechtsvoor + Grijs-zwart: Rechtsvoor * Groen: Linksachter + of subwoofer + Groen-zwart: Linksachter * of subwoofer * Violet: Rechtsachter + of subwoofer + Violet-zwart: Rechtsachter * of subwoofer * d ISO-connector Bij sommige voertuigen is de ISO-connector in twee verdeeld. Verbind in dat geval beide connectoren. Opmerkingen ! Wijzig de begininstelling van dit toestel (raadpleeg de bedieningshandleiding). De subwooferuitgang van dit toestel is mono. ! Als u een subwoofer van 70 W (2 W) gebruikt, moet u de subwoofer aansluiten op de violette en zwart-violette draden van dit toestel. Sluit niets aan op de groene en groen-zwarte draden. Versterker (apart verkrijgbaar) Maak deze verbindingen als de optionele versterker wordt gebruikt.

1 Systeemafstandsbediening Verbinden met blauw-witte kabel. 2 Versterker (apart verkrijgbaar) 3 Aansluiten op RCA-kabels (apart verkrijgbaar) 4 Naar vooruitgang 5 Luidsprekers voorin 6 Naar achteruitgang of subwooferuitgang 7 Luidspreker achterin of subwoofer Hoofdstuk De microfoon installeren

De microfoon installeren 2 Plaats de microfoonklem op de stuurkolom.

LET OP Het is zeer gevaarlijk om de microfoon zo te installeren dat het snoer zich om de stuurkolom of de versnellingspook kan wikkelen. Installeer het toestel zodanig dat het de besturing op geen enkele wijze kan belemmeren.

Opmerking Installeer de microfoon op een plaats waar de stem van degene die het toestel bedient, kan worden opgevangen.

Als u de microfoon op de zonneklep installeert 1 Plaats de microfoon op de microfoonklem.

1 Microfoonklem 2 Klem Gebruik waar nodig los verkrijgbare klemmen om de kabel in het voertuig vast te zetten. Als u de microfoon op de stuurkolom installeert 1 Plaats de microfoon op de microfoonklem.

1 Dubbelzijdige tape 2 Monteer de microfoonklem achter de stuurkolom. 3 Klem Gebruik waar nodig los verkrijgbare klemmen om de kabel in het voertuig vast te zetten.

1 Microfoon 2 Microfoonstatief 3 Microfoonklem 4 Zet de microfoonkabel vast in de groef. # De microfoon kan ook zonder microfoonklem gemonteerd worden. In dat geval schuift u het microfoonstatief uit de microfoonklem. De hoek van de microfoon afstellen Nederlands 2 Plaats de microfoonklem op de zonneklep. Installeer de microfoonklem terwijl de zonneklep omhoog staat. (Als u de zonneklep lager zet, vermindert de herkenning bij stemopdrachten.)

U kun de richting waarin de microfoon staat aanpassen.