CS 50 EB - Paneelzaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 50 EB FESTOOL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CS 50 EB FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Paneelzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 50 EB - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 50 EB van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 50 EB FESTOOL
| Technische gegevens | CS 50 EB/CS 50 EB Floor |
| Zaaghoogte bij 90°/45° | 0 - 50 mm/0 - 40 mm |
| Schuine stand | -2° tot 47° |
| Max. treklenge | 300 mm |
| Zaagblad (diameter x zaagbreedte) | 190 x 2,6 mm |
| Toerental bij onbelast draaien | 1600 - 4200 min-1 |
| Vermogensopname | 1200 W |
| Afmetingen van de tafel (lengte x bredte) | 600 x 400 mm |
| Hoogte van de tafel met / zonder opklappoten | 900 mm/375 mm |
| Gewicht zonder opklappoten | 19 kg |
| Gewicht van de opklappoten | 2 kg |
De vermelde afbeeldingen staan aan het begin van de handleiding.
1 Symbolen

Waarschuwing voor algemeen gevaar
Handleiding/aanwijzingen lezen

De PRECISIO is als mobiel elektrisch gereed-schap volgens de bepalingen bestemd voor het zagen van hout, kunststof,plaatmaterial van hout en houtachtig materialaal. Met de door Festool aangeboden speciale zaagbladen voor aluminium kuren de machines ook voor het zagen van aluminium worden gebruikt. Er mag geen asbesthoudend materialaal worden bewerkt. Voor schade en letsel bij gebruik dat Niet volgens de voorschriften plaatsvindt, is de gebruiker aansprakelijk.
3 Veiligheidsvoorschriften
3.1 Algemene veriligeidsvoorschriften

LET OP! Lees alle veiligheidsvoorschriften
en instructies. Wanneer de waarschuwingen en instructies nicht in acheit worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en handlei-dingen om ze later te konnen raadplegen.
a. Houd uw werkgebied op orde
- Door wanorde in het werkgebied konnen zich ongevallen voordoen.
b. Let op omgevingsinvloeden
- Stel elektrisch gereedschap nicht bloot aan regen.
- Gebruik elektrisch gereedschap nicht in een vochtige of native omgeving.
- Zorg voor een goede verlichting van het werkgebied.
- Gebruik elektrisch gereedschap nicht opplaatsen waar het risico van verbranding of explosie bestaat.
- Voorkom dat het lichaam in aanraking komt met geaarde onderdelen (bijv. buizen, radiatoren, elektrische gasfornuizen, koelapparatuur).
d. Houd andere Personen uit de buurt
- Laat andere Personen, met name kinderen, het elektrische gereedschap of de stroom-kabel Niet aanraken. Zorg ervoor dat zich nicht in de buurt van uw werkgebiedkommen.
e. Bewaar elektrisch gereedschap dat nicht worden gebrukt op een veilige plaats
- Elektrisch gereedschap dat nicht worden gekruikt, dient op een droge, hoge of afgeslotenplaats, buiten het bereik van kinderen te worden bewaard.
- U werkt beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
g. Gebruik het juiste elektrische gereedschap
- Gebruik voor zware werkzaamheden geen machines met een gelding vermogen.
- Gebruik het elektrische gereedschap Niet voor doeleinden waarvoor het Niet bestemd is. Gebruik bijvoorbeeld geen handcirkelzagen voor het zagen van bouwmasten of blokken hout.
h. Draag geschikte kleding
- Draag geen wijde kleding of sieraden,DEXekonnen verstrikt raken in bewegende delen.
- Bij werkzaamheden buiten worden het aanbevolen slipvast schoeisel te dragen.
- Draag een haarnet wonneer u langhaar heeft.
i. Gebruik een veiligheidsuitrusting
- Draag een veiligheidsbril
- Gebruik een stofmasker bij werkzaamheden waar bij stof vrijkomt.
j. Sluit de stofafzuiiginrichting aan
- Indien er aansluitingen voor het afzuiigen van stof en een opvanginrichting beschikbaar zich, overtuig uzelf er dan van dat deze zich aangesloten en op de juiste wijze worden gezruikt.
k. Gebruik de stroomkabel nicht voor doeleinden waarvoordeze Niet bestemd is
- Gebruik de stroomkabel nicht om de stekkeruit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel gegen但它, olie en scherpe randen.
L. Zet het werkstuk vast
- Gebruik indien möglichke spaninrichtingen of een schroefbek, om het werkstuk te borgen. Dit is veiliger dan het met de hand vast te houden.
m. Neem geen abnormale lichaams-housing aan
- Zorg ervoor dat u veilig staat en.altijd in even-wicht bent.
n. Verzorg uw gereedschap goed
- Houd het zaaggereedschap scherp en schoon om beter en veiligerte kunnen werkken.
- Neem de instructies voor het smeren en wisselen van gereedschap inRCT.
- Controller regelmatig de aansluitkabel van het elektrische gereedschap en LAST deze in geval van beschadiging vernieuwen door een erkend vakman.
- Controller de verlengsnoeren regelmatig en verrang deze wanner ze beschadigd zijn.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet.
o. Haal de stekker uit het stopcontact
- Wanneer het elektrische gereedschap nicht worden gebruikt, voor het onderhoud en bij het wisselen van gereedschap, zoals zaagblad, boor, freesmachine.
p. Laat geen gereedschapsleutel in het gereed-schap steken
- Controller voor het inschakelen of de sleutelen en het instelgereedschap verwijderd�n.
q. Voorkom dat het apparaat onbedoeld start
- Zie erop toe dat de schakelaar is uitgeschakeld wanneer de stekker in het stopcontact is gestoken.
r. Gebruik verlengsnoeren voor werkzaamheden buiten
- Gebruik buiten alleen verlengsnoeren die hiervoor zichen goedgekeurd en zichen voorzien van de betreffende aanduiding.
s. Wees opmerkzaam
- Wees u bewust van wat u doet. Ga verstan-dig te werk. Gebruik het elektrische gereed-schap alleen wanner u geconcentreerd bent.
t. Controller het elektrische gereedschap op eventuele beschadigingen
- Alvorens het elektrische gereedschap te gebruiken, moet worden ragegaan of veiligheidsinrichtingen of Licht beschadigde onderdelen correct en volgens voorschrift functioneren.
- Controller of de beweeglijke delen correct functioneren en Niet klemmen, en of er delen beschadigd zich. Om te garanderen dat het elektrische gereedschap correct functioneert, dienen alle onderdelen op de juiste wijze gezemonteerd te zich en aan alle voorwaarden te voldoen.
- Beschadigde veiligheidsinrichtingen en onderdelen dieren volgens voorschrift in een erkende werkplaats gerepareerd of verrangen te worden, tenzij anders is aangegeven in de gebruiksaanwijzing.
- Beschadigde schakelaars要去en worden verrangen bij een werkplaats van de klantenservice.
- Gebruik geen elektrisch gereedschap waar bij de schakelaar Niet kan worden in- en uitgeschakeld.
u. LET OP!
- Het gebruik van ander gereedschap en andere accessoires kan geaar van letsel voor u inhouden.
v. Laat uw elektrische gereedschap reparen door een elektricien
- Dit elektrische gereedschap voldoet aan de toepasselijkke veiligheidsbepalingen. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door een elektricien, met gebruik van de originele onderdelen, anders{kunnen er ongevallen voor de gebruiker ontstaan.
3.2 Machinespecifieke veiligheids-instruk-ties
- Vervormde zaagbladen of zaagbladen met barstjes en met stompe of defecte snijvlakken mogen Niet worden gebruikt.
- Het maximale toerental dat op het gereedschap staat aangegeven mag nicht worden overschreiben.
- Het gereedschap dient geschikt teijken voor het te bewerken materiaal.
- Zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS-staal) moot niet worden toegepast.
- Het gereedschap dient in een geschikte houder vervoerd en bewaard te worden;

-
Draag een adequate persoonlijke veiligheidsuitrusting:
-
Oorbeschermers om het risico van slechthorendheid gegen te gaan,
Veiligheidsbril, - Stofmasker ter vermindering van het risico om stof in te ademen dat schadelijk is voor de gezondheid,
-
Veiligheidshandschoenen bij het hanteren van gereedschap en ruw materiaal
-
Om het vrijkomen van stof zo veel möglich te beperken dient de machine te worden aangesloten op een geschikt afzuigapparaat en要去en alle elementen die bestemd zijn voor het verwijdersen van stof (afzuigkappen, enz.) volgens de regels zich ingesteld.
- Bij het zagen van hout dient de machine te worden aangesloten op een afzuigapparaat volgens EN 60335-2-69, stofklasse M.
- Om de geluidsontwikkeling te minimisieren要去 het gereedschap scherp geslepen zich en dieren alle elementen voor de geluidsreductie (afdekkingen, enz.) volgens de regels te zich ingesteld.
- De machine mag alleen worden gebruikt wanneer alle veiligheidsinrichtingen zich in de juiste positie bevinden en de machine in een goede
staat verkeert en volgens de regels is onderhonden.
- Wonneer er defecten aan de machine, met inbegrip van de isolatievoorzieningen of het gereedschap, worden ontdekt dienen deze direct aan het onderhoudspersoneel te worden meegedeeld. De machine mag pas waar worden gebruikt nadat de defecten zijn opgeheven.
- Het makes van sponningen of groeven is alleen toegestaan met behulp van een geschikte veiligheidsinrichting, bijv. een tunnelvoorziening boven de zaagtafel.
- Cirkelzagenogens nicht worden gebrukt voor het make van sleuven (groeven die eindigen in het werkstuk).
- De bovenste beschermkap mag nicht worden gebruikt als handgreep voor transport!
- Tijdens het transport van de machine dient het bovenste deel van het zaagblad te worden afge- dekt door de bovenste beschermkap.
- Lange werkstukken dienen door een passende inrichting zo te worden ondersteund dat ze loodrecht liggen.
- Neem bij het zagen de juiste werkpositie aan:
- van voren aan de kant van de gebruiker;
- frontaal t.o.v. de machine;
- naast de zaaglijk.
- Bewerk geen asbesthoudend materiaal.
- Verwijder geen zaagresten of andere werkstuk-delen uit het zaagbereik zolang de machine nog loopt en de zaageenheid zich in ruststand bevindt.
- Is het zaagblad geblokkeerd, schakel de machine dan onmiddelijk uit en trek de stekkeruit het stopcontact. Verwijder pas daarna het ingeklemde werkstuk.
3.3 Informatie over geluidsoverlast en trilling
Geluidsdrukniveau
Onbelast draaien/bewerking 84/90 dB(A)
Geluidsvermögensniveau
Onbelast draaien/bewerking 97/103 dB(A)
Meetonzekerheidstoeslag K = 3 dB

Beoordeelde accelerometer < 2,5m / s^2
De aangegeven emissiewaarden (trilling, geluid) waar gemeten volgens de testvoorwaarden in EN 61029 en dieren voor de machinevergelijking. Aande hand van deze waarden kan ook een voorlopigeinschatting van de trillings- en geluidsbelasting
tijdens het gebruik worden gemaakt.
De aangegeven emissiewaarden gelden voor de belangrijkste toepassingen van het elektrische gereedschap. Wordt het elektrisch gereedschapECHTER voor andere toepassingen of met ander inzetgereedschap gebruikt, of is het onvoldoende onderhouden, dan kan hierdoor de trillings- en geluidsbelasting gedurende de hele werktijd aanzienlijk worden verhoogd. Met het oog op een vastgelegde werkperiode dienen voor een juiste beoordealing ook de hierin optredende vrijloop- en stilstandtijden van de machine in acht te worden genomen. De belasting over de totale werkperiode kan op deze manier aanzienlijk worden verminderd.
3.4 Restrisico's
Ook wanner men zich aan alle relevante bouwvoorschriften houdt, kunden zich bij gebruik van de machine nog gevaarlijke situatuies voordoen, bijv. als gevolg van:
- Het wegliegen van werkstukdelen,
- Het wegliegen van werkstukdelen bij beschadigd gereedschap,
- Geluidsemissie,
- Houtstofemissie.
4 Plaatsing, inbedrijnfeming
Zorg ervoor dat de vloer rond de machine egaal is, in goede staat verkeert en vrij is van losse, rondon liggende voorwerpen (bijv. spanen en zaagresten).
4.1 Het installeren van de machine
De machine kan met of zonder uitgeklapte poten (afbeelding 1 en 2] worden opgesteld (de uitvoer ring „Floor" beschikt nicht over uitklappoten).
Om de poten uit te klappen dienen de vier draaiknuppen (1.6) tot de aanslag te worden geopend. Draai de vier draaiknuppen nadat de poten�uiitgeklapt wee vast. Om ervoor te zorgen dat demachine veilig staat, kan de lenghte van de potenworden bijgesteld door aan de afsluitkap (1.7) te draaien.
4.2 Transport
- Vergrendel het zaagaggregaat in de nulpositie.
- Verwijder alle aanbouwdelen van uw zaag en wikkel de kabel op uw kabelhouser.
- Klap de poten volledig in.
4.3 Toepassingsmogelijkheden
De machine kan als tafelcirkelzaag of als trekcirkelzaag worden gebruikt.
a) Tafelcirkelzaag (afbeelding 1)
- Zet de schakelaar (1.9) in de laagste stand. Draai de handgreep (1.8) maar beneden, en trek het zaagaggregaat met de handgreepaar voren tot het inklikt.
Het zaagaggregaat bevindt zich nu in een middenstand ten opzichte van de tafel, en de machine kan als tafelcirkelzaag worden gebruikt.
b) Trekcirkelzaag (afbeelding 3)
- Zet de schakelaar (3.10) in de hoogste stand. Wordt de handgreep (3.9) maar beneden gedraaid, dan kan het zaagaggregaat voor het uitvoeren van trekzaagsneden met de handgreep maar voren enaaracteren worden bewogen. De bewegingaaracteren wordt door veerkracht ondersteund.
4.4 Afzuiging

De PRECISIO beschikt over twee afzui-gaansluitingen: de bovenste beschemkap (2.3) met 0 27 mm, en de onderste beschemkap (2.2) met 0 35 mm.
Bij de afzuigset CS 70 AB (488292, bij CS 50 EB in de leveringsomvang) zijn beiden afzuigaansluitingen gecombineerd, zodate er een mobiele stofafzuiger van Festool kan worden aangesloten.
4.5 Elektrische aansluiting en inbedrijfstelling

De netspanning dient overeen te komen met de indicateie op de kenplaat.

In Noord-Amerika mogen alleen Festool-machines met de spanningsop-gave 120 V/60 Hz worden ingezet.
Vanwege het vermogen van de motor bevelen wij het gebruik van een 16 A zekering aan.
Om de machine in te schakelen dienen de IN-/UIT-schakelaar (4.1) en de vergrendelschakelaar (4.4) tegelijkertijd te worden ingedrukt. De machine loopt zolang de IN-/UIT-schakelaar ingedrukt blijft.
Voor een continue werkung dient na het inschakelen eerst de IN-/UIT-schakelaar (4.1) en daarna de vergrendelschakelaar (4.4) te worden losgelaten. Om het continubedrijf uit te schakelen, dient de IN-/UIT-schakelaar opnieuw te worden ingedrukt en losgelaten, of op de rode schakelaar (4.6) te worden gedrukt.
Ter bescherming gegen het onbevoegd inschakelen van de machine kan een beugelslot in boorgat (4.2) van de IN-/UIT-schakelaar worden gehangen.
5 Elektronica

De machine bezit een volledige golfelektronica met de volgende kenmerken:
5.1 Zachte aanloop
De zachte aanloop zorgt voor een stootvrijne aan-loop van de machine.
5.2 Toerentalregeling
Het toerental kan met de stelknop (4.5) traploos tussen 1600 en 4200min^-1 worden ingesteld. Hiermee kunt u de freessnelheid van het betreffende materiaal optimaal aanpassen (4.3).
Het vooraf ingestelde toerental worden bij onbelast toerental en bij bewerking constant gehonden.
5.3 Overbelastingsbeveiling
Bij extreme overbelasting van de machine wordt de stroomtoevoer gereduceerd. Wanner de motor gedurende enigeijd worden geblokkeerd, worden de stroomtoevoer geheel onderbroken. Na het opheffen van de overbelasting of nadat het apparatus is uitgeschakeld, is de machine waaronthaar voor gebruik.
5.4 Temperatuurbveiliging
Bij een te hoge temperatuur van de motor worden de stroomtoevoer en het toerental verminderd. De machine loopt nog maar met een gelding vermogen, zodat de motor met behulp van de motorventilatie snel kan afkoelen. Wanner de motor is afgekoeld, herneemt de machine vanzelf waar zijn normale toerental.
5.5 Rem
Bij het uitschakelen worden het zaagblad in 1,5 - 2 seconden elektronisch tot stilstand afgeremd (alleen de 230V - 240V uitvoering).
5.6 Beveiliging gegen het opnieuw starten
De ingebouwde onderspanningsbeveiliging voorkomt dat de machine bijcontinubedrijnfna een onderbreking van de spanning weezerelfstandig start.
De machine moet in dit geval eerst uit- en verrolgens weeer worden ingeschakeld.
6 Installingen aan de machine

Haal bij het instellen, het plegen van onderhoud en het uitvoeren van reparations altijd de stekkeruit het stopcontact!
Om het instellen te vergemakkelijken kan het zaagaggregaat in de voorste stand (afbeelding 5) worden vergrendeld: trek het zaagaggregaat tot de aanslag maar voren enzet de schakelaar (5.1) in de laagste stand.

In de voorste stand mag Niet met de machine worden gewerkt!
6.1 Zaaghoogte
Door aan de kruk (5.4) te draaien kan de zaaghoogte traploos worden ingesteld (0 - 50 mm bij een stand van 90^ van het zaagblad).
6.2 Verstekhoek
Het zaagblad kan:tussen de 0^ en de 45^ worden gedraaid:
- De draaiknop (5.3) openen,
- De verstekhoek met behulp van de schaal (5.6) instellen door aan de handgreep (5.2) te draaien,
- De draaiknop (5.3) sluiten.
Voor exacte paswerkzaamheden (achter-zaagsneden bij de stootranden) kan het zaagblad met telkens 2^ buiten de beiden eindstanden worden gedraaid. Daar voor wordt in de eindstand de toets (5.5) ingedrukt.
Hierna kan het zaagblad tot -2^ resp. 47^ worden gedraaid. Nadat het is teruggedraaid zijn de beiden eindstanden weeer actief.
6.3 Wisselen van gereedschap
Veiligheidsinstructies Fast-Fix spanmoer (zie afbeelding 7 A).
De greepbeugel na het vastspannen slui- ten.
De Fast-Fix spanmoer uitsluitend met de hand los- en vastdraaien. De greepbeugel in geen geval met een schrevendraaier, tang of ander werktuig vasr- of losdraaien.
Indien de moer neit meer de hand is los te draaien, mag de moer uitsluitend met een 2-pen sleutl worden losgemaaakt.
Is de greebeugel los of beschadigd, dan mag de Fast-Fix moer in geen geval worden gebruikt.

Wegens de speciale opname mogen uitsluitend de zaagbladen worden gebrukt die door Festool voor deze machine worden aanbevolen.
- De vergrendeling (1.3) openen en het tafelinlegstuk (1.2) maar boven toe verwijderen,
- De vergrendeling (6.1) openen en de afdekking van het zaagblad (6.2) maar beneden draaien. De gereedschapsspil worden hierdoor automatisch vastgezet,
- De hendel (7.5) omleggen en met de klok mee (linkse schroefdraad) draaien, om de Fast-Fix snelspanning (7.4) te openen,
-
Het gereedschap verrangen. Let waar bij op het volgende:
-
De Fast-Fix snelspanning (7.4), de flens (8.1) en het zaagblad dienen schoon teijken,
- De draairichting van het zaagblad (7.6)要去 overeenkomen met de draairichting van de machine (7.7),
-
Het zaagblad in het midden van de flens (8.1)plaatsen en zo ver draaien dat de omtrek van de flens en de zaagbladboring inklikken.
-
Fast-Fix snelspanning (7.4) gegen de klok in vast aantrekken, de hendel (7.5) omleggen,
- De zaagbladafdekking (6.2) maar boven draaienen de vergrendeling (6.1) sluiten,
- Eerst de achechterkant van het tafelinlegstuk inbrengen (zie afbeelding 9) en de vergrendeling (1.3) sluiten.
6.4 Splijtwig instellen
De spleetbout (7.1) dient zo te worden geplaatst, dat de afstand tot de tandkrans van het zaagblad 3 tot 5 mm bedraagt.
- De moer (7.3) met de inbussleutel (6.3) los-draaien en samen met het klemstuk (7.2) verwijderen,
- Nadat beiden moeren (8.3) zijn losgedraaid, kan het geleidestuk (8.2) in verticale richting worden verschoven om de afstand:tussen de spleetbout en het zaagblad in te stellen.
- Nadat de afstand is ingesteld, dienen de spleetbout en het klemstuk wee ter worden gemonteerd en alle moeren te worden aangedraaid.
6.5 De aanslag
De meegeleverde aanslag kan, zoals weergegeven in afbeelding 3, aan alle vier de kanten van de machine worden bevestigd.
De aanslag kan op de volgende manieren worden ingesteld:
- Installing parallel aan de rand van de tafel - open hiervoor de draaiknop (3.5).
- Installing loodrecht op de rand van de tafel - open hiervoor de draaiknop (3.6).
- Instelling van de aanslaglineaal (3.1) in de leng-
terichting - open hiervoor de draaiknop (3.2). De aanslaglineaal kan bij dunne werkstukken in een lage stand (afbeelding 1), en bij dikke werkstukken in een hoge stand (afbeelding 3) op de houder worden vastgeklemd.
- Hoekinstelling aan de hand van de schaal (3.7) - open hiervoor de draaiknop (3.3) en til de fixeerstift (3.4) op. De draaibare fixeerstift klikt bij de meest gebruikelijke hoek-installingen in.
De aanslag kan daardoor als lengteaanslag (afbeelding 1), of als dwarsaanslag resp. hoekaan-slag (afbeelding 3) worden gebruikt.

Zie er alvorens met de werkzaamhedente beginnen op toe dat alle draaiknuppen van de aanslag zich aangehaald. De aanslag mag alleen in een vaste stand en nicht voor het verschuiven van het werkstuk worden gezruikt.
6.6 De schaal voor de zaagbreedte
De beiden schalen 1.5) geben de zaagbreedte bij zaagsneden in de lengterichting aan.
Zonodig kunden de schalen na het losdraaien van de moeren (1.4) opnieuw worden afgesteld.
6.7 Splinterbescherming monteren
De splinterbescherming (10.2) voorkomt dat er onder aan de zaagkant van het werkstuk splinters ontstaan.
De splinterbescherming kan bij alle verstekhoeken worden gezruikt, maar voor elke hoek dient een afzonderlijke splinterbescherming te worden ingebouwd en ingezaagd:
- Zaagblad op minimale hoogte afstellen.
- De vergrendeling (1.3) openen en het tafelinlegstuk (1.2) maar boven toe verwijdersen,
- De vergrendeling (6.1) openen en de afdekking van het zaagblad (6.2) maar beneden draaien. De gereedschapsspil worden hierdoor automatisch vastgezet,
- Splinterbescherming (10.2) van deijkenuit tot aan de aanslag op de houder (10.3) schuiven.
- De zaagbladafdekking (6.2) maar boven draaienen de vergrendeling (6.1) sluiten,
- Eerst de achechterkant van het tafelinlegstuk inbrengen (zie afbeelding 9) en de vergrendeling (1.3) sluiten.
- Machine inschakelen en het zaagblad langzaam tot op de maximale zaaghoogte maar boven bredgen - hierdoor worden de splinterbescherming ingezaagd.
Om optimaal te functioneren dient het verhoogde gedeelte (10.1) van de splinterbeveiliging een
beetje (ca. 0,3 mm) boven het tafelloppervlak uit te steken. Hiervoor kan de houder (10.3) na het losdraaien van de twee schroeven (10.4) in hoogte worden omgezet.
7 Werken met de machine

U dient zich bij werkzaamheden met de machine te houden aan alle verilgheids-instructies.
Stel de beschemkap zo af dat hij op het werkstuk ligt en klem de beschemkap in deze stand vast met de draaiknop (1.1).
7.1 Tafelcirkelzaag
Gebruik de aanslag als lengteaanslag (afbeelding 1) om het werkstuk te geleiden. Met behulp van de schalen kut u de zaagbreedte instellen.
Voer het werkstuk met de hand aan. Gebruik de duwlat (2.4) om het werkstuk veilig langs het zaagblad te geleiden.
Wanner de duwlat nicht worden gebruikt, dient hij in het opbergvak (2.1) te worden gelegd.
7.2 Trekcirkelzaag
Gebruik de aanslag als dwars- of als hoekaan-slag om het werkstuk aan te leggen en vast te houden.
Ook kuren er in de sponningen (3.8) schroefklemmen (489570) worden aangebracht om het werkstuk vast te houden.
Voer de zaagsnede uit door de handgreep (3.9) omlaag te draaien en het zaagaggregaat met behulp van de handgreep maar voren te trekken.
Breng, alvorens u het werkstuk van de aanslag wegneemt, het zaagaggregaat na de zaagsnedeuer helemaalaarachteren in deuitgangspositie.
8 Onderhoud

Haal bij het instellen, het plegen van onderhoud en het uitvoeren van reparaties altijd de stekker uit het stopcontact!

Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, waaroor het vereist is de motorbehuizing te openen, mogen alleendoor een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd.

Beschadigde beveiligingen en onderden要去 op deskundige wijze door een erkende serviceworkplaats worden gerepareerd of verrangen, indien in de gebruiksaanwijzing niets anders staat aangegeven.
De bovenfrezen zijn uitgerust met zich uitschakelende speciale koolborstels. Als diesen verzellen, worden de stroom automatisch onderbroken en komt het apparaat tot stilstand.
Pleeg regelmatig onderhoud aan het apparaat om te garanderen dat het� behoren functi- oneert:
- Voorkom dat zich stof afzet door het af te zuigen,
- Houd de geleidestangen (1.10) schoon en vet zeregelmatig in,
- Een versleteen of beschadigd tafelinlegstuk diente worden verrangen,
- De klep (11.3) kan met behulp van de schuiver (11.1) worden geopend om zaagresten uit de onderste beschermkap te verwijderen. Bij grote stofafzettingen kan de klep volledig worden geopend door de moer (11.2) maar buiten te draaien. Voor de inbedrijfneming dient de klep waar te worden gesloten!
- Wikkel de stroomkabel na beëindiging van de werkzaamheden op de houlders (2.1).
- Een demper zorgtervoordat het zaagaggregaat over de gehele treklengete gelijkmatig terugloopt. Mocht dit Niet het geval zich, dan kan de demper via het boorgat (2.5) worden bijgesteld.
9 Accessoires, gereedschap
Maak uitsluitend gebruik van de voor deze machine bestemde originele Festool-accessoires en het Festool-verbruiksmaterialial, waar deze systemdcomponenten optimaal op elkaar zijn afgestemd. Bij het gebruik van accessoires en verbruiksmaterialiaal van andere leveranciers is een kwalitatieve beinvloeding van de werkresultaten en een beperking van de garantieanspraken waarschijnlijk. Al maar gelang de toepassing kan de slijtage van de machine of de persoonlijke belasting van u zichl toenemen.
Beschemaarom uzelf,uw machine en uw garantieaanspraken door uitsluitend gebruik te makev van originele Festool-accessoires en Festool-verbruiksmaterialiaal!
Festool biedt een omvangrijk programma aan accessoires, waardoor een gevarieerd en efectief gebruik van de machine möglichk is, bijv. een tafelverbreding, tafelverlenging, schuiftafel, afkortaanslag, transportrollen of een afzuiigset.
Om verschillende materialen snel en zuiver te kunden bewerken, bildt Festool special op de machine afgestemde zaagbladen.
De bestelnummers voor accessoires en gereed-schap vindt u in de Festool-catalogus of op het Internet onder "www.festool.com".
10 Afvalverwijdering
Geef elektrisch gereedschap Niet met het huisvuil mee! Voer het apparaat, de accessoires en deverpakking op milieuvriendelijk wijze af! Neem waar bij de geldende nationale voorschriften inacht.
Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG dieren oude elektröapparaten geschaden te worden ingezameld en op milieuvriendelijk wijze te worden afgevoerd.
11 Garantie
Voor onsze toestellen verlenen we op materiaal- of productiefouten garantie conform de landspecifieke wettelijk bepalingen, minstensECHter 12 maanden. Binnen de lidstaten van de EU bedraagt de garantietermijn 24 maanden (bewijs door rekening of afleveringsbewijs). Schade doornatuurlijke slijtage, overbelasting, ondeskundige behandeling of schade voroorzaakt door de gebruiker of door gebruik ingaande gegen de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing of schade die bij de aankoop gekend was, blijft uitgesloten van de garantie. Ook schade die is terug te voeren op het gebruik van Niet-originele Festool-accessoires en verbruiksmaterialiaal (bijv. steunschijf) worden nicht in
aanmerking genomen. Klachten können alleen aanvaard worden als het toestel volledig maar de leverancier of maar een geauthoriseerde Festooleklantendienstwerkplaats teruggestuurd worden. Bewaar de gebruiksaanwijzing, veiligheidsvoorschriften, onderdelenlijst en het aankoopbewijs zorgvuldig. Overigens gelden de actuèle garantiebepalingen van de fabrikant.
Opmerking
Vanwege de voortdurende research- en ontwikkelingswerkzaamheden zijn wijzigingen in de hier gegeven technische specificatie voorbehonden.
REACH voor producten, accessoires en verbruiksmaterialiaal van Festool
REACH is de sinds 2007 in heel Europa toepasselijkke chemicalienverordering. Wij als „downstreamgebruiker“, dus als fabrikant van producten,+zijn ons bewust van once informatieplicht gegenover once klanten. Om u.altijd over de meest actuelestand van zaken op de hoogte te houden en over mogelijkke stoffen van de kandidatenlijst in once producten te informeren, hebben wij de volgende website voor u geopend: www.festool.com/reach